17 mei: Als je bidt……

Afgelopen vrijdag stond er in het Dagblad van het Noorden een artikel over Elly en Rikkert Zuiderveld. Ze namen dit weekend na 50 jaar afscheid van hun publiek; zonder publiek helaas, dus het concert werd uitgezonden via een livestream.
Het was een raar, zuur artikel in de krant, waarschijnlijk geschreven door iemand die niet gecharmeerd is van Elly en Rikkert en dat ook duidelijk liet blijken.

Voor mij hebben ze veel betekend.
In de jaren ’80 leerde ik ze kennen door hun gemakkelijk zingbare, christelijke liedjes waar ik in mijn carrière als zondagschooljuf, kinderkoordirigente en in het samen zingen met Gerard dankbaar gebruik van heb gemaakt.
Als we uit de bijbel lezen komen er regelmatig teksten voorbij waar ik een lied van hen bij ken.

Voorbeeld?  Vanmorgen ging het in de digitale viering vanuit de Catharinakerk over de bekende tekst uit Johannes 16 “Wat je de Vader ook vraagt, vraag het in mijn naam, hij zal het je geven. ” Het bijbehorende liedje van Elly en Rikkert is dan “Als je bidt zal Hij je geven”, hierbij een link naar een YouTubevideo.
Wat we ook zongen vanmorgen in de viering aan psalmen en andere liederen, dit lied zong steeds door mijn hoofd.

De tekst van dit kinderliedje en de inhoud van de preek van vanmorgen zijn op zijn zachtst gezegd heel erg verschillend. Waar in het liedje de tekst letterlijk wordt gezongen zoals het in de bijbel staat, werd in de preek de betekenis van bidden uitgelegd.
Dominee Sijbrand van Dijk legde ons uit wat bidden niet is: het uitspreken van een verlanglijstje bijvoorbeeld. En dat we in ons gebed niet onszelf voorop moeten stellen, maar juist ruimte moeten geven aan God.
Het was een veelomvattend verhaal, waarbij ‘loslaten’ een grote rol speelde en waarbij de vergelijking werd gemaakt met het loslaten van vaardigheden en verworvenheden in het leven als je ouder wordt.
Ben je benieuwd naar het hele verhaal?
Hierbij een link naar de viering op YouTube.

Terug naar Elly & Rikkert.
(Afbeelding: RTV Drenthe)
We hebben ze te gast gehad in Roden toen het Oecumenisch Kinderkoor Roden 5 jaar bestond in 1997; toen stonden we samen met hen en ons kinderkoor op het podium in Op de Helte. Het staat in mijn geheugen gegrift als één groot feest. Wát een inspirerend stel!
Het is jammer dat ze in deze coronatijd zonder publiek afscheid nemen.
Hun verdienste voor de Protestantse wereld is erg groot geweest en ze verdienen meer dan zo’n miezerig artikeltje in de krant.
Daarom vandaag op dit blog een aantal links. Eentje naar hun pagina op Wikipedia waarop hun indrukwekkende carrière wordt beschreven (inclusief alle albums die ze uitbrachten), eentje naar hun eigen website en eentje naar een artikel op de website van RTV Drenthe over hun afscheidsconcert en een klein stukje van hun laatste optreden.
“Het is mooi geweest.”

Geplaatst in Kerk & gemeente | Getagged , , | Een reactie plaatsen

16 mei: Wie zichzelf spaart krijgt geen rente.

Een aantal weken geleden kregen we even een klein stukje mee van het begin van de laatste show van Bert Visscher.
Leuk.
Maar we hielden het niet heel lang vol; zijn eerste shows hadden we op video, die kunnen we wel dromen en daarna is het wel heel veel ‘van hetzelfde’.

Visscher zorgt trouwens in z’n eentje voor minstens de helft van de quotes die in ons gezin nog regelmatig gebezigd worden. Voorbeeldjes?
Gaat dat niet te ver? Ja.”
“Het grote origamilied, is dat er dan? Tuurlijk! Als je maar wiiiiil…!”
“Bovendien: je staat een beetje in de wege, hier heb je ’n gulden, koop een straatkrant, wegweze!”
“Mensen verander! Gebruik koriander!”
“En het belangrijkste bij bloemschikken, dames en heren, ik kan het niet vaak genoeg zeggen: de hèlm!”
Heerlijke man.
Maar met mate dus.
Van zijn laatste show waar we dus maar een klein stukje van zagen bleef één zinnetje hangen: “Wie zichzelf spaart krijgt geen rente.”
Ha ha!
Hé?
Als je er over na gaat denken kom je uit op de meerdere betekenissen van het woord sparen en de combinatie daarvan met het begrip rente.
Is het een bestaand spreekwoord? Of heeft Visscher het zelf bedacht?
Ik kende het nog niet; het geeft in ieder geval weer stof tot nadenken.

Dat brengt mij bij het verhaal van ons nichtje, het dochtertje van Gerard’s zus.
Mijn zwager was jarig; toen hij het meisje tussen de middag van school haalde had hij iets lekkers mee voor iedereen (klein dorpsschooltje hè) en ter ere daarvan hadden ze met de hele klas voor hem gezongen.

Toen ze thuiskwamen vertelde ze blij aan haar moeder dat ze met alle kinderen voor papa hadden gezongen.
“O wat zijn we heden blij, papa is jarig…!
En papa mag nu ook sparen!” vertelde ze er opgewekt achteraan.
“O? Hoe zo  dat dan?”
“Dat was bij het tweede versje van dat liedje.
‘k Hoop dat onze lieve Heer, papa mag sparen, papa mag sparen…!”

Geplaatst in Alledag | Getagged , | Een reactie plaatsen

15 mei: Dodenakkers in Zuidvelde.

Gisteren had ik in de namiddag met mijn broer afgesproken op de Brink in Zuidvelde voor onze wekelijkse wandeling.
Zuidvelde is een klein gehucht ten zuiden van Norg waar je doorheen bent gereden voor je er erg in hebt. Toen ik het dorpje opzocht op internet vond ik wat informatie: het valt onder de categorie ‘beschermd dorpsgezicht’ en er bevinden zich 9 rijksmonumenten.
Huh?
9?
Het blijken 8 oude, monumentale boerderijen te zijn en 1 archeologisch monument: een terrein met een 40-tal préhistorische grafheuvels en een aarden wal uit de middeleeuwen.
Verder vond ik op de wandelkaart het ‘Huis te Westervelde’, ook wel de Tonckensborg genoemd. Onze wandeling zou door gebied tussen Zuidvelde en Norg gaan en misschien wat vragen die bij ons leefden beantwoorden.

Middeleeuwse verkeersader.

Henk en ik gingen op onderzoek uit.
Eerst liepen we het dorp uit over de Reeweg, hierover ging vroeger al het verkeer van Zuidvelde naar Norg. Deze middeleeuwse verkeersader is nog steeds een zandpad. Vroeger was dit het kerkpad; hierover werden ook de doden naar het kerkhof in Norg gedragen.
Halverwege sloegen we linksaf en vervolgden we onze wandeling langs het landgoed ‘huize Zuidvelde’ over het Tonckenslaantje.
Dat is dat huis waar je altijd met opengevallen mond langsrijdt omdat het oogt als het mooiste plaatje in de rubriek ‘Wonen en Co’.
Met kroonluchters en romantische gordijnen.
Maar dit terzijde.

Verboden toegang

Onze zoektocht naar de Tonckensborg liep al snel dood. We zagen het pand liggen aan het eind van het pad maar een ‘verboden-toegangs’-bord versperde ons de weg.
(klik op de foto voor een vergroting).
Privéterrein.
Ok.
Dan niet.
Ook geïnteresseerd? Dit is wat ik vond op Wikipedia over Huis te Westervelde.

Wat we wel vonden waren de préhistorische grafheuvels in het bos naast het Tonckenslaantje; daarnaast stuitten we op de ‘Natuurbegraafplaats De Velden’.
Op de terugweg lag links van ons het bos met de grafheuvels van 2500 jaar geleden, rechts zagen we de heuvels van de natuurbegraafplaats.
Toen we op de natuurbegraafplaats uitkeken was het even helemaal stil; we hoorden alleen de vogels.
Wat een bijzondere plek om begraven te worden.

Natuurbegraafplaats De Velden

Dat je lichaam op den duur één wordt met de natuur in een gebied dat in de oudheid ook al als dodenakker dienst heeft gedaan.
In het archief van het Roder Journaal-on line staat nog een mooi interview met de initiatiefnemers, hierbij een link naar dat artikel.

Wat weer een bijzondere wandeling op nog geen 12 kilometer van huis.

Geplaatst in Geschiedenis | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

14 mei: Sjaal van unicat ‘Tamara’

Toen we terugkwamen van de reis naar Marokko (14 februari…..het lijkt een eeuwigheid geleden!)  was er een pakketje bezorgd van ‘Blij-dat-ik-brei’ in Arnemuiden: de bijzondere bol unicat-garen waar ik over schreef in het blog Tunisch Entrelac-haken.
Daar had ik al een tijdje naar uitgekeken, dus die zondag begon ik gelijk aan de sjaal die ik van dat garen wilde gaan haken.

Klik op de foto voor een vergroting

Bij tunisch entrelac haken moet je steeds weer aan de rechterkant van het werk beginnen, naar links haken en aan het eind van de toer de draad afbreken en weer opnieuw aanhechten. Gevolg: veel draadjes afhechten.
Daar komt bij dat je dan een voor- en een achterkant hebt, waarbij de voorkant een stuk mooier is dan de achterkant. Bij een kussen is dat prima, dan zie je de achterkant immers niet, maar bij een sjaal vind ik dat eigenlijk niet mooi, dus ik bedacht een manier om door te kunnen haken.
Op het moment dat je anders de draad afbreekt draai je het werk om en haakt het eerste vierkantje op het halve vierkantje van de vorige toer.

Ik haakte deze sjaal met een erg grove haaknaald (nr. 5) ten opzichte van het garen; daarmee creëer je een heel los weefsel. Het unicat garen bestaat uit  50% katoen en 50% acryl en is samengesteld met vier dunne draadjes. Bij de bol Tamara die ik had besteld begint het met vier zwarte draadjes, daarna drie zwarte en 1 paarse,  daarna 2 zwarte en 2 paarse en zo wisselt het verder af. De ene zwarte draad die overblijft wordt op een gegeven moment vervangen door rose. Zo krijg je heel geleidelijk een kleurverloop van zwart naar rose, wat in mijn sjaal een mooi effect geeft.

Nog wat praktische tips:
Waar je aan moet wennen bij Unicat garen is dat je wel steeds alle 4 de dunne draadjes opneemt en doorhaalt, anders krijg je kleine lusjes.
Verder moet je de afhechtingen met halve vasten steeds heel los haken, anders kun je de steken in de volgende toer lastig opnemen.
Wil je deze sjaal ook haken met deze techniek?
Zorg dan dat je eerst het tunisch entrelac-haken onder de knie krijgt, zodat je goed weet hoeveel steken je moet opzetten, waar je moet insteken, hoe hoog de vierkantjes moeten worden en hoe los je steeds moet afhechten. Ik maakte daarbij gebruik van deze website >>>

Ik hoor je denken: zou ze nou al die tijd aan die sjaal gewerkt hebben? 3 maanden?
Nee hoor.
Die sjaal was met twee weken af.
Soms heb ik nog geen ‘blog van de dag’, dus deze komt uit de voorraad!

Geplaatst in Haken, Handwerken | Getagged , , | Een reactie plaatsen

13 mei: Tot wij weer elkaar ontmoeten….

Gisteravond kregen we als cantorijleden allemaal een mail van onze voorzitter Wieger; heel toepasselijk op dinsdagavond, onze repetitieavond.
Een ‘hart onder de riem’-mail.
Dat we elkaar, het zingen en de kerkdiensten zo missen, dat het leven nu niet spannend is maar dat er wel spanningen zijn en dat het fijn is om in het dorp af en toe een kerkganger/cantorijlid te spreken of om elkaar soms gewoon eens op te bellen.

Daarna kwam er als reactie op zijn verhaal een mail van collega-alt Maja, die schreef dat het alleen zijn soms niet meevalt, maar dat ze ook erg heeft genoten van de lentepracht, fietsen en wandelen én de eigen tuin. Ze schrijft: “Wat zijn wij toch bevoorrecht hier, dat we niet op een flatje in de stad wonen, zoals ik vroeger in A’dam.
Nou lieve mensen, ons wacht nog veel geduld.
Liefs en alle goeds voor jullie allen; blijf gezond!
Denk aan lied 416 het laatste couplet: “Ga met God en Hij zal met je zijn, tot wij weer elkaar ontmoeten, in zijn naam elkaar begroeten.”

Daar schoot ik even van vol.
‘….tot wij weer elkaar ontmoeten, in zijn naam elkaar begroeten.”
Ik zocht het lied op in ‘het rode boek’ en bekeek de zang-aantekeningen die ik er met  potlood had bijgezet.
‘even stoppen bij ‘nabij – op al je wegen’
‘gels’ van vleugels iets langer maken
‘God’ niet zo scherp zingen.
We zijn als cantorij altijd heel druk bezig met de uitvoering: de melodie, de juiste nootjes, precies lang genoeg, goede uitspraak, goede stemverhouding en dat is ook allemaal erg belangrijk als je in een koor zingt.
Toen ik in m’n eentje de tekst na zat te lezen kwamen de woorden veel beter binnen.

‘Tot wij weer elkaar ontmoeten..’
In andere jaren vind ik de periode van de zomervakantie al lang, nu hebben we elkaar ook al twee maanden niet meer gezien.
Stel je voor dat we moeten wachten tot september.
Zucht.

Wij proberen moed te houden en elkaar en anderen op te beuren.
Eergisteren stuitte ik op dit kleine gedichtje:

Lichtpuntjes
soms zijn ze groot,
soms zijn ze klein
je hoeft ze niet te zoeken
je kunt ze ook zijn.

Voor mensen die niet in het bezit zijn van een liedboek: hieronder de tekst van lied 416.

Ga met God en Hij zal met je Zijn.
1. Jou nabij op al je wegen, met zijn raad en troost en zegen, ga met God…
2. Bij gevaar, in bange tijden, over jou zijn vleugels spreiden, ga met God….
3. In zijn liefde je bewaren, in de dood je leven sparen, ga met God…..
4. Tot wij weer elkaar ontmoeten, in zijn naam elkaar begroeten, Ga met God en Hij zal met je zijn.

Geplaatst in Cantorij Roden, Kerk & gemeente | Een reactie plaatsen

12 mei: Het meisje op de rots

Toen ik begon aan de serie ‘De zeven zussen’ kreeg ik van een vriendin een ander boek van dezelfde schrijfster, Lucinda Riley, met de titel ‘Het meisje op de rots’.
Zo op het oog zeer geschikt voor mij: een verhaal dat zich uitstrekt over 3 generaties,  een vleugje geschiedenis,  een beetje mysterieus en romantisch, kortom,  450 pagina’s  leesplezier. “Twee families,  voor altijd verbonden door een noodlottig verleden.”

Grania Ryan verlaat na een miskraam haar parter in New York en gaat terug naar het afgelegen, Ierse dorp waar ze vandaan komt.
Eenmaal weer bij haar ouders komt ze wat tot rust; op een dag ziet ze een jong meisje op een rots: Aurora.
Als ze het kind wat beter leert kennen, gaat haar leven stap voor stap steeds meer veranderen. Het kleine meisje vraagt veel aandacht vanwege het overlijden van haar moeder en het feit dat haar vader weinig tijd voor haar heeft.
Aurora en Grania krijgen een steeds hechtere band. Door oude geheimen binnen hun families, blijkt dat ze meer raakvlakken hebben dan ze op het eerste gezicht hadden gedacht.

Binnen een week had ik het uit. Ik bleef achter met het gevoel: het was wel heel veel.
Er gebeurt van alles in dit boek, in vorige generaties en in de huidige generatie. Aurora, het meisje dat het verhaal aan ons vertelt, vindt dat kennelijk zelf ook, want halverwege het boek krijgen we een stamboom. Daar heb ik onmiddellijk  een bladwijzer  bij gelegd en ik ben nog vaak teruggegaan naar die pagina.
Wie is dat dan? Z’n  broer?  O, die hadden ook al een kind? Stiefkind. O ja.

Verder kan ik er slecht tegen als verhalen in boeken onwaarschijnlijk zijn.
Een kind van 8 kan niet alleen een vliegticket boeken en van Ierland naar New York vliegen.
Zo’n jong kind voert ook geen volwassen gesprekken over verdriet,  verlies en/of lastige karaktereigenschappen.
Dit soort passages las ik met  kromme tenen. “Ja hoor,  ja!” denk ik dan.

Maar als je je daar overheen kunt zetten is het een mooi boek.  Er worden nogal wat vragen opgeworpen waar je niet direct een antwoord  op krijgt.  Waarom laat Grania na haar miskraam zonder iets te zeggen haar partner in de steek?  Wie zijn de biologische ouders van Anna?  Waarom heeft die halfbroer van Lily als bijnaam Gruwelijke  Gerald? Wat zit er in dat koffertje uit het begin van het verhaal?

Als je het boek uit hebt zijn alle vragen beantwoord. Daar hou ik van: ordnung muss sein. Dan heb je schrijnende verhalen gelezen uit de Eerste Wereldoorlog 1918, je weet een beetje over het decadente leven in New York tien jaar geleden,  hoop je dat niet alle Ieren zo bespottelijk koppig zijn als Grania en weet je dat levensverhalen zelden eindigen met “en ze leefden nog lang en gelukkig.”
En je weet wat er in dat koffertje zat.
Het boek gaat over (stief)moeders, dochters, zonen en over het maken van beslissende keuzes: blijf ik in deze situatie omdat dat nou eenmaal zo hoort of volg ik mijn hart en maak ik mijn eigen keuze.

Ondanks de tijdelijke kromme tenen heb ik genoten van dit boek.
Een aanrader.
Kromme tenen voor lief nemen.

Geplaatst in Lezen | Getagged , | Een reactie plaatsen

11 mei: Diederik en ik.

“We kunnen deze crisis alleen maar samen oplossen” zegt onze premier keer op keer.
Luisterend naar radio en televisie en lezend in de krant ervaar ik dat niet altijd zo.

Steeds vaker wordt de vraag opgeworpen of het crisisbeleid niet veel meer gericht moet zijn op het beperken van economische schade in plaats van het redden van levens.
Eerst hadden we al Jort Kelder met zijn brute uitspraken over ‘te dikke 80-plussers’. Afgelopen week schrok ik zelfs van de uitlatingen van columniste Marianne Zwagerman. Volgens deze vrouw is het belachelijk dat alle aandacht is gericht op het redden van levens van bejaarden (in haar woorden ‘dor hout’) in plaats van te focussen op de toekomst van jongeren en de economie.

Gerard en ik zijn niet bejaard, maar horen wel allebei bij de kwetsbare groep door onze chronische ziektes.
Ook dor hout?

Afgelopen zaterdag las ik in het Dagblad van het Noorden een interview met Diederik Jekel. Hij is een jonge wetenschapper, maar heeft diabetes en hoort daarom ook bij de kwetsbare groep.
Hij verwoordt in dat artikel wat ik denk; ik citeer.

Mensen die wat ouder zijn of een onderliggende kwaal hebben zijn geen dor hout.
Gezonde columnisten die met zulk dedain over levens van anderen gaan praten, daar word ik heel erg boos van. Dat iemand als Jort Kelder zegt dat we met deze lockdown te dikke 80-plussers aan het redden zijn is gewoon schofferend. Nog los van het feit dat het niet waar is. Als je de maatregelen loslaat weet je niet wat er gaat gebeuren.
Dan zullen waarschijnlijk vele duizenden niet zo oude mensen overlijden en ook kinderen op de IC belanden.

Maar Kelder en andere columnisten moeten een pas op de plaats maken. Zij worden opeens geconfronteerd met hun sterfelijkheid, met het feit dat de maatschappij even niet meewerkt met het vervullen van hun dromen. Dat is iets waar chronisch zieken en mensen met onderliggend lijden in hun hoofd en lichaam al hun hele leven mee te maken hebben.
Natuurlijk is dit een vrij land,  maar verkondig je mening in Godsnaam met wat meer respect.”

Hoor en wederhoor.
Dat betekent dat als iemand ergens van beschuldigd wordt, er geluisterd moet worden naar wat de beschuldigde er op heeft te zeggen, voor er over hem geoordeeld wordt.
Het is een van de algemene beginselen van een behoorlijk proces.
Een principe dat niet alleen belangrijk is in de rechtspraak.

Geplaatst in Alledag | Getagged , , | Één reactie

10 mei: Laat je niet zo verontrusten.

Vanmorgen werd ik wakker in een toestand van zeer grote stress.
Hartkloppingen, zweten, ademhaling veel te snel…….het was het staartje van een realistische droom.
Van huis uit ben ik gezegend met een zeer gezonde slaap, maar daar horen af en toe ook dromen bij waar ik soms beroerd van word.
Deze keer had ik een belangrijk gesprek ergens. Ik reed er in mijn auto naar toe, op voorhand dacht ik de weg te weten naar waar het gebouw stond, maar ik miste ergens een afslag en verdwaalde hopeloos. Het was druk op straat, ik wilde ergens parkeren om op google de weg te zoeken en toen ik na veel gedoe een parkeerplaats had bereikt had ik geen internet en ik was al veel te laat! De paniek kroop in mijn borst omhoog. Op dat moment werd ik wakker.

Oeh.
Gelukkig, het was maar een droom.
Het duurt dan echt wel even voordat ik tot mezelf ben gekomen.

De overdenking in de digitale viering van vanmorgen had als thema: ‘Laat je niet zo verontrusten.”
De voorganger begon met een verhaal uit de praktijk: hij was op weg geweest naar een eetafspraak maar was in het donker verdwaald en kon zelfs met Googlemaps de weg niet meer vinden. Het blauwe pijltje draaide alle kanten op. Paniek.
Gut, wat kwam mij dat toch bekend voor.
“Stress is wat we nu ook ervaren in coronatijd” hield hij ons voor “en door onrust en stress kun je soms niet meer helder denken.”

We hoorden vanmorgen dat de discipelen van Jezus in de stress schieten als ze door hebben dat Jezus bezig is met zijn laatste toespraak voor hen en dat hij daarna weg zal zijn.
“Hoezo dat! Waar gaat u dan heen! Hoe moeten wij u vinden! Hoe gaat het dan met ons!”
Jezus zegt dan “Laat u niet zo verontrusten, maar vertrouw op God en op mij”.
Dit is wel heel kort door de bocht, maar wel de essentie van de overdenking.
Wil je meer horen? Kijk dan de viering terug op YouTube, hierbij een link.

Afgelopen week hadden Gerard en ik ons al wat verdiept in de lezing van vandaag uit Johannes, waarin Jezus o.a. zegt: “Ik ben de weg en de waarheid en het leven.”
Daar hadden we een lied bij gezocht, dat we vanmorgen via een video in de viering mochten zingen.
Net als vroeger (toen we nog als duo aan kerkdiensten meewerkten)  had ik het gevoel dat de tekst nog meer ging spreken in de context van de hele dienst.

Een mooie bijvangst van de digitale vieringen is dat er aandacht is voor de bijdrage van de organisten, vanmorgen Erwin Wiersinga. Hij speelde twee mooie stukken van Grieg op de piano en dat voelt voor mij echt als een cadeautje.

Op het YouTube-kanaal van onze dominee Walter Meijes vond ik een gesprek tussen hem en Sijbrand van Dijk, zijn collega in Roden. Ze hebben een gesprek over corona, dat de kinderen morgen weer naar school gaan en tijdens dat gesprek ontwaarden wij ineens onze nicht Lianne!
Zij is onderwijzeres op de Hoeksteen en vertelt hoe het haar en de kinderen vergaat in deze tijd. Leuk!
Ook zien? Hierbij een link naar die video.

Geplaatst in Kerk & gemeente | Één reactie

9 mei: De waarde van drie dagen.

Twee maanden hadden we onze dochters en hun mannen niet gezien.
Wel gehoord hoor.
En ook wel op beeld gezien.
Toen we begin deze week de weersberichten hoorden hadden we bedacht dat we vandaag (23 graden!) toch eindelijk wel weer eens met z’n achten konden afspreken.
Bij ons in de tuin! Anderhalve meter er tussen, moet kunnen.
De wens (lees heimwee) was de vader van de gedachte.

Gelukkig hebben wij verstandige dochters.
“Neeheee” zei er één in het gezamenlijke video-gesprek na de persconferentie “dat mag nog niet!”
Mag nog niet?
Hadden wij iets gemist?
“Je mag niet meer dan drie mensen uitnodigen. Die regel geldt al vanaf het begin van de lockdown en die is niet versoepeld.”

Al pratend en polderend kwamen we tot een zeer acceptabel alternatief.

….eten in buffetvorm…

Donderdag kwamen Carlijn en Wim, vrijdagavond Frea en Jon en zaterdag Harriët en Cees. Donderdag kookte ik een grote pan nasi, vrijdag op verzoek stamppot zuurkool en vandaag gaan we barbecuen.
De gasten arriveerden steeds rond 16.00 u en gingen om 19.00 u weer weg.
Het eten deden we in buffetvorm en we hielden afstand.

Vrijdagmiddag appte Harriët al.
Ze was nieuwsgierig hoe we het hadden met Frea en Jon.
“Hoe gaat het?”
Gerard appte een foto terug “Gezellig en afstandelijk!”
‘Contradictio in termini’ vond Cees.
Vond ik niet.
We hadden het gezellig én we hielden afstand.
We kwamen tot de conclusie dat het een paradox was.

Drie dagen achter elkaar een dochter met vriend op bezoek.
Nu we ze allemaal apart hadden, was er ook voor ieder stel genoeg aandacht en tijd.
Drie dagen achter elkaar bepaalden de bezoekjes in hoge mate de waarde van mijn dag.
Het is een bijzondere gewaarwording dat iets wat we voor de coronacrisis zo gewoon vonden (bij elkaar op bezoek, koffiedrinken, samen eten) nu iets speciaals en bijzonders is geworden.

We hebben er van genoten; wát een topweekend!

Geplaatst in Alledag | Een reactie plaatsen

8 mei: De familie Romeijn.

Donderdagmiddag belde Carlijn.
“Ik moet je even bellen want ik heb een hele leuke podcast ontdekt, die vind jij vast ook leuk.”
Het was een podcast over de familie Romeijn.
Eén van de maaksters van deze podcast vertelt aan het begin: “Toen ik 20 was mocht ik invallen in een orkest als trompettist. Toen ik me voorstelde als Aafke Romeijn, vroeg de muzikant naast mij: “Schaam je je niet voor die naam?”
“Waarom?” vroeg ik.”
(Dat vond ik nog heel netjes, want in wezen was het een impertinente en brute vraag alleen op basis van een naam.)
“Fout in de oorlog.” was het antwoord.

Aafke is schrijfster en zangeres  besloot samen met haar zus Anneke op zoek te gaan naar die  zwarte bladzijde in hun familiegeschiedenis.
Ze doen onderzoek in de familie, bellen met een verre neef en graven in gemeentelijke archieven.

Na Carlijn’s telefoontje ging ik wc’s soppen, kruidkoek bakken en eten voorbereiden en toen dat klaar was had ik alle vier afleveringen al beluisterd.
Het was alsof ik naar twee van mijn dochters zat te luisteren, want die zijn van dezelfde generatie; Aafke en Anneke zitten ook zo heerlijk te geiten onderling.
Hun vader is van mijn leeftijd en hun opa, Joop Romeijn, was kind in de oorlog, net als mijn vader. Het onderzoek richt zich in eerste instantie op Simon Romeijn, de overgrootvader van de meisjes, die politieman in Amsterdam was.

De laatste aflevering vond ik de meest indringende.
Hoe ging het verder met Simon, de politieman?
Was er na de oorlog iets veranderd in het korps?
Aan het eind van de podcast werd het briefje voorgelezen dat vader Joop had geschreven om voor te lezen voor een schoolklas in de jaren ’90.
Ontroerend.

Hierbij een link naar de website van de VPRO waar je de hele podcastserie vindt.
Naderhand had ik het er nog weer over met Carlijn.
“Stel je voor” zei ik tegen haar “dat een broer van mijn opa……”

Geplaatst in Geschiedenis | Getagged , | Een reactie plaatsen