een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Muziek Pagina 1 van 31

23 juli: Mozart. In een tent in Westerbork.

Halverwege de middag realiseerde ik me ineens: “Ik heb ja nog geen blog voor vandaag.”
Er staan eigenlijk genoeg blogs op voorraad bij de concepten, maar ik dacht even na over wat voor mij vandaag de waarde van de dag was.
Het was een app-gesprek met oudste dochter Frea, die deze week samen met Jon en Carlijn & Wim geniet van een week ‘Buitenkunst Drenthe’.
Kamperen in de bossen  van Westerbork en dagelijks meedoen aan workshopprogramma’s in verschillende disciplines: theater, dans, muziek, zang, beeldende kunst en schrijven.
Hierbij een link naar de website van Buitenkunst Drenthe.

Ik kreeg een foto toegestuurd.
Een stuk van een partituur. ‘Sequenz. No 1. Dies irae.’
Ooohh…… uit het requiem van Mozart.
Die gingen ze vierstemmig instuderen en vanavond zingen bij een tableau vivant (levend schilderij).

Dan ben ik gewoon stinkend jaloers.
Op vrijdagmiddag in een tent in een bos in Westerbork Mozart zingen, dat wil ik ook.
Maar ik moest op deze vrijdagmiddag iets anders doen: er stond voor vandaag nog een huishoudklus op mijn lijstje.
Wc’s en badkamer soppen, uitgebreide beurt deze keer.
Het negatieve gevoel draaide ik om in iets positiefs.
Op mijn telefoon zocht ik op de Spotify-app een mooie uitvoering van het Requiem van Mozart; zo’n ouwe die nog zo heerlijk langzaam gaat.
Oortjes op en genieten van dit prachtige stuk klassieke muziek.
Toen had ik me al weer verzoend met het idee dat ik geen Mozart ging zingen in een tent in een bos in Westerbork.

Muziek spoelt het stof van het dagelijks leven van de ziel.

Benieuwd naar wat Frea vanavond gaat zingen?
Klik hier voor een video op YouTube  met een uitvoering van het stuk.
Even voor het beeld: in het bos in Westerbork zijn geen pauken en violen.
En ik schat in ook geen dirigent met een stropdas……

Reageren

1 juli: Amsterdam huilt – Zwarte Riek.

Als Nederlander geboren in 1960 heb ik de oorlog niet meegemaakt.  Mijn ouders wel, ze waren 12 en 13 toen de oorlog was afgelopen. Mijn vader woonde toen in Coevorden en hij vertelde dat de Joodse kinderen in zijn omgeving er op een gegeven moment niet meer waren. Als kind had hij dat als een vaststaand feit aanvaard, het was nou eenmaal zo,  maar na de oorlog,  toen voor iedereen duidelijk werd wat er was gebeurd,  heeft hij daar met terugwerkende kracht last van gehad.
De oorlog heeft een stempel gedrukt op hoe hij in het leven stond.  Hij koesterde zijn vrijheid en vond dat er niet bezuinigd moest worden op defensie. “Je moet je kunnen verdedigen als land.”

Waarom vertel ik dit?  Dat komt van een lied dat ik vorige week hoorde.  ‘Amsterdam huilt…. ‘ van  Zwarte Riek uit 1964.
Die zangeres kende ik van ‘M’n wiegie was een stijfselkissie’.
Een smartlap in het genre Jordaanlied.
Dat genre is over het algemeen niet ‘my cup of tea’; sterker nog, daar loop ik bij weg.
Maar ‘Amsterdam huilt’  raakte een gevoelige snaar.
Het beschrijft het Joodse leven in Amsterdam voor de 2e Wereldoorlog.
Het lied is geschreven door Riek’s partner Kees Manders; het is een melancholiek nummer over de verdwenen Jodenhoek.
Het wordt klaaglijk langgerekt gezongen, zoals dat ook gedaan wordt door een chazan (Joodse voorzanger), maar je hoort in het lied ook het zangerige roepen van Joodse marktkooplieden.

Hier wou ik het eigenlijk maar bij laten; de tekst spreekt voor zich en de uitvoering van deze zangeres doet de rest.
“Want weg is de gein….”
Je kunt het lied hier beluisteren op YouTube, hier vind je de tekst.

Reageren

24 juni: Internationale dag van de fee.

Iedere dag heeft tegenwoordig wel een bijzonderheid.
Vanmiddag hoorde ik in de auto op de radio dat het vandaag de internationale dag van de fee is.
Als ik dan alleen in de auto zit komt er bij zo’n onderwerp van alles naar boven in mijn hoofd.
Toverfeeën, goede feeën; in mijn kinderwereld waren veel sprookjes aanwezig en dus ook feeën.
Mijn eigen affectie met sprookjes heb ik behoorlijk kunnen uitleven op de kinderfeestjes die we organiseerden voor onze dochters.

Sprookjesfeestjes, heksenfeestjes en feeënfeestjes: in het kader van deze dag vandaag een blog over zo’n kinderfeestje met feeën.
We maakten op dit feestje eerst van goudkleurig karton een feeënhoed met zo’n gordijntje eraan.
In dit geval geknipt van de gele bloemengordijntjes van onze tent.
Die we nooit gebruikten omdat ik gordijntjes in een tent quatsch vond.
Op zulke feestjes kwam de zak met oude kleren altijd goed van pas: een oude jurk van mama was voor een kleutertje een lange feeënjurk!

Op de afbeelding hiernaast zie je de feetjes die het feestje bevolkten opgesteld voor de groepsfoto.
Iedereen had ook een eigen toverstokje met een ster er aan; die ster hadden ze zelf uitgeprikt en aan het stokje geplakt.
Met het maken van de hoed, het toverstokje en met het verkleden waren we al een flinke tijd zoet.
Natuurlijk las ik dan een verhaal voor waar een fee in voorkwam en we deden ook ‘ezeltje-prik’, maar dan met een fee.
Feetje-prik dus. In plaats van de staart aan de ezel moesten de kinderen dan geblinddoekt een sluiertje aan een getekende feeënmuts prikken.
Grote lol natuurlijk toen één van de gasten de sluier op de achterkant van de fee prikte….. “Haha! Je prikt hem op de kont!”
We deden een estafette met alle fee-attributen op en aan: we hebben er video-opnames van. Wapperende rokken die in de weg zitten, hoeden die bijna afvallen: de kinderen schreeuwen bij de aanmoedigingen hun longen uit hun lijf.

Onze dochters en wij bewaren goede herinneringen aan die kinderfeestjes.
Ik zeg met opzet ‘wij’, want Gerard hielp ook altijd mee met de voorbereiding en was er die middag bij.
Als de patat op was en alle gasten weer naar huis gebracht zaten we ’s avonds helemaal uitgeteld maar tevreden aan de koffie.

Vanmiddag in de auto popten die beelden even weer op: sweet memories.

Reageren

7 juni: Mit toeters en bellen….

Sinds ik actief ben op Spotify heb ik al heel wat muziek gedownload en heb ik ook al heel wat afspeellijsten gemaakt.
Die zijn voornamelijk voor eigen gebruik, want het is mijn smaak.
Doen we een spelletje en willen we er gezellige achtergrondmuziek bij, dan zoek ik een random lijst van iemand anders.
Via de zoekterm ‘Jaren 70’ bijvoorbeeld.
Of ‘Balads’ of een ander genre.
Of “Evergreen Top 1000 Radio 5′.
Dan krijg je over het algemeen leuke muziek.
Hier en daar geef ik dan een nummer een hartje mee; dat betekent ‘Favoriet’.
Laatst kwam ik tot de ontdekking dat je die favorieten ook als ‘lijst’ af kunt spelen en dat leverde verrassende combinaties op.

Bij één nummer dacht ik bij het intro “Is dit ook een favoriet van mij?”
Toen ik het verder afluisterde wist ik het weer.
Het was het nummer ‘Blaosmuziek’ van Gé Reinders.
Het lied beschrijft een Limburgs dorpje op een zondagmorgen met een café, een kerk en een spelende fanfare.
Hij legt in het nummer uit welke instrumenten in zo’n orkest worden gebruikt en de genoemde instrumenten zetten vervolgens stuk voor stuk in.
Hij zingt het in zijn eigen taal, het Limburgs.
Het bijzondere is: de plaat heeft niet in de Top 40 gestaan, maar staat steevast in de Top 2000 van Radio 2 en de Evergreen Top 1000 van Radio 5.

Op internet vond ik een video uit 2019 die Reinders zelf heeft gedeeld ter gelegenheid van het feit dat het 20 jaar geleden was dat ‘Blaosmuziek’ werd opgenomen.
Hierbij een link naar die video op YouTube.
Drie en een halve minuut genieten.

Blaosmeziek op eine sjone zondigmorge
Blaosmeziek bleust mich omver
Mit toeters en bellen ’n sjoon verhaol vertelle
Zondigmorge blaosmuziek blaos mich riek.

Met recht een favoriet.

Reageren

21 april: Stroei…….voei…..

Zondagmorgen.
Voor de kerkdienst aan luister ik naar Radio 5 waar Jacques Klöters het programma ‘de Sandwich’ presenteert.
Het is week van de jaren ’60. Jacques draait altijd al muziek die anders is dan wat je normaal gesproken hoort op Radio 5 en ook nu horen we geen Rolling Stones, Cats en Beatles.
Hij draait ‘In oktober’ van Ramses Shaffy en Liesbeth List.
Ook vertelt hij het verhaal van de bijzonder televisieshow van Rudi Carell, waar Esther Ofarim als zeemeermin ten tonele verschijnt en laat daarbij ‘Split personality’ horen. Vind je het leuk om die veertig minuten televisie eens terug te zien? Hierbij een link naar de hele show op  YouTube. Hij won er in 1964 ‘de zilveren Roos van Montreux’ mee.

Zo geniet ik van heerlijke zondagmorgenmuziek. We horen het thema van de film Dr. Zjivagho en dan vertelt hij over beroemde componisten uit de jaren ’60.
Harry Bannink wordt met name genoemd, die samen met Annie M.G. Schmidt legendarische liedjes schreef.
“Stroei…..voei…..” klinkt uit de luidsprekers, gezongen door Hans Boskamp.
Een liedje uit ‘Ja zuster, nee zuster’, een serie die van 1966 tot 1968 op de televisie was.
Als kind heb ik daar nog stukjes van gezien, maar ik kende vooral het lied ‘Niet met de deurn slaen’, de tune van serie.

In 2002 kwam er een film uit van ‘Ja zuster, nee zuster’; die was bij ons gezin populair.
Er werd een CD uitgebracht en die kochten we.
We konden alle liedjes die daarop stond meezingen en dat deden we dus ook af en toe uitbundig, vooral in de auto.
Het liedje ‘Stroei, voei’ was erg populair, want daarbij kon je zo heerlijk mee meeblèren en uithalen.
Hilarisch was het moment waarop wij met ons hele gezin in de auto zaten en een campingterrein opreden waar ons een plaatsje was toegewezen om de caravan op te zetten.
Onze dames op de achterbank zaten net middenin de uithaal ‘STROEI….VOEI….!” toen Gerard en ik tegelijk de autodeuren openden.
‘KARREKARREKIRA, NOTTEKIRA…!”
Het Griekse gezang tetterde over de camping en alle hoofden van de mensen in de buurt draaiden zich naar onze auto.
De toon was gezet…..ietwat zorgelijk werden we bekeken; zouden die lawaaipapagaaien op ons veldje komen?
Wij bleken achteraf mee te vallen, maar muisstil waren onze dochters natuurlijk ook niet.
Wie ze kent zal dat ongetwijfeld beamen.

Op dit blog vandaag twee uitvoeringen van het bovenbeschreven lied.
Hierbij een link naar de uitvoering van Hans Boskamp uit de jaren ’60. Geniet daarbij vooral van de mooie foto’s uit de de oude doos die voorbijkomen.
Deze tweede link is naar een video van de trieste Griek uit de film met o.a. Loes Luca.

Reageren

9 april: Een selectie….

Vanmorgen werd er bij de Arbeidsvitaminen muziek gedraaid van het lijstje dat ik in januari had ingestuurd.
Man, wat vond ik het spannend.
Het is al enerverend dat je naam als aanvrager wordt genoemd en dat de hele lijst vrienden en familie ook nog (bijna) helemaal wordt voorgelezen, maar ik was vooral benieuwd naar wat er gedraaid zou worden.

Van de ‘Club van 8’ uit Hoogersmilde draaide Schiffers muziek van Status Quo, Frank Boeijen, Deep Purple*  en Carole King.
Van de familie Waninge werd vooral de keuze van de schoonzusjes gedraaid: the Beatles, Rob de Nijs, the Cats en Earth, Wind & Fire.
De familie Vrieswijk is maar klein, maar van mijn broer en schoonzus kwamen beide nummers voorbij.
Toen Ten Sharp (het nummer van Annette) te horen was appte mijn broer: ‘Nu Deep Purple nog’. (had hij aangevraagd)
Mijn antwoord: “Ja. En Chris de Burgh” (had ik aangevraagd)
Zijn reactie “Wie is Chris de Burgh?”
Ons eeuwig meningsverschil.
Annette: “Ze doen alleen de leuke nummers”
Even later werd toch Deep Purple gedraaid.
Henk: “Gerechtigheid bestaat…”

Van de inbreng van de kinderen werd één nummer afgespeeld: Amy Winehouse.
Onze dochters zijn natuurlijk geen Radio 5-luisteraars, maar zaten om mij een plezier te doen toch te luisteren.
Radio 5 is duidelijk niet hun zender.
Deze appjes kreeg ik o.a. binnen:
“Ik mis de Spotify-skip-knop”
“Dit is vast niet van jullie….”
Zelf houden ze van heel andere muziek.
Frea had bijvoorbeeld had een nummer van Delta Rea opgegeven, het was leuk geweest als Hans Schiffers dat had durven draaien.
Niet echt een radio 5-nummer; luister maar eens: Bottom of the river 

Sommige nummers kwamen bijna voorbij.
We hadden ‘Dora’ van Wim Sonneveld aangevraagd als eerbetoon voor onze moeders, maar ‘het Dorp’ werd gedraaid.
Had mijn moeder ook prachtig gevonden trouwens, daar niet van.
En The Eagles zongen ‘Hotel California’ in plaats het aangevraagde ‘Last Resort’.

Er werden ook nummers gedraaid die niet van ons lijstje kwamen, maar die er wel goed bij pasten.
Jurgen Marcus bijvoorbeeld met ‘Ein Festival der Liebe’ brengt mijn broer en mij terug naar onze jeugd en de onvermijdelijke Duitse schlagers; we kunnen deze muziek woordelijk meezingen.
En ‘Papa’ van Stef Bos: voor onze vaders. Hoe ouder ik wordt, hoe meer ik het lied ga waarderen.

Het laatste nummer was ‘Hier kom ik weg’ van Daniël Lohues, aangevraagd door Gerard.
Die moest er natuurlijk ook gewoon in; Hans Schiffers benadrukte iedere keer in de aankondiging dat Roden in Drenthe ligt!

Wat bijzonder om een keer mee te maken: 12 nummers uit je eigen lijstje bij de Arbeidsvitaminen.
En mijn eigen verzoeknummer? Helaas….geen Chris de Burgh.
Fijn voor mijn broer.

Je kunt het hele programma terugluisteren: klik hier voor een link naar de uitzending. 

(* Child in time van Deep Purple was door vriend Jan en broer Henk aangevraagd)

 

Reageren

24 maart: Die Brabanders…..

In het begin van de jaren ’70 gingen wij in de zomer als gezin twee weken op vakantie naar het buitenland; we hadden een vouwwagen en we stonden altijd op een camping.
Ooit stonden wij op zo’n camping in de buurt van een stel Brabanders.
Ze kwamen uit Goirle en stonden in een groep, zodat er een soort binnenplaatsje werd gecreëerd.
Volgens mij waren het drie broers, allemaal met hun gezin op vakantie en mijn broertje (8) en ik (12) maakten al gauw kennis met de kinderen van de buurgroep.

De leefstijl van de Brabanders week nogal af van die van ons.
Wij waren een gezin uit het noorden en mijn moeder hield ook op de camping de structuur van het huishouden vast, dus er werd op tijd koffiegedronken, gekookt, gegeten en (af)gewassen.
Zelfs de tent werd om de andere dag helemaal schoongeveegd.
Mijn ouders keken vanonder hun luifel toe hoe het er bij de buren aan toe ging en dat veroorzaakte op z’n minst opgetrokken wenkbrauwen, met name bij mijn moeder.
Ze zaten amper aan tafel, af en toe werd er eten uitgedeeld en een ieder deed wat goed was in zijn of haar ogen. ‘Volgens mij doet ze maor wat’ constateerde mijn brave moeder en dacht er het hare van.
Af en toe werden ’s avonds na het eten gitaren en andere muziekinstrumenten uit de tenten gehaald en gingen ze met elkaar op hun binnenplaatsje zingen; iedereen die wilde mocht meedoen.
Hun enthousiasme werkte aanstekelijk en ik bewaar goede herinneringen aan die avonden.
Ze deden ook heel gek soms.
Dan deden de mannen de nachtponnen van hun vrouwen aan, stonden ze zich met elkaar te bescheuren van het lachen en zongen nog een raar lied.
Als kind keek ik er naar met ogen op stokjes.
Wat een lawaai de hele tijd en wat een plezier!

Veel is weggezakt in mijn herinnering, maar naast ‘Meisjes met rode haren’ is er één liedje dat ik me ben blijven herinneren van die muziekavonden op de camping.
Het was een smartlap in de ware zin des woords en de mannen zongen het lied met veel gevoel voor drama.
Het heette ‘Zij was mijn kleine Marianne’.
En die ging dood.
Ik wist toen niet zo goed of de mannen het lied nou serieus zongen of er de draak mee staken.
Nu denk ik dat er al enige pilsjes genuttigd waren en dat ze het ‘over the top’ zongen ter leringhe ende vermaeck.

Toen ik deze week zocht naar een lied over Marian kwam ik op YouTube een video tegen van Ben Steneker met de titel ‘Zij was mijn kleine Marianne’.
Zou het…..!?!?
Ja. Toen ik het hoorde kon ik grote delen zo weer meezingen en zat ik weer in kleermakerszit bij de vrolijke muzikanten uit Goirle.
Hierbij een link naar de video van Ben Steneker op YouTube. 
Nu weet ik ook wat de term ‘werkt ’s nachts voor haar geld bij het raam’ betekent en begrijp ik de overspannen reactie van de zanger beter.
Voortschrijdend inzicht.
Sweet memories.

Reageren

21 maart: Je leven geven.

De preek van vanmorgen paste wat mij betreft goed bij de verkiezingsuitslag van afgelopen week.
Het ‘ieder voor zich’ heeft zich gemanifesteerd in een sterk rechts blok; in onze krant van zaterdag stond de kop: ‘Het woord solidariteit kan wel uit het woordenboek geschrapt worden’.
Dit on-line tijdschrift is geen politiek podium, dus meer ga ik er niet over zeggen.
In de kerk horen we een ander geluid.
Het thema van vanmorgen was weer één van de werken van barmhartigheid: de doden begraven.
Voorganger Sybrand van Dijk vertelde dat dit niet door Jezus was genoemd, maar dat dit in de middeleeuwen aan dat rijtje is toegevoegd.
Even een stukje geschiedenis: tussen 1347 en 1351 heerste er een zware pestepidemie. Er wordt geschat dat destijds een derde van alle Europeanen (we hebben het over miljoenen) aan die zogenaamde ‘Zwarte dood’ zijn overleden. Een drama van ongekende omvang. Het begraven van doden was belangrijk, want als ze niet begraven werden kon de pest door besmetting meer slachtoffers maken. Maar dat begraven was niet zonder risico: grote kans dat je zelf besmet werd. Er waren destijds priesters en nonnen die toch die taak op zich namen en daarmee hun leven op het spel zetten. Je leven geven; dat is ook wat Jezus heeft gedaan. Hij zei daar zelf over:

Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt blijft hij alleen; maar als hij sterft brengt hij veel vrucht voort. Wie zijn leven bemint verliest het; maar wie zijn leven in deze wereld haat zal het ten eeuwigen leven bewaren. Wil iemand mij dienen dan moet hij mij volgen; waar ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Als iemand mij dient zal de Vader hem eren.

We hoorden vanmorgen dat ‘je leven geven’ niet direct jouw dood hoeft te betekenen.
Je geeft je leven door tijd en aandacht aan anderen te besteden, door te luisteren, te helpen, door er te zijn.

Sommige woorden en zinnen zijn in mijn hoofd gekoppeld aan liedjes.
Als het gaat over de stervende graankorrel heb ik het liedje van Elly en Rikkert in mijn hoofd dat we met het tienerkoor van het OKR destijds hebben ingestudeerd.
Dat was best lastig, maar toen het er één keer in zat was het prachtig om uit voeren.
Ook even luisteren? Hierbij een link naar het nummer op YouTube: Als het graan niet in de aarde valt

De emotie zat vanmorgen in het staartje van de viering.
Er werd een vierstemminge versie afgespeeld van het lied ‘Zolang wij ademhalen.’
Dat hebben we met de cantorij  zo vaak gezongen dat ik de tekst van alle vier coupletten uit mijn hoofd ken; ook de alt-zetting zit er zo ingeramd dat ik hem in mijn hoofd zo meezing.
Maar zingen kon ik zelf op dat moment beslist niet.
Het heimwee naar de cantorij en het samen zingen golfde door me heen; het lied bracht tranen en tegelijkertijd troost.
Waarschijnlijk moeten we wachten tot september.
Maar we gaan weer zingen.
Als je klikt op deze link Zolang wij ademhalen…..  kom je op een column van Berit Bootsma van de Protestantse gemeente Weesp en Driemond.
Zij schrijft wat ik bedoel; daar vind je ook de tekst van het lied. 

Reageren

11 maart: Een ‘Lieve Jan – brief’.

Toen ik in de derde klas van de MAVO zat vroeg vriendin Hieky mij om haar te helpen met het vertalen van een liedje dat ze mooi vond. En zielig.
Het stond op een verzamel-elpee met countrymuziek en het heette ‘A Dear John letter’.

Het gaat over een soldaat in een oorlogsgebied.
Hij vertelt dat hij blij is dat de gevechten gestaakt zijn en dat hij het overleefd heeft.
En dan heeft hij ook nog een brief van zijn liefje gekregen: hij verheugt zich er op om die te lezen.
De brief begint zo: ‘Dear John oh how I hate to write ….’

Daarna vertelt ze dat haar liefde voor hem is bekoeld.
Ze vraagt hem haar foto terug te sturen ‘want mijn man wil die nu graag’ en en passant schrijft ze dat ze die dag met zijn broer gaat trouwen.
“Tonight I’ll wed your brother, dear John…”

Ach, wat een tranentrekker! Net wat voor mij met mijn zwak voor smartlappen. Toen al.
Benieuwd naar dit lied? Klik hier voor een link naar een opname op YouTube. 
Dit is een opname uit 1965 van Skeeter Davis en Bobby Bare; het origineel komt uit 1953 en werd uitgevoerd door Ferlin Husky en Jean Shepherd.

Zoekend naar de achtergrond van dit lied kwam ik er achter dat ‘A dear John letter’ en soort uitdrukking is in het Engels.
Dit vond ik er over op Wikipedia:
Het is een  is een term die gebruikt wordt in Engelstalige gebieden (voornamelijk in de VS) voor een handgeschreven brief aan een mannelijke partner waarin zijn vrouw of vriendin hem informeert dat hun relatie voorbij is. Dear John Letters worden vaak geschreven vanuit het onvermogen of de onwil om de partner in het gezicht te confronteren. Vooral militairen die uitgezonden zijn staan bekend als ontvangers van de brieven. 

De exacte oorsprong van de term is niet bekend, wel is bekend dat in de 2e Wereldoorlog de term veel gebruikt werd onder Amerikaanse militairen die in Europa vochten.
De eerste media die de term gebruikte was de Democrat and Chronicle  in augustus 1945.
De schrijver van een artikel had een brief ontvangen die begon met ‘Dear John’ (Lieve John).
Vervolgens schreef hij hierover in een artikel: 
They usually began like that, those letters that told of infidelity on the part of the wives of servicemen… The men called them “Dear Johns”.

(Vertaling: Ze beginnen meestal op die manier, de brieven die militairen vertelden over de ontrouw van hun vrouw… de mannen noemden ze “Dear Johns”.)

Er zijn echter theorieën dat de term al voor de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt.

‘Lieve Jan’ maakten Hieky en ik er van in onze vertaling.
In de derde klas van de MAVO dacht ik nog dat het maar een liedje was.
Zo’n brief schrijf je toch zeker niet in het echt?
Het feit dat het een bestaande uitdrukking is  zegt genoeg.
Arme Jan.

Reageren

6 maart: Zacht als fluweel….

Tegenwoordig zien we de dochters weer af en toe: één op één en buiten. Dinsdag ging ik een wandeling maken met Carlijn; deze keer zou ik naar Groningen komen.
Ze woont aan de West Indische kade en kijkt uit op de Gerrit Krol-brug.
Aan de andere kant van het water is een industrieterrein, dus toen ze vertelde dat we de brug gingen oversteken vroeg ik me af of dat nou wel zo leuk wandelen was….?
Na de brug liepen we rechtdoor en kwamen eigenlijk gelijk in een bos met brede fiets/wandelpaden en had je helemaal niet meer door dat je in een stad liep.
Al wandelend kwamen we van alles tegen: een weiland met paarden, een veld met veel bulten, kuilen en hellingen voor skateboarders, een pluktuin waar iedereen ’s zomers vruchten en planten mag plukken en een ‘oerspeeltuin’.
Dit bevindt zich allemaal naast de Groningse wijk Beijum en aan de andere kant ligt het grote sportcomplex Kardinge.
Tijdens de wandeling voelde ik me soms een provinciaaltje in de grote stad.
Ten eerste was het ontzettend druk met hardlopers, fietsers en wandelaars; je moest uitkijken waar je liep.

…. in de open lucht bewegen…

Ten tweede: als je normaal gesproken je dagelijkse ommetje maakt langs sportcomplex ‘de Hullen’ (in Roden) dan kijk je je ogen uit bij Kardinge.
Er staat een grote klimwand van tientallen meters hoog waarlangs waaghalzen langs naar boven klimmen, er is een enorme hal voor zwemmen/schaatsen en er zijn plaatsen om in de openlucht te bewegen.
We liepen langs de oevers van de Kardingerplas waar we een bijzondere vorm van watersport konden bekijken: wakeskaten.
Dat is een combinatie van snowboarden, wakeboarden en skateboarden; een wakeskate is een soort skateboard, maar dan voor op het water.

De wandeling voerde ons dus door ‘Kardinge’, een natuurgebied van Natuurmonumenten.
Bij het woord Kardinge dacht ik alleen maar aan ‘overdekt zwemmen, kun je nagaan.
Hierbij een link naar de website van Natuurmonumenten met meer informatie.
We genoten van het mooie weer, van de verrassend mooie omgeving en van het gesprek dat we even weer samen konden voeren.
Toen we bijna weer thuis waren gingen we op mijn verzoek nog even bij het water van het Van Starkenborghkanaal staan.
Zo’n kanaal met grote boten doet me altijd mijn vader denken, die op een schip is geboren en altijd ‘hang’ naar water en schepen had.
De foto links is gemaakt door Wim vanuit het raam van hun appartement. (klik op de afbeeldingen voor een vergroting).

Op de terugweg kwamen we langs een wilg waar overvloedig ‘katjes’ aan groeiden.
Het deed me ineens aan mijn moeder denken, die zo’n katjestak prachtig vond.
Mijn vader nam die in het voorjaar altijd voor haar mee, want achter de steenfabriek stond zo’n boom.
Zondag waren we nog bij hun graf, maar daar zijn ze voor mij niet.
Ze zitten verankerd in mijn herinnering en er gaat bijna geen dag voorbij dat ze niet even in mijn gedachten voorbij komen.

Carlijn en ik plukten er allebei één katjestakje af.
Voor thuis.
Nu staat die tak bij ons op tafel.
Af en toe aai ik heel voorzichtig over de katjes.
Zo zacht als fluweel…….sweet memories.

Reageren

Pagina 1 van 31

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén