een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Kerk & gemeente Pagina 1 van 59

Kerkdiensten, bijeenkomsten van de PKN-gemeente Roden-Roderwolde

21 september: Ontspannen zingen.

Gistermorgen werden we om 08.45 uur in Op de Helte verwacht: de Cantorij Roden werkte mee aan de viering.
Het was een feestelijke kerkdienst, want er werden twee nieuwe ambtsdragers bevestigd: Didi Weistra wordt diaken en Mathilde te Velde ouderling.
En waar we anders nog wel eens onzeker zijn over een moeilijk lied en flink moeten bijschaven en repeteren in het uur voor de dienst aan, deze morgen zaten de muziek en de teksten er op voorhand goed in. Niet dat het allemaal simpel was wat we zongen, maar drie weken waren voldoende geweest voor het repertoire van gistermorgen.

Werken we met de cantorij mee aan de viering, dan ligt mijn focus heel erg op de muziek.
Wanneer moeten we zingen? Wat is onze begin-noot? Waar moesten we bij dit lied ook maar weer om denken? Bij welke coupletten zingt de gemeente mee? Karel houdt ons bij de les en dirigeert ons én de gemeente. Door de extra aandacht voor de muziek krijg ik automatisch minder mee van de inhoud van de viering; ik ben simpelweg te veel afgeleid.
Aan de andere kant: samen zingen in een koor is op zich al een religieuze beleving.
Je zingt veelzeggende teksten die zijn uitgezocht bij het thema van de dienst en de vierstemmigheid maakt die liederen nog mooier.

De waarde van mijn dag was dat het zingen weer fijn was.
Sinds 2022 kampte ik met stemproblemen na corona en dat vond ik heel vervelend.
Als zingen iets vanzelfsprekends voor je is, denk je er nooit bij na dat dat ook anders kan worden.
Na twee jaar aanmodderen, af en toe met de tenoren meezingen en een vermoeide strottenhals na een cantorijrepetitie ging ik begin 2024 naar Betty, logopedist en stemtherapeut.
Van haar heb ik veel geleerd over ademsteun bij het zingen en over het gebruiken van je hele ‘klankkast’ en niet alleen de keel.
Het is niet meer zo geworden als voor 2022; de stem wordt nu eenmaal ouder.
Maar inmiddels kan ik bijna alles weer gewoon met de alten meezingen; een lage alt weliswaar, maar de C zit er er weer gewoon op.
Nu ik probeer op te schrijven wat dat zingen voor mij betekent kom ik er achter dat ik dat eigenlijk niet kan uitleggen.
Tijdens het zingen van drie- of vierstemmige liederen kan ik intens genieten van de samenklank.
Gistermorgen bijvoorbeeld stond ik naast een sopraan met de bassen in de rij achter ons en de tenoren rechts achter me.
Dan hoor je alle vier de stemmen en op het moment dat ik me gistermorgen realiseerde dat ik na jaren weer ontspannen stond te zingen en me geen zorgen maakte om mijn stem ontroerde me dat.

De laatste zin van de overdenking was: En die ervaring is voor geen geld te koop!
Dat ging niet over zingen.
Ben je benieuwd naar die ervaring?
Of naar het zingen van de cantorij?
Of baal je er van dat ik nu niets heb geschreven over de viering?
Je kunt de hele dienst terugluisteren op ons YouTube-kanaal of via Kerkomroep.

Reageren

14 september: Halleluja-Zumba.

Het is al jaren traditie: het begin van het nieuwe kerkenwerkseizoen vieren we met een startzondag.
Gistermorgen stond Gerard bruine kadetjes te smeren voor de gezamenlijke lunch en zei: “Wij nemen vijf broden mee, ik hoop dat anderen voor de twee vissen zorgen.”
Vissen hebben we niet gezien tijdens die ‘gedeelde lunch’, maar de koster had wel lekkere frituurhapjes; vonden we ook goed. Er was ruim voldoende voor iedereen; geen 12 manden over, maar deze en gene nam nog wat mee naar huis.

Het landelijke thema voor dit jaar is ‘Beweeg mee! Kerk-zijn in het krachtenveld van Christus’.
We bewogen eerst mee met ‘Geer & Co’*  die in hun gymnastiekpakjes binnen kwamen rennen en ons (zelf al buiten adem) aanwijzingen gaven.
Stoelgymnastiek.
Na een korte maar krachtige dienst mochten we na de koffie aansluiten bij een activiteit die ons aansprak.
Op voorhand had ik gedacht dat naar de Kledingbank zou fietsen waar Ellen iets zou vertellen over het werk wat ze doen, maar er gebeurde iets waardoor ik onverwacht zelf een activiteit aanbood.
Dinsdagavond hoorde ik dat er ook gezongen kon worden onder leiding van Karel Stegeman, maar de communicatie daarover was niet goed gegaan. Die activiteit zou uitvallen.
Vind ik dan jammer.
Toen ik zaterdagmorgen mijn wekelijkse Zumba stond te doen op het klassieke stuk ‘Alleluja’ van Buxtehude  bedacht ik opeens: dit ‘bewegen op muziek’ kan ik natuurlijk ook aanbieden.
Dan noem ik het Halleluja-Zumba.
Mijn aanbod werd op prijs gesteld en zo stond ik om 11.30 uur aan meer dan 10 gemeenteleden (bijna allemaal boomers) uit te leggen wat Zumba is, want sommige mensen dachten dat het iets met ‘zoemen’ te maken had.
Nee.
Niets.
Zumba is bewegen op muziek.
Dat doe ik al best wel lang en op Spotify heb ik afspeellijst Zumba 50+ waar allemaal liedjes op staan waar ik graag op beweeg.
Eén van die nummers is het slotkoor ‘Alleluja’ uit ‘Der Herr ist mit mir’ BuxWV 15, een cantate van Buxtehude.
Dat is een redelijk up-tempo stuk waar je heerlijk op kunt bewegen.
Wil je het eens horen? Hierbij een link naar een uitvoering op You Tube.

…. deden squads….

Het was erg leuk. We leerden de mamba, deden squads, zwaaiden met armen en benen en trokken de knieën op.
Na 20 min lasten we even een pauze in. Wij waren net zo buiten adem als Geer&Co twee uur eerder.
Gezeten in het kerkvak naast de piano bespraken we het belang van bewegen als je ouder wordt.
Op zulke momenten voel ik me een ‘beweeg-jehova’, maar ik kreeg gelukkig veel bijval!

We zijn dus weer begonnen!
Volgende week werken we als cantorij mee aan de viering en we kunnen als gemeenteleden het komende seizoen, naast het bezoeken van de vieringen, ook weer meedoen aan tal van activiteiten die worden aangeboden in het gidsje  ‘Beweeg mee’,  waarin je een overzicht vindt van het komende seizoen: je kunt het hier online inzien.

* pastor Geertje van der Meer en dominee Sybrand van Dijk

Eerdere blogs over mijn Zumba-strapatzen:
12 december 2019 – Zumba 50+ 
25 april 2020- Zumba 50+, maar niet op internet
29 april 2025 – Gastles

Reageren

30 augustus: We trekken de tentpinnen uit de grond.

‘Met weemoed in het hart nemen we die morgen afscheid van de Jacobskerk als locatie voor de zondagse eredienst: het is de laatste kerkdienst die daar wordt gehouden.’
Deze aankondiging stond de afgelopen week op de website van onze PKN-gemeente.
Als je al langer met mij meeleest, weet je dat Gerard en ik kerken in Roden, maar wij gingen ook graag naar Roderwolde.
Als je ‘Roderwolde’ intikt bij de zoekfunctie op deze website vind je meer dan 80 blogs…..

Gemengde gevoelens dus.
Die in de laatste viering heel mooi onder woorden werden gebracht door voorganger Sybrand van Dijk.
Hij begon met de geschiedenis van de kerk. In 1080 gaf de bisschop toestemming om een kerk te bouwen in Roderwolde; we kijken dus terug op bijna duizend jaar Jacobskerk.
Wat heeft het ons opgeleverd? Heeft het er toe gedaan?
In zijn overdenking vergeleek de dominee het met het bekende beeld van een grote steen in een rivier.
Die steen heeft zelf geen idee dat het water door zijn ligging een andere weg gaat dan wanneer hij er niet zou liggen.
Je weet niet wat de impact is van een kerk. Een tipje van de sluier werd opgelicht door de herinneringen* van gemeenteleden die in de viering werden voorgelezen.
Je weet als mens ook niet of je er toe doet.
Wij kregen vanmorgen de boodschap mee om vertrouwen te hebben in onszelf: je doet er toe op je eigen manier.
In het dankgebed werden een heleboel mensen genoemd die er voor de kerkgemeenschap in Roderwolde toe gedaan hebben.
Kosters, schoonmakers, dominees, organisten, roostermakers, kerkenraadsleden, bloemendienst-  en bezoekvrijwilligers: ieder van hen was een ‘stukje kerk’ samen met de gemeenteleden.
Zo hebben bijna duizend jaar talloze mensen er voor gezorgd dat de drempel onder de voordeur in het midden is uitgesleten.
Op de orde van dienst stond: ‘Na 196 jaar op deze plek en 942 jaar in Roderwolde, trekt de kerkelijke gemeente de tentpinnen uit de grond en trekt verder.’

Aan het einde van de viering was er nog een toespraak van de achter-achter-kleinzoon van Johann Christoph Schönfeld die van 1802 tot 1841 dominee was in Roderwolde.
Hij heeft er voor gezorgd dat er in 1831 een nieuwe kerk werd gebouwd; Schönfeld ging als dominee destijds voor in de eerste dienst in de nieuwe kerk.
De oude kerk stond namelijk op een terp in het landschap zo’n 750 meter zuidelijker, maar door het inklinken van de veengronden rondom de terp stond het land om de kerk heen regelmatig onder water, zodat het gebouw (vooral in de winter) amper te bereiken was.

….bijzonder gebak…

Dit verhaal was een mooie aanvulling op deze toch al bijzondere viering.
Bij het uitgaan van de kerk droeg Rosemary Boerema de oude statenbijbel de kerk uit: die krijgt een plekje in de Catharinakerk in Roden.
Na de viering was er koffie met bijzonder gebak en alle tijd om na te praten.

Toen we weer op de fiets stapten moest ik natuurlijk op zoek naar de plek waar de oude kerk heeft gestaan.
750 meter zuidelijker vonden we, op een kleine verhoging in het landschap, het oude kerkhof.
Ik voelde me een ‘stofje aan de weegschaal’**.

* Ook ik had wat herinneringen verstuurd aan Sybrand: die kun je hier lezen.
** Stof in de wind

Reageren

16 augustus: Ophouden.

Vandaag is de geboortedag van mijn vader; de datum blijft natuurlijk voor mij voor altijd met hem verbonden.
Vanmorgen in de kerkdienst moest ik aan mijn vader denken door wat dominee Sybrand van Dijk zei over de zondag.
De rustdag.
Dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is.
Mijn vader groeide op in een streng gereformeerd gezin en vond als kind de zondag de ergste dag van de week.
Twee keer een ellenlange dienst waar hij niets van begreep en dan een dag waarop je niks mocht doen.
Lastig als lezen niet je hobby is en je een druk jongetje bent.
Verveel, verveel, verveel.
Hij had zich voorgenomen om dat later in zijn eigen gezin anders te doen.
In mijn jeugd was de zondag een vrije dag waar weliswaar de eredienst op de zondagmorgen bij hoorde, maar de dag werd verder gebruikt voor spelletjes doen, lezen, fietsen & wandelen, op familiebezoek, zwemmen, maar ook ’s avonds naar de bioscoop behoorde tot de mogelijkheden voor ons als jongeren.
Zo werd de zondag voor ons een rustpunt in de week.

Naast de zondagsrust ging het vanmorgen ook over onze houding tegenover vreemdelingen. We hoorden dat Jezus zeer bot en onvriendelijk reageert op een buitenlandse vrouw door te zeggen dat het brood voor de kinderen (het volk Israël) bedoeld is en niet voor de honden (de buitenlanders). Voor Jezus is het, net als voor ons, kennelijk moeilijk is om over de eigen muren heen te kijken.
Het is te danken aan de reactie van die vrouw “Maar de honden eten immers ook de kruimels die de kinderen laten vallen….” dat Jezus niet blijft volharden in zijn afwijzing.

Het werkwoord dat bij het Hebreeuwse woord sabbat hoort is vertaald ‘ophouden’.
Ophouden met de dagelijkse/wekelijkse beslommering.
Ophouden met maar malen over werk, eten, huishouding, het nieuws.
Ophouden met onszelf als middelpunt van het heelal te zien, maar de dingen eens vanuit een ander perspectief te zien.
Een mooi voorbeeld daarvan noemde Sybrand in zijn introductie op het thema van de viering: wij hebben het over de zonsverduistering die afgelopen week zoveel aandacht kreeg, maar als je vanuit de ruimte kijkt werd de aarde verduisterd.
Zijn wij normaal?
Of zijn de vreemdelingen in ons midden normaal en zijn wij raar?
We kennen allemaal het gevoel dat je overvalt als je kijkt naar een groepje vrouwen met een hoofddoek die onderling Arabisch praten, maar als je er tussen in gaat zitten, samen thee drinkt en in gesprek gaat ontstaat er onderling begrip omdat zij ook gewoon mensen zijn.
En wat is gewoon en wat is raar?
Goed idee om de zondag te gebruiken om daar eens over na te denken.

Nog wat handvaten nodig bij dat nadenken?
Als ‘service van de zaak’ een klein overzichtje van verhalen uit het verleden over deze controversiële schriftlezing:
* 2019 – Je krijgt de zegen mee. 
* 2020 – Niemand heeft er voor gekozen
* 2023 – Hoe voed je een hond op?
* 2024 – Kruimkens

Reageren

26 juli: Voortschrijdend inzicht.

Vanmorgen zongen we in de viering van onze PKN-gemeente psalm 68, het 7e couplet ‘God zij geprezen met ontzag’; de bijbel in een notendop, zoek het maar eens op.
Het is gezongen in onze trouwdienst en in alle drie de doopdiensten van onze dochters.
Ik ken de 12 regels uit mijn hoofd en in nare situaties (vlak voor een operatie of in spannende situaties) helpt de tekst mij; als een soort mantra laat ik de woorden zin voor zin voorbijkomen in mijn hoofd. Zo’n mantra helpt als je je moet concentreren omdat je bijvoorbeeld stil moet liggen; denk aan die staaroperatie, waarbij ik mijn hoofd een half uur absoluut niet mocht bewegen.
Dit ‘concentreren met een mantra’ leerde ik van dominee Bart Elbert, die vaak vervelende onderzoeken voor zijn oren moest ondergaan.
Het is voor mij waardevol om dit mantra af en toe met de gemeente te zingen.

Voorganger was vanmorgen dominee Harm Jan Meijer.
Hij was tot 2015 voorganger van onze gemeente, hij is nu met emeritaat en gaat af en toe nog voor.
Het was weer als vanouds.
Het thema was ‘die ons in ruimte heeft gezet’, een zin die we hadden gezongen in bovengenoemd couplet.
Daar had Harm Jan in 2021 ook al eens een verhaal over verteld.
Het is interessant om het blog dat ik daarover schreef nog eens terug te lezen: het is een mooie aanvulling op de dienst van vanmorgen.

Hij schetste de huidige situatie in de wereld en wat wij daar als christenen tegenwoordig toch mee aan moeten.
Hij haalde daarbij de godsdienstfilosoof Martin Buber die o.a. dit zei over religie:

Iedere religie vindt zijn oorsprong in een openbaring. 
Geen enkele religie is de absolute waarheid,
geen enkele religie is een op aard afgedaald stukje hemel.
Iedere religie is een huis van de naar god verlangende mensenziel; een huis met vensters en zonder deuren.
Ik behoef slechts een venster te openen om Gods licht te laten binnendringen.

Dit gedeelte sprak mij in het bijzonder aan, omdat ik me de tijd nog goed kan herinneren waarin de afzonderlijke geloofsgemeenschappen elkaar te vuur en te zwaard bevochten, omdat ieder er van overtuigd was ‘het enige ware geloof aan te hangen.’
Als je in de geschiedenis kijkt waar ‘geloven’ vandaan komt, was dat in de pré-historie het zoeken naar een verklaring voor zaken die niet begrepen werden.
Denk daarbij aan beweging van planeten/sterren, vulkaanuitbarstingen en bliksem. Die verschijnselen werden toegeschreven aan hogere machten.
Dit geloof hielp de mensen de wereld te begrijpen.
Als kind heb ik me altijd afgevraagd hoe het dan toch moest met al die mensen die in andere delen van de wereld woonden en een ander geloof aanhingen.
Als je daar toch was geboren, dan wist je toch niet beter?
55 jaar later is het hervormde meisje dat opgroeide in de jaren ’60 blij met zo’n verhaal van iemand die 10 jaar ouder is.

Na afloop van de viering werd ik aangesproken door een gemeentelid dat aan Daniël Lohues had moeten denken.
Ik ook!
Die zingt in het lied ‘Laot mij maor lopen’: “Want a’j niet weten waor a’j weg komt, wee’j ok niet waor a’j hen gaot”.
En zo is’t.

Benieuwd naar de viering?
Kerkomroep.
YouTube

Reageren

20 juli: Onkruid & emmers.

Als je al je hele leven naar de kerk gaat hoor je natuurlijk wel vaker een preek over dezelfde schriftlezing.
Gistermorgen bijvoorbeeld lazen we de gelijkenis uit Mattheüs 13 waarin Jezus vertelt over een man die goed zaad zaaide; maar ’s nachts kwam er iemand die er onkruid bij zaaide. De eigenaar van de akker wiedde het onkruid er niet gelijk uit, maar scheidde het graan pas van het onkruid bij de oogst.
De verhalen/preken van voorgaande jaren onthoud je niet allemaal, maar wie schrijft, die blijft, dus ik kan soms een viering of een preek terughalen omdat ik er een blog over heb geschreven.
Daarom verwijs ik, als het gaat om de essentie van de overdenking gistermorgen naar het blog ‘Geen boven- en onderkant’ van zes jaar geleden, waar ik een lied van Daniël Lohues bij aanhaalde.

Uit de viering van  gistermorgen neem ik het spiegelverhaal mee, dat voorganger Sybrand van Dijk aan het begin van de dienst vertelde.

Een waterdrager in India had twee grote emmers. Elke emmer hing aan één kant van een juk dat hij over zijn schouders droeg. Eén van de emmers had een barst en de andere emmer was in perfecte staat. Terwijl de goede emmer aan het einde van de lange weg tussen de rivier en zijn huis een volle portie water afleverde, was tegen die tijd de gebarsten emmer nog maar halfvol.

De goede emmer was bijzonder trots op zijn prestaties omdat hij perfect voldeed aan het doel waarvoor hij gemaakt was. Maar de arme gebarsten emmer was beschaamd om zijn gebrek en voelde zich ellendig omdat hij maar de helft kon presteren van wat men van hem had mogen verwachten. Op een dag begon de emmer te praten.
“Ik schaam me voor mezelf en ik wil me bij jou verontschuldigen omdat ik steeds maar een halve portie water af kan leveren. Door die barst in mijn zijwand verlies ik voortdurend water onderweg naar huis”.

De waterdrager kreeg medelijden met de oude gebarsten emmer. Hij zei: “Als we straks teruggaan naar huis moet je eens goed op de bermen letten.”
Toen ze de heuvel opliepen zag de gebarsten emmer prachtige wilde bloemen langs de kant van de weg. De waterdrager zei: “Die bloemen groeien alleen maar aan jouw kant van de weg, want ik heb daar bloemzaadjes geplant. Elke keer als we terugkwamen van de rivier heb jij ze water gegeven.”

Wij zijn eigenlijk allemaal gebarsten emmers; ieder van ons heeft immers zijn eigen ‘lekken’.
Niemand is perfect en het leven is ook nooit helemaal perfect.
Als we kijken met mensenogen zien we onkruid; wij vinden iets onkruid als het ergens groeit waar wij het niet willen hebben.
Maar een bij ziet geen verschil tussen bloemen en onkruid…….

Reageren

5 juli: Het lied centraal.

Voor de vierde keer mochten Gerard en ik dit jaar een ‘zomer-zangdienst’ organiseren waarin het lied centraal staat.
Van te voren hadden we via een beamer-advertentie én een oproep in Kerknieuws gemeenteleden gevraagd om hun lievelingslied in te sturen, het liefst vergezeld van een verhaal waarom het lied veel voor hen betekent.
In zo’n viering is geen predikant en dus ook geen preek; de inhoud komt van de persoonlijke verhalen van mensen.
De diversiteit was groot vanmorgen.
Er is dan ruimte voor ‘anders-dan-anders’-muziek en die wijkt soms af van wat wij op gewone zondagen doen in de kerk.

Een paar onderdelen licht ik er uit.
Sietse nam ons in gedachten mee terug naar de coronaperiode, toen we niet naar de kerk mochten.
Hij had destijds veel gehad aan een lied geschreven door Ds. Troost; het verwoordt het verlangen naar samenzijn, zingen en troost in de kerk wanneer dat door omstandigheden niet kan.
We zongen het op de melodie van psalm 42: klik hier voor de tekst.
Verder hoorden we gistermorgen het lied ‘My Lighthouse’ van Rend collective (aangevraagd door Fokelien) maar ook ‘Al je haren zijn geteld’ van Elly & Rikkert (gaat over onze trouwtekst). Organist Erwin Wiersinga liet ons kennismaken met twee korte orgelbewerkingen van de overbekende Psalm 42, die hij inleidde met een korte toelichting.
Soms merk je wel dat een Opwekkingslied als ‘Door de kracht van Uw liefde’ niet vaak in onze gemeente wordt gezongen. Ook voor Erwin, die toch heel wat diploma’s heeft op muziek-gebied is dit wat zoeken. Mooi is dan zijn verbaasde blik als zoveel mensen het blijken te kennen en enthousiast meezingen….

Ieder beleeft de muziek in zo’n viering op zijn eigen manier.
Als voorbeeld daarvan beschrijf ik mijn gevoelens bij het lied ‘Ik zou wel eens willen weten van Jules de Corte.
Didi had het aangevraagd omdat we dat hadden gezongen bij ons aan de keukentafel*.
Dit lied is één van de eerste liedjes die ik als meisje van 12 jaar (1972) in mijn ‘Liedjesmap’ kreeg.
Mijn vader vond het een mooi lied en ik had de tekst opgeschreven met behulp van zijn bandrecorder: een stukje afspelen, opschrijven.
En wat heb ik het vaak gezongen!
Vanmorgen had ik dit lied én ‘Al je haren zijn geteld’ ook graag zelf willen zingen, maar mijn stem is na een zomergriepje niet om aan te horen.
Het klonk warm en ingetogen toen de hele gemeente het met pianobegeleiding van Erwin zong en ik was in tranen door ‘het lied op andere lippen’.

Tijdens het koffiedrinken kregen we veel reacties; het was een warme, ontroerende viering geweest en Gerard en ik werden uitvoerig bedankt voor onze inspanningen.
Maar dit soort kerkdiensten slaagt vooral omdat iedereen zijn steentje bijdraagt: het zegt iets over onze gemeente.
Iedereen die heeft meegewerkt vanmorgen: dank!

Wil je alle liederen én verhalen horen?
Je kunt de viering terugluisteren via Kerkomroep en via het You Tube-kanaal van onze kerk.

*Benieuwd naar het zingen aan onze keukentafel? Lees dan nog eens dit blog: ‘Niet accordeonnen.’

Reageren

11 juni: Groot samenspel.

Weet je nog dat ik schreef over de laatste repetitie van de cantorij? Cantor Karel nodigde iedereen die dat wilde uit om mee te zingen/spelen onder de noemer ‘Groot Samenspel’.
Dinsdagavond 9 juni liepen er om 19.15 uur al heel wat zangers in de kerkzaal en toen we gingen inzingen stond er toch een groot koor!
En ook een orkestje: twee dwarsfluiten, een cello, een saxofoon en een gitaar.
We begonnen met de vrolijke canon ‘Het is zomer’ en het klonk gelijk al  als een klok.
Ook het Taizélied ‘Benedictus qui venit’ dat we daarna zongen konden we al vrij snel meerstemmig zingen.
Tweestemmig zongen we het ‘Abide with me’; Karel stelde voor omdat elkaar toe te zingen.
De bassen+tenoren gingen op het podium staan mét de instrumenten die hun stem begeleidden, de sopranen+alten bleven in de zaal zitten.
Een bijzonder ervaring, het zorgde bij mij voor een kriebeltje van ontroering.

klik op deze afbeelding voor een vergroting.

Karel was dinsdag in topvorm én in een opperbest humeur.
In de pauze, toen we van de gastzangers complimenten hoorden over Karel, dat hij zo vrolijk was en snel tevreden, moesten we dat als cantorijleden toch wel wat nuanceren…..
“Hij is op de gewone repetities echt wel veel strenger, hoor. We mogen niet onderuitgezakt zitten ‘rechtop en niét met je benen over elkaar, dat is niet goed voor je longen, die moeten de ruimte hebben.” En dan hebben we het nog niet gehad over het oeverloos herhalen van de Engelse uitspraak en de keren dat er wordt afgeslagen omdat de inzet niet gelijk was…..

Het was een feestje; voor Karel, voor de gasten, het orkestje en ook voor ons cantorijleden.
Karel wilde de genodigden graag laten meebeleven hoe het is als je meerstemmig met elkaar zingt, hoe het is om in een koor te zingen. Dat je kunt genieten van het samen musiceren.
Het plezier in het samen muziek maken en zingen staat bij mij ook altijd hoog in het vaandel en ik heb er dinsdagavond van genoten!
Niet als alt in het koor maar in het orkestje als gitarist; ik zat naast Rieke die cello speelde.

Als ik deze woorden zit te typen is het dinsdagavond 9 juni 22.30 uur.
De vingertoppen van mijn linkerhand doen zeer; dat komt van het gitaarspelen.
Nu ik me al een aantal maanden vooral bezig houd met het bespelen van de altblokfluit, is het gitaarspelen wat op de achtergrond geraakt. Nu verleer je het spelen van akkoorden echt niet meer als je dat al vijftig jaar hebt gedaan, maar de eeltkussentjes die ik op mijn vingers had van het vele spelen zijn er niet meer.
Dat was dus wel eens weer goed; in oktober is de jaarlijkse Taizé-vesper, dan wil daar graag weer met m’n gitaar om m’n nek in het combo spelen.

Weet je wat leuk is?
Het hele feestelijke ‘Groot Samenspel’ is opgenomen op Kerkomroep (met dank aan Zwanny!): je kunt het dus terugkijken/luisteren.
Nog even nagenieten of meegenieten…. hierbij een link

Reageren

5 juni: Niet accordeonnen.

Op de activiteitenmarkt van onze PKN-gemeente had ik de kavel ‘samen musiceren’ aangeboden; deze activiteit was door twee mensen ‘gekocht’: Geert en Piety.
Toen ik met Geert een afspraak maakte voor donderdag 4 juni wekte hij de indruk dat hij zijn accordeon mee zou nemen.
Prima idee, we zouden samen gaan accordeonnen; hij had het instrument al een tijdje niet meer bespeeld en ik wil graag met een ander samen spelen.
In mei belde Geert. “Mag ik wat mensen meenemen?”
Tuurlijk, altijd.
Didi en Saakje wilden ook graag mee komen. O, en trouwens, zijn partner Alie ook,

Toen ik ze gistermiddag binnenliet, bleek dat Geert geen accordeon had meegenomen.
“Ja… neee…. mijn goede accordeon heb ik aan mijn kleindochter gegeven….. en die ouwe, ach, ik heb al minstens een jaar niet gespeeld….. weet niet eens precies waar hij staat…”
Geert wilde liever gewoon genieten van muziek/zingen met de anderen.
Dan ziet zo’n middag er ineens anders uit dan ik me had voorgesteld, maar dat mocht de pret niet drukken: we gingen er een mooie middag van maken.

We begonnen even met een klein rondje: heb je vroeger aan muziek gedaan, zat je op koren enzo?
Mooie verhalen: over kinderkoor ‘Van knop tot bloem’ in Stadskanaal, 25 jaar zingen bij Marturion in Bovensmilde en tenor zingen bij de cantorij ‘bij Mini’, maar later als bas naar het Rodens Christelijk Gemengd Koor.
En wat gingen we zingen? Ik ben altijd overal voor in, dus het werd een soort ‘roept u maar’.
Ubi caritas bijvoorbeeld.
En ‘Ga met God en Hij zal met je zijn’.
Maar ook ‘Ik zou wel eens willen weten’ van Jules de Corte.
En ‘Zilverdraden tussen ’t goud’, tweestemmig.
Soms begeleidde ik met de accordeon, soms met de gitaar en soms zongen we á capella.
En canons ook! Bijvoorbeeld De wielewaal & De uil zat in de olmen.
‘Het dorp’ van Wim Sonneveld kon ik niet spelen, maar ‘Het kleine café aan de haven’ weer wel……
En verder was het eigenlijk net als bij Holy Stitch: je hangt zo’n bijeenkomst op aan een thema zoals handwerken of in dit geval muziek, maar het gaat ook om de onderlinge ontmoeting.
Er was thee/koffie, ik had cupcakes met appel en kaneel gebakken en voor bij het 2e kopje had Alie een doos chocolaadjes mee.
De hele tafel lag vol oude muziekmappen, teksten en liedboeken en tussen het zingen door was het erg gezellig.

Na afloop werd ik uitvoerig bedankt door Geert en consorten, maar eigenlijk moet ik hen bedanken, want ik geniet ontzettend van onbekommerd met elkaar zingen.
Natuurlijk: het was echt niet allemaal top-kwaliteit, maar we hebben wel met heel veel plezier samen gezongen, gepraat over liederen, wat muziek voor je kan betekenen en over zingen bij een koor.

Met Geert heb ik afgesproken dat hij nog een keer alleen komt, mét zijn accordeon.
En met Piety, die mijn aanbieding ook had gekocht, ga ik binnenkort ook weer eens samen spelen.
Dat deden we al eerder…. lees dit blog maar eens.

Reageren

17 mei: Gemeenzaamheid.

Vandaag is een beetje een ’tussen-wal-en-schip’-zondag, zo tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren.
Deze zondag wordt ‘wezenzondag’ genoemd: Jezus heeft met zijn Hemelvaart zijn discipelen verlaten en de Heilige geest is nog niet uitgestort, dat vieren we immers pas volgende week.
Vanmorgen ging Diete Kits uit Bovensmilde voor in de viering.
Zij ging in haar overdenking wat dieper in op het aspect ‘wees’.
Je bent een wees als je geen ouders meer hebt.
Mijn vader zei dat letterlijk toen zijn vader overleed in 1982: “Nu ben ik wees.”
Hij was toen zelf in augustus 50 jaar geworden, ik was 22. Het woord ‘wees’ had ik altijd gekoppeld aan ‘kinderen’, dus aan het beeld van een volwassen man als wees moest ik destijds erg wennen.
Dat kwam vanmorgen weer even in mijn herinnering toen de voorganger dit gegeven ook aanhaalde in haar overdenking: je bent wees als je ouders er niet meer zijn.
En dat je je ‘verweesd’ kunt voelen als iemand waar je heel veel van hebt gehouden en die veel voor jou heeft betekend er niet meer is.

Afbeelding: whatsyourgrief.com

De leerlingen van Jezus voelden zich na die eerste hemelvaartsdag ook zo.
En ze moeten verder, net als wij na een groot verlies.
We hoorden vanmorgen dat verdriet niet kleiner wordt, maar dat jouw leven langzaam om dat verdriet heen groeit.
De dominee liet daarbij een plaatje zien, dat mij bekend voorkwam; ik had er zelfs al eens over geblogd*.
Dat was naar aanleiding van een ontroerend blog van Annemarie van de website ‘Dagelijkse onzindingen’*, die deze afbeelding liet zien bij een blog over haar eigen rouwverwerking. Haar man was toen bijna twee jaar geleden overleden en iemand had gedacht ‘dat het nu toch wel haast over zou zijn….’
Het plaatje zegt alles:
‘Mensen denken dat rouw minder wordt gedurende de tijd.
Wat echt gebeurt is dat we groeien om ons verdriet heen.’

Na zo’n verlies moet je weer op eigen benen proberen te staan.
Daarbij helpt het niet om te blijven staren op wat vroeger was.
De discipelen realiseerden zich: ‘Jezus is niet meer aanwezig, maar dat wil niet zeggen dat alles weg is. We moeten nu leven met wat Hij ons heeft doorgegeven’ en gingen aan de slag.
De predikant wees ons vanmorgen op de liefde in bijbelse zin en introduceerde het woord ‘gemeenzaamheid’: betrokkenheid bij én verantwoordelijkheid voor elkaar en het goede voor andere mensen op het oog hebben.
In kerkdiensten, het gezamenlijk bidden en in onderlinge gesprekken/contacten deel je met elkaar wat je bezig houdt: verdriet, maar ook blijdschap en wat het geloof voor jou betekent.
En in delen ontstaat gemeenzaamheid: aandacht hebben voor mensen, dieren en planten, elkaar respecteren, behoeden en bewaren.
En is dat niet de boodschap van iedere zondag?

Nog even iets heel anders:
Dea vroeg vanmorgen aandacht voor de actie ‘De zwijgende meerderheid – Wij zijn met meer’ van Oxfam Novib.
Als reactie op het geweld van extreem rechts kun je een kaartje sturen naar AZC Loosdrecht, Rading 1, 1231 KB Loosdrecht.
Vanmiddag op de bus gedaan.

Wil je het verhaal van Diete Kits ook horen?
Je kunt de viering terugluisteren op Kerkomroep en het YouTube-kanaal 

* Klik hier om dat blog te lezen. Daarop vind je ook een link naar het verhaal van Annemarie.

Reageren

Pagina 1 van 59

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén