De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

27 maart: Een secreet.

Net als Mathijs Deen  met zijn boek ‘De Duiker’ zie: (Griezelen onder water) heeft Marion Pauw ooit de Gouden Strop gewonnen; dat was met haar derde boek, Daglicht.
Iedereen was daarna dus erg benieuwd naar haar vierde boek, de verwachtingen waren hooggespannen.
De titel is Zondaarskind en ik las het begin februari.
Ze heeft gekozen voor een ongewone hoofdpersoon; Geertruida Langhout, een oude vrouw van 80 met een zwaar leven achter de rug.
Als 9-jarig meisje verliest ze haar ouders en haar jongere zus; daarna komt ze terecht bij de zusters van Het Maagdenhuis*.
Daarna komt ze als dienstmeisje terecht bij een rijk, Amsterdams gezin, waar ze (zoals zo vaak in die tijd) zwanger wordt van de zoon des huizes.
Daarna wordt ze als een hond behandeld en weggestuurd door Frederique, de verloofde van de zoon.
Een secreet van een vrouw; een vals, verachtelijk iemand, een kreng staat bij dat woord in het woordenboek.
Geertruida is haar slachtoffer.

Het boek begint als Geertruida 80 jaar is.
Ze heeft haar heup gebroken en moet revalideren.
Om de verveling tegen te gaan neemt ze een kijkje bij het zangkoor van het tehuis waar ze revalideert en daar ontwaart ze op de eerste rij de inmiddels ook bejaarde Frederique.
En ze besluit om na al die jaren wraak te nemen.

Ik hoop op dezelfde manier oud te worden als Geertruida: ze doet iedere dag aan yoga, ze houdt haar geest jong door zichzelf uit te dagen en ze heeft een ijzeren gevoel voor humor.
Marion Pauw zet een overtuigende, bejaarde vrouw neer waar ik door haar droge manier van vertellen erg om moest lachen.
Bij stukjes en beetje krijg je het hele levensverhaal van Geertruida te horen.
Vermakelijk vond ik hoe ze de gang van zaken beschrijft in zo’n tehuis en hoe er met de oudere medemens wordt omgegaan.
En ook hoe er tegen de oudere medemens wordt aangekeken. Dat je ongevraagd als oma wordt aangesproken bijvoorbeeld.
Een spannende roman (thriller is een groot woord)  over oude mensen die nog van alles meemaken: het deed mij denken aan de avonturen van Hendrik Groen met zijn OMANIDO-club.
Een wijze les uit dit boek: onderschat nooit oude mensen.

Ben je slachtoffer of dader?
En helpt het jou als je wraak kunt nemen op iemand die je zo intens haat?
En wie is het secreet: Frederique in het begin van het boek? Of Geertruida aan het eind?
Die wraak is trouwens wel wat onrealistisch; daar heb ik altijd wel wat last van.
Maar het is Marion Pauw vergeven: tijdens het lezen hoopte ik dat het Geertruida allemaal zou lukken, zo leefde ik mee met de hoofdpersoon van dit boek.
En dat het dan wat onwaarschijnlijk is, neem ik op de koop toe.
Ik heb veel plezier beleefd aan dit boek: aanrader!

* Het leven was niet best in het Maagdenhuis. Dat wordt ook op indrukwekkende wijze beschreven in dit boek.
Kinderen die niet bij hun naam worden genoemd, maar als nummer.
De harteloze reactie op het verlies van ouders/zusje van de kille en liefdeloze nonnen: de haren rijzen je ten berge.
Op de website van de gemeente Amsterdam vond ik een interessant artikel daarover.

Reageren

26 maart: Jij bedenkt vast iets leuks

Een collega had bedacht dat ze een truitje ging breien voor ‘de-baby-op-komst’ van een andere collega.
Dat was een goed idee, maar het kwam er niet van.
Het baby’tje (een zoon) is al lang geboren, maar het garen zat nog in de plastic verpakking voor tien bollen.
Op een morgen lag het op mijn bureau.
“Voor jou. Ik weet niet wat ik er nu mee moet doen, jij bedenkt vast iets leuks.”

10 bollen Scheepjes-garen van 50 gram.
56% katoen, 44% acryl.
Grijs gemeleerd.
Op de werkvloer was het even onderwerp van gesprek.
Andere secretaresses vonden grijs niet echt een kleur voor een babyvestje, maar ik dacht: “Bij zo’n mini-spijkerbroekje en een wit shirtje? Best leuk.”

Maar ik had andere plannen.
Ooit had ik van restjes sokkenwol een soort omslagdoek gebreid, waarbij je begint met het opzetten van drie steken en het breiwerk iedere heengaande toer met twee steken uitbreidt door te meerderen. Daarbij verschijnen dan in het midden twee gaatjes (zie afbeelding links) en krijgt je breiwerk de vorm van een vlieger. Hoe je dan moet breien lees je hier.
Toen had ik bedacht dat dat ook een mooie basis zou zijn voor een grotere omslagdoek, maar ik moest nog bedenken hoe ik van de vlieger-vorm een driehoek-vorm kon maken.
Het experiment is geslaagd: het resultaat zie je op de afbeelding hiernaast.

Voor het patroon gebruikte ik verschillende ajoursteken.
Als je op de afbeelding klikt komt hij groter in beeld, dat zie je de details.
Na 4 banen met steeds die meerdersteek in het midden hield ik op met meerderen.
Op de afbeelding links zie je een deel dat  met rode lijnen is afgebakend; bij dat deel breide ik de pen aan de voorkant uit, aan de achterkant stopte ik twee steken voor het midden. Toen keerde ik het werk en ging ik aan de voorkant weer verder.
Die pen breide ik weer uit, aan de achterkant stopte ik weer twee steken eerder en keerde het breiwerk weer. Als je dit maar blijft doen brei je steeds minder steken aan die kant. Als je bijna geen steken meer over hebt (alleen de zes ribbelsteken aan de zijkant brei je helemaal terug naar het midden. Dan heb je aan één kant die driehoek tussen de rode lijnen gebreid, de andere kant is nog de bovenkant van de vlieger. Dan brei je helemaal naar het einde van je werk en pas je de ’twee steken minder breien per toer’ ook aan de andere kant toe.
Toen andere kant ook helemaal klaar was, had ik dus een driehoek, maar de omslagdoek was nog iets te klein.
Ik breide er nog 15 centimeter bij aan, maar nu meerderde ik steeds aan de uiteinden aan weerzijden een steek.
Er komt van deze omslagdoek geen uitgebreide breibeschrijving; als je een ervaren breister bent kom je er met mijn beknopte beschrijving wel uit.

4½ bol gebruikte ik voor deze omslagdoek; hij is nu in het bezit van de collega die mij het garen gaf.
Toen hoorde ik dat er weer een collega zwanger was en breide ik een baby-vestje.
Met de valse kabelsteek en houten beertjes-knoopjes.

Reageren

25 maart: Zingevingscrisis.

Soms krijg je bij Google van die headlines uit de media op je telefoon.
Meestal laat ik die ongemoeid, maar vorige week wilde ik een bericht openen dat begon met ‘Nederland worstelt met een zingevingscrisis’ zegt Rogier H…….
Ik probeerde het artikel te openen, maar het stond in dagblad Trouw en dat lees ik niet, dus ik kon niet inloggen.
Jammer. Zingeving is best een interessant onderwerp in een tijd waarin Nederland steeds meer ontkerkelijkt en ik was benieuwd wat Rogier H. erover zou zeggen.
Rogier H was trouwens vast Rogier Hoenders die als psychiater werkzaam is bij Lentis.
Maandagmorgen startte ik mijn werkcomputer op; die opent altijd automatisch met de website van mijn werkgever, Lentisnet en daar stond op de voorpagina tot mij grote vreugde een link naar het artikel waar Rogier mee in Trouw had gestaan.

Afbeelding: website Lentis

Dit stond op onze intranet-pagina:
Recent stond er in het dagblad Trouw een interview met collega Rogier Hoenders waarin hij vertelt over zingeving en waarom dit onderwerp zo belangrijk is voor behandelaars en patiënten in de GGZ.

Wie een reden heeft om dingen te doen, zal makkelijker zijn bed uitkomen’ aldus Rogier Hoenders. Ook blijkt volgens hem dat zingeving gerelateerd is aan fysieke en mentale gezondheid. En dus zet hij zingeving ook in bij mensen met een psychische aandoening. Zodat ze zelf hun welzijn kunnen verbeteren en daardoor minder afhankelijk zijn van zorg. Iets wat in tijden van ellenlange wachtlijsten en bezuinigingen heel welkom is. 

Hierbij twee links naar het hele interview (deel 1 en deel 2) met Rogier.
2025.03.24 Zingeving Rogier Hoenders 1
2025.03.24 Zingeving Rogier Hoenders 2

Ik deed ook de ‘zinzoekertest’ waar Hoenders het over heeft: ik was een rationele zinzoeker*.
Wil je die test ook doen? Ik vond hem op de website van de Rijksuniversiteit Amsterdam.
Zinzoekertest: Bijna driekwart van de Nederlanders zoekt naar zingeving – Universiteit van Amsterdam

Ook ik heb al eens blog geschreven over zingeving: hierbij een link naar dat verhaal dat ik schreef in januari van dit jaar: Over geluk (6) – Zingeving
Het is bijzonder dat daarin de woorden kerk, geloof en religie amper voorkomen. Dat komt omdat ik me bij het schrijven over dat onderwerp beperkt had tot de quotes die over dit onderwerp onze ‘Geluks-scheurkalender’ stonden en kennelijk zaten die woorden bij de samenstellers van die kalender niet boven in het hoofd.

* Bij de uitkomst ‘Rationele zinzoeker’ stond o.a. Rationele zinzoekers delen graag hun kennis met anderen….
Bij deze.

Reageren

24 maart: Hoe was je weekend?

Soms wordt er in de media wat neerbuigend en schamper gesproken over verjaardagen in Nederland.
De typisch Nederlandse kringverjaardagen.
Bij ons in de familie wordt het gekoesterd als cultureel erfgoed.
Afgelopen weekend bijvoorbeeld vierden wij twee verjaardagen: Gerards jongste broer werd 59 en onze jongste dochter 31.
Zaterdagavond zagen we dus de de familie Waninge én Roelof’s kouwe kant: de familie van schoonzus Ali.
Altijd gezellig.
Wij hoorden die avond dat wij begin juni nóg een gezamenlijk feestje hebben met deze familie: neef Rick (zoon van Roelof en Ali)  gaat trouwen met zijn Anouk.
Later op de avond hoorde ik van Ali dat hij haar officieel ten huwelijk had gevraagd: op één knie met een mooie verlovingsring.
Voor de maat van die ring had hij stiekem een ring van haar meegenomen naar de juwelier.
“Wie had dat ooit gedacht!”
Een retorische vraag, waarop meestal geen antwoord komt; wij hadden het in ieder geval niet gedacht.
Romantiek is niet een heel sterk ontwikkelde eigenschap bij het mannelijk deel van de Waninges, een familie die voornamelijk bestaat uit boeren en bouwvakkers.
Die Rick; de tantes waren stuk voor stuk onder de indruk.
Het volgende vraagstuk van de avond was: waar gaan we naar toe voor nieuwe kleren voor de bruiloft….?
O ja en de familiedag is op 5 juli.

Zondagmiddag gingen we naar Groningen voor de verjaardag van Carlijn.
Daar zagen wij ons voltallige gezin én de kouwe kant van Carlijn: de familie van schoonzoon Wim.
Ook altijd gezellig.
Frea had gezorgd voor het lekkers bij de koffie/thee: ze had een chocolade-sinaasappeltaart gemaakt.
Zelf bedacht.
Gebaseerd op het allerlekkerste Britse snoep (waar Jon en zij dus ook altijd veel van meenemen naar Nederland): de chocolade-sinaasappel.
Zo lekker, dat wij het nog nooit geproefd hebben. Lees: het is al op voordat wij het überhaupt kunnen proeven.

De taart was erg goed gelukt.
Het zag er sowieso al fantastisch uit, hij kon zo meedoen in een aflevering van Heel Holland Bakt.
De smaak was verrukkelijk.
Zo lekker, dat ik zelfs een tweede stukje nam.
En heel onfatsoenlijk vroeg of ik ook een stukje mee naar huis mocht.
Dat mocht.
Tante Carlijn kreeg een zelfbeschilderd ei voor haar verjaardag van de kinderen van de zus van Wim en ook die kids genoten van de taart en scharrelden met hun Nibbit-chippies van opa naar oma naar papa/mama.

Hoe was je weekend?
Niet heel spectaculair; bij het koffieapparaat op het werk scoor je niet heel hoog met verhalen als deze: ‘met de schoonzussen gezwijmeld bij een romantische neef en met onze kinderen zoete, machtige maar onmeunig lekkere taart gegeten. Beide keren in zo’n kringetje met schaaltjes met stukjes worst/kaas en toastjes met salades. “Waar koop je die droge worst?”
Maar laat ons maar; zo zijn onze manieren.

Reageren

23 maart: Oculi.

In de veertig dagen tijd hebben de zondagen een naam: vandaag is het zondag Oculi; dat is Latijn voor het woord ‘ogen’.
In de Catharinakerk ging emeritus predikant Harm Jan Meijer voor; het was fijn om hem weer eens te horen.
In zijn overdenking benoemde hij onze gezamenlijke zorgen over de tijd waarin wij leven en hij beschreef enkele details uit de oorlog die gevoerd wordt in Oekraïne.
Hoe donker het voelt voor ons in deze tijd en dat de nood, de angst en de zorgen maken dat mensen soms hun luiken sluiten en zich naar binnen keren.
Maar als wij ons niet meer verdiepen in wat er echt buiten speelt, als wij elkaar niet meer echt zien, dan gaat het mis.
Dan missen wij de verbinding, de verbinding met de medemens die iedereen nodig heeft.

De voorganger zette dat beeld kracht bij door ‘de gelijkenis van Joop‘.
Joop zit vanwege een spierziekte in een verpleeghuis en is gekluisterd aan zijn elektrische rolstoel.
Hij is voor alles hulp nodig en die hulp is er ook, maar die zorg is vastgelegd in protocollen.
Er is iemand die Joop helpt bij het eten, iemand die hem wast en aankleedt, iemand die zijn katheter spoelt en verwisselt en iemand die zorgt dat zijn rolstoel goed blijft functioneren.
Maar als je Joop vraagt hoe het met hem gaat zegt hij: “Ik zou zo graag gezien worden. Voor alles is ‘even’ tijd, maar wie heeft er tijd voor mij?”

Zien wij nog wat er gaande is om ons heen?
Wij kregen vanmorgen de opdracht mee om de naam van God te praktiseren.
Gebruik je oculi/ogen en kijk goed om je heen.
“GOD en GOED vallen samen. Waar wij proberen goed voor elkaar te zijn leven wij zoals God het heeft bedoeld.”
De predikant sloot zijn verhaal af met de woorden: ‘Mogen deze woorden licht brengen in het donker van de tijd.”

Maar een kerkdienst is meer dan een overdenking.
De symboliek van het liturgisch bloemstuk was treffend: in de krans zag je aan de beukentakken het dode blad, maar we zagen ook al knoppen. Er lijkt nog niets te gebeuren. De knoppen zijn klein en het oude blad is nog aanwezig. Hechten we zo aan het oude dat we bang zijn iets nieuws te beginnen?  Maar we zien ook de dikke knoppen van de klimhortensia als teken dat er nieuw leven komt.

Verder zongen we een onbekend, maar prachtig lied: 286 ‘Waar de mensen dwalen in het donker’ met dit mooie refrein:

Want het licht is sterker dan het donker
en het daglicht overwint de nacht
zoek je weg niet langer in het duister
keer je om en zie Gods nieuwe dag.

Wat deed mij het meest vanmorgen?
De meditatieve stilte na de overdenking en de mooie bewerking die Erwin Wiersinga daarna speelde van een koraal uit de Matthäuspassion; ik herkende de melodie van het stuk dat wij kennen als het lied “Is dat,  is dat mijn koning.”
Met zo’n viering  kunnen we de week weer in.

Reageren

22 maart: Kunst in ‘onze’ oude school.

Donderdagmiddag 27 februari zei één van de dames van het FysiYoLates-groepje “Ben je al bij K38 geweest? Ze hebben nu een tentoonstelling met textiel.
In het blog Drie dozen met vroeger schreef ik het al: met z’n vieren verlieten we even het februari-was-stom-feest voor een bezoekje aan die tentoonstelling en het was beslist de moeite waard.
Het gebouw is voor ons heel bekend: het is namelijk de oude basisschool ‘De Haven’.
Frea kwam daar als vierjarige in groep 1 in 1990 en Carlijn verliet de school na de slotmusical van groep 8 in 2006.
16 jaar was ik daar moeder/ouderraadslid/bibliotheekvrijwilliger/broodschoolvrijwilliger, dus ik heb daar, net als onze dochters, veel voetstappen liggen.

7 kunstenaars toonden hun bijzondere kunstwerken in de expositie ‘Textiel kunst”.
We hebben er van genoten; hierbij een link naar een video-impressie van de tentoonstelling.
Wat ik van deze middag zal onthouden is het moment dat ik een zaal met portretten binnenkwam en dacht: “Hé, dat is Dick van Veen”.
Het schilderij heette ‘Shylock’ en toen bleek het inderdaad Dick te zijn, want die rol speelde hij in ‘De koopman van Venetië’ in het Shakespearetheater in Diever.
Toen ik het van dichtbij bekeek zag ik het pas: het is heel fijn naaiwerk!
Links zie je het schilderij, rechts zie je een uitsnede van het oog: als je goed kijkt zie je de stiksteekjes.
De kunstenares die dit soort mooie portretten maakt heet Annie Horlings en ze komt uit Norg.
Op haar website vind je meer afbeeldingen van het moois dat zij maakt: hierbij een link.

En dan heb ik nog maar één kunstenaar en één van haar werken belicht!
Je hebt niks meer aan de informatie op dit blog, want zondag 2 maart was de laatste dag: inmiddels is er een nieuwe tentoonstelling: ‘Oppervlakte & Diepte’.

 

Reageren

21 maart: Fred en de mess.

Heel af en toe schrijf ik over mijn werk en/of mijn collega’s; vandaag een blog over Fred.
Hij kwam twee keer in mijn blogs voorbij: één keer toen hij trakteerde op oliebollen en één keer toen hij kroketten voor ons allemaal meenam.
Nou sta je bij mij al met drie punten voor als je een kroketje voor me meeneemt, maar Fred was sowieso een collega waar ik het goed mee kon vinden.
Met hem kon ik het hebben over de meest uiteenlopende onderwerpen: over roofvogels, schuurtjes bouwen, de kerk, geschiedenis en handwerken. Om maar een paar onderwerpen te noemen.
Hij kwam regelmatig op ons secretariaat langs voor een gezamenlijke kop koffie en een praatje.
Wegens persoonlijke omstandigheden moest Fred onverwacht met zijn werk als casemanager dementie stoppen, waardoor hij zonder aankondiging zo maar niet meer op kantoor kwam.
Dat viel net in die week dat ik niet op het werk was in verband met de vermissing/het overlijden van Henri in november, dus toen ik terugkwam was Fred weg.
De verhuizing naar de Hereweg heeft hij dus niet meer meegemaakt.

Fred komt dus niet meer bij ons op kantoor koffiedrinken en ik mis hem, zijn verhalen en zijn flamboyante persoonlijkheid.
Twee weken geleden kregen we als secretariaat een uitnodiging van hem: “Komen jullie bij mij eten? Ik ga voor jullie koken!”
Donderdagavond 20 maart werden we bij hem thuis verwacht en om 17.45 uur zaten we met ons clubje secretaresses bij hem en zijn vrouw op de bank.
Het was heerlijk om weer even uitgebreid bij te praten.
Over hoe hij het plotseling stoppen met werken destijds had beleefd.
Wat hij nu allemaal aan het doen is.
Over hoe het toen allemaal ging rondom Henri.
Over hoe het na de verhuizing eind 2024  nu met ons secretariaat gaat in de binnenstad van Groningen.
En hoe jammer het is dat hij niet meer bij ons komt teuten rond koffietijd.
Maar “Such is life!” zeggen de Engelsen.

Als Fred ooit eens niet meer weet wat hij moet doen: hij kan altijd nog kok worden.
Hij had heerlijk voor ons gekookt!
Een schaal met voorgerechtjes, een tomatensoepje, risotto met groente en kip met pesto omwikkeld met ham en als afsluiter een heerlijk toetje: volgens Fred heette het Eton Mess.
Als je op internet zoekt met die zoekterm vind je heel veel verschillende varianten met aardbeien, frambozen, slagroom en poedersuiker, maar Fred had zijn eigen draai aan het beroemde dessert gegeven, dus ik noem het ‘De mess van Fred’.
Met o.a. frambozen, ijs en roze meringue
Het was heerlijk
Dat iemand bij wijze van afscheidsetentje zo heerlijk en uitgebreid voor je kookt: wát een verwennerij!
We zullen Fred niet vergeten … en echt niet alleen vanwege de oliebollen, kroketten en zijn kookkunsten.

Reageren

20 maart: Van waarde.

De derde dinsdag van de maand in de derde maand van het jaar: de derde bijeenkomst van Holy Stitch in 2025.
Je denkt dat je als ervaren handwerkster nu alle textieltechnieken wel zo’n beetje hebt gezien, maar dinsdagmiddag liet Rika ons kennismaken met iets nieuws: kumihimo.
Dat is een Japanse vlechtkunst waarmee je gevlochten koordjes maakt.
“Het is heel simpel, leuk om te doen en niet duur: ik kocht dit pakketje bij de Action voor € 1,99” vertelde Rika.
Meer weten? Hierbij een link naar een artikel over kumihimo op de website Wolplein.nl.

Geke had een leuk ideetje met kiezelsteentjes meegenomen: daar kon je schaapjes van maken.
Om het steentje brei je dan een klein jasje van schapenkleur-garen en met een klein schapenkopje van vilt heb je zo een kleine kudde op een schoteltje staan.
Zwanny verraste ons in deze veertig-dagen-tijd met een combinatie van een pocket-kruisje en een gebedsquilt: voor iedereen had ze een zelfgemaakt exemplaar meegenomen.

Na vier jaar Holy Stitch weten anderen ons ook te vinden.
Akke, PKN-gemeentelid, was haar huis aan het opruimen en vond haar verzameling Ariadne’s vanaf 1964 terug: wie dat wil mag bij haar thuis langs komen om te kijken of er iets van haar gading tussen zit. Als tip-voor-Pasen had Akke een gebreide eierwarmer: een kuikentje uit een Ariadne van 1972.
Voor de liefhebbers: een foto van de breibeschrijving.
Back to the seventies: leef je uit!

Ook Enny, geen lid van onze club, kwam langs met iets.
Zij had een groot borduurwerk gekocht.
“Het stond al even bij Het Goed,  maar niemand kocht het. Vond ik zó jammer. Welke familie doet zoiets nou weg?!”
Als handwerkster kun je je dat niet voorstellen, maar ik wil ook niet weten hoe onze dochters na mijn overlijden met mijn zelfgemaakte spullen omgaan.
Wat voor de één van grote waarde is kan voor iemand anders waardeloos zijn: als je er niks mee hebt, waarom zou je het dan bewaren?
Er kwamen verschillende ideeën voorbij wat je er mee kunt doen, maar Enny gaat eerst contact zoeken met iemand van het borduurmuseum.
Is dat er dan?!
Jah: in Barneveld.
Hierbij een link naar hun website. 

Twee uur zitten we zo’n middag bij elkaar; na een half uur ligt de grote tafel waar we om heen geschaard zitten al vol met van alles en nog wat.
Iemand had een tas vol spullen gebracht die je kunt gebruiken voor kaarten maken, er lagen patronen en breibeschrijvingen van poppenkleertjes, dingen die zijn meegenomen om te laten zien, kortom: zooi. “Wat een chaos is het al weer op tafel” merkte iemand op. Inderdaad. En dan liggen de Ariadnes van Akke er nog niet eens bij…..

Maar wat was het meest waardevolle deze middag?
Iemand vertelde dat ze na het overlijden van haar man in een enorme dip zat.
Dat ze het zo moeilijk vond, het gemis en het alleen zijn.
Geen energie, geen zin in wat dan ook.
Maar ze was er en het was goed.

Reageren

19 maart: Ramadan

Ramadan.
Een titel van een blog die je niet van mij verwacht.
Maandagavond waren Gerard en ik uitgenodigd voor een ramadan-maaltijd bij Yusuf en Salma; vorig jaar in augustus schreef ik een blog over hun huwelijk waar wij bij aanwezig waren.
Ondertussen zijn wij al eens weer bij hen geweest (speelden we Pim, Pam Pet) en zij hebben deze winter bij ons stamppot boerenkool gegeten.
Daarbij leerden we hen het oer-Nederlandse spel sjoelen.

Gastvrij ramadan

“Komen jullie dan bij ons tijdens de ramadan?”
Dan vraag ik me gelijk af of dat dan wel kan; wij zijn immers geen moslims, kunnen we dan wel mee-eten in zo’n traditie?
Yusuf en Salma verzekerden ons dat dat prima kon, ze vonden het mooi om ons iets van hun levenswijze te laten zien.
Voor hen is de ramadan heel plechtige, maar ook gezellige tijd. Het is de 9e maand van het islamitisch jaar; moslims herdenken in deze maand dat Mohammed zijn eerste boodschap van God ontving. Alles wat God hem vertelde, is opgeschreven in de Koran.
Ramadan is een vastenmaand: elke dag mag je tussen zonsopgang en zonsondergang niet eten of drinken.
Dat kan best zwaar zijn, maar daar gaat het ook om: op deze manier leer je jezelf te beheersen en je voelt hoe het is om arm te zijn en geen eten of drinken te hebben. Elke avond eindigt het vasten met een uitgebreide maaltijd.

Toen we aankwamen in hun flat was de zon nog niet ondergegaan, dus we namen eerst de tijd om bij te praten.
Plotseling begon een meneer te zingen: ik schrok er haast van.
Het was de oproep voor het gebed voorafgaand aan de maaltijd.
Het bleek dat Yusuf en Salma een soort wekker hebben waaruit vijf keer per dag zo’n oproep klinkt.
In Islamitische landen wordt dit ‘oproepen tot gebed’ gedaan door een voorzanger, de muezzin, vanuit de minaret van een moskee; je kunt het een beetje vergelijken met de kerkklokken die oproepen voor de kerkgang.

De maaltijd begon met het eten van drie dadels en het drinken van een zoutige drinkyoghurt.
Daarna sprak/zong Yusuf het gebed dat hoorde bij dat deel van de dag.
Daarna kregen we harira, een soep gemaakt van linzen en groenten en daarbij serveerde Salma een Algerijnse borek: een soort loempia met o.a. gehakt, aardappelpuree, uien en olijven.
Het hoofdgerecht was gemaakt met orzo. Dat is pasta in de vorm van rijst: kleine bolletjes durum tarwe.
De schotel was gegarneerd met worteltjes, aardappel en heerlijk gegaard rundvlees.
We besloten de avond met een glaasje Iraakse thee.

Als je zoals wij opgegroeid bent in de protestantse traditie ervaar je een wereld van verschil, maar wat bijzonder om dit mee te maken.
En wat fijn dat zo’n jong stel ons betrekt bij hun leven in Nederland en ons laat zien hoe belangrijk juist dan de tradities zijn die bij het land van herkomst horen.

Meer weten over de ramadan?
Hierbij een link naar een artikel daarover op de website Weet wat je viert

Reageren

18 maart: Buizerd.

Afgelopen weekend verbleven we in Casa Grada in Westerbork; het ‘verhuurseizoen’ begint, dus het was weer tijd voor de horren er in, alles even nalopen (doucheputjes nakijken, waterreservoir van de wasdroger legen etc.), maar ook lekker genieten van een vrij weekend.
Zaterdagmiddag liep ik met een vuilniszak naar de afvalcontainer op de parkeerplaats.
Tegen het struikgewas aan zag ik iets groots, bruins liggen; toen ik dichterbij kwam bleek het een dode buizerd te zijn.
Hij lag op z’n kop; het leek alsof hij voorover van een tak was getuimeld en verticaal ondersteboven was blijven liggen.

Het is niet een zeldzaam dier of zo, maar ik vind het altijd wel bijzonder als ik er één zie:  boos en ijzig starend op een paaltje van een hek langs een weiland of majestueus met gespreide vleugels rondjes vliegend op de thermiek van de wind. Vorig zomer heb ik eens een tijdje het gedrag van een buizerd bekeken. Ik zat achter ons huis aan de Borkerstroom te soezen in de zon, ik hoorde het herkenbare hoge gekrijs en zag hoe hij in de lucht cirkelde, loerend op een prooi in het gebied onder hem.

Zou dat diezelfde vogel geweest zijn die nu zo treurig in het struikgewas lag?
En hoe komt zo’n beest zomaar dood uit een boom vallen?
Internet leerde mij dat er dan meestal sprake is van gif.
Ik liep naar de receptie en vertelde de mevrouw aan de balie dat er een dode buizerd op de parkeerplaats lag. Ze griezelde er van: “Brr….ik pak hem niet op!”
Hoefde ook niet. Ze zou het melden aan de groenploeg, die zou het beest wel ‘wegwerken’.
Zondag ging ik nog even kijken; hij lag er al niet meer.

Er gebeurde ook nog iets leuks op vogelgebied in Westerbork.
Zaterdagmiddag had ik de hoezen van de 6 kussens die op de meubels in de woonkamer liggen uitgewassen en de binnenkussens buiten uitgeklopt en laten luchten.
Daarbij kwamen nogal wat van die kleine, witte veertjes los (vulling van de kussens), die in het gras bleven liggen.
Toen we zondagmorgen naar de kerkdienst vanuit Roden zaten te kijken zagen we de musjes en koolmeesjes die in de buurt van ons huis nestelen met snavels  vol van die witte veertjes in de heg verdwijnen. Je zag ze denken: ‘WIES MET!” Drentse vogeltjes, hè?

Naadje van de kous weten over de buizerd?
Hierbij een link naar een artikel over deze roofvogel op de website van Vogelbescherming Nederland.

Reageren

Pagina 1 van 369

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén