een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Lezer van de maand Pagina 1 van 4

20 januari: Lezer van de maand – Lianne Polling-Waninge

Hoe kennen wij elkaar?
Wij zijn familie, Gerard is het jongere broertje van mijn vader en als kind kwam ik in Roden om bij mijn nichtjes te logeren.
Wat ik daar nog van weet? Ada maakte Disney kleurboekjes voor ons en we gingen in de zomer graag naar het Ronostrand.
Tegenwoordig wonen we in hetzelfde dorp en spreken we graag af om te klaverjassen.
Daarnaast lopen we ook wel eens gezellig langs, wanneer iemand jarig is of gewoon om bij te kletsen.

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben geboren op 1 oktober 1983 in Rolde. Daar heb ik ongeveer twee jaren gewoond. Mijn ouders verhuisden daarna naar Hoogersmilde, daar ben ik opgegroeid.

Verliefd? Verloofd? Getrouwd?
Verliefd op Han en inmiddels al bijna tien jaren getrouwd.

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
Wij hebben een actief en sociaal leven, onze kinderen zijn vijf en zeven jaar. Mijn man heeft zijn eigen bedrijf en is gespecialiseerd in voegapplicaties, oftewel hij is kitspecialist. Ik werk parttime en inmiddels al vijftien jaren in het basisonderwijs. Na twaalf jaren op een basisschool in Assen gewerkt te hebben, kreeg ik drie jaar geleden de mogelijkheid om in Roden te komen werken. Ik werk op CBS De Hoeksteen en dat doe ik met veel plezier. Mijn vrije dagen vul ik mijn tijd met sporten, creatief schrijven en natuurlijk het huishouden.

 

 

Wat wil je graag met de lezers delen?
Ik neem jullie graag mee het klaslokaal in. Wanneer ik naar mijn werk fiets, staat mijn hoofd al aan en weet ik al goed hoe mijn dagplanning eruit ziet. De slogan; ‘leerkracht, elke dag anders!’ heb je vast wel eens voorbij zien komen. Hoe goed we de dag ook voorbereiden, er gebeuren altijd onverwachte situaties. Daarom zit mijn tas vol met leuke spelletjes voor de tussen de lessen door, kleine plakkers om complimenten op te schrijven en uit te delen, dropjes en hoestsnoepjes voor kinderen met een zere keel en een goed voorleesboek. De verhalen van kinderen lopen uitéén van paardrijlessen en voetbalwedstrijden tot ‘mijn moeder was chagrijnig en gooide met de bibliotheekboeken’. Het is allemaal goed, de verhalen zijn realistisch en kinderen spreken hun waarheid. Het is de kunst om goed te luisteren en het kind te laten weten dat je hen begrijpt. Ondertussen moet er ook les worden gegeven en dat lukt het beste als je zelf plezier hebt en de lesopbouw goed weet in te delen. Het onderwijs is veranderd en verandert aldoor. We leren dan ook van elkaar en proberen hier en daar spelenderwijs, kinderen lessen aan te bieden.

Aan de slag met de ‘dagstarter’.

Elke ochtend wanneer de kinderen de klas binnenlopen, staat er een dagstarter op het bord waar de kinderen een raadsel, rebus of puzzel mogen oplossen. Voor half negen wordt er al actief gepuzzeld.

En ken je bijvoorbeeld het propjesdictee? Of de verliefde harten? Verliefde harten zijn getallen die samen opgeteld 10 zijn. Zoals 8 + 2 en 3+ 7. Tijdens het propjesdictee staan de belangrijkste spellingwoorden van die week op kleine papiertjes, deze mogen we verfrommelen en door de klas gooien. Nou ja, de juf geeft aan wie dat mag doen en wie een propje mag oppakken. Het woord wordt voorgelezen en opgeschreven en zo doorlopen we een dictee.

Spullen uit mij tas.

Maar één van de belangrijkste normen om goed te kunnen werken en leren is: zit je lekker in je vel, ga je met plezier naar school, heb je een leuke klas en durf je op de juiste manier voor jezelf op te komen. Allemaal onderwerpen die belangrijk zijn voor de groepsdynamiek. We zetten dan ook na elke vakantie in op sociale en emotionele gesprekken en spelletjes.

Wat mijn werk zo leuk maakt?

Het zit in de kleine dingen. Zoals een rekenstrategie die eindelijk op zijn plek valt of een spellingregel die steeds vaker goed wordt toegepast. Maar ook wanneer kinderen moeten wachten op de PCR-test en dat ik dan één van deze leerlingen om half 2 buiten rondjes om school zie fietsen. Wetende dat zijn uitslag negatief moet zijn, omdat hij buiten is. Wanneer hij rond 13.50 uur op het plein staat om zijn klasgenoten op te wachten (de school is om 14 uur uit) doe ik het raam open en roep hem bij me. Inderdaad zijn test was negatief en eigenlijk vertelt alles wat hij uitstraalt, hoe graag hij op school wilde zijn. Natuurlijk nodig ik hem dan uit om de laatste tien minuten nog mee te doen in de klas. En…hij had geluk, na een dag geen school voor hem, komen we er om 14 uur achter dat hij klassendienst heeft. Hij heeft met veel plezier de klas opgeruimd.

Kinderen zien en laten voelen dat ze gezien worden. Dat telt. En dat begint al voor half negen wanneer iedereen het lokaal binnendruppelt.

Hieronder een voorbeeld van een dagstarter. Zoek de zevende dwerg. Weet jij het antwoord?

Reageren

20 december: Lezer van de maand – Renny Alkema

Hoe kennen wij elkaar?
Wij kennen elkaar via mijn moeder die bij Ada in de Cantorij zong. Ada en ik zijn sinds 1 jaar collega’s.

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben geboren op 20 januari 1961 te Nieuw-Roden (Bisschopswijk), als 3e kind in een gezin met 8 kinderen (6 dochters en 2 zoons).

Verliefd? Verloofd? Getrouwd?
40 jaar verkering, waarvan  30 jaar getrouwd met Martin Smit, hebben samen een dochter (28) en een zoon (22).

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
Ik werk 3 dagen in de week. De rest van de dagen breng ik graag met mijn man en kinderen door, de kinderen zijn de deur uit. Hobbies: wandelen, tuinieren, lezen, muziek luisteren, thuis zijn en het daar gezellig maken. Af en toe verheug ik mij weleens op ons pensioen.

Wat wil je graag met de lezers delen?
Mijn levensmotto: wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet en ‘Aordig doen tegen mensen die niet aordig doen’.

Dit jaar geen rollade van mamme

Wat hadden we het altijd gezellig met kerst, we vierden dit met alle kinderen en aanhang en kleinkinderen bij één van de zussen, bij mamme was het te klein.
Een ieder nam een warm en een koud gerecht mee, zo hadden we een uitgebreid warm en koud buffet.
Mamme nam steevast de rollade en de stoofpeertjes voor haar rekening. Wat zal ik dat dit jaar missen, niemand kon zulke lekkere rollade en stoofpeertjes maken als ons mamme.

Vorig jaar op 30 december is mijn moeder vrij plotseling overleden, dit jaar is dus de 1e kerst zonder mamme; pappe moeten we al sinds 1979 missen.
Deze dagen met de kerstboom weer in huis komt alles weer boven. Kon ik nog maar even naar mamme toe… het maakt mij aan het huilen, ik die nooit een huilebalk was.
Dat heb ik blijkbaar van mijn moeder overgenomen.

Toch overheersen nu de talloze mooie herinneringen uit mijn fijne jeugd. We hadden het niet breed in ons grote gezin. Op vakantie gingen we niet maar wat waren de zomers THUIS heerlijk. Aan het begin van de vakantie knipte ik een oude spijkerbroek af en droeg deze de hele zomervakantie.

Zo beleefden wij ’s zomers van alles: achter het huis hadden we een tennisbaan uitgezet, op het grind met witte zandstrepen, een touw fungeerde als net. Zo speelden wij tennis op ons eigen Wimbledon. Kwam pappe thuis, en stond het net deuce (gelijk) dan reed hij zo de tennisbaan op en moest het net verwijderd worden. Pappe, die lieve zachte man. Voor hij ’s avonds naar bed ging liep hij altijd nog even naar buiten om een sigaret te roken, soms keek ik dan toevallig nog even naar buiten en zag het rode puntje van de sigaret oplichten, wat gaf dat een veilig gevoel. Vlak daarna kwam hij nog even bij ons allen langs om later aan mamme te vertellen dat de kindertjes allemaal zo lekker lagen te slapen.

Ook hadden we de Olympische Zomerspelen bij ons in de tuin. De onderdelen bestonden voornamelijk uit atletiek. Na afloop was er een heuse huldiging.

Op de zaterdagen hielp ik pappe altijd in de groententuin; aardappels en boontjes poten, verschillende groenten kweken, wieden, schoffelen, wat vond ik dat altijd fijn. Nu heb ik een eigen groententuintje. Als we dan ’s avonds binnen zaten, pappe in zijn rookstoel, zat ik steevast tegen de rookstoel aan, hij aaide mij dan vaak even door mijn haar.
Op zaterdagavond aten we krentenbrood met yoghidrink; heerlijk. Ook kregen we een halve frikandel, en die smaakte lekkerder dan nu een hele.
Onbetaalbare herinneringen.

Geld voor grote cadeaus was er niet. Pappe maakte ooit een mooie houten boerderij voor mij, ik was geen poppenkind maar speelde met boerderijdieren. Het dak kon je zelfs aan één kant openen. Later toen we allen de deur uit waren hadden we in juli, rondom pappes verjaardag, familieweekend. Eerst gingen we een weekend weg, later hadden we familieweekend bij mamme in de tuin.

Vaste onderdelen waren de bonte avond op zaterdagavond, een keur van artiesten kwam voorbij. Wat hebben we lol gehad om Tina Turner (mamme) en David Bowie (zus Esther), Amy Winehouse (zus Henny), BZN (mijn gezin en ik) en vele andere artiesten. Een ieder bleef in de tuin (in tenten, caravans) of bij mamme in huis slapen. De zondagmorgen begonnen we met een ontbijt buiten en daarna met z’n allen naar het kerkhof in Nieuw-Roden naar het graf van pappe. Een ieder had bloemen uit eigen tuin meegenomen waar zus Henny dan een prachtig grafstuk van maakte.

En nu is ook mamme overleden en is ons ouderlijk huis verkocht en dat doet pijn; gelukkig blijven de talloze mooie herinneringen aan ons thuis.
(op de afbeelding rechts een tekening van het ouderlijk huis, gemaakt door Henny).

Bedankt lieve pappe en mamme voor mijn leven en voor de talloze onbetaalbare herinneringen en levenslessen die jullie mij hebben gegeven.
En voor al mijn lieve broers en zussen en iedereen die daar later bij is aangehaakt in ons gezin!!
Spezie ammen.  (dat zeiden we vroeger in koor voor we gingen eten, veel later kwam ik erachter wat het betekent: Here zegen deze spijze Amen!)

Renny Alkema,
December 2021, de 1e Kerst zonder ouders

Reageren

20 november: Lezer van de maand – Annelies van Buuren-Vonk

Hoe kennen wij elkaar?
Al in mijn kindertijd waren Ada en Gerard een begrip in Roden, vanwege het kinderkoor waar zij de leiding aan gaven. Later leerde ik hun dochters kennen bij het jongerenkoor Enthousiasmos. Ik leerde Ada beter kennen toen ik terug verhuisde naar Roden, na mijn studietijd en weer in Roden naar de kerk ging. Ik neem met regelmaat deel aan ‘ad hoc koorprojecten’ die Ada binnen onze kerk organiseert.

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben geboren in Almelo op 22 december 1984. In 1994 ben ik met mijn ouders en twee jongere broers naar Roden verhuist.

Verliefd? Verloofd? Getrouwd?
Verliefd en getrouwd! In 2011 zijn Rick en ik, na een aantal jaren verkering, in het huwelijkse bootje gestapt. We hebben drie prachtige kinderen gekregen: Stijn (9 jaar), Sofie (7 jaar) en Jurre (4 jaar).

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
Men zegt dat de fase met jonge kinderen de ‘tropenjaren’ zijn. Het is een drukke tijd met opgroeiende kinderen, school, werk en hobby’s. Mijn dagen vullen zich als vanzelf. In mijn vrije tijd zit ik graag achter de naaimachine en maak ik kinderkleding. Ook ben ik actief binnen het jeugdwerk van de PKN Roden-Roderwolde. Nu onze jongste net gestart is op school, komt er wat meer tijd vrij om te besteden aan mijzelf.

Wat wil je graag met de lezers delen?

Ik zou graag iets willen delen over het beroep dat ik uitoefen en het plezier dat ik daaraan beleef.
Van 2003 tot 2010 heb ik in Groningen geneeskunde gestudeerd. Het beroep waar je voor leert lijkt voor de hand liggend, namelijk: arts. Maar zo simpel ligt dat niet.
Er zijn ontzettend veel soorten ‘dokters’, die allemaal hun eigen (intensieve) vervolgopleiding hebben. Al snel wist ik dat ik een beroep buiten de ziekenhuismuren wilde uitoefenen. Na mijn studie ben ik gaan werken bij Accare, een grote instelling voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Hier heb ik acht jaar met heel veel plezier gewerkt, binnen en buiten kantooruren. In combinatie met jonge kinderen was een vervolgopleiding tot psychiater op dat moment niet haalbaar. Ik besloot op zoek te gaan naar een baan die beter te combineren was met mijn gezin.

Ik kwam terecht bij de GGD Drenthe en werk daar nu drie jaar als jeugdarts.
Dag in dag uit komen er ouders naar het consultatiebureau voor het bespreken van de groei en ontwikkeling van hun kroost, de medische check en de vaccinaties.
Het leuke aan dit werk is dat je kinderen (en hun ouders) ziet (op)groeien, er nieuwe kinderen geboren worden binnen een gezin en dat je de tijd krijgt een relatie met gezinnen op te bouwen. Met veel kinderen gaat het (gelukkig) goed, maar met regelmaat komen ook problemen naar voren. De jeugdarts heeft een belangrijke taak in het vroeg signaleren van problemen in de groei, ontwikkeling en gezondheid van kinderen. Maar zoals nu, is het consultatiebureau niet altijd geweest…

Een eeuw geleden begon de overheid zich te bemoeien met de zorg voor baby’s om kindersterfte tegen te gaan. In 1901 begon dokter B. Plantenga in Den Haag het eerste consultatiebureau. Zijn praktijk was bedoeld voor de minder bedeelden en met name voor de moeders die geen borstvoeding konden geven. Zij kwamen dagelijks om hun kind te laten wegen en de dosis melk voor de volgende dag op te halen. Ruim honderd jaar later krijgt ongeveer elk kind al in de eerste levensweken te maken met de jeugdgezondheidszorg. De adviezen zouden ouders houvast moeten bieden, maar door veel ouders wordt ook wel gesproken over het ‘consternatiebureau’. Ouders van nu zijn mondiger, veeleisender en doen niet ‘zomaar’ wat de dokter hen adviseert. Onder invloed van sociale media, internet en (goedbedoeld) advies van familie en vrienden proberen jonge ouders hun eigen weg te vinden in de opvoeding. Adviezen veranderen voortdurend. Vroeger sliepen baby’s op de buik, nu op de rug. Vroeger was huilen nog ‘goed voor de longetjes’, momenteel biedt je je baby vooral nabijheid. Borstvoeding of flesvoeding? Inbakeren of niet? Elk advies is al eens het ‘juiste’ geweest.

Tot de jaren 60 werden baby’s onder een strikte regelmaat groot. Daarna volgde een periode waarin alles moest kunnen en opvoeding zo ‘vrij’ mogelijk was. Inmiddels keren we weer wat terug naar de ouderwetse drie R’en (rust, reinheid en regelmaat) van vroeger. Zo veranderen de adviezen mee met de tijdsgeest. Het geeft voldoening om met ouders mee te denken en ze in hun eigen kracht te zetten. Ook kan ik regelmatig vanuit eigen ervaring zeggen: ‘het is een fase, wees mild voor je kind en jezelf’.

Reageren

20 oktober: Lezer van de maand – Marianne Weisenbach

Hoe kennen wij elkaar?
Wij kennen elkaar via mijn zus Jacquelien. Zij en Ada zijn collega’s bij Lentis. Zo nu en dan hebben Ada en ik contact via de mail over onze hobby haken.

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben geboren op 18 juli 1964 in Veendam.  Daar heb ik de Havo afgerond. Na een korte opleiding tot medisch secretaresse ben ik in 1985 gaan werken en wonen in Amsterdam. Na ook in Haarlem, Almere en Wildervank gewoond te hebben ben ik nu weer terug in mijn geboortedorp. Sinds 2008 heb ik een heel fijn huis met een heerlijke tuin in het centrum van Veendam.

Verliefd, verloofd, getrouwd?
Alleenstaand maar mijn huis delend met 3 leuke, lieve katers.

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
Ik werk als medisch secretaresse op de afdeling radiologie van het Martini Ziekenhuis.  Dat doe ik 4 dagen in de week. De andere 3 dagen vul ik met tuinieren,  klussen, creatief bezig zijn, knuffelen met mijn 3 katers, familie en zo af toe moet er ook nog wel eens wat huishoudelijks gedaan worden.  Ook ga ik graag op vakantie.  Paar weekjes naar Griekenland of lang weekend naar Texel.  Dat doe ik samen met mijn lieve zus Jacquelien. We hebben altijd erg veel plezier samen. Afgelopen jaar zijn we in Nederland op vakantie geweest. In september hebben we genoten van Zeeland. Verrassend mooi.

Wat wil je graag met de lezers delen.
Ik wil graag delen hoe leuk het is om creatief bezig te zijn.  Zolang ik mij kan herinneren ben ik wel  iets aan het maken. Via kaartjes maken, bloemschikken, mozaïeken, servies stippen en nog vele andere leuke bezigheden heb ik mij sinds een aantal jaren op het haken gestort: helemaal hooked.

Waarom is haken nu zo leuk? Het is ontspannend, even je hoofd leeg maken na een dag werken.
Het geeft voldoening; onder je eigen handen ontstaan de mooiste dingen.
Je kunt er iemand blij mee maken.  Het is toch heel erg fijn en origineel om iemand een handgemaakt cadeau te geven? Een knuffel, sjaal, mand  je hebt altijd een uniek cadeau.
Haken kun je overal doen.  In de tuin, op de bank voor de tv, in de auto, op vakantie; al wat je nodig hebt is een bolletje wol en een haaknaald. Nou ja, misschien een leuk haakpatroon.
Het schijnt ook goed te zijn voor de hersenen.  En het is tegenwoordig helemaal hip.
Vorig jaar heb ik van mijn zus een abonnement op een haaktijdschrift voor mijn verjaardag gekregen, daar staan de leukste dingen in.
De enige stress die ik er van heb is keuzestress. Wat zal ik gaan maken?  Het gevolg is dat ik altijd met meerdere projecten tegelijk bezig ben.

Gehaakte knuffel

Haken is ook heel  divers. Zelf mag ik graag knuffels en woonaccessoires  haken.
Aan kleding haken (behalve sjaals) heb ik mij nog niet gewaagd. Dat komt nog een keer.
Dekens, kussens, manden, mandala’s, tassen er zijn oneindig veel mogelijkheden.

Mochilla-tas met koord en schouderband.

Ik mag ook graag nieuwe technieken uitproberen. Boekje gekocht over mochilla haken en een paar YouTube filmpjes  gekeken en daarna ben ik gewoon begonnen. Proeflapjes sla ik over. Je werkt  hiermee met meerdere kleuren tegelijk. Je haakt met een kleur en neemt de andere kleuren mee onder je steken en volgens patroon wissel je van kleur. Op deze manier kun je heel goed patronen haken. Heel leuk om te doen.  Het kost wel wat tijd en het is niet zo geschikt om voor de tv te doen. Als je tenminste het tv programma ook wilt volgen. Zo heb ik een hele leuke tas gemaakt.  Bij deze tas hoort ook een koord en een schouderband. Het koord heb ik gemaakt met een kumihimoschijf.

Inkle loom: bezig met de schouderband.

‘Kumi’ betekent vlechten in het Japans en ‘himo’ koord.  Japans vlechten dus. En de schouderband heb ik gemaakt met de  Inkle loom, een klein bandweefgetouw; hiermee kun je hele mooie banden weven.

Mandala

Zo zijn er veel  verschillende soorten haaktechnieken. Bijvoorbeeld Tunisch haken, corner to corner, filethaken,  granny squares,  mandala’s,  plannend pooling (hiermee creëer je met een meerkleurig garen een ruitpatroon, zelf nog niet geprobeerd). En nog veel meer.

Nog een  techniek die ik als laatste wil benoemen is mozaïek haken.  Je haakt met twee of meer kleuren zonder dat je in 1 toer steeds van kleur hoeft te wisselend. Om de 2 toeren wissel je van kleur. Je haakt volgens een telpatroon en het is heel geschikt voor grafische patronen.  Het lijkt ingewikkeld maar dat valt reuze mee.  Je gebruikt eigenlijk alleen de drie basissteken lossen, vasten en stokjes.  Ik ben nu bezig met een kerstdeken in deze techniek.

Mozaïek haken: kerstdeken.

En dan ga ik  nu weer snel aan de haak.  Waar zal ik eens mee verder gaan?
De granny square deken, het lantaarntje of toch de omslagdoek?
Nee laat ik eerst de kerstdeken maar gaan afmaken: Kerst komt er aan.

Ook zin gekregen om te gaan haken, gewoon doen!

Reageren

20 september: Lezer van de maand.

Hoe kennen wij elkaar?
Vanaf september 2016 ben ik predikant in Roden en omgeving en al snel leerde ik Ada en Gerard kennen.
We hebben samen wel spelletjes gedaan, gekletst, vieringen gehouden en al zo meer.

Waar en wanneer ben je geboren?
In 1974 ben ik geboren te Andijk, Noord-Holland; die streek heet Westfriesland.
In Kampen heb ik gestudeerd en daarna zijn mijn vrouw Tineke Braspenning en ik gaan wonen in Arnhem.
Van Arnhem kwamen wij met onze drie dochters, Mirte, Jasmijn en Merel naar Roden toe.

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
Na mijn afstuderen als theoloog ben ik als jeugdwerkadviseur gaan werken voor de landelijke kerk.
Aansluitend heb ik de switch gemaakt naar predikantschap, eerst in Deventer-Colmschate en nu hier.
Dat doe ik fulltime. In mijn vrije tijd lees ik veel, doe aan theater en knutsel fantasy figuren.

 

Wat wil je graag met de lezers delen?

Op zaterdag 14 september hielden we in ons startweekend van de kerk een vossenjacht. Ik was ook een vos en liep als ridder rond.
Niet in een kinderachtig plastic pakje, maar in een replica van een echt harnas met maliënvest eronder, (bot) zwaard op de heup.
Die spullen heb ik namelijk zelf in huis. Ik doe geregeld aan theatrale dingen, zoals live action roleplaying.
Je speelt dan als volwassenen met een groep verklede mensen een bepaald karakter uit.
Allemaal improvisatietoneel, de hele dag door. En ik koos dus gaandeweg voor een volledig bepantserde strijder.

Er zit een symbolische psychologie achter zo’n keus: want in een harnas maak je jezelf ongevoelig en redelijk onkwetsbaar.
Van nature ben ik nogal een gevoelig mens, vandaar dat ik predikant werd.
Dat harnas blokkeert harde meppen, je voelt er echt niks van. Dat heeft iets veiligs en je ziet er imponerend uit ook nog.
Er zijn wel meer gevoelige mensen in de wereld, toch zou ik een harnas niet aanbevelen.

Therapeuten willen je graag uit een dergelijk psychisch ‘harnas’ vandaan hebben zodat je weer voelen kan en vrijer leven.
Want jezelf bepantseren, ongevoelig maken, hard en onaantastbaar heeft een prijs.
Geen pijn voelen omdat je je gevoel blokkeert betekent ook geen vreugde voelen, of liefde.
En een echt harnas toont nog een andere kant van deze psychologische zelfbescherming: het is loodzwaar te dragen.

Mijn harnas weegt met alles bij elkaar een kleine veertig kilo. Heel grappig, maar na een uur rondlopen ben je er wel klaar mee. Iets subtiels doen kun je vergeten met die lompe pantserhandschoenen aan. En je drukt zo iemand anders onderuit als je niet uitkijkt.
Nee, jezelf pantseren om te voorkomen dat je gekwetst wordt, of overweldigd door indrukken is de weg niet. De prijs is te hoog.
Jezelf beschermen is wel verstandig en daar zijn wegen voor, maar niet door jezelf hard als staal te maken.
Als je dat wilt, dan kun je beter af en toe aan toneelspelen gaan doen!

Ds. Walter Meijles

Reageren

20 augustus: Lezer van de maand -Dea Smith.

Hoe kennen we elkaar?
Ja dat is een goede vraag met heel veel antwoorden. Ik denk allereerst doordat Carlijn en onze oudste zoon Mathijs bij elkaar in de klas zaten. Dan was Ada natuurlijk een fenomeen met haar kinderkoor en onze dochter kwam ook op dat koor. Later werd ik zelfs voorzitter van dit koor. Vanaf de tijd dat de kerken in Roden samen kwamen in de PKN kwamen we elkaar natuurlijk heel veel tegen bij allerlei activiteiten. Gerard en Ada zijn actief in het kerkelijk gebeuren en wij (mijn Gerard en ik) ook. Dat geeft een band.

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben een rasechte Roner, al zijn mijn ouders import.
Ik ben geboren op 24 september 1961 en ben nooit uit Roden verhuisd.

Verliefd, verloofd getrouwd?
Allerdrie: met Gerard. Verloven dat deed je nog in de 80er jaren. In 1984 getrouwd en nog steeds (bij vlagen) verliefd en dus heel gelukkig.

In welke levensfase zit je nu en hoe vul je je dagen?
Ik ben nog steeds actief als docent biologie op een middelbare school; ik geef les aan VMBO-T (of Mavo zoals u wilt) leerlingen. Dit doe ik al heel lang en nog steeds met heel veel plezier. Daarnaast ben ik actief binnen de kerk.  Ook gym ik 1 keer per week bij juf Aukje. (heel erg prettig, dus kom op woensdagavond een keer langs in de Poolster) en wandel ik regelmatig een uurtje.
Verder ga ik  graag naar een museum.


Wat wil je graag met de lezers delen?
Vandaag is het einde van mijn vakantie. In dit vreemde Corona-jaar hebben we ervoor gekozen om in Nederland te blijven. We hebben heerlijk getoerd in onze oude sportwagen. We noemen haar Maggie. Heel gezellig en leuk allemaal, maar ik mis iets. Voor mij staat vakantie ook voor het ontdekken van andere landen, andere culturen en andere mensen. Daarom wil ik graag naar het buitenland. Alles is er toch anders. Het hoeft niet eens zo ver te zijn: Duitsland, België of het liefst Engeland zijn al zo anders. De taal, de omgeving en ja, ook de cultuur.

In 2011 en 2014 mocht ik voor onze PKN -kerk op reis naar Moldavië, het armste land van Europa. De eerste keer in gezelschap van Jan Rusch  en mensen uit andere gemeentes in de omgeving. De tweede reis met Gerard Waninge en 4 jongeren uit de gemeente, Carlijn , Mathijs, Mathijs en Sandra. Het bijzondere aan deze reizen was dat je bij de mensen thuis komt en er ook logeert. Je ziet niet alleen hoe de mensen er wonen en leven, maar je doorleeft het ook.  Je ontdekt wat het betekent dat je geen toilet in huis hebt, geen kraan met stromend water, maar dit moet halen uit de put. Dat betekent niet alleen geen douche, maar ook geen water om even een kopje thee of koffie te zetten, geen wasmachine, laat staan een afwasmachine.

Je komt bij oudere mensen thuis, die afhankelijk zijn van de hulp van buren. Ze wonen in een krot, vol met rotzooi. In de winter liggen ze op de kachel om warm te blijven. Ze moeten tot op hoge leeftijd hun eigen eten verbouwen, want de uitkering die ze krijgen van de overheid is alleen al nodig om hout of kolen te kopen voor de kachel.

Priesters proberen de ouderen op te vangen en te voorzien van een maaltijd en wat gezelschap. Met behulp van gelden onder andere uit Nederland kunnen ze de situatie iets dragelijker maken. We bezochten een school en een kinderopvang. Wat een wereld van verschil. Geen computers, geen digi-bord. Eenvoudige materialen en kinderen die hun soms enige maaltijd een kwak pap op een bord, op school krijgen. En als het koud is, heb je gewoon je jas aan in de klas, want de kachel mag pas na 1 november aan.

Wat ook opvalt is dat er veel oude mensen zijn en jongeren, maar dat de midden-generatie niet aanwezig is. Zij werken in het buitenland. In een westers land of in Moskou, om geld te verdienen voor de studie van hun kinderen. De kinderen verblijven bij een oma of tante die voor hun zorgt. Velen missen een gewone gezinssituatie. Dit doet iets voor je sociale en emotionele ontwikkeling  Het MCA, de organisatie die wij als PKN steunden, probeert kinderen en ouderen aan elkaar te koppelen, zodat men naar elkaar kan om zien.

Deze reizen waarbij ik zo met de bevolking mocht leven, hebben diepe indruk gemaakt en hebben nog steeds een diepe impact op mijn leven.
Daar kan geen gezellige vakantie in Nederland tegenop.

Meer weten over het MCA in samenwerking met de PKN?
Hierbij een link naar de website van Kerk in Actie. 

 

Reageren

20 juni: Lezer van de maand – Frits Bosman

Hoe kennen wij elkaar?
We zitten samen in de websitegroep van onze Protestantse Gemeente. Ook delen we liefde voor de cantorij. En onderling spreken we algemeen beschaafd ‘plat’…

Waar en wanneer geboren?
Geboren in De Krim, was gemeente Gramsbergen, nu gemeente Hardenberg op 22 juli 1936.

Eens getrouwd.
Met mijn lief Henny Wolters uit Valthermond. Ze is mij helaas ontvallen in 2002.

Levensfase
Is af te lezen uit mijn leeftijd en ik voel me een YEP. Naast het dagelijkse huishouden worden mijn dagen zomaar gevuld met zaken dicht bij het kerkelijk bedrijf. Ook is er de orgelstichting. (Hierbij een link naar de website van het Hinszorgel in Roden.) Muziek is altijd in de buurt met orgelspel, een Bachcantate en zo meer. Als corona niet meer plaagt, hoop ik weer volop mee te doen met de cantorij en wenkt de schaakclub.

Wat ik wil delen.
Zie het stuk hieronder met de titel ‘Briesend paard’ .
Maar wat me vanwege de oorlog het meest bezig  houdt, is mijn verbijstering over de holocaust. Graag deel ik met de lezer in dit verband de volgende boeken:

  • ‘In de schaduw van een nachtvlinder’ van Ivar Schute; een archeoloog op zoek naar sporen van de holocaust; ik beveel het aan als ‘verplichte’ lectuur
  • “De draad en de vliegende naald” en ‘Het meisje en de geleerde’, beide van Gerdien Verschoor; zij is de directeur van Herinneringscentrum ‘Kamp Westerbork’.
    Nadere informatie over deze boeken is op internet te vinden.

Het briesend paard

In Trouw kwam het voorbij: niets is zo actueel als het verleden (Akkerman).
Bij mij loopt het met me op en haakt aan me vast in mijn fascinatie voor ‘de oorlog’.
“Wat heb je toch met die oorlog”, vraagt Henny mij met een lichte irritatie in haar stem, jaren geleden.
Een passend antwoord? Ho maar. Dé oorlog kleeft aan mij. Ik ben van ‘voor’, dus van de categorie die het nog heeft meegemaakt…

De Krim, 10 mei 1940.
Ik zie ‘ze’ komen, een groen lint langs het kanaal in de zon. Sta tussen hen in als ‘ze’ bij opoe in ’t achterhuus hun veldflessen vullen.
Als ‘ze’ uit Bosman’s ‘holtstek’ hout opladen voor een noodbrug om de in de buurt opgeblazen draaibrug over het kanaal te vervangen.
Wat een contrast met het tafereel op een grauwe dag, ergens maart ’45, als ik met ome Willem door een kier tussen de deuren van het ‘holtstek’ koekeloer.
Een vanuit Coevorden komend zooitje ongeregeld dat zich met paard en wagen, opgetast met van alles, voortsleept.
De kleur van die uitgetelde grauwgrijsgroene bende staat me nog bij.

Ik ontwikkel een grote angst voor alles wat vliegt. Schrik voor laag over denderende bommenwerpers.
Nog jankt in mijn oren een salvo’s afvurende Engelse jager, Pinksteren 1944; doelwit een schip in de Fabriekswieke.
Schippersdochter Janny ter Steege overleeft het niet. Wat een indruk maakt dit op me. Op weg naar school, de bommenwerper die vlak achter ons nog net in het kanaal een bom dropt. Die exploderend een gigantische fontein omhoog spuit. Het bombardement in Enschede, als we logeren bij oom Henk en tante Mien.

Een sprongetje heen en terug… Weer Trouw; van 21 mei ‘21, de ‘Wraakpsalm’ van columnist Akkerman.
Hij beleefde de woorden als zwevend in een wereld die weinig met de zijne te maken had. ‘t Godd’loze volk wordt haast tot as, ’t zal voor Uw oog vergaan als was… Ja, zo ervaar ik dat tegenwoordig ook. Maar in ‘de oorlog’ wordt het even anders beleefd!

Vroeg in het voorjaar van 1945, bij juffrouw Booij in klas 2 van ‘Rehoboth’. Schrik! De sirene bij de fabriek, gejank dat nooit went: onheil in aantocht! Wetend wat me te doen staat, duik ik meteen onder de bank; de roep van de juffrouw is overbodig.
Van haar hebben we psalmen geleerd. Ze probeert de schrik weg te zingen en we zingen met haar mee:

Het briesend paard moet eind’lijk sneven,
Hoe snel het draav’ in ’t oorlogsveld;
’t Kan niemand d’ overwinning geven;
Zijn grote sterkte baat geen held.
(enzovoort, Psalm 33: 9, o.b.)

De Krim, 6 april ’45, vanuit Coevorden komen rupsvoertuigen onze kant op met de Canadezen.
Op mijn netvlies mijn vader die dolblij ons huis in rent  en weer uit stuift met de vlag.
We vieren de ‘verlossing uit de tyrannie’ in een afgeladen kerk. Ik zit naast mijn moeder.
Luidkeels zing ik op hele noten Psalm 124 (o.b.) mee:

Dat Israël nu zegge, blij van geest:
Indien de HEER, die bij ons is geweest,
Indien de HEER, die ons heeft bijgestaan,
toen ’s vijands heir en aanval werd gevreesd,
Niet had gered, wij waren lang vergaan.

Zo eigenen we ons psalmen toe, als het ‘nieuwe’ Israël, dat zijn wij toch, dachten we… toen.

Het briesend-paard-ras? Zal het uitsterven? Als het stil wordt misschien…

Zachtjes roept een stem om vrede,
Zo zacht dat ’t haast wordt gesmoord.
Dat is niet zonder reden:
Het woord wordt in de stilte pas gehoord. 

Reageren

24 mei: Gastblog Hans – Herinneringen

Het is al weer een tijd geleden, dat ik als gastschrijver van Ada een bijdrage leverde.
Tja ik ben niet iemand, die zomaar een verhaal uit mijn mouw schudt.
Toch vind ik het fijn om af en toe mijn gedachten aan het papier, eh pardon, aan de digitale wereld toe te vertrouwen.

Na mijn vorige verhaal over mijn jeugdboeken wil ik graag de schrijver Arthur van Schendel onder de aandacht brengen. Geen spannend boek met allerlei helden maar een levensverhaal uit de 19e eeuw voor de grote industrialisatie. Zijn boek uit 1930 over: “Het fregatschip Johanna Maria” stond op de lijst van de te lezen boeken voor het examen van de MULO. Het is een romantisch verhaal over de zeeman/zeilmaker Jacob Brouwer, die eigenaar wil worden van een zeilschip. Behoorlijk gedateerd, maar voor mij het beste boek dat ik ooit gelezen heb. De sobere stijl van schrijven, zonder dialoog en de dwangmatige liefde voor een zeilschip maken dat het boek heel bijzonder is. Het is ook een stukje geschiedschrijving over het varen met oude vaartuigen. Er komen veel scheepstermen in voor, die achterin verklaard worden. Niet iedereen zal het zo ervaren, maar na ruim 50 jaar denk ik nog vaak aan het verhaal over het tragische leven van  de arme weggelopen Jacob en zijn liefde voor het fregatschip Johanna Maria.

Er zijn meer boeken van Arthur van Schendel die de moeite waard zijn om te lezen. Klik hier voor een artikel hierover op Wikipedia.

Een ander boek uit die tijd was van Margo Minco. Een schrijfster geboren in 1920 en nog steeds in leven en dus al 101 jaar oud. Het is een dun boekje, dat daarom veel gekozen werd door examen leerlingen. Dit laat niet weg dat het een interessant verhaal is over de Jodenvervolging tijdens de tweede wereldoorlog. In korte hoofdstukken beschrijft zij de toenemende angst en onzekerheid. Zelfs als de bezetter toeslaat, blijft er een spoor van hoop om aan het lot te ontkomen. Met kleine middelen roept de schrijfster een sfeer op van dreiging, ongegronde hoop en verwachting, die precies weergeeft wat in die jaren in de harten van de vervolgden leefde.

Marga Minco heeft dit boek geschreven als een eerbetoon aan al haar familieleden die zijn omgekomen in de tweede wereldoorlog. Om de gebeurtenissen uit het verleden te kunnen verwerken, schrijft ze er verhalen over. ‘Het bittere kruid’ (1957) is haar eerste boek en is grotendeels autobiografisch. Men kan dit boek als een fictieve biografie beschouwen. ’Fictief’, omdat zij zich bijvoorbeeld de dialogen uit die tijd natuurlijk niet kan herinneren. Ze heeft haar werkelijkheid in verhalen gegoten. Na dit eerste boek volgden nog vooral ‘Een leeg huis’ (1966) en ‘De val’ (1983). Al haar werken gaan over de holocaust. De herinnering aan de jodenvervolging geeft nog steeds een bittere nasmaak. Of zoals haar echtgenoot Bert Voeten vooraan in het boek in het motto zegt: “Er rijdt door mijn hoofd een trein vol joden, ik leg het verleden als een wissel om…”

Het kamp Westerbork heb ik nog bezocht toen het nog bewoond werd door Ambonezen. De impact van het verleden drong toen nog niet zo tot mij door ondanks het verhaal, dat mijn vader op de fiets op verzoek van Joodse kennissen uit Meppel naar gedeporteerde familieleden ging om o.a. voedsel te brengen. Aan de rand van het kamp werd hij dusdanig geïmponeerd door de bezetter, dat hij onverrichter zake weer naar huis ging. Een indrukwekkende tocht in die tijd.

Tot een volgende keer.

Vorige blogs van Hans:

Reageren

20 mei: Lezer van de maand – Janny Meems-Brals.

Hoe kennen wij elkaar?
Ik heb Ada leren kennen toen ik verkering kreeg met haar neef Jan, nu meer dan 40 jaar geleden.

Waar en wanneer ben ik geboren.
Ik ben op 22 november 1960 aan de rand van de (toen nog) Noordoostelijke Polder, in de buurt van Blokzijl geboren.

Verliefd/verloofd/getrouwd.
Na 2 jaar verkering en 3 jaar verloofd te zijn geweest ben ik ondertussen bijna 38 jaar gelukkig getrouwd met Jan.
Na diverse verhuizingen zijn we afgelopen jaar in Epe komen wonen.

In welke levenfase bevind ik mij nu.
Na bijna 33 jaar bij de Rabobank te hebben gewerkt werk ik nu elke ochtend op een vmbo-school in Apeldoorn als dagroostermaker.
Mijn werkzaamheden op school zijn o.a. het maken van examensurveillanceroosters, rooster voor de toetsweken en het belangrijkste:  het vervangen van docenten die zich ziek melden en een collega docent in te roosteren, zodat de leerlingen toch les krijgen.
Nu, in deze tijden van corona, is het allemaal wat behelpen.
Mijn werkdag begint ’s morgens om 7 uur met het aanzetten van de computer (en een kopje koffie om even goed wakker te worden) en probeer om 11 uur mijn computer weer af te sluiten om naar huis te gaan.
De middag heb ik dan lekker voor mezelf.
Meestal maken Jan en ik dan wel een wandeling in de buurt.

Wat wil je graag met de lezers delen.
Afgelopen jaar zijn we verhuisd van een huis met een redelijk grote siertuin naar een appartement met weilanden, bossen en heidevelden rondom.
Dit houdt in dat ik nu geen tuin meer hoef te onderhouden, maar elke dag nog wel volop van al het groen kan genieten.
De vrije tijd die nu overblijft vul ik onder andere met maken van legpuzzels (veelal 1000 stukjes). (klik op de foto voor een vergroting.)
Als ik hier mee bezig ben vergeet ik helemaal de tijd en het gebeurt dan weleens dat Jan zich afvraagt wanneer het eten op tafel komt.
Ik heb me voor deze rubriek maar eens verdiept in de redenen waarom het maken van legpuzzels goed voor je is.
Je herkent het vast wel als je zelf ook al een puzzelliefhebber bent of wellicht trekt het je over de streep om het ook te
gaan doen.
Het is sowieso goed voor je hersenen; het blijkt dat als je vanaf je 40e actief puzzelt je minder kans op de ziekte van Alzheimer hebt.
Maar er zijn nog meer redenen om te gaan puzzelen.

1. Goed voor je geheugen en het maakt je vindingrijk.
Bij het maken van een legpuzzel, gebruik je zowel de rechter als de linkerhersenhelft.
De linker helft is onze analytische kant, die de verschillende puzzelstukjes op een logische manier probeert te sorteren.
De rechterhersenhelft is de creatieve kant van ons brein, die het grote plaatje ziet en intuïtief werkt.
Om de puzzel te kunnen leggen, heb je beide kwaliteiten nodig en dus worden zowel de rechter als de linker hersenhelft aan het werk gezet.
Daarmee creëer je niet alleen verbindingen tussen de twee hersenhelften, maar ook tussen de individuele hersencellen.
Deze verbindingen verhogen je vermogen om te kunnen leren, te begrijpen en te onthouden.
Puzzelen schijnt vooral voor je korte termijn geheugen heel nuttig te zijn.
Het brein maakt een vooronderstelling, die we vervolgens in de praktijk testen.
Dit leidt vaak tot vernieuwende en probleemoplossende vaardigheden.

2. Je maakt dopamine aan.
Legpuzzels helpen bij het aanmaken van dopamine, het geluksstofje dat een belangrijke rol speelt bij het beloningssysteem in je hersenen.
Het succesvol plaatsen van zelfs maar één passend stukje werkt al. Daardoor kunnen we al blijdschap ervaren.
Omdat we de beloning willen, willen we de puzzel niet alleen afmaken, maar willen we daarna nog een puzzel maken.
Liefst één, die net wat ingewikkelder is.
Ook zou dopamine leiden tot een betere motoriek, een verhoogde concentratie, optimisme en vertrouwen.

3. Je geest komt tot rust.
Aan de ene kant activeert een legpuzzel dus onze hersenactiviteit, aan de andere kant helpt het ons juist om te ontspannen.
Alleen al het grasduinen door verschillende puzzelstukjes lijkt onze geest te stimuleren om tot rust te komen.
Dit resulteert vaak in beter stressmanagement en leidt tot meer productiviteit en meer (zelf)vertrouwen.

Maar nu genoeg over de wetenschappelijke redenen om te gaan puzzelen; ik doe het ook gewoon omdat ik het heerlijk vind om te doen.
En jij?

Reageren

20 maart: Lezer van de maand – Sybrand van Dijk.

Een week vóórdat Corona ons overspoelde waren Ada en Gerard bij ons te eten.
Het was een gezellige avond vol verhalen, muziek en nieuwe plannen.
We dronken er lachend een flesje Corona bij. We hadden geen idéé.
Inmiddels zijn we maar liefst een jaar later. Van al mijn 55 levensjaren één van de meest uitzonderlijke.
Dat zal voor iedereen gelden. Een jaar van grote stilstand. Van afstand en vervreemding. Wat tot vorig jaar zo vanzelfsprekend was: de kerkdiensten, de huisbezoeken, de cursusavonden en bijbelkringen ligt nu allemaal te versloffen. Maar ook ons privéleven is heel klein geworden. Niet meer even op een terrasje zitten, niet meer naar een museum, niet meer naar de concertzaal of naar de opera. En geen familiebezoek!

Vooral voor mijn man Henk is dit zwaar. Hij is ernstig gehandicapt en kan zelf weinig organiseren.
Hij zal in zijn activiteiten steeds moeten meeliften met wat anderen doen. En dat kan nu niet!
Dat zorgt ervoor dat hij, die een grote optimist en levensgenieter is, op sommige dagen opstaat met de vraag: “Waarom ben ik er eigenlijk nog?”
Heeft dit jaar dan niets gebracht? Ik stel mij die vraag geregeld, maar vind het nog niet zo gemakkelijk om er een antwoord op te vinden.
Ik geloof niet dat we iets van deze tijd “moeten leren”. Het is wat het is. Ik vind ook dat het verdriet bij anderen te groot is om een ál te opgewekte toon
aan te slaan: ik denk aan de eigenaren van een horecazaak, winkels, ZZPers en aan bewoners van verzorgingstehuizen.

En toch. Als we lichtpuntjes gaan tellen, komen we nog wel ergens. We wonen in Roderwolde op een prachtige plek.
’s Ochtends vroeg zien we uit ons kamerraam reeën grazen. De omgeving lijkt op die van Driebergen, de plek waar ik geboren ben: afwisselende bosschages, heideveldjes en weilanden.
Zowel Henk als ik hebben de gave om hier ons hart aan op te halen. Eergisteren stonden we in onze tuin en hoorden we een aantal buizerds hoog in de lucht miauwen. Met trage cirkels kwamen ze dichterbij. Echt een heilig moment.

Als ik een antwoord zou vinden op de vraag: wat bracht dit jaar?
Dan denk ik aan dit begin van een antwoord: in het kleine schuilt iets groots. Of: dichtbij is het. We hadden 1600 vierkante meter tuin om te ontginnen. En daar ben ik vorig jaar 15 maart maar mee begonnen. Spade voor spade spitte ik het ruige gras om. Week-in, week-uit pootte ik in totaal meer dan 1200 plantjes. Er kwamen hagen en rozen. Er was de zorg om alles te redden van de grote droogte in augustus en van de heftige vorst van afgelopen maand. Maar het geluk dat je iets kan scheppen is ongekend groot. Ik was helemaal geen tuinman, maar ben dat geworden. In de kas staan de dahliaknollen al in grote potten om voor te trekken. Omdat we hopen op een mooi, nieuw jaar waarin weer vrienden op bezoek kunnen komen, de tafel weer feestelijk gedekt kan worden en we muziek zullen maken.

Het leven is te mooi om je af te vragen: “Waarom ben ik er eigenlijk?

Opmerking Ada: Sybrand heeft er voor gekozen om de vaste vragen die bij deze rubriek horen te verwerken in zijn bijdragen; op deze manier zijn ook alle vragen beantwoord.
Man Henk was in 2020 ook al eens lezer van de maand: klik hier om zijn bijdrage nog eens te lezen.  

Reageren

Pagina 1 van 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén