Natuurlijk: al die prachtige attracties die ik gisteren* beschreef zijn allemaal pareltjes aan de Efteling-kroon, maar voor mij is de Efteling vooral fijn vanwege het sprookjesbos.
Als kind genoot ik al van de fantasierijke tekeningen van Anton Pieck en keek ik verlekkerd naar reclames voor de Efteling, maar ik moest nog tot mijn 17e wachten tot we daar op Hemelvaartsdag 1978 heen gingen. Toen was het nog lang niet zo groot als nu. Op internet vond ik een artikel over de geschiedenis van de Efteling,
Maandag, na de droomvlucht, zochten we het sprookjesbos op.
We liepen door het kabouterdorp en bezochten enkele huisjes, zagen Doornroosje in haar kasteel slapend wachten op haar prins en zochten in de werkplaats van Gepetto naar Pinokkio.
“Nee, die is niet binnen, die zit daar in de vis!” riepen de twee dames die naast ons door Gepetto’s ramen stonden te koekeloeren.
“En heb je Japie Krekel al gezien? Daar! Op de vensterbank…”
Op weg naar de vis hoorden we ineens gebonk en gegniffel uit twee grote vaten en ontwaarden de kat en de vos, de twee snoodaards die Pinokkio op het slechte pad brengen.
Natuurlijk is zo’n visueel spektakel voor ons mooi, maar ik genoot daarnaast intens van 2 kleine kereltjes die de hand van papa en mama heeeeel goed vasthielden en met open mond en grote ogen de gebeurtenissen in zich opnamen.
‘Vis….’ Je zag aan het manneke dat hij het monsterlijke beest dat Pinokkio heeft opgeslokt amper als vis herkende.
Beide vorige keren dat ik in de Efteling was keek en luisterde ik verrukt naar het sprookje van de Indische Waterlelies; ook nu was het weer prachtig. 
Bij de grote slapende reus stond een luidsprekertje.
Als je wilt dat Klein Duimpje te voorschijn komt moet je hem roepen.
Een schuchter meisje zei ‘Klein Duimpje….’ maar er gebeurde niks.
“Je moet harder roepen” zei papa en toen tetterde ze in het luidsprekertje de naam nog een keer en daar verscheen Klein Duimpje bij de immense laars van de reus.
Zet mij in zo’n park en ik vind het net zo leuk als de kinderen, voor wie het eigenlijk bedoeld is.
Bij het huisje van het sprookje ‘Het meisje met de zwavelstokjes’ bleef ik staan om het hele sprookje even te bekijken/beluisteren.
Dat meisje gaat toch dood? Hoe zouden ze dat dan verbeelden?
Dat deden ze met geprojecteerde 3D-beelden; het meisje stak een zwavelstokje aan en dan verscheen er een filmpje: een kachel, een gebraden kip, een kerstboom…
Bij het laatste zwavelstokje komt er een wit, lichtgevend hologram van grootmoeder die het meisje (dat als een wit hologram is opgestegen uit haar lichaam) liefdevol met zich meeneemt.
Ontroerend.
Wat mooi in beeld gebracht.
En wat jammer dat lang niet iedereen de tijd neemt om het verhaal even te bekijken.
De dag was eigenlijk te kort.
We moesten namelijk ook tussendoor nog koffiedrinken, een kop soep eten en een patatje verorberen.
We sloten onze Efteling-dag af met een boottocht in de Gondoletta.
Wat heerlijk.
We legden onze vermoeide voeten (18.000 stappen…) op het bankje voor ons en lieten ons door het park varen.
Wát een fijn ‘schoolreisje’!
Nu ben ik toch zo benieuwd wat Carlijn gaat kiezen…..





















