De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

14 juli: Mensen van voorbij.

Soms moet je de contacten in je telefoon even bij langs.
In welke groepen ben ik nog actief en is het allemaal nog zinvol?
Half juni liep ik in mijn telefoon door het adresboek om de groepen te verwijderen die niet meer actief zijn.
En dan kom je in je contacten mensen tegen die er niet meer zijn*.
Klaas Kuipers.
Contact verwijderen?
Ja.
Henk van Donk.
Contact verwijderen?
Ja.
Trijn Hollander.
Contact verwijderen?
Alles in mij schreeuwt: NEE, natuurlijk niet!
Maar het is niet heel zinvol om dit contact te bewaren….ik lees nog even de laatste zinnen die we uitwisselden en klik dan op ‘Ja’.

Vorige week ging ik na het eten nog een stukje fietsen.
Het was die dag prachtig weer geweest en rond 19.00 uur was het nog 21 graden.
Mensinge, dikke boom, door het bos, Roderesch, hunebed Steenbergen en dan via Nieuw Roden weer naar huis.
In Nieuw Roden bedacht ik dat het graf van Klaas nog een keer wou opzoeken: daar was nu wel even gelegenheid voor.
De begraafplaats ligt wat verscholen in het bos naast het dierenparkje.
Als je het kerkhof oploopt, zie je de grafsteen van Klaas en Ria gelijk al rechts van het hoofdpad liggen.
In mijn hoofd haalde ik hen nog even weer in herinnering.

In het ‘mededelingen-kastje’ hing een uitgeknipt krantenartikel met een foto van een groepje mannen waar Klaas nog bij op stond.
Dat artikel stond destijds in De Krant en is nog digitaal beschikbaar: hierbij een link naar dat artikel ‘De ‘jongens van de begraafplaats’ verzorgen hun park met liefde’.
(Klaas is de man met snor)
In datzelfde kastje vond ik ook informatie over de geschiedenis van die begraafplaats.
Daar bevinden zich namelijk twee grafheuvels van 4000 jaar oud; op de website van RTV-Drenthe vond ik daar nog een klein artikel over.

De ‘mensen van voorbij’, die deel hebben uitgemaakt van ons leven, worden nog regelmatig in onze gesprekken genoemd.
Hanna Lam schreef er een lied over, dat vaak wordt voorgelezen of gezongen op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, als de namen worden genoemd van gemeenteleden die dat jaar zijn overleden.

De mensen van voorbij
wij noemen ze hier samen.
De mensen van voorbij
wij noemen ze bij name.
Zo vlinderen zij binnen
in woorden en in zinnen
en zijn wij even bij elkaar
aan ‘t einde van het jaar.

De mensen van voorbij
zij blijven met ons leven.
De mensen van voorbij
ze zijn met ons verweven
in liefde, in verhalen,
die wij zo graag herhalen,
in bloemengeuren, in een lied
dat opklinkt uit verdriet.

De mensen van voorbij
zij worden niet vergeten.
De mensen van voorbij
zijn in een ander weten.
Bij God mogen ze wonen,
daar waar geen pijn kan komen.
De mensen van voorbij
zijn in het licht, zijn vrij.

Hierbij een link naar een uitvoering van dit lied van Nederland Zingt van de EO.

* Geen idee? Deze blogs schreef ik destijds over Klaas en Henk.

Reageren

13 juli: Brij-schrijven?

Mijn eerste buitenkunstervaring dit jaar was de schrijfworkshop bij Lena; daarover schreef begin juni het blog ‘In de duisternis kijken’ .
De 8 A4-tjes met aantekeningen, delen van het verhaal en ideeën voor de uitwerking daarvan lagen mooi opgevouwen in de map ‘Nog iets mee doen’: in tegenstelling tot wat ik toen dacht heb ik daar nog niks mee gedaan. Te veel andere leuke dingen.
Dochters Frea en Harriët houden ook van schrijven en Frea had een leuk idee: ‘Zullen we een keer met z’n drieën een schrijfdag plannen?”.

Gistermorgen haalde ik Frea op voor een dagje Almelo.
We gingen schrijven.
Mijn doel van de dag was: de vier handgeschreven delen van het workshop-verhaal digitaliseren en de aantekeningen nog even bij langs voor bruikbare ideeën.
Het eerste half uur van de dag ging natuurlijk op aan koffie met gebak en bijpraten, maar daarna gingen we het over ‘schrijven’ hebben.
“Hoe ga jij te werk als je schrijft?”
De ene dochter liet een foto van een prikbord zien waar allemaal kleine briefjes op waren vastgezet. “Dit is het begin van het boek, dit moet er allemaal gebeuren en dit moet op het eind.”
Plannen dus op een planbord.
De andere dochter vertelde dat ze in scenes/beelden denkt en dat ze opschrijft wat ze in haar hoofd ziet: beelden/scenes beschrijven en later rangschikken.
Zelf ben ik een brij-schrijver: ik ben een woorddenker en schrijf alles op wat ik denk nodig te hebben voor het verhaal. Daarna schaaf ik aan de woordenbrij en verbeter ik net zolang tot het naar mijn zin is.
Alleen het bespreken van je persoonlijke schrijfstijl is al verrijkend.

Daarna zetten we een timer op 25 minuten en ging ieder aan haar eigen verhaal werken.
Wat heerlijk.
Zitten en schrijven in stilte.
Na die 25 minuten vertelden we elkaar wat we hadden gedaan, aten een broodje en maakten een wandeling.
Daarna zetten we de timer weer op 25 minuten. Het verhaal had ik inmiddels al digitaal, nu ploos ik mijn aantekeningen na op bruikbare aantekeningen die ik in mijn verhaal kan gebruiken en weer deelden we wat we hadden gedaan met elkaar; ik kreeg zelfs een aantal erg leuke tips.

Het volgende onderdeel van de schrijfdag was een ‘prompt’.
We trokken een kaart uit het Dixit-spel, zie afbeelding hiernaast. Ook nu kregen we weer 25 minuten; de opdracht was: schrijf een kort verhaal bij dit beeld.
Het resultaat was verbluffend. Drie compleet verschillende verhalen lazen we aan elkaar voor: een wetenschapper die probeert een zeemeermin te beschrijven, een verhaal gebaseerd op de legende van de Selkie (een mytisch wezen dat haar zeehondenpels kan afdoen) en een verhaal over het dragen van zeehondenbont.

De vier timer-sessies van 25 minuten die we gisteren deden verliepen in serene rust.
Inmiddels heb ik alle aantekeningen, zinnen en woorden helemaal digitaal weggezet, zijn de ideeën en bruikbare tips ingevoegd in de verhaallijn en staat het  blog met deel 1 van het verhaal in de grondverf. De werktitel is ‘Heksenkring’.
Op voorhand had ik geen idee wat ik van zo’n schrijfdag kon verwachten, maar het was zeer de moeite waard.
Over 6 weken weer zo’n dag!

Reageren

12 juli: Stad zonder straten…?

De kop boven het geschiedenis-scheurkalenderblaadje van 5 juni was ‘Eén van de oudste steden ter wereld heeft geen straten’
‘Dat kan toch niet?’ denk ik dan. Zonder straten? Hoe kwam je dan je huis binnen?
Deze uitleg stond op de achterkant.

Catalhöyük,  gebouwd op een heuvel in het huidige Turkije, was in de late steentijd een bloeiende nederzetting. Tussen 7400 en 6200 voor Christus woonden er zo’n 3000 tot 8000 mensen. Het is de grootste nederzetting uit de late steentijd die gevonden is.

Alle huizen, gemaakt van in de zon gedroogde stenen van leem waren tegen elkaar aangebouwd en hadden geen deur. De daken fungeerden dus eigenlijk als straat; je kon andere huizen bereiken door over de daken te lopen en via ladders naar binnen te gaan.

Uit de opgravingen hebben archeologen tot nu toe afgeleid dat de bewoners van Catalhöyük in een relatief egalitaire samenleving moeten hebben geleefd, omdat er geen gebouwen zijn gevonden die heel erg afwijken van de rest. Iedereen woonde in huizen van ongeveer dezelfde grootte. Verder is het opmerkelijk dat de bewoners hun doden begroeven in hun eigen huis, vaak onder de haard.

Nog nooit van gehoord.

Afbeelding: website Historiek

Hoe zag dat er dan uit?
Voor ik het wist was ik een uur verder, want er is genoeg te vinden over dit fenomeen op internet.
Op dit blog verwijs ik naar een interessant artikel op de site ‘Hunebednieuwscafé’, hier bij een link.
Daar vind je een duidelijke uitleg van het archeologische onderzoek, hoe het complex is ontdekt, hoe het is ontstaan en hoe de mensen de stad bewoonden.

In het kort: Catalhöyük wordt gevormd door twee heuvels op  een terrein van 37 hectare. Je vindt er maar liefst 18 lagen met neolithische bewoning tussen 7400 en 6200 voor Christus. Er zijn muurschilderingen aangetroffen, reliëfs, beeldhouwwerken en andere symbolische en artistieke elementen: tastbare getuigen van de pre-historische mens die zich aanpaste aan het permanent bewonen van één plek. Daarvóór leidde de mens een nomadisch bestaan als jager/verzamelaar.
Ook heeft men veel informatie kunnen verzamelen over de overgang van permanent bewoonde dorpen naar een meer stedelijke agglomeratie.

De stad is niet bewoond gebleven, zoals de oudste, nog steeds bewoonde steden Jericho en Damascus. De mensen vertrokken door o.a. klimaatverandering; door aanhoudende droogte werd het lastig om aan voedsel en water te komen. Verder raakten de nabijgelegen bossen, die gebruikt werden voor brandhout en bouwmaterialen uitgeput, evenals de landbouwgronden om de stad  heen. De laatste reden is dat er aan het eind van de bloeitijd toch een sociale ongelijkheid was ontstaan. Daardoor viel de stad uiteen en verspreidde de bevolking zich weer over kleinere, traditionele dorpen.

 

Reageren

11 juli: Een krans & lampionnetjes.

In april 2025*  vertelde Aukje van Holy Stitch over een stro-krans die ze had omhaakt met blauwe bloemetjes.
Leuk idee. Ging ik ook doen.
Frea tikte voor mij op Marktplaats een strokrans op de kop en ik haakte mijn blauwe en witte haakgarenrestjes op met bloemetjes.
Maar je moet nogal wat bloemetjes hebben: toen ik mijn voorraadje op de krans had geprikt was hij nog niet half vol…..geen gezicht, dus ik legde hem weg.
Dit jaar had ik al weer heel wat restjes verzameld en ging ik weer verwoed aan het bloemetjes haken; nu kon ik driekwart van de krans vullen, maar ik vond het eigenlijk wel genoeg. De krans omwikkelde ik met wit kant wat ik nog had liggen en zette het hier en daar vast met een parelmoer-glas-knopspeld die ik ook had gebruikt voor het vastzetten van de bloemetje en hing de krans op met een mooie strik van wit satijn.
De krans hangt nu in de kapschuur op Waninge Plaza.

Vorige week ging ik op verjaardagsvisite bij Agniet samen met Joke.
We gaven haar een bloemenbon die ze bij de Jumbo kon inwisselen, maar ik nam ook twee omhaakte glazen potjes mee met een waxinelichtje erin.
“Nou, die passen prachtig bij de zomerbloemen-pot die op tafel staat” riep Agniet en inderdaad: wat een leuke match!
Dat bracht mij op het idee om bij onze wit-lila zomerbloemen-pot ook twee buitenlampionnetjes te haken.
Tadaah!

Vandaag op dit blog een beschrijving van hoe je zo’n potje omhaakt:

– 5 lossen, sluiten tot een ring.
Voor iedere toer geldt: toer met een halve vaste sluiten in de 1e steek van de vorige toer.
– toer 1: in de ring 8 boogjes van 3 lossen haken.
– toer 2: in ieder boogje 3 vasten haken.
– toer 3: met halve vasten naar het midden van het volgende boogje, 4 lossen, 1 vaste in het volgende boogje: dit 8 x doen. Je hebt nu 8 boogjes van 4 lossen.
– toer 4: met halve vasten naar het midden van het volgende boogje, 5 lossen, 1 vaste in het volgende boogje: dit 8 x doen. Je hebt nu 8 boogjes van 5 lossen.
– toer 5: 3 lossen 1 steek overslaan, 3 lossen, 1 steek overslaan, dit doen tot aan het einde van de toer. Je hebt dan 20 kleine boogjes van drie lossen.
– toer 6 en verder: 3 lossen, 1 vaste in het volgende boogje. Dit haak je toerloos; zo ontstaat er een uitrekbaar netwerk van 3-lossen-boogjes.
Voor de mosterdpotjes en de HAK-groentepotjes die ik gebruikte heb je ongeveer 12 toeren nodig. Als het haakwerkje hoog genoeg is (om het potje heentrekken) hecht je de draadjes af en begin je met de contrasterende kleur. Daarmee haak je 5 vasten om een boogje, sla je 1 boogje over, weer 5 vasten om het volgende boogje tot je weer aan het begin bent. Op deze manier trek je de bovenkant wat bij elkaar.
Onderaan dit blog vind je nog detail-afbeeldingen van de onderkant en de rand.
Tenslotte haak je in diezelfde kleur een koordje van 100 lossen. Draadjes afhechten en het koordje door de bovenste boogjes halen en strak strikken.
Zo heb je zomaar een leuk cadeautje voor een lome zomeravond bij kaarslicht!

* 17 april 2025 – Hulstblaadjes in april.

Reageren

10 juli: Ok nog eem hen de speultuun?

Toen wij tiedens  de Waninge-Femiliedag een wandeling maakten deur Hoogersmilde weur ik overspuuld deur herinnerings.
Logisch.
Mien olders  woonden an de Servatiusstraot op nr. 13 vanof 1963.
Met de femilie Waninge zaten wij de hiele dag achter ‘De Schakel’ op het terrein van de olle Hervormde karke die een grote rol speulde in mien kindertied en mien jeugd.
Wat heb ik daor wat voetstappen liggen!
Maor het met groepie waor as ik tiedens die wandeling met deur Hoogersmilde leup, kun ik die herinnerings niet dielen.

Zunsopgang – Servatiusstraot 1981

Netuurlijk wees ik an waor as ik woond haar, maor de mieste groepsleden waren jonger as 30 en woonden niet op de Smilde, dan valt der niet veul te dielen.
Huuft ok niet, het was ja gezellig en daor is de femiliedag veur bedoeld.
“Dit moet ik ies weer met mien breur doen” nam ik mij toen veur.
Dat hadden wij al ies eerder daon in 2020*, dat was oons toen goed bevallen.

Gustermiddag hadden wij rond 14.00 uur ofspreuken op het karkhof in Hoogersmilde; ik haar een emmer en wat olle doeken metnummen want ik wol het graf van pa en ma** eem schoonmaken.
Hebt wij ok daon.
En dan loop ie samen nog eem te mijmeren over gezamenlijke kennissen/familieleden die daor ligt en over hoe wij nou denkt over hoe wij dat later wilt. Gien graf op een karkhof in ieder geval.

Och man, wat was het weer genoeglijk um met zien beiden deur Hoogersmilde te wandelen.
Wat is der veul veraanderd.
En veul ok niet.
Toen wij langs het Woldhuus leupen waor as mien moe de leste jaoren van heur leven woonde weuden wij naoroepen: “ADA!”
Vredeveld en de vrouw.
“Moi! Eem an ’t wandelen?”
Wij waren nog aal ‘de kinder van Vreeswiek’; wij bint al lange leden opholden met verbeteren…. ” ’t Is Vrieswijk.”

“Zu’we ok nog eem hen de speultuun?”
Ja. Het padtie van vroeger was ofsleuten, maar via een aander pad kwamen wij der toch.
We gungen eem op het bankie zitten.
Een meneer van 61 en een mevrouw van 65 die daor vrogger uuuuren deurbrachten.
“In mien beleving was die speultuun veul groter….” wus Henk nog van de veurige keer,
Ja, dat is een bekend fenomeem a’j trugge gaot naor plekkies van vrogger.

We leupen de Bosweg rond en drunken een kop thee/koffie op een terrassie in het bos.
An ’t einde van de wandeling gungen wij nog kieken bij de garagebox waor de auto altied in stun.
En de vouwcaravan ok: die stun met beugels rechtop tegen de ziedmure an.
Mien va kun amper uut de auto kommen as e die in de garage zet haar.
“Wee’j nog wel…..”
Ja. Bijna alles nog.
Wij sleuten oonze middag of met een ijssie bij Ping; zaten wij nog eem an de Rieksweg langs de Vaort.
Toen gung de meneer weer hen Assen en de mevrouw hen Roden; ok weer prima, wij hebt in Hoogersmilde ja niks meer verleuren.

* 21 februari 2020 – Moi in Hoogersmilde
** 23 juli 2023 – Een blog over het graf van mien olders en de Hoogersmilde-blues

Reageren

9 juli: Vliegtuigstand.

Wanneer gebruik je de vliegtuigstand op je telefoon?
Als je het apparaat wel wilt gebruiken, maar geen gebruik wilt maken van het internet, in de kerk bijvoorbeeld.
Mijn telefoon staat altijd aan, maar hij maakt geen geluid.
Appjes, mailtjes, push-meldingen: ik hoor ze niet.
Want ik ken mijzelf: bij ieder pingetje wil ik weten wat er is.
Als mensen mij bellen neem ik nooit op want ik hoor hun oproep niet: als ik zie dat iemand heeft gebeld zoek ik contact via whatsapp of ik bel terug.
Dan ben ik inderdaad af en toe niet te bereiken en dat is soms heel stom, maar het is mijn keuze: ook zonder die geluidjes zit ik nog vaak genoeg met die telefoon in mijn handen.

Terug naar die vliegtuigstand: in het magazine ‘Zorghulp’ dat wij krijgen omdat we lid zijn Icare stond een artikel met de kop ‘Vaker je hoofd op vliegtuigstand’.
Even kort door de inhoud: we zitten over het algemeen te veel op onze telefoon, we staan de hele dag door ‘aan’ en gunnen onze geest geen of te weinig rust.
Gevolg: concentratie wordt minder, slaap wordt slechter en we zijn om de klip klap afgeleid van waar we mee bezig zijn.
Advies: neem af en toe een digitale detox, bijvoorbeeld dagdeel of een hele dag per week en kijk eens wat dat oplevert.
Je hoofd krijgt de kans om tot rust te komen omdat je minder prikkels ervaart.

Ze geven ook een paar tips:
– Eet ‘schermvrij’; niet alleen in een restaurant, maar ook gewoon thuis.
Geniet van je maaltijd, want als je aandacht bij je telefoon is ben je vaak helemaal niet bezig met wat je aan het eten bent.
– Leg je telefoon uit het zicht (dus niet naast je op de bank) zodat je er naar toe moet lopen.
– Ben je in gesprek, laat dat gesprek dan niet onderbreken door je telefoon. Natuurlijk: er kunnen dringende zaken zijn die even afgehandeld moeten worden, maar moet je echt op alle meldingen direct reageren?
– Probeer ‘doelloos scrollen’ zoveel mogelijk te vermijden.
Om het eens op z’n Drents te zeggen: ‘Dat is ja zunde van de tied’.

….vliegtuigstand…..

Nou, wat weer een goede tips allemaal.
Vooral voor mezelf……. want och wat is het moeilijk, ook zonder al die geluidjes.
Lees ik op een kalenderblaadje op de wc over Peter de Grote die zijn eigen zoon liet ombrengen, zit ik vervolgens  twintig minuten op internet uit te zoeken ‘hoezo dan’??
En deze: ik pak mijn telefoon om een app te sturen over een datum, maar er is een mail binnengekomen, er zijn andere appjes, hoe wordt het weer, is er nog nieuws? Tien minuten later leg ik het apparaat weg en heb ik de app over de datum nog niet verstuurd.
Hand in eigen boezem: er valt nog een wereld te winnen, dus bij deze neem ik mij voor om mijn hoofd vaker op de vliegtuigstand te zetten.

Meer weten over dit onderwerp?
Hierbij een link naar de website Netwerk Mediawijsheid‘.

Reageren

8 juli: Reünie in Hijken.

Vorige week was er zomaar een berichtje uit Canada in onze familie-app.
“Wij zijn vanaf 5 juli in Drenthe; kunnen we iets regelen dat we elkaar als neven&nichten Waninge even zien?”
Het berichtje kwam van Margaret, dochter van tante Roelie, (zus van Gerards vader) die in de jaren ’50 naar Canada emigreerde.
In 2017 hadden we hen bezocht in Fergus/Toronto en ook de rest van ’the siblings’ gezien. In datzelfde jaar kwamen drie van hen naar ons voor een tegenbezoek; dat bezoek werd destijds afgesloten met een Waninge-familiereünie bij Hennie en Harrie in de kantine.

5 broden, 2 vissen ……

De familie Waninge kon wel wat regelen.
We organiseerden een ‘vijf broden en twee vissen’-maaltijd* en stuurden alle neven en nichten een uitnodiging.
Op zo’n korte termijn zijn er altijd mensen die niet kunnen (vakantie, ziekte) maar we waren toch met een mooi groepje.
Toen ik dit blog ging schrijven wilde ik het verhaal van de reünie uit 2017 opzoeken om terug te linken, maar dat was er niet.
In die periode was mijn moeder al ernstig ziek; 3 blogs schreef ik over het Canadese bezoek hier, maar een blog over de reünie is er niet meer gekomen: mijn moeder overleed een dag later.
Onderaan dit blog vind je drie links naar de blogs uit oktober 2017, evenals een link naar de blogserie over onze vakantie in Canada in juni van dat jaar.

Negen jaar geleden was de laatste reunie …… en we praatten zo weer verder.
Margaret en haar man Luuk spreken nog behoorlijk Nederlands en wij gooien er af en toe wat Engels tussendoor: we begrepen elkaar prima.
We wisselden informatie uit over elkaars leven (werk, kinderen), over de broers en zussen en haalden herinneringen op aan 2017.
Ook was er aandacht voor de gezamenlijke familiegeschiedenis. Margaret liet een foto zien van vijf kleindochters die tegelijkertijd hun ‘graduation’ vierden en we constateerden dat de kinderen nu veel betere toekomstkansen hebben dan onze ouders destijds. Twee generaties verder kijk je terug naar de keuzes die in de jaren ’50 werden gemaakt, waardoor de kinderen van zus Roelie nu in Canada wonen en de rest in Nederland is blijven wonen.

…. en een toetje!

We hieven het glas op de aangehaalde familiebanden, genoten van de heerlijke dingen die iedereen had meegenomen en zeiden tegen elkaar: waarom moest het nou negen jaar duren voor wij weer eens iets afspreken? Dat hoeft toch niet alleen maar als de familie uit Canada over is…..
Maar het antwoord op die vraag weten we ook wel.
De reünie was negen jaar geleden, maar we spraken elkaar daarna vooral op begrafenissen; er zijn ons immers de laatste jaren twee broers en een zwager ontvallen.
We hopen elkaar over twee jaar weer te treffen: één neef en nicht hebben plannen om naar Spanje te verhuizen, vóór zij vertrekken organiseren we een uitzwaai-feestje.
Hennie & Harrie: dank voor de gastvrijheid!

* maaltijd in de stijl van de wonderbaarlijke spijziging uit Mattheüs 14: iedereen neemt iets mee te eten, dan is er altijd genoeg en hou je altijd over.

Hierbij nog de beloofde links naar 2017:

8 oktober: Invasie van de Canadezen – ‘Oh, we are so exited..!’ Wij ook.
10 oktober: Spiekerhouw’n – een echt mannenspel bij Han en Lianne.
13 oktober: ‘t Peerd van ome Loeks – we bezoeken met de Canadese familie de stad Groningen.

Vakantie in Canada juni 2017

Reageren

7 juli: Nederlands maar dan anders (52)

Voor deze editie van NMDA kreeg ik iets toegestuurd door Annemarie van het blog ‘Dagelijkse onzindingen’.
Zij denkt aan mij als mensen zich verspreken en deelt het met mij.
Ze had een arbeidsdeskundige van het UWV aan de telefoon die haar belde over de status van een WIA aanvraag van een medewerker.
Hij vertelde dat hij de medewerker had ontmoet en gaf aan dat deze er ‘potent‘ uitzag.
Ook op haar werk kwamen deze pareltjes voorbij: tijdens een telefoongesprek met een collega werd de status van een project besproken.
Ze zei: “Aan het einde van de week weet ik wel hoe de vlag er voor hangt. Dat ging over het aantal deelnemers, niet iedereen had nog op de uitnodiging gereageerd, maar vervolgde de collega: “Ik rammel nog aan verschillende jasjes!”

Een verslaggever van RTV Drenthe vertelde enthousiast over de TT in Assen: “We zaten aan de kluis gebuisterd….”

In de krant las ik een artikel over vormen van asfaltbewerking.
De overheid laat door de aannemers verschillende versies toepassen/uitvoeren en de journalist maakte daar deze zin van: ‘De aannemers voeren voor de overheid verschillende methodes toe….

Van Nettie kreeg ik een leuke uitspraak van haar kleindochter.
Het meisje is 4 jaar; ze keken samen naar de film Aladdin, waarin een geest uit een olielamp komt en Aladdin 3 wensen mag doen.
“Wat zou jij wensen?” vroeg Nettie
Met pensioen.

Er was een BN-er veroordeeld voor belastingfraude.
De journalist die hier verslag van deed gebruikte het geheel nieuwe Nederlandse woord ‘beflessen’; hij heeft daarmee een mooie combi gemaakt van belazeren en flessen.

Cees bedenkt zelf soms nieuwe spreekwoorden.
Zo noemde hij laatst iemand het kind van de dupe. 

Dick had deze gelezen op NU.nl:
Een man heeft zijn vrouw om het leven gebracht. De Officier van Justitie noemde dit ‘een doodslag van de bovencategorie‘.

Carlijn kwam nog met deze: iemand had iets duurs gekocht voor een vriendin.
Zegt die vriendin: ‘Ik hoop niet dat je nu op een stokje hoeft te bijten….’

Op Radio 5 is er na 18.00 uur een programma met Simone Walraven. Daarin zit altijd een spelletje: ze draait 3 liedjes die iets gemeen hebben, het is aan de luisteraar om te raden wat die overeenkomst is.
Simone: “Deze 3 platen hebben iets overéén…..”

Bericht van de opticien.
“U kunt bij ons een duurzame tas van gerecycled katoen aanschaffen voor € 1,50.
We hopen op deze manier samen met u bij te dragen aan verspilling.”

Tenslotte nog een paar leuke onbedoeld grappige persberichten:
‘Britse drugscrimineel vlucht voor politie in roze badjas.’ (Nu.nl)
‘Het zou gaan om vier personen met bivakmutsen van 1.80-1.90 meter lang’. (Telegraaf)
‘De eerste tocht reed hij op houtjes. de laatste op zijn zeventigste. (Leeuwarder courant)
‘Wandelen is even alles laten lopen….'(Baarnsche courant)
De afbeeldingen hieronder zijn nog van onze Taal-scheurkalender van vorig jaar; spreken voor zich.

Denk je net als Annemarie en Dick ook aan mij als je iets hoort of leest dat in deze blogserie thuishoort?
Laat het me weten, dan kunnen er meer lezers van meegenieten!

Hierbij een link naar Nederlands maar dan anders deel 51 
van daaruit kun je steeds teruglinken naar alle andere delen die in de loop van de jaren gepubliceerd zijn.

Reageren

6 juli: Hè? Maar ben jij dan….

Een rondleiders-map!

Vrijdagmiddag en zaterdagmiddag was ik gastvrouw/gids in de Catharinakerk.
Wel drie blogs zou ik daar over kunnen schrijven…… goed idee, doen we niet.
Wat dit jaar nieuw is dat Hidde, (onze coördinator) een rondleidersmap heeft gemaakt.
Alle onderwerpen duidelijk gerangschikt met tabbladen, met mooie duidelijke foto’s die we onze gasten kunnen laten zien bij de verhalen die we vertellen.

Zaterdagmiddag kwam er tot onze grote verrassing een grote groep van 8 jonge mannen de kerk binnenwandelen. Zij hadden op het terras van restaurant Bruut een lunch gegeten (ligt naast de kerk op de Brink) en waren door de borden nieuwsgierig geworden. De heren namen plaats op de eerste rij in het koor en bekeken op hun gemak de dia-presentatie over de geschiedenis en de bezienswaardigheden van de kerk.
Ad van Nes was de vrijwilliger die het orgel bespeelde, maar hij zat nog gezellig bij ons aan de thee toen de groep binnenstiefelde.
Hij vond het leuk dat er publiek was en vertrok naar het Hinszorgel, één verdieping hoger.
Hij zette fors in; de mannen op rij 1 in het koor, in de ban van dia’s over de opgravingen in onze kerk in 2016, schrokken er behoorlijk van….
En wat nooit gebeurt tijdens een openstelling: toen Ad klaar was met zijn stuk kreeg hij van de mannen een oorverdovend applaus mét gejuich en gefluit.
Zo’n gebeurtenis kleurt mijn dag; wát een enthousiasme.

Later die middag bood ik een meneer een pepermuntje aan en hij vertelde dat hij in de Catharinakerk was getrouwd.
O, wanneer dan? Was in 1994.
Toen woonden wij hier ook al, maar ik kende de meneer in kwestie niet.
“Hoorde u toen bij onze gemeente?”
Maar nee. Ze hadden de kerk destijds gekozen vanwege de locatie, maar ze woonden ergens anders.
Meneer woonde nu in Norg, maar kwam oorspronkelijk uit Smilde.
“Jij ook?” vroeg hij “Je komt me zo bekend voor…”
“Hoe heet je dan” vroeg ik.
“Johan; volgens mij hebben we elkaar in de klas gezeten op de HAVO.”

Het was Johan van het klaverjasclubje* van de HAVO in Assen.
Albert uit Geeuwenbrug, Pieter uit Veenhuizen en Johan en ik uit Smilde.
We schakelden gelijk over op de streektaal.
Even later kwam zijn vrouw er ook gezellig bijzitten en moesten we natuurlijk even bijpraten.
Wat doe je nu, spreek je nog wel eens mensen van vroeger, ben je ook familie van, hebben jullie ook kinderen, ga je al gauw met pensioen… we raakten niet uitgepraat.
Hij was in 2023 uit Smilde weggegaan en ik vroeg hem of hij ook heimwee had.
Volmondig zei hij: “Ja.”
Iemand die niet uit Smilde komt begrijpt daar niets van.

Toen Johan en zijn vrouw afscheid namen was ik mijn gids-spullen kwijt.
Mijn pepermuntblikje stond nog naast de stoel waar hij had gezeten en de map van Hidde vond ik terug op een stoel in de rij daarachter.
Helemaal niets heb ik hen verteld over het tongewelf uit de 17e eeuw, de fundamenten van het houten kerkje van voor 1250 en het bijzondere Hinszorgel.
Maar wat een leuk weerzien; ik was weer even 17….

Het klaverjasclubje kwam al eens voorbij in een blog: ‘Hier kom ik weg’ uit 2015.

Reageren

5 juli: Het lied centraal.

Voor de vierde keer mochten Gerard en ik dit jaar een ‘zomer-zangdienst’ organiseren waarin het lied centraal staat.
Van te voren hadden we via een beamer-advertentie én een oproep in Kerknieuws gemeenteleden gevraagd om hun lievelingslied in te sturen, het liefst vergezeld van een verhaal waarom het lied veel voor hen betekent.
In zo’n viering is geen predikant en dus ook geen preek; de inhoud komt van de persoonlijke verhalen van mensen.
De diversiteit was groot vanmorgen.
Er is dan ruimte voor ‘anders-dan-anders’-muziek en die wijkt soms af van wat wij op gewone zondagen doen in de kerk.

Een paar onderdelen licht ik er uit.
Sietse nam ons in gedachten mee terug naar de coronaperiode, toen we niet naar de kerk mochten.
Hij had destijds veel gehad aan een lied geschreven door Ds. Troost; het verwoordt het verlangen naar samenzijn, zingen en troost in de kerk wanneer dat door omstandigheden niet kan.
We zongen het op de melodie van psalm 42: klik hier voor de tekst.
Verder hoorden we gistermorgen het lied ‘My Lighthouse’ van Rend collective (aangevraagd door Fokelien) maar ook ‘Al je haren zijn geteld’ van Elly & Rikkert (gaat over onze trouwtekst). Organist Erwin Wiersinga liet ons kennismaken met twee korte orgelbewerkingen van de overbekende Psalm 42, die hij inleidde met een korte toelichting.
Soms merk je wel dat een Opwekkingslied als ‘Door de kracht van Uw liefde’ niet vaak in onze gemeente wordt gezongen. Ook voor Erwin, die toch heel wat diploma’s heeft op muziek-gebied is dit wat zoeken. Mooi is dan zijn verbaasde blik als zoveel mensen het blijken te kennen en enthousiast meezingen….

Ieder beleeft de muziek in zo’n viering op zijn eigen manier.
Als voorbeeld daarvan beschrijf ik mijn gevoelens bij het lied ‘Ik zou wel eens willen weten van Jules de Corte.
Didi had het aangevraagd omdat we dat hadden gezongen bij ons aan de keukentafel*.
Dit lied is één van de eerste liedjes die ik als meisje van 12 jaar (1972) in mijn ‘Liedjesmap’ kreeg.
Mijn vader vond het een mooi lied en ik had de tekst opgeschreven met behulp van zijn bandrecorder: een stukje afspelen, opschrijven.
En wat heb ik het vaak gezongen!
Vanmorgen had ik dit lied én ‘Al je haren zijn geteld’ ook graag zelf willen zingen, maar mijn stem is na een zomergriepje niet om aan te horen.
Het klonk warm en ingetogen toen de hele gemeente het met pianobegeleiding van Erwin zong en ik was in tranen door ‘het lied op andere lippen’.

Tijdens het koffiedrinken kregen we veel reacties; het was een warme, ontroerende viering geweest en Gerard en ik werden uitvoerig bedankt voor onze inspanningen.
Maar dit soort kerkdiensten slaagt vooral omdat iedereen zijn steentje bijdraagt: het zegt iets over onze gemeente.
Iedereen die heeft meegewerkt vanmorgen: dank!

Wil je alle liederen én verhalen horen?
Je kunt de viering terugluisteren via Kerkomroep en via het You Tube-kanaal van onze kerk.

*Benieuwd naar het zingen aan onze keukentafel? Lees dan nog eens dit blog: ‘Niet accordeonnen.’

Reageren

Pagina 1 van 415

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén