een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Handwerken Pagina 1 van 24

8 april: Aan de slag! (1)

Toen ik nog werkzaam was bij Lentis aan de Hereweg kwam ik Dientje wel eens tegen op de gang.
Dientje werkte als casemanager bij een andere afdeling én woont drie huizen van schoonzus Hennie af.
Je kwam haar al eens tegen in het blog ‘Wát een bijzondere combi‘ toen we op de schoonzusjesdag een bezoek brachten aan een tentoonstelling die door haar was georganiseerd.
Dientje ging in november met pensioen en toen we afscheid van elkaar namen had ik gevraagd of ik een keer bij haar langs mocht komen met Hennie.
Natuurlijk om bij te praten maar ook om de grondbeginselen van het kantklossen onder de knie te krijgen.

Begin dit jaar maakte ik de appgroep ‘Kantklossen’ met drie leden en we hadden best snel een datum.
1 april.
Geen grap.
Vorige week woensdagmiddag heette Dientje ons om 13.30 uur welkom en even later zaten Hennie en ik achter een heus kantkloskussen waar Dientje al een beginwerkje op had gemaakt.
Het zal je niet verbazen dat we niet gelijk aan het werk gingen: eerst maar eens horen hoe het de pensionado’s bevalt en hoe het is met iedereen.
Voordat we begonnen vertelde Dientje ons iets over het kantklossen.
Het is in de middeleeuwen ontstaan om linnen kleding, kraagjes of mouwen te versieren.
Vlaanderen en Venetië worden gezien als de bakermat van kant, maar de kunst van het kantklossen waaierde uit over heel Europa en veel grote steden hadden hun eigen soort/patroon kant.
Kloskant wordt met de hand met fijne draden tot een mooi motief geweven.
Je werkt met dun garen, gewonden op klosjes. Die zijn van hout, langwerpig en ongeveer 10 cm lang.

Dientje vertelde ons over de verschillende kussens waarop je kunt werken, over de patroontjes waar je speldjes in moet prikken, over de lopers, over de linnenslag en andere slagen.
Toen gingen wij eerst maar gewoon ‘aan de slag’; Hennie en ik hadden nog geen idee welke slagen wij maakten.
Het was belangrijk dat je in de gaten hield welke klosjes ‘de loper’ waren, maar ik zat al gauw wezenloos met die klosjes te haspelen en had al snel de boel in de war.
Oplossing: Dientje deed twee gele draadjes om de lopers en toen ging het goed.
We maken een klein werkje, dat je als het klaar is als bladwijzer kunt gebruiken.

Als het klaar is. Maar voor we het wisten was het 16.00 uur en was het werk nog lang niet af.
“Wat willen jullie nu? Wil je het mee naar huis nemen? Of komen jullie terug?”
Terugkomen had onze voorkeur.
We prikten een datum in mei en dan gaan we verder.

Erik Scherder zou trots op ons zijn.
Die vindt namelijk dat je als je ouder wordt nieuwe dingen moet doen om je hersenen in beweging te houden.
Hennie en ik hebben niet alleen talloze keren de klosje heen en weer bewogen, maar ook ons brein met iets nieuws aan het werk gezet.
Ik heb nu al zin in deel 2 van deze privé- workshop!

Reageren

31 maart: En tenslotte…. het vierde zakje.

Wat zat er nou in het vierde zakje van het handwerkpakket/afscheidscadeau van Lentis?
In het blog over de moeilijke sokken uit het derde zakje schreef ik op 10 maart: ‘…. maar ik vond het garen dat daarin zat echt niet mooi.
Hoe het afliep….? Wordt vervolgd.’
Er zaten twee bollen goudkleurig garen in het zakje; het heette ‘dark gold’.
Daarvan ging je een sjaal breien met weer een moeilijk patroon.
Daarbij zat een strengetje lichtblauw borduurgaren, daarmee moest je sterretjes borduren op de sjaal als die af was.

De kleur van het garen vond ik niet mooi en ik had helemaal geen zin meer in nog een moeilijk patroon.
Wat te doen?
Ik stuurde een app naar teamleider Sylvia, want die had in december voor zichzelf én haar vriendin ook zo’n zelfde pakket gekocht.
“Het garen in het vierde zakje vind ik echt niet mooi. Kan ik jou daar een plezier mee doen? Dan heb je vier bollen!”
Sylvia vond het een prima idee en zij kreeg mijn twee ‘donker gouden’ bollen, van haar kreeg ik een zakje met garen dat zij nog had liggen en waar ze niks meer mee deed.
Er was één bol gemeleerd garen bij waarvan ik een driehoekige sjaal heb gebreid; niet met een lastig patroon, maar zo simpel mogelijk, namelijk alleen maar naalden recht. Aan het einde van iedere tweede toer breide ik een gaatje en daarna meerderde ik 1 steek.
Het was een bol van 1oo gram, dus ik woog 50 gram af, daarvan breide ik de helft waarin ik steeds meerderde, van de andere 50 gram breide ik de andere helft waarbij ik na het gaatje aan het eind van iedere tweede toer 1 steek minderde.
Toen was de sjaal eigenlijk net niet groot genoeg, daarom kocht ik een bolletje fel rood-oranje garen (die kleur zat ook in de sjaal) en haakte daarmee een randje met waaiers van stokjes.


Van Sinterklaas (lees Frea) had ik een haakpakket gekregen met twee bollen verlopend garen en een bijbehorend patroon van Hobbii.
Dezelfde firma als het Lentis-Adventskalender-project; ‘Hobbii’ is voor mij inmiddels een synoniem voor ‘moeilijk’, maar het viel heel erg mee!
Het patroon verspringt om de vier toeren en als je het kunstje eenmaal kent kun je zonder patroon/beschrijving verder haken.
Het gaat om de Virus sjaal Sultan Deluxe: hierbij een een link naar het gratis patroon op de website van Hobbii. 
 
En nu is het wel klaar met moeilijke handwerkdingen buiten mijn comfortzone.
Het was een geweldig afscheidscadeau van Lentis, ik heb er veel van geleerd, maar nu wil ik weer even breien en/of haken zonder tellen, afvinken, nadenken, uithalen en irritatie om drie bollen garen die in elkaar gedraaid zijn.
Nu even weer iets simpels: beenwarmers voor Carlijn.
Wordt (wederom) vervolgd!

Benieuwd naar de vorige drie zakjes?
Zakje 1 Moeilijke wanten. – Ver buiten mijn comfortzone
Zakje 2 Moeilijke muts – ‘Het stomste….??!
Zakje 3 Moeilijke sokken – Niet meer over de hiel heen

Reageren

19 maart: Een gehaakt, paa(r)s ei.

Dinsdagmorgen belde ons iemand op ons vaste nummer.
Dat gebeurt niet vaak meer…..iedereen belt tegenwoordig mobiel!
“Hoi, met Tiny”.
Tiny ken ik van de kerk en ik ken haar ook als een verwoed handwerkster; vooral borduren deed ze veel.
Over een borduurwerk van haar schreef ik ooit dit blog: een zwart-wit borduurwerk met bijbelse taferelen.
Tiny vertelde: “Ik ben aan het opruimen en heb nogal wat borduurboeken. Wil jij die meenemen naar Holy Stitch?”
Dat kwam goed uit, want dinsdagmiddag kwamen we weer met ‘de steeksters’ bij elkaar.
“Ik kom ze voor half 2 nog bij je ophalen” spraken we af.

Toen we dinsdagmiddag in de kring zaten gingen de boeken van Tiny van hand tot hand.
Er waren nog boekjes  bij die van Diny de Vink waren geweest.
Tiny vertelde daar eerder op de dag over: “Jij schrijft dat je op de lagere school les had gehad van Diny. Ik zat als volwassene bij haar op een handwerkclubje, maar ze behandelde ons ook alsof we leerlingen waren; jouw teksten over haar komen me zo bekend voor!”
Instemmend geknik van de andere dames toen ik Tiny’s ontboezeming vertelde bij het bekijken van de boekjes….
Maar eerlijk is eerlijk: we leerden wel veel van Diny!

Er ging een schaaltje met met paas-chocola rond (lees kuikens, eendjes en haasjes) en een mandje met eieren, meegebracht door Zwanny.
Die vertelde over haar persoonlijke veertig-dagen-project: ze hing iedere dag een versierd ei in de paastak en ze had bedacht dat ze iedere dag een andere vorm van versiering zou toepassen.
Haken, breien, borduren, met papier, van alles had ze al en ze vroeg ons om nog meer ideeën.
In het mandje zaten eieren die ‘omhaakt’ waren met vasten; ik koos een paarse, die hangt inmiddels in een bloeiende fruitboomtak bij ons in de kamer.
Ook zo’n ei haken? Hierbij een link naar de website Breiclub met meer informatie.

We hadden het nog even over wat we nog meer samen zouden kunnen doen met Holy Stitch.
Verschillende ideeën passeerden de revue o.a. naar de Cazemierboerderij, een handwerkbeurs of een workshop met een handwerktechniek.
Of naar de Oranjerie in Zeijen, daar is tot en met 4 april de tentoonstelling ‘Kunst op schaal te zien.
Dat is misschien wel wat kort dag, maar na de kunstige eierschalen kun je er terecht voor het evenement ‘Maandag Wasdag’
We gaan kijken of we daar met de groep naar toe kunnen op de derde dinsdag in één van de zomermaanden, dan komen we niet in Op de Helte bij elkaar.
Kathy maakte mij na afloop nog attent op een bijzondere workshop die wordt gegeven door haar dochter Judith op zaterdag 11 april 2026.
Dan ga je van oud papier nieuw papier maken!
De workshop papier scheppen wordt die zaterdagmiddag gehouden in De Deel van 14.00 – 17.00 uur, opgeven kan via workshops@pkn-roden.nl

De bijeenkomst werd afgesloten met een verhaal over hoe je een haaknaald moet vasthouden en dat iedereen daar altijd iets van vindt.
Daarover schreef ik in één van de eerste blogs op deze website in augustus 2014.

Reageren

10 maart: Niet meer over de hiel heen….

‘En nu…..? Op naar zakje drie!’
Daarmee besloot ik het blog dat ik schreef over de ‘balaclava’, de muts die ik had gebreid van het materiaal dat in het tweede zakje van het advents-breiproject zat.
Je weet wel, mijn afscheidscadeau van Lentis.
In het derde zakje zaten 4 bollen garen en een beschrijving van hoe je sokken kon breien met een ‘kleur-werk’-boord.
Er zat een werkbeschrijving bij en een telpatroon voor de gekleurde boord.
O man, weer zoiets moeilijks.
Die wanten waren met twee kleuren (wit en groen), bij deze sokken moest je in de boord 4 kleuren verwerken.
Je kon kiezen uit vier kleur varianten: ik koos voor de basiskleur rood en voor de hiel en voor de teen geel.
Het is vrij dun garen, dus ik zette 72 steken op; ook nu was mijn comfortzone weer niet in beeld.
Ja, in het begin nog wel, maar na 12 toeren  boordsteek moest je gelijk al met het inbreien van een andere kleur beginnen.
Het telpatroon lag voor me op tafel en iedere toer werd afgestreept.
Voor mijn gevoel breide ik vrij los; als je met zoveel kleuren tegelijk breit dan lopen de draden van de kleuren die op dat moment niet gebreid worden achter het werk langs, dus je krijgt een wir-war van draden aan de binnenkant van de sokken.
Toen ik ‘de bocht om was’ probeerde ik even of de sok goed paste; toen bleek dat ik de boord amper over mijn hiel heenkreeg!
Wurmen en trekken, maar gelukkig: het lukte.

De volgende sok breide ik nog losser (vooral niet te strak aantrekken) en die schuift iets gemakkelijker over de hiel heen.
Vorige week had ik ze klaar en inmiddels heb ik ze ook aan.
Zo trots als een ‘Duutser met zeum braodworsten’.
Dit heb ik dan toch maar weer tot een goed einde gebracht!

Nu heb ik nog best veel garen over.
Ik kan nog blauwe sokken breien met een witte hiel en teen, of witte sokken met een blauwe hiel en teen. Of één van elk 😉
En ik zal ook vast nog iets met die kleurtjes in die boord doen, maar ik ga niet weer hetzelfde patroon breien; het moet wel een beetje leuk blijven.
Wat ik heb geleerd van deze projecten is dat het inbreien van een patroontje minder moeilijk is dan ik op voorhand had gedacht.
Maar het is wel omslachtig en ik moet me zó concentreren dat ik naast het breien niets anders kon doen, lees: teuten en televisiekijken.
Waar breien anders een heerlijk ontspannen bezigheid is, was het nu iets waar ik mijn aandacht goed bij moest houden.
Maar het wende ook….. dus wie weet ga ik in de toekomst toch wel een simpel patroontje uitproberen.

Nog één zakje! Op 21 december pakte ik het al uit, maar ik vond het garen dat daarin zat echt niet mooi.
Hoe het afliep….? Wordt vervolgd.

Benieuwd naar de eerste twee zakjes?
Zakje 1 Moeilijke wanten. – Ver buiten mijn comfortzone
Zakje 2 Moeilijke muts – ‘Het stomste….??!

Reageren

3 maart: Merklap wordt tablet-hoes.

Op 21 januari schreef ik over de handwerkerfenis van Jansje die Holy Stitch kreeg van Jaap.
Inmiddels hebben de verschillende spulletjes uit die erfenis hun weg gevonden.
Er was o.a. een borduurwerk waar allemaal vuurtorens op stonden.
Geke (van Holy Stitch) had die lap mee naar huis genomen en gebruikt de afzonderlijke vuurtorens voor het maken van kaarten.
Hiernaast vind je een afbeelding van wat ze er van heeft gemaakt.

Zelf had ik van de stapel borduurwerkjes van Jansje een merklap gehouden met allemaal huisjes.
De lap was nog niet klaar: de rechterbovenhoek moest nog worden geborduurd.
Op de afbeelding rechts zie het je lege stukje.
Met de rand rechtsboven was ik toen al bezig: die moest vanaf het midden van de zijkant nog geborduurd worden.
Het is best raar om met het borduurwerk van iemand anders verder te gaan.
Borduren is namelijk iets heel persoonlijks.
Van onze vroegere handwerkjuf Dini de Vink moesten bij een kruissteek-borduurwerk alle steekjes de zelfde kant op wijzen (een borduurster weet wat ik bedoel) en de achterkant van het werk moest ook toonbaar zijn “….dus niet kris kras over elkaar heen borduren en netjes en zonder rafels en knoopjes afhechten, meisjes!”
Het garen dat je gebruikte moest gesorteerd worden op kleur en in een papieren of houten houder met gaatjes worden bewaard; het garen dat je al had afgesplitst bewaarde je ook bij de goede kleur op de houder.

….. haile boudel in toeze…..

Jansje had kennelijk geen les gehad van ‘een juf De Vink’.
En als ze wel een strenge handwerkjuf heeft gehad, dan deed ze niets met de dwingende adviezen.
Het garen dat bij de huisjes-merklap hoorde zat in elkaar gefrommeld bij de lap in gevouwen, zie afbeelding rechts.
Na enig uitgezoek vond ik de goede groene kleurtjes voor de rand en voor het plaveisel onder de huisjes.
En dan zit je te borduren met Jansjes naald (zat er nog in) en vraag je je af: wat zou ze er nog bij hebben willen borduren?
Had ze al een huisje in haar hoofd?
Waar zou ze het voor willen gebruiken?
Het borduurwerk vulde ongeveer een kwart van de hele lap; zou ze nog meer op die lap hebben willen borduren?
Al bordurend bedacht ik dat ik Carlijn zou vragen om van deze lap een hoes te maken voor mijn laptop; op de afbeelding hiernaast zie je hoe het is geworden. (klik op de afbeelding voor een vergroting).
Het hoesje gebruik ik dagelijks.
Als herinnering aan de vrouw die ik graag wat beter had leren kennen, maar er was haar geen tijd meer gegund.

Nu zijn er zijn nog twee prachtig geborduurde schilderijen met een historisch onderwerp (nog niet ingelijst) over van de erfenis van Jansje; zie de afbeelding onder dit blog.
Mocht je belangstelling hebben, zoek dan even contact met mij via de reactie-mogelijkheid onderaan dit blog, dan spreken we iets af over de verzending.
Komt er geen reactie, dan breng ik ze na de Holy Stitch van de maand maart naar de kringloop.

Romeinen 50 x 50 cm

Grieken 50 x 50 cm

Reageren

26 januari: Het stomste…?

“Wat zat er in het tweede zakje op 7 december?”
Die vraag stelde ik aan het einde van het blog over het eerste zakje, onderdeel van het Advents-breiproject dat ik als afscheidscadeau van Lentis kreeg; over die moeilijke wanten. Hierbij een link naar dat verhaal.
In dat tweede zakje zat één bol garen en als bonuscadeau een oprolbaar meetbandje.
Via de QR-code kwam ik uit bij het patroon van een bijzondere muts; ze noemden het een balaclava.
Maar dat kwam mij bekend voor! Dat leek op die kaper-muts die ik met schoonzus Ali had gezien in Verhildersum. In het blog dat ik daarover schreef staat:
Ik dacht: o leuk, ga ik maken, ik zoek wel even een patroontje op internet, maar dat viel tegen: ik heb nog niets gevonden.
Weet jij misschien iets? Wordt misschien vervolgd, maar misschien ook niet….
Er kwam op dat blog één reactie dat ik moest zoeken op ‘bivakmuts’, maar dat was toch niet helemaal wat ik bedoelde en nu kreeg ik het patroon en het garen zomaar in de schoot geworpen!

Ook nu was het weer iets waarbij ik dingen moest doen die ik nog nooit had gedaan op handwerkgebied.
Het eerste was ‘kant nu de rand van de muts af met de ‘channel island bind off-methode’.
Dat is een manier van afkanten waarbij je steeds kleine picootjes breit door een afgehaalde steek niet helemaal af te laten gaan, maar opnieuw te breien en dan die twee steken tegelijk af te kanten. De volgende steek haal je dan averecht af en kant je in één keer af, zodat er een rand van bobbeltjes/picootjes ontstaat.
Van zo’n verhaal snap je op voorhand natuurlijk niks, ik niet tenminste, dus ik zocht een filmpje op internet waar een vriendelijke mevrouw in het Engels uitlegt hoe je het moet doen. Daarmee kreeg ik het voor elkaar.
Wil je deze afkantmethode ook eens proberen? Hierbij een link naar dat filmpje.

Het tweede was het breien van een koordje dat door de boord van de muts moet worden gehaald.
‘Brei 3 steken recht – haal die averecht van de naald af (niet breien) – brei 3 steken recht – dit steeds herhalen.’
‘Zo simpel kan het toch niet zijn?’ dacht ik, maar warempel: het werd een koordje.
Wat ontstaat lijkt op klosjebreien/punniken.
Weer wat geleerd.
Maar wel heeeeel saai om te doen: ik moest een meter koordje hebben!

Van te voren had ik mijn twijfels over deze muts. De teamleider van Team290 die dit cadeau had bedacht, had het voor zichzelf en voor haar vriendin ook gekocht. Die twee dames waren veel sneller met het breien van de wanten en de muts en de man van de vriendin had over de balaclava-muts gezegd dat dat ‘het stomste was dat ze ooit gebreid had’.
Maar mijn balaclava is klaar en ik vind dat hij mooi is geworden.
Lekker warm ook; ik draag hem al!

En nu…..? Op naar zakje drie!
Dat mocht ik openmaken op 14 december.
Wordt wederom vervolgd.

Reageren

12 januari: Vér buiten mijn comfortzone.

Een paar weken voor ik afscheid nam van Lentis vroeg de teamleider: “Wat wil je als afscheidscadeau?”
We spraken af dat ik er over na zou denken.
De volgende dag zei ze: “Je hoeft niet meer na te denken over het cadeau, we hebben al iets gekocht!”
Het was een grote doos, die ik kreeg op het afscheidsfeestje en ik kreeg er ook een boodschap bij: ‘Je mag het pas uitpakken op de 1e zondag van advent’. Dat was zondag 30 november.

Razend nieuwsgierig was ik: nog bijna zes weken moest ik wachten, maar op de eerste adventszondag mocht ik het uitpakken.
Er zaten vier genummerde stoffen zakjes in en een kaart met een QR-code en inloggegevens.

Het was een Advents Handwerk Project; de digitale informatie kwam pas beschikbaar op de adventszondag die bij het zakje hoorde.
De patronen en beschrijvingen zal ik dus niet delen op deze website, maar ik kan wel linken naar het project: Hobbii’s 2025 Adventskalender

In het eerste zakje zaten een groen en en wit bolletje garen waar je wanten van kon breien; als bonuscadeau zat er een thermosflesje in. Je zou denken dat ik op die zondag gelijk al begon met breien, maar ik had nog wat op de pennen staan: een paar sokken dat ik breide van garen dat ik kreeg bij het afscheid van Lentis, gekregen van de teamleider!

Op 5 december begon ik met de wanten.
MOEILIJK!
Breibeschrijving in het Engels.
Vér buiten mijn comfortzone!
Maar gelukkig: teamleider Sylvia had voor zichzelf én haar vriendin ook zo’n zelfde pakket gekocht.
Zij stuurden me de vertaling en stuurden me tips&trucs die me hielpen.
Als ik met deze wanten aan het breien was, kon ik niet tegelijkertijd televisie kijken.
Het breipatroon lag op de tafel voor mij en na iedere toer streepte ik af wat ik gedaan had.

Bovenkant…..

Het duurde even.
De duim was een heel gedoe. Die moest je op een gegeven moment door steken te meerderen inbreien, daar was ook weer een apart telpatroon van.  Halverwege moest je de duimsteken op een hulpnaaldje zetten en ‘laten hangen’. Toen de want af was moest de duim in het rond worden afgebreid.

….binnenkant….

Pfffff. Het inbreien van de witte patroontjes in de duim heb ik niet meer gedaan, die heb ik er later opgemaasd.
Ze zijn mooi geworden!
En ik er ben onmeunig trots op.
Dat ik zoiets moeilijks kan had ik op voorhand niet gedacht.
Het heeft bijna 6 weken geduurd voor ik ze klaar had, maar dat komt ook omdat ik niet aan deze wanten kon breien in gezelschap en ook niet tijdens het televisie kijken.

Gerard vond ze ook heel mooi.

…..en detail van de zijkant.

Of ik voor hem ook zo’n paar wilde breien, maar dan een maatje groter.
Nee.
😉

Wat zat er in het tweede zakje op 7 december?
Wordt vervolgd.
Klik hier voor het blog over het tweede zakje.

Reageren

18 december: Wat ben jij aan het haken?

Deze week zaten we in een wachtkamer in het UMCG.
Daar zit ik altijd met een haak- of breiwerkje, bijna alle andere aanwezigen ‘zitten op hun telefoon’.
Tegenover mij kwam een mevrouw zitten die óók een haakwerkje uit haar tas haalde en gezellig mee begon te haken.
“Dat is me hier nou nog nooit overkomen, dat er nóg iemand zit te handwerken…” zei ik tegen haar.
Ze vertelde dat haar man een scan had moeten maken vanmiddag en zij vond het fijn om tijdens dat lange wachten iets om handen te hebben.
LEUK!

Het duurde maar even, toen zaten we al gezellig te beppen.

website: Wolplein.nl

Wat zij aan het maken was (engeltjes om te versturen met kerst), wat ik aan het maken was (Aaltjes) “en heb je wel eens gehoord van Perzische tegels? Dat is een nieuw project, ga ik binnenkort mee beginnen” en ze liet me de afbeelding hiernaast zien op haar telefoon.
Hierbij een link naar de website Wolplein.nl waar je deze Persian Tile als haakpakket kunt bestellen.
In mijn tas zat het mapje dat ik altijd meeheb naar de Holy Stitch bijeenkomsten  (daar zou ik na het ziekenhuis nog even naar toe) en laat daar nou nog een uitgeprint patroon van de Aaltjes-onderzetters inzitten.
“Kijk! Hier is het haakpatroon van die Aaltjes.”

De mannen zagen het voor hun ogen gebeuren.
“Zullen wij dan ook een clubje beginnen?” vroeg haar man aan Gerard. Op zijn T-shirt was te lezen dat hij van ‘baarden & motoren’ hield.
Baarden, daar konden ze het dan nog wel met z’n tweeën over hebben, maar een motor…. die heeft Gerard niet.
Ik gaf haar een link naar deze website, zette daar ook mijn emailadres bij op en we beloofden elkaar dat we contact zouden hebben.

Mijn waarde van de dag.
Wát een leuk gesprek en wat een interessante ontmoeting met een andere ‘handwerk-liefhebster’.
Het maakt het gezit in zo’n wachtkamer beslist aangenamer.

Pas rond 15.45 uur kwam ik aan bij de Holy Stitch-club, die waren al met hun laatste kwartier bezig.
Toch fijn om nog even binnen te wippen: kon ik mooi even kennis maken met Alie, het nieuwe gezicht van de maand november.
Ze was al mooi op weg met de sokken die ze wilde breien, maar was vergeten om te minderen, waardoor het een sok werd voor iemand met z’n voet in het gips; gelukkig kon ze er zelf om lachen.
Ook kon ik nog even een blik werpen op de gehaakte kerststal die al mooi vorm begon te krijgen: één herder, wat schaapjes en dos & dezel moesten nog.
Volgend jaar met kerst is ie vast wel klaar!

Reageren

17 november: Uiltjes-wanten (2)

“Wil jij nog wel een paar uiltjes-wanten voor mij breien?” vroeg dochter Carlijn vorige maand.
Die wanten, polswarmers eigenlijk, had ik in 2014 voor haar gebreid.
“En dan wil ik ze graag met een extra lange boord en ook in een andere kleur. Paars of zo?”
Die boord moest driekwart van de onderarm bedekken “want de wind waait altijd zo bij de mouwen van mijn jas in…”

Eerst zocht ik maar eens het blog op dat ik dat ik toen had geschreven in 2014.
Maar de link naar het patroon werkte niet meer, dus ik moest ik mijn breiboeken er even weer bij hebben.
Voor het originele patroon moest je 24 steken opzetten, maar het garen dat daarvoor gebruikt was was veel dikker; ik herinnerde me dat ik de vorige keer ook al veel meer steken had opgezet.
Hierbij alvast een link naar het originele patroon van Molly Makes: polswarmer uiltjes breien

Het patroon moest drastisch worden aangepast.
60 steken zette ik op en breide het eerste stuk van de boord met de verschoven boordsteek: daarmee krijg je een rul en rekbaar breiwerk.
Daarna minderde ik geleidelijk 15 steken, zodat ik 45 steken overhield.
Met die 45 steken breide ik de boord verder met de boordsteek zoals die in het patroon beschreven staat en die is best bijzonder.
1 toer brei je 2 recht 1 averecht en in de volgende toer haal je de tweede rechte steek eerst over de eerste heen en dan brei je hem.
Het geeft een heel apart effect en de boord wordt zo heel elastisch.
Op het patroon heb je naast het uiltje aan weerskanten maar één steek averecht, maar ik koos er voor om aan weerszijden 3 averecht steken te breien.
Het uiltje neemt 8 steken in beslag + 2 x 3 averecht = 14 steken: die zette ik op één naald en verder volgde ik de beschrijving van Molly Makes.

Toen moest er nog een aanpassing komen: ze wilde de wanten wat langer over de hand, dus ik breide er na het uiltje nog 4 centimeter boordsteek bij aan.
Ze zijn goed gelukt; Carlijn was er blij mee!
Ben je geen ervaren breister? Niet aan beginnen, het is best een gedoe.
Wel veel ervaring? Dan maak je met het PDF van Molly Makes en mijn beschreven aanpassingen vast je eigen versie!

Reageren

22 oktober: Wacht….. even tellen!

Toen ik gistermiddag rond 13.55 uur de hal van Op de Helte binnenliep voor de oktober-editie van Holy Stitch zaten er er al zo’n twintig dames aan een lange tafel in de hal.
“Jeetje, ben ik zo laat?!” dacht ik.
Toen ik iets dichterbij kwam kende ik niet één van die dames.
Even flitste het door mijn heen “zoveel nieuwe leden…”, maar toen zei Saakje: “Jullie zitten vanmiddag in zaal 2.”
En daar zaten de mij bekende dames al gezellig in de kring; die andere dames waren van het volksdansclubje.

Er waren op voorhand nogal wat afzeggingen.
Het is immers herfstvakantie deze week en er waren nogal wat oma’s die hun kleinkinderen op bezoek hadden.
Maar ondanks dat hadden we een mooi gevulde kring.
We kregen weer van alles te zien en te horen: iemand haakte een hele kerststal, er werden Aaltjes gehaakt voor de ZWO-kraam op de Weihnachtsmarkt, een spencer voor een kleindochter kwam voorbij,  een trui voor een dochter van wol die je niet weer kon uithalen (een soort mohair) en zelfgemaakte knoopjes met o.a. de tekst ‘Gemaakt door oma’.
Toen Trijnie het woord zou krijgen over wat zij aan het doen was op handwerkgebied riep ze: “Even wachten hoor, moet nog even tellen!” en ach, wat komt ons dat dan allemaal bekend voor.
Natuurlijk wachten we dan even op het verhaal van Trijnie; we weten allemaal hoe vervelend het is als jouw tellen wordt onderbroken.
Ik kreeg ooit zelfs een koffiebeker met een plaatje over het tellen van handwerksters….

Gistermiddag waren er zowaar weer twee nieuwe leden; eentje zat al tussen twee andere dames in te teuten en de ander kwam er bij het kennismaken achter dat ze al best veel vrouwen kende.
Het was zo gezellig dat ik vergat foto’s te maken.
Geke had namelijk een gehaakt popje mee met slingers eraan dat vroeger in de kamer van haar zoon had gehangen.
Zo’n leuk dingetje: ik zal vragen of ze dat nog een keer meeneemt.
Kathy had een tas met wol mee; had ze gekocht op Ameland, daar wilde ze iets mee vilten.
Ze waren daar in het Landbouw- en Juttersmuseum Swartwoude geweest. Daarin was sinds 3 jaar een ‘wolverwerking-zaal’.
Meer weten? Hierbij een link naar de website van het museum en ook een link naar een artikel met meer informatie over de Amelander Wol.
“Misschien kunnen we daar eens een keer met de Holy Stitch-groep naar toe bij wijze van uitje!” opperde Kathy.
Maar nu zat ze met die wol en ze wist eigenlijk niet zo goed hoe dat nou moest met vilten; of die wol daar wel geschikt voor was.
Nieuweling Alie kon haar gelijk al helpen!

Verder kregen we nog een mooi compliment van Gea; zij was tot  de zomer van 2023 lid van onze groep, maar ze ging verhuizen naar Zwolle en nam afscheid.
Tijdens de Rodermarkt van dit jaar was ze in Roden geweest, Alie had haar ontmoet bij het pannenkoeken-eten bij de Doopsgezinde kerk.
Het ging goed met Gea in Zwolle, maar ze had daar nog niet weer zo’n leuk handwerkgroepje gevonden.
Mooi compliment voor onze Holy Stitch!

Reageren

Pagina 1 van 24

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén