een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Geschiedenis Pagina 1 van 19

28 mei: Enne Jans Heerd – Maarhuizen.

“Wij hebben iets voor jou, een cadeautje.”
De dochters waren ergens geweest en hadden gedacht “Dat is iets voor mama! ”
Het was een klein, rechthoekig pakje: een boek.
Het ging over Enne Jans Heerd in Maarhuizen. Het was geschreven door Johan van Rhijn, de man van een lid van de naailesgroep van onze dochters en de zoon van die mensen woont nu in dat huis.

Binnen een week had ik het uit. Toen wist ik alles over Maarhuizen en het oude huis dat Enne Jans  Heerd heet.
Op Wikipedia vind je een artikel over Maarhuizen, klik hier,  daarop vind je de basis informatie over het gehucht en het huis.

Het boekje vertelt alles. Over de eerste bewoning rond het begin van de jaartelling, over de kloosters in dat gebied, over het ontstaan van de wierde en over de bewoners door de eeuwen heen. Op de wierde stond ooit een kerk,  maar die is afgebroken. Het oude  kerkhof daarentegen is er nog wel,  het oudste graf dateert uit 1636. Het boekje is rijkelijk voorzien van foto’s en afbeeldingen. Aan de hand van historische kaarten kun je de hele ontwikkeling van Maarhuizen volgen.

Je leest de geschiedenis van de mensen die in het huis gewoond hebben (heel veel Grietjes) en de verschillende verbouwingen die het huis maakten tot wat het nu is. Maar minstens zo interessant zijn de hoofdstukken over de ontwikkeling van dat deel van het Groningse land. Bijvoorbeeld hoe het kwam dat die Groningse boeren  zo rijk werden. En dat ze met hun rijkdom graag wilden aansluiten bij de elitaire bovenlaag van Groningen, maar dat die elite de ‘naar mest stinkende, ongemanierde’ boeren helemaal niet zag zitten.  Van een bezoek aan Verhildersum weet ik nog dat de Groningse elite op haar beurt heel graag wilde aansluiten bij de adel in andere delen van het land,  maar dat ze daar door hun accent en het achterlopen op modegebied nooit echt in slaagden.

Verder zijn er hoofdstukken over de wierde en waarom die gedeeltelijk is afgegraven, over leven en werken in het oude huis en over over de infrastructuur in dat deel van Groningen. In één van de laatste hoofdstukken maken we kennis met Duurt de Vries, de voorlaatste bewoner. Hij molk er tot 2001 zijn koeien en woonde er tot 2011.
De zoon van de schrijver die nu op de Enne Jans Heerd woont pakt de zaken groot aan.  Meer informatie daarover vind je hier: website van Enne Jans Heerd.

En nu wil ik natuurlijk maar één ding: daarheen!
Fietsen in die omgeving.
De wierde in het omringende land zien liggen.
Het oude kerkhofje bekijken.

Wordt vervolgd dus.

Reageren

9 april: Straatbeeld.

In een oud fotoboek dat mijn vader nog heeft gemaakt vond ik een bijzondere foto.
De foto is gemaakt in 1930, twee jaar voordat mijn vader werd geboren.
Bij de foto staat als bijschrift: ‘Andries Vrieswijk achter de turfkar in 1930 (hij had een turfhandel in Coevorden)’.


Als je op de foto klikt komt hij mooi groot in beeld.
Andries Vrieswijk is mijn grootvader.
Hij trouwde in december 1930 met mijn grootmoeder; hij was toen 27, zij 22.
Deze foto is dus genomen in het jaar dat hij trouwde.
Hij loopt achter een turfkar en hij heeft een glimlach op zijn gezicht.
Op andere foto’s uit die tijd staat hij altijd erg serieus te kijken, dus die glimlach vind ik bijzonder.

Wat ik verder erg leuk vind aan de foto is het straatbeeld.
90 jaar geleden.
Er staat één fiets tegen een huis aan en één auto.
Die auto!
Kijk eens naar dat nummerbord.
Die wielen.
Die koplampen.
Daar woonde vast een rijke man; of die rijke man was op bezoek in die winkel, we weten het niet.

Opa heeft nooit zelf een auto gehad, hij had niet eens een rijbewijs.
Opa had zelf een schip, een turfschip, dat heette ‘Ebenhaëzer’.
Dat betekent ‘Tot hiertoe heeft de Heere ons geholpen’.
Dat het schip zo heette zegt alles over mijn opa.
De jongeman die mij op de foto zo vriendelijk aankijkt lijkt in mijn beleving niet meer op de man die ik als opa heb gekend.
Daarover schreef ik al eens een blog, hierbij een link naar dat verhaal over Opa Vrieswijk.

Reageren

4 maart: Aangewakkerd besef.

Wij kijken iedere woensdagavond naar ‘Het verhaal van Nederland’,  gepresenteerd door Daan Schuurmans.
Al vanaf de eerste uitzending was ik enthousiast en volgens de kijkcijfers was ik niet de enige.
Woensdagavond ging het over de pest, het Hanzeverbond en de eerste stromingen van verzet tegen de decadentie van de Rooms Katholieke kerk.
Van Geert Grote had ik wel eens gehoord, maar van de wederdopers en hun gruwelijke lot wist ik hoegenaamd niks.
Geboeid zit ik te kijken naar nagespeelde taferelen, luister naar de deskundigen die iets vertellen over de achtergronden bij het verhaal en ik geniet van de beelden van de steden en gebieden waar Schuurmans rondloopt.  Op heel veel plekken zijn we al geweest, hebben we stadswandelingen gemaakt en musea bezocht.
Erg leuk om dat terug te zien; woensdag bijvoorbeeld zagen we beelden uit de Librije, waar ik eind september nog met mijn broer was.

Zelfs Gerard, niet een groot liefhebber van geschiedenis, vindt deze serie de moeite waard: “Je steekt er heel wat van op.”
De laatste tijd is er steeds meer aandacht voor geschiedenis, tot mijn grote genoegen mag ik wel zeggen. Een programma als Verborgen Verleden mis ik bijvoorbeeld nooit.
De hernieuwde aandacht voor geschiedenis is niet altijd positief.
‘We’ komen er achter dat onze geschiedenis veel minder rooskleurig is, dan ons altijd is voorgehouden op school en in de boeken.
Het beeld dat we hebben van onze heldhaftige voorvaderen begint langzaam te kantelen.
Slavernij, uitbuiting, kolonisatie: het was allemaal niet best.
De oorlog die Nederlandse militairen moesten voeren tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd tussen 1945 en 1949 werd nooit ‘oorlog’ genoemd.
‘Politionele acties’ heetten die. Een mooi, verhullend woord voor de realiteit: een bloedige koloniale oorlog.
De discussie hierover houdt Nederland tot op de dag van vandaag bezig.

‘Het verhaal van Nederland’ laat zien dat de geschiedenis zich herhaalt.
Pandemieën, oorlogen, machtsmisbruik, godsdienstwaanzin: het is van alle tijden.

De reacties op het programma die ik hier en daar lees  zijn niet allemaal positief.
Er is kritiek op de ‘smeuige’ verhaallijnen die de saaie geschiedenisstof een beetje moeten opleuken en het zou allemaal wel heel kort door de bocht zijn.
Dat zal.
Een groot voordeel van het programma is dat er blijkbaar weer belangstelling voor geschiedenis is.
Het ‘historisch besef’ was in Nederland niet bijster groot, het is alleen maar mooi meegenomen dat dat besef een beetje wordt aangewakkerd.
Meer weten? Hierbij een link naar de website ‘Het verhaal van Nederland‘.

Reageren

18 februari: Digitaal rondkijken in de Catharinakerk.

Het vrijwilligerswerk dat ik doe voor de Catharinakerk (hier een verslag uit 2019) ligt wegens corona al twee jaar stil, maar laten we hopen dat we in 2022 de kerk weer kunnen openstellen voor bezoek. De oude kerk op de Brink is in de maanden juli en augustus op woensdag- en zaterdagmiddag geopend.
Sinds 2021 is woensdag mijn vaste werkdag, dus dan kan ik niet meer meedraaien met het vrijwilligersteam, maar de zaterdagen in die maanden probeer ik vrij te houden.

Dat betekent dat er dus ook nog heel wat dagdelen zijn waarop je de kerk niet van binnen kunt bekijken.
Maar er is goed nieuws: met moderne, digitale middelen is het tegenwoordig mogelijk om toch een blik op het mooie interieur te werpen.
PKN Roden/Roderwolde werd benaderd door stichting ‘de Kop van Drenthe’, waarin de VVV’s in Noord Drenthe samenwerken.
Er was nog wat subsidie over van voorgaande jaren: hadden wij een idee?
Ja!
Er werd geopperd om een 360 -graden tour te maken.
Daarmee kun je op je telefoon of je tablet rondkijken in de kerk.

Fotograaf Tieme Dekker heeft een prachtige tour samengesteld.

Zijbeuk met stiltehoek; in de vloer 3 oude grafstenen.

Door over het scherm van je smartphone of tablet te vegen, door het apparaat te draaien of met je muis over het beeldscherm te gaan kun je van boven tot onder en van links naar rechts het interieur van de Catharinakerk bekijken.
Je begint midden in de kerk; met de pijltjes onderin kun je opzij en naar boven.
Verder kun je ‘reizen’ door de kerk: je kunt klikken op ‘hotspots’, kleine rondjes met uitsteeksels, waarmee je naar een bepaald punt in de kerk gaat.
Je kunt dan bijvoorbeeld kijken hoe het er uitziet als je op de preekstoel staat.
Of hoe het  toetsenbord van het historische Hinszorgel er van dichtbij uitziet.

In de informatiekast bij de kerk komt een QR-code om de digitale tour te kunnen bekijken, maar je kunt hem ook gewoon op je computer, telefoon of tablet bekijken.
Als je hier klikt ben je al binnen!

Wil je meer weten over de geschiedenis van de kerk en de dingen die je hebt gezien op de digitale tour?
Klik dan hier voor een pagina met meer informatie over de kerk en de afzonderlijke onderdelen op de website van onze kerk.

Wat is er veel mogelijk op digitaal gebied tegenwoordig.
Maar het liefst zou ik je op een zaterdagmiddag in juli of augustus ontvangen en je persoonlijk rondleiden in onze prachtige kerk.
Krijg je ook een pepermuntje.

Reageren

26 januari: Ommetje in Tolbert.

Zondagmiddag.
“Waar gaan we ons ommetje doen?”
Ik wilde wel eens in Tolbert kijken. Tijdens een fietstocht had ik bij de kerk een bordje gezien met informatie over een wandeling door het dorp, die gingen we doen.
In je eigen omgeving loop je op de automatische piloot, hier moesten we weer opletten; op lantaarnpalen en wegwijzers zaten stickers met voetjes, die ons de weg wezen.

We besloten van te voren al om niet het hele ommetje te lopen, want dat was 8 kilometer.
Dat vonden we vrij fors voor een zondagmiddag-ommetje; bovendien begon om 14.30 uur de wedstrijd PSV-AJAX.
Het was een fijne wandeling. We liepen langs de eerste sociale woningbouw in Tolbert en kwamen (vlak bij de A7) achter ‘de Postwagen’ langs.
Daar lagen een aantal boomstammen, die werkelijk werden overwoekerd door paddenstoelen, soort elfenbankjes.
(klik op de afbeelding voor een vergroting.)

Bij de ijsbaan staken we de weg over; toen leidde de route ons langs de voormalige haven in Tolbert; daar ontdekten we een groot informatiebord dat ons meer vertelde over de haven van Tolbert en de Tolbertervaart.
In 1906 is de Tolbertervaart in gebruik genomen. Die was 2.7 kilometer lang en liep uit op het Leeksterhoofddiep; het betekende een rechtstreekse aansluiting op de vaarroute naar Groningen. Eigenlijk hebben de vaart en de haven maar 50 jaar dienst gedaan, want de snelle ontwikkeling van het wegvervoer en de komst van de stroomtram zorgden voor grote concurrentie voor de scheepvaart, net als bij het Oranjekanaal dus.  In 1959 werd het kanaal gedempt en in 1968 de haven. Meer weten? Hierbij een link naar een artikel op de pagina van de Historische kring gemeente Leek e.o,. Dan kom je er achter dat de ambtelijke molens aan het begin van de vorige eeuw misschien nog wel langzamer draaiden dan tegenwoordig.
We liepen een stuk langs wat er nog over is van de vaart en kwamen door de mooie speel- en wandelparken die in de nieuwbouw van Tolbert zijn aangelegd. Vijverpartijen, bruggetjes, erg aangenaam allemaal. Bijna een uur hebben we gelopen, toen moesten we ook naar huis, want de voetbalwedstrijd was al begonnen. 1-2 werd het overigens.

Wil je dit ommetje ook eens lopen? Hierbij een link naar de informatiefolder: Tolberter Tochtje.

Reageren

31 oktober: Keltische oudejaarsdag.

Vorige week werd op Radio 5 in een middagprogramma de geschiedenis van “Halloween”  uitgelegd.
Het woord komt van Hallow-e’en, oftewel All Hallows Eve (Allerheiligenavond), dat is de avond voor 1 november.
Bij de oude Keltische volken begon het jaar op 1 november, dus 31 oktober was het oudejaarsavond.
Men had de oogst binnengehaald en had het zaaigoed voor het volgende voorjaar al klaarliggen, tijd voor een vrije dag en feest!
Het Keltische Nieuwjaar of of Samhain (spreek uit als Saun) is het Ierse woord voor de maand november.

De Kelten geloofden dat op 31 oktober de geesten van alle mensen die dat jaar gestorven waren terugkwamen; om de geesten goed te stemmen werd er eten voor hen neer gelegd voor de deur.
Maar men had natuurlijk geen belang bij boze geesten; om die af te schrikken droegen de Kelten maskers.
Toen de Romeinen Groot-Brittannië in bezit namen vermengden sommige tradities zich met elkaar, maar All Hallows Eve bleef bestaan.
In de 9e eeuw staken christelijke Europanen over naar Engeland en namen het katholieke ‘Allerzielen’ mee, dat gevierd werd op 2 november. Dan gingen in lompen gehulde christenen bij de deuren langs en bedelden om zielencake, een soort brood met krenten.  Als ze dat brood kregen beloofden ze dat ze zouden bidden voor het zielenheil van familieleden van de goede gever die al waren overleden. Hierin ligt misschien wel de oorsprong van de hedendaagse trick-or-treattocht.

In Amerika kwam het feest pas in zwang in de tweede helft van de 19e eeuw, toen grote groepen Schotse en Ierse immigranten het land binnen kwamen.
In die tijd ontstond ook het bekendste symbool van Halloween, de uitgeholde pompoen die op een gezicht lijkt.
(Meer weten? zie Jack-o’-Lantern).
In de 20e eeuw was het vooral een kinderfeest. De kinderen gingen onder begeleiding van een volwassene verkleed  langs de deuren om te vragen om iets lekkers (trick or treat). Daarbij was het de bedoeling is om degene die opendeed een beetje bang te maken.
Als een bewoner rekende op deze ‘gasten’ was zijn huis herkenbaar aan halloweenversieringen.
Vanaf de tachtiger jaren van de vorige eeuw werd Halloween steeds meer een feest voor volwassenen en werden het griezelaspect en het het verkleed- en schminkgebeuren steeds belangrijker.

En nu komt het feest dus weer vanuit Amerika terugwaaien naar Europa.
Vandaag vieren we dus eigenlijk de Keltische oudejaarsdag: Samhain.
Geschiedenis kan zo leuk zijn 😉

Al eerder schreef ik over Halloween, toen ging het vooral om halloween bloemstukken: hierbij de links.
Foeksia en halloween 1
uit 2015
Foeksia en halloween 2
uit 2018

Reageren

29 oktober: Stad in tijd.

Toen ik eind september met mijn broer in Zutphen was, kwamen we op onze wandeling door de stad langs een gebouw waar een gedicht op stond.
Geen idee wat voor gebouw dat was of hoe oud het was, maar wat me aansprak was het gedicht dat op de zijkant van het gebouw op een blinde muur stond.
Links een foto van het gebouw, rechts een uitsnede van het gedicht.

Het gedicht beschrijft het gevoel dat ik wel eens probeer uit te leggen als ik weer in zo’n mooie oude stad geweest ben.

Reageren

24 oktober: Willem Barentsz in Harlingen.

Dit weekend kwam Cor, de zoon van mijn broer en schoonzus, een nacht bij ons logeren.
Met hem gaan we in de zomer vaak een dagje uit, maar deze zomer was nog lang niet alles mogelijk, dus we schoven het op naar de herfstvakantie.
Wat gaan we dan doen? Cor is nog jong, maar is erg geïnteresseerd in geschiedenis en wou graag een bezoek brengen aan de Stichting Expeditieschip Willem Barentsz.
Zoiets moeten wij dan eerst opzoeken.
Wat is dat dan? En waar? Harlingen dus.

We trokken er een hele dag voor uit: ’s morgens een stadswandeling in Harlingen en ’s middags een bezoek aan het expeditieschip en het bijbehorende bezoekerscentrum.
Harlingen is één van de oudste steden van Friesland en is altijd een belangrijke havenstad geweest.
We wandelden met z’n driëen door de historische binnenstad langs grachten met monumentale panden, liepen langs grote zeilschepen in de verschillende havens en liepen even binnen in de Sint Michaëlskerk: niet een heel oude kerk, maar wel imposant.
Na de lunch liepen we naar het doel van onze reis: het nagebouwde schip van Willem Barentsz.

De boot, de Witte Swaen, is niet zo groot als bijvoorbeeld de Batavia, maar wel helemaal met de hand gemaakt: een ontzagwekkend project.
Vanaf 2015 is er met man en macht gewerkt om de boot te bouwen. Sinds 2018 ligt de boot in haven en zijn er masten opgezet.
We werden welkom geheten door Betty en Bert, vrijwilligers die ons veel vertelden over  de reis van Willem Barentsz in 1596.

We kennen allemaal het verhaal van het Behouden Huys op Nova Zembla, maar dan gaat het altijd over hoe de mannen de donkere winter en de vrieskou overleefden, maar dat is maar een klein onderdeel van de geschiedenis van Willem Barentsz.
Van onze gidsen hoorden we die middag het hele verhaal.
Waarom gingen ze eigenlijk op weg voor zo’n barre tocht?
Het doel was het vinden van de noordoostelijke doorvaart; een zeeweg rond de noordkust van Azië naar het Verre Oosten.
Er was al lang een zuidelijke doorvaart, maar daar hadden de Nederlandse koopvaardijschepen last van de Spanjaarden en Portugezen, die niet zaten te wachten op de Nederlanders.
Als zeelieden er in slaagden de noordoostelijke doorvaart te vinden, lag voor hen een beloning van duizenden guldens in het verschiet: één zo’n reis volbrengen en je was destijds binnen en hoefde je nooit meer te werken.

Op het werkelijk prachtig gemaakte schip vertelde Betty dat ze in 1596 met 17 mensen vertrokken.
Dat ze in augustus al vast kwamen te zitten in het kruiende ijs. Dat ze een ijsbeer vingen,  poolvossen aten en dat ze maanden geen zon zagen.
Brrrr.
Als je op de boot in het ruim staat (zie afbeelding rechts) komt het avontuur van Willem Barentsz heel dichtbij.
Op reis naar een gebied dat toen nog niet in kaart was gebracht.  Waar begin je aan….

Het bezoekerscentrum was eigenlijk dicht vanwege te weinig vrijwilligers, maar omdat Cor zo enthousiast op de boot en de verhalen  reageerde werd het hek speciaal voor ons even opengemaakt en konden we  op ons gemak langs alle informatieborden lopen.
Wat een geslaagd uitje! (klik op de foto’s voor een vergroting)

Meer weten over dit mooie project?
Hierbij een link naar hun website: Stichting Expeditieschip Willem Barentsz 
Het is de bedoeling dat het schip ook echt naar Nova Zembla gaat varen.
Ze zoeken nog vrijwilligers voor die reis….

Reageren

3 oktober: Gotland 11 – Trollenhals?

Op onze laatste dag op Gotland zochten we de oostelijke punt van het eiland op. Voordat we naar de kust gingen wilden we nog een bezoek brengen aan een grafveld uit de 6e tm 8e eeuw; het heette Trullhalsar (Trollennek).  Carlijn stelde haar Google navigatie in, die ons een grindweg op stuurde. De grindweg werd een zandpad en het zandpad werd een karrenspoor met hoge, harde grassprieten die onder tegen de auto aan schuurden. De varens aan weerszijden van het pad kwamen tot aan de ramen; volgens Google zaten we nog op de goede weg,  maar ik had grote twijfels.
“Als je hier toch een auto tegenkomt…..” Ja,  dan heb je een probleem. “It better be good” vond Carlijn. Inderdaad. Zou het alle moeite wel waard zijn?

Toen we nog 200 meter van het grafveld af waren kwamen we op een soort open plek.  “Hier kunnen we in ieder geval keren. ” We zetten de auto aan de kant en besloten  het laatste stukje lopend af te leggen.
Na een korte wandeling stonden we ineens bij een enorme open plek in het bos.  We zagen grafheuvels, stenen zettingen/ringen en cairns (steenstapels).
Op een informatiebord aan de zijkant stond dat er ongeveer 300 graven waren. Op veel van de graven staan grafballen, ronde stenen die erop zijn gelegd.
De meeste graven zijn aan het begin van de 20e eeuw onderzocht en sindsdien gerestaureerd.
Zowel mannen als vrouwen liggen er begraven; vooral bij de vrouwengraven zijn dingen gevonden die er op wijzen dat de mensen behoorlijk rijk waren. (klik op de foto’s voor een vergroting, dan zie je de graven liggen).

Mij overviel hetzelfde gevoel als twee jaar geleden op Rügen toen we bij het hunebed ‘Herzogsgrab’ stonden ( zie Ein heilige statte 23 8 19).
Ik voelde het mysterie van deze bijzondere plaats. Het was heel stil op die plek; we liepen voorzichtig om de heuvels en cirkels heen.
De heide bloeide paars tussen de paden en het zonlicht viel diffuus op sommige stenen; het versterkte de gewijde sfeer van deze begraafplaats uit de oudheid.
Wat een ervaring.
Het staat niet in de toeristische folders van Gotland; hoeft ook niet.  Voor wie het zoekt is het te vinden.
Zonder informatiecentrum met koffie/thee en eterij blijft het zoals het al eeuwen is: een heilige plaats.

Benieuwd naar al onze belevenissen op Gotland?
Klik dan hier naar deel 1, daar vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen: Afstudeervakantie van onze jongste 

Reageren

24 augustus: Kasteeltje in Wedde.

Vorig jaar begin  november was het nog erg mooi weer en gingen Gerard en ik een dag fietsen in de omgeving van Sellingen.
(zie ‘Kom, wij gaot d’r uut ).
“Als wij toch die kant op gaan, dan wil ik ook wel eens kijken bij de Wedderborg.”
In het programma ‘Verborgen verleden’ was ooit Liesbeth List te gast, die dacht dat ze helemaal alleen op de wereld was.
Aan het eind van het programma kwam ze er achter dat ze een nazaat is van de familie Haselhoff, borggraaf in Wedde.
Tot die uitzending wist ik helemaal niet dat daar zo’n mooie, oude borg stond, dus die stond nog steeds op mijn verlanglijstje. 
We konden er niet in; het was in de tweede corona-lockdown, net in die twee weken dat de musea en bibliotheken ook dicht waren.
Maar er stond een groot informatiebord voor, zodoende kwamen we toch nog heel wat te weten over de borg.
We wandelden om het gebouw heen tussen groepjes eenden, een pauw en spelende kinderen.
Je kon daar ook een mooie paaltjes-wandeling maken, maar wij hadden nog een lange fietstocht voor de boeg en gaan die wandeling misschien nog een andere keer maken.

De geschiedenis van de borg begint voor het gebouw in 1360. Edde Addinga uit Reiderland had de heerlijkheid Westerwolde ‘in leen’ gekregen en om zijn positie te versterken bouwde hij de Wedderborg.
Het lukt Edde en zijn opvolgers maar niet om hun gezag te vestigen; Groningers hè, die laten zich niet zo gemakkelijk koeieneren.

In 1530 werd de borg ingenomen door Berend van Hackfort in opdracht van Karel van Gelre.
Het versterkte huis is in de loop van de eeuwen regelmatig van eigenaar gewisseld  (lees: werd ingenomen).
Het geslacht Haselhof was van 1637 tot 1803 burggraaf van de burcht.

De Franse overheersing maakte  een einde aan de rechten van de heerlijkheid Westerwolde, daarna werd het een deel van de provincie Groningen.
Toen de Fransen waren verdwenen had de stad Groningen geen belang meer bij de borg; in 1828 zou het gebouw worden verkocht voor de sloop.
Gelukkig werd dit voorkomen door notaris Koning die het kocht en ging bewonen.
In 1955 verkocht Koning het pand aan waterschap Westerwolde en daarna, 1977 trok de Streekraad Oost Groningen er in.
Er is wat afgesold met het gebouw tot het zijn huidige bestemming kreeg, het werd het kinderhotel Burcht Wedde: op deze website vind je in het menu onder ‘Burcht Wedde’ meer informatie over de borg.

Een heel nieuw stuk geschiedenis ontdekte ik door het bezoek aan dit Groningse kasteeltje, dat een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van noordelijk Nederland.
Fijn dat het bewaard is gebleven; we zijn notaris Koning dank verschuldigd.

Reageren

Pagina 1 van 19

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén