een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Lezen Pagina 1 van 12

16 juni: Geen pareltjes.

Regelmatig ga ik met één van de dochters naar ‘Het Goed’.
Graag loop ik even binnen in de boekenhoek; daar vind je soms zomaar pareltjes.
De laatste keer kocht ik er twee in het genre ‘spanning’; daarbij laat ik me leiden door de wervende teksten op de achterflap.

‘Verborgen gebreken’ van Sophie Hannah (Brits) heb ik niet eens helemaal gelezen.
Dit wist ik er op voorhand over.
Het is de onschuldige hobby van vele vrouwen: op internet huizensites bezoeken en bij allerlei droomhuizen binnenkijken. Connie heeft een andere reden om diep in de nacht, als haar man slaapt, de virtuele rondleiding door een huis in Oxford te bekijken. Maar ze vindt iets anders dan ze zocht: op haar scherm ziet ze een lijk op de vloer liggen. Een lijk dat even later verdwenen is.
Is hier sprake van een slechte grap? Is Connie gek aan het worden? Of speelt iemand een gruwelijk spel met haar?
Na 80 bladzijden was ik het heen en weer geswitch tussen de dagen (in een tijdsbestek van twee weken), de locaties en  de veelheid aan personages  zat.
Na die 80 bladzijden kon ik er nog geen touw aan vastknopen en ben ik afgehaakt.
In het laatste hoofdstuk las ik nog even hoe het zat en hoe het afliep.
De titel bleek dus achteraf niet te slaan op een huis, maar op één van de hoofdpersonen.
Mijn nieuwsgierigheid was in ieder geval bevredigd.

‘Het koetshuis’ van Carla Neggers (Amerikaans) heb ik wel uitgelezen, maar het was niet wat ik er van verwachtte.
Naar wat er op de achterflap stond ging ik uit van een thriller, maar het was een romantisch boek.
Dit was het gegeven:
Tess krijgt een oud koetshuis als betaling voor een ontwerpklus en daarna verdwijnt Ike, de vorige eigenaar, spoorloos.
Ze besluit een weekend naar het huis te gaan om te zien wat ze ermee aan moet. Al direct na aankomst doet ze een gruwelijke ontdekking: er ligt een geraamte in de kelder.
Wat is er in het koetshuis gebeurd? Waarom staat het al zo lang leeg? En waar is Ike? 
Ja, er is sprake van een skelet in de kelder van het koetshuis en misschien waart er ook wel een geest rond van een oude moordenaar, maar spannend wil het maar niet worden.
Het gezeul met het skelet en hoe er met de vondst daarvan wordt omgegaan is in werkelijkheid niet eens mogelijk.
Het boek wordt bevolkt door stereotypen: man met wilskrachtige kin, zelfstandige, mooie vrouw, rijke buurvrouw, boze, carièrregerichte buurman, lieftallig buurmeisje; erg voorspelbaar allemaal.
Verder duurt het allemaal erg lang.
Maar…..ze krijgen elkaar! Allemaal!
En ze krijgen de moordenaar.

Natuurlijk.
Ik ben een verwende sikke als het gaat om thrillers en detectives.
Henning Mankel, Peter Robinson, Ruth Rendell, Lieneke Dijkzeul, zomaar een paar namen van schrijvers van wie ik graag een boek lees.
Die kan ik zo bij de bibliotheek ophalen, dus dat ga ik binnenkort weer eens doen

Deze twee waren geen pareltjes, maar wel geschikt voor de doos ‘Roder Boekenmarkt’.

Reageren

3 juni: Kya, het moerasmeisje.

Samen met ‘De zevende zus‘ kreeg ik nog een ander boek van Annieke.
“Iedereen heeft het er over! Lees jij het eerst maar, ik heb nog best veel liggen.”
Het heet ‘Daar waar de rivierkreeften zingen’ en het is geschreven door Delia Owens.
Iedereen had het er over, maar ik had er nog nooit van gehoord.

Het verhaal is opgesplits in twee delen: het ene deel begint in 1952.
Je leest over het kleine meisje Kya dat opgroeit in een veredelde hut in een moeras.
Pa is zeer gewelddadig, drinkt en gokt en als ma op een dag bijna door hem wordt vermoord pakt ze haar spullen en verdwijnt, haar gezin achterlatend.
De vader reageert zijn woede en frustratie af op de vijf kinderen, die in snel tempo achter elkaar aan ook het zompige moeras verlaten.
Kya is nu overgeleverd aan de grillen van haar vader. Het is afschuwelijk om te lezen; het arme kind doet er van alles aan om de man zoveel mogelijk te ontwijken.
Als de vader op een dag ook niet meer thuiskomt, ze is dan zeven, is ze op zichzelf aangewezen.

Het andere deel begint in 1969; daar lezen we hoe het lichaam van een jongeman, Chase heet hij, wordt gevonden. Het politieonderzoek wordt opgestart en je wordt meegenomen in de zoektocht: wie heeft dit gedaan?
Die twee delen worden afgewisseld en steeds ontvouwt zich een stukje 1969/politieonderzoek en een stukje verhaal van Kya van de jaren daarvoor.
Kya heeft het de eerste jaren alleen erg moeilijk; de inwoners van het dorp Barkley Cove, waar het moeras bij hoort, verachten en bespotten haar. Uiteindelijk weet ze met hulp van enkele goede zielen toch te overleven.  Je leest hoe de kennismaking met twee jongens uit het dorp, Chase en Tate, verloopt, hoe ze leert lezen, schrijven en tekenen en hoe ze uitgroeit tot een mooie, volwassen vrouw.

De twee delen van het verhaal komen steeds dichter bij elkaar.
De verdenking van de moord op Chase valt op Kya en in 1970 staat ze terecht voor de rechtbank.
In Amerika wordt een strafzaak beoordeeld door een jury; bijzonder om te lezen hoe dat in zijn werk gaat.
Verder is de rassenscheiding kort na de Tweede Wereldoorlog nog prominent aanwezig in de maatschappij en het politieonderzoek stond destijds nog in de kinderschoenen.

Het verhaal van Kya deed mij een beetje denken aan Tarzan, maar dan niet in een jungle maar in een moeras.
Het meisje is één met de natuur.
Uit het boek blijkt ook dat een mens eigenlijk niet alleen kan zijn; de beschrijving van de eenzaamheid van Kya gaat je door merg en been.

Ik vond het een boeiend boek.
Het blijft tot op de laatste bladzijde een mysterie wat er met Chase is gebeurd.
Is hij gevallen? Geduwd? En door wie?
Het laatste deel van het boek heb ik twee keer gelezen; dat beschrijft de periode na 1970 waarin alle puzzelstukjes op hun plaats vallen.

Nu snap ik waarom iedereen het over dit boek had.
Dus: naar de bibliotheek of boekhandel!

Reageren

28 april: Schriefwedstried.

An het eind van 2021 schreef het Huus van de Taol een schriefwedstried uut.
De opdracht was: Schrief een kört verhaal in het Drents of in een aandere variant van het Nedersaksisch; het thema was ‘De gele taofel’.
Het verhaal mug maximaal 1.250 woorden bevatten en het mus inleverd worden veur 1 febrewaori.
Wij zaten destieds nog in de lockdown, dus ik haar tied en gung gangs met de gele taofel.
Toen het klaor was stuurde ik het naor de dochters: “Lees eem met mij met; he’j nog tips, opmarkings of anvullings?”
Ja: hier nog wat bij, daor wat duudelijker, hier wat meer diversiteit……daor kun ik wat met.

Naodat ik het verhaol in jannewaori inleverd haar raakte het wat op de achtergrond.
Halverwege meert kwam d’r een uutneudiging veur het bijwonen van de priesuutreiking, maor dat was op een zaoterdagmiddag waorop wij niet können. Nao die priesuutreiking gung d’r een persbericht uut van het Huus van de Taol, waorin de winnaars in bekend maakt weuden.
De verhalen van de winnaars en de eervolle vermeldings bint publiceerd in de ‘Zinnig’ van april.
Bi’j geïnteresseerd? Ie kunt het blad bestellen op de website van het Huus van de Taol.
Het is warkelijk prachtig um te lezen hoe verschillend de verhaolen bint bij ien zun simpel underwarp; wat ku’j allemaole verzinnen bij een gele taofel!
Mien verhaol veul niet in de priezen en wordt dus ok niet publiceerd, maor is vandage wel te lezen op dit digitale tiedschrift ‘de Waarde van de dag’.

Nog eem wat achtergrondinformatie bij wat ik heb inleverd:
Veur mij is het moeilijk om zomaor wat te verzinnen.
As lezer van dit blog wee’j al dat ik altied dicht bij mijzölf blief: verhaolen bint bijna altied echt gebeurd.
Het verhaal dat ik schreef veur de wedstried is een mengvorm en het kreeg de titel ‘Vintage’ met.
Het is niet echt gebeurd, maor het bestiet wel uut kleine stukkies ‘echt gebeurd’.
Ie herkent al lezend mien va en moe en oonze studerende dochters.
Maor de wichter hebt nooit een taofeltie van mien va kregen……..

Hierbij een link naor het verhaol: Vintage

Reageren

25 april: Moord op de moestuin

Bij Het Goed  kocht ik vorige maand in een opwelling een boek: het kostte maar € 1,85, het was niet een heel dik boek en op de achterflap stonden woorden als ‘gruwelijke vondst’ en ’talloze motieven en evenzoveel vetes’. De titel was ‘Moord op de moestuin’ en schrijver is Nicolien Mizee. Een Nederlandse detective, daar kon ik me geen buil aan vallen.

Het boek las gemakkelijk weg; je leeft al snel mee met hoofdpersoon Judith en haar kersverse man Thijs die een paar dagen na de bruiloft een zware hartaanval krijgt. Het herstel verloopt traag  en ze  besluiten om samen met zus Cora en zwager Ab er een poosje tussenuit te gaan om bij te komen. Ze huren voor een half jaar een boswachtershuis op een oud landgoed; dat landgoed en het bijhorende huis worden beheerd en bewoond door een jeugdvriendin van de beide zussen, Anne, en haar moeder Lidewij. Judith huurt een stuk moestuin om iets te doen te hebben en maakt al tuinierend kennis met de andere huurders van een stukje tuin en hoort allerlei verhalen. Het zijn niet allemaal dikke vrienden zal ik maar zeggen.

Halverwege het boek dacht ik: wanneer wordt er nou eens iemand vermoord? Op het moment dat Judith een schedel vindt dacht ik: o,  dat is die gruwelijke vondst……  maar het was de schedel die tante Lidewij altijd gebruikte bij het schilderen van haar stillevens.  Tenminste, dat dacht Judith. Maar dat bleek toch niet zo te zijn. Vanaf dat moment wordt het een detective en komen de tot dan toe wat warrige verhaallijnen bij elkaar.  Pas in de laatste hoofdstukken kom je er achter hoe het precies zit, maar dan is tante Lidewij al overleden en is er nog een slachtoffer gevallen.

Er wordt in dit boek tussen het verhaal door ook veel verteld over bomen en plantensoorten en over vogels. Vond ik niet altijd van toegevoegde waarde. Ook het uitvoerig beschrijven van het bereiden van gerechten met gewassen uit de tuin vond ik soms wat langdradig en overbodig.  Die woorden en zinnen hadden mijns inziens beter gebruikt kunnen worden voor het iets uitgebreider beschrijven van de andere personen in het boek.  Die kwamen soms zo maar uit de lucht vallen; regelmatig stelde ik mezelf de vraag “Wie is dit nou weer… “.

Ik vond het een onderhoudend boek in een af en toe vermakelijke schrijfstijl. Van mijn eigen dochters herkende ik de  zussenlol en het samenzweerderige gedoe over het gezamenlijke vriendinnenverleden van Judith en Cora  met de twee dochters van Lidewij.

Een zin uit het boek zal me bijblijven.
Anne roept na het overlijden van haar moeder dat ze altijd had gedroomd van lange tafels vol lachende,  pratende en etende mensen. Dat idee wordt onmiddellijk onderuitgehaald door één van de mannen die zegt dat dat beeld alleen maar voorkomt in commercials en niet echt bestaat. Uit ervaring kan ik zeggen: dat klopt niet. Op ons 60-feest in juli vorig jaar voelde ik me de koning te rijk aan de lange tafel in onze tuin samen met lachende, pratende en etende vrienden en familieleden. En dat diende geen enkel commercieel doel.

Het boek gaat in december naar de Roder boekenmarkt.
Woon je in de buurt en wil jij het eerst nog lezen?
Ik hoor het graag.

Reageren

30 maart: De zevende zus.

Dit was er weer een.
Een boek waardoor ik te laat in bed lag.
Meer dan 600 bladzijden binnen een week.
Een boek waarbij je constant nieuwsgierig bent naar hoe het verder gaat.
Als je de blogs over de andere zes zussenboeken hebt gelezen,  weet je dat ik niet over ieder deel even enthousiast was, maar deze hield me in z’n greep.

Het boek begint trouwens chaotisch. Aan het eind van deel 6 dook ineens informatie  op over een zevende zus, die nooit door Vader Salt was gevonden.
In sneltreinvaart worden de vorige zussen ten tonele gevoerd die hun best gaan doen om die zus te vinden, waarbij  steeds een klein stukje van het leven van de zoekende zus wordt verteld.
Een mooie manier om je geheugen weer wat op te frissen.  Die kleine stukjes  “Hoe is het nu met….” waren de reden dat het even duurde voor ik goed in het verhaal zat.  Dat kwam pas toen het dagboek van Nuala uit 1920 begon: een jong katholiek meisje dat actief is voor de IRA, een Ierse onafhankelijkheids beweging; zij gaat een gewonde zoon van een protestants, adellijk Engels gezin verzorgen . Na twee hoofdstukken ben ik eerst maar eens op internet gaan zoeken naar de geschiedenis van Ierland. Wanneer werden ze dan onafhankelijk? Dat was dus pas in 1923! Daarna bleef Noord Ierland protestants en onderdeel van Engeland.

In ‘De zevende zus’ lees je hoe die strijd voor de Ierse vrijheid families,  ja zelfs gezinnen uit elkaar dreef.
Hoeveel invloed het had op de levens van gewone Ieren.
Je maakt kennis met de zevende zus en je leest verhalen over haar huwelijk, haar kindertijd en haar geboorte.  In die volgorde ook, je switcht door de tijd.  Vanaf het begin stel je jezelf de vraag: “Waar was zij zo bang voor toen zij op haar 19e het land verliet?” Gedurende het boek komen er alleen maar vragen bij,  maar in de laatste hoofdstukken krijg je bijna alle antwoorden.
Tot er op de laatste pagina als cliffhanger weer een nieuwe vraag wordt opgeworpen: wat betekent het geheimzinnige e…s…z..u en wie is de moeder van de Zevende zus?
Dan staat er letterlijk: “Wordt vervolgd in Atlas, het verhaal van Pa Salt.”

Lucinda Riley ontpopt zich als een Sheherazade die haar lezers net zo gevangen houdt in haar verhalen als de sultan in de verhalen van duizend en een nacht.
Je wilt na het lezen van dit boek maar één ding weten : wanneer komt dat 8e deel uit?
Eerlijk gezegd hoop ik dat we er niet heel lang op hoeven te wachten.
Nu zitten die 7 meiden met hun verhalen nog boven in mijn hoofd,  maar dat blijft niet zo…….

Benieuwd wat ik vond van de andere delen?
Hierbij een link naar een overzichtspagina: ‘De zeven zussen-serie’ met links naar de afzonderlijke blogs.

Reageren

12 maart: Ineens keek ik met andere ogen naar vlees.

Een boek over Banks; je weet wel, die Engelse chief-inspector met het lange hoofd wiens naam ik nooit kan onthouden.
De schrijver van de boeken met Banks en zijn assistente Annie in de hoofdrol, Peter Robinson, kan ik erg waarderen.
In april 2015 schreef ik daar al eens blog over met de titel: Peter Robinson/DCI Banks.
Drie weken geleden was ik weer eens in de bibliotheek en tot mijn grote genoegen stond daar nog een exemplaar van zijn hand op mij te wachten.
‘Slachthuisblues’ was de titel en ik kon me niet herinneren dat ik tv-aflevering al had gezien, dus opgetogen nam ik het mee.
Na ‘De meeste mensen deugen’ had ik wel even zin in een detective.

Het begint met een gestolen tractor, een bloedvlek en twee jonge mannen die spoorloos verdwenen zijn.
Een lichaam wordt in eerste instantie niet gevonden.
Op het punt dat het lichaam wel wordt gevonden rezen de haren me ten berge.
Je leest over een chauffeur die tijdens een hagelstorm verongelukt en vanaf een enorme hoogte in een ravijn stort.
Het blijkt een vrachtwagen van een ophaaldienst te zijn die dode dieren ophaalt bij boeren om ze naar een verbrandingsoven te brengen.
Als de brokstukken van de vrachtwagen, de chauffeur en de dode dieren worden verzameld, blijkt dat zich tussen de dieren ook een volledig menselijk lichaam bevindt, dat ‘behandeld’ is in een slachthuis.

De werkzaamheden in een slachthuis worden gedetailleerd beschreven als een politieteam onderzoek gaat doen naar de gebeurtenissen.
Je leest dat het slachtoffer dat lot ook heeft ondergaan, maar nergens wordt beschreven hoe.  Met een rijke fantasie als de mijne  hoeft dat ook niet.
Ineens keek ik met heel andere ogen naar vlees.

Het lichaam is dus van één van die verdwenen jongens, de andere jongen duikt af en toe op.
Ondertussen lees je van alles over de privé-levens van Banks en Annie en politievrouw Winsome wordt verliefd op een getuige.
Heel langzaam ontrafelt zich het mysterie en op de laatste bladzijde zit het hele politieteam na te praten over de zaak en vallen alle puzzelstukjes op zijn plaats.
Als ik nog 50 bladzijden moet in zo’n spannend boek dan kan ik het haast niet wegleggen, maar dat moest zaterdagavond wel, want mijn zwager was jarig; pas zondagmiddag kon ik het uitlezen.
Een boek zoals een boek voor mij moet zijn.
Met plezier gelezen.

Van Annieke kreeg ik deze week trouwens de zevende.
DE ZEVENDE!
Vanavond begin ik.

Reageren

9 februari: Deugen de meeste mensen?

Op mijn verjaardag kreeg ik van vrienden het boek  ‘De meeste mensen  deugen’ van Rutger Bregman.
Zij vonden het ‘net iets voor mij’. Dochter Harriët had het ook gelezen en vond dat ook.
‘Een nieuwe geschiedenis van de mens’ is de subtitel.
Het boek leest als een trein; ik hou van geschiedenis.
De hele wereld heeft er al iets van gevonden, daarom op dit blog vandaag geen recensie maar een beschrijving van de indruk die het op mij maakte.

Dit boek was voor mij geen ontspanning zoals anders wanneer ik een boek lees.
Daarmee wil ik niet zeggen dat het niet boeiend was,  want het zette me regelmatig aan het denken.
Bregman beschrijft keer op keer een onderzoek dat in het verleden heeft aangetoond dat de mens van nature slecht is, dat onze beschaving maar een dun laagje vernis is en dat de mens in de grond niet te vertrouwen is. Vervolgens doet hij nader onderzoek naar het onderwerp en blijkt het geschetste beeld niet te kloppen: hij vertelt in zijn boek dat in al die wetenschappelijke onderzoeken een verkeerd beeld van de mensheid is neergezet.  De mens is van nature vriendelijk en tot helpen en samenwerken bereid.

Ik wil het heel graag met hem eens zijn,  maar ik zie en hoor toch ook veel rottigheid om me heen.
Hoe zo’n zieke geest moet je bijvoorbeeld hebben om een martelcontainer te ontwerpen en te maken…
Maar met zijn betoog laat de schrijver zien: het kwade is sterk,  maar het goede is met meer.

Bregman heeft een gereformeerde opvoeding gehad.
In het licht daarvan refereert hij ook een aantal keren aan dingen die Jezus zegt in de bijbel, bijvoorbeeld over het toekeren van de andere wang.
Wat hij daarover zegt had ik al eerder gehoord in een overdenking van Theo van Beijeren in 2019.
Wie schrijft die blijft, daarover schreef ik destijds een blog, dus ik kan het hier citeren:

“Jezus zegt: ‘Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan.’
We hoorden dat deze uitspraak niet bedoeld is als ‘Laat maar over je heen lopen’, maar meer als een manier van in het leven staan.
Als iemand je met kwade opzet onheus bejegent, reageer dan niet op dezelfde manier, maar reageer met liefde.
Vaak rekent de andere partij daar niet op, die verwacht op zijn actie een re-actie; heel vaak haal je, door niet gelijk boos te reageren, de angel uit de situatie.
Voor ruzie zijn immers altijd twee partijen nodig.
De predikant maakte daarbij wel gelijk een kanttekening: sommige situaties zijn te erg (o.a. vrouwenmishandeling/vernedering, kindermisbruik), dan is het niet mogelijk om de andere wang toe keren.”

De mooiste zin in het boek vind ik deze:
‘Van de mooiste dingen in het leven krijg je alleen maar meer als je ze weggeeft: vertrouwen, vriendschap en vrede’.
De boodschap die Bregman wil overbrengen is: ‘Doe het goede en ga ook uit van het goede bij je medemensen.’
Doe’s lief dus.
Is dat ook niet wat wij elke zondag in de kerk horen?

Reageren

5 november: Hé! Een heksenhand….!

Woensdagmiddag raapte ik een heel groot blad op dat van een boom was gevallen.
Heel mooi geel en bruin, van minstens 25 cm doorsnee.
Geen bijzonderheid in deze tijd, het is immers herfst.
Ik legde het blad plat op ons aanrecht: misschien kon er nog iets mee doen in een bloemstuk of zo.

De volgende dag toen ik uit het werk kwam was het blad helemaal verschrompeld.
“Kijk” zei ik tegen Gerard, “een heksenhand…..”
Hij keek me aan of hij het in Keulen hoorde donderen.
“Heksenhand? Hoezo?”
“Weet je niet meer van dat spannende prentenboek uit de bibliotheek dat we vroeger voorlazen voor de kinderen?”
Nee dus.

Ik vroeg het via de gezinsapp aan de dochters; ik  stuurde een foto van het blad en vroeg: “Wat is dit? Waar doet je dit aan denken?”
4 minuten later kreeg ik al antwoord: HEKSENHAND!

Er zijn van die boeken die je niet vergeet. Dit was er zo een.
Het begon zo:
Jakkes! Wat is dat afschuwelijke, bruine, gekreukte ding dat George daar aan de muur ziet hangen? 
Papa weet het – maar het is zo afschuwelijk, in het begin wil hij het zelfs niet zeggen,
Maar George smeekt. En dus, na te hebben gewaarschuwd dat het heel eng is begint vader een verhaal over een gruwelijke, lelijke heks, die hij op een nacht heeft betrapt in de kamer van George. Vader probeert de indringster weg te jagen en wordt bijna door de heks overmeesterd…….. als moeder binnenkomt met een zwaard dat in de bezemkast stond en de hand van heks afhakt. 
De hand verschrompelt en papa en mama prikken de hand met een punaise aan het prikbord als herinnering om ’s nachts de deur op slot te doen. 
Natuurlijk vertellen ze George later het ware verhaal van het verschrompelde, bruine ding.

Het was een feest om dit boek voor te lezen.
Het verhaal dat de vader vertelt werd eng door de geluiden die hij hoorde; zacht, kakelend lachen, smakkende geluiden, glibberige geluiden, ritselen, tikken…..
dan kun je je als voorlezer helemaal uitleven in stemmetjes en geluidjes.
Ik kan het gevoel van een warm kinderlijf tegen me aan nóg voelen.
Ze gingen steeds dichter bij me zitten……

Sweet memories.

Reageren

17 september: De toversokken van Kolletje

Er is tegenwoordig een kinderboekenserie met Kolletje als hoofdrolspeelster.
Dit staat er over Kolletje op de website van de Kinderboekenwinkel:

Kolletje is een vrolijk en eigenwijs meisje dat eigenlijk de veel te lange naam Katharina Orselia Laetitia heeft.
Als Kolletje vier wordt, krijgt ze van haar tante een wel heel bijzonder cadeau: een paar toversokken.
Wanneer ze die aantrekt en ‘Katharina Orselia Laetitia’ zegt, krijgt ze op slag speciale krachten waardoor de wonderlijkste dingen een makkie voor haar worden. Als ze bijvoorbeeld haar eten niet lust, laat ze het simpelweg verdwijnen!
De boeken over Kolletje worden geschreven door Pieter Feller en geïllustreerd door Natascha Stenvert. 

Het dochtertje van een vriendin van Frea is fan van de boekjes van Kolletje en ze was gisteren jarig; haar moeder wilde haar graag verrassen met net zulke sokken als haar boekenheldin: rood met witte toversokken. Of ik die kon breien….

Ja, dat dacht ik wel; ik kan immers ook gewone sokken breien. Bij Jeanet van ‘Blij dat ik brei’ in Arnemuiden kocht ik heel dun garen en rekende met de bijgeleverde matentabel uit hoeveel steken ik moest opzetten (48) en begon op heel dunne pennen (2.5) de sokken te breien.

Wat een gepriegel.
Vooral het begin was heel lastig… de pennen gleden weg als ik de steken over de drie naalden wilde verdelen. Toen ik eenmaal op gang was moest ik wel erg wennen: ministeekjes!  Wat een verschil met die pen 4 en grote-mensen-sokkenwol waar ik anders sokken mee brei. Maar het ging al snel steeds gemakkelijker en toen ik voor de tweede keer met rood begon was ik al weer lekker ontspannen aan het breien.

Inmiddels zijn ze klaar en zijn ze als cadeautje ingepakt.
Toversokken.
Nou hoop ik dat het meisje niet denkt dat ze echt kan toveren met die sokken; toverstof heb ik niet meegebreid.
Dat was nergens meer te koop…..

Vanmorgen kreeg ik een appje van mama: de sokken passen perfect. Maar ze wil ze niet aan.
De sokken zijn van Kolletje en als iemand anders dan Kolletje ze aantrekt en gebruikt gaan ze heel erg stinken.
Hilarisch vind ik het!  Als je vier jaar bent ga je nog helemaal op in fantasie; vooral van genieten vind ik.
De werkelijkheid van de ‘grote-mensen-wereld’ komt immers snel genoeg.
De sokken worden nu geknuffeld; ook prima!
Op foto de kersverse vier-jarige met de sokken én haar toverstokje.

Deze toversokken ook breien?
Ga dan naar het blog  ‘Sokken breien en mannenhumor’  uit 2020.
Daarop vind je een link naar een matentabel en link naar en PDF met de beschrijving van het breien van een sok.
Ik zette 48 steken op, het patroon heeft het over 56.
Het patroon moet je dus steeds een beetje aanpassen aan jouw aantal steken.
In het begin wordt dat dan 1 naald van 20 steken en 2 van 14= samen 48.
Ook de lengte van de sok hangt natuurlijk af van de leeftijd van het kind voor wie je ze breit.

Reageren

31 juli: De man die Russisch preut – Anne Doornbos.

Wallander tussen de hunebedden.  Dat zee auteur Anne Doornbos zölf over de deur hum bedachte inspecteur, die in Drenthe misdrieven  oplost.  Over het eerste deel in het Rossing-dossier, ‘De paddenvanger’, schreef ik al een blog in 2019. Toen ik heurde van een tweede deel over Freek Rossing keek ik geliek hoeveul boekenbonnen en verjaordagsgeld ik nog had liggen; toen het boek uutkwaam haar ik het binnen een weke in huus.
Op vekaansie naor Dordrecht  nam ik het met en  binnen vier dagen haar ik het uut. Puntie van de  stoele. De bank in dit geval. Gerard zat naor het veur mij stomvervelende voetbal te kieken en ik weur hielemaol metzeugen  in het verhaol over de braandmoord op Herman Pieterman,  een hoge ome bij de NAM die uut  de tied komp deur een uutslaonde braand in zien eigen sauna.

Dit boek speult ongeveer drie jaor nao de gebeurtenissen in ‘De paddenvanger’; ie leest hoe het naost het plietsiewark privé verder gaon is met Freek en zien Janna en ok van de aandere teamleden lees ie soms wat: d’r wordt een poppie geboren, iene kreg ‘vekering’ en ie leert het team weer wat beter kennen.
Het verhaol is netuurlijk hiel aans as in het veurige boek, maor ok nou wordt het misdrief dat plaots vindt  op de eerste bladzieden umschreven.
Dan vraog ie joe geliek al weer of wat iene bezielt um zo te wark te gaon en een aander meinse zo um te brengen.
Het is duudelijk wraak. Maor wat hef die dure NAM’mer dan uutspookt dat hij zu’n einde verdient?

Ok in dit boek speult het zöch allemaole of in Drenthe; in Gies in precies te wezen.
Ie leest hoe het d’r an toe giet op een dörp. Hoe d’r ankeken wordt tegen import.
Veur een underzuuk naor  bepaolde  schroeven giet de plietsie naor Iezerwarenhandel De Wit in Roon en ien van de bejaorde slachtoffers woont in de Vijverberg in Nörg.
Bij dizze zaak bint Polen betrökken, de tolk komp uut Paais.
Die Polen warkt bij een leliekweker op de Smilde.
In mien brein heb ik dan de Daolings en de Jolings al weer veur de brille.

Kostelijk is de beschrieving van de verholding van inspecteur Rossing met de pers-officier van Justitie Jan Hoekstra.
Die is op zien minst als ‘stroef’ te umschrieven.  Rossing hef niet veul op met de op schijnwerpers beluste ambtenaar.
De mooiste zin uut het boek vun ik dizze vergelieking: “Jan Hoekstra glum as een Duutser met zeuven braodworsten…”

Ok in dit verhaal warkt het team samen met de collega’s in Noord Duutslaand, ‘over de gruppe’ zoas dat in de grensstreek nuumd wordt.
Zölfs de camping waor het leste stukkie van het verhaol zöch ofspeult ken ik van vrogger: daor hebt wij in de jaoren ’60 met mien olders al ies staon.
Het is net as bij het veurige boek van Doornbos: ie vuult je meer betrökken umdat het zöch allemaole in je eigen umgeving ofspeult.

Henning Mankel hef hiel wat boeken schreven in de Wallander-serie; ik hoop dat ok het inspecteur Rossing dossier nog veul vervolgdielen kreg!
Ik leg de boekenbonnen alvast weer uutzied.

Reageren

Pagina 1 van 12

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén