een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Geschiedenis Pagina 1 van 18

3 oktober: Gotland 11 – Trollenhals?

Op onze laatste dag op Gotland zochten we de oostelijke punt van het eiland op. Voordat we naar de kust gingen wilden we nog een bezoek brengen aan een grafveld uit de 6e tm 8e eeuw; het heette Trullhalsar (Trollennek).  Carlijn stelde haar Google navigatie in, die ons een grindweg op stuurde. De grindweg werd een zandpad en het zandpad werd een karrenspoor met hoge, harde grassprieten die onder tegen de auto aan schuurden. De varens aan weerszijden van het pad kwamen tot aan de ramen; volgens Google zaten we nog op de goede weg,  maar ik had grote twijfels.
“Als je hier toch een auto tegenkomt…..” Ja,  dan heb je een probleem. “It better be good” vond Carlijn. Inderdaad. Zou het alle moeite wel waard zijn?

Toen we nog 200 meter van het grafveld af waren kwamen we op een soort open plek.  “Hier kunnen we in ieder geval keren. ” We zetten de auto aan de kant en besloten  het laatste stukje lopend af te leggen.
Na een korte wandeling stonden we ineens bij een enorme open plek in het bos.  We zagen grafheuvels, stenen zettingen/ringen en cairns (steenstapels).
Op een informatiebord aan de zijkant stond dat er ongeveer 300 graven waren. Op veel van de graven staan grafballen, ronde stenen die erop zijn gelegd.
De meeste graven zijn aan het begin van de 20e eeuw onderzocht en sindsdien gerestaureerd.
Zowel mannen als vrouwen liggen er begraven; vooral bij de vrouwengraven zijn dingen gevonden die er op wijzen dat de mensen behoorlijk rijk waren. (klik op de foto’s voor een vergroting, dan zie je de graven liggen).

Mij overviel hetzelfde gevoel als twee jaar geleden op Rügen toen we bij het hunebed ‘Herzogsgrab’ stonden ( zie Ein heilige statte 23 8 19).
Ik voelde het mysterie van deze bijzondere plaats. Het was heel stil op die plek; we liepen voorzichtig om de heuvels en cirkels heen.
De heide bloeide paars tussen de paden en het zonlicht viel diffuus op sommige stenen; het versterkte de gewijde sfeer van deze begraafplaats uit de oudheid.
Wat een ervaring.
Het staat niet in de toeristische folders van Gotland; hoeft ook niet.  Voor wie het zoekt is het te vinden.
Zonder informatiecentrum met koffie/thee en eterij blijft het zoals het al eeuwen is: een heilige plaats.

Benieuwd naar al onze belevenissen op Gotland?
Klik dan hier naar deel 1, daar vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen: Afstudeervakantie van onze jongste 

Reageren

24 augustus: Kasteeltje in Wedde.

Vorig jaar begin  november was het nog erg mooi weer en gingen Gerard en ik een dag fietsen in de omgeving van Sellingen.
(zie ‘Kom, wij gaot d’r uut ).
“Als wij toch die kant op gaan, dan wil ik ook wel eens kijken bij de Wedderborg.”
In het programma ‘Verborgen verleden’ was ooit Liesbeth List te gast, die dacht dat ze helemaal alleen op de wereld was.
Aan het eind van het programma kwam ze er achter dat ze een nazaat is van de familie Haselhoff, borggraaf in Wedde.
Tot die uitzending wist ik helemaal niet dat daar zo’n mooie, oude borg stond, dus die stond nog steeds op mijn verlanglijstje. 
We konden er niet in; het was in de tweede corona-lockdown, net in die twee weken dat de musea en bibliotheken ook dicht waren.
Maar er stond een groot informatiebord voor, zodoende kwamen we toch nog heel wat te weten over de borg.
We wandelden om het gebouw heen tussen groepjes eenden, een pauw en spelende kinderen.
Je kon daar ook een mooie paaltjes-wandeling maken, maar wij hadden nog een lange fietstocht voor de boeg en gaan die wandeling misschien nog een andere keer maken.

De geschiedenis van de borg begint voor het gebouw in 1360. Edde Addinga uit Reiderland had de heerlijkheid Westerwolde ‘in leen’ gekregen en om zijn positie te versterken bouwde hij de Wedderborg.
Het lukt Edde en zijn opvolgers maar niet om hun gezag te vestigen; Groningers hè, die laten zich niet zo gemakkelijk koeieneren.

In 1530 werd de borg ingenomen door Berend van Hackfort in opdracht van Karel van Gelre.
Het versterkte huis is in de loop van de eeuwen regelmatig van eigenaar gewisseld  (lees: werd ingenomen).
Het geslacht Haselhof was van 1637 tot 1803 burggraaf van de burcht.

De Franse overheersing maakte  een einde aan de rechten van de heerlijkheid Westerwolde, daarna werd het een deel van de provincie Groningen.
Toen de Fransen waren verdwenen had de stad Groningen geen belang meer bij de borg; in 1828 zou het gebouw worden verkocht voor de sloop.
Gelukkig werd dit voorkomen door notaris Koning die het kocht en ging bewonen.
In 1955 verkocht Koning het pand aan waterschap Westerwolde en daarna, 1977 trok de Streekraad Oost Groningen er in.
Er is wat afgesold met het gebouw tot het zijn huidige bestemming kreeg, het werd het kinderhotel Burcht Wedde: op deze website vind je in het menu onder ‘Burcht Wedde’ meer informatie over de borg.

Een heel nieuw stuk geschiedenis ontdekte ik door het bezoek aan dit Groningse kasteeltje, dat een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van noordelijk Nederland.
Fijn dat het bewaard is gebleven; we zijn notaris Koning dank verschuldigd.

Reageren

13 augustus: Hervormden en gereformeerden?

Aaltjedag: het jaarlijkse uitje met schoonzus Ali.
Gisteren, donderdag 12 augustus stond ze om 09.30 voor mijn deur en dronken we samen achter ons huis in het zonnetje een kop koffie.
De tweede koffie van die ochtend namen we in op een terras aan het water in Appingedam.
Voor mij was dit de tweede keer dat ik daar was, de eerste keer was in januari 2019 met vriendin/ex-collega Gineke.
Daarover schreef ik toen een blog onder de titel ‘Het drama van Appingedam‘.
Dat sloot ik destijds af met de opmerking ‘We’ll be back for more….” en dat was dus gisteren.

… een hele oude kerk…..

Appingedam is een verrassend mooi, oud stadje. We boemelden heerlijk door de winkelstraten en genoten van een lunch aan het water in Paviljoen Overdiep.
Om 14.00 uur hadden we een date met een meneer van de VVV die een stadswandeling van een uur met ons ging maken.
Het eerste dat hij ons liet zien was een oud huis, dat in de tijd van de Spaanse overheersing door de hervormden en gereformeerden als schuilplaats werd gebruikt.
Ali en ik keken elkaar eens aan.
Hervormden en gereformeerden? In de 16e eeuw? De gereformeerden scheidden zich toch pas af in de 19e eeuw?
We lieten het maar zo. Niets is vervelender dan toeristen die een stadsgids verbeteren.
Toen wij een kwartier met de man op pad waren kregen we al in de gaten dat we die wandeling in één uur niet gingen redden. Hij was erg vertellerig en riep ‘ik heb geen haast, het mag wat mij betreft wel tot 6 uur duren.’  Wat ons betreft niet, dus wij vertelden hem gelijk maar dat kwart over drie eigenlijk wel the limit was.
Ook goed.
In de historische Nicolaaskerk riep onze gids enthousiast dat dit een hele oude kerk was.
“Gebouwd in 1525!”
Ik kon het niet laten.
“Toen pas?”
In een foldertje dat ik had stond namelijk dat de kerk net zo oud was als de Martinikerk in Groningen, uit de 13e eeuw.

Het was een licht vervreemdende ervaring.
Onze gids had grote verhalen, maar was niet helemaal bij de les.
Maar hij had ook sleutels, dus wij mochten naar binnen in het oude stadhuis en in de synagoge.
Ondanks de kleine missers maakten we toch een mooie en informatieve wandeling, maar om kwart over drie vonden wij het welletjes.
In een kerk die was omgebouwd tot horecagelegenheid stonden we bij een statafel in het oude altaargedeelte.
“Dit lijkt mij een goede plek en een goed moment om afscheid van elkaar te nemen. Dank u wel!” zei Ali ferm en we gingen op zoek naar een terras aan het water.
Waar ze ook ijs verkochten.

We sloten onze Aaltjedag af met een glas thee c.q. rivella en lepelden een verrukkelijk softijsje naar binnen.
Sundaes. Met sinaasappel c.q. caramel.
Wat weer een geslaagde dag!

Benieuwd wat we deden op voorgaande Aaltje-dagen?
2020: Zoutkamp & Peasens-Moddergat
2019 Groningen
2018 Harderwijk – Marius van Dokkum
2017 Amsterdam –  Hermitage
2016 Deventer stadswandeling
2015  Zwolle stadswandeling

Reageren

28 juli: Thuredrith 6 – Willemstad en Woudrichem.

Zicht op Willemstad vanaf de stadswallen.

Op het lijstje tips dat we kregen van ‘Wim uit Hank’ stonden ook twee vestingstadjes: Willemstad en Woudrichem.
De eerste van de twee deden we aan op een avond: de foto van de vissende reiger is ook daar genomen.
Nu een onbetekenend stadje, maar vroeger een vestingstad met grote allure.
Willemstad ligt aan de Brabantse kant van het Hollands diep en heeft als vesting dienst gedaan tot 1926.
We maakten een avondwandeling door het stadje, liepen over de wallen, bewonderden het Mauritshuis (een buitenverblijf van prins Maurits) en één van de eerste koepelkerken van Nederland. We dronken een cappuccino op een terras in de oude haven.

Woudrichem bezochten we op de zondag dat we ook naar slot Loevestein gingen.
Toen we het stadje binnenreden stroomde het nog van de regen, dus we bedachten dat we dan maar een kleine tour in de auto zouden doen.
Maar toen we daar rondreden kon ik dat niet.
Ik moest uit die auto:  paraplu mee, jas aan, de stad in.
Lopen rondom de oude kerk, kijken bij de stadspoort, genieten van het middeleeuwse stratenpatroon.
En het werd nog droog ook: konden we ook hier even een kop koffie nemen op een terras.

We hebben in Nederland nog een aantal oude vestingsteden. waar we er inmiddels heel wat van bezocht hebben.
Soms is er nog een deel in stand, soms zijn ze nog helemaal intact, zoals Willemstad.
In de beide stadjes in dit blog hebben we geen stadswandeling met een VVV-folder gedaan en ook geen museum bezocht.
We herkennen inmiddels de gebouwen die bij een vesting horen, zoals het arsenaal (zie afbeelding)  en we kunnen erg genieten van een wandeling door zo’n oude stad.
Naarden was mooi maar ook erg deftig en een beetje afstandelijk.
In Woudrichem hing een heel andere sfeer; er stonden grappige teksten op sommige huizen en het was niet zo chique.

Dit blog sluit ik af met het mooie gedicht van Simon Vinkenoog dat op de muur van het oude arsenaal stond.
Hij schreef het bij de festiviteiten rondom 650 jaar stadsrechten in Woudrichem.

Wat leert een stad van haar rechten?
Voor iedere burger de vrijheid bevechten
in tijden van vrede en tijden van kwaad
voor recht op vrijheid is het nimmer te laat. 

Elke strijd is met woorden te beslechten
met eigen taal en tekens – metterdaad.

In een tijd waarin alles opnieuw geschiedt
gebiedt het hoogste en zuiverste lied
dat de mens van zijn leven als kunstwerk geniet.

Simon Vinkenoog – september 2006.

Benieuwd naar de andere delen in deze serie?
Hierbij een link naar deel 1, onderaan dat blog vind je een overzicht van alle tien delen.

Reageren

5 juni: Klooster Yesse – een buitenkans!

De dochter van mijn broer studeert archeologie aan de Rijks Universiteit in  Groningen.
Vorige week was ze jarig: toen we gezellig aan het gebak zaten vertelde ze dat ze nog één week fieldwork ging doen bij voormalig vrouwenklooster Yesse.
Daar had ik al eens wat over gelezen en ik ging wat rechter op zitten.  “Mag je daar ook gasten ontvangen?” Dat mocht.
Toen liet ik er geen gras meer over groeien.  “Ok!  Dan kom ik vrijdagmorgen bij jou en je team kijken”.
Wat een buitenkans voor Aaltje!

In de buurtschap Essen (vlakbij Haren) stond van 1215-1594 het cisterciënzer vrouwenklooster Yesse.
Het was in trek als bedevaartsoord. Er hadden zich daar namelijk wonderen voltrokken, bijvoorbeeld een kaars die niet wilde doven en de kroon van het Mariabeeld, die door Jezus tijdens een mis op zijn eigen hoofd gezet werd. Helaas, er is niks meer over van die bloeiende abdij, alleen wat sporen in het landschap.
De RUG doet sinds 2017 onderzoek op het terrein. Ieder voorjaar zoekt een groep studenten Archeologie in de grond naar sporen van Yesse.

Waar kijk ik nu naar?

Gistermorgen om 09.30 uur zette ik de auto aan de kant van de weg en liep het laatste stukje naar het bezoekerscentrum.
Daarachter stond een grote witte tent en zag ik een omgewoeld terrein. Ik mocht me melden bij de projectleider en die stelde voor dat Coby mij zou rondleiden.
“Waar kijk ik nu naar?”
Het waren ‘putten’;  uitgegraven sleuven van een meter diep, anderhalve meter breed en ongeveer 5 meter lang.  Pin me niet vast op de afmetingen.
De grond wordt daar minutieus afgezocht. In die sleuven zaten witte papiertjes met letters er op en in de aarde waren cirkels en strepen getekend.
“Wat betekent dat? ” Het waren sporen in het zand: verkleuringen etc. waaraan men kan zien dat daar iets heeft gestaan.

…..zand weggespoeld…..

Het is de bedoeling dat de studenten hier leren wat er allemaal in de grond zit, dat ze onderscheid leren maken tussen de verschillende materialen.
Wat is interessant en wat kan weg? Hoe herken je die sporen in het zand? Waaruit bestaan de aardlagen die de wand van de putten vormen?
Een groepje studenten was bezig met het ‘zeven’ van de berg zand die uit de putten is gegraven.
Er werden een paar scheppen zand op een rooster gegooid; met een waterstraal uit een soort douchekop werd het zand weggespoeld en bleven er stenen en ander grof spul op het rooster liggen.
Er werd een klein stukje gekleurd glas gevonden dat rechtstreeks aan het klooster gelinkt kon worden: ik stond er op de neus bij en bedacht dat ik bij deze werkzaamheden in een permanente staat van opwinding zou verkeren. Wat vinden we?  Stukjes muur? Stukjes raam? Aardewerk?  Gereedschap?
Inmiddels zijn er in de loop van de jaren al veel bijzondere vondsten gedaan: beeldjes, stukjes glas en aardewerk en  een sleutel.
Kleine brokstukjes geschiedenis die samen een mooi beeld geven van dit vrouwenklooster.
Wil je meer weten over het vrouwenklooster Yesse?
Klik hier voor een link naar hun website. Daar vind je een interessant filmpje en kun je naar een presentatie van topstukken van de opgraving.

Na een half uur dwalen over het terrein waren al mijn vragen beantwoord, ging de groep koffiedrinken en werd tante Ada uitgezwaaid.
Over drie weken gaan deze tweedejaars studenten naar Noord Italië om onderzoek te doen naar sporen van de Griekse beschaving die daar voor Romeinen  was.
Daar zou tante Ada ook best even willen komen kijken…

Reageren

31 mei: Overstekende ober.

Eindelijk mooi weer.
Gistermiddag zetten we de fietsen achter op de auto en vertrokken richting Schipborg voor een fietstocht van zo’n 30 kilometer door het stroomdal van de Drentse Aa.
Ook al is het Drenthe: ik was op sommige plekken nog nooit geweest.
Spijkerboor bijvoorbeeld. We kwamen het dorp in bij de brug over het riviertje de Hunze (ook nog nooit gespot). Een groepje puberjongens stond in zwembroek op de brug.  Af en toe waagde één van hen zich aan een sprong over de reling, wat natuurlijk gepaard ging met de nodige apenrots bombarie. We vonden een bankje aan de oever van het riviertje en genoten van het schouwspel.

Op een informatiebordje in Spijkerboor las ik dat het dorpje in de middeleeuwen  is ontstaan bij een doorwaadbare plaats in de Hunze.
Er kwam een herberg en in de loop van de eeuwen groeide er een dorpje omheen.

Onze fietstocht leidde ons vervolgens door Nieuw Annerveen en Annen.
We zagen de Hondsrug letterlijk liggen, we fietsten echt omhoog Annen in.
Daar zagen we een geheel nieuw verkeersbord : let op,  overstekende ober.  O? Dat bracht ons op een idee

Vijf minuten later zaten we onder de bomen in het zonnetje in Annen en bracht de overstekende ober ons thee en cappuccino.
Na dat terrasje  stapten we weer op de fiets en gebeurde er iets (voor mij) onvoorstelbaars: links naast de weg stond een hunebed, dat Gerard wél opmerkte en ik niet.
Had hij niks gezegd dat was ik gewoon doorgefietst!
Maar hij maakte mij er op attent, dus ik fietste even terug.
Het was hunebed D9; deze had ik nog nooit gezien, dus daar moet ik dan even omheen lopen.
Het was maar een half hunebed; toen professor van Giffen het vond waren de andere stenen in de loop van de tijd al gebruikt voor andere doeleinden.
Op de grond liet hij destijds cementen afdrukken plaatsen op de plekken waar die stenen oorspronkelijk hadden gestaan.

De fietstocht leidde ons nog door een stukje van het Kniphorstbos, waar we vorig zomer de pré-historische wandeling maakten (lees hierbij het blog van 23 januari j.l.), want ik herkende de ‘galgenheuvel’.
Tenslotte kwamen we weer uit bij Schipborg.
Wat een mooie fietstocht; heel divers en door een prachtige omgeving!

Het leek trouwens wel alsof de wereld na het koude weer en de coronaversoepelingen weer open was gegaan: zo druk als gistermiddag hebben wij het in Drenthe nog niet vaak meegemaakt…..

Reageren

22 mei: Enkhuizen 6 – Rijkdom, verval en voorzichtig herstel.

We planden een weekend naar Enkhuizen,  maar toen de vrijdag en de zaterdag al om waren hadden we het hele Enkhuizen nog niet gezien.
Op de laatste dag,  zondag 2 mei,  namen we ’s morgens afscheid van Mariëlle van Lafatoria: we reden naar Enkhuizen voor een stadswandeling.
We begonnen met een wandeling over een deel van de oude vestingmuur; onderweg kwamen een stadspoort tegen en een waterpoort (afb. links). De wandeling leidde ons door de oude binnenstad langs grachten en herenhuizen; onderweg stonden grote sandwichborden met informatie over Enkhuizen.

De 17e eeuw was de bloeitijd van Enkhuizen.
De stad had de grootste haringvloot van de Nederlanden en de VOC en de WIC waren in de stad vertegenwoordigd.
Door handel op de Oostzeelanden, Engeland, West-Afrika en Indië werd Enkhuizen rijk.
De stad telde zo’n 25.000 inwoners, voor die tijd een hoog aantal.
Er waren drie redenen voor het verval van Enkhuizen dat aan het einde van de 17e eeuw intrad:
– de oorlogen met Engeland
– het verzanden van de havenmond
– de concentratie van de handel op Amsterdam.
Enkhuizen werd, samen met o.a. Medemblik en Hoorn één van de sluimerende, verstilde stadjes aan de Zuiderzee.
Tussen 1650 en 1850 daalde de bevolking van 22.000 naar 5.400 inwoners.

Toen er in 1885 een treinverbinding kwam via de spoorlijn Amsterdam-Zaandam-Enkhuizen en de veerdienst met Stavoren tot stand kwam bloeide de stad weer op.
Met de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 ging de haringvisserij verloren, hoewel er geruime tijd op andere soorten in het toen ontstane IJsselmeer kon worden gevist.

De Drommedaris

Rijkdom, verval, bittere armoede en voorzichtig herstel: de sporen van deze stadsgeschiedenis vind je nog overal in de stad.
We kwamen langs enorme pakhuizen en gevelstenen met teksten als ‘de cost gaet voor den beat uyt’.

De wandeling eindigde bij het gebouw waar Enkhuizen om bekend staat: de drommedaris.
Het is oorspronkelijk een verdedigingstoren/toegangspoort tot de stad bij de ingang van oude haven.
In die haven kochten we een broodje haring met uitjes dat we opaten op een bankje op de brug: de haringvloot is dan jammer genoeg ter ziele in Enkhuizen, maar ze worden nog wel verkocht en hij smaakte best!

Benieuwd naar de andere blogs in deze serie?
Hierbij een overzicht.

1. Niet in Enkhuizen  –  over B&B La fattoria in Venhuizen.
2. Medemblik – Oud stadje in de regen.
3. Boerenkaas – Kaasboerderij Koopman.
4. Hoorn – Bontekoe en Coen in een oude haven.
5. Beatles in Blokker
6. Rijkdom, verval en voorzichtig herstel.
7. Tulpen, stolpboerderijen en wurrumen.

Reageren

10 mei: Enkhuizen 4 – Hoorn.

Zaterdagmorgen 1 mei fietsten we na het ontbijt naar de oude Zuiderzeedijk onder Venhuizen en fietsten helemaal langs het Markermeer naar Hoorn.
Voor 1 mei was het best nog koud en met de frisse wind vanaf het meer pal op de snoet waren we blij met haarbanden, sjaals en handschoenen.
Hoorn was voor een liefhebber van geschiedenis als ik een aangename verrassing.
In tegenstelling tot die vrijdag ervoor in Medemblik was het nu goed weer: af en toe zon en overwegend droog.

Havenhoofd met de oude steiger.

In de gouden eeuw was Hoorn de hoofdstad van West-Friesland en een vooraanstaande haven-en handelsstad aan de Zuiderzee; die grandeur is nog steeds aanwezig in het stadje.
In elke straat kom je kenmerken tegen van de 16e, 17e en 18e eeuw, toen er in Hoorn veel internationale handel over het water werd gedreven en er dus heel veel scheepvaart was.
De Hoornse ontdekkingsreiziger W.C. Schouten vond de route naar het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika, Kaap Hoorn. Hij vernoemde de kaap op 29 januari 1616 naar zijn geboorteplaats. Ook Jan Pieterszoon Coen en de beroemde schipper Bontekoe vertrokken uit de haven van Hoorn.
De VOC bracht grote rijkdom in Hoorn, waar je nog steeds sporen van vindt, zoals de namen op de pakhuizen aan de Hoornse havens.

De scheepsjongens van Bontekoe.

We zetten de fiets even aan de kant liepen in de haven naar ‘Het Houten Hoofd’. Dat is de steiger die aan de Hoofdtoren ligt.
Dat was vroeger een steiger en aanleg- en losplaats voor schepen; deze steiger is in 1416 gebouwd en vanaf de steiger kun je over de prachtige haven van Hoorn uitkijken.
Naast de monumentale Hoofdtoren staat een beeldengroepje van drie puberjongens: ‘de scheepsjongens van Bontekoe’. (zie afbeelding).
Uit deze haven vertrokken Jan Pieterszoon Coen en IJsbrand Bontekoe; als je daar staat bij dat oude havenhoofd voel je de geschiedenis  even heel dichtbij.

Op de markt, omzoomd door mooie, oude, zelfs wat protserige gevels was het een drukte van belang; de terrasjes waren al weer mooi gevuld.
Midden op het plein stond pontificaal een metershoog beeld van Jan Pieterszoon Coen.
Aan de zijkant zit sinds 2012 een nieuw informatiebordje met deze tekst:

Jan Pieterszoon Coen (Hoorn 1587 – Batavia 1629)

Koopman, directeur generaal en gouverneur generaal van de Verenigde Oostindische Compagnie.
Vormgever van het succesvolle handelsimperium van de VOC in Azië.
Stichter van Batavia, het huidige Jakarta.

Geroemd als krachtdadig en visionair bestuurder, maar evenzeer bekritiseerd om zijn gewelddadige optreden bij het verwerven van handelsmonopolies in Indië.
Voerde in 1621 een strafexpeditie uit tegen één van de Banda-eilanden omdat de bewoners tegen het verbod van de VOC nootmuskaat leverden aan de Engelsen.
Duizenden Bandanezen lieten hierbij het leven. Onomstreden is dit standbeeld niet. Volgens critici verdient Coens gewelddadige handelpolitiek in de Indische archipel geen eerbetoon.

De geschiedenis wordt niet herschreven, maar wel anders belicht.

Benieuwd naar de andere blogs in deze serie?
Hierbij een overzicht.

1. Niet in Enkhuizen  –  over B&B La fattoria in Venhuizen.
2. Medemblik – Oud stadje in de regen.
3. Boerenkaas – Kaasboerderij Koopman.
4. Hoorn – Bontekoe en Coen in een oude haven.
5. Beatles in Blokker
6. Rijkdom, verval en voorzichtig herstel.
7. Tulpen, stolpboerderijen en wurrumen.

Reageren

5 mei: Enkhuizen 2 – Medemblik

Regen als je vakantie hebt is nooit leuk.
De eerste middag van ons weekendje Enkhuizen was het zulk vies weer, dat onze geplande fietstocht van 30 kilometer niet door kon gaan; in de auto op de dijk Lelystad – Enkhuizen zagen we de bui al letterlijk hangen. Als alternatief  kozen we voor een bezoekje aan het stadje Medemblik.
Fietsen in de regen is namelijk echt niet fijn, maar een wandeling kun je, met paraplu, best maken.

Wij waren al eens eerder in Medemblik geweest in 2010, toen nog met ons voltallige  gezin. We hadden dat jaar een arrangement op een camping in Julianadorp; de hele maand mei hadden we de caravan daar staan, dus alle weekenden en de meivakantie waren we daar. Ook toen hadden we een heel koud voorjaar. We gingen wel naar het strand, maar zwemmen….daar kwam het niet van. We bezochten Alkmaar (museum én winkelen) en Medemblik. Dan loop je heel anders in zo’n stad; met 3 dochters in je kielzog is er beslist minder aandacht voor kerken,  monumentale panden en sfeervolle grachten met eeuwenoude tegen elkaar aanleunende pakhuizen.

Het kasteel Radboud sprak nog wel tot de verbeelding, (zie afbeelding: Gerard met de dames achter het kanon), maar  daarna moesten we toch nodig weer een terrasje met een ijsje.  Tot zover 2010.

Medemblik is de kleinste én oudste stad van Westfriesland.
De stad heeft veel gevochten tegen het water, maar vergaarde ook rijkdom en aanzien dankzij het water.
De oude havens herinneren aan de bloeiende eeuwen als havenstad, maar de aanleg van het Noordhollands Kanaal betekende het definitieve einde hiervan. De Afsluitdijk maakte van de woeste Zuiderzee het kalme IJsselmeer.
In de VVV-folders hadden we gelezen dat de stad altijd bruist van grote levendigheid en vele activiteiten; maar daarvoor kwam wij kennelijk op een verkeerd moment. Alleen de regen bruiste; we wandelden door een vrijwel lege stad maar zagen wel mooie oude panden, een oud tramstation waar de historische stoomtram nog langskomt, rondvaartboten, stadswandelingen voor groepen: maar door de coronabeperkingen kon van dat alles niets doorgaan.
We liepen door een anders waarschijnlijk heel drukke winkelstraat, waar een uitbater van een café, kijkend naar zijn druipende parasols, triest in de deuropening van zijn bedrijf stond.
“Mogen de terrassen eindelijk open, heb je dit…..” merkte Gerard op.

…..schril contrast….

Wat wij zagen stond in schril contrast met de wervende teksten op de kleurige website van het stadje.
Eerlijk gezegd: vonden we niet erg.
We liepen rustig een deel van een aangegeven stadswandeling langs grachten en uit het lood staande, oude panden.

Voor Medemblik hoop ik dat het deze zomer weer gaat bruisen: neem maar eens een kijkje op  de website: Medemblik.
Het maakt ook deel uit van de bekende historische driehoek, een route die je aflegt tussen drie steden.
Vanuit Hoorn pak je de stoomtram naar Medemblik, vanaf Medemblik ga je met de boot naar Enkhuizen en ten slotte pak je de trein weer terug Hoorn.
Kan allemaal.
Als het weer mag.

Benieuwd naar de andere delen uit deze blogserie?
Hierbij een overzicht.

1. Niet in Enkhuizen  –  over B&B La fattoria in Venhuizen.
2. Medemblik – Oud stadje in de regen.
3. Boerenkaas – Kaasboerderij Koopman.
4. Hoorn – Bontekoe en Coen in een oude haven.
5. Beatles in Blokker
6. Rijkdom, verval en voorzichtig herstel.
7. Tulpen, stolpboerderijen en wurrumen.

Reageren

24 april: Selwerderhof.

Toen ik een blog schreef over mijn bezoek aan de Zuiderbegraafplaats in Groningen ( zie blog 15 juli 2020) schreef ik dat Carlijn ook wel eens over een kerkhof wandelt.
Deze week nodigde ze me uit voor een wandeling bij haar in de buurt op de Selwerderhof. Ter vervanging van een lunch in een horeca-gelegenheid namen we picknickspullen mee in een rugtas.
Toen ik het adres had ingetypt en de TomTom mij naar Groningen stuurde, had ik eigenlijk geen idee waar ik heen reed.
De Selwerderhof ligt in het noordelijkste deel van de stad Groningen; het  is veel meer dan een begraafplaats.
Natuurlijk, er zijn graven, er is een urnentuin, een strooiveld, een aula en andere zaken die met de dood te maken hebben.

Maar het is ook een prachtig park.
Carlijn wilde me de bloesem aan de bomen laten zien, maar daarvan was het hoogtepunt al een beetje voorbij.
Maar ook zonder bloesem was het heel mooi.

bankje.

Oude bomen, heel pril groen, narcissen, waterpartijen: alles ademt de sfeer van rust en meditatie.
We liepen over een deel van de Islamitische begraafplaats. In 1987 werd deze begraafplaats officieel ingewijd; het ontwerp is tot stand gekomen in overleg met de Stichting Moskee en de gemeente Groningen.
De mensen die daar zijn begraven zijn geheel volgens de islamitische traditie ter aarde besteld en alle graven liggen met het voeteneind richting Mekka.
Carlijn wees mij ook op de ‘gedenkplaats eenzaam overledenen’; we benoemden even het ontstellende feit dat er dan niemand is die je begrafenis kan/wil regelen.

Een klein stukje geschiedenis: in de buurt van de Selwerderhof stond vroeger het versterkte steenhuis Selwerd. (zie Steenhuis Selwerd); ook stond daar in de buurt het gelijknamige klooster (zie Klooster Selwerd).
Meer weten over de geschiedenis van deze begraafplaats? Hierbij een link naar een artikel daarover op de website Focus Groningen

Halverwege vonden we een bankje in de zon, waar we even neerstreken voor onze meegebrachte picknick.
Carlijn had iets nieuws meegenomen: een börek.
Het is een soort Turkse loempia; deze was gevuld met kip en kruiden.
Lekker man!

Toen we de begraafplaats afliepen maakten we nog een wandeling naar het Van Starkenborghkanaal.
Aan de andere kant van de weg bezochten we de Joodse begraafplaats.
Daarachter lag nog een soort begraafplaats met kleine bordjes met namen van mensen die allemaal overleden waren in 1947 en 1948, maar we konden nergens informatie vinden wat dat was.
Daar kan ik mij dan niet bij neerleggen, dus eenmaal thuis heb ik gespeurd op internet.
Het antwoord op onze vragen vond ik op deze website ‘Traces of war’.
Daarna vond Carlijn nog meer antwoorden op deze site ‘Noodbegraafplaatsen/geschiedenis’. 
Het is een noodbegraafplaats die in en na de oorlog gebruikt is. Ook liggen er een aantal Nederlandse oorlogsmisdadigers begraven.

Zomaar een wandeling op een vrijdagmiddag in april.
Een goed gesprek, een gezellige picknick en een prachtige omgeving.
En ook nog een stukje geschiedenis.
Mijn waarde van de dag.

Reageren

Pagina 1 van 18

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén