een alternatief voor 'de waan van de dag'

Auteur: Ada Pagina 1 van 218

23 november: ‘Groningen’ zag het probleem niet.

Zondagmiddag zouden we de pizzarette op tafel zetten: ‘Almelo’ (dochter en schoonzoon) zou op bezoek komen.
Vrijdagmorgen kregen we een app.
“Ik ben ziek, moet me laten testen.”
Gelukkig was de test negatief, maar ze was zo ziek dat pizza’s eten niet boven aan haar verlanglijstje stond, dus dat gingen we uitstellen.
Zo ontstond het probleem dat mijn koelkast vol lag met ingrediënten voor ‘pizza’s eten met vier personen’.

‘Groningen’ zag het probleem niet.
Schoonzoon was zondag beschäftigd; de bijbehorende dochter wilde wel langskomen en helpen opeten.
We besloten om dat niet met de pizzarette te doen, maar gewoon in de oven.
Pizzadeeg maakte ik altijd met een pak witbroodmix van Koopmans, maar sinds het verrukkelijke breekbrood weet ik dat je zelf met bloem en gist een heerlijk brooddeeg kan maken, dus ik zocht op internet wat ik nodig had voor pizza-deeg. Onderaan dit blog vind je hoe ik heb gedaan.
Ik rolde twee reuzenpizza’s uit op bakpapier.
Eentje kwam op de bakplaat, de ander op het rooster en ze gingen samen in de oven.
Grote yum.

Maar met z’n drieëen eet je niet weg wat je voor vier personen ruim hebt ingekocht, dus morgen eten we lasagne met laagjes ‘alles wat over was’.
Lekkere laagjes. Met champignon, ui, paprika, serranoham, salami, gorgonzola, mozzerella met pesto en geraspte oude kaas. Met Italiaanse kruiden.

Even heel wat anders: hoor je net als ik bij de wat oudere bevolkingsgroep?
Stem dan deze week af op de Evergreen Top 1000 op Radio 5.
Net zoiets als de Top 2000, maar meer afgestemd op de mensen die zijn geboren voor 1970.
Mud al voorbij horen komen vanmorgen.
En Conny Vandenbos.
Daarover morgen meer.

Zoals beloofd hierbij nog het recept voor het zelfgemaakte pizzadeeg:
– 500 gram bloem
– 7 gram gist
– 10 gram zout
– 300 ml warm water
– 2 el olijfolie.
Alles door elkaar husselen en 8 tot 10 minuten kneden (kan met je handen, maar ook met de mixer met deeghaken).
15 minuten laten rijzen, daarna je handen inwrijven met bloem en het deeg verdelen in bolletjes.
In ons geval twee grote bollen, maar je kunt er ook meer bolletjes van maken voor meedere pizza’s.
Bollen op bakpapier leggen en afgedekt nog een uur laten rijzen; daarna uitrollen en beleggen met wat jij lekker vindt op een pizza.

Naschrift.
Vanmorgen de keuken gesopt zoals iedere maandag.
Tomatenpureespetters op de tegeltjes, bloem op het handvat van de oven en kruimels geraspte kaas op de tegelvloer. 
Een pizza van de supermarkt geeft beslist minder zooi in je keuken……. maar is ook beslist minder lekker. 

Reageren

22 november: Herinneringen zijn nooit gratis.

In onze maatschappij  is oudejaarsdag op 31 december; het nieuwe jaar begint op 1 januari.
In de christelijke traditie begint het nieuwe kerkelijke jaar op de 1e zondag van Advent. De zondag daarvoor heet de voleindingszondag; dan wordt het kerkelijke jaar afgesloten en herdenken we in onze eredienst de gemeenteleden die ons het afgelopen  jaar ontvallen zijn.  Door de beperkende maatregelen in corona tijd  moest er worden nagedacht over de vormgeving van die kerkdienst die vanmorgen plaatsvond in Op de Helte.

Er waren twee identieke vieringen, eentje om 09.30 uur en een om 11.00 uur.
Dit was om alle nabestaanden van de 43 mensen die overleden waren in de gelegenheid te stellen de dienst bij te wonen.
Er mag nog steeds niet gezongen worden door de gemeente; vanmorgen werd er gezongen door een kwartet onder leiding van Anja Oosterhof.
Erwin Wiersinga was organist en Monique Evertz speelde dwarsfluit.
Wij zagen op onze computer de bijeenkomst om 11.00 uur; het was een mooie, ingetogen viering en er werd prachtig gezongen en gemusiceerd.

Het is onmogelijk om de hele inhoud van de viering in een blog te verwoorden; de kern lag voor mij in deze woorden van Walter Meijles over herinneringen.

Herinneringen komen nooit kaal en ze zijn ook nooit gratis, want ze vragen iets van je. Ze vragen dat je je geeft, dat je je overgeeft aan je herinnering met je lijf en met je geest.
De beelden en de emoties nemen het dan even van je over, nemen jou even over. Dat kan lastig zijn als je op dat moment net in de supermarkt staat of vol gas over de snelweg rijdt, maar kan prachtig zijn als je op dat moment de tijd hebt en de ruimte om even bij die herinnering te blijven.
Het is ook nodig dat we dit doen, want de liefde die er nog is voor degene die je is ontvallen, die dooft niet zomaar uit, die is nog aanwezig.
Als je bij je herinnering bent kan die liefde weer even een plek vinden en weer opvlammen, zodat je jezelf op dat moment weer wat kunt warmen.
Het samen delen van herinneringen, het delen van je gevoel en hierover spreken is een van de meest waardevolle handelingen die we kunnen doen wanneer je iemand mist.

Deze laatste zondag van het kerkelijk jaar is een dienst waar ik altijd bij ben.
Soms als nabestaande in Hoogersmilde, maar meestal op mijn plekje op de altenrij in de Cantorij Roden.
En naast de ontroering om het mooie gedicht van Bea Sportel en de troostende woorden van onze predikant werd ik geraakt door de liederen die zo mooi werden gezongen door het kwartet.
Liederen die wij ook met de cantorij zingen.
En ondanks dat ik de altpartijen zo mee kon zingen, kon ik niet zingen.
Het gemis van de wekelijkse kerkdienst en het saamhorigheidsgevoel van onze gemeente kwam vanmorgen hard bij mij binnen.
In deze vieringen wil je samen zijn.
Samen huilen, samen luisteren, samen zingen, samen koffiedrinken.
Samen met mijn medecantorijleden en medegemeenteleden kijk ik hartstochtelijk uit naar het moment dat dat weer kan.

Wil je de viering terugkijken/luisteren?
Hierbij een link naar kerkomroep: 22 november, Op de Helte,  09.30 u (twee diensten in één tijdvak).
Benieuwd naar gedicht van Bea? Hierbij een link naar een verslag van de viering op onze PKN-website, waarop het hele gedicht is gepubliceerd.

Reageren

21 november: TBONTB 6- Moeder.

Eergisteren beloofde ik het al: mijn blog over het moederschap.

2020: Moeder

In 1986 werd ik moeder.
Of je al dan niet moeder wilde worden was toen nog niet echt iets waar je heel lang over nadacht: het hoorde er min of meer bij.
De zwangerschap vond ik spannend en de eerste keer leven voelen in mijn binnenste ervoer ik als iets heel bijzonders.
Maar ik was geen geboren moeder.
Voor mij geen zoete pastelkleurige zwangerschapswolk en zwijmelen boven petiterige babykleertjes.
Bij mij speelden vooral veel vragen.
Zou ik het wel kunnen, moeder zijn? Zou ik mijn werk niet vreselijk missen?  Zou ik het eigenlijk wel leuk vinden, zo’n baby?

Toen oudste dochter Frea in het ziekenhuis in Assen werd geboren waren er wat complicaties tijdens en na de bevalling,  waardoor ik de eerste dagen thuis niet erg mobiel was.
Maar Frea had niet alleen een moeder,  maar ook een vader. Een geboren vader.  Gerard redderde met flesjes en kruikjes en verschoonde het kleintje alsof hij nooit anders gedaan had. Vanuit het kraambed keek ik wat zorgelijk toe: hoe moest dat nou straks als de kraamhulp weer weg was en Gerard naar zijn werk?
In de week daarna kwam mijn moeder iedere dag en toen ik na twee weken alleen was ging het eigenlijk allemaal best goed.
Na wat onwennige onhandigheid kreeg ik slag van het omgaan met een baby en het ging me goed af.
Maar ook nu was er geen sprake van een roze wolk.
De eerste zes weken van alleen maar voeden,  wassen,  verschonen en weer in bed leggen gaven me niet de voldoening van een volle werkdag in Assen.
Ik sprak overdag ook niet zoveel anderen,  dus mentaal werd ik niet erg uitgedaagd.

Wat in de loop van de jaren bleek,  was dat het moederschap alleen me niet genoeg voldoening gaf.
Ik had meer uitdaging nodig, moest af en toe even weg bij de luiers en de kinderpraat.
Toen we dat eenmaal geconstateerd  hadden vonden Gerard en ik daar wel een weg in.
We regelden oppas voor een avondje uit of iets anders leuks en ik deed naast het moederschap en het huishouden allerlei vormen van vrijwilligerswerk en vanaf 2001 ging ik buitenshuis betaald werk doen.

Geen roze wolk, wel een betrokken moeder. Daarbij deed ik vooral de dingen die ik leuk vond (ouderraad, secretariaten, handvaardigheid en muziekdingen begeleiden) en soms was ik er ook even niet. Perfecte moeders bestaan niet; het moederschap heb ik op mijn eigen manier vorm gegeven en daar heb ik erg van genoten,  al kon ik de dames natuurlijk ook wel eens achter het behang plakken en zij hadden ook wel eens de stomste moeder op de hele wereld. “Stomme klakka mama” waren nog de meest milde woorden die mij door een dochter werden toegevoegd.

Op een Engelstalige site las ik ooit de quote: There are two gifts we should give our children: roots and wings.
Wortels om te weten waar je vandaan komt en vleugels om uit te vliegen en zelfstandig te worden.
Nog steeds ben ik moeder, inmiddels heb ik er drie zonen bij!
De dochters landen nog regelmatig op het ouderlijke nest, maar ze hebben hun vleugels inmiddels al ontdekt en kunnen al goed zelf vliegen.

Gelukkig hadden ze niet alleen een moeder, maar was er ook een fantastische vader: hij had opvoed-vaardigheden die bij mij wat minder ontwikkeld zijn en als vader én moeder hebben we het prima gered.

Reageren

20 november: Lezer van de maand – Wim Bouter

Hoe kennen wij elkaar?
Ik heb daar geen specifieke herinnering aan. Vermoedelijk is dat zo gegroeid als redelijk trouwe Catharinagangers.

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben in het Alblasserwaardse dorp Streefkerk in 1944 geboren.
Psalm 116 vers 2 in de oude vertaling luidde “Ik lag gekneld in banden van den dood, daar d’angst der hel mij alle troost deed missen”
Deze overtuiging werd bij mijn opvoeding letterlijk en nogal strak uitgedragen.
Het heeft lang geduurd voor ik Carpe Diem en Memento Mori niet meer als tegenstelling zie.
De herinnering aan een overdenking van Ds.  Hotske Postma doet mij nog steeds glimlachen.
Zij sprak zelden over de Heidelbergse Catechismus, maar haar ietwat ironische uitspraak “Wat een mooi geloof hebben we, we hebben niet alleen alle antwoorden maar bedenken zelfs ook alle vragen voor je” vind ik nog steeds prachtig.

Verliefd? Verloofd? Getrouwd?
In deze volgorde hebben we netjes het hele rijtje afgewerkt.
Sijnie is in het buurdorp Groot-Ammers in 1950 geboren.
Wij zijn in 1974 getrouwd, hebben 4 kinderen gekregen en die gezamenlijk 10 kleinkinderen.
We zijn daar heel erg blij en gelukkig mee.

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen.
In 2002 hebben we onze knopen geteld en ben ik met pensioen gegaan na 40 jaar werken. Sijnie doet nog steeds vrijwilligerswerk bij de wereldwinkel. Ik vul mijn dagen met wandelen, fietsen, lezen en het nieuws volgen. Vooral de politiek en de financiële markten volg ik. Als ik weer eens een linkse politicus hoor beweren dat de verdeling “eerlijker en rechtvaardiger” moet, denk ik aan de ineenstorting van het systeem in Oost-Europa in 1989 en de huidige crises in Venezuela. De uitspraak van Thatcher, de Iron Lady, “Ook andermans geld raakt eens op” is nog altijd actueel.

Wat wil je graag met de lezers delen.
Mijn liefde voor kaas wil ik delen. Je kunt kaas maken, inkopen, veredelen of laten rijpen, versnijden, vermalen, raspen, smelten, verpakken, verkopen en distribueren. Dat was in een notendop samengevat mijn werk. Maar kaas kan je natuurlijk ook eten, daar is het uiteindelijk voor. Je kunt het eten op dungesneden tomaten, basilicumblaadjes, geroosterde pijnboompitten, olie en natuurlijk wat geschaafde parmezaan. Of geitenkaas in warme verse vijgen, een stukje brie in de uiensoep, blauw schimmelkaas in de pittige pompoensoep, spiesjes zeer oude Hollandse brokkelkaas in een varkenshaasje.
Ik wil besluiten met een recept voor een heerlijke kaasfondue. Je doet per persoon 100 ml droge witte wijn, 200 gram geraspte kaas, 3% van het kaasgewicht aan maïzena of een ander bindmiddel, samen met een paar tenen fijngesneden knoflook en een flinke hoeveelheid nootmuskaat in een pan op matig vuur en roeren totdat het bruist. Deze fondue afmaken met een flinke scheut kirschwasser en smullen maar. De traditionele Zwitserse kaas soorten, gruyère en emmentaler, zijn de meest gebruikte soorten voor de fondue, maar vervang of vul deze eens aan met een deel appenzeller of parmezaan. Je kan hier van alles bij serveren, wat je maar lekker vindt. Aardappeltjes, brood, spruitjes, bloemkool, broccoli, ananas enz. Als de kaas er maar aan blijft kleven.

Tips en trucs.
Voor degenen die voor het eerst deze fondue maken, nog een opmerking. Zorg ook op tafel voor een vuurbronnetje onder de pan, zodat de kaas goed warm blijft. Als deze teveel afkoelt is hij niet meer goed eetbaar te maken. Dit in tegenstelling tot andere kaassausen die de volgende dag nog goed kunnen worden opgewarmd.

Voor de kleinkinderen maken we een aparte fondue. Deze bereiden we zonder alcohol. We vervangen de witte wijn dan door mascarpone, en doen er geen kirschwasser in. De roomkaas eerst smelten en dan daar de andere kaas door roeren. Deze ook wat warmhouden op tafel. Restanten hiervan kan je de volgende dag prima opwarmen.

Een andere Zwitserse manier om kaas te eten is raclette kaas verwarmen totdat hij bijna begint te lopen. Dat deed men vroeger in een speciale houder aan de schouw waar een half kaasje in paste. Het gaat ook uitstekend met een koekenpannetje boven wat waxine lichtjes. Ook hier kan je van alles bij serveren. In de supermarkten zijn verpakkingen van 200 gram te koop waar 2 * 5 plakjes in zitten, dezelfde kaas is in Zwitserland en Oostenrijk te verkrijgen in verpakkingen van 400 gram met een gelijk aantal plakjes. Zuinige Nederlanders.
Bij de afbeelding: Regenachtige zondag in de herfst. Raclette en luisteren naar podium Witteman.

Wij hebben altijd gemalen parmezaanse kaas in de diepvries. Met de keukenmachine raspen we stuk parmezaan en een stuk pecorino, dat doen we in een zak, en dan in de vriezer. Net voor gebruik schrapen we met een vork wat we nodig hebben uit de zak. Dit lukt met Hollandse kaas niet omdat die een grote bevroren klomp worden. Maar met deze droge Italiaanse kazen gaat het uitstekend

Vier het leven, vier het uitbundig.

Reageren

19 november: TBONTB 5 – Gezin, familie, vrienden en wijzelf.

Regelmatig schrijf ik vrij persoonlijke blogs over iets wat ons is overkomen, over ons gezin, onze familie of onze vrienden.
Ooit maakte een vaste lezer van mijn blog de opmerking: “Familie is wel belangrijk voor je, hè?”
Nou en of.
Daarom schrijf ik over familiedagen en verjaardagen, maar ook over begrafenissen.
Lief én leed.
Als mens heb je sociale kringen om je heen: gezin, familie, vrienden, kerk en bijbehorende clubjes zoals koor en gespreksgroep, buren en collega’s en in de buitenste kring mensen die je kent maar meer ook niet, zoals dorpsgenoten.

Ons eigen gezin vormt de ‘inner circle’, daar staan we het dichts bij.
Onze broers & zussen en onze vrienden (voelt net zo als familie)  vormen de tweede kring.
Daar gaat het dus regelmatig over op mijn website.

Op de Roderboekenmarkt zei een lezer eens tegen mij: “Ik weet alles van jou!”
Dacht hij. Het delen van de waarde van mijn dagen maakt dat mensen veel van mij weten, maar heel veel ook niet.
Omdat ik positiviteit voorop stel, blijven de negatieve kanten van mijn leven onderbelicht.
Die zijn er natuurlijk ook, meer dan me lief is soms.
Daardoor lijkt het alsof mijn leven een aaneenschakeling is van leuke gebeurtenissen, wat weer resulteert in bezorgdheid bij lezers om mijn welbevinden: “Wat heb je het altijd druk!
Als ik je blog lees word ik al plaatsvervangend moe. Pas je wel een beetje goed op jezelf?”

Die bezorgdheid is er ook als ik schrijf over de ziekenhuisopnames van Gerard en mij.
Het schrijven van blogs in zulke turbulente tijden maakt dat ik van een afstand de situatie bekijk.
Dan zie ik soms ook wel weer de humoristische kant van de toestand; het schrijven haalt de scherpe kantjes er wat af.
Het schrijven helpt mij om het leven onder ogen te zien.
Voor dit hoofdstuk in het boek schreef ik een blog over het moederschap.
Dat verschijnt overmorgen op deze website.

Bij dit hoofdstuk 4 toepasselijke blogs: gezin, familie en vrienden

4 december 2016: An Englishman meets Sinterklaas
Het eerste Sinterklaasfeest in Nederland voor onze Engelse schoonzoon Jon; hij ontmoet de goedheiligman in levende lijve.

14 februari 2016: Ik hou van Holland. En van de vrienden.
Een avond onbekommerde lol met de vriendenclub uit Hoogersmilde.

3 juli 2016: Familiedag – Editie 2016
Beschrijving van jaarlijks terugkerend evenement met de hele familie Waninge.

21 februari 2020: ‘Moi’ in Hoogersmilde
Een wandeling met mijn broer door Hoogersmilde, het dorp waar wij samen opgroeiden.

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’. 

Reageren

18 november: Tonckensborg gevonden!

In mei schreef ik een blog over een wandeling met mijn broer in Zuidvelde.
Wij gingen destijds op zoek naar prehistorische grafheuvels en de Tonckensborg.
De grafheuvels vonden we, maar de borg was onbereikbaar: bij het bord met ‘Verboden toegang’ keken we naar een oud huis in de verte.
Maar daar legde ik mij niet bij neer.
Die week daarop vroeg ik Gerard of hij zin had om met mij op zoek te gaan naar de Tonckensborg.
Ik had namelijk ontdekt dat je die ook vanuit Westervelde kon bereiken: “Als we daar nou vanmiddag eens gaan wandelen…”

We kwamen eerst langs het monumentale pand van ‘de jufferen Lunsing’, een landhuis/hotel/restaurant van een nazaat van Johannes Tonckens.
(zie afbeelding links, met dat witte voorhuis)
Meer weten over de geschiedenis van dit pand? Hierbij een link naar de website van ‘de jufferen Lunsing’.
Even verderop stond de Tonckensborg.
Ook nu konden we er niet dichtbij komen maar we konden hem wel zien liggen en ik maakte wat foto’s van wat we wel konden zien.
Het is niet de bedoeling dat je (zoals bij de Mensinge) om het het huis heen gaat lopen; de bewoners zijn gesteld op hun privacy en hebben het huis met hekken afgeschermd. (zie afbeelding rechts).
De omgeving van het huis, het landgoed, is wel voor het publiek opengesteld. Je kunt er heel fijn wandelen.

Het woord ‘borg’ wordt in historische geschriften maar één keer genoemd, liever spreekt men van ‘Huis te Westervelde’.
De bewoners van het huis, nazaten van de familie Tonckens, zijn ook eigenaar van het landgoed en de bossen die daarop staan.
Een deel van dat landgoed hebben ze ingericht als natuurbegraafplaats onder de naam ‘de Velden’.
Hierbij een link naar hun website.

Op de website ‘de Canon van Nederland’ vond ik een artikel over de familie Tonckens en hun banden met Westervelde.
Op die website vond ik een kaartje van Nederland, van waaruit je kunt klikken naar de verschillende provincies.
Als je dan op Drenthe klikt, kun je o.a. naar de canon van de gemeente Noordenveld.
Moooooi!!!
En nog zoveel te ontdekken……

Reageren

17 november: Voeg leven toe aan de dagen (5) – Niet te snel opgeven.

Het vijfde deel in deze blogserie is getiteld:  ‘Geef niet te snel op.’
Wanneer je dertig bent en je bent je sleutels kwijt denk je daar weinig van, maar wanneer je dit overkomt op je zestigste denk je al snel dat je dement wordt.
Dat is natuurlijk een beetje overdreven, maak er niet meer van dan dat het is. Je bent gewoon je sleutels kwijt. Zo gaat het ook vaak met ‘moe zijn’.
Als je jonger bent heb je niet zoveel keuze, je moet gewoon door. Werk, gezin, verplichtingen, je slaapt een keer een weekend bij of je ziekt even flink uit en dan ben je er wel weer.
Als je ouder wordt ben je eerder en vaker moe. Je lichaam ondervindt de gevolgen van de leeftijd en uit je omgeving komen al snel opmerkingen als “Doe het dan wat rustiger aan, je wordt ouder en minder fit. Accepteer maar dat je dit niet meer kunt.”
Is dat echt wel waar?
Of geven we misschien iets te snel op?
Luister je naar mensen die zeggen: “Daar ben je toch te oud voor?”

Ouderdom komt met gebreken. Als je ogen achteruit gaan kun je niet meer goed lezen.
Als je ziek wordt ben je afhankelijk van artsen en behandelingen en is het maar de vraag hoe je er uit komt en wat je dan nog weer kan.
Maar probeer het in ieder geval.
Ga wel naar het revalidatieprogramma dat je na een operatie wordt aangeboden, doe wel de oefeningen die de fysiotherapeut je aanraadt en neem de medicijnen die je worden voorgeschreven op tijd in. Als het echt niet meer gaat kun je er altijd nog in berusten, maar geef niet te snel op.

Ook bij dit onderwerp heb ik een voorbeeld voorhanden.
Op de Catharinacantorij, waar ik tien jaar bij heb gezongen, zat ook Hennie.
Zij was al slechtziend toen ik haar leerde kennen.
Ze wilde persé blijven zingen en kreeg van onze cantrix haar muziek twee keer zo groot uitgeprint; ze stond met enorme papieren voor haar neus de tenorpartij te zingen.
Toen ik haar later eens tegenkwam was ze apetrots: ze was op drumles gegaan.
“Drumles? Jij? Waarom?” Hennie was toen al in de zeventig.
“Als mijn ogen steeds verder achteruitgaan kan ik straks niet meer zien. Zingen behoort dan niet meer tot de opties, maar drummen kan dan nog wel.”
Inmiddels zijn we twee jaar verder en Hennie drumt nog steeds en met veel plezier; ze is de trots van de leider van de drumschool.
Met haar ogen ging het minder snel achteruit dan ze had gedacht, dus ze heeft ook het handwerken nog weer opgepakt.

Rust roest.

Sommige mensen kiezen er wanneer ze ouder zijn snel voor om inderdaad maar wat rustiger aan te doen, wat minder te ondernemen en wat meer rust te nemen. Alleen wordt je daar niet bepaald fitter van en moet je wel uitkijken dat je niet te inactief wordt.

Levensquote 5: Rust roest*

* Een spreekwoord ontleend  aan het ijzer, dat wanneer het gebruikt wordt, blank blijft.
Wanneer het stil ligt slaat het uit, gaat het roesten en vreet het in.

Klik hier voor de andere delen van deze serie:
1. Leeftijd
2. Gezondheid
3. Niet afgeschreven
4. Er op uit gaan 

Reageren

16 november: Niet zingen, maar dansen!

De waarde van een zondag wordt vaak bepaald door de kerkdienst van de zondagmorgen,  maar gisteren draaiden we de volgorde van de dingen om. Omdat de zon rond tien uur uitbundig scheen besloten we om nog voor de koffie een wandeling te maken. We wandelden een klein uur; Roden ligt in een bosrijk gebied dus er lag heel veel dood blad,  al ritselend genoten we van het verrassend zachte herfstweer.  Eenmaal thuis wilden we de kerkdienst bekijken,  maar die stond nog niet op kerkomroep.  Achteraf was die dienst toen nog niet afgelopen….

De kerkdienst bekeken we pas aan het begin van de avond. Het was een Ik zie jou viering, speciaal voor gezinnen met kinderen.  Daar was ik graag bij geweest, maar wij ‘mochten’ vorige week al, dus gistermorgen niet.  De viering had als thema ‘Laat je licht schijnen’.
Wat vond ik het leukste in deze viering? De Jerusalema Challenge.
Net als dominee Walter Meijles heb ik wat dat betreft onder een steen geleefd, ik had er nog nooit van gehoord. Jij ook niet?
Dit staat er over op de website van de NOS:

Het is je vast niet ontgaan de afgelopen weken, de vele filmpjes van zorgmedewerkers die dansen en meedoen aan de zogenoemde Jerusalema-challenge.

Het lied, gebaseerd op het gospelnummer van de Zuid-Afrikaanse dj en producer Master KG, en het bijbehorende dansje werden enorm populair in de coronapandemie. De relatie met zorgmedewerkers ontstond toen Zuid-Afrikaanse artsen en verpleegkundigen ontspanning zochten en filmpjes van het dansje deelden.

Al snel werd het dansje ook door medewerkers van Nederlandse zorginstellingen en ziekenhuizen overgenomen. Inmiddels hebben de afgelopen weken al vele grote ziekenhuizen aan de challenge meegedaan. De ziekenhuizen wilden met de dans het groepsgevoel in het ziekenhuis laten zien en tegelijk een boost geven.

Ook ‘ons’ UMCG ging de uitdaging aan en maakte een prachtig filmpje, klik hier om het te bekijken.
Dat gingen ze dus in de kerk ook doen; Tamar Nauta deed voor hoe het moest en iedereen deed mee. Je mag dan wel niet zingen, maar dansen wel!
Dansje ook leren? Je kunt de hele viering terugkijken op kerkomroep. (15 november, 10.00 u, Op de Helte, Roden).
Je kunt de foto’s van de viering, gemaakt door Han Post, hier bekijken.
De viering was een lichtpuntje op een zondag met nieuws over illegale feesten georganiseerd door volwassen mensen en over Zwarte Piet-ruzies, uitgevochten door volwassen mensen.
En er is al zoveel naar nieuws over corona…..

Wat haalde ik uit de viering?
Als je je innerlijke licht laat schijnen bij alles wat je doet,  geef je de liefde,  de goedheid en de wijsheid van God door.
Als ik een liedje had mogen kiezen voor de viering van gistermorgen dan had ik deze gekozen.
Kun je ook best een dansje op doen!

Reageren

15 november: Gastblog Hans – Mijn vader.

Bij mijn eerste epistel voor het blog van Ada had ik een tekening gevoegd van mijzelf als ongeveer 11 jarig jongetje, die aan het lezen is.

Mijn vader (J.(entinus) Ponne, geboren 0p 3 oktober 1910) was naast zijn baan als verzekeringsagent, kunstschilder. De zaterdag was heilig, dat was zijn dag en ging hij schilderen; in zijn atelier of bij goed weer trok hij er op uit met de fiets zwaar beladen met verf, doek en schildersezel. Vooral in Meppel bij het schilderen van een stadstafereel bleven mensen kijken en commentaar leveren. Een schilder ziet de werkelijkheid door zijn ogen en die is vaak anders dan die van Jan Publiek.

Zondagmorgen tijdens het koffiedrinken maakte hij van de gelegenheid gebruik om nog even creatief bezig te zijn. Zo maakte hij vaak een aquarel van bijvoorbeeld de bloemen die op tafel stonden of maakte een tekening van iemand uit zijn omgeving. Zo was ik ook aan de beurt. Met een stukje bamboe en Oost-Indische inkt schetste hij gauw een portretje met mijn toen nog volle bos haar en op mijn kruin enkele weerbarstige haren. Toen vond ik dat vervelend, maar nu is het een dierbare herinnering. Lezen deed ik veel, maar geen stripboeken, want dat vond mijn vader geen lectuur. Als toch een stripverhaal thuis werd aangetroffen ging het kacheldeurtje open en verdween het in de vlammen van de eierkolen en keken wij beteuterd toe bij deze rigoureuze daad.

Graag was hij beroepsschilder geworden, maar dat was in die tijd een grote gok. Je moest wel verkopen anders, geen brood op de plank en met 3 studerende kinderen was dat niet te doen, ondanks de minimale financiële steun van de overheid, de zogenaamde BKR- toetsing. Hij was lid van de schildersgroep “ De Oase” te Meppel (hierbij een link naar een artikel daarover op ‘het geheugen van Drenthe) en “Het Drents Schildersgenootschap”  en heeft zowel binnen Nederland als in het buitenland geëxposeerd. Zowel olieverfschilderijen, met vooral het paletmes gemaakt, als aquarellen waren favoriet.

Helaas is mijn vader op 56 jarige leeftijd tijdens een verkeersongeval om het leven gekomen. Het was een prachtige avond en de perenbomen aan de bekende  dokter Larijweg in Ruinerwold bloeiden uitbundig. Als kunstschilder en natuurliefhebber wilde hij nog even van al die pracht genieten. Het was de avond dat onze huidige koning werd geboren. Ik was toen nog maar 18 jaar en begon net een beter contact met hem te krijgen. Alhoewel mijn puberteit niet heftig was, heb je op die leeftijd het gevoel dat je vader ouderwets en burgerlijk is. Later kijk je daar anders tegen aan. Het zou fijn geweest zijn om vader-zoon dingen te kunnen doen, zoals ik dat nu zelf wel mag meemaken. Vooral de eerste jaren voelde het wreed aan, dat er op de 27e april werd gevlagd.

Wat die dokter Larijweg betreft: het verhaal wil, dat op advies van deze huisarts perenbomen werden geplant om de bevolking te stimuleren de peren te nuttigen met als doel meer vitaminen binnen te krijgen. Waarschijnlijk was dat nodig in die tijd en zou misschien nu ook niet onverstandig zijn.

Bijgevoegd een zelfportret van mijn vader met zijn onafscheidelijke kromme pijp.

 

Reageren

14 november: Mondkapjes en snoetschoeties (2)

Het blog over de mondkapjes en de snoetschoeties van eind oktober krijgt nog een deel 2.
In Nederland zijn we er inmiddels helemaal aan gewend.
Als ik in de supermarkt om me heen kijk is er bijna niemand meer zonder mondkapje.
Je ziet ze in allerlei uitvoeringen, wat zijn we dan toch ook een creatief volkje.
Afgelopen zondag in de Catharinakerk droeg koster Gerard het PKN-mondkapje.
Eén van de kerkgangers las het opschrift niet helemaal goed en dacht dat er stond: ‘Houd moed. Heb lef’.
Nu kun je onze koster niet betichten van te weinig lef, maar liefhebben kan ook zonder lef.

Op mijn werk doe ik mijn Drentse mondkapje niet op; daar doen ze niet aan ‘flauwekul-mondkapjes’, zoals een arts op de gang opmerkte.
Op dit moment werk ik in een kliniek en daar moeten we er erg serieus mee omgaan.
We mogen alleen medisch goedgekeurde mondkapjes op; als je binnenkomt ligt er al een stapeltje klaar.

Gerard moest deze week één dag naar zijn werk in Groningen en daar zijn ze wat minder streng.
Hij had zijn Drentse snoetschoetie voorgedaan op kantoor; dat leverde natuurlijk gelijk reacties op.
Een collega uit Friesland had een mondkapje met de Friese vlag.
Ze maakten een selfie en stuurden die naar andere collega’s met het bijschrift: ‘Het Drentse snoetschoetie en het Fryske mûlekapke. Verstaat elkaar prima😊’ (klik op de foto voor een vergroting) .
Toen konden de Groningers natuurlijk niet achterblijven.
“Mot ik ok komm’n mit mien snoetlabbe?” reageerde iemand.
Die stuurde gelijk drie foto’s mee van Groningse snoetlabben…..
Als je nou denkt: “Wat staat er nou toch op die gele snoetlabbe?
Een aaierbaole!

Reageren

Pagina 1 van 218

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén