Als het gaat over mijn broer en mij dan constateren de mensen om ons heen vaak dat we zo van elkaar verschillen.
En dat is niet alleen zo bij ons, maar ook in de kring van de broers en zussen van Gerard zijn er grote verschillen.
Je bent als kind een product van vier families: die van je vier grootouders, in mijn geval Vrieswijk, Pasveer, Boelen en Alting.
Je draagt als broer en zus stukjes in je van die 4 families en de mix daarvan levert kennelijk van elkaar verschillende personen op.

Dit gegeven kwam bij mij op bij het lezen van het boek ‘Het zwijgen van Maria Zachea’.
Daar had ik al vaak iets over gehoord en toen ik de titel zag in één van de stellingen van de Roder Boekenmarkt nam ik het mee.
In drie dagen had ik het uit.
Wat is het eigenlijk voor boek?
Het is geschreven door de journaliste Judith Koelemeijer.
Toen haar oma werd getroffen door een hersenbloeding was zij eenentwintig; ze had niet een heel goede band met haar oma.
‘Oma had dertien kinderen grootgebracht, dat vond ze meer dan genoeg.’
Oma werd door haar dertien kinderen na haar hersenbloeding acht jaar lang thuis verzorgd.
Het bijzondere was dat oma op en duur geen woord meer zei, maar ook over het verzorgen van hun moeder werd door haar ooms en tantes niet gepraat.
Eigenlijk werd er in de familie Koelemeijer überhaupt niet met elkaar gepraat.
Judith schrijft een boek over dit gegeven door met alle kinderen van oma in gesprek te gaan.

Gefascineerd had ik aan het begin bij de inhoudsopgave van het boek het lijstje met namen en jaartallen bestudeerd.
De oudste geboren in 1934, de jongste in 1953.
Wat je leest is de geschiedenis van Nederland voor en na de Tweede Wereldoorlog.
De kinderen worden amper aangehaald en/of geknuffeld: “Niet zitten janken, ga maar wat doen.”
Meisjes moeten meehelpen in de huishouding, alleen hele slimme kinderen mogen doorleren.
Seksuele voorlichting krijgen de kinderen niet, ze leren hooguit wat van elkaar.
Als de oudste broer Jos op 19-jarige leeftijd overlijdt wordt daar niet over gepraat.
De maatschappij verandert in rap tempo, de jongere kinderen zetten zich af tegen het Katholieke geloof  en in het gezin is er een groot verschil tussen ‘de werkers’ en ‘de intellectuelen’.
De jongste kinderen groeien op in economisch betere tijden, dus ze mogen veel meer dan hun oudere broers en zussen omdat ze nu eenmaal in een andere tijd zijn opgevoed.

Mijn moeder kwam uit een Hervormd gezin met 10 kinderen, mijn vader uit een Gereformeerd gezin met 5 kinderen.
Ook daar waren de verschillen tussen de broers en zussen enorm en werd ook niet gepraat.
Tijdens het lezen van dit boek werd ik getroffen door de herkenbaarheid van de verhalen van de afzonderlijke broers en zussen.
Het boek is voor veel families de aanzet geweest om het gezamenlijke gezinsverleden bespreekbaar te maken; wat fantastisch dat je dat met het schrijven van een boek kunt bereiken.
We mogen de familie Koelemeijer wel bedanken voor hun openhartigheid!