een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Breien Pagina 1 van 6

19 november: Te druk. Vond ik.

In augustus kocht ik in een wolwinkel in Appingedam een tas met breikatoen voor een zomervest.
Begin november had ik het babyvestje voor een collega af en was ik er aan toe om met dat vest voor mezelf te beginnen.  Eerst breide ik een proeflapje om het best wel ingewikkelde ajourpatroon onder de knie te krijgen, dat duurt bij mij altijd even.

Al breiend kwam ik tot de conclusie dat het ajourmotief niet paste bij het garen dat ik had gekocht.
In de bijgeleverde patroonbeschrijving stond een foto van het vest,  dat was gebreid van effen katoen.  En ik had een zak vol gemeleerde katoen: verschillende in elkaar overlopende kleuren blauw. Als je zulke ingewikkelde ajourmotieven breit met gemeleerd garen komen ze beide niet goed uit de verf: te druk. Vond ik.

Maar helemaal geen patroontje erin is wel heel saai breien,  dus ik koos voor een eenvoudig gaatjes-ajourpatroon: om de zes naalden een toer met omslagen en afhalingen.
Nu wordt het wel naar m’n zin; en het is veel minder ingewikkeld!

Wil je ook weten hoe je die gaatjes breit?
Dat doe je in een breiwerk in tricotsteek: 1 pen recht, 1 pen averecht.
1e naald: alles recht
2e naald: alles averecht
3e naald: 3 steken recht *5 steken recht, 2 steken samenbreien, 1 omslag, 1 recht, 1 omslag, 1 steek afhalen, 1 steek recht, de afgehaalde steek over de gebreide steek halen* . Deze 10 steken tussen de sterretjes steeds herhalen.
4e naald: alles averecht
5e naald: alles recht
6e naald: alles averecht
7e naald: alles recht
8e naald: alles averecht
9e naald:  3 steken recht, * 2 steken samenbreien, 1 omslag, 1 recht, 1 omslag, 1 steek afhalen, 1 steek recht, de afgehaalde steek over de gebreide steek halen, 5 steken recht*. Deze 10 steken tussen de sterretjes steeds herhalen.
10e naald: alles averecht.

Om de zes naalden heb je dus één naald met omslagen etc., dus in de 15e, de 21e, 27e enzovoort, voor de rest brei je gewoon tricotsteek.
Daar kan ik wel een spannende detective bij kijken.

 

Reageren

17 september: De toversokken van Kolletje

Er is tegenwoordig een kinderboekenserie met Kolletje als hoofdrolspeelster.
Dit staat er over Kolletje op de website van de Kinderboekenwinkel:

Kolletje is een vrolijk en eigenwijs meisje dat eigenlijk de veel te lange naam Katharina Orselia Laetitia heeft.
Als Kolletje vier wordt, krijgt ze van haar tante een wel heel bijzonder cadeau: een paar toversokken.
Wanneer ze die aantrekt en ‘Katharina Orselia Laetitia’ zegt, krijgt ze op slag speciale krachten waardoor de wonderlijkste dingen een makkie voor haar worden. Als ze bijvoorbeeld haar eten niet lust, laat ze het simpelweg verdwijnen!
De boeken over Kolletje worden geschreven door Pieter Feller en geïllustreerd door Natascha Stenvert. 

Het dochtertje van een vriendin van Frea is fan van de boekjes van Kolletje en ze was gisteren jarig; haar moeder wilde haar graag verrassen met net zulke sokken als haar boekenheldin: rood met witte toversokken. Of ik die kon breien….

Ja, dat dacht ik wel; ik kan immers ook gewone sokken breien. Bij Jeanet van ‘Blij dat ik brei’ in Arnemuiden kocht ik heel dun garen en rekende met de bijgeleverde matentabel uit hoeveel steken ik moest opzetten (48) en begon op heel dunne pennen (2.5) de sokken te breien.

Wat een gepriegel.
Vooral het begin was heel lastig… de pennen gleden weg als ik de steken over de drie naalden wilde verdelen. Toen ik eenmaal op gang was moest ik wel erg wennen: ministeekjes!  Wat een verschil met die pen 4 en grote-mensen-sokkenwol waar ik anders sokken mee brei. Maar het ging al snel steeds gemakkelijker en toen ik voor de tweede keer met rood begon was ik al weer lekker ontspannen aan het breien.

Inmiddels zijn ze klaar en zijn ze als cadeautje ingepakt.
Toversokken.
Nou hoop ik dat het meisje niet denkt dat ze echt kan toveren met die sokken; toverstof heb ik niet meegebreid.
Dat was nergens meer te koop…..

Vanmorgen kreeg ik een appje van mama: de sokken passen perfect. Maar ze wil ze niet aan.
De sokken zijn van Kolletje en als iemand anders dan Kolletje ze aantrekt en gebruikt gaan ze heel erg stinken.
Hilarisch vind ik het!  Als je vier jaar bent ga je nog helemaal op in fantasie; vooral van genieten vind ik.
De werkelijkheid van de ‘grote-mensen-wereld’ komt immers snel genoeg.
De sokken worden nu geknuffeld; ook prima!
Op foto de kersverse vier-jarige met de sokken én haar toverstokje.

Deze toversokken ook breien?
Ga dan naar het blog  ‘Sokken breien en mannenhumor’  uit 2020.
Daarop vind je een link naar een matentabel en link naar en PDF met de beschrijving van het breien van een sok.
Ik zette 48 steken op, het patroon heeft het over 56.
Het patroon moet je dus steeds een beetje aanpassen aan jouw aantal steken.
In het begin wordt dat dan 1 naald van 20 steken en 2 van 14= samen 48.
Ook de lengte van de sok hangt natuurlijk af van de leeftijd van het kind voor wie je ze breit.

Reageren

22 juli: Hoe een dekentje kussen werd.

In een vorig blog over mijn cadeau voor mijn ex-duobaan-collega Jacquelien (zie: Geen boek? Dan een deken.)  schreef ik in de laatste regel:
Misschien vraag je je af waarom er knoopjes aan het dekentje zitten? Daarover meer in een volgend blog onder de titel ‘Hoe een dekentje kussen werd’.

Als ik het laatste stadium van het haken van het dekentje het werk weglegde, vouwde ik het op in vieren.
Het leek net een kussen; mooi met die 9 vierkantjes aan de bovenkant.
Toen kwam ik op het idee om er een randje om heen te haken en daar knoopjes aan te zetten, zodat het dekentje in opgevouwen toestand op een kussen lijkt.
Dat was een leuk idee, maar toen werd het wel een plat kussentje.
“Er moet eigenlijk iets van ‘opvul’  in dat kussen….”
Het werd een omslagdoek.

Met nog een andere kleur blauw breide ik een omslagdoek met een ajourstekenpatroon dat ook golfjes veroorzaakt, maar anders dan bij de haaksteek.
Het breien van de omslagdoek ga ik niet helemaal beschrijven, er zijn genoeg breibeschrijvingen op internet te vinden: wees creatief en bedenk iets.
Hierbij een link naar de website Wol & Co, waar je een breibeschrijving en een telpatroon voor deze golf-ajoursteek vindt. (klik op de foto’s voor een vergroting).

De omslagdoek vouwde ik zo op dat het een vierkant wordt. Om het hele dekentje haakte ik een toer vasten en toen nog een toer vasten waar ik op bepaalde plaatsen een knoopsgaatje haakte.
Dit kan ik niet helemaal beschrijven. Vouw het dekentje op als een kussen en je ziet waar de knoopjes moeten komen. Aan elk van de twee zijkanten heb je vier knoopjes waar drie knoopgaatjes omheen komen. Aan de kant met de dubbele vouw haak je midden op het dekentje een paar lossen als knoopgaatjes en naai je aan de ‘overkant’ 4 knoopjes vast.. Om in de stijl van de Griekse zee te blijven hebben de knoopjes ook golfjes!

Dinsdagavond 13 juli gingen we samen uit eten in Zuidlaren; we aten een lekkere pizza.
Toen het cadeau was uitgepakt moest ik nog wel even uitleggen hoe de deken moest worden opgevouwen en waar de knoopsgaten zaten.
We maakten na het eten de tafel zelfs even leeg om te oefenen…..

Een multifunctioneel cadeau: een kussen voor op de buitenbank, een dekentje voor over je bovenbenen en een omslagdoek voor over je schouders in één.
Voor als je nog lekker buiten wilt zitten in de frisse avondlucht.
Zelf bedacht, zelf ontworpen en zelf gemaakt voor mijn multifunctionele collega, die ik nog steeds mis.
Zo denkt ze misschien nog eens aan me.

Reageren

1 mei: Sokken breien, altijd garen over. (3)

Onder deze titel, Sokken breien, altijd garen over, schreef ik al eerder twee blogs:
deel 1   over een been/voetenwarmer van restjes sokkenwol met een beschrijving van een ‘meerderen in het midden-steek’ en deel 2  over een kussenovertrek van kleine, gebreide vierkantjes van restjes sokkenwol. Vandaag het laatste deel in deze handwerkblogserie.

In deel 2 schreef ik dat ik met een tweede kussenovertrek was begonnen, maar na 7 vierkantjes bleken de kleuren in mijn optiek bij elkaar te vloeken.
Die 7 heb heb ik van de pennen afgehaald en weggegooid. Het waren immers maar restjes.
Toen ik weer met een nieuw vierkantje begon heb ik bolletjes beter op kleur bij elkaar gezocht en de tweede poging lukte wel goed.

Na het wegwerken van alle losse draadjes legde ik het werk tussen twee natte handdoeken even een dag of twee weg om te drogen en te ‘egaliseren’: de vierkantjes bolden namelijk nogal op.
Toen pakte ik twee oude, slappe kussen, legde die op elkaar en drapeerde de twee kussenovertrekjes er om heen: paste precies.
Inmiddels is het kussen klaar en gaat het deze zomer buiten gebruikt worden.
(klik op de afbeeldingen voor een vergroting)
Het is een echt retro jaren ’70 kussen geworden.
Ook nu kun je je afvragen of deze kleuren goed bij elkaar passen, maar in de jaren ’70 kon veel…..

Reageren

26 maart: Sokken breien-altijd garen over(2).

Eigenlijk zou ik al weer naar het handwerkwinkeltje in Leek moeten om nieuw garen te kopen, want ik heb alle projecten die ik onder handen had wel af, maar het winkeltje is dicht.
Niet afhalen, niet bestellen, geen afspraken maken
Eigenlijk zou ik ook via internet garen kunnen bestellen of een andere handwerkwinkel bezoeken.
Maar eigenlijk heb ik nog geen zin in ‘afspraakgedoe’ en eigenlijk wil ik garen dat ik ga kopen gewoon zien en voelen.
Eigenlijk heb ik ook nog resten genoeg; tijd voor een nieuw experiment.

Drie weken geleden plaatste ik een blog over een voeten/beenwarmer die ik had gemaakt van resten sokkenwol.
(zie: Sokkenbreien: altijd garen over.)
Toen schreef ik dat je er ook vierkantjes van kunt breien voor een kussenovertrek; op internet ging ik op zoek naar een voorbeeld.
Zo kwam ik terecht op de website van ‘De Breiclub – Haken & Breien’, waar ik een uitgebreide beschrijving vond van het breien van vierkantjes.
Dat ging ik ook uitproberen met sokkenwol.
Bij deze techniek brei je de vierkantjes gelijk aan elkaar vast, door steeds langs de zijkant weer nieuwe steken op te nemen voor het volgende vierkantje.
Daarbij moet je soms ook breiend steken opzetten. Hoe je dat doet zie je in deze video. 

De eerste uitvoering deed ik zoals beschreven door Babette van de Breiclub (klik op deze link voor de beschrijving) met alleen toeren recht breien.
Maar dat komt het effect van de sokkenwol beslist niet ten goede (vind ik), dus na drie vierkantjes alleen maar rechte steken breide ik de volgende serie met de tricotsteek: 1 toer recht en 1 toer averecht. Het nadeel daarvan is dat het aan de randen ontzettend omkrult, (vandaar de spelden), maar als je het als kussenovertrek gebruikt trekt dat wel bij.
Links vind je een foto van ‘alleen toeren recht’, rechts een foto van de tricotsteek. (klik op de foto’s voor een vergroting)
Nu heb ik niet genoeg resten wol met hetzelfde dessin voor een heel kussenovertrek, dus ik wisselde de banen vierkantjes af met kleuren die enigszins bij elkaar passen.
Hiernaast vind je een foto van hoe het is geworden.
Hiervoor gebruikte ik drie ‘restanten’: de bovenste en de onderste baan komen van hezelfde bolletje en baan 2 en 4 ook.
Voor de middelste gebruikte ik een derde restantje.

Net als bij de voeten/beenwarmer kun je twisten over de vraag of het mooi is; het doet me een beetje aan de jaren ’70 denken.
Maar het kussen waar dit overtrekje overheen gaat ziet er ook al niet meer uit; een soort lood om oud ijzer zeg maar.
Ook hier hoef ik niet mee over straat…..sterker nog: zo’n brei-experiment houdt me van de straat!
Inmiddels ben ik bezig met nog zo’n vierkant, maar dat gaat er hééél anders uitzien.
Zie foto links. (klik op de foto’s voor een vergroting.)
Wordt vervolgd dus……

Reageren

3 maart: Sokken breien – altijd garen over (1).

Als je wel eens sokken breit ken je het wel : bij het breien van sokken hou je altijd garen over.
Vooral van die mooie in elkaar overlopende garens; je hebt twee bollen nodig, maar je verbreit niet alles.
Nou brei ik niet zoveel sokken, dus mijn sokkenwolrestjes zijn op één hand te tellen, maar vorig jaar kreeg ik ineens een heeeeleboel van die restjes: de schoonmoeder van mijn boekenvriendin overleed en ik ‘erfde’ haar handwerkmand. Daarover schreef ik destijds al een blog onder de titel: ‘Van Griet’.

De helft van de handwerkspulletjes van Griet bestond uit bovenbeschreven sokkenwolresten.
“Daar hebben wij allemaal sokken van” vertelde mijn vriendin er bij.
Wat doe je er mee?
Op internet las ik ergens dat iemand er vierkantjes van breide voor een kussenovertrek.
Je kunt er ook een ‘sokkenwoldeken’ van breien, een voorbeeld daarvan vind je hier: sokkenwoldeken.
Begin dit jaar pakte ik een Griet-restje sokkenwol om een nieuwe steek uit te proberen: je begint met drie steken en in iedere heengaande toer brei je voor en na het midden een omslag.
Dan gaat je breiwerk als het ware ‘de hoek om’. *
Het proeflapje lukte prima; ik knoopte er nog een Griet-restje aan en bedacht tijdens het breien dat ik deze ‘lap met een punt’ wel kon gebruiken als voeten/benenwarmer als ik ’s avonds op de bank zit. De punt vouw ik dan om mijn voeten en de zijkanten vouw ik om mijn onderbenen.

Nu is het experiment klaar en zijn er een aantal restjes opgebreid.
De voeten/benenwarmer verdient geen schoonheidsprijs, maar ik hoef er ook niet mee de straat op.
Het leuke van het opbreien van die restjes is dat je steeds andere kleuren/andere patroontjes in je breiwerk krijgt.
Ander voordeel: ik kan die steek nu dromen.
Nog een voordeel: het breiwerk wordt steeds een beetje groter en met eindeloze pennen recht & averecht kun je ondertussen heerlijk naar een detective kijken. In deel 2 van dit blog schrijf ik over het maken van een kussenovertrek. ( zie kussenovertrek)

Benieuwd hoe je begint aan zo’n ‘lap met een punt’?
– Zet drie steken op.
– Brei drie steken recht.
– Brei 1 steek recht, omslag, 1 steek recht, omslag, 1 steek recht.
– Brei 2 steken recht, 1 steek averecht, 2 steken recht.
– Brei 2 steken recht, omslag, 1 steek recht, omslag, 2 steken recht,
– Brei 3 steken recht, 1 steek averecht, 3 steken recht.
– Brei 3 steken recht, 1 omslag, 1 steek recht, 1 omslag, 3 steken recht.

Vanaf hier begin en eindig je iedere toer met 3 steken recht.
Zo ontstaat er aan de zijkant een ribbelrandje van 3 steken.
Wil je dit randje wat breder, dan hou je 4 of 5 steken aan.

– Brei 3 steken recht, 3 steken averecht, 3 steken recht.
– Brei 4 steken recht, 1 omslag, 1 steek recht, 1 omslag, 4 steken recht.
– Brei 3 steken recht, 5 steken averecht, 3 steken recht.
– Brei 5 steken recht, 1 omslag, 1 steek recht, 1 omslag, 5 steken recht
– Brei 3 steken recht 7 steken averecht, 3 steken recht.
Zo brei je door tot alle restjes op zijn 😉

In het midden van je breiwerk heb je 1 steek met aan weerskanten steeds een gaatje; omdat je om de twee pennen twee steken meerdert, gaat je breiwerk als het ware ‘de hoek om’.

Reageren

17 februari: Twee! En uiteindelijk drie.

Een stel van onze oude vriendengroep vanuit Hoogersmilde werd grootouders van een tweeling; wat bijzonder, twee kleine baby-jongetjes tegelijk.
Dat het een tweeling werd was geen verrassing, dus ik breide twee vestjes bij het prentenboek dat we gaven als kraamcadeau.
Dat vestje heb ik al in heel veel verschillende uitvoeringen gebreid; deze keer breide ik twee lichtgrijze exemplaren van zachte wol met een beetje acryl.
Ze lijken precies hetzelfde, maar ze zijn een beetje verschillend.
Als je goed kijkt op de detailfoto’s van de vestjes zie je dat op de knoopjes op het ene vestje hertjes staan, op het andere vosjes.
Ook de steken die ik heb gebruikt zijn iets anders: het ene vestje is gebreid met hele kleine blokjes ( twee recht, twee averecht, na twee pennen omwisselen). het andere met schuine strepen (twee recht, twee averecht, steeds eentje opschuiven).
Klik op de foto’s voor een vergroting, dan zie je het verschil beter.
Het breipatroon heb ik in 2014  al eens gedeeld op deze website onder de titel ‘Babyvestje overdwars gebreid’.  Je breit het overdwars; de steekjes staan dus niet rechtop maar liggen horizontaal.

Een derde vestje breide ik voor het dochtertje van een nichtje in Assen.
Zelfde patroon, maar weer andere knoopjes, deze keer met pastelkleurige koalabeertjes. Die knoopjes (ook die vosjes en hertjes) heb ik gekocht bij Sikkes in Groningen. Bij dit laatste vestje heb ik nog een andere variatie op bovenstaande steken gebruikt: blokjes van 3 recht bij 3 averecht.
Ook leuk……..

Reageren

13 januari: Aanvullingen bij sokken en onderzetters.

Soms krijg ik op deze website reacties.
Meestal zijn dat reacties op recente blogs, maar soms reageert iemand op een blog dat al jaren op de site staat.
Vandaag combineer ik een reactie met een kleine aanvullingen op twee blogs.

In het blog ‘Even afbrillen’ van 9 maart 2018 schreef ik over het breien van sokken op een rondbreinaald.
Op 6 januari j.l. reageerde ‘MT’ daarop met de opmerking dat je ook twee sokken tegelijk kunt breien op twee rondbreinaalden.
O?
Hoe dan?
Ik zag het nog niet voor me; ik mailde haar terug dat ik het niet helemaal begreep, toen stuurde ze me een aantal foto’s.
Eén daarvan zie je hier links, deze en de andere foto’s heb ik in één PDF gezet, hierbij een link: twee sokken tegelijk rondbreinaald
Ze schreef erbij: als je er bij zet dat je het van MT hebt mag je het gebruiken.
Bij deze!

De tweede aanvulling is niet naar aanleiding van een reactie, maar een opmerking van mezelf.
Op het blog ‘Van onderzetters naar rommelmarkt’ uit 2015 link ik naar de website Handwerkles’; daarop staat een leuk haakpatroon van een onderzetter.
Die onderzetters wilde ik weer gaan haken, maar ik vond ze eigenlijk wel wat groot, het waren meer kleine kleedjes dan onderzetters.
Het patroon heb ik een toer ingekort en iets aangepast, zodat het kleedje een onderzetter wordt.
– Haak 5 lossen en sluit deze met een halve vaste tot een ring.
– Toer 1: 1 losse. Daarna in de ring 16 vasten haken en sluiten met een halve vaste. (Elke toer wordt trouwens gesloten met een halve vaste).
– Toer 2: Haak 3 lossen (dat is nu en in de volgende toeren steeds het eerste stokje), 1 stokje in de volgende steek (hierbij steeds alleen door de achterste lus haken), 1 losse. Dan steeds 2 keer 1 stokje door de achterste lus, 1 losse. Je hebt nu 8 groepjes van 2 stokjes met één losse er tussen.
– Toer 3: Vanaf nu weer door beide lussen haken. 2 stokjes op het eerste stokje, 2 stokjes op het tweede stokje, 1 losse. Dit steeds herhalen; je hebt nu 8 groepjes van 4 stokjes met 1 losse er tussen.
– Toer 4: Haak 1  stokje op het eerste stokje, 2 stokjes op het tweede stokje,  1 losse,  2 stokjes op het derde stokje en 1 stokje op het vierde stokje, 1 losse. Dit steeds herhalen. Je hebt nu 8 groepjes van 6 stokjes met tussen het 3e en 4e stokje 1 losse én tussen de afzonderlijke groepjes ook 1 losse.
– Toer 5: Om het boogje van 1 losse  7 stokjes met 1 losse er tussen haken. Om het boogje van 1 losse 1 vaste haken. Voor en na de vaste geen losse haken. Dit steeds herhalen. Je hebt nu 8 waaiertjes van 7 stokjes met tussen ieder stokje 1 losse.
– Toer 6: Tussen alle stokjes 1 vaste haken met daar tussen een boogje van 3 lossen. Sla de ruimte voor en na de vaste tussen de bloemblaadjes over.

Op foto 1 zie je de onderzetter van de website ‘Handwerkles’ met daarnaast mijn eigen, kleinere versie.
Op foto 2 en 3 zie je wat ik er mee doe: ik haak zes onderzetters in drie verschillende kleuren. Daarna haak ik een koordje dat ik om de onderzetters strik: een persoonlijk afscheidscadeautje als een collega weggaat of als bedankje voor iemand die iets voor me heeft gedaan.
Rondom Pasen geef ik ‘Loensende-kippen-onderzetters‘ en in de decembermaand ‘Engeltjes-onderzetters’. 

Reageren

7 april: Sokken breien en mannenhumor.

Sokken breien. Vroeger leerde ieder meisje op de lagere school hoe dat moest,  maar dit meisje heeft het niet meer van de handwerkjuf geleerd.  Ik had al ettelijke truien,  vesten etc.  gebreid toen ik vond dat ik dat toch ook moest kunnen.  Op de website Wolhalla vond ik een heel duidelijke beschrijving: een sok met voor ieder gebreid deel een andere kleur. Met deze brei-beschrijving kon ik het! Hierbij een link naar dat artikel op Wolhalla
Daar staat niet op hoeveel steken je moet opzetten, daarvoor moet je naar de matentabel.
Ook heel erg handig voor andere gebreide sokken.

Vorige week voltooide ik een paar regenboogsokken voor Frea.
Dikke sokken om over dunnere sokken aan te doen.
Voor lekker thuis op de bank.
De vorige sokken die ik maakte breide ik op een rondbreinaald.  Lees hierbij mijn blog “Even afbrillen…. Daarop vind je links naar instructievideo’s over rondbreien en het zogenaamde ‘continentaal breien’.
Op zich ook prima te doen,  maar met vier pennen handigt me toch beter.

Vandaag deel ik op dit blog (naast de wolhalla-pagina) de beschrijving die ik zelf hanteer voor bovenstaande dikke sokken.
Hierbij een link naar het PDF Sokken breien op 4 pennen

Als besluit van dit blog een grapje van twee mannen onder elkaar.
Wij hadden een video-groepsapp gesprek met mijn neef en nicht; ik was aan het breien.
Tot zover niks bijzonders.
“Wat ben je aan het breien, Ada?”
“Regenboogsokken voor Frea.”
“Leuk!”

Die middag kreeg Gerard een app van mijn neef.
“Weet je zeker dat Ada regenboogsokken aan het breien is?”
Daar zat dit plaatje bij:

Reageren

10 februari: Werkvestje voor in het huishouden.

Een blog van mijn hand over iets uit het huishouden?
Ja man; maar niet zozeer over het huishouden zelf, maar over wat ik aan heb áls ik aan het huishouden ben.
Vorig jaar bestelde ik bij ‘Blij dat ik brei’ het breipakket ‘Werkvestje Saartje’ en het is inmiddels af.

Het is een kort vestje met mouwen tot aan de elleboog.
Dergelijke vestjes werden in Zeeland gedragen door vrouwen die nog klederdracht droegen; ze droegen zo’n vestje tijdens ‘het werk’ – over het jak – als het wat frisser was.
Voordeel van zo’n vestje is natuurlijk dat je onderarmen onbedekt zijn, zodat je onbekommerd kunt soppen en boenen, zonder dat de mouwen van je kleren nat worden.
Het vestje zal door mij vooral in de zomer gedragen worden, dan is het lekker als je wat ‘over de schouders’ hebt.

De gebruikte steek is heel bijzonder: je breit een boordsteek (1 recht 1 averecht) en na vier pennen verspring je dan: recht wordt averecht en averecht wordt recht. Daardoor krijg je een haast elastisch effect, waardoor het vest heel soepel valt en heel erg uitrekbaar is.
Voor het eerst in mijn leven heb ik mouwen gebreid met een mouwkop. Dat was nog wel even een dingetje en dat zie je ook bij de mouw aan de rechtkant van het vest: daar is het een beetje bobbelig geworden. Ik had geen zin om het helemaal weer uit te halen en troost me met de gedachte dat het een ‘werk’-vestje is: ik hoef er niet mee naar een receptie en Gerard ziet het niet.
Denk ik.

Reageren

Pagina 1 van 6

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén