De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

31 januari: Sneischoeven.

Der gaot jaoren veurbij dat wij hier in Nederland gien sneivlok te zien kriegt en daor bin ik dan altied slim wies met.
De zachte winters die bij een gematigd zeeklimaot heurt staot mij wel an: winter is mien minst favoriete seizoen, ik hol het mieste van de harfst.
Autoruuten krabben as het vreuren hef, gladdigheid op de wegen en as der snei vallen is altied weer het pad um huus toe sneivrij maken: plaog mij niet zo.
Scheuvelen kön ik as kiend al niet goed (zie Scheuvelen) en wintersport: ik moet der niet an denken.
Sneischoeven, dat huufde ik eigenlijk nooit te doen, want dat deur Gerard altied, maor nou die wat in de lappenmand zit stao ik in de kolle de snei van het pad of te schoeven.

Dat ku’j moeilijk de waarde van de dag nuumen, maor toch is het dat het veur mij wel.
Toen wij nog op de Smilde an de vaort woonden gung Gerard ’s mörgens altied hiel vrog hen ’t wark; dan haar e ’t padtie nog niet veegd, dat deur ik dan.
Wat ik mij nog van die tied herinner, is dat ik altijd bekaf was as ik de sneischoever weer in de schure zette.
En de volgende dag haar ik spierpiene in de scholders.

Padtie weer veegd!

Toen was ik eind twintig.
As ik nou mien rondtie um huus daon heb maak ik ok de auto nog eem sneivrij.
Goed gevuul en niet bekaf. En de volgende dag gien spierpien.
Op mien 65e is mien lichamelijke conditie beter as toen ik bijna 30 was.
Zit ik nou alle dagen in sportschoele? Welnee.
Bovenstaond relaas zeg wat over hoe weinig aandacht ik toen besteedde an het doen van oefeningen um soepel te blieven.
Niet.
In mien beleving kreeg ik beweging genog.
En het plezier in sport/gimmestiek was in mien kindertied zo vakkundig de grond in boord, dat ik mij nao het behaolen van mien HAVO-diploma veurnam um nooit, maor dan ok NOOIT vrijwillig an sport te doen. As ze mij toen verteld hadden dat ik nao mien vieftigste alle weken naor een beweegcluppie zöl gaon en dat ik daor as een soort ‘bewegings-jehova’ over zul schrieven, dan haar ik zegd: “Je heur, ja. En ze leefden nog lang en gelukkig.”

Eem trugge naor de winter van 2026: is snei dan allent maor gedoe?
Nee heur! Ik kan arg genieten van de witte wereld en toen de kinder klein waren kön ik mij der netuurlijk niet an onttrekken: sleegie rieden en sneiballen gooien heurt der bij.
Toen oonze oldste 1 jaor was , jannewaori 1988, lag der ok een pak snei. Toen haar ik speciaal veur heur een sneipoppe maakt.
Zij stun der met verstaand bij te kieken; ze kun haost niet bewegen met een dik ski-pak an.
Toen ik eem naor binnen leup um een fototoestel op te halen stun ze te schrowen: “Mammaaaah…!”
Ze vun die vrömde, witte kerel toch wel eng……
’t Is later hielemaol goedkommen met oonze wichter en de snei.

Reageren

30 januari: Een circuit!

Gistermorgen was al weer de 4e* Fit & Vitaal-les die we nu krijgen van Dorien.
Wij moesten aan haar wennen na de FysiYoLates lessen van Trijntje; zij moest aan ons wennen, want wij zijn ouder dan de doelgroepen waar zij anders mee werkt, maar het gaat prima.
“We gaan vandaag een circuit doen!” riep ze enthousiast aan het begin van de les.
Dan rijzen mij de haren al ten berge.
Het woord ‘circuit’ roept herinneringen op aan lang vervlogen tijden: kasten waar ik niet op kon komen, bokken waar ik niet overheen kon springen en ‘apenkooi’ op de laatste les: voor de meeste kinderen het leukste wat er was op gym-gebied, voor mij een ‘blij-dat-het-weer-voorbij-is’ uur.
Maar dit circuit was heel goed te doen. Sterker nog: ik kon het! Alle onderdelen zelfs.

….niet bij nadenken….

Op een matje moest je de pilates-oefening ‘Superman’ doen, op twee blokken moest je op en af stappen, met kleine gewichtjes gingen we boksen, met andere gewichtjes maakten we een ‘lusch’, we moesten met een spanband de armen strekken en met een elastiek om de onderbenen een schaatsbeweging maken.
Natuurlijk ging het niet allemaal vlekkeloos. Bij het op en af stappen van het blokje moest je met je armen een tegenbeweging maken en daar heeft mijn brein kennelijk moeite mee. Dat weet ik al van Nederland in Beweging, alleen dat programma kun je een stukje terugspoelen….. nu kwam Dorien even tegenover mij staan en hielp me op gang. “Niet bij nadenken” was haar advies. Dat hielp.

Dorien had gistermorgen haar twee dochtertjes mee van (ik schat) 5 en 7.
De meisjes deden enthousiast met ons mee en begrepen niet zo goed wat wij zo moeilijk vonden.
“O, heel gemakkelijk” riep de jongste en sprong op en af het blok.
“Makkie hoor!” en ze renden al voor ons uit naar de volgende oefening.
Als je kijkt naar het gemak waarmee kinderen bewegen, weet je wat wij gedurende ons leven zijn kwijtgeraakt.
Trouwens……zo soepel als deze dametjes ben ik volgens mij nooit geweest 😉
Het is ook wel confronterend, twee van die smurfjes die alles sneller en beter kunnen.
Een van ons verzuchtte: “Nou, jullie mogen de volgende keer wel weer naar school….”

Maar waar de kinderen tijdens de les regelmatig nog iets aan mama moesten vragen: gedurende de ontspanningsoefening waren ze muisstil.
Dorien las ons voor uit ‘Het boek van vreugde’ van Desmond Tutu en Dalai Lama.
Het ging over dankbaarheid. Wat ik heb onthouden is de zin: “Als je leeft vanuit dankbaarheid, dan leef je niet vanuit schaarste, maar dan leef je vanuit overvloed.”

Andere oefeningen.
Ander verhaaltje.
Maar mijn lichaam en geest doen het er goed op.
Niet béter, niet sléchter, maar ánders.
Degene die deze uitspraak** deed had het over heel andere dingen, maar deze quote geldt zeker ook voor deze gym-lessen.

* Weten hoe die eerste les op 8 januari was? Hierbij een link naar dat blog ‘Bewegen met aandacht’.
**Benieuwd naar de herkomst van deze quote? Lees dan het blog Plattduuts in Leer uit 2023.

Reageren

29 januari: Levenslessen in Roden

Begin oktober mocht ik het Activiteitenseizoen van de PKN-gemeente in Hoogeveen openen met het programma ‘Levenslessen van Lohues’.
Daarover schreef ik destijds een blog onder de titel ‘Leeftocht’.
Dat blog sloot ik af met: ‘Dit programma ga ik ook doen in Roden, woensdagavond 28 januari ben je om 19.30 uur van harte welkom in Op de Helte.’
Dat was gisteravond.
Een beschrijving van de inhoud van deze avond zou een kopie zijn van bovengenoemd blog, dus daarvoor verwijs ik naar ‘Leeftocht’ uit oktober: hierbij een link.

Maar toch was het anders: een middag in Hoogeveen is natuurlijk niet hetzelfde als een avond in Roden, al was het alleen maar omdat bijna alle deelnemers logischerwijs bekenden waren vanuit onze kerk.
In Hoogeveen stond ik tegenover onbekende gezichten; ik zag wat de levenslessen teweegbrachten, soms waren er emoties, maar ik kende de mensen niet.
Dat is in Roden echt wel anders.
Er zijn mensen van wie ik weet dat hun man/vrouw is overleden of dat ze te kampen hebben met ziekte, of een groot verlies hebben geleden in hun leven.
Bij het luisteren naar de teksten van Lohues luister ik met hun oren en denk: ‘Oe…. dit is best lastig.’
Ook zelf zitten we natuurlijk in een pittige periode; het mooie was dat Gerard en gisteravond toch bij was.
Hij hield zich weliswaar wat afzijdig (grote groepen mijden) maar kon de avond toch meebeleven; wij beleefden de levenslessen ook anders dan in Hoogeveen.

Aan de andere kant voelt zo’n groep bekenden ook wel heel vertrouwd; ik voel me thuis in het gebouw en zit ontspannen met m’n gitaar om de nek met de hele groep ‘Hier kom ik weg’ te zingen.
Als je mij aan het woord laat over Daniël Lohues en zijn muziek, dan ben ik zelf vooral heel erg enthousiast.
Ik wil heel graag aan iedereen laten horen hoe bijzonder hij is. Hoe zulke mooie muziek hij maakt en hoe indringend zijn teksten zijn.
En dat hij echt ondergewaardeerd wordt in Nederland. Komt dat omdat hij in het Drents zingt?

Na afloop kreeg ik mooie reacties.
“Wát een leuke avond! Ik heb echt genoten…”
“Ik kende zijn muziek eigenlijk helemaal niet; je hebt me echt op zijn spoor gezet, daar ga ik meer naar luisteren.”
En iemand die de streektaal helemaal niet machtig is omdat ze uit een ander deel van ons land komt: “Het Drents klinkt altijd zo lief; ik had geen enkele moeite om het te volgen.”
Iemand anders wilde nog eens met de mevrouw die ze als gast had meegenomen praten over de onderwerpen die aan de orde waren geweest. “Dat gaan we samen nog eens wat verder uitdiepen…”

Op zulke reacties hoop ik altijd als ik zo’n activiteit aanbied.
Dat mensen er iets aan hebben en dat ze nog eens een liedje van Lohues opzoeken.
Aan het eind nam Hans het woord om mij te bedanken en hij deed dat in stijl: in het Drents.
Hij komt nota bene gewoon uit Beilen……

Heb je toegang tot Spotify? Hierbij een link naar de afspeellijst op Spotify

Reageren

28 januari: Wat is een geoniem?

In het jaar 2025 hadden wij een scheurkalender van Onze Taal. Er waren een paar categorieën die ik met meer interesse las en één daarvan was ‘Geoniemen’.
Een geoniem is een woord dat is afgeleid van een aardrijkskundige naam.
Een paar bekende voorbeelden zijn bikini, vernoemd naar het eilandje Bikini of champagne, vernoemd naar de Franse regio Champagne.
Een woord dus, dat een geografische oorsprong heeft.

Een aantal blaadjes van die scheurkalender heb ik bewaard omdat ik ze leuk genoeg vond om er in een blog over te schrijven.
Het woord magneet bijvoorbeeld is een geoniem.
Magneten waren al in de 8e eeuw voor Christus bekend in Griekenland en Klein Azië.
Het ging dan om natuurlijke magneten in de vorm van stukken magneetsteen, tegenwoordig magnetiet of magneetijzersteen genaamd.
Het oude Grieks had daarvoor verschillende namen: magnesie lithos of magnetis lithos,  dat ‘steen uit Magnesia’ betekende.
Magneetsteen werd namelijk vooral gevonden bij Magnesia, het huidige Manisa in het westen van Turkije.

Ook het woord walnoot is een geoniem.
De Romeinen namen de walnootboom vanuit Azië mee naar Italië en vervolgens ook naar Duitsland en Frankrijk.
Toen de Germaanse volkeren de walnoot leerden kennen, was die voor hen dus van Romaanse oorsprong.
Daarom kreeg hij de naam die neerkwam op ‘Waalse noot’ oftewel ‘noot uit het land van de Walen (Gallië en Italië), ter onderscheiding van de hazelnoot, die inheems was.

Een meer bekend geoniem is het woord geiser.
In het zuiden van IJsland, aan de voet van een grote gletsjer, ligt de beroemdste hete springbron ter wereld: de Geysir.

Geysir

Die IJslandse Geysir was al aan het begin van de 17e eeuw wereldberoemd; de naam betekent in het IJslands gutser/spuiter.
De bekendheid van deze heetwaterbron was zo groot, dat ‘geiser’ aan het eind van de 18e eeuw in Europa een algemene aanduiding was geworden voor ‘hete springbron’.
In de loopt van de negentiende eeuw kwam de betekenis ‘waterverwarmingstoestel’ daarbij.

De laatste is de zeer bekende leersoort suède.
Suède is een verkorting van peau de Suède, oftewel huid uit Zweden.
Het is fijn leer waarvan de zogeheten vleeszijde wordt geslepen; daardoor voelt het aan als fluweel.
Het wordt gemaakt van lichte kalfs-, geiten- of schapenvellen, die met chroomzout worden gelooid. Suède is een Franse uitvinding uit het begin van de 19e eeuw.
De Fransen gebruikten het aanvankelijk alleen voor handschoenen, zogenaamde gants de suède, die heetten zo, omdat ze vooral in Zweden, maar ook in Denemarken vervaardigd werden.

Zo leuk om te lezen waar woorden vandaan komen!
Volgend jaar misschien toch weer een taalkalender…?

Reageren

27 januari: Een nóg lagere versnelling.

Op 10 december schreef ik in deel 8 van de PensionAda-blogserie dat ik in een lagere versnelling ging leven.
De laatste twee weken zijn we genoodzaakt om ons leven in een nóg lagere versnelling te zetten: we moeten ons aanpassen aan de omstandigheden en die vallen op dit moment niet mee.
Gerard geeft zelf even een up-date:

Ik ben nu ruim 2 weken verder nadat ik maandag 12 januari startte met de behandeling. De behandelingen in het ziekenhuis liggen achter me en nu kan ik iedere week op maandag poliklinisch een injectie ophalen in het UMCG.
Gelukkig heb ik geen koorts of andere mogelijke bijwerkingen, maar wat er wel behoorlijk inhakt is de botpijn die ontstaat doordat de Kahler-eiwitten uit de botten worden verdreven.
Dit was wel te verwachten, maar niet in welke mate ik hier last van zou kunnen krijgen. In het ziekenhuis kreeg ik hiervoor al morfine en ook nu kan ik daar nog niet zonder, helaas.
Als ik te lang heb gezeten of gelegen dan moet ik echt weer op gang komen. Ondanks de morfine even de pijn doorstaan; als ik één keer weer in beweging ben gaat het wel weer.
De verwachting is dat op den duur de pijn zal afnemen naarmate de Kahler-eiwitten zijn afgevoerd uit mijn lichaam. Tot die tijd blijf ik zo goed mogelijk afwisselen tussen rusten en bewegen. Lezen- puzzelen- koffiedrinken of een ommetje lopen met Ada en kleine dingen doen in huis.

Dit alles veroorzaakt heel rustige dagen.
De meeste afspraken zeggen we af en als ik alleen ergens heen ga ben ik nooit langer dan twee uur weg.
We gaan iedere dag even met z’n tweeën naar buiten voor ons dagelijkse ommetje, maar dat hebben we vanwege het weer ook al eens niet gedaan de afgelopen week; bij ijzel en gladheid ga je natuurlijk niet met je
broze botten naar buiten….
Het is pittig, maar we hebben het gevoel dat we er niet alleen voor staan: er hangt al een lange slinger met kaarten in onze woonkeuken en afgelopen weekend kregen we twee prachtige bossen tulpen van vrienden.


Vanavond eten we Carmella’s lasagne. Dat at ik in 2019 bij Harm en Nettie toen Gerard voor de 2e stamcelbehandeling in het UMCG lag.
Nettie zei er toen bij: “Omdat je niet ziek maar wel een beetje zielig bent…”.
Ik had nog nooit van die hele Carmella gehoord; Nettie vertelde dat zij voorkomt in de Amerikaanse TV-serie ‘The Soprano’s’. Die gaat over een Italiaans-Amerikaanse maffia-familie in New Jersey.
Carmella, de vrouw van hoofdpersoon Tony Soprano, maakte deze lasagne voor iedereen in de familie die ziek of zielig is.
Voor het maken van deze lasagne moet je minstens anderhalf uur tijd uittrekken, maar dat is in deze periode geen probleem: tied zat!
Wil je Carmella’s lasagne ook eens maken?
Je vindt het recept op het blog dat ik er in 2019 over schreef: Als je ziek of zielig bent.

Reageren

26 januari: Het stomste…?

“Wat zat er in het tweede zakje op 7 december?”
Die vraag stelde ik aan het einde van het blog over het eerste zakje, onderdeel van het Advents-breiproject dat ik als afscheidscadeau van Lentis kreeg; over die moeilijke wanten. Hierbij een link naar dat verhaal.
In dat tweede zakje zat één bol garen en als bonuscadeau een oprolbaar meetbandje.
Via de QR-code kwam ik uit bij het patroon van een bijzondere muts; ze noemden het een balaclava.
Maar dat kwam mij bekend voor! Dat leek op die kaper-muts die ik met schoonzus Ali had gezien in Verhildersum. In het blog dat ik daarover schreef staat:
Ik dacht: o leuk, ga ik maken, ik zoek wel even een patroontje op internet, maar dat viel tegen: ik heb nog niets gevonden.
Weet jij misschien iets? Wordt misschien vervolgd, maar misschien ook niet….
Er kwam op dat blog één reactie dat ik moest zoeken op ‘bivakmuts’, maar dat was toch niet helemaal wat ik bedoelde en nu kreeg ik het patroon en het garen zomaar in de schoot geworpen!

Ook nu was het weer iets waarbij ik dingen moest doen die ik nog nooit had gedaan op handwerkgebied.
Het eerste was ‘kant nu de rand van de muts af met de ‘channel island bind off-methode’.
Dat is een manier van afkanten waarbij je steeds kleine picootjes breit door een afgehaalde steek niet helemaal af te laten gaan, maar opnieuw te breien en dan die twee steken tegelijk af te kanten. De volgende steek haal je dan averecht af en kant je in één keer af, zodat er een rand van bobbeltjes/picootjes ontstaat.
Van zo’n verhaal snap je op voorhand natuurlijk niks, ik niet tenminste, dus ik zocht een filmpje op internet waar een vriendelijke mevrouw in het Engels uitlegt hoe je het moet doen. Daarmee kreeg ik het voor elkaar.
Wil je deze afkantmethode ook eens proberen? Hierbij een link naar dat filmpje.

Het tweede was het breien van een koordje dat door de boord van de muts moet worden gehaald.
‘Brei 3 steken recht – haal die averecht van de naald af (niet breien) – brei 3 steken recht – dit steeds herhalen.’
‘Zo simpel kan het toch niet zijn?’ dacht ik, maar warempel: het werd een koordje.
Wat ontstaat lijkt op klosjebreien/punniken.
Weer wat geleerd.
Maar wel heeeeel saai om te doen: ik moest een meter koordje hebben!

Van te voren had ik mijn twijfels over deze muts. De teamleider van Team290 die dit cadeau had bedacht, had het voor zichzelf en voor haar vriendin ook gekocht. Die twee dames waren veel sneller met het breien van de wanten en de muts en de man van de vriendin had over de balaclava-muts gezegd dat dat ‘het stomste was dat ze ooit gebreid had’.
Maar mijn balaclava is klaar en ik vind dat hij mooi is geworden.
Lekker warm ook; ik draag hem al!

En nu…..? Op naar zakje drie!
Dat mocht ik openmaken op 14 december.
Wordt wederom vervolgd.

Reageren

25 januari: Een gat vullen…

“Wij vullen het koude post-december gat op met een concert op 25 januari. We zingen over hoop, wanhoop en alles er tussen in!”
Deze aankondiging kregen we eind november van jongste dochter Carlijn.
‘Wij’ staat voor het vrouwenkoor Amane.
Op de Facebook-pagina van het koor stond zaterdag een foto-collage van koek, beslag en taart. En een bebaarde man die een garde af stond te slikken.
“Er werd vandaag druk gebakken in de keukens van de Amanezen! Morgen kunnen jullie het resultaat proeven in de pauze; tot dan.”

….. rond een grafsteen….

De oude kerk in Peize was mooi gevuld vanmiddag.
In het programma waren de liederen gerangschikt naar het hoop-gehalte; het ging van wanhoop naar hoop. Amane begon met de canon ‘Hier liegt Hans Lau mit seiner Frau’, terwijl ze allemaal rond een grote grafsteen voor in kerk stonden. Daar bleven ze nog even staan voor het volgende lied: ‘Green grass’, gezongen vanuit het graf: de gestorvene wil graag dat de nabestaanden aan hem blijven denken. Hoop-gehalte: min 10.
De koorleden zingen het hele repertoire uit het hoofd en dat geeft veel ruimte voor presentatie: de dames staan allemaal vrij te zingen en te bewegen.
Ze kijken in het publiek en ze zingen je als  luisteraar écht toe.

Ze zingen mooi, ze zingen soms dramatisch en af en toe is het ronduit hilarisch.
Het lied ‘Brommer’ van Brigitte Kaandorp bijvoorbeeld is daar dan ook uitermate geschikt voor, net als ‘Noodgeval’ waarbij de dames het echt uitschreeuwen!
Na de oude jazz standard Autumn Leaves (hoop-gehalte min 3) was het tijd voor iets heel anders.
We kennen allemaal nog wel het lied ‘Het is over‘ van Jenny Arean. Amane zong vanmiddag het vervolg op dat lied ‘ ’t Is begonnen’.
Ze zongen vol overtuiging ‘Hij is van mij…” maar gedurende het lied kwamen er al weer scheuren in het pril geluk.
En na dit prachtige stukje kleinkunst zongen ze even zo gemakkelijk ‘het het nog nooit zo donker west’ van Ede Staal (hoop-gehalte 4).
Het is voor mij bijzonder om Carlijn, die nooit één woord in de streektaal spreekt, te horen zingen: ” …. zien haile leem haar e aarbaid……”
Een video van dat lied kun je beluisteren in het blog dat ik schreef over de Lichtjeswandeling in Ter Apel, waar Amane zong in het klooster.

De ene keer staan de dames in een lange rij, dan staan of zitten ze in groepjes, maar de opstelling is steeds anders.
Het slotlied was ‘Hear how my heart beats’; het concert werd positief afgesloten met hoop-gehalte 10 plus.
Aan het eind hoopte ik op een toegift, maar die kwam in een andere vorm: de zaal mocht meezingen met ‘Ik zing’ van Zoë Livay en Snelle.
Amane zong het een keer voor en daarna zongen we het samen: “Zing maar alsof je de tekst wel kent….”
Wat een feest om bij dit koor in de zaal te zitten!
Bij dit blog gaat een video van een stukje van het lied dat ik het mooist vond: het bracht me in tranen: Amane – Green grass

En hoe waren de baksels van de Amanezen? Van wat ik heb geproefd: ik had een brownie en die was heerlijk!

Reageren

24 januari: Terug in de tijd

Onze dagen en avonden verlopen heel rustig.
Voor ons ongewoon rustig, maar we kunnen ons er prima aan overgeven.
Donderdagavond keken we naar ‘Dial of Destiny’, de laatste film in de Indiana Jones-reeks.
Hij kwam uit in 2023, maar wij hadden hem nog niet gezien.
Waar gaat het over?
In een race tegen de klok moet Indiana Jones een legendarische wijzerplaat vinden die de loop van de geschiedenis kan veranderen.
Al snel komt hij tegenover Jürgen Voller te staan, een voormalige nazi die voor NASA werkt.
Klik hier om de trailer te bekijken.

Het was spannend en onzinnig tegelijk, maar we hebben er van genoten.
Voor mij zijn de geschiedenis-aspecten in deze reeks het leukst.
Aan het begin zat ik al op mijn telefoon te zoeken naar de ‘Speer* van Longinus’, het wapen waarmee een Romeinse soldaat die Longinus zou heten in de zijde van Jezus had gestoken.
Die kwam voorbij omdat de Duitsers die voor Hitler wilden bemachtigen.
Maar het ging in deze film over een archeologisch voorwerp uit de Griekse oudheid: de Antikythera.
Hierbij een link  naar een artikel over ‘de oudste analoge computer ter wereld’: het bevat op elkaar afgestemde tandwielen die gezamenlijk een mechanische weergave van de toen bekende hemel vormen.
In de film kunnen ze met dat ding door de tijd reizen en willen ze ermee terug naar augustus 1939, maar ze komen in 212 voor Christus terecht, midden in het Beleg van Syracuse.

Door de tijd reizen.
Sinds ik het fantastische boek van Thea Beckman  ‘Kruistocht in spijkerbroek’ las in de jaren ’70 heeft me dat gefascineerd.
Dat was al begonnen met verhalen in de Donald Duck, want ook daarin kwamen regelmatig tijdmachines voorbij, uitgevonden door Willy Wortel, waardoor Donald en de neefjes de wonderlijkste avonturen beleefden in een oud kasteel in de middeleeuwen in Schotland, bij de Inca-stad Machu Picchu of bij Archimedes aan de tekentafel.
In de Indiana Jones-film zitten de hoofdrolspelers in 212 voor Christus midden in een oorlog, het wemelt van de Romeinse soldaten en aan de rand van de belegerde stad Syracuse hebben ze een ontmoeting met Archimedes, de uitvinder van de Antikythera.
Stel je nou toch eens voor dat dat zou kunnen!
Toen ik in Oostenrijk over de eeuwenoude noordgrens van de Romeinse limes**  fietste bedacht ik: ‘Hoe zou het het hier toen hebben uitgezien? O, wat zou ik graag even om het hoekje van de tijd kijken….”
En die gedachte heb ik ook bij hunebedden, ruïnes en oude kerken.

Maar goed dat het niet kan.
Want wat moest je dan kiezen?
Jan Rot zong over dit gegeven ooit het prachtige lied ‘Stel dat het zou kunnen’; daarover schreef ik in 2016 dit blog
De essentie van dat lied is: geniet van en investeer in je naasten zo lang ze er nog zijn.
De geschiedenis kun je niet meer veranderen, maar je hebt wel invloed op je herinneringen aan gebeurtenissen die nu nog toekomst zijn.
Maak ze.

* Lees hier meer informatie over de zogenaamde Heilige Lans.
** Het hele verhaal over de Romeinse weg langs de Donau vind je in dit blog uit 2023.

Reageren

23 januari: Waarom noemen we iets OK?

Martin van Buren – afbeelding: Wikipedia

Vandaag een blog over een bewaard kalenderblaadje uit 2023 van de scheurkalender van het Historisch Nieuwsblad.
De vraag op de voorkant van het blaadje was: ‘Welke Amerikaanse president zou een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van het woordje oké?’
Martin van Buren (1782-1862) was de achtste president van de Verenigde Staten en regeerde van 1837 tot 1841.
Hij was de eerste president van niet Britse komaf. Thuis sprak hij Nederlands en als hij in het openbaar een hartstochtelijke speech gaf was in zijn Engels een Nederlands accent te bespeuren.
Hij werd geboren in een eenvoudig gezin in het dorpje Old Kinderhook in de staat New York; dat dorpje was in de 17e eeuw door Nederlanders gesticht.
Als advocaat maakte hij snel carrière in de Amerikaanse politiek. Hij hielp een coalitie te vormen die Andrew Jackson steunden in de presidentsverkiezingen van 1828, een coalitie die zou uitgroeien tot de Democratische Partij.
Jackson beloonde Van Buren door hem eerst minister van Buitenlandse Zaken en daarna vice president te maken; in 1837 werd Van Buren zelf president.
Aan het begin van zijn ambtstermijn kreeg hij te maken met de grootste economische crisis tot dan toe in de Amerikaanse geschiedenis: de paniek van 1837. Van Buren probeerde de crisis aan te pakken, maar was daarin weinig succesvol. Door zijn tegenstanders werd hij daarom ook wel ‘Martin van Ruin’ genoemd naar het Engelse woord voor ruïneren

Maar hoe zit het nu dan met dat OK?
Het begon allemaal in de zomer van 1838 in de stad Boston, waar een afkortingenrage losbarstte onder inwoners en journalisten. Ze ontwikkelden een soort premoderne sms-taal, waarbij ze woorden volgens de uitspraak en niet volgens de spelling opschreven. All right, bijvoorbeeld, kortte men niet af als A.R., maar als O.W., naar de uitspraak Oll wrightOll wright was de directe voorganger van O.K. De afkorting O.K. – dat stond voor het verkeerd geschreven Oll Korrekt – verscheen voor het eerst op 23 maart 1839 in de Boston Morning Post. In de zomer van 1839 waaide de woordjesrage over naar New York, en in de herfst naar New Orleans. Deze steden pikten ook de afkorting O.K. op.

Ongetwijfeld zou O.K. vergeten zijn, maar de aanhang van Martin van Buren, die sinds 1837 president was, gebruikte de afkorting in de strijd om een tweede ambtstermijn. Van Buren’s bijnaam was The Fox of Old Kinderhook, verwijzend naar zijn geboorteplaats. De Democraten kozen Old Kinderhook als hun geuzennaam en richtten op 23 maart 1840 The Democratic O.K. Club op.
Als president signeerde hij zijn documenten namelijk met ‘OK’, de afkorting van zijn geboorteplaats Old Kinderhoek.

Hierbij een link naar een artikel over Martin van Buuren op Wikipedia.
Daarin staat geen woord over bovenstaand OK-gebeuren, maar het is wel een erg interessant artikel waarin je meer te weten komt over de Amerikaanse politiek in de 19e eeuw.
Dan lees je even wat anders over een Amerikaanse president: de blèrbek die er nu zit in de 21e eeuw komt ons inmiddels de neus uit……!

Reageren

22 januari: Weer thuis & OldStars.

Gistermorgen waren de 48-uur voor de observatie na de laatste injectie die Gerard had gekregen voorbij.
In onze naïviteit dachten we dat we dan samen thuis aan de lunch zouden zitten, maar dat lukte niet.
Zo’n ontslag heeft altijd nogal wat voeten in de aarde: wij waren blij dat we rond 16.30 uur aan onze keukentafel aan de thee zaten.
Tassen uitpakken, kaartjes (waarvoor dank!) ophangen  en even bijkomen van de drukte en het gedoe.

En nu is het afwachten.
De eerstkomende weken moet Gerard zich iedere maandag melden op het Dagcentrum Hematologie voor een nieuwe injectie.
Daarnaast wordt zijn bloed regelmatig gecontroleerd en zal er af en toe een gesprek met de hematoloog zijn.
De verwachting is dat men pas over een maand kan zeggen of deze behandeling aanslaat.
Tot die tijd is het advies om geen handen te schudden, niet zoenen/knuffelen met anderen en niet in contact komen met mensen die verkouden zijn.
Gerards weerstand wordt door deze behandeling wat lager en hij heeft last van botpijn, waardoor hij bij het lopen wat minder stabiel is.
Hij moet vooral in beweging blijven en langzaam weer op krachten komen.
Wij hopen er het beste van!

Jaap, Kirsten en de koning – afbeelding: De Krant

Naar aanleiding van het blog van gisteren kreeg ik nog een bedankje van Jaap met een opmerking over de ‘voorzorgcirkels’.
Bij die mail zat een afbeelding: het was een foto van een voorwoord van Kirsten Andres, directeur van het Nationaal Ouderenfonds, dat ze schreef in hun magazine Goud. Daarin noemde ze Jaap.
Ik citeer: “Het was bijzonder om met de koning en de staatssecretaris in gesprek te gaan tijdens de opening van de week tegen eenzaamheid. Maar wat het echt bijzonder maakte waren de gesprekken met Jaap Bos.
Jaap vergezelde mij als ervaringsdeskundige OldStars Korfbal. Als je hoort dat er zoveel ouderen samen in beweging komen in Roden, dat het aantal nog steeds groeit en dat lief en leed wordt gedeeld dan weet je dat ons doel daar gelukt is: nieuw sociaal contact vandaag en een sterk netwerk voor morgen.
Jaap was dus bijzonderder dan de koning!
Je leest alles over het gesprek van Jaap en Kirsten met de koning in dit artikel van De Krant: Jaap Bos in gesprek met de koning

OldStars in Roden is een bewegingsprogramma voor 65-plussers, voortgekomen uit de revalidatiegroep Hart op Dreef Roden, dat een breed scala aan aangepaste sporten zoals korfbal, voetbal en boksen aanbiedt. De focus ligt op plezier, sociale contacten en het behouden van vitaliteit zonder de intensiteit van reguliere sporten. Het doel is om ouderen samen te brengen voor gezonde beweging en ontspanning, met aandacht voor warming-up en balans en is onderdeel van een landelijk initiatief om sport toegankelijk te maken voor senioren.
Hierbij een link naar een artikel dat in het magazine Goud heeft gestaan dat meer vertelt over het Beweegfestival in Roden Als je mensen maar in beweging krijgt en een artikel over Oldstars in Roden op de website Oldstars.nl: Het succes van Oldstars

Een mooie combi van lichamelijk bewegen én je bewegen in een kring van nieuwe sociale contacten!

Reageren

Pagina 2 van 401

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén