een alternatief voor 'de waan van de dag'

Tag: zingen Pagina 1 van 2

27 februari: Een leeuw. Niet? Lion dan…..

Maandagavond fietste ik met m’n gitaar op de rug en een fietstas vol kleine muziekinstrumentjes naar de De Deel: ik was uitgenodigd om een uurtje te komen zingen bij de Maandagavondclub. Een héle gezellige club voor mensen met een verstandelijke beperking uit Roden, Leek en omgeving.

We begonnen met een namenspelletje: hoeveel lettergrepen heeft je naam?
Je kunt je naam klappen en je kunt je naam zingen.
Dit spelletje was ook voor mij wel handig: zo leerde ik alle namen kennen!

Vanuit ons oude Memory-spel had ik een aantal setjes plaatjes meegenomen.
Wie heeft een rode vogel? Tineke.
Wie weet daar een liedje over?
Van het roodborstje!
O ja, deze vogel heeft natuurlijk ook een rood borstje. “Roodborstje tikt tegen ’t raam tik tik tik….”

Een leeuw. Een liedje over een leeuw? Niemand. En in het Engels; een lion?
Pieter, die al mooie rode wangen had van de opgewonden spanning begon al te zingen: “In the jungle, the mighty jungle, the lion sleeps tonight”, even later gevolgd door “A wieieieieieieiei, oe wie oe wie o um ma weeee!”
Dat zongen we ook nog door elkaar heen.
Prachtig om te zien dat iemand zo van zingen kan genieten.

Bij het plaatje van de uil herinnerde Jan zich ‘de Fabeltjeskrant’.
“Hallo meneer de Uil, waar breng je ons naar toe?
Het hele lied werd gezongen, inclusief de gesproken tekst “want dieren zijn precies als mensen, met dezelfde mensen-wensen etc.”
Maar natuurlijk zongen we ook ‘de uil zat in de olmen/koekoek’.

De koster kwam eens even luisteren. Die had buiten ons zingen al gehoord en was nieuwsgierig wat daar toch voor mooi koor binnen zat te zingen.
Glunderende gezichten.

Theo had een plaatje van een boot.
Die had al die tijd met dat plaatje in zijn hand zitten bedenken welk liedje hij kende met een boot; toen hij aan de beurt was riep hij trots: “Ik heb de boot! En ik ken wel drie liedjes met een boot!”
Natuurlijk gingen we die alle drie zingen. Berend Botje, Schuitje varen en varen varen over de baren.

Muziek maakt iets los bij mensen. De begeleiding deed soms ook een duit in het zakje en kwam met oude, bijna vergeten liedjes die bijna niemand kende.
“Ach Margrietje, de rozen zullen bloeien”
Sommige maandagavondclubleden zitten heel erg op te letten en doen uitbundig met alles mee, maar er zijn ook ‘kijkers & genieters’; ze wiegen genoeglijk mee op de maat van de muziek, lachen nog eens lief naar mij en daar blijft het bij.
Met elkaar hebben we drie-stemmig gezongen: 1. mooi 2. vals en  3. dolenthousiast.

Benieuwd naar het verslag van de vorige keer? Lees dan ‘Hoeden en een liedje’>>> uit 2018.

(De namen voor dit blog zijn gefingeerd ter bescherming van de deelnemers) 

Reageren

24 februari: Mét orgel zingen.

Een viering in de Catharinakerk met Theo van Beijeren; afwisseling van spijs doet eten.
Vanmorgen hoorden we één van de mooiste verhalen uit de bijbel: het moment dat Jozef als onderkoning van Egypte zich bekend maakt aan zijn  broers. Het onderliggende thema was ‘de andere wang’. Niet iedereen zou zo gereageerd hebben als Jozef.
Hij was natuurlijk door zijn broers heel erg slecht behandeld en het zou eigenlijk heel menselijk zijn geweest als hij zijn broers op zijn beurt heel slecht had behandeld. Eigen schuld, dikke bult.
Maar Jozef moet huilen, vergeeft zijn broers wat ze hem hebben aangedaan en ziet in zijn deportatie naar Egypte de hand van God, die heeft voorzien dat Jozef met zijn macht in Egypte de familie van Jacob van de hongerdood zou redden.

Uit het nieuwe testament lazen we dat Jezus zegt: ‘Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan.’ We hoorden dat deze uitspraak niet bedoeld is als ‘Laat maar over je heen lopen’, maar meer als een manier van in het leven staan.
Als iemand je met kwade opzet onheus bejegent, reageer dan niet op dezelfde manier, maar reageer met liefde. Vaak rekent de andere partij daar niet op, die verwacht op zijn actie een re-actie; heel vaak haal je, door niet gelijk boos te reageren, de angel uit de situatie. Voor ruzie zijn immers altijd twee partijen nodig.
De predikant maakte daarbij wel gelijk een kanttekening: sommige situaties zijn te erg (o.a. vrouwenmishandeling/vernedering, kindermisbruik), dan is het niet mogelijk om de andere wang toe keren. “En onder andere daarvoor” vulde de voorganger aan “zijn ze nu bij elkaar in Rome.

We zongen vanmorgen hele mooie, over het algemeen bekende liederen, maar het moet me van het hart dat ze beslist niet mooi gezongen werden.

Hinsz-orgel in de Catharinakerk Roden

Gerhard Duursema was vanmorgen de organist en hij speelt altijd iets trager dan de andere organisten, maar wel erg mooi.
Maar de gemeente luisterde vanmorgen niet naar het orgel.
De gemeente had kennelijk haast.
Soms zong men zelf twéé noten voor het orgel aan…..
Daarom liepen de orgelbegeleiding en de gemeentezang niet synchroon; het kwam de lofzang (die we gaande moeten houden) niet ten goede.

Als je bij een koor zingt, dan is de dirigent degene die het tempo bepaalt.
Toen ik ooit eens met mijn gitaar in een combo aan een Taizé-viering meewerkte dreef ik het tempo kennelijk behoorlijk op. Bernhard Slofstra, destijds dirigent van de cantorij, sloeg met vlakke hand op de piano en riep: “Mevrouw Waninge. Er is hier maar één die het tempo bepaalt en dat ben ik.” Mevrouw Waninge was namelijk gewend om op dat vlak zelf te touwtjes in handen te hebben. Daarna hoefde Bernard maar een wenkbrauw op te trekken……o ja. Niet te snel.
In de eredienst bepaalt de organist het tempo en de gemeente past zich aan.
Vind je het te langzaam, dan kun je het daar later altijd met hem over hebben, maar voor het orgel uit zingen is niet de goede manier om dat kenbaar te maken.

Wij zijn in Roden qua organisten verwend mensen.
En Gerhard speelt misschien wat langzaam, maar we hebben ook organisten die snel spelen, waarbij de gemeente er soms maar wat achteraan hobbelt.
We moeten onze organisten koesteren, naar hen luisteren en mét het orgel zingen.
Dat verdienen ze.

Reageren

13 maart: Hoeden met een liedje.

Af en toe verzorg ik een avond voor de Maandagavondclub, een gezellige, twee-wekelijkse  club voor mensen met een verstandelijke beperking uit Roden, Leek en omgeving.
Gisteravond was ik er weer met mijn gitaar en een zak vol oude hoofddeksels die ik in de loop van de jaren heb verzameld.

We beginnen altijd eerst met het Maandagavond-clublied; ik schreef het al een aantal jaren geleden op de melodie van ‘Ik trek mijn wandelschoenen aan”.
Deze keer had ik als hoofdthema het lied ‘Timpe-tampe-tovenaar’.
De zak met hoeden en petten ging rond, ik zong het liedje van de tovenaar en als ik stopte met zingen moest degene die de zak had een zakje uit de grote zak halen. Tineke, die in het begin al gevraagd had of ik iets bij me had om te trakteren, hoopte dat er uit de zakjes ‘iets lekkers’ te voorschijn zou komen.

Was de hoed uit het zakje gehaald, dan gingen we eerst bespreken wat voor hoedje het was; degene die de hoed had gepakt mocht hem dan opzetten. Daarna zochten we er een liedje bij. Was het een zonneklep met een enorme zonnebril, dan zongen we een liedje over de zomer en het strand. Bij een ‘happy birthday-hoed’ zongen we “O wat zijn we heden blij!” voor Annie  die met de hoed op opeens jarig was en toen Manon een groen zwervershoedje opzette moesten we denken aan Swiebertje. “Daar komt Swiebertje, onze Swieber die steeds malle dingen doet!” De oudere generatie (met name de begeleiders) kon dit opvallend goed meezingen….

Wij houden van Oranje!

Piet kreeg een soort detective-hoedje dat hem goed stond, maar toen één van de begeleiders een hoed in de vorm van een bierpul mét schuimkraag uit de zak viste wilde hij maar één ding: ruilen! Hij kreeg de bier-hoed en zong uit volle borst mee met “Wij houden van Oranje!” Dat paste volgens de aanwezigen het best bij die hoed.
Er was ook piraten hoofddoekje met een doodskop. Daar hoorde het lied “Wat gaan we doen met de dronken zeeman, ’s morgens in de vroegte’ bij. “Heeeee hoooooo en HUP daar gaat ie!”
Wat een plezier kun je dan hebben met hoeden en petten uit de oude verkleedkleren-zak van onze kinderen. Toen iedereen iets op z’n hoofd had maakten we een maffe groepsfoto.

Na afloop kreeg ik een bloembakje met narcissen en drie dikke zoenen van Dirk. En een speech: het was erg leuk geweest en van hem mocht ik nog wel eens komen.
Daarna zongen we bij de narcissen nog “Tulpen uit Amsterdam”; je moet het ruim zien.

Benieuwd naar het verslag van de vorige keer?
Lees alles over Liedjes raden en het Noach-spelletje.

(De namen voor dit blog zijn gefingeerd ter bescherming van de deelnemers)

Reageren

26 juli: Zomerzangavond in Dwingeloo

Het was er al twee jaar niet meer van gekomen, maar gisteravond werkten Gerard en ik weer eens mee aan de ‘Zomerzangavond>>> in de Bruges-kerk’ in Dwingeloo.
Al vanaf het prille begin dat Gerard en ik samen zingen werken we mee aan deze avonden.
Meer dan dertig jaar geleden werden we benaderd door Roel Reiber (die wij tot die tijd alleen maar kenden als fietsenmaker/-handelaar op de Dwingelerbrink) die vroeg of we mee wilden werken aan een experiment: een ‘roept-u-maar-viering’.
De mensen die in de kerk zaten mochten hun voorkeur voor een lied doorgeven, dat gingen we dan met elkaar zingen. Er was een dominee die de boel aan elkaar praatte en Gerard en ik werden uitgenodigd ter opluistering van het geheel.
In het begin kwamen er nog niet zoveel mensen (ik meen 35 die eerste avond) maar in de loop van de jaren werd de zomerzangavond steeds populairder en rond het 25-jarig jubileum zat de kerk zes avonden per jaar stampvol. Experiment geslaagd.

Gisteravond om 18.55 uur stapten we de kerk binnen, ruim op tijd, want de avond begint om 20.00 uur. De eerste bezoekers zaten er toen al. Toen wij om 19.15 uur de apparatuur hadden opgezet en wilden inzingen was het al zo’n lawaai, dat we bijna niet boven het gepraat van de goegemeente uitkwamen. Het is namelijk altijd ook erg gezellig en gemoedelijk in Dwingeloo.

We ontmoetten enkele oude bekenden en hadden vooraf nog even overleg met Johan, die predikant van de avond én Roel Reiber: hij is nog steeds de motor achter de Zomerzangavonden.
Er wordt op zo’n avond ontzettend veel gezongen en je hoort dat de mensen daar heel erg van genieten. Het repertoire is breed: van psalmen en gezangen en Johannes de Heer tot Opwekking. Het zingen wordt echt beleefd; mensen zingen zich even los van hun zorgen. Ook emoties en tranen horen er bij, je hebt immers allemaal wel ‘zo’n lied’ waarbij de waterlanders los zitten.

Gerard en ik mochten gisteravond ook een aantal liederen zingen. We zijn dan niet gebonden aan een thema, dus zingen wat we zelf mooi vinden en dat aansluit bij de wensen van het publiek. Hopen we. In de pauze vertelde iemand dat ze het meest had genoten van een kinderliedje van Elly & Rikkert. En iemand anders was geraakt door”Als het donker wordt”, een lied dat we hebben overgenomen van de gospelgroep Marturion uit Beilen. Hij had jaren geleden gezongen bij dat koor en kreeg kippenvel toen hij ons het lied hoorde zingen.

Zelf werd ik geraakt door de predikant die de avond afsloot met een tekst uit Micha, namelijk vers 8 “Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de Heer van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God. (klik op de afbeelding voor een vergroting).
Daar kunnen we de week mee in.

Reageren

9 mei: De uil in de olmen. In canon!

Maandagmiddag had ik afgesproken in verzorgingshuis Vredewold in Leek; ik ging op bezoek bij mijn ex-buurvrouw Zwanny. Bij dergelijke bezoekjes neem ik altijd de gitaar mee en ga ik met haar en de andere bewoners een uurtje zingen.
Op zulke middagen zing ik altijd liedjes in de trant van Sarie Marijs, In’t groene dal en Kleine Greetje uit de polder.
De vorige keer (zie 28 februari >>>) zong Zwanny vrolijk mee, maar aan het einde vroeg ze: kunnen we ook een christelijk lied zingen?
“De volgende keer neem ik mijn andere map mee” beloofde ik haar.

Toen ik kwam zaten er al een paar bewoners rond de tafel. Er was ook bezoek; twee echtgenoten van dames in een rolstoel en een zoon die thee kwam drinken bij z’n moeder.
Geert kwam ook binnen; immer vrolijk en opgewekt en een met kwinkslag voor het verzorgend personeel.
Ik vertelde de groep dat ik op verzoek van Zwanny deze keer zou beginnen met een paar christelijke liederen; of daar ook bezwaren tegen waren? Nou niet echt bezwaren. Van Geert hoefde het niet beslist, maar hij verzoende zich er mee.

Liederen als “Ga niet alleen alleen door ’t leven” en “de Heer is mijn Herder” kwamen voorbij. De eerste coupletten werden nog meegezongen (want nog wel een beetje bekend), bij de rest van de liederen zong ik alleen.
Doodstil was het toen het laatste akkoord klonk.
Geert zat in tranen en de meeste anderen waren ook aangedaan.
“Dit zingen we hier nooit” zei één van de echtgenoten, die de hand van zijn vrouw had gestreeld toen ze het te kwaad kreeg.
“Zou eigenlijk vaker moeten” zei een verzorgster.

We zongen nog wat andere bekende liederen en toen vond ik het wel weer tijd voor enkele seculiere liederen.
In een tekstboekje van het huis stond de canon : De uil zat in de olmen. Koekoek.
“We kunnen dit wel in canon zingen, mensen” stelde ik voor.
Meestal lukt dat niet met zo’n groep kwetsbare ouderen, want iedereen is gelijk in de war als anderen iets anders gaan zingen, maar met de gasten erbij lukte het prima.
We zongen mooi zachtjes de canon met elkaar en bij het ‘Koekoek” zong Zwanny naast mij een bovenstem.

Een etmaal eerder was ik nerveus voor het zingen met het kwintet op 7 mei.
Moeilijk. Veel gerepeteerd.
Nog geen 24 uur later zing ik een simpele canon en voel me trots en gelukkig omdat het lukt. Omdat de mensen er zo van genieten.
Het hoeft niet altijd heel ingewikkeld te zijn.
Ben je ook wel eens in zo’n verzorgingshuis?
Vraag eens naar zo’n boekje met liedteksten en zoek een liedje op dat je kent.
Zing dat maar eens met de bewoners;  zingen hoeft echt niet altijd met een gitaar of een orgel. Toen ik mijn gitaar al had ingepakt zat Zwanny nog met de liedboekjes voor zich.
“Oh kijk: Daar bij die molen!” en daar ging het weer. Daar woont het meisje……

Reageren

4 maart; “Een kwartier, hè.”

Met alle positieve punten met betrekking tot zingen nog in m’n hoofd (zie blog gisteren) wandelde ik gisteravond weer naar de cantorij-repetitie.
In deze periode voor Pasen hebben we het er maar druk mee: we werken mee aan de vieringen op Witte donderdag, Goede vrijdag en Paasmorgen. Dat betekent heel veel liederen, een stuk of vijf repetities en hard werken. De meeste liederen hebhuiswerkben we al eens gezongen. Maar dat betekent niet dat we ze zo weer zingen. In bedekte termen probeerde cantrix ons duidelijk te maken dat we thuis ook iets zouden kunnen doen.
Ik zag  denkbeeldige tekstballonnetjes boven sommige hoofden. “Huiswerk!?!”

Gisteravond zongen we alle muziek voor de Witte donderdag. Mooie muziek. Alleen het tafelgebed biedt niet veel uitdaging. Eén-stemmig en weinig variatie. Wat cantrix de opmerking ontlokte: “We hebben wel eens een  moeilijker tafelgebed gezongen.” Waarop iemand zei: “Ja. En mooier.”

Eén lied ging heel beroerd. Lacherig zongen we het uit, het was echt niet om aan te horen. Cantrix liep ñaar het keyboard, sloeg het akkoord aan en riep opgewekt: ” We zijn wel op toon gebleven!”
Na een uur zingen was het om half negen pauze. Koffie. Dat is ook altijd een zeer genoeglijk deel van de cantorij-avond, dat eigenlijk altijd langer duurt dan de vijftien minuten die er voor staan.
Meestal staat onze cantrix dit oogluikend toe, maar vanavond kregen we vooraf de boodschap mee: “Een kwartier, hè!”

Dat is gelukt.  Het tweede kopje werd in recordtempo naar binnen gewerkt en we hebben het hele repertoire voor 24 maart doorgezongen.
Ondertussen had ik nog grote pret met de mensen om mij heen bij het pakken van een begintoon…….toen we zouden inzetten lukte dat even niet.
Het woord ‘klieren’ viel in dit verband. Mea culpa.
Met een collega-alt wandelde ik terug naar huis.
We waren het roerend eens: zingen  is goed voor je hart, je longen én je humeur!

Reageren

3 maart: Met hart en ziel.

Gisteravond had ik mijn huiskamer vol zitten met mensen die ‘met hart en ziel’  wilden zingen. Dat was namelijk de titel van de activiteit die ik verzorgde voor de commissie Toerusting van onze PKN-gemeente.  Het zou eigenlijk in De Deel bij de Catharinakerk plaatsvinden, maar zondag hadden zich nog maar 4 mensen opgegeven. Daarom besloot ik het maar bij ons aan de keukentafel te doen.

Maar die keukentafel was te klein! Er kwamen nog 5 anderen die zich niet hadden opgegeven, dus we verhuisden met papieren en gitaar naar de kamer.
Het was heerlijk om te doen. Het is geen geheim dat ik heel erg van zingen hou en liedboekgisteravond was ik helemaal in mijn element: liederen uit het nieuwe liedboek, Taizé, van Elly en Rikkert, een paar canons, liederen uit ‘Daar is het daglicht’ en…..ééntje uit de bundel Johannes de Heer.
Op zo’n avond wil ik de mensen graag laten beleven hoe leuk samen zingen kan zijn. Hoe je een eenvoudig lied al snel tweestemmig kan zingen, ook al ben je geen geoefende zanger. Daar komt bij dat zingen goed is voor lichaam en geest; door te zingen wordt de ademhaling gestimuleerd en dat is goed voor de bloedsomloop. Ook het plezier in het zingen werkt stressverlagend. Het is goed voor je hart, je longen en je humeur. Er is nog plaats op onze cantorij.

Het was een mooie avond. En het was echt niet allemaal top-kwaliteit, maar we hebben wel met heel veel plezier samen gezongen, gepraat over liederen, het nieuwe liedboek en over zingen bij een koor. Aan het begin van de avond las ik een bladzijde voor uit “Luister eens even!”, een christelijk boekje voor de jeugd dat ik kreeg toen ik van de Lagere school af ging. Als twaalfjarige was ik onder de indruk van het verhaal ‘Ik kan niet zingen’, dat las ik voor. (Benieuwd naar het verhaal? Zie: Ik kan niet zingen). De essentie is: ga zingen, ook al denk je dat je het niet kan. Maar doe het vooral met hart én ziel!

Reageren

9 februari: We gaan weer zingen!

Al meer dan dertig jaar vormen Gerard en ik een zang-duo. We zongen in kerkdiensten, kerst- en paasvieringen in zalencentra, in streektaalbijeenkomsten: gemiddeld één keer in de maand werkten wij mee met duo-zang met gitaarbegeleiding.
Toen Gerard vorig jaar de diagnose Ziekte van Kahler kreeg, zijn we even gestopt met optreden. Het was een zware periode en we waren niet in staat om voor publiek te zingen. Het kon even niet.

Nu alles weer in een rustiger vaarwater is gekomen willen we het zingen eigenlijk wel weer oppakken. Maar hoe begin je dan weer? Het antwoord op die vraag kwam vorige maand. De commissie die de Vespervieringen voorbereidt vroeg of we met een gelegenheidskwartet wilden meewerken aan de Vesperviering van 20 maart.
Nou……. graag eigenlijk!
We benaderden Jaap (bas) en Nienke (sopraan): zin om mee te doen? Jaap zei direct toe, maar Nienke moest deze keer verstek laten gaan, ze krijgt eind februari haar tweede kindje. Andere prioriteiten, zullen we maar zeggen.
Gelukkig vonden wij Piety bereid om Nienke’s plaats in te nemen en was het kwartet compleet.

liedboekGisteravond hadden we onze eerste bijeenkomst. Wat heerlijk om weer met muziek en zingen bezig te zijn. Gistermiddag had ik al een tafel vol muziekboeken en mappen liggen, Gerard haalde het key-boardje uit de Bijkeuken, de gitaar weer gestemd, blokfluit afgestoft, we waren er helemaal klaar voor.

We hebben nog niet eens zoveel gezongen gisteravond. Liedjes uitgezocht bij het thema, even wat doorgeneuried, wat opgezocht op You Tube; maar wat heb ik er al weer van genoten.
Volgende week maandag gaan we echt beginnen!

Reageren

25 september: Stopverf?!?

Gisteravond was de wekelijkse cantorij repetitie. We beginnen nooit direct met zingen, we gaan eerst inzingen. Onze cantrix is daar altijd erg serieus mee bezig, dus wij doen erg serieus mee. We zwaaien met de armen, maken de nek en de schouders los en doen stemoefeningen. Maar soms valt het niet mee om serieus te blijven. Dat ligt heus niet aan de cantrix, maar aan de gefluisterde / gemompelde opmerkingen van cantorijleden. Gisteravond moesten we heel hard vijf keer achter elkaar TOE POE  roepen. “Het lijkt het Nederlandse leger wel…..zonder munitie” zei de bas naast mij. Het lukt mij dan even niet om op dat moment de oefening mee te doen. Te weinig ademsteun zullen we maar zeggen.

Na het inzingen begonnen we met het zingen van de liederen voor de Vesper van 18 oktober. Deze vesper heeft een klein comité van onze cantorij voorbereid. Er wordt veel gezongen in die viering en ik vind het mooie muziek. Genieten dus op de repetitie. Gedurende de avond valt er ook weer genoeg te glimlachen. De sopranen zongen bij een lied erg ongelijk, waarop cantrix de vraag stelde of ze allemaal wel hetzelfde lied voor zich hadden.  Toen cantrix zelf een lied voorzong  zei ze na het voorzingen: “Dit ging vast niet goed he?”  “Ik zei niks!” merkte een tenor op. Ons was nog niets opgevallen.

Bij een driestemmig lied moeten de alten heel laag. Cantrix legde uit dat dit komt omdat de alten de ruimte tussen de sopranen en de mannen moeten opvullen. “Een soort stopverf dus”  riep één van de alten. Zo heb ik mezelf nou nog nooit bekeken.
Bij een ander lied werd voorgesteld om door elkaar heen te gaan staan. Dat vind ik altijd erg leuk, maar de anderen waren wat minder enthousiast. Het liefst wilden ze dat ik in m’n eentje door elkaar heen ging staan….maar gelukkig deden ze later allemaal wel mee.

Aan het eind zongen we een lied dat we vorige week hadden ingestudeerd. Toen we het hadden gezongen constateerde onze cantrix lichtelijk verbaasd: “Deze gaat al gewoon goed!”
Tuurlijk.
Want we hebben altijd wel veel plezier tijdens de repetitie, maar uiteindelijk gaat de uitvoering altijd gewoon goed.

Reageren

22 augustus: Handwerken en zingen.

Volgende week begint de cantorij weer. Daar kijk ik al naar uit. Eergisteravond was dus nog een ‘vrije’ -donderdagavond. Het leek mij leuk om cantorij leden die ook graag handwerken bij mij thuis uit te nodigen om eens te laten zien waar we op dit moment mee bezig zijn.

Vorige week had ik het hele koor via de mail een uitnodiging gestuurd voor deze handwerkavond.
De reacties waren zeer divers. Van ‘Leuk, ik ben er bij!’  tot ‘Veel plezier, maar ik kom niet.’ Daarbij kwam een uitleg: ze had voor het laatst iets op de pennen gehad toen ze zwanger was en dat was meer dan twintig jaar geleden. Was kennelijk niet zo’n succes geweest.
Van de mannen kreeg ik helemaal geen reactie. Gek hè?
We waren met z’n vieren donderdag avond. Eentje was aan het breien aan een Zeeuwse blokkendeken >>>, een ander was cupcake’s aan het borduren en de derde had een vestje op de pennen van gehaakte  granny squares en gebreide mouwen in de gerstekorrel steek. Ze had het van een antiek Margriet patroon dat van ellende bijna uit elkaar viel.
Van zo’n avond krijg ik energie:  je doet nieuwe ideeën op en je wordt geïnspireerd door het enthousiasme van anderen.
Het was ontzettend gezellig. Zelf heb ik geen toer gebreid. We hebben het gehad over restverwerking, borduurpatronen,  ’t Spinnewiel, patronen zoeken op internet en dingen bestellen via internet.
De avond vloog voorbij en ik heb er van genoten.
Breien, haken en borduren: samen handwerken.
En volgende week donderdag, sopraan en alt: samen zingen.

Reageren

Pagina 1 van 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén