een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Haken Pagina 1 van 11

11 juli: Een krans & lampionnetjes.

In april 2025*  vertelde Aukje van Holy Stitch over een stro-krans die ze had omhaakt met blauwe bloemetjes.
Leuk idee. Ging ik ook doen.
Frea tikte voor mij op Marktplaats een strokrans op de kop en ik haakte mijn blauwe en witte haakgarenrestjes op met bloemetjes.
Maar je moet nogal wat bloemetjes hebben: toen ik mijn voorraadje op de krans had geprikt was hij nog niet half vol…..geen gezicht, dus ik legde hem weg.
Dit jaar had ik al weer heel wat restjes verzameld en ging ik weer verwoed aan het bloemetjes haken; nu kon ik driekwart van de krans vullen, maar ik vond het eigenlijk wel genoeg. De krans omwikkelde ik met wit kant wat ik nog had liggen en zette het hier en daar vast met een parelmoer-glas-knopspeld die ik ook had gebruikt voor het vastzetten van de bloemetje en hing de krans op met een mooie strik van wit satijn.
De krans hangt nu in de kapschuur op Waninge Plaza.

Vorige week ging ik op verjaardagsvisite bij Agniet samen met Joke.
We gaven haar een bloemenbon die ze bij de Jumbo kon inwisselen, maar ik nam ook twee omhaakte glazen potjes mee met een waxinelichtje erin.
“Nou, die passen prachtig bij de zomerbloemen-pot die op tafel staat” riep Agniet en inderdaad: wat een leuke match!
Dat bracht mij op het idee om bij onze wit-lila zomerbloemen-pot ook twee buitenlampionnetjes te haken.
Tadaah!

Vandaag op dit blog een beschrijving van hoe je zo’n potje omhaakt:

– 5 lossen, sluiten tot een ring.
Voor iedere toer geldt: toer met een halve vaste sluiten in de 1e steek van de vorige toer.
– toer 1: in de ring 8 boogjes van 3 lossen haken.
– toer 2: in ieder boogje 3 vasten haken.
– toer 3: met halve vasten naar het midden van het volgende boogje, 4 lossen, 1 vaste in het volgende boogje: dit 8 x doen. Je hebt nu 8 boogjes van 4 lossen.
– toer 4: met halve vasten naar het midden van het volgende boogje, 5 lossen, 1 vaste in het volgende boogje: dit 8 x doen. Je hebt nu 8 boogjes van 5 lossen.
– toer 5: 3 lossen 1 steek overslaan, 3 lossen, 1 steek overslaan, dit doen tot aan het einde van de toer. Je hebt dan 20 kleine boogjes van drie lossen.
– toer 6 en verder: 3 lossen, 1 vaste in het volgende boogje. Dit haak je toerloos; zo ontstaat er een uitrekbaar netwerk van 3-lossen-boogjes.
Voor de mosterdpotjes en de HAK-groentepotjes die ik gebruikte heb je ongeveer 12 toeren nodig. Als het haakwerkje hoog genoeg is (om het potje heentrekken) hecht je de draadjes af en begin je met de contrasterende kleur. Daarmee haak je 5 vasten om een boogje, sla je 1 boogje over, weer 5 vasten om het volgende boogje tot je weer aan het begin bent. Op deze manier trek je de bovenkant wat bij elkaar.
Onderaan dit blog vind je nog detail-afbeeldingen van de onderkant en de rand.
Tenslotte haak je in diezelfde kleur een koordje van 100 lossen. Draadjes afhechten en het koordje door de bovenste boogjes halen en strak strikken.
Zo heb je zomaar een leuk cadeautje voor een lome zomeravond bij kaarslicht!

* 17 april 2025 – Hulstblaadjes in april.

Reageren

22 juni: Twee viskussens

Ik hoor je denken: ‘Wat is in ’s hemelsnaam een VIS-kussen?”
Dat is een goor kussen dat al 15 jaar in de berging van Casa Grada ligt en gebruikt wordt door de vissers die ons huis huren.
Twee viskussens waren er, een rode en een blauwe en Gerard wilde ze weggooien, want: te vies om aan te pakken.
Vind ik dan jammer.
“Als we ze nou eerst eens uitwassen” bedacht ik “dan zien we wel even hoe ze er uit komen.
Zo gezegd, zo gedaan: in de wasmachine, in de droger, kiekn wat ’t wordt.
Ze werden  schoon, maar ook vaal.

Weggooien kan altijd nog; ik vond het leuk om de kussens nog een tweede leven te geven.
In eerste instantie wilde ik nieuwe kussenhoezen haken met granny squares. Op internet vond ik een variant met een gekleurd hartje; een haakbeschrijving vind je onderaan dit blog.*
Toen ik 15 van die squares had gehaakt (ik moest er 25 voor één kant van de kussenhoes) was ik al flauw van het afhechten van al die draadjes met de verschillende kleurtjes: de andere kant van de hoes ging ik anders doen.
Daarvoor haakte ik vier chique vierkantjes** (waar ik ooit al een sprei van had gehaakt), Die zette ik aan elkaar en daaromheen haakte ik in de basiskleur 5 toeren om het vierkant heen.
Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.

Mooi geworden!
Ze liggen weer in de berging op de wasmachine, bovenop de stoelkussens die daar ook liggen voor algemeen gebruik.
De vissers zien denk ik geen verschil……

*Je begint in het rond:  -5 lossen, sluiten met een halve vaste
– de 1e toer = 12 stokjes met 1 losse er tussen (1e stokje maak je met 3 lossen). Toer sluiten met een halve vaste in het eerste stokje.
Je haakt de eerste twee toeren met contrasterende restjes en de volgende 3 toeren haak je in een basiskleur, rood in dit geval.
– de 2e toer = in iedere ruimte tussen de 12 stokjes 2 stokjes haken. Je hebt nu 12 groepjes van 2 stokjes.
– de 3e toer (in de basiskleur)  = in iedere ruimte tussen de 12 stokjes 3 stokjes haken. Je hebt nu 12 groepjes van 3 stokjes.
– de 4e toer: * 2 groepjes van 2 stokjes, dan een groepje met 2 stokjes-2 lossen-2 stokjes*, tussen de * nog 3x doen
– de 5e toer *3 groepjes van 3 stokjes, dan een groepje met 3 stokjes-3 lossen-3 stokjes*, tussen de * nog 3x doen
– de vierkantjes aan elkaar naaien; steek de naald hierbij door de achterste lusjes van de stokjes/lossen.

** De beschrijving van het chique vierkantje staat op een blog uit 2018; hierbij een link naar deel 1, daar vind je de haakbeschrijving. In 2019 schreef ik deel 2 over de afwerking.

 

Reageren

4 juni: Breien & haken.

“Ook in de winter heb ik graag een jurk aan, meestal met een legging eronder of zo, maar op de fiets is dat altijd zo koud.”
Aan het woord was Carlijn in de handwerkwinkel ‘Art&Hobby’ in Assen.
Ze kocht een bol gemeleerd garen (Wooladdicts /oranje-olijf-bruin-blauw) en vroeg mij of ik voor haar van dat garen beenwarmers wilde breien.
Maar natuurlijk.
Graag zelfs.

Hoe moet dat dan?
Eerst breide ik maar eens een proeflapje en gebruikte verschillende steken en verschillende naalden; toen wist ik hoeveel steken ik moest opzetten voor het aantal centimeters dat ik nodig had.

kabel geflankeerd door 2 av en 2 r

De beenwarmers breide ik net als sokken: met vier pennen en ik koos breinaalden nr. 4.
68 steken zette ik op en ik begon met de boordsteek: 1 recht – 1 averecht.
Daarna breide ik een aantal centimeters met de verschoven boordsteek: daarover schreef ik in 2017 al eens een blog. (klik hier, dan vind je een uitgebreide beschrijving).
Vervolgens breide ik een stukje met de gerstekorrel: hierbij een link naar een video op Handwerkles waar je kunt zien hoe je de gerstekorrel breit.

Voor het middenstuk koos ik voor een eenvoudige kabelsteek, geflankeerd door 2 averecht en 2 recht: om de vier pennen haal je in het kabelgedeelte de eerste twee steken over de volgende twee heen.
Daarna breide ik de bovenbeschreven steken in omgekeerde volgorde.
Deze beenwarmers zijn 46 cm lang en ze bedekken op Carlijns onderbeen haar enkel en reiken tot net onder de knie.
Ik heb steeds gebreid met hetzelfde aantal steken: bij de enkel zitten ze vrij los, om het stuk onder de knie zitten ze wat strakker, daardoor zakken ze niet af.

Wil je deze beenwarmers ook breien?
Je kunt eindeloos variëren met steken, kleuren en soorten garen.
Van het restant van het garen breide ik er nog een mutsje bij in de verschoven boordsteek.

Op haakgebied heb ik een grote klus eindelijk klaar: een nieuwe kussenhoes op de buitenstoel van Gerard.
Dat was een hele uitdaging, want die kussenhoes maakte ik met de techniek tunisch entre-lac haken.
Daarbij maakte ik gebruik van deze website.
Na een paar rijen blauw heb je de techniek wel onder de knie, maar het haakt niet heel ontspannen. Je moet er steeds op letten dat je los haakt, omdat je in de volgende rij weer verder haakt op de halve vasten van de vorige toer.
Het kussen doet inmiddels al weer een paar weken dienst: we kunnen immers soms weer buiten in het zonnetje zitten te koffiedrinken!

 

Reageren

31 maart: En tenslotte…. het vierde zakje.

Wat zat er nou in het vierde zakje van het handwerkpakket/afscheidscadeau van Lentis?
In het blog over de moeilijke sokken uit het derde zakje schreef ik op 10 maart: ‘…. maar ik vond het garen dat daarin zat echt niet mooi.
Hoe het afliep….? Wordt vervolgd.’
Er zaten twee bollen goudkleurig garen in het zakje; het heette ‘dark gold’.
Daarvan ging je een sjaal breien met weer een moeilijk patroon.
Daarbij zat een strengetje lichtblauw borduurgaren, daarmee moest je sterretjes borduren op de sjaal als die af was.

De kleur van het garen vond ik niet mooi en ik had helemaal geen zin meer in nog een moeilijk patroon.
Wat te doen?
Ik stuurde een app naar teamleider Sylvia, want die had in december voor zichzelf én haar vriendin ook zo’n zelfde pakket gekocht.
“Het garen in het vierde zakje vind ik echt niet mooi. Kan ik jou daar een plezier mee doen? Dan heb je vier bollen!”
Sylvia vond het een prima idee en zij kreeg mijn twee ‘donker gouden’ bollen, van haar kreeg ik een zakje met garen dat zij nog had liggen en waar ze niks meer mee deed.
Er was één bol gemeleerd garen bij waarvan ik een driehoekige sjaal heb gebreid; niet met een lastig patroon, maar zo simpel mogelijk, namelijk alleen maar naalden recht. Aan het einde van iedere tweede toer breide ik een gaatje en daarna meerderde ik 1 steek.
Het was een bol van 1oo gram, dus ik woog 50 gram af, daarvan breide ik de helft waarin ik steeds meerderde, van de andere 50 gram breide ik de andere helft waarbij ik na het gaatje aan het eind van iedere tweede toer 1 steek minderde.
Toen was de sjaal eigenlijk net niet groot genoeg, daarom kocht ik een bolletje fel rood-oranje garen (die kleur zat ook in de sjaal) en haakte daarmee een randje met waaiers van stokjes.


Van Sinterklaas (lees Frea) had ik een haakpakket gekregen met twee bollen verlopend garen en een bijbehorend patroon van Hobbii.
Dezelfde firma als het Lentis-Adventskalender-project; ‘Hobbii’ is voor mij inmiddels een synoniem voor ‘moeilijk’, maar het viel heel erg mee!
Het patroon verspringt om de vier toeren en als je het kunstje eenmaal kent kun je zonder patroon/beschrijving verder haken.
Het gaat om de Virus sjaal Sultan Deluxe: hierbij een een link naar het gratis patroon op de website van Hobbii. 
 
En nu is het wel klaar met moeilijke handwerkdingen buiten mijn comfortzone.
Het was een geweldig afscheidscadeau van Lentis, ik heb er veel van geleerd, maar nu wil ik weer even breien en/of haken zonder tellen, afvinken, nadenken, uithalen en irritatie om drie bollen garen die in elkaar gedraaid zijn.
Nu even weer iets simpels: beenwarmers voor Carlijn.
Wordt (wederom) vervolgd!

Benieuwd naar de vorige drie zakjes?
Zakje 1 Moeilijke wanten. – Ver buiten mijn comfortzone
Zakje 2 Moeilijke muts – ‘Het stomste….??!‘
Zakje 3 Moeilijke sokken – Niet meer over de hiel heen

Reageren

31 augustus: Lampionnetjes in de pergola.

In 2021 schreef ik een blog over de gehaakte lampionnetjes van Ina.
Wij waren toen te gast geweest in het B&B De Beddestee in Ruinen en gastvrouw Ina had overal in haar tuin van die lampionnetjes opgehangen.
Naderhand heb ik met het idee van Ina al verscheidene glazen potjes omgehaakt en tot ‘avondkaarsje’ omgetoverd (zie september 2021, augustus 2024 en januari 2025 ), maar hangende lampionnetjes waren dat niet.
Tijdens de eerste hittegolf van dit jaar bedacht ik dat het leuk zou zijn om bij Casa Grada wat van die lampionnetjes in de boom te hangen en toen dat goed gelukt was wilde ik onder pergola op Waninge Plaza ook een aantal van die lampionnetjes hangen.

Dit wordt dus een blog met weinig tekst en veel foto’s: voor een beschrijving van het omhaken van een glazen potje verwijs ik naar deze website: Haken is hip!

De eerste foto is gemaakt in week 32: overdag boven de 30 graden, ’s avonds lekker buiten zitten.
Het zijn 5 verschillende lampionnetjes; andere haakmotieven en verschillende potjes qua grootte en vorm.

Je ziet achtereenvolgens een mosterdpotje, een jampotje, een potje waar spaghettisaus in zat, een augurkenpot én een pindakaaspotje.
De ophanglussen zijn gehaakt met 150 lossen; de ketting maak je aan de overkant vast.
Dan haak je met halve vasten naar het punt precies tussen de vorige ophanglussen en dan haak je nog eens 150 lossen.
Op de helft haal je de ketting mét het bolletje katoen even om de vorige ophanglus heen en vervolgens haak je de lus met een hele vaste precies tegenover waar je deze lus begon.
Klinkt ingewikkeld, is het niet: gewoon doen, dan zie je het vanzelf.

Wat mij betreft krijgen we nog een aantal zwoele dagen: kunnen wij nog even genieten van de lampionnetjes!

Reageren

22 januari: De dérde dinsdag….

Rond een uur of twee zaten we gistermiddag met 16 steeksters in de hal van Op de Helte, voor het eerst niet op de eerste maar op de dérde dinsdag van de maand.
Met mijn stem is het nog steeds niet in orde, dus om stilte te genereren trok even aan de bel die naast de bar hangt.
De dames hadden weer van alles onderhanden, een paar dingen haal ik even naar voren.

Corry was aan het borduren.
Ze borduurde op op maat geknipt goud- en zilverkleurig stramien en vervolgens plakte ze dat op een kartonnen kaart om te versturen.
Dat stramien had ik nog nooit gezien: ze had het gekocht bij de Handwerkboetiek in Roden.
Ze had zelf ooit zo’n kaart gekregen van Ilse en was er nu zelf druk mee aan het experimenteren.
Ik zou op internet even een website met informatie opzoeken, maar dat is me nog niet gelukt. Iemand een idee waar ik moet zoeken?

Alice was ‘even op straat gaan liggen’ en had daarbij haar pols bezeerd. Daar zat nu een brace om en ze constateerde ‘dat je zonder één hand gewoon NIKS KUNT’.
Maar ze kon nog wel een eenvoudig breiwerkje doen.
Ze had bedsokken die niet zo mooi meer waren, daar ging ze voor zichzelf een nieuw paar van breien.
“Het is heel simpel: een groot vierkant en twee kleine vierkantjes, die moet je tegen elkaar aan leggen.”
De foto’s van de oude bedsok gaan als voorbeeld bij deze mail…… de volgende maand gaan we zien/horen hoe het is geworden.

Halverwege de middag kwam organist Arjan Schippers langs. Hij moest even bij het orgel zijn: wat boeken halen en iets oefenen.
Hij wilde eigenlijk wel even aanschuiven en dat mocht. Maar hij deed het vervolgens niet. Zo’n dappere man. Nergens bang voor maar toch niet in een kring met handwerkende vrouwen durven te zitten…..
Toen hij terugkwam riep hij bij het naar buiten lopen dat hij maat 42 had.
Ja hoor, ja.

Ilse was aan het foefelen.
Dat woord kende ik niet, heb ik even opgezocht.
1. stiekem verbergen, iets ergens instoppen, moffelen
2. niet netjes werken, knoeien
3. bedriegen, foppen, wroeten.
Die Ilse.
Het bleek achteraf erg onschuldig. Ze had vierkantjes gebreid voor een troostdekentje, maar die waren niet allemaal gelijk van afmeting. Bij de kleinere vierkantjes haakte ze er een randje omheen, zodat ze allemaal even groot werden.

Op verzoek van Sijcolien scande ik een beschrijving die iemand mee had genomen voor het maken van een pannenlap in de vorm van een kip. Het komt uit het tijdschrift Landleven, nr. 1 van 2011.
Leuk voor Pasen straks.
Toen het patroon van hand tot hand ging waren er gelijk ook al weer op- en aanmerkingen.
“Zo’n pannenlap kun je beter dubbel haken, als een soort handschoen.”
Goed idee. Maar het hoeft natuurlijk niet. Kiek zölf maor eem.
Voor alle ‘heilige steeksters’ én alle lezers van deze website als PDF bij dit blog: de werkbeschrijving van de Kip-pannenlap.
Veel plezier!

Reageren

13 januari: Op maat.

Tijdens de kerstvakantie genoot ik van mijn vrije tijd tijdens ons weekje Casa Grada.
Breiwerk en borduurwerk mee, een tasje met haakspullen, een boek en wat tijdschriften.
Na vier dagen had ik vier glazen potjes die ik niet weggooide, maar waar ik een hoesje omheen haakte.
Dat had ik ooit geleerd bij Ina in haar B&B ‘de Beddestee’ in Ruinen: in augustus van vorig jaar blogde ik daarover onder de titel: ‘Gehaakte lampionnetjes á la Ina‘.

Dit waren de potjes:

en zo zijn ze geworden:
 
* Het potje van de doppers en wortels van Hak kreeg een jasje met drie sterren naast elkaar die precies naast elkaar pasten.
Daar moet je natuurlijk even wat voor uitproberen: de eerste keer moest ik het tot aan de bodem weer aftrekken, maar de tweede keer kwam het precies uit.
* Het potje van de mosterd-dille dipper is zeskantig; om de ronde bodem zeskantig te krijgen haakte ik de laatste bodemtoer van vasten, waar bij ik op 6 plaatsen een half stokje, een heel stokje en een half stokje haakte, zodat het een zeskant werd.  Daarna haakte ik op die zes punten 3 stokjes naast elkaar en voor de rest gaatjes: zo lopen de drie stokjes boven elkaar gelijk met de ‘ribben’ van het potje.
* Het potje van de Limburgse mosterd heeft de vorm van een klein kruikje: dat kreeg een netwerkje om zich heen van boogjes van 4 lossen dat bovenaan een beetje naar elkaar wordt toegetrokken met een toer van lossenboogjes van 3 lossen.
* Het potje rode bieten is kleiner dan dat van de doppers en wortels. Daar wilde ik iets omheen haken in de vorm van deze gehaakte lampion.
Ingewikkeld! Ik begon net als bij de anderen met het haken van een cirkeltje zo groot als de bodem van het potje en stopte toen met meerderen. Daarna haakte ik 1 toer stokjes en 1 toer vasten.
(ik had 36) Toen haakte 6 reepjes (11 toeren van 4 vasten) en toen het eruitzag zoals hiernaast pakte ik de reepjes gedraaid weer op en haakte ze zo aan elkaar met telkens 2 lossen ertussen. Toen nog een toer vasten, vervolgens een toer 2 halve stokjes met 1 losse ertussen (voor de gaatjes voor het koordje) en ik eindigde met een toer 3 vasten in ieder gaatje.
Toen vond ik het niet mooi: de ruimte tussen de gedraaide reepjes was veel te groot, je zag het waxinelichtje gewoon staan.
Ik nam tussen de reepjes steeds vier vasten op in een contrasterende kleur en haakte weer 6 reepjes van 11 toeren.
Die draaide ik ook weer een slag en zette ze met stiksteekjes vast tussen de eerste serie reepjes.
Snap je er niks van?
Snap ik.
Gewoon uitproberen.
Als je op de afbeeldingen klikt, komen we ze wat groter in beeld, dan zie je de stekenstructuur wat beter.
Het duurt eem maor dan he’j ok wat.

Heerlijk: een paar uren prutsen met stokjes, vasten en lossen, uithalen, tellen, opnieuw haken, weer tellen, toch even weer uithalen……dat is voor mij vakantie!

Reageren

19 december: Pannenlap Brunella.

Ons tweede agritourismo-onderkomen in Italië werd bestierd door Antonio en Brunella en ook in hun keuken hing een gehaakte onderzetter.
Maar waar ik bij de pannenlap Virgilio nieuwsgierig was naar welke steek was gebruikt, vroeg ik me bij het handwerkje van Brunella af hoe ze het überhaupt had gemaakt.
Welke steek was gebruikt was niet zo moeilijk; een beetje haakster haalt de stokjes, de lossen en de vasten er wel uit.
Maar Brunella had twee delen op elkaar gezet die niet gelijk waren, kijk maar eens naar de afbeeldingen links en rechts van deze tekst. De ene kant (met geel erbij) heeft 6 punten en de andere kant (licht en donker rose) heeft er 5.
Je ziet onder de gele rand de rose rand daaronder uitsteken.

Dat kon ik natuurlijk niet aanzien.
Gelukkig had ik een voorraadje haakgaren in verschillende kleuren mee (ik wilde setjes onderzetters haken om weg te geven), dus ik begon met de ‘pannenlap Brunella’.
Een korte beschrijving van hoe ik het deed:

– 5 lossen sluiten tot een ring
– In de ring 18 vasten haken.
– Op de 18 vasten van de vorige toer 6 groepjes van 3 stokjes haken met een losse er tussen.
Haak die stokjes in de bovenste lus van de vaste, dan krijg je een mooi randje in het midden.
– In de volgende toer het groepje van 3 stokjes uitbreiden naar 5, door in de buitenste stokjes 2 stokjes te haken
– In de volgende toeren op die manier doorgaan met meerderen tot je 6 groepjes van 19 stokjes hebt. Voordat je laatste toer sluit haak je 16 lossen voor het ophanghaakje, daarna sluit je de toer. Vervolgens haak je nog precies zo’n exemplaar, maar dan zonder lus.
De twee delen leg je met de gaatjes op elkaar en dan haak je ze aan elkaar met vasten in de buitenste lussen van de laatste toer. Daarbij haak je ook gewoon om de lus heen, zodat die mooi integreert met de twee delen.  Let op dat je de ‘verkeerde’ kanten tegen elkaar aan legt.
Iemand die niet haakt snapt niet wat ik hiermee bedoel, maar een ervaren haakster ziet zo of ze naar de voor- of de achterkant van een haakwerkje kijkt.

Twee exemplaren in contrasterende kleuren haakte ik voor Brunella en voordat we weggingen gaf ik ze als cadeautje aan haar. Ze vond het prachtig, reageerde erg enthousiast.
Ze riep een waterval van Italiaanse zinnen, maar dat verstond ik helaas niet.
Maar ik begreep wel wat ze bedoelde, want ze riep o.a. “E bello!”
Die boodschap komt wel over, daar hoef je geen Italiaans voor te spreken.

Reageren

24 oktober: Pannenlap Virgilio.

In ons eerste agritourismo- adres Cignan Bianco van Virgilio hing in de keuken een witte pannenlap.
Het was een wit-met-geel gehaakte pannenlap met een steek die ik zo niet thuis kon brengen.
Het was gehaakt met ribbels en ze waren goed uitrekbaar.
Het leek wel of de ribbels een beetje versprongen, maar dat was niet zo.
En net zoals met de pannenlappen twee jaar geleden in Duitsland (zie ‘Hoe dan?!?‘): ik heb net zolang zitten uitproberen hoe het moest tot ik de goede steek te pakken had.
En eigenlijk was het helemaal niet zo moeilijk!
Het trucje is dat je gewoon met vasten haakt, maar dat je met het insteken in de vorige toer alléén in de áchterste lus van de vorige vaste insteekt. Dan krijg je dus dat leuke reliëfpatroon!

Na de vakantie maakte twee pannenlappen voor mezelf, die ik later toch weer weggaf.
Maar ik had wel foto’s gemaakt, dus hoe het is geworden kan ik delen op dit blog.
Ik koos voor twee kleuren die mooi bij elkaar passen en wisselde die af.

Hieronder vind je de haakpatroonbeschrijving van de ‘pannenlap Virgilio’.

De ophanglus haak je er gelijk aan vast.

Begin met 12 lossen haken
en met 1 halve vaste de ring sluiten.
1 losse, vervolgens 18 vasten om de ring haken, de toer met 1 halve vaste in de 1e vaste sluiten, 1 losse om te keren.
Nu heb je de lus van de pannenlap.
Je haakt dus van boven naar beneden.

Langs de zijkant afwerken met één toer vasten.

1e Toer ( heengaande): 4 vasten, voor de hoek 3 vasten in 1 steek, 4 vasten, 1 losse om te keren
2e Toer (teruggaande): 5 vasten, in de middelste vaste haak je 3 vasten,5 vasten, 1 losse om te keren
3e Toer:  6 vasten, 3 vasten in de hoeksteek, 6 vasten, 1 losse om te keren.
Toer 4 en verder…. toer 3 steeds herhalen, waarbij je in elke toer aan elke kant 1 vast meer haakt.
Dus toer 4 begin je met 7 vasten, toer 5 haak je 8 vasten etc.
Je kunt deze pannenlappen zo lang maken als je zelf wil, maar als de zijkant 20 centimeter lang is heb je een mooie lengte.
Voor de finishing touch: haak één toer vasten om de hele pannenlap heen.

Reageren

15 augustus: Gehaakte lampionnetjes á la Ina.

In 2021 schreef ik een blog over de gehaakte lampionnetjes van Ina.
Wij waren toen te gast geweest in het B&B De Beddestee in Ruinen en gastvrouw Ina had overal in haar tuin van die lampionnetjes opgehangen.
“Heb je daar ook een patroon van?” vroeg ik aan haar.
“Nee. Ik doe eigenlijk maar wat. Eerst een cirkeltje haken en als dat zo groot is als de bodem van het glazen potje dan stop je met meerderen. Je haakt zo hoog als het potje moet worden.
Dan hecht je af, rijgt er een koordje door en trekt het strak. Vervolgens haak je er nog een ‘ophanglus’ aan.”
Leuk. Maar ‘ik doe eigenlijk maar wat’ is wel wat vaag, dus ik zocht op internet naar beschrijvingen voor het haken van zo’n lampionnetje.
Daarbij kwam ik op een soort verzamelpagina met links naar werkbeschrijvingen van het omhaken van potjes voor waxinelichtjes, lantaarntjes en windlichtjes.

Welgeteld één lampionnetje haakte ik in 2021; daarover schreef ik toen dit blog.
Daarna volgden er vele andere haakprojecten, maar eind juni had ik ineens geen haak-inspiratie meer en nog wel veel lege potjes en nog veel meer restjes garen. Van al die bovenstaande projecten natuurlijk.
Bovendien was het ‘lange-avonden-buitenzit-weer’, dus ik ging aan de haak met lampionnetjes.
Inmiddels haak ik net als Ina: ik doe maar wat.
Verschillende kleurtjes, verschillende diktes garen, verschillende potjes en vooral veel verschillende steken en patroontjes; ik probeer van alles uit.
Inmiddels is het een ratjetoe geworden en heb ik veel te veel, daarom geef ik zo hier en daar ook maar weer een lampionnetje weg.
Ondertussen werk ik mooi wat restjes haakgaren weg!

Reageren

Pagina 1 van 11

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén