een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Geschiedenis Pagina 1 van 17

25 januari: Kom moar binn’n, karke is lös…….

Gistermiddag was het mooi weer (tot half vier…), dus wij pakten de fiets en fietsten richting Leek.
Eerst maar even naar Nienoord, misschien daar even wandelen?
Onderweg kwamen we tot de conclusie dat veel meer mensen op het idee waren gekomen om er even uit te gaan, vooral wandelaars.
Bij Nienoord was het zo druk, dat we daar niet gingen wandelen: “We fietsen wel even door naar Midwolde”.
Onderweg van Nienoord naar Midwolde was het ook erg druk met wandelaars; zo druk dat we soms moesten slalommen tussen wandelaars die ons tegemoet kwamen en wandelaars die dezelfde kant opliepen als wij.
Bij de kerk in Midwolde stapten we even van de fiets af: misschien even om de kerk heen lopen?
Tot mijn stomme verbazing was de kerk open.
OPEN. In deze tijd.

De laatste keer dat ik daar binnen was, was met een zogenaamd ‘IN-stapje’ van de Catharinacantorij.
Dat deden we altijd aan het begin van het seizoen, geen uitstapje dus maar een instapje.
De zwager van de secretaresse van ons koor, die bij die kerk al jaren vrijwilliger was, heeft ons destijds heel veel van de geschiedenis van de kerk verteld.
Die geschiedenis is helemaal verweven met de adellijke families die woonden op landgoed Nienoord: even een klein stukje geschiedenis dat ik haalde van de website van de kerk:

Het interieur en de inventaris zijn grotendeels vervaardigd in opdracht van de bewoners van de nabijgelegen borg Nienoord, de families van Ewsum en von Inn- und Knyphausen. Het pronkstuk is de marmeren graftombe door Rombout Verhulst in opdracht van Anna van Ewsum († 1714). Onder het praalgraf bevindt zich een grafkelder. Verder zien we een eikenhouten portaal, een herenbank uit ca. 1660 en een fraai gesneden preekstoel uit 1711, ontworpen door stadsbouwmeester Allert Meijer met houtsnijwerk van Jan de Rijk. Een gebrandschilderd glas herinnert aan 1907, het jaar waarin de familie Van Panhuys uit Midwolde verdronk in het Hoendiep

In 2018 schreef ik al eens blog over het dat ongeluk dat de familie van Panhuys overkwam in 1907 onder de titel ‘Vervlogen tijden’.

In de kerk gingen Gerard en ik even in een bank zitten en lieten het interieur op ons inwerken.
Voor mij het mooiste moment van de zondag. Gistermorgen kerkdienst geluisterd, gistermiddag kerk gevoeld. Cadeautje.
Kom maor binnen, karke is lös; wat kun je je dan welkom voelen.
We zouden nog even naar Tolbert fietsen, maar er trok een dikke bui over, dus we fietsten schielijk in lichte regen weer terug naar Roden.
Daar haalden we bui haast nog in: toen we in de Boskamp reden waren de straten wit van de hagel.

P.S.
Nieuwsgierig geworden naar deze bijzonder kerk? Kijk dan vooral nog even op hun website.
Onder de tab ‘Roerende goederen’ vind je afbeeldingen van bijzondere objecten in de kerk en onder ‘360 panorama’ sta je als het ware midden in kerk en draai je een rondje om je eigen as; op die manier krijg je het hele interieur van de kerk te zien. Let even op de herenbank van de familie van Nienoord (links naar het grafmonument): die staat zelfs nog een beetje hoger tegen de muur dan de preekstoel, zodat de predikant ’s zondags niet boven de familie uitstak. Je moest je plaats weten als predikant.

Reageren

23 januari: TBONTB 16 – Préhistorisch openluchtmuseum.

Voor het boek schreef ik dit blog in de categorie ‘Geschiedenis’.

Begin juli 2020 reden Gerard en ik naar Anloo voor de wandeling ‘Strubben – Kniphorstbos/ wandelen in de prehistorie’.
Van de website van Staatsbosbeheer had ik een brochure met informatie over de wandeling gedownload. “Volg de paaltjes met de groene koppen” stond daarin, maar die konden we niet vinden; wel paaltjes met gele koppen. Als je goed keek (wat we later deden) bleek dat onder de gele kop een klein randje groen zat: ze waren overgeschilderd! Gele paaltjes dus.
Maar met ons en de gele paaltjes kwam het pas goed toen we de helft van de wandeling al gehad hadden.

Maar ook al liepen we niet precies de goede route, we zagen wel bijna alle prehistorische bijzonderheden.
Twee hunebedden maar liefst kwamen we tegen, hunebed D7 en D8; altijd bijzonder, maar als je een maand eerder net de mooie en complete hunebedden in de omgeving van Noord Sleen hebt gezien, zijn deze minder spectaculair. (Meer weten? Lees dan het blog ‘Kerk zonder priester‘ uit juni 2020).

de ‘galgenheuvel ‘.

Wel spectaculair vond ik de Galgenberg. Het is een grafheuvel die in de oudheid aan een belangrijke verkeersroute lag.  In de middeleeuwen zette men er een galg op, vandaar de naam van de heuvel. Bovenop de Galgenberg staat een zogenaamde ‘Markesteen’, die de voormalige grenzen aangeeft tussen Anloo, Schipborg en Zuidlaren.
Verder vonden we in het bos eeuwenoude karresporen. Over de Hondsrug liep een verkeersroute die terug gaat tot ver in de prehistorie en die leidde van Noord(Groningen) naar Zuid (Coevorden).  Ook in de middeleeuwen en daarna reisde men hierlangs richting Groningen.  Je ziet een patroon van golven en dalen, dat is ontstaan door het vele verkeer dat door dit gebied is getrokken.

Het gebied ligt midden in het Nationaal Park Drentsche Aa; het was een heerlijke wandeling van twee uur die geen moment verveelde. Wat was er veel te zien en te beleven!
Wat zeker nog het vermelden waard is zijn de strubben.

Strubben

De naam strubben komt van een bepaalde groei van oude eiken. Deze eiken werden eeuwenlang gekapt in dit gebied. Vanuit het wortelsysteem dat in de grond bleef zitten kwamen weer nieuwe takken omhoog die om de plek heengroeiden waar de vorige, gekapte eik had gestaan. Zo ontstond een cirkelvormig patroon van takken, die vervolgens weer uitgroeiden tot echte eiken, strubben dus. We zagen een paar mooie voorbeelden!

Wandelen in gebied waar al vijftig eeuwen mensen wonen; een bijzondere ervaring, vooral als je van geschiedenis houdt. Het is alsof je in een prehistorisch openluchtmuseum loopt. Meer weten? Hierbij een link naar de website ‘De Hondsrug / Unesco Global Geopark’ 

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’.

 

Reageren

16 januari: TBONTB 15 – Van ergernis naar ontroering.

Voor ieder hoofdstuk in het boek had ik een nieuw blog geschreven; in de rubriek ‘Sweet memories’ vond ik dit een toepasselijk verhaal.

In deze rubriek vind je verhalen over herinneringen aan fijne momenten die gekoppeld zijn aan muziek, boeken, foto’s en soms zelfs geuren; ik ben mij er van bewust dat ik  tot nu toe zo’n fijn leven heb geleid dat er veel sweet memories zijn.
Wat ik bijzonder vind is dat zelfs de herinneringen aan ergernissen kunnen omslaan in ontroerende momenten.

Daarbij moet ik in de eerste plaats denken aan het lied Junge, komm bald wieder van Freddy Quinn.
Mijn vader en moeder vonden dat prachtige muziek. Zij gingen vroeger naar alle films waar Quinn in speelde en hadden zoete herinneringen bij die muziek. (afbeelding: uit de film ‘Heimweh nach Sankt Pauli’.)
Ik niet.
Oubollig vond ik het in de jaren ’70.
Niet meer van deze tijd.
Zat mijn vader te genieten van die jaren ’50 muziek, dan liep ik daar mopperend bij weg.
Mijn vader overleed plotseling in 2008 en ik herinner me nog de eerste keer dat ik Junge, komm bald wieder weer hoorde. Tranen met tuiten.
Zelfde verhaal met “mijn Jezus, ik hou van U”, een lied dat mijn moeder graag zong.
Not my cup of tea.
Maar nadat het op haar begrafenis is gezongen kan ik er niet meer met droge ogen naar luisteren, laat staan het zelf zingen.

Heel veel dingen die mij als puber zo irriteerden ben ik later als waardevol gaan zien.
Dat alles in huis een vaste plaats heeft: de beruchte ‘organieke plaats’ waar mijn vader ons mee opvoedde. Als je iets kwijt was had je het niet op de organieke plaats gelegd.
De rust en de regelmaat van een schoon en opgeruimd huis die ons door mijn moeder werd voorgeleefd.

Vorige week deed ik een nieuw plastic afvalzakje in het prullenbakje in de douche.
Het was het laatste zakje van de enorme voorraad die ik vanuit mijn moeders erfenis meenam naar huis. Ze overleed half oktober 2017, vorige week was 13 augustus 2020.
“Waarom heb je toch overal zoveel van op voorraad!” mopperde ik vroeger.
Nu kan ik er om glimlachen……ma met haar acht flessen Glorix.
Sweet memories.

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’.

Reageren

15 januari: TBONTB 14 – Sweet memories.

Onder het tabblad ‘Geschiedenis’ vind je op deze website een submenu met de titel ‘Sweet memories’.
Als je daarop klikt kom je op een pagina waar ik beschrijf wat deze zoete herinneringen voor mij betekenen.
Op dit blog vandaag een paar voorbeelden van ‘Sweet memorie-blogs’ uit de afgelopen zes jaar.

Als puber in de jaren ’70 was ik helemaal idolaat van de glamrockgroep Mud.
Mijn hele kamer hing vol met posters van Les, Rob, Ray en Dave; er hing zelfs een poster van de mannen aan het plafond: dat was het eerste wat ik zag als ik ’s morgen wakker werd.
In april 2015 schreef ik een blog over ‘sweet memories & Mud: hierbij een link naar dat verhaal.  

Aan onze dochters hangen ontzettend veel zoete herinneringen.
Slaapliedjes bij het naar bed brengen, verhaaltjes voorlezen, te veel om op te noemen.
De baby-herinneringen aan hen vallen samen met onze jaren ’60-kinderwagen; een blauw-witte wagen met een ruime bak die mijn ouders in 1960 splinternieuw kochten.
Over die kinderwagen en wie daar allemaal in hebben gelegen schreef ik in 2018 een blog onder de titel ‘Onze oldtimer’.

Rond het overlijden van mijn moeder in 2017 schreef ik destijds blogs over het rouwproces.
Hoe er steeds stukjes werden afgerond en hoe ik dat destijds beleefde.
In januari 2018 schreef ik over een bezoek aan Hoogersmilde. Ik ging even langs bij de nieuwe bewoonster van haar oude appartement en ging naar het kerkhof om het graf te verzorgen, waar toen nog geen steen op stond. Het blog heet Weer een stukje.

Voor het boek schreef ik een blog over hoe ergernis over dingen na jaren overgaat in ontroering.
Morgen in dit theater.

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’.

Reageren

7 januari: Naar Elba?

“Ze moeten die man net als Napoleon naar Elba verbannen” zei Gerard vanmorgen.

We hadden gisteravond meegekregen dat er extra journaals waren en we wisten dat er ‘iets loos’ was bij het Capitool, maar ik moest vanmorgen weer fris en fruitig om 08.30 uur in Groningen achter mijn computer zitten, dus ik had bewust niet gekeken.
Ik ken mijzelf.
Dan blijf ik maar doorklikken en nieuwssites opzoeken en achtergronden lezen en van alles roepen…..
Dan maalt het de hele nacht maar door in mijn hoofd en dan kan er van fris en fruitig geen sprake meer zijn.

Vanmorgen, nog voor de dagelijkse pilatesoefeningen, ging ik kijken wat er in Amerika aan de hand was gisteravond en ik kon het amper geloven.
Hoe is dit mogelijk in een beschaafd land als Amerika?
Dat vond ik al toen Trump werd gekozen vier jaar geleden en dat heb ik ook herhaaldelijk geroepen in zijn ambtsperiode.
Hoe is dit mogelijk.
Het beangstigt me en het tast mijn gevoel van veiligheid aan.
Dat is ook al behoorlijk aangetast door het coronavirus en alle gevolgen daarvan en ik word er onrustig van.

Vanmorgen in ‘Goeiedag Haandrikman’ (Radio 5) hoorde ik dat ik beslist niet de enige ben die last heeft van bovenstaande gevoelens.
Iemand vroeg een toepasselijk plaatje aan.
Het troostte me een beetje.
Wil je weten welk liedje werd gedraaid? Klik dan hier voor een link naar de YouTube-video.

Als ik gisteravond wel had gekeken had ik gedroomd van een burgeroorlog in Amerika en met kleine oogjes achter mijn computerscherm gezeten vanmorgen.
Eerlijk gezegd denk ik dat Elba niet ver genoeg is; Mars is misschien een idee.
En dan te bedenken dat deze pias ook nog een zoon heeft die ambities heeft om in zijn vaders voetsporen te treden.

Dit is een ongewoon blog van mijn hand.
Over het algemeen vind ik dat er al genoeg meningen worden geventileerd in de media, maar dit nieuws had een grote invloed op de waarde van mijn dag, ik kon het gewoon niet uitzetten.
Als liefhebber van geschiedenis weet ik dat we nu in memorabele tijden leven, er wordt beslist geschiedenis geschreven.
Daarom zet ik dit blog onder de rubriek ‘Alledag’ én onder ‘Geschiedenis’.

Morgen weer gewoon.
Dan behandel ik weer een hoofdstuk in de serie TBONTB, dit keer over de rubriek ‘Geschiedenis’; blijven we toch nog een beetje in de buurt.

Reageren

3 december: Klus geklaard.

Gisteren stond er een foto van mijn overgrootvader op deze website.
Die kwam ik tegen toen ik het foto-archief van mijn ouders onder handen nam.
(Eerdere blogs over dit onderwerp: Foto’s en melancholie en Een baby uit 1932)
Zaterdagmiddag legde ik de laatste hand.
Toen had ik:
– alle foto’s uit alle oude albums gehaald
– alle foto’s op chronologische volgorde gezocht.
– twee albums gemaakt  met foto’s van het leven van mijn ouders: één tot 1980 en één tot 2017.
– alle oude albums uit elkaar gehaald: kaften/omslagen bij het restafval, fotobladen bij het oud papier
– de foto’s die ik niet in de albums hebt geplakt verdeeld over de mensen die er op stonden: het gezin van mijn broer en ons gezin.

Wat een klus mensen; maar wat waardevol om te doen.
Afgelopen weekend kwamen mijn broer en schoonzus op bezoek en samen hebben we de albums bekeken.
Twee levens en één huwelijk in foto’s gevangen.
Verliefd, verloofd, getrouwd, kinderen, schoonkinderen, kleinkinderen.
Gewone levens van gewone mensen, maar voor ons heel bijzonder.
De albums komen straks in het familiearchief, bewaard voor het nageslacht.

Op dit blog twee foto’s die ik zelf al vergeten was: een tweejarige Ada in de tuin van de woning bij de steenfabriek waar wij tot 1963 woonden.
Spelen in de ‘sambak’.
Sweet memories.

Reageren

2 december: Communiceren met brieven.

Toen wij het ooit met onze kinderen hadden over wanneer we vroeger bij ons thuis een telefoon kregen (1968 of zo) vroeg een dochter: “Hoe belde je daarvoor dan?”
Het antwoord was dat we niet belden.
“NIET?!?”

Wij kunnen het onszelf ook amper meer voorstellen, maar vroeger belde je niet.
Bedrijven, fabrieken en rijke mensen (wij niet), hadden een telefoon, maar de gewone man belde in dringende gevallen vanuit een telefooncel. Of vanuit het huis van mensen die wel een telefoon hadden.
Vorige week was ik bij mijn tante Ann; zij was getrouwd met een broer van mijn moeder.
Ze vertelde: “Toen wij trouwden (begin jaren ’60) kon een broer van Henk niet komen. Daar stuurde hij toen een brief over, er was geen andere manier van communiceren destijds”.
De meeste van de brieven zijn verloren gegaan, maar er zijn ook genoeg exemplaren bewaard gebleven.
Ook in ons familiearchief zitten nog een aantal brieven die mijn overgrootvader schreef aan mijn ouders toen mijn broer werd geboren.
Deze ‘olle opa’ (zoals wij hem noemden) heb ik ook nog gekend: hij overleed op 92-jarige leeftijd in 1968.
Begin dit jaar kreeg ik van tante Trijn twee brieven die zij als één-en-twintig-jarige had gekregen van haar grootvader.

Aan mejuffrouw T. Vrieswijk’ staat er in bibberig handschrift op de envelop.
Opa was toen al 91 en uit alles blijkt dat hij zielsveel van zijn kleindochter houdt.
“Geliefd meisje. Ik zet mij ter neder u eenige letteren te schrijven en wel dat wij ons op het ogenblik in een redelijken welstand bevinden…”
Alle woorden in de brief staan achter elkaar aan, opa deed niet aan punten, komma’s en hoofdletters. 
Hij schrijft dat hij blij is met de brief die zij hem heeft geschreven dat ze verkering heeft en tot opa’s grote blijdschap met een jongen van hetzelfde geloof.
….dat is zo mooi Trijntje, als men één lijn trekt als het over het geloof gaat want het is altijd geen voorspoed en voor de wind het is ook wel eens tegenwind en als dan man en vrouw dat is zo mooi dat men samen naar den troon der genade kan gaan en hem om hulp en bijstand te smeken en dat hebben wij nog al eens ondervonden met het verlies van kinderen……

Mijn opa had maar één zus, maar mijn overgrootouders hebben 5 kinderen gehad. Drie dochtertjes met de naam Harmke zijn overleden.
In die paar zinnen (als je wel punten en komma’s zou zetten kom je uit op drie zinnen) legt opa de essentie van zijn blijdschap uit.
Ik vond het ontroerend om te lezen.
In de andere brief wordt mijn vader genoemd. Opa was naar ‘de Smilde’ geweest en had een verkeerde jas meegenomen.
Die woensdagavond daarop zorgden mijn ouders voor een grote verrassing voor opa:
…..daar  kwamen Kees en Freekje woensdagavond in Dedemsvaart achter in met de jas en Trijntje ik was blij dat zij bij ons waren toen hadden wij meteen een avond praters dat vond ik mooi en toen was die avond ook weer weg…..

Hoe belde je dan?
Niet.
Je zocht elkaar op of je schreef brieven.

Reageren

18 november: Tonckensborg gevonden!

In mei schreef ik een blog over een wandeling met mijn broer in Zuidvelde.
Wij gingen destijds op zoek naar prehistorische grafheuvels en de Tonckensborg.
De grafheuvels vonden we, maar de borg was onbereikbaar: bij het bord met ‘Verboden toegang’ keken we naar een oud huis in de verte.
Maar daar legde ik mij niet bij neer.
Die week daarop vroeg ik Gerard of hij zin had om met mij op zoek te gaan naar de Tonckensborg.
Ik had namelijk ontdekt dat je die ook vanuit Westervelde kon bereiken: “Als we daar nou vanmiddag eens gaan wandelen…”

We kwamen eerst langs het monumentale pand van ‘de jufferen Lunsing’, een landhuis/hotel/restaurant van een nazaat van Johannes Tonckens.
(zie afbeelding links, met dat witte voorhuis)
Meer weten over de geschiedenis van dit pand? Hierbij een link naar de website van ‘de jufferen Lunsing’.
Even verderop stond de Tonckensborg.
Ook nu konden we er niet dichtbij komen maar we konden hem wel zien liggen en ik maakte wat foto’s van wat we wel konden zien.
Het is niet de bedoeling dat je (zoals bij de Mensinge) om het het huis heen gaat lopen; de bewoners zijn gesteld op hun privacy en hebben het huis met hekken afgeschermd. (zie afbeelding rechts).
De omgeving van het huis, het landgoed, is wel voor het publiek opengesteld. Je kunt er heel fijn wandelen.

Het woord ‘borg’ wordt in historische geschriften maar één keer genoemd, liever spreekt men van ‘Huis te Westervelde’.
De bewoners van het huis, nazaten van de familie Tonckens, zijn ook eigenaar van het landgoed en de bossen die daarop staan.
Een deel van dat landgoed hebben ze ingericht als natuurbegraafplaats onder de naam ‘de Velden’.
Hierbij een link naar hun website.

Op de website ‘de Canon van Nederland’ vond ik een artikel over de familie Tonckens en hun banden met Westervelde.
Op die website vond ik een kaartje van Nederland, van waaruit je kunt klikken naar de verschillende provincies.
Als je dan op Drenthe klikt, kun je o.a. naar de canon van de gemeente Noordenveld.
Moooooi!!!
En nog zoveel te ontdekken……

Reageren

31 oktober: De heilige Marcus, Nicolaas en Justus.

Morgen is het 1 november. In de Rooms Katholieke kerk viert men dan Allerheiligen, een feest ter nagedachtenis aan alle heiligen en martelaren.
In de Middeleeuwen was het heel gewoon dat de restanten van die heiligen, relieken genaamd, werden tentoongesteld in rijk versierde reliekhouders.
Zo had bijvoorbeeld de Martinikerk in Groningen de arm van Johannes de Doper in zijn bezit.

Eén van de eerste kerken buiten Rome die relieken van een heilige bezat was de San Marco in Venetië.
Het lichaam van Marcus lag begraven in Alexandrië, maar in de 9e eeuw was die stad helemaal onder de invloedssfeer van de Islam gekomen.
Venetiaanse kooplui hebben in 829, onder militaire bescherming, zijn gebeente uit Alexandrië weggehaald. Gestolen zeg maar.
In Venetië bouwden ze een prachtig rijke kathedraal, benoemden Sint Marcus als patroonheilige van de stad en noemden de kerk San Marco.
Eigenlijk kwam er direct na de diefstal van het lichaam een pelgrimage op gang van gelovigen, die zo dicht mogelijk bij de heilige botten wilden zijn om daarmee het heilige te “ervaren” en om een gunst, bijvoorbeeld genezing te vragen.
De aanwezigheid van Sint Marcus in Venetië legde de stad geen windeieren: al die pelgrims moesten natuurlijk onderdak, eten en drinken hebben.
De stad groeide en bloeide en werd rijk van de pelgrims die een bezoek brachten aan de relieken in de San Marco.

Dat bleef natuurlijk niet onopgemerkt.
Geestelijken en burgers uit het stadje Bari bedachten dat de arme Sint Nicolaas in Turkije begraven was, waar het christendom op dat moment ook niet meer werd gepraktiseerd.
In 1087 gingen zij Sint Nicolaas een dienst bewijzen door hem uit die heidense omgeving weg te halen en hem te ruste te leggen in hun eigen kerk in Bari, waar de goedheiligman tot op de dag van vandaag begraven ligt.
Toen ook Bari werd overspoeld door pelgrims naar de toen erg populaire Sint Nicolaas en veel verdiende aan de gelovige gasten, kwamen steeds meer steden op het idee om ook restanten van een heilige te bemachtigen.
Relieken als verdienmodel.

De relikwieën vormden in de late middeleeuwen een bron van levendige handel. Men deed van alles om aan ‘stukjes heiligen’ te komen en er werd maar wat aangerommeld op dat gebied. In Duitsland bijvoorbeeld waren 18 kerken waar een apostel van Jezus begraven lag, terwijl er maar 12 apostelen waren en er zijn zoveel ‘splinters van het heilige kruis’ dat men er wel 20 kruisen van kan maken. De gelovigen werden zo niet alleen financieel maar ook spiritueel bedrogen.

Waarom vertel ik dit?
Donderdagmiddag luisterde ik naar een aflevering van de podcast-serie Tijdgeest (NPO1), ‘De heiligman in de zak’.
Daarin kwam o.a. dit verhaal aan de orde én het verhaal van het hoofd van Sint Justus dat als relikwie in Zutphen werd bewaard, maar dat ten tijde van de reformatie (toen het katholieke geloof verboden was in Nederland) in Antwerpen in veiligheid werd gebracht.
Het verhaal boeide me mateloos, dus mijn waarde van de dag.

Podcast ook luisteren? Hierbij een link. 
Meer weten over de roof van het gebeente van Sint Nicolaas in 1087, lees dan het artikel: Heilige diefstal van de hand van mediëvist Sanne Frequin

Reageren

17 oktober: Drenten en vissers.

Tijdens ons Noordzee-weekend fietsten we een aantal keren door Egmond.  De laatste keer,  zondag 11 oktober,  kwamen we langs een monument dat ik nog niet had bekeken.  Ik dacht dat het iets te maken had met graaf Dirk van Egmond,  maar dat had ik helemaal fout.  Het was een monument voor 130 vissers uit Egmond die omkwamen tijdens en na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). “Dat snap ik niet” zei ik tegen Gerard.  “Nederland was toen toch neutraal? Hoe kunnen er dan zoveel mensen omgekomen zijn?”
Het antwoord stond op een bordje onderaan het monument.

De Egmondse vissers hadden het meeste last van de afkondiging van een beperkte duikbootoorlog in 1917. Er waren veel mijnen geplaatst in de Noordzee om de doorvaart van Duitse schepen te bemoeilijken. Omdat sommige mijnen lossloegen werd het erg onveilig om te vissen, zodat de hele beroepsvisserij stil kwam te liggen. Maar er moest wel brood op de plank komen; daarom waagden sommige vissers toch hun leven en voeren uit om vis te vangen. Veel schepen zijn vergaan omdat ze op een mijn liepen. 
Egmond aan Zee verloor in de periode 1914 – 1918 ruim 100 vissers.

Ook na de wapenstilstand bleef het gevaarlijk op zee door de losgeslagen mijnen. In 1919 en 1920 verloren nog eens 26 vissers hun leven.  

Wat een verhaal.  Volslagen onbekend voor mij. Zo ontdekte ik tijdens een strandvakantie toch weer een stukje van onze Nederlandse geschiedenis dat ik niet kende.
Vissersdorpen hebben een heel andere cultuur en men vertelt er andere verhalen dan in dorpen en steden in andere delen van het land die niet aan de zee liggen. Toch zijn de verhalen over varen mij niet helemaal vreemd.  Mijn vader (op een schip geboren in de haven van Coevorden) stamt uit een schippersfamilie: de grootouders van mijn vader, de Vrieswijken en de Pasveers, hadden allebei een turfschip en voeren over vaarten en kanalen, maar niet over zee.
Als je aan zee woont is de zee een bestanddeel van je leven; vooral vroeger was de zee van grote invloed op levens van mensen die aan de kust woonden.

Hier op de heide is jao gien zee”  zingen Roelof en Harm en zo is het precies; hiermee komen we bij het vrolijke deel van dit blog.
Wat weten wij Drenten nou van schepen en zeilen,  ankers en vis.
Wij wit maor zunigan wat water is.’

Dit is een lied dat in onze vriendengroep soms spontaan wordt ingezet.
Vaak door het enige lid dat niet uit Drenthe komt.
Het lied heet ‘de Zandmatrozen’.
Ook benieuwd? Hierbij een link naar een YouTube-video. 
Voor niet streektaligen: het is wel Drents……

Reageren

Pagina 1 van 17

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén