31 mei: Nederlands maar dan anders (11)

In de media hoor ik regelmatig dingen waarvan men niet meer weet dat het fout is.
Bij de metro-aanslag in Utrecht pleitte men voor ‘open transparantie’ bij de berichtgeving over de dader.
Over diezelfde dader werd gezegd dat hij op vrije voeten liep.

Bij Jinek ging het er over of iemand nou wel of niet beledigd was.
“We moeten gewoon niet zulke lange vingers hebben.”

Uitslaande brand, de vlammen slaan je uit, het vuur grijpt om zich heen: brand kun je op veel verschillende manieren omschrijven.
Volgens een verslaggever van de NOS ‘slaan de vlammen om zich heen’ bij de brand in de Notre Dame.

Jeroen van Inkel is er ook weer bij deze keer.
Op een morgen riep hij “Dat gaat helemaal  uit de klauwen escaleren in Amsterdam!’

Vriendin van Carlijn verzon onbedoeld een geheel nieuwe  variant van op een houtje bijten: “Toen moest ik van nood op een takje knagen.”

Collega Jacquelien vertelde een mooi verhaal over het lied ‘mien toentje’ van Ede Staal.
Hij zingt daarin ‘Mien waikschildebonen dei kommen zo slecht op”
Tuinbonen bedoelt Ede.
Maar een vriend van de familie die niet uit het Noorden kwam dacht te horen “Mien waif schilt de bonen!”en zong dat ook luidkeels met Ede mee.

Via internet volg ik het twitteraccount van Merel Morre ( zie >>>)
Zij benoemt soms zulke leuke dingen:
“Homosexuele priester op non-actief.
Verwarrend…..totdat je het koppelteken ziet.”

Op de cantorij hoorde ik dit verhaal van collega-alt Ilse. Haar dochter had vroeger toen ze nog thuis woonde het gevoel gehad dat de andere gezinsleden haar uitlachten.   “Jullie lachen achter mijn vuistje! ”

Van Harriët hoorde ik dat Cees van het woord ‘krochten’ hele enge wezens had gemaakt.
“Ik heb dit uit de gedrochten van de kelder gehaald.”

Jon maakte een prachtig nieuw Nederlands woord.
Hij vertaalde het Engelse apparently (in het Nederlands klaarblijkelijk/blijkbaar ) als apparentelijk.

Soms wordt iets zo vaak verkeerd gezegd dat het een ‘running joke’ wordt.
Bij tapas ligt de klemtoon op de eerste lettergreep.
Tápas moet je zeggen.
Maar ik zei het steeds fout toen we bij ‘Bodega-Y-Tapas‘ gingen eten met de Franse les.
En natuurlijk werd ik voortdurend verbeterd, eigenwijs als we allemaal zijn.
Inmiddels weet ik het.
Tápas.
Maar tegenwoordig zeg ik het expres verkeerd om een reactie uit te lokken.

Dit weekend nog zei ik tegen Harriët en Cees: “Gaan jullie tapás eten, leuk!”
“Tápas” riep Jon.
“Weet ze wel ‘ riep iemand landerig.
Jon: “O. Dat is dan nu een lopend grapje”.

Heerlijk.
Nederlands, maar dan anders.

Klik hier >>> voor het blog Nederlands maar dan anders deel 10, daar vind je ook linken naar de delen 1 tm 9. Kijk ook nog even op het instagram-account Treintaal. We moesten hardop lachen bij een prachtige verbastering van een spreekwoord: ‘” Ze hebben het in de stoofpot gestopt!”

Dit bericht is geplaatst in Alledag met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Type de getallen in cijfers in onderstaand vak * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.