een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Haken Pagina 1 van 10

14 juni: Stoffen tassen

Van collega Rien kreeg ik ooit een stevige, stoffen tas die ze bij Dignis weggaven als ‘goodybag’ op studiedagen.
Er zaten folders in van Lentis, een pen en een notitieboekje.
De tas legde ik in mijn handwerkspullenkast met het idee: daar ga ik nog eens iets mee doen.
Vorig jaar kreeg ik nog zo’n soort tas, wel iets anders, met reclame voor het openluchtmuseum er op.

Begin dit jaar gaf mijn ‘cantorij-rugtas’ de geest.
Eén ritsje was al kapot en nu brak er ook nog een hengsel af: ik moest op zoek naar een nieuwe cantorijtas en ik dacht meteen aan die stevige, stoffen tassen.
Nou draag ik mijn werkgever een warm hart toe, maar ik hoef niet met het logo van Lentis over straat, dus ik bedacht om er een soort hoesje omheen te haken. Ik koos voor granny squares, maar dan met heel weinig gaatjes, zodat het logo niet alsnog een beetje zichtbaar bleef.
Wil je ook ‘dichte granny’s’ haken? Op deze pagina op de website ‘Een mooi gebaar’ vind je een uitgebreide beschrijving.

Het zijn allebei tassen met een bodem, zodat er ook zijkanten en een onderkant zijn.
Het is dus altijd even puzzelen om een hoesje te krijgen dat precies om de tas past.
Je kunt het best een paar losse granny’s haken om te kijken hoe groot ze moeten zijn, om met z’n drieën, vieren of vijven één kant van zo’n tas te vullen.
Eén toer op 1 granny scheelt op de hele breedte van de tas zomaar 8 centimeter.

Bij het aan elkaar zetten van de vierkantjes heb ik er voor gekozen om de vierkantjes niet in een patroon aan elkaar te zetten, maar willekeurig te verspreiden over het geheel; ook zorgde ik er voor dat er niet twee dezelfde kleuren naast elkaar kwamen.
Dat aan elkaar zetten deed ik niet door te haken, maar dat deed ik met een stopnaald; ik legde twee granny’s met de goede kant naar elkaar toe op elkaar en met de creme kleur haalde ik de naald door de achterste lussen van de stokjes van de laatste toer.

Toen het hoesje van granny’s om de tas helemaal klaar was zette ik het tenslotte  met kleine stiksteekjes vast aan de bovenrand van de tas.

Reageren

19 april: Inktvisjes en alpaca’s.

Vorige week donderdagmorgen had ik een aantal appjes van dochter Frea op mijn telefoon.
Die had ze de vorige avond gestuurd om 00.10 uur.
“Ik ging dat octopusje afmaken vanavond en aangezien het na twaalven is kun je nagaan hoe goed dat ging…..”
Even voor de goede orde: ze heeft die avond daarvoor geen inktvis geslacht; ze had er één gehaakt.
Een collega van haar ging met zwangerschapsverlof en Frea had bedacht dat ze een ‘octopus’ ging haken.

Leuk om te weten: die zwangere collega heeft een alpaca en had de wol daarvan aan Frea gegeven.
“Kunnen jullie hier iets mee?”
Altijd.
In 2022 schreef ik al eens dat ik sokken/sloffen had gebreid van alpaca-garen, gesponnen door Jon.
Inmiddels zijn we twee jaar verder en heeft Frea haar eigen spinnewiel.
Een paar weken geleden kreeg ik al appjes van haar: ze had alpacagaren gesponnen en met rode kleurstof gekleurd.
Ik vraag me dan gelijk af of dat wel kleurvast is.
“”Yes. Met azijn ingekookt, dan blijft het zitten.”
Zo leer je nog eens wat.

Frea ging voor die collega een octopus-knuffel haken van zelfgesponnen, zelfgekleurde alpacawol en stuurde mij een serie foto’s.
Die bekeek ik natuurlijk met ‘blog-‘ogen en ik vroeg haar of ik er over mocht schrijven.
Tuurlijk!
En of ze ook een beschrijving had van hoe ze het gemaakt had?
Ook nog.

Het komt allemaal op z’n Frea’s tot u.
Kijk en geniet.

 
“Ik wilde hem oogjes geven”
“Maar ja…”
“Dat beest heeft enge dingen meegemaakt als je hem zo ziet kijken”
“Wel leuke extra’s”
“Maar er toch maar weer afgehaald.”
“Dit is hem geworden!”
“Met een sleutelhangerversie voor collega G. ”

Frea heeft dit inktvisje zelf bedacht, dus ze heeft het niet van een patroon nagehaakt.
Haar haakbeschrijving is dus niet zoals je gewend bent uit de haakboekjes.

Magic cirkel beginnen met zes vasten daar in, dan heb je een klein rondje.
Steeds elke rij er zes  vasten bij meerderen (alles dubbel, 1 gewoon 1 dubbel, 2 gewoon 1 dubbel, etc. tot je 9 of 10 gewone hebt en dan een dubbele) Dan een paar keer in het rond tot je denkt nou kan ie wel dicht?
Dan steeds 6 minderen per rij (9 gewone 1 minderen, volgende rij 8 gewone 1 minderen) totdat je denkt nou moeten er pootjes op.
Die haak je dan als lossen in een sliertje, en dan weer terug, een of twee vasten(?) in het rondje en dan de tweede tentakel.
Als het er dan na 8 tentakels nog wat ielig uitziet kun je er nog een hele ronde bijlangs aan beide kanten van de tentakels. 

Het dichtmaken onderin is even kijken of je het rondje weer op kunt pakken onder de tentakels.
Dan ga je gewoon verder met minderen van zes per ronde (dus het rondje een meervoud van zes laten zijn, waarschijnlijk 30 o.i.d.) en dan dichtmaken.

HAHAHAHA!
Succes voor wie daar wat mee kan! 😉

Je moet een ervaren haakster zijn wil je deze beschrijving begrijpen, maar ik kom er zo wel uit.
Jij ook?
Ben benieuwd!

Reageren

17 december: Colsjaal

Weet je nog? Begin november schreef ik een ‘Grabbelton-blog’; één van de onderdelen was dit garen dat ik via internet had gekocht.
Op de website ‘Blij dat ik brei’ had ik een mooie colsjaal gevonden die ik wilde haken, maar dat patroon was uit 2012 en het garen dat was gebruikt was niet meer leverbaar. Op internet vond ik dit garen op de website van Hobbii; het heet Magic Sock Wool. De goede kleurencombinatie, de goede samenstelling (70% wol, 30% polyamide) en de goede dikte.

Inmiddels is de sjaal klaar.
Op de website ‘Blij dat ik brei  vind je een beschrijving van hoe Jeannette Jaffari-Schroevers de sjaal heeft gehaakt, maar ik heb het een beetje aan mijn eigen wensen aangepast.
In het kort komt het hier op neer:
ik haakte 20 granny squares van 5 toeren/rondjes die ik gelijk aan elkaar naaide; dan ontstaat er een lange slinger/reep.
De granny’s naaide ik met kleine steekjes aan elkaar (draad door de beide bovenste lusjes van de steken van de laatste toer van de granny’s) . Bij het aan elkaar naaien van de eerste en de laatste granny maakte ik er een slag in, een zodat je geen cirkel maar een möbius (een soort 8) krijgt.
Daarna ging ik langs de zijkant van de reep verder met granny stripes: steeds 3 stokjes in 1 gaatje; ik deed er geen losse tussen.
Omdat de granny’s in een möbius aan elkaar zijn genaaid, maak je een soort 8 en wordt de rij streepjes zowel aan de bovenkant als onderkant tegelijkertijd gehaakt. Je haakt dus 2 rondjes voor dat je weer bij het beginpunt bent aangekomen; ik heb de 2 bollen bijna opgemaakt. Tip van Jeannette: zorg dat je ca. 20 gram overhoudt voor je aan het schulprandje begint.

Het schulpje haakte ik door 9 stokjes in 1 “gat” te haken, in het volgende gat een vaste.
Als laatste haakte ik nog met halve vasten de hele sjaal rond.
Op de detailfoto hiernaast zie je hoe dat er uit ziet.

Reageren

12 oktober: Kussentjes op de barkruk.

Toen we ons huis hadden verbouwd in 2011 (nieuwe keuken en een woonkeukengedeelte met schuifdeuren naar de tuin) had ik een groot stuk extra aanrecht waar je aan kunt zitten.
Een soort huisbar. We kochten bij IKEA drie barkrukken en als iemand staat te koken en we hebben bezoek, dan zit het erg gezellig aan de bar in de keuken. Toen mijn moeder nog leefde zat ze graag bij mij ‘aan de bar’ te teuten.
Kopje koffie er bij, klep-klep-bep-bep.
Op die barkrukken liggen dus al jaren van die ronde, platte kussentjes, zwart in ons geval.
En op den duur worden ze lelijk.
Valig.
Met vlekken die er niet meer uitgaan.

Op internet vond ik een plaatje van een gehaakt, rond kussen overtrek.
Kon je kopen, maar ik wilde het zelf maken.
Het patroontje was nergens te vinden, dus ik vergrootte het plaatje een beetje en maakte een printje.
En dan is het vooral een kwestie van goed kijken welke steken zijn gebruikt en hoeveel stokjes/lossen/boogjes in het patroontje voorkomen.
Uitproberen. Prutsen. Tellen. Uithalen en opnieuw beginnen.
Gerard kan dan zo olijk zeggen: “Zo schiet het niet op, hé?” als ik weer een gedeelte moet uittrekken.
Maar dit is waar ik plezier aan beleef, vooral als het lukt.
En het lukte!

Inmiddels liggen er drie rode kussentjes op de stoelen; ze passen goed bij de andere rode accenten in onze keuken.
Wil je ook zo’n kussentje haken?
Hierbij een link naar een PDF met een patroonbeschrijving: 2023.09 Kussenovertrek rood
Lukt het jou ook?
Laat het me even weten.
Vinnikleuk.

Reageren

4 oktober: Afgeleid door de gezelligheid.

Gisteren was het weer de 1e dinsdag van de maand: Holy Stitch!
Op de tweede bijeenkomst van dit seizoen hadden we net als vorige maand een nieuwe deelnemer: Zwanny uit Nieuw Roden.
Het is inmiddels geen probleem om aansluiting te vinden bij onze groep; je hebt sowieso altijd je handwerkje mee om het over te hebben en dan babbel je al snel ook over andere onderwerpen.
Marijke had geen handwerkje mee, want wat ze onderhanden had “daar moet ik bij opletten en tellen en dat kan hier niet”.
Nee, dat klopt, je wordt nogal afgeleid door de gezelligheid.
Ze ging de kring rond om hier en daar inspiratie op te doen.
Zo zag ze bijvoorbeeld het borduurwerk dat volgens maakster Sjoukje drie Labradors voorstelde. Er werd nog even gediscussieerd met Alice  die vond dat het Golden retrievers waren, maar discussie werd gesmoord door Geke die droogjes opmerkte dat het in ieder geval honden waren.
Sijcolien trakteerde op lekkere chocolaadjes, want ze was oma geworden!
Alie had een ‘flubbertje’ aan haar haakwerk dat er niet hoorde en wilde daar graag advies over en twee dames ontdekten dat ze vroeger op de MAVO bij elkaar in de klas hadden gezeten.
Je snapt het al: de middag was maar zo om.

In het kader van ‘de stekerij’ deel ik vandaag een ideetje om kleine restjes katoen op te maken; misschien inspiratie voor Marijke?
Voor het omhaken van een buitenstoelkussen had ik te veel garen gekocht; drie bollen grijs hield ik over.
In mijn handwerkkast staat een klein, rieten koffertje met een heleboel kleine restjes katoen, waar je eigenlijk net niks meer mee kan.
Op de website Hilde Haakt vond ik een leuk idee: lichtgrijze onderzetters, met in het midden allemaal een ander kleurtje.
Zij bracht mij naar een patroon op de website van Karin aan de Haak.
Deze twee ideeën voegde ik samen en veranderde ik een beetje naar eigen inzicht: het rondje in het midden bestaat bij mij uit 20 stokjes.  Verder voegde er nog iets kleurigs aan toe: ik haakte om de onderzetters halve vasten in de kleur van het middelste rondje; die halve vasten haakte ik alleen in de bovenste lus van de onderliggende stokjes, dan krijg je een klein randje.

Ik haakte de onderzetters in twee tinten grijs, licht en donker en had genoeg restjes om zes verschillende contrasterende kleuren aan te brengen.
Koordje er om heen, strikje er in: mooi cadeautje.
Binnenkort gaat er weer een collega weg; ik doe er alvast een vrolijk inpakpapiertje omheen.

Reageren

9 juni: Wandelclubje van pensionado’s?

In oktober schreef ik een blog over mijn obsessie voor een pannen-onderzetter in een Duits vakantiehuisje.
Over het geworstel om te ontdekken hoe die was gehaakt schreef destijds ik dat ik mezelf vergeleek met een stier en het haakwerk met een rode lap.
Inmiddels liggen bij ons bij het warm eten nieuwe pannenonderzetters op tafel in de kleuren grijs en rood.
Begin juni trouwde collega Marchiena; ze ging op huwelijksreis naar Venetië. Als secretariaat vroegen we onze collega’s om allemaal een cadeautje in een feestmand te doen met het thema Italië: dat werd een mooi gevulde Italië-mand! Van mij kreeg ze natuurlijk, naast een hapje en een drankje, iets zelfgemaakts: de obsessiepannenlappen in de kleuren van de Italiaanse vlag en 6 onderzetters.

Woensdagavond hadden we een etentje met ons secretaresseteam. De reden was minder leuk: Margreet heeft ons team verlaten.
Zij was ook een  handwerkster, dus daar hadden we het ook regelmatig over.
Stom dat ze weg is trouwens; het was een leuke collega die ik nog steeds een beetje mis.
Voor haar haakte ik de twee blauwe exemplaren op de afbeelding onder aan dit blog; toen ik er mee begon zaten we tegenover elkaar in de lunchpauze in Winschoten….. maar ze wist natuurlijk niet dat het voor haar was.
Wat was het leuk om elkaar weer even met z’n zessen te spreken!
Ik schreef er vaker over: er was veel ziekte en uitval in ons team. Van het clubje waarmee ik woensdagavond aan een lekkere pizza zat blijft alleen Renny over. Margreet is al een tijdje weg, Marja en Corry gaan met vervroegd pensioen en Petronet gaat naar een andere afdeling.

Maar zoals Corry al zei: ‘Als er ergens een deur dicht gaat, gaat er ergens anders vaak ook weer één open’: Udona en Marchiena zijn onze nieuwe collega’s en er staat een alweer een nieuwe vacature uit.
De pizza aten we bij Dolce Vita in Stadskanaal. Ik zou rijden en had de auto vol snaterende collega’s. Op de terugweg naar Groningen zat de stemming er goed in: de dames hadden het er over dat ze als pensionado’s wel een wandelclubje op konden richten.
“Ja! Dan noemen we ons ‘Jo met de banjo’!” en vervolgens zongen drie van hen luidkeels het wandellied van Jasperina de Jong.
Oh man, wat ga ik die meiden missen.

Nog even een kleine toelichting op de foto’s hiernaast.
Uit de afbeelding van de 8 obsessie-onderzetters maakte ik een uitsnede van de rode exemplaren.
Ze lijken identiek, maar zijn dat niet.
Bij de ene ben ik met lichtrood begonnen en ook geëindigd, bij de andere met donkerrood.
Verder heb ik de lus op het ene exemplaar de linkerkant opgeslagen en op de andere valt hij naar rechts. (klik op de afbeelding voor een vergroting)

Ook zo’n pannenlap haken?
Kijk dan even op het blog ‘Hoe dan?!?’
Daar vind je een link naar een PDF met een uitgebreide haakbeschrijving met foto’s.
Of die 6 kleine onderzetters die ik voor Marchiena maakte? Ga dan naar dit blog uit 2015.

Reageren

27 april: Troostdekentje.

“Wat ben jij op dit moment aan het haken?” vroeg ik in februari aan mijn collega.
“Een troostdekentje” vertelde ze “daarmee werk ik de restjes weg die ik van vorige projecten heb overgehouden.”

Troostdekentje?
Daar had ik nog nooit van gehoord.
Het eerste wat ik dan doe: opzoeken op internet.
Er is gewoon een pagina ’troostdekentje.nl’ waarop je alle informatie kunt vinden.
Wat leuk.
Dat ging ik ook doen, want ik had nog wat garen over van het gordijn/sprei-project voor het opklapbed.

Ik haakte 12 lichtgroene vierkantjes, allemaal met andere haaksteek en vervolgens haakte ik 12 witte vierkantjes met diezelfde steken.
Met donkergroen naaide ik ze aan elkaar en haakte er vervolgens 2 toeren vasten omheen, ook met donkergroen.
Zo ontstond een klein dekentje van 100 bij 80 centimeter.
Toen ik het in elkaar zette werd het dekentje steeds een beetje groter en lag het op een gegeven moment over mijn benen terwijl ik er aan werkte.
Hmmmmm….. lekker warm ja.
Vooral als ik een rokje met maillots aanhad.
Het dekentje paste eigenlijk ook wel goed bij de bank.
En toen het klaar was, was het precies groot genoeg om mijn benen te bedekken tot de voeten, al dan niet met sloffen.

Lang verhaal kort: ik hou hem zelf.
Hij ligt in opgevouwen toestand op de bank en ’s avonds ligt het over mijn benen.
Dat duurt vast niet lang meer, want het is al april en voor je het weet zitten we weer buiten, maar het wordt vast ook wel weer winter!
Troostdekentje wordt bankdekentje; het volgende ‘restjesproject’ wordt een troostdekentje.

Ook een troostdekentje of een ‘zorgenvriendje’ maken? Hierbij een link naar de website Troostdekentje.nl.

Reageren

22 april: Het haasje.

Pasen ligt al weer even achter ons, maar misschien kun je iets met dit blog voor een volgend jaar.
Een andere voorwaarde is dat je kunt haken.

In coronatijd blogde ik over gehaakte paasonderzetters in het blog ‘Loensende kippen haken’
8 had ik er destijds gehaakt, maar als je met z’n achten bent is dat te krap, want als 1 persoon een pilsje neemt heb je al twee onderzetters nodig.
Voor Pasen 2023 haakte ik er een paar bij: 3 eieren en 3 haasjes.
Voor eieren gebruikte ik de beschrijving op deze website , maar een patroon voor een paashaasje kon ik niet vinden, dat bedacht ik daarom zelf.
Hieronder vind je de beschrijving.

Haak 5 lossen, sluit tot een ring met een halve vaste in de 1e losse.

toer 1: 3 lossen (dit is eerste stokje) + 14 stokjes,  = een ring van 15 stokjes, sluiten met een halve vaste in het 1e stokje.
Volgende steeds sluiten met een halve vaste in de 1e vaste van de vorige toer. 
toer 2: 2 vasten, 2 vasten in het derde stokje, dit nu nog 4 keer doen. (ring van 20 vasten)
toer 3: 3 vasten, 2 vasten in de vierde vaste, dit nu nog 4 keer doen, (ring van 25 vasten)
toer 4: 4 vasten, 2 vasten in de vijfde vaste, dit nu nog 4 keer doen, (ring van 30 vasten)
toer 5: 5 vasten, 2 vasten in de zesde vaste, dit nu nog 4 keer doen, (ring van 35 vasten)
toer 6: 6 vasten, 2 vasten in de zevende vaste, dit nu nog 4 keer doen, (ring van 40 vasten)
toer 7: 7 vasten, 2 vasten in de achtste vaste, dit nu nog 4 keer doen, (ring van 45 vasten)

Het basisrondje van het haasje is nu klaar.
Voor de oren haak je het volgende:

* 9 lossen en 8 vasten ’terughaken’.
2 vasten in de basisring en nu ga je langs de linkerkant weer naar boven: haak een stokje op elke vaste, 7 stokjes in totaal.
Haak in de 8e vaste 6 stokjes.
Nu ga je langs de rechterkant naar beneden haken: weer op iedere vaste 1 stokje.
Zet het oortje met een halve vaste vast aan het basisrondje.
Rechts zie je een patroontekening van één oortje.

Voor het volgende oortje haak je 2 vasten op de basisring en maak je nog zo’n oortje, begin hiervoor opnieuw bij *

Zorg dat je bij het terughaken van het tweede oortje aan de buitenkant terughaakt.

Haak nu nog 1 toer vasten om het basisrondje heen tot je weer bij de oren bent, toer sluiten met een halve vaste in de ring.

Je kunt er natuurlijk nog oogjes op borduren en snorharen enzo, maar ik vond het zo wel goed.
Het zag er in ieder geval feestelijk uit op 2e Paasdag.

Reageren

21 april: Grabbelton.

Bij ‘Het mes op tafel’ heb je af en toe een vraag in de categorie ‘Grabbelton’; dat kan van alles zijn.
Vandaag een grabbelton-blog met wat kleine dingetjes.

Op 2e paasdag hadden we nogal wat patat over.
“Daar kun je zelf rösti van maken” zei iemand, dus dat heb ik geprobeerd. Dit heb ik gedaan:
Patat in kleine stukjes hakken met een ouderwetse ‘Zilitz Blitzhacker’. Uitje snipperen en bakken, plakjes ham in reepjes knippen  en even meebakken, daarna de aardappelbrij er bij in doen.
Even aanbakken tot er een soort pannenkoek met een lichtbruin korstje ontstaat, dan even goed roeren, wat geraspte kaas toevoegen en het geheel nog even goed doorbakken.
Ik gebruikte het voor ovenschotel met shoarma en bonen; klik hier voor het recept.

In mijn ‘restjes haakkatoen-mandje’ lagen al weer heel wat kleine bolletjes die ik van een aantal haakprojectjes had overgehouden en in de kelder hing een uiennet dat bijna uit elkaar viel: ik haakte een nieuwe van restjes. Het ziet er eigenlijk niet uit, maar dat maakt niet zoveel uit, want in die kelder is het bijna altijd donker en wie kan het nou wat schelen hoe zo’n net eruit ziet. Als het maar praktisch is en dat is het.
Ook zo’n uiennet haken? Hierbij een link naar het blog ‘Een uiennet. Een wát….?’

Voor de brunch van 2e Paasdag had ik een plukbrood gebakken.
Voor het deeg gebruikte ik de helft van de ingrediënten die je nodig hebt voor een breekbrood (klik hier voor een link naar dat recept).
Ik liet het deeg rijzen en daarna rolde ik het uit tot een vierkante lap.
Beetje ketchup er op, stukjes ui, kleine stukjes tomaat en ontbijtspek, geraspte kaas en Italiaanse kruiden.
Daarna vouwde ik de lap dubbel, rolde hem weer een beetje uit en belegde de bovenkant weer met bovenstaande ingrediënten.
Dat deed ik nog twee keer, zodat er een vierkante lap deeg ontstond met kleine laagjes vulling.
Oven op 220 graden
Daarna sneed ik de lap ik kleine vierkantjes, die ik naast elkaar legde in een ovenschaal. Toen liet ik het geheel nog even weer een half uur rijzen en bestrooide het daarna met wat kruiden en geraspte kaas.
25 minuten in de oven: Italiaans plukbrood.

 

Reageren

24 januari: Onderzetters ‘Oons Susse’.

In mijn ‘allennige’-vakantie vorige week ging ik natuurlijk ook een dag naar tante Trijn.
Samen zochten we haar buren op die verhuisd waren naar een nieuw appartement.
Die buren ken ik ook: vanaf 1974 wonen ze in die straat. Toen was ik puber en paste af en toe op mijn (toen nog) kleine neefje Paul.
Bertus en Tini horen bij ome Wim en tante Trijn als Bassie bij Adriaan en als Van Kooten bij De Bie.
We bekeken hun nieuwe stulpje en dronken samen een kop koffie.
Onder mijn kopje lag een gehaakt, zwart, onderzettertje. (zie afbeelding rechts)
Ik vroeg Tini of ze die zelf had gehaakt, maar dat was niet het geval.
“Die bint nog maakt deur oons Susse”.
Door de oudste zus van Tini dus.
Daar is natuurlijk geen patroontje meer van, dus ik maakte een foto en bedacht dat ik het dan wel ging ‘na-haken’.

In eerste instantie werd dat geen succes; ik zal je de foto’s besparen, maar het zag er niet uit.
Mijn garen was waarschijnlijk te dun en het werd een rare, lubberende gaten-kaas-onderzetter.
Maar al hakend en uithalend kwam ik toch zomaar op een acceptabel onderzettertje, al leek het niet op het voorbeeld van oons Susse.

Als je zes onderzetters hebt kun je er een ketting van lossen bij haken en die er met een strikje omheen vouwen.
Leuk klein cadeautje om weg te geven.

Maar het zinde me toch niet helemaal.
Met de foto van de zwarte onderzetter als voorbeeld ging ik weer aan het prutsen.
Wat oons Susse kon moet ik toch ook kunnen? Wat deed ik nou niet goed?
Al hakend kwam ik er achter dat ik in plaats van stokjes halve stokjes moest haken; nu kwam ik op een onderzetter die er heel veel op lijkt. Het patroon is een beetje aangepast. Onderzetters ‘Oons Susse’ à la Ada.
Van deze beide onderzetters heb ik een haakbeschrijving gemaakt.
Je vindt het patroon op dit PDF-bestand: onderzetters Oons Susse

NB: ik heb de onderzettertjes niet meer nagehaakt. Mocht je een fout vinden in het patroon, dan hoor ik het graag, dan pas ik het aan.

Reageren

Pagina 1 van 10

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén