een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Handwerken Pagina 1 van 16

3 maart: Sokken breien – altijd garen over.

Als je wel eens sokken breit ken je het wel : bij het breien van sokken hou je altijd garen over.
Vooral van die mooie in elkaar overlopende garens; je hebt twee bollen nodig, maar je verbreit niet alles.
Nou brei ik niet zoveel sokken, dus mijn sokkenwolrestjes zijn op één hand te tellen, maar vorig jaar kreeg ik ineens een heeeeleboel van die restjes: de schoonmoeder van mijn boekenvriendin overleed en ik ‘erfde’ haar handwerkmand. Daarover schreef ik destijds al een blog onder de titel: ‘Van Griet’.

De helft van de handwerkspulletjes van Griet bestond uit bovenbeschreven sokkenwolresten.
“Daar hebben wij allemaal sokken van” vertelde mijn vriendin er bij.
Wat doe je er mee?
Op internet las ik ergens dat iemand er vierkantjes van breide voor een kussenovertrek.
Je kunt er ook een ‘sokkenwoldeken’ van breien, een voorbeeld daarvan vind je hier: sokkenwoldeken.
Begin dit jaar pakte ik een Griet-restje sokkenwol om een nieuwe steek uit te proberen: je begint met drie steken en in iedere heengaande toer brei je voor en na het midden een omslag.
Dan gaat je breiwerk als het ware ‘de hoek om’. *
Het proeflapje lukte prima; ik knoopte er nog een Griet-restje aan en bedacht tijdens het breien dat ik deze ‘lap met een punt’ wel kon gebruiken als voeten/benenwarmer als ik ’s avonds op de bank zit. De punt vouw ik dan om mijn voeten en de zijkanten vouw ik om mijn onderbenen.

Nu is het experiment klaar en zijn er een aantal restjes opgebreid.
De voeten/benenwarmer verdient geen schoonheidsprijs, maar ik hoef er ook niet mee de straat op.
Het leuke van het opbreien van die restjes is dat je steeds andere kleuren/andere patroontjes in je breiwerk krijgt.
Ander voordeel: ik kan die steek nu dromen.
Nog een voordeel: het breiwerk wordt steeds een beetje groter en met eindeloze pennen recht & averecht kun je ondertussen heerlijk naar een detective kijken.

Benieuwd hoe je begint aan zo’n ‘lap met een punt’?
– Zet drie steken op.
– Brei drie steken recht.
– Brei 1 steek recht, omslag, 1 steek recht, omslag, 1 steek recht.
– Brei 2 steken recht, 1 steek averecht, 2 steken recht.
– Brei 2 steken recht, omslag, 1 steek recht, omslag, 2 steken recht,
– Brei 3 steken recht, 1 steek averecht, 3 steken recht.
– Brei 3 steken recht, 1 omslag, 1 steek recht, 1 omslag, 3 steken recht.

Vanaf hier begin en eindig je iedere toer met 3 steken recht.
Zo ontstaat er aan de zijkant een ribbelrandje van 3 steken.
Wil je dit randje wat breder, dan hou je 4 of 5 steken aan.

– Brei 3 steken recht, 3 steken averecht, 3 steken recht.
– Brei 4 steken recht, 1 omslag, 1 steek recht, 1 omslag, 4 steken recht.
– Brei 3 steken recht, 5 steken averecht, 3 steken recht.
– Brei 5 steken recht, 1 omslag, 1 steek recht, 1 omslag, 5 steken recht
– Brei 3 steken recht 7 steken averecht, 3 steken recht.
Zo brei je door tot alle restjes op zijn 😉

In het midden van je breiwerk heb je 1 steek met aan weerskanten steeds een gaatje; omdat je om de twee pennen twee steken meerdert, gaat je breiwerk als het ware ‘de hoek om’.

Reageren

17 februari: Twee! En uiteindelijk drie.

Een stel van onze oude vriendengroep vanuit Hoogersmilde werd grootouders van een tweeling; wat bijzonder, twee kleine baby-jongetjes tegelijk.
Dat het een tweeling werd was geen verrassing, dus ik breide twee vestjes bij het prentenboek dat we gaven als kraamcadeau.
Dat vestje heb ik al in heel veel verschillende uitvoeringen gebreid; deze keer breide ik twee lichtgrijze exemplaren van zachte wol met een beetje acryl.
Ze lijken precies hetzelfde, maar ze zijn een beetje verschillend.
Als je goed kijkt op de detailfoto’s van de vestjes zie je dat op de knoopjes op het ene vestje hertjes staan, op het andere vosjes.
Ook de steken die ik heb gebruikt zijn iets anders: het ene vestje is gebreid met hele kleine blokjes ( twee recht, twee averecht, na twee pennen omwisselen). het andere met schuine strepen (twee recht, twee averecht, steeds eentje opschuiven).
Klik op de foto’s voor een vergroting, dan zie je het verschil beter.
Het breipatroon heb ik in 2014  al eens gedeeld op deze website onder de titel ‘Babyvestje overdwars gebreid’.  Je breit het overdwars; de steekjes staan dus niet rechtop maar liggen horizontaal.

Een derde vestje breide ik voor het dochtertje van een nichtje in Assen.
Zelfde patroon, maar weer andere knoopjes, deze keer met pastelkleurige koalabeertjes. Die knoopjes (ook die vosjes en hertjes) heb ik gekocht bij Sikkes in Groningen. Bij dit laatste vestje heb ik nog een andere variatie op bovenstaande steken gebruikt: blokjes van 3 recht bij 3 averecht.
Ook leuk……..

Reageren

3 februari: Geef mij je hand (2)

Begin december schreef ik over een hand die ik ging haken voor vriendin Sinet die in de zorg werkt; het blog droeg de titel Geef mij je hand.
Op oudejaarsdag legde ik de laatste hand en twee weken geleden bracht ik de hand naar Assen.
Gisteren kreeg ik een berichtje van Sinet; ze had een berichtje geschreven voor het intranet van de zorginstelling waar ze voor werkt.
Hierbij de tekst van haar hand:

Geef mij je hand

Een hand geven, momenteel even niet meer van deze tijd vanwege het coronavirus.
In de zorg is een hand heel betekenisvol: het geeft rust, stelt gerust, bemoedigd en helpt.
Wat een geweldige idee van Marijke Kruunenberg dat er handen gehaakt konden worden (kunnen natuurlijk niet alles vervangen).
Op het moment dat het in de publiciteit kwam, hadden wij op afd. Plataan (De Wijde Blik) een bewoonster die geregeld onrustig was.
Rustig werd ze van Andre Rieu en de muziek van Sarah, de robot.
Omdat ik zelf niet zo creatief ben heb ik vriendin Ada gevraagd om een hand voor ons te haken.
Het is haar gelukt en is super geworden (zie de foto).
De hand heeft zelfs haar blog gehaald.
Dat het een hele toer was vertelde ze toen ze hem kwam brengen.
Helaas heeft de bewuste bewoonster de hand niet meer mogen vasthouden, zij is inmiddels overleden.
De hand zal zeer zeker weer ingezet worden.
Bedankt Ada!  Janet Visscher

Dat het een hele toer was is zwak uitgedrukt.
Ik mag mezelf een ervaren handwerkster noemen, maar deze hand was het moeilijkste dat ik ooit gemaakt heb.
Alle vingers werden apart gehaakt en moesten met een speciale techniek een beetje ‘gekromd’ worden.
Bij dit haakwerkje kon ik geen televisie kijken; ik zat om de klip-klap op het patroon te loeren.
Hoeveel vasten in één vaste? Hoeveel vasten samen? Iedere toer was weer anders.
Geen handwerkje om even te ontspannen dus.
Maar ik heb wel die speciale ‘kromming-techniek’ geleerd! Die schijn je te gebruiken bij het haken van knuffels; wie weet wat ik nog eens ga doen.

Jammer dat die bewuste mevrouw al is overleden, de hand wordt nu eerst niet gebruikt.
Maar je kunt er nog wel van alles mee doen, hoor.
Je kunt de hand aan de ploeg slaan, in je eigen of andermans boezem steken, je kunt de hand op de knip houden, met de hand over het hart strijken, en …. deze hand kun je ook risicoloos ergens voor in het vuur steken.
Voor dit projectje heb ik mijn handen uit de mouwen gestoken en met de hand op mijn hart kan ik zeggen; “Graag gedaan!”.

Vorige week werd er een pakketje bezorgd.
Een bedankkaartje van een tehuis in Assen met een grote bos tulpen en een vaas.
Welk huis? Dat ligt toch voor de hand……

Reageren

13 januari: Aanvullingen bij sokken en onderzetters.

Soms krijg ik op deze website reacties.
Meestal zijn dat reacties op recente blogs, maar soms reageert iemand op een blog dat al jaren op de site staat.
Vandaag combineer ik een reactie met een kleine aanvullingen op twee blogs.

In het blog ‘Even afbrillen’ van 9 maart 2018 schreef ik over het breien van sokken op een rondbreinaald.
Op 6 januari j.l. reageerde ‘MT’ daarop met de opmerking dat je ook twee sokken tegelijk kunt breien op twee rondbreinaalden.
O?
Hoe dan?
Ik zag het nog niet voor me; ik mailde haar terug dat ik het niet helemaal begreep, toen stuurde ze me een aantal foto’s.
Eén daarvan zie je hier links, deze en de andere foto’s heb ik in één PDF gezet, hierbij een link: twee sokken tegelijk rondbreinaald
Ze schreef erbij: als je er bij zet dat je het van MT hebt mag je het gebruiken.
Bij deze!

De tweede aanvulling is niet naar aanleiding van een reactie, maar een opmerking van mezelf.
Op het blog ‘Van onderzetters naar rommelmarkt’ uit 2015 link ik naar de website Handwerkles’; daarop staat een leuk haakpatroon van een onderzetter.
Die onderzetters wilde ik weer gaan haken, maar ik vond ze eigenlijk wel wat groot, het waren meer kleine kleedjes dan onderzetters.
Het patroon heb ik een toer ingekort en iets aangepast, zodat het kleedje een onderzetter wordt.
– Haak 5 lossen en sluit deze met een halve vaste tot een ring.
– Toer 1: 1 losse. Daarna in de ring 16 vasten haken en sluiten met een halve vaste. (Elke toer wordt trouwens gesloten met een halve vaste).
– Toer 2: Haak 3 lossen (dat is nu en in de volgende toeren steeds het eerste stokje), 1 stokje in de volgende steek (hierbij steeds alleen door de achterste lus haken), 1 losse. Dan steeds 2 keer 1 stokje door de achterste lus, 1 losse. Je hebt nu 8 groepjes van 2 stokjes met één losse er tussen.
– Toer 3: Vanaf nu weer door beide lussen haken. 2 stokjes op het eerste stokje, 2 stokjes op het tweede stokje, 1 losse. Dit steeds herhalen; je hebt nu 8 groepjes van 4 stokjes met 1 losse er tussen.
– Toer 4: Haak 1  stokje op het eerste stokje, 2 stokjes op het tweede stokje,  1 losse,  2 stokjes op het derde stokje en 1 stokje op het vierde stokje, 1 losse. Dit steeds herhalen. Je hebt nu 8 groepjes van 6 stokjes met tussen het 3e en 4e stokje 1 losse én tussen de afzonderlijke groepjes ook 1 losse.
– Toer 5: Om het boogje van 1 losse  7 stokjes met 1 losse er tussen haken. Om het boogje van 1 losse 1 vaste haken. Voor en na de vaste geen losse haken. Dit steeds herhalen. Je hebt nu 8 waaiertjes van 7 stokjes met tussen ieder stokje 1 losse.
– Toer 6: Tussen alle stokjes 1 vaste haken met daar tussen een boogje van 3 lossen. Sla de ruimte voor en na de vaste tussen de bloemblaadjes over.

Op foto 1 zie je de onderzetter van de website ‘Handwerkles’ met daarnaast mijn eigen, kleinere versie.
Op foto 2 en 3 zie je wat ik er mee doe: ik haak zes onderzetters in drie verschillende kleuren. Daarna haak ik een koordje dat ik om de onderzetters strik: een persoonlijk afscheidscadeautje als een collega weggaat of als bedankje voor iemand die iets voor me heeft gedaan.
Rondom Pasen geef ik ‘Loensende-kippen-onderzetters‘ en in de decembermaand ‘Engeltjes-onderzetters’. 

Reageren

16 december: Niet naar de kapper……

We zitten in een kerst-lockdown ten gevolge van het coronavirus.
We hadden al kerstkalkoen, kerstboom en honderdduizend andere kerstvariaties van dingen, de kerstlockdown beleeft zijn primeur in 2020.
Ik ben maandag niet meer naar de winkel gegaan om nog snel kerstinkopen te doen; we kunnen gewoon naar de supermarkt en we doen het met wat we hebben.
En we hebben zat.

Ten opzichte van de lockdown in maart ben ik er een stuk laconieker onder.
We zijn al gewend aan het dragen van mondkapjes, we ontsmetten handen en winkelwagentjes en we zoenen en/of knuffelen niemand.
We zien onze kinderen in tweetallen (zolang dat nog mag) en prijzen ons gelukkig dat we in Nederland wonen en met z’n tweeën zijn.
Op 9 januari heb ik een afspraak staan bij de kapper.
“Daar zie ik wel een aap van fietsen” placht mijn vader in dit soort gevallen te zeggen.
Wij begrepen dan precies wat hij bedoelde, maar het is geen bestaand spreekwoord.
Ik heb het opgezocht, maar het is niet te vinden.
Mijn vader bedoelde: ik denk dat het uit de hand loopt of dat het niet door gaat.
Ik zie die aap nu ook fietsen; geen kapper op 9 januari.

“We komen er uit te zien als wilden” schreef Herman Sandman destijds in april in zijn column over onze haardracht in het dagblad, maar dat viel uiteindelijk erg mee.
En wordt het echt te lang, dan kan het altijd nog in een staartje.
Van Alie Drenth kreeg ik een leuke tip: om een eenvoudig haarelastiekje kun je een mooie scrunchie haken.
Er zullen lezers zijn die niet weten wat dat is: een scrunchie is een met stof beklede elastische haarband die wordt gebruikt om middellange tot lange haartypes vast te maken. Grote, uitgebreide stijlen en kleine, bescheiden vormen zijn verkrijgbaar in veel verschillende kleuren, stoffen en dessins.
Van Alie kreeg ik er zelfs één die ze zelf gemaakt had, mét het haakpatroontje erbij.
Daar maakte ik voor dit blog een PDF van: klik hier scrunchie haken  om het te downloaden.
Op de afbeeldingen zie je links de scrunchie die Alie voor mij heeft gehaakt, rechts de scrunchie om een melkbeker heen gespannen; dan kun je iets beter zien hoe het qua haken in elkaar zit.

Reageren

21 oktober: Wasknijpermandje.

‘Knippers’ noemde mijn moeder vroeger de wasknijpers.
Ze had dus ook een ‘knipperbakkie’; een bakje met een hengsel waar de wasknijpers in zaten. Van mijn moeder mocht ik de wasknijpers niet aan de waslijn laten zitten, wat in mijn ogen veel praktischer was: dan hoefde je ze immers niet steeds weer uit dat bakje te halen. De reden daarvan was dat wij destijds houten wasknijpers hadden; als die worden blootgesteld aan weer en wind worden ze groen/zwart en gaan ze afgeven.
Vieze afdrukken op je schone was.
Een gruwel in mijn moeders ogen.

Waarom vertel ik dit?
Net als mijn moeder had ik ook een emmertje waar mijn wasknijpers inzaten, want ik gebruik nog steeds houten wasknijpers omdat er al genoeg plastic in de wereld is.
Dat emmertje was ter ziele gegaan, maar ik wilde niet weer zo’n plastic ding, omdat er al genoeg plastic in de wereld is.
Op internet vond ik een mandje dat je kon haken; dat leek mij wel wat.
Hierbij een link naar die website .
Eerst maakte ik een klein mandje van een restje katoen.
Even uitproberen: welke steken worden gebruikt? Hoe groot wordt het dan?
Het kleine mandje was al snel klaar.
Ik kocht een bol donkergroen Canada-garen; 60% acryl en 40% wol.
Sterk garen dat tegen een stootje kan.
Je moest er mee haken op naald 6 of 7, maar ik haakte het mandje op naald 5, zodat je een stug en stevig weefsel krijgt.

Inmiddels is het klaar en zitten mijn wasknijpers er in.
Ook ik laat ze namelijk niet op de waslijn zitten.
Overigens: op mijn binnenwaslijn op de overloop laat ik ze wel gewoon zitten.
“Krigst d’r wel aal stof op” kon mijn moeder dan onderwijzend opmerken.
Ja.
Dat blaas ik er dan wel af.

Wat was er dan gebeurd met dat plastic emmertje?
Zie instagram.

Reageren

6 oktober: Holy Stitch!

In het Activiteitenseizoen 2020/2021 van onze Protestantse Gemeente organiseren Tineke, Ilse en ik  op de eerste maandag van de maand een handwerkmiddag in Op de Helte.
Dit stond er in de aankondiging:
Holy Stitch!
Oftewel Heilige steek, zo gaat onze nieuwe, maandelijkse bijeenkomst voor creatievelingen op handwerkgebied heten.
Haaksteken, breisteken, borduursteken of wat voor steken je ook maakt: je bent welkom. 

Gistermiddag was de eerste bijeenkomst.
We waren met 12 vrouwen; we zaten in de hal van de kerk verdeeld over drie tafels, zodat we de anderhalve meter ruimschoots in acht konden nemen.
Zo’n eerste keer is altijd wat onwennig. Sommigen kenden elkaar al, maar anderen nog niet, dus we begonnen met een rondje kennismaking.
Mooi om te zien dat tijdens de kennismaking iedereen al druk zat te prikken met een haak-, brei- of borduurwerkje.

Na het voorstelrondje deden we nog een rondje ‘wat-ben-je-aan-het-maken’?
12 vrouwen en 12 totaal verschillende projecten. Er kwam werkelijk van alles voorbij: van gebreide sjaals tot een gehaakte olifant en fijne borduurwerkjes.
Maar er waren ook minder ervaren deelneemsters.
“Ik heb al sinds de Lagere School niet meer gehandwerkt’ vertelde één van de dames.
Oei….. dat is dus al heel lang. Ze was begonnen met het haken van lossen. “Nu heb ik dus al een ketting gehaakt!”

De bedoeling van dit clubje is dat we elkaar inspireren en misschien af en toe wat helpen.
Eén deelneemster haakte een deken met 11 kleuren met lapjes van verschillende afmetingen; ervaren handwerksters hoef je niet uit te leggen dat je dan heeeeeel veel draadjes moet afhechten.
“Weet iemand ook een andere manier om die draadjes weg te werken? Ik heb er toch zo’n hekel aan!” Iemand suggereerde om het door iemand anders te laten doen (er zijn echt mensen die voor anderen lapjes afhechten en aan elkaar zetten!), maar een van de deelneemster wist wel hoe je losse draadjes kon ‘meehaken’. We kunnen alleen in deze coronatijd niet onbekommerd over elkaar heen hangen om steken voor te doen of te laten zien hoe je moet meerderen of minderen.
Maar gelukkig staat tegenwoordig ook (bijna) alles op internet; we kunnen elkaar wel linkjes sturen naar handige filmpjes en instructievideo’s.
Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.

Op de tafels had ik hier en daar wat handwerkboeken neergelegd, dus daar kon ook al wat informatie uit gehaald worden.
Wat voorop staat in deze ‘Holy Stitch’-bijeenkomsten is ontmoeting, eigenlijk net als het koffiedrinken op woensdagmorgen, maar dan met een handwerkje erbij.
Dan heb je sowieso al een gezamenlijk onderwerp en komen andere contacten ook tot stand.
Deze eerste ontmoeting durf ik ‘geslaagd’ te noemen.
Bij het verlaten van de zaal zei iedereen “Tot de volgende keer!”
Dan pakken we de draad weer op en haken aan bij waar we gisteren zijn gebleven en borduren daar op verder.
We breien er in ieder geval nog lang geen eind aan, dat is niet onze insteek, in ons geval in-stitch.

Reageren

18 september: Geborduurde onderzetters

In februari 2016 schreef ik een blog  over plexiglas onderzettertjes waar je een borduurwerkje in kon doen. Meer informatie hierover?
Lees dan ‘Tweelingonderzetters en sokkenwol uit Leek’. 
Na de liedboekomslag  wilde ik even wat kleins borduren.
In 2016 had ik een aantal van die plexiglasonderzettertjes gekocht, maar na ‘de tweeling in roodtinten’ had ik er even weer genoeg van. Eind mei zocht ik een restje borduurlinnen op en borduurde drie onderzetters naast elkaar. De eerste was een experiment; ik wilde geen vierkanten of driehoeken maar iets ronds borduren. Dat werd de grote rode bal die op een Pokeball leek.
De andere twee borduurde ik volgens beproefd recept: in het midden beginnen, naar buiten toe werken en verfijnen met zilverdraad. (klik op de foto voor een vergroting).

Eerlijk is eerlijk: die met de rode bal vind ik niet zo mooi.
Hij zit wel in een doorzichtig onderzettertje, maar hij past niet echt bij de anderen.
Die andere twee zijn ook een tweeling geworden: ‘de tweeling in rood en grijs’.
Daarvoor gebruikte ik hetzelfde patroon, maar de kleuren donkergrijs en rood wisselde ik om. Mooi effect geeft het.

Inmiddels ben ik met een nieuw borduurproject begonnen: een omslag waar alle benodigdheden voor een potje klaverjassen in kunnen, zoals daar zijn een scorebloc, een spel kaarten, een pen/potlood en de befaamde ‘Opa-Vrieswijk-Klaverjas-dobbelsteen’. Als de omslag klaar is leg ik op dat blog wel uit waar die dobbelsteen voor is, want bij klaverjassen heb je normaal gesproken geen dobbelsteen nodig.

Reageren

15 juli: Van Griet.

Twee keer hadden boekenvriendin Jeannette en ik  in coronatijd uitgebreid bijgepraat via skype, maar maandagavond kon ik weer als vanouds naar Woudsend.
Heerlijk.
We maakten een wandeling in de avondzon door het zomerdrukke stadje, zochten haar ouders even op die daar op de camping stonden en zaten de rest van de avond genoeglijk bij te praten in hun tuin.

Ze had iets voor mij klaargezet: een mandje met handwerkspullen.
Haar schoonmoeder is dit voorjaar overleden en nu waren ze met de familie bezig om haar huisje leeg te halen en om voor haar spullen een ander plekje te zoeken.
Dat ging net als bij mijn moeder destijds: erfstukken en bijzondere dingen werden verdeeld over kinderen en kleinkinderen,  boeken gingen naar de boekenmarkt en huisraad, waar iedereen toch al genoeg van heeft, brachten ze naar de kringloop.

Van één opruimronde bleef het handwerkmandje van Griet over.
Resten garen, breinaaldendoos, een doos knopen en wat haakboeken. “Kan wel weg” vond de familie “wij doen er niks meer mee.”
Jeannette had toen aan mij gedacht.
Als het toch wordt weggegooid kan ik het net zo goed aan Ada geven.

Verguld ben ik er mee; aan de ene kant met het idee dat ze aan me dacht, aan de andere kant met de spullen. Als je van handwerken houdt snap je dat.
In oude boeken zoeken naar een leuk patroontje of een moeilijke haaksteek, graaien in bolletjes garen, uitzoeken van oude breinaalden (sommigen helemaal krom van het vele gebruik of roestig van ouderdom) in een houten breinaaldendoos of speuren naar antieke knoopjes in een Douwe Egberts-blik vol verzamelde knopen.

Toen ze me het mandje gaf schoot ze even vol bij 4 nieuwe bollen sokkenwol.
“Daar zou ze voor ons nog sokken van breien…..” Dan zit de emotie niet in dat garen, maar in het idee dat ze nu nooit meer zal breien. Mede daarom is het zo bijzonder om dit mandje te krijgen.
Vanmiddag heb ik alles eens op mijn gemakje uitgezocht en bekeken.
De mand van Griet (“die stond altijd naast haar stoel in de kamer”) krijgt een mooi plaatsje in de handwerkkast op mijn kamer.
En steeds als ik knopen zoek, haar breinaaldendoos gebruik of in het mandje op zoek ga naar garen zal ik even aan haar denken.

Bedankt Griet.

Reageren

31 mei: ’s Zondags gaat zij naar de kerk, met…….

… een boek vol zilverwerk.
Nou, vol zilverwerk valt wel een beetje mee, maar mijn liedboek heeft sinds kort zilveren accenten. En heel anders dan het zilveren ‘beslag’ dat in het kinderliedje over Kortjakje wordt bezongen.

Een jaar heb ik gewerkt aan een omslag voor mijn liedboek.
Vorig jaar in juni knipte ik een stuk borduurstramien op maat en tekende met potlood de contouren van het liedboek op de stof. Bij Vanderveen in Assen had ik een mooie kleurencombi gezien, dus daar kocht ik een paar strengen DMC. In mijn ‘borduurdoos’ met oude patronen vond ik wat mooie voorbeelden en zo begon ik aan mijn volgende ‘even tot rust komen met een borduurwerkje’-project.

Voorkant

Een uur borduren met daarbij mooie muziek op de oortjes

Achterkant

brengt mij volledige ontspanning. Alles kan ik even loslaten tijdens het maken van mooie patronen met kruissteekjes.

Vandaag dus een blog met veel foto’s: het is precies geworden wat ik in gedachten had.
Vanuit de ruit en de ster van het papieren voorbeeld borduurde ik de vlakken helemaal vol.

Voorkant, rug, achterkant en aan de zijkant nog twee zijflappen om om te vouwen.
Er is geen vastomlijnd plan, al bordurend bedenk ik wat de volgende stap zal zijn.
Geen kant van het borduurwerk is hetzelfde, steeds worden de kleuren en de steken in de omliggende veldjes  afgewisseld.

Het past precies om het liedboek, het zit er als een jasje omheen.
Als finishing touch bracht ik kleine accenten aan met zilverdraad.
Het geeft een luxe, zelfs een beetje middeleeuws effect aan het borduurwerk.
Als (ooh…..  ALS) we weer naar de kerk mogen met elkaar zal ik mij een beetje als Kortjakje voelen,
Met een boek vol zilverwerk.
Lees zilveren kruissteekjes.

Reageren

Pagina 1 van 16

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén