een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Kerk & gemeente Pagina 1 van 44

Kerkdiensten, bijeenkomsten van de PKN-gemeente Roden-Roderwolde

5 maart: De vrijheid om het goede te doen.

Als wij in de kerk een verhaal horen, dan is dat bijna altijd een bijbelverhaal; ook bijna altijd een verhaal dat ik al van haver tot gort ken.
De voorganger neemt dat verhaal als uitgangspunt voor zijn overdenking en vertelt ons wat wij in onze tijd van dat verhaal kunnen leren.
Vanmorgen hoorden we in de viering van onze PKN-gemeente het verhaal van Hank Heijn.
Geen evangelie en ook geen oud of nieuw testament, maar wel een verhaal dat ik dacht te kennen.

Maar ik kende maar een deel van dat verhaal.
Toen eind jaren negentig een soort verkiezing plaatsvond van de meest invloedrijke personen van de 20e eeuw was daarin ook een categorie ‘Minkukel van eeuw’.
Hitler natuurlijk, dat stond buiten kijf, maar daarna was dat voor mij Ferdi E., de ontvoerder en moordenaar van Gerrit Jan Heijn.
Dat je mensen dat aandoet: iemand ontvoeren, hem na een paar uur al doodschieten, met voorbedachte rade zijn vinger afsnijden en die vervolgens weken later naar de familie opsturen.
Daar stond mijn verstand bij stil.
Wat ik niet had meegekregen was dat Hank Heijn, de weduwe van het slachtoffer, Ferdi E. zijn wandaden heeft vergeven.
Er is een boek verschenen met de titel ‘De verzoening’, waarin Hank Heijn haar verhaal doet en begrip toont voor de moordenaar van haar man.

“Je hebt altijd de vrijheid om het goede te doen” zei de dominee daar vervolgens over.
“Als je haat een rol laat spelen in je leven, ben je zelf niet vrij.”

Het verhaal dat vanmorgen uit de bijbel werd gelezen was uit Mattheus: Jezus heeft op de berg een ontmoeting met Mozes en Elia.
Mozes vertegenwoordigde ‘de wet’ en Elia ‘de profeten’; twee belangrijke pijlers in de geschiedenis van Israël.
Voor Jezus waren het voorbeelden waaraan hij zich kon spiegelen.
Op de afbeelding zie je de bloemschikking van vanmorgen: Jezus verbeeld als stormlamp, geflankeerd door twee witte tulpen, die Mozes en Elia voorstellen.

Aan het begin van de dienst vroeg de voorganger aan de aanwezigen wie voor hen een voorbeeld was geweest.
Janny vertelde dat zij van haar vader had geleerd dat je iemand niet moest haten.
Hij had zelf gevangen gezeten in Duitsland, had dus reden genoeg om zijn vijand te haten, maar leerde zijn kinderen dit juist niet te doen.
Wat bijzonder dat iemand dat vertelt, terwijl de overdenking over Hank Hein nog helemaal niet geweest was.

Soms zijn dingen niet toevallig.
Deze viering zal mij bijblijven om die twee verhalen, die van de weduwe van Heijn en van de vader van Janny.
Als je haat ben je zelf niet vrij.
En dat boek ga ik reserveren in de bibliotheek.

Reageren

22 februari: Met drie pannen.

Vandaag is het Aswoensdag, het begin van de 40-dagen-tijd. In onze PKN-gemeente vieren we al jaren op de dinsdag daarvoor het pannenkoeken feest*. Wij schuiven niet alleen graag aan bij die gezamenlijke maaltijd,  maar wij zorgen ook voor 30 spekpannenkoeken. Rond kwart voor vijf maakte ik beslag van 2 liter melk,1 kilo meel en 4 eieren en knipte 44 plakjes ontbijtspek doormidden = 88 halve plakjes = 3 per pannenkoek. En dan maak ik me op voor een uitgekiend bakproces: pannenkoeken bakken met 3 pannen tegelijk. Als in de derde pan spek en beslag zit,  kan ik in de eerste pan het baksel al omdraaien. De hete pannenkoeken laat ik in een juspan glijden die in bak met heet water staat. Het vergt een dik half uur opperste concentratie, maar dan zit de pan tjokvol.

Rond zessen zette ik mijn warme pan bij het buffet en zocht een plekje aan één van de tafels, waar al een aantal hongerigen zaten te wachten. Eten met meer dan 60 mensen aan tafels waar steeds 8 stoelen omheen stonden: gezellig!  Het was de bedoeling dat je steeds op een andere plek ging zitten onder het motto ‘neem uw bord op en wandel’.  Dan zit je steeds naast iemand anders in een ander groepsverband. Het is erg leuk om te zien hoe iedereen zit te smullen van de pannenkoeken en hoe de aanwezigen geanimeerd met elkaar zitten te teuten. Ontmoeting is naast de pannenkoeken ook een belangrijk aspect van deze bijeenkomst. Gerard zei: “We doen dit al een aantal jaren;  het lijkt zo gewoon,  maar het is eigenlijk heel bijzonder om met elkaar zo de 40-dagen tijd in te gaan.”
Er wordt van de aanwezigen een vrijwillige bijdrage gevraagd; dit jaar zamelen we geld in voor pastor Petru in Moldavië, die in zijn dorpje de armoede bestrijdt.

In de komende vastentijd willen Gerard en ik ons op een aantal dingen bezinnen; daarin trekken we niet altijd gelijk op. Ik wil bijvoorbeeld mijn telefoongedrag onder de loep nemen en heb me voorgenomen om ook één week niet te mopperen of me negatief over iets uit te laten.
Wordt vervolgd dus.

* Gerard schreef in 2017 een gastblog over het pannenkoekenfeest onder de titel ‘Pancakeday’, waarin hij uitlegt waar deze traditie vandaan komt.

Reageren

20 februari: Preek van de leek.

Gistermorgen hadden we in de kerkdienst van onze PKN-gemeente een bijzondere gast: Daniël Rouwkema, organist, dirigent en componist.
Hij was uitgenodigd in het kader van ‘De preek van de leek’, een jaarlijks evenement waarbij een inspirerende spreker van buiten wordt gevraagd om een viering in te vullen.

“Waar gaat je preek eigenlijk over?” had iemand hem van te voren gevraagd.  “Thank you for  the  music” had hij bedacht.
Hij las vanmorgen eerst het verhaal van Daniël in de leeuwenkuil en daarna een gedeelte uit de toespraak uit Mattheus 6, waarin Jezus iets zegt over hoe we moeten bidden.
De daarop volgende preek raakte me in mijn hart.
Het ging over zingen in de kerk, zingen over het geloof en over het dubbele gevoel dat je hebt als je als dirigent/zanger in de schijnwerpers staat, dat je geniet van de muziek en het zingen, terwijl de woorden van Jezus ons leren ‘doe dan niet als de huichelaars die graag in de synagoge en op elke straathoek staan te bidden zodat iedereen het ziet…’
De religieuze ervaring die je beleeft als zanger in een koor werd vanmorgen prachtig door Daniël beschreven.
Augustinus zei het al: ‘Qui bene cantat bis orat’: wie goed zingt, bidt tweemaal.
Als je zingt en/of musiceert deel je wat je beleeft met de mensen die naar je luisteren, die troost kunnen putten uit de teksten en de melodieën.

Rouwkema liet zich in deze bijeenkomst van zijn kwetsbare kant zien.
Door de coronapandemie was hij als ZZP-er beroofd van zijn inkomsten en zijn moeder is aan corona overleden; verder is hij op weg naar de vijftig.
Al deze factoren zetten zijn leven de afgelopen jaren op de kop en hij gaf aan dat hij ‘nog zoekende’ was.
‘Ontheemd in en met mezelf’, noemde hij het vanmorgen.

Hij wilde ons laten kennismaken met een aantal nieuwe kerkliederen, maar dat lukte niet helemaal, want op de beamer kwam wel de tekst, maar niet de noten.
Dan wordt het wel moeilijk om nieuwe muziek te zingen….
Wat wel heel goed ging waren de liederen die werden uitgevoerd door een aantal gastzangers van Choral Voices (waaronder ‘onze eigen’ Jacolies) die een mooie bijdrage leverden aan de viering.
Verder hoorden we een uitvoering van ‘het Onze Vader’, uitgevoerd door Vocaal Ensemble Magnificat uit Emmen, waarvan Daniël dirigent is.
Hierbij een link naar die uitvoering op  You Tube.

Je kunt de bijzondere viering van gistermorgen terugkijken: hierbij een link naar het YouTube kanaal van onze kerk.
Ik zou het doen!

Na afloop sprak ik nog een aantal cantorijleden en zei wat ik tijdens de dienst al dacht: “Deze dienst was voor ons, koorzangers! Wat fijn dat iemand onder woorden brengt wat wij wekelijks met elkaar beleven.”
Afgelopen donderdag zongen we nog met elkaar in de rouwdienst van onze bas Joop, waarin de emotie tastbaar was.
Toch stonden we daar met elkaar te zingen en waren we ‘de andere lippen’ die het lied zongen dat ons door de nacht draagt.
Dat is een regel uit het lied ‘Zolang wij ademhalen’: hierbij de volledige tekst.

Al is mijn stem gebroken, mijn adem zonder kracht,
het lied op and’re lippen draagt mij dan door de nacht.
Door ademnood bevangen of in verdriet verstild:
het lied van Uw verlangen heeft mij aan ’t licht getild.

Daniël: bedankt.

Klik hier voor een link naar Daniëls website.

Reageren

7 februari: Eten & zingen.

* een slieve

Zondagmiddag stapte ik rond vijven in de auto met een pan kokend hete groentesoep die ik (in een tas) voor de bijrijdersstoel zette.  De pan was in handdoeken gewikkeld en er zat al een plankje onderin de tas,  dus hij kon in Op de Helte zo op de bar gezet worden: slieve* der in,  scheppen maar. Om 19.00 uur begon de vesper waaraan wij als cantorij meewerkten en we hadden het plan opgevat om voor het inzingen samen te eten. Er was nóg een pan soep, hartige taart en  pizza : lekker en gezellig. Wat een leuk begin van een kerkdienst!

Om 18.00 uur zongen we onder leiding van Karel alles nog even door.
Als we meewerken aan een viering is er altijd wel een lied waar een lastig dingetje in zit, waar Karel op de repetitieavonden veel aandacht aan heeft besteed.
Bij de regel ‘laat ons maar zingen’ bijvoorbeeld zat een tel rust voor ‘laat’. Maar die zagen we niet, tenminste, niet iedereen.
Karel loste dat op door tijdens het dirigeren op die tel een klap op de piano geven ‘die Gij zijt KLAP laat ons maar zingen’. Dat hielp op den duur wel. In mijn partituur had ik er met potlood  ‘klap’ bij gezet. En dan nog was er af en toe een koor lid dat net een tel te vroeg ‘laat..’ zong. Maar zondagavond ging het goed!

Verder was er één lied waarbij wij als alten in het laatste couplet in de laatste noot een halve toon hoger moesten zingen.
Dan klinkt het ineens anders; iets met terts.
Maar je raadt het al, dat vergaten we in het begin ook steeds.
Karel liep dus uit voorzorg halverwege het vierde couplet naar onze stemgroep en begon stralend naar ons te glimlachen.
Dan denk je ‘Wat is er met die man?’ maar dan weet je het ook al weer: ‘Oh ja, de terts in de laatste noot!”

Het mooist vond ik de ‘gouwe ouwe’ (uit 1979) Alles wat adem heeft’ van Antoine Oomen, met de ‘slaande cymbalen en klinkende cimbels’.
Een lied dat zangvereniging Halleluja uit Hoogersmilde (waar Gerard en ik in de jaren ’80 bijzaten) ook al zong en ook de Catharinacantorij had het op haar repertoire.
Na afloop had ik het daar nog even over met een ex-alt die al een tijdje niet meer met ons meezingt.
“Dat lied ken ik nog woord voor woord; wat heerlijk om dat nog eens samen met jullie te zingen!”

Samen zingen; het tilt je een beetje uit boven de dagelijkse sleur.
Vanavond sta ik weer in de laatste rij naast Klaas en Saakje.
Dan leveren we alle muziek van zondag weer in en krijgen we nieuwe muziek: we gaan ons voorbereiden op Pasen.

Reageren

5 februari: Kom uit die pot!

Vanmorgen sliepen we uit. Vanavond zingen we met de Cantorij in de vesper van 19.00  uur, dus we gingen niet naar de kerk.
Maar ik luisterde wel digitaal naar de viering; breiwerkje en een kop koffie erbij.
“Wie zijn wij dan? Waarom zijn wij er dan?” Die vraag stelde voorganger Sijbrand van Dijk na het verhaal over een vader die in de rampnacht in Zeeland in 1953 zijn koeien nog wilde lossnijden en niet meer terugkwam. En een verhaal dat vrienden hadden verteld over een dorp dat was weggevaagd door modderstromen en dat mensen die er eerst nog waren er opeens niet meer waren. Als we zomaar kunnen verdwijnen, wat stellen wij als mensen dan voor?
Het antwoord was: “We zijn er vanwege de liefde.”
Hij gebruikte daarbij de woorden van Jezus: “Jij bent het zout en jij bent het licht”.
Je doet er toe, door er alleen maar te zijn.
Omzien naar een ander, er voor hem of haar zijn.

En wij waren er niet.
Ineens trof mij het beeld: jij bent het zout.
Zout maakt het eten smakelijker en jij maakt het verschil in het dagelijkse leven.
Maar dit zout zat op de bank met het breiwerk en de koffie.
Dit zout zat in de pot.
Laatst hoorde ik een collega vertellen dat ze na corona niet meer naar de kerk ging.
“Ik kijk thuis naar de kerkdienst, dat vind ik wel net zo gemakkelijk; het scheelt me een hoop tijd!”
Maar als je deel uit maakt van een kerkelijke gemeente en je blijft altijd thuis, dan zit jouw zout nog in de pot.
Het is wel zout, maar het doet niks.

Bovenstaande verklaart gelijk de ietwat bijzondere titel van dit blog.
Dus mens: kom uit die luie stoel, zout: kom uit die pot!
Neem deel aan de maatschappij, ga er uit, spreek andere mensen en ‘wees er’.
En die oproep geldt niet alleen voor kerkmensen: onze maatschappij schreeuwt om deelnemers, vrijwilligers, helpende handen en luisterende oren.
Wees het zout.

Reageren

30 januari: Wijsheid – geen kennis, geen slimmigheid.

Wat is wijsheid?
Paulus heeft het daarover in zijn brief aan de Korinthiërs.

In het kader van dat onderwerp citeer ik vandaag twee delen uit de viering van onze PKN-gemeente gistermorgen, die ons iets zeggen over wijsheid.
Het eerste is een klein gedeelte uit de overdenking van voorganger Sijbrand van Dijk, die een voorbeeld aanhaalde over een bovenmeester en oud leerling.

Wat wijsheid in de kern raakt, is dat wijsheid een levenshouding is, waarmee je de ander zoekt.
Het is geen kennis; je hoeft niet heel erg gestudeerd te zijn.
Het is ook geen slimmigheid, dat je de weggetjes kent, maar het is een soort aardsheid: ik ben een mens en daarom herken ik jou zo en vormen wij samen een gemeenschap.
Een aantal jaren geleden overleed in het dorp waar ik toen woonde de echtgenote van de voormalige bovenmeester.
Over die bovenmeester waren heel veel verhalen. Geen heel erg positieve verhalen. Het was nogal een moeilijke man en veel van zijn leerlingen waren bij hem te kort gekomen, door hem gekleineerd. Velen van hen hadden daar in hun latere leven last van gehad en voelden dat hij hen niet groot had gemaakt.
Bij de begrafenis van zijn echtgenote was één van die leerlingen ouderling van dienst.
Ik wist hoeveel moeite hij met die meester had gehad, maar die hele dag was hij voor zijn voormalige bovenmeester hartelijk en warm; in de consistoriekamer bad hij een werkelijk ontroerend gebed voor die bovenmeester.
Ik vroeg later aan hem: “Vond je het niet moeilijk om zo persoonlijk en intiem voor hem te bidden?” en toen zei hij: “Nee,  ik vond het niet moeilijk, want toen ik daar stond dacht ik: Ja jij bent ook een man die nu zijn vrouw is verloren en toen moest ik aan mijn eigen vrouw denken en hoe ik van haar hou en hoe kwetsbaar het is.” Toen schoot hij even vol en zei: “Toen ik dat besefte kon ik  voor hem bidden met heel mijn hart.”
Als je bidt voor een leraar die jou te kort heeft gedaan, omdat je ziet dat hij een mens is net als jij, dat is denk ik een grote wijsheid.

Het tweede gedeelte is de brief die Sophie had geschreven op de kindernevendienst: wat zou jij willen schrijven aan de gemeente als het over God gaat?

Beste mensen,

Wat vindt God belangrijk voor mensen?
Dat er vrede is, dat we lief zijn voor elkaar, dat we elkaar helpen, dat we niet liegen en dat we er voor elkaar zijn.

Sophie kreeg spontaan een applaus van de gemeente.
Ergens in de bijbel staat: ‘Wat voor wijzen en verstandigen bleef verborgen, is aan kinderkens geopenbaard.’
Het is geen kennis, het is geen slimmigheid.
Het is een levenshouding waarmee je de ander zoekt.

Reageren

20 januari: Kwetsbaar. Maar ook krachtig?

Voor woensdagavond de 18e had ik me opgegeven voor de avond ‘Kracht en kwetsbaarheid’ van onze PKN-gemeente.
Die avond werd verzorgd door Cor Keers; hij nam zijn boek ‘Geloven van wieg tot graf’  als uitgangspunt voor een onderling gesprek over kracht en kwetsbaarheid in het leven van zoveel mensen.
Eind 2021 had Cor ook al eens zo’n avond georganiseerd, (lees hier meer over die avond) maar het is een breed onderwerp en we waren nog lang niet uitgepraat.

Het werd een compleet andere avond.
We bogen ons over vier gespreksvragen, waarbij ons o.a. werd gevraagd om iets te vertellen over momenten van kwetsbaarheid in ons eigen leven.
Heftige verhalen kwamen in ons groepje aan de orde over psychoses, depressies, onveilige gezinssituaties en jeugdtrauma’s.
Bij zulke gesprekken zeg ik niet zo veel; ik voel me gezegend met het warme nest waar ik uit kom en mijn veilige jeugd, een breed netwerk om op terug te vallen en geen grote problemen op mentaal gebied. Niet dat er bij ons niks gebeurd is natuurlijk, maar in mijn beleving was dat minder ingrijpend.

Cor las tijdens zijn inleiding ook een klein gedeelte uit het verhaal van Job en stelde daarbij de vraag: ‘Denk je in je eigen leven wel eens dat je een proefpersoon bent? Dat hogere machten over jou beslissen?’
Daarbij moest ik denken aan de ‘Preek van de leek’ van Anne Doornbos*, die vertelde over zijn ouders die hun dochtertje moesten begraven.
“Zouden ze dat echt geloofd hebben toen? De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam van Heer zij geprezen?
Als je pasgeboren kind begraven wordt? God als veroorzaker van alles? De grote regelneef die beslist over leven en dood? 
Mensen als speelgoed in de handen van de almachtige, knikkers in een spelletje tussen de duivel en God?”
Het is interessant om te horen hoe we nu kijken naar het verhaal van Job; ik hoor bij zulke verhalen altijd mijn vaders stem: “De bijbel is geen geschiedenisboek, het is een geloofsboek, waar je levenslessen uit kunt leren. Het gaat niet om wat je allemaal overkomt, het gaat om hoe je er mee om gaat.”

De laatste vraag ging over personen die voor ons een voorbeeldfunctie vervullen.
Zoveel.
Je kent ze zelf vast ook wel: mensen die niet opgeven.
Die ondanks hun ziekte en/of verliezen die ze hebben geleden toch blijven deelnemen aan de maatschappij en niet in de slachtofferrol blijven hangen.
Die positiviteit uitstralen en die ondanks ‘rampen en slagen’ toch iets van hun leven proberen te maken.

Op dit blog komen niet alle facetten van de avond aan de orde, daarvoor was het te veelomvattend,
Wat heb ik geleerd woensdagavond?
Kijk niet alleen naar de buitenkant van iemands leven; het is niet altijd wat het lijkt.
En: durf je kwetsbaar op te stellen; dan straal je misschien wel meer kracht uit dan iemand die ‘het allemaal zelf wel redt’.

Cor besloot de avond met een gebed, waarin hij benoemde dat wij als navolgers van Jezus soms zijn als Judas en hem verraden voor een paar zilverlingen, of als Petrus en zonder blikken of blozen zeggen dat we hem niet kennen. Dat wij meer zullen zijn zoals Maria; daarbij hoorden we een mooie uitvoering van het Stabat Mater van Pergolesi.

* Hierbij een link naar het hele (Drentse) blog over de preek van de leek van Anne Doornbos.

Reageren

15 januari: Ooggetuigen.

Heb je ooit een hol vat horen praten?
Vanmorgen in de PKN-viering nam zo’n vat het woord bij monde van voorganger Sijbrand van Dijk.
Hij vertelde hoe het was om watervat te zijn op een bruiloft in Kana.
Onopvallend stond het vat in een hoek met vijf collega’s en niemand zag hen staan.
Maar één man uit Nazareth had opdracht gegeven om hem tot de rand met water te vullen en daarna bleek het geen water maar wijn te zijn.
Een glorieuze dag voor het onbeduidende watervat.

We hoorden nog meer ooggetuigen die op de bruiloft waren geweest.
Maria, de moeder van Jezus, die niet precies wist wat haar zoon ging doen.
Ze vertelde (in de persoon van Tineke Braspenning) dat ze in haar leven al bijzondere dingen met hem had meegemaakt.
Toen ze hem gezegd had dat de wijn op was had hij haar min of meer terecht gezet en gezegd dat zijn tijd nog niet gekomen was.
Op die toon had hij ook op 12-jarige leeftijd tegen haar gesproken toen hij in de tempel was gebleven en zij als ouders al aan de terugreis waren begonnen.

Verder was er de ‘belangrijk-doenerige’ ceremoniemeester, dominee Walter Meijles, die zich vooral druk maakte over het feit dat HIJ niet was betrokken bij het regelen van die nieuwe wijn.
Die steeds maar riep dat áls er iets mis ging op de bruiloft, dat HIJ er dan op werd aangesproken.
Aan het eind van zijn relaas moest hij ook wel toegeven dat HIJ niet voor de goede wijn had gezorgd, maar hij nam ondertussen wel de complimenten daarvoor in ontvangst.

En tenslotte vertelde Nathanaël zijn verhaal (uitgesproken door Geertje van der Meer).
Dat hij een leerling was geworden van een  leraar van een geheel nieuwe beweging en hoe spannend dat was.
En dat dit de eerste keer was dat hij iemand zo’n bijzonder teken had zien doen.

Vier ooggetuigen, die onder de noemer ‘meditatief commentaar’  allemaal een facet van het overbekende bijbelverhaal belichtten dat op deze Kana-zondag centraal stond.
Een verhaal als het leven zelf: soms is de wijn op, soms lopen andere mensen ontzettend in de weg, soms knappen we enorm op als iemand ons waardeert om wie we zijn en soms heb je even een duwtje in de rug nodig. Een verhaal dat ons ieder jaar weer zegt, dat we geen water in wijn hoeven te veranderen, maar dat we alleen maar hoeven te zorgen voor water in de vaten.

Een feestelijk moment vanmorgen was de bevestiging in het ambt van Tineke Braspenning als ‘opbouwwerker middengeneratie’.
De voorzitter van de kerkenraad haalde in zijn toespraak nog de preek van vorige week aan over de wijzen.
Hij besloot zijn welkomstwoord aan Tineke met deze woorden:
“Geertje, Sybrand, Walter en jij Tineke: dat jullie een goede tijd mogen hebben samen.
Pak je kamelen en ga op reis en gemeente: laten wij volgen.
Dat God met ons zal zijn.”
Toen iedereen Tineke een hand had gegeven om haar te feliciteren met haar nieuwe taak in onze gemeente vroeg ze aan de koster:  “Waar staan die kamelen eigenlijk…?”

Als je op mijn website ’terugbladert’ vind je meerdere blogs die over deze zondag gaan.
Hieronder een linkoverzicht.
Daar vind je ook  de blogs uit de twee coronajaren.
Bijzonder om te lezen wat het toen met me deed; in het blog van 2021 bijvoorbeeld schreef ik alle frustratie van me af.

2022 >>> Bevoorrecht

2021 >>>  Wijsheid, rust en hoop

2018 >>>  Niet helemaal bij de les. Helemaal niet eigenlijk.

2017>>  Bruiloftsgasten.

2015 >>>  Water & wijn.

Reageren

12 januari: Niet bij stem.

Dinsdagavond op de eerste cantorij-repetitie na de kerstvakantie kwam ik er achter dat mijn stem nog niet weer helemaal in orde is na corona; het zingen ging maar matig.
En naar gelang de avond vorderde nam het volume ook behoorlijk af: een noot op één hoogte uitzingen was al een hele opgave.
Daar maak ik me best zorgen om: zingen was altijd iets vanzelfsprekends waar ik erg van genoot; nu kost het me moeite en het klinkt ook niet zo als anders…… zou het wel weer goed komen?
Het heeft geen zin om hier lang in te blijven hangen: gewoon maar weer proberen.

We begonnen de repetitie dinsdagavond met een mail van één van onze bassen.
Hij had nare uitslagen gekregen na onderzoeken in het ziekenhuis en gaf aan vooreerst niet met ons te zullen meezingen.
Hij wordt erg gemist op de achterste rij en beslist niet alleen om zijn mooie, lage stem; ik schreef al eens vaker dat de cantorij veel meer is dan een groep zingende mensen.
Eén van de tenoren gaf aan dat hij zolang wel bas wilde zingen, dat komt de stemverdeling van het koor wel ten goede.
Toen hij dinsdagavond bij ons op de achterste rij ging zitten was er ook gelijk weer goedmoedig, onderling geplaag en gebruikten de tenoren termen als ‘overloper’ en ‘deserteur’.

Ook al is mijn stem dan nog niet weer optimaal: het samen zingen was weer fijn.
Alhoewel: één lied vond ik niet om door te komen. Het heet ‘Elke dag, alle dagen’.
De titel doet me denken aan het liedje “Alle dagen, alle dagen, zijn we vrolijk en dan maken we muziek, muziek, muziek!” uit de kinderserie Pippi Langkous.
Maar ‘alle dagen’ in de titel is dan ook de enige overeenkomst.
We zingen het 1-stemmig en het is lang en saai; ik zing liever de Pippi Langkous-versie.
Maar dat gaat natuurlijk niet gebeuren: als je bij een koor zit zing je af en toe ook dingen die je niet leuk vindt, dat hoort er bij.
Het past kennelijk goed bij de viering waarin we zingen begin februari.

Er was ook nog een lied waarbij een gender-discussie ontstond.
Op de cantorij; echt waar.
Leve de mens, hij is het beeld…’ en dan nog een paar zinnen met ‘hij’.
Een sopraan op de eerste rij vond dat we niet alleen ‘hij’, maar ook ‘zij’ moesten zingen; de mens is immers niet alleen maar hij.
We gingen het uitproberen met ‘zij’.
Daarna zei Karel: “Ik hoorde mensen ‘zij’ zingen, ook hoorde ik mensen ‘hij’ zingen en sommigen zongen ‘hij o nee zij'”.
De tenor die in de voorbereidingscommissie van de viering zit zou dit discussiepunt mee terug nemen naar de commissie.
“Kijken wat het sanhedrin er van vindt..’ smiespelde een bas.

Even ontstond er bijna muiterij, toen we om half negen nog TWEE EN EEN HALVE MINUUT doorzongen.
Dat kan eigenlijk niet, want om 20.30 uur is het namelijk koffiepauze en niet om 20.32 uur.
Ordnung muss sein.
Wat weer een fijne cantorij-avond: een goed begin van het nieuwe jaar!

Reageren

8 januari: Pak je kamelen; laat het los.

Toen we vanmorgen de kerkzaal binnenliepen stond de kerstboom nog helemaal opgetuigd te schitteren met alle lampjes, ballen en slingers erin.
“Dat die kerstboom er nog staat…!” zei ik tegen Gerard.
Dominee Sijbrand van Dijk vond dat de kerstboom in ieder geval moest blijven staan tot Drie Koningen, dat was vrijdag 6 januari.
Hij wilde het in de viering van vanmorgen hebben over de wijzen uit het Oosten en had tegen de koster gezegd: “Laat die kerstboom nog even staan! Anders zijn die drie koningen zo bloot….”

Vanmorgen vertelde de voorganger dat het niet goed gaat met onze kerk.
De bezoekersaantallen lopen gestaag terug, we vinden geen nieuwe ambtsdragers meer en we zien de toekomst somber in.
“Het wordt niet meer zoals in de jaren ’50 en het wordt ook niet meer zoals 10 tot 15 jaar geleden. Het wordt anders en dat moeten we onder ogen zien.” hield hij ons voor.
Het is pijnlijk om dat te horen, maar het is ook wel eens verhelderend dat het gewoon vanaf de kansel wordt gezegd.
Iedereen weet het, iedereen ziet het en als ik voor mezelf spreek: ik heb er soms behoorlijk last van.

De predikant liet ons zien dat wij veel kunnen leren van die drie magiërs die op reis gingen om een nieuwe ster te volgen.
Zij lieten de hun vertrouwde wereld achter zich, pakten hun kamelen en gingen op weg.
In eerste instantie was hun doel Jeruzalem, maar toen ze daar aankwamen bleek dat ze naar Bethlehem moesten.
En ze gingen, vol vertrouwen op zoek naar de nieuwe koning.
Daar aangekomen was er geen verbazing of teleurstelling over het feit dat de omstandigheden van het kind niet koninklijk waren: zij knielden bij het kind en gaven hun geschenken.

Laat je verwachtingen los en ga op reis.
Koester wat je in het verleden aan goeds had, verheug je in wat er nu is en ga met vertrouwen de toekomst tegemoet.
Ook al wordt die misschien heel anders dan wij hadden verwacht.
Of gehoopt.
“Ga met God en Hij zal met je zijn. Dat zingen we toch zo graag? Doe het dan ook.”

Zo.
Pak je kamelen; laat het los.

Reageren

Pagina 1 van 44

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén