In het zesde deel van deze blogreeks staat ‘Gezelschap’ centraal.
Mijn eerste associatie met ‘gezelschap’ is: gezelschapsspel. Daarbij denk ik aan een spel dat je met meerdere mensen kunt doen, waarbij het erg gezellig wordt. Maar gezelschap heeft meer betekenissen.
1. een groep mensen die iets gemeen heeft
2. iemand gezelschap houden
3. de aanwezigheid van een persoon of een dier
4. een vereniging met een bepaald doel.

Mensen hebben andere mensen nodig. We zoeken andere mensen op om mee te praten en gezellige dingen mee te doen. Dat kun je doen met je partner, je vrienden, je familie, je buurt, noem maar op.
Als men ouder wordt vallen dierbaren en vaste structuren weg, waardoor eenzaamheid op de loer ligt. Ook wordt de mobiliteit vaak minder, waardoor het minder vanzelfsprekend wordt om gezelschap op te zoeken.
Als dingen moeite gaan kosten, heb je er soms van te voren al geen zin in; wat een gedoe.

Aan mijn moeder heb ik gezien dat het belangrijk is dat je gezelschap blijft zoeken.
Ze was het fleurigst in gezelschap van haar kinderen/kleinkinderen en haar broers en zussen. Daar kon ze volkomen zichzelf zijn en genoot ze van de aandacht, de verhalen en de gezamenlijke lol. Verder had ze contact met mensen van de kerk en buurtgenoten; ze genoot intens van het klaverjasclubje in ‘het Woldhuus’ waar ze de laatste jaren van haar leven woonde en ze zette tot vlak voor haar dood wekelijks koffie voor ‘de jongens’* van de plaatselijke biljartclub.
Maar niet iedereen heeft een uitgebreid netwerk, dan hangt ook veel van je eigen initiatief en je eigen ‘zin’ af. Een clubje, vrijwilligerswerk of vereniging waar je iedere week naar toe moet geeft wat structuur in je week en zorgt er voor dat je iets onderneemt, weer of geen weer, zin of geen zin. “Dan maak je maar zin” kon mijn collega zo treffend zeggen.
Ook als oudere is het belangrijk om af en toe eens door te zetten. Vrijwilligerswerk of andere activiteiten waarmee je iemand helpt geven een goed gevoel, omdat je hiermee zinvol bezig bent.

Een cursus, een workshop: er wordt heel veel georganiseerd. Busreizen, fietsclubjes, biljartverenigingen, je kunt tegenwoordig te kust en te keur, maar je moet zelf het initiatief nemen.

Eén voorbeeld wil ik in dit verband nog noemen.
Toen wij in 1989 in Roden kwamen wonen, belandden wij in een buurt met veel ouderen.
Alle verjaardagen werden gevierd en ik zat regelmatig met mijn kleine meisjes aan de koffie met gebak met een groepje ouderen.
Twee van die dames, mevrouw Eringa en mevrouw IJdens kwamen iedere zondagavond bij elkaar en maakten het gezellig met z’n tweeën. Koffie met wat lekkers, borreltje en een spelletje kaarten of dobbelen.
Iedere zondag deden ze allebei een gulden in ‘de pot’ en als er weer genoeg geld gespaard was gingen ze samen in Roden uit eten.
Zo simpel kan het zijn.

Levensquote 5: Zoek het gezelschap van diegenen die het beste in je wakker maken.

* ‘de jongens’ waren andere tachtigplussers uit het Woldhuus…..

Klik hier voor de andere delen van deze serie:
1. Leeftijd
2. Gezondheid
3. Niet afgeschreven
4. Er op uit gaan 
5. Niet te snel opgeven

Delen die nog volgen:
7. Nooit te oud om te leren
8. Hulpmiddelen. Ook voor jou.
9. Geen spijt.