De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

17 juli: Een beetje….

In februari 2024 schreef ik over de renovatie* van de bovenverdieping van Casa Grada.
Er waren toen ook al plannen om de benedenverdieping aan te pakken, maar daarvoor moest er eerst weer gespaard worden. Inmiddels staat er weer genoeg op de ‘Westerbork-rekening’ om ook de begane grond aan te passen.
Er komt nieuwe vloerbedekking, we hebben nieuwe gordijnen uitgezocht en een olijfgroene hoekbank gekocht. Verder komt er een spik-splinter-nieuwe keuken in.

De huidige keuken

Met zo’n klus moet je op tijd beginnen te plannen, want dingen moeten geleverd, gelegd en geïnstalleerd worden.
Een paar weken geleden zaten we daarom al bij zo’n grote ‘keukenboer’ in Hoogeveen en zochten een nieuwe keuken uit: magnolia-witte kastjes, nieuwe apparatuur, antraciet aanrechtblad en mooie handgreepjes.

“Er komt nog iemand om uw keuken op te meten” werd er toen gezegd, maar het lastige met een woning die je verhuurt is dat je de gasten die in jouw huis zitten niet kunt opzadelen met een keukenopmeter, dus het was handig dat wij er dan zelf waren. “U wordt een dag van te voren gebeld hoe laat onze keukenopmeter langs komt.”
Maandagmiddag belde hij. “Ik ben morgenvroeg om 07.15 uur bij u.”
Gerard probeerde nog een grapje te maken: “Eeeh…. u weet dat het een vakantiehuis is?” maar dat was geen reden voor een andere tijd: om 07.15 uur stond hij voor de slagboom.

Als de keuken is opgemeten komt er nog een finale-gesprek met de leverancier van de keuken waarin alles nog eens wordt benoemd en bediscussieerd.
Dat gesprek vond plaats met een frisse, enthousiaste jonge man die bij alles riep “Helemaal prima.” “Dat is helemaal goed, ga ik voor u noteren”. “Dat gaat helemaal goedkomen!”
Wij speelden het toneelstukje vol overgave mee.
Dat wil zeggen: Gerard.
Die wisselde een kastje van 45 cm met een kastje van 50 cm om, zodat de afzuigkap 5 cm moest opschuiven en de uitsparing voor de kookplaat in het aanrechtblad ook 5 cm meer naar rechts moest. De jongeman zat met een rood hoofd alles 5 cm aan te passen op zijn computer-sheet, om er, toen alles was aangepast,  achter te komen dat de ladenverdeler ook nog 5 cm breder moest.
Twee hele uren hebben we daar gezeten en ik had mijn breiwerk niet bij me.
Wij hopen dat het ‘helemaal goed gaat komen’.

In de auto op de terugweg zat Gerard zich al te verheugen op de planning die hij nu kan gaan maken. “Als de keuken in week 48 wordt geleverd, dan zit hij er in week 49 wel in, dan moeten daarvóór de leidingen en stopcontacten worden aangepast en kan Dobben in week 50 met die vloeren en gordijnen aan de gang….”

En wat was de waarde van de dag?
De frisse jongeman had een pittige klant aan Gerard, want die weet zelf veel als het gaat om klussen en kan ook veel dingen zelf.
“Wat fijn dat u een beetje handig bent, meneer!”
Beetje is een understatement.
Maar hij is immers ook maar een beetje eigenwijs…… het gaat vast helemaal goed komen!

* blog uit 2024 over de renovatie van Casa Grada

Reageren

16 juli: Het vintage-gevoel.

Ieder jaar organiseer ik met schoonzus Ali een Aaltje-dag. We bezoeken een oude stad, of een museum: onderaan dit blog vind je een overzicht van wat we zoal deden.
Dit jaar leek het ons leuk om Ali en broer Roelof een etmaal uit te nodigen voor 24 uur Casa Grada. Aaltje-dag mét de mannen.
Deze midweek was ons huis in Westerbork nog vrij, het weer leek heel mooi te worden en zij hadden wel ruimte in hun agenda: welkom!

We begonnen dinsdagavond rond de koffie en eindigden gisteravond na de koffie: toen hadden we met z’n vieren genoten van het afsluitende etentje bij ‘De Ar’ in Westerbork.
Het mooie van zo’n 24-uurs-sessie is dat je alle tijd hebt om eens uitgebreid bij te praten.
Niet dat we elkaar niet gezien hadden de laatste maanden: bruiloften, verjaardagen, familiedag en Canada-reünie, maar dan zit je in groepen en heb je heel andere praat.

Willen we op Aaltje-dag nog wel eens een eind rijden en iets bijzonders bezoeken: deze keer hebben we vooral genoten van de rust. Lekker aan het water gezeten, meerkoeten en eendjes gespot, vissers aan de overkant bespied en uitgebreid ontbeten met z’n vieren met lekkere broodjes. Maar we hebben natuurlijk ook wel iets gedaan: zij hadden ook hun fietsen mee, dus we hebben zo’n 35 kilometer gefietst.

Drenten als toerist in hun eigen provincie.
Picknicken bij de Zwiggeltersluis aan het Oranjekanaal.
Even van de fiets af in Orvelte: het is hoogseizoen dus het was druk!
Op woensdag organiseren ze daar ‘Toes in Örvelte’: overal staan dan kraampjes en kun je kennismaken met oude ambachten, klederdracht, spelletjes en verhalen. Je kunt op verschillende plekken in het dorp zien hoe vroeger gewerkt werd. Van stoelenmatten en houtbranden tot knieperties bakken en wolverwerking.
Je kon bijvoorbeeld ook zien hoe vroeger touw werd gedraaid. Maar dat hoef je Roelof niet te vertellen, want die kan dat zelf. “En beter ok” vond hij lichtelijk eigenwijs.
Ali en ik bleven ook niet staan bij het knieperties bakken: dat doen we immers rond de jaarwisseling zelf ook.
En ook lichtelijk eigenwijs vonden wij “Die van ons zijn natuurlijk het lekkerst!”
Je kon ook sjoelen, maar ook dat doen we nog regelmatig bij ons thuis. Op een Homas-wedstrijdbak en bloedfanatiek.
Zo’n markt is natuurlijk hartstikke leuk, maar wij zijn niet de doelgroep…… er stond een kinderwagen uit 1957 buiten, die mocht je niet aanraken. Zo’n exemplaar uit 1959  in veel betere staat bij ons op zolder. Mij bekroop het gevoel dat wij zelf inmiddels het vintage-stadium hebben bereikt: in een curiosa-winkeltje stonden blikjes in de vitrine die bij mij in de kast staan!

De Aaltjes hadden ook mét hun mannen een geweldige Aaltje-dag.
Van het overvloedige ‘scharrelmenu’ dat Ali en ik met z’n tweeën bestelden bleef niets over, want als er Waninge-mannen meegaan…….

Benieuwd wat we deden op voorgaande Aaltje-dagen?
2025 Wat is een kaper (Verhildersum)
2024 Aaltjes en deuzie keersies (Klazienaveen)
2023 Aaltjes in Kampen
2022 Aaltje-pad in Smeerling & klooster Ter Apel
2021 Appingedam
2020 Zoutkamp & Peasens-Moddergat
2019 Groningen 
2018 Harderwijk – Marius van Dokkum
2017 Amsterdam –  Hermitage
2016 Deventer stadswandeling
2015 Zwolle stadswandeling

Reageren

15 juli: De erfgenamen.

Op Koningsdag liep ik met onze dochters boekhandel Daan Nijman binnen las de achterflap van een boek dat me intrigeerde.
De volgende dag zocht ik mijn boekenbonnen op en haalde het boek op.
Het heet ‘De erfgenamen’; het is geschreven door Anna Hope.
Je wordt meegenomen in een verhaal over een familie: vader, moeder, twee dochters, één zoon.
Het boek beschrijft  de vijf dagen rondom de uitvaart van vader Philip Brooke en je leest hoe die dagen verlopen voor zijn vrouw Grace en de andere familieleden.
Stukje bij beetje ontvouwt zich het hele verhaal.
Dat vader Philip een hufter was, die zich amper iets van zijn gezin aantrok, zijn vrouw bedroog met jonge vrouwen en een aantal jaren in Amerika samenwoonde met een kunstenares.
Dat moeder Grace haar kinderen geen vertrouwelijkheid en intimiteit kon geven, waardoor de kinderen een eenzame en onveilige jeugd hadden.
Oudste dochter Frannie beheert het landgoed en wordt gedreven door de klimaatverandering, wil echt het goede doen voor de wereld, maar vergeet voor het gemak dat haar voorvader een heel dorp liet weghalen, omdat dat zijn uitzicht belemmerde….
Zoon Milo heeft heel andere plannen met het landgoed: hij wil er een luxueus verblijf voor rijke mensen van maken en jongste dochter Isa, wier huwelijk wankelt, is benieuwd of haar jeugdliefde nog op het landgoed woont.
En dit alles met als achtergrond het prachtige landgoed dat in romantische zinnen wordt beschreven.

In de dagen rondom de begrafenis komen het verleden en het heden bij elkaar.
En er komt een bijzondere gast: de dochter van de Amerikaanse kunstenares.
De suggestie wordt gewekt dat zij ook een dochter van Philip is.
Ze heet Clara en ze heeft onderzoek gedaan naar de rijkdom van de familie Brooke. Hoe is die tot stand gekomen?
Dat verhaal vertelt ze tijdens de lunch na de begrafenis en het zorgt voor veel ongemak.

Het gekke is, dat na de speech van Clara het verhaal ook niet meer zo fijn leest.
Er worden in de laatste hoofdstukken naar mijn mening wel heel veel moralistische boodschappen aangekaart, waardoor je op den duur denkt: “Hè, wat een gepreek.”
Het verhaal stokt, de familieleden en andere betrokkenen praten uitvoerig met elkaar, maar er gebeurt niet zo veel meer.
De verhaallijnen worden ook niet allemaal afgerond, waardoor ik na het lezen van dit boek bleef zitten met een wat ontevreden en katterig gevoel; ik had er meer van verwacht.

Dit boek laat je trouwens wel nadenken over je eigen nalatenschap.
Aan je familie in de eerste plaats, maar ook aan de maatschappij, de wereld.
Wat blijft er over als jij er niet meer bent?
Wat heb je doorgegeven aan je kinderen?
Wat heb je gedaan met je eigen frustraties; heb je er zelf mee kunnen dealen of heb je ze vol chagrijn aan de volgende generatie doorgegeven?
Wat vind je belangrijk en wat vind je waardevol: weten je nabestaanden dat?

En tenslotte de belangrijkste les: respect moet je verdienen.

Reageren

14 juli: Mensen van voorbij.

Soms moet je de contacten in je telefoon even bij langs.
In welke groepen ben ik nog actief en is het allemaal nog zinvol?
Half juni liep ik in mijn telefoon door het adresboek om de groepen te verwijderen die niet meer actief zijn.
En dan kom je in je contacten mensen tegen die er niet meer zijn*.
Klaas Kuipers.
Contact verwijderen?
Ja.
Henk van Donk.
Contact verwijderen?
Ja.
Trijn Hollander.
Contact verwijderen?
Alles in mij schreeuwt: NEE, natuurlijk niet!
Maar het is niet heel zinvol om dit contact te bewaren….ik lees nog even de laatste zinnen die we uitwisselden en klik dan op ‘Ja’.

Vorige week ging ik na het eten nog een stukje fietsen.
Het was die dag prachtig weer geweest en rond 19.00 uur was het nog 21 graden.
Mensinge, dikke boom, door het bos, Roderesch, hunebed Steenbergen en dan via Nieuw Roden weer naar huis.
In Nieuw Roden bedacht ik dat het graf van Klaas nog een keer wou opzoeken: daar was nu wel even gelegenheid voor.
De begraafplaats ligt wat verscholen in het bos naast het dierenparkje.
Als je het kerkhof oploopt, zie je de grafsteen van Klaas en Ria gelijk al rechts van het hoofdpad liggen.
In mijn hoofd haalde ik hen nog even weer in herinnering.

In het ‘mededelingen-kastje’ hing een uitgeknipt krantenartikel met een foto van een groepje mannen waar Klaas nog bij op stond.
Dat artikel stond destijds in De Krant en is nog digitaal beschikbaar: hierbij een link naar dat artikel ‘De ‘jongens van de begraafplaats’ verzorgen hun park met liefde’.
(Klaas is de man met snor)
In datzelfde kastje vond ik ook informatie over de geschiedenis van die begraafplaats.
Daar bevinden zich namelijk twee grafheuvels van 4000 jaar oud; op de website van RTV-Drenthe vond ik daar nog een klein artikel over.

De ‘mensen van voorbij’, die deel hebben uitgemaakt van ons leven, worden nog regelmatig in onze gesprekken genoemd.
Hanna Lam schreef er een lied over, dat vaak wordt voorgelezen of gezongen op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, als de namen worden genoemd van gemeenteleden die dat jaar zijn overleden.

De mensen van voorbij
wij noemen ze hier samen.
De mensen van voorbij
wij noemen ze bij name.
Zo vlinderen zij binnen
in woorden en in zinnen
en zijn wij even bij elkaar
aan ‘t einde van het jaar.

De mensen van voorbij
zij blijven met ons leven.
De mensen van voorbij
ze zijn met ons verweven
in liefde, in verhalen,
die wij zo graag herhalen,
in bloemengeuren, in een lied
dat opklinkt uit verdriet.

De mensen van voorbij
zij worden niet vergeten.
De mensen van voorbij
zijn in een ander weten.
Bij God mogen ze wonen,
daar waar geen pijn kan komen.
De mensen van voorbij
zijn in het licht, zijn vrij.

Hierbij een link naar een uitvoering van dit lied van Nederland Zingt van de EO.

* Geen idee? Deze blogs schreef ik destijds over Klaas en Henk.

Reageren

13 juli: Brij-schrijven?

Mijn eerste buitenkunstervaring dit jaar was de schrijfworkshop bij Lena; daarover schreef begin juni het blog ‘In de duisternis kijken’ .
De 8 A4-tjes met aantekeningen, delen van het verhaal en ideeën voor de uitwerking daarvan lagen mooi opgevouwen in de map ‘Nog iets mee doen’: in tegenstelling tot wat ik toen dacht heb ik daar nog niks mee gedaan. Te veel andere leuke dingen.
Dochters Frea en Harriët houden ook van schrijven en Frea had een leuk idee: ‘Zullen we een keer met z’n drieën een schrijfdag plannen?”.

Gistermorgen haalde ik Frea op voor een dagje Almelo.
We gingen schrijven.
Mijn doel van de dag was: de vier handgeschreven delen van het workshop-verhaal digitaliseren en de aantekeningen nog even bij langs voor bruikbare ideeën.
Het eerste half uur van de dag ging natuurlijk op aan koffie met gebak en bijpraten, maar daarna gingen we het over ‘schrijven’ hebben.
“Hoe ga jij te werk als je schrijft?”
De ene dochter liet een foto van een prikbord zien waar allemaal kleine briefjes op waren vastgezet. “Dit is het begin van het boek, dit moet er allemaal gebeuren en dit moet op het eind.”
Plannen dus op een planbord.
De andere dochter vertelde dat ze in scenes/beelden denkt en dat ze opschrijft wat ze in haar hoofd ziet: beelden/scenes beschrijven en later rangschikken.
Zelf ben ik een brij-schrijver: ik ben een woorddenker en schrijf alles op wat ik denk nodig te hebben voor het verhaal. Daarna schaaf ik aan de woordenbrij en verbeter ik net zolang tot het naar mijn zin is.
Alleen het bespreken van je persoonlijke schrijfstijl is al verrijkend.

Daarna zetten we een timer op 25 minuten en ging ieder aan haar eigen verhaal werken.
Wat heerlijk.
Zitten en schrijven in stilte.
Na die 25 minuten vertelden we elkaar wat we hadden gedaan, aten een broodje en maakten een wandeling.
Daarna zetten we de timer weer op 25 minuten. Het verhaal had ik inmiddels al digitaal, nu ploos ik mijn aantekeningen na op bruikbare aantekeningen die ik in mijn verhaal kan gebruiken en weer deelden we wat we hadden gedaan met elkaar; ik kreeg zelfs een aantal erg leuke tips.

Het volgende onderdeel van de schrijfdag was een ‘prompt’.
We trokken een kaart uit het Dixit-spel, zie afbeelding hiernaast. Ook nu kregen we weer 25 minuten; de opdracht was: schrijf een kort verhaal bij dit beeld.
Het resultaat was verbluffend. Drie compleet verschillende verhalen lazen we aan elkaar voor: een wetenschapper die probeert een zeemeermin te beschrijven, een verhaal gebaseerd op de legende van de Selkie (een mytisch wezen dat haar zeehondenpels kan afdoen) en een verhaal over het dragen van zeehondenbont.

De vier timer-sessies van 25 minuten die we gisteren deden verliepen in serene rust.
Inmiddels heb ik alle aantekeningen, zinnen en woorden helemaal digitaal weggezet, zijn de ideeën en bruikbare tips ingevoegd in de verhaallijn en staat het  blog met deel 1 van het verhaal in de grondverf. De werktitel is ‘Heksenkring’.
Op voorhand had ik geen idee wat ik van zo’n schrijfdag kon verwachten, maar het was zeer de moeite waard.
Over 6 weken weer zo’n dag!

Reageren

12 juli: Stad zonder straten…?

De kop boven het geschiedenis-scheurkalenderblaadje van 5 juni was ‘Eén van de oudste steden ter wereld heeft geen straten’
‘Dat kan toch niet?’ denk ik dan. Zonder straten? Hoe kwam je dan je huis binnen?
Deze uitleg stond op de achterkant.

Catalhöyük,  gebouwd op een heuvel in het huidige Turkije, was in de late steentijd een bloeiende nederzetting. Tussen 7400 en 6200 voor Christus woonden er zo’n 3000 tot 8000 mensen. Het is de grootste nederzetting uit de late steentijd die gevonden is.

Alle huizen, gemaakt van in de zon gedroogde stenen van leem waren tegen elkaar aangebouwd en hadden geen deur. De daken fungeerden dus eigenlijk als straat; je kon andere huizen bereiken door over de daken te lopen en via ladders naar binnen te gaan.

Uit de opgravingen hebben archeologen tot nu toe afgeleid dat de bewoners van Catalhöyük in een relatief egalitaire samenleving moeten hebben geleefd, omdat er geen gebouwen zijn gevonden die heel erg afwijken van de rest. Iedereen woonde in huizen van ongeveer dezelfde grootte. Verder is het opmerkelijk dat de bewoners hun doden begroeven in hun eigen huis, vaak onder de haard.

Nog nooit van gehoord.

Afbeelding: website Historiek

Hoe zag dat er dan uit?
Voor ik het wist was ik een uur verder, want er is genoeg te vinden over dit fenomeen op internet.
Op dit blog verwijs ik naar een interessant artikel op de site ‘Hunebednieuwscafé’, hier bij een link.
Daar vind je een duidelijke uitleg van het archeologische onderzoek, hoe het complex is ontdekt, hoe het is ontstaan en hoe de mensen de stad bewoonden.

In het kort: Catalhöyük wordt gevormd door twee heuvels op  een terrein van 37 hectare. Je vindt er maar liefst 18 lagen met neolithische bewoning tussen 7400 en 6200 voor Christus. Er zijn muurschilderingen aangetroffen, reliëfs, beeldhouwwerken en andere symbolische en artistieke elementen: tastbare getuigen van de pre-historische mens die zich aanpaste aan het permanent bewonen van één plek. Daarvóór leidde de mens een nomadisch bestaan als jager/verzamelaar.
Ook heeft men veel informatie kunnen verzamelen over de overgang van permanent bewoonde dorpen naar een meer stedelijke agglomeratie.

De stad is niet bewoond gebleven, zoals de oudste, nog steeds bewoonde steden Jericho en Damascus. De mensen vertrokken door o.a. klimaatverandering; door aanhoudende droogte werd het lastig om aan voedsel en water te komen. Verder raakten de nabijgelegen bossen, die gebruikt werden voor brandhout en bouwmaterialen uitgeput, evenals de landbouwgronden om de stad  heen. De laatste reden is dat er aan het eind van de bloeitijd toch een sociale ongelijkheid was ontstaan. Daardoor viel de stad uiteen en verspreidde de bevolking zich weer over kleinere, traditionele dorpen.

 

Reageren

11 juli: Een krans & lampionnetjes.

In april 2025*  vertelde Aukje van Holy Stitch over een stro-krans die ze had omhaakt met blauwe bloemetjes.
Leuk idee. Ging ik ook doen.
Frea tikte voor mij op Marktplaats een strokrans op de kop en ik haakte mijn blauwe en witte haakgarenrestjes op met bloemetjes.
Maar je moet nogal wat bloemetjes hebben: toen ik mijn voorraadje op de krans had geprikt was hij nog niet half vol…..geen gezicht, dus ik legde hem weg.
Dit jaar had ik al weer heel wat restjes verzameld en ging ik weer verwoed aan het bloemetjes haken; nu kon ik driekwart van de krans vullen, maar ik vond het eigenlijk wel genoeg. De krans omwikkelde ik met wit kant wat ik nog had liggen en zette het hier en daar vast met een parelmoer-glas-knopspeld die ik ook had gebruikt voor het vastzetten van de bloemetje en hing de krans op met een mooie strik van wit satijn.
De krans hangt nu in de kapschuur op Waninge Plaza.

Vorige week ging ik op verjaardagsvisite bij Agniet samen met Joke.
We gaven haar een bloemenbon die ze bij de Jumbo kon inwisselen, maar ik nam ook twee omhaakte glazen potjes mee met een waxinelichtje erin.
“Nou, die passen prachtig bij de zomerbloemen-pot die op tafel staat” riep Agniet en inderdaad: wat een leuke match!
Dat bracht mij op het idee om bij onze wit-lila zomerbloemen-pot ook twee buitenlampionnetjes te haken.
Tadaah!

Vandaag op dit blog een beschrijving van hoe je zo’n potje omhaakt:

– 5 lossen, sluiten tot een ring.
Voor iedere toer geldt: toer met een halve vaste sluiten in de 1e steek van de vorige toer.
– toer 1: in de ring 8 boogjes van 3 lossen haken.
– toer 2: in ieder boogje 3 vasten haken.
– toer 3: met halve vasten naar het midden van het volgende boogje, 4 lossen, 1 vaste in het volgende boogje: dit 8 x doen. Je hebt nu 8 boogjes van 4 lossen.
– toer 4: met halve vasten naar het midden van het volgende boogje, 5 lossen, 1 vaste in het volgende boogje: dit 8 x doen. Je hebt nu 8 boogjes van 5 lossen.
– toer 5: 3 lossen 1 steek overslaan, 3 lossen, 1 steek overslaan, dit doen tot aan het einde van de toer. Je hebt dan 20 kleine boogjes van drie lossen.
– toer 6 en verder: 3 lossen, 1 vaste in het volgende boogje. Dit haak je toerloos; zo ontstaat er een uitrekbaar netwerk van 3-lossen-boogjes.
Voor de mosterdpotjes en de HAK-groentepotjes die ik gebruikte heb je ongeveer 12 toeren nodig. Als het haakwerkje hoog genoeg is (om het potje heentrekken) hecht je de draadjes af en begin je met de contrasterende kleur. Daarmee haak je 5 vasten om een boogje, sla je 1 boogje over, weer 5 vasten om het volgende boogje tot je weer aan het begin bent. Op deze manier trek je de bovenkant wat bij elkaar.
Onderaan dit blog vind je nog detail-afbeeldingen van de onderkant en de rand.
Tenslotte haak je in diezelfde kleur een koordje van 100 lossen. Draadjes afhechten en het koordje door de bovenste boogjes halen en strak strikken.
Zo heb je zomaar een leuk cadeautje voor een lome zomeravond bij kaarslicht!

* 17 april 2025 – Hulstblaadjes in april.

Reageren

10 juli: Ok nog eem hen de speultuun?

Toen wij tiedens  de Waninge-Femiliedag een wandeling maakten deur Hoogersmilde weur ik overspuuld deur herinnerings.
Logisch.
Mien olders  woonden an de Servatiusstraot op nr. 13 vanof 1963.
Met de femilie Waninge zaten wij de hiele dag achter ‘De Schakel’ op het terrein van de olle Hervormde karke die een grote rol speulde in mien kindertied en mien jeugd.
Wat heb ik daor wat voetstappen liggen!
Maor het met groepie waor as ik tiedens die wandeling met deur Hoogersmilde leup, kun ik die herinnerings niet dielen.

Zunsopgang – Servatiusstraot 1981

Netuurlijk wees ik an waor as ik woond haar, maor de mieste groepsleden waren jonger as 30 en woonden niet op de Smilde, dan valt der niet veul te dielen.
Huuft ok niet, het was ja gezellig en daor is de femiliedag veur bedoeld.
“Dit moet ik ies weer met mien breur doen” nam ik mij toen veur.
Dat hadden wij al ies eerder daon in 2020*, dat was oons toen goed bevallen.

Gustermiddag hadden wij rond 14.00 uur ofspreuken op het karkhof in Hoogersmilde; ik haar een emmer en wat olle doeken metnummen want ik wol het graf van pa en ma** eem schoonmaken.
Hebt wij ok daon.
En dan loop ie samen nog eem te mijmeren over gezamenlijke kennissen/familieleden die daor ligt en over hoe wij nou denkt over hoe wij dat later wilt. Gien graf op een karkhof in ieder geval.

Och man, wat was het weer genoeglijk um met zien beiden deur Hoogersmilde te wandelen.
Wat is der veul veraanderd.
En veul ok niet.
Toen wij langs het Woldhuus leupen waor as mien moe de leste jaoren van heur leven woonde weuden wij naoroepen: “ADA!”
Vredeveld en de vrouw.
“Moi! Eem an ’t wandelen?”
Wij waren nog aal ‘de kinder van Vreeswiek’; wij bint al lange leden opholden met verbeteren…. ” ’t Is Vrieswijk.”

“Zu’we ok nog eem hen de speultuun?”
Ja. Het padtie van vroeger was ofsleuten, maar via een aander pad kwamen wij der toch.
We gungen eem op het bankie zitten.
Een meneer van 61 en een mevrouw van 65 die daor vrogger uuuuren deurbrachten.
“In mien beleving was die speultuun veul groter….” wus Henk nog van de veurige keer,
Ja, dat is een bekend fenomeem a’j trugge gaot naor plekkies van vrogger.

We leupen de Bosweg rond en drunken een kop thee/koffie op een terrassie in het bos.
An ’t einde van de wandeling gungen wij nog kieken bij de garagebox waor de auto altied in stun.
En de vouwcaravan ok: die stun met beugels rechtop tegen de ziedmure an.
Mien va kun amper uut de auto kommen as e die in de garage zet haar.
“Wee’j nog wel…..”
Ja. Bijna alles nog.
Wij sleuten oonze middag of met een ijssie bij Ping; zaten wij nog eem an de Rieksweg langs de Vaort.
Toen gung de meneer weer hen Assen en de mevrouw hen Roden; ok weer prima, wij hebt in Hoogersmilde ja niks meer verleuren.

* 21 februari 2020 – Moi in Hoogersmilde
** 23 juli 2023 – Een blog over het graf van mien olders en de Hoogersmilde-blues

Reageren

9 juli: Vliegtuigstand.

Wanneer gebruik je de vliegtuigstand op je telefoon?
Als je het apparaat wel wilt gebruiken, maar geen gebruik wilt maken van het internet, in de kerk bijvoorbeeld.
Mijn telefoon staat altijd aan, maar hij maakt geen geluid.
Appjes, mailtjes, push-meldingen: ik hoor ze niet.
Want ik ken mijzelf: bij ieder pingetje wil ik weten wat er is.
Als mensen mij bellen neem ik nooit op want ik hoor hun oproep niet: als ik zie dat iemand heeft gebeld zoek ik contact via whatsapp of ik bel terug.
Dan ben ik inderdaad af en toe niet te bereiken en dat is soms heel stom, maar het is mijn keuze: ook zonder die geluidjes zit ik nog vaak genoeg met die telefoon in mijn handen.

Terug naar die vliegtuigstand: in het magazine ‘Zorghulp’ dat wij krijgen omdat we lid zijn Icare stond een artikel met de kop ‘Vaker je hoofd op vliegtuigstand’.
Even kort door de inhoud: we zitten over het algemeen te veel op onze telefoon, we staan de hele dag door ‘aan’ en gunnen onze geest geen of te weinig rust.
Gevolg: concentratie wordt minder, slaap wordt slechter en we zijn om de klip klap afgeleid van waar we mee bezig zijn.
Advies: neem af en toe een digitale detox, bijvoorbeeld dagdeel of een hele dag per week en kijk eens wat dat oplevert.
Je hoofd krijgt de kans om tot rust te komen omdat je minder prikkels ervaart.

Ze geven ook een paar tips:
– Eet ‘schermvrij’; niet alleen in een restaurant, maar ook gewoon thuis.
Geniet van je maaltijd, want als je aandacht bij je telefoon is ben je vaak helemaal niet bezig met wat je aan het eten bent.
– Leg je telefoon uit het zicht (dus niet naast je op de bank) zodat je er naar toe moet lopen.
– Ben je in gesprek, laat dat gesprek dan niet onderbreken door je telefoon. Natuurlijk: er kunnen dringende zaken zijn die even afgehandeld moeten worden, maar moet je echt op alle meldingen direct reageren?
– Probeer ‘doelloos scrollen’ zoveel mogelijk te vermijden.
Om het eens op z’n Drents te zeggen: ‘Dat is ja zunde van de tied’.

….vliegtuigstand…..

Nou, wat weer een goede tips allemaal.
Vooral voor mezelf……. want och wat is het moeilijk, ook zonder al die geluidjes.
Lees ik op een kalenderblaadje op de wc over Peter de Grote die zijn eigen zoon liet ombrengen, zit ik vervolgens  twintig minuten op internet uit te zoeken ‘hoezo dan’??
En deze: ik pak mijn telefoon om een app te sturen over een datum, maar er is een mail binnengekomen, er zijn andere appjes, hoe wordt het weer, is er nog nieuws? Tien minuten later leg ik het apparaat weg en heb ik de app over de datum nog niet verstuurd.
Hand in eigen boezem: er valt nog een wereld te winnen, dus bij deze neem ik mij voor om mijn hoofd vaker op de vliegtuigstand te zetten.

Meer weten over dit onderwerp?
Hierbij een link naar de website Netwerk Mediawijsheid‘.

Reageren

8 juli: Reünie in Hijken.

Vorige week was er zomaar een berichtje uit Canada in onze familie-app.
“Wij zijn vanaf 5 juli in Drenthe; kunnen we iets regelen dat we elkaar als neven&nichten Waninge even zien?”
Het berichtje kwam van Margaret, dochter van tante Roelie, (zus van Gerards vader) die in de jaren ’50 naar Canada emigreerde.
In 2017 hadden we hen bezocht in Fergus/Toronto en ook de rest van ’the siblings’ gezien. In datzelfde jaar kwamen drie van hen naar ons voor een tegenbezoek; dat bezoek werd destijds afgesloten met een Waninge-familiereünie bij Hennie en Harrie in de kantine.

5 broden, 2 vissen ……

De familie Waninge kon wel wat regelen.
We organiseerden een ‘vijf broden en twee vissen’-maaltijd* en stuurden alle neven en nichten een uitnodiging.
Op zo’n korte termijn zijn er altijd mensen die niet kunnen (vakantie, ziekte) maar we waren toch met een mooi groepje.
Toen ik dit blog ging schrijven wilde ik het verhaal van de reünie uit 2017 opzoeken om terug te linken, maar dat was er niet.
In die periode was mijn moeder al ernstig ziek; 3 blogs schreef ik over het Canadese bezoek hier, maar een blog over de reünie is er niet meer gekomen: mijn moeder overleed een dag later.
Onderaan dit blog vind je drie links naar de blogs uit oktober 2017, evenals een link naar de blogserie over onze vakantie in Canada in juni van dat jaar.

Negen jaar geleden was de laatste reunie …… en we praatten zo weer verder.
Margaret en haar man Luuk spreken nog behoorlijk Nederlands en wij gooien er af en toe wat Engels tussendoor: we begrepen elkaar prima.
We wisselden informatie uit over elkaars leven (werk, kinderen), over de broers en zussen en haalden herinneringen op aan 2017.
Ook was er aandacht voor de gezamenlijke familiegeschiedenis. Margaret liet een foto zien van vijf kleindochters die tegelijkertijd hun ‘graduation’ vierden en we constateerden dat de kinderen nu veel betere toekomstkansen hebben dan onze ouders destijds. Twee generaties verder kijk je terug naar de keuzes die in de jaren ’50 werden gemaakt, waardoor de kinderen van zus Roelie nu in Canada wonen en de rest in Nederland is blijven wonen.

…. en een toetje!

We hieven het glas op de aangehaalde familiebanden, genoten van de heerlijke dingen die iedereen had meegenomen en zeiden tegen elkaar: waarom moest het nou negen jaar duren voor wij weer eens iets afspreken? Dat hoeft toch niet alleen maar als de familie uit Canada over is…..
Maar het antwoord op die vraag weten we ook wel.
De reünie was negen jaar geleden, maar we spraken elkaar daarna vooral op begrafenissen; er zijn ons immers de laatste jaren twee broers en een zwager ontvallen.
We hopen elkaar over twee jaar weer te treffen: één neef en nicht hebben plannen om naar Spanje te verhuizen, vóór zij vertrekken organiseren we een uitzwaai-feestje.
Hennie & Harrie: dank voor de gastvrijheid!

* maaltijd in de stijl van de wonderbaarlijke spijziging uit Mattheüs 14: iedereen neemt iets mee te eten, dan is er altijd genoeg en hou je altijd over.

Hierbij nog de beloofde links naar 2017:

8 oktober: Invasie van de Canadezen – ‘Oh, we are so exited..!’ Wij ook.
10 oktober: Spiekerhouw’n – een echt mannenspel bij Han en Lianne.
13 oktober: ‘t Peerd van ome Loeks – we bezoeken met de Canadese familie de stad Groningen.

Vakantie in Canada juni 2017

Reageren

Pagina 1 van 416

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén