De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

19 januari: Preek van de Leek – Rogier Hoenders

Onze PKN-gemeente organiseert ieder jaar een ‘Preek van de leek’.
Niet bekend met dit fenomeen? Hierbij een link naar informatie over dit concept op de landelijke PKN-site.
Gistermorgen was het woord aan Rogier Hoenders. Hij werkt sinds 1998 in de GGz in diverse rollen: hij is psychiater bij Lentis en hij is hoogleraar Zingeving, leefstijl en geestelijke gezondheid bij de Rijksuniversiteit Groningen.
In maart 2025 schreef ik een blog onder de titel ‘Zingevingscrisis‘. Dat ging over een artikel uit Trouw dat door professor Hoenders was geschreven. Toen werkte ik nog bij Lentis en via de werkmail stuurde ik hem een link naar mijn blog. Daarop kreeg ik een leuke reactie, waarop ik de stoute schoenen aantrok en hem vroeg of hij in Roden een keer de Preek van de Leek wilde verzorgen. Hij kende het concept en zegde toe.

Afbeelding: website Lentis

Het was geen kerkdienst gistermorgen. Het leek er een beetje op, want we zongen wat liederen, maar verder luisterden we ruim een half uur geboeid naar het verhaal dat Hoenders ons vertelde.
Heeft ons leven eigenlijk zin? En wat is er nodig om een zinvol leven te leiden?
In Nederland zet de ontkerkelijking gestaag door; tegenwoordig kun je rustig stellen dat 75% van de Nederlanders niet meer is aangesloten bij een kerkgemeenschap.
Nederlanders hebben de religie en de daarbij horende zuilenstructuur losgelaten en zijn opzoek naar nieuwe samenhang en verbinding.
Hoenders legde uit dat we tegenwoordig van het ene naar het andere betekenisloze dopamineshotje gaan (iets kopen, een like op facebook, een filmpje op TikTok, een snackje, een shotje, je kunt het zelf vast wel invullen) terwijl we geen tijd meer nemen om ergens naar toe te werken, ergens op kunnen wachten en ook de gemeenschapszin is niet meer van deze tijd.

Met vragen over zingeving gaan we niet meer naar een dominee of zo, maar naar een psychiater. Onze problemen worden gemedicaliseerd en zo komt de zingevingscrisis steeds meer op het bordje van de psychiatrie te liggen.
En daar lag al zoveel op…..
Rogier Hoenders legde uit dat de psychiatrie je helpt met medicatie en met adviezen, maar dat we vooral zelf iets moeten doen.
Je leefstijl bijvoorbeeld is van grote invloed op zingeving in ons leven. Aspecten als voeding, voldoende beweging, slaap, sociale contacten en ontspanning zijn voor een groot deel bepalend voor hoe je je leven ervaart. Je veerkracht en je welzijn nemen toe als je wat beter zorgt voor je lichaam en je geest.
In dat kader verwijs ik hierbij nog graag naar het blog ‘Mentale schijf van vijf’ uit 2023.
Hij sloot zijn verhaal trouwens verrassend af: hij zong, zichzelf begeleidend op gitaar, het lied ‘You raise me up’; wij zongen als gemeente van harte met hem mee.

Met een blog van iets meer dan 500 woorden doe ik Rogier te kort.
Mijn advies: kijk/luister deze viering terug via Kerkomroep en via het You Tube-kanaal van onze kerk.
Meer weten over de professor? Hierbij een link naar zijn website.

Benieuwd naar voorgaande ‘lekepreken’? Hierbij een overzicht met links naar blogs die ik daar in voorgaande jaren over schreef:
2021 Harm Dijkstra
2022 Anne Doornbos
2023 Daniël Rouwkema
2024 Rob Oudkerk
2025 Diederik Greive

Reageren

18 januari: Een doorstart?

Op mijn 65e verjaardag vertelde ik onze dochters dat ik nu meer tijd heb en dat ik van plan ben om af en toe samen met één van hen iets leuks te doen.
‘Moeder-en-één-dochter-dag’.

“Dan mogen jullie bedenken wat je dan graag zou doen.”
De wensen van oudste dochter Frea waren niet zo groot: koffiedrinken bij haar (in Beijum) en dan samen naar Groningen. Vrijdagmorgen zaten we in gezelschap van kat Sam met z’n tweeën  te genieten van koffie met een zelfgemaakte appelflap. Jum!
Ze wilde me graag meenemen naar Betties Creative Casuals; zij verkopen een creatieve en kleurrijke collectie waarbij comfort en kwaliteit voorop staan.
Verder zouden we ergens gaan lunchen, nog even naar ’t Oortje en naar Langedame.
Leuk!

Betties was inderdaad een zaak met kleding waar ik van hou; hierbij een link naar hun website.  Deze keer heb ik niets gekocht. Je kunt je geld namelijk maar één keer uitgeven en ik wilde een nieuwe broek kopen bij Langedame.
We lunchten bij Wadapartja waar ik een bijzonder kopje thee kreeg: kokend water met een schijfje sinaasappel, een kaneelstokje, een laurierblaadje en steranijs. Geen zakje, geen toegevoegd aroma, maar allemaal écht spul.
‘Winterlove’ heette de thee. Eigenlijk love ik de winter helemaal niet, maar die thee was heerlijk.

Van Frea had ik gehoord dat Langedame er mee stopt.
Nee toch!?!
Op deze website heb ik twee keer geschreven* over deze speciaalzaak voor lange vrouwen zoals ik; als je daar broeken past zijn ze vaak nog iets te lang en mouwen van jasjes vallen altijd ruim voorbij je polsen.
Toen we bij de rekken langsliepen vroeg ik het ook maar direct: “Waarom gaan jullie stoppen? Loopt het niet?”
Het antwoord verbaasde ons.
“Het loopt juist heel erg goed! Er komen klanten uit het hele land, zelfs uit Duitsland. De eigenaresse wil er na vijftien jaar graag mee stoppen, maar ze kan geen opvolger vinden. Nu zien we ons genoodzaakt om dan de hele voorraad maar te verkopen en te stoppen met ‘Langedame'”.
Wat jammer ja!
Alle lange broeken die op dit moment in mijn kledingkast liggen zijn gekocht bij Langedame.
“Waar kunnen we dan straks nog terecht?” vroeg ik
Dan moeten we naar ‘House of Tall’ in Apeldoorn.
Maar Groningen is wel veel dichterbij……

Bij deze doe ik op verzoek van de lange dame die ons afgelopen vrijdag hielp een oproep: “Ben jij iemand of ken jij iemand die met deze speciaalzaak in Groningen een doorstart wil maken?”
Hierbij een link naar de website van dit bedrijf dat je van meer informatie kan voorzien; men kijkt uit naar een reactie.

En? Heb ik nog een broek gescoord?
Jazeker.
Een spijkerbroek.
Net iets te lang.

Nu is het ‘Sale’.
Uutverkoop in goed Drents.
Als je ook een lange dame bent, zou ik er nog maar even heen gaan.
Carolieweg 23 in Groningen.

*
Lange dame september 2015
De lange dame september 2024
NB: het Engelse briefje in de kleedkamer waar ik in dit blog over mopperde, was nu vervangen door een briefje in 3 talen: Nederlands, Duits en Engels.

Reageren

17 januari: ‘Het vervoer’.

Gerard heeft ‘weekend-verlof’.
Klinkt als een bajesklant die even naar huis mag, maar in dit geval heeft het UMCG Gerard toestemming gegeven om thuis te wachten tot de volgende behandeling begint: maandagmorgen.
Vanmorgen om 11.00 uur mocht ik hem ophalen!
De verpleegkundige die de laatste instructies kwam brengen voor ‘meneer Waninge’ keek mij vorsend over haar mondkapje heen aan: “U bent het vervoer?”
Zo ben ik nog nooit genoemd in relatie tot Gerard.
“Mien Aoltje” is de liefste benaming; partner, eega, vrouw, levensgezel, Ada, echtgenote of wederhelft, ik vind het allemaal prima, maar ik ben niet zijn vervoer.
Dat zei ik dus ook: “Ik ben de partner.”
“OK. Vervoer en partner. Oh nee, andere volgorde, eerst partner en dan vervoer.”

Ja hoor ja.
We lieten het maar zo.
Hij mocht mee naar huis en dat is het belangrijkst.
We hadden gerekend op zes dagen in het ziekenhuis, maar het blijkt 3x 48 uur te zijn.
Dat is natuurlijk ook zes dagen, maar de verdeling is anders.
Afgelopen maandagmiddag de eerste dosis, dan 48 uur observeren, donderdagmorgen de tweede dosis, dan weer 48 uur observeren.
Het ging allemaal goed en daarom is er nu het weekendverlof.
Wat heerlijk.
“Waar verheug je je het meest op?” vroeg ik in de auto op weg naar huis.
“Gewoon. Lekker thuis.”

Koffie met een koekje en bijpraten met dochter Harriët die op bezoek was.
Bloemkool met aardappels en een gehaktbal.
Even geen zaal-protocol en ziekenhuisritme.

Licht en ruim…..

Een wandelingetje in het dorp. Doel: de nieuwe boekhandel van Daan Nijman.
Die is verhuisd naar het grote pand naast hun oude behuizing aan de Herestraat.
Wat mooi was het geworden!
Licht en ruim en heel anders ingericht.
En met een mooie, ruime kinderboekenafdeling mét een voorlees hoek!

… en een voorleeshoek!

De verhuizing was vorige week: op hun website en op facebook hadden ze de klanten gevraagd wie mee wilde helpen met de verhuizing.
50 mensen kwamen ze helpen!
Meer weten over die verhuizing?
Hierbij een link naar dit artikel ‘Boekhandel Daan Nijman verhuist samen met klanten…’ op DitisRoden.nl.
Kijk dan ook even naar de foto’s en het filmpje die onder het artikel staan; dan zie nogal wat Rodenaren in actie.
We mogen als Drents dorp trots zijn op zo’n prachtige, uitgebreide boekhandel!

Toen we weer bij huis waren bewonderden we samen het eerste sneeuwklokje in de tuin.
Je begrijpt het al: we genieten van het weekend-verlof.

Of de behandeling aanslaat weten we pas over ongeveer een maand.
Na volgende week  moet Gerard wekelijks een injectie halen en worden de bloeduitslagen en zijn andere condities goed in de de gaten gehouden. Morgenavond (zondag) rond 20.00 uur wordt hij weer in het ziekenhuis verwacht.
Maandagmorgen volgt dan de derde dosis en als het na 48 uur woensdagmiddag is wordt hij waarschijnlijk ontslagen.
Dan brengt ‘het vervoer’ hem met liefde weer naar huis!

Reageren

16 januari: Geen groene vingers.

Vorig jaar hadden we de scheurkalender van ‘Onze Taal’.
Iedere dag een weetje over taal; vond ik leuk.
Zo leuk, dat ik er dit jaar nog wat blogs over kan schrijven.
Voor 2026 zorgde Gerard voor een scheurkalender en hij kocht ‘De groene tuinkalender’.
Vond ik prima. Hij houdt van tuinieren, heeft een moestuin en doet eigenlijk alles op tuingebied rondom ons huis én rondom Casa Grada.

Dit staat er over op de website van de verkoper: “Een full colour tuinkalender die het ‘anders aanpakt’; aandacht voor tuinen en terrassen, maar ook voor kleine balkonnetjes of zelfs vensterbanken. Wat kun je in de tuin laten groeien en ook nog eens eten? Hoe werken kleuren in de tuin? Hoe zorg je dat bijen en vlinders terugkomen?
365 vrolijke pagina’s met tekeningetjes, illustraties, icoontjes en eindeloos veel originele, praktische en zowel zinvolle als zinloze mooie tips om alles wat groen is nog groener te maken. Meer weten en/of ook bestellen? Hierbij een link naar de website van Edicola.

Na een week dacht ik “leuk voor Gerard, maar ik wil wat anders.”
Groene vingers heb ik niet en tuinieren doe ik nooit.
Zou er ook een handwerkscheurkalender zijn? Met iedere dag een klein projectje op het gebied van haken, breien en borduren?
Een zoektocht op internet leverde wat Engelse titels op. ‘365 days of stitches’ of ‘365 days of Do It Yourself – home, crafting, cooking & building’, maar geen Nederlands uitgaves.
Gat in de markt dus. Misschien dat iemand uit de wereld van de uitgeverij dit leest en een ‘Handwerkscheurkalender’ wil uitgeven voor 2027: ik wil wel meedenken, ideeën genoeg!

Maar gelukkig: bij Bruna hadden ze nog wat scheurkalenders liggen die niet waren verkocht en daar lag nog één uitgave van het Historisch Nieuwsblad: de Historische scheurkalender 2026.
Kijk.
Dat vind ik nou leuk.
Toen ik die kocht was het al 13 januari, dus ik mocht gelijk 13 blaadjes achter elkaar lezen!
Over hooligans die in 532 tijdens het wagenrennen in het Hippodroom (een arena in Constantinopel) de halve stad verwoestten.
En over het jaar 793 waarin de Vikingen toesloegen en klooster van Lindisfarne innamen en plunderden; het begin van de Vikingterreur uit de vroege middeleeuwen.
En ook over Willem Drees die in 1957 de AOW invoerde.

Met één van de 13 blaadjes besluit ik dit blog van vandaag; daarop werd de vraag gesteld ‘waar komt de indeling van ons toetsenbord vandaan’?
In 1868 ontwierp de Amerikaan Sholes de typemachine zoals we die nu kennen. Hij bedacht ook de QWERTY-indeling, om te voorkomen dat de hamertjes bij het gebruik van veel voorkomende letters tegen elkaar aanbotsten. Hoewel er nu geen hamertjes meer aan te pas komen, gebruiken wij de indeling in Nederland nog altijd op ons computertoetsenbord.
Bij zo’n kalenderblaadje realiseer ik me dat ik nog weet wat er met ‘hamertjes’ bedoeld wordt, maar daarmee ben ik één van de laatsten der Mohikanen.
Eeeehm….. waar komt dat spreekwoord eigenlijk vandaan?
Daarvoor moeten we even weer naar ‘Onze Taal‘!

Reageren

15 januari: Van Roden naar Groningen. En terug.

Deze week rijd ik iedere dag naar Groningen voor een bezoek aan Gerard aan het UMCG.
Op de verpleegafdeling waar hij is opgenomen is een streng protocol als het gaat om bezoek: er is één hoofdcontactpersoon en één andere contactpersoon die de patiënt mogen bezoeken, maar niet tegelijk en ook niet op dezelfde dag.
Bezoek moet altijd een mondkapje dragen en de handen moeten worden gedesinfecteerd bij binnenkomst.
Als ik binnenkom op de afdeling en het mondkapje op heb beslaat mij eerst altijd de bril; ik heb dan net 2 trappen gehad……

Voor Gerard werd opgenomen hadden we nog even doorgenomen hoe onze auto moet worden opgeladen.
We hebben immers een elektrische auto, maar dat gesjor met die stekkers enzo doet Gerard altijd.
Ik maakte een briefje met stappen die ik moet volgen; wel goed dat ik dat nu ook kan.
Als hij weer thuis is moet hij mij ook uitleggen hoe het zit met die thermostaat in de douche……. iets met een app?
Iedere dag moet ik ook rijden in de stad en parkeren in de parkeergarage; helemaal niet mijn ding.
Maar het moet. Soms hoor ik verhalen van vrouwen die niet meer autorijden omdat ze het niet meer durven.
Dat snap ik heel goed; ik vind het ook spannend,  maar ik doe het wel, want anders moet ik met de bus of word ik afhankelijk van anderen die kunnen rijden en dat is het laatste dat ik wil.
En wat heerlijk dat ik nu niet meer naar het werk hoef!
Deze week heb ik de meeste dingen in mijn agenda geschrapt, mijn tijdsindeling staat helemaal in het teken van de bezoekuren in het UMCG: van 15.00 – 20.00 uur mag ik daar zijn.

En hoe gaat het nu met Gerard?
De eerste injectie en de 48-uurs observatie daarna heeft hij goed doorstaan. Geen hoge koorts, geen verwardheid en geen andere rare bijwerkingen.
Vandaag (donderdag) krijgt hij de tweede injectie, waarna weer een observatie van 48 uur volgt.
Maar we weten nog niet of deze behandeling aanslaat, dus het blijft nog wel spannend.
In tegenstelling tot de vorige behandelingen in 2015 en 2019 voelt hij zich goed, het eten smaakt hem lekker en hij komt de dag prima door, hij is ‘lopend patiënt’.
We brengen veel tijd door met het doen van spelletjes.
Jokeren, Triominos, Qwixx en Catan: we genieten er van.
Wij spelen thuis al jaren Catan met de uitbreiding ‘Steden & Ridders’, maar in het UMCG ligt in de recreatiezaal alleen het basisspel. Een splinternieuwe uitvoering.
Dan weet je pas hoe beduimeld de kaartjes van je basisspel thuis zijn…..
We moesten de spelregels er weer op na lezen hoe het ook maar weer in zijn werk ging.
Geen metropolen, geen stadsuitbreidingen en geen ridders met helmen.
En je hoeft maar 10 punten te hebben om te winnen.
Zit je zo maar op een doordeweekse dag genoeglijk een spelletje te doen en vergeet je even de sores van de dag.

Reageren

14 januari: Vader, moeder, 13 kinderen.

Als het gaat over mijn broer en mij dan constateren de mensen om ons heen vaak dat we zo van elkaar verschillen.
En dat is niet alleen zo bij ons, maar ook in de kring van de broers en zussen van Gerard zijn er grote verschillen.
Je bent als kind een product van vier families: die van je vier grootouders, in mijn geval Vrieswijk, Pasveer, Boelen en Alting.
Je draagt als broer en zus stukjes in je van die 4 families en de mix daarvan levert kennelijk van elkaar verschillende personen op.

Dit gegeven kwam bij mij op bij het lezen van het boek ‘Het zwijgen van Maria Zachea’.
Daar had ik al vaak iets over gehoord en toen ik de titel zag in één van de stellingen van de Roder Boekenmarkt nam ik het mee.
In drie dagen had ik het uit.
Wat is het eigenlijk voor boek?
Het is geschreven door de journaliste Judith Koelemeijer.
Toen haar oma werd getroffen door een hersenbloeding was zij eenentwintig; ze had niet een heel goede band met haar oma.
‘Oma had dertien kinderen grootgebracht, dat vond ze meer dan genoeg.’
Oma werd door haar dertien kinderen na haar hersenbloeding acht jaar lang thuis verzorgd.
Het bijzondere was dat oma op en duur geen woord meer zei, maar ook over het verzorgen van hun moeder werd door haar ooms en tantes niet gepraat.
Eigenlijk werd er in de familie Koelemeijer überhaupt niet met elkaar gepraat.
Judith schrijft een boek over dit gegeven door met alle kinderen van oma in gesprek te gaan.

Gefascineerd had ik aan het begin bij de inhoudsopgave van het boek het lijstje met namen en jaartallen bestudeerd.
De oudste geboren in 1934, de jongste in 1953.
Wat je leest is de geschiedenis van Nederland voor en na de Tweede Wereldoorlog.
De kinderen worden amper aangehaald en/of geknuffeld: “Niet zitten janken, ga maar wat doen.”
Meisjes moeten meehelpen in de huishouding, alleen hele slimme kinderen mogen doorleren.
Seksuele voorlichting krijgen de kinderen niet, ze leren hooguit wat van elkaar.
Als de oudste broer Jos op 19-jarige leeftijd overlijdt wordt daar niet over gepraat.
De maatschappij verandert in rap tempo, de jongere kinderen zetten zich af tegen het Katholieke geloof  en in het gezin is er een groot verschil tussen ‘de werkers’ en ‘de intellectuelen’.
De jongste kinderen groeien op in economisch betere tijden, dus ze mogen veel meer dan hun oudere broers en zussen omdat ze nu eenmaal in een andere tijd zijn opgevoed.

Mijn moeder kwam uit een Hervormd gezin met 10 kinderen, mijn vader uit een Gereformeerd gezin met 5 kinderen.
Ook daar waren de verschillen tussen de broers en zussen enorm en werd ook niet gepraat.
Tijdens het lezen van dit boek werd ik getroffen door de herkenbaarheid van de verhalen van de afzonderlijke broers en zussen.
Het boek is voor veel families de aanzet geweest om het gezamenlijke gezinsverleden bespreekbaar te maken; wat fantastisch dat je dat met het schrijven van een boek kunt bereiken.
We mogen de familie Koelemeijer wel bedanken voor hun openhartigheid!

Reageren

13 januari: Welke goden?

Als het gaat over de waarde van mijn dagen, dan wordt die in deze week voornamelijk bepaald door de ziekenhuisopname van Gerard.
Gistermorgen reden er geen bussen en het KNMI had code oranje afgegeven; wij moesten om 09.00 uur bij het UMCG zijn.
Gelukkig viel het erg mee op de weg en ook in het ziekenhuis verliep alles soepeltjes: voor de middag was er al een bed beschikbaar en in de loop van de middag gaf de hematoloog groen licht: de behandeling kon beginnen.

Tot nu toe (dinsdagavond) gaat het goed.
Verder kan er nog niet heel veel over gezegd worden; het medisch personeel houdt Gerard goed in de gaten met regelmatige controles en testjes en we hopen vurig dat deze behandeling aanslaat.
In dit verband gebruiken we wel eens de woorden ‘we zijn aan de goden overgeleverd’; een uitdrukking die niet heel veel goeds betekent en goed aangeeft hoe het leven kan voelen.
Wie zijn dan die goden?
De hematoloog die deze kuur inzet in de strijd tegen Kahler?
De politici die de regelgeving omtrent vergoedingen van medicijnen aansturen?
De verzekeraars die bepalen of een medicijn al dan niet wordt vergoed?
De farmaceutische industrie die graag betere medicatie wil ontwikkelen, maar die tegen grote financiële en logistieke uitdagingen aan loopt?
Met andere woorden ‘Wie gaat dat betalen, zoete, lieve Gerritje?’
Of God, het hoogste Adres?
We weten ons gedragen door het warme medeleven en de voorbeden van de mensen die deel uitmaken van de maatschappelijke kringen waarin wij ons bewegen: gezin, familie, vrienden, kerk en buurt.

In dit verband kregen we van Dick een mooi lied toegestuurd.
Het wordt uitgevoerd door Cor Bakker en Thomas Oliemans, hierbij een link naar de uitvoering op You Tube van Podium Klassiek van de NTR.
De muziek is van Louis van Dijk, de tekst is geschreven door Ivo de Wijs.

Ik
Ik heb als kind geleerd
Wat goed was en verkeerd
En ook van de drie-eenheid: hoop, geloof en liefde, maar -|
helaas

Helaas
Verloor ik ’t idee
Dat al ons wel en wee
Bestuurd wordt en gestuurd wordt door een Iets of door een
Grote Baas

En ik
Ik had de liefde lief
Misschien wat te naïef
Want ach, wie ik beminde was ik na een tijd
En tot mijn spijt
Weer kwijt.

En tja
Zo werd ik blind en doof
Geen liefde, geen geloof
Maar wat ik van m’n leven niet verliezen kan, is hoop – is hoop

De hoop
Op straks en op daarna
De hoop van: ja, hoera
De hoop die zachtjes zegt: Schep moed
Al wat je doet
Komt goed, gaat goed

De hoop
Van eeuwen aan ’n stuk
Van wereldwijd geluk
De hoop die zegt: Het komt terecht – dus zit niet bij de pakken neer
De hoop
Die zegt: Ik ben er morgen weer

Reageren

12 januari: Vér buiten mijn comfortzone.

Een paar weken voor ik afscheid nam van Lentis vroeg de teamleider: “Wat wil je als afscheidscadeau?”
We spraken af dat ik er over na zou denken.
De volgende dag zei ze: “Je hoeft niet meer na te denken over het cadeau, we hebben al iets gekocht!”
Het was een grote doos, die ik kreeg op het afscheidsfeestje en ik kreeg er ook een boodschap bij: ‘Je mag het pas uitpakken op de 1e zondag van advent’. Dat was zondag 30 november.

Razend nieuwsgierig was ik: nog bijna zes weken moest ik wachten, maar op de eerste adventszondag mocht ik het uitpakken.
Er zaten vier genummerde stoffen zakjes in en een kaart met een QR-code en inloggegevens.

Het was een Advents Handwerk Project; de digitale informatie kwam pas beschikbaar op de adventszondag die bij het zakje hoorde.
De patronen en beschrijvingen zal ik dus niet delen op deze website, maar ik kan wel linken naar het project: Hobbii’s 2025 Adventskalender

In het eerste zakje zaten een groen en en wit bolletje garen waar je wanten van kon breien; als bonuscadeau zat er een thermosflesje in. Je zou denken dat ik op die zondag gelijk al begon met breien, maar ik had nog wat op de pennen staan: een paar sokken dat ik breide van garen dat ik kreeg bij het afscheid van Lentis, gekregen van de teamleider!

Op 5 december begon ik met de wanten.
MOEILIJK!
Breibeschrijving in het Engels.
Vér buiten mijn comfortzone!
Maar gelukkig: teamleider Sylvia had voor zichzelf én haar vriendin ook zo’n zelfde pakket gekocht.
Zij stuurden me de vertaling en stuurden me tips&trucs die me hielpen.
Als ik met deze wanten aan het breien was, kon ik niet tegelijkertijd televisie kijken.
Het breipatroon lag op de tafel voor mij en na iedere toer streepte ik af wat ik gedaan had.

Bovenkant…..

Het duurde even.
De duim was een heel gedoe. Die moest je op een gegeven moment door steken te meerderen inbreien, daar was ook weer een apart telpatroon van.  Halverwege moest je de duimsteken op een hulpnaaldje zetten en ‘laten hangen’. Toen de want af was moest de duim in het rond worden afgebreid.

….binnenkant….

Pfffff. Het inbreien van de witte patroontjes in de duim heb ik niet meer gedaan, die heb ik er later opgemaasd.
Ze zijn mooi geworden!
En ik er ben onmeunig trots op.
Dat ik zoiets moeilijks kan had ik op voorhand niet gedacht.
Het heeft bijna 6 weken geduurd voor ik ze klaar had, maar dat komt ook omdat ik niet aan deze wanten kon breien in gezelschap en ook niet tijdens het televisie kijken.

Gerard vond ze ook heel mooi.

…..en detail van de zijkant.

Of ik voor hem ook zo’n paar wilde breien, maar dan een maatje groter.
Nee.
😉

Wat zat er in het tweede zakje op 7 december?
Wordt vervolgd.

Reageren

11 januari: Vogel-villa

vogel-villa

Afgelopen donderdag vertrokken we voor een paar dagen naar Casa Grada in Westerbork.
Een soort ‘stilte-voor-de-storm’-vakantie: morgen gaat Gerard met de behandeling beginnen in het UMCG.
We namen wat vogelvoer mee, want het zou een bar weekend worden met sneeuw en vorst.
Gerard maakte op de tafel die voor het huis staat een vogel-villa met een ‘barretje’ voor de vogels van een  grote schaal, twee bakstenen en de deksel van de barbecue die in de schuur staat.

Vrijdag was de hele villa ondergesneeuwd. Toen het die middag weer droog was haalden we de sneeuw weer weg en wachtten op de vogels. Die eerst niet kwamen.
Waar we in de zomer soms 30 verschillende vogelsoorten onderscheiden op de vogelapp, nu was er geen vogel te zien.
In het meer hadden de eenden even verderop bij het bruggetje een wak open gehouden, daar groepten de watervogels bij elkaar.
Dat waren de enige vogels die we hoorden.
Aan de rand van het meer stapte een witte zilverreiger heel voorzichtig op het dunne ijs, maar verder …. geen vogel te zien.

Zaterdag was het nog wel heel koud, maar er viel geen neerslag meer.
En warempel: zaterdagmorgen kwam er één nieuwsgierig maar erg schichtig koolmeesje een kijkje nemen bij Gerards bouwwerk.
Al snel daarna kwamen er meer koolmeesjes.
Die zich allemaal gedroegen als Trump als het om Groenland gaat: VAN MIJ!
Maar er kwamen ook vinken.
En musjes.
En een roodborstje en een dikke merel.
We zaten binnen voor het raam, benoemden de vogels en genoten ondertussen van het prachtige uitzicht op het meer.
We zochten nog wat informatie op over vogels; toen ik de beestjes gadesloeg vroeg ik me af: ‘Wat doen vogeltjes eigenlijk bij vorst, kou en sneeuw?’
Daarover vond ik interessante informatie op de website van Vogelbescherming Nederland: hierbij een link naar dat artikel.

Zondag hadden de vogels hun villa helemaal ontdekt; het was een drukte van belang onder het barbecuedeksel!
We hebben de omgeving van Westerbork nog niet vaak met sneeuw gezien, maar dat hebben we de afgelopen dagen ruimschoots goedgemaakt.
Veel sneeuw viel er en we maakten een paar prachtige wandelingen.
We zijn voor het eerst sinds de bijna vijf jaar dat we dit huis hebben niet op het terras bij het meer geweest, omdat alles was bedekt met een dikke laag sneeuw, die zondag na een nacht met 10 graden vorst veranderd was in een ijslaag: het was glad en koud.
We staken binnen de kaarsjes aan en genoten van de rust.
En de vogeltjes dus.

Hieronder een paar afbeeldingen die een impressie geven van de omgeving van Vakantiepark Het Timmerholt in de winter.

Reageren

10 januari: Twee vriendinnetjes.

Als het gaat over mijn jeugd in Hoogersmilde ben ik vrijwel altijd positief; dat ligt ook aan mijn eigen kijk op de dingen. Mijn broer bijvoorbeeld heeft helemaal niks met het dorp uit onze jeugd.
Vandaag een verhaal over hoe verzuild het dorpje in de jaren ’60 was.

Het verhaal begint met de twee vriendinnetjes Alny en Ada. De beide meisjes waren in 1963 in de nieuwbouwhuizen aan de Servatiusstraat komen wonen, zij op nummer 9 en ik op nummer 13. Van dezelfde leeftijd (1960) en al gauw onafscheidelijk. We speelden samen bij haar thuis, bij mij thuis en heel veel buiten met de andere kinderen. Onze vaders werkten allebei op de steenfabriek van Roelfsema, maar de gezinnen trokken samen niet heel veel op: wij waren protestant, zij niet. Dat betekende in de volwassenenwereld dat je in een andere ‘zuil’ zat, maar daar hadden wij als kinderen geen weet van. Als ik op zondag met Alny speelde dan ging ik wel eens mee naar een voetbalwedstrijd van SVH. Mijn ouders deden daar niet moeilijk over, maar raar was het wel, dat voelde ik als kind al aan. Kreeg ik een patatje van haar vader, vroeg een dorpsgenoot aan mij “Mag jij dat wel?”

Alny en ik bezochten samen de kleuterschool; op de groepsfoto hiernaast staat ze op de achterste rij, ze is het derde kind van rechts; ik ben het blonde meisje schuin voor haar. 
We waren altijd samen.
Maar.
Toen we in 1967 naar de lagere school moesten ging zij naar de Openbare school tegenover ons en ik moest anderhalve kilometer fietsen naar de Christelijke Nationale School aan de Rijksweg. Maar dat maakte voor ons niet uit: wij bleven vriendinnetjes, al werd dat wel wat lastiger, want er vormden zich groepjes. Je hoorde bij de openbaren of bij de christelijken en zij en ik hoorden allebei bij een andere groep.

Na een jaar ging Alny verhuizen: haar ouders kochten een huis aan de Rijksweg tegenover de steenfabriek. In het begin zochten we elkaar nog op, maar dat werd ons niet gemakkelijk gemaakt: als we bij elkaar waren werden we er door onze eigen groep onophoudelijk op gewezen dat we niet met elkaar mochten spelen. Wij  waren overlopers! Onze ouders, alle vier import-Hoogersmildigers vonden het verschrikkelijk, maar zij konden er niet veel aan doen, zo was het nu eenmaal in het dorp.
Het is ons dan ook niet gelukt om onze vriendschap te behouden.

Toen ik in de zesde klas van de lagere school zat mocht ik op gitaarles en tot ons onuitsprekelijk geluk hadden onze vaders beslist dat Alny en ik samen muzieklessen zouden gaan volgen bij Marinus Boer in Dwingeloo. Zij woonden inmiddels in Geeuwenbrug en iedere zaterdag reden de vaders ons om en om naar muziekles. Op woensdagavond gingen we naar  de Mandolineclub: samen zingen en musiceren!

afbeelding: geschiedenis-oefenen.nl

Alny en ik zijn in de loop van de jaren uit elkaar gegroeid, niet door het idiote zuilengedoe, maar omdat we inmiddels in verschillende delen van Drenthe woonden.
Het verhaal van de ‘openbaren’ en de ‘christelijken’: soms vertel ik er wel eens over, maar als je het zelf niet hebt meegemaakt, kun je je er helemaal niets bij voorstellen.

 

Reageren

Pagina 1 van 398

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén