een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Cantorij Roden Pagina 1 van 6

Cantorij van de PKN-Roden

25 november: De komma van Ardaan.

Zat ik afgelopen zondag nog te mokken dat ik het zingen en de cantorij zo miste, gisteravond was er zomaar weer een cantorij-repetitie.
In zeer afgeslankte vorm weliswaar, maar toch: weer even samen zingen.
Op de vraag ‘Wie wil er meezingen in een cantorij-kwartet zodra dat weer mag?’ had ik per kerende post positief gereageerd.
In de komende tijd zal een klein deel van de cantorij 2x aan een viering meewerken: op de 4e adventszondag (20 december) en op 1e kerstdag; als alt mag ik meewerken aan de viering van eerste kerstdag, maar omdat de alt die voor de 4e advent was gevraagd gisteren op de eerste repetitie niet kon mocht ik voor haar invallen. Lucky me!
Van 19.30 tot 20.30 uur repeteerden we met koortje 1: het kwartet mocht al een sextet worden, dus met 2 sopranen, 2 bassen en 1 tenor studeerden we 2 werken van J.S. Bach in.
Die kerkdienst op 20 december staat namelijk helemaal in het teken van Bach en Erwin is die zondag organist: mis het niet zou ik zeggen!

Om 20.45 uur stonden we met 5 nieuwe zangers klaar voor de tweede repetitie: koortje 2. Omdat ik al een uur had gezongen hoefde ik niet mee te doen met inzingen.
Van koster Gerard kreeg ik even een kop heerlijke oploskoffie, waarna we ons stortten op ‘Nu sijt willecome’ en ‘In de nacht gekomen’, een lied op de melodie van de christmascarol ‘In the bleak midwinter’.

Wat was het weer heerlijk om samen te zingen!
En wat een mooie muziek: advent & kerstliederen.
Voor sommigen van ons al heel vertrouwd, maar voor mij waren een aantal stukken toch helemaal nieuw.
Bij één lied was er discussie of we bij de zin ‘Heer, de wereld wacht’ nou een komma moesten zingen (lees: even ademhalen) of niet.
Van Karel mochten we absoluut niet ademhalen; tenminste niet op die plek.
“Maar er staat wel een komma op mijn muziekblad” riep één van de mannen.
“Die is niet van mij.” pareerde onze cantor onmiddellijk “dat is vast een aantekening van een eerdere dirigent.”
Een bas wist van de hoed en de rand: “Die komma is van Ardaan*.”

“Gum maar uit, we zingen geen komma, maar houden even heel kort in.”
We houden even kort in; krijg dat maar eens gelijk met z’n zessen.
Maar we kwamen er prima uit met elkaar: volgende week weer!

Happiness is…… singing in a choir!

Vanmorgen kreeg ik een mail van een bestuurslid van de cantorij.
“Bedankt dat je gisteravond wilde invallen.
Weer zingen was als balsem voor mijn ziel”.
Twee zielen, één gedachte.

* Ardaan Dercksen was de cantor van de Op de Helte-cantorij voor Thysia Betting.

Reageren

16 september: A normal day…(2)

Dinsdagavond cantorij. In januari had ik dit bij iedere week op de kalender gezet: tot en met Pinksteren lag vast wat ik op dinsdagavond zou gaan doen.
Op de afbeelding zie je week 18 op onze weekkalender.
19.30 u Cantorij.
Het stond er wel, maar ik ging niet.
Maanden niet, niemand ging.

Twee weken geleden begonnen de repetities weer voor wie dat wilde en durfde; had ik net vakantie! Maar ik liet mijn vakantie er wel om door gaan; zo erg was de ‘cantorij-heimwee’ nou ook weer niet…
Gisteravond was dus voor mij weer de eerste koorrepetitie: anders dan anders maar toch vertrouwd.
Anders was dat we kruislings én anderhalve meter van elkaar zaten, zo hadden we wel heel veel ruimte om ons heen.
Nadeel voor ons en voordeel voor cantor Karel is dat we zo niet zo gemakkelijk met elkaar praten tussendoor.
Maar we komen om te zingen tenslotte en dat was gisteravond weer heel fijn.

Het begin was al leuk want: canon.
Ben ik dol op.  ‘Dabadabada, doem doem etc…’.
Hierbij een link naar een uitgeschreven versie van die versie van die canon .
Wat geniet ik dan al weer.
Maar zelfs bij het inzingen vindt onze dirigent nog dat het allemaal perfect moet.
‘Dat bas-loopje doem doem moet ontspannen gezongen worden’. Ter illustratie nam hij een denkbeeldige bas ter hand en liet ons zien wat hij bedoelde: wij moesten zingen zoals hij stond te spelen. Jammer dat daar geen foto’s van zijn, maar wij begrepen wel wat hij bedoelde.
Ontspannen doem.

Verder bezigde hij een mooie omschrijving voor iets luider zingen: “Bij het eind van de 2e regel, daar mag je gepast bij groeien.”
Bij één lied ontdekte iemand een fout in het liedboek. Er bleken twee versies te zijn; in het ene boek stond ‘Geeft Gij uw woord’ en in het andere ‘Gij geeft uw woord’. Maar we moeten als koor natuurlijk wel dezelfde tekst zingen. Er werd wat gekissebisd over welke woorden en wie en waarom tussen een aantal koorleden. De cantor bemoeide zich er niet mee, maar speelde op de piano heel subtiel de melodie van ‘Vrede op aarde’.

We zeggen dan wel niet veel tegen elkaar tijdens de repetitie, maar soms vang je wel een opmerking op.
We zongen het lied: ‘Wat te kiezen, leven,  dood’ en we kregen aanwijzingen over het langer aanhouden van de noot bij dood.
“Moeten we in ‘dood’ blijven hangen?” hoorde ik achter mij.
Dan is het jammer dat we zo ver uit elkaar zitten, anders hadden we al weer ‘stille lol’ op de achterste rij gehad.
Maar stille lol of niet: we hebben weer heerlijk gezongen gisteravond.
Tot mijn grote vreugde zingen we van één lied zelfs een paar coupletten in een zetting van J.S. Bach.

Tot zover mijn eerste normale dinsdag nadat corona ons overviel in maart.
A normal day is a lucky day.

Reageren

13 mei: Tot wij weer elkaar ontmoeten….

Gisteravond kregen we als cantorijleden allemaal een mail van onze voorzitter Wieger; heel toepasselijk op dinsdagavond, onze repetitieavond.
Een ‘hart onder de riem’-mail.
Dat we elkaar, het zingen en de kerkdiensten zo missen, dat het leven nu niet spannend is maar dat er wel spanningen zijn en dat het fijn is om in het dorp af en toe een kerkganger/cantorijlid te spreken of om elkaar soms gewoon eens op te bellen.

Daarna kwam er als reactie op zijn verhaal een mail van collega-alt Maja, die schreef dat het alleen zijn soms niet meevalt, maar dat ze ook erg heeft genoten van de lentepracht, fietsen en wandelen én de eigen tuin. Ze schrijft: “Wat zijn wij toch bevoorrecht hier, dat we niet op een flatje in de stad wonen, zoals ik vroeger in A’dam.
Nou lieve mensen, ons wacht nog veel geduld.
Liefs en alle goeds voor jullie allen; blijf gezond!
Denk aan lied 416 het laatste couplet: “Ga met God en Hij zal met je zijn, tot wij weer elkaar ontmoeten, in zijn naam elkaar begroeten.”

Daar schoot ik even van vol.
‘….tot wij weer elkaar ontmoeten, in zijn naam elkaar begroeten.”
Ik zocht het lied op in ‘het rode boek’ en bekeek de zang-aantekeningen die ik er met  potlood had bijgezet.
‘even stoppen bij ‘nabij – op al je wegen’
‘gels’ van vleugels iets langer maken
‘God’ niet zo scherp zingen.
We zijn als cantorij altijd heel druk bezig met de uitvoering: de melodie, de juiste nootjes, precies lang genoeg, goede uitspraak, goede stemverhouding en dat is ook allemaal erg belangrijk als je in een koor zingt.
Toen ik in m’n eentje de tekst na zat te lezen kwamen de woorden veel beter binnen.

‘Tot wij weer elkaar ontmoeten..’
In andere jaren vind ik de periode van de zomervakantie al lang, nu hebben we elkaar ook al twee maanden niet meer gezien.
Stel je voor dat we moeten wachten tot september.
Zucht.

Wij proberen moed te houden en elkaar en anderen op te beuren.
Eergisteren stuitte ik op dit kleine gedichtje:

Lichtpuntjes
soms zijn ze groot,
soms zijn ze klein
je hoeft ze niet te zoeken
je kunt ze ook zijn.

Voor mensen die niet in het bezit zijn van een liedboek: hieronder de tekst van lied 416.

Ga met God en Hij zal met je Zijn.
1. Jou nabij op al je wegen, met zijn raad en troost en zegen, ga met God…
2. Bij gevaar, in bange tijden, over jou zijn vleugels spreiden, ga met God….
3. In zijn liefde je bewaren, in de dood je leven sparen, ga met God…..
4. Tot wij weer elkaar ontmoeten, in zijn naam elkaar begroeten, Ga met God en Hij zal met je zijn.

Reageren

24 februari: Geest-verruimend.

‘Weet je wel dat de cantorij eigenlijk een geestverruimend middel is?” vroeg ik gistermiddag aan mijn collegazangers op de achterste rij.
We zaten om 17.00 u met ons hele koor in Op de Helte voor ons jubileumconcert: 40 jaar Cantorij.  Waar wij in andere vieringen vaak een ondersteunende rol hebben bij de gemeentezang, mochten wij gistermiddag een uur vullen met onze zang.
In het verleden heb ik in het kader van de cantorij wel eens iets geroepen over ‘geen uitdaging meer’, maar de muziek die we gistermiddag zongen bood uitdaging genoeg.
Spannend was het zelfs.

Eigenlijk stond de hele dag in het teken van dit concert, want we moesten ons om 13.45 uur al melden. Eerst een uurtje repeteren, daarna kwamen om 15.00 uur de oud-leden, want naast een concert was er ook een mini-reünie georganiseerd.
De kerk zat verrassend vol toen het concert begon: er waren geen liturgieboekjes genoeg. Voor mij was de verrassing dat dochter Harriët er was; het is altijd fijn als er mensen speciaal voor jou in het publiek zitten.

We zongen naast traditionele Nederlandse kerkmuziek ook liederen als ‘Thou knowest Lord’ van Purcell, ‘Jesu, Rex admirabilis’ van Palestrina en liederen van Taizé.
Ging het allemaal goed? Het meeste wel! Vooral de liederen waar we in de repetities heel hard aan gewerkt hadden werden mooi uitgevoerd.  Het bijzondere is vervolgens dat een lied dat je van haver tot gort kent in de uitvoering niet helemaal goed onder elkaar staat omdat (ik spreek even voor mezelf) je dan minder gefocust bent.
Wil je het concert ook beluisteren? Dat kan nog via Kerkomroep >>> (zondag 23 februari, Op de Helte, 17.00 u).
Een concert met de cantorij: wat een aangename manier om je 40-jarige jubileum te vieren. We hebben er met elkaar heel veel plezier aan beleefd en naar wat ik begreep van Gerard en Harriët heeft het publiek dat ook zo ervaren.

Voor onze nieuwe dirigent Karel was het minstens zo spannend als voor ons.
Hij had ons goed voorbereid. Bij lange tonen liet hij ons ‘koristisch’ ademhalen (om de beurt een hap adem bijnemen), hij probeerde ons de goede Engelse en Latijnse uitspraak aan te leren en benadrukte dat we vooral goed naar hem moesten kijken. Als je gistermiddag goed naar hem keek zag je hem genieten, maar zijn gezicht gleed ook wel eens uit….

Na afloop genoten we met elkaar van een buffet met 4 soorten soep, hartige taarten en salades en keken we met elkaar naar een fotocollage van 40 jaar cantorij én beelden van de tv-opnames uit 2002 toen een samengestelde cantorij (Op de Helte én Catharinacantorij) meewerkte aan de Paascyclus voor de IKON.
18 jaar geleden.
“Wat zijn we daar nog jong!”

Maar…… hoe zit het nou met dat geestverruimende middel uit het begin van dit blog?
Die regel stond in een lied dat we zongen: “Is niet muziek door U aan ons gegeven?” van Sytze de Vries.
Hieronder de tekst van dit lied: het is me uit het hart gegrepen en één van de redenen dat ik lid ben van de cantorij.

Is niet muziek door U aan ons gegeven, hemels geschenk voor wie U, God, is toegedaan.
Ze geeft geluk een kleur en troost mij in mijn tranen, een vriend als ik mijn weg alleen moet gaan.

Wij danken U voor al die mooie klanken, voor harmoniën die mij raken in het hart
een wijs op wieken als een vogel in de morgen, als stem en instrument mijn nacht ontwart. 

En zo gezegend worden wij tot zegen, muziek beroert het hart, verruimt de geest.
Zij zal wie nu nog vreemden zijn tezamen brengen en wie ik liefheb leiden naar een feest.

Klik hier>>> voor een artikel over en foto’s van ons concert op de PKN-website

Reageren

25 november: Gene zijde.

Als je in de cantorij zingt is de viering op de laatste zondag van het kerkelijk jaar qua muziek één van de mooisten. Ook gistermorgen zongen we passend en ingetogen repertoire. In de weken vooraf  ben je op de repetitieavonden met de liederen bezig, in de viering die daarop volgt komen teksten en muziek samen. Het is beslist anders dan wanneer je als gemeentelid in de kerkzaal zit; ook Gerard, die gisteren als ‘inval-tenor’ met ons meezong had dit zo ervaren.
Maar het is natuurlijk geen vrolijke dienst; het verdriet is soms tastbaar aanwezig.

Onze nieuwe dirigent Karel Stegeman loodste ons kundig door de soms bekende maar soms ook lastige stukken. Dirigent en koor zijn trouwens al aardig aan elkaar gewend en zijn uitspraken brengen menigmaal een glimlach teweeg.
“Alten: probeer blij en ontspannen te zingen. Die sprong naar beneden moet u wat eleganter nemen.” De heren achter ons hebben daar beelden bij en mompelen iets over ‘moede hinde’s’.
Soms worden we aangespoord om meer te genieten van een bepaalde noot die een mooi akkoord vormt met de andere stemmen.
Een alt die even niet had opgelet riep: “Waar moet ik genieten?” wat dan vervolgens weer een hoop onrust veroorzaakt.
Gistermorgen voor de viering vroeg Karel ons om bij het zingen van de klank ‘ng’ onze kaak te laten vallen. Daar moet ik niet te veel bij nadenken en de alt naast mij kennelijk ook niet; we moeten elkaar dan even niet aankijken.

Terug naar de viering.
In het begin kreeg Bea Sportel het woord. Zij schreef een gedicht bij het overlijden van haar broer en droeg dat intens en ontroerend voor.
Herkenbaar; ook wij verloren dit voorjaar een broer in onze familiekring.
De kerk zat erg vol, want er waren 36 namen te noemen van gemeenteleden die ons ontvallen zijn.
36 kaarsen kaarsen en 36 rozen.
Op de foto het bloemstuk bij de 36 kaarsen: de ‘vingers’ van de vingerplant staan voor handen die de 36 rozen omvatten die symbool staan voor de overleden gemeenteleden.
Het noemen van de naam is voor iedere familie een beladen moment; zelf hebben we dat al een aantal keren ervaren na het overlijden van onze ouders in Hoogersmilde.
Er werd tijd genomen voor iedere naam, de volgende naam werd pas afgekondigd als de familie die de vorige kaars had aangestoken weer plaats had genomen.

Een troostijke viering, mede door de korte, maar veelzeggende overdenking van dominee Sybrand van Dijk.
Fijn dat we dit we als PKN-gemeente naast o.a. doop- en trouwdiensten,  kinderkerstfeest en de paascyclus kunnen bieden binnen de cirkel van het kerkelijk jaar.
Dit blog sluit ik af met het bovengenoemde gedicht van Bea.

Gene zijde

Ik ging met jou
tot aan de grens
die laatste stap
naar de eeuwigheid
moest jij alleen maken
en nu
voorgoed voorbij
blijf ik achter
en jij
keert terug naar de bron
daar waar alles begon
daar waar de eeuwigheid begon
sterren stralen
mij tegemoet
jij in mij
en
ik in jou…..

Reageren

21 oktober: Een nieuwe bezem.

Nieuwe bezems vegen schoon.
Bij de Cantorij Roden hebben we sinds begin oktober een nieuwe bezem in de persoon van Karel Stegeman. Op 2 oktober schreef ik al over zijn proefdirectie in het het blog ‘Wat dies meer zij’>>>
Veel sneller dan wij van te voren hadden gedacht stond Karel ons al wekelijks te dirigeren.
Thysia zou ons nog begeleiden tot het jubileumconcert op 3 november, maar zij viel helaas uit door gezondheidsproblemen. Gelukkig was Karel in de gelegenheid om direct in te vallen, maar het bestuur heeft wel besloten om het concert begin november te annuleren.
Te kort dag en te veel stukken die nog ingestudeerd moeten worden.

3 dagen na zijn proefdirectie stond Karel op vrijdagavond 4 oktober voor ons koor.
Hij was ’s middags gebeld met de vraag of hij eventueel kon invallen; een kwartier voor aanvang van de repetitie kreeg hij de stukken.
Na anderhalf uur hadden we alle stukken voor de Taizévesper van gisteren ingestudeerd.
Met respect en bewondering heb ik hem gadegeslagen.

Na drie weken zijn cantor en cantorij al wat aan elkaar gewend.
We worden formeel met ‘u’ aangesproken, maar er worden ook al voorzichtig grapjes gemaakt.
Bij ‘Dona la pace Signore’ bijvoorbeeld mogen we de ‘a’ van pace niet te hard en te breed uitspreken. “Onderdruk uw Groningse neigingen” adviseert Karel ons. Op de achterste rij klinkt ‘Neigingen? Neigings!’ Als het goed is heb je gisteravond een keurige a gehoord.

Nu ik dit zit te schrijven is het zondagavond rond 21.00 uur.
Vanaf 16.00 uur waren we bezig met de voorbereiding: fluitiste Monique had fluitiste Jolanda en mij (ik speelde gitaar) bij haar thuis uitgenodigd voor de generale combo-repetitie: stukken doorspelen en afspreken wie wat doet. Zo’n repetitie is een weldaad als je van Taizémuziek houdt. Karel had zijn instructies voor ons combo al doorgegeven, dus we wisten precies wat er van ons verwacht werd. Monique bracht het thema van de Taizé-viering (gastvrijheid) gelijk in de praktijk: zij serveerde soep met brood rond 17.30 u. We hadden het veel te gezellig, we moesten ons haasten om om 18.00 uur bij de kerk te zijn.

Lichtelijk gespannen ging ik de viering in; sta ik anders altijd redelijk ontspannen te zingen, gitaar spelen met soms lastige grepen vraagt extra concentratie en energie.
Het liep allemaal op rolletjes.
Cantor, cantorij en combo hadden van te voren de puntjes nog even op de i gezet en we beleefden met elkaar een fijne Taizé-viering, mede omdat de vesper-commissie  erg zijn best had gedaan om met bloemen, kaarsen en decoratie een Taizésfeer te creëren.
Wil je de dienst terugluisteren? Hierbij een link naar kerkomroep >>>.
(Zondag 20 oktober, Op de Helte, 19.00 uur.)

De nieuwe bezem werd de afgelopen weken direct in het diepe gegooid, maar hij kan uitstekend zwemmen. Deze vesper was in ieder geval een prima begin van onze samenwerking!

Reageren

2 oktober: En wat dies meer zij.

Op dinsdagavond 1 oktober stond al een tijdje in mijn agenda: proefdirectie Karel.
Dat behoeft enige uitleg.
De cantrix van onze cantorij, Thysia Betting gaat stoppen met het dirigeren van ons koor.
Ze heeft een ander koor gevonden dichter bij haar in de buurt en heeft besloten om dan ons koor in het verre Roden te laten vallen.

Vinden we jammer natuurlijk.
Vanaf januari zing ik onder haar leiding de altpartij en ik vond haar ‘inspirerend’ dirigeren.
Ze kon bij uitvoeringen soms zo stralend staan te zingen en te zwaaien dat we op wolkjes gingen zingen.  Maar ze gaat dus weg.

Er hadden een aantal nieuwe dirigenten gesolliciteerd, maar er bleef eentje over die geschikt leek en dat is Karel.
Gisteravond stonden we voor het eerst lichtelijk ongemakkelijk tegenover elkaar.
Vergis je niet: een dirigent en een koor hebben een relatie, dus voor ons en voor hem was het ‘de eerste date’. Net als met een gewone relatie ben je dan nieuwsgierig naar elkaar.

Vonden wij Thysia al jong, deze dirigent is nog jonger.
Hij studeert aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen en zit in zijn tweede jaar.
Een kuuk’n dus nog, jonger dan onze jongste dochter.
Maar die jeugdigheid betekende niet dat hij verlegen was; er stond wel wat achter die piano.
Hij had overwicht, kon goed pianospelen, studeerde twee liederen in en had, niet onbelangrijk, humor. Bij een aarzelende, rommelige en soms 11-stemmige uitvoering van ons zei hij: “Ik zie hier wel ruimte voor verbetering!” Nou en of. Ruimte zat.

Wat bijzonder was: hij haalde de altpartij even naar voren.
In het lied ‘de vreugde voert ons naar dit huis’ zingen wij in de derde regel een D# (een Dis, een verhoogde d) die wij wat moesten accentueren. De andere stemmen werd gevraagd daarom heen te zingen.
Wij alten staan eigenlijk nooit zo in het zonnetje.
Bij andere (project)koren waar ik zong hoorde ik andere geluiden:  “Alten zijn stopverf; het cement. Alten hebben nooit de leiding in een lied.”
Alten krijgen ook vaak te horen: “Alten: het mag wel een onsje minder.”
Wij weten dus onze plaats.

Deze Karel kan het bij mij al niet meer fout doen.
Gisteravond tijdens de koffie werd wel duidelijk dat ik niet de enige ben die er zo over denkt. ‘Binnenhalen!’ was de uitkomst van de evaluatie.
Vanaf november gaan we ‘het lied met de dies’ dus onder leiding van Karel zingen.
En wat dies meer zij.

Wat zei Dies eigenlijk nog meer?

Reageren

28 september: Licht verspreiden.

Er is een lid van onze cantorij overleden. Haar naam was Henny Klaassen-Geuchies.
Ze zong jaren haar sopraan-partij mee met het koor, maar toen ik in januari van dit jaar bij de cantorij kwam zong zij al niet meer mee.
Eigenlijk kende ik Henny niet zo goed.
Toen wij in Roden kwamen wonen waren wij nog hervormd en zij gereformeerd.
Wel kende ik toen al haar zoon Gerlof, die deel uit maakte van de toenmalige zondagschoolleiding.

We ontmoetten elkaar af en toe bij kerkdiensten en gezamenlijke kerkelijke activiteiten en spraken dan keurig hoog-haarlemmerdijks met elkaar.
Toen Gerard en ik op een avond naar Roelof & Harm gingen in de Pompstee ontmoetten we daar Henny en de familie Snippe die we ook kenden van de kerk.
“Of praot jullie ok Drents!” vroegen we ons verbaasd af.
Ja man.
Henny kwam ‘oet Slien’ en de familie Snippe ‘van de Smilde’.

Vanmiddag, in de dankdienst voor haar leven, zaten we met de cantorij in een zijvleugel van Op de Helte. We zouden twee vierstemmige liederen zingen, maar het lied ‘Zoals een moeder zorgt voor haar kinderen’ ging tijdens de laatste repetitie niet goed.
Een tenor merkte op: “Het zou moeten klinken als een waterval van stemmen die steeds na elkaar invallen.” Een bas constateerde dat ons gezang meer op een lekkende kraan leek. Veilig eenstemmig dus.
Het lied ‘Die chaos schiep tot mensenland’ van Huub Oosterhuis zongen we wel vierstemmig en klonk zoals het hoorde. Ken je het niet? Hierbij een link naar een mooie uitvoering>>> op YouTube.

De voorganger vanmiddag was ds. Harm Jan Meijer, emeritus predikant van onze gemeente en vriend van de familie.
Het ontroerde mij dat hij door zijn betrokkenheid met Henny zijn eigen emoties amper onder controle had. Het ging goed, maar wij zaten er dicht genoeg bij om te zien wat het met hem deed. Een dominee is soms een goede vriend en heeft dan ook verdriet; in zo’n beroep waarbij het zo aan komt op menselijk contact is dat niet vreemd, eerder begrijpelijk.

Uit de viering kwam naar voren dat Henny een bijzondere vrouw is geweest die heel veel liefde uitstraalde en altijd voor anderen klaarstond. ‘Ik zal er Zijn’, de naam van God, heeft zij in haar leven in de praktijk gebracht. ‘Ik zal er zijn voor jou’ gaf zij handen en voeten.
De voorganger noemde haar aan het einde van zijn overdenking ‘een engel aan de vloedlijn van het leven’.
Voorbeeld daarvan is dat wij twee weken geleden van haar nog een kaart kregen, waarop ze schreef dat ze blij was om te horen dat het met Gerard weer zo goed ging. Aan het handschrift was te zien dat haar toestand toen al slecht was.
Door deze levenshouding was ze aan het eind van haar eigen leven omringd door familie en vrienden die er voor haar waren.

Dit blog sluit ik af met een verklarende tekst bij de foto. We zien rijen kaarsjes die door door de aanwezigen bij Henny’s kist waren gezet. Iedereen werd in de gelegenheid gesteld om een kaarsje aan te steken ‘omdat Henny van licht hield’.
Zo zal ik haar, mede door deze viering, in herinnering houden: iemand die door haar aanwezigheid licht, en daarmee een stukje God verspreidde.

Reageren

9 juni: Wat muziek met mensen doet.

Op deze eerste Pinksterdag werkten we met de Cantorij Roden mee aan de viering van vanmorgen in Op de Helte.
We hadden het er maar druk mee in de weken in de aanloop naar dit Pinksterfeest.
We zongen meer dan tien liederen, die we niet allemaal goed kenden en we moesten alle zeilen bij zetten om alles ‘goed onder elkaar’ te krijgen. Daar kwam bij dat niet alle leden aanwezig waren (vakantie, familiebezoek, andere drukte), zodat we deze week een extra repetitie nodig hadden om de puntjes op de i te zetten.

Geen straf, hoor! Op dinsdagavond zongen we vlak voor de koffiepauze “Kom laat ons deze dag…” (Lied 672, melodie J.S. Bach, vertaling Jan Wit). Mijn buurvrouw-alt zong het van harte mee en zei daarna stralend: “Dit lied heb ik voor het eerst gezongen in 1946, toen was ik tien! Dat was in Musis Sacrum in Arnhem. Dit was toen hele nieuwe kerkmuziek en we zongen het uitbundig met een volle kerk, ik kan het me nog zo goed herinneren.” Ze vertelde dat ze als kind de oorlog had meegemaakt in Zeeland en dat ze die Pinksterdag bij haar oom in Arnhem was. Het had heel veel indruk op haar gemaakt en bij het zingen van dit lied kwam alles even weer boven.

Wat kan ik genieten van zo’n verhaal.
Een verhaal over wat muziek met mensen doet.
Vanmorgen stonden we met onze cantorij in afgeslankte vorm ontzettend ons best te doen.  De sopranen zongen bij één lied de bovenstem, maar toen we dat oefenden met een lege kerk kwam het wat ielig over. Dirigent Ubo stak ze een hart onder de riem. “Sopranen: niet zo moelijk kijken! Dan zing je ook moeilijk. Blij kijken, lachen: dan gaat het een stuk beter!” Was ook zo. Op het ‘moment surprème’ zongen ze prachtig over de gemeente heen.

Vanmorgen werd ik geraakt door het Taizé-lied ‘Veni sancte Spiritus’, (Kom heilige geest).
We zongen dit vierstemmig met de cantorij tijdens het avondmaal. Dat duurt altijd lang, dus we zongen het best vaak. Toen bijna iedereen brood en wijn had gehad draaide dirigent Ubo zich om naar de gemeente, die toen ook mee ging zingen.
Het voelde voor mij op dat moment of de Geest ook mee ging doen; samen met zoveel mensen toch intogen dit lied zingen.
Dat is wat muziek met mensen doet; in ieder geval met deze mens.
Zoals al zo vaak bepaalde ook vandaag de muziek weer de waarde van mijn dag.

Niet bekend met dit lied?
Klik hier >>> voor een uitvoering op YouTube.

Reageren

22 mei: Alt. Geen sopraan.

Tegenwoordig hebben we op vrijdagavond cantorij-repetitie. Dat was tot voor kort dinsdagavond,  maar cantrix Thysia gaat ons verlaten; zij heeft nu een ander koor op de dinsdag en helpt ons door ons tijdelijk op vrijdagavond met ons te zingen. Over mijn rentree bij de cantorij kan ik kort zijn: het is heerlijk om weer in een cantorij te zingen.  Op mijn plekje op de tweede altenrij voor de bassen zit ik weer te genieten van het instuderen van de verschillende stemmen en het meezingen in de vierstemmigheid.

Afgelopen zondagavond werkten we met de cantorij mee aan de vesperviering om 19.00 uur ’s avonds.

Bij ėén lied met veel coupletten had Thysia bedacht dat één van de coupletten alleen door de vrouwen en één couplet door de mannen gezongen zou worden. Eénstemmig.
Dat vond ik jammer.
Ik vroeg of wij dat  couplet als vrouwen niet tweestemmig mochten zingen.
“Als je de altpartij hebt ingestudeerd is het lastig om dan de sopraan-stem te zingen.  Bovendien is het te hoog voor mij.”
Mijn argumenten zetten geen zoden aan de dijk.
Lees: Thysia vond het geen goed idee.  “Het is juist mooi als er na vierstemmigheid even een eenstemmige melodie klinkt.  Bovendien zing je in de gemeente ook altijd met elkaar de sopraanpartij.”

Wat Thysia niet weet is dat ik op zondagmorgen ook niet altijd met de sopraanpartij meezing: te hoog. Ik schreef al eerder: de ‘d’ komt er nog acceptabel uit, bij hogere noten moet er geld bij. Heel vaak zing ik een octaaf lager, dus met de mannen mee. Of als ik de altpartij ken van een lied,  dan zing ik die.
Maar dat kan natuurlijk niet als we alleen met vrouwen dat ene couplet zingen.
Tip van Thysia: als we er niet bij konden moesten we de hoge noten maar playbacken.

Bij collega-alt Ilse vroeg ik dispensatie aan voor dat ene couplet en op zondagavond zong ik het niet mee.

Ik ben alt en geen sopraan.
Mijn naam zegt het immers al…..
A(a)ltje.

Reageren

Pagina 1 van 6

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén