De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

14 april: Holy Stitch op locatie.

We komen met Holy Stitch altijd bij elkaar in Op de Helte, maar gisteren hadden we een Holy Stitch-op-locatie.
Even uitleggen. Henny was al vanaf het begin lid van onze kerkelijke steek-club, maar het ging al een tijdje niet meer zo goed met haar. Eerst vergat ze onze bijeenkomsten, maar dat werd opgevangen door andere leden die haar van huis ophaalden. Later viel ons op dat ze wel met een borduurwerkje bij ons aan tafel zat, maar dat ze niet meer borduurde. Maand op maand nam ze het borduurwerkje mee, maar er veranderde niets aan……
Je begrijpt het vast al: Hennie begon te dementeren. Maar ze heeft geen kinderen en ook niet een groot netwerk. ‘Onze’ Alie zocht contact met Henny’s schoonzus en de casemanager van de thuiszorg die Henny begeleidde; toen het echt niet meer ging thuis werd er een plekje voor haar gezocht in een verzorgingshuis. En zo kwam Henny in november vorig jaar in het Kornoeljehof in Vries terecht.

Alie is een grote lieverd en zoekt Henny om de twee weken op; dan neemt ze steeds iemand anders mee en gisteren stapte ik bij haar in de auto.
Er was geen herkenning toen ik Henny een hand gaf.
We gingen in de huiskamer aan een grote tafel zitten. Alie had een haakwerkje mee, ik een breiwerk ook op Henny’s tafeltje lag een breiwerkje.
“Ben je ook aan het breien?”  vroeg ik haar.
Ze pakte het breiwerk op, rolde het af en keek er naar met een blik van ‘is dit van mij?’
Ze drukte het bolletje weer op de pennen en legde het breiwerk schielijk weg.

Even later gaf Alie haar haar eigen haakwerkje. “Kijk, in ieder gaatje moeten 3 vasten. Denk je dat dat jou lukt?” Henny pakte het haakwerk aan en ging voortvarend aan het werk.
Het ging prima. Holy Stitch op locatie in Vries. Kopje thee erbij …. het was zowaar gezellig.

Henny heeft vroeger een eigen handwerkzaak gehad in Drachten.
Haar handen waren altijd bezig en ze maakte prachtige borduurwerken.
Toen we aan het eind van ons bezoek nog even op haar kamer gingen kijken hingen daar een aantal merklappen en een geborduurd schilderij aan de muur.
Ze kon mij er niets meer over vertellen.

Het was eerst nog de bedoeling dat Henny naar De Hullen in Roden zou gaan, maar inmiddels is duidelijk dat niet meer hoeft. Ze wordt in de Kornoeljehof goed verzorgd, ze heeft daar een mooi plekje en ze kent niemand meer. Wij zullen haar daar af en toe blijven bezoeken, maar we weten ook dat Henny steeds verder zal wegzakken in haar eigen wereld, waar op den duur helemaal geen herkenning meer zal zijn.


Wat jij nog weet
ik niet
wat ik weet
jij niet meer
hoe kunnen we ook weten

maar als ik in je ogen kijk
dan ben je niets vergeten

daar in je ogen
die dagelijks dwalen
door kastjes van vroeger
gevuld met verhalen
familie, de liefde
in lades van ooit
de deurtjes nog open
ze sluiten nooit
soms bel ik aan en mag ik binnen
jij vindt de woorden
ik de zinnen

wat jij nog weet
ik niet
wat ik weet
jij niet meer
hoe kunnen we ook weten

maar als ik in je ogen stap
dan ben je niet vergeten.

Merel Morre

 

Reageren

13 april: Herkenbaor.

Gustermorgen stun de wekker op half 9, maor wij gungen niet hen de karke; ik was uutneudigd veur het underdiel Proza bij ‘Taal an taofel’ in Noord Slien.
Dat bint bijienkomsten, organiseerd deur het Huus van de Taol, op een zundag tussen 11.00 en 14.00 uur; ie kunt dan luusteren naor schrievers en muzikanten in de streektaal.
Mooie jurk an, tasse met teksten met: op naor Slien.
Der bint naost Proza nog twee aandere underdielen: in de categorie Poëzie können wij luusteren naor Marchienus Elting uut Odoorn en Martije Lubbers verzörgde samen met pianist Tony Hoiting het underdiel Meziek.
Het was een mooi en afwisselend programma; Gerard en ik hebt der van geneuten!
Marchienus hef al wat priezen wunnen met zien gedichten en Martijje is in Drenthe een hiel bekende zangeres: zij speulde bijveurbield de hoofdrol in de musical ‘De Vlinderprinses’.
Ik doe dizze beide kunstenaars te kört as ik dat allemaol in dit blog van maximaal 500 woorden moet proppen, dus zij kriegt binnenkört allebei een eigen blog. Eem geduld dus nog.

Op zu’n mörgen mag ik twee keer een kwartier vullen, dat betiekent 6 à 7 verhaolties.
Wat lees ik dan veur?
Eerst kiek ik dan wat ik al eerder veurlezen heb. Ik was namelijk al ies in Slien in 2023 en ok al ies in Dwingel in 2021.

Het biezundere van veurlezen veur publiek is da’j reacties truggekriegt van uut de zaol.
Mensen grinnikt um mien belevenissen, vult sums al wat an en wat ik in de zaal zie is een andachtig publiek dat ontspannen genöt en soms zölfs  hardop lacht. A’j gewend bint um allent op papier te publiceren dan is zu’n dankbaor publiek beslist een fijne ervaoring.
Wat vertelde ik dan?
Over oons bezuuk an de femilie in Canada en hoe wij daor half Drents half Engels preuten:  Slordig Nederlands.
Over de sjoelcompetitie bij oons in ’t gezin en over de plaaties-spaarderij bij een Jumbo-actie:  Wat n oetgezuik!
Over Drents taolgebruuk, over een doeve die Onan hiette en over sanitair in de jaren’60.

Wat ik nao afloop truggekreeg van de toeheurders was dat het allemaole zo herkenbaor was.
In de opsomming hierboven mist het verhaal over mien strapatzen in combinatie met het programma ‘Nederland in beweging’.
Dat verhaol haar ik instuurd naor de redactie van de Zinnig veur het april nummer; het thema daorvan was ‘Lachen’,  maor de neie Zinnig is nog niet uut, dus dat hol ik nog eem under de pette: ok daor komp nog een apart blog over.

Het was ronduut gezellig in Noord Slien.
Wij kwamen nog een bekende tegen, want old-koster Ab zat ok in de zaal; ie praot dan ok zo weer wieder.
Verder was der een mevrouw die alle dagen mien blog les; die kwam eem kennismaken en vertelde dat ze alle dagen rond 7 uur ’s aomnds even les wat ik die dag weer heb beleefd.
Zo leuk; nao tien joar bloggen heb ik een ‘waarde-van-de-dag’-community* opbouwd.
Nou nog een mooi Drents woord veur community!
Wie hef een veurstel?

*Een community is een groep meinsen met gedielde interesses, waarden of doelen.
Het gef een gevuul van argens bij heuren, böd onderlinge steun en kan opbouwd worden rondom marken, hobby’s of organisatie.

Reageren

12 april: De sirenes zijn al lang gegaan…..

In augustus 2018 bezochten we de voorstelling ‘Was getekend Annie M.G.‘. Daarin werd toen het lied ‘Dansen op een vulkaan’ gezongen.
In maart 2018 had ik na ernstige hartklachten een bypass-operatie ondergaan en ik luisterde in tranen naar dat lied: wát een herkenbare tekst.
Het komt uit de musical Foxtrot uit 1977; ik probeerde daar later iets over op te zoeken, maar er is maar heel weinig beeldmateriaal van.
Toen ik vorig jaar las dat Foxtrot opnieuw werd uitgebracht was ik de koning te rijk, daar ging ik kaarten voor bestellen.
Nog beter: we konden die kaarten overnemen van vriendin Sinet voor de voorstelling in de Nieuwe Kolk in Assen.

“Waar gaat het eigenlijk over?” vroeg Gerard in de auto op de heenweg.
Tja, daar wist ik eigenlijk ook niet zo veel van.
Het speelt in de jaren ’30 aan de vooravond van de 2e Wereldoorlog en ik kan me nog herinneren dat er in de jaren ’70 nogal wat opschudding ontstond over de onderwerpen homofilie en abortus die in Foxtrot expliciet aan de orde komen. Het lied ‘Sorry dat ik besta’ bijvoorbeeld (ook wel bekend als Romeo & Julius), destijds gezongen door Willem Nijholt, deed nogal wat stof opwaaien.

We volgen in deze musical Josien, een meisje met jampot-brillenglazen uit de provincie dat naar Amsterdam komt en een kamer gaat huren in het artiestenpension van Mathilde.
Ze komt onder de hoede van Jules en Lisette, twee doorgewinterde varieté-artiesten en ze neemt al snel deel aan het Amsterdamse leven van de dertiger jaren.
In de zaal kwamen we ogen en oren te kort. Wij zaten midden op de 4e rij en genoten van zang, toneel en dans: er was zoveel te zien! Soms links op het podium, soms rechts, soms zelfs op de 1e etage recht voor ons. Achter op het podium zat het orkest dat we niet altijd zagen (doordat er een decor voor werd geschoven of zo) en soms was het podium helemaal vól met zingende en dansende mensen.

We werden het verhaal ingezogen en leefden mee met Josien, die ongewenst zwanger raakt.
Oneindig triest zingt ze het lied ‘Over tijd’ en raakte bij menigeen een gevoelige snaar.
Verder trof me de overeenkomst van de situatie in deze musical met de tijd waarin we nu leven:  de dreiging van het opkomende fascisme. Vooral het lied ‘Lief zijn voor de psychopaat geeft het beste resultaat’ was schokkend actueel met in het achterhoofd het geslijm van Rutte met Trump en het bezoek van ons koningshuis aan het Witte Huis dezer dagen.
En dat is eigenlijk ook zo bij het slotlied ‘Dansen op vulkaan’.
Is het niet mijn eigen geschiedenis met betrekking tot dit lied die tranen met tuiten veroorzaakt, dan is het wel de overeenkomst met de huidige realiteit op het wereldtoneel.

De sirenes zijn al lang gegaan
Maar we trekken ons er niets van aan

Het is altijd zo gegaan
Nooit iets anders gedaan
Dansen op een vulkaan

Hierbij een link naar de trailer van de musical: dan heb je een beetje een idee van wat wij gisteravond hebben gezien.

Reageren

11 april: Lathyrus & stokroos.

“Hoi Ada! Wil jij zaadjes van stokroos?”
Dat wordt mij niet vaak gevraagd.
Sterker nog, nooit. Want ik ben helemaal niet van de tuin, zaadjes en plantjes.
Gerard wel.
En die stond vanmorgen met een groepje mensen van de werkgroep Groene Kerk op de Albertsbaan in Roden voor de jaarlijkse Plantjes-ruilmarkt: plantenstekjes, bloemen- en groentezaadjes, potjes, kweekbakjes, tuingereedschap: je kon te kust en te keur en alles was gratis.
“In de loop van de morgen kom ik ook wel even kijken” had ik beloofd en toen ik er net was kreeg ik dus al zaadjes.
Van de stokroos en ook van de lathyrus.
Van Marianne; die had al heel wat zaadjes uitgedeeld en ik kreeg het zakje mee met wat er nog over was.

De plantjesruilmarkt was deze keer niet bij de kerk georganiseerd, maar de werkgroep sloot aan bij het project Bomenbal van de gemeente Noordenveld.
Dat is een project waarbij bomen ruimte bieden voor ontmoeting en activiteiten rondom natuur en cultuur.
Daarover vond ik een uitgebreid artikel op Dit is Roden.nl.: je leest hier alles over dit bomenbal en wat de bedoeling er van is.
Toen ik kwam waren Wim en Joke nog bezig om een spandoek op te hangen en was de ruilhandel in volle gang.
Je kunt zelf niks met tuin hebben en toch genieten van zo’n plantjesmarkt.
Er worden gesprekken gevoerd of over de verschillende stekjes, over bemesting, zaaitijd & zaaidiepte, zonnige of schaduwrijke plekken.
Daar doe ik verder niets mee; ik hoor het aan en beschouw van een afstandje het plezier dat mensen hebben als ze het alleen al hebben over hun tuin! Je kunt het op zo’n markt ook best over heel andere dingen hebben met mensen.
Over het nieuwe adres van buurvrouw Dientje bijvoorbeeld die is verhuisd. Of over de kerkgang in Roden. Of je huidige woonsituatie en of die wel toekomstbestendig is…
Opeens zag ik een medicijn-verdeeldoosje staan. Tenminste: ik dacht dat het om medicijnen ging, maar het waren zaden!
De vakjes waren genummerd en er waren lijsten bij waarop stond welke groente/plant bij de nummers hoorde.

Toen Gerard later op de morgen thuis kwam vertelde hij dat het een succes was geweest.
Er waren veel mensen geweest en er werd volop ingebracht en geruild; dat is natuurlijk de bedoeling!
En nu….. heb ik dit.

Zaad.
“Wat is dat dan voor zaad?” vroeg Gerard.
Marianne had gezegd dat het losse zaad en die bollen van de stokroos was en die peultjesdingen was lathyrus.
Gerard zocht het op. “Lathyrus is een pronkerwt” vertelde hij “en de stokroos is twee-jarig”.
Verder weet hij nu dat deze planten allebei van zonlicht houden en dat ze het liefst wat beschut staan.
Nou, dat komt goed uit!
We gaan deze zaadjes uitzaaien tegen de schutting aan, want daar zouden we toch al iets anders doen.
Ik schrijf ‘we’ maar ik bedoel natuurlijk Gerard.

Reageren

10 april: PensionAda 11 – Opgeruimd.

In het bakje ‘nog doen’ op mijn bureau lagen sinds 22 oktober 2025 de werkmappen die ik op mijn laatste werkdag had meegenomen van mijn werk: in het bakje gelegd met de gedachte ‘dat zoek ik nog wel eens uit’ en niet meer naar gekeken.
Maar dat was gek.
Toen ik de map opendeed lagen bovenin nog een paar afscheidsstrookjes die ik mijn collega’s meegaf bij het stapeltje afscheids-Aaltjes en een Post-It briefje met een nummer van iemand die ik die 22e oktober ’s morgens nog had gesproken.
‘Het werk’ kwam even weer helemaal terug!
Afstreeplijstjes van wat moet je doen bij het inschrijven van een cliënt, bij het uitschrijven, voor wie heb ik visitekaartjes besteld, wat moet je regelen voor nieuwe werknemers, telefoonnummers, indelingen van de regio’s, overzichten met namen en functies……..
Alle papieren heb ik versnipperd en weggegooid.
Deze maand is die 22e oktober al een half jaar geleden, ik ben niet gebeld door mijn collega’s dat ze iets niet wisten of niet konden vinden, dus ik ga er van uit dat mijn administratie niet meer nodig is.
Ook het afschrift van mijn laatste beoordelingsgesprek ging weg.
Nooit meer.
Geen opleidingen, geen cursussen waar ik helemaal geen zin in heb (lees BHV) en niemand die mij gaat vertellen wat en hoe ik het moet doen.

Maar dat wil niet zeggen dat ik niets meer leer.
Sterker nog: ik ga goed vooruit!
En dan heb ik het over het bespelen van de altblokfluit, daar ben ik november mee begonnen.
Inmiddels heb ik het eerste lesboek uit!
Aan het einde van dat boek staan een paar muziekstukjes voor twee fluiten en ik heb ontdekt dat ik een duet met mezelf kan spelen: ik neem mijzelf op met de telefoon als ik de eerste notenbalk speel en daarna speel ik naast die opname de tweede notenbalk.
Net zoals vroeger….. toen nam ik mezelf zingend bij de gitaar op met de bandrecorder van mijn vader, dan speelde ik het af en zong dan tweestemmig met mezelf. Dat nam ik dan weer op op mijn eigen cassetterecorder; zo heb ik zelfs vierstemmige canons met mijn eigen stem opgenomen!  18, 19 jaar was ik toen.
Iedere middag na de lunch ga ik een half uurtje spelen en ik geniet er van; vooral door dat meespelen met de opnames op mijn telefoon heb ik er heel veel plezier in.
De accordeon en de gitaar raken echt een beetje op de achtergrond, maar dat pak ik in de toekomst vast wel weer op.

Om nog even op die werkmap terug te komen: dat was een handige map met tabs voor de verschillende onderdelen van mijn werk.
Na het verwijderen van alle papieren bleven er een aantal lege plastic hoesjes over; die legde ik in die map en ik nam me voor om die werkmap nu thuis te gaan gebruiken.
Voor handwerkpatronen?
Of recepten?
Ik weet het nog niet.
Vooreerst zit er niks in ‘nog doen’……

Benieuwd naar de andere delen in deze serie?
Hierbij een link naar deel 1, onderaan dat blog vind je een overzicht van alle tot nu toe gepubliceerde delen.

Reageren

9 april: Stilte, bezinning & verbinding.

Bij 8 april stond al vanaf vorig jaar september met potlood ‘Jorwert’ in mijn agenda.
In het Activiteitenboekje seizoen 25/26 van onze PKN-gemeente werd de Nijkleasterkuier aangeboden en ik liet mijn deelname afhangen van een paar factoren, maar alle lichten stonden op groen dus ik ging mee naar de Radboudkerk in Jorwert.
De kleasterkuier is een bezinningswandeling die elke woensdagmorgen wordt georganiseerd door Nijkleaster in Jorwert; dat ligt in Friesland.

In 2015* was ik daar ook al eens geweest; toen was ik onder de indruk van het enthousiasme van pionier Hinne Wagenaar.
Elf jaar later is er veel veranderd, maar veel ook niet.
Het is inmiddels geen tijdelijke pioniersplek meer, maar het is een heus bedrijf geworden: de kloostergemeente Nijkleaster-Westerwert.

We werden ontvangen in het voorportaal van de oude Radboudkerk. Eigenlijk wil ik dan van alles weten over het oude gebouw en over Jorwert, maar daarvoor was ik daar niet.
Maar ik nam wel een folder mee: minstens één blog over de kerk, de terp en het dorpje zit er vast wel in, dit blog krijgt daarmee binnenkort nog een deel 2.

Even later zaten we in het koor van de kerk voor een ochtendgebed van een half uur: zingen, lezingen en gebeden.
Jammer dat de organisatie in de orde van dienst had gekozen voor twee expliciet Friese liederen; bij het zingen van teksten die ik maar half begreep ging mijn beleving van de liederen (o.a. een bewerking van het Onze Vader) verloren.

Na het ochtendgebed was er koffie en koek. We gingen in een grote kring staan en deden een klein kennismakingsrondje: we noemden onze naam en vertelden over onze ochtendgewoonten door de vraag te beantwoorden ‘Hoe sta je ’s morgens op?’
Daarna was het tijd voor de kuier, een wandeling van een uur. Het eerste deel loop je zwijgend (stilte), in het tweede deel werd ons gevraagd om na te denken wat ‘opstanding’ voor ons betekent (bezinning) en op de terugweg liepen we in tweetallen om met elkaar in gesprek te gaan (verbinding).

Het laatste onderdeel was het samen opeten van onze zelf meegebrachte lunch; daarbij was er gelegenheid om onze ervaringen te delen.
Het onderwerp ‘opstanding’ kwam daarin natuurlijk veelvuldig voorbij.
Is Jezus wel echt opgestaan? Hoe beleefde je het verhaal vroeger en hoe kijk je er nu naar?
Iemand zei daarbij dat twijfel de brug is tussen geloven en niet-geloven.
Maar het ging ook over ons eigen opstaan na een overlijden van een naaste of een ander groot verlies. En dat het belangrijk is om, voordat je weer in de benen komt, de tijd te nemen om te verwerken wat er is gebeurd: die Stille Zaterdag is er niet voor niets.

Wat ik me nog van de vorige kuier in 2015 herinner was de verrassing van het programma en de intense beleving daar van; nu wist ik wat er kwam en was ik voorbereid, maar ook nu was het weer een verrijkende ervaring!

* Hoe ik de Nijkleasterkuier destijds heb ervaren lees je in het blog dat ik daarover schreef op 4 oktober 2015.

Reageren

8 april: Aan de slag! (1)

Toen ik nog werkzaam was bij Lentis aan de Hereweg kwam ik Dientje wel eens tegen op de gang.
Dientje werkte als casemanager bij een andere afdeling én woont drie huizen van schoonzus Hennie af.
Je kwam haar al eens tegen in het blog ‘Wát een bijzondere combi‘ toen we op de schoonzusjesdag een bezoek brachten aan een tentoonstelling die door haar was georganiseerd.
Dientje ging in november met pensioen en toen we afscheid van elkaar namen had ik gevraagd of ik een keer bij haar langs mocht komen met Hennie.
Natuurlijk om bij te praten maar ook om de grondbeginselen van het kantklossen onder de knie te krijgen.

Begin dit jaar maakte ik de appgroep ‘Kantklossen’ met drie leden en we hadden best snel een datum.
1 april.
Geen grap.
Vorige week woensdagmiddag heette Dientje ons om 13.30 uur welkom en even later zaten Hennie en ik achter een heus kantkloskussen waar Dientje al een beginwerkje op had gemaakt.
Het zal je niet verbazen dat we niet gelijk aan het werk gingen: eerst maar eens horen hoe het de pensionado’s bevalt en hoe het is met iedereen.
Voordat we begonnen vertelde Dientje ons iets over het kantklossen.
Het is in de middeleeuwen ontstaan om linnen kleding, kraagjes of mouwen te versieren.
Vlaanderen en Venetië worden gezien als de bakermat van kant, maar de kunst van het kantklossen waaierde uit over heel Europa en veel grote steden hadden hun eigen soort/patroon kant.
Kloskant wordt met de hand met fijne draden tot een mooi motief geweven.
Je werkt met dun garen, gewonden op klosjes. Die zijn van hout, langwerpig en ongeveer 10 cm lang.

Dientje vertelde ons over de verschillende kussens waarop je kunt werken, over de patroontjes waar je speldjes in moet prikken, over de lopers, over de linnenslag en andere slagen.
Toen gingen wij eerst maar gewoon ‘aan de slag’; Hennie en ik hadden nog geen idee welke slagen wij maakten.
Het was belangrijk dat je in de gaten hield welke klosjes ‘de loper’ waren, maar ik zat al gauw wezenloos met die klosjes te haspelen en had al snel de boel in de war.
Oplossing: Dientje deed twee gele draadjes om de lopers en toen ging het goed.
We maken een klein werkje, dat je als het klaar is als bladwijzer kunt gebruiken.

Als het klaar is. Maar voor we het wisten was het 16.00 uur en was het werk nog lang niet af.
“Wat willen jullie nu? Wil je het mee naar huis nemen? Of komen jullie terug?”
Terugkomen had onze voorkeur.
We prikten een datum in mei en dan gaan we verder.

Erik Scherder zou trots op ons zijn.
Die vindt namelijk dat je als je ouder wordt nieuwe dingen moet doen om je hersenen in beweging te houden.
Hennie en ik hebben niet alleen talloze keren de klosje heen en weer bewogen, maar ook ons brein met iets nieuws aan het werk gezet.
Ik heb nu al zin in deel 2 van deze privé- workshop!

Reageren

7 april: Dag? Dagen.

Op dit blog lees je iedere dag wat de waarde van mijn dag is geweest.
Niet altijd precies op de dag zelf, meestal een dag of twee later; het moet immers ook geschreven worden.
Vandaag een blog over de waarde van meerdere dagen: het hele paasweekend in dit geval.
Vrijdagmiddag vertrokken we naar Westerbork. We pakten de boodschappen uit, maakten de bedden op en toen ging ik zitten.
Bijna 3 uur heb ik gekeken naar de Matthäus Passion die op  NPO 2 werd uitgezonden.

Op zaterdag gingen we een borrel drinken bij vrienden in Peize waar een verjaardag gevierd werd en zondag, 1e Paasdag gingen we naar de kerk in de Voorhof in Westerbork.
Dat is wel bijzonder hoor, een viering op zo’n feestdag, maar niet in je ‘eigen’ kerk.
Het zingen was fijn, de overdenking was hartverwarmend, maar we bleven niet koffiedrinken.
“Wat zouden ze in Roden hebben gedaan?” dacht ik na het eten.
In de mailbox van het beamteam had ik een mooie foto van Bas, de teckel van Sybrand voorbij zien komen; die moest getoond worden bij  het item ‘Om er in te komen’.
“Wat zou hij dan over Bas gaan zeggen?” vroeg ik me af.
Toen de dienst toch maar even teruggekeken; ik ontdekte dat er een wezenlijk verschil is tussen een kerkdienst ‘elders’ en een dienst ’thuis’.

Zondag was het koud en winderig, maar op maandag 2e Paasdag konden we met ons voltallig gezin, dat die dag in Casa Grada kwam, buiten zitten.
Frea had zelfgebakken babka’s mee; die waren haast nog lekkerder dan de vorige keer.
Ook Wim maakte zijn plekje in het bakkersgilde waar door chocolade-sinaasappelkoekjes mee te nemen.
Grote jum allemaal.
Toen ik vroeg om het recept van die koekjes riep hij “Heb je al; staat in je eigen tijdschrift!”
Oh? Daar stonden toch geen sinaasappelkoekjes in…?
“Nee, maar wel chocoladekoekjes en daar hoeven alleen maar de geraspte schillen van 2 sinaasappels bij in”
Als service van de zaak hierbij een afbeelding van dat recept: als je er op klikt komt het groter in beeld.

Schoonzoon Jon had een bol wol zelfgesponnen alpaca-wol mee en vroeg advies over het breien van een trui van dat garen.
Je kunt het je amper voorstellen, maar dan zit ik tijdens de koffie met hem te sparren over het breien van een proeflapje, verschillende diktes van pennen uitproberen, verschillende opties voor steken (boordsteek, verschoven boordsteek, kabels), kabelnaaldjes en rondbreien of op 3 pennen.
Iemand vond trouwens dat ik ‘onbewust bekwaam’ aan het breien was. “Ja, dat is één van de vier leerfasen: je begint met onbewust onbekwaam en…”
Ik kijk inmiddels nergens meer van op.
Toen Jon met z’n proeflapje bezig was viel één van zijn pennen op de grond.
Dat typerende geluid; en dat het dan NIET MIJN breipen is die op de grond valt!

En verder? Soep met broodjes en knakworst, gewandeld, hand gewerkt en klaver gejast.
We sloten de dag af in Assen, waar we ter gelegenheid van onze 43e trouwdag (in maart) trakteerden op een etentje bij Villa Tapas.
Vier dagen.
Veel waarde.

Reageren

6 april: Brood.

Eind januari, toen Gerard nog niet zo lang terug was uit het UMCG, werden we op een morgen verrast door onze buren Bonny en Harry.
Op het moment dat zij langskwamen was ik even naar de winkel en Gerard was boven: zij troffen niemand thuis en legden wat ze hadden meegenomen bij ons op het aanrecht met een briefje er bij.
‘Eet smakelijk!’

Het was een heerlijk geurend, nog warm bruin brood.
We sneden ons allebei een kapje af en aten het op tijdens de koffie.
Het was erg lekker!
Vers, met een knapperig korstje.
“Hoe doen jullie dat?” is dan natuurlijk een logisch vraag.
Ze hadden een broodbakmachine.

Het brood was in een mum van tijd op.
Zo zelf brood bakken zou ik eigenlijk ook wel eens willen, maar ik hoor te veel verhalen van mensen die zo’n broodbakmachine hebben.
Dat verhaal begint dan met ‘de geur van versgebakken brood in huis’, dat het zo lekker is, maar ook wel een gedoe, vervolgens staat het ding ontzettend in de weg op het aanrecht in de keuken en tenslotte verdwijnt het in een kast waar het nooit weer wordt uitgehaald.
Carlijn kwam met een leuke tussenoplossing: “Wij hebben zo’n broodbakmachine, maar gebruiken hem bijna nooit, je mag hem wel een poosje lenen.”
Vorige week namen ze hem mee en stond het ding drie dagen ontzettend in de weg op ons aanrecht.
Maandagmorgen ging ik even langs bij Bonny & Harrie voor aanschouwelijk onderwijs; ze hadden speciaal voor mij even gewacht met het bakken van een brood, zodat ze het aan mij konden laten zien.

Het bleek verrassend eenvoudig.
“Wij gebruiken altijd dit” en ze liet mij een pak Koopmans Waldkorn-broodmix zien.
“Hier hoeft alleen maar water bij en mijn geheim is dat ik vooraf altijd een scheutje vloeibare halvarine/Bertoli in de bakvorm doe.”
Geen apart afgeweeg met gist, zout, suiker, melkpoeder en meel!
Dinsdag kocht ik een pak van die broodmix en woensdagmorgen boog ik mij over de handleiding van de broodbakmachine die Carlijn voor mij had uitgeprint.
Alle ingrediënten (water en de inhoud van het pak) moesten in het bakblik, waar het scheutje Bertoli al in zat.

Vervolgens moest ik de stekker in het stopcontact steken; dan hoorde ik een piepje en stond hij automatisch op menu 1, dat was het goede menu voor een gewoon, goudbruin brood.
Daarna hoefde ik alleen nog op het ‘aan’-knopje te drukken.
Meer dan drie uur zou het hele proces gaan duren.
Het apparaat ging aan het werk, er kwamen verschillende geluiden uit het binnenste van de machine.
Ik stond er (argwanend) bij en ik keek er naar, maar na een half uur moest ik weg. Koffievisite.

Toen ik aan het eind van de morgen thuis kwam rook het hele huis naar vers gebakken brood.
Het brood was net zo lekker gaar en knapperig als het exemplaar dat wij in januari kregen.
Voor herhaling vatbaar!

Reageren

5 april: Mevrouw Meijering-Hoeks

Vandaag neem ik je mee naar mijn kindertijd.
Locatie: Servatiusstraat 13, Hoogersmilde.
Situatie: mijn ouders hebben een verjaardag en er komt een oppas om op mijn broer en mij te passen; die oppas is mevrouw Meijering.
Het is een oudere mevrouw en ze woont in de rij bejaardenhuisjes achter ons; ze was de zus van Roelof Hoeks, van de onvergetelijke kerstverhalen tijdens het zondagschoolkerstfeest.
Er was geen meneer Meijering meer. Mijn vader vertelde destijds dat mevrouw Meijering getrouwd was, maar dat haar man al jong was overleden.
Toen ik ouder werd begreep ik dat haar man was gesneuveld begin mei 1940 bij de gevechten tegen de Duitsers.
Zij waren toen nog niet zo lang getrouwd en zij was zwanger van haar eerste kind.

Woensdag 1 april keken Gerard en ik naar ‘Het verhaal van Nederland – de Tweede Wereldoorlog’. Verteller Daan Schuurmans bezoekt historische locaties en hij belicht via dramatisering de morele dilemma’s van gewone Nederlanders. In die aflevering werd het verhaal van het begin van de oorlog verteld: hoe generaal Winkelman bevelhebber van de strijdkrachten werd, welke afwegingen werden gemaakt en er waren beelden van de soldaten in de loopgraven op de Grebbeberg.
Jonge jongens.
Bang en niet voorbereid op wat er zou komen.

Toen dacht ik weer aan mevrouw Meijering.
Zij had één dochter en volgens mijn vader was ze daar wel heel erg op gericht.
“Maor ja, ze hef ok maor ien kiend, daor is ze altied slim zunig op west.”
Die dochter woonde destijds in Westerbork en daar ging ze regelmatig heen.

Zou meneer Meijering ook hebben gevochten op de Grebbeberg?
Zou daar nog iets van te vinden zijn?
Op de website ‘Oorlogsbronnen.nl’ vond ik zijn naam.
Hij heette Willem Meijering en was geboren op 1 november 1911.
Hij was tijdens de meidagen van 1940 dienstplichtig soldaat bij de Mitrailleurcompagnie van het Ie Bataljon van het 1e Regiment Infanterie Koninklijke Landmacht en hij is op 11 mei 1940 omgekomen in de Wassenaarse slag.
Op die pagina stond ook een foto van zijn graf met daarop de naam van zijn vrouw D. Meijering-Hoeks. Dina was haar voornaam en haar dochter heette dus Jantje.

Onderaan op de grafsteen staat de bijbeltekst Spreuken 22: 11
“Wie een zuiver hart heeft en beminnelijk spreekt, heeft de koning als vriend.”

Wat een verdriet.
En dit is nog maar één van die jongens van de bijna 2300 die in de meidagen van 1940 zijn overleden.
Het beeld van die jonge jongens in de loopgraven op de Grebbeberg hield mij ’s nachts uit de slaap.
Oorlog ontstaat door complexe conflicten over territorium, grondstoffen, ideologieën, religie of macht, gedreven door angst en vijandbeelden.
En het houdt nooit op.

Wat zou ik nu nog graag eens een gesprek voeren met mevrouw Meijering.
Want zoals het vroeger ging werd er waarschijnlijk nergens over gepraat.
Stel je eens voor…..

Reageren

Pagina 1 van 407

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén