een alternatief voor 'de waan van de dag'

Tag: sprookjes

17 december: Een geliefd mensenkind.

Gisteren, de derde zondag van Advent, fietste ik naar de kerk door een winter-wit Roden. Het sneeuwde een beetje en het was nog heel stil in het dorp; altijd bijzonder, zo’n eerste sneeuwbui van de winter.
Het weer had kennelijk veel mensen weerhouden van de kerkgang, want het was niet heel vol in de Catharinakerk.

Na de hele drukke en volle dag in Bremen was het goed om even rustig te zitten, te zingen en te reflecteren op het leven van de week voor deze zondag.
De voorganger zei het mooi gistermorgen: de kerk (kuriakos= van de heer) is een groep van mensen die even pauze hebben,  op adem komen zich en aangesproken voelen. Die de durf hebben om het evangelie van zondag ook door de week te leven.

“He’… onze keizer heeft helemaal geen kleren aan!”

Hij riep ons op om te kijken en te reageren als een kind en haalde daarbij een sprookje aan, ‘de nieuwe kleren van de keizer’: “Een kind kijkt met andere ogen. Het ziet een blote keizer en zegt ‘Hé, onze keizer heeft helemaal geen kleren aan!” Een kind is nog niet beïnvloed door ‘hoe het hoort’ en door wat men zegt, dat kan soms heel verfrissend zijn”.
Dat hij een sprookje citeerde deed me goed. Sprookjes vind ik al sinds mijn kindertijd prachtig; toen ik in 2014 herstelde van een hartinfarct stak deze voorganger mij een hart onder de riem met een voorbeeld uit een sprookje. Lees hierbij het blog “Wie weet nog wie vrouw Holle is? >>> van november 2014.

Wij hoorden vanmorgen dat we geliefde mensenkinderen zijn. Iedereen. Het is onze taak om niet alleen binnen de kerk daar aandacht voor te hebben maar ook daarbuiten, En natuurlijk: geliefde mensenkinderen wil je ook wel eens achter het behang plakken (de dominee had daar kennelijk ervaring mee) maar het is dan aan ons om ons best voor hen te blijven doen.
Na de collecteaankondiging vroeg Dea, heel toepasselijk, aandacht voor Amnesty International. Het betrof een  actie voor de Venezuelaanse Geraldine Chacón , die opgepakt en bedreigd werd door haar eigen regering, omdat zij vocht tegen het onrecht dat ze zag in haar land.
Er lag een petitielijst waar we een handtekening konden zetten en er konden kaarsen en kaarten gekocht worden om het werk van Amnesty International te steunen.  Meer weten? Hierbij een link naar de website van de afdeling Noordenveld/Leek van Amnesty >>>

Reageren

19 maart: Glimlachen? Of rijden?

Het wordt zo langzamerhand een ‘ continuing story’: de sprookjes van de Franse les. Om het verhaal van 17 februari >>> even af te maken: Phileine was dus niet de naam van de  franse Grietje. Dat vermoeden hadden wij gelijk al, de juiste naam is Gretel.

We hebben altijd maar een uur. Maar daar hadden we dinsdagavond echt niet genoeg aan. Juf was ziek geweest, dus die vertelde eerst al hoe het nu was en ook de rampspoed die ons is overkomen werd besproken. Na de korte verhaaltjes die ook nu weer niet allemaal kort waren kwamen de laatste twee sprookjes aan bod. Domme Hans en Zwaan kleef aan. Iemand haalde de sprookjes door elkaar en vroeg: “Ruilde hij die bok (uit domme Hans) dan steeds voor iets anders? Hoe kwam hij anders aan die zwaan?” Het valt ook niet mee, franse sprookjes.

Bij het bespreken van het huiswerk kreeg juf de slappe lach. Pierre had het woord sourire (glimlachen) verward met conduire (autorijden). Iemand reed dus niet naar Fred, maar glimlachte naar Fred. Dat werkte zo op jufs’ lachspieren dat ze niet meer kon ophouden. Ze heeft zo’n aanstekelijke lach dat op den duur iedereen in een deuk lag, terwijl de mensen achter aan de tafel die hele fout van Pierre niet hadden gehoord…..

petit prince

Aan het eind was dan nog de boekbespreking. Mijn Da Vinci Code had bijna iedereen gelezen, in ieder geval hadden ze de film gezien. Een collega-leerling had Le petitie Prince >>> uitgekozen, bij Nederlanders en Fransen een zeer bekend boek. Het is geschreven door Antoine de Saint Exupery. Het lijkt een kinderboek, maar er zitten volwassen thema’s in. Voor een volgende keer werden twee nieuwe kandidaten aangewezen. “Mag je ook een boek als Angelique doen?” Ik kijk er al weer naar uit.

Reageren

17 februari: Une conte de fé

Op 11 februari schreef ik over de franse les: we moesten allemaal een sprookje in een paar zinnen beschrijven en de anderen moesten raden welk sprookje het was.
Ook vanavond kwamen we niet verder dan drie sprookjes (terwijl we er nog vijf moesten…).
En we hadden niet eens veel huiswerk, in ieder geval hoefden we niet allerlei dingen na te kijken. Maar na de petite histoires was er eerst koffie en toen kregen we het over de Elfstedentocht. Tot mijn stomme verbazing hadden de twee Amsterdammers in 1985 de Tocht ter tochten uitgereden en een kruisje gehaald. Eén van hen vertelde dat hij dat feit tot vervelens toe herhaalde op verjaardagen “want me zus is getrouwd met een Fries en die vinden dat niet leuk!”
Als het op sterke verhalen aankomt gaan we onmiddellijk over in het Nederlands. De Fries in ons gezelschap had hem ook gereden en één Drent had hem graag willen rijden: alle steden kwamen aan bod. Daar dit en daar dat. Franeker, Bartlehiem, blablabla.
Kom dan maar eens weer op de sprookjes uit. Alhoewel….. de schaatsverhalen kwamen er ook dichtbij.

De eerste begon zijn sprookje met ‘un vieil âne’ (een oude ezel). Even werd gedacht dat hij iemand aansprak, maar dat bleek een misverstand. De âne kreeg gezelschap van een chien (hond) une chat (kat) en un coq (haan). Toen wisten we het allemaal al, maar het verhaal moest helemaal uitverteld, het waren ‘Les musiciens de la ville Bremen’ (Bremer Stadtmusikanten). In onze groep is er dan altijd wel weer iemand met een schoonzoon uit Bremen …..
Het tweede was een verhaal dat niemand kende, behalve de juf. Het was dan ook een gruwelijk verhaal: Barbe-Blue (Blauwbaard) . Het kwam de heren in ieder geval niet bekend voor en dat staat ze te prijzen.
Het derde sprookje was het langst. Bij de eerste paar zinnen wisten we allemaal al wat het was, maar ook deze deelnemer moest “de beker tot op de bodem leegdrinken”. Hij heeft het hele verhaal verteld. Van deux enfants (twee kinderen), de maratre (stiefmoeder) en de petite pieces du pain (broodkruimels) en van de sorcière (heks). Toen hij vertelde over ‘une porte de sucre’ (een deur van suiker) en ‘une fenetre du marsepain’ (raam van marsepein) hebben we hem uit zijn lijden verlost. Volgens hem heette het in het Frans Hans et Phileine.
Ik waag het te betwijfelen. Wordt vervolgd.

Reageren

11 februari: Outroupistache, une conte de fées

Franse les. Tien jaar geleden ben ik er mee begonnen. Mijn dochters konden zich destijds nauwelijks voorstellen dat ik dat vrijwillig ging doen. “Moet je dan ook huiswerk maken!” Ja, ook nog. Belachelijk! In hun ogen dan. Maar wij wilden graag naar Frankrijk op vakantie en van mijn MAVO&HAVO-frans was bij wijze van spreken alleen ‘Je ne sais pas’ blijven hangen.

De franse les is één van de beste dingen die me de laatste jaren zijn overkomen. Het is een wonderlijke mengeling van mensen. De oudste is 70, de jongste net 40. De meesten zijn opa en oma, maar eentje is nog maar een jaar papa.
Er zijn twee westerlingen met roots in Amsterdam, er is een Fries en er zijn vier Drenten.

De nadruk ligt op de spreekvaardigheid. Niets ten nadele van deze groep, maar spreken gaat iedereen zeer goed af. Te goed soms. We beginnen iedere les met een ‘petite histoire de la semaine passé’ (klein verhaaltje over de afgelopen week). Lief en leed wordt gedeeld. En dat al tien jaar lang, niet verwonderlijk dat het inmiddels een vriendengroep is geworden.
Voor gisteravond was het huiswerk: 4 taaloefeningen uit het boek en “beschrijf een sprookje in ongeveer 10 zinnen, de anderen moeten dan raden welk sprookje je bedoelt.”
Nou ben ik gek op sprookjes (lees 3 november >>>), dus ik heb er wel twee voorbereid. Voor als iemand anders hetzelfde sprookje zou vertellen.

Met de ‘klep-kato’s’ van onze groep is het hard werken voor de juf om eerst alle ‘petite histoires’ te horen, vervolgens alle oefeningen na te kijken en dan nog 7 sprookjes bespreken. Binnen een uur. Mission impossible. Want we drinken ook nog koffie tussendoor. De juf vroeg nog wel om het kort te houden. Maar er waren weer spannende verhalen over diefstal uit een beeldenwinkeltje, een vader die een week alleen op z’n kind had moeten passen, een wintersportvakantie met veel te veel sneeuw en een ‘conference trés interessante’. Als we de oefeningen nakijken is er altijd wel iemand die moet zoeken waar de antwoorden ook maar weer staan. Of die z’n eigen handschrift niet goed kan lezen. Kortom: het lukte niet.

Welgeteld twee sprookjes hebben we gisteravond kunnen doen. Repelsteeltje (we wisten het franse woord daar niet voor, blijkt Outroupistache te zijn) en “La prinsesse au petite pois” (prinses op de erwt). Een van de dames vertelde dat ze als 13-jarig meisje op een corsowagen die prinses had mogen spelen. Ik verheug me nu al op die foto volgende week! Wordt vervolgd dus…..

Reageren

3 november: Wie weet nog wie Vrouw Holle is?

Als kind al was ik weg van sprookjes. Eén van de eerste kadootjes die ik me kan herinneren was een sprookjesboek dat ik kreeg van mijn ouders. Ik heb het nog. “Ada Vrieswijk. Gekregen van papa en mama” staat er voorin. En mijn broer heeft zijn naam er later ook maar bijgezet. “Sprookjesland” verteld door tante Lucille, getekend door J.C. van Hunnik. De plaatjes alleen al! Spannend, eng, leuk, griezelig……genieten! Het engste was het verhaal van de aarbeienfee.
de aardbeienfee

Van opa Boelen, die bij ‘het oud papier’ werkte, kreeg ik toen ik een jaar of negen was een sprookjesboek. Een groot, rood boek met spannende sprookjes uit binnen- en buitenland. Het boek heb ik stukgelezen. Ik heb het meegenomen uit huis en ook aan mijn kinderen voorgelezen. Vele malen zelfs. Eén verhaal las ik nooit voor, dat was het verhaal van Blauwbaard. Dat vond ik te gruwelijk voor de tere kinderzieltjes. Maar kinderen zijn nieuwsgierig hé? Vooral als er een plaatje bij zo’n verhaal staat met een griezelige man die voor een deur staat waar een plas bloed onder vandaan komt….
Toen ik een keer een weekend in Denemarken zat zagen mijn dochters hun kans schoon.
“Papa, papa, wil je voorlezen?” Ja hoor, wat zal ik lezen? “Kijk, dit verhaal!” Gedurende het voorlezen bekroop Gerard het gevoel dat dit niet echt een geschikt verhaal voor kleine meisjes was. Maar toen wilden ze natuurlijk weten hoe het afliep!

Sprookjes. Ik vind het nog steeds leuk. Afgelopen zondag kreeg ik even bezoek van iemand die een kaartje kwam brengen. Hij kwam even binnen en vroeg hoe het ging. Ik vertelde dat ik ontzetteVrouw Hollend angstig ben. Hij zei: “Laat je nu maar gewoon even vallen. Denk aan die ene dochter in het sprookje van Vrouw Holle. Zij viel in de put en dacht dat haar laatste uur geslagen had. Maar onder in de put werd ze opgevangen door Vrouw Holle. Heb maar vertrouwen.” Kijk. Daar kan een mens mee verder. En wat fijn dat ik weet wie Vrouw Holle is: ken uw klassiekers!

 

Reageren

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén