De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

8 juni: Dat soort gedachten…..

Iedere dag staat er een nieuw blog op deze website; bijna tien maanden achtereen heb ik dagelijks iets gepost, ook tijdens de kerstvakantie.
Van 10 tm 15 augustus 2020 dateert mijn laatste reces.
Vanmorgen dacht ik: “Het is een drukke week en waar moet ik het op mijn blog over hebben?”
Als ik dat soort gedachten krijg moet ik een time out; zodra ik het gevoel heb dat het dagelijkse blog me op de nek gaat zitten moet ik even afstand nemen.

Zomaar een paar dagen niet bloggen is niet zo aardig voor mijn vaste lezers; die maken zich dan zorgen.
Een mens kan zomaar in het ziekenhuis belanden, niet waar?

Geen zorgen dus.
Ik ben even een paar dagen off-line: werken, huishouden en lekker in de zon zitten met een borduurwerkje.
En even weer een ‘buffertje blogs’ opbouwen.

Heb jij nog een verhaaltje liggen?
Wil je de leegte deze week een keer vullen?
You’re welcome!

Reageren

7 juni: Mit toeters en bellen….

Sinds ik actief ben op Spotify heb ik al heel wat muziek gedownload en heb ik ook al heel wat afspeellijsten gemaakt.
Die zijn voornamelijk voor eigen gebruik, want het is mijn smaak.
Doen we een spelletje en willen we er gezellige achtergrondmuziek bij, dan zoek ik een random lijst van iemand anders.
Via de zoekterm ‘Jaren 70’ bijvoorbeeld.
Of ‘Balads’ of een ander genre.
Of “Evergreen Top 1000 Radio 5′.
Dan krijg je over het algemeen leuke muziek.
Hier en daar geef ik dan een nummer een hartje mee; dat betekent ‘Favoriet’.
Laatst kwam ik tot de ontdekking dat je die favorieten ook als ‘lijst’ af kunt spelen en dat leverde verrassende combinaties op.

Bij één nummer dacht ik bij het intro “Is dit ook een favoriet van mij?”
Toen ik het verder afluisterde wist ik het weer.
Het was het nummer ‘Blaosmuziek’ van Gé Reinders.
Het lied beschrijft een Limburgs dorpje op een zondagmorgen met een café, een kerk en een spelende fanfare.
Hij legt in het nummer uit welke instrumenten in zo’n orkest worden gebruikt en de genoemde instrumenten zetten vervolgens stuk voor stuk in.
Hij zingt het in zijn eigen taal, het Limburgs.
Het bijzondere is: de plaat heeft niet in de Top 40 gestaan, maar staat steevast in de Top 2000 van Radio 2 en de Evergreen Top 1000 van Radio 5.

Op internet vond ik een video uit 2019 die Reinders zelf heeft gedeeld ter gelegenheid van het feit dat het 20 jaar geleden was dat ‘Blaosmuziek’ werd opgenomen.
Hierbij een link naar die video op YouTube.
Drie en een halve minuut genieten.

Blaosmeziek op eine sjone zondigmorge
Blaosmeziek bleust mich omver
Mit toeters en bellen ’n sjoon verhaol vertelle
Zondigmorge blaosmuziek blaos mich riek.

Met recht een favoriet.

Reageren

6 juni: Vrolijk en chaotisch.

Vanmorgen was er een bijzondere ‘Ik zie jou viering’ in Op de Helte.
Dit schreef voorganger Sijbrand van Dijk er van te voren over: “Het thema is: ik ga op reis en ik neem mee. Dit thema verbindt alle onderdelen. Dolly, Noach, de overstap uit de kindernevendienst, de uitslagen van de fietstocht en de dropping. Het wordt een vrolijke en waarschijnlijk ietwat chaotische ochtend.”

Vrolijk en chaotisch zijn geen woorden die gelijk in je brein opkomen als je denkt aan een kerkdienst en toch had Sijbrand groot gelijk.
Vanachter mijn computerscherm heb ik genoten van deze viering, die zo anders was dan anders en daardoor heel verfrissend en veelzeggend.
Bij het eerste onderdeel kon je thuis ook meedoen: een quiz! Leuk! Ik haakte onmiddellijk aan en noemde mezelf Aoltje.
Toen de deelnemers later werden benoemd wist Walter niet wie Aoltje was….. nou ja zeg. Aoltje van Geert natuurlijk!
Verder met de viering. Dit hele  weekend stond in het teken van gezellige activiteiten: een gezinsfietstocht op vrijdagavond en een spannende ‘Travel Quest’ op zaterdagavond.
Vanmorgen zagen we het weekend in foto’s voorbij komen.

Ronduit spectaculair was het afscheid van Dolly de Logeerduif; die werd samen met Janny de kerk ingereden in een antieke MG!
De opbrengst van haar logeeravonturen was meer dan € 1.300,= voor het ZWO-project ‘Straatkinderen in Oeganda’.
Er werd door de kindernevendienst ook afscheid genomen van de kinderen die dit jaar de overstap maken van de basisschool naar het middelbaar onderwijs; de kinderen werden naar voren geroepen en kregen een knapzak mee als aandenken.
Wat ik altijd erg kan waarderen zijn jongeren die iets doen in een viering: vanmorgen zong Daphne twee liederen en Alyke speelde twee stukken voor ons op haar viool.

De schriftlezing werd vanmorgen niet uit de bijbel voorgelezen, maar het verhaal van Noach werd verteld door Janny.
Daarna kreeg Sijbrand het woord voor de overdenking; hij had in zijn koffer drie basiselementen uit het verhaal van Noach meegenomen.
1. De ark. Daarvoor gebruikte hij zijn schoen. Met een beetje fantasie kon je daar wel een grote boot van maken, te meer omdat het maat 46 was.
De ark staat voor je basis: je leefomgeving, je ouders, je vrienden, de plek waar je je thuis voelt. Mensen kunnen ook als een ark voor je zijn, waarbij je je vertrouwd voelt en waar je kunt schuilen.
2. Een oude knuffelhaas, destijds nog gemaakt door Sijbrands oma. De haas stond voor alle dieren en al het groen op de aarde. Het verhaal van Noach wil ons vertellen dat we de aarde delen met alle dieren, bomen, bloemen en planten. Leef dus met de aarde en zorg er voor.
3. De regenboog, die ons wil zeggen “Er is hoop, het komt goed.” Misschien niet zoals je had gedacht of gehoopt, maar God zoekt altijd naar manieren om nieuwe wegen in te slaan met de mensen.

Wil je de MG van Gerard Smit mét Janny en Dolly de kerk in zien rijden?
Benieuwd welke kinderen een rugzakje meekregen en wat Annelies hen toewenste?
Wil je weten hoe de moeder van logeerduif Dolly er uitzag die haar aan het einde van de viering kwam ophalen?
Je kunt de hele viering terugzien op kerkomroep : 6 juni, Op de Helte, 09.30 uur.

Reageren

5 juni: Klooster Yesse – een buitenkans!

De dochter van mijn broer studeert archeologie aan de Rijks Universiteit in  Groningen.
Vorige week was ze jarig: toen we gezellig aan het gebak zaten vertelde ze dat ze nog één week fieldwork ging doen bij voormalig vrouwenklooster Yesse.
Daar had ik al eens wat over gelezen en ik ging wat rechter op zitten.  “Mag je daar ook gasten ontvangen?” Dat mocht.
Toen liet ik er geen gras meer over groeien.  “Ok!  Dan kom ik vrijdagmorgen bij jou en je team kijken”.
Wat een buitenkans voor Aaltje!

In de buurtschap Essen (vlakbij Haren) stond van 1215-1594 het cisterciënzer vrouwenklooster Yesse.
Het was in trek als bedevaartsoord. Er hadden zich daar namelijk wonderen voltrokken, bijvoorbeeld een kaars die niet wilde doven en de kroon van het Mariabeeld, die door Jezus tijdens een mis op zijn eigen hoofd gezet werd. Helaas, er is niks meer over van die bloeiende abdij, alleen wat sporen in het landschap.
De RUG doet sinds 2017 onderzoek op het terrein. Ieder voorjaar zoekt een groep studenten Archeologie in de grond naar sporen van Yesse.

Waar kijk ik nu naar?

Gistermorgen om 09.30 uur zette ik de auto aan de kant van de weg en liep het laatste stukje naar het bezoekerscentrum.
Daarachter stond een grote witte tent en zag ik een omgewoeld terrein. Ik mocht me melden bij de projectleider en die stelde voor dat Coby mij zou rondleiden.
“Waar kijk ik nu naar?”
Het waren ‘putten’;  uitgegraven sleuven van een meter diep, anderhalve meter breed en ongeveer 5 meter lang.  Pin me niet vast op de afmetingen.
De grond wordt daar minutieus afgezocht. In die sleuven zaten witte papiertjes met letters er op en in de aarde waren cirkels en strepen getekend.
“Wat betekent dat? ” Het waren sporen in het zand: verkleuringen etc. waaraan men kan zien dat daar iets heeft gestaan.

…..zand weggespoeld…..

Het is de bedoeling dat de studenten hier leren wat er allemaal in de grond zit, dat ze onderscheid leren maken tussen de verschillende materialen.
Wat is interessant en wat kan weg? Hoe herken je die sporen in het zand? Waaruit bestaan de aardlagen die de wand van de putten vormen?
Een groepje studenten was bezig met het ‘zeven’ van de berg zand die uit de putten is gegraven.
Er werden een paar scheppen zand op een rooster gegooid; met een waterstraal uit een soort douchekop werd het zand weggespoeld en bleven er stenen en ander grof spul op het rooster liggen.
Er werd een klein stukje gekleurd glas gevonden dat rechtstreeks aan het klooster gelinkt kon worden: ik stond er op de neus bij en bedacht dat ik bij deze werkzaamheden in een permanente staat van opwinding zou verkeren. Wat vinden we?  Stukjes muur? Stukjes raam? Aardewerk?  Gereedschap?
Inmiddels zijn er in de loop van de jaren al veel bijzondere vondsten gedaan: beeldjes, stukjes glas en aardewerk en  een sleutel.
Kleine brokstukjes geschiedenis die samen een mooi beeld geven van dit vrouwenklooster.
Wil je meer weten over het vrouwenklooster Yesse?
Klik hier voor een link naar hun website. Daar vind je een interessant filmpje en kun je naar een presentatie van topstukken van de opgraving.

Na een half uur dwalen over het terrein waren al mijn vragen beantwoord, ging de groep koffiedrinken en werd tante Ada uitgezwaaid.
Over drie weken gaan deze tweedejaars studenten naar Noord Italië om onderzoek te doen naar sporen van de Griekse beschaving die daar voor Romeinen  was.
Daar zou tante Ada ook best even willen komen kijken…

Reageren

4 juni: Nederlands, maar dan anders (19)

Er is weer genoeg binnengekomen voor een nieuwe verzameling in deze serie.
Als eerste de reactie van Louisa op het vorige blog in deze serie:
“Gisteravond hoorde ik een mevrouw op tv zeggen over haar dochtertje dat nu al te zwaar was: “Ze zal altijd op haar hoede moeten letten.”

Van vriendin Gineke kreeg ik ook nog een reactie via de mail:
“Net je blog gelezen over de versprekingen. Hoor ik Twan Huijs aan Henk Krol vragen of Henk misschien te veel naar ‘Jan Hagel’ geluisterd heeft…
Jan Nagel natuurlijk 🙂 Het blijft lachen.

Onze dominees zijn natuurlijk regelmatig lang aan het woord, dan hoor je wel eens iets anders dan de bedoeling was.
Deze app kreeg ik van een gemeentelid na een zondagse viering: “Hoorde jij gisteren in de kerk ook dat er romgetroffel gevraagd werd inplaats van tromgeroffel?”

Een neefje moest eigenlijk huiswerk maken, maar in coronatijd viel het niet mee om hem aan het werk te krijgen.
Mijn schoonzusje: “En dan weet ik van te voren al hoe het gaat; hij heeft er geen zin in en zet de hakken in de sloot!”

Gerard voert op zijn werk een gesprek over samenwerking met een andere collega.
Die vindt dat ze elkaar niet in de weg moeten zitten en zegt: “We moeten elkaar niet in het zeewater zitten…”

Collega Jacquelien stuurde ook weer een geweldige bijdrage.
Zij had zitten kijken naar een kookprogramma en wat men daar bereidde zag er heel lekker uit.
Een van deelnemers merkte op “Ik krijg er nu al watertanden van!”

Tijdens onze fietstocht in Heerde zetten wij onze fietsen even weg bij een leegstaand gebouw.
Mocht je je afvragen waar het ‘Cosmedisch Centrum’ in Heerde tegenwoordig zit: ze zitten gevestigd……
(zie foto links).

Al eerder constateerde ik in een blog op deze website dat het Nederlands snel verandert.
Tegenwoordig communiceert men met afkortingen; soms duurt het maanden voor ik door heb wat het betekent.
LOL bijvoorbeeld staat voor Laugh Out Loud en YOLO betekent You Only Live Once.
Met WTF bedoelt men ‘Asjemenou’; de letters staan voor iets anders, maar dit is een keurig blog.
Tijdens het pinksterweekend ontstond er spontaan een nieuwe uitdrukking.
We hadden twee huisjes voor 4 personen en als we met z’n achten in één huisje waren hadden we te weinig borden enzo.
Dan werd er geappt: BYOB – Bring Your Own Bestek.

Jon spreekt inmiddels vloeiend Nederlands. Hij maakt zelfs grapjes met bestaande spreekwoorden.
De foto links kregen we vorig week met het volgende bijschrift: Als je naar buiten gaat – hou altijd een slak om de arm.

Hoor je een leuke verspreking. Of gooit iemand wat uitdrukkingen door elkaar? Meld het even.
Klik hier voor het blog Nederlands maar dan anders deel 18, van daaruit kun je doorlinken naar voorgaande blogs in deze serie.
Vergeet ook niet te kijken op het instagram-account Treintaal.
Daar las ik deze verspreking: ‘Het was een ‘ver-van-mijn-bed-droom’.
Als je het zo leest is het een prachtige woordspeling.

Reageren

3 juni: Sprookies in de Onlanden.

Het is eindelijk mooi weer ik kan weer op fietse hen Grunn’n.
Dat was een poosie wat lastig in verband met warkuren, beschikbare energie en ofstand, maor sinds veurige weke fiets ik weer regelmaotig deur de Onlanden.
Dan begun ik de dag met een dik half uur fietsen; dan vuul ik mij beveurrecht met zu’n mooie woonumgeving.

De grote dreugte is veurbij.
Dat stun veurige weke in de kraante en dat is ok goed te zien.
Veurig jaor was het best zörgelijk nao die twee hittegolven; de vennegies en plassen waren behoorlijk indreugd en d’r was veur de waterveugels maor weinig ruumte meer in ’t water.
A’j d’r nou langes fietst is het weer zoas een paar jaor leden: uutgestrekte watervlaktes en drassige, moerassige stukken d’r tussen in.
Dat is ok fijn veur de kikkers.
’s Mörgens vrog kwaakt ze je oren van de kop.
Ik stap wal ies eem van de fietse of um te kieken waor die beesten dan zit, maor dat hebt ze geliek deur: dan holt ze zöch stille.

In ien van de vievers hef een zwanenpaar heur nöst bouwt en gustermiddag zag ik moe Zwaan die met vier kuukens statig deur ’t water zwöm.
Op de afbeelding hiernaost bint ze te zien, maor daor he’j ’t ok met zegt, het was te ver weg.
“Vier lilluke eendties…” denk ik dan, want sprookies nimt een grote plek in in mien herinnerings.
Misschien dat ik daorum ok wal eem naor die kikkers gao kieken: stel dat daor nog een prins tussen zit…

Eem hiel wat aans:
Op de website van het Huus van de Taol wordt aandacht vraogt veur het underzuuk ‘Opvoeden in het Drents’ dat daon wordt deur Amber Tieck, studente an de Rijks Universiteit in Grunn’n.
Praot ie ok Drents? Wo’j dan de muite nemen um die vraogenlieste in te vullen? Hierbij een link naor die pagina.
Vanmörgen heb ik die vraogenlieste invuld. Confronterend. Wij hebt oonze wichter niet in het Drents opvoed, hadden wij wel doen moeten.
Nou bin ik beneid wat de resultaoten van dat underzuuk straks bint; zo gauw d’r wat over bekend wordt zal ik dat op dit digitale tiedschrift melden.

Reageren

2 juni: Blijf spelen.

Tijdens een weekend met onze kinderen zoals ik beschreef op 25 mei nemen we altijd een tas vol spelletjes mee.
Van wat wij hadden meegenomen deden we alleen Machiavelli en klaverjassen, alle andere spelletjes bleven in de doos.
Dat kwam omdat anderen ook spellen mee hadden genomen, die we nog niet kenden.
We begonnen met Splendor.
Hierbij moet je edelstenen en opdrachtkaarten met punten verzamelen en verhandelen.
In het eerste stadium van het spel heb je nog niet zoveel edelstenen en kun alleen de eenvoudigste opdrachtkaarten kopen, maar hoe langer je speelt, hoe meer edelstenen/punten je op voorraad hebt en hoe duurder de opdrachtkaarten zijn die je kunt kopen.
Ik moet altijd eerst één keer zo’n spel helemaal uitspelen om te zien hoe het werkt.
Waar moet je op letten, wat is niet slim en hoe bepalend is wat mijn medespelers doen?

Het tweede spel heette Dixit; een heel ander spel met een heel ander doel; dit was mijn favoriet van de drie spellen in dit blog.
Je speelt met kaarten met hele mooie, sprookjesachtige tekeningen erop die je op veel verschillende manieren kun interpreteren.
Op zich zijn er weinig spelregels, maar het is zaak om je goed in leven in de hersenspinsels van je medespelers.
Iedereen krijgt 6 kaarten waarop een mysterieuze tekening staat.
Om de beurt legt één speler één kaart uit zijn hand omgekeerd op tafel en omschrijft het plaatje dat er op staat met een woord of een zin.
Alle andere spelers zoeken dan uit hun eigen 6 kaarten een kaart die ze het beste bij die omschrijving vinden passen.
Dan worden alle kaarten geschud en omgedraaid. De vraag is nu: welke kaart heeft ‘de verteller’ op tafel gelegd?
Klein voorbeeldje: ik had een kaart met een poppenhuis erop. Daarbij noemde ik het woord ‘opa’. Niet iedereen in de groep weet dan dat mijn vader voor onze dochters een groot barbiepoppenhuis had gemaakt. Maar uit de 6 kaarten die vervolgens op tafel kwamen te liggen met de associatie ‘opa’ haalden de dames er feilloos het poppenhuis uit.

Het laatste spel dat we deden heette ‘Codenames’.
Ook een spel waarbij het aankomt op woorden en associëren.
Het is de bedoeling dat je als ‘Geheim agent’ aanwijzingen geeft aan je medespelers om alle ‘spionkaarten’ van je eigen kleur te ontdekken,
Deze omschrijving is wat kort door de bocht, maar neem van mij aan: het is erg spannend.
Ook hier komt het er op aan dat je rekening houdt met wat er in het hoofd van je teamgenoten omgaat.
Begrijpen zij wat jij bedoelt? En heb jij heel goed naar de plaatjes gekeken?
Of leggen ze jouw aanwijzing verkeerd uit en draaien ze de huurmoordenaar om…..dan ben je dood en heb je het spel verloren.

Spelen is een bezigheid die men niet ernstig genoeg kan nemen. (Jacques-Yves Cousteau)
Blijf spelen.

Reageren

1 juni: Nu nog?!? 3 – We moeten praten.

Vanmorgen had ik mijn derde afspraak in het orthodontietraject waar ik aan ben begonnen.
Na de schuifdeur liepen we niet zoals gebruikelijk rechts naar een behandelkamer, maar links naar een spreekkamer.
“Hé, heel andere setting!” merkte ik op: “Ja, we moeten praten!” zei tandarts Martijn.
Dan schiet ik al in de lach.
Zo’n zinnetje roept bij mij associaties op van een slecht huwelijk met een pijnlijk gesprek; maar dat was natuurlijk geenszins het geval.

Naar aanleiding van de scan had ik een behandelplan opgestuurd gekregen met een begroting van de verwachte kosten.
De hele behandeling met bitjes etc. zal ongeveer 60 weken in beslag nemen en wat we al verwacht hadden: het is duur.
Maar ik zie het als een investering in de toekomst van mijn gebit, dus ik ging akkoord met het behandelplan en de financiële consequenties.
“Waarom duurt het bij mij zo lang?” vroeg ik. Ergens had ik gelezen dat zo’n traject meestal zo’n maand of 5 á 6 in beslag neemt.
Het antwoord was simpel: “Omdat uw tanden zo verschrikkelijk scheef staan; dan duurt het lang voordat ze in de juiste positie zijn gekomen.”
Dat is dan ook maar weer duidelijk.

Op zijn computerscherm liet Martijn me zien hoe mijn gebit er nu uit ziet en hoe het er over ongeveer 60 weken uitziet.
Heel langzaam zie je het veranderen van ‘schots en scheef’ naar ‘mooi recht op een rij’.
Daarna haalde hij uit de kast een voorbeeld van zo’n binnenbeugel die ik op mijn gebit moet dragen: een doorzichtig, plastic bitje, dat je over je gebit heen klikt.
Voordeel van zo’n spreekkamer is, dat je zelf niet met je mond open ligt, zodat je eens een gewoon gesprek kunt voeren.
We kregen het over nieuwe technieken, over de digitale tandheelkunde en over het verschil tussen het omgaan met het gebit in de verschillende regio’s.
“In de randstad gelden heel andere normen dan hier bijvoorbeeld” vertelde hij. “Witter dan wit, rechter dan recht…dat speelt hier in het noorden toch wat minder.”

We gaan het doen.
De benodigde materialen worden besteld en als die binnen zijn wordt er een nieuwe afspraak gemaakt.
Daarna kom ik iedere maand terug voor een kleine evaluatie en krijg ik twee nieuwe beugels mee, die ik dan na twee weken zelf kan verwisselen.
Wordt vervolgd.

Benieuwd naar wat hieraan vooraf ging?
Hierbij een overzicht.

1. Waarom?
2. In kaart brengen. 

Reageren

31 mei: Overstekende ober.

Eindelijk mooi weer.
Gistermiddag zetten we de fietsen achter op de auto en vertrokken richting Schipborg voor een fietstocht van zo’n 30 kilometer door het stroomdal van de Drentse Aa.
Ook al is het Drenthe: ik was op sommige plekken nog nooit geweest.
Spijkerboor bijvoorbeeld. We kwamen het dorp in bij de brug over het riviertje de Hunze (ook nog nooit gespot). Een groepje puberjongens stond in zwembroek op de brug.  Af en toe waagde één van hen zich aan een sprong over de reling, wat natuurlijk gepaard ging met de nodige apenrots bombarie. We vonden een bankje aan de oever van het riviertje en genoten van het schouwspel.

Op een informatiebordje in Spijkerboor las ik dat het dorpje in de middeleeuwen  is ontstaan bij een doorwaadbare plaats in de Hunze.
Er kwam een herberg en in de loop van de eeuwen groeide er een dorpje omheen.

Onze fietstocht leidde ons vervolgens door Nieuw Annerveen en Annen.
We zagen de Hondsrug letterlijk liggen, we fietsten echt omhoog Annen in.
Daar zagen we een geheel nieuw verkeersbord : let op,  overstekende ober.  O? Dat bracht ons op een idee

Vijf minuten later zaten we onder de bomen in het zonnetje in Annen en bracht de overstekende ober ons thee en cappuccino.
Na dat terrasje  stapten we weer op de fiets en gebeurde er iets (voor mij) onvoorstelbaars: links naast de weg stond een hunebed, dat Gerard wél opmerkte en ik niet.
Had hij niks gezegd dat was ik gewoon doorgefietst!
Maar hij maakte mij er op attent, dus ik fietste even terug.
Het was hunebed D9; deze had ik nog nooit gezien, dus daar moet ik dan even omheen lopen.
Het was maar een half hunebed; toen professor van Giffen het vond waren de andere stenen in de loop van de tijd al gebruikt voor andere doeleinden.
Op de grond liet hij destijds cementen afdrukken plaatsen op de plekken waar die stenen oorspronkelijk hadden gestaan.

De fietstocht leidde ons nog door een stukje van het Kniphorstbos, waar we vorig zomer de pré-historische wandeling maakten (lees hierbij het blog van 23 januari j.l.), want ik herkende de ‘galgenheuvel’.
Tenslotte kwamen we weer uit bij Schipborg.
Wat een mooie fietstocht; heel divers en door een prachtige omgeving!

Het leek trouwens wel alsof de wereld na het koude weer en de coronaversoepelingen weer open was gegaan: zo druk als gistermiddag hebben wij het in Drenthe nog niet vaak meegemaakt…..

Reageren

30 mei: ’s Zondags gaat zij……

Gisteravond zagen we voor het eerst sinds bijna een jaar mijn broer en zijn gezin weer; hun dochter was jarig. Geen grote visite: alleen wij tweeën waren er voor koffie met een taartje.
Natuurlijk: we skypen regelmatig, we appen en bellen, maar gewoon bij hen op de bank met een glaasje port en uitgebreid bijpraten: het was mijn ‘waarde van de dag’. Heerlijk.

Vandaag mochten we voor het eerst weer met 30 mensen naar de viering in de Catharinakerk.
’s Zondags gaat zij eindelijk weer naar de kerk.
Toen we binnenkwamen door de zijdeur zaten daar al zes leden van onze cantorij.
We mogen met die dertig mensen namelijk nog niet zingen, dus dat ging dit groepje voor ons doen.
We begroetten elkaar en wisselden wat informatie uit.
“We zingen niet heel moeilijk hoor, alles éénstemmig”.
Er was ook nog iets nieuws: dit was een ‘zelfsturende cantorij’.
Met andere woorden: dirigent Karel was er niet.

Vaste lezers weten het al: in het zingen en in de muziek zit voor mij de emotie.
Vanmorgen was er eerst al lied 701  ‘Zij zit als een vogel’ met die bijzondere orgelpartij er bij en later ‘Ere zij aan God de Vader’.
Ben je ook kerkganger, dan weet je dat de laatste regel steeds begint met ‘Halleluja, halleluja…!’
Dat moet met een volle kerk ‘om de gebinten heen schallen’; daar was vanmorgen natuurlijk geen sprake van.
Het vierde couplet werd herhaald op verzoek van voorganger Sijbrand van Dijk; we mochten als gemeente ook meehummen.
Ik heb het wel geprobeerd, maar ik schoot vol bij het ‘Halleluja..’
Er schalde niks en er miste iets, namelijk alle andere gemeenteleden met wie je dit uit volle borst wilt zingen.

Het was vandaag Triniteitszondag.
Op deze zondag ligt de nadruk op de heilige drieëenheid: vader, zoon en heilige geest.
Als voorbeeld ontstak de dominee 3 kaarsen om ze vervolgens tegen elkaar te houden: 1 vlam.
Zelf moet ik dan altijd denken aan wat ik ooit in een preek hoorde: ijs, water en stoom zijn ook een drieëenheid.
We hoorden vanmorgen dat wij als mensen ook de ruimte krijgen om ons in meerdere verschijningsvormen te manifesteren en dat we ons daarbij opnieuw geboren mogen voelen. Je zit niet vast aan ‘hoe het hoort en hoe het altijd was’.

Als voorbeeld noemde hij van zichzelf verschillende kanten; als ik het op mezelf zou betrekken zou ik zeggen: ik ben een moeder, een doener, een zus, een muzikant, een echtgenote, een schrijver, een vriendin, een lezer, een collega en een handwerkster. En dan heb ik nog maar een klein deel benoemd.
Je bent als mens nooit af; we zijn onderweg om nog iets te worden.
Mooi beeld.
Wat wil je worden?

Reageren

Pagina 1 van 238

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén