De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

11 oktober: Duet van Mozart.

Kort blog vandaag: een kennismaking met een mooi klassiek stuk.
Het is een muziekstuk uit Mozarts opera ‘Le nozze di Figaro‘ en het heet ‘K.492 Act 3 Sull’aria Che zoave zeffiretto’.
Het wordt gezongen door twee dames, maar als het stuk begint denk je dat het een solostuk is; je ziet ze immers niet.
Halverwege gaan ze tweestemmig zingen en iedere keer krijg ik er weer kippenvel van.

Ook beluisteren? Hierbij een link naar het stuk op YouTube 
Luister en geniet.

Het is een uitvoering van het Orchester der Deutschen Oper o.l.v. Karl Böhm en de dames die het zingen zijn Edith Mathis en Gundula Janowitz.

En ja, ik weet al wat de kenners gaan zeggen.
“Uit de préhistorie;  uitgevoerd door zangeressen die inmiddels al stokoud zijn. Veel te langzaam gezongen! Wordt tegenwoordig veel sneller uitgevoerd!”
Klopt helemaal.
Maar dit vind ik mooi.
Let vooral op het laatste stukje.
Als je toch zo mooi kunt zingen………..

Reageren

10 oktober: Wat is een chicklit?

Al weer een boek uit; de tweede coronagolf levert weer extra vrije tijd op.
Chicklit is een samenvoeging  van twee woorden: met ‘chick’ wordt een jonge vrouw bedoeld en ‘lit’ is een afkorting van literatuur. Vrije vertaling: literatuur voor jonge vrouwen. Van Frea kreeg ik een boek uit dit genre te lezen: ‘Huisje, boompje, feestje’ van de hand van Jill Mansell.

Eén ding werd mij heel duidelijk: ik hoor niet bij de doelgroep. Jill  zelf volgens mij ook niet, maar zij weet kennelijk precies wat de doelgroep leuk vindt.  Je kunt niet bij het beoogde lezerspubliek horen en toch plezier hebben in het lezen van zo’n boek; dat was bij mij het geval.  Maar de wereld die Mansell beschrijft in dit boek staat wel heel ver af van mijn eigen leven, met name van de normen en waarden waarmee ik ben opgevoed.
Zedenpreken zul je trouwens van mij niet horen,  times they are a changing.

De ene hoofdpersoon is Dex, een typische losbol die honderd-en-één kortstondige relaties heeft met vrouwen, maar die er niet over piekert om zich te binden.
Als zijn zus komt te overlijden wordt hij plotseling geconfronteerd met de zorg voor een klein meisje van een aantal maanden; het overlijden en de veranderde leefomstandigheden zetten zijn wereld volkomen op hun kop.

De andere hoofdrolspeler is striptekenares Molly van achter in de twintig en nog single.
Ze leren elkaar kennen als zij een vis over de schutting gooit achter in de tuin van het  onbewoonde buurhuis, in de veronderstelling dat de buurtkatten die vis wel zullen oppeuzelen.
Hij staat dan net in de tuin als beoogd koper van het huis en zijn ‘vriendin-van-die-week’ krijgt de vis op haar hoofd.

Hij koopt het huis, gaat in het dorpje wonen en dan maak je langzamerhand kennis met de andere dorpsbewoners, die allemaal relaties hebben. Of niet. Of hebben gehad. Of nog gaan krijgen. Het leest als een trein en de verhalen zijn zeer vermakelijk: heerlijk om in een vakantie te lezen als pure ontspanning; daar zijn boeken per slot van rekening ook voor bedoeld. Misverstanden, moeilijk liefdesgedoe en op de achtergrond een schattige baby die iedereen om haar kleine vingertje windt.

Na 100 bladzijden weet je eigenlijk haast wel zeker dat de twee hoofdpersonen ‘elkaar gaan krijgen’,  maar de schrijfster heeft nogal wat woorden en verhaallijnen nodig om zover te komen.

Is het een Bouquetreeks-romannetje? Nee. Want die worden bevolkt door smachtende vrouwen die wachten tot de man van hun dromen eindelijk toenadering zoekt. In deze roman zijn het mannen en vrouwen van vlees en bloed, die hun eigen keuzes maken, dingen fout doen, zich schamen, maar ook plezier hebben en genieten van het goede leven.
Leuk boek; gelachen en genoten van de verhalen en de losse schrijfstijl van Mansell.

Mijn vader, die ooit eens op een zondag een ‘lichte preek’ had gehoord van een gastpredikant, merkte naderhand op: “A’j alle dagen roggebrood met spek eet, is een meelkoekie ok wel ies lekker”.
Zo ist.

Reageren

9 oktober: Mag ik het recept?

Vorige week kregen we bezoek van vrienden Hans en Bea uit Peize; “ik neem wat lekkers mee bij de koffie” had ze beloofd en zo kwam het dat wij zaterdagavond aan de chocoladetaart zaten.
Nou ben ik door ‘de grote suikerschrik‘ wel wat voorzichtiger geworden met het bakken van lekkere dingen met veel boter en suiker, maar deze was wel heel lekker, dus ik vroeg: “Mag ik het recept?” Het kwam per kerende post.

Dit heb je nodig:
– 1 eetlepel paneermeel
– 125 gr pecannoten
– 150 gr boter
– 150 gr chocolade/70% cacao
– 3 eieren
– 150 gr donkere basterdsuiker
– 2 eetlepels bloem
– Poedersuiker
– Bakvorm 24 cm/ingevet

Oven voorverwarmen 15 minuten, 25 minuten baktijd, oven op 200 graden.

Dit moet je doen:
– Paneermeel op de ingevette bodem strooien.
– Hak 75 gr van de noten fijn
– Smelt de boter in een pan op laag vuur
– Roer de chocolade erdoor en laat het al roerend smelten.
– Neem de pan van het vuur zodra de chocola gesmolten is
– Laat iets afkoelen
– Klop eerst de eieren en dan de basterdsuiker met een mespuntje zout door de chocola
– De fijngehakte noten erdoor scheppen en ook de gezeefde  bloem
– Schep het beslag in de vorm en garneer het met de overgebleven noten
– Bak de taart in het midden van de oven

Je kunt het met poedersuiker bestrooien/slagroom erbij en smullen maar!

Reageren

8 oktober: Wennen in Roden.

Wij kwamen in 1989 in Roden wonen; veur een Smildiger as ik een grote overgang.
Met twee kleine kinder veul het mij in eerste instantie niet met um mien drej te vinden.
Dattig jaor later kiekt wij met een glimlach trogge op die eerste jaoren.
“Ha’j heimwee naor Hoogersmilde dan? A’j in Roden woont?”
Het onbegrip stun soms in koeieletters boven de heufden van Rôners die hier heur hiele leem al woont.
Ja. Heimwee naor Hoogersmilde.
En netuurlijk niet allent naor het dörp, maor ok naar mien va en moe, de femilie, de vrienden, het koor, de karke, körtom ALLES.
De eerste weken ha’k d’r boekpiene van.
Over de eerste kennismaking met de Rodermarktparade gung een column die ik dizze weke much schriem in de rubriek ‘Moi Noordenveld’ van De Krant.
Gien onverdield genoegen, die eerste kennismaking.

Woon ie niet in de buurt en bi’j beneid naor dat verhaol?
Hierbij een link naor het PDF 2020.10.08 Gien Ronermarkparade
Bij dit stukkie haar ik ok een mooie foto inleverd van die eerste pries die wij destieds wunnen met ‘de Haven’, maor kennelijk was mien tekst te lang, want de foto hebt ze d’r niet bij ofdrukt.
Vandaag as bonus bij dit blog: foto’s van de winnende wagen met de grote schoen bewoond deur een moezenfemilie.
Frea zit as moessie veur op het picknickkleedtie met Oana.
A’j op de foto’s klikt wordt ze wat groter, dan zie’j Gerard d’r ok nog opstaon, links.
Bijna dattig jaor jonger.
Nog gien spat veraanderd!

Reageren

7 oktober: Still I’m sad – Boney M.

Zeg je Boney M. dan zegt iedereen ‘Daddy Cool’ of ‘By the rivers of Babylon’.
Een beroemde Duitse popgroep in de jaren ’70; alle hits kon ik woordelijk meezingen, maar ik had geen LP’s of cassettebandjes van de groep.

Toen ik nog bij mijn ouders thuis woonde paste ik veel op bij onze buren; op nr. 11 woonde een stel met twee kleine meisjes en op nr. 15 een paar met twee jongetjes.
Op zulke avonden had ik het rijk alleen: meestal nam ik huiswerk/boeken voor de

Servatiusstraat 13

boekenlijst mee, keek naar een tv-programma of zette een muziekje aan.
De muziekvoorraad op beide huisnummers was op z’n zachtst gezegd heel verschillend; op nummer 15 was de verzameling een stuk heftiger dan die op nummer 11.
De buren waren toen eind twintig, begin dertig en hadden dus qua muziek nog een heel stuk jaren ’60 meegekregen.
Mijn broer (die later ook veel bij de buurtjes oppaste) en ik leerden op de oppasavonden heel veel muziek kennen die bij ons thuis niet voorbij kwam.

Op nummer 11 hadden ze de LP ‘Love for sale’ van Boney M.
Met een foto op de hoes………niet te geloven; als je onderstaande link met de muziek van Boney M. aanklikt komt de voorkant van de LP in beeld.
Zo slecht, dat hij in Engeland niet in die vorm mocht verschijnen.
Het 10e nummer op die LP was Still I’m sad.
Dat vond ik het mooiste nummer.
Het werd echt ‘sad’ gezongen, de treurnis kwam je vanuit de groeven van de LP tegemoet.

Later hoorde ik dat het origineel van de Yardbirds was.
Dat heb ik wel eens opgezocht, maar dat vond ik toch minder mooi.
Dit nummer van Boney M. is het enige nummer van die groep dat op één van mijn playlisten van Spotify staat; als het voorbijkomt zit ik even weer op het ‘jaren-zeventig-bankstel’ op nummer 11.

Luister maar eens naar het lied in twee versies:  hierbij een link naar Still I’m sad van Boney M en hier vind je de uitvoering van de Yardbirds.

Reageren

6 oktober: Holy Stitch!

In het Activiteitenseizoen 2020/2021 van onze Protestantse Gemeente organiseren Tineke, Ilse en ik  op de eerste maandag van de maand een handwerkmiddag in Op de Helte.
Dit stond er in de aankondiging:
Holy Stitch!
Oftewel Heilige steek, zo gaat onze nieuwe, maandelijkse bijeenkomst voor creatievelingen op handwerkgebied heten.
Haaksteken, breisteken, borduursteken of wat voor steken je ook maakt: je bent welkom. 

Gistermiddag was de eerste bijeenkomst.
We waren met 12 vrouwen; we zaten in de hal van de kerk verdeeld over drie tafels, zodat we de anderhalve meter ruimschoots in acht konden nemen.
Zo’n eerste keer is altijd wat onwennig. Sommigen kenden elkaar al, maar anderen nog niet, dus we begonnen met een rondje kennismaking.
Mooi om te zien dat tijdens de kennismaking iedereen al druk zat te prikken met een haak-, brei- of borduurwerkje.

Na het voorstelrondje deden we nog een rondje ‘wat-ben-je-aan-het-maken’?
12 vrouwen en 12 totaal verschillende projecten. Er kwam werkelijk van alles voorbij: van gebreide sjaals tot een gehaakte olifant en fijne borduurwerkjes.
Maar er waren ook minder ervaren deelneemsters.
“Ik heb al sinds de Lagere School niet meer gehandwerkt’ vertelde één van de dames.
Oei….. dat is dus al heel lang. Ze was begonnen met het haken van lossen. “Nu heb ik dus al een ketting gehaakt!”

De bedoeling van dit clubje is dat we elkaar inspireren en misschien af en toe wat helpen.
Eén deelneemster haakte een deken met 11 kleuren met lapjes van verschillende afmetingen; ervaren handwerksters hoef je niet uit te leggen dat je dan heeeeeel veel draadjes moet afhechten.
“Weet iemand ook een andere manier om die draadjes weg te werken? Ik heb er toch zo’n hekel aan!” Iemand suggereerde om het door iemand anders te laten doen (er zijn echt mensen die voor anderen lapjes afhechten en aan elkaar zetten!), maar een van de deelneemster wist wel hoe je losse draadjes kon ‘meehaken’. We kunnen alleen in deze coronatijd niet onbekommerd over elkaar heen hangen om steken voor te doen of te laten zien hoe je moet meerderen of minderen.
Maar gelukkig staat tegenwoordig ook (bijna) alles op internet; we kunnen elkaar wel linkjes sturen naar handige filmpjes en instructievideo’s.
Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.

Op de tafels had ik hier en daar wat handwerkboeken neergelegd, dus daar kon ook al wat informatie uit gehaald worden.
Wat voorop staat in deze ‘Holy Stitch’-bijeenkomsten is ontmoeting, eigenlijk net als het koffiedrinken op woensdagmorgen, maar dan met een handwerkje erbij.
Dan heb je sowieso al een gezamenlijk onderwerp en komen andere contacten ook tot stand.
Deze eerste ontmoeting durf ik ‘geslaagd’ te noemen.
Bij het verlaten van de zaal zei iedereen “Tot de volgende keer!”
Dan pakken we de draad weer op en haken aan bij waar we gisteren zijn gebleven en borduren daar op verder.
We breien er in ieder geval nog lang geen eind aan, dat is niet onze insteek, in ons geval in-stitch.

Reageren

5 oktober: Plastic pompoentjes op een stokje.

Zondag gingen we op bezoek bij mijn neef en nicht, voorheen in Apeldoorn, maar sinds dit jaar in Epe. Zaterdagmiddag ging ik naar het plaatselijke tuincentrum om een feestelijk bloemetje te kopen; ik wilde een pot met verschillende soorten bloemen.
Men was druk met het inrichten van de kerstafdeling en er was niet heel veel aanbod.
Wat er wel stond was weinig fantasievol. Saaie potten met een aantal veelvoorkomende kamerplanten met plastic halloween-pompoentjes op stokjes. Jammer ja.
Het bovenbeschreven bloempotje kostte € 14,95.
“Als ik nou…..”

Uit de stellingen met bloempotten zocht ik een lichtblauw/groenig ovaal exemplaar, met de hand gemaakt. Verder kocht ik een stuk steekschuim/oasis en in de opruiming zag ik een rond waxinelichtjeshoudertje; nam ik ook mee.
Eenmaal thuis hield ik mijn jas nog even aan en plukte uit de tuin 8 hortensia-bollen, sedum (vetkruid), paarse besjes, stukje vlinderstruik, skimmia, paarse herfstastertjes, een paar takjes lavendel en wat groen van een heester.

Een half uur later was het klaar. Met hortensiabollen heb je in een handomdraai een prachtig bloemstuk gemaakt. Zo ga je te werk:

De oasis laten volzuigen met water en de pot hiermee vullen.
In deze pot verdeelde ik het steekschuim in drie stukken en liet het iets boven de rand uitkomen.
De hortensiabollen vullen eigenlijk al het hele bloemstuk: 2 dikke bollen bovenop, 2 middelgrote bollen aan weerskanten en de ruimtes daartussenin invullen met 4 kleine bollen. Als je zoals wij verschillende kleuren hebt, kun je fantastisch combineren.
De skimmia ontdoen van blaadjes en per 3 of 4 tegelijk in het steekschuim steken, dit ook doen met de lavendel en vervolgens kleine gaatjes opvullen met de andere geplukte dingen. Als laatste prik je lukraak hier en daar wat groen van een heester tussen.

Het lampionnetje waar een kaarsje in moet zette ik pontificaal midden op één van de dikke bloemen.
Klik op de foto’s voor een vergroting, dan zie je ook de bijzondere pot beter waar dit bloemstuk op gemaakt is.

Verder was het vandaag gewoon maandag. Om 08.45 uur was ik al, met mondkapje op, bij de Jumbo; bij de servicebalie kocht ik twee vellen postzegels. De baliemedewerkster schoof een bosje roze rozen naar me toe en zei: “Deze zijn gratis voor u; garantie tot de deur!”

Uit de tuin haalde ik een hele grote hortensiabol, stak die in oasis op een felblauwe schaal en prikte de 10 rozen er in.
Kedoogie!
Ook al zouden ze maar één dag staan, dan heb ik er al plezier van.
Op maandag. Daar knap ik van op.

Reageren

4 oktober: Voeg leven toe aan de dagen (4) – Op buut’n.

We zijn al weer toe aan deel 4 van deze serie blogs: vandaag over ‘Er op uit gaan’.

Eigenlijk moet je iedere dag een tijdje naar buiten.
Vroeger, toen onze kinderen op een woensdagmiddag wel eens vriendinnetjes of vriendjes mee naar huis namen, mochten ze best een poosje binnen spelen, maar ze moesten ook minstens een uur naar buiten. Als het echt ‘hangen en wurgen’ was had ik vaak wel even een klein lokkertje: potjes bellenblaas, of een nieuw doosje stoepkrijt. Soms zette ik een klein speurtochtje uit of maakten we een tent tussen de schommel en de glijbaan. Als ze één keer buiten waren, kwamen ze bijna nooit na een uur weer naar binnen, want dan hadden ze het al weer veel te leuk.

Dat is voor volwassenen ook zo.
Even een klein voorbeeldje.
Vrije zondagmiddag; ik zit op de bank met een borduurwerkje en prachtige klassieke muziek op de oortjes.
“Zullen we nog even een eindje fietsen? Of wandelen?” vraagt Gerard.
Alles in mij, lichaam én geest,  roept dan “NEE! Natuurlijk niet!”
Maar de ervaring leert, dat als we dan toch gaan wandelen of fietsen, ik daar ontzettend van opknap. Buiten in beweging, daar krijg je weer nieuwe energie van.
Na zo’n vraag van Gerard negeer ik dus mijn lichaam en geest en zeg: “Ja, dat is misschien wel een goed idee.”
Al duurt het dan meestal nog wel even voor ik zover ben.
Zucht.

Want ik weet het drommels goed.
Het is belangrijk om regelmatig buiten te komen.
Je maakt vitamine D aan, waardoor je botten minder snel broos worden.
Verder is zonlicht goed voor je humeur en vermindert het stress.
‘Op buut’n’ dus.

En denk daarbij niet alleen aan wandelen of fietsen: als je zelf je boodschappen doet en andere kleine dingen (postzegels, huisraad, boeken) in je eigen dorp/stad koopt ben je ook al even uit en ontmoet je mensen. Het is natuurlijk verleidelijk en erg gemakkelijk in deze tijd alles thuis te laten bezorgen, maar op die manier ben je wel veel minder buitenshuis.
Verder kun je  kleine onderhoudsklusjes rondom je huis zoveel mogelijk zelf doen: ramen wassen, gras maaien en je tuin/balkon  bijhouden. Gastblogger Freerk Wiechers omschreef het prachtig in zijn streektaal: ik vul mien daegen mit het onderhold van huus en hof en tot oens beiders tevredenheid wat mit mien vrouw “umme klokkern” .

Levensquote 4:
Als je het zonnetje in huis wilt worden, moet je naar buiten om de kunst af te kijken.

Klik hier voor de andere delen van deze serie:

1. Leeftijd
Leeftijd is maar een getal en volledig irrelevant, tenzij je een fles wijn bent.
2. Gezondheid
Voor je lichaam zorgen is een investering; je krijgt er iets voor terug dat onbetaalbaar is.
3. Niet afgeschreven
Of je als oudere ‘afgescheven’ bent, heeft voor een groot deel met je eigen instelling te maken.
4. Er op uit gaan 
Als je het zonnetje in huis wilt worden, moet je naar buiten om de kunst af te kijken.
5. Niet te snel opgeven
Rust roest
6. Gezelschap
Zoek het gezelschap van diegenen die het beste in je wakker maken.
7. Nooit te oud om te leren
Op het moment dat je je ergens te oud voor voelt, moet je het juist gaan doen.
8. Hulpmiddelen. Ook voor jou.
Één van de moeilijkste dingen, die je in je leven zult leren,
is dat het lot je ooit zal dwingen,  om hulp te accepteren.  (gedicht: Martin Gijzemijter)
9. Geen spijt.
Voordat je dood gaat…..LEEF.

Reageren

3 oktober: Het Strandhuis – Suzanne Vermeer

In 2011 kwam in het nieuws dat Suzanne Vermeer was overleden, een op dat moment beroemde schrijfster van ‘vakantie-thrillers’, een woord met  in dit geval twee betekenissen:
1. spannende verhalen die zich afspelen in een land waar mensen op dat moment op vakantie zijn en
2. boeken die je meeneemt op vakantie omdat ze gemakkelijk weglezen.
Een dag later werd bekend dat Suzanne Vermeer helemaal geen bestaande schrijfster was, maar een pseudoniem van Paul Goeken. Bijna niemand was daarvan op de hoogte, alleen een paar vrienden uit zijn eigen netwerk.  Onder zijn eigen naam schreef hij ook thrillers, die zich voornamelijk afspeelden in de duikwereld, maar onder zijn pseudoniem was hij veel succesvoller. (meer weten? Lees dan het Libelle artikel ‘Het geheim van Suzanne Vermeer’) 
Dit boek kwam uit in 2019, terwijl de schrijver toen dus al 8 jaar dood was.  Nadat Goeken overleed is de naam Suzanne Vermeer overgenomen door Bruna Uitgeverijen; de boeken die nu onder die naam worden gepubliceerd zijn geschreven door onbekend gehouden schrijvers.

In ‘het Strandhuis’ volgen we vier vrouwen, die allemaal te maken hebben met een moord in het verleden. Drie van hen hebben afgesproken om elkaar daarna nooit meer te zien en hebben afzonderlijk van elkaar in verschillende landen een succesvol leven opgebouwd.
De auteur beschrijft steeds een stuk van het leven van één van de hoofdpersonen, maar over ‘het geheim van het verleden’ kom je in eerste instantie niets te weten.
Het is een spannend boek, het is onderhoudend en ik was op vakantie: ik had het in twee dagen uit. Een boek dat je meeneemt naar de wc, het criterium dat boekenvriendin en ik hanteren om aan te geven hoe leuk een boek is. Maar het blijft ook niet erg lang hangen; toen ik een week later dit blog wilde schrijven moest ik het boek erbij halen “Waar ging het ook maar weer over?” terwijl de karakters uit ‘Goede Raad’ nog heel lang door mijn hoofd speelden.
Lichte kost dus. Geen boek waarbij je een spiekbriefje moet maken van de hoeveelheid personages zoals bij Ruth Rendell.

Maar het kan nog lichter! Van Frea kreeg ik een heuse ‘chicklit’ te lezen: ‘Huisje, boompje, feestje’ van Jill Mansell. Daarover in een volgend blog in de categorie ‘Lezen’ meer.

Reageren

2 oktober: Poffert.

“Komen jullie een keer bij mij eten?” vroeg Alie, (die we kennen uit de kerkelijke gemeente) een paar weken geleden.
Wat een goed idee.
“Dan ga ik poffert voor jullie maken.”
Poffert? Daar had ik wel eens van gehoord, maar nog nooit gegeten.
Zou ik dat wel lusten?
Van te voren zocht ik het op internet. Dit vond ik:

Poffert (niet te verwarren met poffertjes) is een Gronings gerecht. Het is een broodachtig boerengerecht en werd vooral gegeten als hoofdgerecht en soms als toetje, meestal in de winter omdat het een nogal zwaar gerecht is. De poffert wordt au bain-marie in een speciale pofferttrommel gekookt. Poffert wordt traditioneel gegeten met gesmolten boter  en stroop suiker.

Woensdagavond zaten we aan een feestelijk gedekte tafel in Alie’s keuken.
De poffert zat nog in zijn trommel, en wij waren getuige van ‘het storten’ op een bord.
Het leek op een hoge tulband; we kregen allemaal twee plakjes op ons bord en we deden er gesmolten boter en stroop bij.
Het was heerlijk. Alie vertelde ons ondertussen van alles over de poffert: hoe dat vroeger bij haar thuis ging, dat je een speciale pan moest hebben, dat het best krek komt met het koken/bakken qua hoeveelheden en dat haar man Dirk er altijd rookvlees bij wilde. Hadden wij er ook bij.

Gisteravond kwam Gerard thuis van een avond bij de kerk, hij had een envelop gekregen van Alie met het recept.
Benodigdheden:
– pofferttrom
– grote pan (waar het water in kan)
– 250 gram bloem
– 250 gram zelfrijzend bakmeel
– 3 eieren (mag ook meer)
– 0.5 liter melk
– boter, stroop en/of suiker
– rozijnen
– 1 beschuit

Wat moet je doen?
– Zet water op in de grote pan.
– Vet de pofferttrom in, verkruimel de beschuit en bestrooi de binnenkant van de trom met beschuitkruim.
– Mix de bloem, het bakmeel, de eieren en de melk tot een stevig beslag en voeg de rozijnen toe.
– Stort het beslag in de trom en zet de trom in het kokende water. Zorg dat de trom voor 80% onder water staat.
– Laat de poffert ongeveer 2 uur koken.
Ben je met z’n tweeën, dan kun je de hoeveelheid ingrediënten halveren, dan is drie kwartier tot een uur koken genoeg.

Serveer met stroop, bruine suiker en gesmolten boter: om in te stippen of gewoon ernaast.
Op de foto zie je hoe dat er uitziet.
Eet smakelijk!

Reageren

Pagina 198 van 411

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén