Van vriendin Jeannette kreeg ik een aantal boeken die ‘het circuit’ in mochten (lees: boekenmarkt Roden), maar een paar had ik zelf nog niet gelezen, o.a. de thriller ‘Boven water’ van Arnaldur Indridason. In 2020 schreef ik al eens een blog over een ander boek dat ik had gelezen van die IJslandse schrijver.
In dit boek wordt Konrad, een gepensioneerd politiefunctionaris, benaderd door een ouder echtpaar: ze maken zich zorgen om hun kleindochter. Die is betrokken geweest bij een drugs-smokkelactie en nu is ze verdwenen.
Tegelijkertijd is hij ook aan het onderzoeken wat er ten grondslag lag aan de onopgeloste moord op zijn vader.
Zo komt hij in aanraking Eygló, de dochter van een man die veel met de vader van Konrad heeft samengewerkt.
De vader van Eygló beschikte over paranormale gaven. In de 2e Wereld oorlog hielden de twee mannen samen seances waarin ze bedrieglijke praktijken toepasten en waaraan ze grof geld verdienden. Beide mannen zijn kort na elkaar vermoord.
Eygló ziet net als haar vader ook mensen die overleden zijn; als kind al ontmoette ze de geest van een 12-jarig meisje dat op zoek is naar haar pop. Daarover lees je aan het begin van het boek. Als zij en Konrad elkaar ontmoeten zijn ze allebei al op leeftijd.
De verhaallijnen over de vermiste kleindochter, over de vaders van Konrad en Eygló én de raadselachtige dood van het 12-jarige meisje waarvan de geest op zoek is naar rust worden in dit boek met elkaar verweven.
Hoe verder Konrad graaft, hoe meer hij ontdekt over zijn vader en over zijn eigen getroebleerde jeugd. Kindermishandeling/kindermisbruik is het onderliggende thema in dit boek en je hebt als lezer medelijden met de kinderen die door volwassenen als oud vuil worden behandeld.
Ouders en grootouders aan wiens nukken en grillen de kinderen zijn overgeleverd: er wordt geen vrolijk beeld geschetst van de maatschappij. In het verleden niet en nu ook niet.
In dit boek wordt het zien van geesten van overleden mensen door een medium, zoals Eygló, als heel normaal beschreven.
Fascinerend vond ik.
In mijn jeugd wilde ik daar meer over weten en was nieuwsgierig naar ‘glaasje draaien’ enzo maar ik ben opgehouden met zoeken na een preek die ik hoorde in een jeugddienst met dominee Bakker uit Hijken, waar wij destijds aan meewerkten met jeugdkoor Hosanna.
Hij vertelde het verhaal van koning Saul, die op bezoek ging bij de zieneres van Endor om de geest van Samuel op te roepen.
“Dus contact met overledenen bestaat” zei de predikant. “Er kan contact zijn met mensen aan gene zijde. Maar wij hebben daar niets te zoeken, het is zelfs gevaarlijk” en hij noemde wat voorbeelden van mensen die werden geplaagd door geesten/stemmen. Zijn advies: “Zoek het niet op, de scheidslijn met zwarte magie is maar dun.”
Als 19-jarige heb ik die waarschuwing ter harte genomen en heb het onderwerp links laten liggen.
Dat gaat na het lezen van dit boek niet veranderen.
Maar er over lezen vond ik spannend en als je ‘Heksenkring’ hebt gelezen weet je dat magisch realistisch schrijven wat dat betreft ook veel mogelijkheden biedt.


















