Als het gaat over de waarde van mijn dagen, dan wordt die in deze week voornamelijk bepaald door de ziekenhuisopname van Gerard.
Gistermorgen reden er geen bussen en het KNMI had code oranje afgegeven; wij moesten om 09.00 uur bij het UMCG zijn.
Gelukkig viel het erg mee op de weg en ook in het ziekenhuis verliep alles soepeltjes: voor de middag was er al een bed beschikbaar en in de loop van de middag gaf de hematoloog groen licht: de behandeling kon beginnen.
Tot nu toe (dinsdagavond) gaat het goed.
Verder kan er nog niet heel veel over gezegd worden; het medisch personeel houdt Gerard goed in de gaten met regelmatige controles en testjes en we hopen vurig dat deze behandeling aanslaat.
In dit verband gebruiken we wel eens de woorden ‘we zijn aan de goden overgeleverd’; een uitdrukking die niet heel veel goeds betekent en goed aangeeft hoe het leven kan voelen.
Wie zijn dan die goden?
De hematoloog die deze kuur inzet in de strijd tegen Kahler?
De politici die de regelgeving omtrent vergoedingen van medicijnen aansturen?
De verzekeraars die bepalen of een medicijn al dan niet wordt vergoed?
De farmaceutische industrie die graag betere medicatie wil ontwikkelen, maar die tegen grote financiële en logistieke uitdagingen aan loopt?
Met andere woorden ‘Wie gaat dat betalen, zoete, lieve Gerritje?’
Of God, het hoogste Adres?
We weten ons gedragen door het warme medeleven en de voorbeden van de mensen die deel uitmaken van de maatschappelijke kringen waarin wij ons bewegen: gezin, familie, vrienden, kerk en buurt.
In dit verband kregen we van Dick een mooi lied toegestuurd.
Het wordt uitgevoerd door Cor Bakker en Thomas Oliemans, hierbij een link naar de uitvoering op You Tube van Podium Klassiek van de NTR.
De muziek is van Louis van Dijk, de tekst is geschreven door Ivo de Wijs.
Ik
Ik heb als kind geleerd
Wat goed was en verkeerd
En ook van de drie-eenheid: hoop, geloof en liefde, maar -|
helaas
Helaas
Verloor ik ’t idee
Dat al ons wel en wee
Bestuurd wordt en gestuurd wordt door een Iets of door een
Grote Baas
En ik
Ik had de liefde lief
Misschien wat te naïef
Want ach, wie ik beminde was ik na een tijd
En tot mijn spijt
Weer kwijt.
En tja
Zo werd ik blind en doof
Geen liefde, geen geloof
Maar wat ik van m’n leven niet verliezen kan, is hoop – is hoop
De hoop
Op straks en op daarna
De hoop van: ja, hoera
De hoop die zachtjes zegt: Schep moed
Al wat je doet
Komt goed, gaat goed
De hoop
Van eeuwen aan ’n stuk
Van wereldwijd geluk
De hoop die zegt: Het komt terecht – dus zit niet bij de pakken neer
De hoop
Die zegt: Ik ben er morgen weer
Geef een reactie