een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Muziek Pagina 1 van 39

7 mei: Meedoen!?

In deze weken zijn we met de cantorij aan het oefenen voor Pinksteren: op 1e Pinksterdag werken we mee aan de viering in Op de Helte.
We zingen o.a. het lied ‘Kom Schepper, Geest’ (lied 697).
Het duurt altijd even voor iedereen het goede lied voor zich heeft, want we zingen die zondag ook 679….. “Nee, die niet…. die andere!”
697 heeft 5 coupletten en een refrein, die afwisselend één- of meerstemmig worden gezongen.
Karel probeert ons uit te leggen wie wanneer wat moet zingen en heeft het over strofes, systemen, noten en coupletten en wijst daarbij links ‘ Kijk HIER’ en rechts ‘Zie je? DAAR’ over de pagina’s van zijn eigen boek.
Op de achterste rij (waar de bassen en tenoren tegenwoordig zitten) zijn de mannen het overzicht even kwijt.
“Snap jij der wat van…..?” horen we één van hen aan zijn buurman vragen.
Maar uiteindelijk komt het goed. Karel drukt ons op het hart dat we zélf mee moeten tellen en dat het couplet begint ‘een kwartnoot ná de 1e tel’.
“Ik sta in die dienst met een grote trommel de maat te slaan, dus ik kan jullie niet dirigeren.”
Hij raadt ons aan om een hologram van hem als hij staat te tellen in ons hoofd te hebben.
Ja, hij kan het mooi zeggen…..
Bij het Sanctus moeten we volgens hem ‘vermoedend zingen’; niet tetteren alsof je het zeker weet, maar vermoedend.
Bij het inzingen vraagt hij of we maximaal mysterieus willen zingen.
Of blij.
En ‘Geest van hierboven’ moet gezongen worden ‘alsof het een Italiaanse dans is.’
Wij doen het allemaal braaf en zingen vermoedend, mysterieus, blij en alsof het een Italiaanse dans is.
En het klinkt daardoor mooier.
De cantorijleden kunnen de dingen soms ook mooi zeggen. We zongen een bewerking van psalm 66 van Karel, die het schrijven van muziek kennelijk gemakkelijk af gaat.
“Hij schudt het uit zijn losse mouw” zei een cantorijlid daarover.

Al jaren steek ik de loftrompet als het gaat om onze cantor Karel en weet je wat leuk is? Begin juni is de laatste repetitieavond van dit seizoen en dan mag iedereen meedoen!
Zing je graag? Bespeel je een instrument? Geef je dan op voor ‘Groot Samenspel’ op 9 juni.
Dit staat erover in Kerknieuws:

UITNODIGING
Zangers en instrumentalistengezocht voor ‘Groot samenspel’
met de Cantorij Roden.

Op dinsdagavond 9 juni organiseert de Cantorij Roden een ‘Groot Samenspel’.
We nodigen iedereen uit om samen met ons te komen zingen of te spelen op een muziekinstrument: bugel, dwarsfluit, blokfluit, (bas)gitaar, cello, klarinet of elk ander instrument.
Hoe meer, hoe beter.
Wij zorgen voor geschikt repertoire – een Taizé lied, Bachkoraal of een bekend lied uit het Liedboek.
We zorgen ook voor de bladmuziek – voor ieder niveau.

Datum: 9 juni
Tijd: 19:30 – 21:30 uur
Locatie: Op de Helte.

Om ons te kunnen voorbereiden horen we graag vooraf of je komt en welk instrument je bespeelt of komt meezingen door het sturen van een mail naar: karel.stegeman@gmail.com.
Wij hopen op een grote en diverse opkomst!

Woon je in de buurt? Pak je kans: twee uur met elkaar zingen en musiceren onder de bezielende leiding van Karel Stegeman.
Ook als je niet bij onze gemeente hoort ben je van harte welkom.
Zegt het voort of, om in kerkelijke termen te blijven: roept uit aan alle stranden!

Reageren

6 mei: Lady Godiva

Maandagmorgen werd ‘Lady Godiva’ gedraaid in de ochtendshow van Bert Haandrikman.
Je kent het vast wel, ‘her long blonde hair….’
Niet? Klik hier om het te beluisteren.
Peter & Gordon zingen het.
Wat zou er bedoeld worden met ‘Her long blonde hair lyin’ on the barber’s floor’ vroeg ik me af.
Knipte ze haar lange blonde haar af? Waarom?
Ik zocht het op.
En kwam er achter dat ‘Lady Godiva’ een Engelse legende is.

Lady Godiva
afbeelding: Wikipedia

Lady Godiva of Coventry was een dame uit adellijke kringen, die volgens een legende naakt  door de straten van Coventry reed.
Ze was de mooie echtgenote van Leofric, graaf van Mercia en heer van Coventry (968 – 1057).
De bevolking was arm en leed ernstig onder de belastingdruk die Leofric hen oplegde.
Godiva vroeg haar man meerdere keren om de belastingen te verlagen, maar deze weigerde steeds.
Op den duur werd hij flauw van haar gezeur en zei schertsend dat hij de belastingen zou verlagen als zij, op een paard, zonder kleren aan door de stad zou rijden.
Lady Godiva ging dit vervolgens daadwerkelijk doen; haar lichaam werd bedekt door haar lange haren.
Volgens bronnen in de 16e eeuw werd er vooraf een proclamatie uitgevaardigd dat iedereen binnen moest blijven en de luiken moest sluiten, waarop zij door de straten reed.
Toch was er iemand, een kleermaker met de naam Tom, die geen weerstand kon bieden aan de verleiding. Hij maakte een gaatje in zijn luik waar hij doorheen kon gluren.
Leofric hield zich aan zijn woord en maakte een eind aan de hoge belastingen.
Het verhaal kreeg voor Tom nog een staartje: hij zou voor zijn daad met blindheid zijn gestraft.
Tegenwoordig is Peeping Tom in het Engels een synoniem voor gluurder of voyeur.

Maar…… het liedje van Peter & Gordon mag dan Lady Godiva als titel hebben: het gaat niet over de vrouw uit de vroege middeleeuwen.
Het gaat over een danseres/stripteaseuse met prachtig lang haar, die zonder gêne carrière maakte in de filmindustrie met rollen van bedenkelijk allooi.
De muzikanten gebruikten dus wel het beeld van de legende van Godiva, maar maakten er een eigentijdse versie van.
Ze knipte haar haar af: ze had het niet meer nodig om haar vrouwelijk schoon te bedekken. Ze verdiende nu immers genoeg om kleren te kunnen kopen…..
Het was een hit in 1966. De burgemeester van Coventry maakte destijds bezwaar tegen het nummer: hij vond de tekst obsceen en deed afbreuk aan ‘hun’ Lady Godiva.
Het lied mocht in Coventry dan ook niet ten gehore worden gebracht.

Meer weten over Godiva?
Hierbij een link naar een artikel over haar op Wikipedia.

Reageren

23 april: Snelle. Op deze website?

Nooit gedacht dat ik op dit blog nog eens aandacht zou vragen voor Snelle.
Hij heet Lars Sebastiaan Bos en hij is in Nederland bekend onder de artiestennaam Snelle; hij is een rapper, zanger en tv-presentator.
Kan ik kort over zijn: heb ik niks mee.
Vanmorgen lag ik te genieten van mijn ochtendkwartiertje (wel al wakker, nog lekker in bed, radio 5 aan) toen er een nummer van hem werd gedraaid in de ochtendshow ‘Goeiedag Haandrikman’.
Het nummer heet ‘Laat het licht aan’ en je hebt het vast wel eens voorbij horen komen, want die lange uithalen oooooh ooooh vallen in eerste instantie het meest op.
Nu hoorde ik wat hij zong.

Het liedje is geïnspireerd op de documentaire ‘Kind van dementie‘* die is gemaakt door Rhanna, Snelle’s stiefzusje. Zij verloor haar vader aan dementie.
In die documentaire volg je zeven jongeren die een ouder hebben met dementie. Zij krijgen te maken met ‘levend verlies’.
Een jongen vertelt over het moment dat ze zich realiseerden dat het de laatste nacht zal zijn dat zijn vader en moeder samen slapen, want de volgende dag gaat zijn moeder, die Alzheimer heeft, naar het verpleegtehuis. Snelle: “Toen dacht ik: dan komt er dus een moment dat je samen in bed ligt en dat je voor de allerlaatste keer dat nachtlampje uitdoet. Dat lijkt me een bijzonder pijnlijk moment.”

Meer hoef ik er niet over te zeggen.
Hierbij een link naar de video-clip; de tekst die Snelle zingt wordt getoond bij de beelden.

Laat het licht aan

Hij heeft haar lievelingsboek vast ingepakt
Al heeft ze die al honderd keer gelezen
Hij weet eigenlijk niet eens of ze dat nog kan
Maar het ging zo hard, zoals verwacht die laatste weken

Beneden aan de trap staan de dozen
Hij loopt met rooddoorlopen ogen naar boven
Hij kijkt haar aan en zij heeft echt nog geen idee
Hij zegt: “Ik hou van jou” en laat alles lopen
Zij is de kleine lepel, hij weer de grote
Een kus op haar hoofd en z’n armen om haar heen
Al is ze er al maandenlang niet meer
Vannacht is het de allerlaatste keer

Oh, oh Laat het licht nog even aan
Oh, oh Stop de tijd, ze mag niet gaan

En morgenochtend brengt ie haar ontbijt op bed
En dan lopen ze een rondje door haar nieuwe buurt
En dan brengt ie haar als altijd zelf wel weg
Het kan alleen zijn dat het ritje nu net iets langer duurt

En hij zegt: “Kijk eens, lieverd, hier ga je wonen
Ze gaan je lievelingseten hier koken
Ze gaan hier beter voor je zorgen dan ik kan”
Maar dat is allemaal gelukkig pas morgen
Ze doen gewoon of ze de wekker niet horen
En ze kunnen vast niet slapen door de lamp
Ze mag niet gaan, maar het gaat niet meer

Oh, oh, Laat het licht nog even aan
Oh, oh, stop de tijd, ze mag niet gaan

Oh, oh Laat het licht aan in haar hoofd
Stop de tijd, ze mag niet gaan
Laat het licht nog even aan
Oh, oh Laat het licht aan in haar hoofd
Stop de tijd, ze mag niet gaan
Laat het licht nog even aan

Reageren

28 maart: C’est la vie.

Dinsdagmiddag moesten we naar het UMCG voor Gerard’s wekelijkse injectie.
We zaten tussen 17.30 en 18.15 uur in de auto en luisterden naar ‘Bert op 5’.
Bert Kranenbarg besteedt in zijn programma altijd aandacht aan Franse muziek; die dinsdag draaide hij op verzoek van ene Trudy een chanson van Gilbert Becaud.
De titel was ‘Il s’en va, mon garçon’.
Kranenbarg vertelde: “Het gaat over een vader die zijn zoon uitzwaait die het huis uit gaat; als een vogel op zijn eerste vlucht. Ze hebben samen zijn koffer ingepakt, twee zakdoeken en drie overhemden en daar gaat hij, op zoek naar het geluk.”
Hij zei er nog bij: “Mooie tekst, goed verstaanbaar.”
‘Als je Frans spreekt…’ dacht ik er achter aan, want als je die taal niet spreekt snap je er de ballen van.

Het was een prachtig liedje.
Mooi onderwerp ook.
Herkenbaar als je ooit kinderen hebt uitgezwaaid.

Hierbij een link naar het lied op YouTube.
Als je daarna klikt op dit PDF: 2026.03.28 Il s’en va, mon garcon dan kun je de Franse tekst meelezen, daarnaast staat de vertaling in het Nederlands.

Een leeg nest.
Er is zelfs een syndroom naar genoemd.
Het lied beschrijft de gevoelens van de vader die we als ouders allemaal herkennen.
Dat het twintig mooie jaren waren en dat we er van hebben genoten.
Maar dat we onze kinderen ook niet goed kenden, dat er muren tussen ons in stonden.
Het kind vertrekt om zijn eigen lied te zingen; in de laatste alinea herkent de vader het moment waarop hij zelf zijn ouderlijk huis verliet.

C’est la vie.

Reageren

11 maart: Muziek op zondagmorgen.

Vaste lezers weten het: zondagmorgen om 09.00 uur begint mijn dag met Jacques Klöters van het programma ‘De sandwich’ op Radio 5.
‘Goedemorgen. Heb je goed geslapen?’
Jacques begint met een gedicht en daarna draait hij een mooi, oud nummer; afgelopen zondag was dat Bing Crosby met ‘Little man’.
Ondertussen kleed ik me aan, ontbijt ik, maak een puzzel, zoek mijn liedboek op en bereiden we ons voor om naar de kerk te gaan.

Afgelopen zondag begon er een liedje dat ik eerst niet herkende. Een gitaar en een mannenstem. Mooi ja.
Maar het kwam me wel heel bekend voor…. ‘Where are those happy days, they seem so hard to find. I try to reach for you, but you have closed your mind….’
Luister maar eens: klik hier. Herken jij het?
Klöters zei er over: ‘Deze zanger maakt dat het nummer minder doordendert, hij zingt het wat melancholieker.

Even daarvoor had ik een bijzonder Groningse lied voorbij horen komen.
‘In dit hoes’ van Arnold Veeman.
Nooit van gehoord. Wat een mooi liedje!
De volgende morgen zocht ik het weer terug en luisterde nogmaals naar het liedje, nu niet als geluidsbehang op de achtergrond maar met aandacht.
‘In dit hoes bin ik geboren, oet dit hoes kom ik oet tied’.
Even later hoorde ik de zanger zingen ‘As mien hoed mien taol nait waormokt….’
Huh?
Als mijn huid mijn taal niet waar maakt?
Hoezo?

Daar wilde ik meer van weten.
Een paar klikken op het world wide web en ik wist wat er aan de hand was.
Arnold heeft een Surinaamse vader en een Nederlandse moeder en  heeft een deel van zijn leven op het Groningse platteland gewoond.
Maar hij heeft een donkere huidskleur en als hij in het Gronings zingt, dan vinden mensen daar wat van.
“Hoe kan dat? Zo’n gekleurde jongen die zingt in onze taal?”
“Hoezo onze taal. Het is ook mijn taal” zegt Arnold daar zelf over in een interview dat ik vond.
Arnold praat eind januari met Gerja Wolf van het programma ‘De Avond van vijf’ over dit lied, zijn nieuwe single en over zijn Gronings zijn.
Wil je het ook beluisteren? Hierbij een link naar de website van dat programma, onderaan kun je het fragment met het gesprek met Arnold aanklikken.
Aan het eind van het programma wordt het lied gedraaid.
Het staat ook op Spotify, daar kun je het ook beluisteren.

Reageren

17 december: Proosten op heur.

Der was een kaorte veur mij dankzij Hans en Bea. Die hadden zien dat op 16 december de veurstelling ‘Advent’ was in de Stadsschouwburg in Grunnen: Daniël Lohues met Holland Baroque.
We zaten met ’n dreien in de loge op de eerste rij.
Het was weer ‘fabelhaft’.

Lohues zat midveur op de bühne met een kistorgel veur zöch met het orkest um hum hen.
’t Is een wonderlijke combi van muziek op zu’n aomnd, dit was de daarde veurstelling die ik zag in dizze samenstelling.
De eerste was in oktober 2019 en de tweede veurig jaar, beide in de Neie Kolk in Assen.

Der was wel wat overlap met die veurgaonde edities, maor dat mak mij hielemaol niks uut: ok nou zat ik weer te genieten van het ontroerende ‘Tik, tak, daor giet de tied’ en de weergaloze uutvoering van ‘Holt veur op het vuur’. En ok al he ‘k die liedties al best vaak heurd: met dit orkest der bij klinkt het hiel aans.
Maor ie heurt niet allent liedties van Lohues, heur, der wordt ok prachtige klassieke stukken speuld: uut het Weihnachtsoratorium bijveurbeeld.
En uut de cantate ‘Wachet auf, ruft uns die Stimme’ het wondermooie ‘Zion hört die Wachter singen’.
Lohues speult bij die stukken zölf met op het orgel. Ie ziet de concentraotie op zien gezicht, maor het plezier in wat e an het doen is spat der van of.

Het verdriet van de afgelopen weke zit nog behoorlijk an de oppervlakte.
Lohues vertelde over dizze donkere dagen veur kerst en dat de sterren dan zo mooi te zien bint.
En dat de mensen die oons ontvallen bint ok as sterren an de hemel staot en dat wij die zo mist; ik was al in traonen veurdat e begunt was met zingen.
Hij zung het lied ‘Wij proosten op heur’ met zinnen as ‘Sinds zij der niet meer is….’ en ‘hoe wij an heur denken hier.’

Der was ok een lied dat nog niet zo lang op het programma stun: twee weken veur de uutvoering haar Daniël van iene een mooi keersie kregen en over het locht van dat keersie haar e een nei liedtie maakt.
Het kleine lochie haar hum der an herinnerd dat het locht altied starker is as het duuster ( stiet argens in de biebel of zo….).
‘Het kan nooit zo duuster worden dat dat iene kleine lochie niet meer zichtbaar is’ en daorna volgde een ontroerend lied over ‘Het duuster veurbij’.

Der was ok nog een mooi verhaol over Bach die bij de destieds beroemde organist Reincken komt kieken in Hamburg.
Daorover vun ik vandage op de website van de Bachvereniging dizze column van Lohues waor hij dat hiele verhaol uut de doeken döt.
Wij hebt gusteraomnd dat Nedersaksische liedtie heurd waor as hij in dizze column over schref; over een liedeman die een plekkie zöch in een herberg um te speulen.
En daorna speulden ze het stuk Fantasia & Fuga in g klein, BWV 542.

’t Programma was mij weer te kört, ik haar nog wel een ure willen zitten.
En weer kön ik gien CD kopen van dizze mooie combinatie van muziekstijlen….. jammer heur.
Dus: a’j t zien en heuren wilt moe’j der volgend jaor toch echt zölf hen!

Reageren

30 november: 1e Advent – Hoop.

Vanmorgen rond 09.30 hoorde ik op de de radio het liedje ‘De tijd stond even stil’ van Ramses Shaffy en Liesbeth List.
Mooi liedje. Kende ik niet.
Presentator Jacques Klöters vertelde daarbij iets over het stilstaan van de tijd. Dat er in het Grieks twee woorden waren voor tijd, die allebei iets anders betekenden: Chronos,  dat staat voor kloktijd, meetbare tijd  en Kairos, daarbij gaat het om de innerlijke tijdsbeleving.
Meer weten? Op de website ‘Grit in education’ vond ik een mooi artikel over dit onderwerp: Chronos en Kairos – twee gezichten van de tijd

Hoe wonderlijk is het dan dat in de PKN-viering van vanmorgen dominee Sybrand van Dijk ons bij de liturgische bloemschikking vertelde over die twee soorten tijd.
Dat iets soms al twee jaar geleden is, terwijl je denkt; “Twee jaar alweer! Voor mij is het als de dag van gisteren…..”
De tekst bij het bloemstuk was: schijnbaar dode takken met dikke knoppen als teken dat er weer nieuwe toekomst is.
Bijzonder was dat Sybrand al weer voorging in deze dienst, nadat we deze week afscheid hebben genomen van zijn Henk.
Hij zei daar zelf over: ‘Je moet de dingen gewoon weer doen. Elkaar ontmoeten, elkaar begroeten, het leven van alledag leiden in al zijn facetten, daarin ontmoet je de ander en dat is helend voor jou en en je verdriet. Dat heb ik de afgelopen jaren bij velen van u gezien. Hoe groot de ontreddering ook is en hoe groot het gemis: het helpt als je weer gewoon je dingen oppakt die je anders ook deed.’ De herkenning én de ontroering was voelbaar en zichtbaar vanmorgen.

In de overdenking lag de nadruk op de hoop en waar ik anders nog wel eens terugluister via kerkomroep of YouTube was dat vanmorgen niet mogelijk: de viering is niet opgenomen. Maar strekking van het verhaal wordt samengevat in onderstaande tekst van Vaclav Havel.

Inspiratietekst ‘Hoop’

Diep in onszelf dragen wij hoop.
Als dat niet het geval is, is er geen hoop.
Hoop is een kwaliteit van de ziel en hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt.

Hoop is niet voorspellen of vooruitzien.
Het is een gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart, verankerd voorbij de horizon.
Hoop in deze diepe en krachtige betekenis is niet hetzelfde als vreugde omdat alles goed gaat, of bereidheid je in te zetten voor wat succes heeft.
Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet omdat het kans van slagen heeft.
Hoop is niet hetzelfde als optimisme; evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen.
Het is de zekerheid dat iets zinvol is onafhankelijk van de afloop, onafhankelijk van het resultaat.

Vandaag is het de eerste zondag van Advent; vanmorgen staken we in de kerk de eerste kaars aan.
Voor op de salontafel maakte ik zaterdag een adventsbloemstuk.
Dat doe ik ieder jaar, maar ook ieder jaar weer anders.
Benieuwd? Klik hier naar het blog daarover van vorig jaar, onderaan vind je een overzicht van de voorgaande jaren.

Nog even terug naar dat liedje van Ramses en Liesbeth.
Mooi liedje; ik zocht het op: De tijd stond even stil 

Reageren

25 november: ….. möcht ich im Stehen sterben.

Twee weken geleden hoorde ik op een morgen bij de Arbeidsvitaminen een lied van Reinhard Mey.
Eerst was het ‘geluidsbehang’ want ik was iets anders aan het doen, maar ik werd geraakt door de de woorden ‘….möcht ich im Stehen sterben.’
Een voor mij volslagen onbekend lied, uitgebracht in 1974.
Mey werd beroemd in Nederland met het lied ‘Als de dag van toen’ uit 1975; dit zat er net voor aan en heeft in ons land geen aandacht gekregen.
Het lied heet eigenlijk ‘Wie ein Baum, den mann fällt’.
Zoals een boom die men velt, zoals een aar op het veld, ‘möcht ich im Stehen sterben’.
Mey zingt zinnen als: ‘wenn sich meine Blätter herbstlich färben’ en ‘Wenn ich Freund Hein wie einen eis’gen Luftzug um mich wehen spür’.
Duitse dichtkunst.

‘Im Stehen sterben’ betekent  letterlijk ‘sterven terwijl je staat’ , maar het wordt figuurlijk gebruikt om aan te geven dat iemand sterft tijdens het volbrengen van een taak en dat hij of zij niet opgeeft voordat de taak voltooid is. Het impliceert dat iemand tot het uiterste gaat en tot het einde toe vasthoudt aan een principe of strijd.
In onze taal hebben wij daar ook een uitdrukking voor: ‘In het harnas sterven’.
Wij gebruiken die uitdrukking vooral om aan te geven dat iemand overlijdt tijdens het uitoefenen van zijn beroep terwijl hij nog zeer actief is.
De uitdrukking is een metafoor (afkomstig uit de middeleeuwen) en verwijst naar het sterven in het harnas als een “ridderlijke” en eervolle manier om te overlijden.

Vorige week had ik een vriendin aan de lijn; we hadden het over ouder worden en over hoe onze ouders waren overleden. Haar vader had een lang ziekbed gehad en zij vertelde: “Dat is toch wel mijn schrikbeeld voor de toekomst: dat je in bed komt te liggen of in een rolstoel belandt en dat je dan je afhankelijk wordt van mantelzorg.”
Ik vertelde haar over bovengenoemd lied van Mey en later op de avond stuurde ik het haar toe.
Een tekst om over na te denken.
Met een melodie die in je hoofd blijft zitten en muziek die doet denken aan ‘Als de dag van toen’.
Voor dit blog maakte ik een PDF met de Duitse tekst, met daarnaast een vertaling: Wie ein Baum den mann fällt
Verder geef ik je hierbij een link naar het nummer op You Tube: Wie ein Baum.
Een pareltje.
Geniet er van.

Reageren

19 november: Een horloge & een parelketting.

Jacques Klöters begint zijn radioprogramma op zondagmorgen altijd met een gedicht.
Een aantal weken geleden was dat een oud gedicht; het was in 1870 geschreven door Rosalie Loveling en de titel was ‘Het geschenk’.

I

Hij trok het schuifken open,
Het knaapje stond aan zijn zij
En zag het uurwerk liggen:
‘Och, grootvader, geef het mij?’

– Ik zal ’t u wel eens geven,
Toekomende jaar misschien,
Als gij wel leert en braaf zijt,
Zeî de oude, wij zullen zien.

‘Toekomend jaar!’ sprak het knaapje,
‘O, grootvader, maar dan zoudt
Ge lang reeds kunnen dood zijn;
Ge zijt zoo ziek en zoo oud!’

En de oude man stond te peinzen,
En hij dacht: het is wel waar,
En zijn lange vingren streelden
Des knaapjes krullend haar.

Hij nam het zilvren uurwerk,
En de zware keten er bij,
En leî ze in de gretige handjes,
‘’t Komt nog van uw vader,’ sprak hij.

II.

Daar was een grafje gedolven;
De scholieren stonden er rond,
En een oude man boog met moeite
Nog eene knie naar den grond.

Het koele morgenwindje
Speelde om zijne haren zacht;
Het gele kistje zonk neder;
Arm knaapje, wie had dat gedacht!

Hij keerde terug naar zijn woning,
De oude vader, en weende zoo zeer
En lei het zilvren uurwerk
In ’t oude schuifken weêr.

Aandachtig had ik geluisterd en ik, emotionele dweil, was in tranen.
Het gedicht deed me denken aan de smartlap die vroeger in mijn liedjesmap stond.
Het was een lied van de Zangeres zonder Naam en het heette ‘Het parelsnoer ‘.
De eerste regel was ‘Klein Greetje kwam dikwijls bij grootmoe, wel 6,7 keer op een dag, ze vindt het bij grootmoe zo heerlijk, omdat ze daar alles van mag.’
Het gegeven waar het verhaal om draait is hetzelfde, maar bij dit lied gaat het niet om een grootvader met een zilveren horloge, maar een grootmoeder met een parelketting.

Wát een ontzettende smartlap!
Voor mijn moeder heb ik het nog wel eens gezongen, maar het staat al jaren niet meer in mijn zangmap: ik krijg het er niet meer uit.
Wil jij het lied nog eens horen, gezongen door Mery Servaes?
Hierbij een link naar een uitvoering op YouTube. 

Reageren

29 oktober: Niet zwanger.

“Als je geen activiteit hier in je onderbuik voelt….” zei cantor Karel op de cantorijrepetitie over wat we moesten voelen tijdens de buikademhaling als je goed zingt “….dan ben je niet zwanger!” vulde alt naast mij fluisterend aan. Gedeeld stil plezier op de achterste rij. Niemand hoort dat verder, want we

….buikademhaling….

mogen eigenlijk niet beppen tijdens de repetitie. Karel had ons voor het inzingen al streng toegesproken: “Zondag werken we mee aan één van de belangrijkste vieringen in het kerkelijk jaar (de gedachtenisdienst waarin de gemeenteleden worden herdacht die zijn overleden het afgelopen jaar) en we hebben een vol programma. Ik vraag vanavond van jullie opperste concentratie en geen geroezemoes tussendoor.”

Maar dat lukt natuurlijk nooit, temeer omdat Karel zelf soms hele rare dingen zegt waar je wel op móet reageren.
“Mannen: dit moet gezongen worden als boter! En dan niet van die harde, nee, boterzacht. Denk aan van die 100% pindakaas die je op je boterham smeert: zo moet je zingen.”
De mannen zingen vervolgens als 100% pindakaas en wij staan met een uitgestreken gezicht achter hen ons lachen in te houden.
De tenoren zingen niet alleen boterzacht, ze zijn ook wel een beetje hardleers.
“Tenoren. Jullie hoeven écht niet bang te zijn dat de mensen jullie niet horen, het moet zachter”. Dit thema komt iedere repetitie minstens één keer aan de orde. Ook de alten moeten regelmatig dimmen en de sopranen moeten zich vooral laten hóren: vlammen! Toe maar!

De hele repetitie was een feest gisteravond, want Rieke (vriendin van Karel en mezzo-sopraan) zong bij een lied een mooie solo, Arjan was er de hele avond bij om ons te begeleiden op de piano en Monique speelde mee op haar dwarsfluit. Karel had daardoor alle tijd en ruimte voor het dirigeren en coachen van de cantorij.
Maar door de aanwezigheid van deze musici worden er soms ondoorgrondelijke aanwijzingen gegeven. “We doen dit in As groot!” roept Karel.
Wij kijken elkaar aan op de achterste rij en denken ‘Wij ook?’
Vervolgens klinkt er een mooie uitvoering van het lied en hebben wij ‘het’ zonder het te weten tóch in As groot gedaan.

Het feest werd compleet aan het eind van de repetitie, toen we het lied ‘Zou ik niet van harte zingen’ (lied 903) gingen repeteren. Karel heeft van dit lied een geheel nieuwe bewerking gemaakt: vierstemmig met piano, dwarsfluit én orgel. Daar hebben we de laatste weken hard aan gewerkt en ook thuis geoefend. We moeten bij dit lied zelf meetellen, want er zitten instrumentale stukjes tussen en het is belangrijk dat we als koor weer op tijd ademhalen en zelfverzekerd inzetten. Voortdurend opletten dus. Het veroorzaakt bij mij kippenvel als het dan goed gaat.

“Zondagmorgen wil ik om 08.40 uur graag inzingen: zorg dan dat je er bent en niet 10 minuten te laat!”
Karel maakt geen grapje.
Hoef je geen wekker meer te zetten voor je werk, zit de cantor je op zondagmorgen op je nek!

Reageren

Pagina 1 van 39

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén