een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Geschiedenis Pagina 1 van 20

29 januari: Meer dan alleen hun einde.

Deze tekst stond aan het begin van de tentoonstelling ‘Sterven in schoonheid‘*  in het Drents Museum in Assen:
‘Pompeï en Herculaneum zijn meer dan alleen hun einde’.
Zeg je Pompeï en Herculaneum, dan denk je onmiddellijk aan de uitbarsting van de vulkaan Vesuvius, die die steden in 79 na Christus wegvaagde.
De nadruk in alle verhalen om dat onderzoek heen ligt vaak op de omvang van de catastrofe, hoe de mensen met honderden tegelijk omkwamen, hoe ze zich probeerden te beschermen tegen de asregen en de lava en hoe de contouren van de lichamen tevoorschijn kwamen door gipsafdrukken.
Die aspecten van het dramatische verhaal spreken natuurlijk tot de verbeelding, maar die twee steden zijn meer dan alleen hun einde.
Door archeologisch onderzoek in beide steden hebben we een realistisch beeld gekregen van hoe de mensen leefden in die tijd.

Deze expositie bezocht ik met de dochter van mijn broer, nicht Coby, die bezig is met het laatste jaar van haar studie Archeologie aan de Rijks Universiteit in Groningen. We lazen bij de informatie dat de met as en lava bedekte steden al in 1738 en 1748 ontdekt werden. Coby merkte daarover op: “Wel jammer dat die ontdekkingen al zo vroeg zijn gedaan, want toen hadden de mensen natuurlijk niet de beschikking over de geavanceerde methodes die we nu hebben om onderzoek te doen. Er is toen ook veel kapot gemaakt.”

Bij de tentoonstelling in Assen ligt het accent op de schoonheid van gebruiks- en kunstvoorwerpen in  beide steden.
In de vitrines en langs de wanden zie je keukengerei, schilderijen, meubels, versieringen aan gebouwen en complete fresco’s die op muren waren geschilderd.
De tentoongestelde stukken komen uit het nationaal Archeologisch museum in Napels en het archeologisch Museum Pompeï/Herculaneum.

En dan sta je oog in oog met een bakkersechtpaar uit Pompeï (zie afbeelding).
Zij wilden graag belangrijker en rijker lijken dan ze daadwerkelijk waren; ze lieten zichzelf portretteren met schrijfgerei, waaruit zou blijken dat ze geletterd waren. Ze staan op het schilderij zoals ze graag zouden willen zijn: zij op gelijke hoogte met haar man, hij in een wit gewaad dat in die tijd wees op een activiteit in het openbaar bestuur.

Toen had je in de maatschappij een rijke bovenlaag met daaronder een brede laag van gegoede burgers die hun uiterste best deden om te lijken op de mensen uit die hogere stand. Zij imiteerden hen op het gebied van kleding, haardracht, sieraden, huisraad: zien en gezien worden, daar draaide het om.

Coby en ik keken elkaar eens aan en benoemden de fresco’s van onze tijd: Facebook en Instagram.
“Dan is er in al die eeuwen eigenlijk niets veranderd…..”

Aan het eind van de tentoonstelling lazen we deze tekst:
Wie bepaalt wat wij mooi vinden? In de Romeinse tijd zetten het keizerlijk hof en andere machthebbers de trend.
Tegenwoordig wordt de inrichting van ons huis en de stijl van onze tuin vooral bepaald door ontwerpers, grote merken, tv-programma’s, influencers en andere bekende mensen.
Zij besluiten wat mooi is en wij geven ‘een like’. Zo draaien we in een cirkel rond en houden deze smaakpolitie zelf in het zadel.

* nog te zien tot 26 maart 2023.
Dit blog is mede mogelijk gemaakt door Groentotaal A. de B te A., waarvoor dank!

Reageren

27 januari: Vergelijkbare opnames.

Als je gebruik maakt van Google Foto’s herken je de volgende meldingen.
“Bekijk afbeeldingen van vorig jaar op deze dag!”
Een foto van een bord met lekker eten.
Waar was dat dan? Oh ja. Is dat alweer een jaar geleden?
Of drie? Of vijf?

“Kijk eens wat we hebben gevonden: vergelijkbare opnames!”
Een serie zonsondergangen of vergelijkbare landschappen.
Vanmorgen kreeg ik weer zo’n melding.
Nu had Google een aantal hunebedfoto’s op een rijtje gezet.
Dat zegt iets over mijn voorkeuren…… in iedere vakantie bekijken we wel zo’n pré-historisch monument.
De afbeelding hiernaast is het hunebed dat het dichtst bij Roden ligt: D1 bij Steenbergen.

Mijn liefde voor geschiedenis bracht Gerard op het idee om een scheurkalender te kopen met geschiedenis als onderwerp.
Ik had niet gedacht dat dat zo leuk zou zijn!
Iedere dag wordt een feitje uit de wereldgeschiedenis belicht en steeds uit een andere eeuw.
Vanmorgen zat ik op de wc en las de vraag: “Waarom werd Dante op 27 januari 1302 verbannen uit Florence?”
Wie was dat ook maar weer? Het enige wat ik van hem weet is ‘Italiaans dichter, schrijver van de Goddelijke Komedie’.
Werd die verbannen?
Dan lees je een triest verhaal over een politiek spel tussen twee groepen en een machtsgreep toen Dante even niet in Florence was.
Had te maken met of je het wel of niet met de toenmalige Paus eens was.
De laatste regel was ‘Hij zag zijn geboortestad nooit meer terug en zwierf door Italië’.

Iedere dag een klein weetje: op de voorkant van het blaadje een vraag, op de achterkant het antwoord en meer informatie over het onderwerp.
Zo heb ik deze week, naast het antwoord op de vraag over Dante, ook al iets geleerd over Churchill, over de wereldberoemde bibliotheek van koning Corvinus van Hongarije in de 15e eeuw, over een Russische keizerin die in 1755 de universiteit in Moskou opende en over de aflaten van Johann Tetzel, de lucratieve handel die Luther in zijn 95 stellingen veroordeelde.
Wat is  geschiedenis  dan veelomvattend; het is veel meer dan hunebedden en Hanzesteden.
De foto-terugblikken van Google maken deel uit van mijn eigen geschiedenis: met onze kinderen, familie, vrienden en aanverwante clubjes zoals daar zijn de cantorij etc.
Wij komen nooit op zo’n kalender; wij horen bij ‘de kleine luyden’.
Maar we schrijven wel geschiedenis; onze eigen!
Google helpt me af en toe een handje om die niet te vergeten.

Reageren

21 december: Tip! Dagelijks!

Maandag kreeg ik een app van een vriendin: Tip! Dagelijks!
Ze had er een afbeelding bijgedaan van een klein stukje uit haar TV-gids.
Dit las ik: Highclere Castle: het échte leven in het decor van de Engelse serie Downton Abbey.

Vaste lezers van deze website weten: hou ik van.
Van Downton Abbey heb ik alle afleveringen gezien en de twee daarvan afgeleide speelfilms ook.
Het kasteel Highclere Castle is het decor voor de serie, maar is veel meer dan een filmset of decorstuk.
Het  ligt op een eeuwenoud landgoed dat voor het eerst in 749 wordt vermeld; het mooie landhuis is in de 19e eeuw drastisch verbouwd, toen kreeg het zijn huidige vorm.

Deel 1 heb ik inmiddels gezien.
Net wat voor mij.
Maar wat we zien in deze serie heeft weinig meer te maken met de beelden die we kennen uit Downton Abbey.
De entourage is hetzelfde gebleven, maar de eigenaren zitten niet meer alleen met hun pinkje omhoog port te drinken ‘in the afternoon’.
Er zijn allerlei manieren bedacht om het landgoed rendabel te maken: er worden kaartjes verkocht voor een bezoekje aan het landgoed en de bezichtiging van het huis, er worden ’tours’ op het landgoed georganiseerd, je kunt er overnachten in lodges, je kunt er trouwen en Lady Carnarvon heeft boeken geschreven die je kunt kopen.
Neem voor de aardigheid eens een kijkje op hun website en klik hier en daar op een tabblad: er gaat een wereld voor je open.
Een sprookjeswereld, maar voor niets gaat de zon op.

Lord en Lady Carnarvon hebben erg veel last gehad van de coronapandemie; ze moesten hun poorten sluiten en liepen zo veel inkomsten mis.
Maandagavond zag je in de serie hoe het landgoed voor het eerst weer open mocht met Pasen 2022.
Wat een happening!
Ze filmden de voorbereidingen voor het Easter-spektakel.
De kok die scones en stokbrood maakte, de butler die alles tot in de puntjes verzorgde, het echtpaar dat iedere dag (!) alles afstofte in de mooie kamers, de voorbereidingen voor de speurtocht voor kinderen over het landgoed en op de achtergrond zag je lammetjes geboren worden, je zag hoe de paarden en veulentjes worden gekoesterd en je zag ook hoe het personeel zich het schompes werkte om alles voor elkaar te krijgen.

En dan komen de bussen met toeristen het terrein op rijden.
2000 bezoekers.
Fans van Downton Abbey maar ook liefhebbers van geschiedenis en/of mensen die van tuinen en parken houden.
En net als in de Catharinakerk in Roden zijn ook hier gidsen die de bezoekers graag iets willen vertellen over het oude gebouw.

Op het puntje van mijn stoel zat ik.
Spreekwoordelijk dan.
In werkelijkheid zat ik met mijn haakwerkje op de bank ontzettend te genieten.
Bij de aftiteling van deel 1 werden er alvast beelden getoond van deel 2.
Beelden van de première van de tweede film van Downton Abbey…….
Geen deel zal ik missen, nog vier te gaan.

Weten wat ik heb met Downton Abbey?

mei 2022: Het warme bad…..
oktober 2019: I never argue ….. I explain. 

Reageren

9 december: Ot en Sien.

Op donderdag 24 november stond er een foto van Roden op de Drentse scheurkalender.
We zien de schoolkinderen Ot en Sien op hun voetstuk op de Brink inRoden.
Deze twee buurkinderen spelen de hoofdrol in de kinderverhalen geschreven door Hindericus Scheepstra en Jan Ligthart; Cornelis Jetses tekende de beroemde plaatjes er bij.
Het dorpje Roden stond destijds model voor het rustige dorpsleven waarin de beide kinderen thuis en op school van alles beleefden.
Het standbeeldje staat al vanaf 1969 op de Brink, het is destijds gemaakt door Suze Boschma-Berkhout.

Roden mag zich sinds 2015 ‘het dorp van Ot en Sien’ noemen.
Aan de andere kant van de Brink, naast de Catharinakerk, staat een standbeeld van Hindericus Scheepstra.
Hij is geboren in het pand naast de kerk; de openbare basisschool in Roden is later naar hem genoemd: de meester Scheepstra-school.
Die school is gelukkig in de loop van de jaren behouden gebleven: het gebouw werd gebruikt als schoollocatie in de serie ‘Bartje’ en tegenwoordig bevindt zich in de oude gebouw het ‘Scheepstrakabinet’, waar je de wereld van meester Scheepstra en Ot en Sien kunt bekijken. Je kunt er zelfs nog met een kroontjespen schrijven!

De beide beroemde schoolkinderen staan in weer en wind op de Brink.
’s Winters staat er een oliebollenkraam naast hen, ’s zomers zitten toeristen graag even op het bankje in hun buurt met een ijsje of een drankje.
Ze passen zich ook altijd aan de omstandigheden aan.
Op Koningsdag is er altijd wel iemand die het stel een oranje plastic kroon op zet of versiert met oranje vlaggetje en tijdens de coronapandemie hadden ze zelfs mondkapjes voor!
In de winter staan de arme kinderen altijd zonder jas: toen er eens een dik pak sneeuw was gevallen maakte ik deze foto.
‘Kold ja!’

Wil je meer weten?
Hierbij een link naar de website van het Scheepstrakabinet, naar de pagina Ot en Sien

Dit blog stond al even klaar en was dus niet de waarde van vandaag.
Dat was een toevallige ontmoeting in Roden vanmiddag. Op weg van de markt naar huis werd ik vriendelijk gegroet door een mevrouw: “Moi! Ja, ik ken jou beter dan jij mij kent. Ik ken jou van de kerk en lees dagelijks je blog; daar geniet ik van. Ik denk, ik spreek haar toch even aan…”
Janny: het was mij een aangenaam genoegen en bedankt voor je aardige complimenten!

Reageren

1 december: De Eenhoorn.

“Daar is een oud tabaksfabriekje waar ze nog met de hand sigaren maken”.
Mijn broer had het over ‘de Eenhoorn’ in Kampen: op 26 november beloofde ik in het verhaal over de ‘Brus-dag‘ al dat ik er een blog over zou schrijven.
We werden in de sfeervolle winkel ontvangen door een jongeman die ons meenam naar ‘de Kennemerkamer’, waar hij zijn verhaal begon.
We gingen een reis maken door de wereld van tabak en sigaren.

Het is al prachtig om door het oude bedrijf te wandelen. Je loopt vanuit de winkel door een gang met oude, gebloemde tegels en vervolgens kom je in de tabaksfabriek ‘de Olifant’.
De voorkant van het museale pand ligt in de Oudestraat, waar je op twee plaatsen de winkel binnen kunt lopen en de achterkant bevindt zich aan de Voorstraat, waar vroeger het laden en lossen ook al plaats vond.
In de 19e eeuw was Kampen echt een ‘sigaren-stad’: er waren toen meer dan 110 sigarenfabrieken!
Eerst zagen we hoe de tabak vanuit verschillende landen in balen aankomt en we leerden het verschil tussen tabaksbladen die worden gebruikt voor het buitenste laagje van een sigaar en tabak die wordt vermalen voor binnen in de sigaar.
Bij het verwerken wordt allereerst de dikke nerf die midden in het blad zit er uitgehaald, net als wij doen bij het ‘stropen’ van de boerenkool.

De rondleiding duurde een uur en bracht ons langs verschillende opslagruimtes en werkplaatsen waar de traditionele machines stonden waarmee sigaren werden gemaakt.
Ondertussen genoot ik van het middeleeuwse gebouw:  oude muren, de verschillende vloeren (hout, plavuizen, stenen) en van de oude gebinten; het hele gebouw rook naar tabak.
Voor 1880 werden de sigaren in Kampen met de hand gemaakt; toen waren hele gezinnen bezig om op die manier geld te verdienen.
Ook daarover kregen we uitleg.

Tegenwoordig worden er in de Eenhoorn nog steeds sigaren gemaakt, maar men heeft zich daarnaast ook toegelegd op het branden van koffie en het maken van thee.
We sloten de rondleiding af met een bezoekje aan  de thee- & koffieschenkerij achter de winkel, waar we werden getrakteerd op een kopje Espresso (Henk) en een minipotje rooibosthee (ik).
Met Kamper pepernoten.
Hierbij een link naar ‘de Eenhoorn’.

Wil je een idee krijgen van wat we in Kampen hebben gezien?
Kijk dan de aflevering terug van ‘Hier zijn de Van Rossems’ in Kampen.

Reageren

29 oktober: Een bed en stoelen.

In het blog over het Boomkroonpad beloofde ik het al: we maakten die middag ook een fietstocht.
Die werd door mijn toedoen iets langer dan gepland, want ik had gezien dat daar in de buurt een hunebed was.
“Nu we hier toch zijn…..”
Het hunebed lag ver verwijderd van de fietsknooppunten die Gerard voor onze route had bedacht, dus we moesten er naar toe fietsen.
We wisten al dat we met Google-maps  in de IJzertijd konden komen en ook de Steentijd behoorde tot de mogelijkheden: feilloos leidde onze telefoon ons  (over smalle, slecht begaanbare zandpaadjes) naar D26.

Bij dit hunebed was iets unieks: op het infopaneel stond een foto van het archeologisch onderzoek dat plaats vond tussen 1968 en in 1970.
Dit was het laatste hunebed dat werd onderzocht; professor van Giffen was toen al bejaard, maar was er nog wel zijdelings bij betrokken.
Op die foto kon je heel goed zien hoe zo’n hunebed er vroeger uitzag, dat het een grafkelder was waar je in afdaalde.
Links zie je een foto van  hoe het er nu uitziet, rechts de foto van het onderzoek.
Meer weten over D26? Hierbij een link naar de website van het Hunebedcentrum.

En toen…. op zoek naar de fietsknooppunten.
We fietsten die middag in de bossen van Drouwen en Borger.
De bomen begonnen al mooi te verkleuren en langs de weg zagen we mooie paddenstoelen; hieronder een serie foto’s.
Ook zagen we een paar enorme mierenhopen.
Als wij vroeger met ons gezin in Hoogersmilde de Bosweg rondliepen wist mijn vader in het bos ook zo’n mierenhoop te zitten.
Dan zette hij vaak een tak in die hoop en wees ons op die mieren die in paniek heen en weer renden en weer hard aan het werk moesten om de schade te herstellen.
Als kind vond ik het spectaculair, nu denk ik ‘Waarom zou je dat doen?’

We genoten van een middag ‘Herfst in Drenthe’.
Het is echt zo: Drenthe doet wat met je.
Op de Drentse Scheurkalender stond op 24 oktober een foto van het hunebed in de Emmerdennen.
Daar stond een klein gedichtje bij dat mooi bij dit blog past:

Een ontmoeting met de geschiedenis,
die altijd om de hoek ligt 
bij een wandeling in de Drentse natuur.

(klik op de afbeeldingen voor een vergroting)

Reageren

2 september: Zes gouden regels uit de 12 eeuw.

Toen ik met Ali in het klooster van Ter Apel was, vonden we in de binnentuin een bord met informatie over Hildegard von Bingen (1098 – 1179).
We zagen een afbeelding van haar en deze tekst stond er op:

Zij beschreef in haar beroemde boek ‘Physica’ niet hoe de planten er uit zagen, maar maar beschreef ze op zeer beeldende wijze ondermeer in termen van warm, koud, nat en droog.
Deze kwaliteiten zouden namelijk invloed hebben op de gemoedstoestand van het  lichaam.
Zij begreep als één van de eersten dat kruiden alleen werken als het gebruik er van gepaard gaat met een sterk geloof in de heilzame werking  ervan. Zij wist dat rust, regelmaat en reinheid de sleutel is tot een lang en gezond leven.

Hildegard von Bingen werd 81 jaar (zeer oud voor die tijd) en hanteerde tijdens haar leven deze zes gouden regels.

  1. Uw levensmiddelen zijn uw geneesmiddelen
  2. Gebruik voor uw gezondheid geneesmiddelen uit de natuur
  3. Schenk aandacht aan een natuurlijke slaap in afwisseling met voldoende beweging
  4. Let op een verstandig evenwicht tussen werk en ontspanning
  5. Reinig uw lichaam van gifstoffen door baden, sauna en vasten.
  6. Ken uzelf, ook uw gebreken en tracht deze te compenseren door genezende en beschermende factoren (deugden).

Huh?
Die zes gouden regels uit de 12e eeuw komen me erg bekend voor.
Dit is wat we tegenwoordig ook steeds maar horen van de gezondheidsgoeroes.
Van de lifestyle-coach.
Van de health-advisor.

Die Hildegard.
Haar tijd ver vooruit!

Reageren

30 augustus: Aaltje Hoisingh & een rondgang.

Met schoonzus Ali (ook een Aaltje) heb ik jaarlijks een ‘dagje oude stad’ (ook wel Aaltje-dag genoemd).
Dit jaar bezochten we op 5 augustus geen stad maar de streek Westerwolde in Groningen.
Verrassend mooi daar. Gerard en ik waren daar al eens wezen fietsen, zie Kom, wij gaot d’r uut. uit november 2020.

Op het programma stonden twee dingen: Aaltjes-pad wandelen in Smeerling (bij Onstwedde) en het klooster in Ter Apel.
Nou….. eigenlijk drie dingen, want we begonnen om 09.30 uur met koffie en gebak op het terras van Van der Valk in Assen; dat duurde al langer dan verwacht (zoals altijd, want veel om bij te praten) zodat we om 11.52 uur de parkeerplaats in Smeerling opreden.
Aaltje is een meisje dat in 1786 werd geboren in Smeerling, een buurtschap tussen Onstwedde en Vlagtwedde.
Bij een verbouwing van een boerderij kwamen er onder het vloerzeil in een slaapkamer oude papieren tevoorschijn.
Het was een deel van een  kasboekje dat begint in 1773; er staan de dagelijkse uitgaven en inkomsten in van voogden voor hun ‘pupillen’: Aaltje en haar broertjes en zusjes, de  (half)weeskinderen van de Smeerlinger familie Hoisingh.

Smeerling is een dorp dat bestaat uit 8 boerderijen; samen vormen ze een beschermd dorpsgezicht.
Het kasboekje geeft een uniek doorkijkje in het dagelijkse leven in Westerwolde in die tijd; we liepen een deel van de wandeling die rondom de figuur Aaltje is uitgezet.
In de Ruiten Aa stonden we bij een oude koe-voorde, een doorwaadbare plaats in die rivier met een bedding van veldkeien; op een bruggetje konden we een QR-code scannen, dan hoorde je een deel van Aaltjes verhaal.
Op de afbeelding hiernaast zie je het logo van het project ‘Aaltjes Stee’, hierbij een link naar de website. 

Daarna gingen we lunchen in de boerderijtuin van ‘Gasterij Natuurlijk Smeerling‘.
Wat een sfeertje daar.
Als je op bovenstaande link klikt is de eerste foto die je ziet in de header van het tuin-terras: daar zaten wij in de middagzon!
Lekker broodje gegeten en genoten van de tuin en de geiten aan de andere kant van het hek.

Toen reden we naar Ter Apel.
We ‘krummelden’  langs oude bossen door het beekdal van de Ruiten Aa en we zagen mooie natuurgebieden.
We reden door dorpjes met namen als Veele, Jipsinghuizen, Ter Borg, Laude en Ter Haar en reden te langzaam langs mooie boerenerven en oude huizen.
Af en toe moest de auto even aan de kant voor opdringerige achterliggers.

In Ter Apel liepen we eerst om het oude klooster heen, daarna kochten we een kaartje en bezochten het museum.
Ik kocht ook een boekje: ‘Plattegrond en rondgang’, onze gids tijdens een tijdreis door vijf eeuwen kloostergeschiedenis.
We maakten kennis met de kloosterorde van de Kruisheren, liepen in hun voetsporen door de kruisgang, zagen in de sacristie waar hun geborduurde kerkgewaden bewaard bleven.
We namen een kijkje in de ziekenzaal (zie afbeelding rechts)*  en in één van hun cellen: sober, ontdaan van alle vormen van luxe. Als je uit de ramen keek zag je tekeningen van hoe de omgeving er rond 1600 uitzag.
Een liefhebber van geschiedenis herkent vast dit gevoel dat we regelmatig hadden: je stapt op een stenen traptrede die iets is uitgehold en denkt: “Hoeveel stappen zijn hier door de eeuwen heen op gezet?”
Er valt nog veel meer te vertellen, maar ik laat het hierbij.
Hou je van oude kerken en oude gebouwen dan moet je hierheen.
Hierbij een een link naar de website van het Klooster Ter Apel; neem eens een kijkje en neem vooral je (klein)kinderen mee: er is veel te zien en te beleven!

* Het verste stuk van de ziekenzaal is geschilderd….prachtig effect!
Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Benieuwd wat we deden op voorgaande Aaltje-dagen?

2021: Appingedam
2020: Zoutkamp & Peasens-Moddergat
2019 Groningen
2018 Harderwijk – Marius van Dokkum
2017 Amsterdam –  Hermitage
2016 Deventer stadswandeling
2015  Zwolle stadswandeling

 

Reageren

25 augustus: Coevorden.

Voor het tweede deel*  van het dagje ‘geschiedenis van Opa Vrieswijk’ hadden we ons opgegeven voor een stadswandeling in Coevorden met Peter.
Mijn vader is in 1932 geboren op het turfschip ‘Ebenhaëzer’  in de haven van Coevorden.
“Dat moet dan de turfhaven geweest zijn” zei Peter “daar kunnen we tijdens deze wandeling wel even heenlopen.”

Peter nam ons eerst mee naar het kasteel.
We hadden geluk: we konden er in. Het is tegenwoordig in gebruik als hotel en niet altijd te bezichtigen voor toeristen.
Ondertussen vertelde hij ons van alles over de geschiedenis van de stad.
Coevorden is de oudste stad van Drenthe, ontstaan bij een ‘coevoorde’ een doorwaadbare plek in een rivier waar boeren hun koeien naar de overkant konden drijven.
Het lag op een zandrug in het moeras van Bourtange en het was een strategische plaats op de weg van Münster naar Groningen.
Voor het Spaanse beleg in de 80-jarige oorlog werd de stad opnieuw ingedeeld en versterkt en groeide uit tot één van de sterkste vestingsteden van Europa.

We hoorden verhalen over de slag bij Ane (die in het kasteel was bekokstoofd door Rudolf van Coevorden), de list van de biezen matten over de wakken die Bommen Berend in 1672 in het ijs van de gracht had laten uithakken en hoe welkom de Fransen waren in de 18e eeuw in dit bolwerk van de patriotten.
We stonden stil bij het oude gemeentehuis waar het IJzerkoekenoproer uitbrak en hoorden verhalen over de ganzenmarkt en waarom die beesten zo belangrijk zijn in Coevorden. Op de foto links staan we bij het beeld van de ganzenhoedster.

En waar was opa Vrieswijk in dit verhaal?
Hij was er even bij het discutabele standbeeld van Van Heutz: hij had zich in de jaren 60 nog groen en geel geërgerd aan Relus ter Beek die dat beeld met verf had besmeurd.
En hij was er natuurlijk toen we aan het eind van de wandeling bij de oude turfhaven stonden.
Er lag nu maar één schip, maar ik weet uit zijn verhalen dat de schepen vroeger mannetje aan mannetje in de haven lagen, het was er altijd een drukte van belang.
De hele familie van mijn opa (Vrieswijk) en de familie van mijn oma (Pasveer)  was werkzaam in de turfwereld, dus in de haven kon je van schip naar schip lopen: naar je opa en oma of naar je oom en tante.

De stadswandeling sloten we af met een bezoek aan het Stedelijk Museum Coevorden, waar we o.a. de tentoonstelling ‘Helden van Coevorden’ bekeken.
Maar eerlijk gezegd… na zoveel informatie over het turfschip en de geschiedenis van de stad waren we wel moe; we hebben niet alle bordjes met teksten meer gelezen zeg maar.
We kochten een ijsje en reden toen nog even naar Emlichheim in Duitsland.
Daar verorberden we alle drie een traditionele Duitse ‘Schnitzel mit Pommes, Bratkartoffeln und Salat’.
Daar had opa vroeger ook heeeeel graag bijgezeten.
Bij het pilsje zei Cor: “Zum Wohl!”
Opa zou trots op hem zijn.

Meer weten over Coevorden?
Hierbij een link naar de website Stad Coevorden.
*Nieuwsgierig naar deel 1? Zie Schipperskind

Hieronder twee oude foto’s, genomen in de turfhaven van Coevorden. (klik op de foto’s voor een vergroting)
Links: drie generaties Vrieswijken: Cornelis, Andries en Kornelis.
Rechts: het kindje is mijn vader, de vrouw op de voorgrond is zijn tante Trijntje en op de achtergrond staat mijn oma Aaltje.
Ze poseren op de luiken van hun schip.

 

Reageren

24 augustus: Clemens und August.

“Ken je het verhaal van Clemens en August?” vroeg gids Joop aan ons toen we op het turfschip in Dedemsvaart waren.
Nee, nooit van gehoord eigenlijk.
Wat volgde was een mooi verhaal, vandaag op mijn blog.

Rond 1830 had men veel arbeiders nodig bij het maken, verwerken en verschepen van turf.
Die arbeiders kwamen vaak uit Duitsland en ook Clemens en August  uit Mettingen (Westfalen) vonden werk in die sector.
Het was seizoensarbeid, dus na de zomer vertrokken ze weer naar Duitsland.
Om de turf heen ontstond in de loop van de jaren een heel netwerk van mensen die hun diensten aanboden: boeren die hun paard verhuurden voor het trekken van een schip, vrouwen die geld verdienden met het netjes opstapelen van turf en mensen die hielpen bij het inladen en uitladen van de turf.
Zo waren er ook vrouwen die aanboden om kleding te wassen en te verstellen voor de arbeiders.

Vlas

De vrouw die kleding van Clemens en August onder handen nam was onder de indruk van de stof waar die kleding van gemaakt was en wilde weten waar ze die stof vandaan hadden.
De jongens vertelden dat hun linnen kleding was gemaakt van vlas, een gewas dat in Westfalen veel werd verbouwd.
De wasvrouw in kwestie vroeg aan de mannen of ze voor haar een aantal van die lappen stof wilden meenemen als ze na de winter weer terug zouden komen voor het turfseizoen.
Dat gebeurde.
Wat een mooie stof.
En het was veel te weinig, want iedereen wilde wel van die stof.
Het jaar daarop namen ze linnen mee voor de familie en de buren van de wasvrouw en toen ging het hard.
In 1841 openden de broers een textielopslag in Sneek (Nederland) zodat ze minder vaak naar Duitsland hoefden te reizen om stoffen op te halen en niet veel later openden ze daar ook een winkel in confectiekleding.

De achternaam van de broers was Brenninkmeijer.
De eerste letters van hun voornamen gebruikten ze voor de naam van hun bedrijf: C&A.

Zo leuk kan geschiedenis zijn!

Reageren

Pagina 1 van 20

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén