een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Sweet memories Pagina 1 van 4

Muziek en herinneringen

3 december: Klus geklaard.

Gisteren stond er een foto van mijn overgrootvader op deze website.
Die kwam ik tegen toen ik het foto-archief van mijn ouders onder handen nam.
(Eerdere blogs over dit onderwerp: Foto’s en melancholie en Een baby uit 1932)
Zaterdagmiddag legde ik de laatste hand.
Toen had ik:
– alle foto’s uit alle oude albums gehaald
– alle foto’s op chronologische volgorde gezocht.
– twee albums gemaakt  met foto’s van het leven van mijn ouders: één tot 1980 en één tot 2017.
– alle oude albums uit elkaar gehaald: kaften/omslagen bij het restafval, fotobladen bij het oud papier
– de foto’s die ik niet in de albums hebt geplakt verdeeld over de mensen die er op stonden: het gezin van mijn broer en ons gezin.

Wat een klus mensen; maar wat waardevol om te doen.
Afgelopen weekend kwamen mijn broer en schoonzus op bezoek en samen hebben we de albums bekeken.
Twee levens en één huwelijk in foto’s gevangen.
Verliefd, verloofd, getrouwd, kinderen, schoonkinderen, kleinkinderen.
Gewone levens van gewone mensen, maar voor ons heel bijzonder.
De albums komen straks in het familiearchief, bewaard voor het nageslacht.

Op dit blog twee foto’s die ik zelf al vergeten was: een tweejarige Ada in de tuin van de woning bij de steenfabriek waar wij tot 1963 woonden.
Spelen in de ‘sambak’.
Sweet memories.

Reageren

20 juli: L’Orre Bietjé.

In Hoogersmilde, het Drentse dorpje waar ik opgroeide, heb je heel veel campings, omdat het grenst aan het Nationaal park ‘het Drents Friese Wold’;  één van die campings is de Horrebieter.
Vroeger gingen we daar wel eens patat halen of we liepen er overheen als we gingen wandelen, maar meestal sta je niet met een tent op een camping in je eigen dorp.
Toen we een jaar of 8 in Roden woonden hebben we er met ons gezin wel eens een jaar gestaan met de caravan van mijn ouders.
Wij waren ons huis toen grondig aan het verbouwen; Gerard was dan overdag met een paar vrijwilligers (o.a. mijn vader) aan het bouwen en kwam ’s avonds ook naar Hoogersmilde. Zo hadden de kinderen toch even twee weken vakantie ergens anders. Op de foto links staan Frea en ik bij een houten versie van de legendarische horrebieter, een Drents fantasiebeest ontsproten aan het brein van de gebroeders Bruggink, toenmalige eigenaren van de camping.
Als mensen vroegen waar we heen gingen op vakantie grapten we: ‘Naar : L’ Orre Bietjé!’
Klonk exotisch Frans, was Drents dichtbij.

Dit jaar staan Frea & Jon en Carlijn & Wim een week op die camping.
“Komen jullie dan ook een dag?”
Tuurlijk, leuk! Zondagmiddag togen we naar Hoogersmilde.
We namen het fotoboek mee waar de vakantie in 1997 op de Horrebieter in stond; de dames bekeken het samen en genoten van het ophalen van de gezamenlijk herinneringen.
Eén verhaal kreeg wat extra aandacht. Wij gingen in die vakantie één dag met mijn ouders fietsen; mijn vader wist in het bos een grote berg schelpen  te liggen die gebruikt werd voor de schelpenfietspaden. Bij de foto van Carlijn met opa bij de schelpenberg vertelde Frea: “O ja, ik weet nog dat jij toen zei mama: Hè pa, doe dat nou niet, straks denkt het kind dat schelpen uut ’t bos komt.”
Was ook zo. Twee weken later wilde Carlijn (3) weer schelpen zoeken. In het bos……
De kinderen namen weet ik hoeveel mooie schelpen mee naar de camping en maakten met hun kinderfantasie een heus schelpenmuseum: ze zochten grote takken uit het bos en etaleerden de schelpen op de takken naast onze tent.
Het was een gratis museum; ze mochten van ons alleen de mensen op het veldje uitnodigen die natuurlijk wel iets lekkers meenamen als dank voor het bekijken van het museum.
Sweet memories.

Wij waren dus weer eens een dagje op de camping: wat heerlijk!
Op een grasveldje in het bos theewater koken in een pan op een campinggasstelletje. Koffie zetten met datzelfde theewater gefilterd in een keukenrolpapiertje omdat er geen filterzakjes zijn.
Groente, krieltjes, hamburgers en vega-balletjes bakken op papa’s skottelbraai, vermengd met de geur van de barbecue van de buren.
Niet heel koud bier drinken uit blik en zoete witte wijn geserveerd krijgen in afzichtwekkelijke plastic wijnglazen.
Het mocht de pret allemaal niet drukken.
Het was weer oké op L’Orre Bietjé!

Reageren

11 juli: Sienus Grobben

Oldenzaal, de Twentse  stad waar ik ben geboren.
Gisteren was ik er met de jongste zus van mijn vader, tante  Trijn.
Zij heeft daar met mijn opa en oma gewoond van haar 4e tot haar 11e.
“Wat zou ik nog graag een keer kijken in de Plechelmus; daar ben ik als kind zo vaak geweest!” zei ze toen wij daar vorig jaar waren geweest. (lees voor meer info het blog ‘Geboorteplaats’ uit 2019).

Dat zij daar vaak is  geweest, is op z’n minst vreemd.  We hebben het hier over een meisje dat opgroeide in een streng gereformeerd gezin, waarbij de vader met grote weerzin kennis nam van alle ‘uitwassen van die katholieken’ in de jaren ’50. “Als het carnaval was liepen we altijd honderden meters om om bij onze eigen kerk te komen, dit om te voorkomen dat we iets van de optocht zouden zien” vertelde ze daarover.
De waarheid is dat mijn opa helemaal niet wist dat zijn dochtertje zo vaak in die katholieke Plechelmus basiliek te vinden was; instinctief voelde ze aan dat ze dat beter niet kon vertellen.  Haar lagere school stond tegenover de oude kerk en zij ging met haar vriendinnetje heel vaak even naar binnen. Gistermorgen stonden we voor de deur van die oude school. “Hier was het schoolplein, dat liep tot aan de kerk. Dan gingen we altijd door die deur de kerk binnen.” We liepen verder de kerk in. “Hier staken we dan altijd een kaarsje aan. En daar was het wijwaterbekken, daar schepten we een beetje water,  sloegen een kruis en keken dan naar alle glitter en glim,  schilderijen en beelden.”

Er kwamen veel herinneringen terug.  Maar ook het besef dat er niemand meer is om deze herinneringen mee te delen.  Ook nu staken we allebei een kaarsje aan, ontroerd, omdat onze gedachten natuurlijk uitgingen naar al die dierbaren die ons al ontvallen zijn.  Wat kwamen ze nog vaak voorbij de verhalen van gisteren.

Op de markt, vol met terrassen,  herinnerde tante Trijn zich het cafétaria van Sienus Grobben in een zijstraatje. ” Daar gingen je vader en moeder altijd naar toe voor een gehaktbal met uien”.

O ja.
Ineens herinnerde ik mij dat mijn vader altijd trots vertelde dat hij ooit een seizoen kampioen gehaktballenvreter was geweest in dat beruchte cafetaria. Hij was er altijd nog

Familie Vrieswijk 1961

een beetje trots op. Je kon, als je de warme maaltijd bereid had en daarbij gehaktballen met uien serveerde,  geen groter compliment krijgen dan dat ze bijna net zo lekker waren als die van Sienus Grobben.

Haar ouders en broers, mijn ouders en opa en oma.
Ons familieverleden; oeverloos kunnen we het er over hebben.
Gisteren waren ze allemaal weer even heel dichtbij.
Sweet memories.

Meer weten over de foto?
Lees hierbij het blog ‘Familiedag‘ uit 2016’.

Reageren

5 april: Jesse uit Sneek.

Vandaag is het zondag 5 april: Palmpasen. Vanmorgen zou het Af&Toe-koor meewerken aan de feestelijke viering in Op de Helte. Donderdag 12 maart had ik hierover overleg gehad met ds. Walter Meijles en we hadden uitgezocht wat het koor zou gaan zingen. Maar vrijdag 13 maart tekende zich aan de horizon al af wat nu realiteit is: intelligente Corona-lockdown. Geen gewone kerkdienst, geen palmpasenstokken maken en geen Af&Toe-koor.

Maar wel een viering,  zij het in sterk afgeslankte vorm, te volgen via kerkomroep.
Gerard en ik bekeken hem vanmorgen in de huiskamer.
In de loop van de week was gemeenteleden gevraagd om foto’s te sturen van palmpasenstokken uit het verleden of van nu; in de viering kregen we die te zien: wat leuk! Ook zagen we een tv-opname van de IKON uit 2002 waar onze eigen gemeenteleden, maar dan 18 jaar geleden, het lied ‘Hef op, uw hoofden’ zingen.
Een prachtige bijdrage was er van een jong gemeentelid: Lieke Venema. Zij speelde voor ons op een zelf opgenomen filmpje op piano ‘Stairway to heaven’.

In zijn overdenking vergeleek ds. Walter Meijles de situatie in Jeruzalem destijds met die van ons in Coronatijden.
Hij nam ons mee in zijn fantasie en vroeg ons ons voor te stellen dat het oktober 2020 is. De samenscholings-maatregelen in Nederland zijn al een stuk versoepeld en we bevinden ons op de Dam in Amsterdam. Dan komt iemand op een brommertje het plein op gereden met heel veel mensen erbij die met hun jassen zwaaien en groen van de bomen trekken;  daar krijgen ze dan achteraf een boete voor. Het is een tumult van jewelste.  De Amsterdammers  verzamelen zich en vragen zich af: “Wie is die man?”
“Dat is Jesse uit Sneek,  in Friesland! Hij heeft een vaccin ontwikkeld tegen het Coronavirus!” Nou, dat vindt men natuurlijk interessant. Mensen verzamelen zich voor het Nationaal Monument waar Jesse de mensen toespreekt. “Mijn medicijn is niet van deze wereld,  maar  het is van de geest. Saamhorigheid, gerechtigheid, gulheid en liefde zullen de gevolgen van het coronavirus  oplossen en ons zo genezen”.
Iemand uit het publiek roept: “Heb je geen spuiten bij je dan?”
“Nee” zegt Jesse “maar ik kan jullie injecteren met dit visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.”
“O. Laat dan maar, malloot.” De mensen lopen weg en gaan over tot de orde van de dag.

Wat leren wij van dit spiegelverhaal?
Dat medemenselijkheid, liefde, trouw aan elkaar en zorg voor elkaar de bouwstenen zijn die wij kunnen aandragen en daarmee ons steentje kunnen bijdragen aan het oplossen van de Coronacrisis.
Wil je deze viering ook beluisteren/bekijken?
Kerkomroep – 5 april – Catharinakerk – 09.54 u.

Als bonus op dit blog vandaag een opname van het Oecumenisch Kinderkoor Roden (opgericht door Gerard en mij in 1992). Het koor zingt op een kinderkorenfestival in 1996 het palmpasenlied ‘Wij zwaaien met takken’ van Elly en Rikkert Zuiderveld. Dat lied hadden wij anders vandaag met het Af&Toe-koor gezongen. Onze oudste dochters staan vol overgave te zingen,  temidden van hun toenmalige vriendinnetjes/medekoorleden.

Het gaat hier om een stukje van een oude videoband uit ons privé-archief, de kwaliteit is niet zo goed. Maar wel sweet memories.
Als je op onderstaande link klikt, verschijnt er links onder in je scherm een tabje waar je op kunt klikken.
Kinderkoor op het festival in Westerbork

Reageren

31 juli: Een week, Dik.

Bij het horen van de woorden  “Een week, Dik…” gaat het hart van oude fans van De Dik Voormekaar Show een beetje sneller kloppen.
“The dike for eachother-show, zoals de Fransen zeggen’.
In de jaren ’70 lagen mijn broer en ik op zaterdagmiddag om 13.30 uur  zo’n beetje met het oor aan de radio geplakt om te luisteren naar de idiotie van André van Duin en Ferry de Groot. Hele stukken konden we reproduceren met z’n tweeën.
Sweet memories.

Op 11 juli hoorden Gerard en ik in de auto dat er aandacht werd besteed aan dit programma bij Bert Kranenbarg later die middag in het kader van ‘100 jaar radio’. Dat kon ik niet rechtstreeks horen, omdat ik elders moest zijn, maar gelukkig kun je tegenwoordig bijna alles terugluisteren, ook dit stukje radio.
Ook terugluisteren? Hierbij een  link naar dat item Radio 5 >>>

Alleen al bij het horen van de begintune gaan mijn mondhoeken al omhoog.
“JJJJJJJJJJJaaaaa hooor…daar is ’t ie weer! Is dat lang geleden?! Is dat lang geleden!?”
“Een week, Dik”.
De show die van jingles, rare geluiden, clichés en chaos aan elkaar hing .
Een radioprogramma dat nooit een echt radioprogramma werd omdat er steeds van alles mis ging.
Er popten gelijk weer herinneringen op.
Meneer Kriegel van de NCRV-budgetbewaking die om de klip klap belde omdat dingen te duur waren.
Harry Nak die ‘antentie antentie’ riep en de meest idiote mededelingen deed, bijvoorbeeld dat Ivo Niehe bij de uitgang stond om handtekeningen uit te delen; als je een krabbel van hem kreeg dan kreeg je daar een gulden voor.
Bep die Toos haar ladyshave leende; vervolgens hoorde je het geluid van een betonboor.
Dikke Leo die nog een handeltje had met natuurfilms met Knut en Helga in de hoofdrol.

En altijd daarbij de suffige meneer de Groot en die hysterische Dik Voor Mekaar: ik vind het nog steeds hilarisch.
Die middag op radio 5 hoorde ik dat Dik Voor Mekaar in september terugkomt met nieuwe afleveringen. Meer weten? Hierbij een link naar het bericht op Nu.nl >>>
Ben benieuwd; zou het weer net zo leuk worden?

Reageren

4 juli: Rug-Urken

Op 2e Pinksterdag zaten we met ons gezin bij elkaar aan de thee.
Het was mooi weer, we zaten buiten op het terras en de dames haalden herinneringen op aan vroeger tijden. Dat kwam omdat we ’s morgen een oude video hadden gekeken van onze gezinsvakantie naar Hamelen in 2003.

Carlijn (toen net 9 jaar): “Ik weet nog dat ik toen een Donald Duck-vakantieboek kreeg waar een verhaal van Douwe Dabbert in stond. Dat ging over een land waar ze veel augurken aten. Maar ik las dat woord de eerste keer niet goed, want de A in dat lettertype leek wat op de R.
Ik dacht dat er rug-urken stond, dus het hele verhaal las ik rugurken.” Op de foto links zie je dat plaatje, daaronder zie je een
uitsnede van de tekst; daar zie je heel duidelijk dat de a en r erg op elkaar lijken….
Carlijn vertelde verder:
“Pas bij het laatste plaatje schreeuwde iemand heel hard AUGURKEN en in kapitalen was het duidelijk dat het geen r maar een a was.”

Hilarisch vind ik zo’n verhaal, daar moet ik echt onbedaarlijk om lachen.
Het ging om het verhaal ‘Douwe Dabbert en de verwende prinses’ , dat herinner ik me

Douwe Dabbert en de verwende prinses gaan op pad….

omdat het in de jaren ’70 in de Donald Duck als vervolgverhaal stond.
Geweldig verhaal, dat wist ik nog. Mijn broer en ik lazen die Donald Ducken meerdere malen en bij mij op zolder staan nog complete jaargangen.
Op internet vond ik informatie over de verhalen van Douwe Dabbert; er stond zelfs bij dat ‘Douwe Dabbert en de verwende prinses’ in 1975 in de Donald Duck had gestaan.

……eeeeh……zou die jaargang misschien bij ons….? Jaaah!

Toen ik de letters in de tekstballonnetjes las snapte ik precies wat Carlijn bedoelde.
(de foto’s op deze pagina’s heb ik gemaakt uit de oude Donald Ducken met mijn telefoon)
De jaargang van 1975 ligt nu beneden op de bank.
Het verhaal van Douwe Dabbert heb ik al weer gelezen.
Sweet memories.

Reageren

16 mei: Oma Vrieswijk

In mijn jeugd heb ik het geluk gehad alle vier mijn grootouders te hebben gekend.  Mijn ouders hadden een goede relatie met hun ouders; we zagen elkaar vaak,  al was het contact met opa en oma Klazienaveen(Vrieswijk) frequenter dan met opa en oma Zevenhuizen(Boelen). Dat kwam gewoon omdat Zevenhuizen in Zuid Holland lag,  dat was veel verder reizen.

Vandaag zet ik mijn oma Vrieswijk in het zonnetje op mijn website. Aaltje Pasveer heette ze. Mijn vader was haar oudste zoon en ik was haar eerste kleinkind.  Oma Vrieswijk was mijn liefste oma.  Dat kwam omdat ik in mijn vroegste jeugd heel veel bij hen heb gelogeerd. Mijn ouders waren toen net verhuisd van Oldenzaal naar Hoogersmilde en mijn moeder had het daar erg moeilijk. Ze werd met open armen ontvangen in Klazienaveen en daar was ze dus regelmatig met mij.

Het was een gezellige boel daar, want ome Andries, ome Jo en tante Trijn woonden nog thuis en ik had geen gebrek aan aandacht. In die periode is mijn bijzondere band met oma en tante Trijn ontstaan. Regelmatig gingen we ook een weekend naar Klazienaveen en ik herinner me vooral de gezelligheid van uitgebreide broodmaaltijden met veel mensen in te kleine kamers.

1969: Ada. oma Vrieswijk en Henk

Oma had heel lang grijs haar. ’s Morgens maakte ze daar een lange vlecht van,  die ze in een knot draaide op haar achterhoofd en die  ze vervolgens vastzette met grote, zwarte spelden. Daar zat ik als klein meisje ’s morgens op haar slaapkamer ademloos naar te kijken.  Ze was best wel dik,  maar daardoor ook heel zacht; ik zat graag op haar schoot.  Ze rook naar Eau de  Cologne en sigarettenrook en ze was altijd aan het breien of haken; van haar heb ik deze technieken ook geleerd. Ze kookte groentesoep met een hele grote gehaktbal erin die ze in schijfjes sneed en in je bord kreeg je dan soep met een plakje gehakt er in.

Oma overleed heel plotseling in 1970. Zij was toen 62 jaar, ik was 9.  Het is het grootste verdriet uit mijn kinderleven geweest.  Ik zag de ontreddering bij mijn vader en het immense verdriet bij de familie. Wat heb ik haar gemist. Na haar overlijden is het voor mij nooit meer zo fijn geweest in Klazienaveen als toen ze nog leefde; het verdriet om haar dood hing nog heel lang als een grauwsluier over de familiebezoekjes.

Oma Vrieswijk heeft een warm plekje in mijn hart. Van haar erfde ik mijn liefde voor handwerken, voor het koningshuis en mijn naam; met trots draag ik haar naam Aaltje. Toen mijn moeder overleed kreeg ik de ouderwetse kraantjespot die nog van oma was geweest. Terug bij Aaltje.

Eergisteren kreeg ik een reactie op één van de eerste blogs op deze website: Kirsten had de ‘pannenlappen van Oma Vrieswijk‘ gehaakt voor haar moeder, voor Moederdag.
Dat vind ik nou zo leuk.. …oma heeft nooit van internet geweten en nu haakt iemand via dit medium haar pannenlappen!

Reageren

10 mei: Onze ‘oldtimer’.

Op het blog over Carlijn’s verjaardag stond een foto van onze familie-kinderwagen.
Deze week ben ik eens in mijn foto-archief gedoken en heb wat oud materiaal opgezocht waarop deze kinderwagen een hoofdrol speelt.

1961.
De eerste foto van de wagen staat in mijn eigen fotoboek; hij is destijds gemaakt door mijn vader.
Later ben ik er nog heel vaak mee geplaagd: “Toen kon je die lange benen al niet binnenboord houden!”
De kinderwagen kochten mijn ouders in 1960. Het was één van de eerste modellen waar je de bak van het onderstel af kon halen.
Er zaten van die grote vleugelmoeren aan de zijkant, als je die losdraaide kon je de bak er zo af tillen.
1964
In augustus 1964 werd mijn broer Henk geboren. Ook hij stond regelmatig in de kinderwagen buiten; dat was toen heel gewoon. Een stukje vitrage erover tegen de insecten en de baby’s stonden de hele zomer lekker in de tuin. Was gezond. 
Op de foto staat de kinderwagen met Henk er in achter ons huis aan de Servatiusstraat.
Van mijn moeder weet ik, dat ik (destijds bijna 4) als een cerberus waakte over de wagen.
Je kwam maar zo niet langs de wagen en erin kijken mocht alleen als het van mijn moeder ook mocht. Naast mij staat mijn toenmalige buurmeisje René Bleisi.

1986
Toen Frea werd geboren in 1986 kregen wij de kinderwagen, mét mooie lakensetjes, dekentjes  waar ik zelf ook onder had gelegen.
We hebben er heel veel gebruik van gemaakt. Ik liep zelfs met haar van ons huis aan de Vaartweg naar mijn moeder in Hoogersmilde, het zal een kilometer of drie geweest zijn.
Ook zetten we de losse bak op de achterbank van onze auto als we met haar ergens op visite gingen.
De foto is gemaakt op de dag dat we met haar thuiskwamen uit het ziekenhuis.

1989
In het begin van Harriët’s leven heb ik niet zo heel veel met haar gewandeld, want we waren toen al druk bezig met de verhuizing naar Roden. Welgeteld één foto is er van die periode, alleen Harriët zien we niet, die ligt lekker verstopt in de ruime bak. Frea, destijds bijna 3, had haar eigen kinderwagentje waarin haar baby-pop Susan lekker lag te slapen. Wat ik me nog herinner van dit tafereel dat het bijna niet te doen was. De auto’s suisden je op de Vaartweg voorbij en Frea was eigenlijk nog te jong om zelf het wagentje te besturen.
Ook Harriët zetten we, als we op visite gingen, in de kinderwagenbak los op de achterbank van de auto, maar er bereikten ons al wel verontrustende verhalen dat dat eigenlijk niet mocht. Dat dat eigenlijk gevaarlijk was. Gelukkig is er nooit iets ernstigs gebeurd.

1994
Carlijn werd vijf jaar na Harriët geboren en toen zag de wereld van ‘kinderen in de auto vervoeren’ er heel anders uit. We kochten een maxi-cosi en Carlijn zat in haar eigen baby-stoeltje tussen Harriët en Frea in op de achterbank van onze auto, helemaal shock&klem in de gordels. Veiliger. De kinderwagen ging niet meer mee op visite, maar is in Roden wel heel veel gebruikt. We reden Carlijn er in naar de oppasdienst van de kerk, ik haalde wandelend met de baby Frea en Harriët van school en ze stond in de zomer van 1994 heel veel buiten in haar wagen met een stukje vitrage over de kap tegen de insecten. Van mijn moeder geleerd.
Wat we ook ontdekten: Carlijn kon met haar maxi-cosi in de kinderwagen gewoon in de kring bij ons aan tafel buiten zitten. Dan zat ze lekker in de schaduw van de kap en had ze ook meer rust, want haar zusjes Frea en Harriët waren altijd wel heel erg met haar bezig…….
Sweet memories.

Reageren

27 februari: 10 jaar alweer.

1961

Tien jaar geleden was de 27e februari een van de zwartste dagen van mijn leven; die dag overleed mijn vader heel plotseling en moesten we zonder hem verder.
Afgelopen jaar op 16 oktober overleed mijn moeder en ook dat was geen fijne periode, al was het, zo terugkijkend, niet alleen maar kommer er kwel.

Rond deze dagen is mijn vader meer in mijn gedachten dan anders, al wordt het wel ieder jaar minder verdrietig. Nu mijn moeder niet meer leeft is het sowieso anders: ik hoef er niet meer heen en haar verdriet om het verlies van mijn vader, dat eigenlijk de laatste jaren weer erger werd, hoef ik nu niet meer aan te zien.

Maar de herinneringen zijn er natuurlijk nog wel; soms zelfs tastbaar. Gerard heeft de afgelopen maand de oude kamer van Carlijn opnieuw behangen.  Toen mijn vader overleed hadden we dat nog nooit zelf gedaan: dat deed hij altijd! Wij hebben zijn behangspullen geërfd; een houten koffer met behangersgereedschap en een behangtafel. En een oud, zwart kussen van een bank waar je met je knieën op kunt zitten. Zo’n stom ding veroorzaakt soms zo’n klein golfje in mijn maag: dan zie ik hem gewoon nog op de grond zitten. Op de foto hier rechts zit hij op dat kussen in de vensterbank op onze slaapkamer. Carlijn was opa’s grote hulp; zij en opa waren onafscheidelijk. Ik kan me nog een gesprekje met haar herinneren.
“Mama, weet je wel wie mijn grote vriend is?” Ik dacht Rick. Fout. “Opa natuurlijk!”
Onze foto-albums zitten vol met plaatjes zoals hierboven: opa en oma met onze kinderen. We koesteren wat we deelden met mijn ouders en halen af en toe nog eens herinneringen op. Zijn uitspraken als ”Mes hebb’n?” en “Opa giet nou eem Doornroosje speulen…” (als hij in slaap viel tijdens het voorlezen)  komen nog regelmatig voorbij. Ook van het behangen is een foto bewaard gebleven.
Deze is uit 1986, gemaakt toen we in Smilde aan de Vaart woonden. Sweet memories.

Benieuwd naar eerdere blogs over deze dag?
2015 Mien va >>>
2016 The second walz van André Rieu >>>
2017 Alles giet d’r boeten stil um deur >>>

Reageren

16 februari: 1976

Rond mijn verjaardag in oktober kreeg ik een mailtje van een vriendin van het MAVO-mini-reünie-clubje waar ik wel eens over schrijf.

Dit schreef ze:
Ada, dankzij jouw weblog had ik gisteren een bijzondere ontmoeting. 
Van een medeleerling, met wie ik ooit kort verkering had op de MAVO, kreeg ik een mail binnen op mijn werkadres. Ik was verbaasd en verrast.
Gisteren elkaar ontmoet. Dat was gezellig en bijzonder en voelde heel vertrouwd. Maakt dat er herinneringen naar boven komen. Op mijn vraag hoe hij me op het spoor was gekomen, vertelde hij van jouw weblog en daar stonden die oude foto’s van ons op. Mijn dank.”

Wat  zo’n blog dan teweeg kan brengen.
Niet veel later na bovenstaande mail kreeg ik zelf een reactie van die bewuste leerling.
Was een prachtige tijd op de MAVO in Smilde.
Las dat jullie af en toe nog wel eens bij elkaar komen met 5 dames. Leuk hoor.
Mocht er nog eens een reünie komen dan, ben ik graag van de partij.

We kwamen in contact en spraken af dat we elkaar eens met z’n drieën  zouden ontmoeten. Om 14.00 uur gistermiddag zagen we elkaar bij Van der Valk in Assen.
Wat ontzettend leuk om iemand na zoveel jaar weer te ontmoeten en herinneringen op te halen. “Hoe kwam je nou op mijn blog?” vroeg ik hem. Hij had gezocht naar Christelijke Mavo Smilde en was toen op een blog van mei vorig jaar uitgekomen (zie mini-reunie >>>), met daar onderin links naar vorige blogs over het vriendinnenclubje. En over Schuttrups >>> ,  de onvergetelijke, iconische conciërge op die school.
Al pratend zagen we hem in onze gedachten weer staan in zijn grijze stofjas.

We bespraken alle leraren, we noemden heel veel namen van medeleerlingen en vertelden elkaar hoe onze levens tot nu toe waren verlopen. Hij liet nog wat foto’s zien van de ochtend; samen hadden ze wat herinneringen opgehaald aan hun verkeringstijd en hadden o.a. ‘het Kotje’ opgezocht, waar vroeger wel eens MAVO-feesten werden gegeven.
Dat is nog steeds als feestruimte te huur en toen ontstond heel voorzichtig een plannetje……
Twee uren vlogen voorbij.

Met een hoofd vol herinneringen aan 1973-1977 reed ik weer naar huis.
Op radio 5 kwam heel toevallig Queen met ‘Somebody to love’ voorbij. Uit 1976.
Ik weet nog dat het nummer uitkwam, toen zat ik in MAVO-4.
Toeval bestaat niet.
Ook luisteren? You tube: >>>>
Sweet memories.

Reageren

Pagina 1 van 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén