een alternatief voor 'de waan van de dag'

Tag: Cantorij Roden

12 april: Pasen op afstand.

Gisteren schreef ik over onze cantorij: dat die te horen was in de Witte Donderdag viering en dat ik het zingen en het groepscontact zo ontzettend miste.
Zaterdagmorgen kwam er een mail van Frits, één van onze cantorijleden. Hij stuurde ons een foto van de bos-anemonen in zijn tuin die hem opvrolijkten. Dit schreef hij er bij: We hadden het graag anders gezien met onze cantorij in deze Stille Week. Ik hoop hartelijk dat jullie en jullie geliefden het goed maken in deze bijzondere tijd van crisis.
Deze paasgroet van Frits (zie afbeelding) veroorzaakte een overvolle mailbox; berichtjes van andere cantorijleden met allemaal dezelfde strekking: o jongens, wat missen we elkaar, het zingen én de gezamenlijke kopjes koffie. Tot mijn grote genoegen hoorde ik in de Paaswake van zaterdagavond ook weer een stuk dat gezongen werd door de Cantorij Roden: ‘die chaos schiep tot mensenland’. Wat geeft dat een verbinding in deze tijden.

De laatste viering in de Paascyclus is de 1e Paasdagviering op zondagmorgen.
Vandaag keken Gerard en ik naar deze viering na een brunch met z’n tweetjes.
“Eén van de mooiste en belangrijkste vieringen in ons kerkelijk jaar” hoorde ik deze week een predikant op de radio zeggen.
Ondanks het gemis van het samenzijn was het een mooie, troostrijke viering.
Je kunt hem bekijken op YouTube, hierbij een rechtstreekse link. 

Voor ons is Pasen dit jaar vooral thuis zijn.
De kinderen komen in app’s voorbij: foto’s van wat ze aan het doen zijn, grappige fimpjes en leuke opmerkingen.
Gerard kwam op het lumineuze idee om toch een bijdrage te kunnen leveren aan de kerkelijke vieringen in deze periode: “Wij kunnen we een lied opnemen en dat filmpje opsturen naar de predikanten”.
Zo gezegd, zo gedaan.
We zochten de zangmappen op, zetten de standers neer, brachten de telefoon in stelling voor de opname en zongen een paaslied.
Dat ging natuurlijk niet in één keer goed.
Gitaar niet goed in beeld. Verkeerd begonnen. Tekst niet goed gezongen.
En toen de opname klaar was bleek dat ik mijn ‘werktrui’ nog aan had…..nog maar een keer.

Het maakte ons op een andere manier actief en zette ons even aan het zingen.
Vandaag gaat die opname als paasgroet van Gerard en mij bij dit blog: onder de video vind je de tekst van het lied.
We zingen ‘Wat dreef mij naar het graf?” met een tekst van Marijke de Bruijne en muziek van Chris van Bruggen uit het paasoratorium “Als de graankorrel sterft”.

Wat dreef mij naar het graf?
Wat dacht ik daar te vinden?
De dood brengt anders niet
dan leegte en verdriet.
Met kruiden van de dood,
welriekend, zacht en geurig,
als balsem voor mijn ziel,
ging ik om hem te zien.

0, Hij was zo dichtbij!
Ik kon hem bijna raken!
Als ik mijn hand uitstak
zou bij verdwenen zijn.
Ik hoor nog steeds zijn stem,
een klank die niet kan sterven.
Hij leeft, hij leeft,
totdat ik hem vergeten ben.

Een dode en niet dood,
ik heb hem toch gesproken!
Een dode die je ziet
is geen herinnering.
Alsof ik wartaal spreek
zo word ik aangekeken,
maar wat ik zeg is waar,
ik heb het zelf doorleefd.

Ik ben niet meer alleen.
Hij heeft mij aangekeken!
Ik draag dit ogenblik
voor altijd met mij mee.
Geheimen diep en groot,
te groot voor kleine mensen.
Geheimen ook voor ons,
al zijn wij deelgenoot.

Reageren

24 februari: Geest-verruimend.

‘Weet je wel dat de cantorij eigenlijk een geestverruimend middel is?” vroeg ik gistermiddag aan mijn collegazangers op de achterste rij.
We zaten om 17.00 u met ons hele koor in Op de Helte voor ons jubileumconcert: 40 jaar Cantorij.  Waar wij in andere vieringen vaak een ondersteunende rol hebben bij de gemeentezang, mochten wij gistermiddag een uur vullen met onze zang.
In het verleden heb ik in het kader van de cantorij wel eens iets geroepen over ‘geen uitdaging meer’, maar de muziek die we gistermiddag zongen bood uitdaging genoeg.
Spannend was het zelfs.

Eigenlijk stond de hele dag in het teken van dit concert, want we moesten ons om 13.45 uur al melden. Eerst een uurtje repeteren, daarna kwamen om 15.00 uur de oud-leden, want naast een concert was er ook een mini-reünie georganiseerd.
De kerk zat verrassend vol toen het concert begon: er waren geen liturgieboekjes genoeg. Voor mij was de verrassing dat dochter Harriët er was; het is altijd fijn als er mensen speciaal voor jou in het publiek zitten.

We zongen naast traditionele Nederlandse kerkmuziek ook liederen als ‘Thou knowest Lord’ van Purcell, ‘Jesu, Rex admirabilis’ van Palestrina en liederen van Taizé.
Ging het allemaal goed? Het meeste wel! Vooral de liederen waar we in de repetities heel hard aan gewerkt hadden werden mooi uitgevoerd.  Het bijzondere is vervolgens dat een lied dat je van haver tot gort kent in de uitvoering niet helemaal goed onder elkaar staat omdat (ik spreek even voor mezelf) je dan minder gefocust bent.
Wil je het concert ook beluisteren? Dat kan nog via Kerkomroep >>> (zondag 23 februari, Op de Helte, 17.00 u).
Een concert met de cantorij: wat een aangename manier om je 40-jarige jubileum te vieren. We hebben er met elkaar heel veel plezier aan beleefd en naar wat ik begreep van Gerard en Harriët heeft het publiek dat ook zo ervaren.

Voor onze nieuwe dirigent Karel was het minstens zo spannend als voor ons.
Hij had ons goed voorbereid. Bij lange tonen liet hij ons ‘koristisch’ ademhalen (om de beurt een hap adem bijnemen), hij probeerde ons de goede Engelse en Latijnse uitspraak aan te leren en benadrukte dat we vooral goed naar hem moesten kijken. Als je gistermiddag goed naar hem keek zag je hem genieten, maar zijn gezicht gleed ook wel eens uit….

Na afloop genoten we met elkaar van een buffet met 4 soorten soep, hartige taarten en salades en keken we met elkaar naar een fotocollage van 40 jaar cantorij én beelden van de tv-opnames uit 2002 toen een samengestelde cantorij (Op de Helte én Catharinacantorij) meewerkte aan de Paascyclus voor de IKON.
18 jaar geleden.
“Wat zijn we daar nog jong!”

Maar…… hoe zit het nou met dat geestverruimende middel uit het begin van dit blog?
Die regel stond in een lied dat we zongen: “Is niet muziek door U aan ons gegeven?” van Sytze de Vries.
Hieronder de tekst van dit lied: het is me uit het hart gegrepen en één van de redenen dat ik lid ben van de cantorij.

Is niet muziek door U aan ons gegeven, hemels geschenk voor wie U, God, is toegedaan.
Ze geeft geluk een kleur en troost mij in mijn tranen, een vriend als ik mijn weg alleen moet gaan.

Wij danken U voor al die mooie klanken, voor harmoniën die mij raken in het hart
een wijs op wieken als een vogel in de morgen, als stem en instrument mijn nacht ontwart. 

En zo gezegend worden wij tot zegen, muziek beroert het hart, verruimt de geest.
Zij zal wie nu nog vreemden zijn tezamen brengen en wie ik liefheb leiden naar een feest.

Klik hier>>> voor een artikel over en foto’s van ons concert op de PKN-website

Reageren

19 januari: Een hele dag?!

We beleefden met de Cantorij Roden dit najaar een turbulente periode.
Thysia viel uit als cantrix en Karel volgde haar zo snel op, dat we geen repetitie zonder dirigent hebben gezeten. Deze wissel betekende wel dat we het ‘Muziekuur’ ter gelegenheid van ons 40-jarig jubileum in november moesten afblazen, maar wat in het vat zit verzuurt niet, we stelden het alleen maar even uit.
De nieuwe datum is 23 februari.
Zet maar vast in je agenda, van 17.00 – 18.00 uur; we vinden het leuk als je komt kijken.

Karel heeft bij de kerkenraad bedongen dat we in deze periode even niet meewerken aan vieringen, zodat we ons helemaal kunnen richten op de mooie muziek die is uitgezocht voor het jubileum. Hij heeft zelfs een ‘repetitiedag’ bedacht: een hele zaterdag van 10.00 tot 16.00 uur zingen. Een ‘spekkie voor mijn bekkie’: we zingen namelijk hele mooie liederen en het is een feest om daarmee aan het werk te zijn.

Van te voren leek het lang, 6 uur oefenen en zingen, maar de tijd vloog voorbij.
We zongen steeds een uur, concentreerden ons op twee stukken en dan was er weer koffie.
Of brood. Of thee.
Waarbij ik met verschillende mensen bijpraatte en het erg gezellig was.

De nieuwe cantor Karel is nog jong, maar hij gebruikt prachtige zinnen om ons dingen duidelijk te maken.
Een voorbeeld: “Mag ik vragen om een iets hogere concentratie als het over de juiste noten gaat?” Karel bedoelt dat we vals zongen.
Natuurlijk worden we ook wel een beetje melig van zo’n dag.
Toen het zingen van het ‘Reislied’ werd aangekondigd begonnen bas naast mij en ik met ‘Ik trek mijn wandelschoenen aan….!”, maar dat past niet bij het repertoire van de Cantorij Roden.
Niemand zong ook mee, dus wij zongen vervolgens braaf mee met ‘Op een stem van ver gehoord.’

Rond 16.00 uur kwam Thysia en namen we met een mini-receptie afscheid van haar; dat was er in de hectiek van oktober nog niet van gekomen.
Toen ik rond 17.00 uur thuiskwam, vroeg Gerard hoe het was geweest.
Was het niet te lang?

Nee, het was goed om zo samen de tijd te nemen om de stukken goed in te studeren; zo’n dag komt de koorklank en het groepsgevoel beslist ten goede.
Een prima manier om een vrije zaterdag door te brengen; voor mij is er namelijk bijna niets fijner dan in een meerstemmig koor mijn ‘altpartijtje mee zingen’.

Reageren

25 november: Gene zijde.

Als je in de cantorij zingt is de viering op de laatste zondag van het kerkelijk jaar qua muziek één van de mooisten. Ook gistermorgen zongen we passend en ingetogen repertoire. In de weken vooraf  ben je op de repetitieavonden met de liederen bezig, in de viering die daarop volgt komen teksten en muziek samen. Het is beslist anders dan wanneer je als gemeentelid in de kerkzaal zit; ook Gerard, die gisteren als ‘inval-tenor’ met ons meezong had dit zo ervaren.
Maar het is natuurlijk geen vrolijke dienst; het verdriet is soms tastbaar aanwezig.

Onze nieuwe dirigent Karel Stegeman loodste ons kundig door de soms bekende maar soms ook lastige stukken. Dirigent en koor zijn trouwens al aardig aan elkaar gewend en zijn uitspraken brengen menigmaal een glimlach teweeg.
“Alten: probeer blij en ontspannen te zingen. Die sprong naar beneden moet u wat eleganter nemen.” De heren achter ons hebben daar beelden bij en mompelen iets over ‘moede hinde’s’.
Soms worden we aangespoord om meer te genieten van een bepaalde noot die een mooi akkoord vormt met de andere stemmen.
Een alt die even niet had opgelet riep: “Waar moet ik genieten?” wat dan vervolgens weer een hoop onrust veroorzaakt.
Gistermorgen voor de viering vroeg Karel ons om bij het zingen van de klank ‘ng’ onze kaak te laten vallen. Daar moet ik niet te veel bij nadenken en de alt naast mij kennelijk ook niet; we moeten elkaar dan even niet aankijken.

Terug naar de viering.
In het begin kreeg Bea Sportel het woord. Zij schreef een gedicht bij het overlijden van haar broer en droeg dat intens en ontroerend voor.
Herkenbaar; ook wij verloren dit voorjaar een broer in onze familiekring.
De kerk zat erg vol, want er waren 36 namen te noemen van gemeenteleden die ons ontvallen zijn.
36 kaarsen kaarsen en 36 rozen.
Op de foto het bloemstuk bij de 36 kaarsen: de ‘vingers’ van de vingerplant staan voor handen die de 36 rozen omvatten die symbool staan voor de overleden gemeenteleden.
Het noemen van de naam is voor iedere familie een beladen moment; zelf hebben we dat al een aantal keren ervaren na het overlijden van onze ouders in Hoogersmilde.
Er werd tijd genomen voor iedere naam, de volgende naam werd pas afgekondigd als de familie die de vorige kaars had aangestoken weer plaats had genomen.

Een troostijke viering, mede door de korte, maar veelzeggende overdenking van dominee Sybrand van Dijk.
Fijn dat we dit we als PKN-gemeente naast o.a. doop- en trouwdiensten,  kinderkerstfeest en de paascyclus kunnen bieden binnen de cirkel van het kerkelijk jaar.
Dit blog sluit ik af met het bovengenoemde gedicht van Bea.

Gene zijde

Ik ging met jou
tot aan de grens
die laatste stap
naar de eeuwigheid
moest jij alleen maken
en nu
voorgoed voorbij
blijf ik achter
en jij
keert terug naar de bron
daar waar alles begon
daar waar de eeuwigheid begon
sterren stralen
mij tegemoet
jij in mij
en
ik in jou…..

Reageren

21 oktober: Een nieuwe bezem.

Nieuwe bezems vegen schoon.
Bij de Cantorij Roden hebben we sinds begin oktober een nieuwe bezem in de persoon van Karel Stegeman. Op 2 oktober schreef ik al over zijn proefdirectie in het het blog ‘Wat dies meer zij’>>>
Veel sneller dan wij van te voren hadden gedacht stond Karel ons al wekelijks te dirigeren.
Thysia zou ons nog begeleiden tot het jubileumconcert op 3 november, maar zij viel helaas uit door gezondheidsproblemen. Gelukkig was Karel in de gelegenheid om direct in te vallen, maar het bestuur heeft wel besloten om het concert begin november te annuleren.
Te kort dag en te veel stukken die nog ingestudeerd moeten worden.

3 dagen na zijn proefdirectie stond Karel op vrijdagavond 4 oktober voor ons koor.
Hij was ’s middags gebeld met de vraag of hij eventueel kon invallen; een kwartier voor aanvang van de repetitie kreeg hij de stukken.
Na anderhalf uur hadden we alle stukken voor de Taizévesper van gisteren ingestudeerd.
Met respect en bewondering heb ik hem gadegeslagen.

Na drie weken zijn cantor en cantorij al wat aan elkaar gewend.
We worden formeel met ‘u’ aangesproken, maar er worden ook al voorzichtig grapjes gemaakt.
Bij ‘Dona la pace Signore’ bijvoorbeeld mogen we de ‘a’ van pace niet te hard en te breed uitspreken. “Onderdruk uw Groningse neigingen” adviseert Karel ons. Op de achterste rij klinkt ‘Neigingen? Neigings!’ Als het goed is heb je gisteravond een keurige a gehoord.

Nu ik dit zit te schrijven is het zondagavond rond 21.00 uur.
Vanaf 16.00 uur waren we bezig met de voorbereiding: fluitiste Monique had fluitiste Jolanda en mij (ik speelde gitaar) bij haar thuis uitgenodigd voor de generale combo-repetitie: stukken doorspelen en afspreken wie wat doet. Zo’n repetitie is een weldaad als je van Taizémuziek houdt. Karel had zijn instructies voor ons combo al doorgegeven, dus we wisten precies wat er van ons verwacht werd. Monique bracht het thema van de Taizé-viering (gastvrijheid) gelijk in de praktijk: zij serveerde soep met brood rond 17.30 u. We hadden het veel te gezellig, we moesten ons haasten om om 18.00 uur bij de kerk te zijn.

Lichtelijk gespannen ging ik de viering in; sta ik anders altijd redelijk ontspannen te zingen, gitaar spelen met soms lastige grepen vraagt extra concentratie en energie.
Het liep allemaal op rolletjes.
Cantor, cantorij en combo hadden van te voren de puntjes nog even op de i gezet en we beleefden met elkaar een fijne Taizé-viering, mede omdat de vesper-commissie  erg zijn best had gedaan om met bloemen, kaarsen en decoratie een Taizésfeer te creëren.
Wil je de dienst terugluisteren? Hierbij een link naar kerkomroep >>>.
(Zondag 20 oktober, Op de Helte, 19.00 uur.)

De nieuwe bezem werd de afgelopen weken direct in het diepe gegooid, maar hij kan uitstekend zwemmen. Deze vesper was in ieder geval een prima begin van onze samenwerking!

Reageren

2 oktober: En wat dies meer zij.

Op dinsdagavond 1 oktober stond al een tijdje in mijn agenda: proefdirectie Karel.
Dat behoeft enige uitleg.
De cantrix van onze cantorij, Thysia Betting gaat stoppen met het dirigeren van ons koor.
Ze heeft een ander koor gevonden dichter bij haar in de buurt en heeft besloten om dan ons koor in het verre Roden te laten vallen.

Vinden we jammer natuurlijk.
Vanaf januari zing ik onder haar leiding de altpartij en ik vond haar ‘inspirerend’ dirigeren.
Ze kon bij uitvoeringen soms zo stralend staan te zingen en te zwaaien dat we op wolkjes gingen zingen.  Maar ze gaat dus weg.

Er hadden een aantal nieuwe dirigenten gesolliciteerd, maar er bleef eentje over die geschikt leek en dat is Karel.
Gisteravond stonden we voor het eerst lichtelijk ongemakkelijk tegenover elkaar.
Vergis je niet: een dirigent en een koor hebben een relatie, dus voor ons en voor hem was het ‘de eerste date’. Net als met een gewone relatie ben je dan nieuwsgierig naar elkaar.

Vonden wij Thysia al jong, deze dirigent is nog jonger.
Hij studeert aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen en zit in zijn tweede jaar.
Een kuuk’n dus nog, jonger dan onze jongste dochter.
Maar die jeugdigheid betekende niet dat hij verlegen was; er stond wel wat achter die piano.
Hij had overwicht, kon goed pianospelen, studeerde twee liederen in en had, niet onbelangrijk, humor. Bij een aarzelende, rommelige en soms 11-stemmige uitvoering van ons zei hij: “Ik zie hier wel ruimte voor verbetering!” Nou en of. Ruimte zat.

Wat bijzonder was: hij haalde de altpartij even naar voren.
In het lied ‘de vreugde voert ons naar dit huis’ zingen wij in de derde regel een D# (een Dis, een verhoogde d) die wij wat moesten accentueren. De andere stemmen werd gevraagd daarom heen te zingen.
Wij alten staan eigenlijk nooit zo in het zonnetje.
Bij andere (project)koren waar ik zong hoorde ik andere geluiden:  “Alten zijn stopverf; het cement. Alten hebben nooit de leiding in een lied.”
Alten krijgen ook vaak te horen: “Alten: het mag wel een onsje minder.”
Wij weten dus onze plaats.

Deze Karel kan het bij mij al niet meer fout doen.
Gisteravond tijdens de koffie werd wel duidelijk dat ik niet de enige ben die er zo over denkt. ‘Binnenhalen!’ was de uitkomst van de evaluatie.
Vanaf november gaan we ‘het lied met de dies’ dus onder leiding van Karel zingen.
En wat dies meer zij.

Wat zei Dies eigenlijk nog meer?

Reageren

18 februari: Gezongen gebeden.

Eén van de redenen waarom ik weer lid  ben geworden van de Cantorij Roden was, dat ik het miste om onderdeel van een viering te zijn. Natuurlijk maak je als gemeentelid ook deel uit van de viering, maar als je bij de cantorij zingt, zing je al een paar weken de liederen voor de viering waar we aan mee werken.
Gisteren werkten we mee aan de vesper in Op de Helte en deze keer waren het hele mooie liederen. Tijdens de repetities vond ik het al fijn om ze samen te zingen; gisteravond tijdens de vesper vielen de muziek en de teksten weer samen met de viering.

Het was van te voren nog wel een gedoe geweest om een organist te vinden, want de organist die de vesper zou begeleiden had deze datum niet in zijn agenda staan. Ook de andere Roder organisten waren niet beschikbaar. Maar gelukkig had cantrix Thysia een collega bereid gevonden om de cantorij en de gemeente te begeleiden: hij deed het, ondanks de onwennigheid prima!

Wat ik ook had gemist in de cantorijloze periode: het onderlinge plezier, de plagerige opmerkingen, de koffie na het inzingen, kortom: het ‘koorgedoe’.
Gisteravond was het weer als vanouds.
Voor de viering kregen we het even over de afkomst van onze familie’s; één van de alten had roots in Frankrijk.
“Dus jij hebt iets met lelie’s” was vervolgens de conclusie (Fleur de lys uit het wapen van Frankrijk).
Een bijbelvaste bas begon gelijk te declameren: “Ziet op de leliën des velds, zij zaaien niet, zij maaien niet…” “Zij voeren dus helemaal niks uit” vulde een andere bas aan.
Eenmaal in de viering bleek één van de schriftlezingen Mattheus 6: 25-34 te zijn. Inderdaad, dat gedeelte over de leliën. Dan wisselen buurvrouw alt en ik een veelbetekenende glimlach uit en vanaf de achterste bassenrij wordt er even tegen onze stoelen getikt

De vesper was qua invulling van de teksten wel wat summier, maar de liederen en de muziek maakten dat meer dan goed. Het onderdeel ‘gebeden’ werd deze keer gezongen met de woorden van “Groter dan ons hart”, een vierstemmig stuk voor koor en gemeente. Het is geschreven door Huub Oosterhuis en op muziek gezet door Antoine Oomen. (klik hier voor een versie op YouTube >>>, waarbij de solo’s worden gezongen door Oosterhuis zelf). De uitvoering van gisteravond tilde me even op, net als het samen met de gemeente gezongen ‘Een schoot van ontferming’ uit het Liedboek.
Hij zal onze voeten richten op weg van de vrede’.

Zingen bij de cantorij.
Balsem voor de ziel.

Reageren

28 oktober: De grote help.

De cantorij Roden werkte vanmorgen mee aan de viering in Roderwolde; ik hou van vieringen met veel zang en muziek, dus rond kwart over 9 zaten we in de Jacobskerk.  De cantorij vulde het hele gedeelte onder de preekstoel. Sinds de Catharina cantorij niet meer bestaat bekijk ik met weemoed de groep gemeenteleden die ‘de lofzang gaande houdt’. Ik mis het zingen als alt en het zingen van kerkelijke liederen en geniet dus van zo’n viering als vanmorgen,  waarbij we veel zongen en de cantorij af en toe flink uitpakte met o.a. een bovenstem van de sopranen over de gemeentezang heen.

De blinde Bartimeus stond centraal in viering. Voorganger Astrid Mekes vertelde dat dit verhaal voor haar een bijzondere betekenis had. Zij las haar zoontje vroeger altijd voor uit ‘de Kijkbijbel’ en liet vanaf de preekstoel het plaatje zien dat bij dit verhaal hoorde. Astrids zoontje was als tweejarige diep onder de indruk van het plaatje van Bartimeus. Hij noemde het ‘ de grote help!’
(Afbeelding: Bartimeus uit de Kijkbijbel >>>)

We kennen allemaal het verhaal: Bartimeus wordt door Jezus opgemerkt en kan aan het einde van het verhaal weer zien. Na de overdenking speelde organist Lykle de melodie van “Hij die de blinden weer deed zien”, lied 534. Ik zocht de tekst erbij en vond dat de tekst een samenvatting was de preek.  Goed gekozen! Benieuwd naar dat lied? Hierbij een link >>> naar “Nederland Zingt” van de EO, waar je naast het beluisteren van het lied ook de tekst erbij kunt lezen.

Tijdens de collecte speelde Lykle een ander bekend lied waarbij de gemeente blijmoedig begon mee te hummen. Het leek op ‘Zachtkens en teder roept Jezus de zijnen’  (zie blog Softly and tenderly >>>>)  maar dat was het niet.  “Wat is dit nou voor lied” vroeg ik achter en naast mij. Mijn achterbuurman die het hardst meeneuriede fluisterde: “Weet ik eigenlijk niet…” Buurvrouw,  oorspronkelijk uit Canada wist de Engelse titel wel : Faith of our fathers. Maar toen wisten we het nog niet……wie het weet mag het zeggen.

Er was,  in tegenstelling tot wat er in Kerknieuws stond,  geen koffiedrinken na de viering.  Jammer ja. Dan had ik de cantorijleden nog even kunnen complimenteren met hun bijdrage aan de viering; het was beslist van toegevoegde waarde voor mijn dag.

Reageren

23 april: Weer zelf zingen.

Eigenlijk zou ik gistermorgen weer naar de kerk, maar in de avonddienst/vesper om 19.00 zong de Cantorij Roden, dus ik koos voor die viering. Gerard ging wel naar de morgendienst (want voetbal zondagavond) en zo kwam het dat we ochtendviering in de Catharinakerk weer gescheiden van elkaar meemaakten: hij in de kerk, ik via Kerkomroep. Aan de koffie in de zon hadden we het samen nog even over de preek. Walter Meijles hield een indrukwekkend verhaal over het thema ‘de goede herder’ en had ons allebei geraakt met zijn woorden. (Ook terugluisteren? Zie Kerkomroep, Roden, Catharinakerk, 23 april 10.00 uur).

Rond 18.30 uur wandelde ik naar de Brink. Toen ik binnenkwam was de cantorij nog aan het oefenen/inzingen; fijn om al die vertrouwde gezichten weer te zien en hun koorzang te horen.
Het was überhaupt goed om weer in de kerk te zijn; na zoveel kerkdiensten via internet was het een verademing (letterlijk en figuurlijk) om zelf weer  in de gemeente mee te zingen. Dat is wel een nadeel van het volgen van een kerkdienst op afstand: het zingen klinkt niet mooi en je neemt er zelf geen deel aan.

In de vesper werden liederen gezongen uit de bundel ‘Zangen van zoeken en zien’.
In de orde van dienst stonden de liederen mét bladmuziek afgedrukt en in wisselzang met de cantorij zongen we liederen van de hand van o.a.  Huub Oosterhuis, Antoine Oomen, Peter Rippen, Michaël Steehouder en Chris van Bruggen.

De Catharinakerk.
Cantorij Roden.
De liefdevolle reacties van gemeenteleden dat ik er weer was.
Het voelde als thuiskomen.

Graag vestig ik ook nog de aandacht op een ander stukje PKN-gemeentewerk dat ik een warm hart toedraag.
De gehaakte Rodermarktrondjes kregen een tweede leven, daar schreef ik al over in het blog ‘Van rondjes naar vierkantjes‘.
Inmiddels zijn de dekens klaar. Op 18 april kwamen de dames bij elkaar en werden er foto’s gemaakt van het eindresultaat. Hierbij een link naar de website van de PKN-website met meer foto’s en een kort verslagje van Hetty Veerman.

Reageren

10 december: Het hef nog nooit zo donker west…..

Vanmorgen zat ik in de kerk in Roderwolde en voelde me een beetje als mijn opa Vrieswijk. In mijn jeugd gingen we regelmatig een weekend naar Klazienaveen waar mijn grootouders woonden en mijn opa wilde dan op zondagmorgen  graag naar een kerk in de buurt (Zwartemeer of zo) om een bepaalde dominee te horen. “Mien Va reist weer een dominee achternao” zei mijn vader dan.

Vanmorgen ging ik naar Roderwolde om Theo van Beijeren te horen. Maar dat was niet de enige reden: de Cantorij Roden werkte mee aan de viering!
Daar zat ik dan in het publiek.
De meeste muziek had ik zo mee kunnen zingen en ik  zag de mij zo vertrouwde Joop en Jaap (waar ik altijd voor stond) op de achterste rij staan; och man, wat kriebelt het dan. Maar tussen droom en daad staan in dit geval dan wel geen wetten in de weg, maar wel praktische bezwaren.

Het is vandaag de tweede zondag van Advent, twee kaarsen werden aangestoken. We hoorden de overbekende lezing uit Jesaja 40 en we lazen over de roepende in de woestijn: Johannes de Doper. De predikant legde uit dat Jesaja een nieuwe tijd aankondigde met de bekende woorden “Troost, troost mijn volk”; het volk mocht vanuit de Babylonische ballingschap terugkeren naar hun eigen land. Ook Johannes kondigde een nieuwe tijd aan: de komst van de Messias. Daarbij moest de dominee denken aan het lied Het hef nog nooit, nog nooit zo donker west’ van Ede Staal.

De plaats waar Johannes doopte staat omschreven als ‘ Bethanië over de Jordaan’. Huis der armen betekent dat. “Laat Advent dan van daaruit gebeuren” vond de voorganger “bijvoorbeeld bij de voedselbank of bij al die plekken waar mensen troost en een helpende hand nodig hebben.”

Gerard ging vanmorgen naar de viering in Op de Helte.
Gisteravond na het weerbericht wist ik nog niet zeker of ik wel naar Roderwolde zou moeten gaan, maar wat ben ik blij dat ik gegaan ben!
Ondanks alle mooie muziek van de cantorij in de viering ging ik naar huis met Ede Staal in mijn hoofd.
Luister via deze link>>> ook eens naar het prachtige lied.

Reageren

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén