27 maart: Krenten in de Cantorij-pap

Volgende week is het Pasen. Dat zijn altijd drukke tijden voor de cantorij. We zingen dit jaar in de viering van Goede Vrijdag en in de Paaswake op Stille zaterdag. De periode om alles in te studeren is maar kort en onze cantrix moet de vaart en dan ook behoorlijk in houden. Ze is dan wel wat strenger en vooral ook duidelijker.
Gisteravond hadden we de voorlaatste repetitie. Het is bewonderenswaardig hoe ze haar rust bewaart en precies om 21.30 uur alle liederen voor de twee diensten met ons heeft doorgezongen.
Haar woordgebruik was vermakelijk. Een goed verstaander……
Even een paar voorbeelden:

– Met opgetrokken wenkbrauwen zei ze na een lied: “Oké…”
Iedereen weet dan dat het niet oké was.
– Bij één lied zakten we behoorlijk terwijl de noot steeds hetzelfde was. “Je moet omhoog-zingen. Dat staat er niet, maar je moet de noten omhoog denken”.
– Bij een ander lied moesten we ‘fierder’ zingen. Dat doet haast Vlaams aan, maar we begrepen wel wat ze bedoelde.
– Bij het lied met de titel “Zo dor en doods’ merkte de cantrix op dat wij ons goed hadden ingeleefd.
– “Moeten wij niet wakker zijn?” is een ander gezang voor de goede vrijdag. “Zo klinkt het niet…’ zei ze daarover.
– Eén keer liet haar oordeel niets aan duidelijkheid te wensen over: “Het hoeft toch niet zo vals?” Het moge duidelijk zijn: wij hebben gisteravond hard gewerkt.

Nu lijkt het alsof het brandhout was wat wij als koor produceerden, maar dat is beslist niet het geval. Maar het kan natuurlijk altijd beter en de woordkeus van de cantrix prikkelt dan om nog beter op te letten en nog preciezer te zingen.

De Stille zaterdagviering begint in het donker. Ons werd geadviseerd om een klein lampje mee te nemen. Bas rechts naast mij dacht aan een mijnwerkershelm. (Daar heb ik dan gelijk beelden bij.) Maar we vonden een schemerlamp tussen ons in ook wel een goede optie.

Hoogtepunt van de avond was voor mij het moment waarop de bassen en de sopranen couplet 2 van een lied moesten zingen. De bassen zongen inderdaad couplet 2 maar de sopranen zongen couplet 3. Cantrix liet ze het couplet helemaal uitzingen. Door elkaar heen, compleet andere tekst. Tenoren en alten hadden vraagtekens en uitroeptekens boven hun hoofd maar onthielden zich van commentaar. Voor mij zijn het de krenten in de cantorijpap. Als wij volgend weekend zingen in de bewuste diensten gaat het natuurlijk goed, cantrix heeft er alle vertrouwen in: “Ik denk dat er geen grote rampen gaan gebeuren.”
Altijd fijn, zo’n hart onder de riem.

Dit bericht is geplaatst in Cantorij Roden, Kerk & gemeente met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Type de getallen in cijfers in onderstaand vak * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.