een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Geschiedenis Pagina 1 van 24

12 juli: Stad zonder straten…?

De kop boven het geschiedenis-scheurkalenderblaadje van 5 juni was ‘Eén van de oudste steden ter wereld heeft geen straten’
‘Dat kan toch niet?’ denk ik dan. Zonder straten? Hoe kwam je dan je huis binnen?
Deze uitleg stond op de achterkant.

Catalhöyük,  gebouwd op een heuvel in het huidige Turkije, was in de late steentijd een bloeiende nederzetting. Tussen 7400 en 6200 voor Christus woonden er zo’n 3000 tot 8000 mensen. Het is de grootste nederzetting uit de late steentijd die gevonden is.

Alle huizen, gemaakt van in de zon gedroogde stenen van leem waren tegen elkaar aangebouwd en hadden geen deur. De daken fungeerden dus eigenlijk als straat; je kon andere huizen bereiken door over de daken te lopen en via ladders naar binnen te gaan.

Uit de opgravingen hebben archeologen tot nu toe afgeleid dat de bewoners van Catalhöyük in een relatief egalitaire samenleving moeten hebben geleefd, omdat er geen gebouwen zijn gevonden die heel erg afwijken van de rest. Iedereen woonde in huizen van ongeveer dezelfde grootte. Verder is het opmerkelijk dat de bewoners hun doden begroeven in hun eigen huis, vaak onder de haard.

Nog nooit van gehoord.

Afbeelding: website Historiek

Hoe zag dat er dan uit?
Voor ik het wist was ik een uur verder, want er is genoeg te vinden over dit fenomeen op internet.
Op dit blog verwijs ik naar een interessant artikel op de site ‘Hunebednieuwscafé’, hier bij een link.
Daar vind je een duidelijke uitleg van het archeologische onderzoek, hoe het complex is ontdekt, hoe het is ontstaan en hoe de mensen de stad bewoonden.

In het kort: Catalhöyük wordt gevormd door twee heuvels op  een terrein van 37 hectare. Je vindt er maar liefst 18 lagen met neolithische bewoning tussen 7400 en 6200 voor Christus. Er zijn muurschilderingen aangetroffen, reliëfs, beeldhouwwerken en andere symbolische en artistieke elementen: tastbare getuigen van de pre-historische mens die zich aanpaste aan het permanent bewonen van één plek. Daarvóór leidde de mens een nomadisch bestaan als jager/verzamelaar.
Ook heeft men veel informatie kunnen verzamelen over de overgang van permanent bewoonde dorpen naar een meer stedelijke agglomeratie.

De stad is niet bewoond gebleven, zoals de oudste, nog steeds bewoonde steden Jericho en Damascus. De mensen vertrokken door o.a. klimaatverandering; door aanhoudende droogte werd het lastig om aan voedsel en water te komen. Verder raakten de nabijgelegen bossen, die gebruikt werden voor brandhout en bouwmaterialen uitgeput, evenals de landbouwgronden om de stad  heen. De laatste reden is dat er aan het eind van de bloeitijd toch een sociale ongelijkheid was ontstaan. Daardoor viel de stad uiteen en verspreidde de bevolking zich weer over kleinere, traditionele dorpen.

 

Reageren

29 juni: De politie werd ingeschakeld…..

Op vrijdag 8 mei stond er op ons kalenderblaadje van de ‘geschiedenis-scheurkalender: “Bij de vondst van een lijk uit 400 voor Christus wordt de politie ingeschakeld.”
Op de achterkant stond het verhaal van ‘De man van Tollund’.
Wie was die man van Tollund dan?
Op de achterkant van het blaadje stond dit:
Door een combinatie van weinig zuurstof en zuur water blijven lichamen in hoogveen lang bewaard. Er zijn dan ook honderden zeer oude veenlijken gevonden. De vroegste, de man van Koelbjerg, dateert van 8000 voor Christus. De meeste veenlijken komen echter uit de IJzertijd.
Eén daarvan is de Man van Tollund. Toen zijn lichaam in mei 1950 in Denemarken werd gevonden. zag het er zo goed uit, dat de politie werd ingeschakeld. Was dit een recent moordslachtoffer? Nee. Het was een man die leefde rond 400 voor Christus.
Mogelijk was die man zelf een misdadiger…. hij had een touw om zijn nek. 
Maar hij kan ook als offer zijn gedood. Wel zeker is dat hij tijdens zijn laatste dag op aarde een pap met granen, zaden en vis tot zich nam.

Je vindt een mooi artikel met veel achtergrondinformatie op de website ‘Historiek’: hierbij een link.
Deze ‘Man van Tollund’ hebben wij gezien!
Dat was tijdens onze vakantie in Denemarken in 2005.
We gingen een middag naar het Silkeborgmuseum en stonden oog in oog met een man die meer dan twee eeuwen geleden leefde.
Het maakte wel indruk.
Ik had zoiets verwacht als het meisje van Yde, maar je kon in het gezicht van deze man de rimpels zien zitten.

Voor de afbeelding bij dit blog zocht ik ons fotoboek van 2005 er nog even weer bij.
Twintig jaar geleden.
Papa, mama en drie dochters van 18, 16 en 11.
Van die vakantie herinner ik me een paar dingen die niet in het fotoboek staan: op de terugweg kwam de 11-jarige erachter dat ze haar beugel niet in had.
“Die ligt vast nog bij dat springkussen….. die had ik toen even uit gedaan!”
De 16-jarige hebben we in het begin van die vakantie bijna niet gezien: die zat in haar eigen tent het nieuwste deel van Harry Potter te lezen.
En het moment dat wij in een waterdierenparkje een bordje zagen met de weersvooruitzichten voor de komende dagen: buien, niet veel zon en een graad of 13…. brrrr.
We hadden inderdaad niet heel mooi weer daar in Denemarken, maar we hadden toch een leuke vakantie: vissen in het meer op de camping, bevers en otters spotten in bovengenoemd dierenpark, verlichte bootjes kijken tijdens de Ildfest Regatta in Silkeborg, genieten van het uitzicht op de Himmelbjerget en schelpenzoeken aan het Oostzeestrand  boven Arhus, er was genoeg te beleven.

Zo brengt één zo’n kalenderblaadje me even weer terug naar 2005.
Sweet memories.

Reageren

15 april: Geen bosjes rondom Jorwert.

Radboudkerk

In het blog over de Nijkleasterkuier schreef ik al dat er veel meer te vertellen was over de omgeving waar die kuier plaats vond.
Die kerk alleen al!
Die stamt uit de 11e eeuw en is gewijd aan Sint Radboud; die was bisschop van Utrecht van 899 tot 917 en stamde van moederskant af van de Friese koning Radboud. Meer weten? Klik dan hier voor een artikel op de website ‘Alde Frydke Tsjerken’.
De kerk staat op een terp en om de kerk heen ligt een ringweg waar je met trapjes op kunt komen; rondom de kerk is de begraafplaats.
Tot onze stomme verbazing wees één van de Rodense deelnemers “Kijk, dat is de grafsteen van mijn overgrootouders en daar liggen mij overgrootouders!”
Een Drent met Friese roots.

Jorwerd ligt in het midden van het oude Friese terpengebied en lag in de vroege middeleeuwen in het kustgebied van de oud-Nederlandse Middelzee.
Een informatief artikel over het ontstaan van terpen vond ik op de website Nationaal Landschap
De riolering van de WC in de kerk was niet in orde; de man die dat kwam vertellen gaf als alternatief dat ‘we dan maar ergens in de bosjes’ moesten plassen, maar het landschap om Jorwerd heen lijkt niet op Drenthe: geen bosjes! Uitgestrekte weilanden met broedende weidevogels, in de verte een paar dorpjes en hier en daar een boerderij.
In het dorpje was een bruggetje en er was zelfs een kleine haven.

Jorwerd wordt voor het eerst genoemd in 1221, toen heette het Everwerth.
Dat verwijst waarschijnlijk naar een hoogte (werth, lijkt op het Groningse wierde) bewoond door iemand die Ever heette.
Opmerkelijk bij deze uitleg: volgens de dorpswebsite zou de oudste naam Everwirdt zijn en die zou niet verwijzen naar een persoon, maar naar het everzwijn. het totemdier van Freyr, een van de goden die door de Friezen vereerd werd. Maakt ook niet uit: in de loop van de eeuwen verbasterde het van Joerwert naar Jourwaert en tenslotte noemden ze het Jorwert.
Hierbij een link naar die dorpswebsite van Jorwert.

Het weidse landschap met in de verte de kerktoren van Jorwert.

Tenslotte: als je het over Jorwerd hebt kun je natuurlijk niet om het boek ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’ heen, dat Geert Mak uitbracht in 1996.
Dit zegt de schrijver er zelf over:
Hoe God verdween uit Jorwerd is de biografie van een dorp tijdens de stille revolutie tussen 1945 en 1995.
Het is het verhaal van de boeren en het geld, van de kleine winkeliers en de oprukkende stad, van de kerktoren die instortte en de import die niet meer groette.
Het verhaal van de mooie Gais Meinsma, van de kruidenier en zijn heimwee en van Peer, die stierf in de boerenkool.
Wil je meer weten over het boek? Hierbij een link naar de website van Geert Mak.

Maar misschien moet je er gewoon eens heen.
Een ochtend wandelen met stilte, bezinning en verbinding.
De omgeving verkennen en je verbazen over het weidse landschap en de grote kerken die fier uit dat landschap oprijzen.
Aanrader van Aaltje.

Reageren

17 maart: Pinokkio.

Op maandag 23 februari vertelde de Historische scheurkalender mij iets over Pinokkio.
Walt Disney maakt Pinokkio geschikt voor tere kinderzieltjes‘ stond op het blaadje.
Wij hadden die video natuurlijk ook vroeger.
Met Japie Krekel, Gepetto, de goede, blauwe fee en de ‘verschrikkelijke walvis’ Monstro.
Best nog wel spannend, ook voor tere kinderzieltjes.

De film van Walt Disney kwam uit in februari 1940, gebaseerd op het boek ‘L’aventure di Pinocchio’ van Carlo Collodi uit 1883.
Maar de Italiaanse auteur had het boek niet speciaal voor kinderen geschreven: het is een sprookje voor volwassenen.
Zo wordt Pinocchio een keer opgehangen, wat hij gelukkig overleeft, omdat een houten pop niet kan stikken en de pop maakt continu sarcastische opmerkingen.
Schrijver van het boek, Collodi, was een vrijmetselaar en wilde met zijn boek waarschijnlijk de starre en weinig buigzame samenleving van die tijd op de hak nemen.
De verandering van een ‘bespeelde pop/marionet’ naar een mens met een eigen wil zou daarvoor symbool staan.
De gegoede burgerij had het dan ook niet zo op met Pinocchio. Het boek zou kinderen, net als Pietje Bell in Nederland, verleiden tot ongehoorzaam gedrag.
Maar ondanks die publieke opinie werd het boek een enorm succes: het werd in verschillende talen vertaald.

Met de versie van Walt Disney is de lange neus voorgoed verbonden met de houten pop die een echte jongen wil worden.
Dat verhaal richtte zich wel op kinderen; alle grove scenes werden er uit gehaald, een groot deel van de karakters werd geschrapt en Pinocchio zelf werd een stuk serieuzer.

Op het kalenderblaadje stond een plaatje van de eerste Pinokkio uit 1883, die in bijna niets lijkt op de versie die Disney er van gemaakt heeft.
Maar……… toen Disney begon met dit verhaal leek de houten pop wél meer op de slungelige versie uit het boek uit 1883.
Dat weet ik, omdat ik in 2023 met onze dochters de tentoonstelling ‘Disney telling timeless stories’ bezocht in het Forum in Groningen.
In het blog dat ik daarover schreef staat o.a. Zo had je ook een wand met tekeningen van Pinokkio.
Wij kennen hem als het kleine, mollige ventje, maar op de eerste tekeningen was hij langer en slungeliger, meer een jongetje van een jaar of 11.
Op dat blog had ik daar toen geen foto bij, maar die had ik nog wel in mijn archief, je ziet die eerste versie op de afbeelding links.

Wil je meer weten over het boek uit 1883?
Hierbij een link naar een artikel daarover op Wikipedia.

Reageren

13 februari: Een halster & een heilige.

Afgelopen woensdag kwam ik Alie tegen; ze stapte even van de fiets.
“O, ik kom net bij jullie weg” zei ze “ik heb een kaartje in de bus gedaan voor Gerard van de ‘Koffie-tijd’-groep. Hoe is het nu met Gerard?”
De eerste berichten die we afgelopen dinsdag kregen van de hematoloog waren positief: de behandeling lijkt aan te slaan, we mogen voorzichtig optimistisch zijn.
Een opluchting voor ons. “We hebben de kop weer door het halster” zei ik tegen haar.
“Nou, dat is toevallig, kijk maar eens wat voor kaart ik net in jullie bus heb gedaan!”
De uitdrukking ‘de kop weer door het halster hebben’  betekent dat de grootste problemen achter de rug zijn, dat het ergste is geweest en dat je weer op de goede weg bent na een lastige tijd. Het stamt uit de 19e eeuw, waarschijnlijk uit het Nedersaksisch dat in Groningen en Drenthe wordt gesproken.

Van Alie kreeg ik nog veel meer kaarten: ze had een stapeltje ‘over’-kaarten bij ons in de bus gedaan met afbeeldingen van vooral landschappen.
Er was één kaart die mijn aandacht trok; je ziet links een afbeelding van de kaart.
Het was een kaart uit 1988, gemaakt door Fotografie Burggraaff uit Buurmalsen.
Achterop de kaart stond:
‘De heilige Jacobus’
Eén van de muurschilderingen in de N.H.Kerk te Buurmalsen, (daterend uit 850).
Op de website ‘Mijn Gelderland’ vond ik een mooi artikel over deze muurschildering, hoe die is ontdekt en wat er daarna gebeurde: de herontdekte schildering van Jacobus was reden om de kerk weer op te nemen in de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella.

Jacobus is een erg bekende heilige, maar ik weet er eigenlijk heel weinig van.
Wie was Jacobus eigenlijk?
Hij was één van de vissers die geroepen werd als discipel van Jezus samen met zijn broer Johannes: zij zijn de zonen van Zebedeus.
Samen met Petrus en Johannes was hij bij bijzondere gebeurtenissen in het leven van Jezus: bij de verheerlijking op de berg toen Mozes en Elia naast Jezus verschenen en in Getsémané nam Jezus die drie mannen mee verder de tuin in om samen met hem te bidden.
Hij is in 42 na Christus onthoofd door Herodes en werd daarmee na Stefanus één van de eerste martelaren.
Je leest meer over deze heilige in dit artikel op de website van de KRO/NCRV.

Volgens de overlevering ligt Jacobus begraven in Santiago de Compostella, het eindpunt van de beroemde pelgrimsroute de Camino de Santiago.
Zijn lichaam zou, nadat hij was onthoofd, in een stenen boot zijn gelegd waarin twee van zijn discipelen meereisden. De boot bereikte uit zichzelf de Galicische kust; het lichaam zou zijn begraven in de berg Libredon. Op het graf bouwde men een grote basiliek.
Jacobus wordt altijd afgebeeld met een Jacobsschelp; op de kaart zie je schelp boven zijn hoofd in zijn haar.
Die schelp is het symbool geworden van de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella.
Meer weten?
Dit  artikel vond ik erg interessant.

Misschien toch maar eens in Buurmalsen kijken…..!

Reageren

10 februari: Paleis Soestdijk (2) – De hofstede aen Zoestdijck

In mei 1818 schrijft Anna Palowna (de Russische vrouw van koning Willem II) in een brief aan haar broer (grootvorst Constantijn):
Wij zijn sinds 12 dagen ingetrokken in het prachtige landgoed dat de Hollandse staten Willem hebben geschonken en waar we zeer gelukkig zijn. 
De lucht is droog en heel gezond en het is een heerlijke plaats; dat geldt zowel voor het huis als voor de bossen en de omgeving en in het geheel is het landgoed fraai en plezierig om te vertoeven.”
Anna heeft het over paleis Soestdijk.

Anna Palowna in de hal van Soestdijk

In 1650 bouwde burgemeester De Graeff van Amsterdam een buitenhuis tussen Baarn en Soest; die weg heette de Soesdijc.
Hij noemde het ‘De hofstede aen Zoestdijck’, die in 1674 werd gekocht door stadhouder Willem III die enorm van jagen hield.
Maar de familie verloor het jachtslot: onder de Franse invloed werd het staatseigendom en werd het zelfs een kazerne voor Franse militairen.
Maar Soestdijk kwam in 1815 toch weer terug bij de Oranjes. Na de Franse overheersing was Nederland een koninkrijk geworden en kroonprins Willem II kreeg het jachtslot cadeau vanwege zijn heldhaftige optreden tijdens de veldslagen tegen de Fransen.

Willem en Anna maakten van paleis Soestdijk een zomerpaleis; het ging behoorlijk op de schop.
Er werden aan weerskanten grote zijvleugels aangebouwd en het werd helemaal ingericht in de empire-stijl.
Het paleis werd tot 1937 door de Oranjes gebruikt als zomerpaleis; koningin-regentes Emma kreeg van de Nederlandse bevolking voor haar 70e verjaardag een bijzonder cadeau: elektrisch licht op paleis Soestdijk.
Na hun huwelijk in 1937 namen prinses Juliana en prins Bernhard intrek in Soestdijk en werd het permanent bewoond.
Toen de Duitsers in 1940 Nederland binnenvielen vertrok het gezin naar het buitenland.
En net als in de Franse tijd: ook nu verbleven er militairen in het paleis, want Duits officieren gingen het bewonen.
Na de bevrijding kwamen Juliana en Bernhard weer terug. In 1948 werd Soestdijk een koninklijke residentie.

De eetkamer van het gezin

Met de Royaltygezusters bezochten we de grote wintertentoonstelling ‘De smaak van Soestdijk‘ over de kunst van eten en gastvrijheid, culinaire tradities en koninklijke tafelmomenten.
Tijdens onze rondgang door het paleis kwamen we o.a. in de eetkamer van het gezin. Er stond een gedekte tafel zoals er toen werd gegeten en aan de muur zag je een foto van het gezin aan die tafel.
Verder was er een chique eetzaal ingericht, waar een enthousiaste gids ons van alles vertelde.
We liepen langs tafels/vitrines met historische serviezen, prachtig tafelzilver, tafellinnen met ingeweven koninklijke namen en bekeken álle foto’s van de koninklijke familie die overal langs de route waren ophangen.
We stonden achter de openslaande deuren van HET bordes en realiseerden ons dat de hele familie zich hier destijds opstelde om op dat bordes het defilé af te nemen.
Je loopt op zo’n dag door de geschiedenis van ons koningshuis.

In de Oranjerie waar we koffie dronken, was de brief van Anna aan haar broer te lezen.
Je ziet de brief op de achtergrond op de foto hiernaast.
Op de voorgrond zie je de gebaksvitrine.
Daarover meer in het volgende blog in deze serie.

Meer weten over de geschiedenis van Paleis Soestdijk? Hierbij een link naar een mooi artikel daarover op de website van Blauw Bloed.

Benieuwd naar de andere blogs over Soestdijk?
Hierbij een link naar deel 1, onder aan dat blog vind je een overzicht.

Reageren

24 januari: Terug in de tijd

Onze dagen en avonden verlopen heel rustig.
Voor ons ongewoon rustig, maar we kunnen ons er prima aan overgeven.
Donderdagavond keken we naar ‘Dial of Destiny’, de laatste film in de Indiana Jones-reeks.
Hij kwam uit in 2023, maar wij hadden hem nog niet gezien.
Waar gaat het over?
In een race tegen de klok moet Indiana Jones een legendarische wijzerplaat vinden die de loop van de geschiedenis kan veranderen.
Al snel komt hij tegenover Jürgen Voller te staan, een voormalige nazi die voor NASA werkt.
Klik hier om de trailer te bekijken.

Het was spannend en onzinnig tegelijk, maar we hebben er van genoten.
Voor mij zijn de geschiedenis-aspecten in deze reeks het leukst.
Aan het begin zat ik al op mijn telefoon te zoeken naar de ‘Speer* van Longinus’, het wapen waarmee een Romeinse soldaat die Longinus zou heten in de zijde van Jezus had gestoken.
Die kwam voorbij omdat de Duitsers die voor Hitler wilden bemachtigen.
Maar het ging in deze film over een archeologisch voorwerp uit de Griekse oudheid: de Antikythera.
Hierbij een link  naar een artikel over ‘de oudste analoge computer ter wereld’: het bevat op elkaar afgestemde tandwielen die gezamenlijk een mechanische weergave van de toen bekende hemel vormen.
In de film kunnen ze met dat ding door de tijd reizen en willen ze ermee terug naar augustus 1939, maar ze komen in 212 voor Christus terecht, midden in het Beleg van Syracuse.

Door de tijd reizen.
Sinds ik het fantastische boek van Thea Beckman  ‘Kruistocht in spijkerbroek’ las in de jaren ’70 heeft me dat gefascineerd.
Dat was al begonnen met verhalen in de Donald Duck, want ook daarin kwamen regelmatig tijdmachines voorbij, uitgevonden door Willy Wortel, waardoor Donald en de neefjes de wonderlijkste avonturen beleefden in een oud kasteel in de middeleeuwen in Schotland, bij de Inca-stad Machu Picchu of bij Archimedes aan de tekentafel.
In de Indiana Jones-film zitten de hoofdrolspelers in 212 voor Christus midden in een oorlog, het wemelt van de Romeinse soldaten en aan de rand van de belegerde stad Syracuse hebben ze een ontmoeting met Archimedes, de uitvinder van de Antikythera.
Stel je nou toch eens voor dat dat zou kunnen!
Toen ik in Oostenrijk over de eeuwenoude noordgrens van de Romeinse limes**  fietste bedacht ik: ‘Hoe zou het het hier toen hebben uitgezien? O, wat zou ik graag even om het hoekje van de tijd kijken….”
En die gedachte heb ik ook bij hunebedden, ruïnes en oude kerken.

Maar goed dat het niet kan.
Want wat moest je dan kiezen?
Jan Rot zong over dit gegeven ooit het prachtige lied ‘Stel dat het zou kunnen’; daarover schreef ik in 2016 dit blog
De essentie van dat lied is: geniet van en investeer in je naasten zo lang ze er nog zijn.
De geschiedenis kun je niet meer veranderen, maar je hebt wel invloed op je herinneringen aan gebeurtenissen die nu nog toekomst zijn.
Maak ze.

* Lees hier meer informatie over de zogenaamde Heilige Lans.
** Het hele verhaal over de Romeinse weg langs de Donau vind je in dit blog uit 2023.

Reageren

23 januari: Waarom noemen we iets OK?

Martin van Buren – afbeelding: Wikipedia

Vandaag een blog over een bewaard kalenderblaadje uit 2023 van de scheurkalender van het Historisch Nieuwsblad.
De vraag op de voorkant van het blaadje was: ‘Welke Amerikaanse president zou een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van het woordje oké?’
Martin van Buren (1782-1862) was de achtste president van de Verenigde Staten en regeerde van 1837 tot 1841.
Hij was de eerste president van niet Britse komaf. Thuis sprak hij Nederlands en als hij in het openbaar een hartstochtelijke speech gaf was in zijn Engels een Nederlands accent te bespeuren.
Hij werd geboren in een eenvoudig gezin in het dorpje Old Kinderhook in de staat New York; dat dorpje was in de 17e eeuw door Nederlanders gesticht.
Als advocaat maakte hij snel carrière in de Amerikaanse politiek. Hij hielp een coalitie te vormen die Andrew Jackson steunden in de presidentsverkiezingen van 1828, een coalitie die zou uitgroeien tot de Democratische Partij.
Jackson beloonde Van Buren door hem eerst minister van Buitenlandse Zaken en daarna vice president te maken; in 1837 werd Van Buren zelf president.
Aan het begin van zijn ambtstermijn kreeg hij te maken met de grootste economische crisis tot dan toe in de Amerikaanse geschiedenis: de paniek van 1837. Van Buren probeerde de crisis aan te pakken, maar was daarin weinig succesvol. Door zijn tegenstanders werd hij daarom ook wel ‘Martin van Ruin’ genoemd naar het Engelse woord voor ruïneren

Maar hoe zit het nu dan met dat OK?
Het begon allemaal in de zomer van 1838 in de stad Boston, waar een afkortingenrage losbarstte onder inwoners en journalisten. Ze ontwikkelden een soort premoderne sms-taal, waarbij ze woorden volgens de uitspraak en niet volgens de spelling opschreven. All right, bijvoorbeeld, kortte men niet af als A.R., maar als O.W., naar de uitspraak Oll wrightOll wright was de directe voorganger van O.K. De afkorting O.K. – dat stond voor het verkeerd geschreven Oll Korrekt – verscheen voor het eerst op 23 maart 1839 in de Boston Morning Post. In de zomer van 1839 waaide de woordjesrage over naar New York, en in de herfst naar New Orleans. Deze steden pikten ook de afkorting O.K. op.

Ongetwijfeld zou O.K. vergeten zijn, maar de aanhang van Martin van Buren, die sinds 1837 president was, gebruikte de afkorting in de strijd om een tweede ambtstermijn. Van Buren’s bijnaam was The Fox of Old Kinderhook, verwijzend naar zijn geboorteplaats. De Democraten kozen Old Kinderhook als hun geuzennaam en richtten op 23 maart 1840 The Democratic O.K. Club op.
Als president signeerde hij zijn documenten namelijk met ‘OK’, de afkorting van zijn geboorteplaats Old Kinderhoek.

Hierbij een link naar een artikel over Martin van Buuren op Wikipedia.
Daarin staat geen woord over bovenstaand OK-gebeuren, maar het is wel een erg interessant artikel waarin je meer te weten komt over de Amerikaanse politiek in de 19e eeuw.
Dan lees je even wat anders over een Amerikaanse president: de blèrbek die er nu zit in de 21e eeuw komt ons inmiddels de neus uit……!

Reageren

26 november: 100 jaar kruiswoordpuzzels.

Mijn vader was niet iemand die zich gauw verveelde. Hij las graag, hield van spelletjes, leg-puzzelen, knutselen, prutsen en woordpuzzels.
Kruiswoordpuzzels en cryptogrammen en zo. De laatste jaren maakte hij het liefst doorlopers.
Hij kocht eens in de zoveel maanden een puzzelboekje en hij genoot van het gegoochel met woorden.

Als je ziet hoeveel van die boekjes er tegenwoordig verkocht worden, kun je je haast niet voorstellen dat het dit jaar nog maar 100 jaar geleden is dat de eerste puzzel in deze soort werd gepubliceerd in een Nederlandse krant.
Van een kalenderblaadje van de geschiedenisscheurkalender die in 2023 in ons kleinste kamertje hing leerde ik wanneer de eerste moderne kruiswoordpuzzel werd gepubliceerd.

De eerste moderne kruiswoordpuzzel begon met de omschrijving ‘What’ bargain hunters enjoy’ Het antwoord was ‘sales’. Het was het antwoord op de bovenste vraag van de eerste moderne kruiswoordpuzzel die op 21 december 1913 door de redacteur Arthur  Wynne (1862 – 1945) in New York World werd gepubliceerd. Hij was mogelijk geïnspireerd door het satorvierkant, een palindroom dat in de ruïnes van Pompeï was aangetroffen.
Wynnes puzzel, ruitvormig en nog zonder zwarte vakjes, was bedoeld als een eenmalige bijdrage in de ‘Fun’-bijlage van het kerstnummer . De puzzel werd echter zo enthousiast ontvangen dat het een wekelijks onderdeel van de zondageditie werd.

Hoewel de New York Times de kruiswoordpuzzel in 1924 nog ‘een primitieve vorm van mentale oefening’ noemde, begon de puzzel al snel de wereld te veroveren. De eerste Nederlandse variant verschenen in 1925 in het Algemeen Handelsblad. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte de Britse inlichtingendienst een kruiswoordpuzzel als test bij het rekruteren van codekrakers.

Wist ik allemaal niet; vind ik dan erg leuk om te lezen.

afbeelding: Wikpedia

En gelijk denk ik er dan achteraan: “Wat is dan het satorvierkant van Pompeï?”
Maar dat is weer een hééĺ ander verhaal!
Hierbij een link naar een artikel op Wikipedia waar dat verhaal uit de doeken wordt gedaan.
De afbeelding hiernaast haalde ik van die pagina.

Reageren

10 oktober: Even weer op de kleuterschool.

Woensdagmorgen 8 oktober; ik zit in de auto op weg naar mijn werk.
Op Radio 5 hoor ik Henri Schut in de ochtendshow in gesprek met een mevrouw uit Arnhem.
Daar hebben ze een oplossing bedacht voor de vreselijke drukte met auto’s in de buurt van een basisschool als de kinderen gebracht en gehaald worden.
De oplossing heette ‘de schoolslinger’.
In een wijk van Arnhem lopen alle kinderen samen in een steeds groeiende slinger naar school onder begeleiding van een volwassene.
Dit doen ze als experiment één keer in de week, de kinderen die meedoen worden door ‘de schoolslinger’ van huis gehaald.

Helemaal in de verte zie je de kleuterschool. Afbeelding: Oude kaarten Hoogersmilde

Wat een goed idee.
In gedachten ben ik weer terug in 1966, toen ging ik als 5-jarige naar de kleuterschool.
Destijds woonden we in de nieuwe nieuwbouw van Hoogersmilde, aan de kant van de Drentse Hoofdvaart waar de kerk staat.
De kleuterschool stond toen in de oude nieuwbouw, aan de kant van de televisietoren en langs die vaart liep de drukke rijksweg van Meppel naar Assen. De A28 was er toen nog niet.
De jonge kinderen die naar de kleuterschool gingen moesten dus ’s morgens die Rijksweg oversteken en over de PH-brug naar de andere kant van de vaart lopen.  Een gevaarlijk punt, want ook alle dikke vrachtwagens van en naar de steenfabriek van Roelfsema kwamen over die brug.

In Hoogersmilde hadden we destijds een oplossing voor dat probleem: Tante Siet, voor niet Hoogersmildigers mevrouw S. Hatzmann-Vos.
Ze woonde met haar gezin in de Schultestraat (vlak bij de Rijksweg) en haar dochtertje Hilda, één jaar ouder dan ik, ging ook naar die kleuterschool.
“Breng die kinder ’s morgens maor eem bij mij, ik zet ze dan wel in ien keer over de straote” had tante Siet gezegd tegen de andere moeders uit de nieuwe nieuwbouw. Zo liep tante Siet ’s morgens met een groepje kleuters naar de Rijksweg en zette ze ons veilig over naar de andere kant en bracht ons naar school.
Toen haar dochtertje naar de Lagere School ging en niet meer over de Rijksweg hoefde te worden gezet, bleef tante Siet de kleuterschoolslinger begeleiden.
Dat heeft ze volgens mij gedaan tot de kleuterschool een nieuw gebouw kreeg aan de Ulehakestraat, aan de andere kant van de vaart.
Mooie herinneringen aan het dorp uit mijn jeugd.

Inmiddels heeft Henri het volgende liedje alweer aangekondigd en rijd ik de parkeerplaats van mijn werk op.
Om 10.00 uur heb ik mijn ‘einde-dienstverband-gesprek’ met iemand van HR.
Het kleutertje dat in de jaren ’60 over de Rijksweg werd gezet hoeft allang niet meer naar school.
En binnenkort ook nooit meer naar haar werk.
Time flies.

Zat ik de hele dag met die kleuterschool in mijn hoofd.
’s Avonds zocht ik op internet naar foto’s van de het oude schoolgebouwtje en in de albums van mijn ouders zocht ik naar foto’s uit die tijd.
Vond ik warempel een groepsfoto van een kleuterschoolreisje; ik zat kennelijk in de gele groep, getuige de gele versiering op mijn jurkje.
Nog veel bekende gezichten!
(klik op de afbeeldingen voor een vergroting).

Reageren

Pagina 1 van 24

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén