In het jaar 2025 hadden wij een scheurkalender van Onze Taal. Er waren een paar categorieën die ik met meer interesse las en één daarvan was ‘Geoniemen’.
Een geoniem is een woord dat is afgeleid van een aardrijkskundige naam.
Een paar bekende voorbeelden zijn bikini, vernoemd naar het eilandje Bikini of champagne, vernoemd naar de Franse regio Champagne.
Een woord dus, dat een geografische oorsprong heeft.

Een aantal blaadjes van die scheurkalender heb ik bewaard omdat ik ze leuk genoeg vond om er in een blog over te schrijven.
Het woord magneet bijvoorbeeld is een geoniem.
Magneten waren al in de 8e eeuw voor Christus bekend in Griekenland en Klein Azië.
Het ging dan om natuurlijke magneten in de vorm van stukken magneetsteen, tegenwoordig magnetiet of magneetijzersteen genaamd.
Het oude Grieks had daarvoor verschillende namen: magnesie lithos of magnetis lithos,  dat ‘steen uit Magnesia’ betekende.
Magneetsteen werd namelijk vooral gevonden bij Magnesia, het huidige Manisa in het westen van Turkije.

Ook het woord walnoot is een geoniem.
De Romeinen namen de walnootboom vanuit Azië mee naar Italië en vervolgens ook naar Duitsland en Frankrijk.
Toen de Germaanse volkeren de walnoot leerden kennen, was die voor hen dus van Romaanse oorsprong.
Daarom kreeg hij de naam die neerkwam op ‘Waalse noot’ oftewel ‘noot uit het land van de Walen (Gallië en Italië), ter onderscheiding van de hazelnoot, die inheems was.

Een meer bekend geoniem is het woord geiser.
In het zuiden van IJsland, aan de voet van een grote gletsjer, ligt de beroemdste hete springbron ter wereld: de Geysir.

Geysir

Die IJslandse Geysir was al aan het begin van de 17e eeuw wereldberoemd; de naam betekent in het IJslands gutser/spuiter.
De bekendheid van deze heetwaterbron was zo groot, dat ‘geiser’ aan het eind van de 18e eeuw in Europa een algemene aanduiding was geworden voor ‘hete springbron’.
In de loopt van de negentiende eeuw kwam de betekenis ‘waterverwarmingstoestel’ daarbij.

De laatste is de zeer bekende leersoort suède.
Suède is een verkorting van peau de Suède, oftewel huid uit Zweden.
Het is fijn leer waarvan de zogeheten vleeszijde wordt geslepen; daardoor voelt het aan als fluweel.
Het wordt gemaakt van lichte kalfs-, geiten- of schapenvellen, die met chroomzout worden gelooid. Suède is een Franse uitvinding uit het begin van de 19e eeuw.
De Fransen gebruikten het aanvankelijk alleen voor handschoenen, zogenaamde gants de suède, die heetten zo, omdat ze vooral in Zweden, maar ook in Denemarken vervaardigd werden.

Zo leuk om te lezen waar woorden vandaan komen!
Volgend jaar misschien toch weer een taalkalender…?