22 maart: Totalitair regime.

Donderdagmorgen 07.15 uur. “Goedemorgen mevrouw Waninge, heeft u goed geslapen? Wat wilt u eten als ontbijt?” Mevrouw Waninge slaapt nog en is ’s morgens niet op haar best. Als ik met m’n duffe hoofd heb geformuleerd wat ik wil eten en zit te suffen bij mijn dienblad met beschuitje en thee komen twee verpleegkundigen langs. Opgewekt beginnen ze met de dagelijkse riedel: bloeddruk, zuurstofgehalte en temperatuur meten. “Heeft u goed geslapen? Heeft u ergens pijn? Heeft u al ontlasting gehad?”

In een ziekenhuis bestaat de dag uit opeenvolgende rondes van personeel. Verpleegkundigen, doktoren, voedingsassistentes, verzorgenden, schoonmaaksters en vrijwilligers, allemaal bezig met het welzijn van de patiënt, in casu mevrouw Waninge. Het voelt aan als een totalitair regime: een politiek stelsel waarin de staat in beginsel het gehele leven van zijn onderdanen in elk opzicht beheerst en alles en iedereen ondergeschikt is aan het staatsbelang. 

Voor mijn eigen bestwil heb ik een kastje om mijn nek dat mijn hart in de gaten houdt en ik mag niet van de afdeling af. Doe ik dat wel, dan gaan er ergens alarmbellen rinkelen. Men houdt precies bij wat ik eet, wat ik drink en waar ik uithang. Iedereen stelt zich joviaal voor als Annemarie, Joop of Tineke. Ik roep dan heel hoopvol dat ik Ada heet, maar ik blijf voor iedereen mevrouw Waninge.

Mensen die mij kennen weten dat ik niet het prototype van een ‘mevrouw’ ben. En dat ik niet zo goed tegen gebemoei kan. Dat ik de dingen graag zelf regel en dat ik graag zelf bepaal wat goed voor mij is. Alles in mij komt in opstand tegen het bovenbeschreven ziekenhuisregime.

Maar.

In deze omstandigheden is het nodig. Ordnung muss sein; het zou niet werken als iedereen hier maar deed wat hij graag zou willen. Het is hier werkelijk allemaal prima geregeld. Het eten is lekker, de verzorging is goed en de medewerkers zijn erg vriendelijk en begripvol. Mevrouw Waninge mag haar handjes dichtknijpen dat ze in Nederland woont. Met mijn lotgenoten probeer ik er het beste van te maken; “Bezit uw ziel in lijdzaamheid” kon mijn vader vroeger zo treffend zeggen. Mijn ziel en ik doen ons best.

Dit bericht is geplaatst in Alledag. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar 22 maart: Totalitair regime.

  1. Dick de Jong schreef:

    Hoe waar, Ada. Ik herken er heel veel in. Liefst geen polonaise aan mijn dagelijkse lijf. Maar ja, het kan niet anders…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Type de getallen in cijfers in onderstaand vak * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.