een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Handwerken Pagina 1 van 15

21 oktober: Wasknijpermandje.

‘Knippers’ noemde mijn moeder vroeger de wasknijpers.
Ze had dus ook een ‘knipperbakkie’; een bakje met een hengsel waar de wasknijpers in zaten. Van mijn moeder mocht ik de wasknijpers niet aan de waslijn laten zitten, wat in mijn ogen veel praktischer was: dan hoefde je ze immers niet steeds weer uit dat bakje te halen. De reden daarvan was dat wij destijds houten wasknijpers hadden; als die worden blootgesteld aan weer en wind worden ze groen/zwart en gaan ze afgeven.
Vieze afdrukken op je schone was.
Een gruwel in mijn moeders ogen.

Waarom vertel ik dit?
Net als mijn moeder had ik ook een emmertje waar mijn wasknijpers inzaten, want ik gebruik nog steeds houten wasknijpers omdat er al genoeg plastic in de wereld is.
Dat emmertje was ter ziele gegaan, maar ik wilde niet weer zo’n plastic ding, omdat er al genoeg plastic in de wereld is.
Op internet vond ik een mandje dat je kon haken; dat leek mij wel wat.
Hierbij een link naar die website .
Eerst maakte ik een klein mandje van een restje katoen.
Even uitproberen: welke steken worden gebruikt? Hoe groot wordt het dan?
Het kleine mandje was al snel klaar.
Ik kocht een bol donkergroen Canada-garen; 60% acryl en 40% wol.
Sterk garen dat tegen een stootje kan.
Je moest er mee haken op naald 6 of 7, maar ik haakte het mandje op naald 5, zodat je een stug en stevig weefsel krijgt.

Inmiddels is het klaar en zitten mijn wasknijpers er in.
Ook ik laat ze namelijk niet op de waslijn zitten.
Overigens: op mijn binnenwaslijn op de overloop laat ik ze wel gewoon zitten.
“Krigst d’r wel aal stof op” kon mijn moeder dan onderwijzend opmerken.
Ja.
Dat blaas ik er dan wel af.

Wat was er dan gebeurd met dat plastic emmertje?
Zie instagram.

Reageren

6 oktober: Holy Stitch!

In het Activiteitenseizoen 2020/2021 van onze Protestantse Gemeente organiseren Tineke, Ilse en ik  op de eerste maandag van de maand een handwerkmiddag in Op de Helte.
Dit stond er in de aankondiging:
Holy Stitch!
Oftewel Heilige steek, zo gaat onze nieuwe, maandelijkse bijeenkomst voor creatievelingen op handwerkgebied heten.
Haaksteken, breisteken, borduursteken of wat voor steken je ook maakt: je bent welkom. 

Gistermiddag was de eerste bijeenkomst.
We waren met 12 vrouwen; we zaten in de hal van de kerk verdeeld over drie tafels, zodat we de anderhalve meter ruimschoots in acht konden nemen.
Zo’n eerste keer is altijd wat onwennig. Sommigen kenden elkaar al, maar anderen nog niet, dus we begonnen met een rondje kennismaking.
Mooi om te zien dat tijdens de kennismaking iedereen al druk zat te prikken met een haak-, brei- of borduurwerkje.

Na het voorstelrondje deden we nog een rondje ‘wat-ben-je-aan-het-maken’?
12 vrouwen en 12 totaal verschillende projecten. Er kwam werkelijk van alles voorbij: van gebreide sjaals tot een gehaakte olifant en fijne borduurwerkjes.
Maar er waren ook minder ervaren deelneemsters.
“Ik heb al sinds de Lagere School niet meer gehandwerkt’ vertelde één van de dames.
Oei….. dat is dus al heel lang. Ze was begonnen met het haken van lossen. “Nu heb ik dus al een ketting gehaakt!”

De bedoeling van dit clubje is dat we elkaar inspireren en misschien af en toe wat helpen.
Eén deelneemster haakte een deken met 11 kleuren met lapjes van verschillende afmetingen; ervaren handwerksters hoef je niet uit te leggen dat je dan heeeeeel veel draadjes moet afhechten.
“Weet iemand ook een andere manier om die draadjes weg te werken? Ik heb er toch zo’n hekel aan!” Iemand suggereerde om het door iemand anders te laten doen (er zijn echt mensen die voor anderen lapjes afhechten en aan elkaar zetten!), maar een van de deelneemster wist wel hoe je losse draadjes kon ‘meehaken’. We kunnen alleen in deze coronatijd niet onbekommerd over elkaar heen hangen om steken voor te doen of te laten zien hoe je moet meerderen of minderen.
Maar gelukkig staat tegenwoordig ook (bijna) alles op internet; we kunnen elkaar wel linkjes sturen naar handige filmpjes en instructievideo’s.
Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.

Op de tafels had ik hier en daar wat handwerkboeken neergelegd, dus daar kon ook al wat informatie uit gehaald worden.
Wat voorop staat in deze ‘Holy Stitch’-bijeenkomsten is ontmoeting, eigenlijk net als het koffiedrinken op woensdagmorgen, maar dan met een handwerkje erbij.
Dan heb je sowieso al een gezamenlijk onderwerp en komen andere contacten ook tot stand.
Deze eerste ontmoeting durf ik ‘geslaagd’ te noemen.
Bij het verlaten van de zaal zei iedereen “Tot de volgende keer!”
Dan pakken we de draad weer op en haken aan bij waar we gisteren zijn gebleven en borduren daar op verder.
We breien er in ieder geval nog lang geen eind aan, dat is niet onze insteek, in ons geval in-stitch.

Reageren

18 september: Geborduurde onderzetters

In februari 2016 schreef ik een blog  over plexiglas onderzettertjes waar je een borduurwerkje in kon doen. Meer informatie hierover?
Lees dan ‘Tweelingonderzetters en sokkenwol uit Leek’. 
Na de liedboekomslag  wilde ik even wat kleins borduren.
In 2016 had ik een aantal van die plexiglasonderzettertjes gekocht, maar na ‘de tweeling in roodtinten’ had ik er even weer genoeg van. Eind mei zocht ik een restje borduurlinnen op en borduurde drie onderzetters naast elkaar. De eerste was een experiment; ik wilde geen vierkanten of driehoeken maar iets ronds borduren. Dat werd de grote rode bal die op een Pokeball leek.
De andere twee borduurde ik volgens beproefd recept: in het midden beginnen, naar buiten toe werken en verfijnen met zilverdraad. (klik op de foto voor een vergroting).

Eerlijk is eerlijk: die met de rode bal vind ik niet zo mooi.
Hij zit wel in een doorzichtig onderzettertje, maar hij past niet echt bij de anderen.
Die andere twee zijn ook een tweeling geworden: ‘de tweeling in rood en grijs’.
Daarvoor gebruikte ik hetzelfde patroon, maar de kleuren donkergrijs en rood wisselde ik om. Mooi effect geeft het.

Inmiddels ben ik met een nieuw borduurproject begonnen: een omslag waar alle benodigdheden voor een potje klaverjassen in kunnen, zoals daar zijn een scorebloc, een spel kaarten, een pen/potlood en de befaamde ‘Opa-Vrieswijk-Klaverjas-dobbelsteen’. Als de omslag klaar is leg ik op dat blog wel uit waar die dobbelsteen voor is, want bij klaverjassen heb je normaal gesproken geen dobbelsteen nodig.

Reageren

31 mei: ’s Zondags gaat zij naar de kerk, met…….

… een boek vol zilverwerk.
Nou, vol zilverwerk valt wel een beetje mee, maar mijn liedboek heeft sinds kort zilveren accenten. En heel anders dan het zilveren ‘beslag’ dat in het kinderliedje over Kortjakje wordt bezongen.

Een jaar heb ik gewerkt aan een omslag voor mijn liedboek.
Vorig jaar in juni knipte ik een stuk borduurstramien op maat en tekende met potlood de contouren van het liedboek op de stof. Bij Vanderveen in Assen had ik een mooie kleurencombi gezien, dus daar kocht ik een paar strengen DMC. In mijn ‘borduurdoos’ met oude patronen vond ik wat mooie voorbeelden en zo begon ik aan mijn volgende ‘even tot rust komen met een borduurwerkje’-project.

Voorkant

Een uur borduren met daarbij mooie muziek op de oortjes

Achterkant

brengt mij volledige ontspanning. Alles kan ik even loslaten tijdens het maken van mooie patronen met kruissteekjes.

Vandaag dus een blog met veel foto’s: het is precies geworden wat ik in gedachten had.
Vanuit de ruit en de ster van het papieren voorbeeld borduurde ik de vlakken helemaal vol.

Voorkant, rug, achterkant en aan de zijkant nog twee zijflappen om om te vouwen.
Er is geen vastomlijnd plan, al bordurend bedenk ik wat de volgende stap zal zijn.
Geen kant van het borduurwerk is hetzelfde, steeds worden de kleuren en de steken in de omliggende veldjes  afgewisseld.

Het past precies om het liedboek, het zit er als een jasje omheen.
Als finishing touch bracht ik kleine accenten aan met zilverdraad.
Het geeft een luxe, zelfs een beetje middeleeuws effect aan het borduurwerk.
Als (ooh…..  ALS) we weer naar de kerk mogen met elkaar zal ik mij een beetje als Kortjakje voelen,
Met een boek vol zilverwerk.
Lees zilveren kruissteekjes.

Reageren

14 mei: Sjaal van unicat ‘Tamara’

Toen we terugkwamen van de reis naar Marokko (14 februari…..het lijkt een eeuwigheid geleden!)  was er een pakketje bezorgd van ‘Blij-dat-ik-brei’ in Arnemuiden: de bijzondere bol unicat-garen waar ik over schreef in het blog Tunisch Entrelac-haken.
Daar had ik al een tijdje naar uitgekeken, dus die zondag begon ik gelijk aan de sjaal die ik van dat garen wilde gaan haken.

Klik op de foto voor een vergroting

Bij tunisch entrelac haken moet je steeds weer aan de rechterkant van het werk beginnen, naar links haken en aan het eind van de toer de draad afbreken en weer opnieuw aanhechten. Gevolg: veel draadjes afhechten.
Daar komt bij dat je dan een voor- en een achterkant hebt, waarbij de voorkant een stuk mooier is dan de achterkant. Bij een kussen is dat prima, dan zie je de achterkant immers niet, maar bij een sjaal vind ik dat eigenlijk niet mooi, dus ik bedacht een manier om door te kunnen haken.
Op het moment dat je anders de draad afbreekt draai je het werk om en haakt het eerste vierkantje op het halve vierkantje van de vorige toer.

Ik haakte deze sjaal met een erg grove haaknaald (nr. 5) ten opzichte van het garen; daarmee creëer je een heel los weefsel. Het unicat garen bestaat uit  50% katoen en 50% acryl en is samengesteld met vier dunne draadjes. Bij de bol Tamara die ik had besteld begint het met vier zwarte draadjes, daarna drie zwarte en 1 paarse,  daarna 2 zwarte en 2 paarse en zo wisselt het verder af. De ene zwarte draad die overblijft wordt op een gegeven moment vervangen door rose. Zo krijg je heel geleidelijk een kleurverloop van zwart naar rose, wat in mijn sjaal een mooi effect geeft.

Nog wat praktische tips:
Waar je aan moet wennen bij Unicat garen is dat je wel steeds alle 4 de dunne draadjes opneemt en doorhaalt, anders krijg je kleine lusjes.
Verder moet je de afhechtingen met halve vasten steeds heel los haken, anders kun je de steken in de volgende toer lastig opnemen.
Wil je deze sjaal ook haken met deze techniek?
Zorg dan dat je eerst het tunisch entrelac-haken onder de knie krijgt, zodat je goed weet hoeveel steken je moet opzetten, waar je moet insteken, hoe hoog de vierkantjes moeten worden en hoe los je steeds moet afhechten. Ik maakte daarbij gebruik van deze website >>>

Ik hoor je denken: zou ze nou al die tijd aan die sjaal gewerkt hebben? 3 maanden?
Nee hoor.
Die sjaal was met twee weken af.
Soms heb ik nog geen ‘blog van de dag’, dus deze komt uit de voorraad!

Reageren

21 april : Zelf de slingers haken…?

Vandaag deel ik op mijn website mijn ‘Corona-project’: een vlaggenlijn haken van restjes haakkatoen.
Toen Gerard en ik begonnen aan onze vrijwillige quarantaine was ik bezig met het breien van een truitje en het haken van de loensende- kippen-onderzetters.
Omdat ik ’s avond  helemaal niet meer weg ga en we wel naar Netflix kunnen kijken (Cees: dank!) heb ik heel veel tijd om te handwerken. Na 8 kippen vond ik het wel even genoeg.”Ik kan wel een project bedenken voor al die restjes katoen die ik heb” bedacht ik op dag 6 van ons sociale slot. We hadden toen nog geen idee hoelang het allemaal nog ging duren.

Op internet vond ik een gehaakte vlaggenlijn.
Allemaal gekleurde driehoekjes, afgezet met wit garen.
Daar ben ik mee begonnen en het wordt heel mooi.
Als onderliggend project-thema bedacht ik deze werktitel: ‘Het leven is een feestje, maar je moet wel zelf de slingers …haken!’
Zo’n vlaggetje is heel simpel.
Zo ga je te werk.

2 lossen haken
In de tweede losse van de haak twee vasten haken, 1 losse, werk omkeren.
In de eerste 1 vaste 1 vaste haken, in de tweede vasten twee vasten haken (je hebt nu 3 vasten) , 1 losse, werk omkeren.
In de eerste 2 vasten elk één vaste haken, in de laatste vaste twee vasten (je hebt nu 4 vasten) 1 losse, werk omkeren.
Zo haak je door: je haakt op iedere vaste 1 vaste, alleen in de laatste vaste van de toer haak je 2 vasten, zo wordt het vlaggetje langzaamaan breder.
Als je 30 vasten op1 toer hebt is je vlaggetje klaar.

Nu haak je om het driehoekje met wit garen  aan de zijkanten een randje vasten.
De bovenkanten laat je vrij.

Als je genoeg vlaggetjes hebt kun je ze aan elkaar haken.
Begin met een ketting van 100 lossen, dan heb je een behoorlijk stuk lijn om de slinger aan op te hangen.
Pak vervolgens één vlaggetje en haak op iedere steek aan de bovenkant van het driehoekje een vaste. Haak een aantal lossen als tussenruimte tussen deze het volgende vlaggetje.
Wil je de vlaggetjes dicht op elkaar dan volstaan 2 of 3 lossen, wil je er wat meer ruimte tussen, dan kun je meer lossen haken.
Haak zo alle vlaggetjes vast aan de lijn; eindig met een ketting van 100 lossen voor de andere ophanglijn.
Wil je de lijn wat steviger maken?
Haak dan met vasten nog een keer de hele vlaggenlijn bij langs.

Naschrift.
In de praktijk blijkt de katoen wat zwaar, de vlaggenlijn hangt wel erg door.
Dat heb ik ondervangen door hem op meerdere punten op het ‘slinger-traject’ vast te maken. Wil je dit voorkomen, dan moet je minder zwaar of dunner garen nemen en de vlaggetjes wat kleiner maken.

Reageren

7 april: Sokken breien en mannenhumor.

Sokken breien. Vroeger leerde ieder meisje op de lagere school hoe dat moest,  maar dit meisje heeft het niet meer van de handwerkjuf geleerd.  Ik had al ettelijke truien,  vesten etc.  gebreid toen ik vond dat ik dat toch ook moest kunnen.  Op de website Wolhalla vond ik een heel duidelijke beschrijving: een sok met voor ieder gebreid deel een andere kleur. Met deze brei-beschrijving kon ik het! Hierbij een link naar dat artikel op Wolhalla
Daar staat niet op hoeveel steken je moet opzetten, daarvoor moet je naar de matentabel.
Ook heel erg handig voor andere gebreide sokken.

Vorige week voltooide ik een paar regenboogsokken voor Frea.
Dikke sokken om over dunnere sokken aan te doen.
Voor lekker thuis op de bank.
De vorige sokken die ik maakte breide ik op een rondbreinaald.  Lees hierbij mijn blog “Even afbrillen…. Daarop vind je links naar instructievideo’s over rondbreien en het zogenaamde ‘continentaal breien’.
Op zich ook prima te doen,  maar met vier pennen handigt me toch beter.

Vandaag deel ik op dit blog (naast de wolhalla-pagina) de beschrijving die ik zelf hanteer voor bovenstaande dikke sokken.
Hierbij een link naar het PDF Sokken breien op 4 pennen

Als besluit van dit blog een grapje van twee mannen onder elkaar.
Wij hadden een video-groepsapp gesprek met mijn neef en nicht; ik was aan het breien.
Tot zover niks bijzonders.
“Wat ben je aan het breien, Ada?”
“Regenboogsokken voor Frea.”
“Leuk!”

Die middag kreeg Gerard een app van mijn neef.
“Weet je zeker dat Ada regenboogsokken aan het breien is?”
Daar zat dit plaatje bij:

Reageren

23 maart: Loensende kippen haken.

Vanavond, maandag 23 maart zou ik met een aantal creatievelingen in Op de Helte kipjes en kuikentjes gaan haken in het kader van de activiteitenmarkt van de ZWO.
Iedereen had €5,- betaald en ik was al met de voorbereidingen begonnen.
Mevrouw of meneer Corona gooide roet in het eten; we hebben de haak-avond moeten afblazen.

We zouden een kuikenonderzetter gaan haken en kip-driehoekjes.
Dat klinkt als een nieuw frituurborrelhapje, maar de afbeelding onder aan deze pagina zegt genoeg.
Om het haken van die dingen goed onder de knie te hebben (anders kun je de deelnemers niet helpen) had ik al een aantal onderzetters gehaakt.
8 stuks in verschillende kleuren, zodat het een mooi vol kippenhok is geworden, zie afbeelding rechts.

Omdat de hakerij niet door gaat heb ik bedacht om de haakbeschrijvingen toch te delen met de deelnemers; dat doe ik met dit blog op mijn website, dan hebben meer handwerksters er iets aan.
Mijn onderzettertjes zijn op zich goed gelukt, maar het symetrisch opnaaien van de oogjes vond ik wat lastig, waardoor de kipjes nu allemaal wat loensend achterom kijken.
Als je goed kijkt op de groepsfoto van het kippenhok zie je dat één van de kipjes een waterhoofdje heeft….iets te veel dubbele stokjes gehaakt. Hierbij een link naar een PDF met de uitgebreide haakbeschrijving : Onderzetter loensende kip

Het haakpatroon van de kip-driehoekjes heb ik niet helemaal uitgeschreven, daarvoor verwijs ik naar  website ‘Hilde haakt’. 
Veel haakplezier!
Je hebt nog twee weken tot aan Pasen en door het Coronavirus waarschijnlijk tijd genoeg…….

Reageren

10 februari: Werkvestje voor in het huishouden.

Een blog van mijn hand over iets uit het huishouden?
Ja man; maar niet zozeer over het huishouden zelf, maar over wat ik aan heb áls ik aan het huishouden ben.
Vorig jaar bestelde ik bij ‘Blij dat ik brei’ het breipakket ‘Werkvestje Saartje’ en het is inmiddels af.

Het is een kort vestje met mouwen tot aan de elleboog.
Dergelijke vestjes werden in Zeeland gedragen door vrouwen die nog klederdracht droegen; ze droegen zo’n vestje tijdens ‘het werk’ – over het jak – als het wat frisser was.
Voordeel van zo’n vestje is natuurlijk dat je onderarmen onbedekt zijn, zodat je onbekommerd kunt soppen en boenen, zonder dat de mouwen van je kleren nat worden.
Het vestje zal door mij vooral in de zomer gedragen worden, dan is het lekker als je wat ‘over de schouders’ hebt.

De gebruikte steek is heel bijzonder: je breit een boordsteek (1 recht 1 averecht) en na vier pennen verspring je dan: recht wordt averecht en averecht wordt recht. Daardoor krijg je een haast elastisch effect, waardoor het vest heel soepel valt en heel erg uitrekbaar is.
Voor het eerst in mijn leven heb ik mouwen gebreid met een mouwkop. Dat was nog wel even een dingetje en dat zie je ook bij de mouw aan de rechtkant van het vest: daar is het een beetje bobbelig geworden. Ik had geen zin om het helemaal weer uit te halen en troost me met de gedachte dat het een ‘werk’-vestje is: ik hoef er niet mee naar een receptie en Gerard ziet het niet.
Denk ik.

Reageren

17 januari: Tea for one.

Donderdag had ik een vrije dag met helemaal niks in mijn agenda.
Dat gebeurt niet vaak; meestal plan ik op mijn vrije dagen wel een ‘koffie-date’, een mini-vergadering, een lunch-buiten-de-deur, iets met één van dochters of (minder leuk) een ziekenhuiscontrôle.
Naast de gebruikelijke donderdagklussen bleven er dus zomaar een aantal uren over, die ik gebruikte voor één van de dingen die ik het liefste doe, maar waar ik eigenlijk alleen in het weekend aan toe kom: borduren.

Als ik alleen thuis ben zet ik thee in een speciaal daarvoor bedoeld thee-potje; het is eigenlijk van Carlijn, maar het staat hier nog.
Het bestaat uit twee delen: een wijd uitlopend kopje en een potje dat daar precies op past.
Je kookt water en maakt thee, je vult het kopje en ook het potje, zodat je 3 ruime koppen thee hebt.

Diep tevreden nestelde ik me op de bank in de namiddagzon.
‘Grande messe des morts’ van Gossec op de oortjes, kruissteekjes op het stramien.

Geen meditatie-cursus nodig; helemaal zen aan de Boskamp op donderdagmiddag.

Reageren

Pagina 1 van 15

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén