De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

25 februari: Spoken

Twee weken geleden stond in de weekendbijlage van onze krant een kop waarvan ik in eerste instantie dacht ‘Fout. Moet met dt.’
Ik was in de veronderstelling dat het ging over spoken. Dat je meedoet aan een griezelspeurtocht en dat je loopt te spoken in een donker bos.
Dat bedenk ik dan in een halve seconde, want in die andere helft denk ik ‘wordt is…?’
Dan kijk ik goed naar wat er eigenlijk staat.
Een kop in een Nederlandse krant die uit 7 woorden bestaat, waarvan één woord echt Nederlands is: EN.
Dan vind ik al weer van alles.
En lees ik het artikel niet.

’s Middags kwamen Frea en Jon op bezoek: we gingen met z’n vieren de pizzarette weer eens gebruiken.
“Kijk nou wat bij ons in de krant stond” en ik duwde haar de katern onder de neus.
“O, wat leuk!” en ze vertelde enthousiast over deze kunstvorm.
‘Spoken word’ is een voordrachtskunst, waarbij verhalen, poëzie of zelfs maatschappijkritiek met emotie en ritmisch wordt voorgedragen.
Het is een mengvorm van theater, literatuur en rap, waarbij de manier waarop het wordt voorgedragen net zo belangrijk is als de tekst zelf.
Meer weten over Spoken word? Hierbij een link naar de website ‘Schrijven on-line‘.

Van onze taalkalender van vorig jaar heb ik nog twee leuke taal-weetjes met betrekking tot het Engels: het eerste gaat over herrie en hurry.
Herrie betekent lawaai en hurry betekent haast. Die twee woorden komen van hetzelfde Engelse werkwoord ’to hurry’, wat zich snel voortbewegen betekende. Als zelfstandig naamwoord betekende het ‘drukte, opschudding, lawaai’, dingen die gepaard gaan met opschudding en snelle beweging, haast.
De betekenis ‘lawaai’ is in het Engels nu verouderd, maar het is rond 1800 waarschijnlijk door mondelinge contacten tussen Nederlandse en Engelse matrozen in het Nederlands overgenomen.
Tegenwoordig kun je in Nederland herrie schoppen, maar ook ‘in een hurry’ zijn….

Een ander buitenlands woord dat we uitgelegd kregen is ‘bootleg’
Dat is een illegaal geproduceerde muziekopname, een onofficiële opname of kopie van auteursrechtelijk beschermd materiaal, dat zonder toestemming van de artiest of het platenlabel wordt geproduceerd en verspreid.
Maar wie weleens naar Amerikaanse films uit de jaren ’20 van de vorige eeuw heeft gekeken weet ook dat bootleg ‘klandestien gestookte sterke drank’ betekende.
Die betekenis stamt uit de periode van de drooglegging (oftewel prohibition) toen in de Verenigde Staten de productie en verkoop van alcohol verboden waren.
Die betekenis is ouder dan de moderne illegale muziekopname, maar waar komt dat woord bootleg nu vandaan?
Het is een samenstelling van ‘boot’ en ‘leg’, laars en been dus.
Het betekent eigenlijk ‘schacht van een laars’; in zo’n schacht kon je gemakkelijk een mes of pistool verbergen of een fles sterke drank.
Dat laatste gebeurde tijdens de drooglegging zo vaak dat ‘bootleg’ de betekenis ‘smokkelwaar’  of ‘illegaal geproduceerde producten’ kreeg.
En zo ging men een illegaal geproduceerd bandje een bootleg-tape of bootleg-recording noemen, of kortweg bootleg.

Engels in het Nederlands: we are coming there not more under out 😉

Reageren

24 februari: Kruiswegstaties.

Toen ik als kind op vakantie ging met mijn ouders bezochten we ook altijd de kerk in het dorp waar we op de camping stonden, want mijn vader vond dat je aan een kerk en het bijbehorende kerkhof de geschiedenis van het dorp kon aflezen.
Wij kwamen dan als protestants opgevoede kinderen in een katholieke kerk en keken ons de ogen uit.
Wat een kleuren en geuren, beelden, altaren, schilderijen: zo anders dan het kerkje in Hoogersmilde waar wij ’s zondags zaten.
Mijn vader liet ons dan in zo’n kerk de kruiswegstaties zien (of liet ze ons zelf opzoeken) die in iedere Rooms Katholieke kerk te vinden zijn; soms geschilderd en soms gebeeldhouwd.
Kruiswegstaties zijn 14 of soms 15 afbeeldingen of reliëfs aan de zijmuren in katholieke kerken die de lijdensweg van Christus uitbeelden.
Je ziet hoe het Jezus vergaat vanaf de veroordeling door Pilatus tot de graflegging door Jozef van Arimatea. Die staties zijn bedoeld als ‘devotieoefening’ om in gebed stil te staan bij Jezus’ lijden, sterven en (in de 15e statie) verrijzenis.

De Catharinakerk op de Brink is van oudsher ook een katholieke kerk, maar sinds de reformatie zijn daar geen kruiswegstaties te zien.
Maar Béa Sportel Bolt heeft daar verandering in gebracht: in deze 40-dagen tijd heeft zij in de oude kerk op de Brink de tentoonstelling ‘De kruiswegstaties’ ingericht.
Het zijn 15 door haar geselecteerde zeefdrukken uit het werk van haar partner Peter Gerrits die zij heeft voorzien van een korte beschrijving/gedicht; het is haar impressie van het laatste stukje van de goede/stille week met als rode draad het verhaal vanaf Getsemané tot en met de graflegging.

Gerard en ik brachten gistermiddag tijdens ons dagelijkse ommetje een bezoek aan de Catharinakerk.
Béa was zelf aanwezig om uitleg te geven en er was een kopje thee of koffie voor de liefhebbers.
We zagen werken van Peter waar we zo op het eerste gezicht geen ‘beeld’ van de kruisweg bij hadden, maar we kregen een klein boekje met verklarende teksten.

Deze expositie is vanaf vorige week tot met zaterdag 4 april dagelijks te bezoeken tussen 14.00 – 16.00 uur.
De kerk is alle 40 dagen open: je kunt vrij binnenlopen en je bent van harte welkom!
“Ben je hier dan iedere dag?” vroeg ik Béa gistermiddag.
“Ja. Voor mij is dit de invulling van de 40-dagen-tijd: iedere middag om 13.40 uur trek ik mijn jas aan en ga ik naar de kerk.
Iedere dag ontmoet ik mensen, er zijn fijne gesprekken en ik geef keer op keer uitleg bij de zeefdrukken van Peter.”

In De Krant van vorige week stond een mooi artikel over deze tentoonstelling: hierbij een link naar dat verhaal.
Daarin zegt Bea o.a.:

In 2026 is de gemeente Noordenveld culturele gemeente van Drenthe. Het is passend dat dit nu hier kan worden getoond in de Catharinakerk in Roden in de veertigdagentijd voor Pasen om zo ook uit te kunnen leggen wat kunst betekent voor die periode.
De uitgebeelde statiën met de uitleg erbij in het boekwerkje geven een mooi inzicht, samen met veertien gedichten die de lijdensweg weergeven.

Reageren

23 februari: Een hele week Arbeidsvitaminen!

Bij Radio 5 hebben ze af en toe een themaweek en deze week staat de zender helemaal in het teken van de Arbeidsvitaminen; vorig jaar wijdde ik daar ook al een blog aan.
Voor de invulling van deze week werd er begin dit jaar een oproep gedaan: ‘Stuur je lijstje met favoriete muziek in!”
Dat heb ik in het verleden al twee keer gedaan en twee keer werd een selectie uit mijn lijstje gedraaid*.
Deze keer stuurde ik deze mail:

De Arbeidsvitaminen is sinds jaar en dag mijn favoriete radioprogramma. Ik ben geboren in 1960 en bij ons thuis stond de radio altijd aan: als jong meisje luisterde ik naar ‘Kleutertje luister’ en daarna kwamen de Arbeidsvitaminen. Mijn hele leven ben ik blijven luisteren. Eerst nam ik muziek op met de bandrecorder van mijn vader, later op mijn eigen superhippe radio-cassetterecorder.
Toen ik vorig jaar aan het stemmen was voor de toplijst van de jaren ’60, wilde ik mijn stem ook uitbrengen op Jo Stafford met ‘Thank you for calling…”, zo’n heerlijke smartlap. Stond niet in de lijst. Hè? O. Opgenomen in 1954.
Catharina Valente dan, met ‘Spiel noch einmal für mich, Habanero? 1958.
‘Bye bye love’ van de Everly Brothers? 1958.
Les Paul en Mary Ford met ‘Vaya Condios’. 1953.
Zou het niet een goed idee zijn om op Radio 5 een keer aandacht te besteden aan muziek uit de jaren ’50? Ik heb zo een lijst gevuld…….
Met jullie vraag om een lijstje in te sturen voor de week van de Arbeidsvitaminen zie ik mijn kans schoon: hierbij mijn lijstje met alleen maar muziek uit de jaren ’50! Misschien zet het mijn idee kracht bij om eens een week te besteden aan muziek uit de 15 jaren na de oorlog? Met één dag ben ik ook al tevreden!

Ben je benieuwd welke nummers er op mijn lijstje staan?
Klik dan hier voor een PDF met het overzicht.
Vorige week kreeg ik een mail van Wannes Dirven, Redacteur Radio.

Beste Ada Waninge-Vrieswijk,

Donderdag 26 februari wordt er een selectie van jouw verzoeken verwerkt in de muziekmix van de week van de Arbeidsvitaminen.
De uitzending is van 09:00 tot 12:00u op NPO Radio5 bij Hans Schiffers.
De redactie van Schiffers kan nog eventueel mailen met de vraag om extra info.

Wat leuk!
Nou ben ik natuurlijk razend benieuwd welke liedjes van mijn lijst worden gedraaid.
En of de redactie van Hans mij ook nog gaat mailen om extra info; als je bij de zoekterm van deze website het woord ‘Arbeidsvitaminen’ intikt krijg je links naar meer dan 60 blogs.
Info zat 😉
A.s donderdagmorgen zit ik vanaf 09.00 uur met mijn oor aan de radio.
Luister je met me mee?

*
2023 – Arbeidsvitaminen van mij!
2021 – Een selectie

Reageren

22 februari: Hoogtijdag.

Met ons gezin hebben we een aantal vaste feestdagen in het jaar waarop we elkaar met z’n achten zien; in deze maand vieren we altijd ons zelfbedachte ‘Februari-is-stom-feest’,* dit jaar op de 21e. Vrijdagmiddag had ik 45 knieperties gebakken en er lag nog een zak chocoladepepernoten die was overgebleven van 6 december.
Gerard had van te voren gevraagd of onze gezinsleden wilden helpen met het leeghalen van onze garage die we willen aanpakken; met z’n tweeën doen we daar een halve dag over, met acht man ben je in drie kwartier klaar.

Ieder jaar willen we op deze dag een spelletje doen, maar ook dit jaar kwam het er niet van.
Toen we met kerst met elkaar carols hadden gezongen en we de muziek weer opborgen ‘voor volgend jaar’ opperde iemand: “We hoeven toch niet persé kerstliedjes te zingen? Er is toch ook genoeg andere leuke muziek!”
Was ook zo. Het idee bleef in de vaagheid hangen, maar begin deze week werd er een nieuwe app-groep in het leven geroepen: ZINGEN.
We kregen MP3 bestandjes voor de afzonderlijke stemmen en vierstemmige bladmuziek: Harriët had het lied ‘Love of my life’ van Queen voor ons voorbereid.
Toe maar…waarom zou je de lat ook laag leggen!

Tijdens de koffie zaten we in groepsverband te mopperen hoe moeilijk de muziek voor ons was en even later zaten we met de papieren voor ons al kleine stukjes door te zingen.
Na het eten zongen we nóg een uur en toen kwam de garage aan de beurt.
“Hé, dit plankje met dat wolkjes-plastic kwam van mijn kamer. Waarom bewaar je dit?”
Tja.
Bij het verschuiven van een kast vonden op de zijkant papieren met aantekeningen: die kwam nog uit de steenfabriek van Roelfsema waar mij vader vroeger werkte. Wat weer veel herinneringen naar boven brengt.

Dit feest heeft een aantal vaste onderdelen: een eenvoudige doch voedzame lunch, na de thee een ‘dikke-plank-en-chips-op-de-bank’ en tenslotte eten bij Alida’s smulpaleis, dit alles gelardeerd met verhalen en gezamenlijke gezinslol.

Nu ik dit zit te schrijven is het zaterdagavond 22.45 uur; na de koffie vertrokken ze weer naar Groningen/Almelo.
Er zijn nog 3 knieperties en de pepernoten zijn op.
De garage is leeg en mijn stappenteller zegt dat ik meer dan 12.000 stappen heb gezet.
Bij Alida’s is de rust weergekeerd; sommigen van ons deden aan tafel de geluiden na die hun keukenmachines maken. “Onze broodbakmachine zegt ‘honkusjumpuhonkesjumpe’…”
En het mooiste: in de gezinsapp staat een opname van een vierstemmige gezins-uitvoering van ‘Love of my life’.

We hadden een fijne dag met ons gezin.
Toen we gisteravond aan de koffie zaten had ik een schaaltje met paaseitjes op tafel gezet, wat iemand de opmerking ontlokte: “Pepernoten, knieperties en paaseitjes op één dag!”
Voor mij is het Februari-is-stom-feest net zo’n hoogtijdag als Sinterklaas, Oud&Nieuw en Pasen. Na alle zorgen van de afgelopen maanden balsem voor onze ziel.

Benieuwd naar de vorige edities van dit gezinsfeest? Hierbij een link naar de editie 2025; onderaan dat blog kun je doorlinken naar de vorige edities.
* Lees hier over het ontstaan van dit feest in 2017.

Reageren

21 februari: Zonder dak (2)

In het blog ‘Rouw in fases‘ over het verlies van tante Trijn schreef ik: ‘In diezelfde week kreeg ik een app van één van haar schoondochters: “Zijn er nog dingen met emotionele waarde die je graag zou willen hebben?”
Er waren inderdaad twee dingen die ik graag van haar wilde hebben.
Het eerste was het sieradendoosje van mijn moeder dat tante Trijn had gekregen nadat mijn moeder was overleden; daar had ze mij destijds specifiek om gevraagd.
Dat had mijn moeder al in haar bezit toen ze verkering kreeg met mijn vader in 1950 en tante Trijn had het als kind prachtig gevonden!
Het stond sinds 2017 te pronken op haar dressoir; nu staat het achter een glazen deurtje in de kast in onze woonkamer.

Daar staat ook het andere erfstuk dat ik graag wou: het lepeltjesdoosje dat nog van mijn overgrootmoeder Aaltje Pasveer-Niemeijer is geweest.
Zij was de moeder van mijn oma Aaltje Pasveer-Vrieswijk.
Bij dat lepeldoosje hoort een verhaal en daarom wilde ik het graag hebben.
Toen mijn oma overleed was ze nog maar 62; haar moeder, opoe Pasveer, leefde toen nog.
Toen zij op hoge leeftijd overleed verdeelden haar dochters en zoon de inboedel, maar ze hadden daarbij geen rekening gehouden met de kinderen van de oudste dochter Aaltje.
De zoon, ome Jo, had er toen voor gezorgd dat tante Trijn toch nog een aandenken aan haar grootmoeder kreeg; het lepeltjesdoosje.
Zodoende was ze erg zuinig op dit lepeldoosje met inhoud.

In februari 2018 schreef ik het blog ‘Zonder dak dat ging over het verliezen van je ouders.
Dat dat voelt alsof het dak boven je leven weg is en dat het dan af en toe naar binnen regent. In dat blog schreef ik dat ik over mijn verlies-ervaringen zo fijn met tante Trijn kon praten omdat zij heel dicht bij mijn ouders had gestaan en ze ook miste.
Dat blog sloot ik af met deze woorden: Na het weekend moest ik aan bovengenoemde beeldspraak van Harry Jekkers denken over het dak en de regen.
Mijn tante en ik vormen voor elkaar een soort afdak waar we af en toe onder kunnen schuilen.

Hiernaast zie je de foto die gemaakt is in 1961: de hele familie Vrieswijk voor het huis van opa en oma aan de Herderstraat in Klazienaveen.
Het baby’tje ben ik.
Bij de rouwverwerking om tante Trijn gaat het net zo als bij mijn ouders.
Er zijn veel mooie herinneringen om te koesteren en ze komen nog regelmatig in de verhalen voorbij.
Door het gebruik van de spullen die ik nog van ze heb komen ze soms nog even in mijn gedachten en bij bepaalde muziek zijn er af en toe nog tranen.
Mijn afdak is er niet meer, maar gelukkig hebben we er nog jaren samen onder kunnen schuilen.

In het verleden schreef ik een aantal blogs over dierbare erfstukjes die ik al eerder van haar kreeg.
Hierbij een overzicht:
Oma’s breinaaldendoos uit 2014
Oma’s theepot uit 2015
Oma’s poesiealbum uit 2020
Het vertinde theekannetje uit 2024

Reageren

20 februari: Toen wisten ze het al….

Van het onderdeel ‘Mondje Middelnederlands’ van de Onze taal scheurkalender die in 2025 in ons toilet hing bewaarde ik een paar blaadjes om nog eens een blog over te schrijven.
Het Middelnederlands was een voorloper van de moderne Nederlandse taal. Het werd tussen 1200 en 1500 in ons taalgebied gesproken; het was de opvolger van het Oudnederlands.
We beginnen met een verhaal uit deze rubriek over het woord ‘vlinder’.

Vlinder is een woord dat in het Nederlands, Engels, Frans en Duits verschillend is: butterfly, papillon en schmetterling.
Hoe ontstond de Nederlandse vlinder?
Het Middelnederlandse woord voor vlinder is capelle.
Dat komt van het het Latijnse capella, de verkleinvorm van cappa: veelkleurige mantel; we vinden dat ons terug in ons woord cape.

Maar het Middelnederlands had ook andere benamingen voor capelle: men noemde een vlinder ook pampilion (van het Oudfranse papillon), honichvloy (honingvlieger), pepel ( van het Latijnse papilio), boterschete, vivalter, fiefouter en vliecheltere, maar ook vlieder (vlieger) waaruit zich het woord vlinder heeft ontpopt.
Tot zover de vlinder.

Soms lijkt het Middelnederlands erg op onze huidige taal, maar sommige woorden kunnen leiden tot een verkeerd begrip.
Voorbeeld: ‘Die kinder sullen haren vader slachten’. Slachten betekent in dit verband niet afslachten, maar ‘lijken op’.
Woorden uit een andere taal die sterk lijken op onze hedendaagse Nederlandse woorden, worden valse vrienden genoemd.
Een bekend voorbeeld is bellen, dat in het Duits blaffen betekent.
Nog een paar valse vrienden uit de middeleeuwen:
Rovers wilden tlant beschaven
Dit betekent niet dat rovers het land tot beschaving kwamen brengen, maar dat ze het kaal maakten (afschaafden) – oftewel: dat ze kwamen roven of plunderen.
Si ginghen te bedde hemelike
Dit is niet de middeleeuws benaming van een hemelbed, maar het gaat hier om hemelike in de betekenis ‘heimelijk’.

De handschriften in het Middelnederlands bevatten veel omvangrijke teksten, maar je vindt er ook spreuk-achtige zegswijzen.

Niemand sine vrient en weet
alse hem sijn dinc ten besten gheet.
Maer die vriende werden becant
alst hem qualijc gheet in hant.

Een soort tegeltjes-wijsheden dus.
Niemand weet wie zijn vrienden zijn als het hem voor de wind gaat.
Maar de vrienden worden bekend als het hem beroerd gaat.

Ende wildi aldie werelt dwinghen
so hout uwe beurs van ghelde vet
Die vrouwen sullen om u dringhen
die heren hebdi in uw net. 

Als je de wereld je wilt wilt opleggen,
zorg dan voor een dikke portemonnee,
de vrouwen zullen zich om u verdringen
en de heren heb je in je greep.

Ze wisten toen kennelijk ook al dat een mens niet kan multi-tasken:
Die twe dinghen te gader doet 
Die sijn selden beide goet.
Wie twee dingen tegelijk doet
levert zelden twee maal kwaliteit.

En ze snapten ook al dat je je met de juiste mensen moet omringen:
Die hem gheselt metten doren,
Wat hi hem doet, hets al verloren.
Wie zich omringt met dwazen,
wat hij ook doet, het is vergeefs.

Tenslotte een overbekende tegeltjeswijsheid uit het Middelnederlands: ‘Dalderbeste dat men vint, dats dat elc hem selven kint.
‘Nosce te ipsum’ in goed Latijn.

Reageren

19 februari: Paleis Soestdijk (3) – Een taartje van Robèrt

Op de ochtend van onze royalty-dag naar paleis Soestdijk vertrokken we ruim op tijd naar het midden van het land, maar we hadden totaal geen oponthoud: om 10.35 uur reden we de nog bijna lege parkeerplaats bij het paleis op. Drie Drentse vrouwen en het was al 10.00 uur geweest: “Ik hoop dat we daar al wel vast ergens koffie kunnen drinken….”
Maar gelukkig: we konden al wel een kaartje kopen.
We kregen alleen geen kaartje, maar een muntje: dat moesten we inleveren als we bij het Paleis naar binnen gingen.

Maar wij moesten eerst koffie.
We liepen richting ‘De Oranjerie en die was gelukkig al open.
“Willen we er ook iets bij?”
De vraag stellen is haar beantwoorden, dus even laten stonden we likkebaardend voor een vitrine met gebak: chocoladetaart, appelgebak of een soort soes.
De ‘soes’ was heerlijk.
Je hoeft maar naar de afbeeldingen hiernaast te kijken en je snapt wat ik bedoel.

Later tijdens de tentoonstelling kwamen we het verhaal achter het lekkere gebakje tegen.
Toen bleek dat wij toch wel provinciaaltjes zijn; het was geen soes, het was geen gebakje, maar een TAARTJE!
Het blijkt dat men in adellijke kringen spreekt van een taartje. Gebakje is voor het gewone volk.
Meer weten over dit fenomeen? Hierbij een link naar een artikel daarover op de website van ‘Onze Taal’.

Links zie je een afbeelding van (een deel van) het informatiebord over dit bijzondere taartje dat Robèrt van Beckhoven maakte voor deze tentoonstelling.
Daarin wordt uitgelegd hoe het kwam dat Willem de Zwijger vorst werd van het prinsdom Orange.
Het Huis van Oranje is aan de titel ‘Oranje’ gekomen, omdat Willem op 11-jarige leeftijd de bezittingen en titels erfde van zijn kinderloze neef, René van Chalon.
Dat behelsde ondermeer het Prinsdom Orange: een klein, onafhankelijk gebied nabij de stad Orange in Zuid-Frankrijk.
Door deze erfenis werd ‘de vader des vaderlands’ de nieuwe prins van Oranje; hij voegde de titel toe aan zijn familienaam Nassau. Vanaf toen werd hij Willem van Oranje-Nassau genoemd.

De koffie met taartje was ons zo goed bevallen dat we  ook voor de lunch naar ‘De Oranjerie’ gingen.
Daarvoor moesten we het paleis even verlaten; voor de terugkeer kreeg je een stempel op je hand.
Het leek wel een disco uit de jaren ’70; muntjes, stempels, het stond in schril contrast met de chique uitstraling die men in Baarn graag wilde oproepen.
Daar bestel je voor je lunch niet zomaar een kroketje, maar ‘een ambachtelijke pie’, een ‘quiche mediterranee’ en een ‘bouchee à la reine’.

Na de tentoonstelling liepen we om het paleis heen, bekeken de beelden in de tuin, maakten wat foto’s op het bruggetje en bedachten dat in die tuin heel wat iconische foto’s zijn gemaakt.
We sloten ons bezoek af met een kop thee in de Oranjerie.
“Zullen we nog zo’n ……”
Het werd een schoteltje met een proeverijtje van Robèrt.
Met goud en zilver.
Drie mini-gebakjes.
O nee, taartjes.
Verrukkelijk.

Benieuwd naar de andere blogs over Soestdijk?
Hierbij een link naar deel 1, onder aan dat blog vind je een overzicht.

Reageren

18 februari: Het mysterie van het gehaakte hartje

Vorige week stuurde ik de dames van de Holy Stitch-kring een mail met de uitnodiging voor de bijeenkomst van gistermiddag én een vraag over ‘het mysterie van het gehaakte hartje’.
Wat was er dan aan de hand met dat hartje?

In de week daarvoor had ik van Dea een mail gekregen.
Ze maakte me attent op dit Facebookbericht waarop deze video te zien is met als onderwerp ‘Dolle Mina’s breien tegen geweld.
Bij het Facebookbericht stond een foto van een gehaakt hartje en een haak-telpatroon met de oproep: ‘Zullen we samen wat extra hartjes de wereld in sturen?”
Dea vond het kennelijk wel wat voor mij.
Leuk item, leuk idee.

Maar.
Als je kijkt naar het hartje op de afbeelding (op klikken voor een vergroting) hiernaast en je kijkt naar het haak-telpatroon dan is dat niet hetzelfde.
Tenminste: ik zie stokjes op de tekening en ik zie geen stokjes op het voorbeeldhartje.
Een sterretje is een vaste, maar in het patroon komt niet één sterretje voor.
En wat betekenen die cijfers naast het hart?
Een mysterie.
Dit probleem stuurde ik mee met de uitnodigingsmail voor Holy Stitch. 

Gistermiddag bogen we ons met meer dan twintig ervaren steeksters over het mysterie van het gehaakte hartje.
Ilse had op de website van Durable een mooie omschrijving gevonden van een gehaakt hartje met stokjes.
Ze had er ook al één gehaakt: hierbij een link naar een PDF met een patroon van het hartje
Zwanny had ook een hartje gehaakt. Dat was wat kleiner en dat had ze gelijk al op een kaart geplakt met een pakkende tekst. Daarnaast had ze ook een paar exemplaren gemaakt met de amigurumi-techniek: dat is een Japanse handwerktechniek voor het haken van kleine, opgevulde figuurtjes. “Die kun je ’s zomers vullen met lavendel” vertelde ze er bij. Vorige week kreeg ik daarover al een app van Sijcolien met een link naar de website DIYFluffies van Mariska Vos met een video van het maken van het hartje op de afbeelding.

Wat was nou het mysterie?
Volgens dochter Frea was het een afbeelding die gemaakt was met AI.
Dat plukt alle gegevens die er zijn van ‘gehaakt hartje’ van internet en maakt er dan zelf wat van.
Meestal komt er uit die brij van gegevens wel iets bruikbaars, maar in dit geval kun je er niks mee.
Vanmorgen stelde ik aan AI de vraag: ‘Wat is het voordeel van zelf doen vergeleken met AI?” en ik kreeg een goed onderbouwd antwoord.
Benieuwd? Klik hier.
De eindconclusie is: ‘In veel gevallen is de ideale situatie een combinatie, waarbij AI wordt gebruikt voor routinetaken (data-analyse, opzetjes) en de mens de regie houdt voor creativiteit en eindredactie.’
Menselijke creativiteit blijkt een factor te zijn die AI niet kan nabootsen.
Aan het eind van onze bijeenkomst las ik een blog voor dat ik schreef ik 2023 in de serie ‘Blogbouwstenen’ onder de titel ‘Klein-motorische activiteiten.
Maarten van Rossem vond dat handwerken altijd ‘iets lulligs’ had; klik hier om dat blog nog eens te lezen.
Liever lullig bezig dan computergestuurd.

Reageren

17 februari: Nummer 7.

Over een maand mogen we naar de stembus voor de gemeenteraadsverkiezingen.
Wij gaan hier in Roden stemmen voor raad van de gemeente Noordenveld, maar als ik in Assen zou wonen dan ging mijn stem naar een familielid: Cor Vrieswijk, de zoon van mijn broer en schoonzus.
Cor staat als nummer 7 op de lijst van het CDA Assen; twee weken geleden kreeg ik van hem een folder (zie afbeelding onderaan dit blog) die hij gebruikt bij het flyeren als ze op verkiezingscampagne gaan.

Cor treedt in de voetsporen van zijn opa’s: de vader van mijn schoonzus was Tieme Meints, een markante persoonlijkheid in Assen. Hij zat jaren als vertegenwoordiger van het CDA in de gemeenteraad van de Drentse hoofdstad en schreef regelmatig brieven naar de krant omdat hij het ergens niet mee eens was.
De andere opa was mijn vader. Voordat het CDA ontstond was hij actief voor de CHU. Cor heeft ontdekt dat deze opa zelfs nog op de kieslijst heeft gestaan voor die partij in Oldenzaal waar mijn ouders tot 1962 woonden. Als je op de afbeelding hiernaast klikt, zie je dat C. Vrieswijk op de 9e plaats staat van de Protestantse Groepering. Er was voor die gemeenteraadsverkiezingen in Oldenzaal een nieuwe protestantse lijst samengesteld, waaraan werd deelgenomen door VVD, CHU, AR en GPV.
Een gezamenlijke lijst met VVD en kleine christelijke partijen: daar kun je je heden ten dage toch helemaal niets meer bij voorstellen?!
Je moet dan wel weten dat Oldenzaal in die tijd een katholiek bolwerk* was, waar de protestanten veruit in de minderheid waren.
Het bijzondere is dat ik mijn vader nooit heb gesproken over zijn activiteiten voor de gemeentepolitiek. Zelf denk ik dat zijn deelname te maken had met de directeur van de textielfabriek Gelderman (waar mijn vader destijds werkte) die op de eerste plek stond van de protestantse lijst.
De voetsporen in de gemeentepolitiek van opa Meints zijn dus veel groter en talrijker dan die van opa Vrieswijk, maar beiden hadden trots naast hun schoenen gelopen bij de zevende plek in 2026 van hun gezamenlijke kleinzoon.

Cor is in januari 22 jaar geworden en studeert geschiedenis aan de universiteit in Groningen; het is niet waarschijnlijk dat hij daadwerkelijk in de gemeenteraad zal komen.
Mijn broer en schoonzus vinden: ‘Eerst maar eens die studie afmaken en dan zien we wel weer.”
Zo ist.
Maar wel leuk, dat enthousiaste Vrieswijk-hoofd in de CDA-gelederen Assen.
Ben je benieuwd naar Cor’s profiel bij het CDA?
Hierbij een link naar zijn eigen pagina op de website van het CDA Assen.

* Hoe het voor mijn gereformeerde opa was in dat katholieke Oldenzaal lees je in het blog dat ik schreef toen ik met tante Trijn een dagje in Oldenzaal was en we daar Plechelmus basiliek bezochten.

Reageren

16 februari: Zingende mensenmonden.

Het blog over het papieren hart dat Gerard kreeg van Danyan op Valentijnsdag maakte nogal wat los. Gisteravond voor en na het inzingen met de cantorij (we werkten mee aan de vesper om 19.00 u) kreeg ik een aantal reacties van mensen die het hadden gelezen en zelfs in de viering werd het aangehaald.
Die kerkdienst had (zo kort na Valentijnsdag)  het thema ‘Liefde & trouw’. We hoorden o.a. het verhaal van Naomi en Ruth dat de liefde én trouw tussen een schoonmoeder en een schoondochter beschrijft.

Afbeelding: website NOS/EPA images

Er was aandacht voor verschillende soorten liefde, zoals ouder-kind, vriendschap en familiebanden.
Na de overdenking zagen we een video die me raakte: een groep boeddhistische monniken hadden meer dan 100 dagen een ‘mars voor vrede’ gelopen. Hun tocht van ruim 3700 kilometer door de Verenigde Staten stond in het teken van vrede en hoop. Ook een vorm van liefde.
Je leest het hele verhaal in dit artikel op website van de NOS.

Alle cantorijleden moesten om 17.45 u in de kerkzaal zijn om in te zingen, maar als je de Olympische Spelen een beetje volgt weet je dat op dat moment ene Femke Kok een gouden medaille in de wacht sleepte voor Nederland, dus ik was iets later. En ik was niet de enige….
Er stonden enorme heaters te blazen in de kerk, want de verwarming was kapot, maar we waren goed voorbereid.
Iedereen stond met truien en vesten aan te zingen; onze voorzitter had zelfs ‘wanten zonder vingers’ aan.
Het was een hartverwarmende viering, dus met kou viel het reuze mee.

En het zingen?
Ging bijna helemaal goed. De inzet van ‘Een schoot van ontferming’  was wat wiebelig, maar dat kwam mijns inziens omdat Erwin een heel ander voorspel speelde dan wij gewend zijn.
Bij ‘Abide with me’ heeft volgens mij niemand een hark over een tegel gehoord.
Wel jammer dat we het 2e couplet niet a-cappela zongen: tijdens de repetitie waren we iets gezakt.
Toen het orgel daarna inzette voor het 5e couplet gleed Karels gezicht uit; dan weten wij al hoe laat het is.
“Erwin, wil je dit toch even zacht meespelen?”
Het laatste lied was ‘De dag door uwe gunst ontvangen’. Een mooi, oud en voor mij waardevol lied, dat ik prachtig vind om te zingen en mij terugbrengt naar vroeger.
Wij hadden als alten in dat lied een mooie partij; Karel had ons er in de repetities regelmatig op gewezen dat wij die partij moesten zingen alsof we de melodielijn zongen. “Zing dit verzorgd, alten, laat maar horen hoe mooi die partij is.”
Wij hebben ons uiterste best gedaan, maar niemand heeft het gehoord.
De gemeente zong bij alle vier coupletten gewoon met ons mee en dan valt de vierstemmigheid van de cantorij weg.
Maar het blijft een mooi en veelzeggend lied om de vesper mee af te sluiten.
Dit blog sluit ik af met de tekst van het 3e couplet:

Zodat de dank u toegezonden, op aard nooit onderbroken wordt
maar steeds opnieuw door mensenmonden gezongen en gesproken wordt.

Reageren

Pagina 1 van 402

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén