16 januari: Ben ik een luie naaister?

Over het Schoolmuseum in Ootmarsum schreef ik een blog op 30 oktober >>>: toen ging het vooral over lezen, schrijven en rekenen.
Vandaag gaat het over één van mijn hobby’s, namelijk handwerken.
Als het over handwerken gaat hoor je vrouwen vaak gruwelverhalen vertellen over de handwerklessen op de lagere school. Die verhalen hoor je dan vooral van vrouwen die er helemaal geen aardigheid aan hadden en het dus ook niet konden.

Een bloemlezing:
“Je had van die dunne, stalen breinaalden waar de steken door mijn zweethandjes niet overheen konden glijden omdat ik van de stress veel te strak breide!”
“Mijn haakwerkje werd alsmaar smaller,  omdat de steek aan de zijkant niet duidelijk zichtbaar was; die nam ik dus niet op.  Zo ging ik van 20 naar 19 naar 18 stokjes om er bij 9 stokjes achter te komen dat er er iets niet in orde was. De frustratie!”
“Bij het borduren trok ik de draad zo strak aan, dat de stof helemaal naar elkaar toetrok, wat rare ribbels veroorzaakte. Van juf moest ik het weer uithalen. Zelden zulk dom werk gedaan.”
Diep kinderleed klinkt door in die verhalen.
“Ik nam het mee naar huis en daar maakte mijn moeder het af.”

In het voornoemde museum was een kamertje ingericht met handwerkjes die op de lagere school waren gemaakt.
Hoe herkenbaar!
Geborduurde bladwijzers, gebreide hemdjes, gehaakte kruikenzakken,: mijn zelfgeborduurde merklapjes uit 1969 (zie foto’s) hadden er zo tussen kunnen hangen.
Ik raakte niet uitgekeken.
Aan de wand hing een hele grote plaat met een tekening van alle mogelijke borduursteken én een tegeltje met spreekwoorden die betrekking hebben op handwerken.

– Een vrouwenhand en een paardentand zijn altijd in beweging.
– Elke dag een draadje is een hemdsmouw in het jaar.
– Ook de beste breister laat wel eens een steekje vallen.
– Een zondagse steek houdt geen week, bij ons in Drenthe beter bekend als: ‘Zundagswark is niet stark’.

Eén spreekwoord staat er niet bij: Lange draden, luie naaisters.
Heeft vroeger ooit een handwerkjuf tegen mij gezegd in een borduurles.
Het idee daarachter is dat je met een korte draad vaker moet afhechten en dat af- en aanhechten is minder leuk dan het borduren zelf.
Bij lange draden moet je in het begin heel hoog ophalen met je arm en heb je meer kans op knoopjes en slijtage.
Gelukkig mag ik al lang zelf bepalen hoe lang mijn borduurdraden zijn.

Dit bericht is geplaatst in Borduren, Handwerken met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Type de getallen in cijfers in onderstaand vak * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.