1 oktober: Een tussenzang.

Als ik als kind klaagde over de lengte van een preek op zondagmorgen, dan placht mijn vader te zeggen dat dat reuze meeviel. Nee, dan vroeger in zijn jeugd! Vroeger waren de preken zo lang, dat er halverwege een ‘tussenzang’ werd ingelast om eventeel aanwezige dufheid te verdrijven. Als je zingt wordt je als gemeentelid immers zelf weer even actief!

Gistermorgen moest ik even aan de jeugd van mijn vader denken.
Onze voorganger Astrid Mekes gebruikte een (voor mij) geheel nieuwe vorm van een overdenking. We lazen een gedeelte uit Nummeri (waarin Mozes 70 oudsten aanstelt) en het gedeelte uit Marcus, waarin Jezus in gesprek gaat met zijn discipelen over wie het belangrijkst is. (Klik hier voor het gedeelte in de Basisbijbel>>>)

De predikant behandelde een klein gedeelte uit de voorgelezen bijbelgedeelten, waarna we steeds één vers zongen van het lied “Laat ons bidden uit gemis” uit de bundel Tussentijds.
Indringend was het.
Omdat je steeds na een paar minuten luisteren weer een toepasselijk couplet gaat zingen, ben je sterk betrokken bij wat er wat wordt gezegd en wat er daarna wordt gezongen.

Eén strofe licht ik er uit:
Jezus neemt bij de vraag over wie het belangrijkst is een kind bij zich en zegt: ‘Als je de belangrijkste wil zijn, moet je de minst belangrijke worden. Je moet een dienaar worden van alle anderen.”
Daarna zongen we het lied:
Laat ons bidden voor het kind
dat zijn leven pas begint;
voor de kind”ren aller landen
van wie God de namen weet,
dat hun toekomst niet zal stranden
op de klip die oorlog heet.

Wat mij betreft blijft het niet bij dit ene experiment!
Er zit wel een klein, triviaal nadeel aan. Als je gewend bent om aan het begin van de preek een pepermunt in je mond te doen, zit je na drie minuten te zingen met die pepermunt tegen je wang aan gedrukt…………

Tijdens de collecte trakteerde organist Arjan Schippers ons op een fantastisch orgelstuk. Na afloop vroeg ik of de titel van zo’n stuk ook op de beamer geprojecteerd kan worden, dan weten de mensen ook waar ze naar luisteren. Het antwoord was: “Ik bereid dat niet voor…. liederen, sfeer en thema willen het stukje nog weleens veranderen.”
Wat een kunstenaars zitten er toch op die orgelbankjes bij ons in de kerk; koesteren die mannen. 

Dit bericht is geplaatst in Kerk & gemeente met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op 1 oktober: Een tussenzang.

  1. Dick de Jong schreef:

    Heel mooi, Ada. Een perfecte weergave van de dienst. De vorm paste die morgen naadloos bij de ‘problematiek’ van Astrid, t.w. een lastige luchtwegprikkel waardoor ook zij met regelmaat op adem kon komen. En een slokje kon nemen…
    Ook wat mij betreft een vorm die voor herhaling vatbaar is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Type de getallen in cijfers in onderstaand vak * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.