een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Handwerken Pagina 1 van 25

19 augustus: Aan de slag (5) – Een speldenduwer en een Lazy Suzan.

De laatste keer dat ik schreef over kantklossen was in juni.
We zouden als kantklosclubje eind juni weer bij elkaar komen, maar toen was ik ziek en moest ik afzeggen.
“Ik stuur wel even een polletje voor een nieuwe datum” maar dat vergat ik.
Het duurde dus even, maar maandagmiddag de 17e augustus zaten we weer met z’n vieren om de tafel, deze keer bij ons.
De tafel is gelijk vol als iedereen een kantklos-kussen en een tas vol bijbehoren bij zich heeft. En dat allemaal op tafel uitstalt.

Dientje vond kennelijk dat we wel genoeg hadden geoefend met de linnenslag: tijd voor iets nieuws.
We kregen vorige week in de klos-app al een bericht van haar: ‘Het is zomaar weer de 17e; ik heb wat patronen opgezocht waar we mee verder kunnen gaan. Wat willen jullie?”
We kregen een afbeelding van twee kerstboompjes en een wit-met-rode roos.
Wij dachten dat die roos (die er heel ingewikkeld uitzag) wat te hoog gegrepen voor ons was, dus we kozen voor een kerstboompje.

Het werd een serieuze kantklos-les afgelopen maandag: Hennie en ik kregen allebei een mapje met het patroon van het boompje, een prik-tekening en een werkbeschrijving.
We moesten garen afmeten, klosjes opwinden, spelden op de goede plaats op het patroon prikken en de klosjes in paren om de spelden hangen.
1.5 meter per klosje voor het paar lopers.
Knip je 1.50 meter af, moest het 3 meter zijn, want 1 zo’n stuk garen zit om twee klosjes gewonden, om ieder uiteinde één.
Die 1.50 konden we vervolgens wel weer gebruiken, want we moesten ook 4 paar ‘staanders’ hebben met op elke klos 75 cm, is 150 cm garen voor een paar.

Een speldenduwer en een Lazy Suzan

Ondertussen deelde Dientje van alles uit.
“Ik heb een kantklos-erfenis gekregen” vertelde ze.
Een tante van haar, die ook kant-kloste, was overleden en zijn had alle spullen die bij die hobby hoorden mogen ophalen.
“Maar ik heb natuurlijk alles al” legde ze uit.
“Jullie krijgen van mij nu allebei zo’n ding…” dat was een speldenduwer waarmee je de spelden naar beneden duwt.
Verder had ze het over een lesiesoezen en gaf me een haaknaald 0.3.
Pas toen ik op internet opzocht hoe zo’n speldenduwer heet, zag ik dat Dientje met die haaknaald een Lazy Suzan bedoelde. Wordt gebruikt om een speld te geleiden of te corrigeren. 

In het huiswerkboekje dat we van Dientje kregen worden ook nog wat dingen uitgelegd.
Het lijkt alsof je alleen maar klosje over elkaar heen legt, maar je bent aan het draaien (rechts over links) en kruisen (links over rechts) .
Wij kennen dus inmiddels de eenvoudigste slag: de linnenslag, maandagmiddag leerden we de dubbele netslag.
Tenminste, het was de bedoeling dat we die leerden, maar toen de les al was afgelopen had ik de slag nog niet te pakken.
We besloten dat Hennie en ik met het lesmateriaal dat we van Dientje kregen gaan oefenen.
Oefening baart kunst, nietwaar?
En als ik het niet weet vraag ik Ilse.

Meer weten over deze blogserie? Er zijn al vier delen gepubliceerd: een overzicht vind je onderaan deel 1: Het begin 

Reageren

11 juli: Een krans & lampionnetjes.

In april 2025*  vertelde Aukje van Holy Stitch over een stro-krans die ze had omhaakt met blauwe bloemetjes.
Leuk idee. Ging ik ook doen.
Frea tikte voor mij op Marktplaats een strokrans op de kop en ik haakte mijn blauwe en witte haakgarenrestjes op met bloemetjes.
Maar je moet nogal wat bloemetjes hebben: toen ik mijn voorraadje op de krans had geprikt was hij nog niet half vol…..geen gezicht, dus ik legde hem weg.
Dit jaar had ik al weer heel wat restjes verzameld en ging ik weer verwoed aan het bloemetjes haken; nu kon ik driekwart van de krans vullen, maar ik vond het eigenlijk wel genoeg. De krans omwikkelde ik met wit kant wat ik nog had liggen en zette het hier en daar vast met een parelmoer-glas-knopspeld die ik ook had gebruikt voor het vastzetten van de bloemetje en hing de krans op met een mooie strik van wit satijn.
De krans hangt nu in de kapschuur op Waninge Plaza.

Vorige week ging ik op verjaardagsvisite bij Agniet samen met Joke.
We gaven haar een bloemenbon die ze bij de Jumbo kon inwisselen, maar ik nam ook twee omhaakte glazen potjes mee met een waxinelichtje erin.
“Nou, die passen prachtig bij de zomerbloemen-pot die op tafel staat” riep Agniet en inderdaad: wat een leuke match!
Dat bracht mij op het idee om bij onze wit-lila zomerbloemen-pot ook twee buitenlampionnetjes te haken.
Tadaah!

Vandaag op dit blog een beschrijving van hoe je zo’n potje omhaakt:

– 5 lossen, sluiten tot een ring.
Voor iedere toer geldt: toer met een halve vaste sluiten in de 1e steek van de vorige toer.
– toer 1: in de ring 8 boogjes van 3 lossen haken.
– toer 2: in ieder boogje 3 vasten haken.
– toer 3: met halve vasten naar het midden van het volgende boogje, 4 lossen, 1 vaste in het volgende boogje: dit 8 x doen. Je hebt nu 8 boogjes van 4 lossen.
– toer 4: met halve vasten naar het midden van het volgende boogje, 5 lossen, 1 vaste in het volgende boogje: dit 8 x doen. Je hebt nu 8 boogjes van 5 lossen.
– toer 5: 3 lossen 1 steek overslaan, 3 lossen, 1 steek overslaan, dit doen tot aan het einde van de toer. Je hebt dan 20 kleine boogjes van drie lossen.
– toer 6 en verder: 3 lossen, 1 vaste in het volgende boogje. Dit haak je toerloos; zo ontstaat er een uitrekbaar netwerk van 3-lossen-boogjes.
Voor de mosterdpotjes en de HAK-groentepotjes die ik gebruikte heb je ongeveer 12 toeren nodig. Als het haakwerkje hoog genoeg is (om het potje heentrekken) hecht je de draadjes af en begin je met de contrasterende kleur. Daarmee haak je 5 vasten om een boogje, sla je 1 boogje over, weer 5 vasten om het volgende boogje tot je weer aan het begin bent. Op deze manier trek je de bovenkant wat bij elkaar.
Onderaan dit blog vind je nog detail-afbeeldingen van de onderkant en de rand.
Tenslotte haak je in diezelfde kleur een koordje van 100 lossen. Draadjes afhechten en het koordje door de bovenste boogjes halen en strak strikken.
Zo heb je zomaar een leuk cadeautje voor een lome zomeravond bij kaarslicht!

* 17 april 2025 – Hulstblaadjes in april.

Reageren

3 juli: Marietje Tolner & voorbereidingen voor kerst.

Toen we in mei met een groepje van Holy Stitch in de Oranjerie in Zeijen waren viel mijn oog op een bijzonder borduurwerk.
Het lag in een mandje bij andere oude, geborduurde werkjes, maar hier zat een briefje aan.
Het werkje was kennelijk gemaakt door Marietje Tolner en op het briefje dat aan het werkje was gespeld stonden de borduursteken genoemd die Marietje had gebruikt.

Het was mooi geborduurd, met verschillende steken, maar het was vooral heel netjes geschreven!
Toen ik de namen van die steken allemaal las dacht ik: “Oh ja! Die heb ik vroeger ook geleerd op de lagere school.”
Bijna alle steekjes kende ik, behalve de ‘Ik-en-jij’-steek.
Eenmaal thuis zocht ik het op.
Die steek wordt gebruikt bij het netjes en onzichtbaar sluiten van naden.

Mijn oude borduurwerkjes van de Lagere school heb ik ook nog: die zijn verwerkt in een tas. (zie blog van 17 januari 2015)

Al die steken die Marietje laat zien heb ik dus ook  geleerd, maar ik maak zelf eigenlijk alleen maar gebruik van de kruissteek en af en toe de stiksteek. Voor de kerstkaarten die ik eind 2026 ga versturen ben ik dit voorjaar begonnen met het borduren van  5 kerst-motiefjes. Die borduur ik op rood stramien (gekregen, zat in een handwerkerfenis) met wit & groen en zilveren accenten.
Ik moet er ongeveer 50 hebben, dus ik ben inmiddels over de helft.
Als bonus bij dit blog krijg je van alle vijf motiefjes een aparte afbeelding, zodat je ze na kunt borduren.
Je hebt niet persé rood stramien nodig, je kunt de motiefjes ook borduren op wit stramien. Dan borduur je niet met wit maar met rood. Of zilver. Of je bedenkt zelf een leuke variant!

De geborduurde motiefjes knip ik in 2 gaatjes van de buitenste steekjes uit, het buitenste gaatje rafel ik uit en ik plak het met alleslijm op een rood, wit of groen kartonnetje.

Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.

 

Reageren

22 juni: Twee viskussens

Ik hoor je denken: ‘Wat is in ’s hemelsnaam een VIS-kussen?”
Dat is een goor kussen dat al 15 jaar in de berging van Casa Grada ligt en gebruikt wordt door de vissers die ons huis huren.
Twee viskussens waren er, een rode en een blauwe en Gerard wilde ze weggooien, want: te vies om aan te pakken.
Vind ik dan jammer.
“Als we ze nou eerst eens uitwassen” bedacht ik “dan zien we wel even hoe ze er uit komen.
Zo gezegd, zo gedaan: in de wasmachine, in de droger, kiekn wat ’t wordt.
Ze werden  schoon, maar ook vaal.

Weggooien kan altijd nog; ik vond het leuk om de kussens nog een tweede leven te geven.
In eerste instantie wilde ik nieuwe kussenhoezen haken met granny squares. Op internet vond ik een variant met een gekleurd hartje; een haakbeschrijving vind je onderaan dit blog.*
Toen ik 15 van die squares had gehaakt (ik moest er 25 voor één kant van de kussenhoes) was ik al flauw van het afhechten van al die draadjes met de verschillende kleurtjes: de andere kant van de hoes ging ik anders doen.
Daarvoor haakte ik vier chique vierkantjes** (waar ik ooit al een sprei van had gehaakt), Die zette ik aan elkaar en daaromheen haakte ik in de basiskleur 5 toeren om het vierkant heen.
Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.

Mooi geworden!
Ze liggen weer in de berging op de wasmachine, bovenop de stoelkussens die daar ook liggen voor algemeen gebruik.
De vissers zien denk ik geen verschil……

*Je begint in het rond:  -5 lossen, sluiten met een halve vaste
– de 1e toer = 12 stokjes met 1 losse er tussen (1e stokje maak je met 3 lossen). Toer sluiten met een halve vaste in het eerste stokje.
Je haakt de eerste twee toeren met contrasterende restjes en de volgende 3 toeren haak je in een basiskleur, rood in dit geval.
– de 2e toer = in iedere ruimte tussen de 12 stokjes 2 stokjes haken. Je hebt nu 12 groepjes van 2 stokjes.
– de 3e toer (in de basiskleur)  = in iedere ruimte tussen de 12 stokjes 3 stokjes haken. Je hebt nu 12 groepjes van 3 stokjes.
– de 4e toer: * 2 groepjes van 2 stokjes, dan een groepje met 2 stokjes-2 lossen-2 stokjes*, tussen de * nog 3x doen
– de 5e toer *3 groepjes van 3 stokjes, dan een groepje met 3 stokjes-3 lossen-3 stokjes*, tussen de * nog 3x doen
– de vierkantjes aan elkaar naaien; steek de naald hierbij door de achterste lusjes van de stokjes/lossen.

** De beschrijving van het chique vierkantje staat op een blog uit 2018; hierbij een link naar deel 1, daar vind je de haakbeschrijving. In 2019 schreef ik deel 2 over de afwerking.

 

Reageren

20 juni: Aan de slag (4) – Postpakketje & de spellewerkersknoop.

Toen we na onze Pinkstervakantie weer thuis kwamen lag er een postpakketje in de brievenbus.
Maar wij hadden niks besteld en waren dus heel benieuwd wat er in zou zitten.
Kantklos-klosjes!
Maar geen briefje of kaartje erbij, alleen een postcode.
Die zocht ik op: het was de code van Startenhuizen.
Daar ken ik maar één iemand: Pieky.
Oud-collega, gastblogger en kunstenaar Pieky Doornbos.
Stond in mijn tijdschrift; ze heeft een eigen website, hierbij een link

Ze staat bij mijn contacten in mijn telefoon, dus ik stuurde haar een app.
Het bleek dat haar moeder een kantklosser was. Ze heeft nog wat werkjes van moeder in huis hangen en ik kreeg er ook gelijk wat foto’s bij.
Maar ik kreeg dus de klosjes. “Weer een fijne verslaving er bij, Ada!” appte ze me later.
En of ik Dientje de groeten wilde doen; ook een oud-collega van Pieky. De wereld is maar klein…..

In deel 3 van deze blogserie schreef ik: “Nu ga ik proberen of ik zelf zo’n slangetje kan opzetten en maken. En dan wil ik de buitenkant groen en de binnenkant geel. Maar dan moet ik wel iemand in de buurt hebben die ik vragen kan stellen, dus Ilse en ik gaan een keer samen koffiedrinken en kantklossen.”
Op 9 juni rond koffietijd fietste ik naar haar toe en kon al mijn vragen kwijt.
Over hoe het zit met die lusjes om het garen vast te zetten.
“Kijk, ik zet altijd gewoon mijn vinger op het klosje en dan een lus en dan zo….”
O ja.
Verder dacht ik dat ik kon kantklossen met DMC borduurgaren; voor mijn gekleurde slangetje had ik dat gebruikt.
Maar nee, met DMC bedoelen ze speciaal DMC klosgaren dat je niet hoeft te splijten.
Dat wordt niet in strengen verkocht, maar in van die kleine bolletjes.
Weer wat geleerd.

Verder leerde ik van Ilse de spellewerkersknoop.
Dat is een knoop die gebruikt wordt als het garen op je klosje knapt of als je niet genoeg garen op je klosje hebt gewonden.
Die moest ik die morgen uitproberen, want ik had veel te weinig donkergroen op mijn klosje gewonden.
En het lukte!
Het was de bedoeling dat ik een mooi eindje zou opschieten met mijn groen/gele slangetje, maar het was te gezellig.
Henk kwam er ook nog even bij zitten met een kop koffie en het was maar zo twaalf uur . Zo ben ik er achter gekomen dat ik niet kan kantklossen en kleppen tegelijk. Met breien, haken en borduren lukt dat altijd prima, maar kantklossen vergt bij mij concentratie.

Inmiddels heb ik al aardig wat ‘kantklosmateriaal’ verzameld voor mijn nieuwe en (volgens Pieky) verslavende hobby.
Vorige week deed ik nog een diepte-investering bij de Wibra in Roden: 2 doosjes metalen spelden (à € 0,99) met kleine knopjes, want die glasknopspelden nemen te veel ruimte in op het onderliggende patroon.

Begin juli gaan we weer met z’n tweeën naar Hijken; wordt vervolgd dus.
Meer weten over deze blogserie? Er zijn al drie delen gepubliceerd: een overzicht vind je onderaan deel 1: Het begin 

Reageren

4 juni: Breien & haken.

“Ook in de winter heb ik graag een jurk aan, meestal met een legging eronder of zo, maar op de fiets is dat altijd zo koud.”
Aan het woord was Carlijn in de handwerkwinkel ‘Art&Hobby’ in Assen.
Ze kocht een bol gemeleerd garen (Wooladdicts /oranje-olijf-bruin-blauw) en vroeg mij of ik voor haar van dat garen beenwarmers wilde breien.
Maar natuurlijk.
Graag zelfs.

Hoe moet dat dan?
Eerst breide ik maar eens een proeflapje en gebruikte verschillende steken en verschillende naalden; toen wist ik hoeveel steken ik moest opzetten voor het aantal centimeters dat ik nodig had.

kabel geflankeerd door 2 av en 2 r

De beenwarmers breide ik net als sokken: met vier pennen en ik koos breinaalden nr. 4.
68 steken zette ik op en ik begon met de boordsteek: 1 recht – 1 averecht.
Daarna breide ik een aantal centimeters met de verschoven boordsteek: daarover schreef ik in 2017 al eens een blog. (klik hier, dan vind je een uitgebreide beschrijving).
Vervolgens breide ik een stukje met de gerstekorrel: hierbij een link naar een video op Handwerkles waar je kunt zien hoe je de gerstekorrel breit.

Voor het middenstuk koos ik voor een eenvoudige kabelsteek, geflankeerd door 2 averecht en 2 recht: om de vier pennen haal je in het kabelgedeelte de eerste twee steken over de volgende twee heen.
Daarna breide ik de bovenbeschreven steken in omgekeerde volgorde.
Deze beenwarmers zijn 46 cm lang en ze bedekken op Carlijns onderbeen haar enkel en reiken tot net onder de knie.
Ik heb steeds gebreid met hetzelfde aantal steken: bij de enkel zitten ze vrij los, om het stuk onder de knie zitten ze wat strakker, daardoor zakken ze niet af.

Wil je deze beenwarmers ook breien?
Je kunt eindeloos variëren met steken, kleuren en soorten garen.
Van het restant van het garen breide ik er nog een mutsje bij in de verschoven boordsteek.

Op haakgebied heb ik een grote klus eindelijk klaar: een nieuwe kussenhoes op de buitenstoel van Gerard.
Dat was een hele uitdaging, want die kussenhoes maakte ik met de techniek tunisch entre-lac haken.
Daarbij maakte ik gebruik van deze website.
Na een paar rijen blauw heb je de techniek wel onder de knie, maar het haakt niet heel ontspannen. Je moet er steeds op letten dat je los haakt, omdat je in de volgende rij weer verder haakt op de halve vasten van de vorige toer.
Het kussen doet inmiddels al weer een paar weken dienst: we kunnen immers soms weer buiten in het zonnetje zitten te koffiedrinken!

 

Reageren

3 mei: Ik kon het niet….

Weet je nog?
Carlijn had een tablethoes gemaakt van een merklap van Jansje*; onderaan het blog dat ik daarover schreef vertelde ik dat er nog twee prachtig geborduurde schilderijen met een historisch onderwerp (nog niet ingelijst) over waren van de erfenis van Jansje. Ik vroeg wie er belang bij had: “Komt er geen reactie, dan breng ik ze na de Holy Stitch van de maand maart naar de kringloop.”
Maar eind maart kon ik het niet, die dingen wegbrengen naar Het Goed.
Met Carlijn kwam ik aan het fantaseren.
“Als we er nou een strandtas van kunnen maken……bij NAIS maken we immers ook van die tassen van die waszakken. Kun je van die twee borduurwerken één tas maken? Of zelf een tas bedenken?”
Ik liet het maar even los en liet Carlijn broeden.

Twee weken geleden kreeg ik de vraag: “Wat voor voering zal ik er in doen? Zeegroen of zandgeel?”
Zeegroen vond ik de beste optie.
Vorige week kwamen er nog wat vragen.
Eén hengsel of twee?
Zijvakje? Binnenvak?
Moet de tas dicht kunnen? Gewone knoop, drukknoop, magneetknoop?

Zaterdagmorgen hoorde ik Gerard bellen met iemand terwijl ik nog boven was.
“Carlijn komt vanmiddag theedrinken!”
Oe, gezellig ja.
Kon ze gelijk het mutsje meenemen dat ik voor haar had gebreid.
Maar zij had een verrassing voor mij: de strandtas was klaar!
En kijk nou hoe mooi!!!!!

De tas is helemaal gevoerd en de borduurwerken ‘versieren’ als het ware de buitenkant.
De onderkant van de tas is breder dan de bovenkant; aan de zijkant loopt het taps toe.
Op afbeelding rechts ligt de tas op het aanrecht, daar kun je dat goed zien.
De bodem is verstevigd zodat de tas goed blijft staan.
En er kan heel veel in!
Om de tas uit te proberen deed ik er 3 badhanddoeken, een zwempak, een zwembroek, een tijdschrift, een laptop en een portemonnee in; meer heb je immers niet nodig op het strand.
Op de afbeelding hiernaast zie je hoe dat er uit ziet.
In de twee zijvakken zie je het tijdschrift en de laptop en in het kleine zijvakje (met ritsje) zit de portemonnee en daar kan de telefoon ook nog bij in. De bovenkant van de tas gaat dicht met een magneetknoop.

De ‘Romeinse’ kant is de voorkant; dat was een ‘horizontaal’ borduurwerk.
Het groen van rondom het hoofd komt mooi terug in het zeegroen van de tas.
Het ‘Griekse’ borduurwerk was verticaal; dat vormt de achterkant van de tas, maar als je dat goed wilt bekijken moet je de tas op zijn kant zetten.
Nu ben ik natuurlijk apetrots op zo’n unieke strandtas die niemand heeft!
En ja: het is borduurwerk, gemaakt om in te lijsten en aan de muur te hangen en niet om te ‘dragen’. We zullen moeten afwachten hoe het werk zich houdt als ik de tas ga gebruiken.
Dit blog sluit ik af met een detail-foto van de rand; zo mooi.
Als je klikt op de foto’s, dan komen ze groter in beeld.

* 3 maart 2026: Merklap wordt tablethoes Daar vind je ook de foto’s van de Romeinse en Griekse borduurwerken.

Reageren

29 april: Aan de slag (2) – Bijles.

In april schreef ik dat ik met schoonzus Hennie mijn eerste schreden op het kantklospad heb gezet bij Dientje in Hijken in het eerste deel van de blogserie ‘Aan de slag‘
Die slag had ik na die middag nog niet helemaal te pakken, dus we spraken een tweede bijeenkomst af die we planden in mei.
Dan zou ook Ilse mee (alt van de Cantorij Roden), want die kantklost al jaren, maar die had wat specifieke vragen voor Dientje en vond een middag gezellig met z’n vieren kantklossen een goed idee.
“Kan ik dan niet van te voren een middag bij jou langskomen om nog eens de beginselen van het kantklossen doornemen?” vroeg ik aan haar.
Die beginselen waren de vorige keer namelijk best wel lastig en ik wilde graag nog wat oefenen. Want oefening baart kunst.
En zo zat ik woensdagmiddag bij Ilse aan de thee met weer zo’n beginnerswerkje dat zij voor mij had opgezet.
Deze keer zaten er geen gele draadjes om de lopers, maar waren de loper-klosjes anders (smaller en langwerpigere) dan de andere klosjes.
Heel handig.

Ook nu duurde het weer even voor ik de slag te pakken had, maar na een tijdje lukte het.
De vorige keer bij Dientje zaten de oogjes van het slangetje dat we maken er al in, maar gistermiddag leerde Ilse mij hoe dat moest.
Daarvoor moest je een piepklein kraaltje op een haaknaald 0.60 doen en zo de draad er door halen.
Ondertussen realiseerde ik me dat dit dus het allerleukste is van met pensioen zijn, dat je tijd kunt vrijmaken voor het aanleren van nieuwe technieken.
“Als je het onder de knie hebt ga je als je aan het werk bent ‘kantklos-geluiden’ produceren” vertelde Ilse.
Ze bedoelde tegen elkaar klikkende en schuivende klosjes.
Dan moet ik gelijk aan de Dik-voor-mekaar-show’ van André van Duin denken.
Als hij tijdens zijn radioshow (waarin altijd alles mislukte) de suggestie wilde wekken dat hij bijvoorbeeld in een bos was, dan riep hij “De Groot! Bosgeluiden!”
Ik hoorde in mijn hoofd Van Duin al schreeuwen: “De Groot! Kantklosgeluiden!” en dat zei ik hardop.
Gelukkig kent Ilse mij al een beetje…..

Die kantklosgeluiden hebben we die middag trouwens nog niet gehoord, want ik moet nog heel erg nadenken hoe ik de klosjes over elkaar heen moet bewegen.
“Wil je dit mee naar huis?” was de vraag aan het einde van de middag.
Nou, wel graag, ik wil ook thuis graag ‘aan de slag’.
Ik kreeg het mee in een enorme tas (want het hele kussen moest er in) en nu ligt het dus bij mij op de keukentafel.
Kan ik rustig oefenen.
De eerste avond ging er gelijk al iets verkeerd, maar wat ik toen leerde was het ’terug-klossen’.
Daardoor heb ik nu wat meer inzicht in wat ik aan het doen ben: ik leer hoe de draadjes lopen en wat er gebeurt als je bijvoorbeeld de lopers om elkaar heen draait.
Maar Aaltje moet nog heel veel oefenen; nog geen kantklosgeluiden gehoord.

Reageren

8 april: Aan de slag! (1) – Het begin

Toen ik nog werkzaam was bij Lentis aan de Hereweg kwam ik Dientje wel eens tegen op de gang.
Dientje werkte als casemanager bij een andere afdeling én woont drie huizen van schoonzus Hennie af.
Je kwam haar al eens tegen in het blog ‘Wát een bijzondere combi‘ toen we op de schoonzusjesdag een bezoek brachten aan een tentoonstelling die door haar was georganiseerd.
Dientje ging in november met pensioen en toen we afscheid van elkaar namen had ik gevraagd of ik een keer bij haar langs mocht komen met Hennie.
Natuurlijk om bij te praten maar ook om de grondbeginselen van het kantklossen onder de knie te krijgen.

Begin dit jaar maakte ik de appgroep ‘Kantklossen’ met drie leden en we hadden best snel een datum.
1 april.
Geen grap.
Vorige week woensdagmiddag heette Dientje ons om 13.30 uur welkom en even later zaten Hennie en ik achter een heus kantkloskussen waar Dientje al een beginwerkje op had gemaakt.
Het zal je niet verbazen dat we niet gelijk aan het werk gingen: eerst maar eens horen hoe het de pensionado’s bevalt en hoe het is met iedereen.
Voordat we begonnen vertelde Dientje ons iets over het kantklossen.
Het is in de middeleeuwen ontstaan om linnen kleding, kraagjes of mouwen te versieren.
Vlaanderen en Venetië worden gezien als de bakermat van kant, maar de kunst van het kantklossen waaierde uit over heel Europa en veel grote steden hadden hun eigen soort/patroon kant.
Kloskant wordt met de hand met fijne draden tot een mooi motief geweven.
Je werkt met dun garen, gewonden op klosjes. Die zijn van hout, langwerpig en ongeveer 10 cm lang.

Dientje vertelde ons over de verschillende kussens waarop je kunt werken, over de patroontjes waar je speldjes in moet prikken, over de lopers, over de linnenslag en andere slagen.
Toen gingen wij eerst maar gewoon ‘aan de slag’; Hennie en ik hadden nog geen idee welke slagen wij maakten.
Het was belangrijk dat je in de gaten hield welke klosjes ‘de loper’ waren, maar ik zat al gauw wezenloos met die klosjes te haspelen en had al snel de boel in de war.
Oplossing: Dientje deed twee gele draadjes om de lopers en toen ging het goed.
We maken een klein werkje, dat je als het klaar is als bladwijzer kunt gebruiken.

Als het klaar is. Maar voor we het wisten was het 16.00 uur en was het werk nog lang niet af.
“Wat willen jullie nu? Wil je het mee naar huis nemen? Of komen jullie terug?”
Terugkomen had onze voorkeur.
We prikten een datum in mei en dan gaan we verder.

Erik Scherder zou trots op ons zijn.
Die vindt namelijk dat je als je ouder wordt nieuwe dingen moet doen om je hersenen in beweging te houden.
Hennie en ik hebben niet alleen talloze keren de klosje heen en weer bewogen, maar ook ons brein met iets nieuws aan het werk gezet.
Ik heb nu al zin in deel 2 van deze privé- workshop!

Een overzicht van alle delen in deze serie:
8 april 2026 – Het begin
29 april 2026 – Bijles
15 mei 2026 – Iets af!
19 juni 2026 – Postpakketje & de spellewerkersknoop.
19 augustus 2026 – Een speldenduwer en een Lazy Suzan

Reageren

31 maart: En tenslotte…. het vierde zakje.

Wat zat er nou in het vierde zakje van het handwerkpakket/afscheidscadeau van Lentis?
In het blog over de moeilijke sokken uit het derde zakje schreef ik op 10 maart: ‘…. maar ik vond het garen dat daarin zat echt niet mooi.
Hoe het afliep….? Wordt vervolgd.’
Er zaten twee bollen goudkleurig garen in het zakje; het heette ‘dark gold’.
Daarvan ging je een sjaal breien met weer een moeilijk patroon.
Daarbij zat een strengetje lichtblauw borduurgaren, daarmee moest je sterretjes borduren op de sjaal als die af was.

De kleur van het garen vond ik niet mooi en ik had helemaal geen zin meer in nog een moeilijk patroon.
Wat te doen?
Ik stuurde een app naar teamleider Sylvia, want die had in december voor zichzelf én haar vriendin ook zo’n zelfde pakket gekocht.
“Het garen in het vierde zakje vind ik echt niet mooi. Kan ik jou daar een plezier mee doen? Dan heb je vier bollen!”
Sylvia vond het een prima idee en zij kreeg mijn twee ‘donker gouden’ bollen, van haar kreeg ik een zakje met garen dat zij nog had liggen en waar ze niks meer mee deed.
Er was één bol gemeleerd garen bij waarvan ik een driehoekige sjaal heb gebreid; niet met een lastig patroon, maar zo simpel mogelijk, namelijk alleen maar naalden recht. Aan het einde van iedere tweede toer breide ik een gaatje en daarna meerderde ik 1 steek.
Het was een bol van 1oo gram, dus ik woog 50 gram af, daarvan breide ik de helft waarin ik steeds meerderde, van de andere 50 gram breide ik de andere helft waarbij ik na het gaatje aan het eind van iedere tweede toer 1 steek minderde.
Toen was de sjaal eigenlijk net niet groot genoeg, daarom kocht ik een bolletje fel rood-oranje garen (die kleur zat ook in de sjaal) en haakte daarmee een randje met waaiers van stokjes.


Van Sinterklaas (lees Frea) had ik een haakpakket gekregen met twee bollen verlopend garen en een bijbehorend patroon van Hobbii.
Dezelfde firma als het Lentis-Adventskalender-project; ‘Hobbii’ is voor mij inmiddels een synoniem voor ‘moeilijk’, maar het viel heel erg mee!
Het patroon verspringt om de vier toeren en als je het kunstje eenmaal kent kun je zonder patroon/beschrijving verder haken.
Het gaat om de Virus sjaal Sultan Deluxe: hierbij een een link naar het gratis patroon op de website van Hobbii. 
 
En nu is het wel klaar met moeilijke handwerkdingen buiten mijn comfortzone.
Het was een geweldig afscheidscadeau van Lentis, ik heb er veel van geleerd, maar nu wil ik weer even breien en/of haken zonder tellen, afvinken, nadenken, uithalen en irritatie om drie bollen garen die in elkaar gedraaid zijn.
Nu even weer iets simpels: beenwarmers voor Carlijn.
Wordt (wederom) vervolgd!

Benieuwd naar de vorige drie zakjes?
Zakje 1 Moeilijke wanten. – Ver buiten mijn comfortzone
Zakje 2 Moeilijke muts – ‘Het stomste….??!‘
Zakje 3 Moeilijke sokken – Niet meer over de hiel heen

Reageren

Pagina 1 van 25

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén