De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

28 januari: Een eclipskleed.

Vanmorgen tussen 10.45 en 11.15 uur deden Gerard en ik mee aan de Nationale Tuinvogeltelling.

Zaten we met z’n tweeën aan de keukentafel naar buiten te kijken en te turven, koffie en een breiwerkje er bij.
“Nee,  die heeft een zwart kopje, dat is een koolmees. De pimpelmees heeft een blauw kopje.”
We hebben veel mussen in de tuin, maar die zien er niet allemaal hetzelfde uit.
“Is dat nou een huismus of een heggenmus? ”
We zochten het op op de website van de Nationale Tuinvogeltelling. Een heggenmus is beige en iets langer, de huismus is meer bruin en het nekje zit wat korter op de romp; ziet er iets dikker uit dan de heggenmus. Gerard vond dat de huismus niets in de heg te zoeken had, die was voorbehouden aan  de heggenmus.
Het was allemaal niet erg spectaculair wat we zagen; vrijdag  had ik nog een bonte specht gezien bij het vogelhuisje,  maar die liet zich vandaag niet zien.
Een puttertje kwam ook niet voorbij….

Merels, mussen, mezen, een roodborstje en twee houtduiven, daar bleef het bij.
Het is beslist leuk om die vogels een poosje gade te slaan: het onderlinge gekissebis  en het gefrot tussen de dode bladeren.

Dit weekend hoorde ik trouwens nog een mooi verhaal over vogels waar wij mensen iets van kunnen leren.
Op vrijdagmiddag ga ik altijd naar het FysiYoLates-klasje van Trijntje Hagenauw.
Van 13.30 – 14.30 uur, een combinatie van yoga, pilates en lekker bewegen.
Gistermiddag deden we van alles met ballen: kaatsen, gooien, vangen, rollen, je kunt het zo gek niet bedenken.
Aan het eind van de les is er aandacht voor ademhaling en ontspanning en soms leest Trijntje dan een verhaal voor.
Heerlijk.
Voorgelezen worden, terwijl je ontspannen op een matje ligt, wat een luxe.

Gistermiddag hoorden we een verhaal uit het boekje ‘de 22 levenslessen die vogels ons leren’.
Het heette ‘Accepteren dat je soms kwetsbaar bent’.
De mens werd in dit verhaal vergeleken met een vogel.
Die komen jaarlijks in ‘de rui’, een periode waarin ze een nieuw verenkleed krijgen. Als hun veren uitvallen krijgen ze een zogenaamd ‘eclipskleed’; dan houden ze zich even gedeisd, want dan kunnen ze meestal niet goed vliegen.
Mensen zouden zichzelf ook vaker zo’n rui-tijd moeten gunnen om te herstellen van geleden verliezen en periodes van rouw.
Liggend op mijn matje ervoer ik het als een erg troostrijk verhaal, een soort parabel waar je nog een tijdje over blijft nadenken.

Van Trijntje kreeg ik foto’s van de hele tekst die ze had voorgelezen; dat heb ik uitgeschreven en een PDF van gemaakt.
Je kunt het hier lezen: 2023.01 Eclipskleed

Meer lezen over de avonturen bij Trijntje?
Hierbij een link naar het vorige blog over FysiYoLates >>>
Onderaan dat blog staat weer een link naar voorgaand verslag.

Reageren

27 januari: Vergelijkbare opnames.

Als je gebruik maakt van Google Foto’s herken je de volgende meldingen.
“Bekijk afbeeldingen van vorig jaar op deze dag!”
Een foto van een bord met lekker eten.
Waar was dat dan? Oh ja. Is dat alweer een jaar geleden?
Of drie? Of vijf?

“Kijk eens wat we hebben gevonden: vergelijkbare opnames!”
Een serie zonsondergangen of vergelijkbare landschappen.
Vanmorgen kreeg ik weer zo’n melding.
Nu had Google een aantal hunebedfoto’s op een rijtje gezet.
Dat zegt iets over mijn voorkeuren…… in iedere vakantie bekijken we wel zo’n pré-historisch monument.
De afbeelding hiernaast is het hunebed dat het dichtst bij Roden ligt: D1 bij Steenbergen.

Mijn liefde voor geschiedenis bracht Gerard op het idee om een scheurkalender te kopen met geschiedenis als onderwerp.
Ik had niet gedacht dat dat zo leuk zou zijn!
Iedere dag wordt een feitje uit de wereldgeschiedenis belicht en steeds uit een andere eeuw.
Vanmorgen zat ik op de wc en las de vraag: “Waarom werd Dante op 27 januari 1302 verbannen uit Florence?”
Wie was dat ook maar weer? Het enige wat ik van hem weet is ‘Italiaans dichter, schrijver van de Goddelijke Komedie’.
Werd die verbannen?
Dan lees je een triest verhaal over een politiek spel tussen twee groepen en een machtsgreep toen Dante even niet in Florence was.
Had te maken met of je het wel of niet met de toenmalige Paus eens was.
De laatste regel was ‘Hij zag zijn geboortestad nooit meer terug en zwierf door Italië’.

Iedere dag een klein weetje: op de voorkant van het blaadje een vraag, op de achterkant het antwoord en meer informatie over het onderwerp.
Zo heb ik deze week, naast het antwoord op de vraag over Dante, ook al iets geleerd over Churchill, over de wereldberoemde bibliotheek van koning Corvinus van Hongarije in de 15e eeuw, over een Russische keizerin die in 1755 de universiteit in Moskou opende en over de aflaten van Johann Tetzel, de lucratieve handel die Luther in zijn 95 stellingen veroordeelde.
Wat is  geschiedenis  dan veelomvattend; het is veel meer dan hunebedden en Hanzesteden.
De foto-terugblikken van Google maken deel uit van mijn eigen geschiedenis: met onze kinderen, familie, vrienden en aanverwante clubjes zoals daar zijn de cantorij etc.
Wij komen nooit op zo’n kalender; wij horen bij ‘de kleine luyden’.
Maar we schrijven wel geschiedenis; onze eigen!
Google helpt me af en toe een handje om die niet te vergeten.

Reageren

26 januari: ‘Bratwurst mit Sauerkraut’.

Eind vorige week zijn we vergeten om aardappels te halen; die kopen we altijd op de markt op vrijdagmiddag.
“Eén week zonder aardappels redden we nog wel” bedachten wij.
Een dag maaltijdsoep, een dag bami met saté, we verzinnen wel wat.
Iets met zuurkool zonder aardappels? Is dat er?
In Duitsland heb je van die lekkere broodjes braadworst met zuurkool.
Iets anders in plaats van een broodje?
Rösti?

Op Google tikte ik wat zoektermen in:  zuurkool – braadworst – rösti, maar ik vond niet echt wat ik zocht.
Misschien kon ik met alleen die ingrediënten zelf wel iets bedenken.
Dit is het geworden:

Dit heb je nodig voor 2 personen:
– 1 dikke of twee kleine uien
– 2 braadworsten
– 400 gram naturel zuurkool
– zakje 450 gram Zwitserse aardappelschotel van Aviko.*
– 100 gram geraspte kaas.

Dit moet je doen:

– uien in ringen snijden en licht bruin bakken in een koekenpan.
– braadworsten bakken in een andere pan; overlangs doorsnijden en vervolgens in drieën snijden.
– Zuurkool voorkoken (15 minuten)
– oven voorverwarmen op 200 graden.
– Rösti even aanbakken in de pan waar je de worst in hebt gebakken.
– Uien verdelen over de bodem van een ovenschotel, daarboven op de 12 stukjes braadworst leggen. (zie afbeelding).
– Zuurkool afgieten, laten uitlekken en verdelen over de worst.
– De rösti over de zuurkool verdelen.
– Kaas raspen en verdelen over de rösti.
– 30 minuten in de oven op 200 graden.

Wij vonden het heerlijk.
Je kunt de kaas ook weglaten: er zit ook al kaas in dat zakje rösti en de braadworst kun je natuurlijk vervangen door ander vlees, bijvoorbeeld (vegetarisch) gehakt.

* Je kunt die rösti zelf maken, maar wij hadden immers geen aardappels meer in huis, dus ik koos voor een zakje.

Reageren

25 januari: Storm.

Dinsdagmorgen kreeg ik een telefoontje van de huisarts.
Dat is wat mij betreft niet de goede volgorde; als ik iets mankeer bel ik de huisarts en niet hij mij.
Voor de staaroperatie was er ter controle een ECG gemaakt in het Wilhelminaziekenhuis; men had daar op geconstateerd dat het afweek van wat normaal was.
“We moeten één en ander even naast elkaar leggen. Kunt u morgen langskomen voor een afspraak?”
Ik regelde een tijdstip voor mijn werk aan: 08.00 uur ben ik er.

Vorige week schreef ik al: ik ben helemaal niet dapper als het om mijn hart gaat.
Dus ik maakte me na bovengenoemd telefoontje ernstige zorgen.
Wat zou er zijn?
Is er iets niet goed?
Als er maar niet…..
Kan die staaroperatie nou wel doorgaan?
Het hart zat me in de keel.

Gelukkig had ik gisteren afleiding genoeg; ik deed wat huishoudelijke klussen en luisterde twee interessante podcasts, dat helpt om de zinnen even te verzetten.
Gisteravond had ik cantorij, dan ben ik aan het zingen en heb ik mijn aandacht bij de noten en de melodieën.
Vanmorgen was ik de eerste patiënt.
Ik hoopte dat mijn bloeddruk niet gemeten zou worden; die was van de stress vast torenhoog……
“Het ECG laat inderdaad afwijkingen zien. Overleg met de cardioloog in het Martiniziekenhuis wijst echter uit dat het ECG niet anders is dan in 2014 en 2018 en de ECG’s die hier in de praktijk om het half jaar worden gemaakt. Die afwijkingen zijn ontstaan door de infarcten in het verleden, toen het hart een aantal beschadigingen heeft opgelopen.
Het gaat dus achteraf om een storm in een glas water.”

Wát een opluchting!
Ik kon de man wel zoenen; maor dat doe’j ja niet.
“Kon je die gegevens van het laatste onderzoek dan niet gewoon naar Assen sturen? Alles was immers kortgeleden nog gecontroleerd” vroeg ik hem.
Nee, dat kon nog niet.
Het probleem bij dit soort dingen is dat men aan de ene kant (het WZA in dit geval) het zekere voor het onzekere neemt en alles moet controleren. Als er tijdens zo’n staaroperatie namelijk dingen fout gaan en men is uitgegaan van uitslagen die zijn gedaan door een ander ziekenhuis, dan kunnen er verzekeringstechnisch grote problemen ontstaan.
Ik legde uit wat het telefoontje en het maken van de afspraak met mij gedaan had en dat dat helemaal niet goed voor mijn hart is.
Dat vond hij begrijpelijk; “maar het gaat wel om je hart, daarmee kun je niet voorzichtig genoeg zijn. ”
Zo ist.
Niet zeuren, Vrieswijk, wees blij dat ze je zo goed in de gaten houden.

Vandaag was een bewolkte, sombere dag, maar in mijn hart scheen de hele dag de zon!

Reageren

24 januari: Onderzetters ‘Oons Susse’.

In mijn ‘allennige’-vakantie vorige week ging ik natuurlijk ook een dag naar tante Trijn.
Samen zochten we haar buren op die verhuisd waren naar een nieuw appartement.
Die buren ken ik ook: vanaf 1974 wonen ze in die straat. Toen was ik puber en paste af en toe op mijn (toen nog) kleine neefje Paul.
Bertus en Tini horen bij ome Wim en tante Trijn als Bassie bij Adriaan en als Van Kooten bij De Bie.
We bekeken hun nieuwe stulpje en dronken samen een kop koffie.
Onder mijn kopje lag een gehaakt, zwart, onderzettertje. (zie afbeelding rechts)
Ik vroeg Tini of ze die zelf had gehaakt, maar dat was niet het geval.
“Die bint nog maakt deur oons Susse”.
Door de oudste zus van Tini dus.
Daar is natuurlijk geen patroontje meer van, dus ik maakte een foto en bedacht dat ik het dan wel ging ‘na-haken’.

In eerste instantie werd dat geen succes; ik zal je de foto’s besparen, maar het zag er niet uit.
Mijn garen was waarschijnlijk te dun en het werd een rare, lubberende gaten-kaas-onderzetter.
Maar al hakend en uithalend kwam ik toch zomaar op een acceptabel onderzettertje, al leek het niet op het voorbeeld van oons Susse.

Als je zes onderzetters hebt kun je er een ketting van lossen bij haken en die er met een strikje omheen vouwen.
Leuk klein cadeautje om weg te geven.

Maar het zinde me toch niet helemaal.
Met de foto van de zwarte onderzetter als voorbeeld ging ik weer aan het prutsen.
Wat oons Susse kon moet ik toch ook kunnen? Wat deed ik nou niet goed?
Al hakend kwam ik er achter dat ik in plaats van stokjes halve stokjes moest haken; nu kwam ik op een onderzetter die er heel veel op lijkt. Het patroon is een beetje aangepast. Onderzetters ‘Oons Susse’ à la Ada.
Van deze beide onderzetters heb ik een haakbeschrijving gemaakt.
Je vindt het patroon op dit PDF-bestand: onderzetters Oons Susse

NB: ik heb de onderzettertjes niet meer nagehaakt. Mocht je een fout vinden in het patroon, dan hoor ik het graag, dan pas ik het aan.

Reageren

23 januari: Het andere muiltje.

Wij zijn een Disney-gezin.
Zelf opgegroeid met de Donald Duck kan ik nog steeds erg genieten van klassieke Disney-tekenfilms zoals Assepoester, Sneeuwwitje en Robin Hood.
Niet dat ik nu nog vaak zo’n film bekijk, maar af en toe dompel ik mij er in onder*. Samen op de bank een Disney-klassieker kijken vind ik nog steeds heerlijk.
Op het Sinterklaasfeest gebeurde er iets, wat je alleen maar snapt als je die klassiekers kan dromen.
Eigenlijk moet je daarvoor eerst het stukje film zien dat bij dit verhaal hoort, daarom hier een link naar een fragment uit Assepoester op YouTube: Assepoester past het muiltje.

Wat was er aan de hand?
Bij het Sinterklaasfeest was ik de PERSOON van Jon. Hij had heel veel kleine cadeautjes gekocht, waaronder een mooi port glas, gescoord bij een kringloopwinkel.
De koning te rijk was ik er mee: wat een mooi glas!
Ik zette het op tafel: daar ging ik die avond een glaasje port uit drinken.
Even later stond ik op om iets van de tafel te pakken, maakte een onverwachte  beweging en stootte daarbij het glas van de tafel.
Op onze plavuizen-vloer viel het in scherven.

‘OH NEE!’
Wat was ik daar flauw van.
Wat stom ook!
Als je het stukje film hebt gezien: ik was precies die hertog die het glazen muiltje aan gruzelementen ziet liggen.
“Oh nee, o nee, wat verschrikkelijk…”
En toen zei Frea: ‘We hebben thuis nog zo’n glas, we hebben er twee gekocht, ook één voor onszelf. Net als in Assepoester. Hier is…..het ándere muiltje.”

Het heeft even geduurd, maar inmiddels héb ik het andere muiltje….eeeh….glas.
De port smaakt uit dat glas nóg een beetje lekkerder; maar misschien is dat het Disney-effect.

* Hierbij wat links naar blogs over mijn liefde voor Disneyfims.

– Even bijkomen in de week na het overlijden van mijn moeder: Heilzame Disneyfilm

– Een verhaal in de streektaal over de Disneyfilm Dombo: Het circus dat leven het.

– Ons eigen sprookje over de versmaadde videobanden 

– Een ‘bluuh-dag’ tijdens de revalidatie na het hartinfarct in 2014: Alladin & zijn collega’s.

Reageren

22 januari: Weekend ‘stukjes sparen’.

Onze drie dochters wonen al meer dan tien jaar niet meer thuis.
Wij én zij hebben ons werk, onze clubjes, onze hobby’s en bezigheden.
We proberen elkaar regelmatig met z’n achten te zien, waarbij we één keer in de maand niet altijd redden.
Daar staat tegenover dat we elkaar in december 4 keer met het hele gezin zagen.
Tussendoor spreken we met de afzonderlijke stellen af.
Daarbij zwaai ik regelmatig met de agenda, want als je niks afspreekt gebeurt er niks. Op korte termijn zijn de dagen immers vaak al gevuld.
Aan het begin van het jaar vragen we de drie stellen om ergens in het voorjaar bij ons te komen eten; gourmetten of pizzarette.
Vandaag, zondag de 22e zouden Carlijn en Wim komen.

‘Moet’ je nu spelen..?

Begin van de week kregen we een app van Frea en Jon: ‘zaterdagavond potje klaverjassen?’
Prima. Kom dan ook maar eten, ik maak iets met kip en pasta.
Donderdagavond gingen we skypen met Harriët en Cees: hoe is het?
“Goed! Hele weekend lekker niks! Zullen we wat afspreken?”
Lang verhaal kort: zij kwamen vrijdagavond, aten mee (vis-broccoli-ovenschotel)  en bleven ook gelijk maar slapen.

Ik bakte een boterkoek, maakte een tonijnsalade (wat zijn die blikjes tonijn trouwens DUUR geworden!) en bereidde het eten voor voor drie dagen.
Dat is al met al best druk.
Het is nu zondagmorgen en na het douchen besloten we: maar even kallem an.
Krantje lezen, blogje schrijven, sokje breien, kopje koffie…..je kent het wel.
De waarde van deze dagen met de dochters en hun mannen hoef ik niet te verduidelijken.
Wat een onverwacht feestje dit weekend; drie dagen achter elkaar met z’n vieren om de tafel.
Foto’s kijken, want de boeken die ik in de vakantie had gemaakt zijn binnengekomen.
Spelletje doen.
Bijkletsen over het koor, het werk, de katten, het huis, toneel en w.v.t..t.k.
Bijvoorbeeld over de vraag of je ‘moet’ spelen als je alle vier boeren en twee azen hebt.
Vanavond na ‘Heel Holland Bakt’ zwaaien we voor de derde keer een stel uit: “Nou, doeoeoeoeg!”

Toen ik niet meer thuis woonde wilde ik mijn ouders minstens om de twee weken zien; dat deed ik ook.
En op dezelfde manier als wij nu doen met onze kinderen: verjaardagen, even koffiedrinken, dagje uit, klaverjassen.
Daarmee spaar je als het ware stukjes van de ander waar je later met plezier aan terugdenkt of waar  je troost uit kunt halen.
Nu mijn ouders er niet meer zijn weet ik dat dat een goede investering was; er is heel veel om op terug te kijken.

Lees hierbij nog eens het blog: ‘Stukjes van de ander sparen’ over een kalenderblaadje met een tekening van Winnie the Pooh en Knorretje.

Reageren

21 januari: Marcel Hensema.

afbeelding: Avro/Tros

Gerard en ik volgen de 8-delige serie ‘de Stamhouder‘  op zondagavond op NPO 1.
We hebben inmiddels 3 delen gezien, morgen, zondag de 22e, komt deel 4.
Na twee delen van deze fantastische Nederlandse productie kwam ik er achter dat de serie gebaseerd is op het boek van Alexander Munninghof: het is zijn levensverhaal.
Het is dus echt gebeurd.
“Wat erg” dacht ik.
“Wat vreselijk voor dat kind…”
De serie drukt ons met de neus op de gruwelijkheden die in een oorlog ‘nou eenmaal gebeuren’.

Alle aspecten van het leven komen aan bod en we zien de mens op zijn best en op zijn slechtst.
Soms kan ik het niet aanzien.
Je ziet hoe het komt dat vader Frans zo’n onaangenaam mens geworden is.
Hoe gemakkelijk je foute keuzes kan maken.
Hoe je gemanipuleerd kan worden door je ouders en andere invloedrijke figuren in je omgeving.
En je ziet hoe een kind speelbal wordt tussen vader en moeder.

Eén van mijn favoriete acteurs is Marcel Hensema, in deze serie de oudere versie van vader Frans.
Hij verraste me ooit eens in de Nederlandse dramaserie ‘Wet en waan’ over het werk en privéleven van officier van justitie Herman Vlieger (Huub Stapel). Hensema speelde de psychiater Wessel van Ede die een relatie had met Vlieger. De serie speelde zich af in het Westen van het land. In één van de afleveringen zet Wessel de auto onder een viaduct en gaat met zijn zus bellen; wat volgde was een gesprek in het plat Gronings over Radio Noord, Winus van der Laon, een dikke taorte en een maauwhemd. Dikke lol. Ik moest onwillekeurig aan mijn eigen broer en mijzelf denken met onze liefde voor de onnozele ‘Dik-voor-mekaar’-humor uit de jaren ’70 . Die man komt uit Groningen, dacht ik, anders kun je nooit zo natuurlijk plat Gronings praten.
Is ook zo. Hij komt hij Hoogezand en inmiddels heeft hij al heel wat voorstellingen verzorgd over het gedachtengoed en de muzikale erfenis van Ede Staal.
Maar ik dwaal af.

In ‘de Stamhouder’ speelt Hensema een onsympathieke ex-SS’er, die op een begrafenis eind jaren ’60 nog gewoon met zijn kameraden foute liederen zingt.
Maar hij zet wel een mens neer. Door flashbacks zie je wat er in zijn leven is gebeurd.
Je ziet de angst.
Je ziet de teleurstelling bij weer een afwijzing.
Je ziet de bitterheid en je ziet het verdriet en de onmacht.
Wat ben je dan een fantastisch acteur, als je mij als kijker ‘mee laat lijden’ met iemand, waar iedereen in na-oorlogs Nederland op kotste.
Want wie deed het dan wel goed?
Die vader met al z’n geld, z’n dwingelandij en omkoperij?
Die moeder, die vooral dol was op haar luxe leventje?

Hoe vrij ben je in het maken van levenskeuze’s?
De serie houdt me aan de buis gekluisterd; ik ben steeds weer verrast als een deel is afgelopen.
Hè. Net zo spannend….

Reageren

20 januari: Kwetsbaar. Maar ook krachtig?

Voor woensdagavond de 18e had ik me opgegeven voor de avond ‘Kracht en kwetsbaarheid’ van onze PKN-gemeente.
Die avond werd verzorgd door Cor Keers; hij nam zijn boek ‘Geloven van wieg tot graf’  als uitgangspunt voor een onderling gesprek over kracht en kwetsbaarheid in het leven van zoveel mensen.
Eind 2021 had Cor ook al eens zo’n avond georganiseerd, (lees hier meer over die avond) maar het is een breed onderwerp en we waren nog lang niet uitgepraat.

Het werd een compleet andere avond.
We bogen ons over vier gespreksvragen, waarbij ons o.a. werd gevraagd om iets te vertellen over momenten van kwetsbaarheid in ons eigen leven.
Heftige verhalen kwamen in ons groepje aan de orde over psychoses, depressies, onveilige gezinssituaties en jeugdtrauma’s.
Bij zulke gesprekken zeg ik niet zo veel; ik voel me gezegend met het warme nest waar ik uit kom en mijn veilige jeugd, een breed netwerk om op terug te vallen en geen grote problemen op mentaal gebied. Niet dat er bij ons niks gebeurd is natuurlijk, maar in mijn beleving was dat minder ingrijpend.

Cor las tijdens zijn inleiding ook een klein gedeelte uit het verhaal van Job en stelde daarbij de vraag: ‘Denk je in je eigen leven wel eens dat je een proefpersoon bent? Dat hogere machten over jou beslissen?’
Daarbij moest ik denken aan de ‘Preek van de leek’ van Anne Doornbos*, die vertelde over zijn ouders die hun dochtertje moesten begraven.
“Zouden ze dat echt geloofd hebben toen? De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam van Heer zij geprezen?
Als je pasgeboren kind begraven wordt? God als veroorzaker van alles? De grote regelneef die beslist over leven en dood? 
Mensen als speelgoed in de handen van de almachtige, knikkers in een spelletje tussen de duivel en God?”
Het is interessant om te horen hoe we nu kijken naar het verhaal van Job; ik hoor bij zulke verhalen altijd mijn vaders stem: “De bijbel is geen geschiedenisboek, het is een geloofsboek, waar je levenslessen uit kunt leren. Het gaat niet om wat je allemaal overkomt, het gaat om hoe je er mee om gaat.”

De laatste vraag ging over personen die voor ons een voorbeeldfunctie vervullen.
Zoveel.
Je kent ze zelf vast ook wel: mensen die niet opgeven.
Die ondanks hun ziekte en/of verliezen die ze hebben geleden toch blijven deelnemen aan de maatschappij en niet in de slachtofferrol blijven hangen.
Die positiviteit uitstralen en die ondanks ‘rampen en slagen’ toch iets van hun leven proberen te maken.

Op dit blog komen niet alle facetten van de avond aan de orde, daarvoor was het te veelomvattend,
Wat heb ik geleerd woensdagavond?
Kijk niet alleen naar de buitenkant van iemands leven; het is niet altijd wat het lijkt.
En: durf je kwetsbaar op te stellen; dan straal je misschien wel meer kracht uit dan iemand die ‘het allemaal zelf wel redt’.

Cor besloot de avond met een gebed, waarin hij benoemde dat wij als navolgers van Jezus soms zijn als Judas en hem verraden voor een paar zilverlingen, of als Petrus en zonder blikken of blozen zeggen dat we hem niet kennen. Dat wij meer zullen zijn zoals Maria; daarbij hoorden we een mooie uitvoering van het Stabat Mater van Pergolesi.

* Hierbij een link naar het hele (Drentse) blog over de preek van de leek van Anne Doornbos.

Reageren

19 januari: Op tournee.

Begin december schreef ik het al: ik moet een staaroperatie ondergaan.
Volgens ‘kenners’  een fluitje van een cent, maar ik vind het spannend.
Omdat ik in 2018 een hartoperatie heb ondergaan en er al verscheidene stents in mijn aderen geplaatst zijn, moest ik voor een pré-operatief spreekuur naar Assen.
Tijdens de operatie, die onder plaatselijke verdoving plaats gaat vinden, zal er een anesthesist aanwezig zijn om mijn algemene lichamelijke toestand en in het bijzonder mijn hart in de gaten te houden. Voor mij een hele geruststelling; ik ben helemaal niet dapper als het om mijn hart gaat.

Voor het pré-operatief spreekuur moest ik ook een bloedonderzoek laten doen en een hartfilmpje laten maken.
Dat kon gelukkig allemaal op één dag, dus ik had een briefje met tijden en locatienummers waar ik me moest melden.
Om 13.30 u begon ‘de tournee’ met een verhelderend gesprek met de anesthesist.
Daarna moest ik naar de prikpoli waar ik om 14.15 uur een afspraak had, maar ik was veel te vroeg.
Ik kwam om 13.50 uur bij een lege wachtkamer en liep naar de balie.
“U moet eerst een nummertje trekken’.
Dat vind ik dan niet te geloven: er was verder niemand!
Ik mocht gelijk doorlopen.
Zucht.
In die wachtkamer kreeg ik trouwens gelijk weer visioenen van al die keren dat ik met mijn moeder in het ziekenhuis in Assen was; ettelijke keren zat ik met haar in die wachtkamer.
Er werden drie buisjes bloed afgenomen en toen mocht ik door naar de volgende afspraak bij de afdeling Cardiologie voor een ECG.
De afspraak stond gepland voor 14.45 uur, maar het was nog geen 14.00 uur.
“Ik meld u gewoon aan” zei een doortastende secretaresse, deze keer geen gemekker over nummertjes.
En weer zat ik in een bekende wachtkamer, want mijn moeder had in de laatste maanden veel last van hartritmestoornissen.
En wat was ze dan altijd nerveus.
Om 14.30 uur stond ik weer buiten.

Toen kon ik nog mooi even een ommetje maken, het was nog prachtig weer.
Ik liep links om het ziekenhuis heen en kwam op het terrein van de GGZ Drenthe.
Daarna kwam ik uit op de Beilerstraat en liep ik langs de Boshof, het revalidatiecentrum waar mijn moeder in 2017 herstelde tijdens haar ziekte.
Daarnaast stond een heel oud huis met 1789 er op en een mooie, landhuisachtige woning (zie afbeelding rechts).
Vast een oud landgoed, dat ging ik thuis opzoeken.
Het blijkt landgoed ‘de Eerste Steen’ te zijn, genoemd naar de eerste stenen mijlpaal die daar stond gerekend vanaf de Brink in Assen.
Het huisje uit 1789 was het boswachtershuisje dat bij het landgoed hoorde.
Meer weten? Hierbij een link naar een artikel op Wikipedia.

Toen ik weer in de auto zat, zat mijn hoofd vol herinneringen aan mijn moeder.
Aan het gereis met haar naar het ziekenhuis, maar ook aan de fijne momenten met een kop koffie en een stuk verse kruidkoek in het restaurant.
Op de terugweg over de Smilde nog even bij Bodenstaff langs en nog even langs Meintjes.
“O ja, en ik moet ok nog eem naor de slager…’
Sinds oktober 2017 hoeft het niet meer.

Reageren

Pagina 2 van 296

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén