een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 1 van 177

17 oktober: Maud & Babs.

Afgelopen week had ik het met mijn collega’s over de serie Maud en Babs.
Rifka Lodeizen en Loes Luca spelen een dochter en een moeder die dementeert.
Het is een serie die de tongen los maakt.
Twee weken geleden had ik het er over met vrienden. “We vinden het confronterend en kijken niet meer. Mijn schoonmoeder dementeerde ook; het is moeilijk om naar te kijken. ”

Ook ik vind het herkenbaar.
Moeder Waninge heeft  een hele lange weg afgelegd  in  haar dementie en die weg zijn we nog niet vergeten.
Net als de gebeurtenissen rond ome Wim en onze buurvrouw Zwanny.
Je ziet het allemaal weer voorbijkomen.

De ontkenning.
De ontreddering.
Het ophouden van de schijn.
Anderen de schuld geven.
Wegsturen  van hulpverleners.
Mantelzorgers die met hun eigen werk en hun eigen gezin in de knoei komen.
Familieleden die het niet eens zijn over de behandeling.
De ruzies….

Wat ontzettend goed dat dit onderwerp aandacht krijgt.
Het helpt namelijk al zo veel als je als mantelzorger weet wat het ziektebeeld is.
Dat het ontkennen van de ziekte onderdeel is van de ziekte.
Dat er hulpverlenende instanties zijn, maar dat de patiënt dat helemaal niet ziet zitten.
De patiënt weet zeker: “Ik ben niet gek. En ik ga hier niet weg.”

Een klein stukje uit de MAX-gids over deze serie:
In Nederland verlenen zo’n 5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder mantelzorg aan ouders, een familielid of iemand in hun naaste omgeving.
Deze mantelzorgers vervullen hun taak met liefde.
Toch valt het beslist niet altijd mee om alle ballen in de lucht te houden als je mantelzorger bent – en al helemaal niet als je daarnaast een baan en een gezinsleven hebt
.

In de serie zie je hoe Maud gemangeld wordt: ze heeft haar werk als verloskundige, is moeder in een gezin met pubers en ondertussen neemt ze de zorg voor haar moeder op zich.
In onze maatschappij worstelen duizenden mensen in soortgelijke situaties zich door een onafzienbare rij van moeilijkheden heen.
Wat leren we hiervan?

Praat er over.
Zoek hulp.
Blijf niet alleen maar wat aanklooien want dat schiet niet op.
Laat deskundigen de situatie beoordelen en stem de zorg af op wat de patiënt op dat moment nodig heeft.
Soms is een luisterend oor in eerste instantie al voldoende.
De eerste stap die je kunt zetten is een afspraak maken met de praktijkondersteuner van de huisarts van de patiënt: die kan je van advies voorzien en je doorverwijzen naar de goede instanties.

En onthoud: een mens is niet dement, een mens heeft dementie.

Reageren

16 oktober: De dag van het schaapje.

Gistermorgen zat ik  op mijn vrije dag om 08.30 uur al in de auto.
Ik ging naar Klazienaveen voor de jaarlijkse ontmoeting met tante Trijn en nicht Anja.
Een Vrieswijk-onderonsje.
Eén dag per jaar is eigenlijk te weinig; andere jaren hebben we ook altijd met de rest van de club een Vrieswijk Familiedag, maar dat is er al twee jaar niet meer van gekomen. Corona enzo.

De dag verloopt volgens een vast stramien: koffie met een taartje, borrel, lekker lunchen, kopje thee.
We bekijken elkaars fotoboeken, vertellen elkaar verhalen over de (klein)kinderen, halen familieherinneringen op en genieten zo’n dag van elkaars aanwezigheid.
De waarde van de dag was natuurlijk de ontmoeting met de beide dames, maar gisteren was er weer zo’n klein pareltje in onze gesprekken dat ik er even uit wil lichten.

Schaapje Ruinen

Schaapje van Anja.

Anja bekeek mijn fotoboek en ontwaarde daar de foto van het schaapje van de eierwarmer in B&B ‘de Beddestee’ in Ruinerwold.
“O, dat is precies mijn schaapje” zei ze.
Ze vertelde dat er zo’n klein schaapje op haar slaapkamer stond.
Het stond voor een kinderherinnering van haar.
“Als ik jarig was, dan maakte mij moeder me wakker en zei: “Gefeliciteerd lieverd met je verjaardag. Ik wens  dat je nog maar lang een schaapje van de Heer mag zijn!” en pas daarna kreeg ik m’n cadeautje. Dat eerste hoorde ik niet eens bewust; ik zat te wachten op m’n cadeau. Jaren later weet ik echt niet meer wat ik voor m’n 6e, 8e of 11e verjaardag heb gekregen, maar ik herinner me wel die jaarlijkse wens van mijn moeder en besef dat dat eigenlijk het  mooiste cadeau is geweest.”

Wie onze familie een beetje kent weet dat we toen al weer op zoek moesten naar de tissue’s.
Wat een mooie herinnering om met ons te delen.
En dat door de foto van een eierwarmer.
Later tijdens de lunch vertelde ze nog over een eenvoudig gedichtje dat haar moeder haar had gegeven in het jaar nadat haar oudste dochtertje was geboren.

Wanneer je eens in later jaren
zult strelen jouw kindje’s haren
dan pas zul je voelen lieve schat
hoe lief je moeder je heeft gehad.

Onze moeders zijn er niet meer, maar gelukkig hebben we tante Trijn voor zulke dagen; samen met haar delen we familieherinneringen, met een lach én een traan.

Reageren

15 oktober: 80!

Woensdagmorgen hoorde ik tijdens de dagelijkse ochtendoefeningen Bert Haandrikman vertellen dat Paul Simon 80 jaar werd op 13 oktober.
Hij vond dat bijzonder.
Mensen mochten hun favoriete liedje van Paul Simon insturen; dat resulteerde in een top 3 van de meest bekende nummers.
Bij zo’n vraag bedenk ik ook altijd wat ik zelf het mooiste nummer van hem vind; dat is ‘Still crazy after all these years’ .

Tien minuten later dacht ik aan een ander nummer van hem dat ook prachtig is:  ‘American Tune’.
Hierbij een link naar een YouTube-video waar hij het nummer live zingt.
Bekijk die video eens.
Eén gitaar en één stem: prachtig vind ik het.
Het is een opname uit 1975, toen was de man 34 jaar.

Mocht je nou denken: wat komt mij die melodie bekend voor?
Dat kan kloppen. Het komt van ‘O Haupt voll Blut und Wunden’, een oud Duits gezang, dat J.S. Bach gebruikte bij zijn Matthäus Passion.

Reageren

14 oktober: Gotland 12 – Verhalen van Gotland.

Mensen die op Gotland en in Visby geweest zijn zeggen allemaal: “Visby is de rozenstad! Overal stokrozen en gewone rozen, let er maar eens op.”
In het blog over de stadswandeling met Aidan beloofde ik al dat er misschien nog verhaal van hem voorbij zou komen, die belofte los ik vandaag in.
Hij vertelde hoe het kwam dat Visby de rozenstad werd.
Hij nam ons mee naar een buurtje met smalle straatjes en vertelde dat daar in de middeleeuwen de vissers woonden.
Daar werd de vis ook bewerkt, dus vertelde Aidan: “In deze vissersbuurt stonk het vroeger verschrikkelijk, dat kun je je natuurlijk wel voorstellen. De vissers plantten toen rozen in hun straatjes, die een lieflijke geur verspreidden en daarmee de geur van vis maskeerde. Dat zag er heel mooi uit en dat bracht hun stadsgenoten uit andere delen van de stad er toe om dat ook te doen. Zo veranderde de stad langzaam in ‘de rozenstad’ die het nu is.

Verder nam onze gids ons mee naar de sint Clemens-kerk.
‘Weet je waaraan je een kerk die naar de heilige Clemens is genoemd altijd kunt herkennen?
De kerk staat altijd in de buurt van water en hij heeft een hoge toren.
Sint Clemens is namelijk patroonheilige van visser en zeelieden, vandaar het water. De hoge toren werd vroeger gebruikt om de zeilen te drogen.”

Het laatste verhaal over Gotland las ik pas later op internet, toen ik nog wat informatie zocht over het grafveld Trullhalsar.
Het grafveld heeft in de tijd dat het in gebruik werd genomen aan zee gelegen.
Ook Aidan vertelde een soortgelijk verhaal over de visserspoort in de muur in Visby: deze poort lag vroeger pal aan de zee, maar lag nu tientallen meters van de zee af.
De reden daarvan vind ik één van de meest bijzondere verhalen van Gotland.
We gaan miljoenen jaren terug.
In een trog in de oceaan waar nu de Oostzee ligt verzamelt zich een opeenhoping van schelpen en zeediertjes, dat op den duur verandert in fossiel gesteente.
Met het schuiven van de continenten is dat grote stuk fossielgesteente omhoog gedrukt en het bovenste deel steekt als een punt uit de Oostzee: dat vormt het eiland Gotland.
Maar de krachten die de continenten aan het schuiven brachten werken nog steeds en het eiland wordt nog steeds een beetje omhooggedrukt.
Ik val werkelijk bijna van mijn stoel van zo’n verhaal.
Hoe is het mogelijk!
Omhooggedrukt!
Terwijl de inwoners van veel landen in de wereld zich zorgen maken om overstromingen en te lage dijken…….

Wij namen nog wat mooie stenen uit Gotland mee: je ziet de schelpen en zeediertjes soms nog gewoon zitten! (klik op de foto’s voor een vergroting)

Benieuwd naar al onze belevenissen op Gotland?
Klik dan hier naar deel 1, daar vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen: Afstudeervakantie van onze jongste

Reageren

12 oktober: De Nedersaksen.

Eind september kreeg ik een app van mien breur.
“Ik stuur dizze link deur van een podcast die ik van Henk Lucas kreeg.  Het giet over het Nedersaksisch en het wordt presenteerd deur o.a. Hendrik Jan Bökkers van de Sallandse streektaalband Bökkers.”
Bökkers.
Haar ik nog nooit van heurd.
D’r was een tied dat ik alles volgde wat uutkwam op meziekgebied, maor die periode was kört en overzichtelijk: jaoren ’70.
Meer dan virtig jaor leden.
Maor gelukkig heb ik femilie en vrienden die mij op dat gebied nog wat opvoedt.
Mien breur zette mij destieds ok op het spoor van Daniël Lohues, ku’j naogaon.

Over die link van die podcast huufde ik niet lange nao te denken; ik gao blind op het advies van beide heren.
Een uur duurde de eerste aflevering en ik heb geboeid luusterd.
Wat herkenbaor allemaole.
Over het praoten in de streektaol en hoe fout dat was in de jaoren ’70.
Over heimwee naor je eigen dörp a’j in een aander diel van het land woont.
Over de eerste streektaol-boerenrock van Normaal, de eerste streektaol-popmeziek van Skik…..
In de podcast maakte ik ok kennis met Bökkers uut Salland.
Mooi man.

Enthousiast zat ik an taovel te vertellen hoe onderholdend die podcast was en hoe ik d’r van geneuten haar.
Toen Gerard op zundagmiddag eem rustig zat vreug e waor of die podcast stun. Hij kreeg de link ok en vun het net zo mooi as ik.
Dan ku’j ’t d’r samen ok even over hebben.

Wat hum bijbleven was dat het slim belangriek is da’j op de Nederlandse tillevisie/radio te zien en te heuren bint met je streektaolmeziek.
Dat het hiel lang duurt veurdat de meziekindustrie je in ’t vizier kreg.
Da’j ‘vriendjes’ hebben moet in die wereld (dreit deur..) en ok nog een beetie mazzel.

Hoe ’t ok is: ik bin slim bliede met dizze ontwikkeling en met de herneide aandacht veur oonze streektaol, het Nedersaksisch.
As bonus bij mien blog vandage een link naor de website van ‘de Nedersaksen‘ én een link naor het lied ‘Naobers’ van de Bökkers.
Veul luusterplezier!

Wie bint allemoal noabеrs
Met hetzelfdе verhaal
En dezelfde historie
En dezelfde taal
In het westen de Randstad
En in het oosten de Pruus
An disse kant van de Iessel
Doar steet mien huus.

Nog eem wat aans:
Aanstaande zundag, 17 oktober, hebt ze mij uutneudigd um as schriever in de streektaol an te schoeven bij ‘Taol an Taofel’ in Dwingel, organiseerd deur Het Huus van de Taol. Ie kunt  luustern naor Henny Bouwman (gedichten) en Okke Panneman (meziek).
Mien naam stiet bij ‘proza’; ik heb d’r al wat kriebels van in de boek, want zingen veur publiek, daor drei ik mien haand niet veur umme, maor veurlezen…..
Liekt het je de muite weerd um daor bij te wezen? D’r is nog plek in de harbarg.
Hierbij een link naor de agenda van het Huus van de Taol, daor vin ie meer informatie.

Reageren

11 oktober: Waar doe je het voor?

Het is zondagmorgen en ik zit op de tweede rij in Op de Helte naast nicht Lianne en haar twee zoontjes van 5 en 6.
Voor de preek komt voorganger Sijbrand  van Dijk bij ons zitten en vertelt dat het vanmorgen in de kerk gaat over Jezus die tegen een rijke jonge man zegt dat hij alles weg zou moeten geven. Sijbrand vroeg aan de kinderen: “Zouden jullie wel heel rijk willen zijn?” 5-jarige zat al driftig te knikken; rijk zijn, dat leek hem wel wat!
6-jarige reageerde iets bedachtzamer.  “Nee,  want dan hebben anderen niet genoeg.”
Toen de dominee vervolgens vroeg of hij dan alles wat hij had wel wilde weggeven,  zei hij: “Nee,  want dan word ik zelf arm!”
Conclusie : we moeten eerlijk delen.
Na de viering hoorde ik Sijbrand zeggen dat het kind het  beste aandeel van de overdenking had geleverd.

Voor mij was het beste deel een confronterende vergelijking.
Wanneer leg je al je spullen weg?  Voor de paspoortcontrole op het vliegveld. Of als je in het ziekenhuis een operatie moet ondergaan.  Schoenen en kleren in de kast,  sieraden met familie mee,  telefoon etc. in het nachtkastje.  In je blootje met alleen het ziekenhuishemd aan geef je je over aan de artsen. Je vertrouwt jezelf aan hen toe en je weet dat het voor een goede zaak is, namelijk je gezondheid.
Het moment waarop dit mij overkwam staat in mijn geheugen gegrift: mijn hartoperatie in maart 2018.*
Het beeld dat Sijbrand opriep veroorzaakte emotie, maar ook inzicht in het ingewikkelde verhaal van de rijke jongeling.
Op het vliegveld en in het ziekenhuis weet je waar je het voor doet.

Als je weet waar je het voor doet ben je eerder geneigd afstand te doen van geld en goed.
En dan komen we weer bij het begin van dit blog: eerlijk delen.
Minder voor jezelf is meer voor de ander.

* Lees je nog niet zolang mijn blog en weet je niks van die operatie?
Lees dan het blog ‘Martien en vele anderen‘ over de eerste dag na de ingreep.

Reageren

10 oktober: Bul & spreekwoorden.

Deze week kregen we een uitnodiging van Jon.
“Zaterdag 9 oktober krijg ik mijn diploma.  Willen jullie daar bij zijn?”
Nou graag!  We voelden ons vereerd.

Even terug naar hoe het begon.
In 2018 kwamen Frea en Jon vanuit Engeland in Nederland wonen* .
Ze woonden een half jaar bij ons in en vonden daarna een studentenkamer in Groningen. Frea ging in Amsterdam werken en Jon begon aan de master Biochemische wetenschappen aan de rijksuniversiteit in Groningen. In 2020 rondde hij zijn studie af,  maar vanwege de coronapandemie was er geen officiële diploma-uitreiking.
Inmiddels is hij sinds januari 2021 aan het werk bij Ecoras, Frea werkt in Emmen als HBO-docent Engels en de studentenkamer werd een huurhuis in de binnenstad.

En gistermorgen dus diploma-uitreiking.
De plechtigheid vond plaats in Hotel Meerwold aan de Laan Corpus  den  Hoorn.
We spraken wat eerder af en trakteerden het stel én onszelf op koffie met gebak.
Een hoogleraar van de RUG reikte de bul uit aan de studenten en vroeg hen om daarbij iets te vertellen over hoe ze hun studie ervaren hadden en of ze al werk hadden kunnen vinden in die richting.
“Als ze vragen wat hij geleerd heeft gaat hij vast zeggen Nederlands”… fluisterde Frea naast mij.
Jon vertelde geanimeerd over zijn huidige werk en over hoe goed dat aansloot bij de studie die hij had gedaan.
Ecoras is een is een biotechnologie bedrijf. Dit staat er op hun website: ‘Wij zijn Ecoras en wij vinden dat afval niet hoeft te bestaan. En dat het de hoogste tijd is om anders en zorgvuldiger om te gaan met onze grondstoffen. Niet langer de aarde uitputten, maar systemen circulair ontwerpen en inrichten. Op een praktische en toepasbare manier. Zodat we binnen afzienbare tijd een circulaire economie realiseren die bijdraagt aan een leefbare planeet.’
Hierbij een link naar hun website: Ecoras.
Jon bleek een uitzondering qua werkplek: de meeste studenten gingen verder in het onderzoek, bijvoorbeeld bij Certe of bij een ziekenhuis.
Voor hij naar Nederland kwam wilde hij al graag een baan waarbij ‘duurzaamheid’ voorop zou staan, het is fantastisch dat hij die ook heeft gevonden; in Groningen nog wel!

Wij zaten als trotse schoonouders in de zaal.
Natuurlijk hadden zijn ouders daar moeten zitten,  maar dat behoort helaas nog niet tot de mogelijkheden.
Volgend jaar gaan Frea en Jon trouwen, dan hopen we zijn familie hier in Nederland te verwelkomen.

Drie jaar geleden haalden we ze op uit Engeland; voor hen én voor ons een avontuur.
We zijn trots op ze; het was echt niet altijd gemakkelijk maar ze hielden stand en ze hebben het gered.
In ons gezin komen regelmatig spreekwoorden voorbij.
Jon vindt het leuk om ze te leren en vertaalt ze soms naar het Engels; in zijn oren klinkt het dan altijd heel vreemd. ‘ As long as you have that under the  knee’….

Vandaag wat Engelse spreekwoorden die op Jons  bovenstaande situatie slaan:
The first step is the hardest,  it was not a piece of cake, but all’s well that ends well.
En verder is er dan nog de Engelse uitdrukking ‘When in Rome, do as the Romans do.’ of in zijn geval ‘When in the Netherlands, do as the Dutch do’.
Wie mijn blogs volgt, weet dat dat hem geen enkele moeite kost.

Gistermorgen aan de koffie vertelde Jon wat zijn favoriete Nederlandse uitdrukking was: “Waarom makkelijk doen als het moeilijk kan?”
Hij vroeg zich daarbij hardop af of dat nou een spreekwoord was of iets van onze familie.
Ik vrees het laatste.

* Lezen over hoe het in Nederland begon? Lees dan ‘Een beetje verreisd‘, een blog over hun terugkeer dat ik schreef in 2018.

Reageren

9 oktober: Nu nog?!? 5 – Strippen.

Eind augustus kreeg ik van tandarts Martijn een aantal plastic bitjes mee en de boodschap: “Wij zien elkaar weer over 6 weken op 8 oktober.”
Toen we elkaar weer zagen gisteren was de eerste vraag “Hoe ging het?” Mijn antwoord was “Goed!”
Maar dat betekent niet dat het zonder slag of stoot ging.
De eerste paar dagen was het vervelend.
Het was een heel gefrot om die bitjes (die in het begin heel strak om je tanden zitten) van je gebit af te halen en er weer op te klikken.

Om de twee weken krijg je nieuwe bitjes. De eerste twee dagen voel je ze zitten; ze oefenen een constante druk uit op je tanden en kiezen,  die na die twee dagen in de nieuwe stand staan.
Dan zitten de bitjes gelijk ook wat losser, zodat het in-en uithalen gemakkelijker is.
De rest van die twee weken stabiliseert de stand van je gebit. Na twee weken begin je weer van voren af aan.
3 sessies van 2 weken heb ik nu gehad.  Bij het flossen van de week ontdekte ik dat er op sommige plekken al meer ruimte tussen de tanden zit, dus het heeft al effect.

Toen ik gistermiddag in de tandartsstoel ging liggen verwachtte ik niet dat er een behandeling zou plaatsvinden.
Martijn haalde de bitjes er uit; met mijn opengesperde mond constateerde ik dat ik daar zelf  al veel handiger in was.
Hij was tevreden en zei dat de bitjes los zaten en dat ‘het er goed uitzag’.
“Dan gaan we nu even wat meer ruimte creëren.”
Ik vroeg hem hoe hij dat ging doen en hij zei: “Strippen.”
Toen moest mijn mond al weer open en wist ik nog niks.
Strippen?
Het voelde als boren en vijlen; ik voelde er niets van, maar echt fijn voelde het ook niet.
Na de behandeling vroeg ik waarom dit nodig was.
“Sommige kiezen en tanden staan erg scheef. Dat is omdat ze in het verleden te weinig ruimte kregen, dus groeiden ze de kant op waar wel ruimte was.
Nu duwen we ze recht in de rij, maar daar is geen ruimte genoeg, vandaar dat we af en toe wat kiezen en tanden ‘bijvijlen’, zodat ze straks mooi recht naast elkaar staan.”
Hij liet me zien waar hij het mee gedaan had: een klein boortje en een vijltje dat op een figuurzaagje leek.
Klinkt allemaal veel gevaarlijker dan het in werkelijkheid was.

Toen werden de nieuwe bitjes er weer op geklikt, tenminste, dat was de bedoeling.
Het lukte maar niet om het onderste bitje over het ‘klikmoment’ heen te krijgen, daar was wel even wat kracht voor nodig.
Toen de verlossende klik na wat gedoe toch klonk was er opluchting alom.
Deze zit dus eerst weer even heel strak.
Ik red me er wel mee; immer mit der Ruhe.
Nog 54 weken te gaan.

Benieuwd naar het hele orthodontietraject?
Hierbij een link naar deel 1, onderaan dat blog vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen.

Reageren

8 oktober: Sponsoring – toen al!

“En de Walburgiskerk dan?” schreef ik dinsdag in het blog over de Librije.
Henk en ik dachten dat die rondleiding waar we ons voor inschreven ons iets over de kerk zou vertellen, maar we kwamen dus terecht in de Librije.
Toen we de toegangsprijs betaalden had men ons wel al gewezen op een audio-tour de kerk, dus na de bibliotheek gingen we terug naar de mevrouw bij de ingang en haalden een zo’n oortjesding op.

De Walburgiskerk bleek een onderdeel te zijn van ‘het grootste museum van Nederland’ een initiatief van het Museum Catharijne Convent, waar Henk en ik twee jaar geleden al waren.
De achterliggende gedachte is dat de Nederlandse kerken prachtige kunst, mooie interieurs en boeiende verhalen herbergen; met dit project maakt men deze verborgen schatten toegankelijk voor iedereen.

…. een gigantische kaarsenkroon….

Een oud praalgraf, middeleeuwse muurschilderingen, een gigantische kaarsenkroon: we liepen een half uur met alle mogelijke achtergrondinformatie op de oortjes door de kerk.
Wat was er veel te zien!
Zo’n audio-tour is gewoon een heerlijke manier om  een museum te bezoeken.
We hoorden vertellen dat er vroeger ook al sponsoring was in de kerken.
In de middeleeuwen had je grote beroepsverenigingen, gilden genaamd.
Die gilden hadden veel invloed: als je geen lid was van een beroepsgilde, dan mocht je dat beroep ook niet uitoefenen.
In de plafondschilderingen in een kruisbeuk aan de zuidkant van de kerk was bijvoorbeeld een krakeling te zien: het symbool van het bakkersgilde.
In andere kruisbeuken zag je o.a. een laars van het schoenmakersgilde en een mes van de verenigde slagers.
Die gilden gaven dus een bedrag bij de bouw van de zijbeuk en in ruil daarvoor werd hun logo getoond.
Niets nieuws onder de zon…..

Toen we de kerk uit liepen zochten we de machtige IJssel nog op voor een wandeling langs de kade, want mijn broer en ik delen ook de liefde voor grote rivieren
Daarna was er nog mooi even tijd voor een terrasje aan de voet van het oude stadhuis in de binnenstad.
Zum Wohl!
En wohl was het.
Want de blogs die ik schreef over ons dagje uit staan dan wel bol van musea en geschiedenis, maar de dag wordt vooral gevuld met broer-zus gesprekken.
En net als met mijn vriendinnen ben ik met mijn broer na een dag nog niet uitgepraat.
Wat gaan we volgend jaar doen?
Wordt vervolgd 😉

Benieuwd naar oude kerk in Zutphen?
Hierbij een link naar hun website: Website Walburgiskerk

De andere blogs over deze dag:

2 oktober: Ogen vanuit de vorige eeuw (over museum More in Gorssel
5 oktober: De Librije (over een leeszaal met boeken van vóór 1600)

Reageren

7 oktober: Bounciër?

“Wat veel mensen, ja!” riep een tenor dinsdagavond tijdens de cantorijrepetitie.
Dat kon je inderdaad wel zeggen: bijna iedereen was er, meer dan 20 koorleden.
De altengroep was weer op sterkte, tot mijn grote vreugde was collega-alt van de achterste rij er ook weer.

Taizé-viering 17 oktober

We zijn deze weken aan het repeteren voor de Taize-vesper op 17 oktober. Die liederen zijn veelal bekend; de zettingen van Taize liederen zijn mooi en melodieus.
Dat betekent: heerlijk vierstemmig met elkaar zingen. Af en toe dringt het nog door: het kan weer! We mogen weer!
De sensatie van meerstemmig zingen met zoveel mensen is voelbaar na zoveel maanden zonder voltallig koor. Ik probeer er nog meer van te genieten dan voorheen.

Cantor Karel staat met hernieuwd elan voor het koor.
Bij het lied Veni Creator Spiritus vraagt hij ons om het een beetje spannender en mysterieus te zingen.
Bas op de achterste rij wilde nog wel een piepende deur toevoegen…
Verder gebruikte Karel een woord dat wij niet kenden.
“Die twee strofen daar mogen wel wat bouncier gezongen worden.”
Huh?
Bounciër?
Onze cantor is vergeleken met ons een jonge man die soms net zo praat als onze dochters: met vernederlandste Engelse woorden.
Karel bedoelde opverend, een beetje stuiterend.
Bouncing is wat Teigetje uit de tekenfilm Winnie de Poeh doet.
Poing,  poing! En zo moeten wij dan zingen.
Die twee strofen dan, hè? Buurvrouw en ik hoeven elkaar alleen maar even aan te kijken.  Bouncier. Ja hoor, ja.

Corona lijkt al weer even geleden,  maar ik ben het nog niet vergeten.
Dinsdagmiddag Holy Stitch,  dinsdagavond cantorij.
Sinds corona weten we dat niets vanzelfsprekend is.
We schudden nog geen handen,  we zoenen niet, zelfs niet drie keer in het luchtledige en de anderhalve meter is inmiddels een soort natuurlijke afstand geworden.
We kijken de spreekwoordelijke kat nog even uit de boom en hopen binnenkort in ieder geval voor Gerard op een derde prik.

Maar ooooo….. wat geniet ik weer van wat met die voorzichtigheid toch al weer kan!

Reageren

Pagina 1 van 177

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén