De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

9 april: Eerlijk verdiend.

De afgelopen weken volgde ik de serie ‘De zware jas van Beatrix’.
Een portret van de vorstin die van 1980 tot 2013 Nederland regeerde.
In deze serie vertellen direct betrokkenen, vaak voor het eerst en tot in persoonlijke details, hoe Beatrix van het koningschap een baan maakte.
Wat me weer opviel: het verschil tussen de festiviteiten van haar troonsbestijging en haar troonsafstand.
Toen ze aantrad in 1980 was het draagvlak voor het koningshuis behoorlijk geslonken door de strapatzen van Juliana en met name Bernhard.
Beatrix stond met Claus en haar vader en moeder op het balkon zorgelijk naar de horizon te kijken waar het compleet oorlog was.
Willem Alexander stond 33 jaar later met Maxima en zijn moeder stralend te kijken naar een fantastisch volksfeest.

De documentaire was met zorg gemaakt en deed beslist recht aan prinses Beatrix.
Het gaf een goed beeld van haar leven; vooral de laatste aflevering, gisteravond,  maakte indruk op me.
Als je zo in vogelvlucht de laatste 15 jaren van haar koningschap beziet, dan kun je niet anders dan constateren dat ze hele sterke vrouw is die haar ‘baan’ altijd voorop stelde.
De fotograaf die haar laatste statieportret maakte zat ook in de uitzending.
Hij had haar gevraagd of hij nog iets moest doen aan haar rimpels, of die nog wat geretoucheerd moesten worden. “Nee hoor. Die heb ik allemaal eerlijk verdiend.”

Respect.
Dat verdient ze.

Heb je de afleveringen gemist?
Klik dan hier   je kunt ze nog terugzien.

Reageren

8 april: Vegetarische tagliatelle én iedereen heeft het.

Gisteren probeerde ik een nieuw recept  uit, vegetarisch deze keer.
Het heet ‘Tagliatelle  met spinazie en gorgonzola.’

Dit heb je nodig voor 2 personen:
– 125 gram tagliatelle
– 400 gram spinazie
– 1 teentje knoflook
– scheutje olijfolie
– 1 ui
– 150 gram milde gorgonzola

Dit moet je doen.
– Tagliatelle in water koken zoals op het pak staat.

Sausje van knoflook,ui en gorgonzola.

– Knoflook persen en in de olijfolie fruiten
– Ui in smalle ringen snijden en met de knoflook meebakken.
– Als de uien zacht worden de gorgonzola er in brokjes doorroeren en langzaam laten smelten zodat het een sausje wordt.
– Spinazie wassen en blancheren, daarna afgieten en grof snijden.
– de gesneden spinazie vervolgens voorzichtig door de ui/kaassaus roeren.
– Tenslotte alles door de afgegoten tagliatelle roeren.

Lekker met een beetje Parmezaanse strooikaas erover.

Nog even wat anders.
Krijgen jullie ook veel dingen doorgestuurd op je telefoon?
Filmpjes, gedichten, goede raad en humordingen?
Meestal wordt ik er door opgebeurd, soms is het flauw en soms denk ik: dit moeten meer mensen lezen.

Onderstaande tekst kreeg ik van iemand van de Gespreksgroep ’93.
Heeft niks te maken met spinazie en gorgonzola, maar alles met ‘het’ soms even niet zien zitten tussen al het dapper doen in.  Iedereen heeft het. Wat een troostrijke gedachte.

Breekpunt

Iedereen heeft het
een moment in de tijd
dat het op is
dat je vrolijkheid
je optimisme
je kracht
wegvloeit
en er een stemmetje in je venijnig begint te praten.

Het moment in de tijd
dat irritatie bovenborrelt
over beren voor ramen
die mensen naar buiten lokken
en het stemmetje zegt:
“we moesten toch thuisblijven?”

Over kaarsen die aangestoken worden
voor mensen die nu overlijden
en het stemmetje zegt:
“er overlijden altijd mensen alleen,
maar nu het dichtbij komt
steken we kaarsen aan?”

Iedereen heeft het
dat breekpunt
waardoor je niet meer helder na kunt denken.

Als het er is…..
leg je telefoon dan weg
zodat je geen domme opmerkingen gaat maken
blijf even uit de buurt van je huisgenoten
zodat zij niet de volle laag krijgen

zet muziek op
ga in het veld wandelen
ren de trap 10 keer op en neer
kruip in bed

en weet dit:
het gaat weer over.
Giftige stemmetjes blijven alleen spreken
als je er naar blijft luisteren.

Het gaat over
want God heeft jou gemaakt om te leven
en Hij liet zien:
na elk giftig moment van duisternis
wordt het licht.
Altijd.

(deze week gedeeld op Facebook door Walter Meijles)

Reageren

7 april: Sokken breien en mannenhumor.

Sokken breien. Vroeger leerde ieder meisje op de lagere school hoe dat moest,  maar dit meisje heeft het niet meer van de handwerkjuf geleerd.  Ik had al ettelijke truien,  vesten etc.  gebreid toen ik vond dat ik dat toch ook moest kunnen.  Op de website Wolhalla vond ik een heel duidelijke beschrijving: een sok met voor ieder gebreid deel een andere kleur. Met deze brei-beschrijving kon ik het! Hierbij een link naar dat artikel op Wolhalla
Daar staat niet op hoeveel steken je moet opzetten, daarvoor moet je naar de matentabel.
Ook heel erg handig voor andere gebreide sokken.

Vorige week voltooide ik een paar regenboogsokken voor Frea.
Dikke sokken om over dunnere sokken aan te doen.
Voor lekker thuis op de bank.
De vorige sokken die ik maakte breide ik op een rondbreinaald.  Lees hierbij mijn blog “Even afbrillen…. Daarop vind je links naar instructievideo’s over rondbreien en het zogenaamde ‘continentaal breien’.
Op zich ook prima te doen,  maar met vier pennen handigt me toch beter.

Vandaag deel ik op dit blog (naast de wolhalla-pagina) de beschrijving die ik zelf hanteer voor bovenstaande dikke sokken.
Hierbij een link naar het PDF Sokken breien op 4 pennen

Als besluit van dit blog een grapje van twee mannen onder elkaar.
Wij hadden een video-groepsapp gesprek met mijn neef en nicht; ik was aan het breien.
Tot zover niks bijzonders.
“Wat ben je aan het breien, Ada?”
“Regenboogsokken voor Frea.”
“Leuk!”

Die middag kreeg Gerard een app van mijn neef.
“Weet je zeker dat Ada regenboogsokken aan het breien is?”
Daar zat dit plaatje bij:

Reageren

6 april: Verloren en teruggevonden – KRO’s Goudmijn.

De Nederlandse radio is onderverdeeld in zenders, die een bepaalde doelgroep bedienen.
In mijn jeugd luisterde ik naar Hilversum 3, later werd dat Radio 2 en tegenwoordig staat mijn radio afgestemd op Radio 5.
In de Radio 2 periode had ik één favoriet programma dat ik bijna nooit miste: KRO’s Goudmijn met Stefan Stasse. Het was te beluisteren op zaterdagmiddag van 14.00 – 16.00 u en op dat tijdstip maakte ik mijn keuken schoon: aanrecht, gasstel, afzuigkap, koelkast.
Radio aan, lekker aan het werk en genieten.

Goudmijn (afbeelding: Radio 5) is het programma van de mooie verhalen, de maffe tekstjes tussendoor, bijna vergeten muziek, oude reclameboodschappen en fragmenten van televisie- en radioprogramma’s. Stefan Stasse presenteert het programma met meneer van Aalst, die als een soort side-kick aanvullende informatie geeft en inmiddels zelf een eigen rubriekje heeft; Meneer van Aalst graaft dieper.
Tot mijn grote teleurstelling werd het programma op een gegeven moment verschoven naar een andere zender en een ander tijdstip en dat kwam mij gewoon niet uit: zondagmiddag van 2 tot 4.
Zondagmiddag. Dan doe ik andere dingen, meestal samen met Gerard, gezin, familie of vrienden. Heel af en toe hoorde ik Goudmijn nog wel eens; toevallig in de auto of als de radio per ongeluk op zondagmiddag ergens aan stond.

En toen kwam het tijdperk van de podcast.
Het duurde even voor ik het ontdekte, maar die achterstand heb ik inmiddels ruimschoots ingehaald. Eerst luisterde ik de hele serie ‘Radio-reuzen‘ van Bert Kranenbarg en nu luister ik programma’s terug, o.a. Goudmijn.
Bij vervelende houdhoudelijke klussen (alle huishoudelijke klussen dus) luister ik altijd met oortjes in naar Radio 5 en als daar niks leuks op is luister ik naar Stefan en meneer van Aalst.

Afgelopen zaterdag luisterde ik naar de aflevering van 29 maart.
Genieten, ondanks het stomme soppen van de vloeren beneden.
Zaterdag draaiden ze o.a. Liesbeth List met ‘de vluchteling’ en een ontroerende uitvoering van Johnny Cash van ‘You’ll never walk alone’.
Stefan belde met ene Elmira, die naar de studio een foto van zichzelf met een gebakje had geappt; ze was jarig maar ze was helemaal alleen. Blij verrast was ze met het telefoontje!
Ze draaiden voor haar “Happy Birthday’ uit de tv-serie Bonanza en Stefan en meneer van Aalst zongen  mee.
Daarna hoorden we nog even een stukje uit die onvergetelijke serie en de titelsong.
Dan heb ik de mannen met hun paarden en hoeden alweer op mijn netvlies.
En daarom is het zo’n geweldig programma.

Reageren

5 april: Jesse uit Sneek.

Vandaag is het zondag 5 april: Palmpasen. Vanmorgen zou het Af&Toe-koor meewerken aan de feestelijke viering in Op de Helte. Donderdag 12 maart had ik hierover overleg gehad met ds. Walter Meijles en we hadden uitgezocht wat het koor zou gaan zingen. Maar vrijdag 13 maart tekende zich aan de horizon al af wat nu realiteit is: intelligente Corona-lockdown. Geen gewone kerkdienst, geen palmpasenstokken maken en geen Af&Toe-koor.

Maar wel een viering,  zij het in sterk afgeslankte vorm, te volgen via kerkomroep.
Gerard en ik bekeken hem vanmorgen in de huiskamer.
In de loop van de week was gemeenteleden gevraagd om foto’s te sturen van palmpasenstokken uit het verleden of van nu; in de viering kregen we die te zien: wat leuk! Ook zagen we een tv-opname van de IKON uit 2002 waar onze eigen gemeenteleden, maar dan 18 jaar geleden, het lied ‘Hef op, uw hoofden’ zingen.
Een prachtige bijdrage was er van een jong gemeentelid: Lieke Venema. Zij speelde voor ons op een zelf opgenomen filmpje op piano ‘Stairway to heaven’.

In zijn overdenking vergeleek ds. Walter Meijles de situatie in Jeruzalem destijds met die van ons in Coronatijden.
Hij nam ons mee in zijn fantasie en vroeg ons ons voor te stellen dat het oktober 2020 is. De samenscholings-maatregelen in Nederland zijn al een stuk versoepeld en we bevinden ons op de Dam in Amsterdam. Dan komt iemand op een brommertje het plein op gereden met heel veel mensen erbij die met hun jassen zwaaien en groen van de bomen trekken;  daar krijgen ze dan achteraf een boete voor. Het is een tumult van jewelste.  De Amsterdammers  verzamelen zich en vragen zich af: “Wie is die man?”
“Dat is Jesse uit Sneek,  in Friesland! Hij heeft een vaccin ontwikkeld tegen het Coronavirus!” Nou, dat vindt men natuurlijk interessant. Mensen verzamelen zich voor het Nationaal Monument waar Jesse de mensen toespreekt. “Mijn medicijn is niet van deze wereld,  maar  het is van de geest. Saamhorigheid, gerechtigheid, gulheid en liefde zullen de gevolgen van het coronavirus  oplossen en ons zo genezen”.
Iemand uit het publiek roept: “Heb je geen spuiten bij je dan?”
“Nee” zegt Jesse “maar ik kan jullie injecteren met dit visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.”
“O. Laat dan maar, malloot.” De mensen lopen weg en gaan over tot de orde van de dag.

Wat leren wij van dit spiegelverhaal?
Dat medemenselijkheid, liefde, trouw aan elkaar en zorg voor elkaar de bouwstenen zijn die wij kunnen aandragen en daarmee ons steentje kunnen bijdragen aan het oplossen van de Coronacrisis.
Wil je deze viering ook beluisteren/bekijken?
Kerkomroep – 5 april – Catharinakerk – 09.54 u.

Als bonus op dit blog vandaag een opname van het Oecumenisch Kinderkoor Roden (opgericht door Gerard en mij in 1992). Het koor zingt op een kinderkorenfestival in 1996 het palmpasenlied ‘Wij zwaaien met takken’ van Elly en Rikkert Zuiderveld. Dat lied hadden wij anders vandaag met het Af&Toe-koor gezongen. Onze oudste dochters staan vol overgave te zingen,  temidden van hun toenmalige vriendinnetjes/medekoorleden.

Het gaat hier om een stukje van een oude videoband uit ons privé-archief, de kwaliteit is niet zo goed. Maar wel sweet memories.
Als je op onderstaande link klikt, verschijnt er links onder in je scherm een tabje waar je op kunt klikken.
Kinderkoor op het festival in Westerbork

Reageren

4 april: Devil’s bridge in Hinterland.

Er zijn soms van die televisieprogramma die zo’n indruk maken, dat ze in je geest blijven haken. Zo’n programma was de eerste aflevering van de politieserie ‘Hinterland’. Die aflevering heette ‘Devils bridge’; ik zag hem op een avond dat Gerard niet thuis was.
Een sinister verhaal over een oud kindertehuis dat op een rots stond, vlakbij een waterval en een brug tussen de rotsen, ‘Duivelsbrug’ genaamd. De ex-directrice van dat tehuis was in haar huis vermoord (daar was een bloedbad aangetroffen) maar haar lichaam was over de brug gegooid en dreef onderaan de waterval in het water.

Totzover de setting. Meer ga ik er niet over zeggen, want misschien wil je de serie nog zien. Meer afleveringen had ik destijds niet gevolgd, daar hebben we normaal gesproken geen tijd voor, maar wat is het grootste voordeel van de Coronacrisis? Tijd.
We kregen een paar weken geleden de beschikking over Netflix en we gingen alle afleveringen van Hinterland volgen.
Mooie detective serie, wel wat somber en donker.
Het speelt zich af in Wales en daar lopen de mensen kennelijk niet over van vriendelijkheid.
We zien overwegend stugge, norse en zwijgzame mensen.

Hinterland wordt opgenomen in Aberystwyth in het graafschap Ceredigion, waar de serie zich ook afspeelt. Gerard en ik zitten soms met open mond naar het landschap te kijken; het is een dunbevolkt gebied en sommige beelden zijn idyllisch, maar soms ook desolaat.
Leuk weetje: elke scene van de televisieserie wordt tweemaal opgenomen: in de Engelse taal én in het Welsh, de taal die in Wales wordt gesproken. Je kunt het vergelijken met het Fries en het Nederlands.

We begonnen weer bij aflevering 1 en daar was hij weer: Devils bridge.
Weer zat ik met ogen op stokjes te kijken.
Weer net zo eng en weer net zo mooi om naar te kijken.
Wat een indringende beelden, wat een mooi stukje Wales; de waterval is prachtig en de brug is door zijn naam alleen al onheilspellend.
Gerard en ik vroegen ons af of de plek ook veel toeristen zou trekken en zochten het op op internet. Toen kwam al gauw de ontgoocheling: het is de meest bezochte toeristische trekpleister van Wales, je moet behoorlijk betalen om het gebied überhaupt in te kunnen en je maakt in drommen de wandeling naar de waterval.
“Net als bij die waterval in het Atlasgebergte in Marokko dus” constateerde Gerard.
Daar kon je ook tot halverwege het pad naar de waterval nog tapijten en arganolie kopen.

Wat wij zagen in Hinterland is dus voor de serie even aangepast.
De toeristische toeters en bellen krijg je daarin niet te zien.
Hierbij een link naar de website van de attractie ‘Devils bridge’.
Daar vind je heel veel informatie: de oude legende die bij de brug hoort, de locale geschiedenis en heel veel mooie foto’s.

Reageren

3 april: Wederzijds genoegen.

Met met mijn broer heb ik het wekelijkse wandelen weer opgepakt.
We gaan niet koffiedrinken, spreken ergens buiten af en houden anderhalve meter afstand.
“Zullen we weer naar Norg? Dan rijden we allebei een stukje.”
Prima, donderdagmorgen 10.30 uur op de Brink.
We wandelden richting Peest, sloegen na de bebouwde kom rechtsaf en liepen zo een rondje om Norg heen.

Vanaf de Brink naast de Margaretha-kerk  kom je richting Peest vanzelf op de volgende brink; Norg heeft nog 5 traditionele brinken. Daaromheen staan mooie, veelal gerestaureerde boerderijen. Wat een plaatje!
Het was erg rustig overal; af en toe kwamen we een wandelend stel tegen en hier en daar een hardloper/fietser. We zijn bevoorrecht dat we in zo’n dunbevolkte provincie wonen.
Toen we het dorp uitliepen kwamen we langs de essen, die er keurig zwart geploegd bij lagen.

Toen we het dorp weer in liepen hadden we nog geen uur gewandeld, dus we maakten nog  een ommetje. Achter de molen vonden we een wit hek met een bordje dat het hier een opengesteld particulier wandegebied betrof.
En dan ben je ineens in een andere wereld; een prachtig park met wandelpaden, een vijvertje, een oude tuin en eeuwenoude bomen. Met af en toe tussen de bomen door zicht op een mooi wit oud huis.
We waren allebei eigenlijk wel nieuwsgierig wat dat dan voor een huis is; Henk is per slot van rekening mijn broer en we delen een aantal gezamenlijke interesses, o.a. geschiedenis.
(Foto links: in de verte schemert het witte huis, daarachter, achter de bomen, zie je de toren van de Margarethakerk, klik op de foto voor een vergroting).
Een landgoed? Drentse adel? We filosofeerden er wat over, maar we kwamen er niet uit.
“Ik zoek wel even op internet, ik kom er vast wel achter.”

En inderdaad: ik vond het antwoord op ‘Monumenten.nl’.
Weinig spectaculair moet ik zeggen…. niet oud, niet uniek en niet adelijk.
Het wordt zelfs niet ‘van rijkswege beschermd’.

Statig en karakteristiek gelegen WOONHUIS, deel uitmakend van een voormalige boerderij van het ‘landherentype’. Het woonhuis is gebouwd in 1938 in opdracht van de familie Pelinck na afbraak van twee oudere woonhuizen. Het ontwerp, dat refereert aan de neo-classicistische vormentaal, is van de Groninger architecten J. Kuiler en L. Drewes. Het geheel is omgeven door een ruime tuin met oprijlaan en enkele oude bomen; aansluitend ligt een tot wandelpark ingericht ouder terrein met onder meer verwilderde houtwallen.

…verwilderde houtwallen…

Geen deftigheid en geen huisspoken dus. Maakt natuurlijk ook geen bal uit; het is een mooi wandelpark en wij hebben genoten van deze verrassende wandeling langs ‘de verwilderde houtwallen’.
Mijn broer constateerde: “Wel erg fijn om in deze tijd van isolatie even iemand anders te spreken.”
Het genoegen is geheel wederzijds.

Reageren

2 april: Chain gang -Sam Cooke

Vorige week hoorde ik bij de Arbeidsvitaminen het liedje ‘Chain gang’ van Sam Cooke.
De eerste keer dat ik dat liedje hoorde was in 1983.
In dat jaar bestond het dorp Hoogersmilde 350 jaar; in 1633 werd Hoogersmilde verheven tot Heerlijkheid en begon men in opdracht van de eerste Heer Adriaan Pauw met de vervening van de Smilder Venen.  Meer weten? zie >>>

Het feest ‘350 jaar Hoogersmilde’ was een grote gebeurtenis in ons kleine dorp en werd breed gedragen, dus er werd samengewerkt: gereformeerden, hervormden én openbaren vormden samen een feestcomité. In de feestweek was er een grote parade/optocht met versierde wagens, allerlei sportevenementen, spelavonden én een heuse revue: Revue Hoogersmilde 350 jaar.
Het hele spektakel werd geregisseerd door meester Wijghel, het hoofd van de openbare lagere school.

Wij vormden destijds met ongeveer 20 jongeren het jeugdkoor ‘Hosanna’ en samen met de gemengde zangvereniging ‘Halleluja’ werden wij uitgenodigd om mee te werken aan de revue.
Onderdeel van de revue was ‘het ballet’. In Hoogersmilde was er volgens mij destijds niemand die op ballet zat, dus ik was heel benieuwd wat dat zou worden.
Eén van de dochters van Willem Vos nam dit onderdeel voor haar rekening en ze  had een aantal jonge meiden bereid gevonden om te dansen.
Ze dansten op twee nummers: een act uit het verleden en één uit de huidige tijd.
Om het harde werken in het veen van vroeger  te verbeelden gebruikten ze het nummer van Sam Cooke. Op het toneel hadden de dansers wijde overalls aan en een schop in hun handen. Op het ‘oeh’ ging de schep omhoog, op ‘ah’ omlaag; er was een hele choreografie om het lied heen geschreven.
Het tweede nummer was ‘Twisting by the pool’ van the Dire Straits.
Dat stond voor de moderne tijd en de immense populariteit van het Blauwe Meer (achter steenfabriek Roelfsema) destijds.

Met open mond heb ik in 1983 gekeken naar dat ballet.
Dat was mooi! Dat leek op het dansen dat je zag bij TopPop en andere muziekprogramma’s. En wat was dat mooie muziek van die werkers in het veen.
Omdat wij zelf meewerkten aan de revue heb alle repetities, de generale én alle uitvoeringen gezien.

Maandagmorgen hoorde ik dat nummer weer.
‘Oeh’. ‘Ah’.
Dan zit ik weer in de tot theaterzaal omgebouwde werkplaats van Seije Bosma.
37 jaar geleden, pas getrouwd en stervend van de zenuwen.
Want zelf mocht ik een solo zingen in de revue: ‘de hoge heren van het dorp‘.
Nooit weer in mijn leven ben ik zo nerveus geweest.

Hierbij een link naar ‘Chain gang’ van Sam Cooke >>>

Reageren

1 april: Is dit een grap…. of om te huilen?

Gisteravond zei ik tegen Gerard: “Nou hoop ik dat ik morgen wakker wordt en dat dan op de radio is dat Rutte heeft gezegd dat het allemaal één grote 1-april-grap is geweest!”
Maar helaas…..
Was eigenlijk ook niet zo’n leuk grapje geweest.

“Tot 28 april thuis blijven” was de boodschap van de persconferentie gisteravond.

Nog minstens vier weken.
De dagen rijgen zich aaneen.
Omdat Gerard en ik thuis werken is er een duidelijk verschil tussen de werkdagen en het weekend.
Boven hebben we een echt ‘kantoor’ ingericht op de oude kamer van Harriët, daar is

cockpit!

Gerards werkplek, (hij noemt het zelf zijn cockpit) daar zit hij bijna alle dagen van de werkweek, behalve op woensdag.

Op mijn werkdagen zit ik beneden aan de keukentafel met mijn laptop, telefoon en werkmappen.
Behalve op woensdag! Dan mag ik in de cockpit en heeft Gerard op zijn vrije dag ‘het rijk alleen’.

Alleen werken is natuurlijk prima: alles wat ik nodig heb heb ik bij de hand en ik heb gezelschap van o.a. Jeroen van Inkel en Hans Schiffers van Radio 5.
Maar voor iemand die graag onder de mensen is voelt het ook  ‘allenig’.
Natuurlijk: ik bel mensen voor het maken van afspraken en heb telefonische werkoverleggen.
Twee keer in de week bel ik met duo-baan collega Jacquelien en af en toe zoek ik contact met een oud-collega uit het Heijmanscentrum en praten we even bij.
Een bijzonder aspect van mijn werk in deze dagen is dat ik sinds vorige week een andere baan heb binnen Lentis.
Dat betekent dat ik weer in Groningen mag werken en dus ook weer op de fiets naar het werk kan.
Maar de kerstboom staat nog in Zuidlaren en die blijft daar ook nog wel even staan……Aaltje gaat wel fietsen, maar niet naar het werk.
Nu werk ik dus al samen met mijn nieuwe collega’s maar ik heb ze nog niet gezien!

Vandaag is het 1 april.
Grapjesdag.
Een schoonzoon had op het interne netwerk van zijn werk gedeeld dat hij het bedrijf ging verlaten.
Dat leverde een lawine aan reacties op en het hield de gemoederen behoorlijk bezig.
Opluchting alom toen bleek dat het maar een grapje was.
Dat wel, corona dus niet.

Dit blog besluit ik met een quote van Levi Weemoedt:
April – alle vogels zijn nesten begonnen en wij zitten er ook flínk in.

Reageren

31 maart: Sanne en een andere tijd.

Mensen, wat heb ik nu door de Corona-crisis een tijd over.
Natuurlijk: voor Lentis ben ik gewoon thuis aan het werk en dan hebben we het over 16 uur in de week en natuurlijk kost het huishouden ook tijd.
Maar daar houdt het dan ook mee op!
Geen cantorij, geen overleggen, geen visites, geen kerkdingen, kortom: geen sociale verplichtingen. En wat heb ik dan veel sociale dingen, daar kom ik nu achter.
Veel tijd betekent voor mij onder anderen: lezen.
Heerlijk. Opgekruld op de bank met een boek.
Heel ouderwets een écht boek, dus niet digitaal.

En niet alleen het lezen op zich was ouderwets, het boek dat ik las viel ook in die categorie.
We hebben het over Sanne van Havelte en het boek heet ‘de Rozen van Hofwijck’.
Het is onderdeel van een romantische verhalen omnibus; drie boeken in één dus.
Ik zal eerlijk zijn: ik heb het bij één gehouden.

De eerste druk van dit boek verscheen in 1949.
70 jaar geleden.
Toen zag de wereld er heel anders uit.
Een korte inhoudsbeschrijving:
De oorlog is voorbij en heeft in het land diepe sporen achter gelaten en het leven krijgt weer  langzaam aan zijn normale gang terug.
Op Hofwijck woont het gezin Van Heijningen; vader is klokkenmaker en dochter Annemarie helpt hem daarbij.
De Friese Doede Huizinga heeft in de oorlog een tijdje ondergedoken gezeten op Hofwijck, maar is later opgepakt en gevangen gezet in de Duits kamp. Hij kan na de bevrijding zijn draai niet vinden en zwerft rusteloos langs kennissen. Uiteindelijk gaat hij wonen in een keet op landgoed Hofwijck.
De goede afloop laat zich raden: Doede vindt ten langen leste rust en durft zijn leven met het leven van Annemieke te verbinden.

Het boek beschrijft een oorlogstrauma in een tijd dat men nog nooit van psychiatrische hulpverlening heeft gehoord. Het valt in de categorie romantische verhalen, maar dat is een miskleun van de bovenste plank: het is een zwaarmoedig boek en met de kennis van nu denk je al na vijftig bladzijden: “Ga hulp zoeken!”
Maar dat gebeurt natuurlijk niet.
Wat een geworstel van de hoofdpersonen met dat oorlogsverleden.
En je realiseert je tegelijkertijd: dat was voor iedereen in die tijd zo.
Er werd niet gepraat; nergens over.

Toen ik het uit had dacht ik: “Eén zo’n boek is wel even genoeg. Er liggen nog een paar andere boeken op me te wachten waar ik nu meer zin aan heb’.
Dit boek kreeg ik te leen omdat ik nog nooit een boek van Sanne van Havelte had gelezen, dat hoorde volgens mijn boekenvriendin net zo bij mijn opvoeding als Joop ter Heul.

Zeventig jaar is lang geleden.
In het boek worden onophoudelijk pijpen aangestoken, sigaretten opgestoken en uitgedrukt; men is voortdurend aan het roken.
Dat hoorde toen bij het dagelijkse leven.
Net als aan het roken zijn we nu ook niet meer gewend aan de toenmalige omgangsvormen en sociale toestanden.
Vervreemdend, dat ervoer ik bij dit boek.

Over zeventig jaar lezen mensen in boeken over de Coronacrisis in 2020.
Stel je voor….zouden ze zich er iets bij voor kunnen stellen?

Reageren

Pagina 215 van 411

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén