een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Lezen Pagina 1 van 13

30 november: Iets om te verbergen? Of juist niet?

Van zwemvriendin Ans kreeg ik het laatste boek te leen van Elizabeth George in de serie over Inspecteur Thomas Lynley: ‘Iets te verbergen’.
Toen ik het uit had vond ik dat de titel de lading van deze dikke pil volledig dekt.

Het hoofdonderwerp in dit boek is vrouwenbesnijdenis (Vrouwelijke Genitale Verminking). We maken kennis met een Nigeriaans gezin in Londen, waarbij de vader én de moeder hun dochtertje Simisola van 8 jaar deze gruwelijke ‘behandeling’  willen laten ondergaan.  Die dreiging hangt het hele boek boven de bladzijden. Lukt het de vader, die een Nigeriaanse ‘snijder’ heeft gevonden die het voor een schappelijk tarief wil doen? Of het lukt het de moeder, die een kliniek heeft gevonden waar de (dan veel duurdere)  ingreep onder verdoving en ‘medisch schoon’ plaatsvindt?
Of lukt het haar broer Tani  om zijn zusje voor de gruwelijke verminking te behoeden, door haar ergens anders onder te brengen?
In Engeland is het uitvoeren deze ingreep strafbaar, dus alle voorbereidingen daarvoor moeten in het grootste geheim plaatsvinden.

Een andere verhaallijn vertelt over de politierechercheur Teo van Nigeriaanse afkomst die zelf besneden en dichtgenaaid is, waarvan ze erg veel hinder ondervindt.
Zij is vastbesloten om de illegale praktijken, die in de Nigeriaanse cultuur nog gebruikelijk zijn, op te sporen om er zo een einde aan te maken.
Zij wekt te veel weerstand op en moet het met de dood bekopen.
Dan komt Inspecteur Lynley in beeld, met in zijn kielzog Barbara Havers en Winston Nkata.

Vond ik het vorige boek nog te langdradig en soms niet om door te komen (zie: ‘De twintigste Lynley‘), deze pakte me weer als vanouds.
Dat wil niet zeggen dat het allemaal even leuk is wat je leest.
Een brute vader die geweld en intimidatie niet schuwt, als een tiran regeert over het gezin en er daarnaast doodleuk nog een ander gezin op na houdt.
Een moeder die haar kind hetzelfde aan wil doen als wat haar zelf is overkomen, omdat het nu eenmaal zo hoort.
De verschrikkelijke gevolgen van VGV voor de vrouwen die het door hun ouders destijds is aangedaan.

Maar tussen alle narigheid door valt er ook weer genoeg te genieten.
Het is leuk om te lezen hoe het verder gaat met alle personages die we in de vorige twintig boeken in deze serie hebben leren kennen.
Vriendin van de familie Deborah St. James bijvoorbeeld speelt met haar man en haar vader ook een rol in dit boek.
Brengen haar foto’s de oplossing van de moord dichterbij?
En wordt het nou eens wat tussen Thomas Lynley en Deidre?
Lukt het Dorothea om Havers wat bij te schaven?
En van wie is die geheimzinnige bos bloemen waar Barbara zo van moet blozen?

In dit boek heeft bijna iedereen iets te verbergen: relaties, werkzaamheden, verdriet, er komt van alles aan bod.
Ook VGV wordt bijna altijd verborgen; in het openbaar wordt er bijna nooit over gesproken, er is een grote schaamte.
Toch is aandacht voor dit probleem de beste manier om VGV de wereld uit te krijgen.

Reageren

5 november: De val van Stone.

Soms kan ik mij als een kind verheugen op iets leuks.
Donderdag was dat het geval: die avond zou ik het boek ‘De val van Stone’ uitlezen.
Woensdagavond wou ik dat eigenlijk al; toen was ik op pagina 626 , het boek heeft er 701.
De letters en zinnen dansten voor mijn ogen.
Hoe spannend het boek ook was en hoe graag ik ook wilde weten hoe het afliep: ik moest naar bed.

Het dikke boek had ik meegenomen uit Casa Grada in Westerbork.
Het stond daar in de boekenkast, achtergelaten door een bezoeker.
Ik pakte het uit de kast met de gedachte: “Wat is dit eigenlijk voor boek?” en na 1 bladzijde was ik er al in begonnen.
De schrijfstijl en het soort boek doet denken aan mijn favoriete schrijver Robert Goddard.
De auteur Iain Pears is kunsthistoricus en journalist en houdt van geschiedenis.

Het verhaal wordt verteld in omgekeerde volgorde. Het begint met het overlijden van Elizabeth, de weduwe van John Stone, in 1953 in Parijs.
Daarna stappen we in het verhaal in Londen in 1909, als Stone net is overleden; hij was  een rijke industrieel, scheepsbouwer en wapenhandelaar en hij is op raadselachtige wijze uit een raam gevallen. Zijn weduwe zit met het probleem dat een deel van de erfenis wordt toegewezen aan een kind van Stone dat hij nooit erkend heeft. Het echtpaar heeft zelf geen kinderen. Dit deel van het verhaal wordt verteld door Matthew Braddock, de journalist die Elizabeth in de arm heeft genomen om uit te zoeken wie en waar dat kind is. Verder wil ze weten hoe Stone om het leven is gekomen. Was het moord? Of zelfmoord? Of een ongeluk? Braddock doet nauwkeurig onderzoek naar het leven van John Stone onder het mom van het schrijven van een biografie over hem.
Hij komt erachter dat hij zich in een wespennest heeft gestoken. Hij wordt geconfronteerd met spionage, intriges, financiële malversaties en handel in wapens en oorlogsschepen.

Op pagina 289 begint het volgende deel, dat zich afspeelt in Parijs in 1890. Henry Cort, die als een van de eersten ter plaatste was bij de dood van Stone en mogelijk essentieel bewijs heeft achtergehouden of vernietigd, treedt hierin op de voorgrond. We horen meer over de afkomst van Elizabeth en hoe John Stone en zij elkaar hebben ontmoet: Elizabeth was namelijk een heel stuk jonger dan haar man.

Het laatste deel neemt je mee naar het Venetië van 1867. Nu komt John Stone aan het woord en horen we zijn levensverhaal.
In dit laatste deel kom je achter de waarheid van Stone’s dood, die in zijn leven vooral geld heeft verdiend door mensen te manipuleren en te bedriegen.
De uiteindelijke ontknoping lees je pas op bladzijde 698. Verbijsterd zat ik met het boek in mijn handen.
HÈ? HOE? O?!?
Toen ik het uit had heb ik nog weer stukjes teruggelezen.

Het was een ingewikkeld en geen gemakkelijk boek; de passages over de financiële verwikkelingen duurden me te lang.
Pears is goed, maar Goddard is in mijn optiek beter.
Maar wat heb ik er van genoten!

Reageren

2 oktober: Het kwaad in ons.

Als ouders hoop je dat je kinderen ‘goed terecht’ komen.
Dat ze een beetje geluk hebben in het leven.
Met mijzelf als puber voor ogen hoor ik het mijn vader nog zeggen: “Een opvoeder is een stakker die in het duister tast…!”

Onze drie dochters zijn al jaren het huis uit, leven hun eigen leven en voorzover wij het kunnen zien gaat het goed met ze.
Maar dat ze goed door de puberteit zijn gerold, diploma’s hebben gehaald en een plek hebben gevonden in de maatschappij is niet onze verdienste.
Kinderen zijn kwetsbaar en toegankelijk.
Er kan van alles gebeuren in een kinderleven.
Als ouders voed je op; geeft liefde, corrigeert, ondersteunt en doet in de loop van de jaren steeds een aantal stapjes terug
Bij dat loslaten haal je je soms van alles in je hoofd.
“Als ze maar niet….”
“Als er maar niet….”

Deze week las ik de psychologische thriller ‘Het kwaad in ons’ van Corine Hartman.
Op de boekomslag staat een vogelnestje met drie eieren.
Dat nestje staat  voor het Hattemse gezin van Simone en Richard: twee adoptiekinderen uit Brazilië, Daniel en Nina en één eigen kind, Veerle.
Je leest het verhaal vanuit verschillende perspectieven.
Moeder Simone is trots op haar gezinnetje en doet haar uiterste best om grip te houden op haar huishouden, haar patisseriewinkeltje en om de vrede in huis te bewaren. Wat niet goed lijkt te gaan bedekt ze met de mantel der liefde.
Vader Richard is leraar; hij heeft ook een rol in het gezin en in het leven van hun kinderen, maar hij is vooral bezig met zijn werk, de erfenis van zijn vader en ‘de nieuwe tuin met gracht’.
Maakt zich wel zorgen, maar denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen.
Zoon Daniël wil een beroemd zanger/gitarist worden en zit al veel te diep in een crimineel circuit waarin het draait om coke en dealen.
Dochter Nina verlangt naar contact met haar echte moeder/familie in Brazilië en is in alles erg afhankelijk van haar broer, die haar meesleept in zijn drugswereldje.
Dochter Veerle tenslotte is een mooi meisje, dat iedereen om haar vinger windt en vooral uit is op eigen plezier en genot. Ook zij  zit verstrikt in het web dat rond haar broer is gespannen.

In dit boek las ik dingen die ik niet wil weten.
Hoe dingen gaan in sommige groepen jongeren.
Bedreigen.
Chanteren en afpersen.
Mishandelen.
De eenzaamheid in zo’n kinderleven.

Iets over de helft van het boek gebeurt er iets met Veerle, waardoor je niet meer kunt stoppen met lezen.
Daniël en Nina slaan op de vlucht en ontketenen een nietsontziende rooftocht.
Snoeihard wordt het allemaal beschreven; ondertussen hoop je maar dat jou dit nooit zal overkomen.

Je ziet het al mijlenver aankomen: dit loopt niet goed af.
De laatste pagina’s worden geschreven vanaf de rokende puinhopen van wat eens een fijn gezin was.
Maar was het wel een fijn gezin?

Met recht een psychologische thriller.
Om 01.50 uur deed ik het licht uit.

Reageren

31 augustus: Horrorscenario voor een huwelijk.

Nee…..geen dramaverhalen over de trouwdag van Frea en Jon, gewoon een boekbespreking!
Uit de bibliotheek nam ik vorige maand een boek mee van een schrijver in de categorie ‘altijd goed’.
Ze heet Lieneke Dijkzeul; ze maakte furore als kinderboekenschrijfster, maar haar misdaadserie over inspecteur Vegter en de twee boeken die ik van haar las*  smaakten naar meer.

In dit boek  ‘Een vorm van verraad’ trouwt inspecteur Paul Vegter met zijn veel jongere collega Renée.
Op de dag van het huwelijk,  als er een groep van politieagenten op het bordes een erehaag vormt voor het bruidspaar dat naar buiten komt na de plechtigheid, wordt er een aanslag gepleegd.
Er vallen een aantal gewonden en één dode.

Dit voorval wordt beschreven halverwege het boek. Dan heb je al 150 pagina’s gehad en weet je wie de naaste collega’s zijn van Paul en Renée,  je weet met welke politiezaken ze bezig zijn en je weet ook dat het aanstaande  echtpaar al dreigbrieven had gehad en dat hun huis al eens ’s nachts is beschoten.
Spannend is het. Je voelt je als lezer meegenomen in de zoektocht naar de dader.
Je leest dat politiewerk geduld vraagt en vaak een ontzettend uitgezoek is.
Wat staat er op die foto’s en wat niet?
Wie koestert er zo’n wrok tegen Vegter dat hij dood moet?
Welke oude zaak heeft hiermee te maken?
Hoe ging de baan van die kogels?
Waarom werd Vegter niet vaker geraakt en kwam iemand anders om het leven?

Ondertussen leef je mee met de hoofdpersonen.
Met Paul en Renée die in de dagen voor hun huwelijk constant persoonlijke beveiliging hebben en geen moment met z’n tweeën zijn.
Met Talsma, de Friese collega die net weduwnaar is en worstelt met het alleen zijn. Aan de kleine Friese zinnetjes uit de gedachten van Talsma merk je dat de schrijfster in Sneek woont.
Je leest over de hiërarchie in het korps; hoe het werkt in de wereld van rangen en functies .
Maar je ervaart ook hoe het leven van nabestaanden verandert als je  iets verschrikkelijks overkomt: de moeder van een kindje van drie dat van een balkon valt, waarbij de vader verdacht wordt van betrokkenheid, of de ouders van de jongeman die omkwam bij de aanslag op de huwelijksdag.

Het verhaal  heeft geen happy end.
Aan het eind van het boek weet je wie het heeft gedaan en kom je er achter dat de titel goed gekozen is.
Je hebt ‘losers’ en verliezers en mensen die geluk hebben gehad, maar eigenlijk ook weer niet.
Een verhaal over vertrouwen en vriendschap, over liefde en gemis, over verwachting en teleurstelling, over wrok en gekwetste ego’s en over geld en spijt.
Een verhaal als het leven zelf.

* Over twee boeken van Lieneke Dijkzeul schreef ik al eens een blog; hierbij twee links.
Dagen van schaamte  uit augustus 2019
Achterstallig geluk uit april 2021

Reageren

21 augustus: Nieuwsgierig?

“Daar ben ik nou helemaal niet nieuwsgierig naar.”
Dat zei mijn boekenvriendin toen ik vertelde dat ik een boek aan het lezen was van Jeroen van Inkel.
Ik ken hem alleen als bekende diskjockey en was nieuwsgierig naar hoe hij schreef.

Het boek dat ik uit de bibliotheek meenam heet ‘Verwarring’ .
We lezen een verhaal uit de mond van de beroemde dj Vrank van Houten.
Hij is naast zijn radiowerk ook misdaadverslaggever; zo raakt hij betrokken bij een familiedrama: een moeder heeft haar twee kinderen en haar man vermoord.
Vrank heeft namelijk in zijn radioprogramma een liedje gedraaid op verzoek van iemand voor een trouwe luisteraar, Karin.
Later krijgt hij een bedankje van de aanvrager; bij die mail zit als bijlage een nieuwsbericht waarin bovengenoemd drama wordt beschreven.
De moeder blijkt de voornoemde Karin  te zijn.
Samen met zijn collega Marijn gaat hij op onderzoek uit en komt er er achter dat het gezinsdrama toch anders in elkaar steekt dan dat men eerst had gedacht
In samenspraak met een vriend die bij de politie werkt gaan de twee op onderzoek uit om er tenslotte achter te komen wat er echt gebeurd is.

Enige gelijkenis met personen berust op toeval‘ staat voorin het boek.
Ja, dat is lekker.
Maar omdat dit boek geschreven is in de  ‘ik’-vorm  en Van Inkel zelf een beroemde dj is krijg ik hem niet uit mijn hoofd als ik dit boek van hem lees.
Je krijgt een inkijkje in de wereld van goedbeluisterde radio-zenders.
Het gezeur met zendermanagers en de opgeklopte ego’s in die wereld.
Drugs- en alcoholmisbruik, overspel, criminelen in de marge, poenige auto’s en patserige horloges.
Kijk mij eens interessant zijn.
En aan de drank zijn.

Het verhaal wil maar niet echt spannend worden en als het echt spannend wordt is het niet erg realistisch.
Eigenlijk had ik vóór dit boek het eerste boek van Van Inkel moeten lezen, dat heet ‘Kortsluiting’.
Dan krijg je volgens de andere lezers in de media een beter beeld van de persoon Vrank van Houten.
Maar daar ben ik nou helemaal niet nieuwsgierig naar.

Reageren

9 juli: Een misdaadverslaggeefster.

Annika Bengtzon is een misdaadverslaggeefster die werkt voor de Zweedse krant Kvällspressen.
Ze is halverwege de dertig, woont samen met Thomas en heeft een zoontje van 3 en een dochtertje van 1.
Ze is de hoofdrolspeelster in het boek ‘Prime time’ van de schrijfster Liza Marklund

Op de eerste bladzijden lees je dat Annika met haar gezin op het punt staat om te vertrekken naar de ouders van Thomas die op een eiland wonen.
Er is een familiefeestje.
Alle tassen zijn al gepakt als ze een telefoontje krijgt van haar werk: “Michelle Carlsson is vermoord. Jij moet daarheen om verslag te doen”.
Zij zegt vervolgens tegen Thomas:  “Ze komen me zo ophalen, ze zijn al onderweg.
Thomas zegt: :”De boot vertrekt om 11.00 uur!”

Ze gaat.
Thomas is des duivels.
Een pakkend begin; hoe gaat het verder met die twee?
Als Annika onderzoekt wat er is gebeurd met Michelle Carlsson , een grote TV-persoonlijkheid, maken we  kennis met de wereld van  Zweedse tv-sterren en hun entourage.
Denk aan superbekende tv-sterren zoals Linda de Mol en Mathijs van Nieuwkerk.
Managers, producers, regisseurs, collega’s. En daarom heen de media.
Wat komt er in de krant?
Wat verschijnt er in de roddelpers en op sociale media?
Het boek geeft een ontluisterend beeld van die wereld .
Jaloezie, gekonkel, verslaving, haat en nijd, eigen belang voorop en glimmende ego’s.
Eerlijk gezegd denk ik dat die wereld er in ons land niet heel anders uitziet.

In het begin zijn er wel twaalf verdachten.
Iedereen die op het moment van de dood van Carlsson in de buurt was heeft wel een motief om haar dood te wensen.
In de loop van het verhaal vallen er steeds meer verdachten af, tot er op den duur 3 overblijven.
Ondertussen lees je ook hoe het Thomas en de kinderen bij zijn ouders vergaat en vraag je je af of het nog wel goed komt met hem Annika.

Meestal is een misdaadroman geschreven vanuit het perspectief van een politieman die de zaak onderzoekt.
Of van een advocaat, een patholoog anatoom of een ander beroep dat zich met strafzaken bezit houdt.
Deze keer lees je het vanuit de optiek van een verslaggeefster van een krant.
Een heel andere wereld dan die van de ‘chief inspector’ en ook heel anders dan de omgeving van TV-sterren.
Op de burelen van de Kvällspressen is het trouwens ook beslist niet allemaal koek en ei; ook  hier speelt er een spannende intrige op de achtergrond,

Het is een spannend boek met verschillende verhaallijnen.
Het verhaal gaat niet alleen maar over die moord, maar je krijgt ook een mooie inkijkje in wat er onder de vernislaag van de mediawereld zit.
Marklund heeft een aangename schrijfstijl: op het laatst zat ik echt op het puntje van mijn stoel.
Na de pareltjes die geen pareltjes waren heb ik weer ouderwets genoten van dit boek.
Deze schrijfster komt op mijn lijstje met namen dat standaard in mijn bibliotheek-abonnement  zit.

Reageren

16 juni: Geen pareltjes.

Regelmatig ga ik met één van de dochters naar ‘Het Goed’.
Graag loop ik even binnen in de boekenhoek; daar vind je soms zomaar pareltjes.
De laatste keer kocht ik er twee in het genre ‘spanning’; daarbij laat ik me leiden door de wervende teksten op de achterflap.

‘Verborgen gebreken’ van Sophie Hannah (Brits) heb ik niet eens helemaal gelezen.
Dit wist ik er op voorhand over.
Het is de onschuldige hobby van vele vrouwen: op internet huizensites bezoeken en bij allerlei droomhuizen binnenkijken. Connie heeft een andere reden om diep in de nacht, als haar man slaapt, de virtuele rondleiding door een huis in Oxford te bekijken. Maar ze vindt iets anders dan ze zocht: op haar scherm ziet ze een lijk op de vloer liggen. Een lijk dat even later verdwenen is.
Is hier sprake van een slechte grap? Is Connie gek aan het worden? Of speelt iemand een gruwelijk spel met haar?
Na 80 bladzijden was ik het heen en weer geswitch tussen de dagen (in een tijdsbestek van twee weken), de locaties en  de veelheid aan personages  zat.
Na die 80 bladzijden kon ik er nog geen touw aan vastknopen en ben ik afgehaakt.
In het laatste hoofdstuk las ik nog even hoe het zat en hoe het afliep.
De titel bleek dus achteraf niet te slaan op een huis, maar op één van de hoofdpersonen.
Mijn nieuwsgierigheid was in ieder geval bevredigd.

‘Het koetshuis’ van Carla Neggers (Amerikaans) heb ik wel uitgelezen, maar het was niet wat ik er van verwachtte.
Naar wat er op de achterflap stond ging ik uit van een thriller, maar het was een romantisch boek.
Dit was het gegeven:
Tess krijgt een oud koetshuis als betaling voor een ontwerpklus en daarna verdwijnt Ike, de vorige eigenaar, spoorloos.
Ze besluit een weekend naar het huis te gaan om te zien wat ze ermee aan moet. Al direct na aankomst doet ze een gruwelijke ontdekking: er ligt een geraamte in de kelder.
Wat is er in het koetshuis gebeurd? Waarom staat het al zo lang leeg? En waar is Ike? 
Ja, er is sprake van een skelet in de kelder van het koetshuis en misschien waart er ook wel een geest rond van een oude moordenaar, maar spannend wil het maar niet worden.
Het gezeul met het skelet en hoe er met de vondst daarvan wordt omgegaan is in werkelijkheid niet eens mogelijk.
Het boek wordt bevolkt door stereotypen: man met wilskrachtige kin, zelfstandige, mooie vrouw, rijke buurvrouw, boze, carièrregerichte buurman, lieftallig buurmeisje; erg voorspelbaar allemaal.
Verder duurt het allemaal erg lang.
Maar…..ze krijgen elkaar! Allemaal!
En ze krijgen de moordenaar.

Natuurlijk.
Ik ben een verwende sikke als het gaat om thrillers en detectives.
Henning Mankel, Peter Robinson, Ruth Rendell, Lieneke Dijkzeul, zomaar een paar namen van schrijvers van wie ik graag een boek lees.
Die kan ik zo bij de bibliotheek ophalen, dus dat ga ik binnenkort weer eens doen

Deze twee waren geen pareltjes, maar wel geschikt voor de doos ‘Roder Boekenmarkt’.

Reageren

3 juni: Kya, het moerasmeisje.

Samen met ‘De zevende zus‘ kreeg ik nog een ander boek van Annieke.
“Iedereen heeft het er over! Lees jij het eerst maar, ik heb nog best veel liggen.”
Het heet ‘Daar waar de rivierkreeften zingen’ en het is geschreven door Delia Owens.
Iedereen had het er over, maar ik had er nog nooit van gehoord.

Het verhaal is opgesplits in twee delen: het ene deel begint in 1952.
Je leest over het kleine meisje Kya dat opgroeit in een veredelde hut in een moeras.
Pa is zeer gewelddadig, drinkt en gokt en als ma op een dag bijna door hem wordt vermoord pakt ze haar spullen en verdwijnt, haar gezin achterlatend.
De vader reageert zijn woede en frustratie af op de vijf kinderen, die in snel tempo achter elkaar aan ook het zompige moeras verlaten.
Kya is nu overgeleverd aan de grillen van haar vader. Het is afschuwelijk om te lezen; het arme kind doet er van alles aan om de man zoveel mogelijk te ontwijken.
Als de vader op een dag ook niet meer thuiskomt, ze is dan zeven, is ze op zichzelf aangewezen.

Het andere deel begint in 1969; daar lezen we hoe het lichaam van een jongeman, Chase heet hij, wordt gevonden. Het politieonderzoek wordt opgestart en je wordt meegenomen in de zoektocht: wie heeft dit gedaan?
Die twee delen worden afgewisseld en steeds ontvouwt zich een stukje 1969/politieonderzoek en een stukje verhaal van Kya van de jaren daarvoor.
Kya heeft het de eerste jaren alleen erg moeilijk; de inwoners van het dorp Barkley Cove, waar het moeras bij hoort, verachten en bespotten haar. Uiteindelijk weet ze met hulp van enkele goede zielen toch te overleven.  Je leest hoe de kennismaking met twee jongens uit het dorp, Chase en Tate, verloopt, hoe ze leert lezen, schrijven en tekenen en hoe ze uitgroeit tot een mooie, volwassen vrouw.

De twee delen van het verhaal komen steeds dichter bij elkaar.
De verdenking van de moord op Chase valt op Kya en in 1970 staat ze terecht voor de rechtbank.
In Amerika wordt een strafzaak beoordeeld door een jury; bijzonder om te lezen hoe dat in zijn werk gaat.
Verder is de rassenscheiding kort na de Tweede Wereldoorlog nog prominent aanwezig in de maatschappij en het politieonderzoek stond destijds nog in de kinderschoenen.

Het verhaal van Kya deed mij een beetje denken aan Tarzan, maar dan niet in een jungle maar in een moeras.
Het meisje is één met de natuur.
Uit het boek blijkt ook dat een mens eigenlijk niet alleen kan zijn; de beschrijving van de eenzaamheid van Kya gaat je door merg en been.

Ik vond het een boeiend boek.
Het blijft tot op de laatste bladzijde een mysterie wat er met Chase is gebeurd.
Is hij gevallen? Geduwd? En door wie?
Het laatste deel van het boek heb ik twee keer gelezen; dat beschrijft de periode na 1970 waarin alle puzzelstukjes op hun plaats vallen.

Nu snap ik waarom iedereen het over dit boek had.
Dus: naar de bibliotheek of boekhandel!

Reageren

28 april: Schriefwedstried.

An het eind van 2021 schreef het Huus van de Taol een schriefwedstried uut.
De opdracht was: Schrief een kört verhaal in het Drents of in een aandere variant van het Nedersaksisch; het thema was ‘De gele taofel’.
Het verhaal mug maximaal 1.250 woorden bevatten en het mus inleverd worden veur 1 febrewaori.
Wij zaten destieds nog in de lockdown, dus ik haar tied en gung gangs met de gele taofel.
Toen het klaor was stuurde ik het naor de dochters: “Lees eem met mij met; he’j nog tips, opmarkings of anvullings?”
Ja: hier nog wat bij, daor wat duudelijker, hier wat meer diversiteit……daor kun ik wat met.

Naodat ik het verhaol in jannewaori inleverd haar raakte het wat op de achtergrond.
Halverwege meert kwam d’r een uutneudiging veur het bijwonen van de priesuutreiking, maor dat was op een zaoterdagmiddag waorop wij niet können. Nao die priesuutreiking gung d’r een persbericht uut van het Huus van de Taol, waorin de winnaars in bekend maakt weuden.
De verhalen van de winnaars en de eervolle vermeldings bint publiceerd in de ‘Zinnig’ van april.
Bi’j geïnteresseerd? Ie kunt het blad bestellen op de website van het Huus van de Taol.
Het is warkelijk prachtig um te lezen hoe verschillend de verhaolen bint bij ien zun simpel underwarp; wat ku’j allemaole verzinnen bij een gele taofel!
Mien verhaol veul niet in de priezen en wordt dus ok niet publiceerd, maor is vandage wel te lezen op dit digitale tiedschrift ‘de Waarde van de dag’.

Nog eem wat achtergrondinformatie bij wat ik heb inleverd:
Veur mij is het moeilijk om zomaor wat te verzinnen.
As lezer van dit blog wee’j al dat ik altied dicht bij mijzölf blief: verhaolen bint bijna altied echt gebeurd.
Het verhaal dat ik schreef veur de wedstried is een mengvorm en het kreeg de titel ‘Vintage’ met.
Het is niet echt gebeurd, maor het bestiet wel uut kleine stukkies ‘echt gebeurd’.
Ie herkent al lezend mien va en moe en oonze studerende dochters.
Maor de wichter hebt nooit een taofeltie van mien va kregen……..

Hierbij een link naor het verhaol: Vintage

Reageren

25 april: Moord op de moestuin

Bij Het Goed  kocht ik vorige maand in een opwelling een boek: het kostte maar € 1,85, het was niet een heel dik boek en op de achterflap stonden woorden als ‘gruwelijke vondst’ en ’talloze motieven en evenzoveel vetes’. De titel was ‘Moord op de moestuin’ en schrijver is Nicolien Mizee. Een Nederlandse detective, daar kon ik me geen buil aan vallen.

Het boek las gemakkelijk weg; je leeft al snel mee met hoofdpersoon Judith en haar kersverse man Thijs die een paar dagen na de bruiloft een zware hartaanval krijgt. Het herstel verloopt traag  en ze  besluiten om samen met zus Cora en zwager Ab er een poosje tussenuit te gaan om bij te komen. Ze huren voor een half jaar een boswachtershuis op een oud landgoed; dat landgoed en het bijhorende huis worden beheerd en bewoond door een jeugdvriendin van de beide zussen, Anne, en haar moeder Lidewij. Judith huurt een stuk moestuin om iets te doen te hebben en maakt al tuinierend kennis met de andere huurders van een stukje tuin en hoort allerlei verhalen. Het zijn niet allemaal dikke vrienden zal ik maar zeggen.

Halverwege het boek dacht ik: wanneer wordt er nou eens iemand vermoord? Op het moment dat Judith een schedel vindt dacht ik: o,  dat is die gruwelijke vondst……  maar het was de schedel die tante Lidewij altijd gebruikte bij het schilderen van haar stillevens.  Tenminste, dat dacht Judith. Maar dat bleek toch niet zo te zijn. Vanaf dat moment wordt het een detective en komen de tot dan toe wat warrige verhaallijnen bij elkaar.  Pas in de laatste hoofdstukken kom je er achter hoe het precies zit, maar dan is tante Lidewij al overleden en is er nog een slachtoffer gevallen.

Er wordt in dit boek tussen het verhaal door ook veel verteld over bomen en plantensoorten en over vogels. Vond ik niet altijd van toegevoegde waarde. Ook het uitvoerig beschrijven van het bereiden van gerechten met gewassen uit de tuin vond ik soms wat langdradig en overbodig.  Die woorden en zinnen hadden mijns inziens beter gebruikt kunnen worden voor het iets uitgebreider beschrijven van de andere personen in het boek.  Die kwamen soms zo maar uit de lucht vallen; regelmatig stelde ik mezelf de vraag “Wie is dit nou weer… “.

Ik vond het een onderhoudend boek in een af en toe vermakelijke schrijfstijl. Van mijn eigen dochters herkende ik de  zussenlol en het samenzweerderige gedoe over het gezamenlijke vriendinnenverleden van Judith en Cora  met de twee dochters van Lidewij.

Een zin uit het boek zal me bijblijven.
Anne roept na het overlijden van haar moeder dat ze altijd had gedroomd van lange tafels vol lachende,  pratende en etende mensen. Dat idee wordt onmiddellijk onderuitgehaald door één van de mannen die zegt dat dat beeld alleen maar voorkomt in commercials en niet echt bestaat. Uit ervaring kan ik zeggen: dat klopt niet. Op ons 60-feest in juli vorig jaar voelde ik me de koning te rijk aan de lange tafel in onze tuin samen met lachende, pratende en etende vrienden en familieleden. En dat diende geen enkel commercieel doel.

Het boek gaat in december naar de Roder boekenmarkt.
Woon je in de buurt en wil jij het eerst nog lezen?
Ik hoor het graag.

Reageren

Pagina 1 van 13

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén