De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

11 april: Lathyrus & stokroos.

“Hoi Ada! Wil jij zaadjes van stokroos?”
Dat wordt mij niet vaak gevraagd.
Sterker nog, nooit. Want ik ben helemaal niet van de tuin, zaadjes en plantjes.
Gerard wel.
En die stond vanmorgen met een groepje mensen van de werkgroep Groene Kerk op de Albertsbaan in Roden voor de jaarlijkse Plantjes-ruilmarkt: plantenstekjes, bloemen- en groentezaadjes, potjes, kweekbakjes, tuingereedschap: je kon te kust en te keur en alles was gratis.
“In de loop van de morgen kom ik ook wel even kijken” had ik beloofd en toen ik er net was kreeg ik dus al zaadjes.
Van de stokroos en ook van de lathyrus.
Van Marjan; die had al heel wat zaadjes uitgedeeld en ik kreeg het zakje mee met wat er nog over was.

De plantjesruilmarkt was deze keer niet bij de kerk georganiseerd, maar de werkgroep sloot aan bij het project Bomenbal van de gemeente Noordenveld.
Dat is een project waarbij bomen ruimte bieden voor ontmoeting en activiteiten rondom natuur en cultuur.
Daarover vond ik een uitgebreid artikel op Dit is Roden.nl.: je leest hier alles over dit bomenbal en wat de bedoeling er van is.
Toen ik kwam waren Wim en Joke nog bezig om een spandoek op te hangen en was de ruilhandel in volle gang.
Je kunt zelf niks met tuin hebben en toch genieten van zo’n plantjesmarkt.
Er worden gesprekken gevoerd of over de verschillende stekjes, over bemesting, zaaitijd & zaaidiepte, zonnige of schaduwrijke plekken.
Daar doe ik verder niets mee; ik hoor het aan en beschouw van een afstandje het plezier dat mensen hebben als ze het alleen al hebben over hun tuin! Je kunt het op zo’n markt ook best over heel andere dingen hebben met mensen.
Over het nieuwe adres van buurvrouw Dientje bijvoorbeeld die is verhuisd. Of over de kerkgang in Roden. Of je huidige woonsituatie en of die wel toekomstbestendig is…
Opeens zag ik een medicijn-verdeeldoosje staan. Tenminste: ik dacht dat het om medicijnen ging, maar het waren zaden!
De vakjes waren genummerd en er waren lijsten bij waarop stond welke groente/plant bij de nummers hoorde.

Toen Gerard later op de morgen thuis kwam vertelde hij dat het een succes was geweest.
Er waren veel mensen geweest en er werd volop ingebracht en geruild; dat is natuurlijk de bedoeling!
En nu….. heb ik dit.

Zaad.
“Wat is dat dan voor zaad?” vroeg Gerard.
Marjan had gezegd dat het losse zaad en die bollen van de stokroos was en die peultjesdingen was lathyrus.
Gerard zocht het op. “Lathyrus is een pronkerwt” vertelde hij “en de stokroos is twee-jarig”.
Verder weet hij nu dat deze planten allebei van zonlicht houden en dat ze het liefst wat beschut staan.
Nou, dat komt goed uit!
We gaan deze zaadjes uitzaaien tegen de schutting aan, want daar zouden we toch al iets anders doen.
Ik schrijf ‘we’ maar ik bedoel natuurlijk Gerard.

Reageren

10 april: PensionAda 11 – Opgeruimd.

In het bakje ‘nog doen’ op mijn bureau lagen sinds 22 oktober 2025 de werkmappen die ik op mijn laatste werkdag had meegenomen van mijn werk: in het bakje gelegd met de gedachte ‘dat zoek ik nog wel eens uit’ en niet meer naar gekeken.
Maar dat was gek.
Toen ik de map opendeed lagen bovenin nog een paar afscheidsstrookjes die ik mijn collega’s meegaf bij het stapeltje afscheids-Aaltjes en een Post-It briefje met een nummer van iemand die ik die 22e oktober ’s morgens nog had gesproken.
‘Het werk’ kwam even weer helemaal terug!
Afstreeplijstjes van wat moet je doen bij het inschrijven van een cliënt, bij het uitschrijven, voor wie heb ik visitekaartjes besteld, wat moet je regelen voor nieuwe werknemers, telefoonnummers, indelingen van de regio’s, overzichten met namen en functies……..
Alle papieren heb ik versnipperd en weggegooid.
Deze maand is die 22e oktober al een half jaar geleden, ik ben niet gebeld door mijn collega’s dat ze iets niet wisten of niet konden vinden, dus ik ga er van uit dat mijn administratie niet meer nodig is.
Ook het afschrift van mijn laatste beoordelingsgesprek ging weg.
Nooit meer.
Geen opleidingen, geen cursussen waar ik helemaal geen zin in heb (lees BHV) en niemand die mij gaat vertellen wat en hoe ik het moet doen.

Maar dat wil niet zeggen dat ik niets meer leer.
Sterker nog: ik ga goed vooruit!
En dan heb ik het over het bespelen van de altblokfluit, daar ben ik november mee begonnen.
Inmiddels heb ik het eerste lesboek uit!
Aan het einde van dat boek staan een paar muziekstukjes voor twee fluiten en ik heb ontdekt dat ik een duet met mezelf kan spelen: ik neem mijzelf op met de telefoon als ik de eerste notenbalk speel en daarna speel ik naast die opname de tweede notenbalk.
Net zoals vroeger….. toen nam ik mezelf zingend bij de gitaar op met de bandrecorder van mijn vader, dan speelde ik het af en zong dan tweestemmig met mezelf. Dat nam ik dan weer op op mijn eigen cassetterecorder; zo heb ik zelfs vierstemmige canons met mijn eigen stem opgenomen!  18, 19 jaar was ik toen.
Iedere middag na de lunch ga ik een half uurtje spelen en ik geniet er van; vooral door dat meespelen met de opnames op mijn telefoon heb ik er heel veel plezier in.
De accordeon en de gitaar raken echt een beetje op de achtergrond, maar dat pak ik in de toekomst vast wel weer op.

Om nog even op die werkmap terug te komen: dat was een handige map met tabs voor de verschillende onderdelen van mijn werk.
Na het verwijderen van alle papieren bleven er een aantal lege plastic hoesjes over; die legde ik in die map en ik nam me voor om die werkmap nu thuis te gaan gebruiken.
Voor handwerkpatronen?
Of recepten?
Ik weet het nog niet.
Vooreerst zit er niks in ‘nog doen’……

Benieuwd naar de andere delen in deze serie?
Hierbij een link naar deel 1, onderaan dat blog vind je een overzicht van alle tot nu toe gepubliceerde delen.

Reageren

9 april: Stilte, bezinning & verbinding.

Bij 8 april stond al vanaf vorig jaar september met potlood ‘Jorwert’ in mijn agenda.
In het Activiteitenboekje seizoen 25/26 van onze PKN-gemeente werd de Nijkleasterkuier aangeboden en ik liet mijn deelname afhangen van een paar factoren, maar alle lichten stonden op groen dus ik ging mee naar de Radboudkerk in Jorwert.
De kleasterkuier is een bezinningswandeling die elke woensdagmorgen wordt georganiseerd door Nijkleaster in Jorwert; dat ligt in Friesland.

In 2015* was ik daar ook al eens geweest; toen was ik onder de indruk van het enthousiasme van pionier Hinne Wagenaar.
Elf jaar later is er veel veranderd, maar veel ook niet.
Het is inmiddels geen tijdelijke pioniersplek meer, maar het is een heus bedrijf geworden: de kloostergemeente Nijkleaster-Westerwert.

We werden ontvangen in het voorportaal van de oude Radboudkerk. Eigenlijk wil ik dan van alles weten over het oude gebouw en over Jorwert, maar daarvoor was ik daar niet.
Maar ik nam wel een folder mee: minstens één blog over de kerk, de terp en het dorpje zit er vast wel in, dit blog krijgt daarmee binnenkort nog een deel 2.

Even later zaten we in het koor van de kerk voor een ochtendgebed van een half uur: zingen, lezingen en gebeden.
Jammer dat de organisatie in de orde van dienst had gekozen voor twee expliciet Friese liederen; bij het zingen van teksten die ik maar half begreep ging mijn beleving van de liederen (o.a. een bewerking van het Onze Vader) verloren.

Na het ochtendgebed was er koffie en koek. We gingen in een grote kring staan en deden een klein kennismakingsrondje: we noemden onze naam en vertelden over onze ochtendgewoonten door de vraag te beantwoorden ‘Hoe sta je ’s morgens op?’
Daarna was het tijd voor de kuier, een wandeling van een uur. Het eerste deel loop je zwijgend (stilte), in het tweede deel werd ons gevraagd om na te denken wat ‘opstanding’ voor ons betekent (bezinning) en op de terugweg liepen we in tweetallen om met elkaar in gesprek te gaan (verbinding).

Het laatste onderdeel was het samen opeten van onze zelf meegebrachte lunch; daarbij was er gelegenheid om onze ervaringen te delen.
Het onderwerp ‘opstanding’ kwam daarin natuurlijk veelvuldig voorbij.
Is Jezus wel echt opgestaan? Hoe beleefde je het verhaal vroeger en hoe kijk je er nu naar?
Iemand zei daarbij dat twijfel de brug is tussen geloven en niet-geloven.
Maar het ging ook over ons eigen opstaan na een overlijden van een naaste of een ander groot verlies. En dat het belangrijk is om, voordat je weer in de benen komt, de tijd te nemen om te verwerken wat er is gebeurd: die Stille Zaterdag is er niet voor niets.

Wat ik me nog van de vorige kuier in 2015 herinner was de verrassing van het programma en de intense beleving daar van; nu wist ik wat er kwam en was ik voorbereid, maar ook nu was het weer een verrijkende ervaring!

* Hoe ik de Nijkleasterkuier destijds heb ervaren lees je in het blog dat ik daarover schreef op 4 oktober 2015.

Reageren

8 april: Aan de slag! (1)

Toen ik nog werkzaam was bij Lentis aan de Hereweg kwam ik Dientje wel eens tegen op de gang.
Dientje werkte als casemanager bij een andere afdeling én woont drie huizen van schoonzus Hennie af.
Je kwam haar al eens tegen in het blog ‘Wát een bijzondere combi‘ toen we op de schoonzusjesdag een bezoek brachten aan een tentoonstelling die door haar was georganiseerd.
Dientje ging in november met pensioen en toen we afscheid van elkaar namen had ik gevraagd of ik een keer bij haar langs mocht komen met Hennie.
Natuurlijk om bij te praten maar ook om de grondbeginselen van het kantklossen onder de knie te krijgen.

Begin dit jaar maakte ik de appgroep ‘Kantklossen’ met drie leden en we hadden best snel een datum.
1 april.
Geen grap.
Vorige week woensdagmiddag heette Dientje ons om 13.30 uur welkom en even later zaten Hennie en ik achter een heus kantkloskussen waar Dientje al een beginwerkje op had gemaakt.
Het zal je niet verbazen dat we niet gelijk aan het werk gingen: eerst maar eens horen hoe het de pensionado’s bevalt en hoe het is met iedereen.
Voordat we begonnen vertelde Dientje ons iets over het kantklossen.
Het is in de middeleeuwen ontstaan om linnen kleding, kraagjes of mouwen te versieren.
Vlaanderen en Venetië worden gezien als de bakermat van kant, maar de kunst van het kantklossen waaierde uit over heel Europa en veel grote steden hadden hun eigen soort/patroon kant.
Kloskant wordt met de hand met fijne draden tot een mooi motief geweven.
Je werkt met dun garen, gewonden op klosjes. Die zijn van hout, langwerpig en ongeveer 10 cm lang.

Dientje vertelde ons over de verschillende kussens waarop je kunt werken, over de patroontjes waar je speldjes in moet prikken, over de lopers, over de linnenslag en andere slagen.
Toen gingen wij eerst maar gewoon ‘aan de slag’; Hennie en ik hadden nog geen idee welke slagen wij maakten.
Het was belangrijk dat je in de gaten hield welke klosjes ‘de loper’ waren, maar ik zat al gauw wezenloos met die klosjes te haspelen en had al snel de boel in de war.
Oplossing: Dientje deed twee gele draadjes om de lopers en toen ging het goed.
We maken een klein werkje, dat je als het klaar is als bladwijzer kunt gebruiken.

Als het klaar is. Maar voor we het wisten was het 16.00 uur en was het werk nog lang niet af.
“Wat willen jullie nu? Wil je het mee naar huis nemen? Of komen jullie terug?”
Terugkomen had onze voorkeur.
We prikten een datum in mei en dan gaan we verder.

Erik Scherder zou trots op ons zijn.
Die vindt namelijk dat je als je ouder wordt nieuwe dingen moet doen om je hersenen in beweging te houden.
Hennie en ik hebben niet talloze keren de klosje heen en weer bewogen, maar ook ons brein met iets nieuws aan het werk gezet.
Ik heb nu al zin in deel 2 van deze privé- workshop!

Reageren

7 april: Dag? Dagen.

Op dit blog lees je iedere dag wat de waarde van mijn dag is geweest.
Niet altijd precies op de dag zelf, meestal een dag of twee later; het moet immers ook geschreven worden.
Vandaag een blog over de waarde van meerdere dagen: het hele paasweekend in dit geval.
Vrijdagmiddag vertrokken we naar Westerbork. We pakten de boodschappen uit, maakten de bedden op en toen ging ik zitten.
Bijna 3 uur heb ik gekeken naar de Matthäus Passion die op  NPO 2 werd uitgezonden.

Op zaterdag gingen we een borrel drinken bij vrienden in Peize waar een verjaardag gevierd werd en zondag, 1e Paasdag gingen we naar de kerk in de Voorhof in Westerbork.
Dat is wel bijzonder hoor, een viering op zo’n feestdag, maar niet in je ‘eigen’ kerk.
Het zingen was fijn, de overdenking was hartverwarmend, maar we bleven niet koffiedrinken.
“Wat zouden ze in Roden hebben gedaan?” dacht ik na het eten.
In de mailbox van het beamteam had ik een mooie foto van Bas, de teckel van Sybrand voorbij zien komen; die moest getoond worden bij  het item ‘Om er in te komen’.
“Wat zou hij dan over Bas gaan zeggen?” vroeg ik me af.
Toen de dienst toch maar even teruggekeken; ik ontdekte dat er een wezenlijk verschil is tussen een kerkdienst ‘elders’ en een dienst ’thuis’.

Zondag was het koud en winderig, maar op maandag 2e Paasdag konden we met ons voltallig gezin, dat die dag in Casa Grada kwam, buiten zitten.
Frea had zelfgebakken babka’s mee; die waren haast nog lekkerder dan de vorige keer.
Ook Wim maakte zijn plekje in het bakkersgilde waar door chocolade-sinaasappelkoekjes mee te nemen.
Grote jum allemaal.
Toen ik vroeg om het recept van die koekjes riep hij “Heb je al; staat in je eigen tijdschrift!”
Oh? Daar stonden toch geen sinaasappelkoekjes in…?
“Nee, maar wel chocoladekoekjes en daar hoeven alleen maar de geraspte schillen van 2 sinaasappels bij in”
Als service van de zaak hierbij een afbeelding van dat recept: als je er op klikt komt het groter in beeld.

Schoonzoon Jon had een bol wol zelfgesponnen alpaca-wol mee en vroeg advies over het breien van een trui van dat garen.
Je kunt het je amper voorstellen, maar dan zit ik tijdens de koffie met hem te sparren over het breien van een proeflapje, verschillende diktes van pennen uitproberen, verschillende opties voor steken (boordsteek, verschoven boordsteek, kabels), kabelnaaldjes en rondbreien of op 3 pennen.
Iemand vond trouwens dat ik ‘onbewust bekwaam’ aan het breien was. “Ja, dat is één van de vier leerfasen: je begint met onbewust onbekwaam en…”
Ik kijk inmiddels nergens meer van op.
Toen Jon met z’n proeflapje bezig was viel één van zijn pennen op de grond.
Dat typerende geluid; en dat het dan NIET MIJN breipen is die op de grond valt!

En verder? Soep met broodjes en knakworst, gewandeld, hand gewerkt en klaver gejast.
We sloten de dag af in Assen, waar we ter gelegenheid van onze 43e trouwdag (in maart) trakteerden op een etentje bij Villa Tapas.
Vier dagen.
Veel waarde.

Reageren

6 april: Brood.

Eind januari, toen Gerard nog niet zo lang terug was uit het UMCG, werden we op een morgen verrast door onze buren Bonny en Harry.
Op het moment dat zij langskwamen was ik even naar de winkel en Gerard was boven: zij troffen niemand thuis en legden wat ze hadden meegenomen bij ons op het aanrecht met een briefje er bij.
‘Eet smakelijk!’

Het was een heerlijk geurend, nog warm bruin brood.
We sneden ons allebei een kapje af en aten het op tijdens de koffie.
Het was erg lekker!
Vers, met een knapperig korstje.
“Hoe doen jullie dat?” is dan natuurlijk een logisch vraag.
Ze hadden een broodbakmachine.

Het brood was in een mum van tijd op.
Zo zelf brood bakken zou ik eigenlijk ook wel eens willen, maar ik hoor te veel verhalen van mensen die zo’n broodbakmachine hebben.
Dat verhaal begint dan met ‘de geur van versgebakken brood in huis’, dat het zo lekker is, maar ook wel een gedoe, vervolgens staat het ding ontzettend in de weg op het aanrecht in de keuken en tenslotte verdwijnt het in een kast waar het nooit weer wordt uitgehaald.
Carlijn kwam met een leuke tussenoplossing: “Wij hebben zo’n broodbakmachine, maar gebruiken hem bijna nooit, je mag hem wel een poosje lenen.”
Vorige week namen ze hem mee en stond het ding drie dagen ontzettend in de weg op ons aanrecht.
Maandagmorgen ging ik even langs bij Bonny & Harrie voor aanschouwelijk onderwijs; ze hadden speciaal voor mij even gewacht met het bakken van een brood, zodat ze het aan mij konden laten zien.

Het bleek verrassend eenvoudig.
“Wij gebruiken altijd dit” en ze liet mij een pak Koopmans Waldkorn-broodmix zien.
“Hier hoeft alleen maar water bij en mijn geheim is dat ik vooraf altijd een scheutje vloeibare halvarine/Bertoli in de bakvorm doe.”
Geen apart afgeweeg met gist, zout, suiker, melkpoeder en meel!
Dinsdag kocht ik een pak van die broodmix en woensdagmorgen boog ik mij over de handleiding van de broodbakmachine die Carlijn voor mij had uitgeprint.
Alle ingrediënten (water en de inhoud van het pak) moesten in het bakblik, waar het scheutje Bertoli al in zat.

Vervolgens moest ik de stekker in het stopcontact steken; dan hoorde ik een piepje en stond hij automatisch op menu 1, dat was het goede menu voor een gewoon, goudbruin brood.
Daarna hoefde ik alleen nog op het ‘aan’-knopje te drukken.
Meer dan drie uur zou het hele proces gaan duren.
Het apparaat ging aan het werk, er kwamen verschillende geluiden uit het binnenste van de machine.
Ik stond er (argwanend) bij en ik keek er naar, maar na een half uur moest ik weg. Koffievisite.

Toen ik aan het eind van de morgen thuis kwam rook het hele huis naar vers gebakken brood.
Het brood was net zo lekker gaar en knapperig als het exemplaar dat wij in januari kregen.
Voor herhaling vatbaar!

Reageren

5 april: Mevrouw Meijering-Hoeks

Vandaag neem ik je mee naar mijn kindertijd.
Locatie: Servatiusstraat 13, Hoogersmilde.
Situatie: mijn ouders hebben een verjaardag en er komt een oppas om op mijn broer en mij te passen; die oppas is mevrouw Meijering.
Het is een oudere mevrouw en ze woont in de rij bejaardenhuisjes achter ons; ze was de zus van Roelof Hoeks, van de onvergetelijke kerstverhalen tijdens het zondagschoolkerstfeest.
Er was geen meneer Meijering meer. Mijn vader vertelde destijds dat mevrouw Meijering getrouwd was, maar dat haar man al jong was overleden.
Toen ik ouder werd begreep ik dat haar man was gesneuveld begin mei 1940 bij de gevechten tegen de Duitsers.
Zij waren toen nog niet zo lang getrouwd en zij was zwanger van haar eerste kind.

Woensdag 1 april keken Gerard en ik naar ‘Het verhaal van Nederland – de Tweede Wereldoorlog’. Verteller Daan Schuurmans bezoekt historische locaties en hij belicht via dramatisering de morele dilemma’s van gewone Nederlanders. In die aflevering werd het verhaal van het begin van de oorlog verteld: hoe generaal Winkelman bevelhebber van de strijdkrachten werd, welke afwegingen werden gemaakt en er waren beelden van de soldaten in de loopgraven op de Grebbeberg.
Jonge jongens.
Bang en niet voorbereid op wat er zou komen.

Toen dacht ik weer aan mevrouw Meijering.
Zij had één dochter en volgens mijn vader was ze daar wel heel erg op gericht.
“Maor ja, ze hef ok maor ien kiend, daor is ze altied slim zunig op west.”
Die dochter woonde destijds in Westerbork en daar ging ze regelmatig heen.

Zou meneer Meijering ook hebben gevochten op de Grebbeberg?
Zou daar nog iets van te vinden zijn?
Op de website ‘Oorlogsbronnen.nl’ vond ik zijn naam.
Hij heette Willem Meijering en was geboren op 1 november 1911.
Hij was tijdens de meidagen van 1940 dienstplichtig soldaat bij de Mitrailleurcompagnie van het Ie Bataljon van het 1e Regiment Infanterie Koninklijke Landmacht en hij is op 11 mei 1940 omgekomen in de Wassenaarse slag.
Op die pagina stond ook een foto van zijn graf met daarop de naam van zijn vrouw D. Meijering-Hoeks. Dina was haar voornaam en haar dochter heette dus Jantje.

Onderaan op de grafsteen staat de bijbeltekst Spreuken 22: 11
“Wie een zuiver hart heeft en beminnelijk spreekt, heeft de koning als vriend.”

Wat een verdriet.
En dit is nog maar één van die jongens van de bijna 2300 die in de meidagen van 1940 zijn overleden.
Het beeld van die jonge jongens in de loopgraven op de Grebbeberg hield mij ’s nachts uit de slaap.
Oorlog ontstaat door complexe conflicten over territorium, grondstoffen, ideologieën, religie of macht, gedreven door angst en vijandbeelden.
En het houdt nooit op.

Wat zou ik nu nog graag eens een gesprek voeren met mevrouw Meijering.
Want zoals het vroeger ging werd er waarschijnlijk nergens over gepraat.
Stel je eens voor…..

Reageren

4 april: Gastblog Freerk Wiechers – The Passion

Veurige weke schreef ik al dat de femilie van schoonzus Ali het drok had met The Passion in Dwingel. Guster kreeg ik tot mien grote genoegen een gastblog toestuurd van Freerk Wiechers, de vader van Ali. Freerk kwam al ies eerder op dizze website veurbij, under an dit blog heb ik een linkvzet.
Het woord is an Freerk:

The Passion

Ie kunt de paostied op hiel verschillende menieren ‘anvliegen’. Veur een kennis van mien tante was de veertigdaegen tied (zoas dizze periode in het karkelijk jaor het), niet compleet zunder de Matthäus Passion van Bach. Hij haar een ruzige huusholding en darum ‘vluchtte’ hij altied naor mien tante, um daor in heur ‘mooie kaemer’ ongesteurd te kunnen lustern as er een uutvoering op de (toen nog) radio was.

Veur oens jongen begunde die tied al wied van te veuren. An ’t ende van de winter begunden wij al dood holt uut de bos te slepen naor de stee waoras de paosbulte zul komen. Wij kunden haoste niet wachten totdat het tweide paosdag  weur, um dan te kunnen paosvuurslepen. Mit as hoogtepunt, ’s aovends, het anstikken van  de paosbulte. Een old gebruuk um overbodige rommel op te braanden, maor mit, meugelijk, as onderliggende gedachte um schoon schip te maeken mit het verleden, juust in dizze tied.

 Dat kan haoste gien toeval wezen aj de diepere betiekenis van Paosen op oe laot inwarken. Het kruus is daorvan het symbool, want eerst hej Goede Vrijdag. Mit eerder, ’s mörgens, een karkdienst op, zoas ze dat nuumden, een zundag mit het voele hemd (ie verschoonden oe allent maor op zaoterdagaovend en niet veur een dag deur de weke).

Het was algemien gebruuk daj op die dag niet waarkten. Iene die dat wel dee en bijveurbield gung vreden (afrasteren) kreeg een briefie op de baander: ‘O, boer, wordt mens, wat doet gij ons verdriet. Het vreden doet men op Goede Vrijdag niet.’
Import, laeter, die niks vermoedend ’s zundags an ‘t gazon meeien was, weur ook subtiel dudelijk meuken dat dit niet de bedoeling was. En niet allent deur de “fienen”.

Wij kunt natuurlijk niet um Palmpaosen (de intocht in Jeruzalem) hen, mit het haentie op een stokkie en een paosbuul mit neuten en sukereier. Het zal vermoedelijk wiezen op het verraod van Petrus, die ontkende dat hij een volgeling van Jezus was en zuch daorvan bewust weur toen ’s mörgens vro de haene kreeide. Deur Bach hartverscheurend mooi weergeven in de aria Erbarme Dich

Paosvuur. Foto: RTV Drenthe – Noordelijk Persbureau

Maor op Paosmaendagmörgen was het veur de jeugd anpakken. Mit een boerenwaegen, deur de jongen zölf trökken, weur braandbaor materiaal bij de meinsen opheulen, onder het zingen van: ‘Hej nog olde maanden , die mit Paosen braanden. Hej nog een bossie stro of riet, aanders braand oens paosvuur niet.’ As de buit binnen was bracht een boer mit een peerd de waegen naor de paosbulte en weur daor ofleuden. Der was in de daegen daorveur al hiel wat materiaol henbracht, dus dat weur naotied een beste bulte.

Wij, as jonge bulen*, gungen naotied, altied in de buurte van de paosbulte, eier zuken, of roegte afbraanden: jongies wilt altied graeg fikkie stoken. Op een gegeven moment waaw zo enthousiast an ’t braanden dat het vuur aekelijk dichte bij de bulte kwaamp. Wij kregen het maor net uut…

En nou stiet er een verlocht kruus op de Brink en biw weer trogge in 2026, mit alle meugelijkheden en technieken die aw nou hebt. Maor de bosschop is hetzölfde en as die maor overkomp: in de Matthäus Passion of in The Passion. Het schient dat jongeren steeds meer open staot veur religie en mystiek…

Hopelijk deinkt meinsen nog ies trogge an het kruus op de Brink van Dwingel.

Freerk

Alsof het zo mus wezen: Daniël Lohues schreef vandage een column in het DvhN over het paosvuur en dat die traditie al eeuwen old is. Ok eem lezen? Hierbij een link naor zien verhoal.

* jongens

De beloofde link naor een  veurig blog over/van Freek 22 oktober 2024 – Dreints tableau; van daoruut ku’j linken naor twee aandere blogs van zien haand.

Reageren

3 april: Bijna Pasen.

Aan het begin van de 40-dagen-tijd schreef ik over de Kruiswegstaties in de Catharinakerk, verzorgd door Bea Sportel; gistermiddag heb ik Bea die twee uur gezelschap gehouden.
Iedere dag was ze in de kerk en ze heeft de hele periode ondergaan als haar eigen ‘vastentijd’: inkeer, bezinning, maar ook ontmoeting en soms heel druk. “Ik had geen idee wat ik kon verwachten en ik kan ook pas volgend jaar zeggen wat het voor me heeft betekend; ik moet het eerst laten bezinken..”
Ze had een klein dagboekje waarin ze iedere dag notities heeft gemaakt, o.a. hoeveel mensen er die dag kwamen en bijzondere dingen die dag gebeurden.

Gisteravond werkten we met de cantorij mee aan de Witte Donderdag-viering in de Catharinakerk. Zat ik in dezelfde kerk als ’s middags, maar in een compleet andere setting.
In de viering lag de nadruk op het verhaal van voetwassing: voorafgaand aan het laatste avondmaal dat Jezus met zijn leerlingen at waste Hij zijn leerlingen de voeten. Een taak die anders door een huisknecht werd gedaan, maar die was er die avond niet. Niemand van de leerlingen voelde zich geroepen om die taak op zich te nemen. Jezus liet met zijn optreden zien dat je je nooit te goed moet voelen om een ander de voeten te wassen.
De voorganger zei het gisteravond heel treffend: we moeten elkaar niet de oren wassen, maar de voeten.

Gisteravond keken we (uitgesteld) naar ‘The Passion’ vanuit Dwingeloo. Dat was voor het eerst, want die uitvoering van het paasverhaal past niet zo bij mijn beleving in deze tijd. Maar we hadden er zoveel over gehoord en was in Drenthe, dat moesten we toch zien.
We zagen bekende Nederlanders en we zagen bekende plekken (o.a. het Shakespearetheater) en het verhaal werd mooi verteld.
‘Kom dichterbij’ was het thema; een duidelijke boodschap in een wereld waarin mensen steeds meer op hun telefoon staren, achter schermen zitten en in hun eigen wereld zitten met koptelefoons op. Kijk om naar de ander.

Begin deze week kreeg ik een mail van Marina van het online tijdschrift OMG-Magazine; in februari schreef ik daar al eens een blog over.
“Met heel veel plezier stuur ik je hierbij het tweede online nummer van OMG-Magazine.
Ik heb ervoor gezorgd dat je dit nummer tijdig voor Pasen ontvangt. Niet toevallig, omdat een deel van deze editie in het teken van Pasen staat.”

Het is weer een mooie editie; het thema is ‘Transformatie’.
Mooie beelden van het kleurige ijsvogeltje, bloemen en andere dieren, een beschouwend artikel over Rutger Bregman en een artikel over het boek ‘Manifesteren kun je leren’ van Willemijn Welten. En, specifiek voor deze dagen, de bijdrage ‘Bijbelteksten over Goede Vrijdag en Pasen’.
Hierbij een link naar OMG nummer 2 van 2026.
Je kunt het op je scherm lezen, maar je kunt het ook uitprinten.

Dit blog sluit ik af met een afbeelding.
Het is de laatste pagina van de orde van dienst van gisteravond: het laatste couplet dat werd gezongen en de veelzeggende afbeelding.

Reageren

2 april: Gastblog Remmelt – Geploegd land op Het Hogeland

Wat kan een schilderij adembenemend mooi zijn.
Dit schilderij kwam ik tegen in een antiekzaak en was onduidelijk gesigneerd.
De omschrijving achter op het schilderij was wel duidelijk en bracht mij naar de bekende kunstenaar Sjoerdtje Hak.
Zij heeft Het Hogeland op een weergaloze wijze weergegeven; zo kan dit landschap er in bepaalde seizoenen uitzien.
Het is een eindeloos gebied met grijze en grauwe kleuren, maar als je goed kijkt zie je prachtige groene en blauwe kleuren opkomen uit de mist.
Zo geeft de kunstenaar de feestelijke werkelijkheid weer:  dat is deze kunstenaar goed gelukt.

De mevrouw die het later zou kopen belde direct nadat ik het schilderij op Marktplaats had geplaatst.
Ze zei: “Je moet het schilderij voor mij vasthouden, ik woon ook in Roden en ik kom eraan!”
De koop was snel gesloten en het schilderij bleef in Roden.
Haar man werkt op het Hogeland in de landbouwsector. Niet veel later kwam er een foto van deze blije kopers met het schilderij boven de bank.

Geploegd land in Noord Groningen.
Sjoerdtje Hak 1945 – Olieverf

Sjoerdtje Hak is geboren in Lemmer in 1945.
Haar schilderijen ontstaan buiten. Daar maakt ze potloodschetsen met kleur- en sfeernotities.
In haar atelier werkt ze deze schetsen uit tot landschapsschilderijen in olieverf of aquarel.

Sjoerdtje Hak – afbeelding van haar eigen website

De eigenschappen van deze materialen kent ze door en door. Daardoor is ze in staat met olieverf en aquarel te laten zien waar voor haar de essentie van een landschap in schuilt. Het vlakke waterrijke landschap van haar geboortegrond heeft haar gevormd, ook als kunstenaar. Haar voorkeur gaat uit naar het noordelijke landschap, de Nederlandse polders, rivieren en wadden.  Landschappen die gevormd zijn door de wind en regen en waarvan de sfeer bepaald wordt door de afwisseling van zon en wolken.

Hierbij een link naar de website van Sjoerdtje Hak.
Kijk dan vooral even op pagina’s die onder het kopje Aquarel/Olieverf staan: daar vind je meer van haar schilderijen.

Tenslotte: in 2010 heeft Sjoerdtje geëxposeerd in Amstelveen.
Die tentoonstelling werd op 6 mei van dat jaar geopend door de actrice Ellen Vogel.
Op de website ‘Amstelveenweb’ vond ik een een mooi artikel over die opening.
Je ziet foto’s van de feestelijke bijeenkomst en van een stralende Sjoerdtje;  de toespraak die Ellen Vogel die middag hield is helemaal te lezen.
Hierbij een link naar dat artikel.

Sjoerdtje is lid van twee kunstenaarsverenigingen:
Palet Zwolle 
Sint Lucas Amsterdam 

Remmelt heeft een eigen pagina op deze website onder de titel ‘Remmelts liefde voor de schilderkunst.
Op die pagina vind je een overzicht van alle blogs van zijn hand tot nu toe.

Reageren

Pagina 1 van 407

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén