De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

8 maart: Duizend keer gehoord en gezongen.

Het was al even geleden, maar vanmorgen liepen Gerard en ik in de zondagmorgenzon naar de Catharinakerk op de Brink, dankbaar dat we al weer zover zijn dat dat weer kan.
Natuurlijk, we kregen op zondagmorgen de viering thuis wel mee, maar dat kan niet tippen aan de lijfelijke aanwezigheid in de kerk.
Alleen het zingen al…… wat fijn om weer gewoon samen met iedereen te kunnen zingen!
Eén van de mooiste momenten van de viering van vanmorgen was het lied dat we vaak zongen toen de Catharina-cantorij er nog was: lied 295 ‘Wees hier aanwezig’, waarbij de gemeente de regel ‘Wek Uw kracht en kom mij bevrijden’ zingt. De ontroering die ik dan voel zit in de bekendheid van het lied, het mooie orgelspel van Erwin Wiersinga  en het gegeven dat ik al meer dan 35 jaar in deze kerk met de gemeente zing, bid en de kerkdienst beleef.

Voorganger Sybrand van Dijk vertelde aan het begin van de viering dat hij zich de afgelopen week bedrukt had gevoeld om de toestand in de wereld en vroeg om het onderling even te hebben over wat ons moed en hoop had gegeven. Ook ik had last van die negatieve druk van al dat slechte nieuws dat maar over elkaar heen buitelde, maar wij zijn daarnaast hoopvol omdat het met Gerards gezondheid steeds wat beter gaat.

Vanmorgen werd de geloofsbelijdenis voorgelezen. Die kun je met elkaar zingen (‘Ik geloof in de God de Vader…etc.), die tekst kan ook voorgelezen worden, maar soms kiest een voorganger een andere geloofsbelijdenis en vanmorgen luisterden we naar een versie van Dorothee Sölle.
En omdat het niet de standaardtekst is die je hoort (en al duizend keer hebt gehoord) luister je met meer aandacht.
Het begon zo: Ik geloof in God die de wereld geschapen heeft, maar niet als iets dat af is en onveranderd moet blijven…..*

In het dankgebed benoemde de dominee de druk van de afgelopen week.
Een wereld waarin het geschreeuw oorverdovend wordt en waarin je bijna niet meer weet wat waarheid is en wat niet.
Het gebed sloot hij af met de wens dat we niet zouden kijken naar de wereld met het idee dat die vol vijanden is die overwonnen moeten worden, maar dat de wereld vol naasten is die bemind kunnen worden.
Het slotlied was het 1e couplet van het lied ‘Bron van liefde, licht en leven’, lied 793 uit het Liedboek.
Een lied dat me alleen door de melodie (‘Wat de toekomst brengen moge’, die ik ook al duizend keer heb gezongen) telkens weer raakt.

We gingen niet koffiedrinken in De Deel, maar wandelden op de terugweg om de Mensinge heen, waar twee ooievaars bezig waren om hun nest op orde te maken.
Wat een hoopvol beeld……

*Wij hoorden vanmorgen Sybrands versie ‘naar Dorothee Sölle’. Hierbij een link naar de complete tekst van de geloofsbelijdenis zoals die door Dorothee is geschreven.

Je kunt deze viering terugkijken/-luisteren via Kerkomroep of het YouTubekanaal van onze PKN-gemeente.

Reageren

7 maart: Boomers.

Aan  het eind van het 10e Pensionada-blog schreef ik: ‘Misschien binnenkort maar eens op de fiets naar Groningen. Door de Onlanden. Maar niet meer om zeven uur’.
Gisteren kwam het er al van: om 11.00 uur zaten we op de fiets!
Zonnig weer en niet veel wind, we genoten er van. 
Ons doel was het centrum van Groningen, te weten het Forum, waar we de film ‘Boomers’ wilden bekijken. 
Die draaide om 13.15 uur. 
Daaraan vooraf trakteerden we onszelf op een twaalf-uurtje in ‘De Drie Gezusters’.

We nestelden ons na 13.00 uur in de fauteuils in de luxe bioscoopzaal waar Huub Stapel gestalte gaf aan de 65-jarige Bob.
Hij woont in een luxe loft in Amsterdam, hij heeft een veel jongere vriendin en een groep vrienden die hij al meer dan veertig jaar kent. 
Maar Bob wordt ouder….. hij slaapt met een apneu-masker en heeft moeite met plassen.
Zijn vriendin wil dolgraag een kind, iets wat hij helemaal niet ziet zitten en op zijn werk wordt hij aan alle kanten ingehaald door jongere werknemers die willen werken met Instagram, influencers en Tik Tok. En Bob zit niet op Tik Tok.
En dan is hij ook nog nodig bij het verzorgen van zijn moeder die een tia heeft gehad.
Met zijn moeder en zijn zus praat Bob trouwens prachtig Limburgs; zo mooi om te horen.
Rode draad in de film is Odile, een jeugdliefde van Bob die weer in zijn leven opduikt en waar hij behoorlijk van onder de indruk is.

In Boomers zien we hoe mensen worstelen met hun leeftijd en gaan twijfelen aan hun plek in de maatschappij. 
Bob is op een gegeven moment gewoon een oude, chagrijnige man die alleen maar aan zichzelf denkt.
Op een dieptepunt in zijn leven zegt hij: “Ik heb alles verkloot; met mijn moeder, mijn huwelijk en mijn dochters opgescheept met een weekendvader.”
Zijn vriendin noemt zijn vriendengroep ‘een stelletje vervelende boomers’, maar zij blijken toch erg belangrijk te zijn. 

Wat een heerlijke film!
En wat herkenbaar voor mensen van onze leeftijd.
“Waar gingen wij ook maar weer heen, welke band was dat? Ik kom er zo weer op…”
“Fijn dat ik opa wordt, maar ik wil niet zo genoemd worden!”
“Een cruise?!? Dat gaan we toch niet doen!”
Tandenpoetsen op één been om de balans te oefenen. 
“Ik hou tegenwoordig de leuning vast als ik de trap op loop…”
Even ‘voorgenieten’? Hierbij een link naar de trailer

Om 17.30 uur waren we weer thuis. 
Een dagje Groningen.
Genieten van het sfeertje in het Forum*: ontmoetingsplek en huiskamer van Groningen. 
Nieuwe oorknopjes gekocht bij ’t Oortje.
Lekker gegeten op de Grote Markt; het was al druk ‘ien Stadt’ en de terrasjes zaten gezellig vol.
Overal perkjes met krokussen en narcissen. 
Op de terugweg een ijsje bij het Hoornse meer. 
En het fijnste: fietsen door de Onlanden. 
Er stonden weer groepjes mensen met enorme telelenzen te koekeloeren over het natuurgebied; ook zonder dat we weten welk bijzonder beest daar nu weer te zien was was het fantastisch om daar na een half jaar weer te fietsen. 

* Meer weten over het Forum? Hierbij een link naar Visit Groningen met heel veel informatie. 

Reageren

6 maart: NAIS mien jong!

Half februari kregen we een appje van jongste dochter Carlijn met een uitnodiging: ‘Donderdag 5 maart is er een open dag voor vrienden en familie bij NAIS waar ik vrijwilligerswerk doe. Komen jullie ook kijken?’ Tuurlijk.
Even uitleggen: bij NAIS maken ze nieuwe items van bestaande stoffen die zijn binnengekomen bij hun collega’s bij de textielafdeling van GoudGoed, een grote kringloopwinkel in Groningen.
Ze vinden dat tweedehands stoffen en textiel oneindig veel mogelijkheden bieden.
NAIS items zijn daardoor uniek, net als de mensen die ze maken. Want ook zij beschikken over allerlei mogelijkheden die ze bij NAIS kunnen ontdekken en ontwikkelen.
Carlijn liet ons een hoedje zien dat zij gemaakt had: “Kijk, dit was stof van een dekbedovertrek met paarden.”
In de achternaad zie je het labeltje dat ieder item dat bij NAIS gemaakt is siert.

Wij hadden al veel enthousiaste verhalen gehoord over kasten vol gesorteerde lapjes, op kleur gesorteerde klosjes naaigaren, zelfgemaakte tassen, een werkruimte met voor iedereen een naaimachine, een kniptafel en een fijne werksfeer, nu konden we het met eigen ogen aanschouwen.
Op dit moment is er één grote opdracht waar het hele team aan werkt.
Carlijn: “Daar zie je een hele grote stapel waszakken, die jaren zijn gebruikt door een grote zorginstelling. De zakken waren praktisch in gebruik, sterk en onmisbaar achter de schermen. Toen ze hun oorspronkelijke functie verloren, begonnen ze bij ons aan een nieuw hoofdstuk. Samen met de zorginstelling kwamen we tot een nieuw idee voor deze waszakken: strandtassen! Deze tassen worden cadeau gedaan aan het personeel van de zorginstelling. Een dankjewel, gemaakt van iets dat al onderdeel was van hun dagelijks werk. Wat eerst zorg droeg, draagt nu zomerplannen. Een tas met geschiedenis voor mensen die elke dag het verschil maken.
Op de afbeelding hiernaast (erop klikken voor een vergroting) zie je links de stapels waszakken; op de tafel rechts ligt een strandtas die al klaar is mét zo’n mooi NAIS-labeltje aan het zakje aan de voorkant.

We zagen voorbeelden van verschillende soorten tassen en tasjes, kussens, brillenhoesjes, maar ook meubels die opnieuw bekleed waren.
In één van de kasten langs de wand stond voor iedereen een krat voor eigen projectjes. In Carlijn’s krat zaten een aantal zelf gemaakte artikelen die waren versierd met kleine, geborduurde motiefjes. Een kikkertje, een slakje, een rupsje……. erg lief.
We grapten al over een nieuwe lijn: ‘de Lijn-lijn’!
Dan heb je echt wel iets bijzonders, want Carlijn borduurt die diertjes er met de hand op.
Ze vertelde dat dit een nieuwe collectie wordt met het thema ‘Lente’; het is de bedoeling dat het vanaf april in de verkoop komt.
Wil je zo’n exclusief item? Kan ik voor je doorgeven.
Onderaan dit blog vind je wat details van de borduurwerkjes.

We dronken samen een glas fris, we genoten van de knabbeltjes die op tafel stonden en we kwamen tot de conclusie dat het een aangenaam ‘kijkje’ achter de schermen was.
NAIS mien jong.
Dat was het!

Meer weten? Hierbij een link naar hun website.

 

Reageren

5 maart: Cadeau in twee delen.

Op zaterdag 28 februari pakte ik het tweede deel* van het cadeau uit dat ik kreeg van onze dochters voor mijn 65e verjaardag.
Na het heerlijke eten in Veenendaal zochten we allemaal onze hotelkamer op.
Even contact met het thuisfront en slapen.
Gek hoor; ik was nog nooit alleen in een hotelkamer.
Tot even na twaalven heb ik lekker liggen lezen!
De volgende morgen was ik al rond half 8 wakker.
Ik keek naar buiten en zag mist, maar ik wilde toch graag een wandeling maken, dus om kwart over acht liep ik bij het hotel weg richting Driebergen.
Het was trouwens helemaal niet mistig; de ramen van mijn slaapkamer waren beslagen…..
Liep ik in mijn eentje in de vroege morgen in de bossen op de Utrechtse heuvelrug; daarna was er natuurlijk dat heerlijke ontbijt waar je altijd langs mag schuiven als je in een hotel overnacht.

Bij het cadeau hoorde ook nog een borrelplank; we besloten dat we die in Assen gingen opzoeken. We begonnen in Assen met een bezoek aan de winkel Art & Hobby aan de Vaart ZZ.
Wat een schot in de roos; breigaren, sokkenwol, naaigaren, vouwblaadjes…… we zijn wel een uur binnen geweest.
In 2022 was ik daar al eens geweest: je leest er alles over in dit blog.
Daarna zochten we een plekje in Dinercafé Autentieq in Assen, waar we de XL-plank bestelden.
“Zullen we dan ook nog even naar Het Goed hier in Assen?”
De vraag stellen is haar beantwoorden.
Ook daar vonden we allemaal wel weer iets van onze gading; ik vond een kaarsenstander voor 4 kaarsen die ik aan het eind van dit jaar ga gebruiken voor het adventsbloemstuk.

In de auto op weg naar Roden zag ik de tijd op het dashboard. 17.10 uur.
“Is het nu al tien over vijf?!?” Ik kon het me haast niet voorstellen.
Time flies when you’re having fun.
En fun had ik.  Wat kun je dan genieten van zo’n simpel bezoek aan onze provinciehoofdstad waar ik al zoveel voetstappen heb liggen.
Een handwerkwinkel, een drankje met wat lekkers en een kringloopwinkel in gezelschap van mijn eigen drie gezusters.
Eenmaal thuis in Roden gingen we pannenkoeken eten, dat had ik van te voren beloofd.
Onze mannen hadden die zaterdag ook een gezamenlijk dagje uit.
Gerard bood hen een spel aan in ‘de Postwagen’ in Tolbert, de jail-challenge; hun groep heette ‘Gerard en de kouwe kant’.
Daarna gingen zij met z’n vieren eten bij het FoodCafé in Roden. Toen wij de pannenkoeken ophadden kwamen de heren net weer thuis en dronken we samen nog een kop koffie.

Tante Trijn met onze dochters in 1996

Zaterdag 28 februari stond al vanaf eind 2025 in de agenda’s van mij en de dochters als ‘Derde Oma Dag’**.
Maar onze derde oma is er niet meer.
We haalden natuurlijk nog wat herinneringen aan haar op en benoemden dat het goed was dat we haar de laatste jaren op de laatste zaterdag van februari met z’n vieren hebben bezocht.
Mann verliert niemals die zusammen verbrachte Zeit.
Dit cadeau voor mijn verjaardag bevatte meer dan 28 zusammen verbrachte uren.
Niet spectaculair.
Wel erg waardevol.

* deel 1 gemist? Hierbij een link naar het blog ‘Wàt een cadeau!
** Hierbij een link naar het blog over de ‘derde-oma-dag’ van vorig jaar. Van daaruit kun je doorlinken naar de voorgaande jaren.

Reageren

4 maart: PensionAda 10 – Bevorderend voor mijn welbevinden.

In de eerste week van februari zaten we op een morgen koffie te drinken toen ik me ineens realiseerde: ‘er is nu even niets dat nog moet’.
Dan moet je denken aan: fotoboek van 2025 klaar, iets voorbereiden van een koor of iets voor de kerk, het schrijven van blogs voor de voorraad ( voor als ik even niks beleef of voor als het zo druk is dat ik toe kom aan schrijven)  en huishoudelijke klussen waarvan ik vind dat ze moeten.
“Nu zou ik zomaar overdag kunnen gaan lezen”.
Ja.
Dat zou kunnen.
Het gekke is dat dat er nog amper van is gekomen. Zodra ik ging zitten bedacht ik toch nog weer iets dat ik nog zou moeten doen.
Zoals het kastje naast de bank leegmaken: ik had bedacht dat dat mijn ‘lees-stapel-kastje’ zou worden.
Die leesstapel (tijdschriften, boeken, brochures) ligt altijd op de bankleuning, maar die valt er om de klip-klap af.
Het kastje maakte ik leeg en ik verbaasde mij over wat ik allemaal terugvond!
Alles opgeruimd en uitgezocht; de leesstapel ligt nu in het kastje en bovenop ligt mijn tablet.
Dan slingert die niet steeds overal in huis maar heeft het ding een vaste plaats.
Organieke plaats‘ hoor ik dan mijn vader zeggen in mijn achterhoofd;

Toen ik in 2021 begon te werken in het secretaresseteam van Team290 veranderden mijn werkdagen na 12 jaar van di/wo/vrij naar ma/wo/do.
Hoe ingrijpend dat was voor mijn structuurgevoelige brein beschreef ik in het blog  bevorderend voor uw welbevinden. 
Toen we begin februari met Gerards gezondheid in wat rustiger vaarwater kwamen nam ik mij voor om weer een beetje structuur aan te brengen in de weken.
De huishoudelijke klussen verdeelde ik over de vijf doordeweekse dagen en naast het toetsenbord legde ik weer mijn ‘weekbriefje’: wat wil ik deze week doen.
Dan moet je denken aan een afspraak met iemand maken, een kaartje schrijven en op de bus, een datum plannen met een groepje en opruim/uitzoekklusjes.
Er zijn mensen die deze alinea gelezen hebben met opgetrokken wenkbrauwen en zich afvragen ‘waarom zou je dat in ’s hemelsnaam doen als je met pensioen bent; dan hoef je immers niks meer!’
Antwoord: ik heb die regelmaat nodig, anders kom ik tot niks.
Het is bevorderend voor mijn welbevinden.

En hoe fijn het ook is om niet meer naar het werk te hoeven: soms voel ik toch wat kleine heimwee-prikjes.
Niet naar het werk zelf, maar naar de secundaire arbeidsomstandigheden.
Deze week nog: een koude, maar zonnige morgen en ik zag mezelf om 07.15 uur door de Onlanden fietsen op weg naar mijn werk.
Flarden nevels nog over de velden en een opkomende zon.
De foto hiernaast maakte ik begin oktober vorig jaar, toen moest ik nog drie weken werken.
Als je goed kijkt zie je mijn schaduw op het grasland, achter mij schijnt de zon.

Misschien binnenkort maar eens op de fiets naar Groningen.
Door de Onlanden.
Maar niet meer om zeven uur 😉

Benieuwd naar de andere delen in deze serie?
Hierbij een link naar deel 1, onderaan dat blog vind je een overzicht van alle tot nu toe gepubliceerde delen.

Reageren

3 maart: Merklap wordt tablet-hoes.

Op 21 januari schreef ik over de handwerkerfenis van Jansje die Holy Stitch kreeg van Jaap.
Inmiddels hebben de verschillende spulletjes uit die erfenis hun weg gevonden.
Er was o.a. een borduurwerk waar allemaal vuurtorens op stonden.
Geke (van Holy Stitch) had die lap mee naar huis genomen en gebruikt de afzonderlijke vuurtorens voor het maken van kaarten.
Hiernaast vind je een afbeelding van wat ze er van heeft gemaakt.

Zelf had ik van de stapel borduurwerkjes van Jansje een merklap gehouden met allemaal huisjes.
De lap was nog niet klaar: de rechterbovenhoek moest nog worden geborduurd.
Op de afbeelding rechts zie het je lege stukje.
Met de rand rechtsboven was ik toen al bezig: die moest vanaf het midden van de zijkant nog geborduurd worden.
Het is best raar om met het borduurwerk van iemand anders verder te gaan.
Borduren is namelijk iets heel persoonlijks.
Van onze vroegere handwerkjuf Dini de Vink moesten bij een kruissteek-borduurwerk alle steekjes de zelfde kant op wijzen (een borduurster weet wat ik bedoel) en de achterkant van het werk moest ook toonbaar zijn “….dus niet kris kras over elkaar heen borduren en netjes en zonder rafels en knoopjes afhechten, meisjes!”
Het garen dat je gebruikte moest gesorteerd worden op kleur en in een papieren of houten houder met gaatjes worden bewaard; het garen dat je al had afgesplitst bewaarde je ook bij de goede kleur op de houder.

….. haile boudel in toeze…..

Jansje had kennelijk geen les gehad van ‘een juf De Vink’.
En als ze wel een strenge handwerkjuf heeft gehad, dan deed ze niets met de dwingende adviezen.
Het garen dat bij de huisjes-merklap hoorde zat in elkaar gefrommeld bij de lap in gevouwen, zie afbeelding rechts.
Na enig uitgezoek vond ik de goede groene kleurtjes voor de rand en voor het plaveisel onder de huisjes.
En dan zit je te borduren met Jansjes naald (zat er nog in) en vraag je je af: wat zou ze er nog bij hebben willen borduren?
Had ze al een huisje in haar hoofd?
Waar zou ze het voor willen gebruiken?
Het borduurwerk vulde ongeveer een kwart van de hele lap; zou ze nog meer op die lap hebben willen borduren?
Al bordurend bedacht ik dat ik Carlijn zou vragen om van deze lap een hoes te maken voor mijn laptop; op de afbeelding hiernaast zie je hoe het is geworden. (klik op de afbeelding voor een vergroting).
Het hoesje gebruik ik dagelijks.
Als herinnering aan de vrouw die ik graag wat beter had leren kennen, maar er was haar geen tijd meer gegund.

Nu zijn er zijn nog twee prachtig geborduurde schilderijen met een historisch onderwerp (nog niet ingelijst) over van de erfenis van Jansje; zie de afbeelding onder dit blog.
Mocht je belangstelling hebben, zoek dan even contact met mij via de reactie-mogelijkheid onderaan dit blog, dan spreken we iets af over de verzending.
Komt er geen reactie, dan breng ik ze na de Holy Stitch van de maand maart naar de kringloop.

Romeinen 50 x 50 cm

Grieken 50 x 50 cm

Reageren

2 maart: Gastblog Remmelt – Rode koeien.

Dit schilderij kocht ik om het motief, een landschap met koeien. Dat spreekt mij altijd aan.
De kleurschakeringen zijn bijzonder in het schilderij. De koeien, de weide, de bomen, maar vooral de oranje wit blauwe lucht. Dat kan duiden op een warme zomerse dag voorafgaande aan of na een onweersbui. De koeien rusten in de schaduw van de bomen.

Onderzoek leert dat de maker van het schilderij een Friese kunstenaar is. Friesland staat bekend om zijn hoogwaardig zwartbonte stamboekvee, maar ook bestaat het roodbonte Friese vee. Er was veel belangstelling voor dit schilderij. Een goede kennis, die mij volgt op internet, belde mij direct.
“Je moet het schilderij voor mij vasthouden, ik wil het geven aan mijn vrouw, die binnenkort jarig is.”
Hij kwam langs en kocht het schilderij. 

Joh. Elsinga 1893-1969
Landschap met rode koeien – Olieverf op paneel

Johannes (Joh) Elsinga, Wommels 1893-1969 Leeuwarden, was een belangrijk Fries impressionist, schilder en aquarellist van figuren, landschappen, stadsgezichten en bloemen.
Hij volgde zijn opleiding tot schilder aan de Rijksacademie in Amsterdam, onder leiding van Nicolaas van der Waay. Ook volgde hij lessen aan de academie in Den Haag.
Vanaf 1921 woonde hij weer in zijn geboorteplaats Leeuwarden; Elsinga maakte vele reizen o.a. naar Noord-Afrika, Spanje en Engeland. Elsinga wordt wel beschouwd als een nabloeier van de Haagse School. Zijn coloriet is echter warmer, door het gebruik van veel aardkleuren en diepe roden voor toetsen en accenten.

Afbeelding: Dorpsarchief Grou

Naschrift Ada: Op de website ‘Dorpsarchief Grou‘ vond ik een mooie foto van deze schilder met één van zijn werken.
Elsinga woonde dan wel niet in Grou, maar had daar samen met een vriend een boot liggen. Schilderen was hun gezamenlijke hobby; ze kwamen op het idee om samen een boot te kopen om het landschap vanaf het water vast te leggen. In 1926 kochten ze een zeilschip dat in Grou kwam te liggen.
Op bovengenoemde website lees je wat Harry Elzinga zich nog herinnert van die tijd en vind je een schilderij van het schip.

Op de website van Kunstgalerie Arnold zie je nog een ander werk van Elsinga: ‘Bosgezicht met boerderij’.
Daar lees je ook dat hij het jammer vond dat de meeste mensen hem vooral als Friese schilder kenden en dat hij graag vertelde dat hij regelmatig buiten Friesland had gewerkt. Het artikel eindigt met een mooie beschrijving van de schilder Elsinga:
‘Elzinga stond niet op de barricaden, van –ismen moest hij niets hebben. Hij schilderde, aquarelleerde, tekende en etste onverstoorbaar door in een stijl die hij zich eenmaal had eigen gemaakt. Zijn landschappen, bloemen en portretten hebben in het algemeen een zonnig, impressionistisch karakter, maar ook donkere wolkenpartijen boven lage horizonnen schuwde hij niet.

Ik hoop dat de vrouw van de goede kennis van Remmelt ‘Het landschap met rode koeien’ een mooi verjaardagscadeau vond!
Zulke dure cadeautjes krijg ik meestal niet…..

Remmelt heeft een eigen pagina op deze website onder de titel ‘Remmelts liefde voor de schilderkunst.
Op die pagina vind je een overzicht van alle blogs van zijn hand tot nu toe.

Reageren

1 maart: Wàt een cadeau!

Op mijn 65e verjaardag kreeg ik van onze dochters een  workshop cadeau: ‘Archeologische objecten in een modern jasje’ in het Archeologisch Museum in Houten.
“We gaan vrijdagmorgen richting Houten; na de workshop gaan we naar Landgoed De Horst waar we voor ons allemaal een hotelkamer hebben gereserveerd.
’s Avonds gaan we dan ergens eten en zaterdag de 28e gaan we ’s middags ergens genieten van een drankje en een borrelplank.”
Dat hoorde allemaal bij het cadeau: meer dan 24 uur met z’n vieren!

De workshop was voor mij een feest.
Er stonden twee tafels klaar: op de ene stonden bakjes met scherven en stukjes van dingen uit verschillende periodes uit onze geschiedenis.
Er is inmiddels in die omgeving zoveel archeologisch materiaal  opgegraven dat er dozen met restanten ‘weg’ kunnen.
Vrijwilliger Lenie Baars van het Archeologisch museum vond dat eigenlijk wel jammer en bedacht in corona-tijd deze workshop, waar je een sieraad maakt van een archeologisch object.
Op de andere tafel kon je materiaal uitzoeken om je werkstuk mee in elkaar te zetten: allerlei soorten leer, kettinkjes, bandjes, kralen, te veel om op te noemen.

Houten lag op de Romeinse limes en uit het doosje ‘Romeins’ zocht ik voor mijn sieraad een scherf; een van de dames vertelde dat die afkomstig was van een zogenaamde rib-kom, een soort aardewerk dat de Romeinen gebruikten. Van de andere tafel koos ik een stukje rood leer en ik vond een ketting met kralen die er goed bij pasten en daar liet ik het bij. Aan de slag.
Lenie voorzag ons van adviezen en bood hier en daar de de helpende hand.
Mensen die ons gezin niet kennen moeten wel wat wennen aan onze gewoontes; wij roepen soms gelijktijdig een quote uit een film of zo en soms heffen we spontaan een lied aan.
Toen Lenie zei: “……dat mag je dan zelf bedenken!” moesten wij collectief denken aan Cowboy Billie Boem en zongen: ” en dan mag je zelf bedenken wat voor beest dat is geweest!”
Maar verder viel het mee hoor.
We maakten mooie dingen. Carlijn maakte oorbellen die een voor- en een achterkant hadden, (zie afbeelding hiernaast). Harriët maakte een broche van verschillende scherfjes met groentinten en Frea een ketting met een dubbele scherf; toen het allemaal klaar was waren we dik twee uur verder.

We kregen nog een korte rondleiding door het museum en daarna zetten we koers naar Landgoed de Horst in Driebergen. Dat is een complex dat vooral gebruikt wordt voor vergaderingen en trainingen. We hadden allemaal een eigen kamer waar we trouwens niet heel veel zijn geweest.
De dames hadden bedacht dat we gingen eten bij ‘Zusje‘ in Veenendaal. Dat is een restaurantketen die bekend staat om het ‘Bourgondisch-genieten- concept’; je kunt de hele avond kleine tapas-gerechtjes bestellen in een sfeervol, oud gebouw.

Daar zat ik met mijn dochters.
De workshop was net wat voor mij en erg gezellig, maar meer dan 24 uur met z’n vieren was het mooiste cadeau.
Wordt vervolgd…..

Reageren

28 februari: Paleis Soestdijk (4) – Upstairs – Downstairs.

De term ‘Upstairs – Downstairs’ kennen we van de Britse TV-serie in de jaren ’70.
Daarin maakten we kennis met de aristocratische familie Bellamy en hun bedienden in een vijf verdiepingen tellend statig herenhuis.
De adellijke familie woonde ‘upstairs’, ‘downstairs’ was het souterrain, het domein van de bedienden.

Die term kwamen we ook tegen tijdens onze rondgang door paleis Soestdijk. Bij de grote trap die van de kelder leidt naar de begane grond waar de koninklijke familie woonde stond  een informatiebord met de titel ‘Upstairs – Downstairs’; daarop stond o.a. het volgende te lezen:

Deze trap verbind het domein van de bedienden downstairs met de wereld van de Oranjes upstairs.
Waar het beneden een gezellig geroezemoes is met voetstappen die klinken door de gangen, het rinkelen van servies en de geuren van vers gekookte maaltijden, moeten medewerkers die naar boven gaan zich rustig gedragen, voorzichtig lopen, geen herrie maken en vooral niet opvallen.
Wie deze trap naar boven is opgelopen betreedt een andere wereld: de wereld van de Oranjes met geschreven en ongeschreven regels,  gebruiken en tradities.
Lange tijd zijn deze twee werelden strikt gescheiden. De vertrekken van de medewerkers zijn in het souterrain, op zolder of in huisjes op het terrein.

Vanuit een klein halletje, waar de kleine voedsel-lift op uit kwam (zware dingen hoefden dus niet die trap op te worden gedragen), daalden we af naar de benedenverdieping: het domein van het personeel.

De keuken, zoals die er nu uit ziet, werd destijds voor Juliana en Bernhard gemaakt en werd gezien als voorbeeld van het nieuwe comfort dat werd aangebracht en waarmee het paleis permanent bewoond kon worden.

Het souterrain was nu ingericht als keuken; het was helemaal betegeld en er was van alles te zien: grote fornuizen, mooie serviezen en ook nog een paar stukken van het servies van Willem Alexander & Maxima.
In een artikel in de Gooi & Eemlander vond ik nog een paar uitspraken van mevrouw Jansen: zij poetst al bijna 36 jaar de royale keuken, de statige zalen, de kroonluchters en de eikenhouten vloeren. Nieuw personeel werkte zich letterlijk op: van het souterrain via de gastenverblijven naar de slaapkamer van Bernhard en Juliana. Dat was volgens haar het hoogst haalbare. Dat vond Jansen in het begin best spannend. ‘Je zit wel aan hun spullen. Maar uiteindelijk zijn het gewoon mensen zoals jij en ik, met hun dagelijkse beslommeringen. De prins en de prinses drinken ook koffie, en eten ook een boterham.’ Mevrouw Jansen maakt het paleis nog steeds vijf dagen in de week schoon.  Juliana en Bernard hadden geen schellekoord met belletje meer in hun kamers; op de afbeelding links zie je het destijds ultramoderne lampjes-paneel.

Tenslotte: wie vonden wij tot onze stomme verbazing in de tuin van het paleis?
Onze Bartje!
Hoe komt die nou daar terecht?
Hierbij een link naar een YouTube-filmpje uit 1973: aan het eind van die video weet je het antwoord op die vraag.

Benieuwd naar de andere blogs over Soestdijk?
Hierbij een link naar deel 1, onder aan dat blog vind je een overzicht.

Reageren

27 februari: Massief koud.

In het blog over het boek ‘De ontgroening van een eerstejaars gepensioneerde’ schreef ik: het laatste hoofdstuk van het boek bracht mijn van mijn stuk. Daarin beschrijft hij het overlijden van zijn vader. Vandaag, op de sterfdag van mijn vader, het in dat blog beloofde vervolg. In het boek beschrijft hoofdfiguur Maarten dat hij op een avond wordt gebeld door zijn broer met de mededeling; ‘Vader is dood’ en vervolgens beschrijft de auteur wat dat met hem doet.

Ik was op slag in totale verwarring. Jij dood? Jij overleden? Het idee was te grotesk om te accepteren. Natuurlijk wist ik dat het moment ooit zou komen, dat ook jij het eeuwige leven niet had, maar ik had het onbewust ergens in een vage verre toekomst geplaatst, op zijn vroegst over 10 jaar of zo. Zo oud was je immers nog niet, nog maar net 77!

Dit bracht mijn weer terug naar 27 februari 2008, toen ik ’s morgens op kantoor werd gebeld door de buurvrouw van mijn ouders; we moesten onmiddellijk naar Hoogersmilde komen.
Toen we aankwamen was mijn vader overleden; hij was nog maar 75.
Het is één van breekpunten in mijn bestaan: er is een leven vóór en een leven ná zijn overlijden.
De plotselinge dood wordt als volgt beschreven:

Je werd van binnenuit gevloerd. De hoofdschakelaar werd omgedraaid en alles viel pardoes stil, het ene moment was je er nog, het volgende was je verdwenen. Geen paniek, geen pijn, geen angst, geen laatste woord.

Mijn broer en ik hebben later wel eens gezegd: ‘Op voorhand zou Pa hiervoor getekend hebben.’
Voor degene die komt te overlijden is het een mooie dood, voor de achterblijvers is het verschrikkelijk.
Wat mij in tranen bracht was de passage waarin Maarten in doodse stilte naast de kist zit, hopend op een levensteken.

Toen ik heel zachtjes met de rug van mijn hand je voorhoofd aanraakte schrok ik van de massieve koude.”

Die woorden.
Massieve koude.
Dat was ook wat ik voelde toen ik in de dagen voor zijn begrafenis elke dag nog even zijn handen streelde.
Zó herkenbaar allemaal, ook de alinea waarin anderen vinden dat de schrijver zo rustig blijft.

De schok en de chaos brachten van alles bij me teweeg , maar Anna vertelde later dat ik heel rustig bleef. Dat was dan alleen aan de buitenkant, want van binnen huilde ik tranen met tuiten.” 

Je moet immers wel rustig blijven: er moet zoveel geregeld worden, er komt van alles op je af en het schiet allemaal niet op als we maar blijven jammeren en huilen.
Ik zocht mijn troost in de muziek: de Theresiënmesse van Haydn is voor mij het zelfgekozen requiem dat bij het overlijden van mijn vader hoort.

Door het laatste hoofdstuk in het boek kwam het allemaal even in alle hevigheid terug, maar het ebde ook even zo snel weer weg.
Er is veel om dankbaar voor te zijn en na 18 jaar zijn het vooral de mooie herinneringen die overheersen.

Over deze sterfdag van Pa schreef ik al eerder op deze website.
Hierbij een link naar één van die blogs uit 2017  van daaruit kun je linken naar blogs uit 2016 en 2015.

Reageren

Pagina 1 van 403

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén