16 juli: Mieren bij Coenraad Wolter en Gesina.

Gistermiddag stond ik voor het eerst als vrijwilliger (zie blog 29 april>>>) in de eeuwenoude Catharinakerk op de Brink. Twee boekjes had ik gelezen over de geschiedenis van de kerk: laat maar komen die toeristen.
Anneke  was er ook; zij zat achter de tafel met boekjes en CD’s en vroeg de bezoekers bij hun vertrek om iets in ons gastenboek te schrijven. Dirk speelde af en toe sfeerverhogend op het mooie Hinz-orgel en Hidde en ik liepen in de kerk, beantwoordden vragen en vertelden verhalen over de kerk en de families die op Mensinge woonden. Dat doen we vooral naar aanleiding van vragen over uitgestalde foto’s en oorkondes die in de kerk voor de rondleiding zijn opgesteld. Verder ligt er op de avondmaalstafel een prachtig album met foto’s van de Catharinakerk in verschillende stadia.

Er kwamen  heel verschillende gasten binnen. Mensen die in Roden wonen en nieuwsgierig waren hoe de kerk er uit zag na de verbouwing dit voorjaar. Iemand uit Peize die een vraag stelde waarop ik het antwoord niet wist: wat is het verschil tussen een kloostermop en een tichelwerk-steen? Maar gelukkig is daar dan Hidde; die wist te vertellen dat kloostermoppen werden gebakken door monniken op de bouwplaats (in ons geval dus in de 13e eeuw) en tichelwerk-steen werd gebakken op een ‘tichelwerk’-boerderij, zoals bijvoorbeeld de Kleibosch >>>. Weer wat geleerd.
Er was een echtpaar uit Zwolle dat al heel veel wist van oude kerken en orgels en er waren twee dames uit Brazilië met Nederlandse roots. Als je in gesprek komt met mensen hoor je de meest uiteenlopende verhalen. Eén mevrouw liep altijd graag even een kerk binnen omdat ze het gevoel had dat ze dan wat dichter bij haar overleden zoon was. “Die gewijde, soms serene sfeer roept van alles bij me op….”

Eén kind was er gistermiddag. Ze was met haar moeder aan het wandelen met de hond. “Mag ik wel even binnen kijken?” Tuurlijk. Mama bleef met de hond buiten. Ze liep naast me door het gangpad en wees naar de preekstoel. “Daar staat de meneer natuurlijk op die alles voorleest.”
Ze was gefascineerd door de glazen plaat voor de Kymelbank met de gemetselde cryptes van Coenraad Wolter en Gesina Ellents. “Liggen ze daar dan in?” Ik vertelde hoe lang al. En waar ze gewoond hadden. Dat ze heel deftig waren en een eigen bank hadden. Opeens ontdekte ze mieren onder het glas.
“Kijk! Mieren…….” het was even stil en de beestjes werden bestudeerd. “Mogen die daar wel onder komen?”

Het antwoord op die vraag wist ik ook niet, net als over die stenen. Ik heb het Hidde maar niet gevraagd.
Het meisje tekende het gastenboek in het prachtige, net geleerde handschrift van een zes-jarige.
Daarna liet ze mij haar schoenen zien: met wieltjes er onder! Dat moest ik natuurlijk even buiten gaan bekijken.

Ik had het inderdaad goed ingeschat toen ik solliciteerde naar dit vrijwilligersbaantje: net iets voor mij. Woensdagmiddag 26 juli mag ik weer.

Geplaatst in Geschiedenis, Kerk & gemeente | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

15 juli: Wat een boer niet kent……

Alweer een ‘afsluiting van het seizoen’, dit keer van de ZWO. Een etentje ‘door elkaar, voor elkaar’ (uitleg zie blog 20 juni 2015 >>>).
Afrika was het thema deze keer; de ZWO is de komende tijd actief voor het project ‘Straatkinderen in Oeganda ‘.
We kregen een lijst met gerechten en ik mocht kiezen wat ik wilde maken.
“Afrikaans. Wat ja weer lastig.” zei ik tegen Gerard “wanneer hebben jullie eens een project in Italië of Duitsland of zo….” Dan weet ik wel wat ik moet kiezen. Pasta met kip en pesto. Sauerkraut mit Bratwurst.

Ik ben dan wel geen boer, maar voor mij gaat het spreekwoord “Wat een boer niet kent dat eet ie niet” echt nog wel op. Toen ik het lijstje met gerechten naspeurde vond ik niet één gerecht dat ik op voorhand kende. Uiteindelijk koos ik voor boboti. Een ovenschotel met sperziebonen, gehakt, knoflook, ui, banaan en appel.
Op zich al een wonderlijke combinatie, maar de kruiden die je moest toevoegen waren kerrie, koriander, gember en kaneel. KANEEL!

Op internet vond ik een recept voor boboti zonder pakjes en zakjes op de kookwebsite “Lekker & Simpel”. Twee schotels maakte ik: één met gehakt en één met quorn voor de vegetariërs.
Ondanks mijn aanvankelijke weerstand tegen de ongewone combinatie van ingrediënten vond ik het heel erg lekker. Net als overigens de gerechten die de anderen meenamen: pindasoep, de rijstsalade, de couscous schotel, de chapati – omelet -rolletjes, de drie variaties op een bakbananenschotel én de fruitsalade.
Met slagroom en ijs van Albert Heijn.
Niet Afrikaans, maar ook heel lekker.

Ben je net zo’n spreekwoordelijke boer als ik?
Dan kan ik je dit recept >>> als ervaringsdeskundige van harte aanbevelen!

Geplaatst in Koken | Getagged , , | Een reactie plaatsen

14 juli: Fietsen en praten. En ook nog kijken!

De scholen hebben bijna vakantie: het is weer tijd voor de afsluiting van het seizoen. Woensdagavond was dat met de Gespreksgroep ’93. We stapten met 9 man op de fiets voor een fietstocht van ongeveer 2 uur; Bert had een mooie route uitgestippeld dus die reed voorop met Kees. In het begin reden we nog door bekend gebied, maar toen we de buitenwijken van Leek achter ons hadden gelaten was ik al gauw het spoor bijster. Nou had ik ook niet echt aandacht voor het spoor, want ik fietste naast Enny en die had ik al een tijdje niet gesproken.
Klepperdeklepperdeklep.
Bert en Kees hadden de gang er goed in. Zo goed dat ik op een gegeven moment riep: “Kunnen we even stoppen? Wat is het hier mooi! Waar zijn we eigenlijk?”
Naast fietsen en praten wil ik namelijk ook graag kijken, maar met smalle paadjes en behoorlijke ‘gang op de ket’ kijk je vooral voor je.
We waren in de omgeving van Niebert, vlak bij het Steenhuis Iwema. We fietsten een gedeelte van het Malijkse pad, in de volksmond ’t Pad genoemd. (foto RTV Noord) Werkelijk prachtig is het daar. (zie>>>)
We fietsten door in een langzamer tempo; even later kwamen we langs museum ’t Rieuw en stond ik me te vergapen aan de Coendersborg.

Op dat moment nam ik me voor om hier deze zomer nog eens heen te fietsen, het museum te bezoeken en de borg te bekijken. Op internet vond ik al wat informatie. (zie >>>)
Rond 9 uur waren we weer thuis; Gerard had koffie en verse boterkoek.
Het was nog lang erg gezellig aan de Boskamp!

Geplaatst in Alledag, Geschiedenis | Getagged , | Een reactie plaatsen

13 juli: Computers zijn geweldig…… maar ze moeten het wel doen.

Toen wij terugkwamen uit Canada had onze computer de geest gegeven.
Zo dood als een pier. Mijn broer, heeeel handig met computers, nam het beestje mee, maar kwam met dezelfde constatering: zo dood als een pier.

Zonder computer kunnen we tegenwoordig helemaal niet meer, dus we zetten Gerards laptop op de plek van de overledene en konden op die manier toch ‘computeren’.
Maar het was wel lastig. Ik ben gewend aan mijn eigen bureaublad, mijn eigen inrichting op mijn internetpagina, ik kon niet bij mijn emailadressen en het was allemaal wel erg omslachtig met foto’s enzo.

Ook mijn blog heb ik met kunst- en vliegwerk in de lucht gehouden, maar het kostte wel meer tijd dan anders.
Vandaag wordt onze nieuwe computer geïnstalleerd, dus voor vandaag maak ik me er met een Jantje van Leiden van af. Als het goed is morgen een nieuw blog vanaf een splinternieuwe computer!

Geplaatst in Alledag | Getagged | Een reactie plaatsen

12 juli: Aafje Heynis

In 2003 luisterde ik in de middag naar een radio-programma.
Er was een item over Aafje Heynis, een naam die ik tot dan toe nog niet gehoord had.
Er werd verteld dat Aafje in de jaren ’50 en ’60 een beroemde alt-zangeres was. Ze was in 2003 al meer dan 15 jaar gestopt met zingen, maar er werd toen nog (ze was toen bijna 80 jaar) een CD uitgebracht met liederen die ooit van haar waren opgenomen. “De mooisten” zei ze daar zelf over, ze had ze zelf uitgezocht. De CD heette “Dank sei dir Herr”.
Op het moment dat ze een nummer draaiden van die CD was ik aan het strijken.
Ze lieten “Erbarme dich” uit de Matthäuspassion horen.
Ik weet nog dat ik het strijkijzer uit zette en bij de radio ging zitten om te luisteren.
Zo’n mooie alt had ik nog nooit gehoord.
De volgende week had ik de CD in huis; wat heb ik die al veel beluisterd.

Vandaag deel ik met mijn lezers een muziekbestand met het nummer Che faro senza Euridice uit de opera Orpheus & Eurydice van Glück.
Erg bekend; InBetween, het koor waar Gerard bij zingt heeft het ook op haar repertoire staan. Maar voor mij is dit de mooiste uitvoering.

Er verscheen al eerder een blog over een lied van deze CD lied met de titel ‘Bist Du bei mir’ , zie >>>)
Meer weten over Aafje? Zie >>>

Geplaatst in Muziek | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

11 juli: Zo zijn onze manieren

Drie weken waren we in een ander werelddeel.
Heel anders dan bij ons Europa, maar door de vele Europese emigranten toch ook weer niet zo anders dan bijvoorbeeld Azië.

13 cm hoog, slicht vol

Als je mensen ontmoet vraagt iedere Canadees “How are you today?”. Het is niet de bedoeling dat je daar uitgebreid antwoord op geeft, men verwacht dat je dan iets roept als “I’m fine, thank you.”  Als je vervolgens vraagt hoe het met hén is, is dat iets wat ze in het geheel niet verwachten.
In Canada is alles veel groter dan bij ons. Eén beker koffie  is meer dan onze twee kopjes. De auto’s zijn veel groter, dus de belijning voor parkeerplaatsen ook. De koelkasten en  wasmachines zijn decimeters forser dan bij ons.
Alle huizen hebben airco. Het is daar ’s zomers erg warm, dus ‘buiten zitten’ is niet echt een ding in Canada. Met al dat water heb je ook heel veel last van neefjes, wat het buiten zitten ook niet echt veraangenaamt.
Verder zie je amper hekken en heggen tussen de gazons; het komt daar niet zo krek wie welk grassprietje maait.

Wil je van de ene naar de andere stad, dan leg je lange afstanden af; wij maakten dagen van 6 uren in de auto.
In het verkeer zijn de regels ongeveer hetzelfde als in Nederland, al moest je wel goed opletten bij stoplichten: sta je op een kruising en wil je linksaf slaan, dan krijgt tegemoetkomend verkeer tegelijkertijd groen.
Eem uutkieken dus. Gekke vrachtwagens daar trouwens: allemaal ‘hondekoppen’. (Zie foto, even op klikken voor een vergroting)
Op de snelwegen, mag je ook rechts inhalen; daar schrokken we wel van in het begin.
Verder mag je overal gratis naar de WC, zelfs langs de snelweg en het wordt allemaal keurig schoongehouden.

In de grote steden leven, net als bij ons, veel zwervers.
In Quebec liep iemand luid opera-zingend door de stad. Toen hij onze stadswandeling-groep voorbijkwam riep hij een paar keer loeihard ‘I’M NOT A BEGGAR” en zong vervolgens weer even hard verder. Geen bedelaar dus, maar wel een beetje gek.
Amerikanen in onze groep vertelden dat er bij hen in de wijk ook zo’n maffe zanger rondliep. Ze dachten even dat die ook in Canada op vakantie was….

Gastvrijheid staat in Canada hoog in het vaandel. De zondag dat wij bij Judy en Dennis waren, waren wij daar getuige van: een zoon van hen met vrouw en kinderen kwamen langs, evenals een bevriend echtpaar. Judy maakte zelf hamburgers met een soort tupperware mal, waarin je 8 hamburgers tegelijk drukt. (zie foto) Familie en vrienden namen salade én andere lekkere dingen (o.a een heerlijke cheese-dip) mee en er werden twee dozen wijn aangebroken: kartonnen jerrycans met een tapkraantje er aan.
“Ik lust nog wel een glaasje uit zo’n box van Judy” vroeg iemand. Later op de avond werden de dozen gekscherend “Judy’s Juice Box” genoemd; rood sap en wit sap……

Ook eens Canadese cheese-dip maken? Het heet ‘Hot and creamy cheese-almond-spread’. Ik kreeg het recept van de vrienden van Judy: klik hier Canadese kaasdip voor een PDF.
Net als bij de rabarbermuffins vind je eerst het originele, Engelse recept en daarna komt mijn Nederlandse vertaling.
Hamburger-tip van Judy: een gesnipperde ui en een gesnipperde rode paprika door het gehakt mengen

Geplaatst in Alledag | Getagged , , | Een reactie plaatsen

10 juli: Zing maar even mee…..

Gerard en ik doen voor het eerst samen mee aan een koor-project.
We werden uitgenodigd door Klaas, die wij kennen van onze PKN-gemeente; hij zingt al bijna dertig jaar als bas bij gemengd koor Woudklank in Roden. Hun dirigent, Wim Opgelder, (zie >>> voor zijn website) vroeg mensen voor een projectkoor; op 19 november wordt het stuk ‘Wachet auf ruft uns die Stimme’ van Johann Christoph Friedrich Bach (zoon van) uitgevoerd.
Nu onze cantorij is opgeheven had ik daar wel oren naar en ook Gerard wilde zich wel eens wagen aan een klassiek stuk. Gisteravond was de eerste bijeenkomst  in Zuidlaren, Klaas haalde ons van huis op.

Zo’n eerste repetitie is altijd spannend: hoeveel  mensen hebben zich opgegeven?  Zijn er meer mensen uit Roden? Zijn er zangers bij waar ik al eerder mee heb gezongen? Er waren 43 zangers, waarvan 12 uit Roden, waaronder 4 ‘bekenden’. Maar uit Zuidlaren kwam ook nog iemand aanfietsen die ik ken: Wilma, de vrouw van collega Rien. Wat een aangename verrassing! We hadden het gelijk al erg naar onze zin met z’n tweeën. We zitten naast elkaar op de tweede altenrij als ‘sluitstuk’ op de linkerflank.

We hebben even aan het stuk ‘geproefd’. Kleine stukjes werden vierstemmig  ingestudeerd en doorgezongen. Het lastigste was gisteravond een regel van de sopranen, die door alle partijen herhaald wordt. “Zing allemaal maar even met de sopranen mee!”
Even? Ik had het hele stuk nog nooit gezien! (op de afbeelding hiernaast is het de regel waar de meeste noten in staan.)
Tot mijn verbazing zongen de anderen het allemaal heel behoorlijk mee; ik verdenk ze er van dat ze thuis stiekem geoefend hebben. Toen ik later aan Gerard vroeg hoe het hem was afgestoken zei hij dat hij bij die regel vooral goed gelúisterd had……

Het belooft een fijn project te worden, ik verheug me op het vervolg; vanaf eind september hebben we nog 6 repetities  om het allemaal mooi onder elkaar te krijgen. Gisteravond kregen we allemaal de volledige partituur en een oefen cd. Door maestro Wim hoogstpersoonlijk ingezongen. Huiswerk voor de zomer!
Wij hebben tijd zat om te oefenen : wij hebben  onze vakantie al gehad……

Geplaatst in Muziek | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

9 juli: Een juk dat onze voeten richt.


Vanmorgen woonden we de viering bij in een mooi gevulde Catharinakerk. Er waren geen kinderen voor de kindernevendienst, maar de predikant liet desondanks toch even de plaatjes zien die hij voor dit kindermoment had uitgezocht.

Een Delfts-blauw tegeltje liet een vrouw zien met een juk waar twee emmers aan hingen. “Een juk helpt je om zware dingen te dragen.” legde de voorganger uit. Op de andere afbeelding zagen we twee ossen met een juk. “Het juk houdt de ossen op het goede spoor. Zo blijven ze in de goede richting lopen en ze trekken met de ploeg een rechte voor”.

We lazen vanmorgen het gedeelte waarin Jezus zegt: Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.
De predikant hield ons in zijn overdenking voor dat er nogal wat hedendaagse jukken zijn waar wij onder gebukt gaan. De niet aflatende druk van de sociale media. Het juk van een overvolle  agenda, de druk om te moeten presteren, de soms torenhoge verwachtingen die de omgeving van ons heeft. We moeten scoren, op de eerste rij zitten, netwerken en vooral: ER BIJ ZIJN!  Voor een ieder herkenbaar: de dagelijkse rat-race  van onze huidige maatschappij

Jezus wijst ons een andere weg. De weg van de nederigheid en de zachtmoedigheid. Maar dat betekent niet slaafs en gedwee. Een paar zinnen uit zijn verhaal die me bijbleven.
Zachtmoedigheid is een stille kracht die dwars door de wereld heen mensen voor zich wint en verandert. Anders kijken en horen, met oog voor het kleine. Het bijbelse ‘nederig’ heeft niets te maken met onderdrukt worden. Het komt van het latijnse woord humilitas, dat is afgeleid van humus . (vertaald is dat ‘grond’).
Dat je dus met beide benen op de grond staat. Je moet jezelf niet groter of hoger maken dan je bent, maar ook niet kleiner of lager. Je weet waar je staat, je weet dat het is zoals het is,  je weet je plek en je mag er zijn.

Bovenstaande is een povere poging om iets weer te geven van het hele verhaal van vanmorgen, maar dit is wat mij aansprak. Daarbij werd gezegd dat van ons geen wonderen worden verwacht. Geen torenhoge verwachtingen. De liefde dient geleefd te worden; mijn last is licht en mijn juk is zacht.
Eén van de liederen die we vanmorgen zongen was: Een schoot van ontferming is onze God. De laatste regel van dat lied is: ‘Hij zal onze voeten richten op de weg van de vrede.”
Kijk naar het plaatje van het juk om de nek van de ossen en laat de boodschap tot je doordringen.

Na de viering was er een tuinconcert in de tuin van Ben en Mathilde, Aan de Vaart in Foxwolde. Daarover heb ik een verslag geschreven én foto’s geplaatst op de website van onze PKN-gemeente: zie >>>. Was je er niet bij? Je hebt iets gemist!!!!!!

Geplaatst in Kerk & gemeente | Getagged , | Een reactie plaatsen

8 juli: Doedelzakken en kippenvel

De vader van gastheer Dennis (zie blog gisteren) werkte vroeger in de regeringsgebouwen van Ottawa; Dennis kent daarom de stad op zijn duimpje. Hij was dus onze gids toen Judy en hij ons de stad lieten zien.  Waar ik in de andere steden  de hele tijd met een plattegrondje voor m’n neus liep en uitzocht waar we heen moesten, liep ik nu heel ontspannen achter Judy en Dennis aan. Wat heerlijk!

We begonnen met een bezoek aan het graf van de onbekende soldaat. Twee soldaten staan daar onafgebroken op wacht, om de paar uur afgewisseld door twee andere soldaten. Wij troffen het: er was net een “changing of the guards”; onder begeleiding van doedelzakmuziek (een deel van het Canadese leger is Schots) werd de wacht gewisseld.
Ondanks de warmte had ik kippenvel; wat een plechtig moment. De Canadezen zijn trots op hun soldaten die hun leven gaven voor de vrijheid van anderen. Ook die van ons in 1940-1945! Er stonden in de stad overal jonge gidsen die toeristen iets vertelden over het monument waar ze bij stonden. De jongeman die wij spraken vertelde dat zijn grootvader had gevochten in Nederland in de tweede wereldoorlog. Hij wist ons veel over die episode te vertellen, wist zelfs dat prinses Margriet in Ottawa is geboren en dat de kraamkamer in het ziekenhuis voor die gelegenheid tot Nederlands grondgebied werd verklaard.

Dwars door de stad stroomt Rideau-river. Prachtig waren de verhalen over hoe het in Canada is in de winter. Het wordt daar gemakkelijk min dertig. Bijna al het water bevriest dan, dus er ontstaan overal natuurlijke ijsbanen waar naar hartenlust op geschaatst wordt.
De drie grote parlementsgebouwen vormen het hart van de stad; we liepen er om heen en hadden een mooi uitzicht over de stad en de rivier, terwijl Dennis ons  ondertussen honderduit vertelde over de stad en haar bijzonderheden.

‘Canada 150 jaar’ is een groot ding dit jaar. Overal hingen vlaggen, de steden werden versierd en men maakte zich op voor de festiviteiten rond 1 juli, zo ook Ottawa. We bezochten het ‘memorial’ (een soort gedenkteken) dat al was opgericht voor dit jubileum.
Voor ons Europeanen komt het wat koddig over, maar Canadezen zijn heel trots op alles

With the arrival and overwhelming influence of European explorers…….

wat ouder is dan 1850. Er is heel veel aandacht voor wat er bewaard is gebleven van de eerste Franse en Engelse Kolonisten, maar er is hoegenaamd geen aandacht voor de eerste Noord Amerikaanse cultuur: die van de Indianen. Welgeteld één bordje heb ik daar als toerist over gelezen (klik op de foto hiernaast voor een vergroting, dan kun je de tekst lezen) en in Ottawa stond een grote totempaal.

Het is niet fraai wat de Europeanen in de loop van de eeuwen hebben aangericht in andere delen van de wereld.
We kunnen het niet meer terugdraaien.
Hooguit excuses aanbieden.
Ik hoop van harte dat er bij al die festiviteiten rond het jubileum daar ook aandacht voor is.

Geplaatst in Alledag | Getagged , , | Een reactie plaatsen

7 juli: My way

Het laatste deel van onze Canada reis brachten we door in de buurt van Ottawa. We waren uitgenodigd om te logeren bij nicht Judy en haar man Dennis.
Toen we aankwamen werden we dol-enthousiast begroet door Bentley, hun golden retriever.

De hond was zo mak als een lammetje. Hij vond de visite erg gezellig en was blij met schoonzus Lammie, die regelmatig met hem uit wandelen ging.
De volgende dag bracht dat de buurt behoorlijk in verwarring. De één herkende wel de hond, maar niet de baas, andere buurtgenoten waren verbaasd dat hun hond zo enthousiast reageerde op een ‘vreemde’ hond of groetten Lammie en dachten “Wat ziet Judy er anders uit….!”

Op de eerste dag namen ze ons mee naar Ottawa, daarover zal ik morgen een blog schrijven. Vandaag een verslag van de tweede dag van ons verblijf daar; toen namen Judy en Dennis ons mee in hun speedboot.
Maar dat was leuk!
We voeren op de Rideau-river, die bij Ottawa in de Ottawa – river stroomt. Wat een brede rivieren daar in Canada!

Met wapperende haren zaten we als ‘jet-setters’ in de speedboot. Langs de rivier wonen de bemiddelde Canadezen met hun achtertuin grenzend aan het water; allemaal een eigen aanlegsteiger, allemaal een eigen boot. Met prachtig onderhouden tuinen, mooie veranda’s en grote huizen. Dennis vertelde ons dat daar rijke zakenlui woonden en beroemde ijshockey’ers en golfers.
We keken ons de ogen uit, je waant je even in een andere wereld. We meerden aan bij een terrasje aan het water en boden onze familie een warme maaltijd aan.
We hieven het glas op de aangehaalde familiebanden en genoten van het eten en van elkaars gezelschap in de avondzon.

Toen we terugkwamen moest de boot weer in de stalling en Judy deed het dekkleed er overheen. Dat had ze niet helemaal goed gedaan, want de laatste knoopjes lukten niet dicht. Dennis, eigenlijk koude kant van de familie, zei toen iets waardoor hij wel een broer van Gerard en Jan kon zijn:
“Jude, you didn’t do it good.
There are two ways to do this: my way or the wrong way…..!”

Geplaatst in Alledag | Getagged , , , | Een reactie plaatsen