een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Breien Pagina 1 van 7

24 februari: Bij de oerwoudbroek.

Bij een groene ‘oerwoudbroek’ wilde ik een gilet breien. 
In het najaar nam ik de broek mee naar ‘Atelier 6a’ in Leek en zocht er een mooie kleur groen bij uit. 
Eigenlijk wilde ik iets breien met kabels, maar ik vind het altijd zo’n gedoe met die kabelnaald: daar kan ik niet rustig bij televisiekijken.
Een alternatief vond ik in ‘de valse kabelsteek’: geen hulpnaaldje, alleen verspringen met recht en averecht.
Hierbij een link naar een eenvoudige beschrijving op de website van Jessica Tromp. 
Ik kocht er een paar enorme houten knopen bij met bloemen er op. 

Eerst breide ik een proeflapje om te kijken hoeveel steken ik nodig had voor het achterpand en ik breide het gilet als een vest, maar dan zonder mouwen. Er is op dat gebied genoeg te vinden op internet. Op de plaats van mouwen breide ik met boordsteek een mooi kantje en langs de voorpanden, nek en schouders breide ik een boordje met aan één kant 5 knopen. 

Hij is al even klaar en ik heb hem ook al aangehad: links zie je het gilet gecombineerd met een ecru blouse met pofmouwen én de oerwoudbroek. 
Rechts een detailfoto van het boordje met de knopen.  

Reageren

4 januari: Chenile.

“Ja maar…. hier kan ik toch geen sokken van breien!?” zei ik

“Oh nee?” Bij mijn bureau op het werk stond een casemanager met een hele grote bol Chenile Fine.
Zij had een paar weken daarvoor gevraagd of ik voor haar een paar sokken wilde breien.
“Ja hoor” had ik gezegd “koop maar een bol garen en vertel me wat je schoenmaat is.”

Maar sokken breien van dit blauwe ’touw’ leek me een onmogelijke opgave.
Collega had daar een heel ander idee bij.
“Oh! Het leek me zo lekker zacht en warm…”

“Nou,  ik wil het wel proberen hoor. Maar je kunt ze dan niet dragen met schoenen aan,  daarvoor zijn ze veel te dik.”
We spraken af dat ik wat zou experimenteren en zou proberen om warme huissokken van de chenile te breien.

Je moest breien met pen 8, waarvan je er dan vier zonder knop moet hebben, maar die had ik niet.
Voor 4x 15 cent kocht ik die bij Het Goed en ik begon met een proeflapje. Het kwam er op uit dat ik 24 steken moest opzetten. 8 minder dan voor het kleinste kindersokje uit de matentabel. Die 24 steken verdeelde ik over 3 naalden en zo begon mijn ‘huissokken-avontuur’.
Het kwam goed, maar het breide niet echt fijn. Het breide voor geen meter eigenlijk.
Ik had het gevoel dat ik met stalpalen aan het breien was.
Zo klonk het ook als er ééntje per ongeluk op de grond viel: zo’n pen kletterde echt op onze plavuizen.

Met 24 steken brei je een grote hiel met 12 steken en minder je naar de kleine hiel tot 8 en zet je er daarna aan weerskanten weer 6 bij op.
Het ging wel lekker snel trouwens, ik had maar zo een paar klaar.
Toen had ik nog best veel chenile over, daar breide ik in overleg met de collega een warme col van.
Nu heeft ze zachte, warme, huissokken met een bijpassend dingetje om de hals.
En weet ze dat chenile geen sokkenwol is en dat het niet geschikt is om sokken van te breien.
Goed idee.
Doen we niet.

Reageren

12 augustus: “Wil jij het eens proberen?”

Aan het begin van dit jaar kreeg ik van PKN-gemeentelid Tineke een boekje; het heette ‘Shetland kant breien’ en het was geschreven door Elizabeth Lovick.
“Misschien dat het jou lukt om deze techniek onder de knie te krijgen…?” vroeg ze hoopvol.
Dat wou ik wel eens proberen.
Het duurde even voordat ik alle brei-projectjes die ik wilde doen af had, maar in juli ging ik er letterlijk voor zitten.

Ik zette 24 steken op met een restje katoen en begon met de eerste steken.
Dat was nog niet zo moeilijk. Ajour-steken kan ik immers al: een omslag en 2 recht samenbreien en één steek afhalen en overhalen en dan een omslag.
Maar dat was nog maar het begin.
Alle steken die ik daarna probeerde waren op zich niet moeilijk, maar waar ik tegenaan liep is dat je steeds moet tellen.
Zorgen dat de steken, omslagen en afhalingen op de goede plek zitten ten opzichte van de vorige naald,
Tellen.
Uithalen.
Nog weer tellen.
Ik probeerde ondertussen naar een televisieprogramma te kijken, maar het zweet stond op een gegeven moment in mijn handen.
En op mijn voorhoofd.
Het was maar goed dat het televisieprogramma geen detective was, want daar had ik met dit breiwerk in mijn handen geen draad eeeh…touw aan vast kunnen knopen.

Dan komt natuurlijk het moment waarop je denkt: “Waarom doe ik dit eigenlijk?” en stel ik mezelf vragen als ‘Geniet ik hier van?’ en ‘Is dit ontspanning voor mij?’
Op beide vragen was het antwoord: “Nee.”
Ophouden.
Dat advies gaf oud-collega Gineke vaak en hoewel ik haar advies niet altijd opvolgde was het nu wel de beste optie.
Niet meer doen.
Ik maakte een foto van mijn broddelwerk voor dit blog, zie afbeelding rechts; aanschouwt de puinhoop!

Er komt geen Shetland-kant-sjaal door mij gebreid.
En geen tafellopertje en geen omslagdoek.
En Tineke….. voor jou dus ook geen Shetland-kant-raamhanger.
Sorry.
De manager waar ik 10 jaar voor gewerkt heb zei in zulke situaties: “Je kunt niet overal goed in zijn.”

Wat ik wel goed kan zijn babyslofjes breien.
Die geef ik dan aan vrouwen die zwanger zijn in mijn omgeving in plaats van een kaartje.
“Gefeliciteerd met jullie zwangerschap!’
Vorige maand breide ik ze nog voor de pop van een 3-jarig achternichtje; het leverde me een prachtige foto op (via de app van neef Paul gekregen)  van het stralende peutertje met in haar armen haar baby mét sokjes: ‘Liss is superblij met de sokjes voor haar pop!”

Die sokjes/slofjes zijn niet moeilijk om te breien, daar kun je gewoon een detective bij kijken.
Ook zulke petieterige slofjes breien?
Hierbij een link naar het blog dat ik over deze slofjes schreef.
Daar vind je een breibeschrijving en het verhaal over een bok die ik ooit schoot.

Reageren

23 februari: Sokken versus droge worst.

Mijn collega’s hebben ontdekt dat ik niet alleen babyvestjes kan breien.
Vorige maand vroeg Renny of ik ook wel eens sokken breide; haar moeder* breide die altijd voor haar, maar ze is overleden.
Dat wou ik wel doen.
Drie weken geleden gaf ze mij een bol sokkengaren die ze had gekocht, zo’n hele mooie bol van Opal, 150 gram, 6-draads met de mededeling: “Ik heb maat 37”.

Als je veel breit dat weet je dit: zo’n luxe, kleurige bol, dat is gewoon heel fijn breien.
Het duurde dan ook geen twee weken, toen had ik de sokken klaar.
“Wat wil je er voor hebben?” vroeg ze.
“Niks natuurlijk. Je hebt zelf die wol gekocht! En ik heb het met liefde en plezier gedaan: een win-win-situatie.”

Vanmorgen gaf ik haar de sokken en ik kreeg…… een droge worst!
Voor de moeite.
Lekker bij de borrel dit weekend!

Wil je ook eens sokken breien? Hierbij een link naar een uitgebreide brei-beschrijving.
Er is ook een handige matentabel die ik ooit vond op de website van Wolhalla, waarop je kunt aflezen hoeveel steken je moet opzetten bij de verschillende garen-diktes en bij welke schoenmaat.
Zit standaard in mijn breitas, gaat als PDF bij dit blog: matentabel

* Renny’s moeder was Jantje, sopraan van de Cantorij Roden.

Reageren

3 oktober: Wat brei je dáár nou….!

Tegenwoordig heb ik iets bijzonders op de pennen staan.
Kniekousen.
Dat ontlokte een collega al de uitspraak: “Wat brei je dáár nou..!”
Het lijkt ook niet op de babyvestjes of dingen voor mezelf die anders op mijn pennen staan.

Bij deze kniekousen zit een verhaal.
Vorige maand werd ik gebeld door een oudere mevrouw van onze PKN-gemeente.
Ze had een probleem: ze breide altijd zelf kniekousen voor haar man van dun, grijs garen, maar het breien lukte niet meer.
Ze had nog een boord voor een nieuw paar opgezet, maar toen ze bij de hak aangekomen was gaf ze de moed op.
Toen bedacht ze dat ze iemand anders zou vragen de kousen af te breien, maar waar vind je iemand die nog sokken kan breien.
Wie kan de bocht nog om met de hak?
Dan kom ik kennelijk boven drijven.
Natuurlijk wil ik dat voor haar doen.
Van haar dochter (sopraan bij de cantorij) kreeg ik een tasje: vier ultradunne breinaalden met een lange boord er op van 80(!) steken, gebreid met 3 recht, 1 averecht én een voorbeeld-kous, keurig gewassen en gestreken.

Het was een heel uitgetel en nagezoek, maar inmiddels heb ik één kous af.
Aan de dochter vroeg ik: “Is het de bedoeling dat ik ook die andere kous ga breien? Ik vind het nogal een gepriegel…”
Ja, dat was inderdaad de bedoeling.
O, en als ik die ene kous af had, dan wilde het echtpaar het voorbeeld graag al weer terug, “dan kan vader die weer aan doen.”
Nu brei ik dus aan kniekous twee.
80 priegelsteekjes opgezet, gaan met die banaan, meer dan 30 centimeter in het rond.
Drie recht, één averecht; met een soort klos bij mijn benen waar dat dunne, grijze garen op zit.
De titel van dit blog komt nog regelmatig voorbij.

Reageren

26 juni: Alpaca sokken. Eeehm…..sloffen.

Alpacasokken.
Die zou ik gaan breien voor Jon, die garen had gesponnen van een zak alpacawol. (meer weten? Lees dan Alpacasokken) .
Heb ik ook gedaan.
Maar of de sokken zo geslaagd zijn…?
Nee.

Volgens de matentabel zette ik 58 steken op voor pen 4.
Toen er één sok af was het geen sok.
Hij zat niet mooi gesloten om de voet; hij was veel te ruim.
Mijn schoonzusje lachte me gewoon hartelijk uit op een verjaardag en gelijk had ze: het ziet er niet uit.
Alpacasokken van door Jon gesponnen garen: goed idee, doen we niet.

Eerlijk gezegd breide het ook niet fijn.
Het garen was niet overal even dik, er zaten soms bobbels en krinkels in en het breien ermee ging wat moeizaam; als ik een paar toeren achter elkaar had gebreid kreeg ik zere vingers.
Kortom: ik was niet erg enthousiast over de alpacawol.
Jon daarentegen vond de sokken prachtig.
“Die ga ik gebruiken als huissloffen!”
Hij was zelf inmiddels al aan het weven met het garen en dat ging heel goed.

Ik denk dat als ik de sokken met grotere pennen had gebreid, dat het breien dan misschien wat soepeler was gegaan.
En als ik minder steken had opgezet dat de sok dan beter had gepast.
Maar dat ga ik maar niet meer uitproberen; afgelopen weekend ben ik begonnen aan een babyvestje voor in het kraampakket van een collega die net vader is geworden.
Pen 3.
Het garen bevat 75% wol en 25% polyamide.
Dit breien voelt weer zo fijn; gedachteloos brei ik weer soepeltjes toer na toer weg.

Sorry Jon.
Oh ja, en sorry Dick.
Die alpacasokken voor jou zitten er dus niet in……

Reageren

2 juni: Zomervest.

Vorig jaar, tijdens de Aaltje-dag in Appingedam, kocht ik een tas garen voor een zomervestje.
Begin november zette ik het op de pennen en begon te breien volgens het meegeleverde patroon, maar dat werd niet mooi.
Een ingewikkeld ajourpatroon en gemêleerd garen, het matchte niet met elkaar.
Lees voor meer details het blog ‘Te druk vond ik’.

De hele winter was ik er zoet mee: een vest voor mezelf met om de zes naalden twee eenvoudige ajourgaatjes.
Tijdens lange autoritten, op feestjes en naar mijn werk: ik nam het overal mee naar toe.
Op mijn werk ben ik de enige die zoiets doet, dus het genereert soms wat aandacht.
Fred houdt het allemaal goed in de gaten en vroeg vorige week: “Zit je nou nog met dat blauwe ding, is het nu nog niet klaar?”
Inmiddels wel; het vestje is mooi geworden.
Alleen de knopen die ik er in Appingedam bij gekocht had vond ik achteraf bezien niet mooi, ik kocht nieuwe knopen die ik er beter bij vond passen.

Dinsdagmiddag maakte ik de tas leeg waar ik de hele winter het breiwerk in vervoerde.
Een haaknaald (voor als ik een steek laat vallen, met een haaknaald trek je die snel weer naar boven), een centimetertje, het patroon vol ezelsoren en pennestrepen, wikkels van garen, papieren zakdoekjes, een visitekaartje, een pen, een schaartje en een doosje met spelden en stopnaalden, Altijd handig.
Nu ga ik eerst weer een paar sokken breien.
In februari schreef ik een verhaal over alpacawol die Frea had gekregen. (zie Alpaca sokken)
De laatste zin van dat blog was: ‘Het eerste paar ga ik breien voor de spinner van het garen. Alpaca-sokken voor Jon.’
Wordt vervolgd.

Reageren

27 april: Eeuwenoude technieken, steken en patronen.

Al jaren ben ik een trouw lezer van het blog ‘Blij dat ik brei’ van Jeannet Jaffari-Schroevers in Arnemuiden; ik heb haar zelfs al een keer in levende lijve ontmoet (zie: Als de klok…)
Eind februari blogde ze over oude breitechnieken, steken en patronen die al eeuwen oud blijken te zijn onder de titel ‘Van vroeger’.
Ze schreef over iets dat ze had gevonden op de website van Evelien Verkerk, die zich al jaren verdiept in oude breitechnieken en -patronen.
Meer daarover vind je op haar website Nederlands Gebreid, haar blog en op de Facebook-pagina.

Evelien schrijft een boek onder de titel ‘De Kantjes van Christine’.
Die Christine is mevrouw C. Sluter, die in 1843  een breipatronenboekje schreef; dat wordt nu door Evelien herschreven en opnieuw uitgebracht.
Om deze uitgave (als papieren boek) mogelijk te maken onderzocht Evelien of er genoeg belangstelling was voor een gedrukte versie van dit boek: oude breitechnieken en -patronen en moderne toepassingen er van.
Dit las ik op het blog van Evelien: Tot mijn grote verbazing en plezier blijkt er heel veel belangstelling te zijn en op mijn vraag of mensen het boek zouden willen bestellen en vooraf betalen zodat ik genoeg financiering heb om er een echt mooi boek van te laten maken, kwam een overweldigende respons. Dus het gaat er echt van komen!
Wat leuk!  Ik zet het op mijn verlanglijstje.

Eenmaal verdiept in haar blog vergat ik de tijd.
Ik bleef maar lezen; over breigilden in de middeleeuwen, over een vrouwentijdschrift uit de 19e eeuw waar breipatronen in stonden, vondelingenpakketjes uit het Burgerweeshuis en over middeleeuwse beroepen zoals hosenbreier en kousenbreier,
Als je van handwerken houdt én van geschiedenis is het blog een aanrader.
Hij staat al bij mijn favorieten!

Reageren

10 februari: Alpaca sokken?

Een collega van Frea heeft een boerderij waar ze onder anderen een alpaca heeft.
Een poosje geleden had ze gevraagd wie er belang had bij een zak alpacawol, want het beest was geschoren.
Frea wist wel iemand.
Jon.
Die heeft een spinnewiel op de kop getikt en is al een paar maanden in de weer met wol: wassen, kaarden en spinnen.
Ze hebben bij hen in huis inmiddels zelfs een zelfbedachte ‘wolwiemel’: een visnetconstructie die boven in de keuken hangt waar de gewassen wol kan drogen.
Bedenk het maar. Waar bij oude boerderijen de droge worsten en de rookspek hingen te drogen hangt bij hen de wol.

Tijdens het februari-weekend in Westerbork kreeg ik van Jon een strengetje van zijn eerste zelfgesponnen alpacawol.
Hij was er zelf erg enthousiast over: het was heel fijn om met die wol te spinnen, want de vezels zijn veel langer dan schapenwol, dus het garen dat je spint breekt veel minder snel.
Het garen is niet gekleurd, het heeft gewoon de kleur van de alpaca.

Of ik wel eens wat wilde uitproberen met die wol
Tuurlijk; leuk!
Het is wel even wennen.
Ik ben natuurlijk gewend aan die machinaal geproduceerde, in keurige bolletjes met papieren wikkels afgeleverde bollen garen.
Waar op staat op welke pen je het moet breien, hoe groot een proeflapje moet zijn en hoe de verhoudingen in centimeters op dat proeflapje dan zijn.
Mijn opdracht was: zoek het uit.

Uit mijn voorraad breinaalden haalde ik de pendiktes 2,5 tm 4,5 en begon maar gewoon te breien met de tricotsteek.
Ik zat al snel op 3,5, daarmee breide ik een paar centimeter en vervolgens ook op 4 en 4,5.
Daarna probeerde ik nog de boordsteek op 4,5 en liet het vervolgens aan Gerard zien en voelen.
Als ik sokken wilde breien moest dat volgens hem op pen 4.
‘Op 4.5 is veel te los, daar waait het zo doorheen, daar krijg je koude voeten in.’
Ok.
Pen 4 dus.
Op het broddellapje hier links is het stukje na de boordsteek met pen 4 gebreid.

Nu kan ik aan de hand van een matentabel uitrekenen hoeveel steken ik moet opzetten voor een paar sokken.
Het eerste paar ga ik breien voor de spinner van het garen.
Alpaca-sokken voor Jon.
Wordt vervolgd.

 

Reageren

13 december: Een vestje voor een meisje

Vorige maand kreeg ik een mailtje van Enny.
Ze had nog een tas vol handwerkboeken met patronen en werkbeschrijvingen.
Kon ik daar iets mee voor Holy Stitch?
Ja, leuk!
Ze kwam de tas gelijk langsbrengen.

Maar de Holy Stitch-bijeenkomst van 7 december ging niet door.
De tas had ik wel even doorgespit, op zoek naar iets bruikbaars en tot mijn grote genoegen vond ik een boek met patronen voor babykleding.
Er was weer een collega zwanger; dan geven we altijd een mand met cadeautjes, daar kan iedereen dan wat in doen. Mijn bijdrage is altijd een prentenboekje én iets zelfgemaakts.
Het ‘peutervestje van sokkenwol overdwars gebreid’ had ik al zo vaak gemaakt, ik wilde wel eens wat anders breien.
Het geboortekaartje was inmiddels al binnen….een meisje!

Het werd een vestje, gebreid met hetzelfde ajourpatroontje er in als het vest dat ik voor mezelf aan het breien ben.
Je moest in het voor- en rugpand 7 steken afkanten voor de inzet van de mouwen.
Dat had ik nog nooit gedaan, maar het is prima gelukt.
Welgeteld 1 stel knoopjes had ik nog liggen, lichtgroen/grijs met een vosje erop; die pasten goed bij de groene kleur van het vestje.

Een beschrijving van het gebruikte ajourpatroontje vind je op ‘Te druk. Vond ik.‘van 19 november j.l.
Hoe je het peutervestje overdwars breit lees je in ‘Babyvestje overdwars’ uit november 2014.
Een breipatroon uit een bestaand tijdschrift mag ik helaas niet delen op mijn website, wel een foto van het tijdschrift.
Op de voorkant staat een baby met het vestje dat ik heb gemaakt.

Reageren

Pagina 1 van 7

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén