een alternatief voor 'de waan van de dag'

Tag: Vader

16 augustus: Cornelis Clan

Vanmorgen begon de viering in de Catharinakerk met het eerste vers van Psalm 139. “Heer die mij ziet zoals ik ben.” Deze tekst stond op de rouwkaart van mijn vader en stond ook centraal in de rouwdienst in maart 2008. Vandaag is ook de geboortedag van mijn vader: hij zou 83 geworden zijn.
Sommige dingen zijn geen toeval.

Zo begon de kerkdienst vanmorgen al met ontroering. Zoals wel vaker leek ook de preek voor ons geschreven, maar gesprekken met gemeenteleden hebben mij geleerd dat bijna iedereen dat zo ervaart. Iedereen zit in de kerk met zijn eigen rugzak vol levenservaringen, vreugde afgewisseld met verdriet.
Organist vanmorgen was Erwin Wiersinga. Als hij speelt kijk ik uit naar de collecte: ook vanmorgen was het weer genieten. Met het bemoedigende slotlied 418 (tekst zie >>>) sloten we deze bewogen viering af.

Sinds mijn vader is overleden ontmoeten wij als “Cornelis-Clan” (zo noemde hij zelf zijn kinderen en kleinkinderen) elkaar rond zijn verjaardag. Dit jaar valt 16 augustus op een zondag. Het leek mijn moeder een goed idee om nu eens niet te barbecuen. Zij wilde graag een keer ouderwets kegelen bij Schortinghuis in Spier en daarna lekker eten met de clan bij het Wokrestaurant in Pesse.  En wat waren we op deze regenachtige dag blij met dit idee! We kegelden heel gezellig binnen, we hebben heerlijk gegeten, uiteraard met iedereen bijgepraat en we hieven het glas op 16 augustus.
Opdat wij niet vergeten.

Reageren

27 februari: Mien va

Op 27 februari 2008 overleed mijn vader plotseling aan een infarct. Hart of hersenen, we weten het niet precies. Hij is 75 jaar geworden.

‘s Morgens om 09.00 uur zat ik nog nota’s uit te typen op kantoor, s middags zaten we met een folder voor onze neus een kist uit te zoeken.

Op dat moment stond mijn wereld even stil. Er zijn natuurlijk dingen die relatief gezien veel erger zijn, maar dat speelt op zo’n moment geen rol. Zijn plotselinge overlijden maakte veel los in zijn omgeving. Voor mijn moeder was het dramatisch. Over haar verwerking van die rouwperiode heb ik een kort verhaal geschreven voor een themadienst van onze kerk. Dat zal ik morgen op mijn blog zetten.

Wat ik vooral miste was mijn praatpaal. 
We konden oeverloos kleppen over de meest uiteenlopende dingen, mijn vader had een brede belangstelling en wist veel.
Hij ligt begraven op het kerkhof in Hoogersmilde. Af en toe ga ik er eens heen. Maar voor mij is hij daar niet. Hij is er in een streekmuseum in Noord Duitsland bij een tentoonstelling van archeologische vondsten van de Nedersaksische cultuur.
Hij is aanwezig in het lied “Junge, komm bald wieder” van Freddy Quinn.
Hij is er als we in zijn caravan een bepaald schroefdopje zoeken en we dat vinden in een zak vol met niet te benoemen rotzooi. Hij gooide namelijk bijna nooit iets weg “Ie wit nooit hoe het nog ies van pas komt”. Hij had per slot van rekening de oorlog nog meegemaakt.
Hij is er als mijn dochters herinneringen aan hun geweldige opa (die nog bij de Indianen had gewoond) ophalen en hij is er als ik met zijn zus in Coevorden de plekjes opzoek waar ze lagen met het schip en waar ze later woonden.

Na verloop van jaren heeft het gemis een plek gekregen. Nu overheerst vooral dankbaarheid voor een rijk leven en een pijnloze dood zonder Alzheimer en zonder een lang ziekbed. Maar dat kon ik op 27 februari 2008 nog niet bedenken.

Reageren

18 december: Stel die es veur

We hadden begin dit jaar een bijeenkomst met een stel oude vrienden en er werd ons gevraagd of we iets wilden vertellen over onze passie.
Iedereen dacht dat mijn verhaaltje over muziek zou gaan, maar ik heb die avond verteld over mijn liefde voor geschiedenis.

Geschiedenis is iets wat je interesse moet hebben, maar het is ook belangrijk dat er iemand in je leven is die je er warm voor maakt. In mijn leven is dat mijn vader geweest. Hij wist veel en kon mooi vertellen. Toen het vestingstadje Bourtange werd gerestaureerd nam hij mijn broer en mij mee naar de werkzaamheden. Hij zette mijn broertje op een kanon op de vestingwal en vertelde: “Stel joe es veur: dan kwaam’ daor de Spanjaard’n an en dan stunn’n ze ze hier op te wachten….” etc. etc.
Op vakantie in Duitsland zochten we een oud kasteel op. Dornröschenschloss Sababurg. “Stel joe es veur dat de edelvrouwe veur dat raam zat te borduur’n.”
Stonden we bij een hunebed, dan vertelde hij dat het vroeger bedekt was met zand en dat het dan een soort hol was waar de urnen in stonden. “Stel joe es veur: dan leup daor zo’n begrafenis stoet. Dan weur de overledene eerst verbrand, ze deuden de as in zo’n pottie en dan muchten allent de oldsten van het volk naor binnen um de urn bij te zetten.” Bere-interessant vonden wij dat als kinderen. Mijn vader vertelde en wij zagen de beelden voor ons.
Hij nam ons mee naar de mummies in Wiewerd, naar het Planetarium in Franeker, naar de Menkemaborg in Uithuizen, naar verschillende musea en altijd waren daar de verhalen over vroeger.

Van hem kreeg ik ooit een stuk steen, waarin iets gekerfd was. Had hij gevonden in de zeef waarmee ze de stenen uit het zand zeefden op de steenfabriek. “Leg dit es in dien hand. Stel die es veur: duuzenden jaor’n leden hef ok iene dit in de haand’n had. Hef probeerd um d’r wat in te kervn.” Het steentje ligt nu op een kastje in mijn slaapkamer.
Bij een foto van mijn vader.
‘Stel die es veur….’
Ik hoor het hem nog zeggen.

Reageren

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén