Vorig jaar kocht ik ‘Toegift’, een boek geschreven door Hotske Postma. Zij was predikant in Roden van 1992 tot 2003.
Voor mij was Hotske een voorganger die veel indruk maakte door wie ze was en hoe ze deed.
Als je benieuwd bent naar de inhoud van het boek, moet je het zelf kopen: op dit blog deel ik wat het met mij deed.
Gerard las het boek eerst en het viel me op dat hij het bijna niet kon wegleggen.
“Het is geschreven door iemand die ik goed gekend heb en als ze schrijft over haar tweede gemeente Roden komt het heel dichtbij.”
Hotske is net als ik 1960 geboren en ze begint met haar jeugd in een hervormd gezin het Friese dorpje Exmorra.
Ik las mijn eigen verhaal. De kleine lagere school, de kerk waar je op zondagmorgen met het hele gezin naar toe gaat, het poesiealbum: ze schetst een prachtig tijdsbeeld.
Ze schrijft dat haar kindertijd doordesemd is van kerk en geloof in een kleine samenleving waarin mannen de dominante rol hebben en bijna alle beslissingen nemen.
Zo herkenbaar!
Ze was de eerste vrouwelijke dominee die ik leerde kennen en ik heb destijds veel van haar geleerd. Wij waren in 1989 in Roden komen wonen en moesten al erg wennen aan het enorme verschil van de Hervormde gemeente vergeleken bij die van Hoogersmilde.
Hotske richtte de Gesprekgroep Jong-volwassenen op en vertelde ons over het evangelie van Maria Magdalena. Dat dat er was, maar dat dat in de door mannen geregisseerde kerkelijke wereld geen plek in de bijbel heeft gekregen.
Zij vroeg mij om ouderling te worden en zij inspireerde mij op meerdere gebieden.
Zij was de eerste dominee die niet ‘boven’ mij stond, maar naast mij.
Als je het niet eens was met wat ze zei, dan kon je dat gewoon zeggen en we konden het op een gelijkwaardige manier over het geloof hebben.
Ze vond dat we in de laatste zin van ‘Geest van hierboven’ niet moesten zingen ‘dat wij Gods zonen zijn’, maar ‘dat wij Gods kind’ren zijn’.
Ze was een enorme verbinder en ze leerde ons met een vorm van bibliodrama dat we ons konden inleven in een figuur uit de bijbel.
Ze liet mij in de huid van Maria kruipen en ik weet nog hoe bijzonder die belevenis was.
Ze organiseerde een soort ‘vijf broden en twee vissen’-picknick na een kerkdienst die in mijn geheugen gegrift staat.
Zij was een frisse wind door mijn geloofsleven en toen….. ging ze weg.
Hoe het voor haar is geweest weet ik nu.
Hoe zij het beleefde, wat er in haar gezin gebeurde en hoe ze worstelde met bepaalde zaken.
Ze kreeg een burn-out, moest met vervroegd emeritaat en is daarna kwetsbaar gebleven.
Ze schrijft dat ze die burn-out lang heeft gezien als een breekpunt in haar leven, maar dat ze er nu naar kijkt als een kantelpunt.
Als iets breekt is het kapot, als het kantelt kun je er anders naar kijken.
Ze heeft veel voor mij betekend: wat een zegen dat ik een klein stukje op haar levensweg met haar heb mogen meewandelen.





























