4 september: Nederlands maar dan anders (12)

Deel 12 van deze serie blogs begint vandaag met een vraag: wie kent de volgende uitdrukking?
Trouwe bloglezer Janny schreef: “Afgelopen week had Dick een boterham heel dik belegd en dat ontlokte mij de opmerking dat hij een best gemeubileerde boterham had.
Hij keek me stomverbaasd aan met de blik van: daar heb je er weer eentje die ik nog niet ken.
Mijn moeder zei dan altijd tegen ons :”Das un beste gemeubileerde plakke stoete”.
Er over nadenkend vroeg ik mij af of dat Drents is of dat het een algemene uitdrukking is.”

In Carlijns omgeving wordt het Nederlands soms heerlijk verbasterd.
Een vriend van haar had het over belastingonderduiking.
Een buurman knoopte een praatje aan over het niet-werkende internet.
Hij leed er enorm onder.
“Ik kan mezelf wel lek schieten!”
Ook zijn huisgenoten hebben er last van.
“We voelen ons op ons lot gelaten.”

Het Nederlands van ‘onze Engelsman’ Jon zorgt af en toe voor een glimlach op de lippen.
In de gezinsgroepsapp stuurde ik na Gerard’s stamceltransplantatie deze app:
Alles is goed gegaan. Papa zit nu tegen heug en meug een broodje te eten.
Jon reageerde 4 minuten later al: ‘Fantastisch dat het goed is gegaan! Eet smakelijk!”
8 minuten later kwam het volgende appje van Jon: “Oeps. Frea heeft mij net geleerd wat tegen heug en meug betekent….. sterkte met het broodje.”

Een tijdje geleden schreef ik dat mijn broer in mijn contacten bij de O stond; de O van Oons Henk.
In de familie Boelen vertelde iemand ooit dit verhaal:
Een Boelen-gezin zit aan de keukentafel te koffiedrinken.
De krant wordt gezamenlijk gelezen en iemand zit in een katern een kruiswoordpuzzel te maken. Hij komt er niet helemaal uit.
“Wat is nou een tandenloos zoogdier? Drie letters.”
“Oons Jan!”
De Jan in kwestie had nog niet zolang een kunstgebit……

Tijdens de Waninge-familiedag haalden we herinneringen op.
Een klasgenootje van Lammie, Hans,  had op de Lagere School een lievelingslied:
“Van U zijn alle dingen, van U, O God alleen’.
Toen Hans gevraagd werd naar dat lied zei hij: “Van U zijn alle spullen…’
Lammie zelf had in de winter, toen er sneeuw lag, in een opstel geschreven dat ‘ze naar buiten ging om te glieren’. Als je niet uit het noorden komt weet je niet dat glieren glijden is.

Naast herinneringen vertelde Lammie die dag ook een mooi verhaal over hoe kinderen naar dingen kijken.
Ze was met haar kleinzoontje van 4 jaar aan het wandelen.
In het naastgelegen weiland stonden paarden met een wit dekkleed om; die dragen ze om ze te beschermen tegen steekvliegen. Zelfs het hoofd van het paard was bedekt.
“Kijk oma. Een paard verkleed als schaap!”

Tenslotte een klein foutje op onze Groningen-scheurkalender, zie foto hieronder..
Zie jij wat er niet goed is? 

Klik hier >>> voor het blog Nederlands maar dan anders deel 11, daar vind je ook linken naar de delen 1 tm 10. Kijk ook nog even op het instagram-account Treintaal. De leukste zijn vaak de verhaspelde spreekwoorden. Deze keer staat er weer één bij: “Het gras is bij de buren altijd langer!”

Geplaatst in Alledag | Één reactie

3 september: Een gerookt aaltje.

Mijn geboortenaam Aaltje is in het Nederlands ook een vissoort.
In Nederland wordt een aal vaak paling genoemd, maar in Duitsland heet het Aal.
En een kleine aal is een aaltje.
Toen we een aantal dagen op Rügen doorbrachten zagen we overal kleine kraampjes waar je ‘Rauchfisch’ kon kopen; soms zag je de ‘rauch’ nog achter het stalletje opstijgen.

We namen ons voor om tijdens onze vakantie nog zo’n broodje Rauchfisch te kopen, maar we kwamen daar pas aan toe op de dag dat we Rügen al hadden verlaten.
We hadden van andere Nederlandse toeristen gehoord dat we, voordat we naar Lübeck gingen, toch vooral even moesten gaan kijken in Stralsund, één van eerste en oudste Duitse hanzesteden. Zoiets hoeven ze tegen mij maar één keer te zeggen.

Wat een plaatje, mensen……

Wat een plaatje mensen, dat Stralsund.
Op de foto hierboven zie je de eeuwenoude kloosterhof.
We kochten een boekje met informatie over de oude stad en genoten al wandelend van deze onverwachte verrassing.
De hele binnenstad staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO en dat is helemaal terecht.
Kerken, een klooster, een stadpoort: te veel om op te noemen.
Drie bijzonderheden licht ik even toe:

– Het middeleeuwse Rathaus, mét gewelven, is nog steeds als gemeentehuis in gebruik. We waren getuige van een huwelijk en ik kwam ogen te kort.

– Op de markt staat het oudste koopmanshuis van de stad, (zie foto) waarvan het interieur nog authentiek is. Daar moesten wij natuurlijk wel even binnenkijken.

– In de oude haven staat een kroeg die al sinds de 14e eeuw wordt gebruikt en er ligt een heel mooi, gerestaureerd schip dat je kunt bezoeken.

Ons broodje ‘rauchfisch’

In die haven kochten we ons broodje Rauchfisch: geräuchterte Aal.
Wat een prachtige stad; en dan te bedenken dat ik er voor deze vakantie nog nooit van gehoord had!

Geplaatst in Alledag | Een reactie plaatsen

2 september: Familiedag in Luttelgeest

De familiedag van de Waninge’s was dit jaar laat in het seizoen: afgelopen zaterdag. Eigenlijk had ik mij niet eens opgegeven omdat Gerard in het ziekenhuis ligt; in mijn eentje had ik er niet zo’n zin in. Maar: vrienden wilden ’s middags wel bij Gerard op bezoek en ik besloot om toch te gaan en dan om 18.00 uur nog naar het UMCG te rijden. Geen moment heb ik spijt gehad van deze beslissing.
We togen naar de Noord Oost Polder, waar het gezin van Gerard’s zus Marrie grotendeels woont. We werden rond 11.00 in in het Kuinderbos bij Luttelgeest verwacht. We spreken een tijd af, maar dat kun je net zo goed niet doen; iedereen komt op een tijdstip dat hem/haar het beste past. Bij de familie Waninge kijkt men niet op of om als iemand 1 of 2 uur later komt.

Om 11.20 liep ik het veld op en ik zocht mijn kinderen op die met smart op mij zaten te wachten: ik zou namelijk koffie meenemen.
Gezellig! Klep klep bep bep! Ik had vrijdagmiddag een filmpje van Gerard gemaakt waarin hij de familie vanuit zijn ziekenhuisbed toesprak. Zodra iemand vroeg: “Hoe ist met ome Gerard?” duwde ik de vrager mijn telefoon in de handen en gaf Gerard zelf antwoord.

Neef Marco nam tijdens de lunch het woord en vertelde dat er niet een heel groot programma was dit jaar. Er was een informatieve rondrit van een uur met een trekker-tram en verder was het vooral de bedoeling om elkaar te ontmoeten en bij te praten. Dat was voor schoonzus Ali het startsein om drie andere schoonzussen (ik ook) te verzamelen voor een boom klaverjassen.
Kost een boom normaal gesproken een uur, wij hadden met z’n vieren aan twee uur nog niet genoeg. Er was ook zoveel om nog aan elkaar te vertellen. En we moesten natuurlijk ook de kinderen van de kinderen allemaal benoemen: “Wie is dat dan ok maar weer? Hoe old is die nou? Vier al weer jong? Kan die neie verkering van Menno wel Drents verstaon?”

Op een gegeven moment zouden we aan een volgend spel beginnen, toen ik constateerde dat ik maar 6 kaarten had. (Je moet er altijd 8 hebben). Huh? Gek ja! En de anderen hadden ook maar 6 kaarten……. bleek dat we al twee slagen hadden gehad, maar die waren we al weer vergeten.

Na het klaverjassen stapten we in de trekker-tram die voor ons klaar stond. We reden langs twee historische plekken: de oude haven van Kuinre en de restanten van de Burcht van Kuinre. Er ging een gids met ons mee om van alles te vertellen en in de tram kregen we iets te zien van de dieren die in het Kuinderbos leven o.a. een adder op sterk water, de afgevallen huid van slangen, de geprepareerde vacht van een boommarter en een vleugel van een buizerd en een uil. Interessant jonge. Maar de familie Waninge zou de familie Waninge niet zijn als er ook niet werd gezongen. En geen psalmen deze keer. Idiote liederen zoals ‘de haan is dood’ en ‘Vrouw Haverkamp’.
‘Het is lekker op de trekker, met het RUBBER DEUR DE BLUBBER!’
Need I say more?
Het was geweldig. Ik zat naast schoonzus Lammie; samen zongen we knetterhard mee, zij zong soms zelfs de tweede stem.
“En voor de chauffeur nog eenmaal troelala….”
In het licht van wat er zich het afgelopen jaar allemaal in onze familie heeft afgespeeld was dit samen zingen een bijzondere belevenis.
Het tilde ons even uit boven de dagelijkse sores en het verdriet.

Net als twee jaar geleden werd de dag afgesloten met een snackwagen waar we allemaal iets mochten bestellen.
Omdat ik om 19,00 uur in het UMCG wilde zijn mocht ik als eerste een een patatje mét en een kroket bestellen en was ik ruim op tijd bij Gerard om uitgebreid verslag te doen van de dag met zijn bijzondere familie, het werkelijk prachtige weer en hoe we hem gemist hebben.

Meer lezen over onze familiedagen?
Hierbij een link naar een blog over de editie van 2018 >>>, daarop vind je links naar voorgaande jaren.

….. met het rubber deur de blubber….

Meer weten over de oude haven en de burchtruïne? Klik op deze links naar de website van Staatsbosbeheer: Haven >>> Burcht >>>> Over deze burchtruïne schreef ik ooit al eens een blog onder de titel ‘Zeeroversnest in de Zuiderzee” >>>

Geplaatst in Alledag | Een reactie plaatsen

1 september: Gastblog Gerard – dag 12.

Gerard is al weer zover opgeknapt dat hij zelf een blog kon schrijven vanuit het UMCG.

Gisteren (zaterdag 31 augustus) was de 12e dag nadat ik mijn stamcellen heb terug ontvangen. Na die transplantatie ( dag 0 wordt die genoemd) is het afwachten hoeveel hinder ik ondervind van de twee kuren die eraan vooraf zijn gegaan. Vanaf dag 5 tappen ze elke morgen rond zeven uur twee soms drie buisjes bloed af. De uitslag van de essentiële waarden worden nauwlettend gevolgd door een heel team van specialisten en elke morgen besproken met de dienstdoende zaalarts. Als het stabiel is en de bloedwaarden zitten zoals te verwachten nog in dalende lijn, dan is het gesprek met de arts kort. Wat bijzonder dat artsen en verpleegkundigen precies weten wanneer wat zou kunnen gebeuren.
De ‘dalperiode’ zit meestal tussen de dagen 8 en 14.
Nu dus.

Woensdagmiddag kwam een verpleegkundige zakjes plasma aan de infuusstang hangen. “U moet extra bloedplaatjes, meneer Waninge.
En als uw HB onder de 5 scoort krijgt u twee zakjes nieuw bloed.”
Donderdagavond stapte een broeder binnen.
“Ja, ik zal zo met de zaalarts bellen, maar ik dacht: laat ik eerst eens kijken of Waninge ook koorts heeft, dan kan ik dat gelijk met de dokter bespreken.”
En ja hoor, ik had koorts; maar het was niet gelijk zorgelijk.

Verder heb ik veel last ophoesten van slijm.
Ik dacht dat dat nog van het verkoudheidsvirus zou kunnen zijn (daarom lig ik nog steeds in quarantaine), maar de zaalarts twijfelde en liet voor de zekerheid een CT-scan van de longen maken.
Vrijdagmiddag stond er al een een longarts aan mijn bed.
“We zien in uw rechterlong iets dat op een schimmelvlek lijkt…..”
Daarna volgde er over deze schimmelvlek een heel gesprek. Zit dat er al lang?
We kwamen er niet uit.
De arts stelde later die middag voor om toch een ‘long-spoel-onderzoek’ te laten uitvoeren.

Dat is een naar onderzoek, maar ook dat heb ik gistermiddag weer overleefd.
Ik hoop dat het een goed te behandelen aandoening is, maar ik moet nog wachten op de uitslag.

Ondertussen zit ik met al die ongemakken hierboven beschreven dus op dag twaalf.
“De essentiële bloedwaarden” zo sprak de zuster gistermorgen hoopgevend uit “zijn heel goed! Dit zijn de waarden waarmee je ontslagen kunt worden.”
Kijk: daar knap ik van op!

Nu dus nog even afwachten wat de longspoeling aan informatie brengt……

Leuk behang!
Geplaatst in Alledag, Gastblogs | Getagged | Één reactie

31 augustus: Het noordelijkste puntje van Rügen.

“We gaan ook naar het Noorden” overlegden Gerard en ik toen we op Rügen waren.
In het noorden bevindt zich een heuse kaap, Kap Arkona, genoemd.
Gerard wilde graag naar die kaap, ik wilde naar de dorpjes Altenkirchen en Vitt.
De kerk in Altenkirchen is één van de oudsten op Rügen.
Voordat de Denen Noord Duitsland veroverden (in de 12e eeuw) en het christendom kwamen brengen, werd het eiland bewoond door de slavische Ranen.
Die hadden op die kaap een verdedigingswerk van aarden wallen en houten schotten gebouwd, de Jaromar-burg. Deze Ranen vereerden de godheid Svantovit en op die kaap bevond zich ook een tempel voor deze god.

De Denen vernielden de tempel en delen van de burgwal en vernietigden alle beelden van Svantovit; het christendom moest immers gebracht worden.
Het bijzondere van de kerk in Altenkirchen is de de Svantovitsteen. De steen is op gekantelde positie ingemetseld en toont een persoon met een grote drinkhoorn. Zeer waarschijnlijk dateert de steen van voor de kerstening in 1168. Het zou de slavische god Svantovit voorstellen. De gekantelde positie van de steen moest de superioriteit van het Christendom over de oude cultus bevestigen. Maar de geleerden zijn het er niet helemaal over eens…… het zou ook een steen voor een Deense prins geweest kunnen zijn.

Het vissersplaatstje Vitt, naast de noordkaap, was in de vroege middeleeuwen een haven van belang. In november kwamen mensen van heinde en verre naar Vitt voor de jaarlijkse haringmarkten. Het is maar een klein dorpje (13 huizen) en het wordt nu overspoeld door honderden toeristen, dus van de karakteristieke aspecten is bijna niets te zien. Maar je kon wel vis kopen: we aten een heerlijk broodje ‘Backfisch’ op de grote stenen aan de Oostzee.

Op de Kap Arkona wilde ik graag de

Vuurtoren

 

Kap Arkona

archeologische resten van de Jaromar Burgwal >>> bekijken, maar die waren helaas niet toegankelijk. Men is bezig met werkzaamheden om de kaap meer te beschermen tegen erosie, want door regen, wind, zon en water verdwijnen er jaarlijks enkele centimeters van de kaap.
Gerard besteeg de trappen van de vuurtoren en genoot daar van het prachtige uitzicht op de Oostzee en het eiland Rügen.

De kaap zelf viel een beetje tegen na de prachtige uitzichten mét krijtrotsen die we hadden gezien aan de oostkust op de Königsstuhl. Het deed allemaal nog wat Oost-Duits aan, omdat de hele kaap in DDR-periode geheim gebied was; de sporen daarvan waren nog duidelijk in het landschap aanwezig.
Hieronder een foto die Gerard maakte boven op de vuurtoren. Hier kijk je vanaf het Noordelijkste puntje van Rügen over de Oostzee.

Geplaatst in Alledag | Een reactie plaatsen

30 augustus: Populair papier.

Eergisteren in het nieuws: de papieren agenda blijft populair.
Je zou denken dat iedereen tegenwoordig zijn agenda in zijn telefoon heeft staan.
Tenminste: mijn kinderen wel.
Stellen hebben zelfs een gedeelde agenda, waar ze hun eigen afspraken in kunnen zetten en ook de gezamenlijke dingen.
Handig wel.

Maar zoals ik al eerder schreef: ik heb nog een papieren agenda en een papieren gezinskalender aan de muur.
Deze week begint mijn nieuwe agenda-jaar, want ik heb een 16 maanden agenda die begint in de laatste week van augustus. 
Al jaren koop ik een agenda van Peter Pauper Press (zie 5 oktober 2017>>>).

Gisteravond ging ik er echt even voor zitten: oude agenda, nieuwe agenda en de muurkalender.
Afspraken overzetten.
Aantekeningen voor Sinterklaasgedichten overschrijven.
Een klein, nieuw begin na drie-kwart jaar.
De eerste weken laten nog weinig afspraken zien: zolang Gerard in het ziekenhuis ligt spreek ik niet veel af. Mijn dagen zijn vol genoeg met werken, huishouden en op bezoek in het UMCG. Op de foto’s hieronder: links 2020, rechts 2019.
Deze agenda’s hebben namen. De rechter heet ‘Dragon’. Add a little magic to your day with this fantastical calender is de subtitel.
De linker heet ‘Inner workings’ en is een kunstwerk van Stephanie Law >>>.
This art combines the intricately beautiful rules of physics with the wonder of living, breathing nature.

Wat er wel al in de nieuwe agenda staat?
De cantorij! Die begint weer op 6 september.
En FysiYoLates bij Trijntje begint ook weer op die datum.
Een paar leuke koffie-afspraken, familiebezoek en Sinterklaasavond met ons gezin; verder ziet het er nog aardig leeg uit.
Maar ik weet hoe snel het weer volloopt…….straks in december zeggen we weer: “Doe maar in januari, want voor kerst zit ik al helemaal vol!”

Ik hoop het van harte.
Want als dat zo is gaat het weer goed met Gerard.
Je agenda vullen met leuke dingen is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt.

Geplaatst in Alledag | Een reactie plaatsen

29 augustus: Gronings ontzet(tend).

Gronings Ontzet-tend lekker

Gisteren was het Gronings Ontzet. Daar krijgen wij in Roden eigenlijk niks van mee, maar af en toe raakt ons leven een klein stukje van het feest.
Afgelopen weekend had ik bedacht dat ik wel even toe was aan iets leuks in deze pittige tijden, dus ik sprak met dochters en aanhang een terrasje af in Groningen. Zij zouden het regelen, in eerste instantie zou het bij de Drie Gezusters.
“Nee man, het is kermis op de Grote Markt; woensdag Gronings Ontzet! Je wilt toch niet in die herrie zitten?” reageerde iemand. O ja, was ook zo.
Dus we streken neer bij café De Sigaar aan het Hoge der A.
Het behoeft vast geen nadere uitleg dat ik heb genoten van ‘dit leuks’.

Verder kregen we gisteren bij Lentis een grote doos kleine gebakjes van de baas (zie foto boven) omdat het feest was in de stad. Gronings ontzettend lekker gebak.
YUM! Dat lust een Drent ook wel!

Voor mij stond de 28e augustus in het teken van afscheid nemen; gisteren was mijn laatste werkdag in het Heymanscentrum. Gistermorgen hadden we met de hele gang gezamenlijk koffiedrinken op onze kamer en kreeg ik een prachtige bos bloemen van mijn collega’s.
Tussen de middag hebben we nog samen gegeten en daarna ben ik begonnen met het ontmantelen van mijn bureau: alle handige briefjes en stickers eraf, eigen kopje in de tas, verlengsnoer van thuis (voor de kerstboom op het werk) weer meegenomen en het USB-stickie mee.

Afscheid nemen: ik ben er niet zo goed in.
Gronings ontzettend vervelend.
Maar ik wil niet te lang blijven hangen in deze sfeer: ik ben niet boventallig verklaard en ik ga iets maken van mijn nieuwe job in Winschoten en Zuidlaren.
Daar ga ik Drents ontzettend mijn best voor doen.

Meer weten over het Gronings ontzet? Klik hier >>>> voor meer informatie.

Bloemen van de collega’s
Geplaatst in Alledag | Één reactie

28 augustus: Een rosarium.

Het is een tijdje spannend geweest hoe mijn uren op het werk ingezet zouden worden.
De ene manager waar ik voor werkte vertrok in juni 2018 en de andere werd directielid en viel toen qua agendabeheer onder een ander secretariaat.
Er ontstond een raar soort leegte, die ik zelf heb opgevuld door voor het hoofd van de afdeling Control agendabeheer te doen, maar dit kon niet worden gecontinueerd.
Hij viel onder een andere zorggroep en mijn uren konden daar niet ondergebracht worden.

Inmiddels is er ander werk voor mij gevonden, maar dat betekent wel dat ik mijn vaste werkplek in het Heymanscentrum moet verlaten; voor het nieuwe project ga ik één dag in Winschoten en twee dagen in Zuidlaren werken.

In Zuidlaren is het paadje voor mij al bekend, maar in Winschoten moest ik me voorstellen.
Inmiddels heb ik een leeg kamertje gevonden waar ik op dinsdag terecht kan, heb ik werkoverleggen daar en ook hier zal ik mijn weg wel weer vinden.
Alleen tussen de middag…….geen soep van Cor; er is niet eens een restaurant.
Nou ben ik natuurlijk een verwende sikke, maar jammer is het wel.
Gistermiddag, mijn Winschoten-dag, besloot ik een ommetje te maken in de omgeving, die ken ik immers nog niet.

Tot mijn grote verrassing kwam ik terecht in een rozentuin!
Met een vijver en bankjes in de schaduw.
Daar at ik mijn  broodje en dronk ik mijn karnemelk op.
Onder een boog van oude rozenstruiken was het goed toeven en had ik geen last van de hoge temperaturen.
“Zou dit ook op internet te vinden zijn?”
Tuurlijk. Het park heet ‘het Rosarium Winschoten” en bestaat al 50 jaar.
Meer weten? Hierbij een link naar een artikel hierover >>> op de website van de gemeente Oldambt. (tekst gaat verder onder de foto’s).

In het rosarium vond ik ook het Rozenpaviljoen, een grand café waar je kunt dineren, maar ze hebben ook een lunchkaart.
Tussen de middag kun je kiezen uit 3 soorten soep.
Maar ja.
Soep zonder Rien, Jan, Ruud en Anita en niet gemaakt door Cor.
Ik moet er nog aan wennen.
Die soep ga ik vast een keer proberen, maar eerst nog even niet.

Geplaatst in Alledag | 2 Reacties

27 augustus: Buchenwald

Onder de indruk op de Königsstuhl.

Het woord Buchenwald roept bij mij associaties op aan een concentratiekamp uit de 2e Wereld Oorlog.  Toen wij in het bezoekerscentrum van Der Königsstuhl op Rügen waren konden wij daar ‘ins Kino’ een film over de ontwikkeling van het Buchenwald in West Europa bekijken.  Bleek het gewoon om een beukenbos te gaan. We leerden daar dat de beuk een ‘heersende’ boom is: in een beukenbos vind je bijna geen andere boomsoorten,  omdat de beuk door zijn dichte gebladerte de zon weghoudt voor andere bomen.

Bestaat een bos eenmaal voornamelijk uit  beuken,  dan breidt die soort zich langzaam maar zeker uit.  Na de laatste IJstijd was de beuk de sterkste boomsoort, dus heel West Europa was 10.000 jaar geleden bedekt met beukenbos. Een successtory dus.  Maar het succes  kwam tot staan door toedoen van de andere successtory na de ijstijd: de mens.

Die had het hout van de beuk nodig: om huizen van te bouwen en om als brandstof gebruiken. En voor honderdduizend andere dingen was hout handig,  dus de uitgestrekte beukenbossen vielen ten prooi aan de mens.  Bijna was er geen beukenbos meer overgebleven, maar net op tijd realiseerde de mensheid zich dit. Dat resulteerde in Europese afspraken over Wereld Natuur erfgoed en op Rügen bevindt zich  in het Noordoosten  dus nu het National Park Jasmund: een oeroud beukenbos.

buchenwald

Een van de mooiste onderdelen van dat park is de Königsstuhl: een uit de Oostzee oprijzende krijtrots, van waaruit je een schitterend uitzicht hebt. (zie foto bovenaan dit blog) Wij waren op de fiets bij het bezoekerscentrum en op de terugweg,  na een banaan en een pakje Capri Sonne, beleefde ik op de fiets het beukenbos heel anders dan op de heenweg.  Zo bijzonder dat je dan iets leert wat je nog niet wist over zo’n gewone  boom als de beuk; een dominant typje dus.

Een aangename verrassing: ga je naar een beroemde krijtrots, krijg je ‘ins Kino’ een combinatie van biologie-, aardrijkskunde- en geschiedenisles!

Geplaatst in Alledag | Een reactie plaatsen

26 augustus: So wie im Märchen

Donderdag luisterde ik tussen de middag naar het programma van Bert Haandrikman op Radio 5. Hij belt dan iemand op de jarig is, waarmee hij een quizje speelt.
Bij één van de vragen draaide hij een fragment van ‘Ich bau dir ein Schloss’.
De vraag was wie het zong.
Heintje natuurlijk.

Plop! Mijn gedachten gingen naar oma Vrieswijk, naar haar woonkamer in de Herderstraat in Klazienaveen. Oma was fan van Heintje, tot groot ongenoegen van haar volwassen zonen die het ongelooflijk onnozele muziek vonden en altijd besmuikt naar elkaar lachten en gebaarden als dit liedje voorbij kwam op de platenspeler.
Ze deden het meewarig af als ‘daor holt oons moetje nou ienmaol van’.

Oons moetje.
Zelf heb ik het bij mijn broer nog altijd over Oons Henk.
Hij staat bij de O bij mijn contacten.
Het is zo’n lieve vorm van benoemen.
Van ons.

Terug naar Heintje.
“Ich bau dir ein Schloss, so wie im Märchen.”
Heel fout maar heel fijn om nog even weer te beluisteren.
Bekijken is amper te doen: eng zoet.
En dat arme meisje naast hem……
Benieuwd naar wat mijn oma zo mooi vond?
Hierbij een link naar een video >>> op YouTube.

Geplaatst in Muziek | Getagged | Een reactie plaatsen