een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Lezen Pagina 1 van 11

9 juli: Zusje – Rosamund Lupton

Vorig jaar kocht ik bij Daan Nijman het boek ‘Zusje’ van de schrijfster Rosamund Lupton in de maand van het spannende boek.
Drie keer ben ik er in begonnen en twee keer legde ik het weer weg.
De derde keer kreeg het boek mij te pakken en las ik het uit.
Dat is ook gelijk het probleem met dit boek: het gegeven is spannend en maakt nieuwsgierig, maar het duurt allemaal te lang.

Dit is wat je weet als je begint met lezen.
Beatrice hoort dat haar zus wordt vermist en vliegt van New York naar haar geboortestad Londen.
Daar gaat ze op onderzoek uit en ze graaft steeds dieper in het leven van zus Tess.
Wat is er de laatste maanden gebeurd met haar? Met wie ging ze om? Waarom zocht ze geen hulp?
Ze stuit op een geraffineerd en griezelig complot en dreigt daar zelf ook slachtoffer van te worden.

In het boek zijn verschillende ‘vertellijnen’ door elkaar heen gevlochten.
De eerste lijn is de brief die Beatrice aan haar zusje schrijft. Die begint met “Lieve Tess. Ik zou er echt alles voor over hebben om nu, op dit moment, bij je te zijn…….” en ze beschrijft voor haar zusje hoe de journalisten hijgerig bij haar appartement staan om maar niets te missen van dit sappige verhaal. In deze brief lezen we ook allerlei details over hun jeugd en het gezin waarin ze opgroeiden.
Daarnaast er is het verhaal in de huidige tijd: wat gebeurt er en wie zijn er bij betrokken?
De derde vertellijn speelt na de climax: er staat een rechtzaak op de rol en Beatrice voert gesprekken met haar advocaat waarin ze nauwgezet vertelt wat er is gebeurd en wie ze allemaal verdacht. Tussendoor maakt Beatrice ook nog een enorme ontwikkeling door en gaat ze steeds meer op haar jongere zus lijken.

Beatrice is een vasthoudend type.
Ze is er van overtuigd dat de vermissing niet is wat het lijkt en dat er sinistere motieven een rol spelen.
Als lezer ben je getuige van de miskenning van Beatrice en er waren momenten waarop ik dacht: “Is dit nou wel reëel? Ga je niet te ver in je verdenkingen?”
Daar komt bij dat de verdenking steeds op iemand anders komt te liggen, zodat bijna iedereen in de omgeving van Tess de mogelijke dader kan zijn.

De drie verschillende vertellijnen in het boek worden langdurig uitgesponnen en maken het boek onnodig ingewikkeld.
Verder gebruikt de schrijfster prachtige volzinnen en mooie stijlvormen, vandaar het predikaat ‘literaire thriller’.
Maar bij een spannend boek zit mij dat soms in de weg.
Dan wil ik gewoon weten hoe het zit en hoe het afloopt.
En dat is in dit boek het meest vervelende: JE WEET NIET HOE HET AFLOOPT!
Dan voel ik me gewoon bekocht: koop je een spannend boek, lees je een verhaal van 350 pagina’s en dan weet je niet hoe het afloopt.
Hou je van literatuur, mooie woorden en prachtige zinnen: koop dit boek (of leen het van mij) en geniet.
Wil je een detective lezen en weten wie het heeft gedaan?
Lees dan gewoon een ‘whodunnit’; bijvoorbeeld een boek van Peter Robinson over DCI Banks. (zie 18 april 2015).

Reageren

28 mei: Lieneke, Saskia en Esther.

Twee boeken kocht ik in coronatijd naar aanleiding van de oproep om je plaatselijke boekhandel te steunen: ‘Achterstallig geluk’ van Lieneke Dijkzeul en ‘Bonuskind’ van Saskia Noort.
Beiden schrijfsters waar ik al wel vaker iets van had gelezen; altijd leuk, daar kon ik me geen buil aan vallen.
Over het eerste boek schreef ik al een blog, over het tweede boek blijft het blog achterwege.
Toch een buil aan gevallen.
Op deze website staat positiviteit voorop, ik ga dus niet uitgebreid vertellen waarom ik het niet leuk vond.
Het boeide me tot één-derde van het boek, daarna was het vervelend en niet om door te komen.
Jammer.

Toen ik na een jaar weer bij Het Goed was had ik een boek uit 2006 van Esther Verhoef gekocht, ‘Rendez vous’.
Ook van haar had ik al wat boeken gelezen, maar deze heb ik kennelijk gemist.
Deze week heb ik vakantie, dus ik las het woensdagavond laat nog uit.
Spannend man.

Het boek begint met een fragment van een vrouw die in een politiecel is opgesloten vanwege een misdaad.
Ze heeft een paniekaanval, moet overgeven en je leest dat ze denkt: ‘Ik heb mijn leven vergooid. En voor wat? Voor wie?’
Dan zit ik al op het puntje van m’n stoel.
Wat is er dan gebeurd?
Wat heeft ze gedaan?
Het antwoord op die vragen zal gedurende het hele boek op zich laten wachten.

Dan begint het verhaal.
Eric en Simone hebben hun huis in Nederland verkocht en vertrekken samen met hun twee jonge kinderen naar Zuid-Frankrijk.
Dat gegeven heeft me altijd al geïntrigeerd; hoe gaat het dan met die kinderen? Die spreken immers geen Frans!
In het boek lees je vervolgens hoe moeilijk het in het begin is om te wennen in een ander land.
Het oude huis dat ze hebben gekocht moet grondig worden verbouwd, dus het gezinnetje woont eerst in een caravan.
Ook niet optimaal dus. En waar haal je in een onbekende omgeving goede bouwvakkers vandaan?
Gelukkig is daar Peter, ex-Nederlander, die ‘mannetjes’ regelt en zo proberen Eric en Simone hun droom te realiseren: een ‘chambre d’hotes’, een Franse benaming voor een soort ‘Bed & breakfast’.

We maken nader kennis met één van de bouwvakkers Michel; het is kennelijk de mooiste man van Frankrijk en Simone is niet erg goed bestand tegen zijn verleidingskunsten.
De belevenissen van het gezin gaan ondertussen ook gewoon door: er moet worden genetwerkt, er zijn feestjes en afspraken met andere Nederlanders, schoonmoeder krijgt een herseninfarct en Simone leert dat de Fransen op een heel andere manier koken: ze heeft die zakjes ‘mix voor spaghettisaus’ helemaal niet meer nodig!
Leuk om die gewone belevenissen en problemen van een gezin dat pas is geëmigreerd tussen de spannende verhaallijnen door te lezen.

Want spannend is het!
Wat is er toch aan de hand met Peter?
En heeft Michel een dubbele agenda?
Krijgt Eric geen argwaan?
Steeds als er weer een hoofdstuk is afgesloten kom je even weer terug bij die vrouw in die politiecel en steeds worden er kleine stukjes van wat er gebeurd is verteld.
Een heerlijke vakantie-thriller.
Het boek is zelfs verfilmd: op de website van de schrijfster vind je een trailer.

Reageren

24 mei: Gastblog Hans – Herinneringen

Het is al weer een tijd geleden, dat ik als gastschrijver van Ada een bijdrage leverde.
Tja ik ben niet iemand, die zomaar een verhaal uit mijn mouw schudt.
Toch vind ik het fijn om af en toe mijn gedachten aan het papier, eh pardon, aan de digitale wereld toe te vertrouwen.

Na mijn vorige verhaal over mijn jeugdboeken wil ik graag de schrijver Arthur van Schendel onder de aandacht brengen. Geen spannend boek met allerlei helden maar een levensverhaal uit de 19e eeuw voor de grote industrialisatie. Zijn boek uit 1930 over: “Het fregatschip Johanna Maria” stond op de lijst van de te lezen boeken voor het examen van de MULO. Het is een romantisch verhaal over de zeeman/zeilmaker Jacob Brouwer, die eigenaar wil worden van een zeilschip. Behoorlijk gedateerd, maar voor mij het beste boek dat ik ooit gelezen heb. De sobere stijl van schrijven, zonder dialoog en de dwangmatige liefde voor een zeilschip maken dat het boek heel bijzonder is. Het is ook een stukje geschiedschrijving over het varen met oude vaartuigen. Er komen veel scheepstermen in voor, die achterin verklaard worden. Niet iedereen zal het zo ervaren, maar na ruim 50 jaar denk ik nog vaak aan het verhaal over het tragische leven van  de arme weggelopen Jacob en zijn liefde voor het fregatschip Johanna Maria.

Er zijn meer boeken van Arthur van Schendel die de moeite waard zijn om te lezen. Klik hier voor een artikel hierover op Wikipedia.

Een ander boek uit die tijd was van Margo Minco. Een schrijfster geboren in 1920 en nog steeds in leven en dus al 101 jaar oud. Het is een dun boekje, dat daarom veel gekozen werd door examen leerlingen. Dit laat niet weg dat het een interessant verhaal is over de Jodenvervolging tijdens de tweede wereldoorlog. In korte hoofdstukken beschrijft zij de toenemende angst en onzekerheid. Zelfs als de bezetter toeslaat, blijft er een spoor van hoop om aan het lot te ontkomen. Met kleine middelen roept de schrijfster een sfeer op van dreiging, ongegronde hoop en verwachting, die precies weergeeft wat in die jaren in de harten van de vervolgden leefde.

Marga Minco heeft dit boek geschreven als een eerbetoon aan al haar familieleden die zijn omgekomen in de tweede wereldoorlog. Om de gebeurtenissen uit het verleden te kunnen verwerken, schrijft ze er verhalen over. ‘Het bittere kruid’ (1957) is haar eerste boek en is grotendeels autobiografisch. Men kan dit boek als een fictieve biografie beschouwen. ’Fictief’, omdat zij zich bijvoorbeeld de dialogen uit die tijd natuurlijk niet kan herinneren. Ze heeft haar werkelijkheid in verhalen gegoten. Na dit eerste boek volgden nog vooral ‘Een leeg huis’ (1966) en ‘De val’ (1983). Al haar werken gaan over de holocaust. De herinnering aan de jodenvervolging geeft nog steeds een bittere nasmaak. Of zoals haar echtgenoot Bert Voeten vooraan in het boek in het motto zegt: “Er rijdt door mijn hoofd een trein vol joden, ik leg het verleden als een wissel om…”

Het kamp Westerbork heb ik nog bezocht toen het nog bewoond werd door Ambonezen. De impact van het verleden drong toen nog niet zo tot mij door ondanks het verhaal, dat mijn vader op de fiets op verzoek van Joodse kennissen uit Meppel naar gedeporteerde familieleden ging om o.a. voedsel te brengen. Aan de rand van het kamp werd hij dusdanig geïmponeerd door de bezetter, dat hij onverrichter zake weer naar huis ging. Een indrukwekkende tocht in die tijd.

Tot een volgende keer.

Vorige blogs van Hans:

Reageren

4 april: Achterstallig geluk

Van auteur Lieneke Dijkzeul had ik al een paar boeken gelezen (zie: Dagen van schaamte)  toen ik ‘Achterstallig geluk’ bestelde bij Daan Nijman  in coronatijd.  Het is een deels autografische roman; na het lezen ben ik benieuwd wat wel over Lieneke ging en wat er bij verzonnen is, maar dat is natuurlijk niet echt belangrijk.  Het boek vertelt over een een vrouw van middelbare leeftijd wier moeder is overleden.  De relatie met die moeder was op z’n minst problematisch geweest. Je maakt in fragmenten kennis met de andere kinderen in het gezin: broers Han en Joes en zus Tammie en je leest hoe ze samen  met haar broer en zus het laatste stukje van hun moeders leven hebben meegemaakt.
Herkenbaar. 2017 is nog niet zo heel lang geleden (zie blog 2017) en de beschrijving was treffend.

Bij het opruimen van moeders schuurtje vindt de dochter een paar schoenen en haar eigen dagboek dat ze als kind bijhield. Als lezer wordt je meegenomen in dat dagboek en lees je hoe het gezin destijds functioneerde, maar je beziet de situatie vanuit de positie van een kind.  Het meisje schrijft over de sensatie van het leren lezen,  de wereld die zich voor je ontsluit als je boeken kunt lezen. Ook herkenbaar.  Je leest over de chronische armoede, over het opgroeien zonder vader en de verstikkende afkeuring van de grootouders daarover.
Verder gaat het ook over onvervulde dromen.

Door het lezen van het dagboek kijkt de hoofdpersoon weer met andere ogen naar het leven van haar moeder.  Het heeft haar ook iets laten zien over haar eigen leven. Als meisje van twaalf wordt haar bij het afscheid van de lagere school door een verzuurde, hardvochtige non toegebeten: “Het zal voor jou niet gemakkelijk worden om te slagen in het leven”. Toen had ze gedacht: “O nee?  Dat zal ik je laten zien”.  Onderweg naar huis had ze zich trots, vrij en onafhankelijk gevoeld,  vastberaden om wel te slagen in het leven.

De dochter was in weerzin en rancune naar het huis van haar moeder gekomen, ze dacht alleen verlies bevestigd te zien, maar ze haalde er nieuwe levensmoed uit door naar haar huidige leven te kijken met de ogen van dat kind van twaalf. Maak er wat van!  Blijf niet hangen in bitterheid en wrok,  maar maak je eigen keuzes,

Bij het lezen van dit boek herkende ik veel van wat er allemaal gebeurt in een kinderleven. Dat grote mensen dingen zeggen die je niet snapt.  Dat je afhankelijk bent van onderwijzers: sommigen zijn geknipt voor het vak,  maar sommigen hebben een desastreuze invloed op kinderen. Dat je loyaal bent aan je ouders. Dat ouders ook gevormd zijn door het gezin waar zij uitkomen.  Het maakte mij nog meer bewust van mijn eigen beschutte kindertijd zonder geldproblemen en geen grote zorgen.

Mooi boek; ‘Achterstallig geluk’ is een goed gekozen titel. Het slaat zowel op de moeder als op  de dochter.  Ik hoop van harte dat de schrijfster dat stukje geluk nog heeft beleefd.  Als dat tenminste het autobiografische deel is….

Reageren

15 maart: Dagboek van een herdershond

Als je de naam Theo van Beijeren intikt bij de zoekfunctie van deze website vind je ongeveer 25 blogs waar zijn naam in voorkomt.
Toen ik begon met bloggen was Theo nog predikant van onze PKN-gemeente, we zitten samen in het ‘website-van-de-kerk’-clubje en ook als vrijwilligers voor de Catharinakerk komen we elkaar regelmatig tegen. Verder is hij mijn mentor bij het in de lucht houden van deze website.

Eigenlijk is zijn achternaam Van Beijeren Bergen en Henegouwen.  Door zijn kleindochtertje treffend weergegeven als Van Beijeren Bergen en….. Heen en weer.
Hoe ik dat weet?  Van zijn website ‘Dagboek van een herdershond’; daar schreef ik al eens over bij het beantwoorden van de vraag ‘Lees je ook blogs van anderen? .
Op zijn website was te lezen dat hij in januari 70 werd en dat hij door zijn echtgenote/kinderen werd verrast met een prachtig cadeau: een boek met zijn tot dan toe gepubliceerde blogs.

Inmiddels heb ik dat boek in mijn bezit. Eerlijk gezegd: ik ben een trouwe lezer van zijn blog,  dus ik heb alles al eens gelezen.  Maar dat heb ik natuurlijk niet allemaal onthouden! Vooral de verhalen in het begin van het boek lazen weer als nieuw; dan heeft ouder worden ook zijn voordelen.  Theo schrijft o.a. over zijn vak als predikant, over zijn grootouders,  zijn zwak voor pepernoten en appelmoes,  zijn liefde voor Bach en het jaarlijkse opzetten van de kerstboom met de bijbehorende kerststal.
Heel divers en heel onderhoudend.

Door het publiceren van blogs geef je stukjes van jezelf bloot; je laat de lezer een klein deel van jezelf zien dat bij de meeste mensen niet bekend was.
Door de blogs die Theo schrijft ben ik anders naar hem en het werk van een predikant gaan kijken.
Hij schrijft met humor over kerkdiensten ter gelegenheid van huwelijken en over begrafenissen.
Over het bezoeken van zieke gemeenteleden in het ziekenhuis en vieringen bij jubilea en/of zijn afscheid.  Maar dat is maar een deel van hem.
We lezen ook verhalen over zijn ervaringen als leerling op de Lagere school met het liniaaltje van juf Tinga en over de docent oude talen op het gymnasium, die bekend stond om zijn bloemrijk en humoristisch taalgebruik.
Over zijn opa die een visserman was. Die tegen hem had gezegd toen hij dominee werd: “Preek niet al te ingewikkeld. Vertel de mensen maar dat God liefde is.”
Fijn als je zulke grootouders hebt.

Onze blogs lijken wel wat op elkaar en eerlijk is eerlijk: Theo was eerst, hij schrijft al vanaf 2012.
Familiegeschiedenis, muziek, guilty pleasures, kerkdiensten, actualiteit en verbastering van de Nederlandse taal; het enige waar Theo niet over schrijft zijn brei- en haakwerkjes.
Hooguit over een vilten kerststal met een kameel waarvan zijn zoons denken dat die een bomgordel omheeft….
Blogs met een glimlach.

Benieuwd naar zijn blog en/of belangstelling voor zijn boek?
Hierbij een link naar zijn website: Dagboek van een herdershond.
Op het laatste blog in het boek van december 2020 vind je een foto van een jeugdige Theo op zijn brommer, een Batavus.
Niet te geloven dat die slungel op die foto nu al zeventig is….!

Reageren

28 februari: Geloven van wieg tot graf.

Eén van onze PKN-gemeenteleden, Cor Keers, heeft een boek geschreven.
Cor en ik kennen elkaar oppervlakkig van de keren dat we elkaar ontmoeten bij activiteiten van de kerk of bij de koffie na een viering.
In coronatijd hebben we elkaar één keer gesproken: toen ik het boek kwam ophalen dat ik van hem had gekocht.
Het boek heet ‘Geloven van wieg tot graf’ en de subtitel is  ‘Een studie over zingeving’.
Dit staat o.a. op de achterflap: Cor vertelt openhartig over zijn leven. U leest over zijn succesvolle studietijd en zijn carrière als sociaal psycholoog, maar ook over zijn gang door de psychiatrie als patiënt, worstelend met psychosen. Met voorbeelden uit de psychologie, theologie en filosofie laat de auteur zien hoe hij omgaat met al die gebeurtenissen en zin geeft aan zijn leven.’

Vooropgesteld: ik lees nooit zulke boeken.
Onder het kopje ‘Lezen’ in de menubalk zie je waar mijn interesse naar uit gaat en dat zijn geen studies over zingeving.
Maar ik vond dat ik het in ieder geval een kans moest geven
Het begin pakte me direct; in het eerste deel beschrijft Cor zijn leven, het is onderhoudend en tegelijkertijd aangrijpend.
Zonder opsmuk vertelt hij over wat hem is overkomen en hoe hij het allemaal heeft beleefd.
Zijn eerlijkheid is onthutsend.
Hij beschrijft hoe het is als je in een isoleercel zit omdat je helemaal de weg kwijt bent.
Wat een psychose met je doet, wat het doet met je naaste omgeving en wat het betekent voor je carrière.

Het boek kan ruwweg verdeeld worden in vier delen; het tweede deel gaat over ‘Taal’: het belang van ‘taal & verhalen’, het verschil tussen beschrijvende en inspirerende verhalen, gelardeerd met voorbeelden uit de bijbel.
Het derde deel is gewijd aan zingeving: vanuit drie zienswijzen (psychologie, filosofie en theologie) wordt in dit deel gekeken naar dit begrip.
Eén voorbeeld haal ik aan ter verduidelijking: hoe geef je zin aan je leven als je in een concentratiekamp zit?
Het laatste deel gaat ook over zingeving, maar dan in combinatie met Cor’s manier van geloven.
Daarin beschrijft hij wat het geloof voor hem betekent en hoe hij in de loop van de jaren anders is gaan geloven.

Een boek van 384 pagina’s kun je niet samenvatten in een blog van 500 woorden, maar ik kan wel vertellen wat het met me heeft gedaan.
Het boek lag zes weken op onze bank en zes weken keek Cor me vanaf de voorkant indringend aan.
Al lezend leerde ik hem goed kennen.
Wat heb ik geleerd van dit boek?
– Dat zingeving altijd iets is dat je zelf moet doen: niet bij de pakken neer zitten, niet zwelgen in wat niet meer kan, maar doen (en genieten van) wat wel kan.
– Dat het lidmaatschap van de PKN-gemeente Roden-Roderwolde voor Cor (en voor mij) erg zinvol is en dat de bijbel een verrassend actueel boek is.
– Hoe belangrijk mensen in je omgeving zijn die naar je luisteren, interesse tonen en je ondersteunen.

Wat hielp bij het lezen van dit boek is dat ik door mijn christelijke opvoeding op de hoogte ben van de inhoud van de bijbel.
Om in die bijbelse terminologie te blijven: voor een ‘Martha‘ als ik is dit boek te zware kost, maar ik had het niet willen missen.
Respect en bewondering voor deze vechter die zijn hele ziel en zaligheid in dit boek heeft gelegd en daarmee begrip vraagt voor de vaak onbegrepen wereld van de psychiatrische patiënt.

Belangstelling voor dit boek? Plaats hieronder een reactie, dan breng ik je in contact met Cor.

Reageren

24 februari: Pinkeltje en de boze tovenaar.

“O…..daar komt Snorrebaard de kamer in! Pinkeltje holt maar snel naar zijn holletje onder de etenskast”.
Ademloos zat ik als zes-jarige te luisteren naar juf Hunze die ons voorlas over Pinkeltje, het kleine mannetje dat bij meneer Dick Laan in huis woonde.
Met zijn muizenvriendjes Knabbeltje, Grijshuidje, Zwartsnoetje, Kraaloogje en Langstaartje, de kat Snorrebaard, de goudvis Goudhuidje en de spin Zilverdraad.
Buiten in de tuin woonde de snoodaard Wipstaart, een kraai die het Pinkeltje en zijn vriendjes soms knap lastig maakte.

We keken uit naar moment aan het einde van de dag als juf haar stoel achteruitschoof en het voorleesboek pakte.
Van de andere boeken weet ik eigenlijk helemaal niets meer, maar Pinkeltje was bij ons op school mateloos populair.
Bij mij in de klas zat een jongetje (dat Gerard heette), dat niet naar school kon omdat hij ziek was. Huilend riep hij tegen zijn moeder: “Maor dan weet ik ja niet hoe ’t met Pinkeltje verder giet…!”
Toen ik later onze kinderen voorlas uit de Pinkeltje boeken waren de dames ook zeer begaan met het lot van het kleine mannetje dat zo’n last had van die kraai. “Toute Wiptaart!”

Toen ik al wat klassen hoger zat kreeg ik zelf een boek uit de Pinkeltje reeks: Pinkeltje en de boze tovenaar.
Pinkeltje woonde toen al niet meer bij meneer Dick Laan, maar was verhuisd naar Pinkeltjesland.
In het boek was een betoverd bos waar een boze tovenaar in woonde. In Pinkeltjesland verdwenen vervolgens op raadselachtige wijze kinderen; de suggestie werd gewekt dat ze in dat betoverde bos bij die boze tovenaar werden vastgehouden. Maar niemand durfde natuurlijk dat bos in te gaan om te gaan kijken; iedereen was ‘schietensbenauwd’ voor die boze tovenaar.
Op een dag is ook de zoon van koning Pinkelpracht verdwenen.
Pinkeltje ontpopt zich als een ware held door met een toverzwaard het bos in te trekken.
Verder is er nog een raadselachtige toverkogel, een toverboek met ingewikkelde spreuken en hele grote, betoverde vissen in de vijver van het bos; er zwemt één goudvis bij…..
Spanning en sensatie voor een kind van 9!
Daar is het zaadje al geplant voor mijn interesse in boeken met geheimen en mysteries.

Het boek van Pinkeltje staat nu voor het raam in onze kamer.
Eén van onze cantorijleden is betrokken bij het project ‘Hoera, Noordenveld heeft er nieuwe lezers bij’!
Meer weten? Hierbij een link naar een artikel op  ‘Dit is Roden‘, waar je ook een leuke video vindt.
Deze oproep kregen alle cantorijleden van haar:

We zijn met de vrijwilligers van ‘Hoera’ bezig een boekenspeurtocht te organiseren.
Zet je ook een kinderboek voor je raam?
Dit is tijdens de voorjaarsvakantie, veel  kinderboeken voor de ramen hoe leuker de speurtocht  voor de kinderen!! 

Wat een origineel idee en wat een leuk initiatief.
Ik zette Pinkeltje pontificaal voor het raam en stuurde een foto naar de organisatie met ons adres erbij.
Het boek en het schrijven erover bracht me weer even terug in mijn kindertijd.
Het plaatje van de boze tovenaar die ‘zijn vissen’ voert  (klik op de afbeelding voor een vergroting) staat in mijn geheugen gegrift.
Hoe ik lag te griezelen in bed toen Pinkeltje samen met Mierepiet en Torrelor…..

Reageren

13 februari: TBONTB 23 – Het nieuwe lezen

Zoals ik als kind uitkeek naar de dag dat ik naar de eerste klas van de Lagere School mocht waar ik zou leren lezen, zo keek ik in 1994 uit naar de eerste computer die Gerard en ik kochten.
In 1986, toen ik stopte met betaald werken, werkte ik bij Justitie in Assen al met een computer/tekstverwerker, dus ik wist wat er allemaal mogelijk was.
De computer is voor mij één van de zegeningen van deze tijd.

Lezen. Vroeger las je boeken, tijdschriften en kranten.
Voor het laatste nieuws was je aangewezen op radio en tv; ik vond teletekst destijds al geweldig.

Met de computer kwam ook de toegang tot internet ons huis binnen en kon je schier eindeloos informatie verkrijgen over de meest uiteenlopende onderwerpen.
Mijn vader (hij overleed in 2008) vond dat internet een werelduitvinding. Hij kon zich helemaal verliezen in het switchen van de ene naar de andere website en heeft wel eens verzucht: “Eigenlijk ben ik te vroeg geboren.”
Als kind van mijn vader is mijn nieuwsgierigheid ook bijna niet te bevredigen. Hoe zat dat dan? Hoe kwam dat dan? Wat is er dan precies gebeurd?

Zie ik een documentaire over ‘the Windsors’ met het verhaal van Edward VIII  op televisie, dan zoek ik alle achtergrond-informatie op over Wallis Simpson. Dan wil ik weten hoe het verder met die twee ging en of zo ook gelukkig waren. Dat soort vragen kun je tegenwoordig allemaal opzoeken op internet; vaak begin ik mijn zoektocht op Wikipedia en van daaruit kom ik bijna alles te weten.
Zo gaat het ook met boeken die ik lees. Gaat het over een grote ramp in de wereldgeschiedenis? Dan zoek ik de informatie er bij. Lees ik iets over een beroemd schilderij? Ik zoek met ‘afbeeldingen’ het plaatje er bij.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over alle andere dingen die ik al turend op mijn beeldschermen (computer, telefoon, tablet) al lezend tot mij neem.
Nieuws op Nos.nl, royaltyverhalen op Vorsten.nl, herkenbare 50+-verhalen op Saarmagazine.nl, handwerkinspiratie op Blijdatikbrei.nl, kerkelijke informatie op PKN-Roden.nl.
Het lezen is heel langzaam verschoven van papier naar beeldscherm, maar de nieuwste vorm van informatie opnemen wint ook steeds meer terrein: de podcast. Daar maak ik ook al gebruik van, al heb ik het idee dat er op dat gebied nog heel wat valt te ontdekken.

Van vrienden hoor ik dat je tegenwoordig bijna alle boeken ook digitaal kunt kopen en dat je die dan kunt lezen met je E-reader.
Dat zal best, maar dat gaat Aaltje niet doen; die schermen zie ik namelijk al veel te veel, o.a. op mijn werk. Voor mijn ogen en voor mijn geest is het beter om voor de broodnodige ontspanning te genieten van een papieren boek.
Rustig één voor één de bladzijden omslaan, jezelf een beeld vormen van de personages en hun entourage en opgekruld op de bank meeleven met de hoofdpersonen.
Heerlijk even met kop en oren ‘in een boek zitten’.

Inmiddels heb ik een manier gevonden om alle bovenstaande vormen van lezen te combineren, waarbij ik nog steeds moet oppassen dat ik het ‘schermlezen’ voor mezelf begrens.

Door 6 jaar ‘Waarde van de dag’ lees ik niet alleen, maar word ik ook gelezen.
Een bijzondere ervaring!

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’.

Reageren

12 februari: TBONTB 22- Lezen

Vandaag weer een hoofdstuk uit het boek, dit blog gaat over het onderwerp ‘Lezen’. Op de introductiepagina van dit onderwerp, te vinden in de menubalk, vertel ik over hoe ik het lezen als kind beleefde.
Vaste waarde in mijn kindertijd was de Donald Duck, die iedere week bij ons thuis op de deurmat viel.
We hebben ze zoveel gelezen dat de jaargangen die ik had bewaard niet veel meer opbrachten: beduimeld, soms gescheurd, losse bladen en ezelsoren.

Als we op vakantie gingen lag er vaak een hele jaargang ‘Duckies’ tussen mijn broer en mij in.
Het mooist waren de lange ‘avonturen-verhalen’ (over een spook in Schotland of een geest in een Inca-ruïne) die in drie of vier afleveringen werden geplaatst, die kon je dan op zo’n lange reis allemaal achter elkaar lezen.  Sommige verhalen met Zwarte Magica die op slinkse wijze oom Dagobert zijn geluksdubbeltje probeerde af te pakken kan ik me nog zo voor de geest halen.

Eén van mijn favoriete schrijvers is Robert Goddard; waarom dat zo is schreef ik in 2017 in een blog.
Hij schrijft boeken waarin je langzaam wordt meegezogen in intriges en spannende toestanden, waarbij bijna altijd iets uit het verleden een rol speelt en waarbij je soms compleet verrast wordt door mooie plotwendingen. Ik ben verzot op dit soort verhalen, die bijvoorbeeld ook worden geschreven door Peter Robinson.

In de loop van de jaren ben ik nogal eens door anderen op het spoor van bepaalde boeken gezet.
Als mijn vader vroeger zei: “Dit is misschien ok wel wat veur die” dan had hij meestal gelijk.
Andersom was dat ook zo, maar één keer was er een boekenserie die ik prachtig vond en mijn vader helemaal niet: de Harry Potter reeks. Fantasie-boeken vond hij helemaal niks.
Ook ik heb een genre dat ik nooit lees: science fiction.
Aliens, raketten, andere planeten; het is aan mij allemaal niet besteed.

Het laatste jaar heb ik me mee laten slepen door de verhalen over de Zeven Zussen.
Ik las ze niet allemaal achter elkaar; steeds als ik een deel uit had, las ik even een ander boek voor de broodnodige variatie.
Soms koop ik boeken, soms krijg ik ze en soms geeft iemand mij een boek te leen “Dit moet je lezen!”

Lezen.
Je even terugtrekken in een andere wereld.
Lezen is dromen met je ogen open.
Meer weten over lezen in het algemeen?
Hierbij een link naar ‘Lezen.nl’.

Ook voor deze categorie zocht ik een paar blogs uit het verleden:

Wie weet nog wie Vrouw Holle is?
Een blog uit 2014 over mijn liefde voor sprookjes en over hoe Gerard de kinderen per ongeluk een gruwelijk sprookje voorlas.

Filistijnen en Romeinen
Een verhaal over voorlezen, de boeken van Asterix en Obelix en hoe in ons gezin strip- en bijbelverhalen soms door elkaar heen liepen.

Wat is zich encanailleren?
Een blog uit 2019 over Joop ter Heul, een boek van meer dan honderd jaar uit en hoe onze maatschappij is veranderd.

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’.

Reageren

15 december: Gastblog Hans – Mijn jeugdboeken.

Als nakomertje, mijn broer is 10 jaar ouder en mijn zus 7 jaar, werd ik vooral door hen  voorgelezen.
Vooral mijn zus las met veel geduld in het weekend hele boeken van Pinkeltje voor in haar bed met mij als fanatieke luisteraar.
Mijn broer was meer een verteller. Hij fantaseerde, ook in bed, spannende verhalen over ridders, cowboys en indianen.
Dus met de paplepel werd mij het geschreven en gesproken woord ingegoten.

Vanaf het moment dat ik zelf kon lezen ging ik elk woensdagmiddag naar de bibliotheek om boeken te lenen en natuurlijk te verslinden. Het moesten wel spannende boeken zijn en dan herinner ik me vooral de boeken over de ‘Kameleon’. Daarnaast waren de boeken van J.B. Schuil mijn favoriet, maar in deze tijd helemaal fout. Vooral ‘De Artapapas’, waarin het verhaal wordt beschreven van twee jongens uit Transvaal, die als zonen van een ‘kafferkoning’ uit Zuid Afrika, in 19e eeuw in Nederland in de kost kwamen. Ook  de andere boeken uit deze serie zoals: ‘Hoe de Katjangs op de kostschool van Buikie kwamen’ zouden nu niet meer kunnen. Veel woorden uit  die tijd, we hebben het over 1920 tot 1930, zouden nu als zeer discriminerend worden ervaren. De schrijver Schuil, geboren in Franeker in 1875 was o.a. legerofficier in Nederlands Indië. De mentaliteit van die tijd had zijn weerslag in zijn boeken. Als kind is mij dat niet zo opgevallen, ik vond het spannende en avontuurlijke boeken waarbij ik mij vereenzelvigde met de jonge helden, alhoewel ik het wel te doen had met één van de Zuid Afrikaanse jongens, die zich in Nederland heel ongelukkig voelde en veel heimwee had. Nu denk ik hier heel anders over. Discriminatie is uit den boze, maar ik vind persoonlijk wel dat er nu wordt doorgeslagen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verhaal over het ontslag van trainer Ron Jans in Amerika en dat gesteld tegenover wat de Amerikanen zichzelf denken te kunnen permitteren. Toch is er nog belangstelling voor deze kinderboeken gezien de laatste herdruk in 2018.

Ook de verhalen van de Drentse schoolmeester en schrijver Anne de Vries (vooral bekend door ‘Bartje’) over de tweede wereldoorlog en dan vooral in Drenthe vond ik spannend. Van de vierdelige  reeks ‘Reis door de nacht’ mocht ik eerst alleen de eerste drie delen lezen. In het vierde deel kwamen zaken aan de orde, waar kleine jongetjes rode oortjes van kregen.

Mijn broer, die later leraar Nederlands werd, bezat veel boeken waar ik dankbaar gebruik van maakte.
Zijn jeugdboek ‘Winnetou’, het opperhoofd der Apaches, van Karl May met ‘Old Shatterhand’ en vele andere helden was zo spannend, dat alle andere delen werden geleend bij de ‘bieb’ en later zelf gekocht en meermalen gelezen. De vergelijkbare serie, die zich afspeelde in de Arabische wereld met als held Kara Ben Nemsi, kon mij niet boeien. In deze en andere hoofdpersonen kon ik mij niet verplaatsen en dat was een vereiste.

Later, na voortschrijdend inzicht, besef ik dat er op deze boeken veel is aan te merken. Zo werden de jongens uit Zuid Afrika in de boeken van Schuil consequent als ‘kaffers’ aangeduid. Daar moet je nu niet mee aankomen.

Reageren

Pagina 1 van 11

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén