Toen ik nog werkzaam was bij Lentis aan de Hereweg kwam ik Dientje wel eens tegen op de gang.
Dientje werkte als casemanager bij een andere afdeling én woont drie huizen van schoonzus Hennie af.
Je kwam haar al eens tegen in het blog ‘Wát een bijzondere combi‘ toen we op de schoonzusjesdag een bezoek brachten aan een tentoonstelling die door haar was georganiseerd.
Dientje ging in november met pensioen en toen we afscheid van elkaar namen had ik gevraagd of ik een keer bij haar langs mocht komen met Hennie.
Natuurlijk om bij te praten maar ook om de grondbeginselen van het kantklossen onder de knie te krijgen.
Begin dit jaar maakte ik de appgroep ‘Kantklossen’ met drie leden en we hadden best snel een datum.
1 april.
Geen grap.
Vorige week woensdagmiddag heette Dientje ons om 13.30 uur welkom en even later zaten Hennie en ik achter een heus kantkloskussen waar Dientje al een beginwerkje op had gemaakt.
Het zal je niet verbazen dat we niet gelijk aan het werk gingen: eerst maar eens horen hoe het de pensionado’s bevalt en hoe het is met iedereen.
Voordat we begonnen vertelde Dientje ons iets over het kantklossen.
Het is in de middeleeuwen ontstaan om linnen kleding, kraagjes of mouwen te versieren.
Vlaanderen en Venetië worden gezien als de bakermat van kant, maar de kunst van het kantklossen waaierde uit over heel Europa en veel grote steden hadden hun eigen soort/patroon kant.
Kloskant wordt met de hand met fijne draden tot een mooi motief geweven.
Je werkt met dun garen, gewonden op klosjes. Die zijn van hout, langwerpig en ongeveer 10 cm lang.
Dientje vertelde ons over de verschillende kussens waarop je kunt werken, over de patroontjes waar je speldjes in moet prikken, over de lopers, over de linnenslag en andere slagen.
Toen gingen wij eerst maar gewoon ‘aan de slag’; Hennie en ik hadden nog geen idee welke slagen wij maakten.
Het was belangrijk dat je in de gaten hield welke klosjes ‘de loper’ waren, maar ik zat al gauw wezenloos met die klosjes te haspelen en had al snel de boel in de war.
Oplossing: Dientje deed twee gele draadjes om de lopers en toen ging het goed.
We maken een klein werkje, dat je als het klaar is als bladwijzer kunt gebruiken.
Als het klaar is. Maar voor we het wisten was het 16.00 uur en was het werk nog lang niet af.
“Wat willen jullie nu? Wil je het mee naar huis nemen? Of komen jullie terug?”
Terugkomen had onze voorkeur.
We prikten een datum in mei en dan gaan we verder.
Erik Scherder zou trots op ons zijn.
Die vindt namelijk dat je als je ouder wordt nieuwe dingen moet doen om je hersenen in beweging te houden.
Hennie en ik hebben niet alleen talloze keren de klosje heen en weer bewogen, maar ook ons brein met iets nieuws aan het werk gezet.
Ik heb nu al zin in deel 2 van deze privé- workshop!


































