een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Koken & bakken Pagina 1 van 15

21 augustus: Pasta-rode pesto-kip.

De combinatie rode pesto-crème fraîche kennen Gerard en ik al van het gerecht ‘Romige pangasiusfilets’.
Het is dé tophit bij ons als het gaat om visschotels.

Deze week zocht ik naar een ovenschotel, want ik had een lange dag op het werk en dan vind ik het fijn als ik al een ovenschotel klaar heb staan, die maak ik dan een dag van te voren.
Ik vond een simpel recept met de combinatie rode pesto – crème fraîche: dat kan niet fout gaan, dat ging ik uitproberen.
Onderstaande receptbeschrijving is voor 2 personen.

Groentemengsel met crème fraîche en rode pesto.

Dit heb je nodig:
– 200 gram kipfilet
– 200 gram soepgroente met rode paprika erdoor heen
– 1 grote ui
– bekertje crème fraîche (200 cc)
– klein potje rode pesto
– oregano
– kipkruiden
– Parmezaanse strooikaas.
– 125 gram pasta (ik gebruikte farfalle)

….stukjes gebakken kip verdelen….

Dit moet je doen:
– kip in kleine stukjes snijden, kruiden met de kipkruiden en de oregano en aanbakken in een koekenpan.
– ui snipperen en fruiten, soepgroente er bij door doen en 10 minuten roerbakken.
– sausje maken van crème fraîche en pesto en dat door de groente roeren.
– pasta koken zoals op de verpakking staat en ook door het groentemengsel roeren.
– klein ovenschoteltje invetten met een beetje olijfolie en bodem bestrooien met Parmezaanse kaas.
– daar bovenop de stukjes gebakken kip verdelen.
– op de kip het groente/pasta-mengsel doen en verdelen over de ovenschotel.
– bovenkant bestrooien met Parmezaanse kaas.

Oven voorverwarmen op 180 graden, ongeveer 25 minuten in de oven.
Grote yum!

Reageren

5 april: Preischotel met kabeljauw in kerriesaus.

Zo af en toe ontdek ik via internet een nieuw recept.
Als Gerard zegt:” Dit mag je nog wel eens vaker maken!” komt het in mijn kookboek rommelmap met losse aantekeningen en recepten.
Dat gebeurde met de preischotel die ik al aankondigde op 2 april, op het moment dat het volgens Gerard ‘gebeurd was met de prei’.
Ik vond een recept van een ovenschotel met prei en kabeljauw met een kerriesausje.
Simpele ingrediënten, gemakkelijk om te maken, reuze-lekker.

Voor twee personen heb je nodig:
– 500 gram aardappels
– 200 gram kabeljauw (kan gewoon uit de diepvries, koolvis kan ook)
– 400 gram prei
– 1 ui
– 1 teentje knoflook
– 2oo cl crème fraîche
– 2 theelepels kerrie
– zout & peper
– geraspte Parmezaanse kaas
– ovenschoteltje

Dit moet je doen:
– oven voorverwarmen op 200 graden.
– prei schoonmaken en in ringen snijden
– ui snipperen
– aardappels schillen en voorkoken (15 min.)
– teentje knoflook uitpersen en fruiten, ui er bij in doen, prei er bij in doen, 10 minuten laten smoren.
– vis kruiden en aan weerskanten aanbakken.
– ovenschotel beetje invetten en prei/ui-mengsel over de bodem verdelen
– vis in stukjes snijden en verdelen over de bodem van de ovenschaal
– sausje maken van de crème fraîche, kerrie, zout en peper.
– sausje verdelen over de vis
– aardappels in schijfjes snijden en dakpansgewijs over de schotel verdelen.
– ruim Parmezaanse kaas over de aardappels strooien.

30 minuten in de voorverwarmde oven zetten.

Heerlijk.
Voor herhaling vatbaar.

In dit on-line tijdschrift heb in de loop van de jaren al heel wat recepten voor ovenschotels met prei gedeeld.
Je kunt kiezen uit:
– Preischotel met aardappelschijfjes en gehakt
– Pasta-ovenschotel met zalm en prei
– ‘Fishpie’ met kabeljauw
– Hartige taart met prei en gerookte zalm
– Visschotel met prei en oude kaas

Reageren

16 februari: Cinnamonroll.

Het klinkt als een toverspreuk uit de Harry Potterreeks, maar het is gewoon gebak.
Cinnamon is het Engelse woord voor kaneel  en een cinnamonroll is eigenlijk een Zweedse ‘Kanelbulle’, in goed Nederlands een kaneelbroodje.
Jon vertelde zeer beeldend hoe hij die had gemaakt en hoe lekker het was: dat ging ik ook uitproberen.
“Stuur mij dat recept even” vroeg ik Frea op donderdag.
Ik kreeg het prompt.
In het Engels.

Gelukkig stuurde ze op vrijdag de vertaling, dus ik kon aan de slag.

Dit heb je nodig:
– zakje gist
– 240 ml melk
– 50 gram suiker (voor door het beslag)
– 112 gram boter
– ¼ theelepel zout
– 408 gram bloem
– 2 eetlepels kaneel
– 100 gram suiker (bruin, wit of een mix) voor de vulling.
– een bakblik + bakpapier

Dit moet je doen:
– melk en een derde van de boter verwarmen en laten smelten. Niet koken.  Af laten koelen tot lauw (badwatertemp…)
– 50 gr. suiker toevoegen en de gist erop sprenkelen en 10 minuten laten activeren.
– Gist erin roeren en zout toevoegen.
– Schepje voor schepje de bloem toevoegen en blijven roeren, tot het te dik is om te roeren. De overige bloem op je aanrecht doen en door het deeg kneden tot het een bal vormt. Hoeft niet heel lang.
– Bal deeg in een kom laten rijzen met folie er over, tot het twee keer zo groot is (ongeveer een uur).
– Wat bloem op je aanrecht strooien en het deeg in een rechthoek uitrollen.
– Een derde van de boter smelten en over de lep deeg kwasten. Strooi daar de 100 gram suiker en de kaneel (gemixed) overheen.
– Vanaf de lange kant je rechthoek oprollen en snijden in plakjes van 2½ tot 3½ centimeter.
– De plakjes op bakpapier naast elkaar leggen in een grote bakvorm of op een bakplaat. Dan het overgebleven deel van de boter smelten en dat over de plakjes kwasten.
– Nu opnieuw afdekken met folie en nog even laten rijzen. (ik deed een half uur.)
– Oven voorverwarmen op 180 graden en de rolletjes er 25-30 minuten inzetten.

Op advies van Frea maakte ik er ook nog icing bij:
– 4 eetlepels boter
– 2 kopjes poedersuiker
– 4 eetlepels roomkaas
– beetje vanille extract.
Dit alles even heel goed door elkaar mixen.
Maar ik had geen roomkaas en vanille extract, dus ik maakte een icing van 2 opgeklopte eiwitten en twee kopjes poedersuiker, aangevuld met een beetje citroensap.
Was ook lekker.

Toen had ik twaalf grote stukken cinnamonroll; veel te veel natuurlijk.
De helft bracht ik naar Groningen (afgegeven bij de deur) en de rest aten wij verdeeld over drie dagen op.
Als je dit ook gaat maken: voor het eten even warm maken in de oven.

Gerard en ik gingen afgelopen zondagmiddag wandelen naar het vennetje in het Mensingebos.
Daar genoten we van de schaatsers en stonden we zelf ook nog even op het ijs. Even weer dat hard bevroren water onder de voeten voelen!
Daarna gingen we uitgebreid brunchen: bacon & eggs, afbakbroodjes, fruitkwark én…….cinnamonroll.
Een aanrader!

Reageren

18 januari: Heel Boskamp 30 bakt.

Op zondagavond kijken we tegenwoordig naar Heel Holland Bakt.
Dat doen we het liefst samen één of meer (schoon)kinderen, maar dat lukt nu even niet.
We kijken wel tegelijk en communiceren erover via de groeps-app. Over wie wij vinden dat er uit moet bijvoorbeeld. En krokantjes. En bittertjes.

Zodra het programma weer begint en ik de bakkers in de weer zie met beslag, deeg, room en ovens krijg ik zelf ook onbedaarlijke zin om weer te bakken.
Vorige week bakte ik al een zebra-tulband (met vanille en cacao), afgelopen vrijdag waagde ik me aan saucijzenbroodjes.
Daar heb je bladerdeeg voor nodig; de kandidaten in HHB moeten dat zelf maken, maar ik koos voor de koelverse variant van Jumbo; verder kocht ik gekruid half om half gehakt, dat ik nog wat extra kruidde met een beetje maggi, nootmuskaat, kerrie, paprikapoeder en een halve, geraspte ui. Daar maakte ik tien kleine rolletjes van.
De lap deeg rolde ik uit op het aanrecht (handig: er zit al bakpapier onder) en verdeelde de tien rolletjes over het deeg.
Achteraf had ik iets te veel gehakt, bijna driehonderd gram.
En tien rolletjes waren ook net twee te veel voor de lap deeg, 8 was beter geweest; nu waren de saucijzenbroodjes wel erg smal……
Daarna bestreek ik ze met een losgeklopt ei: ze moesten 30 minuten in de oven op 220 graden.
Smal, maar erg lekker!

Samengevat:
– 1 rol koelvers bladerdeeg,
– 200 gram gekruid gehakt,
– 8 rolletjes gehakt verdelen over het deeg en het bladerdeeg op maat snijden voor 8 saucijzen
– dichtvouwen en randjes met een vork dichtprikken,
– bestrijken met losgeklopt ei,
– oven 220 graden, 30 min.

Dit vind ik niks….

Gerard verraste me vrijdag door te zeggen dat hij ook iets wilde bakken.
Hij herinnerde zich dat zijn moeder vroeger altijd krentenbrood bakte, hij ging proberen om krentenbollen te bakken.
Als basis gebruikte hij daarvoor het recept op de website ‘Rutger bakt’: hierbij een link naar die pagina. 
Rutger bakt kruidige krentenbollen met appel, maar de appel en de kruiden liet Gerard achterwege.
Hij ging voortvarend aan de slag; als ik brooddeeg maak doe ik dat met de mixer en deeghaken, maar dat vond Gerard niks.
“Bakkers kneden het deeg gewoon met hun handen” dus stond hij tien minuten te kneden op een met bloem bestoven werkblad.
Na een uur rijzen moest het deeg verdeeld worden in 16 bolletjes en moest het weer drie kwartier rijzen.
Ook hier moest een losgeklopt ei over de bolletjes worden gestreken en na het bakken moest er nog gesmolten boter overheen gekwast worden.
Het is allemaal prima gelukt!

Wat we hebben geleerd van de vorige lockdown in het voorjaar van 2020, is dat we niet alles wat we bakken ook zelf moeten opeten. Tenminste, niet in één weekend. Dat heeft namelijk gevolgen voor je gewicht en je suiker…..door schade en schande wordt men wijs.
Maar gelukkig: wij hebben een diepvries.

Als je kijkt op het Instagramaccount van deze website zie je vandaag twee foto’s: één van de bakplaat vol gerezen deeg en één van de trotse bakker.

Reageren

2 januari: 3e Kerstdag-quiche

Zoals al beloofd in het blog van 27 december: vandaag het recept voor de 3e Kerstdag-quiche.

1. Restjes vlees

Met alle restjes van Oudejaarsavond en Nieuwjaarsdag maak je er trouwens ook zo een Eindejaars-quiche van.

Wat heb je nodig:

  • een springvorm
  • 7 plakjes bladerdeeg voor hartige taart.
  • restjes vlees
  • restjes kaas
  • restjes groente
  • een pakje kookroom
  • 3 eieren
  • kruiden (paprikapoeder, kerrie, peper en zout)
  • geraspte kaas

2. kaas – pesto

Wat moet je doen?
– Oven voorverwarmen op 200 graden.
– Springvorm bekleden met de plakjes bladerdeeg.
– Vlees in kleine stukjes snijden en een  beetje aanbakken, wij hadden kleine speklapjes en schnitzeltjes over en ontbijtspek en salami.
heb je nog kruidenboter over, dan kun je het ook daarin bakken.
Vlees verdelen over de taartbodem.

3. groente & aardappel

– Nu doe je een laagje kaas. In ons geval: mozzerella; ik deed er ook nog een likje groene pesto op.
– groente in kleine stukjes snijden en ook een beetje aanbakken, bij ons waren dat champignons, paprika en uien.
Dit is de volgende laag van je quiche.

4. Na de geraspte kaas randjes omvouwen

– kookroom met de 3 eieren loskloppen en kruiden toevoegen, 1 minuut op hoge snelheid mixen.

– dit mengsel over de het groentelaagje schenken en vervolgens de geraspte kaas er over strooien.
De quiche gaat vervolgens 30 minuten in de oven.

5. Klaar!

 

 

 

 

 

Reageren

1 januari: TBONTB 12 – Koken & Bakken

Als je in het menu in de rubriek ‘Alledag’ op het submenu ‘Koken & Bakken’ klikt, kom je op de introductiepagina van dit onderwerp.
Daarop vind je (naast een kleine introductie) links naar drie blog over dingen wij graag eten: een ovenschotel met vis, bonensoep à la Oma Vrieswijk en ‘Pizza Quatro Stapeloni’, een speciale Waninge-variant van een zelfgemaakte pizza.

Eten koken doe ik bijna elke dag.
Als kind in de jaren ’60 at ik bijna iedere doordeweekse dag aardappels, vlees en groente, op zaterdag pannenkoeken, macaroni of nasi en zondag soep met opgebakken aardappels en pudding toe. De macaroni uit die tijd had eigenlijk niks te maken met de Italiaanse versie die we tegenwoordig eten: wij bakten een paar uien, sneden de inhoud van een blikje Smac in stukjes,  bakten dat met de uien mee en voegden er een papje bij van opgeloste kruiden van Silvo.
Beetje kerrie en maggi erbij: heerlijk!
Nog ieder jaar eten we dat minstens één keer in de vakantie, gewoon omdat het lekker en gemakkelijk is.
Ook de nasi en bami was niet echt chinees. We haalden dan bij de slager ‘kontjes’ vleeswaren, die overbleven na het snijden van plakjes ham of snijworst of zo. Die restjes sneden we in blokjes en die kwamen door de rijst met een zakje kruiden van Conimex.
Je wist niet beter; we vonden het lekker.

Toen we trouwden vond ik het onderdeel ‘eten koken’ nog best spannend, want ik was beslist geen handigerd op dat gebied.
Op ons trouwfeest kregen we een kookboek en dat ben ik maar gewoon gaan gebruiken.
Voor advies belde ik regelmatig met mijn moeder; de eerste keer dat we rode bieten aten bijvoorbeeld smaakte het heel anders dan thuis. “Je moet even een siepeltje bakken en dat er door doen en je moet het binden met een beetje azijn en maizena”.
Verder waren de eetgewoontes bij Gerard en bij mij thuis wat verschillend.
Bovengenoemde rode bieten aten ze bij Gerard altijd koud in plaats van warm. Verder aten ze sla met suiker en azijn, bij ons met slasaus, augurkjes en zilveruitjes.
We hebben onze weg daar prima in gevonden.
In de loop van de jaren heb ik behoorlijk bijgeleerd voor wat betreft het verzorgen van de dagelijkse maaltijd. Wat daarbij helpt is dat ik zelf erg van lekker eten houd.

Op ‘de Waarde van de dag’ schrijf ik in de rubriek ‘Koken’ over alles wat met het bereiden van eten te maken heeft. Warm eten, lunchgerechten, koek, taart, soep en lekkere tussendoortjes.
En waar ik bij heel veel onderwerpen verwijs naar mijn vader, deze keer noem ik met name mijn moeder: zij kon heerlijk koken!
Sommige recepten zijn dus van haar (en zelfs soms nog van mijn oma Boelen), maar in mijn huwelijk leerde ik ook heel veel van mijn schoonmoeder.

Soms blog ik over iets lekkers dat ik vond in een Jumbo-folder, een kook-idee dat ik kreeg van één van de dochters of een recept dat ik van iemand anders heb gekregen.
Soms vegetarisch, soms juist wel met vlees of vis, zonder pakjes & zakjes, maar altijd: LEKKER!

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’. 

 

Reageren

28 november: Drentse kruudkoekkonties.

Gerard brak zöch de tonge d’r gusteraomnd haost over.
“Dus dan hebt wij vanaomnd Drentse kruudkoekkonties bij de kovvie!”
Toen hij thuuskwam uut ’t wark stun d’r een cakeblik met een kruudkoek in oven.
Wij kriegt volk dit weekend en Gerard nemp wat met naor de kinder waor hij een klussie möt doen: zu’n koeke is zo op.

In het recept dat ik gebruuk stiet da’j het cakeblik moet bekleden met bakpapier.
Dan verfrommelt dat papier wat in de hoekies van het blik,  waordeur de uuteinden barre ongeliek wordt.
En die hadden wij dus bij kovvie. Drentse kruudkoekkonties.

Zo maak ik de kruudkoek.
Dit moe’j gebruuken: 
– cakeblik van 25 cm.
– bakpapier
– mixer
– kom
Dit he’j neudig:
– 300 gram bloem
– 260 gram donkerbruune basterdsuuker
– zakkie bakpoeder
– 3 eetlepel speculaas/koekkruden
– klein beetie zolt (kwart theelepeltie)
– 300 ml karnemelk
– 2 eetlepels hunnig
– veur wie dit lekker vindt: ie kunt d’r ok nog rozienen of neuten deur doen.
Dit moe’j doen: 
– oven op 16o graoden
– bakblik met bakpapier bekleden
– alle dreuge ingrediënten in de kom doen en deur mekaar reuren.
– karnemelk en hunnig d’r bij doen: alles met mekaar mixen tot een plakkerig beslag.
– kruudkoek in 65-85 minuten gaar laoten worden: daorna eem een paar minuten in de vorm laoten ofkoelen en dan op een rooster zetten.

Misschien vraog ie joe of wat dr nou Drents is an dizze kruudkoek?
Het recept is schreem in het Drents, de maker van de kruudkoek komp uut Drenthe en de koek wordt opeten in Roden.
As iene uut Almelo  hum maakt is ’t een Twentse kruudkoek; het recept möt dan wal eem vertaold worden.
De Grunningse variant ku’j nou zölf wal bedenken.

Reageren

23 november: ‘Groningen’ zag het probleem niet.

Zondagmiddag zouden we de pizzarette op tafel zetten: ‘Almelo’ (dochter en schoonzoon) zou op bezoek komen.
Vrijdagmorgen kregen we een app.
“Ik ben ziek, moet me laten testen.”
Gelukkig was de test negatief, maar ze was zo ziek dat pizza’s eten niet boven aan haar verlanglijstje stond, dus dat gingen we uitstellen.
Zo ontstond het probleem dat mijn koelkast vol lag met ingrediënten voor ‘pizza’s eten met vier personen’.

‘Groningen’ zag het probleem niet.
Schoonzoon was zondag beschäftigd; de bijbehorende dochter wilde wel langskomen en helpen opeten.
We besloten om dat niet met de pizzarette te doen, maar gewoon in de oven.
Pizzadeeg maakte ik altijd met een pak witbroodmix van Koopmans, maar sinds het verrukkelijke breekbrood weet ik dat je zelf met bloem en gist een heerlijk brooddeeg kan maken, dus ik zocht op internet wat ik nodig had voor pizza-deeg. Onderaan dit blog vind je hoe ik heb gedaan.
Ik rolde twee reuzenpizza’s uit op bakpapier.
Eentje kwam op de bakplaat, de ander op het rooster en ze gingen samen in de oven.
Grote yum.

Maar met z’n drieëen eet je niet weg wat je voor vier personen ruim hebt ingekocht, dus morgen eten we lasagne met laagjes ‘alles wat over was’.
Lekkere laagjes. Met champignon, ui, paprika, serranoham, salami, gorgonzola, mozzerella met pesto en geraspte oude kaas. Met Italiaanse kruiden.

Even heel wat anders: hoor je net als ik bij de wat oudere bevolkingsgroep?
Stem dan deze week af op de Evergreen Top 1000 op Radio 5.
Net zoiets als de Top 2000, maar meer afgestemd op de mensen die zijn geboren voor 1970.
Mud al voorbij horen komen vanmorgen.
En Conny Vandenbos.
Daarover morgen meer.

Zoals beloofd hierbij nog het recept voor het zelfgemaakte pizzadeeg:
– 500 gram bloem
– 7 gram gist
– 10 gram zout
– 300 ml warm water
– 2 el olijfolie.
Alles door elkaar husselen en 8 tot 10 minuten kneden (kan met je handen, maar ook met de mixer met deeghaken).
15 minuten laten rijzen, daarna je handen inwrijven met bloem en het deeg verdelen in bolletjes.
In ons geval twee grote bollen, maar je kunt er ook meer bolletjes van maken voor meedere pizza’s.
Bollen op bakpapier leggen en afgedekt nog een uur laten rijzen; daarna uitrollen en beleggen met wat jij lekker vindt op een pizza.

Naschrift.
Vanmorgen de keuken gesopt zoals iedere maandag.
Tomatenpureespetters op de tegeltjes, bloem op het handvat van de oven en kruimels geraspte kaas op de tegelvloer. 
Een pizza van de supermarkt geeft beslist minder zooi in je keuken……. maar is ook beslist minder lekker. 

Reageren

29 oktober: Knapperige stokjes?

Toen onze dochters jaren geleden begonnen met vegetarisch eten was dat nog niet heel erg ingeburgerd in Nederland.
Het gaat heel langzaam, maar de vegetarische alternatieven krijgen steeds meer ruimte in de schappen van de supermarkt.
In de loop van de jaren zijn wij  in dit kader opgeschoven naar flexitariër: geen vegetariër die af en toe vlees eet, maar een vleeseter die af toe geen vlees eet.
We proberen soms iets nieuws uit de vega-schappen; gisteren nam ik een pakje ‘Crispy Sticks’ mee.
Aardappels, spitskooltje, gebakken uitje, restje jus, daar moesten de knapperige stokjes bij.

Dan hoop je maar dat het lekker is.
En het was lekker! Beetje pittig, want er zat een beetje chili in.
“Maar wat vervangt dit nou dan?” vroeg Gerard. “Vissticks of zo? Of kipfingers?”
Dat wist ik eigenlijk ook niet.
Het smaakt niet naar vlees en niet naar vis, het smaakt anders.
‘Vleesch noch visch’ dus.

Dat is een oud Nederlands spreekwoord; het wordt gezegd van iets of iemand die men niet tot een bepaalde groep of soort kan brengen.
Van iets halfslachtigs, tot geen partij behoren. Het kan ook betekenen: dubbelhartig zijn of een nietig mens zijn.
Die uitdrukking krijgt er door de vega-groei een geheel nieuwe dimensie bij: in Amsterdam is er zelfs een restaurant/foodtruck met de naam ‘Vleesch Noch Visch’, waar men alleen maar vegetarisch eten verkoopt.
Vleesch noch visch betekent dus inmiddels ook: een vleesvervanger.
Wat voor vlees het dan vervangt weten we dus bij de Crispy Sticks niet, maar dat zal ons ook een worst wezen……

Reageren

9 oktober: Mag ik het recept?

Vorige week kregen we bezoek van vrienden Hans en Bea uit Peize; “ik neem wat lekkers mee bij de koffie” had ze beloofd en zo kwam het dat wij zaterdagavond aan de chocoladetaart zaten.
Nou ben ik door ‘de grote suikerschrik‘ wel wat voorzichtiger geworden met het bakken van lekkere dingen met veel boter en suiker, maar deze was wel heel lekker, dus ik vroeg: “Mag ik het recept?” Het kwam per kerende post.

Dit heb je nodig:
– 1 eetlepel paneermeel
– 125 gr pecannoten
– 150 gr boter
– 150 gr chocolade/70% cacao
– 3 eieren
– 150 gr donkere basterdsuiker
– 2 eetlepels bloem
– Poedersuiker
– Bakvorm 24 cm/ingevet

Oven voorverwarmen 15 minuten, 25 minuten baktijd, oven op 200 graden.

Dit moet je doen:
– Paneermeel op de ingevette bodem strooien.
– Hak 75 gr van de noten fijn
– Smelt de boter in een pan op laag vuur
– Roer de chocolade erdoor en laat het al roerend smelten.
– Neem de pan van het vuur zodra de chocola gesmolten is
– Laat iets afkoelen
– Klop eerst de eieren en dan de basterdsuiker met een mespuntje zout door de chocola
– De fijngehakte noten erdoor scheppen en ook de gezeefde  bloem
– Schep het beslag in de vorm en garneer het met de overgebleven noten
– Bak de taart in het midden van de oven

Je kunt het met poedersuiker bestrooien/slagroom erbij en smullen maar!

Reageren

Pagina 1 van 15

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén