Op de ochtend van onze royalty-dag naar paleis Soestdijk vertrokken we ruim op tijd naar het midden van het land, maar we hadden totaal geen oponthoud: om 10.35 uur reden we de nog bijna lege parkeerplaats
bij het paleis op. Drie Drentse vrouwen en het was al 10.00 uur geweest: “Ik hoop dat we daar al wel vast ergens koffie kunnen drinken….”
Maar gelukkig: we konden al wel een kaartje kopen.
We kregen alleen geen kaartje, maar een muntje: dat moesten we inleveren als we bij het Paleis naar binnen gingen.
Maar wij moesten eerst koffie.
We liepen richting ‘De Oranjerie‘ en die was gelukkig al open.
“Willen we er ook iets bij?”
De vraag stellen is haar beantwoorden, dus even laten stonden we likkebaardend voor een vitrine met gebak: chocoladetaart, appelgebak of een soort soes.

De ‘soes’ was heerlijk.
Je hoeft maar naar de afbeeldingen hiernaast te kijken en je snapt wat ik bedoel.
Later tijdens de tentoonstelling kwamen we het verhaal achter het lekkere gebakje tegen.
Toen bleek dat wij toch wel provinciaaltjes zijn; het was geen soes, het was geen gebakje, maar een TAARTJE!
Het blijkt dat men in adellijke kringen spreekt van een taartje. Gebakje is voor het gewone volk.
Meer weten over dit fenomeen? Hierbij een link naar een artikel daarover op de website van ‘Onze Taal’.
Links zie je een afbeelding van (een deel van) het informatiebord over dit bijzondere taartje dat Robèrt van Beckhoven maakte voor deze tentoonstelling.
Daarin wordt uitgelegd hoe het kwam dat Willem de Zwijger vorst werd van het prinsdom Orange.
Het Huis van Oranje is aan de titel ‘Oranje’ gekomen, omdat Willem op 11-jarige leeftijd de bezittingen en titels erfde van zijn kinderloze neef, René van Chalon.
Dat behelsde ondermeer het Prinsdom Orange: een klein, onafhankelijk gebied nabij de stad Orange in Zuid-Frankrijk.
Door deze erfenis werd ‘de vader des vaderlands’ de nieuwe prins van Oranje; hij voegde de titel toe aan zijn familienaam Nassau. Vanaf toen werd hij Willem van Oranje-Nassau genoemd.
De koffie met taartje was ons zo goed bevallen dat we ook voor de lunch naar ‘De Oranjerie’ gingen.
Daarvoor moesten we het paleis even verlaten; voor de terugkeer kreeg je een stempel op je hand.
Het leek wel een disco uit de jaren ’70; muntjes, stempels, het stond in schril contrast met de chique uitstraling die men in Baarn graag wilde oproepen.
Daar bestel je voor je lunch niet zomaar een kroketje, maar ‘een ambachtelijke pie’, een ‘quiche mediterranee’ en een ‘bouchee à la reine’.
Na de tentoonstelling liepen we om het paleis heen, bekeken de beelden in de tuin, maakten wat foto’s op het bruggetje en bedachten dat in die tuin heel wat iconische foto’s zijn gemaakt.
We sloten ons bezoek af met een kop thee in de Oranjerie. 
“Zullen we nog zo’n ……”
Het werd een schoteltje met een proeverijtje van Robèrt.
Met goud en zilver.
Drie mini-gebakjes.
O nee, taartjes.
Verrukkelijk.
Benieuwd naar de andere blogs over Soestdijk?
Hierbij een link naar deel 1, onder aan dat blog vind je een overzicht.
Geef een reactie