De laatste keer dat ik schreef over kantklossen was in juni.
We zouden als kantklosclubje eind juni weer bij elkaar komen, maar toen was ik ziek en moest ik afzeggen.
“Ik stuur wel even een polletje voor een nieuwe datum” maar dat vergat ik.
Het duurde dus even, maar maandagmiddag de 17e augustus zaten we weer met z’n vieren om de tafel, deze keer bij ons.
De tafel is gelijk vol als iedereen een kantklos-kussen en een tas vol bijbehoren bij zich heeft. En dat allemaal op tafel uitstalt.
Dientje vond kennelijk dat we wel genoeg hadden geoefend met de linnenslag: tijd voor iets nieuws.
We kregen vorige week in de klos-app al een bericht van haar: ‘Het is zomaar weer de 17e; ik heb wat patronen opgezocht waar we mee verder kunnen gaan. Wat willen jullie?”
We kregen een afbeelding van twee kerstboompjes en een wit-met-rode roos.
Wij dachten dat die roos (die er heel ingewikkeld uitzag) wat te hoog gegrepen voor ons was, dus we kozen voor een kerstboompje.
Het werd een serieuze kantklos-les afgelopen maandag: Hennie en ik kregen allebei een mapje met het patroon van het boompje, een prik-tekening en een werkbeschrijving.
We moesten garen afmeten, klosjes opwinden, spelden op de goede plaats op het patroon prikken en de klosjes in paren om de spelden hangen.
1.5 meter per klosje voor het paar lopers.
Knip je 1.50 meter af, moest het 3 meter zijn, want 1 zo’n stuk garen zit om twee klosjes gewonden, om ieder uiteinde één.
Die 1.50 konden we vervolgens wel weer gebruiken, want we moesten ook 4 paar ‘staanders’ hebben met op elke klos 75 cm, is 150 cm garen voor een paar.
Ondertussen deelde Dientje van alles uit.
“Ik heb een kantklos-erfenis gekregen” vertelde ze.
Een tante van haar, die ook kant-kloste, was overleden en zijn had alle spullen die bij die hobby hoorden mogen ophalen.
“Maar ik heb natuurlijk alles al” legde ze uit.
“Jullie krijgen van mij nu allebei zo’n ding…” dat was een speldenduwer waarmee je de spelden naar beneden duwt.
Verder had ze het over een lesiesoezen en gaf me een haaknaald 0.3.
Pas toen ik op internet opzocht hoe zo’n speldenduwer heet, zag ik dat Dientje met die haaknaald een Lazy Suzan bedoelde. Wordt gebruikt om een speld te geleiden of te corrigeren.
In het huiswerkboekje dat we van Dientje kregen worden ook nog wat dingen uitgelegd.
Het lijkt alsof je alleen maar klosje over elkaar heen legt, maar je bent aan het draaien (rechts over links) en kruisen (links over rechts) .
Wij kennen dus inmiddels de eenvoudigste slag: de linnenslag, maandagmiddag leerden we de dubbele netslag.
Tenminste, het was de bedoeling dat we die leerden, maar toen de les al was afgelopen had ik de slag nog niet te pakken.
We besloten dat Hennie en ik met het lesmateriaal dat we van Dientje kregen gaan oefenen.
Oefening baart kunst, nietwaar?
En als ik het niet weet vraag ik Ilse.
Meer weten over deze blogserie? Er zijn al vier delen gepubliceerd: een overzicht vind je onderaan deel 1: Het begin








































