7 januari: Taolgrens

Nao de stadswandeling in Appingedam gungen Gineke en ik even koffiedrinken bij Gerard en wij  maakten kennis met een aantal van zien collega’s.  Iene kwam uut Klazienveen en wij teuten in het Drents zo een einde vot: femilie, geschiedenis, taol, kwekkwekkwek. Gezellig.
Ok een aandere collega uut Stadskanaol kwam d’r bij stoan en hij praotte ok in zien eigen streektaol, het Veenkoloniaols.

“Dat wij zo verschillend praot en dat wij mekaar toch verstaot hé? In Klazienaveen praot ze toch hiel aans as het Veenkoloniaols dat ok in Zuud-Oost Drenthe proat wordt?”
Collega uut Klazienaveen wus d’r meer van.
“Dat komp umdat bij het uutgraven van de knaolen van de Veenkoloniën de Grunnigers van boven kwamen, zij preuten Grunnings under mekaor. Vanuut het zuuden kwamen de Twenten en die namen het Sallands met. Deur de jaoren hen is het allemaol wat verbasterd, maor ie kunt de taolgrens nog precies anwiezen: Zwartemeer”.

O?
Nou ja zeg! Wus ik ja niet.
Nog nooit haar ik mij ofvraogt hoe het kun dat mien femilie in Klazienaveen (de Vrieswijken) zo aans preuten as de femilie in Emmerkepas (de Boelens). Ik was d’r van uut gaon dat dat kwam umdat de Vrieswijken zolang in Oldenzaal woont hadden (daor bin ik ja ok geboren) en de Boelens oorspronkelijk uut Onstwedde kwamen.
Klazienaveen en Emmerkepas ligt eigenlijk vlak bij mekaar en toch is taol compleet aans.

Veur de taolpuristen: dit vun ik d’r over op internet.

De Drentse dialekten uut de gemiente Emmen bint underling stark verschillend. In
de indieling van ‘t Woordenboek van de Drentse dialecten weur het dialekt van de plaots Emmen en heur direkte umgeving (Weerdinge, Noord- en Zuidbarge, Westenesch, Willemsoord) tot het ZuudOost Zanddrents rekend. Dat geldt ok veur  het dialekt van Schoonebeek, wat eigenlijk veul zuudelijker van karakter is en daorum soms tot het Sallands rekend wordt.

In het noorden van de gemiente Emmen praot ze Veenkoloniaols dialect wat tot het Grunnings heurt. Het WDD rekent daor de dialekten van Nei Weerdinge, Roswinkel en Emmer-Kepas en umgeving bij, alhoewel  het Roswinkels daor feitelijk nie bij heurt: dit dörp is van veur de vervening en ’t dialekt is ’n vrumde eend in de biet, Het past eigenlijk beter bij het Westerwolds van Oost Grunn’n.

De rest van de gemiente Emmen vörmt ’t Zuud-Oost Veendrents. De dialekten van Nei Amsterdam, Erica en Klazienaveen liekt stark op de taol van ’t Drents-Overiesels  grensgebied (Dedemsvaort/Slagharen waor de eerste verveners ok wegkomt) en ok op dat van Coevern. Ok de taol van Nei Dordrecht liekt daor wel op. ’t Dialekt van Barger-Oosterveld liekt nogal op Veenkoloniaols, de dialekten van Barger-Kepas, Zwartemeer en Weiteveen klinken as het Emslands van over de Duutse grens, daor kwamen de kolonisten ok vot.

Allemaol vormen van het Nedersaksisch; mien va gung in gesprekken over op de streektaol zo gauw as e vernam dat iene een noordelijk accent haar.
“Wij bint tenslotte Nedersaksen under mekaar”.
Zo ist.
Ku’j plat praoten?
Doe dat dan!

Geplaatst in Streektaol | Getagged , | Één reactie

6 januari: Wat nou mythe….. mieters!

De titel van dit blog is uit de Disneyfilm Aladdin, een animatiefilm over het aloude sprookje van de geest in de lamp. De geest roept dit aan het eind van  de film; Aladdin en Yasmin hangen samen gelukkig over de reling van het paleisbalkon en de geest vindt het mieters!

De wijzen uit ‘de Bijkeuken’.

Vanmorgen ging het in de viering van de PKN-gemeente ook over een mythe.
Het was immers 6 januari: Drie Koningen.
Voorganger Meijles had drie wijzen en een kameel op de tafel op het podium staan.
Het waren de wijzen die horen bij de kerststal die in de Bijkeuken staat.
Ook het verhaal van de drie wijzen hoort in de categorie ‘mythen’ volgens de predikant.
We weten namelijk niet zeker of die wijzen/koningen wel bij Jezus geweest zijn.
Mattheus is de enige evangelist die daarover vertelt.
Waren er drie wijzen? Staat nergens in de bijbel; wel dat ze drie geschenken meenamen.
Waar kwamen ze vandaan? In nevelen gehuld.
Wat was dat met die ster? Hoe wisten ze waar ze moesten zijn? Kan niet worden bewezen.

De dominee noemde ons in onze tijd ‘verstandelijk gehandicapt’; hij gebruikte deze term om aan te geven dat wij alles willen beredeneren. “Is dat wel zo? Kun je dat bewijzen?” En als we het niet kunnen bewijzen is het niet zo.
Wij zijn de kracht van een goed verhaal uit het oog verloren door alles te willen beredeneren.
En als iets niet kan, dat is het niet gebeurd.
Maar een verhaal wil ons iets vertellen. De bijbel staat vol met verhalen, waarvan een deel wel valt te bewijzen, maar ook een groot deel niet.
Mijn vader leerde ons al: “De bijbel is geen geschiedenisboek. Het is een geloofsboek”.
Het is de bedoeling dat wij iets doen met die verhalen, daar gaat het om; dat wij uit die oude verhalen, mythe’s zo u wilt, lering trekken en de lessen toepassen in ons dagelijks leven.

Tot zover de viering van vanmorgen, die overigens weer voortreffelijk werd ‘omspeeld’ door Erwin Wiersinga.
Toen Gerard en ik na de viering thuis nog een kop koffie dronken, zei Gerard: “Ik moest vanmorgen ook even denken aan die serie “In de voetsporen van Jezus van Nazareth” die we rondom de kerstdagen hebben gevolgd op NPO2″. Dat had ik ook.

NPO 2, In de voetsporen van……

Het is een documentaire gemaakt door Kefah Allush.
Hij gaat in vier afleveringen op zoek naar de echte Jezus van Nazareth. Hoe zag hij er uit? Wat at hij? Hoe sprak hij? Welke sporen kunnen we terugvinden van de echte Jezus uit het begin van onze jaartelling? Een fascinerende serie waar we erg van hebben genoten en waar we veel van geleerd hebben. Gemist? Je kunt hem nog terugkijken, klik hier >>>.  (onderaan beginnen voor de 1e aflevering)

Interessant.
Maar het gaat om het verhaal; en dat is mieters!

Geplaatst in Kerk & gemeente | Getagged , , | Een reactie plaatsen

5 januari: Het drama van Appingedam.

Vrijdag, de laatste dag van mijn kerstvakantie, had ik afgesproken met vriendin Gineke om ‘iets gezelligs’ te gaan doen.
Het werd Appingedam.
“We moeten eerst naar de VVV voor een plattegrond, anders weten we de weg niet” zei Gineke, dus toen we de auto in het centrum hadden geparkeerd volgden we de richtingaanwijzers en kwamen bij het VVV-kantoor.
We kregen een plattegrondje en een folder met de beschrijving van een stadswandeling van 1,2 kilometer. Dat durfden wij nog wel aan.

Het werd nog even gezellig in het VVV-kantoor. Gineke had in Appingedam twee jaar op de MULO gezeten en toen de mevrouw achter de balie de naam van de directeur noemde dacht ik even dat het er op zou uitkomen dat ze samen in dezelfde klas hadden gezeten, maar dat was niet zo.
Ergens in mijn geheugen zat het verhaal van burgers van Appingedam die in de Nicolaikerk waren omgebracht door de Groningers.
“Wat is er waar van dat verhaal?”
Het was echt gebeurd. De vriendelijke medewerker (die Sibo  bleek te heten) vertelde dat de steden Appingedam en Groningen rond 1500 even sterk waren, maar dat de Groningers de macht naar zich toe probeerden te halen door te eisen dat in hun stad ‘stapelrechten’ werden betaald. De Damsters waren het daar niet mee eens. Dit staat er over op Wikipedia: In 1514 werd Appingedam ingenomen door Georg van Saksen. De bevolking, die voor een deel zijn toevlucht had gezocht in de Nicolaikerk, werd uitgemoord. Bij dit bloedbad kwamen  meer dan 1000 mensen om het leven, waaronder ook ouden van dagen, vrouwen en kinderen.

Sibo mopperde dat er nota bene een straat in Appingedam naar deze Georg van Saksen was vernoemd, “alsof hij een grote held was in onze geschiedenis”, maar die discussie wordt de laatste tijd wel over meer namen gevoerd……
Hij vertelde ons nog iets over de beroemde Hangende Keukens in Appingedam.
“Als je die stadswandeling straks doet en je slaat na dat bruggetje linksaf de Solwerderstraat in, dan kun je op nr. 14 aanbellen. Daar mag je vaak wel even naar binnen om zo’n hangende keuken van binnen te bekijken”.
Zo gezegd, zo gedaan. En zo stonden Gineke en ik enkele minuten later in de gang bij Paul Roelofs die ons vervolgens het interieur van zijn Hangende keuken liet zien. Op internet vond ik een video >>> over de Hangende Keuken waar we Paul vanuit zijn keuken over deze bezienswaardigheid horen vertellen.

We dronken koffie in ‘het Hof van Daam’,  lunchten in ‘croissanterie The Fifties’ en wandelden langs de verschillende bezienswaardigheden.
Van Sibo mochten we nog wel eens terugkomen, want we konden nu niet in de kerk en ook niet in het stadhuis. Dan zou hij als gids een stadswandeling voor ons verzorgen; verder moesten we dan ook een rondvaart door de grachten maken én het stadmuseum bezoeken.
Op het kaartje dat ik kreeg van keukenman Paul stond dat hij vrijwilliger is van de Groninger Zilverkamer (klik hier >>> voor een link met info) in Appingedam; dat museum hebben we ook nog niet gezien.
En toen we Gerard opzochten in zijn kantoor bij BBC aan de Fivelpoort riep hij uit: “Ben je dan niet in de haven geweest?’

Nee man.
Ook gemist.
Je bedenkt toch van te voren niet dat er zoveel te zien is in een klein stadje in  Oost-Groningen?
We’ll be back for more. 

Geplaatst in Alledag | Getagged , | 2 Reacties

4 januari: Rookworstsalade.

Op nieuwjaarsdag ontmoeten we de familie Waninge altijd in ‘de kantine’ bij de camping van zus Hennie en zwager Harrie.  Concept: neem je eigen eten en drinken mee,  eerlijk zullen we alles delen.  Eigenlijk ging ik er van uit dat er wel wat zou overblijven van de oudejaarsboodschappen die ik maandag had gedaan. Nee dus. Op.

“Weet je wat,  ik maak nog even snel een tonijnsalade, er staat altijd nog wel een blikje tonijn in de koelkast.”

Ook op. Er lag nog wel een rookworst van 225 gram. Nee..  dat is niks.  Hoewel,  mijn vader maakte vroeger huzarensalade met een blikje Smac…

Lang verhaal kort: ik maakte een tonijnsalade zonder tonijn met rookworst.  Schoonzus Ali: “App mij dat recept even!”
“Hoeft niet” riep ik.
“Staat op mijn blog onder ‘tonijnsalade. En dan rookworst ipv tonijn.”

Ook rookworstsalade maken? Klik hier >>> en dan  het blikje tonijn vervangen door rookworst.

En die salade op nieuwjaarsdag? Op.

Geplaatst in Koken | Getagged , | Een reactie plaatsen

3 januari: In de ‘blog-stand’

Het nieuwe jaar is al weer even aan de gang; de kerstvakantie ervaar ik als een weldaad. Fotoboek bijgewerkt tot en met december, heel veel gezellige dingen gedaan met gezin en familie, genoten van het uitslapen ’s morgens en genoten van het feit dat ik niet steeds op de klok hoef te kijken en even niet naar mijn werk hoef. Ruhe im Zelt.

Toch betrap ik mij erop dat ik ondanks mijn vakantie eigenlijk altijd in de ‘blog-stand’ sta. Als ik ergens ben spelen er in mijn achterhoofd al woorden en zinnen die ik zou kunnen gebruiken in een blog. Eerste kerstdag bijvoorbeeld had Walter Meijles zo’n bijzondere preek dat ik na het ‘Amen’ dacht: “Die man moet een applaus”. Maor dat doe’j ja niet…..

Vertrokken om 06.20 uur, binnen om 19.20 uur!

Op de dag dat neef Adriaan (zie blog 5 december >>>) ’s morgens om 05.45 uur bij ons huis wegfietste om de Drenthe 200 te fietsen, had ik ’s middags een crematie van een oude vriend van mijn ouders. Nu zij er niet meer zijn vond ik dat ik hen moest vertegenwoordigen. Deze vriend had in 2005 al de diagnose ‘Alzheimer’ gekregen en woonde de laatste jaren van zijn leven in een beschermde woonvorm.
Ondertussen fietste Adriaan zich het snot voor de ogen voor zijn vader, mijn ome Wim, die in De Weegbree zit en ook Alzheimer heeft. (Meer dan € 3.600,= heeft zijn deelname trouwens opgeleverd voor de bewoners van het huis).
Wat een rotziekte. Afscheid nemen doe je op het moment dat je vader/je man er eigenlijk al lang niet meer is.
Voor en na de crematieplechtigheid werd ik als vanzelfsprekend opgenomen in de kring van oude buren en bekenden; even weer als Smildigers onder elkaar, het blijft vertrouwd.

Frea en Jon waren er niet van 17 tm 30 december: zij gingen met z’n tweeën kerst vieren in Engeland. Het huis was vreemd leeg, maar tegelijkertijd was het ook wel even heerlijk met z’n tweeën. We puzzelden op Dr. Denker uit het Dagblad van het Noorden en op de keukentafel lag een Disney-puzzel van 1000 stukjes waar we met z’n allen twee weken over hebben gedaan. We bakten een grote voorraad knieperties en oliebollen want we  vierden met ons voltallige gezin de overgang van 2018 naar 2019.  We sjoelden,  deden ‘Wie ben ik’ en zaten op 1 januari met z’n achten aan een heerlijke brunch.
Een vredig einde van 2018, in tegenstelling tot andere delen van Nederland.
Op de radio attendeerde Jeroen van Inkel ons op een internetfilmpje: ‘de Nederlandse jaarwisseling door de ogen van buitenlanders’>>> . Om over na te denken.

Op oudejaarsavond gingen Gerard en ik traditiegetrouw naar de viering van de PKN-gemeente. Voorganger Tineke de Kleine had de liturgie opgebouwd rondom Psalm 90.

Op oudejaarsavond staan we even stil bij de tijd; ‘uren, dagen, maanden, vliegen als een schaduw heen’.
Er ligt een nieuw jaar voor ons met 365 dagen, waar er trouwens al weer drie van om zijn….
365 waardevolle dagen.
Wat gaan we er mee doen?

Geplaatst in Alledag | Getagged , , , | Één reactie

24 december: Populaire kerstmuziek.

Aan het eind van het jaar stuur ik ‘mijn netwerken’ traditiegetrouw een digitale kerstgroet.
De lezers van ‘de Waarde van de dag’ zijn eigenlijk ook een netwerk (ook al kennen we elkaar niet allemaal), daarom plaats ik vandaag die digitale kerstgroet op mijn website.

Dit jaar heb ik gekozen voor een foto die we maakten in 2011.We waren dat jaar met Frea op bezoek in de Spaanse stad Granada en logeerden in een pension vlak bij de kathedraal.
In die oude kerk stonden grote vitrines met daarin handgemaakte, levensgrote boeken met vellen perkament met daarop muzieknotatie, latijnse teksten en afbeeldingen.
Eén daarvan was kennelijk een kerstlied, want er stond een afbeelding van een kersttafereel bij.
Die grote boeken (meer dan een meter hoog) gebruikten de monniken om samen te zingen; je had toen immers nog geen liedboeken.

Op de foto hiernaast (klik op de foto voor een vergroting) zie je het grote perkamentvel, ik heb er destijds met open mond bijgestaan; in mijn verbeelding zag ik die monniken in de middeleeuwen om zo’n boek heen staan en samen zingen.
“Dit was populaire kerstmuziek in de middeleeuwen” vertelde Frea er nog bij.
Daar moet ik nog wel eens aan denken als Mariah Carey en Bing Crosby uit de luidsprekers schallen.

Met deze digitale kerstgroet sluit ik mijn blogs van 2018 af. Mijn kerstvakantie is al een paar dagen aan de gang en vanaf vandaag neem ik ook even vakantie van de website.
Fijne feestdagen en een gezond 2019!

P.S. Vakantie of niet: ik kon het niet laten.
Op kerstavond was ik bij het kinderkerstfeest in Op de Helte.
Hierbij een link >>> naar het verslag op de website van onze PKN-gemeente.

Geplaatst in Alledag | Een reactie plaatsen

23 december: Karst-traditie.

“Wij kunt dit jaor rustig een keer niet hen je moe op 1e karstdag, Herman! Ze kreg d’r toch niks meer van met!”
Gré stun vastberaoden met de handen in de zied veur heur man.  Ze was d’r zo  zat van. Heur schoonmoeder was op 1e Karstdag geboren en vierde die verjaordag ok altied op de dag zölf.

Dat gung al jaoren zo. Umdat de eerste karstdag as een blok beton vastlag in de agenda’s was d’r altied weinig ruumte veur wat leuks met kinder of met Gré’s eigen femilie.  Herman haar de kritiek alle jaoren over zich hen laoten kommen en alle jaoren gungen ze op 1e karstdag toch hen moe. Traditie. Een traditie die in de loop  van de jaoren wel een metamorfose undergung.

Vroeger, toen Gré verkering met Herman kreeg, was zien moe’s verjaordag gewoon thuus met ooms en tantes; bij de koffie een punte sneeuwster waorvan het midden nog een beetie bevreuren was, bij de borrel  grote schalen worst en keze en een bult lawaai.
Alle vier de jongens kregen aanhang, gungen trouwen, kregen kinder en de kring weur te groot veur de huuskamer; va en moe huurden op eerste karstdag een zaaltie in het dörpshuus.  Toen ze older weuden vunnen de kinder het gesleep met de boodschappen op de drokke dagen veur Karst veur va en moe  te veul gedoe en gungen ze met de hiele femilie naor hotel/restaurant/cafe Beuving an de Brink midden in het dörp.

Va kwam uit de tied toen e nog maor  72 was. Ze können hum nog niet missen,  maor mussen wal zunder hum deur. Wat een verdriet op die eerste eerste Karstdag zunder va.  “Maor wij viert mien verjaordag wel!” reup moe geëmotioneerd “dat is traditie,  va zul ’t niet aans wilt hebben !”

Naodat ze weduwe worden was gung ze hiel geleidelijk an geestelijk en lichamelijk achteruut.
Geesje, heur hulp in de huusholding, haar zegd: “Je moe hef ze allemaole niet meer op een rijgie, Herman, daor moet jullie wat met.”
Ja, dat wussen Herman en zien breurs zölf ok wel.
De indicatiecommissie weur in stelling bracht.
Tot stomme verbaozing van de familie kreeg moe gien indicatie veur het verzörgingshuus waor ze heur hen wollen hebben.
“Uw moeder geeft aan dat ze alles zelf nog doet: koken, wassen, eigenlijk de hele huishouding”.
“Ja, dat denkt ze, moar dat is niet zo, dat is juust het probleem!”
Uuteindelijk, nao maonden op een wachtlieste, kreeg moe een eigen kamer in de beschermde woonvorm van ‘Avondrust’, het verzörgingshuus in het dörp.
De maonden die daor an veuraf gungen waren zwaor, veural veur Gré.
Herman en zij woonden as ienige van de kinder in de buurt en Herman was deur de weke hen ’t wark.
Gré deu de boodschappen, heul moe goed in ’t oge, heulp met de administratie, deu wat in de tuune en ruumde alvast af en toe wat op in huus; moe zul immers binnenkört verhuuzen. Ze mus wal arg heur best doen dat moe niet zag wat ze wegdeu; die wol het woord verhuuzen niet heuren. “Ik gao hier niet vot, ik kan mijzölf nog hiel best redden!”

Nou zit moe al vier jaor op de geslöten ofdeling van ‘Avondrust’.
Nao twee lastige weken in het begun van heur verblief op de afdieling ( ‘Ja, sluut het olle meinse hier maor op!’) wende ze langzaom an de umstandigheden. Met de aandere bewoners, 5 stuks, zat ze gezellig an taofel met heur breiwarkie en na een jaor dacht ze dat het allemaole femilie van heur was. “Wat he’k een groot gezin hé? Gezellig hè?”
Herman en Gré gungen d’r vake hen en heurden zachiesan ok bij de femilie.
Soms deuden ze een spellegie met de bewoners. Soms kwam d’r een vrijwilliger met een gitaar en dan gungen ze samen zingen.
Het weuden achterof nog goeie jaoren. De kinder en kleinkinder van moe leerden umgaon met de mensen met dementie. Met Grietje die altied weer op fietse hen Nörg wol, maor as die verteld weur dat het barre hard weide, zat ze diepgelukkig an tafel umdat ze d’r niet deur huufde. En met Geert en Berend, die op zaoterdagmiddag met ’n beiden de gang op stiefelden.
“Wij wilt d’r ok wel ies uut, kieken of wij nog wat an de haoke kunt slaon!” As ze dan samen weer terugkwamen en d’r vraogt weur of ze gien vrouwluu metnummen hadden gnees Berend: “Nee man, op oonze leeftied is de keuze d’r wat uut.”
En met Annie, die as d’r zungen weu altied het ‘Ere zij God’ wol zingen.
Ze geneuten van een middag knieperties bakken met mekaar en versierden samen het huus veur ’t karstfeest.
De verjaordag op 1e karstdag vierden ze de leste jaoren in een zaaltie in ‘Avondrust’. De groep was al niet meer zo groot en de kleinkinder waren vaak nao een uurtie ok al weer vot.

Gré haar bedacht dat ze dit joar op eerste karstdag wel ies wat aans können doen.
“Je moe hef ofleiding genog, die wet niet iens dat het karst is en je breur giet er die dag ok al hen. Wij kunt dan darde karstdag wel hen om gebak te eten. Dit jaor kunt wij met de kinder wel ies wat ofspreken. Met Adrie en Martin heb ik ’t er al over had: wij bint welkom bij heur, Irene en Pascal komt daor dan ok. Wij gaot gourmetten. Dat kan nou ok ies een keer, want dat vun je moe altied zu’n gestink in huus.”
Herman kun gien tegenargumenten meer bedenken en legde zöch d’r bij neer.
Ze gungen gourmetten.
Döt iederiene.

Dunderdagoamd 20 december.
Telefoon; Avondrust.
‘Uw moeder is vanavond uit bed gevallen en ze heeft veel pijn. We hebben overleg met de huisarts. Kunt u ook langskomen?’
Het veul niet met. Moe mus hen ’t ziekenhuus; d’r weuden foto’s maakt, waoruut bleek dat het heupgewricht beschadigd was. Moe much wel weer naor Avondrust maor mus in berre bliem, het mus deur rust vanzölf weer genezen.
Al het gedoe was veul te veul west veur moe. Met een grauw bekkie lag ze in de kussens en was hielemaol in de warre.
De verpleging was hiel lief veur heur; altied een vriendelijke glimlach, altied een aai over de wang of de hand.
Maor de glimlach kwam bij moe allent maor op het gezicht as Gré an heur berre stun.
“Ie bint de liefste zuster die hier komt….”

Maondagmiddag 24 december.
Telefoon; Avondrust.
“Uw moeder verliest af en toe haar bewustzijn. Ze is erg onrustig; volgens ons is het tijd om de familie te waarschuwen.”
“Hoe kan dat nou zo ieniens!’ mopperde Gré, “het gung net weer wat beter met heur!’
Herman en Gré waren d’r as eersten. Moe lag met de ogen dichte; het leek as of ze sleup, maor de verpleging was daor niet zo zeker van.
Argens op de gang zung een koor, het was per slot van rekening vlak veur de Karstdagen.
Stille nacht, Komt allen tezamen, alle bekende karstliedties kwamen veurbij.
‘Daor he ‘k de kop nou hielemaol niet naor staon’ vun Herman. Gré ok niet;  die zag heur zölf georganiseerde 1e Karstdag an heur neuse veurbijgaon.

Moe deu de ogen lös en zee “Er is een kindeke…… dat zungen wij vrogger bij het karstfeest van de zundagschoele. Kregen wij een sinasappel.’
Ze zung ien riegel met. “Er is een kindeke geboren in ’t strooi….” en Gré en Herman zungen zachies met: ’t lag in een kribbetje bedekt met wat hooi..”
Moe zuchtte diep.
“En dan was ik ok altied nog jaorig. Wat ’n feest.”
Toen gungen de ogen weer dichte. Ze hef ze niet meer lös had.

Dinsdagmiddag 25 december is moe overleden.
De kinder waren d’r allemaol, net as veurgaonde jaoren op 1e Karstdag.
Dat was ja traditie.

Gré vertelde veul later wel ies gniezend dat heur schoonmoe het toch veur mekaar had kregen dat Herman en zij die 1e Karstdag op heur verjaordag waren.
Ze had het niet willen missen.
En nooit meer  kön ze met dreuge ogen luusteren naor ‘Er is een kindeke… ‘

Dit verhaal is opdragen aan alle mantelzorgers.

Geplaatst in Streektaol | Één reactie

22 december: Schrijf een kerstverhaal.

Rond deze tijd kun je ze weer massaal lezen: kerstverhalen.
Waar een groep mensen met kerst bij elkaar is hoort een kerstverhaal.
Vroeger op de zondagschool was het vrije kerstverhaal voor mij één van de hoogtepunten tijdens de kerstdagen. Roelof Hoeks was mijn favoriete verteller. Hij vertelde uit het hoofd en kreeg de zaal muisstil met verschillende stemmetjes en een mooi verhaal. Ademloos zat ik op het puntje van mijn stoel. In mijn geheugen gegrift staat het verhaal ‘Wolven in de kerstnacht’. In een tijd dat er bij ons al lang geen wolven meer in het land leefden zat ik als kind te griezelen bij de beelden die Roelof opriep: een vader die op kerstavond met de slee met een ton vol lekkers en kadootjes uit de stad kwam, maar die het vege lijf moest redden door het eten en de kadootjes uit de ton te gooien en zichzelf in die ton te verbergen.
Die moeder en die kinderen waren later zonder lekkers en pakjes zielsgelukkig dat hun vader nog leefde. Ik kan de zucht van verlichting over een goede afloop en het gevoel dat daarbij hoorde nog zo oproepen.

Kersttafereel: ons eigen kerststalletje.

Tegenwoordig worden zulke verhalen niet meer verteld.
Niet meer van deze tijd.
Zelf schreef ik ooit een Drents kerstverhaal over Pieter >>>, een achterlijke jongen die in het kersttoneelstukje van groep 8 de herbergier mag spelen.
Een waar gebeurd verhaal; niet in de setting waarin ik het beschreef, maar in een gezinsvervangend tehuis ergens in Drenthe.
Dit jaar heb ik weer een kerstverhaal geschreven, wederom in de streektaal.
Een verhaal over kerst met ouders en kinderen. Het verhaal bestaat uit allemaal kleine stukjes ‘echt gebeurd’, maar een beetje aangepast. Er zitten stukjes van mijn schoonouders in, van mijn moeder, verhalen van familie, vriendinnen, gespreksgroepsleden.
Niet spectaculair, geen goede afloop, maar wel heel erg herkenbaar.

Het is dus niet ‘ons verhaal’ maar ‘ons aller verhaal’.
Morgen publiceer ik het op dit blog als kerstbonus bij mijn website.

Geplaatst in Alledag | Een reactie plaatsen

21 december: Zingen in Hoogersmilde.

Woensdagmiddag reed ik na mijn werk vanuit Groningen naar Hoogersmilde, de weg die ik vorig jaar in het najaar zo vaak reed: eerst naar mijn moeder en later naar haar huis om het leeg te halen en op te ruimen. Op de achterbank lagen mijn gitaar en mijn ‘zangtas’ met mappen en standers. In het voorjaar was ik uitgenodigd door de diaconie van de PKN gemeente om het ouderen-kerstfeest te komen opluisteren.

De eerste keer dat ik mijn medewerking verleende aan deze kerstbijeenkomst was begin jaren ’80, toen was ik begin twintig en nog niet getrouwd. Dat zingen ben ik blijven doen, maar niet ieder jaar. Ook toen we naar Roden verhuisden bleef ik af en toe zingen op het ouderenkerstfeest in Hoogersmilde. Dan ging ik met de kinderen een dag naar mijn ouders; later nam ik de kinderen wel eens mee, dan speelden ze fluit, viool of saxofoon of zongen een refreintje mee.

Maar kleine kinderen worden groot, inmiddels ben ik 58 en toen ik gistermiddag in de zaal rondkeek zag ik dat ook de populatie ouderen nu bestaat uit de veertigers uit mijn kindertijd. Ouders van kinderen die bij ons de klas zaten; die je allemaal bij de voornaam noemt omdat dat in Hoogersmilde heel gewoon is.
Mijn moeder had daar ook bij kunnen zitten.
Nu mijn ouders er niet meer zijn voel ik een lege plek als ik in Hoogersmilde ben.
Niks dramatisch of zo, maar meer iets wat er niet meer is, weemoed is denk een woord dat het gevoel het best omschrijft.

Gistermiddag was ik gewoon weer ‘Ada van Kees en Fré Vreeswiek’.
Jantje, waar we altijd de caravan stalden voor de winter, kwam even bijpraten, ik sprak de moeder van vriendin Nelly, kreeg de groeten van Egbert en van Hilly (van Hosanna) en ik sprak iemand die vroeger nog op mij had gepast.
Of ik al gehoord dat vrouw Sikkema met wat aanpassingen weer naar huis kon.
En er waren weer nieuwe mensen in het Woldhuus (waar mijn moeder woonde) komen wonen.

Kerstverlichting langs de vaart in Smilde

“Hoe ist met Gerard? Hoe ist met de kinder? Kunt ze nog zo mooi zingen?”
Jans ging voor mij op zoek naar een zangkruk maar kwam terug met lege handen.
Er was was één kruk in het gebouw en daar stond de kerstboom op, dus zong ik gewoon zittend op een stoel.

We zongen de oude vertrouwde kerstliederen, we hoorden de bekende verhalen, haalden mooie herinneringen op en hadden met elkaar een fijne middag.
Even weer op het oude nest.

Als bonus mocht ik langs de mooie kerstversiering langs de vaart ‘op de Smilde’ weer naar huis.
(zie RTV Drenthe: De Smildes stralen weer >>>)

Geplaatst in Alledag | Getagged , | Een reactie plaatsen

20 december: Engeltjes haken

Toen ik in het voorjaar werd gevraagd door de Toerustingscommissie van onze PKN-gemeente  om een avond te verzorgen voor het winter-activiteitenseizoen wist ik al wat ik  wilde doen. Dit jaar wilde ik iets doen waar ik mezelf voor zou opgeven als het werd aangeboden. Iets met handwerken of zo, iets creatiefs.
We gingen kerst-engelen haken. Maar het thema van het winterseizoen was ‘In gesprek’ en niet ‘Haak maar aan’ dus tijdens het haken zouden we het dan hebben over engelen.

Dinsdagavond zat ik met 18 vrouwen in een zaaltje in Op de Helte; spannend vond ik. Hoe zou het gaan? Van te voren had ik voor iedere deelneemster een ‘goody bag’ gemaakt met daarin de beschrijving van 2 engeltjes en een bolletje wit haakkatoen.
Verder had ik alvast wat engelen gehaakt om als voorbeeld op tafel te kunnen leggen.
Het kleine engeltje haken kostte mij ongeveer 20 minuten, het haken van de iets grotere, het onderzettertje, kostte een klein uur.
We hadden twee uur voor deze workshop, dus ik dacht: ‘Twee engeltjes haken moet kunnen’.

Dat had ik inderdaad redelijk goed ingeschat, alleen hadden we niet allemaal ervaren haaksters aan tafel zitten.
“Nou, ik denk dat ik toch al twintig jaar geen haaknaald in de handen heb gehad!”.
En iemand die ik had ingeschat als een ervaren handwerkster zei: “Nee joh, ik borduur alleen maar heel veel, haken deed ik vroeger nog wel eens….”
Aan de tafels links van mij zaten drie dames op rij die vooral in het begin moeite hadden om op gang te komen.
Aan de andere tafels waren het ook niet allemaal ‘gevorderden’ maar ik zag deelnemers elkaar helpen met het lezen van de patronen en het uitvoeren van de steken.

Mini-boom-engeltje

Het was een geteut en geklets van belang. Een greep uit de tafelconversatie:
– Wat is het verschil dan tussen een halve en een hele vaste?
– Ja, een stokje weet ik wel. Maar een dubbel stokje? Twee keer de draad omslaan? En dan hoeveel keer doorhalen?
– Kijk maar even mee.
– Waar zit dat gaatje dan waar je moet insteken!
– Het ziet er heel anders uit als op het plaatje….

Het was de bedoeling dat we, als iedereen aan het haken was, het zouden hebben over

Engel-onderzettertje

engelen. Nou, iedereen was behoorlijk in gesprek. Met elkaar vooral. Er kwam niet veel van de engelen…..iedereen was aan het tellen, uitzoeken, afkijken, overleggen: we hadden het veel te druk met ons haakwerkje!
Er was nog wel een ontroerend verhaal van één van dames die vertelde dat haar twee kleinkinderen haar engelen waren.
“En het bijzondere is: Ik ben nooit moeder geworden en nu ben ik toch oma!”
Ze had vroeger pleegkinderen in huis gehad en één van de kinderen, nu een vrouw van rond de veertig, was haar als een dochter geworden.
“Engelen zijn die kleinkinderen voor mij. Maar soms staat er een ‘b’ voor…..”

De meeste haaksters kregen twee engeltjes af en wie ze niet af had nam het mee naar huis.
Voor de handwerksters onder mijn lezers: wil je ook een engeltje haken?
Onderaan dit blog vind je twee linken naar PDF-bestanden met een haakbeschrijving, een teltekening en een foto.
Als bonus bij het blog van vandaag!

Mini-boomengeltje haken

Engel-onderzettertje haken

Geplaatst in Haken, Handwerken, Kerk & gemeente | Getagged , , | Een reactie plaatsen