een alternatief voor 'de waan van de dag'

Tag: Dementie

30 augustus: Je wist niet terug te komen…..

achter glasVorig jaar kocht ik de CD ‘Achter glas’ van Boudewijn de Groot.
Zijn muziek gaat al mijn hele leven met mij mee, daar heb ik al eens over geschreven op 9 april 2015 >>> ; als klein meisje zong ik al mee met ‘de Noordzee’.
In het blog uit 2015 schreef ik over een lied van die nieuwe CD dat me ontroerde.
Het heet ‘Schemering’; het is een pareltje.
Het beschrijft het stille verdriet van iemand met een partner die lijdt aan dementie.

De tekst van het refrein is:
Je bent niet meer,  je bent niet meer,
je wist niet terug te komen.
Je was al eerder heengegaan dan je afscheid had genomen.

In de loop van de jaren heb ik al veel mensen met dementie/Alzheimer in mijn naaste omgeving meegemaakt. Hartverscheurend, altijd weer.
Na anderhalf jaar kan ik nog steeds niet met droge ogen naar dit lied luisteren. Voor mijn ogen zie ik mijn schoonmoeder, dwalend en angstig, altijd op zoek naar haar huis. En mijn oom en tante, die nu kampen met deze ziekte. Hij heeft Alzheimer, zij lijdt er aan.
De Groot vindt de woorden om de diepste pijn te omschrijven.
In het tweede couplet zingt hij o.a. :
maar als de tijd opeens het denken wreed ontwricht
en maakt dat de herinnering
heel langzaam gaat vervagen
dan is de avondschemering daar
in weifelend winterlicht

Luister hier >>> naar het stille en ingetogen ‘Schemering’.
Het is een live-opname bij Radio Gelderland.

Reageren

1 juni: Oasem. Awesome!

Daniel LohuesZondagavond zaten we in de stadsschouwburg in Groningen bij de voorstelling ‘Aosem’ van Daniel Lohues. Daar had ik al maanden naar uitgekeken, want in februari had ik de CD al gekregen van een vriendin. ( zie 29 februari >>>)
De liedjes had ik al vaak gehoord, waar  dan ik vooral benieuwd naar ben zijn de verhalen die er bij horen.

Het begon al met het verhaal over de titel van de voorstelling/CD.
Lohues vertelde dat hij het een jaar wat rustiger aan had gedaan en dat hij naar Amerika was geweest om ‘op adem’ te komen. Een Amerikaan die hij sprak aan een bar had op dat gegeven gereageerd met: “Awesome!”, waarop hij weer reageerde met: “Inderdaod: aosem…”.

Deze voorstelling doet hij weer helemaal alleen. Een vleugel en een gitaar, meer heeft hij niet nodig. Je zit met 700 mensen in de zaal en als hij zingt is het muisstil.
Hij zong veel van zijn nieuwe album, maar ook wel bekend werk. Hij weet de zaal feilloos te bespelen. Hij vertelt verhalen over zijn familie, het leven, de liefde, religie, cultuur, over Erica en schept daarbij een sfeer van ‘wij Noordelingen onder mekaar’.
Hij beschrijft de typische Nedersaksische humor, waarbij de zaal dubbel ligt, omdat het zo herkenbaar is. Het wordt hilarisch als hij een randstedeling imiteert en daar de plattelandse nuchterheid naast zet.

Naast onbedaarlijke lol waren er ook momenten dat de tranen van ontroering me over de wangen liepen. Dat gebeurde zondagavond bij een verhaal over opa Lohues die dement werd. En wat muziek daarbij voor opa betekende. Als je dementie in je nabije kring meemaakt maakt zo’n nummer wat los.
De man van het bevriende echtpaar dat met ons mee was constateerde na afloop: “Ik wou dat hij die verhaaltjes er op de CD ook bij vertelde, dan begrijp je de liedjes veel beter.” Dat klopt. Maar ik hoef zo’n verhaal maar één keer te horen, daarna onthoud ik het wel. Als dat op een CD steeds voorbij komt is dat volgens mij wat te veel van het goede. Ik hoor het hem graag ‘life’ vertellen.
Daarom gaan we ieder jaar naar zijn voorstelling.

Een van de mooiste nummers op de CD vind ik “de zunne en de maon”.
Hierbij een link naar dat nummer op YouTube >>> 
De tekst staat er steeds naast.

Reageren

5 april: Quasi opgewekt.

Op mijn werk hebben we een digitaal intern netwerk voor alle medewerkers van onze zorginstelling. Het is een combinatie van een nieuwsbrief, facebook, mailbox en linked in.
Het is het heel grote organisatie, er werken meer dan duizend mensen, dus iedereen kennen is niet mogelijk.
Eén van de leukste dingen van dat intra-net is dat je collega’s die je niet kent op kunt zoeken onder het tabblad “Wie is wie?”
Als ik telefonisch met iemand heb gesproken zoek ik hem of haar even op; hoe ziet hij of zij er uit? Op welke locatie werk hij/zij? Wat is zijn/haar functie precies?

Er zijn ook een paar medewerkers die af en toe een blog op het interne netwerk zetten.
Eén van hen is een geestelijk verzorger. Zijn laatste blog ontroerde mij.
Hij vertelt over een familieavond in een verpleeghuis.
Hij schrijft o.a.:

Vaak hebben zulke bijeenkomsten iets treurigs. De verzorgenden doen quasi opgewekt. De familieleden voelen zich wat opgelaten omdat ze hun echtgenoot dingen zien doen, die eigenlijk nogal tragisch en treurig zijn. En de bewoners zijn ietwat ontregeld, omdat ze wel dement zijn, maar alles nog donders goed aanvoelen. Zo’n avond heeft iets ongemakkelijks. Ik denk dat dat ook komt omdat iedereen zo zijn best doet er iets van te maken.
Klik hier:  Een sprookje voor een PDF van het hele blog.

Eind vorige week heb ik naar aanleiding van dit blog een reactie op intranet geplaatst.

Mij trof de zin: “de verzorgenden doen quasi opgewekt ‘.
Mijn schoonmoeder is de fase van het doen van een dansje al voorbij, ze ligt alleen nog maar in bed.
Wij als familie doen ook opgewekt.
LachDie quasi-opgewektheid is van groot belang; het tovert een voorzichtig lachje op haar gezicht.
Als je aandacht geeft, doe het dan met een lach, ook al is die niet helemaal oprecht.
Het doet er werkelijk toe.
Hulde aan de verzorgenden!

En Anne: bedankt voor het bespreken van dit onderwerp.
Het bracht me in tranen: soms komt ‘thuis’ even heel dichtbij op het werk. 

Reageren

10 september: Naozummer

Drentse vlag“Vanmörgen ‘spijbelt’ wij van de karke.’ zee ik zundagörgen an de koffie in de woonveurziening waor as mien schoonmoeder nou woont. Ze hef een moeilijke periode had (bovenbien breuken) moar ze krabbelt weer wat op. Nou en dan nim ik de gitaar met en gaot wij met de bewoners zingen en ok zundagmorgen was dat het geval.

Het bint altied beweugen momenten. De bewoners geniet van het samen zingen. Eigenlijk zingt wij alle keren hetzölfde, maar dat mak niet uut: ze zingt uut volle borst met. “Daar bij die molen”  en ” Mijn Sarie Marijs”  “is zo ver van mijn hart….” zung de breekbare stem van mw. H.

Mevr. D. is nei op de afdeling. Heur ken ik nog: zij zung bij het koor in Smilde (nou en dan hadden wij een samenwerkingsproject) en ik zat op de HAVO bij heur zeun in de klas. Ze hef een starke stem. Nou zij metzingt kunt wij ok een canon zingen: zij zingt wel deur!
“As jullie zingt, daor wordt ze rustig van. Dan blieft ze gewoon zitt’n” vertelt verpleegkundige S. Heur zussie zat bij mien breur in de klas. Smilde hé?

Mw. G. wet niet of ze wel blef eten. “Ik bin op fietse en ik moet nog hen Beilen” zeg ze zörgelijk. “Ik zul hier maor bliem” zeg S. “Het reegnt aal en dr stiet een dik stuk wiend!” Gerustgesteld giet mw. G. weer zitten. In de zörg voor demente patiënten is dit de beste omgangsvorm. As S. zegd had dat mw. G. al jaoren niet meer op fietse zit en nooit zelfstandig naar Beilen kan ontstiet d’r een verbaal conflict en dat wordt op dizze manier veurkommen.

Moeder hef in heur beleving ok nog een tuun. Daor vrag ze oons dan ok naor. Gerard vertelt dat de bonen slecht bint dit jaor . “Te kold en te nat!” röp meneer B. vanof de aander kaant van de taovel.  Zol hij dat nou nog weten? Of is dat standaard de reden van slechte bonen …

Ofgelopen weekend stun d’r een prachtig gedicht in het Dagblad van het Noorden van Marchinus Elting >>>  oet Oring. Dat paste goed bij de weerde van dizze dag.

Naozummer

Op  het einde van heur warkzaome levens
waor beiden naor het pensioen toegruiden
was het of in dizze warme oktobermaond
de leste herfstasters oetbundiger bluiden.

iniens stoekte dat wat ze niet verwachtten,
veraanderde dizze naozummer van kleur
Alzheimer die gestaog het denken oetbande
zodat het harfstig met een gore sluier weur.

Jaorenlaank jank naor de tied van dolkies*
gleden ze niet naor dat verwachte naojaor:
was het, of diezölfde zun ze in de steek leut
pasten ’t heufd en lief niet meer bij mekaar.

schielijk vulen gemaakte plannen in dugen
deurdat een iezige kolde zien intree deed
maor zunder dat zie het zölf deurhad hebt
zo vanoet ofstarven naor starven toe gleed.

*Jarenlang verlangen naar de tijd van straks

Reageren

27 mei: Een zittend gat …..

Afgelopen zaterdagmorgen gingen we koffiedrinken bij mijn schoonmoeder. Zij zit in een beschermde woonvorm met 5 anderen. Ze heeft een eigen kamer, maar de keuken en woonkamer worden gedeeld met de andere bewoners. In het begin was dat natuurlijk wat vreemd, want wij kenden die andere bewoners niet en moeder ook niet, dus toen zaten we op haar kamer, dronken koffie, keken foto’s en voerden, voor zover mogelijk, een gesprek.

Maar inmiddels kennen we de andere bewoners en de andere bewoners kennen ons. We gaan gezellig in de huiskamer zitten en mengen ons in de gesprekken.
Carlijn was deze keer ook mee. Oma vroeg haar minstens twaalf keer welke opleiding ze nu deed en Carlijn vertelde twaalf keer blijmoedig dat ze de SPH opleiding in Leeuwarden deed. Ook Gerard vertelde een x-aantal keren over de stand van zaken van zijn groentetuin en mijn breiwerk is ook altijd een dankbaar gespreksonderwerp.

Mevrouw G, die naast mij zat te beppen over ‘gaatjes en ribbels breien’ mopperde over ‘die vrouw met die rare jurk. Dat liekt ja ok nargens naor. Wat döt die hier eigenlijk? Wie is dat eigenlijk?” Ik antwoordde naar waarheid dat het mijn dochter was. “O” schrok ze “zeg maor niet dat ik dat zegt heb heur, van die jurk!”

Meneer B. lardeert de gesprekken met oude spreekwoorden en gezegden.
Als mijn breiwerk ter sprake komt roept hij immer “Een vrouwenhand en een paardentand mucht niet stille stoan”
We hadden het er even over dat Sinterklaas dit jaar voor het eerst in Drenthe aankomt, in Meppel.
“Sunneklaos is net de Noordenwind” volgens meneer B. “Hij brengt niks en hij nemp niks”.
Ook al nemen de bewoners al lang niet meer deel aan het arbeidsproces, ze vinden nog wel iets van mensen die niet veel uitvoeren. “Van niks doen komp gien goed.” wist meneer B. te vertellen. “Een zittend gat hef altied wat!”

Met een hoofd vol Drentse wijsheden en oude verhalen namen we afscheid van oma en de bewoners. We kregen van iedereen een hand en de wens: “Kom gauw ies weer.”Doen we.

Reageren

1 februari: Glimmende oogjes.

Zondag. Rustdag. Geniet ik altijd van. Eerst was daar vanmorgen een kerkdienst. Normaal gesproken zijn in onze PKN-gemeente op zondagmorgen 3 kerkdiensten in verschillende gebouwen, maar de eerste zondag van de maand kerken we met elkaar in één gebouw. Wat mij betreft doen we dat vaker.

We gebruiken de zondag ook vaak om even op bezoek te gaan bij onze moeders. Vanmiddag namen we de gitaar mee naar de beschermde woonvorm waarin mijn schoonmoeder woont. Eerst een kopje thee en daarna samen zingen. De bewoners kennen ons al en gaan er echt voor zitten. Meneer B. begint al te glimmen als ik de gitaar uitpak. Mevr. R. wordt van een andere unit gehaald omdat ze dol is op zingen. Het hele bekende repertoire komt voorbij. Daar ruist langs de wolken. Ga niet alleen door ’t leven. In ’t groene dal, in ’t stille dal. Gerard en ik zingen al langer samen, dus wij hebben inmiddels redelijk wat ervaring. Meneer B. vraagt altijd om liederen als Ik heb eerbied voor jouw grijze haren en Mijn Sarie Marijs.

Hij vertelde een vorige keer dat hij vroeger altijd zong. Vooral achter de ploeg. “Wat zong u dan?” vroeg Gerard. De oogjes begonnen al te glimmen bij de herinnering: “Heb medelij, Jet!” Dat lied kenden wij niet. Maar met internet is daar tegenwoordig wat aan te doen. Dus ik zoeken. Eerst op wikipedia en toen op You Tube. Ik vond een opname van Kees Pruis uit 1929. Nu begrijpen wij de guitige blik van meneer B. Het lied gaat over een hele dikke vrouw die bij een hele dunne man in bed ligt. Hij wordt bijna geplet en roept dan “Heb medelij Jet…!” Vanmiddag hebben we het gezongen. Grote pret bij meneer B. “Jij neemt alle dekens, o monstervrouw, ik bibber van de kou!”
Voor de liefhebbers: hierbij een link naar het Youtube filmpje >>>
Toen we waren uitgezongen werd mevrouw R. weer teruggebracht naar haar afdeling. “O, breng mij trug naar die ou Transvaal…!” De stemming zat er nog goed in.

Reageren

22 december: Muziek als medicijn

Mijn schoonmoeder woont in een verzorgingshuis in een zogenaamde ‘beschermde woonvorm’. Zij gaat heel langzaam – maar zeker – steeds een beetje achteruit. Ze woont met vijf anderen op een unit. Ze heeft daar een eigen kamer, maar de woonkamer en de keuken worden gezamenlijk bewoond. Als we haar opzoeken komen we niet alleen bij haar op bezoek, maar ook bij de andere bewoners. We kennen ze inmiddels allemaal goed, het is een beetje haar familie geworden. We drinken samen een kopje koffie of thee, we bepraten de toestand in de wereld en mijn brei- of haakwerk wordt uit en te na besproken.

Vanmiddag had ik mijn gitaar meegenomen en de map vol kerstliedjes. Mevrouw R. werd even van een andere unit opgehaald, men weet dat zij dol is op zingen.
We schonken ons een kopje thee in en gingen in de woonkamer bij de grote tafel zitten; bij het eerste kerstliedje zie je de blije herkenning op de gezichten. Niet alles wordt meegezongen, maar bij een bekend lied als ‘Er is een kindeke’ doet iedereen mee. Mevrouw H. vond ‘Nu sijt wellecome’ zo’n mooi lied, dat ze het ook bleef zingen toen wij al met een ander lied bezig waren. Als je vraagt om een concreet kerstverzoeknummer, dan weten de meesten dat niet. “Weeknie heur, dat doen de jonges altied veur mij” zei mevrouw G.
“Alles is mooi.” vond meneer B., die altijd blij is als we met hen gaan zingen. Mevrouw R. was heel duidelijk in wat haar fijnste kerstlied was: “Ere zij God!”
Dat hebben we dan ook aan het eind gezongen en ook dat lied zong iedereen mee. Mevrouw R. bleef Ere zij God zingen toen ze in haar rolstoel weer naar haar eigen unit werd gebracht.

Het ontroert mij altijd ontzettend als ik de mensen zo zielsgelukkig zie zingen.
Want we doen dit natuurlijk niet alleen met kerst. We zingen op andere momenten in het jaar net zo goed liedjes zoals “Als de klok van Arnemuiden’ en ‘Droomland’ met hen. Zingen doet iets met mensen. Ze knappen er zichtbaar van op en genieten er van. Ze weten niet meer wie vanmorgen op bezoek is geweest, maar ze zingen alle 3 coupletten van Stille nacht mee.

‘Rudolf the rednosed reindeer’ hebben we vanmiddag niet gezongen. Rudolf kennen ze niet.

Reageren

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén