een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Lezen Pagina 1 van 11

17 september: De toversokken van Kolletje

Er is tegenwoordig een kinderboekenserie met Kolletje als hoofdrolspeelster.
Dit staat er over Kolletje op de website van de Kinderboekenwinkel:

Kolletje is een vrolijk en eigenwijs meisje dat eigenlijk de veel te lange naam Katharina Orselia Laetitia heeft.
Als Kolletje vier wordt, krijgt ze van haar tante een wel heel bijzonder cadeau: een paar toversokken.
Wanneer ze die aantrekt en ‘Katharina Orselia Laetitia’ zegt, krijgt ze op slag speciale krachten waardoor de wonderlijkste dingen een makkie voor haar worden. Als ze bijvoorbeeld haar eten niet lust, laat ze het simpelweg verdwijnen!
De boeken over Kolletje worden geschreven door Pieter Feller en geïllustreerd door Natascha Stenvert. 

Het dochtertje van een vriendin van Frea is fan van de boekjes van Kolletje en ze was gisteren jarig; haar moeder wilde haar graag verrassen met net zulke sokken als haar boekenheldin: rood met witte toversokken. Of ik die kon breien….

Ja, dat dacht ik wel; ik kan immers ook gewone sokken breien. Bij Jeanet van ‘Blij dat ik brei’ in Arnemuiden kocht ik heel dun garen en rekende met de bijgeleverde matentabel uit hoeveel steken ik moest opzetten (48) en begon op heel dunne pennen (2.5) de sokken te breien.

Wat een gepriegel.
Vooral het begin was heel lastig… de pennen gleden weg als ik de steken over de drie naalden wilde verdelen. Toen ik eenmaal op gang was moest ik wel erg wennen: ministeekjes!  Wat een verschil met die pen 4 en grote-mensen-sokkenwol waar ik anders sokken mee brei. Maar het ging al snel steeds gemakkelijker en toen ik voor de tweede keer met rood begon was ik al weer lekker ontspannen aan het breien.

Inmiddels zijn ze klaar en zijn ze als cadeautje ingepakt.
Toversokken.
Nou hoop ik dat het meisje niet denkt dat ze echt kan toveren met die sokken; toverstof heb ik niet meegebreid.
Dat was nergens meer te koop…..

Vanmorgen kreeg ik een appje van mama: de sokken passen perfect. Maar ze wil ze niet aan.
De sokken zijn van Kolletje en als iemand anders dan Kolletje ze aantrekt en gebruikt gaan ze heel erg stinken.
Hilarisch vind ik het!  Als je vier jaar bent ga je nog helemaal op in fantasie; vooral van genieten vind ik.
De werkelijkheid van de ‘grote-mensen-wereld’ komt immers snel genoeg.
De sokken worden nu geknuffeld; ook prima!
Op foto de kersverse vier-jarige met de sokken én haar toverstokje.

Deze toversokken ook breien?
Ga dan naar het blog  ‘Sokken breien en mannenhumor’  uit 2020.
Daarop vind je een link naar een matentabel en link naar en PDF met de beschrijving van het breien van een sok.
Ik zette 48 steken op, het patroon heeft het over 56.
Het patroon moet je dus steeds een beetje aanpassen aan jouw aantal steken.
In het begin wordt dat dan 1 naald van 20 steken en 2 van 14= samen 48.
Ook de lengte van de sok hangt natuurlijk af van de leeftijd van het kind voor wie je ze breit.

Reageren

31 juli: De man die Russisch preut – Anne Doornbos.

Wallander tussen de hunebedden.  Dat zee auteur Anne Doornbos zölf over de deur hum bedachte inspecteur, die in Drenthe misdrieven  oplost.  Over het eerste deel in het Rossing-dossier, ‘De paddenvanger’, schreef ik al een blog in 2019. Toen ik heurde van een tweede deel over Freek Rossing keek ik geliek hoeveul boekenbonnen en verjaordagsgeld ik nog had liggen; toen het boek uutkwaam haar ik het binnen een weke in huus.
Op vekaansie naor Dordrecht  nam ik het met en  binnen vier dagen haar ik het uut. Puntie van de  stoele. De bank in dit geval. Gerard zat naor het veur mij stomvervelende voetbal te kieken en ik weur hielemaol metzeugen  in het verhaol over de braandmoord op Herman Pieterman,  een hoge ome bij de NAM die uut  de tied komp deur een uutslaonde braand in zien eigen sauna.

Dit boek speult ongeveer drie jaor nao de gebeurtenissen in ‘De paddenvanger’; ie leest hoe het naost het plietsiewark privé verder gaon is met Freek en zien Janna en ok van de aandere teamleden lees ie soms wat: d’r wordt een poppie geboren, iene kreg ‘vekering’ en ie leert het team weer wat beter kennen.
Het verhaol is netuurlijk hiel aans as in het veurige boek, maor ok nou wordt het misdrief dat plaots vindt  op de eerste bladzieden umschreven.
Dan vraog ie joe geliek al weer of wat iene bezielt um zo te wark te gaon en een aander meinse zo um te brengen.
Het is duudelijk wraak. Maor wat hef die dure NAM’mer dan uutspookt dat hij zu’n einde verdient?

Ok in dit boek speult het zöch allemaole of in Drenthe; in Gies in precies te wezen.
Ie leest hoe het d’r an toe giet op een dörp. Hoe d’r ankeken wordt tegen import.
Veur een underzuuk naor  bepaolde  schroeven giet de plietsie naor Iezerwarenhandel De Wit in Roon en ien van de bejaorde slachtoffers woont in de Vijverberg in Nörg.
Bij dizze zaak bint Polen betrökken, de tolk komp uut Paais.
Die Polen warkt bij een leliekweker op de Smilde.
In mien brein heb ik dan de Daolings en de Jolings al weer veur de brille.

Kostelijk is de beschrieving van de verholding van inspecteur Rossing met de pers-officier van Justitie Jan Hoekstra.
Die is op zien minst als ‘stroef’ te umschrieven.  Rossing hef niet veul op met de op schijnwerpers beluste ambtenaar.
De mooiste zin uut het boek vun ik dizze vergelieking: “Jan Hoekstra glum as een Duutser met zeuven braodworsten…”

Ok in dit verhaal warkt het team samen met de collega’s in Noord Duutslaand, ‘over de gruppe’ zoas dat in de grensstreek nuumd wordt.
Zölfs de camping waor het leste stukkie van het verhaol zöch ofspeult ken ik van vrogger: daor hebt wij in de jaoren ’60 met mien olders al ies staon.
Het is net as bij het veurige boek van Doornbos: ie vuult je meer betrökken umdat het zöch allemaole in je eigen umgeving ofspeult.

Henning Mankel hef hiel wat boeken schreven in de Wallander-serie; ik hoop dat ok het inspecteur Rossing dossier nog veul vervolgdielen kreg!
Ik leg de boekenbonnen alvast weer uutzied.

Reageren

9 juli: Zusje – Rosamund Lupton

Vorig jaar kocht ik bij Daan Nijman het boek ‘Zusje’ van de schrijfster Rosamund Lupton in de maand van het spannende boek.
Drie keer ben ik er in begonnen en twee keer legde ik het weer weg.
De derde keer kreeg het boek mij te pakken en las ik het uit.
Dat is ook gelijk het probleem met dit boek: het gegeven is spannend en maakt nieuwsgierig, maar het duurt allemaal te lang.

Dit is wat je weet als je begint met lezen.
Beatrice hoort dat haar zus wordt vermist en vliegt van New York naar haar geboortestad Londen.
Daar gaat ze op onderzoek uit en ze graaft steeds dieper in het leven van zus Tess.
Wat is er de laatste maanden gebeurd met haar? Met wie ging ze om? Waarom zocht ze geen hulp?
Ze stuit op een geraffineerd en griezelig complot en dreigt daar zelf ook slachtoffer van te worden.

In het boek zijn verschillende ‘vertellijnen’ door elkaar heen gevlochten.
De eerste lijn is de brief die Beatrice aan haar zusje schrijft. Die begint met “Lieve Tess. Ik zou er echt alles voor over hebben om nu, op dit moment, bij je te zijn…….” en ze beschrijft voor haar zusje hoe de journalisten hijgerig bij haar appartement staan om maar niets te missen van dit sappige verhaal. In deze brief lezen we ook allerlei details over hun jeugd en het gezin waarin ze opgroeiden.
Daarnaast er is het verhaal in de huidige tijd: wat gebeurt er en wie zijn er bij betrokken?
De derde vertellijn speelt na de climax: er staat een rechtzaak op de rol en Beatrice voert gesprekken met haar advocaat waarin ze nauwgezet vertelt wat er is gebeurd en wie ze allemaal verdacht. Tussendoor maakt Beatrice ook nog een enorme ontwikkeling door en gaat ze steeds meer op haar jongere zus lijken.

Beatrice is een vasthoudend type.
Ze is er van overtuigd dat de vermissing niet is wat het lijkt en dat er sinistere motieven een rol spelen.
Als lezer ben je getuige van de miskenning van Beatrice en er waren momenten waarop ik dacht: “Is dit nou wel reëel? Ga je niet te ver in je verdenkingen?”
Daar komt bij dat de verdenking steeds op iemand anders komt te liggen, zodat bijna iedereen in de omgeving van Tess de mogelijke dader kan zijn.

De drie verschillende vertellijnen in het boek worden langdurig uitgesponnen en maken het boek onnodig ingewikkeld.
Verder gebruikt de schrijfster prachtige volzinnen en mooie stijlvormen, vandaar het predikaat ‘literaire thriller’.
Maar bij een spannend boek zit mij dat soms in de weg.
Dan wil ik gewoon weten hoe het zit en hoe het afloopt.
En dat is in dit boek het meest vervelende: JE WEET NIET HOE HET AFLOOPT!
Dan voel ik me gewoon bekocht: koop je een spannend boek, lees je een verhaal van 350 pagina’s en dan weet je niet hoe het afloopt.
Hou je van literatuur, mooie woorden en prachtige zinnen: koop dit boek (of leen het van mij) en geniet.
Wil je een detective lezen en weten wie het heeft gedaan?
Lees dan gewoon een ‘whodunnit’; bijvoorbeeld een boek van Peter Robinson over DCI Banks. (zie 18 april 2015).

Reageren

28 mei: Lieneke, Saskia en Esther.

Twee boeken kocht ik in coronatijd naar aanleiding van de oproep om je plaatselijke boekhandel te steunen: ‘Achterstallig geluk’ van Lieneke Dijkzeul en ‘Bonuskind’ van Saskia Noort.
Beiden schrijfsters waar ik al wel vaker iets van had gelezen; altijd leuk, daar kon ik me geen buil aan vallen.
Over het eerste boek schreef ik al een blog, over het tweede boek blijft het blog achterwege.
Toch een buil aan gevallen.
Op deze website staat positiviteit voorop, ik ga dus niet uitgebreid vertellen waarom ik het niet leuk vond.
Het boeide me tot één-derde van het boek, daarna was het vervelend en niet om door te komen.
Jammer.

Toen ik na een jaar weer bij Het Goed was had ik een boek uit 2006 van Esther Verhoef gekocht, ‘Rendez vous’.
Ook van haar had ik al wat boeken gelezen, maar deze heb ik kennelijk gemist.
Deze week heb ik vakantie, dus ik las het woensdagavond laat nog uit.
Spannend man.

Het boek begint met een fragment van een vrouw die in een politiecel is opgesloten vanwege een misdaad.
Ze heeft een paniekaanval, moet overgeven en je leest dat ze denkt: ‘Ik heb mijn leven vergooid. En voor wat? Voor wie?’
Dan zit ik al op het puntje van m’n stoel.
Wat is er dan gebeurd?
Wat heeft ze gedaan?
Het antwoord op die vragen zal gedurende het hele boek op zich laten wachten.

Dan begint het verhaal.
Eric en Simone hebben hun huis in Nederland verkocht en vertrekken samen met hun twee jonge kinderen naar Zuid-Frankrijk.
Dat gegeven heeft me altijd al geïntrigeerd; hoe gaat het dan met die kinderen? Die spreken immers geen Frans!
In het boek lees je vervolgens hoe moeilijk het in het begin is om te wennen in een ander land.
Het oude huis dat ze hebben gekocht moet grondig worden verbouwd, dus het gezinnetje woont eerst in een caravan.
Ook niet optimaal dus. En waar haal je in een onbekende omgeving goede bouwvakkers vandaan?
Gelukkig is daar Peter, ex-Nederlander, die ‘mannetjes’ regelt en zo proberen Eric en Simone hun droom te realiseren: een ‘chambre d’hotes’, een Franse benaming voor een soort ‘Bed & breakfast’.

We maken nader kennis met één van de bouwvakkers Michel; het is kennelijk de mooiste man van Frankrijk en Simone is niet erg goed bestand tegen zijn verleidingskunsten.
De belevenissen van het gezin gaan ondertussen ook gewoon door: er moet worden genetwerkt, er zijn feestjes en afspraken met andere Nederlanders, schoonmoeder krijgt een herseninfarct en Simone leert dat de Fransen op een heel andere manier koken: ze heeft die zakjes ‘mix voor spaghettisaus’ helemaal niet meer nodig!
Leuk om die gewone belevenissen en problemen van een gezin dat pas is geëmigreerd tussen de spannende verhaallijnen door te lezen.

Want spannend is het!
Wat is er toch aan de hand met Peter?
En heeft Michel een dubbele agenda?
Krijgt Eric geen argwaan?
Steeds als er weer een hoofdstuk is afgesloten kom je even weer terug bij die vrouw in die politiecel en steeds worden er kleine stukjes van wat er gebeurd is verteld.
Een heerlijke vakantie-thriller.
Het boek is zelfs verfilmd: op de website van de schrijfster vind je een trailer.

Reageren

24 mei: Gastblog Hans – Herinneringen

Het is al weer een tijd geleden, dat ik als gastschrijver van Ada een bijdrage leverde.
Tja ik ben niet iemand, die zomaar een verhaal uit mijn mouw schudt.
Toch vind ik het fijn om af en toe mijn gedachten aan het papier, eh pardon, aan de digitale wereld toe te vertrouwen.

Na mijn vorige verhaal over mijn jeugdboeken wil ik graag de schrijver Arthur van Schendel onder de aandacht brengen. Geen spannend boek met allerlei helden maar een levensverhaal uit de 19e eeuw voor de grote industrialisatie. Zijn boek uit 1930 over: “Het fregatschip Johanna Maria” stond op de lijst van de te lezen boeken voor het examen van de MULO. Het is een romantisch verhaal over de zeeman/zeilmaker Jacob Brouwer, die eigenaar wil worden van een zeilschip. Behoorlijk gedateerd, maar voor mij het beste boek dat ik ooit gelezen heb. De sobere stijl van schrijven, zonder dialoog en de dwangmatige liefde voor een zeilschip maken dat het boek heel bijzonder is. Het is ook een stukje geschiedschrijving over het varen met oude vaartuigen. Er komen veel scheepstermen in voor, die achterin verklaard worden. Niet iedereen zal het zo ervaren, maar na ruim 50 jaar denk ik nog vaak aan het verhaal over het tragische leven van  de arme weggelopen Jacob en zijn liefde voor het fregatschip Johanna Maria.

Er zijn meer boeken van Arthur van Schendel die de moeite waard zijn om te lezen. Klik hier voor een artikel hierover op Wikipedia.

Een ander boek uit die tijd was van Margo Minco. Een schrijfster geboren in 1920 en nog steeds in leven en dus al 101 jaar oud. Het is een dun boekje, dat daarom veel gekozen werd door examen leerlingen. Dit laat niet weg dat het een interessant verhaal is over de Jodenvervolging tijdens de tweede wereldoorlog. In korte hoofdstukken beschrijft zij de toenemende angst en onzekerheid. Zelfs als de bezetter toeslaat, blijft er een spoor van hoop om aan het lot te ontkomen. Met kleine middelen roept de schrijfster een sfeer op van dreiging, ongegronde hoop en verwachting, die precies weergeeft wat in die jaren in de harten van de vervolgden leefde.

Marga Minco heeft dit boek geschreven als een eerbetoon aan al haar familieleden die zijn omgekomen in de tweede wereldoorlog. Om de gebeurtenissen uit het verleden te kunnen verwerken, schrijft ze er verhalen over. ‘Het bittere kruid’ (1957) is haar eerste boek en is grotendeels autobiografisch. Men kan dit boek als een fictieve biografie beschouwen. ’Fictief’, omdat zij zich bijvoorbeeld de dialogen uit die tijd natuurlijk niet kan herinneren. Ze heeft haar werkelijkheid in verhalen gegoten. Na dit eerste boek volgden nog vooral ‘Een leeg huis’ (1966) en ‘De val’ (1983). Al haar werken gaan over de holocaust. De herinnering aan de jodenvervolging geeft nog steeds een bittere nasmaak. Of zoals haar echtgenoot Bert Voeten vooraan in het boek in het motto zegt: “Er rijdt door mijn hoofd een trein vol joden, ik leg het verleden als een wissel om…”

Het kamp Westerbork heb ik nog bezocht toen het nog bewoond werd door Ambonezen. De impact van het verleden drong toen nog niet zo tot mij door ondanks het verhaal, dat mijn vader op de fiets op verzoek van Joodse kennissen uit Meppel naar gedeporteerde familieleden ging om o.a. voedsel te brengen. Aan de rand van het kamp werd hij dusdanig geïmponeerd door de bezetter, dat hij onverrichter zake weer naar huis ging. Een indrukwekkende tocht in die tijd.

Tot een volgende keer.

Vorige blogs van Hans:

Reageren

4 april: Achterstallig geluk

Van auteur Lieneke Dijkzeul had ik al een paar boeken gelezen (zie: Dagen van schaamte)  toen ik ‘Achterstallig geluk’ bestelde bij Daan Nijman  in coronatijd.  Het is een deels autografische roman; na het lezen ben ik benieuwd wat wel over Lieneke ging en wat er bij verzonnen is, maar dat is natuurlijk niet echt belangrijk.  Het boek vertelt over een een vrouw van middelbare leeftijd wier moeder is overleden.  De relatie met die moeder was op z’n minst problematisch geweest. Je maakt in fragmenten kennis met de andere kinderen in het gezin: broers Han en Joes en zus Tammie en je leest hoe ze samen  met haar broer en zus het laatste stukje van hun moeders leven hebben meegemaakt.
Herkenbaar. 2017 is nog niet zo heel lang geleden (zie blog 2017) en de beschrijving was treffend.

Bij het opruimen van moeders schuurtje vindt de dochter een paar schoenen en haar eigen dagboek dat ze als kind bijhield. Als lezer wordt je meegenomen in dat dagboek en lees je hoe het gezin destijds functioneerde, maar je beziet de situatie vanuit de positie van een kind.  Het meisje schrijft over de sensatie van het leren lezen,  de wereld die zich voor je ontsluit als je boeken kunt lezen. Ook herkenbaar.  Je leest over de chronische armoede, over het opgroeien zonder vader en de verstikkende afkeuring van de grootouders daarover.
Verder gaat het ook over onvervulde dromen.

Door het lezen van het dagboek kijkt de hoofdpersoon weer met andere ogen naar het leven van haar moeder.  Het heeft haar ook iets laten zien over haar eigen leven. Als meisje van twaalf wordt haar bij het afscheid van de lagere school door een verzuurde, hardvochtige non toegebeten: “Het zal voor jou niet gemakkelijk worden om te slagen in het leven”. Toen had ze gedacht: “O nee?  Dat zal ik je laten zien”.  Onderweg naar huis had ze zich trots, vrij en onafhankelijk gevoeld,  vastberaden om wel te slagen in het leven.

De dochter was in weerzin en rancune naar het huis van haar moeder gekomen, ze dacht alleen verlies bevestigd te zien, maar ze haalde er nieuwe levensmoed uit door naar haar huidige leven te kijken met de ogen van dat kind van twaalf. Maak er wat van!  Blijf niet hangen in bitterheid en wrok,  maar maak je eigen keuzes,

Bij het lezen van dit boek herkende ik veel van wat er allemaal gebeurt in een kinderleven. Dat grote mensen dingen zeggen die je niet snapt.  Dat je afhankelijk bent van onderwijzers: sommigen zijn geknipt voor het vak,  maar sommigen hebben een desastreuze invloed op kinderen. Dat je loyaal bent aan je ouders. Dat ouders ook gevormd zijn door het gezin waar zij uitkomen.  Het maakte mij nog meer bewust van mijn eigen beschutte kindertijd zonder geldproblemen en geen grote zorgen.

Mooi boek; ‘Achterstallig geluk’ is een goed gekozen titel. Het slaat zowel op de moeder als op  de dochter.  Ik hoop van harte dat de schrijfster dat stukje geluk nog heeft beleefd.  Als dat tenminste het autobiografische deel is….

Reageren

15 maart: Dagboek van een herdershond

Als je de naam Theo van Beijeren intikt bij de zoekfunctie van deze website vind je ongeveer 25 blogs waar zijn naam in voorkomt.
Toen ik begon met bloggen was Theo nog predikant van onze PKN-gemeente, we zitten samen in het ‘website-van-de-kerk’-clubje en ook als vrijwilligers voor de Catharinakerk komen we elkaar regelmatig tegen. Verder is hij mijn mentor bij het in de lucht houden van deze website.

Eigenlijk is zijn achternaam Van Beijeren Bergen en Henegouwen.  Door zijn kleindochtertje treffend weergegeven als Van Beijeren Bergen en….. Heen en weer.
Hoe ik dat weet?  Van zijn website ‘Dagboek van een herdershond’; daar schreef ik al eens over bij het beantwoorden van de vraag ‘Lees je ook blogs van anderen? .
Op zijn website was te lezen dat hij in januari 70 werd en dat hij door zijn echtgenote/kinderen werd verrast met een prachtig cadeau: een boek met zijn tot dan toe gepubliceerde blogs.

Inmiddels heb ik dat boek in mijn bezit. Eerlijk gezegd: ik ben een trouwe lezer van zijn blog,  dus ik heb alles al eens gelezen.  Maar dat heb ik natuurlijk niet allemaal onthouden! Vooral de verhalen in het begin van het boek lazen weer als nieuw; dan heeft ouder worden ook zijn voordelen.  Theo schrijft o.a. over zijn vak als predikant, over zijn grootouders,  zijn zwak voor pepernoten en appelmoes,  zijn liefde voor Bach en het jaarlijkse opzetten van de kerstboom met de bijbehorende kerststal.
Heel divers en heel onderhoudend.

Door het publiceren van blogs geef je stukjes van jezelf bloot; je laat de lezer een klein deel van jezelf zien dat bij de meeste mensen niet bekend was.
Door de blogs die Theo schrijft ben ik anders naar hem en het werk van een predikant gaan kijken.
Hij schrijft met humor over kerkdiensten ter gelegenheid van huwelijken en over begrafenissen.
Over het bezoeken van zieke gemeenteleden in het ziekenhuis en vieringen bij jubilea en/of zijn afscheid.  Maar dat is maar een deel van hem.
We lezen ook verhalen over zijn ervaringen als leerling op de Lagere school met het liniaaltje van juf Tinga en over de docent oude talen op het gymnasium, die bekend stond om zijn bloemrijk en humoristisch taalgebruik.
Over zijn opa die een visserman was. Die tegen hem had gezegd toen hij dominee werd: “Preek niet al te ingewikkeld. Vertel de mensen maar dat God liefde is.”
Fijn als je zulke grootouders hebt.

Onze blogs lijken wel wat op elkaar en eerlijk is eerlijk: Theo was eerst, hij schrijft al vanaf 2012.
Familiegeschiedenis, muziek, guilty pleasures, kerkdiensten, actualiteit en verbastering van de Nederlandse taal; het enige waar Theo niet over schrijft zijn brei- en haakwerkjes.
Hooguit over een vilten kerststal met een kameel waarvan zijn zoons denken dat die een bomgordel omheeft….
Blogs met een glimlach.

Benieuwd naar zijn blog en/of belangstelling voor zijn boek?
Hierbij een link naar zijn website: Dagboek van een herdershond.
Op het laatste blog in het boek van december 2020 vind je een foto van een jeugdige Theo op zijn brommer, een Batavus.
Niet te geloven dat die slungel op die foto nu al zeventig is….!

Reageren

28 februari: Geloven van wieg tot graf.

Eén van onze PKN-gemeenteleden, Cor Keers, heeft een boek geschreven.
Cor en ik kennen elkaar oppervlakkig van de keren dat we elkaar ontmoeten bij activiteiten van de kerk of bij de koffie na een viering.
In coronatijd hebben we elkaar één keer gesproken: toen ik het boek kwam ophalen dat ik van hem had gekocht.
Het boek heet ‘Geloven van wieg tot graf’ en de subtitel is  ‘Een studie over zingeving’.
Dit staat o.a. op de achterflap: Cor vertelt openhartig over zijn leven. U leest over zijn succesvolle studietijd en zijn carrière als sociaal psycholoog, maar ook over zijn gang door de psychiatrie als patiënt, worstelend met psychosen. Met voorbeelden uit de psychologie, theologie en filosofie laat de auteur zien hoe hij omgaat met al die gebeurtenissen en zin geeft aan zijn leven.’

Vooropgesteld: ik lees nooit zulke boeken.
Onder het kopje ‘Lezen’ in de menubalk zie je waar mijn interesse naar uit gaat en dat zijn geen studies over zingeving.
Maar ik vond dat ik het in ieder geval een kans moest geven
Het begin pakte me direct; in het eerste deel beschrijft Cor zijn leven, het is onderhoudend en tegelijkertijd aangrijpend.
Zonder opsmuk vertelt hij over wat hem is overkomen en hoe hij het allemaal heeft beleefd.
Zijn eerlijkheid is onthutsend.
Hij beschrijft hoe het is als je in een isoleercel zit omdat je helemaal de weg kwijt bent.
Wat een psychose met je doet, wat het doet met je naaste omgeving en wat het betekent voor je carrière.

Het boek kan ruwweg verdeeld worden in vier delen; het tweede deel gaat over ‘Taal’: het belang van ‘taal & verhalen’, het verschil tussen beschrijvende en inspirerende verhalen, gelardeerd met voorbeelden uit de bijbel.
Het derde deel is gewijd aan zingeving: vanuit drie zienswijzen (psychologie, filosofie en theologie) wordt in dit deel gekeken naar dit begrip.
Eén voorbeeld haal ik aan ter verduidelijking: hoe geef je zin aan je leven als je in een concentratiekamp zit?
Het laatste deel gaat ook over zingeving, maar dan in combinatie met Cor’s manier van geloven.
Daarin beschrijft hij wat het geloof voor hem betekent en hoe hij in de loop van de jaren anders is gaan geloven.

Een boek van 384 pagina’s kun je niet samenvatten in een blog van 500 woorden, maar ik kan wel vertellen wat het met me heeft gedaan.
Het boek lag zes weken op onze bank en zes weken keek Cor me vanaf de voorkant indringend aan.
Al lezend leerde ik hem goed kennen.
Wat heb ik geleerd van dit boek?
– Dat zingeving altijd iets is dat je zelf moet doen: niet bij de pakken neer zitten, niet zwelgen in wat niet meer kan, maar doen (en genieten van) wat wel kan.
– Dat het lidmaatschap van de PKN-gemeente Roden-Roderwolde voor Cor (en voor mij) erg zinvol is en dat de bijbel een verrassend actueel boek is.
– Hoe belangrijk mensen in je omgeving zijn die naar je luisteren, interesse tonen en je ondersteunen.

Wat hielp bij het lezen van dit boek is dat ik door mijn christelijke opvoeding op de hoogte ben van de inhoud van de bijbel.
Om in die bijbelse terminologie te blijven: voor een ‘Martha‘ als ik is dit boek te zware kost, maar ik had het niet willen missen.
Respect en bewondering voor deze vechter die zijn hele ziel en zaligheid in dit boek heeft gelegd en daarmee begrip vraagt voor de vaak onbegrepen wereld van de psychiatrische patiënt.

Belangstelling voor dit boek? Plaats hieronder een reactie, dan breng ik je in contact met Cor.

Reageren

24 februari: Pinkeltje en de boze tovenaar.

“O…..daar komt Snorrebaard de kamer in! Pinkeltje holt maar snel naar zijn holletje onder de etenskast”.
Ademloos zat ik als zes-jarige te luisteren naar juf Hunze die ons voorlas over Pinkeltje, het kleine mannetje dat bij meneer Dick Laan in huis woonde.
Met zijn muizenvriendjes Knabbeltje, Grijshuidje, Zwartsnoetje, Kraaloogje en Langstaartje, de kat Snorrebaard, de goudvis Goudhuidje en de spin Zilverdraad.
Buiten in de tuin woonde de snoodaard Wipstaart, een kraai die het Pinkeltje en zijn vriendjes soms knap lastig maakte.

We keken uit naar moment aan het einde van de dag als juf haar stoel achteruitschoof en het voorleesboek pakte.
Van de andere boeken weet ik eigenlijk helemaal niets meer, maar Pinkeltje was bij ons op school mateloos populair.
Bij mij in de klas zat een jongetje (dat Gerard heette), dat niet naar school kon omdat hij ziek was. Huilend riep hij tegen zijn moeder: “Maor dan weet ik ja niet hoe ’t met Pinkeltje verder giet…!”
Toen ik later onze kinderen voorlas uit de Pinkeltje boeken waren de dames ook zeer begaan met het lot van het kleine mannetje dat zo’n last had van die kraai. “Toute Wiptaart!”

Toen ik al wat klassen hoger zat kreeg ik zelf een boek uit de Pinkeltje reeks: Pinkeltje en de boze tovenaar.
Pinkeltje woonde toen al niet meer bij meneer Dick Laan, maar was verhuisd naar Pinkeltjesland.
In het boek was een betoverd bos waar een boze tovenaar in woonde. In Pinkeltjesland verdwenen vervolgens op raadselachtige wijze kinderen; de suggestie werd gewekt dat ze in dat betoverde bos bij die boze tovenaar werden vastgehouden. Maar niemand durfde natuurlijk dat bos in te gaan om te gaan kijken; iedereen was ‘schietensbenauwd’ voor die boze tovenaar.
Op een dag is ook de zoon van koning Pinkelpracht verdwenen.
Pinkeltje ontpopt zich als een ware held door met een toverzwaard het bos in te trekken.
Verder is er nog een raadselachtige toverkogel, een toverboek met ingewikkelde spreuken en hele grote, betoverde vissen in de vijver van het bos; er zwemt één goudvis bij…..
Spanning en sensatie voor een kind van 9!
Daar is het zaadje al geplant voor mijn interesse in boeken met geheimen en mysteries.

Het boek van Pinkeltje staat nu voor het raam in onze kamer.
Eén van onze cantorijleden is betrokken bij het project ‘Hoera, Noordenveld heeft er nieuwe lezers bij’!
Meer weten? Hierbij een link naar een artikel op  ‘Dit is Roden‘, waar je ook een leuke video vindt.
Deze oproep kregen alle cantorijleden van haar:

We zijn met de vrijwilligers van ‘Hoera’ bezig een boekenspeurtocht te organiseren.
Zet je ook een kinderboek voor je raam?
Dit is tijdens de voorjaarsvakantie, veel  kinderboeken voor de ramen hoe leuker de speurtocht  voor de kinderen!! 

Wat een origineel idee en wat een leuk initiatief.
Ik zette Pinkeltje pontificaal voor het raam en stuurde een foto naar de organisatie met ons adres erbij.
Het boek en het schrijven erover bracht me weer even terug in mijn kindertijd.
Het plaatje van de boze tovenaar die ‘zijn vissen’ voert  (klik op de afbeelding voor een vergroting) staat in mijn geheugen gegrift.
Hoe ik lag te griezelen in bed toen Pinkeltje samen met Mierepiet en Torrelor…..

Reageren

13 februari: TBONTB 23 – Het nieuwe lezen

Zoals ik als kind uitkeek naar de dag dat ik naar de eerste klas van de Lagere School mocht waar ik zou leren lezen, zo keek ik in 1994 uit naar de eerste computer die Gerard en ik kochten.
In 1986, toen ik stopte met betaald werken, werkte ik bij Justitie in Assen al met een computer/tekstverwerker, dus ik wist wat er allemaal mogelijk was.
De computer is voor mij één van de zegeningen van deze tijd.

Lezen. Vroeger las je boeken, tijdschriften en kranten.
Voor het laatste nieuws was je aangewezen op radio en tv; ik vond teletekst destijds al geweldig.

Met de computer kwam ook de toegang tot internet ons huis binnen en kon je schier eindeloos informatie verkrijgen over de meest uiteenlopende onderwerpen.
Mijn vader (hij overleed in 2008) vond dat internet een werelduitvinding. Hij kon zich helemaal verliezen in het switchen van de ene naar de andere website en heeft wel eens verzucht: “Eigenlijk ben ik te vroeg geboren.”
Als kind van mijn vader is mijn nieuwsgierigheid ook bijna niet te bevredigen. Hoe zat dat dan? Hoe kwam dat dan? Wat is er dan precies gebeurd?

Zie ik een documentaire over ‘the Windsors’ met het verhaal van Edward VIII  op televisie, dan zoek ik alle achtergrond-informatie op over Wallis Simpson. Dan wil ik weten hoe het verder met die twee ging en of zo ook gelukkig waren. Dat soort vragen kun je tegenwoordig allemaal opzoeken op internet; vaak begin ik mijn zoektocht op Wikipedia en van daaruit kom ik bijna alles te weten.
Zo gaat het ook met boeken die ik lees. Gaat het over een grote ramp in de wereldgeschiedenis? Dan zoek ik de informatie er bij. Lees ik iets over een beroemd schilderij? Ik zoek met ‘afbeeldingen’ het plaatje er bij.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over alle andere dingen die ik al turend op mijn beeldschermen (computer, telefoon, tablet) al lezend tot mij neem.
Nieuws op Nos.nl, royaltyverhalen op Vorsten.nl, herkenbare 50+-verhalen op Saarmagazine.nl, handwerkinspiratie op Blijdatikbrei.nl, kerkelijke informatie op PKN-Roden.nl.
Het lezen is heel langzaam verschoven van papier naar beeldscherm, maar de nieuwste vorm van informatie opnemen wint ook steeds meer terrein: de podcast. Daar maak ik ook al gebruik van, al heb ik het idee dat er op dat gebied nog heel wat valt te ontdekken.

Van vrienden hoor ik dat je tegenwoordig bijna alle boeken ook digitaal kunt kopen en dat je die dan kunt lezen met je E-reader.
Dat zal best, maar dat gaat Aaltje niet doen; die schermen zie ik namelijk al veel te veel, o.a. op mijn werk. Voor mijn ogen en voor mijn geest is het beter om voor de broodnodige ontspanning te genieten van een papieren boek.
Rustig één voor één de bladzijden omslaan, jezelf een beeld vormen van de personages en hun entourage en opgekruld op de bank meeleven met de hoofdpersonen.
Heerlijk even met kop en oren ‘in een boek zitten’.

Inmiddels heb ik een manier gevonden om alle bovenstaande vormen van lezen te combineren, waarbij ik nog steeds moet oppassen dat ik het ‘schermlezen’ voor mezelf begrens.

Door 6 jaar ‘Waarde van de dag’ lees ik niet alleen, maar word ik ook gelezen.
Een bijzondere ervaring!

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’.

Reageren

Pagina 1 van 11

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén