Het bezoek aan Labyrinthia in Assen heb ik al beschreven in het blog ‘Labyrinthia – Verdwaald in Assen‘, maar daar is veel meer over te vertellen dan dat ik in dat ene blog kwijt kon.
Vandaag een verhaal over het onderwerp ’turf’.
De ‘Zaal van de energie’ stond helemaal in het teken van die ouderwetse brandstof.
Ik zat op een bankje in die zaal met allerlei werktuigen die gebruikt werden bij het maken van turf en op de grond, voor mijn voeten, zag ik een klankbeeldpresentatie.
De inleiding begon met de constatering dat er dure metalen zitten in je mobiele telefoon, o.a. goud.
Die metalen zitten bijvoorbeeld ook in zonnepanelen en elektrische auto’s. Overal in de wereld doen mensen veel moeite om die metalen uit de grond te halen, want daar wordt namelijk flink mee verdiend!
Vroeger was dat ook al zo.
Toen was turf een hele goede brandstof.
Het wordt gemaakt van veen: dat ontstaat na honderden jaren opeenhoping van lagen oude planten.
In de 17e eeuw, Nederland was een handelsnatie van belang geworden, ontdekken rijke Amsterdammers dat ze geld kunnen verdienen met turf.
Er werden kanalen, vaarten en wijken gegraven voor de afwatering/drooglegging, die ook werden gebruikt voor het vervoer van het eindproduct: de turf. In 1633 werd Hoogersmilde verheven tot Heerlijkheid en begon men in opdracht van de eerste heer Adriaan Pauw met de vervening van de Smilder Venen. Meer weten? Hierbij een link naar de website van Dorpsbelangen Hoogersmilde.
Door die ontginning veranderden die Smilder Venen van moerasachtige natuur in aangeharkte landbouwgrond.
Daarna verlegde de ontginning zich naar de uitgestrekte moerassen in Zuid Oost Drenthe, het gebied rondom Emmen.
Met kaartjes en foto’s werd het hele proces in beeld gebracht.
Turf bleef een gewilde grondstof tot ongeveer 1920. Daarna stapten veel Nederlanders en bedrijven over op steenkool.
De presentatie eindigde met deze constatering: “In Zuidoost-Drenthe blijft uiteindelijk de grootste ruïne van West-Europa achter: een fascinerende hoeveelheid overtollige waterwegen.”

Andries Vrieswijk achter zijn turfkar in Coevorden, 1930. (zie: Straatbeeld)
Een ruïne van overtollige waterwegen.
Daar moest ik echt even over nadenken.
En ik moest denken aan mijn opa Vrieswijk die volop had meegewerkt in die turfindustrie.
Mijn vader zelfs nog.
Die stapelde als jongetje van een jaar of 8 met zijn broertjes de turven die door het luik in het ruim van opa’s turfschip werden gekieperd netjes in rijen op de bodem.
Met de kennis van nu weten we dat de steenkoolmijnen in Limburg eenzelfde lot is beschoren.
Ook daar vinden we nu een ruïne van overtollige mijngangen.
En ook de opvolger van het steenkool, het aardgas veroorzaakte zijn eigen ruïne: de aardbevingsschade in Groningen.
En onze huidige energievoorziening?
Welke ruïnes veroorzaken die?
Hoe gebruiken we de aarde?
Nog niet in Labyrinthia geweest?
Foei!
Geef een reactie