een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Kerk & gemeente Pagina 1 van 39

Kerkdiensten, bijeenkomsten van de PKN-gemeente Roden-Roderwolde

19 mei: Polyfonie.

Het is alweer gewoon geworden: op dinsdagavond cantorij-repetitie.
In deze weken zijn we druk bezig met het instuderen van de liederen die we zingen op 1e Pinksterdag.
Onze cantor Carel is een ambitieuze jonge man die vindt dat we de lat niet te laag moeten leggen.
Hij studeert aan het Prins Claus Conservatorium en had bedacht dat hij voor het pinksterfeest zelf een stuk ging schrijven.
Het begint met een couplet in het Latijn, daarna een deel in het Duits en het laatste stuk wordt gezongen in het Nederlands.
Zingen in tongen én talen!
Hij stuurde ook gelijk maar oefen-files mee, want het zingt niet gemakkelijk zo maar weg.
Pittig hoor.
Het stuk zingen vinden wij al lastig: hij heeft het nota bene zelf geschreven!
Wij mogen als cantorij onze handjes dichtknijpen met zo’n enthousiaste jonge gast als dirigent.

Verder heeft Carel ons nog ‘een uitdaging’ aangereikt: If Ye Love Me, Keep My Commandments vanThomas van Tallis.
Een Engels muziekstuk waarin alle partijen door elkaar heen zingen.
Past ook goed bij de talen en tongen van Pinksteren.
“Dat heet polyfonie” “legde hij ons uit.
“Meestal zingen wij homofoon, dat is als iedereen tegelijk dezelfde woorden zingt maar met andere noten.”
Toen wij na het doorzingen van de verschillende partijen het stuk in zijn geheel probeerden te zingen was het polyfonie noch homofonie: het klonk als kakafonie.
Carel blijft optimistisch en was al blij dat we tegelijk eindigden.
Het goede nieuws is dat we nog een aantal weken te gaan hebben.

Het is alweer gewoon geworden, schreef ik in de eerste zin van dit blog.
Dat neemt niet weg dat ik meer dan voorheen geniet van het zingen met elkaar.
Toen ik begin deze week op het nieuws hoorde dat we in de herfst weer rekening moeten houden met nieuwe lockdowns dacht ik als eerste aan de cantorij en de kerkdiensten.
Het zal toch niet weer….
Andere jaren stoppen we al met de cantorijrepetities na Pinksteren, maar we zijn nog gevraagd voor een kerkdienst op 3 juli.
Fijn; dan zingen we nog even door!

Reageren

9 mei: Hoe vrij ben je?

Gistermorgen was er weer koffiedrinken in De Deel na de viering in de Catharinakerk.
Toen ik de hal in liep en mijn jas ophing realiseerde ik me dat ik daar twee jaar niet was geweest.
Twee jaar ‘mocht het niet’.
In het licht van het onderwerp van de voorafgaande kerkdienst triggerde me die gedachte: het thema van die viering was namelijk ‘vrijheid’.
De voorganger had ons iets verteld over het begrip vrijheid.
“Is vrijheid dat je altijd kunt doen wat jij zelf wilt? Heb ik de vrijheid om met een rotgang van 300 kilometer per uur door Roden te rijden?”
Nee. Ook al zou het kunnen, de veiligheid van anderen komt daarmee in gevaar.
Dus je individuele vrijheid wordt altijd beperkt door maatschappelijke regels en het welzijn van anderen om je heen.

Deze week werden we bepaald bij 77 jaar vrijheid in ons land.
Misschien heb ik het me verbeeld, maar ik vond dat er dit jaar meer vlaggen werden uitgestoken dan andere jaren.
Door de gebeurtenissen in Oekraïne krijgt de vrijheid, die wij altijd vanzelfsprekend vonden, een nieuwe dimensie.
Het is bijzonder dat wij in Nederland al zo lang in vrijheid mogen leven.
Dat in coronatijd de inperking van onze vrijheid werd vergeleken met de bezetting in de Tweede Wereldoorlog, is met terugwerkende kracht een belediging voor de inwoners van Oekraiïne die zo te lijden hebben onder de agressie van Rusland.

Voor de overdenking kwam organist Arjan Schippers van boven achter het orgel vandaan en nam plaats op de piano-kruk.
Hij speelde virtuoos en ontroerend het thema van de film ‘Schindlers list’; de overdenking begon vervolgens met een beschrijving van wat Oskar Schindler in de oorlog had gedaan: hij had met  zijn emaille-fabriek als dekmantel zo’n 1300 Joden van de dood kunnen redden.
Hij had de vrijheid in nazi-Duitsland om rijk te worden met die emaille pannen en zich niets van het lot van de Joden aan te trekken.
De predikant wees ons er op dat vrijheid dus ook verantwoordelijkheid met zich mee brengt; dat je altijd moet nadenken over de vraag: “Wat betekent mijn vrijheid om dit te doen voor een ander?”

Hoe vrij ben je?
Mijn moeder (op de afbeelding hiernaast zie je haar als 14-jarig meisje) vertelde ooit het verhaal van een NSB-boer in de omgeving waar zij als kind woonde.
Die boer stopte mijn grootvader met zijn grote gezin af en toe wat toe.
“Dat was eigenlijk een NSB-er….” zei mijn moeder, maar het gezin was wel erg blij met zijn goede gaven.
In 2017 schreef ik een verhaal  over dit gegeven onder de titel ‘Hoe vrij bi’j?’, dat destijds werd gepubliceerd in de Zinnig: hierbij een link.
Hierbij een link naar een PDF.

Hoe vrij ben je in het maken van goede en slechte keuzes?

Reageren

2 mei: O tempora, o mores.

Zondagmorgen zouden we naar de kerk gaan, maar ik werd wakker met een dikke keel en een loop- c.q. snotneus.
Nee hè.
Gerard komt maar niet van zijn verkoudheid af en daardoor ik ook niet; het is even een paar dagen weg en dan begint het weer van voren af aan.
Vroeger zou ik dan gewoon wel ter kerke gaan, maar tegenwoordig staan we er toch wat anders in; we bleven thuis en bekeken de viering vanuit Op de Helte op het TV-scherm.
Eigenlijk heb ik daar geen zin meer in. Nu we weer met z’n allen naar de kerk mogen wil ik er ook gewoon weer zijn.

Het thema vanmorgen was ‘getuige zijn’.
Dominee Walter Meijles haalde in het begin de viering de oude kerkelijke gewoonte aan dat als een jong stel moest trouwen, dat er dan een openbare schuldbelijdenis afgelegd moest worden in de kerk, op de knieën, voor het oog van de hele gemeente die dan getuige was van die schuldbekentenis. Zonder schuldbekentenis geen zegen van God over je huwelijk.
De voorganger liet vanmorgen met een knipoog in het midden of het nou God was die zijn zegen niet wilde geven of de kerkenraad/dominee.
Hij bezigde daarbij de Latijnse uitdrukking ‘O tempora, o mores‘, (Ach tijden, ach zeden) waarmee wordt bedoeld dat normen en waarden wijzigen in de tijd.

De predikant vertelde ons dat Paulus een kind van zijn tijd was; hij vond dat als je niet de opstanding geloofde, dat dan je hele geloof waardeloos was.
Twee eeuwen later kijken we heel anders naar de inhoud van de bijbel. Walter Meijles was wel nieuwsgierig naar onze geloofsbeleving: het was de bedoeling dat we het tijdens de koffie zouden hebben over de vraag: Wie denk jij dat Jezus is? Welk aspect is voor jou net zo belangrijk als voor Paulus ‘de opstanding’?
Dan is het natuurlijk wel jammer dat je daar met je loop- c.q. snotneus niet over kunt meepraten na de viering.

We hoorden vanmorgen dat de apostel Paulus vindt dat we getuigen van Christus moeten zijn.
Bij het woord ‘getuige’ komt in mijn hoofd onmiddellijk het woord  ‘Jehova’s-getuige’ op.
En ‘getuigen van het evangelie’ hangt nog heel erg samen met kolonisatie en onderdrukking van andere volken en hun culturen.
Het roept negatieve associaties op.

Maar je kunt alleen getuigen van wat je zelf hebt gezien, gehoord en beleefd.
En als je al getuigt van je geloof of van je Christen-zijn, dan ben je daarbij ook afhankelijk van de luisteraar: staat die er wel open voor?
Op deze website komen af en toe geloofszaken aan de orde; de reacties daarop zijn heel verschillend, van ‘zo fijn dat je dat ook met ons deelt‘ tot ‘dat geneuzel over die kerkdiensten lees ik allemaal niet‘.
Toch zal ik er over blijven schrijven, want geloof en kerkgemeenschap horen bij mij, dus ook bij mijn ‘Waarde van dag’.

Reageren

17 april: Met ons.

Toen we vanmorgen aan kwamen fietsen bij de kerk stond er een groepje koperblazers van ‘Oranje’ dat ons verwelkomde met paasmuziek.
Wat een feestelijk begin van de paasviering!

Aan het begin van de viering werd de nieuwe paaskaars binnengedragen.
Vrijdagavond was de oude gedoofd; daar maakte ik toen een foto van voor deze website.
De stomp van de oude kaars gaat altijd naar iemand in de gemeente die het het afgelopen jaar zwaar heeft gehad.
Op de nieuwe paarskaars staat dus het jaartal 2022; die zal dienst doen tot Goede Vrijdag in 2023.  (zie afbeelding).

In de overdenking vertelde voorganger Walter Meijles dat één van de namen van Jezus ‘Immanuel’ is.
‘God met ons’ betekent dat.
We allemaal geneigd om die woorden op onszelf te betrekken.
Met ons. Onze groep, ons land.
Maar God is met de Romeinen en met de farizeeën en schriftgeleerden.
Met Judas en met Petrus.
Met de Russen en met de Oekraïners.
God is mét ons tegen het kwaad; dat kwaad dat er altijd al is geweest en ook altijd zal blijven en dat alleen bestreden kan worden door het goede te doen.
Dat is de opdracht die ik meeneem uit de viering van vanmorgen.

Gerard was vanmorgen ouderling van dienst en gaf de dominee voor het eerst weer een hartelijke handdruk aan het begin van de viering.
De kerkzaal was goed gevuld en we mochten weer uit volle borst zingen.
Aan het eind zongen we ‘U zij de glorie!’; ik zag dat ik niet de enige was die het niet droog hield.
We kregen de zegen mee in nieuwe bewoordingen:

Moge jouw leven anderen tot zegen zijn
dat je ogen met mildheid kijken,
je handen open zijn om op te bouwen,
dat je luistert tot in het zwijgen 
en dat je woorden oprecht zijn en je in je hart en nieren bewogen bent om de mens op jouw weg.
Zo zegent God je levenspad en is je nabij zolang je leeft.

In het collectemandje bij de uitgang deed ik twee collectebonnen.
In de loop van de jaren was dat haast een routinegebaar geworden.
Vanmorgen deed ik de twee collectebonnen in de collecte die ik in maart 2020 in mijn tasje had gedaan.
Twee jaar geleden.
Niet dat we ondertussen niks gaven, we konden gewoon geld overmaken, maar die bonnen bepaalden me bij de onvrijheid van de laatste twee jaar.

Na de viering was er gezamenlijk koffiedrinken en ontmoette ik Matthijs, een basisschoolvriendje van Carlijn.
Ik moest wel drie keer kijken: hij is nu ook achter in de twintig en ‘mooi opdreugd’, zoals we dat in Drenthe zeggen.
Het was fijn om even met hem bij te praten: wat doe je nu, waar woon je nu en weet je nog…..

We hebben elkaar als gemeente de afgelopen dagen weer kunnen ontmoeten en de Stille Week en Pasen kunnen vieren zoals we dat voor COVID gewend waren te doen.
Samen zingen, bidden, luisteren en elkaar ontmoeten.
Dat is niet vanzelfsprekend; dat het voor de meeste mensen weer kan, daar ben ik dankbaar voor.

Reageren

16 april: Niet zeuren.

Het avondmaal dat we op Witte Donderdag vieren in de kerk is voor mij bijzonderder dan op een zondag.
Het is de viering waarin we het laatste avondmaal herdenken dat Jezus met zijn discipelen hield op de avond voordat hij gevangen werd genomen.
Donderdagvond voelde het nog specialer, omdat we de afgelopen twee jaar alleen digitaal de vieringen konden meebeleven.

Voor COVID dronken we om de beurt een slokje wijn uit de mooie, zilveren bekers van het avondmaalservies dat bij de Catharinakerk hoort.
Na iedere gebruiker werd de bekerrand afgeveegd met een doek.
Donderdagavond had men gekozen voor iets anders.
Er stonden dienbladen met hele kleine bekertjes met een beetje avondmaalswijn er in;  iedereen kon na het stukje brood zo’n klein bekertje nemen en een paar meter verderop op een dienblad wegzetten.
Natuurlijk begrijp ik het en het is een goede oplossing, maar voor mijn gevoel ontstaat er iets meer afstand: je drinkt niet meer uit één beker.
“Een kniesoor die daor op let!” zou mijn vaders tekst zijn in dit geval. Waar zeur je over? Wees blij dat je weer met elkaar live avondmaal mag vieren.

Nog iets om over te zeuren: de Cantorij Roden zong en ik stond er niet bij.
Dat had ik zelf zo geregeld en toch voelde het stom.
Een schrale troost was dat ik niet van toegevoegde waarde was geweest als ik had meegezongen, want ik ben nog steeds licht verkouden en mijn stem is nog niet weer op orde. Maar naast deze twee pietluttigheden was het een mooie en indringende viering, waarbij ik vooral genoot van het feit dat we dit weer samen met zoveel gemeenteleden  mochten beleven.

Gisteravond was de Goede Vrijdag viering; die staat in het teken van de kruisiging en de dood van Jezus.  Deze keer lazen we dat gedeelte uit Johannes met op de beamer afbeeldingen van de kruiswegstaties van Ted Felen.
Als we de passage lezen dat Jezus sterft wordt de paaskaars gedoofd,  gevolgd door stilte. Altijd een indrukwekkend moment.  Gisteravond nog versterkt door wat organist Arjan Schippers daarvoor speelde: het gedeelte uit de Mattheüs Passion bij die verzen,  gevolgd door het koraal ‘Wenn ich  einmal sol scheiden’. Mijn oren horen de noten van het overbekende recitatief en mijn hoofd zet daar onmiddellijk de woorden bij. Voor mij was het een ontroerend moment in de viering.

Daarna kregen we de gelegenheid om een witte  bloem te leggen bij een bloemstuk, opgebouwd rondom een kruis. (klik op de afbeelding voor een vergroting)
Het zijn de rituelen die je stil laten staan bij wat er vroeger gebeurd en de impact daarvan in onze tijd.  Toen ik mijn bloem legde was ik met mijn gedachten bij de toestand in Oekraïne: het onrecht dat mensen wordt aangedaan, de schijnprocessen tegen tegenstanders van Poetin,  het lijden dat mensen overkomt en de machteloosheid die je soms aanvliegt.

Met de melodie van het laatste lied in ons hoofd gingen we naar huis.
Nu valt de nacht.
Het is volbracht:
de Heer heeft heel zijn leven
voor het menselijk geslacht
in Gods hand gegeven.

Reageren

11 april: Vesper over de liefde.

Um kwart over vief gustermiddag pakten Gerard en ik de gitaar, de geluudsbox en de tassen met mappen, standers en snoeren in.
Niet meer ziek, nog wel verkolden en de stembanden niet in goeie conditie duurden wij het toch an um hen de streektaolvesper te gaon.
Dat ik kun ik netuurlijk ok niet missen….het was mien activiteit veur de PKN en mien Nedersaksische Af&Toe-koor; ik haar het echt verschrikkelijk vunnen as ik daor deur ziekte nie bij had kunnen wezen.
Nog niks over lezen? Op 31 meert schreef ik daorover: hierbij een link.

En wat heb ik d’r van geneuten.
Van de verschillende aspecten van het thema ‘Gods liefde hef gien einde en gien grenzen’ dat zo mooi belicht weur in schriftlezings en liederen.
Van het zingen met de koorleden die zo heur best deuden in een veur heurzölf soms onbekende streektaol.
Zölf stun ik bijveurbeeld Grunnings te zingen, wat best wel aans is veur een Drent, maor wij hadden zölfs zangers die niet iens uut het noorden komt….
Geneuten van het Twents, Drents en Grunnings dat deur de verschillende veurlezers praot weur: wat een diversiteit!
Van het gevuul dat het allemaol lukt is wat ik drie jaor leden bedacht haar.
En geneuten van de deelname van mensen die wij aans niet zo vake bij karkelijke activiteiten ziet, maor gisteraomnd een actieve rol speulden.

Nao de vesper was d’r koffie en thee op verzuuk van een aantal koorleden.
Van te veuren weur d’r al zegd: “Nao zu’n vesper giet iederiene geliek naor huus en dan giet het as een nachtkeersie uut. Wij vindt het fijn as wij dan nog eem wat naopraoten kunt; het is altied spannend zat!”
En wat was ’t nog eem gezellig.
Dan heur ie ok wat de meinsen in de karke d’r van vunnen.
En dan ku’j ’t ok nog eem hebben over wat d’r fout gung, want netuurlijk gung niet alles goed. Maor het mieste wel en ik was slim trots op oons ‘Nedersaksisch Af&Toe-koor’.

Misschien bi’j beneid hoe ’t was?
Ie kunt die viering truggeluusteren via kerkomroep: zundag 10 april, Op de Helte, 18.53 uur.
Ien ding wil op dit blog graag nog dielen en dat is een bekend gedicht, waorvan ik weet dat het hiel veul meinsen troost gef.
Dat gedicht is vertaold deur Sjoukje en in heur eigen Rôners gusteraomnd prachtig veurdraogen.

Mien dreum

Ik dreumde dat ik kuierde laangs ’t Zuudlaordermeer.
‘k Was d’r neit allennig, want naost mij leup de Heer.
Wij leupen deur ’t zaand en hadd’n ’t over ’t leev’m,

en op de grond waar’n duudelijk oonze voetofdrukken bleev’m.
Mor toen ik achterom keek, zag ik heul mien leev’mspad,
tied’n van bliedschap, tied’n van hoop, maor ik heb ’t ok stoer had.
Ik prakkezeerde hoe of dat wel kun
dat daor waor ik het ’t stoerste haar maor ein stel stappen stun!
Ik vreug toen: ‘Heer hoe kan dat nou bestaon,
dat toen ik joe het neudigst haar, mien aigen weg mus gaon?”
Vol van leifde keek Hij mij an en zee: “Zo heb ik ’t niet wilt,
mien kiend, toen jij het stoer hadd’n heb ik je optild”. 

Reageren

31 maart: Nedersaksisch Af&Toe-koor

Met de uutkomsten van de aomnd ‘Streektaal in de kerk’ (zie Stront en regenwater)  zol de vesper van 10 april veurbereid worden.
Wij keuzen veur het thema ‘Gods liefde hef gien einde en gien grenzen’.
Het leek mij een goed idee um  bij die vesper een koor uut te neudigen,  maor een koor dat in de streektaol zingt was zo niet veurhanden.
Maor gelukkig: ik heb een ‘Af&Toe-koor-kaortenbak’; daor zit digitaal de namen in van gemienteleden die zo nou en dan wel ies met wilt zingen in een karkdienst of zo.  De iene keer vormt wij een Christmascarols-koor, een andere keer een gelegenheidkoor in een ‘Ik zie joe’-viering.
De hiele kaortenbak kreeg van mij een mail met een uutneudiging om met te zingen in het ‘Nedersaksisch Af&Toe-koor’.
16 deelnemers kreeg ik maor liefst!

Gusteraomnd kwamen wij veur het eerst bij mekaar um te oefenen. Altied weer spannend.
Wat heb ik veur zangers?  Is de stemverdieling een beetie goed? Het koor zal de gemientezang understeunen, maar zal ok een paar liedties allent zingen.
Het was veur mij gusteraomnd al weer genieten. Um het ‘Af&Toe-koor’ hangt altied een beetie de sfeer van de rebellenclub van Sjors en Sjimmie: Piety wet veul  van meziek en helpt mij met akkoorden en moeilijke noten,  Jelle hef een computerprogramma waormet  e noten en tekst under mekaar kan zetten én oefenbestandties kan maken en Gerard stiet coachend op de tenorenrij en komt, net as Piety, met goeie adviezen.

Kippenvel kreeg ik bij de Nedersaksische versie van het Taizélied ‘Laudate omnes gentes’. Vierstemmig zungen we de vertaling die wij in febrewaori met de warkgroep maakt hadden. Wat biezunder!
Wij warkten een uur hiel hard.  Het zul um half negen oflopen wezen en wij zollen geen koffie doen.  Toen ik um 20.40 uur de repetitie ofsleut zee  de koster bij wieze van verrassing : “Ik heb toch eem koffie,  jongens!” Bonuspunten veur koster Gerard.

Eigenlijk bin ik nog niet hielemaol de oale nao de griep van veurige weke en eigenlijk was ik wel bek-of nao de repetitie. Maor wat heb ik hier een wille an!  Wat is dit een mooi stukkie gemientewark waor ik mien hart an ophaal. Samen zingen, samen genieten van wat a’j an het doen bint veur een vesper in april. En dat allemaol in oons eigen Nedersaksisch dat in verschillende varianten  veurbij komt: Grunnings, Twents en Drents.

Ko’j ok kieken en luusteren op 10 april? De vesper wordt hollen in Op de Helte en begunt  um 19.00 uur.
En ok dan zörgt koster Gerard veur koffie nao de tied.
Welkom!

Reageren

13 maart: Glans.

En weer was de dominee ziek! Deze keer was Sijbrand van Dijk afwezig en net als vorige week werd de lege plek ingevuld door Marieke Pranger.
Had Walter Meijles de preek vorige week nog op video opgenomen, deze keer nam Marieke de hele dienst voor haar rekening.
In de praktijk wil het in dit soort gevallen nog wel eens zo zijn dat de inval-predikant dan een preek neemt ‘die nog op de plank ligt’,  maar dat was vanmorgen geenszins het geval.
We hoorden een actueel verhaal  met duidelijke standpunten over onze houding ten opzichte van de oorlog in Oekraïne.
Over onze wraakgedachten jegens mensen die kinderziekenhuizen bombarderen.
Over onze machteloosheid.

De lezingen uit het oude en nieuwe testament spraken allebei over een glans: Mozes die in rechtstreeks contact is geweest met God bij de ontvangst van de tien geboden moet met een doek zijn gezicht bedekken vanwege de glans die er van afstraalt en het gezicht van Jezus glanst op de berg in gezelschap van Mozes en Elia.
Over hoogte- en dieptepunten ging het vanmorgen.
Dat je na een fantastische ervaring op een berg, net als Jezus, terug moet naar het dal.
In de overdenking kwam het woord ‘glans’ nog even terug.
Dat mensen die hun levenspartner hebben verloren op de vraag ‘Hoe gaat het nu met je?’ vaak zeggen: “Het gaat wel hoor, maar de glans is er af.”.
Mevrouw voor mij knikte instemmend.
Toen ik vanmorgen om me heen keek zag ik zoveel gemeenteleden die zich in diezelfde omstandigheden bevinden.
Dapper doorgaan, maar de glans is er af.
En dat hoeft niet altijd door een overlijden; in ieders leven is de wijn wel eens op.

Na de overdenking was er een afkondiging van overlijden.
Gea, 71 jaar. Al een tijdje ziek, had de strijd moeten opgeven.
Haar man Harm had gevraagd of we na de afkondiging een toepasselijk lied konden zingen.
“Er  is een land van louter licht”, lied 753.
De emotie was voelbaar in de kerk; het lied werd van harte meegezongen, maar niet iedereen kon dat.

Voorganger Marieke is met emeritaat, heeft geen eigen gemeente meer en is als gemeentelid, werkgroep-lid en cantorij-sopraan één van ons.
Ze werd er deze week zomaar ‘voorgezet’.
Marieke kiest haar woorden zorgvuldig; we hoorden vanmorgen tussen de regels door haar eigen worsteling, haar eigen emoties en haar zorgen.
Haar woorden en de keuze van de liederen waren voor veel gemeenteleden een troost en een steuntje in de rug.
We zijn als gemeente bevoorrecht met iemand als zij in onze gelederen; zij gaf de viering vanmorgen op haar manier glans.

Reageren

8 maart: Word jij mijn collega?

De Catharinakerk gaat weer open!
Niet alleen op zondagmorgen, maar ook op andere dagen.
Er is wel een probleem: we hebben niet genoeg vrijwilligers om de kerk tijdens de openstelling te ‘bemensen’.
Voor en door corona hadden we een aantal opzeggingen en ook door overlijden verloren we iemand.

In ‘de Krant’ van vorige week stond een grote advertentie om vrijwilligers te werven en in Kerknieuws van deze week komt diezelfde oproep.
We zoeken mensen voor verschillende functies: rondleiders, gastvrouwen/heren, surveillanten en organisten.
Om je een beetje een idee te geven wat het inhoudt geef ik je hierbij een paar links naar blogs die ik over dit vrijwilligerswerk heb geschreven.

In april 2017 reageerde ik zelf op een soortgelijke advertentie in ‘Kerknieuws’.
Lees alles over hoe dat in zijn werk ging.
29 april 2017 Gesolliciteerd.

Op 16 juli 2017 stond ik voor het eerst als vrijwilliger in de kerk.
Beetje spannend was het wel.
Naast een aantal volwassen bezoekers was er één kind die middag.
Het meisje stond gefascineerd te kijken bij de gemetselde crypte in het koor, toen ze ineens mieren ontdekte.
16 juli 2017 Mieren bij Coenraad en Gezina

In september 2017 was het Open Monumentendag.
140 bezoekers mochten we die dag verwelkom, het was ontzettend druk.
Maar ook ontzettend leuk.
Lees over de verscheidenheid van de bezoekers en de diverse gesprekken die je voert met de gasten.
12 september 2017 140! 

Eind maart 2018 onderging ik een hartoperatie, dat jaar werd ik niet ingeroosterd in het vrijwilligersschema.
Wel was ik begin september aanwezig op de Open Monumentendag.
Die middag kwam iemand met een stamboom van haar familie aan, die de grafsteen van een voorvader zocht.
Heeft ze hem gevonden?
Lees 10 september 2018 Hier ligt mijn voorvader.

In 2019 liep de route van de Drentse Fietsvierdaagse door Roden.
Leuk!
Van 2 tot 4 stond ik in de kerk om mensen te ontvangen en eventueel te woord te staan.
Daarover schreef ik op 17 juli 2019 het blog Nie knapp’m maor zoeg’n’.

Op de Open Monumentendag in 2019 nam ik ook 2 uur vrijwilligersdienst voor mijn rekening.
Toen kwam er een koor zingen, dat prachtig zong maar ook een beetje in de weg stond.
15 september 2019 Zingen? Of geschiedenis?

Geen blogs uit 2020 en 2021, want toen was de Catharinakerk niet geopend voor bezoekers.

Ben je geïnteresseerd in één van de vrijwilligersfunctie?
Als je op de afbeelding klikt komt de advertentie groot in beeld.
Je bent van harte welkom!

Reageren

2 maart: “Kallem an met de suuker!”

Gistermiddag om 16.45 uur maakte ik pannenkoekenbeslag: twee liter melk,  vier eieren,  1 kilo meel en een theelepel zout.
Verder had ik 5 x 150 gram ontbijtspek, die plakjes sneed ik doormidden.
Kreeg ik een huis vol visite?  Nee. Ik had me opgegeven als bakker voor het pannenkoekenfeest dat bij onze PKN-gemeente werd georganiseerd voorafgaand aan Aswoensdag.
Aan dat feest ligt een Engelse traditie ten grondslag.

In Engeland heet de dinsdag voor Aswoensdag  ‘Shroove-tuesday. Het is de traditionele Pancake-day voor  het begin van de vastenperiode op Aswoensdag.
Lent – de 40 dagen voorafgaand aan Pasen – was van oudsher een tijd van vasten. Op de avond daarvoor gingen de christenen biechten en werden “shriven” (ontheven van hun zonden). De klok werd geluid om mensen op te roepen om te komen biechten. Dit luiden van de klok werd de “Pancake Bell” genoemd.
Vastenavond was de laatste mogelijkheid om eieren en vetten te gebruiken voor het vasten begon en pannenkoeken zijn de perfecte manier om deze ingrediënten te gebruiken.

30 spekpannenkoeken haalde ik uit bovengenoemde ingrediënten. Ik bakte met drie pannen tegelijk en hield de gebakken pannenkoeken  warm in braadpan die in heet water stond.
Naast bakker had ik me samen met Gerard ook opgegeven als eter.  Met bijna 50 mensen zaten we rond 18.00 uur aan lange tafels waar de inbreng van alle bakkers als een soort buffet werd aangeboden. Lekker! Gezellig! Het was de bedoeling dat je steeds op een andere plek ging zitten als je een pannenkoek had opgehaald; ‘Neem uw bord op en wandel’ zeg maar. Zodoende sprak ik verscheidene mensen die ik al een tijdje niet had gezien.

“Doe’j een beetie kallem an met die suuker?”
“Ga je nou alweer een pannenkoek halen?”
Goedmoedig geplaag hoort ook bij gezamenlijk eten.
“Als je met meer mensen aan tafel zit eet je ook altijd meer” merkte iemand op, die voor de zoveelste keer naar het buffet liep.
Een alleenstaande mevrouw zei: “Voor mezelf alleen bak ik nooit pannenkoeken; zo heerlijk dat ik hier kan aanschuiven!”
Op deze website heb ik het al eerder benoemd: wat kan ik er van genieten dat we elkaar weer zonder mondkapjes, QR-codes en anderhalve meters mogen ontmoeten.
Als kerkgemeenschap hebben we ontmoeting en interactie zo nodig.
Over 40 dagen gaan we hopelijk weer met de hele gemeente het paasfeest vieren.
Twee jaar op rij was dat niet  mogelijk en zagen we de paascyclus thuis op de bank voor de televisie; ik hoop van ganser harte dat we dit jaar weer in de kerk kunnen zitten.

Reageren

Pagina 1 van 39

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén