een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Lezer van de maand Pagina 1 van 5

20 september: TOCH NOG ÉÉN Lezer van de maand – Enny Aalfs-Oosterhuis.

Het is mij een groot genoegen om vandaag toch nog een Lezer van de maand te mogen introduceren.
Zou eigenlijk wel, toen eigenlijk niet, maar gelukkig toch nog: hier is de bijdrage van Enny.

Hoe kennen wij elkaar?
Ada en ik delen de liefde voor zang. Ik heb wel eens mee gedaan aan een ad hoc koortje van Ada. En natuurlijk bezoek ik de blog “Waarde van de dag” regelmatig. Ada had al eerder gerekend op mijn bijdrage maar steeds ontbrak de moed/zin, mede door wat gezondheidsproblemen bij ons!

Waar en wanneer ben ik geboren.
In Ten Boer ben ik op 18 mei 1948 geboren als jongste kind van Jacobus en Hiske Oosterhuis, een gezin van 9 kinderen. De oudste in ons gezin was mijn broer Gerrit. Ik groeide op tussen 7 zussen. Ik kwam als laatste dochter  3 jaar achter Ibeltje (Ida) aan. Mijn ouders hadden niet op nog een kind gerekend en moe was 45!
Maar het was goed en ik denk dat ze hoopten dat het een jongen zou worden. Werd het weer een wicht. Ook al was ik een meisje, ik kreeg toch de naam van opa Enne van moeders kant en  de naam  van mijn vader Jacobus dus Ennechiena Jacoba het enige kind in het gezin  met twee namen. Een jongen kwam er niet meer.

Verliefd? Verloofd? Getrouwd?
René Aalfs ontmoette ik … en getrouwd 3 fijne kinderen met onderhand een partner en we hebben 5 kleinkinderen. Gelukkig allemaal gezond.

In welke levensfase zit ik nu en waar breng ik mijn tijd mee door?
Zingen doe ik graag bij Opera koor Frizzare, lezen doe ik ook graag, binnenkort weer een cursus schilderen, naaien en handwerken was ook was ook een hobby!
Met schoondochter hebben we een hondje die dus hier regelmatig logeert.


Wat wil ik graag met de lezers delen?
Bij het overlijden van mijn broer en twee zussen heb ik ervaren hoe belangrijk het is om de betekenisvolle dingen in je leven te overdenken en te benoemen.
Dan herken je de rode draad en bij het afscheid van het leven is het fijn om dit met anderen te delen.

Trots op mijn vader: Mijn vader heette dus Jacobus net als drie neven!
Dat was wel eens lastig omdat alle jongens in hetzelfde dorp woonden. De ene werd lange Kobus genoemd, de andere dikke Kobus, en mijn vader was lutje Kobus!!
Toen ik nog heel klein en op de schouder van mijn broer een openluchtspel meemaakte in Norg en iemand op het toneel had het over lutje Kobus, riep ik heel hard (volgens de familie) DAS MIEN PAA! Ik was trots op mijn vader. Hij was handig en deed veel voor ons.

Gezellige vakanties: Vanaf dat ik klein was gingen we op vakantie naar Norg.
We sliepen in een soort huisje dat mijn vader in de werkplaats had gemaakt en dat uit elkaar werd gehaald. In de vakantie werd het huisje met de bode ‘Jannes de Jong’

….. voor het eerst in Kwiek……

naar Norg gebracht en daar weer in elkaar gezet. Het huisje kreeg de naam Tok Tok (veel kippen (meisjes)in het hok!) Na de vakantie haalde de bode het hok weer op. Mijn vader verkocht het toen als echt kippenhok. De volgende vakanties werden gevierd in een oude caravan met daaraan vast een groot zeil met strozakken waar de kinderen sliepen. De caravan heette Kwiek.
Toen ik 1 was (zie foto) ben ik voor het eerst in Kwiek geweest. Daarna maakte mijn vader een huisje ………dat werd Joy genoemd (foto) toen was ik 3 jaar, mijn broer zat toen al in dienst, maar was een dag op bezoek.
Wij gingen met de bode naar Norg, mijn vader kwam in het weekend op de brommer en drie grote zussen gingen met de fiets van Ten Boer naar Norg. De verkering van mijn broer  en zussen waren soms ook aanwezig, net als thuis in Ten Boer kon altijd alles! Op zondag gingen we in het begin naar een kerkdienst in Norg (gereformeerden in de hervormde kerk!) later open lucht of als het slecht weer was in een tent, georganiseerd door het IKR in Norg/Een. Met ons grote gezin met gitaren en aanhang met trompet zingend gingen we in optocht naar de kerkdienst toe; in mijn herinnering was het altijd mooi weer! In ons gezin werd altijd veel gezongen!

Mijn inventieve moeder: Voor we mee gingen met de bode, kregen we allemaal een doos en als die vol was, was die vol meer mocht je niet meenemen. Mijn moeder vulde die van mij ik was nog te klein. Er kwam wat mij betreft speelgoed (blokken, houten poppenmeubeltjes) in.
Mijn moe nam zelfs geweckt vlees mee. Ongelofelijk. Ze vroeg boeren in Norg of ze aardappelen mocht rooien en kocht daar ook groente!
Om de kleintjes bezig te houden verzon moe bv een wedstrijd: tuintjes maken. Wie de mooiste had mocht als eerste een ijsje kiezen.
En we gingen met haar kettingen rijgen  van wat we vonden in de bossen!
De eerste vakantie die ik me zelf herinner waren we voor het eerst in een groot huis (van een zaken relatie) dat Roeghoorn heette.
En  LUXE dat het was (wij woonden in een heel oud huis) er was zelfs een tennisbaan (foto met poes)!

Sociaal en muzikaal: Mijn moe en pa waren heel sociaal, pa was timmerman/aannemer en had moeite om geld voor werk of materialen te vragen als mensen het financieel moeilijk hadden. Het gevolg was dat wij het ook niet ruim hadden. Pa zat in het plaatselijk muziekkorps, moe hield van zingen en was heel creatief en maakte van niets de leukste dingen, bijvoorbeeld stoelen bekleden met zelf gebreide doeken. Ook heeft ze het plaatselijke muziekconcours mee helpen op richten. Op zondagavond vaste prik: zingen bij het orgel, om de beurt een lied kiezen vanaf de oudste, dus ik was altijd als laatste aan de beurt. Meestal van Johannes de Heer, met pa of een zus die dan speelde; vaak waren er vriendjes bij soms waren we wel met 18 personen!

Trio Erato

De zussen hadden een zanggroepje opgericht wat door mijn ouders gestimuleerd werd. In wisselende samenstelling meestal met z’n drieën, daarom werd het Trio Erato genoemd (zie foto) traden ze op bij bruiloften enzovoort. Eén ding zal ik nooit vergeten:  op paasmorgen, als wij nog in bed lagen, speelden pa en moe zong het bekende paaslied “De heer is waarlijk opgestaan”

Mijn naam kreeg ik mee van opa en mijn vader; het sociale en muzikale herken ik ook in hoe wij ons leven

met de kinderen hebben vorm gegeven.
Wat voelde ik me rijk toen de kinderen dit jaar terug kwamen van vakantie en ze allemaal voor 1 weekend de tenten bij ons in de tuin hebben opgezet.
“Camping Aalfs”, dat was echt geweldig en zo gezellig!

Groet Enny Aalfs-Oosterhuis

Reageren

20 augustus: Lezer van de maand – Annemarie van Willigen

Hoe kennen wij elkaar?
Wij kennen elkaar van het bloggen. Ik volg het blog van Ada al geruime tijd en vind het erg leuk om te lezen hoe haar ‘Waarde van de dag’ eruit ziet. En net als Ada hoe ik erg van handwerken.

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben geboren op 2 november 1966 in het Anna Paviljoen van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam. Ik heb daar samen met mijn moeder de eerste 10 dagen van mijn leven doorgebracht en ben verder opgegroeid in Diemen. Een dorp aan de rand van Amsterdam.

Verliefd? Verloofd? Getrouwd?
Ik wàs heel gelukkig getrouwd met Ronald. Wij hebben samen een zoon van 28 en een dochter van 24. Beiden zijn het huis uit. Onze zoon is getrouwd met een Française en zij hebben een zoon van 4 en wonen in Marseille. Onze dochter woont in Amsterdam. Eind maart is mijn man overleden. Hoewel hij al 20 jaar hartpatiënt was en hij steeds een beetje meer moest inleveren kwam zijn dood totaal onverwacht. De dag ervoor heeft hij nog gewoon gewerkt.

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
Mijn hele toekomst ligt aan diggelen en ik moet een leven opbouwen zonder Ronald, maar met hem in mijn hart. Naast het verlies van mijn lief verloor ik ook nog eens mijn baan als HR Adviseur/Casemanager omdat onze organisatie is overgenomen en mijn baan gaat verhuizen naar Eindhoven. Dit wist ik al in oktober vorig jaar en na rijp beraad heb ik met pijn in mijn hart de keuze gemaakt om niet mee te gaan naar Eindhoven. De reisafstand naar Eindhoven is voor een dienstverband van 36 uur per week veel te groot. Per 1 juli ben ik uit dienst en heb ik afscheid genomen van mijn werk. Hoewel ik nog volop in het rouwproces zit en mijn best doe om mijn dagen door te komen ben ik half mei wel al begonnen met solliciteren, want ik merkte na zijn uitvaart dat werken me een fijn ritme en een goede structuur aan mijn dag gaf. Ik kreeg een ruim rouwverlof en ik hoefde niet te werken, maar mocht zelf bepalen of ik dat wilde en kon. Juist die ruimte maakte dat ik het werk al snel weer beetje bij beetje kon oppakken. Bovendien wilde ik ook zorgen voor een goede overdracht en wilde ik goed afscheid nemen van mijn collega’s en mijn baan. Dat is gelukt. Ook het solliciteren ging goed en na het updaten van mijn profiel op LinkedIn werd ik tot mijn grote verbazing heel vaak benaderd door organisaties en recruiters en dat leidde ertoe dat ik op de eerste dag dat ik uit dienst was een aanbod kreeg van een organisatie voor een nieuwe, hele leuke baan in mijn eigen vakgebied, maar wel in een totaal andere branche. Per 1 september ga ik daar beginnen en dat voelt heel goed en maakt dat de toekomst er iets lichter uitziet.

Wat wil je graag met de lezers delen?
In 2001 bleek mijn man een aangeboren hartafwijking te hebben en door de jaren heen kreeg deze ziekte steeds meer invloed op zijn en ons leven. Hij kon er oud mee worden, maar dat was allemaal erg onzeker. Hoewel ik tijdens ons huwelijk altijd financieel onafhankelijk was hebben wij een aantal jaar geleden alles goed uitgezocht hoe onze financiële situatie er uit zou zien als 1 van ons arbeidsongeschikt zou worden of zou komen te overlijden. Wij hebben wij het toen zo geregeld dat als dat zou gebeuren degene die achter zou blijven geen financiële zorgen zou hebben. En dat is nu zo fijn, want ik kan gewoon in ons huis blijven wonen en hoef me naast het grote verdriet en gemis geen zorgen te maken over geld. Omdat ik ruim 16 jaar in de uitvaartbranche heb gewerkt was ik het gewend om over de dood te praten en wist ik ook wat zijn wensen waren. Dat heeft er voor gezorgd dat ik samen met onze kinderen voor een mooi afscheid kon zorgen dat helemaal in zijn stijl was. Ik zou dus aan de lezers van dit blog willen meegeven: Praat over later en regel het goed want al lijkt het nog zo moeilijk om het daar over te hebben, het kan zo maar zijn dat je leven ineens 180 graden anders is. In ons geval waren dat zeker geen zware gesprekken, omdat de dood voor mij zo “gewoon” was konden we het luchtig houden maar werd het wel besproken. Achteraf gezien is dat een mooi cadeau wat we elkaar gaven, hoewel het uitermate verdrietig is dat ik dat cadeau nu al uit moest pakken.

Geniet en wees gelukkig!

Liefs, Annemarie

Toevoeging Ada: wil je ook meelezen met Annemarie?
Hierbij de link.

Reageren

21 juli: Wat wo’j met de lezers dielen? (Willems deel 2)

Een hiele flot, en dat doe’k allemaol in mien eigen moerstaol, de Middendrèentse variant van het Neder-Saksisch.

Waorum dit gedielte opiens wal in ’t Drèents en de rest in de landstaol zuj je misschien ofvraogen. Simpel antwoord; nou wordt het wat mij angiet wal persoonlijk en boetendat, het Drèents is veur mij ok hiel vertrouwd en ik hol der van um der in te schrieven.

Binnen de femilie, twee zussen bent oet de tied raakt, is het Drèents nog altied de umgangstaol. En al biw op de twee jongsten nao, allemaol trouwd met niet-Drenten. Het is altied de femilietaol bleven. Het minste waw van ze verwachtten was dat ze in ieder geval het Drèents leerden verstaon. Proten huufde niet, maor verstaon wal en opmarkings in de geest van “Spreek eens wat anders dan dat boerentaaltje” zeden ze echt maor ien keer. Dan waren ze der veurgoed achter dat dat niet pikt weur binnen de femilie. De ienige wel nooit goed Drèents proten leerd hef is mien jongste zussie; 20 jaor jonger as mij. Dat hef der alles met te maken dat mien moeder oet de tied raakte toen ze 4 was.  Mien ien nao oldste zus warkte toen in Nijkerk in ’t underwies en har de gelegenheid en meugelijkheid um heur op heur schoel te plaotsen. Dus deur de week zat ze in Nijkerk en in de weekenden zat ze in Börk bij heur en mien pappe. Letterlijk het beste oet twee kwaoden.

Maor even weerum hen mien liefde veur Drèents. In ’t begun da’k in Arnhem kwam te warken weur ik al gauw benaoderd deur de Drèentse Verening en toen ‘k wat oetstudeerd was kwam ‘k al gauw bij de tenielgroep terecht kwam. Wij speulden altied in ’t Drèents en as ’t neudig was vertaolden wij de stukken. Zodoende kwam ik al in de jaoren ’70 in anraking met schrieven in het Drèents en dat was niet echt makkelijk. Iederien schreef naor eigen goeddunken; vaak fonetisch of in een zölfbedachte spelling. Körtum, Drèentse teksten waren vaak een zooigie as ‘t op het leesbeeld en woordbeeld ankwam en vaak niet deur te kommen umdaj, hoe goed aj ‘t Drèents ok beheersten, der soms woorden gebruukt weuren wel mien opa (1881) al niet meer gebruukte. Dan mussen ie soms een woord dree keer lezen en nog ies een keer hardop zeggen veurdaj wussen wat bedoeld weur.

Gelukkig kwamen in 1987 de Drentse spellingsgids oet en de veurgangers van het Huus van de Taol( HvdT), Drentse Taol, organiseerde spellingscursussen, speciaal veur de redacteuren van de kraanties wel de Drèentse verenings, -daor waren toen nog een stuk of 30 van in Nederland-, oetgaven en veur de sicretarissen van die verenings. Allemaol as doel um het Drèents schrieven te bevordern en veural um der ienheid in an te brengen.

De ‘verbörgen’ agenda wel op de achtergrond metspeulde was natuurlijk ok um dezölfde Europese erkenning te kriegen wel het Fries al sinds einde WO II hef. Dat Europese haandvest veur minderheidstaolen kent 3 dielen. HvdT har op betrekkelijk makkelijke menier de erkenning veur diel I en II binnen weten te hengeln, maor al sinds eind jaoren ’90 bent ze bezig um ok diel III te kriegen en daorveur hebt de metwarking neudig van ‘Den Haag’ en die hef tot an nou categorisch weigert der an met te warken. Een (Europese) eis in diel III is dat het landsbestuur der dan ok ‘actief an metwarkt’. Aans zegd; ze moet een diel van de kosten dervan veur heur reken nimmen. Het ’t motto van de toenmaolige minister Plasterk “Wij willen geen Friese toestanden meer”, wordt tot op de dag van vandaag nog aal deur de regering hanteerd. Nao veul underhandeln hef in 2018 het hiele Nedersaksische taolgebied, Grunning, Drenthe, Overiessel, Gelderland en Oost- en West-Stellingwerf, verienigd in SONT (streektaolorganisaties Neder-Saksisch taalgebied) een convenant sleuten waorin bepaold is dat het Neder-Saksisch binnen Nederland dezölfde status hef as het Fries. En dag geldt ok veur het Limburgs. Maor de stried veur Europese erkenning giet deur. Tenminste as de streektaol niet oetstarft.

Wat mij veural verbaost, en ok wal een beetie kriegel over word, is dat Neerlandici een zin oet begun 1100, zeg maor 900 jaor leden, ziet as de eerste Nederlandse zin “Hebban olla uogala nestas bigunnan hinase hic enda thu”. In die tied bestun het Nederlands nog niet; iederien prootte de taol van de streek waoras e woonde en as der al schreven weur, dan was alles ok in diezölfde taol of in ‘t Latijn. De staotenvertaoling van de biebel in de eerste helft van de 17e eeuw wordt deur sommigen zien as de eerste poging um het Nederlands te standaardiseren, maor zowied mij bekend bent de eerste spellingriegels veur het Nederlands pas argens midden 1800 vastlegd, ondanks dat al eind 15e eeuw de eerste pogings derveur daon bent.

En waorum vin’k het vrömd dat een zin oet begun 1100 zien wordt as eerste Nederlandse zin? Hiel simpel, want 300 jaor derveur weur al de Heliand schreven; een religieus episch gedicht van krap an 6000 alliterende verzen wel het leven van Christus beschrieft. Dat was in het Oldsaksisch, de taol wel toen ok in oeze streken proot weur. De taol waoroet ok het Drèents ontstaon is en met een beetie goeie wil kuj dus stellen dat een zin daoroet meer recht hef op de titel “Eerste Nederlandse zin”, as die zin waorin iene klaagt over dat de vogels al een nust an ’t bouwen bent, maor dat hij met zien lief der nog met wachten mot. Ie kunt het netuurlijk ok zien as bewies dat de woningnood wat is van alle tieden.

En de toekomst? Pas heurde ik op Radio Drenthe een interview met een jong zangtalent oet Möppelt, wel net heur tv-debuut maakt har. Het interview gung in ‘t Nederlands, dat kun’k nog an, maor waor ik mieterig van in de hoed van weur was dat de zangeres met zo’n ‘Gooisetrutten-R’ prootte.  En ’t wicht was nog maor een jaor of 16. Niet hoopvol veur de toekomst van mien moerstaol.
Tot slot

Dat het Drèents zo’n historie hef is mij nog veul te weinig bekend en wij Drenten mugt wal wat grootser weden op oeze taol en lak hebben an wat aandern dervan vindt. Het ‘Hollands’ wat binnen ‘t Nederlands vrij dominant is, is een veul jongere taol as oes Drèents en is ok niks meer of minder as een lokaal taoltie.

Al was het allent maor daorum; het Drèents is de muite um in ere te holden.

Reageren

20 juli: Lezer van de maand -Willem Wilms

Hoe kennen we elkaar?
Het ligt eraan hoe je ‘kennen’ definieert, waarschijnlijk kunnen we elkaar ondersteboven lopen zonder te weten wie, wie is. In die zin kennen we elkaar dus niet. Door toeval kwam ik eens op het blog van Ada terecht en ben het blijven lezen. Enerzijds omdat een aantal onderwerpen me ook bezighoudt, hoewel er ook onderwerpen voorbij komen die me nog geen seconde bezighouden. Maar vooral omdat ze ook wel eens in mijn moedertaal schreef, de Midden-Drentse variant van het Neder-Saksisch. Uiteindelijk bleek dat de grootste gemene deler te zijn.

Waar en wanneer ben je geboren?

Eind jaren ’40. De populier is in 1948 gekapt.

Geboren 14 april 1944 in Bruntinge, een klein dorpje ca 5 km zuidelijk van Westerbork, waar ik tot mijn 12e jaar gewoond heb. Mijn ouders hadden een boerderij; 13 ha gemengd bedrijf; 9 koeien, een aantal varkens, wat jongvee en een werkpaard. Geen schapen, die had niemand meer in Bruntinge en daarnaast ook nog 300 legkippen ‘in twee hokken’. Iets wat eigenlijk niet kon, maar uit praktische overwegingen wel moest. Kippen dienden los te kunnen lopen op het erf was hun opvatting. Ter compensatie had ieder hok wel een grote kippenren.

Mijn geboortehuis is eind jaren ’60 verplaatst naar het ‘museumdorp’ Orvelte waar het bekend geworden is als “de Bruntingerhof”

Ik was het derde kind van totaal 9 kinderen, 4 meisjes en 5 jongens, al was de gegroeide praktijk dat ik het tweed kind was. Het broertje dat ruim een jaar ouder was dan ik, is in 1948 op 5-jarige leeftijd omgekomen bij een ongeval; hij kwam onder de wielen van een boerenwagen met ijzeren wielen, een zogenaamde ‘wupkar’ en had dusdanig veel inwendige verwondingen dat hij niet meer te redden was. Hij is nog wel in het ziekenhuis terechtgekomen, maar daar konden de artsen ook niks meer voor hem doen. Hoe gek mijn ouders ook waren op al hun kinderen; de dood van mijn broertje bleef altijd op de achtergrond hangen. Voor ons kinderen was dat nauwelijks het geval; alleen mijn oudste zus had hele tastbare herinneringen aan hem en ik alleen maar vage. In die zin is hij in ons kinderleven op de achtergrond geraakt en heeft nooit een echte rol van betekenis erin gespeeld.

In mei 1956 verhuisden we naar Westerbork, waar mijn vader er een boerderij met 12 ha weiland gekocht had; de reden ervan? Ik heb er mijn gedachten over, maar die houd ik ter wille van de familievrede even voor me. In ieder geval niet voor mij als beoogd opvolger, al was mijn andere grootvader van moeders kant wel eentje van het type “Als hij eenmaal op de boerderij zit, vindt hij het vanzelf mooi” Het was mijn ouders onderhand wel bekend dat in het kleine beetje boerenbloed dat ik in me, geen plek was voor (hoorn)vee en datzelfde gold ook voor mijn 3 jaar jongere broer en anderhalf jaar jongere zus.

Ik heb in Westerbork gewoond totdat ik mijn militaire dienstplicht moest vervullen (aug. 1964 – feb 1966)

Even voor de niet-Drentstaligen onder ons; de klemtoon van de Westerbork op de laatste lettergreep en niet op de eerste, wat ik helaas nog veel te vaak hoor op radio en tv. De geboren en getogen Drent gebruikt het voorvoegsel ‘Wester’ helemaal niet-, hij zegt gewoon Börk.

Verliefd, verloofd, getrouwd?
In 1966 kwam ik in Arnhem te werken en ontmoette daar op enig moment op de verjaardag van een vriend Sis, met wie het klikte. We zijn augustus 1969 getrouwd en hebben 2 kinderen; Sanne, geboren in 1972 en Lars, geboren in 1974. Mijn dierbare spruiten zijn geen van beide getrouwd of hebben anderszins een relatie, wat tot gevolg heeft dat we geen kleinkinderen hebben, maar hebben gelukkig wel een heel goed contact met ze.

In welke levensfase zit je nu. Waarmee vul je jouw dagen?
Sinds april 2009 ben ik officieel met pensioen, maar ben daadwerkelijk pas met pensioen gegaan in september van dat jaar. Dat had er alles mee te maken dat het bouwwerk waar ik me als bouwinspecteur bezig hield met de dagelijkse gang van zaken, in augustus en september, een gat van twee maanden had tussen twee fases van de bouw en dat was een bijna natuurlijk startpunt voor mijn opvolger. Omdat ik een ex-KEMA-collega beloofd in de maand augustus van dat jaar iemand uit zijn ploeg die met vakantie was, te vervangen begon mijn echte pensionering daarom pas in september 2009. Geen enkel probleem voor me, want ik was al een aantal jaren als zelfstandige actief.

Vervelen doe ik me niet, al weet je soms ook niet wat je op zo’n dag allemaal gedaan hebt. Hobby’s heb ik genoeg, maar een paar zaken doe met heel veel plezier; het kweken van (kamer)planten bijvoorbeeld. In de tuin werken boeit me in het geheel niet. Als Sis zegt dat ze een bepaald plantje ergens wil hebben staan, dan zet ik dat ding daar neer en als ze het ergens anders moet komen, komt het op die plek. Ik heb ook beslist geen aanleg voor tuinieren, maar ook geen interesse erin. Tot ergernis van Sis bekijk ik een mooie (kamer)plant vooral als een kweker; hoeveel stekken kan ik er af halen.

Verder vind ik koken en bakken wel leuk om te doen, al moet ik daar sinds 1998 wat voorzichtiger mee zijn; bij een ernstig auto-ongeluk ben ik mijn reuk grotendeels kwijtgeraakt, dus moet het doen met herinneringen. De basissmaken proef ik nog wel, maar voor de subtiele kruiderijen ben ik op mijn geheugen aangewezen. En je weet hoe het daarmee is; als je ouder wordt, wordt alles minder, maar het vergeten gaat met sprongen vooruit.

Puzzelen en fotograferen doe ik ook graag en heb er ook geen hekel aan om nog steeds iets bij te leren. In mijn jeugd heb ik heel veel gelezen, maar dat is in mijn trouwen op de achtergrond geraakt en heb het ook niet meer echt opgepakt. Of misschien is het beter om te zeggen daar ik er selectiever in ben geworden. De Drentse taal en wat er zo omheen zit, heeft mijn interesse en lees daar erg veel over. Nee, vervelen doe ik me niet.

Sporten heb ik tot mijn 20e in clubverband gedaan; turnen, maar verder geen teamsporten. Ben daar ook niet geschikt voor heb ik gemerkt. In mijn schooltijd in Emmen deed ik aan handbal en een klein beetje rugby, maar dat kostte me teveel brillen.

Waar ik ronduit een hekel aan gekregen heb is de pratende schemerlamp die veel huiskamers domineert. Het nieuws bekijk ik vrijwel elke dag nog wel, maar de overige programma’s vind ik vaak zonde van mijn tijd en de commerciëlen kunnen al helemaal niet rekenen op mijn klandizie; ik wil niet 10 minuten kijken naar iets om vervolgens 10 minuten reclame te zien. Met een programma van een half uur, weten ze op die manier vrij gemakkelijk meer dan een uur zendtijd te vullen.

Iets vergelijkbaars met voetballen. Ik ben naar mijn opa genoemd en met het krijgen van zijn naam, heb ik kennelijk ook zijn afkeer van voetbal meegekregen. Als kind al vond ik er niks aan om achter een bal aan te hollen en dat is ook nooit veranderd. Mijn allereerste en enige voetbalwedstrijd die ik ooit bijgewoond heb was in Nunspeet, waar ik logeerde bij een kennis van mijn ouders. Ik zal een jaar of 15 geweest zijn en de zoon des huizes (ook van mijn leeftijd) moest ’s middags voetballen. Na afloop feliciteerde ik hem met de overwinning, maar hij bleek verloren te hebben. Oei!!

En de enige wedstrijd die ik ooit helemaal gezien heb op TV was in 1966, een of ander kampioenschapstoernooi, -Europees of Wereld, dat weet ik niet meer- en evenmin wie er gewonnen heeft. Ik had net een nieuwe kamer en de hospita vond mij wel een geschikte partij voor haar, inderdaad uitermate knappe dochter, maar helaas wist ze dat zelf ook en bovendien had ze ook nog eens een uiterst vervelend karakter, had ik al gemerkt in de paar weken dat ik daar woonde.  Zat ik aanvankelijk met ma, dochter en zoon, met wie ik de passie voor motorraces deelde, naar het balletje trappen te kijken, na een half uur zat ik alleen met dochter te kijken. Voor mij de reden om maar strak naar de tv te blijven kijken, waardoor ik de hele wedstrijd wel gezien heb, zonder het echt gezien te hebben. Een kwestie van kiezen tussen twee kwaden. Bovendien, ze was in geen enkel opzicht mijn type en ook nog eens 6 jaar jonger dan ik. Als 22-jarige had ik geen behoefte aan een net zestienjarige giechelkont.

Toevoeging Ada: Willem is, net als in zijn reacties op dit blog, nogal lang van stof.
Hij overschreed ruimschoots de door mij aangegeven limiet van 500 woorden.
Dit schreef hij in zijn mail: ‘Bij de spellingscontrole zag ik dat het zo umtrent 2500 woorden bent. Hoop dat dat kan, aans moe’k dr nog even goed maank.’
Hij hoeft van mij niet ‘goed maank’.
We scheppen geen precedent, want deze rubriek houdt over een paar maanden op te bestaan.
Het tweede deel van zijn gastblog, ‘Wat wil je met de lezers delen’ zal morgen gepubliceerd worden.
Dat schreef hij in zijn moedertaal, het Drents.

Reageren

20 juni: Lezer van de maand – Ellen Stempher

Hoe kennen wij elkaar?
Wij kennen elkaar van uit Blog-land. Sinds een tijdje ben ik in het land der Bloggers beland. Van de ene Blog belande ik in de andere. De een sprak mij aan en een ander weer niet.
De titel “de waarde van de dag” sprak mij meteen aan en ik werd nieuwsgierig en begon te lezen en te volgen.

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben geboren op zaterdag 26 september 1953 in Maastricht.
Als oudste van het gezin. Negen jaar later werd mijn broer geboren.
Mijn moeder was degene die het huishouden bestierde. Mijn vader werkte bij de krant, de  Limburger. Dat zorgde er geregeld voor dat ik leuke uitjes mee mocht maken. Ik mocht zelfs een
keertje met het vliegtuig mee samen met mijn vader naar Amsterdam. Wat een feest was dat. Ik was toen ongeveer een jaar of 10 en ben het nooit vergeten. Mijn eerste vliegreis.

Verliefd? Verloofd? Getrouwd?
Verliefd en getrouwd met Frits.
Frits en ik zijn dit jaar 19 jaar getrouwd.
Dit is voor ons alle twee ons tweede huwelijk en misschien daarom is het zo speciaal.
Bij een tweede huwelijk ben je een stuk wijzer. 
Die fout van het eerste huwelijk wil je nooit meer maken.
Frits heeft een dochter en samen met haar partner zijn ze de trotse ouders van twee jongens. Mans van 8 jaar en Krijn van 6 jaar en zodoende mogen we ons opa en oma noemen. Ik moet toegeven dat deze titel ons zeer goed bevalt.

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
In welke levensfase ik me nu bevindt??? Dat vind ik wel een beetje een moeilijke vraag.
Ik denk er vaak niet bij na hoe oud ik ben al is dat nu alweer 68 jaar. Wat is leeftijd? Eigenlijk maar een getal, denk ik dan maar weer.
Volgens “het boekje” bevind ik me nu in de herfst van mijn leven. Ik zou het nu rustiger aan mogen doen en al helemaal als pensionada maar Frits en ik hebben daar geen tijd voor.
In de tijd dat we alle twee nog werkten maakten we verre vliegreizen en ook trokken we er met onze caravan op uit.
Later nadat mijn vader overleden was in 2009, maakten we samen met mijn moeder, toen 80 plusser, ook weer prachtige reizen naar o.a. Curacao, Aruba, de Algarve, Malta, Rome . Mijn moeder
genoot er net zo van als wij. Van wie zou ik het toch hebben 🙂
In 2017 kochten wij onze camper. Een droom die wij al heel lang hadden.
Bovenaan ons lijstje stond, Overwinteren als we gepensioneerd zijn en dat beviel geweldig. Prachtige tijden hebben we gehad en toen brak de Corona uit en moesten we gedwongen thuis blijven. Daarna begon Frits met zijn gezondheid te sukkelen en bleven we weer thuis maar na regen komt
zonneschijn. We kunnen weer.
Het gaat gelukkig nu weer heel goed met Frits zijn gezondheid en het reizen doet hem goed. We reizen in ons eigen tempo en hebben tijd genoeg dus dat kan. Frits vermaakt zich met video’s maken en zet ze online op youtube. We hebben ons eigen kanaal en heel wat volgers. We hebben zelfs onze eigen website en komen geregeld volgers van ons tegen onderweg. Heel leuk. (hierbij een link naar hun laatste video ‘Pech met de camper: door een Viking gered.” )
We vloggen en bloggen er heerlijk op los en kunnen zo ook nog nagenieten van onze reizen.

Wat wil je graag met de lezers delen?
Wat ik graag wil delen is; leef je leven! Wees er zuinig op en doe geen dingen waar je later spijt van kunt hebben.
Ik heb 14 jaar gewerkt in het kleuteronderwijs en o wat was dit een mooie tijd. Op een gegeven moment kreeg ik veel last van rugklachten en moest uiteindelijk van beroep veranderen iets wat ik echt erg vond omdat ik zoveel plezier had in mijn werk. De bedrijfsarts snapte er niets van dat ik maar
niet opknapte. “U heeft een burn-out.” zei ze me en vroeg of mijn huwelijk wel goed was. Dat was dus verre van goed maar tja, je hoopt er toch iets van te kunnen maken.
Ik ging cursussen doen want thuis zitten wilde ik niet en kreeg een baan als receptioniste in een bejaardenoord van kloosterzusters. Heel iets anders dan werken met kleuters.
Het eerste jaar heb ik dan ook erg moeten wennen. Werken met kerstmis en in de weekenden vond ik erg moeilijk.
Uiteindelijk vond ik er mijn plekje en of het zo moest zijn, alles viel op zijn plekje.
Ik nam het moeilijkste besluit van mijn leven. Ik koos ervoor om verder te gaan zonder mijn echtgenoot. De tijd die toen volgde zou ik nooit meer over willen doen, vreselijk.
Een collegaatje van me zei eens dat ze het ontzettend knap van me vond dat ik deze stap had gezet. Ikzelf was er echt niet trots op. Je trouwt niet met iemand om later weer van te scheiden al heb ik nooit spijt gehad dat ik deze stap heb gezet. Ook niet als ik van te voren had geweten wat een hoge prijs ik ervoor moest betalen.
Het is het allemaal waard geweest.
Na een tijdje zeiden familie en vrienden van mij dat ik weer mezelf was aan het worden. De “oude” Ellen kwam weer terug. Dit hoorde ik steeds vaker. Toen wist ik dat ik de juiste stap had gezet.
Ik voelde mezelf ook weer veel beter in mijn vel zitten, veel vrijer. Ik begon weer opnieuw te leven en leidde mijn eigen leven weer en niet meer dat van een ander.

In die tijd leerde ik Frits kennen. Hij herkende het allemaal wat ik had meegemaakt.
Het gevoel was meteen goed dat we beiden hadden.
Zelfs zo goed dat we besloten samen te trouwen.
Nu alweer 19 jaar geleden.

Ook meelezen met Frits en Ellen? Ze zitten op dit moment in Noorwegen.
Hierbij een link naar het blog ‘Verhalen van Ellen’

Reageren

20 mei: Lezer van de maand – Jan Meems

Hoe kennen wij elkaar?
Ada is een nicht van mij. We zijn leeftijdsgenoten en zien en spreken elkaar al jarenlang elk halfjaar. In het najaar gaan wij (Janny en Jan) naar Roden en in het voorjaar komen Ada en Gerard bij ons in Epe.

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik zag het levenslicht op 9 juni 1961 in Weesp. Daar heb ik geen herinneringen meer aan. Mijn zus en ik werden namelijk al in mijn geboortejaar ‘onder de arm genomen’ om mee te gaan met het werk van mijn vader naar Emmeloord in de Noordoostpolder.

Verliefd, verloofd, getrouwd?
Alle drie 😉 In 1977 verliefd geworden op Janny, in 1980 verloofd op het uiterste puntje van de Scheveningse Pier en in 1983 (een paar maanden later dan Ada en Gerard) getrouwd.

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
Ik geniet nu elke dag van de wijsheid en ervaring die ik in de afgelopen 60 jaren heb mogen opdoen. Het geeft mij vervolgens veel energie (en dagelijks een glimlach op mijn gezicht) om deze nu te delen bij en met organisaties met een maatschappelijke opdracht.

Dat doe ik enerzijds als toezichthouder bij een organisatie in de ouderen(verpleeghuis)zorg, een organisatie voor mensen met verstandelijke beperking en bij een woningcorporatie. Daarnaast werk ik drie dagen in de week als adviseur van en voor de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht van Stichting Siza op het gebied van risicomanagement en naleving wet en regelgeving. Siza, gaat bij velen nog meer leven als ik vertel dat Het Dorp (geldinzamelings actie van Mies Bouwman in de jaren ‘60) een van haar 150 locaties is. Siza ondersteunt mensen met een beperking of een niet aangeboren hersenletsel een eigen leven te leiden.

Wat wil je graag met de lezers delen?

Graag maak ik jullie deelgenoot van mijn ‘geheime hobby’: zwerfafval opruimen.
Toen mijn nicht Ada mij een paar maanden geleden vroeg of ik een keer een bijdrage wilde leveren als gast-blogger hoefde ik daar niet lang over na te denken.
Natuurlijk wilde ik dat.
Ik wist ook gelijk waarover deze dan zou gaan, namelijk over mijn ‘geheime hobby’: zwerfafval opruimen.

Hoe het allemaal begon.
In het voorjaar 2020 zijn mijn vrouw en ik – als net nog geen zestigers – verhuisd van Apeldoorn naar het buurtschap Wissel midden op de Veluwe, net even buiten Epe.


Vanuit ons appartement lopen we zo de bossen in en even verder de hei op. (klik op de foto’s voor een vergroting). De dagen werden toen nog gedomineerd door corona en werken deden we vanuit huis.
Om de dag wat te breken liep ik 2, 3x per dag een rondje.
Tegelijker tijd een pracht gelegenheid om onze nieuwe woonomgeving te ontdekken, met de Natura 2000 gebieden het Wisselse Veen en de Tongerense Heide om de hoek.

Al snel werd mij duidelijk dat ik niet de enige bezoeker van deze omgeving was.
Ik stond namelijk versteld van de vele rommel die ik onderweg tegen kwam: een spoor van blikjes, chips zakken, plastic flesjes, peuken, papieren zakdoekjes en in de loop der tijd steeds meer en vaker … mondkapjes.
Alles wat een mens blijkbaar zo maar van zich af gooit als dat ongezien kan….
Een doodzonde voor dit prachtige natuurgebied. Kortom: een nieuwe hobby was geboren. Zwerfafval opruimen. Ik werd een ‘trashhunter’.

Het leven van een ‘trashhunter’
Natuurlijk staat de wandeling en het genieten van de natuur centraal.
De natuur die zich laat tekenen door de seizoenen en van zich laat horen door haar onmiskenbare geluiden.
Een ‘trashhunter’ heeft zichzelf voorzien van een paar stevige stappers en een jas, waarmee je niet zomaar vast komt te zitten aan de tentakels van een bramenstruik of de stekels van de jeneverbes. Daarnaast heeft hij/zij zichzelf gewapend met een afvalprikker (vuilgrijper) en een stevige grote shopper-tas (of een stevige plastic zak in een vuilniszakhouder).

Al spiedend van links naar rechts volg je je vooraf gekozen pad naar glinsteringen en onnatuurlijke kleuren, vormen en materialen. In de berm, onder struiken, langs oevers of wellicht zelfs in de sloot tref je aan waarnaar je op jacht bent: plastic, glas, papier en karton, etc., etc. Alles wat niet van nature thuis hoort in die groene omgeving waar je op dat moment loopt.

En weet je wat nog het leukst is, je geniet niet alleen zelf van je actie, ook anderen kunnen het waarderen. Goedkeurende knikjes en een brede glimlach van voorbij rijdende fietsers, een compliment van een buurtgenoot die zijn hond uitlaat tot zelfs aan tot stilstand komende auto’s toe, waarvan vervolgens het raam omlaag gaat en een mevrouw je hartelijk toeroept ‘meneer, wat goed dat u dat doet. Een pluim voor u’.

En als je dan aan het eind van je wandeling je volle shopper weer ‘gescheiden’ leeggooit in de groene, oranje en grijze kliko kan natuurlijk je dag niet meer stuk.
Met een glimlach op je gezicht ga je dan weer verder met je ‘thuiswerk’, zo nu en dan in gedachten afdwalend naar het ommetje wat je morgen gaat maken op jacht naar zwerfafval.

Enkele wetenswaardigheden over (het opruimen van) zwerfafval:

– Wist je dat veel gemeentes gratis een prikstok en een vuilniszakhouder ter beschikking stellen? Vaak hebben ze voor kinderen een kleinere versie beschikbaar. Vraag het maar eens na bij je eigen gemeente.
– Vind je het leuk dat ook je (klein)kinderen meegaan? Enthousiasmeer ze dan door een Priksafari te organiseren. De kids zijn dan gewoon ongekend lekker bezig met van alles en nog wat. Je speurt samen naar zwerfafval, deelt elkaars vondsten en ze zijn intussen op zoek naar hutten en vooral heel veel klimbomen.

De ingrediënten voor een te gekke priksafari:

  • Prikstok + houder + vuilniszak
  • Bolderkar (handig om een volle zak in te zetten of wat zwaardere spullen)
  • Handschoenen voor als ze echt iets smerigs of gevaarlijks (accu’s) tegenkomen
  • Genoeg water
  • Wc-papier (voor als er eentje echt nodig moet)
  • Laarzen (want we duiken ook alle bosjes in)
  • Kleren die lekker smerig mogen worden van het boompje klimmen
  • Camera voor het vastleggen van de mooie momenten en natuurvervuiling
  • Wat lekkers voor een heerlijke picknick tussendoor

De duur dat zwerfafval vergaat:

  • Klokhuis van een appel: twee weken
  • Bananenschil: zes maanden
  • Sinaasappelschil: 2 jaar
  • Kauwgom: 20 tot 25 jaar
  • Chips zak: 75 jaar
  • Bier/frisdrank blikje: 200 jaar
  • Plastic PET fles: 500 jaar
  • Batterijen: nooit

En … heb ik er een collega ‘trashhunter’ bij?
Welkom bij de (jacht)club!

Reageren

21 april: Oproep – wie wordt ‘Lezer van de maand’?

Al vier jaar lees je op deze website op de 20e van elke maand een blog dat niet door mij is geschreven, maar door een lezer.
Gisteren las je een blog van Johan, één van de vrienden van de vriendengroep vanuit onze jeugd in Hoogersmilde.
Deze ‘lezer van de maand’ stelt zich voor en schrijft vervolgens een blog over wat hij of zij graag met de lezers wil delen.

Tot nu toe zijn dat steeds mensen geweest die ik ken vanuit één van mijn netwerken; één van de vragen die beantwoord wordt is dan ook : hoe kennen wij elkaar?
Nu kan ik mij voorstellen dat je mij niet persoonlijk kent, maar wel regelmatig een blog van mijn hand leest.
En dat je denkt: ‘Ik zou ook wel eens een blog willen schrijven’.
Dan nodig ik je hierbij uit om contact met me op te nemen; dat kan via ‘een reactie geven’ onderaan dit blog.
Je reactie verschijnt pas in beeld als ik daarvoor toestemming geef, dus je kunt je vrijblijvend aanmelden.
Er is nog een klein voorraadje van lezers, vanaf oktober heb ik geen nieuwe ‘Lezer van de maand meer’.


Hierbij wat suggesties voor zo’n blog van jouw hand:

– Heb je een leuke hobby?
– Weet je een plekje in Nederland waar iedereen heen moet?
– Heb je een verhaal waarvan je vindt dat meer mensen het zouden moeten lezen?
– Is er een recept van iets heerlijks dat je graag met ons wilt delen?
– Spreek/schrijf je geen Drents maar wel een andere streektaal waarin je iets hebt geschreven? Twents, Gronings, Fries: laat ons eens weten hoe jij je eigen streektaal beleeft.
– Word je heel blij of ontroerd van een bijzonder lied?
– Heb je iets moois gehaakt, gebreid of geborduurd?
– Heb je een prachtig bloemschikidee dat misschien veel verder gaat dan de eenvoudige bloemsierkunst die ik op mijn website laat zien?
– Heeft jouw familie een rol gespeeld in een stukje geschiedenis van Nederland? Of van Europa misschien?

Ben je geïnspireerd?
Gebruik dan ‘het podium’ dat ik je bied: een blog van ongeveer 500 woorden. Wees niet bang voor spelfouten of zo: net als op mijn werk redigeer ik je tekst voor het gepubliceerd wordt en gaan we samen kijken of je het eens bent met de aangebrachte wijzigingen.
En ook al zou er een foutje in zitten: taal is communicatie.
‘As ze ’t maor begriept.’ zou mijn vader zeggen.

Ben benieuwd!

Ben je al eens ‘Lezer van de maand’ geweest en wil je nog eens iets publiceren?
Dan kan dat ook als gastblogger: even een mailtje naar mij (als lezer van de maand heb je mijn mailadres…)

Reageren

20 april: Lezer van de maand – Johan Boer

Hoe kennen wij elkaar?
We kennen elkaar uit de plaats Hoogersmilde.
We zaten bij elkaar op de lagere school en we behoren al meer dan 42 jaar tot de dezelfde vriendengroep.

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben op 06-04-1962 geboren aan de Beilervaart in Beilen.

Verliefd? Verloofd? Getrouwd?
Ik ben 34 jaar geleden getrouwd met Nelly.
Wij hebben 4 kinderen Jurjen (29), Reinate(27), Martina(27) en Matthijs(22).
Jurjen, Reinate en Martina wonen samen.
Matthijs woont op kamers.

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
33 jaar heb ik voor de klas gestaan op een basisschool in Hollandscheveld.
Vanaf 2017 doe ik veel vrijwilligerswerk in Beilen en Assen.

In Beilen ben ik voorzitter van voetbalvereniging CVV Fit Boys. Ik ben actief in twee sportfora: Sportief Beilen en Sportvereniging 2.0.
Verder ben ik initiatiefnemer en voorzitter van de Stichting Midden Drenthe Zomercup, een gemeente-breed voetbaltoernooi voor alle 11 voetbalclubs in de gemeente Midden Drenthe.
Ook zit ik in de Taakgroep Vorming en Toerusting bij PG Beilen-Hijken –Hooghalen.
In Assen ben ik gastheer buitendienst van Wilhelmina Ziekenhuis Assen.

Daarnaast heb ik een kleine baan bij Saar aan huis.
Dit is betaalde mantelzorg.

Wij hebben een B&B

Wat wil je graag met de lezers delen?
Mijn bezigheden als gastheer buitendienst bij het WZA op de golfkar.

De golfkar: meer dan een ‘golfbeweging’.

Sinds 1 mei 2017 is de golfkar -die op het ziekenhuisterrein zijn rondjes maakt – onderdeel van het dienstenpakket van het WZA. De vrijwilligers die hiervoor zorgdragen doen dit met veel enthousiasme. Van maandagochtend tot vrijdagmiddag zijn ze te vinden voor de ingang van het ziekenhuis.

Wat begon als een tijdelijke dienstverlening om bezoekers te halen en brengen van parkeerplaats naar hoofdingang,  is uitgegroeid naar nog steeds het vervoeren van bezoekers. Spontaan zijn hierbij andere diensten ontstaan: het verlenen van rolstoelservice van buiten naar de hal, vraagbaak zijn voor bezoekers, vaak het eerste aanspreekpunt zijn en bezoekers wegwijs maken.

Wat ik vooral ook belangrijk vind is het sociale aspect van onze aanwezigheid. Veel mensen komen met spanning en onzekerheden naar het ziekenhuis. Vaak nemen we in het eerste contact in de golfkar, in de rolstoel, in de loop naar de hal veel spanning weg. Mensen vertellen je soms in dat korte ritje veel over hun spanning over hun aandoening of ziekte. Ze kunnen het “kwijt”. De geruststelling of een simpel hart onder de riem wordt vaak in dank afgenomen. Hier krijg ik  veel voldoening van.

Door COVID kwam hier abrupt een eind in maart.
We konden niet meer rijden.
De golfkar stond stil.
De beweging stokte.
Het hele leven stond stil.
Helaas geen ritjes, geen korte gesprekken, geen ‘hart onder de riem’.
Dat heb ik gemist.

Half september konden we weer beginnen met onze werkzaamheden: we mochten weer!
Niet elke vrijwilliger durft het op dit moment aan om weer te beginnen. Begrijpelijk.
Het is anders: 1,5 meter beperkt de rolstoelservice, beperkt de capaciteit in de golfkar.
Er is minder ‘aanbod’. Tóch ér is weer ‘beweging’.

Bezoekers spreken ons weer aan, vragen weer om hulp, vertellen ons weer hun “ding’, zijn dankbaar.

Ze hebben het gemist.
Ik heb het gemist.
Opmerking van een bezoeker eind september “Bliede daj d’r weer bint”.

De ‘golfbeweging’ werkt weer…………

Reageren

20 maart: Lezer van de maand – Jansje Bos-Aslander.

Hoe kennen wij elkaar:
Ik ken Ada van de kerk en de handwerkclub Holy Stitch.
Door Corona liggen echte ontmoetingen jammer genoeg bijna stil, maar ik leer Ada vooral kennen door haar fantastische blog. Zo herkenbaar.

Waar en wanneer ben je geboren ?
Ik ben op 5 april 1958 geboren in Appingedam. Mijn ouders zijn Lammert Aslander en Annie Aslander-Roemeling. Ik ben geboren op Stille Zaterdag. Mijn ouders hadden een kruidenierswinkel, dus de timing was perfect.  Mijn moeder zat achter de kassa en mijn vader bezorgde de boodschappen in een auto met de tekst:  “Wees schrander, koop bij Aslander”.
Ik heb twee oudere zussen. Toen ik 6 jaar was verhuisden we naar Loppersum. Daar begonnen mijn ouders een drogisterij. Loppersum is de plaats waar ik ben opgegroeid.

Verliefd? Verloofd? Getrouwd?
Ik ben al 40 jaar getrouwd met Jaap Bos. We hebben elkaar in Loppersum ontmoet in jeugdhonk Rehoboth. Jaap was gereformeerd en ik hervormd. In die tijd was dat nog wel een ding, maar we zijn in een oecumenische dienst getrouwd in de prachtige Petrus en Pauluskerk. De eerste oecumenische dienst in Loppersum volgens mij. Er is nog wat discussie geweest over wie de trouwbijbel moest betalen, maar het is allemaal goed gekomen. We zijn nog steeds erg blij met elkaar.
We kregen samen drie jongens.

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
Onze jongens wonen niet meer thuis. Zijn getrouwd (of bijna). We hebben ook drie kleinkinderen waar we volop van genieten. Ik heb zo’n 30 jaar in het basisonderwijs gewerkt. De laatste jaren op De Parel (voorheen De Woldzoom) . Ik heb het met erg veel plezier gedaan. Meestal had ik groep 8. Dat vond ik de mooiste groep om les aan te geven. Kinderen begeleiden op weg naar het voortgezet onderwijs. Dit jaar ben ik helaas in de ziektewet beland en inmiddels afgekeurd vanwege toenemende longproblemen. Dat maakt ook dat ik mijn dagen niet kan vullen op de manier die ik wel zou willen. Ik moet erg zuinig zijn met de energie die ik heb. Jaap is inmiddels met pensioen en samen genieten we van alles wat nog wel kan. Misschien krijg ik de kans op een longtransplantatie, waardoor er weer meer mogelijk is. Een spannende tijd. Ik vul mijn dagen met lezen, puzzelen en handwerken. Vooral borduren vind ik fijn en dan vooral merklappen. Die ontwerp ik ook wel zelf. Een heel gepuzzel soms, maar als het af is kun je er zo blij mee zijn. In de bijlage de merklap die ik voor de bruiloft van onze oudste zoon maakte; de merklap is helemaal op hun levens gebaseerd. (Klik op de afbeelding voor een vergroting).
Onze jongste zoon trouwt volgende maand, dus drie maal raden waar ik nu volop mee bezig ben.

Wat wil je graag met de lezers delen ?
In deze 40-dagen tijd wil ik graag iets delen over muziek.
Mijn opa van vaders kant was heilsoldaat, met als gevolg dat mijn vader en zijn broers en neven allemaal in de brassband speelden. Mijn vader speelde trompet en hij heeft eens op paasochtend op de toren van de Nicolaikerk in Appingedam het ‘U zij de glorie’ en ‘Daar juicht een toon’ gespeeld. Mijn vader had echter erge hoogtevrees en hij is op zijn knieën de trap van de toren op en af gekomen. Zijn gloednieuwe paasbestpak onder de duivenpoep.
Toen we in 1989 in Roden  kwamen wonen gingen onze jongens zingen bij het Roder jongenskoor. Andere kinderen zaten op voetbal, maar onze jongens zaten op Bouwe, zoals ze zeiden. Nooit zal ik vergeten de eerste keer dat ik mee mocht naar het concertgebouw in Amsterdam waar de jongens het openings- en slotkoor en de koralen van de Mattheüspassion zongen in dat imposante gebouw. Ze vonden het wel jammer dat ze die lelijke artiesteningang in moesten in plaats van die mooie hoofdingang. Na afloop een doos vol chocolade paashazen mee. Wat hebben we genoten en genieten we nog steeds van alle concerten waar ze nog in meezingen. En wat hebben we het gemist de afgelopen twee jaar.  Zo wordt je muzieksmaak toch voor een groot deel bepaald door de roots waar je vandaan komt of de omgeving waarin je opgroeit.
Ik hoop van harte dat we dit jaar weer volop live kunnen genieten van prachtige live muziek in de passietijd.

Reageren

20 februari: Lezer van de maand – Tineke Vonk

Hoe kennen wij elkaar?
Een dochter van Ada en Gerard en een zoon van ons, zaten bij elkaar in de klas en zijn nog steeds vrienden. En onze dochter en hun dochters zongen jaren geleden bij jongerenkoor Enthousiasmos. Ook kennen wij Ada en Gerard van de kerk en Ada zingt net als wij bij de cantorij.

Waar en wanneer ben je geboren?
Geboren op 11 juni 1957 te Paasloo, een klein dorpje in de kop van Overijsel nabij de prachtige Weerribben.  Vijf jaar was ik toen we verhuisden naar Emmeloord in de Noordoostpolder, waar mijn 6 jaar jongere broer is geboren.

Verliefd, verloofd, getrouwd.
In Emmeloord kwam ik naast Wieger Vonk te wonen die ook bij mij op de middelbare school in de klas zat. De vonk sloeg over, we werden verliefd, gingen verloven en zijn getrouwd toen we 22 jaar waren. We gingen in Enschede wonen. Ik had een baan als verpleegkundige op de poli van het ziekenhuis in Enschede. Wieger kreeg na de studie een baan in Almelo en we gingen in Wierden wonen waar onze dochter en 2 zonen geboren zijn. Na 16 jaar Twente zijn we in Roden komen wonen, nu alweer 27 jaar geleden. We hebben inmiddels 6 kleinkinderen en zijn al 42 jaar gelukkig getrouwd! (Wieger was lezer van de maand in april vorig jaar. Benieuwd naar zijn verhaal? Hierbij een link.)

In welke levensfase zit je nu en hoe vul je de dagen?
Omdat ik mijn baan als zelfstandige in de kraamzorg helaas  moest opgeven wegens gezondheidsproblemen,  ben ik alweer 11 jaar thuis. Eerst was dat erg moeilijk, maar de dagen vullen zich met andere bezigheden die ook veel voldoening geven.  Ik kan mijn tijd meestal  indelen zoals ik het wil, en dat doet mij goed. Ik heb mijn oppasdagen op de kleinkinderen, heel gezellig en het schept een fijne band met hen. Één keer per week ga ik naar schilderles en thuis schilder ik wanneer ik tijd heb. Ook doe ik al heel lang wijkteamwerk bij de kerk en breng kerknieuws rond. Samen met Wieger zing ik bij de cantorij. Helaas kwam door corona de klad erin maar binnenkort beginnen we weer met ons allen. Heel fijn!  Ik voel me een gezegend mens.

Wat wil je delen met de lezers?
Liefde voor muziek is iets wat ik van mijn vader heb meegekregen en wat als een rode draad in mijn leven met mij meegaat. Mijn vader was zeer muzikaal en bespeelde vele instrumenten. Ik zie nog voor me hoe hij voor een optreden zijn trombone zorgvuldig poetste met spiritus en krijt tot hij glom! Ik kan de geur nog oproepen. Op oudere leeftijd ging hij panfluiten maken en bespelen. Er was vaak muziek in huis en op zondag stond er klassieke muziek aan. Als kind kon ik aardig zingen en op de lagere school bij de kerstvieringen mochten mijn vriendinnetje en ik kerstliederen zingen. Zij de melodie en ik zong er vlot een tweede stem bij. Heel spannend! We stonden dan op de trap in de grote hal van de school.

Op de middelbare school kregen we muziekles van de bekende dirigent Frits Bode uit Urk en klassieke muziek begon me toch langzamerhand wat te boeien. Bij een wedstrijd klassieke muziekstukken herkennen, won ik, maar koos een mooie LP met country en western muziek uit. Lang bleef het bij  popmuziek beluisteren en ging ik op dansles met vriendinnen wat ik heerlijk vond! Ook bewegen op muziek is fijn en je kunt goed je energie kwijt.

Eenmaal getrouwd en wonend in Wierden, ging ik voor het eerst bij een koor zingen, een gospelkoor. Samen meerstemmig zingen was een geweldige ontdekking, en dat je bij gospels vaak niet stil kunt blijven staan! Zingen werd echt mijn ding en eenmaal in  Roden zong ik eerst bij gemengd koor ‘Van Bach tot Beatles’ in Leek en nam ik zanglessen. Daar werd mij zangtechniek geleerd om mijn stem optimaal te gebruiken. Dat gaf resultaat en ik wilde klassieke muziek gaan zingen bij het Roden Handelchorus van dirigent Bouwe Dijkstra. Ik kwam binnen bij de repetitie voor het Requiem van Andrew Loyd Webber. Zo moeilijk, het was heel zwaar! Het ligt ook niet gemakkelijk in het gehoor. Toen de uitvoering in de Oosterpoort Groningen daar was, had ik het onder de knie. Wat een ervaring was dat, voor zo’n groot publiek te zingen met orkest. Groots! Maar ook zingen in kleine kerkjes had mijn bekoring, zoals met kerst de jaarlijkse Lessons and Carols in Garmerwolde. Dirigent Rintje te Wies (hij volgde Dijkstra op) zei eens: “Denk eraan, we zingen ter meerdere glorie van onze God”. Dat is me altijd bijgebleven! Het laatste wat ik heb meegezongen was de jaarlijkse Crucifixion van Stainer op Goede Vrijdag in de Martinikerk in Groningen.

De kast op zolder staat vol met de mooiste muziekstukken, van Händel en vele andere componisten.  Ik zal ze  waarschijnlijk niet meer zingen. Maar ik heb het meegemaakt en het is onvergetelijk! Bij de cantorij zingen is weer een heel andere beleving, minder groots, maar heel fijn en het geeft een boost aan mijn geloofsleven.  Ik kan iedereen aanraden om te gaan zingen! Het geeft ontspanning door inspanning, emotie, ontroering, verbinding. Kortom, zingen is een verrijking in mijn leven!

Bij de afbeelding:
Dit schilderij met de titel ‘Verbonden’ heb ik geschilderd na het overlijden van onze vader, voor mijn broer, schoonzus en drie kinderen.
Het is een herinnering aan het vele musiceren samen. Broer op zijn vleugel en vader op de panfluit, en ook werd er wel bij gezongen. De rozen verbeelden het gezin met drie kinderen, de rozenknoppen de toekomst, in liefde verbonden met opa en oma. Dit alles op een blauw grijze achtergrond met vegen, wat de altijd waaiende polderwind in de Noordoostpolder symboliseert.

En de muziek gaat door.
Anders, maar het blijft doorgaan!

Reageren

Pagina 1 van 5

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén