De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

15 maart: Stukjes netwerk.

Toen de zondag begon, midden in de nacht om 12 uur, feliciteerden wij onze vriendin met haar 65e verjaardag. Toen zaten we al vanaf 20.00 u in gezelschap van de vriendenclub van Hoogersmilde; zelfgebakken appeltaart, lekkere hapjes en gesprekken die werkelijk alle kanten op gaan.
Fijn dat Gerard er weer bij kon zijn, maar we waren niet met z’n achten.
De tia die één van ons trof, waardoor we ons 45-jarig jubileum niet op Kreta konden vieren, veroorzaakt nog steeds problemen als het gaat om prikkelverwerking en tekort aan energie, zodat er ’s avonds nog wel eens een feestje moet worden afgezegd.
We maakten een afspraak voor een volgende verjaardag in april; dan zien we elkaar aan het begin van de middag voor een High Tea. Dan is ze er hopelijk weer bij!
Een waardevol begin van de zondag.

In de PKN-viering van vanmorgen leerden we dat wij mensen altijd alleen maar naar de buitenkant kijken.
En dat de manier waarop wij kijken gekleurd is door onze opvoeding, onze ervaringen en onze vooroordelen.
We zagen bijvoorbeeld een kikker, maar je kon ook iets anders zien als je anders keek.
Benieuwd naar de kikker en ‘het andere’? Klik hier

David door Samuel tot koning gezalfd.

We hoorden het verhaal van David die door God was uitgekozen om koning te worden van Israël.  (zie basisbijbel 1 Samuël 16 ).
Zeven zonen werden ten tonele gevoerd in een soort Mister Universe-verkiezing.
Samuel liet zich leiden door wat hij zag: grote, sterke kerels.
Uitermate geschikt om koning te worden.
Maar, hoorden we, God ziet het hart aan.
Daarom werd herder David, de jongste en achtste zoon, uit het veld gehaald; hij werd de nieuwe koning van Israël.

Hoe kijk je? Wat zie je? Kijk je naar de mens achter de buitenkant? Er werd nog weer eens benadrukt dat God niet ver weg is, hij ziet ons zoals wij zijn.
Als we ons hart laten spreken is God er bij.

Na de dienst tijdens het koffiedrinken feliciteerde ik iemand met haar 90e verjaardag en had ik een gesprek met iemand over haar overleden moeder die ze in deze tijd zo mist.
Gezellig aan de koffie met elkaar, maar ondertussen ook lief en leed delen.

Vanmiddag gingen we een spelletje doen bij het gezin van nicht Lianne en aten we een kom soep met lekkere burrito’s.
Ondertussen hoorden we van alles over de trampoline waar salto’s op gemaakt werden, over een boekbespreking en de eindmusical met groep 8.

Drie ‘stukjes netwerk’ op één dag.
Een paar uur in gezelschap van mensen die bij onze kring horen.
Hoe gaat het met je? En met jouw naasten? Luisteren, praten en delen.
Van onschatbare waarde.

Reageren

14 maart: Bergbeklimmers.

Het was 1976, ik was 15 jaar; ik werd door Arend, die ik kende van de club en de zondagsschool, gevraagd om mee te gaan naar een repetitie van gospelgroep ‘The Mountaineers’ in Smilde. Iets meer dan een half jaar heb ik er op gezeten en meegezongen, maar ik voelde me er niet thuis; dat had vooral te maken met de leeftijd van de andere leden, die minstens 3 jaar ouder waren en sommigen waren al begin twintig. Op die leeftijd is dat veel.

Begin dit jaar kreeg ik een mail van Arend: hij nodigde me uit voor de reünie van The Mountaineers.
Dit jaar was het vijftig jaar geleden dat de zanggroep werd opgericht
Even was er twijfel; ik zat er maar zo kort op, ik zong niet mee op de LP die ze maakten, maar ik gaf me toch op.
Gistermiddag om 14.00 uur werden we verwacht in Het Kompas bij de Koepelkerk in Smilde.

De eerste die ik sprak was Han. We liepen samen naar binnen; ik herkende hem wel maar hij mij niet. Toen ik later vertelde dat ik getrouwd was met Gerard Waninge kwam die naam hem wel bekend voor: “Daar heb ik nog mee gevoetbald!”
Binnen was er koffie/thee met ‘smulcake’ en zo’n dertig oud-koorleden.
Het leeftijdsverschil dat in de jaren ’70 zo’n barrière was geweest, viel nu helemaal weg.
Of je nou 65, 70 of 72 bent maakt nu helemaal niks meer uit.
Ook was er nu wél aansluiting met de andere koorleden. Dat kwam omdat er ook veel mensen waren die ik kende vanuit ons kerkelijk netwerk in Hoogersmilde, of die inmiddels familie zijn geworden (schoonzus Lammie) of de zus van een vriendin, of vroegere buurtgenoten, kortom: goed dat ik gegaan ben.

Maar we kwamen niet alleen maar om te kletsen: we gingen ook zingen!
We kregen een boekje met teksten (wij zongen vroeger alleen met teksten, zonder noten!) en Klaas de Jonge (die tegenwoordige Emile heet) nam plaats achter de piano.
Hij was destijds de koorleider en onder zijn bezielende pianospel zongen we een aantal liederen.
Een bijzondere ervaring. Wát een teksten stonden wij daar toen te zingen.
En we wisten het ook zo zeker allemaal wat we de wereld toezongen….
Het koor noemde zichzelf ‘mountaineers’ omdat het dagelijks leven werd gezien als het beklimmen van een berg waarbij je een gids (Jezus) nodig hebt.
Dat stond ook op de LP: ‘Luister naar Hem en laat je leven door hem leiden’.
Na de lunch sloot Lammie de bijeenkomst af met een gedicht waaruit ik deze zin heb onthouden: de echte bergen moesten nog komen.

Herinneringen opgehaald en veel mensen gesproken.
En over die echte bergen: wie ik ook sprak, niemand is ongeschonden door die vijftig jaar gekomen.
Er waren zelfs al een aantal leden overleden.
Ons geloofsleven zag er inmiddels ook heel anders uit dan vijftig jaar geleden; wij zelf ook 😉

Na afloop liep ik nog even naar de oude MAVO en stond te mijmeren op het schoolplein.
Daarna deed ik het boek ‘Smilde’ weer dicht.
Zonder heimwee weer naar Roden.

Reageren

13 maart: Niet veelvuldig prikken en roeren.

Gistermorgen belde Enny.
“Heb jij vanmiddag al wat? We hebben van ons wijkteam van de kerk vanmiddag een lezing in Op de Helte over ‘Opstanding in de kunst’. Ga je met me mee?”
Mijn antwoord was nee; ik wilde ’s middags gaan wandelen, moest wc’s soppen en nog boodschappen doen.
Toen ik aan het eind van de morgen de boodschappen binnen had dacht ik: “Nu ben je met pensioen, nu kun je naar dit soort dingen die je leuk vindt en dan ga je niet.”
Gelijk na 13.00 uur maakte ik de aan mijzelf beloofde wandeling en appte naar Enny dat ik me had bedacht: ruim voor 14.30 uur zat ik aan de thee voor de lezing.

We luisterden naar ds. Jan Willem Nieboer. Hij is predikant* in de stad Groningen.
Hij vertelde ons over kunstwerken die in de loop van de eeuwen zijn gemaakt over de opstanding van Christus.
Hij liet via de beamer afbeeldingen zien en begon met een afbeelding uit de Romeinse catacomben.
Hij betrok ons bij de uitleg; vroeg aan ons wat wij erin zagen en vertelde daarbij bijzonderheden over het schilderij.

Hij vertelde bijvoorbeeld over het Isenheim altaarstuk van Matthias Grünewald in de kerk van Colmar.
Dat is een groot drieluik dat in twee stappen geopend kon worden, waardoor telkens een ander tafereel zichtbaar werd.
Benieuwd? Hierbij een link naar meer informatie.

Het werk ‘De opstanding’ van Rembrandt kwam voorbij en ook ‘De graflegging’, één van de kruiswegstaties van Aad de Haas.
Daarvan vond ik een mooie video op YouTube, hierbij een link.

Wat ik van deze middag zal onthouden is een modern kunstwerk met de titel ‘Doubting Thomas’.
Ongelovige Thomas in het Nederlands.
De kunstenaar Michael Landy (geb. 1963) was uitgenodigd om hedendaagse werken te maken als reactie op de collectie oude meesters van de National Gallery in Londen.
De stukken werden samen tentoongesteld in de expositie ‘Saints Alive’ in 2013.
Als je wilt weten hoe die twee oude meesters de ongelovige Thomas  zagen en wat Landy er van heeft gemaakt, moet je hier klikken, dan snap je het vervolg van dit blog beter.

De kunstenaar maakte met tandwielen, veren en pijpen een drie-dimensionale weergave van het torso van Christus en de hand van Thomas.
Bezoekers werden uitgenodigd om op een voetpedaal te drukken, waardoor een mechanisme werd geactiveerd dat ervoor zorgde dat de vinger in de wond prikte.
Een stuk metaal dat aan de vinger was bevestigd, boorde uiteindelijk een groot gat in de torso, dat tijdens de tentoonstelling meerdere keren moest worden vervangen.
Het kunstwerk was na de tentoonstelling dan ook kapot.
De achterliggende gedachte bij dit kunstwerk was volgens Jan Willem: ‘Je moet niet te veelvuldig prikken en roeren in het mysterie van het geloof, dan maak je het kapot’.

Wat een mooie aanvulling op de kerkelijke activiteiten in deze 40-dagen-tijd; ik had deze middag niet willen missen.
Die wc’s sop ik vandaag wel.

*Jan Willem verzorgt ook het themacollege ‘Geschiedenis van het beeld in en buiten de kerk’ bij TVG Groningen.
(TVG=Theologie Voor Geïnteresseerden, hierbij een link naar de website).

Reageren

12 maart: Dat moet jij doen.

Onze voorganger Sybrand van Dijk verloor in november zijn partner Henk; daarover schreef ik toen een blog onder de titel ‘Henk en Jakob’.
Een dominee speelt bij een overlijden een grote rol, waar de nabestaanden veel steun van ondervinden.
Maar hoe gaat het als een dominee zélf nabestaande wordt?
Sybrand steekt niet onder stoelen of banken dat dat moeilijk is.
Als je luistert naar zijn preken van de laatste maanden hoor je tussen de regels door over het verlies, de leegte, het gemis en de troost.

Gisteren kwam de nieuwe editie van ‘Kerknieuws’ uit: het maandblad dat uitgegeven wordt voor onze PKN-gemeente met overzichten van de kerkdiensten, activiteiten, verslagen en nieuwtjes.
Op de voorpagina staat altijd het hoofdartikel, meestal geschreven door één van de voorgangers.
Die van deze maand is geschreven door Sybrand onder de titel ‘Omarm het leven’.
Toen ik maandag de digitale versie alvast kreeg voor het invullen van de kerk-website schoot ik vol van zijn verhaal.
Wát herkenbaar.
En wat een hart onder riem.

Hij schrijft over Lazarus, die door Jezus wordt opgewekt uit de dood.
Een paar citaten uit zijn verhaal:

Jezus vraagt om de steen van het graf te rollen.
Het is geen vraag. Het is een gebod. ‘Haal de steen van het graf’.
Jezus doet niet alles.
De omstanders zijn als eerste aan zet.
Wat er ook tegenin gebracht wordt: dat het lichaam al riekt, dat het al zo lang geleden is, dat het het niet kan, Jezus blijft bij zijn woorden.
Die steen moet weg en dat moet jij doen.

Na een groot verlies kun je niet verder.
Je wereld is op z’n kop gezet.
Niets is meer wat het was.
De waarde van de dingen is onherkenbaar geworden.
Wat belangrijk leek is niets.
Het meeste is niets.
Er is tijd nodig.
Om te beseffen wat is gebeurd.
Om er taal voor te vinden.

Sybrand besluit zijn verhaal met ‘en dat verder gaan, dat zullen wij zelf moeten doen. Wij worden uitgenodigd om het aan onszelf toe te staan.
Dat doet pijn. Maar pijnlijker nog is de steen voor het graf te laten en niet te leven, de tijd die ons is gegeven’.

Dit verhaal was mijn waarde van de dag; daarom deel ik het vandaag met mijn lezers.
Je kunt het hele artikel lezen als je klikt op deze link: 2026.03.12 Omarm het leven
Met dank aan Sybrand.

Reageren

11 maart: Muziek op zondagmorgen.

Vaste lezers weten het: zondagmorgen om 09.00 uur begint mijn dag met Jacques Klöters van het programma ‘De sandwich’ op Radio 5.
‘Goedemorgen. Heb je goed geslapen?’
Jacques begint met een gedicht en daarna draait hij een mooi, oud nummer; afgelopen zondag was dat Bing Crosby met ‘Little man’.
Ondertussen kleed ik me aan, ontbijt ik, maak een puzzel, zoek mijn liedboek op en bereiden we ons voor om naar de kerk te gaan.

Afgelopen zondag begon er een liedje dat ik eerst niet herkende. Een gitaar en een mannenstem. Mooi ja.
Maar het kwam me wel heel bekend voor…. ‘Where are those happy days, they seem so hard to find. I try to reach for you, but you have closed your mind….’
Luister maar eens: klik hier. Herken jij het?
Klöters zei er over: ‘Deze zanger maakt dat het nummer minder doordendert, hij zingt het wat melancholieker.

Even daarvoor had ik een bijzonder Groningse lied voorbij horen komen.
‘In dit hoes’ van Arnold Veeman.
Nooit van gehoord. Wat een mooi liedje!
De volgende morgen zocht ik het weer terug en luisterde nogmaals naar het liedje, nu niet als geluidsbehang op de achtergrond maar met aandacht.
‘In dit hoes bin ik geboren, oet dit hoes kom ik oet tied’.
Even later hoorde ik de zanger zingen ‘As mien hoed mien taol nait waormokt….’
Huh?
Als mijn huid mijn taal niet waar maakt?
Hoezo?

Daar wilde ik meer van weten.
Een paar klikken op het world wide web en ik wist wat er aan de hand was.
Arnold heeft een Surinaamse vader en een Nederlandse moeder en  heeft een deel van zijn leven op het Groningse platteland gewoond.
Maar hij heeft een donkere huidskleur en als hij in het Gronings zingt, dan vinden mensen daar wat van.
“Hoe kan dat? Zo’n gekleurde jongen die zingt in onze taal?”
“Hoezo onze taal. Het is ook mijn taal” zegt Arnold daar zelf over in een interview dat ik vond.
Arnold praat eind januari met Gerja Wolf van het programma ‘De Avond van vijf’ over dit lied, zijn nieuwe single en over zijn Gronings zijn.
Wil je het ook beluisteren? Hierbij een link naar de website van dat programma, onderaan kun je het fragment met het gesprek met Arnold aanklikken.
Aan het eind van het programma wordt het lied gedraaid.
Het staat ook op Spotify, daar kun je het ook beluisteren.

Reageren

10 maart: Niet meer over de hiel heen….

‘En nu…..? Op naar zakje drie!’
Daarmee besloot ik het blog dat ik schreef over de ‘balaclava’, de muts die ik had gebreid van het materiaal dat in het tweede zakje van het advents-breiproject zat.
Je weet wel, mijn afscheidscadeau van Lentis.
In het derde zakje zaten 4 bollen garen en een beschrijving van hoe je sokken kon breien met een ‘kleur-werk’-boord.
Er zat een werkbeschrijving bij en een telpatroon voor de gekleurde boord.
O man, weer zoiets moeilijks.
Die wanten waren met twee kleuren (wit en groen), bij deze sokken moest je in de boord 4 kleuren verwerken.
Je kon kiezen uit vier kleur varianten: ik koos voor de basiskleur rood en voor de hiel en voor de teen geel.
Het is vrij dun garen, dus ik zette 72 steken op; ook nu was mijn comfortzone weer niet in beeld.
Ja, in het begin nog wel, maar na 12 toeren  boordsteek moest je gelijk al met het inbreien van een andere kleur beginnen.
Het telpatroon lag voor me op tafel en iedere toer werd afgestreept.
Voor mijn gevoel breide ik vrij los; als je met zoveel kleuren tegelijk breit dan lopen de draden van de kleuren die op dat moment niet gebreid worden achter het werk langs, dus je krijgt een wir-war van draden aan de binnenkant van de sokken.
Toen ik ‘de bocht om was’ probeerde ik even of de sok goed paste; toen bleek dat ik de boord amper over mijn hiel heenkreeg!
Wurmen en trekken, maar gelukkig: het lukte.

De volgende sok breide ik nog losser (vooral niet te strak aantrekken) en die schuift iets gemakkelijker over de hiel heen.
Vorige week had ik ze klaar en inmiddels heb ik ze ook aan.
Zo trots als een ‘Duutser met zeum braodworsten’.
Dit heb ik dan toch maar weer tot een goed einde gebracht!

Nu heb ik nog best veel garen over.
Ik kan nog blauwe sokken breien met een witte hiel en teen, of witte sokken met een blauwe hiel en teen. Of één van elk 😉
En ik zal ook vast nog iets met die kleurtjes in die boord doen, maar ik ga niet weer hetzelfde patroon breien; het moet wel een beetje leuk blijven.
Wat ik heb geleerd van deze projecten is dat het inbreien van een patroontje minder moeilijk is dan ik op voorhand had gedacht.
Maar het is wel omslachtig en ik moet me zó concentreren dat ik naast het breien niets anders kon doen, lees: teuten en televisiekijken.
Waar breien anders een heerlijk ontspannen bezigheid is, was het nu iets waar ik mijn aandacht goed bij moest houden.
Maar het wende ook….. dus wie weet ga ik in de toekomst toch wel een simpel patroontje uitproberen.

Nog één zakje! Op 21 december pakte ik het al uit, maar ik vond het garen dat daarin zat echt niet mooi.
Hoe het afliep….? Wordt vervolgd.

Benieuwd naar de eerste twee zakjes?
Zakje 1 Moeilijke wanten. – Ver buiten mijn comfortzone
Zakje 2 Moeilijke muts – ‘Het stomste….??!

Reageren

9 maart: Breekpunt wordt kantelpunt

Vorig jaar kocht ik ‘Toegift’, een boek geschreven door Hotske Postma. Zij was predikant in Roden van 1992 tot 2003.
Voor mij was Hotske een voorganger die veel indruk maakte door wie ze was en hoe ze deed.
Als je benieuwd bent naar de inhoud van het boek, moet je het zelf kopen: op dit blog deel ik wat het met mij deed.
Gerard las het boek eerst en het viel me op dat hij het bijna niet kon wegleggen.
“Het is geschreven door iemand die ik goed gekend heb en als ze schrijft over haar tweede gemeente Roden komt het heel dichtbij.”

Hotske is net als ik 1960 geboren en ze begint met haar jeugd in een hervormd gezin het Friese dorpje Exmorra.
Ik las mijn eigen verhaal. De kleine lagere school, de kerk waar je op zondagmorgen met het hele gezin naar toe gaat, het poesiealbum: ze schetst een prachtig tijdsbeeld.
Ze schrijft dat haar kindertijd doordesemd is van kerk en geloof in een kleine samenleving waarin mannen de dominante rol hebben en bijna alle beslissingen nemen.
Zo herkenbaar!

Ze was de eerste vrouwelijke dominee die ik leerde kennen en ik heb destijds veel van haar geleerd. Wij waren in 1989 in Roden komen wonen en moesten al erg wennen aan het enorme verschil van de Hervormde gemeente vergeleken bij die van Hoogersmilde.
Hotske richtte de Gesprekgroep Jong-volwassenen op en vertelde ons over het evangelie van Maria Magdalena. Dat dat er was, maar dat dat in de door mannen geregisseerde kerkelijke wereld geen plek in de bijbel heeft gekregen.
Zij vroeg mij om ouderling te worden en zij inspireerde mij op meerdere gebieden.
Zij was de eerste dominee die niet ‘boven’ mij stond, maar naast mij.
Als je het niet eens was met wat ze zei, dan kon je dat gewoon zeggen en we konden het op een gelijkwaardige manier over het geloof hebben.
Ze vond dat we in de laatste zin van ‘Geest van hierboven’ niet moesten zingen ‘dat wij Gods zonen zijn’, maar ‘dat wij Gods kind’ren zijn’.
Ze was een enorme verbinder en ze leerde ons met een vorm van bibliodrama dat we ons konden inleven in een figuur uit de bijbel.
Ze liet mij in de huid van Maria kruipen en ik weet nog hoe bijzonder die belevenis was.
Ze organiseerde een soort ‘vijf broden en twee vissen’-picknick na een kerkdienst die in mijn geheugen gegrift staat.
Zij was een frisse wind door mijn geloofsleven en toen….. ging ze weg.

Hoe het voor haar is geweest weet ik nu.
Hoe zij het beleefde, wat er in haar gezin gebeurde en hoe ze worstelde met bepaalde zaken.
Ze kreeg een burn-out, moest met vervroegd emeritaat en is daarna kwetsbaar gebleven.
Ze schrijft dat ze die burn-out lang heeft gezien als een breekpunt in haar leven, maar dat ze er nu naar kijkt als een kantelpunt.
Als iets breekt is het kapot, als het kantelt kun je er anders naar kijken.
Ze heeft veel voor mij betekend: wat een zegen dat ik een klein stukje op haar levensweg met haar heb mogen meewandelen.

Reageren

8 maart: Duizend keer gehoord en gezongen.

Het was al even geleden, maar vanmorgen liepen Gerard en ik in de zondagmorgenzon naar de Catharinakerk op de Brink, dankbaar dat we al weer zover zijn dat dat weer kan.
Natuurlijk, we kregen op zondagmorgen de viering thuis wel mee, maar dat kan niet tippen aan de lijfelijke aanwezigheid in de kerk.
Alleen het zingen al…… wat fijn om weer gewoon samen met iedereen te kunnen zingen!
Eén van de mooiste momenten van de viering van vanmorgen was het lied dat we vaak zongen toen de Catharina-cantorij er nog was: lied 295 ‘Wees hier aanwezig’, waarbij de gemeente de regel ‘Wek Uw kracht en kom mij bevrijden’ zingt. De ontroering die ik dan voel zit in de bekendheid van het lied, het mooie orgelspel van Erwin Wiersinga  en het gegeven dat ik al meer dan 35 jaar in deze kerk met de gemeente zing, bid en de kerkdienst beleef.

Voorganger Sybrand van Dijk vertelde aan het begin van de viering dat hij zich de afgelopen week bedrukt had gevoeld om de toestand in de wereld en vroeg om het onderling even te hebben over wat ons moed en hoop had gegeven. Ook ik had last van die negatieve druk van al dat slechte nieuws dat maar over elkaar heen buitelde, maar wij zijn daarnaast hoopvol omdat het met Gerards gezondheid steeds wat beter gaat.

Vanmorgen werd de geloofsbelijdenis voorgelezen. Die kun je met elkaar zingen (‘Ik geloof in de God de Vader…etc.), die tekst kan ook voorgelezen worden, maar soms kiest een voorganger een andere geloofsbelijdenis en vanmorgen luisterden we naar een versie van Dorothee Sölle.
En omdat het niet de standaardtekst is die je hoort (en al duizend keer hebt gehoord) luister je met meer aandacht.
Het begon zo: Ik geloof in God die de wereld geschapen heeft, maar niet als iets dat af is en onveranderd moet blijven…..*

In het dankgebed benoemde de dominee de druk van de afgelopen week.
Een wereld waarin het geschreeuw oorverdovend wordt en waarin je bijna niet meer weet wat waarheid is en wat niet.
Het gebed sloot hij af met de wens dat we niet zouden kijken naar de wereld met het idee dat die vol vijanden is die overwonnen moeten worden, maar dat de wereld vol naasten is die bemind kunnen worden.
Het slotlied was het 1e couplet van het lied ‘Bron van liefde, licht en leven’, lied 793 uit het Liedboek.
Een lied dat me alleen door de melodie (‘Wat de toekomst brengen moge’, die ik ook al duizend keer heb gezongen) telkens weer raakt.

We gingen niet koffiedrinken in De Deel, maar wandelden op de terugweg om de Mensinge heen, waar twee ooievaars bezig waren om hun nest op orde te maken.
Wat een hoopvol beeld……

*Wij hoorden vanmorgen Sybrands versie ‘naar Dorothee Sölle’. Hierbij een link naar de complete tekst van de geloofsbelijdenis zoals die door Dorothee is geschreven.

Je kunt deze viering terugkijken/-luisteren via Kerkomroep of het YouTubekanaal van onze PKN-gemeente.

Reageren

7 maart: Boomers.

Aan  het eind van het 10e Pensionada-blog schreef ik: ‘Misschien binnenkort maar eens op de fiets naar Groningen. Door de Onlanden. Maar niet meer om zeven uur’.
Gisteren kwam het er al van: om 11.00 uur zaten we op de fiets!
Zonnig weer en niet veel wind, we genoten er van. 
Ons doel was het centrum van Groningen, te weten het Forum, waar we de film ‘Boomers’ wilden bekijken. 
Die draaide om 13.15 uur. 
Daaraan vooraf trakteerden we onszelf op een twaalf-uurtje in ‘De Drie Gezusters’.

We nestelden ons na 13.00 uur in de fauteuils in de luxe bioscoopzaal waar Huub Stapel gestalte gaf aan de 65-jarige Bob.
Hij woont in een luxe loft in Amsterdam, hij heeft een veel jongere vriendin en een groep vrienden die hij al meer dan veertig jaar kent. 
Maar Bob wordt ouder….. hij slaapt met een apneu-masker en heeft moeite met plassen.
Zijn vriendin wil dolgraag een kind, iets wat hij helemaal niet ziet zitten en op zijn werk wordt hij aan alle kanten ingehaald door jongere werknemers die willen werken met Instagram, influencers en Tik Tok. En Bob zit niet op Tik Tok.
En dan is hij ook nog nodig bij het verzorgen van zijn moeder die een tia heeft gehad.
Met zijn moeder en zijn zus praat Bob trouwens prachtig Limburgs; zo mooi om te horen.
Rode draad in de film is Odile, een jeugdliefde van Bob die weer in zijn leven opduikt en waar hij behoorlijk van onder de indruk is.

In Boomers zien we hoe mensen worstelen met hun leeftijd en gaan twijfelen aan hun plek in de maatschappij. 
Bob is op een gegeven moment gewoon een oude, chagrijnige man die alleen maar aan zichzelf denkt.
Op een dieptepunt in zijn leven zegt hij: “Ik heb alles verkloot; met mijn moeder, mijn huwelijk en mijn dochters opgescheept met een weekendvader.”
Zijn vriendin noemt zijn vriendengroep ‘een stelletje vervelende boomers’, maar zij blijken toch erg belangrijk te zijn. 

Wat een heerlijke film!
En wat herkenbaar voor mensen van onze leeftijd.
“Waar gingen wij ook maar weer heen, welke band was dat? Ik kom er zo weer op…”
“Fijn dat ik opa wordt, maar ik wil niet zo genoemd worden!”
“Een cruise?!? Dat gaan we toch niet doen!”
Tandenpoetsen op één been om de balans te oefenen. 
“Ik hou tegenwoordig de leuning vast als ik de trap op loop…”
Even ‘voorgenieten’? Hierbij een link naar de trailer

Om 17.30 uur waren we weer thuis. 
Een dagje Groningen.
Genieten van het sfeertje in het Forum*: ontmoetingsplek en huiskamer van Groningen. 
Nieuwe oorknopjes gekocht bij ’t Oortje.
Lekker gegeten op de Grote Markt; het was al druk ‘ien Stadt’ en de terrasjes zaten gezellig vol.
Overal perkjes met krokussen en narcissen. 
Op de terugweg een ijsje bij het Hoornse meer. 
En het fijnste: fietsen door de Onlanden. 
Er stonden weer groepjes mensen met enorme telelenzen te koekeloeren over het natuurgebied; ook zonder dat we weten welk bijzonder beest daar nu weer te zien was was het fantastisch om daar na een half jaar weer te fietsen. 

* Meer weten over het Forum? Hierbij een link naar Visit Groningen met heel veel informatie. 

Reageren

6 maart: NAIS mien jong!

Half februari kregen we een appje van jongste dochter Carlijn met een uitnodiging: ‘Donderdag 5 maart is er een open dag voor vrienden en familie bij NAIS waar ik vrijwilligerswerk doe. Komen jullie ook kijken?’ Tuurlijk.
Even uitleggen: bij NAIS maken ze nieuwe items van bestaande stoffen die zijn binnengekomen bij hun collega’s bij de textielafdeling van GoudGoed, een grote kringloopwinkel in Groningen.
Ze vinden dat tweedehands stoffen en textiel oneindig veel mogelijkheden bieden.
NAIS items zijn daardoor uniek, net als de mensen die ze maken. Want ook zij beschikken over allerlei mogelijkheden die ze bij NAIS kunnen ontdekken en ontwikkelen.
Carlijn liet ons een hoedje zien dat zij gemaakt had: “Kijk, dit was stof van een dekbedovertrek met paarden.”
In de achternaad zie je het labeltje dat ieder item dat bij NAIS gemaakt is siert.

Wij hadden al veel enthousiaste verhalen gehoord over kasten vol gesorteerde lapjes, op kleur gesorteerde klosjes naaigaren, zelfgemaakte tassen, een werkruimte met voor iedereen een naaimachine, een kniptafel en een fijne werksfeer, nu konden we het met eigen ogen aanschouwen.
Op dit moment is er één grote opdracht waar het hele team aan werkt.
Carlijn: “Daar zie je een hele grote stapel waszakken, die jaren zijn gebruikt door een grote zorginstelling. De zakken waren praktisch in gebruik, sterk en onmisbaar achter de schermen. Toen ze hun oorspronkelijke functie verloren, begonnen ze bij ons aan een nieuw hoofdstuk. Samen met de zorginstelling kwamen we tot een nieuw idee voor deze waszakken: strandtassen! Deze tassen worden cadeau gedaan aan het personeel van de zorginstelling. Een dankjewel, gemaakt van iets dat al onderdeel was van hun dagelijks werk. Wat eerst zorg droeg, draagt nu zomerplannen. Een tas met geschiedenis voor mensen die elke dag het verschil maken.
Op de afbeelding hiernaast (erop klikken voor een vergroting) zie je links de stapels waszakken; op de tafel rechts ligt een strandtas die al klaar is mét zo’n mooi NAIS-labeltje aan het zakje aan de voorkant.

We zagen voorbeelden van verschillende soorten tassen en tasjes, kussens, brillenhoesjes, maar ook meubels die opnieuw bekleed waren.
In één van de kasten langs de wand stond voor iedereen een krat voor eigen projectjes. In Carlijn’s krat zaten een aantal zelf gemaakte artikelen die waren versierd met kleine, geborduurde motiefjes. Een kikkertje, een slakje, een rupsje……. erg lief.
We grapten al over een nieuwe lijn: ‘de Lijn-lijn’!
Dan heb je echt wel iets bijzonders, want Carlijn borduurt die diertjes er met de hand op.
Ze vertelde dat dit een nieuwe collectie wordt met het thema ‘Lente’; het is de bedoeling dat het vanaf april in de verkoop komt.
Wil je zo’n exclusief item? Kan ik voor je doorgeven.
Onderaan dit blog vind je wat details van de borduurwerkjes.

We dronken samen een glas fris, we genoten van de knabbeltjes die op tafel stonden en we kwamen tot de conclusie dat het een aangenaam ‘kijkje’ achter de schermen was.
NAIS mien jong.
Dat was het!

Meer weten? Hierbij een link naar hun website.

 

Reageren

Pagina 1 van 404

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén