een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Lezer van de maand Pagina 1 van 4

20 juni: Lezer van de maand – Frits Bosman

Hoe kennen wij elkaar?
We zitten samen in de websitegroep van onze Protestantse Gemeente. Ook delen we liefde voor de cantorij. En onderling spreken we algemeen beschaafd ‘plat’…

Waar en wanneer geboren?
Geboren in De Krim, was gemeente Gramsbergen, nu gemeente Hardenberg op 22 juli 1936.

Eens getrouwd.
Met mijn lief Henny Wolters uit Valthermond. Ze is mij helaas ontvallen in 2002.

Levensfase
Is af te lezen uit mijn leeftijd en ik voel me een YEP. Naast het dagelijkse huishouden worden mijn dagen zomaar gevuld met zaken dicht bij het kerkelijk bedrijf. Ook is er de orgelstichting. (Hierbij een link naar de website van het Hinszorgel in Roden.) Muziek is altijd in de buurt met orgelspel, een Bachcantate en zo meer. Als corona niet meer plaagt, hoop ik weer volop mee te doen met de cantorij en wenkt de schaakclub.

Wat ik wil delen.
Zie het stuk hieronder met de titel ‘Briesend paard’ .
Maar wat me vanwege de oorlog het meest bezig  houdt, is mijn verbijstering over de holocaust. Graag deel ik met de lezer in dit verband de volgende boeken:

  • ‘In de schaduw van een nachtvlinder’ van Ivar Schute; een archeoloog op zoek naar sporen van de holocaust; ik beveel het aan als ‘verplichte’ lectuur
  • “De draad en de vliegende naald” en ‘Het meisje en de geleerde’, beide van Gerdien Verschoor; zij is de directeur van Herinneringscentrum ‘Kamp Westerbork’.
    Nadere informatie over deze boeken is op internet te vinden.

Het briesend paard

In Trouw kwam het voorbij: niets is zo actueel als het verleden (Akkerman).
Bij mij loopt het met me op en haakt aan me vast in mijn fascinatie voor ‘de oorlog’.
“Wat heb je toch met die oorlog”, vraagt Henny mij met een lichte irritatie in haar stem, jaren geleden.
Een passend antwoord? Ho maar. Dé oorlog kleeft aan mij. Ik ben van ‘voor’, dus van de categorie die het nog heeft meegemaakt…

De Krim, 10 mei 1940.
Ik zie ‘ze’ komen, een groen lint langs het kanaal in de zon. Sta tussen hen in als ‘ze’ bij opoe in ’t achterhuus hun veldflessen vullen.
Als ‘ze’ uit Bosman’s ‘holtstek’ hout opladen voor een noodbrug om de in de buurt opgeblazen draaibrug over het kanaal te vervangen.
Wat een contrast met het tafereel op een grauwe dag, ergens maart ’45, als ik met ome Willem door een kier tussen de deuren van het ‘holtstek’ koekeloer.
Een vanuit Coevorden komend zooitje ongeregeld dat zich met paard en wagen, opgetast met van alles, voortsleept.
De kleur van die uitgetelde grauwgrijsgroene bende staat me nog bij.

Ik ontwikkel een grote angst voor alles wat vliegt. Schrik voor laag over denderende bommenwerpers.
Nog jankt in mijn oren een salvo’s afvurende Engelse jager, Pinksteren 1944; doelwit een schip in de Fabriekswieke.
Schippersdochter Janny ter Steege overleeft het niet. Wat een indruk maakt dit op me. Op weg naar school, de bommenwerper die vlak achter ons nog net in het kanaal een bom dropt. Die exploderend een gigantische fontein omhoog spuit. Het bombardement in Enschede, als we logeren bij oom Henk en tante Mien.

Een sprongetje heen en terug… Weer Trouw; van 21 mei ‘21, de ‘Wraakpsalm’ van columnist Akkerman.
Hij beleefde de woorden als zwevend in een wereld die weinig met de zijne te maken had. ‘t Godd’loze volk wordt haast tot as, ’t zal voor Uw oog vergaan als was… Ja, zo ervaar ik dat tegenwoordig ook. Maar in ‘de oorlog’ wordt het even anders beleefd!

Vroeg in het voorjaar van 1945, bij juffrouw Booij in klas 2 van ‘Rehoboth’. Schrik! De sirene bij de fabriek, gejank dat nooit went: onheil in aantocht! Wetend wat me te doen staat, duik ik meteen onder de bank; de roep van de juffrouw is overbodig.
Van haar hebben we psalmen geleerd. Ze probeert de schrik weg te zingen en we zingen met haar mee:

Het briesend paard moet eind’lijk sneven,
Hoe snel het draav’ in ’t oorlogsveld;
’t Kan niemand d’ overwinning geven;
Zijn grote sterkte baat geen held.
(enzovoort, Psalm 33: 9, o.b.)

De Krim, 6 april ’45, vanuit Coevorden komen rupsvoertuigen onze kant op met de Canadezen.
Op mijn netvlies mijn vader die dolblij ons huis in rent  en weer uit stuift met de vlag.
We vieren de ‘verlossing uit de tyrannie’ in een afgeladen kerk. Ik zit naast mijn moeder.
Luidkeels zing ik op hele noten Psalm 124 (o.b.) mee:

Dat Israël nu zegge, blij van geest:
Indien de HEER, die bij ons is geweest,
Indien de HEER, die ons heeft bijgestaan,
toen ’s vijands heir en aanval werd gevreesd,
Niet had gered, wij waren lang vergaan.

Zo eigenen we ons psalmen toe, als het ‘nieuwe’ Israël, dat zijn wij toch, dachten we… toen.

Het briesend-paard-ras? Zal het uitsterven? Als het stil wordt misschien…

Zachtjes roept een stem om vrede,
Zo zacht dat ’t haast wordt gesmoord.
Dat is niet zonder reden:
Het woord wordt in de stilte pas gehoord. 

Reageren

24 mei: Gastblog Hans – Herinneringen

Het is al weer een tijd geleden, dat ik als gastschrijver van Ada een bijdrage leverde.
Tja ik ben niet iemand, die zomaar een verhaal uit mijn mouw schudt.
Toch vind ik het fijn om af en toe mijn gedachten aan het papier, eh pardon, aan de digitale wereld toe te vertrouwen.

Na mijn vorige verhaal over mijn jeugdboeken wil ik graag de schrijver Arthur van Schendel onder de aandacht brengen. Geen spannend boek met allerlei helden maar een levensverhaal uit de 19e eeuw voor de grote industrialisatie. Zijn boek uit 1930 over: “Het fregatschip Johanna Maria” stond op de lijst van de te lezen boeken voor het examen van de MULO. Het is een romantisch verhaal over de zeeman/zeilmaker Jacob Brouwer, die eigenaar wil worden van een zeilschip. Behoorlijk gedateerd, maar voor mij het beste boek dat ik ooit gelezen heb. De sobere stijl van schrijven, zonder dialoog en de dwangmatige liefde voor een zeilschip maken dat het boek heel bijzonder is. Het is ook een stukje geschiedschrijving over het varen met oude vaartuigen. Er komen veel scheepstermen in voor, die achterin verklaard worden. Niet iedereen zal het zo ervaren, maar na ruim 50 jaar denk ik nog vaak aan het verhaal over het tragische leven van  de arme weggelopen Jacob en zijn liefde voor het fregatschip Johanna Maria.

Er zijn meer boeken van Arthur van Schendel die de moeite waard zijn om te lezen. Klik hier voor een artikel hierover op Wikipedia.

Een ander boek uit die tijd was van Margo Minco. Een schrijfster geboren in 1920 en nog steeds in leven en dus al 101 jaar oud. Het is een dun boekje, dat daarom veel gekozen werd door examen leerlingen. Dit laat niet weg dat het een interessant verhaal is over de Jodenvervolging tijdens de tweede wereldoorlog. In korte hoofdstukken beschrijft zij de toenemende angst en onzekerheid. Zelfs als de bezetter toeslaat, blijft er een spoor van hoop om aan het lot te ontkomen. Met kleine middelen roept de schrijfster een sfeer op van dreiging, ongegronde hoop en verwachting, die precies weergeeft wat in die jaren in de harten van de vervolgden leefde.

Marga Minco heeft dit boek geschreven als een eerbetoon aan al haar familieleden die zijn omgekomen in de tweede wereldoorlog. Om de gebeurtenissen uit het verleden te kunnen verwerken, schrijft ze er verhalen over. ‘Het bittere kruid’ (1957) is haar eerste boek en is grotendeels autobiografisch. Men kan dit boek als een fictieve biografie beschouwen. ’Fictief’, omdat zij zich bijvoorbeeld de dialogen uit die tijd natuurlijk niet kan herinneren. Ze heeft haar werkelijkheid in verhalen gegoten. Na dit eerste boek volgden nog vooral ‘Een leeg huis’ (1966) en ‘De val’ (1983). Al haar werken gaan over de holocaust. De herinnering aan de jodenvervolging geeft nog steeds een bittere nasmaak. Of zoals haar echtgenoot Bert Voeten vooraan in het boek in het motto zegt: “Er rijdt door mijn hoofd een trein vol joden, ik leg het verleden als een wissel om…”

Het kamp Westerbork heb ik nog bezocht toen het nog bewoond werd door Ambonezen. De impact van het verleden drong toen nog niet zo tot mij door ondanks het verhaal, dat mijn vader op de fiets op verzoek van Joodse kennissen uit Meppel naar gedeporteerde familieleden ging om o.a. voedsel te brengen. Aan de rand van het kamp werd hij dusdanig geïmponeerd door de bezetter, dat hij onverrichter zake weer naar huis ging. Een indrukwekkende tocht in die tijd.

Tot een volgende keer.

Vorige blogs van Hans:

Reageren

20 mei: Lezer van de maand – Janny Meems-Brals.

Hoe kennen wij elkaar?
Ik heb Ada leren kennen toen ik verkering kreeg met haar neef Jan, nu meer dan 40 jaar geleden.

Waar en wanneer ben ik geboren.
Ik ben op 22 november 1960 aan de rand van de (toen nog) Noordoostelijke Polder, in de buurt van Blokzijl geboren.

Verliefd/verloofd/getrouwd.
Na 2 jaar verkering en 3 jaar verloofd te zijn geweest ben ik ondertussen bijna 38 jaar gelukkig getrouwd met Jan.
Na diverse verhuizingen zijn we afgelopen jaar in Epe komen wonen.

In welke levenfase bevind ik mij nu.
Na bijna 33 jaar bij de Rabobank te hebben gewerkt werk ik nu elke ochtend op een vmbo-school in Apeldoorn als dagroostermaker.
Mijn werkzaamheden op school zijn o.a. het maken van examensurveillanceroosters, rooster voor de toetsweken en het belangrijkste:  het vervangen van docenten die zich ziek melden en een collega docent in te roosteren, zodat de leerlingen toch les krijgen.
Nu, in deze tijden van corona, is het allemaal wat behelpen.
Mijn werkdag begint ’s morgens om 7 uur met het aanzetten van de computer (en een kopje koffie om even goed wakker te worden) en probeer om 11 uur mijn computer weer af te sluiten om naar huis te gaan.
De middag heb ik dan lekker voor mezelf.
Meestal maken Jan en ik dan wel een wandeling in de buurt.

Wat wil je graag met de lezers delen.
Afgelopen jaar zijn we verhuisd van een huis met een redelijk grote siertuin naar een appartement met weilanden, bossen en heidevelden rondom.
Dit houdt in dat ik nu geen tuin meer hoef te onderhouden, maar elke dag nog wel volop van al het groen kan genieten.
De vrije tijd die nu overblijft vul ik onder andere met maken van legpuzzels (veelal 1000 stukjes). (klik op de foto voor een vergroting.)
Als ik hier mee bezig ben vergeet ik helemaal de tijd en het gebeurt dan weleens dat Jan zich afvraagt wanneer het eten op tafel komt.
Ik heb me voor deze rubriek maar eens verdiept in de redenen waarom het maken van legpuzzels goed voor je is.
Je herkent het vast wel als je zelf ook al een puzzelliefhebber bent of wellicht trekt het je over de streep om het ook te
gaan doen.
Het is sowieso goed voor je hersenen; het blijkt dat als je vanaf je 40e actief puzzelt je minder kans op de ziekte van Alzheimer hebt.
Maar er zijn nog meer redenen om te gaan puzzelen.

1. Goed voor je geheugen en het maakt je vindingrijk.
Bij het maken van een legpuzzel, gebruik je zowel de rechter als de linkerhersenhelft.
De linker helft is onze analytische kant, die de verschillende puzzelstukjes op een logische manier probeert te sorteren.
De rechterhersenhelft is de creatieve kant van ons brein, die het grote plaatje ziet en intuïtief werkt.
Om de puzzel te kunnen leggen, heb je beide kwaliteiten nodig en dus worden zowel de rechter als de linker hersenhelft aan het werk gezet.
Daarmee creëer je niet alleen verbindingen tussen de twee hersenhelften, maar ook tussen de individuele hersencellen.
Deze verbindingen verhogen je vermogen om te kunnen leren, te begrijpen en te onthouden.
Puzzelen schijnt vooral voor je korte termijn geheugen heel nuttig te zijn.
Het brein maakt een vooronderstelling, die we vervolgens in de praktijk testen.
Dit leidt vaak tot vernieuwende en probleemoplossende vaardigheden.

2. Je maakt dopamine aan.
Legpuzzels helpen bij het aanmaken van dopamine, het geluksstofje dat een belangrijke rol speelt bij het beloningssysteem in je hersenen.
Het succesvol plaatsen van zelfs maar één passend stukje werkt al. Daardoor kunnen we al blijdschap ervaren.
Omdat we de beloning willen, willen we de puzzel niet alleen afmaken, maar willen we daarna nog een puzzel maken.
Liefst één, die net wat ingewikkelder is.
Ook zou dopamine leiden tot een betere motoriek, een verhoogde concentratie, optimisme en vertrouwen.

3. Je geest komt tot rust.
Aan de ene kant activeert een legpuzzel dus onze hersenactiviteit, aan de andere kant helpt het ons juist om te ontspannen.
Alleen al het grasduinen door verschillende puzzelstukjes lijkt onze geest te stimuleren om tot rust te komen.
Dit resulteert vaak in beter stressmanagement en leidt tot meer productiviteit en meer (zelf)vertrouwen.

Maar nu genoeg over de wetenschappelijke redenen om te gaan puzzelen; ik doe het ook gewoon omdat ik het heerlijk vind om te doen.
En jij?

Reageren

20 maart: Lezer van de maand – Sybrand van Dijk.

Een week vóórdat Corona ons overspoelde waren Ada en Gerard bij ons te eten.
Het was een gezellige avond vol verhalen, muziek en nieuwe plannen.
We dronken er lachend een flesje Corona bij. We hadden geen idéé.
Inmiddels zijn we maar liefst een jaar later. Van al mijn 55 levensjaren één van de meest uitzonderlijke.
Dat zal voor iedereen gelden. Een jaar van grote stilstand. Van afstand en vervreemding. Wat tot vorig jaar zo vanzelfsprekend was: de kerkdiensten, de huisbezoeken, de cursusavonden en bijbelkringen ligt nu allemaal te versloffen. Maar ook ons privéleven is heel klein geworden. Niet meer even op een terrasje zitten, niet meer naar een museum, niet meer naar de concertzaal of naar de opera. En geen familiebezoek!

Vooral voor mijn man Henk is dit zwaar. Hij is ernstig gehandicapt en kan zelf weinig organiseren.
Hij zal in zijn activiteiten steeds moeten meeliften met wat anderen doen. En dat kan nu niet!
Dat zorgt ervoor dat hij, die een grote optimist en levensgenieter is, op sommige dagen opstaat met de vraag: “Waarom ben ik er eigenlijk nog?”
Heeft dit jaar dan niets gebracht? Ik stel mij die vraag geregeld, maar vind het nog niet zo gemakkelijk om er een antwoord op te vinden.
Ik geloof niet dat we iets van deze tijd “moeten leren”. Het is wat het is. Ik vind ook dat het verdriet bij anderen te groot is om een ál te opgewekte toon
aan te slaan: ik denk aan de eigenaren van een horecazaak, winkels, ZZPers en aan bewoners van verzorgingstehuizen.

En toch. Als we lichtpuntjes gaan tellen, komen we nog wel ergens. We wonen in Roderwolde op een prachtige plek.
’s Ochtends vroeg zien we uit ons kamerraam reeën grazen. De omgeving lijkt op die van Driebergen, de plek waar ik geboren ben: afwisselende bosschages, heideveldjes en weilanden.
Zowel Henk als ik hebben de gave om hier ons hart aan op te halen. Eergisteren stonden we in onze tuin en hoorden we een aantal buizerds hoog in de lucht miauwen. Met trage cirkels kwamen ze dichterbij. Echt een heilig moment.

Als ik een antwoord zou vinden op de vraag: wat bracht dit jaar?
Dan denk ik aan dit begin van een antwoord: in het kleine schuilt iets groots. Of: dichtbij is het. We hadden 1600 vierkante meter tuin om te ontginnen. En daar ben ik vorig jaar 15 maart maar mee begonnen. Spade voor spade spitte ik het ruige gras om. Week-in, week-uit pootte ik in totaal meer dan 1200 plantjes. Er kwamen hagen en rozen. Er was de zorg om alles te redden van de grote droogte in augustus en van de heftige vorst van afgelopen maand. Maar het geluk dat je iets kan scheppen is ongekend groot. Ik was helemaal geen tuinman, maar ben dat geworden. In de kas staan de dahliaknollen al in grote potten om voor te trekken. Omdat we hopen op een mooi, nieuw jaar waarin weer vrienden op bezoek kunnen komen, de tafel weer feestelijk gedekt kan worden en we muziek zullen maken.

Het leven is te mooi om je af te vragen: “Waarom ben ik er eigenlijk?

Opmerking Ada: Sybrand heeft er voor gekozen om de vaste vragen die bij deze rubriek horen te verwerken in zijn bijdragen; op deze manier zijn ook alle vragen beantwoord.
Man Henk was in 2020 ook al eens lezer van de maand: klik hier om zijn bijdrage nog eens te lezen.  

Reageren

20 februari: Lezer van de maand – Béa Sportel Bolt

Allereerst dank Ada, voor de uitnodiging om een keer een blog te verzorgen. Leuk om nu eens andere mensen te bereiken dan alleen mijn patiënten…

Op de vraag ‘hoe kennen wij elkaar?’ kan ik eigenlijk naar waarheid antwoorden dat ik Ada niet echt ken. Ik weet hoe ze heet, hoe ze eruit ziet en waar ze woont, maar echt kennen doe ik haar niet. Maar we  ‘kennen’ elkaar van de kerk denk ik….

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben in Zoutkamp geboren, op zondag 8 november 1959. Mijn broer was 2 jaar daarvoor geboren, ook op een zondag en mijn moeder zei altijd dat we op zondag waren geboren omdat mijn vader dan vrij was. Als kind dacht ik dan ook dat iedereen op zondag werd geboren. Maar ik ben wel echt een zondagskind, mijn naam betekent de Gezegende en zo voel ik me ook. Alhoewel ik aan familie alleen nog mijn kinderen en kleinkinderen heb en dat soms best eenzaam voelt omdat niemand m’n geschiedenis meer kent, ben ik toch vooral dankbaar voor wat er wel is!

Verliefd, verloofd, getrouwd.
Verliefd geworden op Peter Gerrits, hij was mijn docent anatomie op de opleiding mondhygiëne (tegenwoordig mondzorgkunde). Hij heeft me helpen zoeken naar wat er gebeurd was met mijn tweede zoontje, onze Mark, die in 1986 dood geboren is. Ik heb altijd gedacht dat hij ter beschikking aan de wetenschap was gesteld, dus toen ik voor de studie naar de snijzaal moest was ik bang mijn eigen kind tegen te komen. Het lukte Peter om via zijn medisch netwerk het dossier boven water te krijgen en Mark bleek na de sectie direct te zijn gecremeerd. Om daar na 13 jaar achter te komen was best wel… vul maar in welk woord er nu bij u op komt. Door dit emotionele gebeuren leerden Peter en ik elkaar natuurlijk heel goed kennen en dat was dus het begin. Met dank aan Mark zijn wij nu al jaren samen en getrouwd…

In welke levensfase zit je nu? Hoe vul je je dagen?
Wie even had gerekend wist al dat ik 61 ben, alhoewel ik me nog altijd zo’n 32 voel (en me daar soms ook wel naar gedraag, ja, dat weet ik heus). Ik ben de enige mondhygiënist in het dorp met een eigen praktijk, heb 2 behandelkamers en momenteel twee collega’s, de derde (Annemieke van der Leest) is net verhuisd naar Noord-Holland en in afwachting van hoe de toekomst er voor Sophie de Groot eruit ziet (zij studeert sociologie en is bijna klaar) moet er dan tzt weer een collega bij. Wie interesse heeft in mijn dagelijks werk verwijs ik even naar onze website: www.mondhygieneroden.nl

Wat wil je graag met de lezers delen?
Vervolgens komt dan de vraag van Ada wat of ik graag met de lezers wil delen.
Wie mij kent van de PKN-kerk weet dat ik bijna ieder jaar een gedicht maak voor de laatste zondag van het kerkelijk jaar.

Daarover hieronder meer:
Wie ben ik en wat bezielt mij? Laat dat maar de rode draad zijn van dit verhaal.

Ik was 26 toen mijn tweede zoontje levenloos ter wereld kwam. Maar het leven ging door en ik wilde hoe dan ook graag wel een broertje of zusje voor mijn oudste zoontje. Toen mijn dochtertje werd geboren was ik dan ook zielsgelukkig en dankbaar dat ze, na een spannende zwangerschap, kerngezond ter wereld kwam.
Hoe anders leer je dan in een paar jaar kijken naar zwangerschap en bevalling… Ze is van januari en toen we in de zomermaanden op vakantie waren en we muziek luisterden in de auto en er iemand zong: ‘als een twijgje in de wind, zo broos is ‘t wiegenkind, zo broos is ook het menselijk geluk’ toen pas gingen voor het eerst alle sluizen open en huilde ik tranen met tuiten…

Een aantal jaren later ging ik voor het eerst met een groep naar Taizé in Frankrijk, daar is een oecumenische broedergemeenschap gevestigd en iedereen sprak in lovende woorden en superlatieven over een verblijf daar. Het bleef voor mij ongrijpbaar en ondefinieerbaar en niet goed te duiden, dus besloot ik zelf een week mee te gaan. Dat is, zo bleek achteraf, een keerpunt in mijn leven geweest. Daar werd me gevraagd wie ik was en waar ik voor stond en waar ik voor leefde. Daar ging het niet over koetjes en kalfjes maar daar kreeg het woord ‘diepgang’ betekenis.

Toen op een gegeven moment het 11-jarige zoontje van vrienden overleed en ik ontredderd aan de keukentafel zat schreef ik m’n eerste gedicht.
Sindsdien schrijf ik.
Sindsdien schrijf ik emotie van me af en heel vaak wordt dan het proza stuk wat ik eerst schreef om mijn gevoelens onder woorden te brengen gevolgd door de poëzie.
Dan schrijf ik een gedicht wat staccato is, waar korte zinnen emotie oproepen, pijn doen, herkenning geven.
Om altijd af te ronden met een blik op de toekomst, altijd hoopvol, altijd dankbaarheid verwoordend.

Ik leef met de dood, ik leef naast de dood, ik ben niet bang de dood te ontmoeten.

En al jarenlang heb ik het plan een bundel uit te geven zodat meer mensen mijn woorden de hunne kunnen maken maar het kwam er niet van. Totdat onlangs, zomaar uit onverwachte hoek iemand zei dat ze op de uitvaart van haar man een gedicht van mij had gebruikt. Met het verzoek er alsjeblieft iets mee te doen.
En dat heb ik direct gedaan: ik heb een uitgever gebeld, ik heb een 40-tal gedichten geselecteerd en nu wacht ik gewoon af… maar die bundel gaat er komen! Daarom sluit ik hier af met een ode aan mijn kind.

voor Mark

onmiskenbaar

kloppend hart

onder mijn hart

zo is het geweest

zo had het moeten blijven

maar jouw leven eindigde

voordat het begon

nu klopt mijn hart

vol liefde voor jou

mijn leven lang…

Bij de afbeelding: één van de weinige werken in acryl gemaakt door mijn echtgenoot Peter Gerrits, Peter is naast zijn werkzame leven als neuro-anatoom altijd bezig geweest met kunst en muziek. Hij mocht van zijn vader niet naar de kunstacademie noch naar het conservatorium maar moest naar de universiteit. Nu hij alle tijd van de wereld heeft is hij dagelijks met kunst bezig en hij houdt zich voornamelijk bezig met de kunst van het zeefdrukken. Ook hij heeft een eigen site: www.petergerrits.nl

Op de afbeelding is de voorkant van een rouwannonce te zien; de bloem van de paradijsvogel staat symbool voor Mark, ons kind in het ‘paradijs’
(klik op de afbeelding voor een vergroting).

Reageren

20 januari: Lezer van de maand -Wim & Gre Croeze

Hoe kennen wij elkaar? 
Wij kennen elkaar van ‘kerk & koor’.
Onze eerste ontmoeting was op een ‘Zomerzangavond’ in Dwingeloo; wij stonden daar in de buurt op een camping.
Wij houden erg van samenzang, gingen naar die avond en ontdekten dat Gerard en Ada daaraan meewerkten.
Opmerking Ada: toen waren wij nog ‘Hervo’s’ en Gré & Wim ‘Grefo’s’….. maar in Roden wonen schiep toen al een band.

Waar en wanneer ben je geboren?
Wij zijn Wim en Gré Croeze, allebei geboren in Hoogkerk in resptectievelijk 1939 en 1942.
We wonen sinds 1967 in Roden, eerst aan de Zultheresweg en in 1973 zijn we verhuisd naar de Ceintuurbaan Noord 20, daar wonen we nog steeds.

Verliefd, verloofd en getrouwd.
Even een stukje geschiedenis, wij hebben beiden onze jeugd doorgebracht in Hoogkerk.
Beiden naar dezelfde lagere school gegaan , maar kenden elkaar niet.
Veel later toen we in het jeugdwerk actief waren, uitwisselingen van jeugdverenigingen organiseerden, en met de Arjos, een cabaretgroep vormden enz. sloeg de vonk over.
Hebben twee dochters en inmiddels kleinkinderen, waar we veel van genieten toen ze klein waren en nu nog heel veel van genieten. Elke leeftijd heeft z’n bekoring.

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
Inmiddels zijn we allebei gepensioneerd.

Wat wil je graag met de lezers delen?
We hebben veel gereisd, toen de kinderen klein waren gingen we jaarlijks naar Schiermonnikoog.
Later met de caravan vaak  naar Frankrijk.
Later samen met de camper. Dan  startte onze reis altijd in Diepenveen, een boerencamping, vanwaar we vertrokken naar Limburg en dan verder naar het buitenland.
Wim was lid van verschillende koren, hier in Roden: CMR mannenkoor.
Later maakte hij ook deel uit van een projectkoor en een landelijk Mannenkoor, die uitvoeringen organiseerde naar  bv. Rome,  gezongen in zowel de Friese Kerk (Palmzondag) en in de Sint Pieter. Heel indrukwekkend.
Tevens hebben we aan een Paulusreis (De zeven gemeenten) deelgenomen.

I.v.m. het achteruitgaan van de gezondheid zijn  we veel meer thuis.
Een weekendje met de dochters en afgelopen zomer een week naar  Texel, waar we hebben genoten van het mooie weer en waar we de zee hol en hoog hebben gezien.

Afgelopen zomer hebben we een tocht gemaakt per boot, in de Onlanden, prachtig natuurgebied, in het kader van de talentenverkoop voor het goede doel gemaakt met Harm Vos ( zie foto, klik op de foto’s voor een vergroting). Na afloop hebben we koffie gedronken in de prachtig mooi, aangelegde pastorietuin in Roderwolde.

Ook genieten we van onze eigen tuin, waar we o.a. werden opgeschrikt door een zwerm  spreeuwen, die zich tegoed deden aan onze kardinaalshoedstruik, even later hebben ze als toetje het restant van de druivenrank verorberd. Ook een ijsvogel gespot bij de vijver.

Door corona missen we het samenzijn in onze kerken. Het samen zingen en luisteren, na de dienst koffiedrinken en bij praten. We volgen  steeds de dienst, eerst op de computer, en nu via de televisie. Wij zijn heel blij met de uitzendingen, die wij wekelijks kunnen volgen. Het gesprokene en ook  de muzikale omlijsting van de vele koren en orgel of pianomuziek. Vaak houdt ons iets bezig en luisteren nog een keer in herhaling wat ons heeft geraakt. Respect en bewondering voor de organisatie en berichtgeving die telkens tot ons komt en op de hoogte brengt in Kerknieuws en de maandelijkse brief. Wat betreft de bijeenkomsten uit het boekje “ Het goede leven” hopen we dat die in de nabije toekomst dat het weer gerealiseerd kunnen worden.

We hopen dat deze pandemie spoedig voorbij gaat, die ons allen raakt, en de moed en de kracht krijgen verder te gaan en elkaar weer te kunnen ontmoeten.

Reageren

20 december: Lezer van de maand – Jacquelien Weisenbach

Hoe kennen wij elkaar?
Ada en ik kennen elkaar van Lentis. Het was in 2008 dat wij elkaar leerden kennen. Ik werkte er al een paar maanden als secretaresse toen Ada werd aangenomen als management assistent. In 2010 werd ik gevraagd ook een dag als management assistent te komen werken en werden Ada en ik echte collega’s. Deze fijne samenwerking heeft 10 jaar geduurd. Door veranderingen op de werkvloer is hieraan helaas een einde gekomen, maar zo nu en dan hebben we nog een “werkoverleg”.

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben geboren in Veendam, december 1967 en woon er al mijn hele leven. Ik heb er mijn scholen doorlopen, heb jarenlang en met ontzettend veel plezier gevolleybald bij Flash en sinds 2 jaar heb ik er een mooi eigen huisje met een fijn tuintje. Dit huisje staat overigens in dezelfde straat als waar ik ben opgegroeid, terug naar mijn roots.

Verliefd? Verloofd? Getrouwd?
Alleenstaand.

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
Zit nog volop in mijn werkzame leven. Mijn grootste hobby is lezen, heb dan ook een mooie boekenverzameling, een e-reader is nog niet in mijn bezit. Een boek hoor je te zien, te voelen en te ruiken. Maar ook met een leuke serie op tv vermaak ik mij prima. Sinds kort fitness ik een paar keer per week. Afgelopen zomer heb ik in mijn tuintje een border aangelegd, deze staat inmiddels vol met mooie planten. Ook stap ik af en toe, bij mooi weer, samen met mijn lieve zus Marianne op de fiets. Mijn zus is belangrijk voor mij, regelmatig brengen wij onze vrije tijd met elkaar door, zo ook onze vakanties.

Vuurtoren op Texel.

Wat wil je graag met de lezers delen?
Ik wil graag mijn liefde voor Texel en Griekenland met de lezers delen.

In de zomer van 1969 zette ik voor het eerst voet op Texel. Vele jaren ben ik daar met mijn ouders en zus op vakantie geweest. In mijn herinneringen scheen altijd de zon, heb ik vele strandkastelen gebouwd en zoefde ik zittend op een stuk karton de duinen af. Broodjes gingen mee in de tas en flessen met drinken werden ingegraven in het zand om ze koel te houden.

Texelaar, het Texelse schapenras.

Mijn liefde voor Texel is gebleven. Het is een prachtig eiland. Bij helder weer is bijna overal de rode vuurtoren  te zien. Het heeft gezellige dorpjes, leuke winkeltjes, fijne strandtenten waar je heerlijk kunt eten en prachtige natuur. Zee, strand en duinen nog ongerept, de dijk langs de Waddenzee waar je heerlijk kunt fietsen, schapenboeten, tuunwallen en natuurlijk schapen.

Het wordt te druk op Texel wordt er gezegd, is misschien ook wel een beetje zo, echter drukte kun je opzoeken maar ook achter je laten. Als ik op Texel ben verblijf ik op een rustige plek. Kom er al mijn hele leven en het moment van de boot afrijden voelt als thuiskomen en dat is een reden om er steeds terug te keren. Ga je al weer naar Texel hoor ik regelmatig, wil je nou nooit eens ergens anders heen. Nou nee.

Mijn 2e grote reisliefde is Griekenland. In 1998 reisden mijn zus en ik naar Samos. Vanaf het moment dat we wegreden bij het vliegveld keken we onze ogen uit. Wat een pracht, de natuur, de schattige dorpjes, de blauwe zee. We waren op slag verliefd en zijn dat altijd gebleven. Drie keer zijn we vreemd gegaan, La Palma, Noorwegen en Londen, maar Griekenland zit voor altijd in ons hart. Bekende en onbekende eilanden, het schiereiland Pilion en het vaste land Peloponnesos hebben we bezocht.

Navarino-baai

Maar waarom Griekenland. Als je in de gelegenheid bent ga het zelf eens ervaren. Griekenland heeft alles voor een fijne vakantie. Wij gaan altijd in juni of september, wanneer de temperaturen zomers aangenaam zijn. Als je van een strandvakantie houdt ben je er op de juiste plaats. Wij zijn daar zelden te vinden, houden van struinen door dorpjes, wandelen door de prachtige natuur, zo nu en dan bezoeken we een historische plek en altijd strijken we neer bij een Taverne voor een heerlijke lunch of diner waar we genieten van bijna alles wat de Griekse keuken ons te bieden heeft. Ga je in een rustig dorpje ergens eten, kun je worden uitgenodigd in de keuken te komen kijken om te zien wat er die dag op het menu staat.

Voidokilia-strand

En dan zijn bewoners, wat een gastvrije mensen, altijd vriendelijk en belangstellend. Er is een plek waar we graag terug komen, waar we de mensen inmiddels een beetje kennen en zij ons. Maar ook is het ons overkomen dat we na jaren ergens terug kwamen en werden herkend, terwijl we ons toch altijd keurig gedragen. Maar dit typeert de oprechte belangstelling die de Griek voor zijn gasten heeft.

Ik besef dat ik bevoorrecht ben al zo vaak naar Griekenland te hebben kunnen afreizen. Maar net als de meeste Nederlanders ben ik dit jaar in eigen land gebleven. In juni naar Texel en in september naar de Achterhoek. Samen met mijn zus heb ik een stukje van dit prachtige gebied fietsend ontdekt. Volgend jaar weer in Nederland op vakantie? Eerst maar even afwachten hoe de wereld er dan uit ziet.

 

 

Reageren

20 november: Lezer van de maand – Wim Bouter

Hoe kennen wij elkaar?
Ik heb daar geen specifieke herinnering aan. Vermoedelijk is dat zo gegroeid als redelijk trouwe Catharinagangers.

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben in het Alblasserwaardse dorp Streefkerk in 1944 geboren.
Psalm 116 vers 2 in de oude vertaling luidde “Ik lag gekneld in banden van den dood, daar d’angst der hel mij alle troost deed missen”
Deze overtuiging werd bij mijn opvoeding letterlijk en nogal strak uitgedragen.
Het heeft lang geduurd voor ik Carpe Diem en Memento Mori niet meer als tegenstelling zie.
De herinnering aan een overdenking van Ds.  Hotske Postma doet mij nog steeds glimlachen.
Zij sprak zelden over de Heidelbergse Catechismus, maar haar ietwat ironische uitspraak “Wat een mooi geloof hebben we, we hebben niet alleen alle antwoorden maar bedenken zelfs ook alle vragen voor je” vind ik nog steeds prachtig.

Verliefd? Verloofd? Getrouwd?
In deze volgorde hebben we netjes het hele rijtje afgewerkt.
Sijnie is in het buurdorp Groot-Ammers in 1950 geboren.
Wij zijn in 1974 getrouwd, hebben 4 kinderen gekregen en die gezamenlijk 10 kleinkinderen.
We zijn daar heel erg blij en gelukkig mee.

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen.
In 2002 hebben we onze knopen geteld en ben ik met pensioen gegaan na 40 jaar werken. Sijnie doet nog steeds vrijwilligerswerk bij de wereldwinkel. Ik vul mijn dagen met wandelen, fietsen, lezen en het nieuws volgen. Vooral de politiek en de financiële markten volg ik. Als ik weer eens een linkse politicus hoor beweren dat de verdeling “eerlijker en rechtvaardiger” moet, denk ik aan de ineenstorting van het systeem in Oost-Europa in 1989 en de huidige crises in Venezuela. De uitspraak van Thatcher, de Iron Lady, “Ook andermans geld raakt eens op” is nog altijd actueel.

Wat wil je graag met de lezers delen.
Mijn liefde voor kaas wil ik delen. Je kunt kaas maken, inkopen, veredelen of laten rijpen, versnijden, vermalen, raspen, smelten, verpakken, verkopen en distribueren. Dat was in een notendop samengevat mijn werk. Maar kaas kan je natuurlijk ook eten, daar is het uiteindelijk voor. Je kunt het eten op dungesneden tomaten, basilicumblaadjes, geroosterde pijnboompitten, olie en natuurlijk wat geschaafde parmezaan. Of geitenkaas in warme verse vijgen, een stukje brie in de uiensoep, blauw schimmelkaas in de pittige pompoensoep, spiesjes zeer oude Hollandse brokkelkaas in een varkenshaasje.
Ik wil besluiten met een recept voor een heerlijke kaasfondue. Je doet per persoon 100 ml droge witte wijn, 200 gram geraspte kaas, 3% van het kaasgewicht aan maïzena of een ander bindmiddel, samen met een paar tenen fijngesneden knoflook en een flinke hoeveelheid nootmuskaat in een pan op matig vuur en roeren totdat het bruist. Deze fondue afmaken met een flinke scheut kirschwasser en smullen maar. De traditionele Zwitserse kaas soorten, gruyère en emmentaler, zijn de meest gebruikte soorten voor de fondue, maar vervang of vul deze eens aan met een deel appenzeller of parmezaan. Je kan hier van alles bij serveren, wat je maar lekker vindt. Aardappeltjes, brood, spruitjes, bloemkool, broccoli, ananas enz. Als de kaas er maar aan blijft kleven.

Tips en trucs.
Voor degenen die voor het eerst deze fondue maken, nog een opmerking. Zorg ook op tafel voor een vuurbronnetje onder de pan, zodat de kaas goed warm blijft. Als deze teveel afkoelt is hij niet meer goed eetbaar te maken. Dit in tegenstelling tot andere kaassausen die de volgende dag nog goed kunnen worden opgewarmd.

Voor de kleinkinderen maken we een aparte fondue. Deze bereiden we zonder alcohol. We vervangen de witte wijn dan door mascarpone, en doen er geen kirschwasser in. De roomkaas eerst smelten en dan daar de andere kaas door roeren. Deze ook wat warmhouden op tafel. Restanten hiervan kan je de volgende dag prima opwarmen.

Een andere Zwitserse manier om kaas te eten is raclette kaas verwarmen totdat hij bijna begint te lopen. Dat deed men vroeger in een speciale houder aan de schouw waar een half kaasje in paste. Het gaat ook uitstekend met een koekenpannetje boven wat waxine lichtjes. Ook hier kan je van alles bij serveren. In de supermarkten zijn verpakkingen van 200 gram te koop waar 2 * 5 plakjes in zitten, dezelfde kaas is in Zwitserland en Oostenrijk te verkrijgen in verpakkingen van 400 gram met een gelijk aantal plakjes. Zuinige Nederlanders.
Bij de afbeelding: Regenachtige zondag in de herfst. Raclette en luisteren naar podium Witteman.

Wij hebben altijd gemalen parmezaanse kaas in de diepvries. Met de keukenmachine raspen we stuk parmezaan en een stuk pecorino, dat doen we in een zak, en dan in de vriezer. Net voor gebruik schrapen we met een vork wat we nodig hebben uit de zak. Dit lukt met Hollandse kaas niet omdat die een grote bevroren klomp worden. Maar met deze droge Italiaanse kazen gaat het uitstekend

Vier het leven, vier het uitbundig.

Reageren

20 oktober: Lezer van de maand – Ans van der Laan

Hoe kennen wij elkaar?
We hebben Ada en Gerard leren kennen toen zij onze overburen werden aan de Boskamp in Roden. We hadden meteen een goed contact. Ada en ik zijn toen begonnen met ons wekelijks zwemuurtje op maandagavond in sporthal de Hullen in Roden.

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben geboren op 15 juli 1962 in Drachten en toen ik acht jaar was zijn we verhuisd naar Groningen voor het werk van mijn vader.

Verliefd? Verloofd? Getrouwd?
Op 14 april 1983 ben ik getrouwd met Bert van der Laan en op 8 november 1990 werd onze eerste zoon Jeff geboren. Op 14 september 1993 kwam onze tweede zoon Rutger.

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
Inmiddels zijn onze zoons volwassen en Bert is sinds vier jaar met pensioen. Zelf werk ik nog drie dagen in de week bij de Hanzehogeschool Groningen als ambtelijk secretaris bij Bureau Klachten en Geschillen. Dit werk is zeer afwisselend en ik blijf voorlopig nog wel even werken. Er blijft nog genoeg vrije tijd voor ons over om samen leuke dingen te doen. Bert en ik houden van reizen naar het buitenland maar dat is in deze periode helaas niet mogelijk. We blijven optimistisch: wat in het vat zit verzuurt niet.

Wat wil je graag met de lezers delen?
Ik wil graag iets delen over het bedrijf BUKU wat Jeff en Rutger hebben opgericht.

BUKU is een streamingdienst voor studieboeken waarmee je altijd en overal op elk apparaat beschikt over de leerstof van je studie. Alle via BUKU beschikbare boeken zijn digitaal toegankelijk voor een vast bedrag per maand (maximaal 25 euro) met onbeperkt toegang.

Jeff zag tijdens zijn studietijd in Groningen enerzijds dat veel studenten de dure studieboeken niet kochten of oudere versies gebruikten en anderzijds dat de “gekochte” studieboeken vaak niet of maar gedeeltelijk werden gebruikt. Hij kwam dan ook met het idee om een bedrijf op te richten waar studenten geen boeken meer hoefden te kopen maar een abonnement konden nemen. In deze tijd met het leenstelsel is het voor studenten belangrijk om hun schulden niet te hoog op te laten lopen.

“Buku” is het Indonesische woord voor boek. Je spreekt het uit als ‘boekoe’. Lekker kort en, belangrijker, in iedere taal uit te spreken. Dat past bij de ambitie om een wereldwijd educatief platform te worden.

Met BUKU kunnen studenten met een betaalbaar abonnement onbeperkt alle studieboeken gebruiken van het platform; Universiteiten en Hogescholen kunnen daardoor de meest actuele en kwalitatief hoogwaardige studieboeken voorschrijven en uitgevers genereren hiermee stabiele inkomsten. Verder wordt er door de digitalisering van studieboeken een significante besparing op grondstoffen en logistieke kosten gerealiseerd.

Door uitrol in landen waar studieboeken nog meer onbetaalbaar zijn dan in de ontwikkelde Westerse landen, wordt bijgedragen aan het verbeteren van het studieklimaat aldaar. Midden- en Zuid Amerikaanse landen als ook Afrikaanse landen zullen daar het eerst van kunnen profiteren. Op dit moment wordt BUKU naast Nederland gebruikt in Suriname en de Nederlandse Antillen. Verder is BUKU bezig om in een aantal Afrikaanse landen, waaronder Namibië, Malawi, Kenia en Sierra Leone, te starten met de streamingdienst.
Op de foto hiernaast de uitreiking van de Publieksprijs van 2019 van de KVK Innovatie top 100. Meer weten? Hierbij een artikel daarover op Noord Z.

Reageren

20 september: Lezer van de maand – Wimmy Barf

Hoe kennen wij elkaar?
Ada en Gerard heb ik ontmoet via de kerk.
De ZWO. vroeg mensen om mee te werken aan de uitvoering van de jaarlijkse kalender met een schilderij. Dat jaar was het thema ‘vieren’ en dit thema sprak me erg aan want wij zijn behoorlijk van het ‘vieren’!
Elk jaar een weekend met ons gezin, met broers en zussen, met de hele familie, etc.
Op de afbeeldingen: Vieren met het gezin in ‘Corona-tijd’. (klik op de afbeeldingen voor een vergroting.)

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben in 1940 geboren in Drachten en opgegroeid in een warm gezin met 5 kinderen.
Na de middelbare school volgde ik een opleiding voor kleuterleidster in Leeuwarden, later aangevuld met tekenen/schilderen, handvaardigheid en textiele werkvormen, zoals dat toen heette. Na jaren werken met kleuters ben ik overgestapt naar cursussen geven aan  volwassenen op mijn vakgebied, vooral schilderen op zijde, vilten en aquarelleren .

Verliefd? Verloofd? Getrouwd?
In 1963 ben ik getrouwd met mijn vakantieliefde Arend (Ameland) en nog steeds gaan we regelmatig naar ‘ons’ eiland . We hebben 3 zonen, 3 schoondochters en 5 kleinkinderen en vormen samen een hecht gezin. Na Groningen (waar onze kinderen zijn geboren) en Leek zijn we, toen de kinderen de deur uit waren, in 1990 in Roden komen wonen.
Hier wonen we dus al 30 jaar, met heel veel plezier, in een klein boerderijtje aan de Roderweg.

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
Wat de kerk betreft ben ik nog actief in een wijkteam.
De laatste jaren geef ik geen cursussen meer en heb ik me gericht op het werken voor exposities en kunstmarkten.
De kunstmarkten, overal in Nederland, combineerden we met een vakantie met de caravan. Fietsen mee en de omgeving verkennen.
Samen met Arend heb ik daar veel plezier aan beleefd maar nu willen we het toch rustiger aan gaan doen. We stoppen met de kunstmarkten. Volgend voorjaar verhuizen we naar een appartement in Leek. (Op dit moment wordt dat gebouwd en het schiet al aardig op) We hebben net ons huis verkocht.
‘We fietsen graag en houden van musea, theater en zijn een ‘spelletjes gezin’.  Ook knutselen en lezen zijn  favoriet.

Wat wil je graag met de lezers delen?
Van de keuze voor mijn opleiding heb ik ontzettend veel plezier gehad. In ons gezin maar ook met de kleinkinderen.
Met enige verbazing kijk ik nu terug op hoe ik vroeger op school de bijbelverhalen heb verteld. Dat zou ik nu niet meer op die manier doen. Daarin ben ik erg veranderd.
De verandering in denken heeft ook te maken met een ernstige ziekte (borstkanker) die ik meemaakte. Mijn geloven verschoof van de hemel (in mijn jeugd) naar de aarde.
Hier moet het gebeuren. Ik denk na over wat het betekent ‘Een mens te zijn op aarde.
De prachtige film ‘As it is in Heaven’ heeft me veel gedaan en probeer ik in praktijk te brengen. Mijn motto is ‘Vier het leven …vandaag’ en ‘Niet morgen maar nu’, dit naar aanleiding van het boek met de gelijknamige titel van van Wayne W. Dyer.

We genieten (voor het laatste jaar) van onze grote tuin en hopen nog lang samen plezier te hebben van ons nieuwe appartement in Leek.
Onze hobby’s nemen we mee!
Wimmy Barf

Opmerking Ada: Het schilderij ‘Op het leven’ dat Wimmy benoemt in de eerste alinea hangt in onze woonkamer. Een afbeelding daarvan en het verhaal daarbij lees je hier.
Ook dit jaar staat er een werk van haar op de ZWO-kalender en wel bij de maand september. Hierbij een link naar de PKN-website waar in september een afbeelding van die zijdeschildering te zien is.

Reageren

Pagina 1 van 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén