De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

4 mei: Ruinen 9 – De gehaakte lampionnetjes van Ina.

Gisteren begon ik met een nieuwe blogserie over Enkhuizen & omstreken, vandaag sluit ik de reeks blogs over Ruinen af met een verhaal over de lampionnetjes van Ina.

De eerste middag van ons verblijf in Bed&Breakfast ‘de Beddestee’ had ik op mijn telefoon al een haakvoorbeeld gekregen voor een lampionnetje.

Eigenares Ina had overal rondom het huis gehaakte lampionnetjes hangen waar waxinelichtjes in konden.
Daarvoor gebruikte ze jampotjes, pindakaaspotjes, appelmoespotjes: ze hingen er in allerlei soorten en maten
Die hangt Ina  er in het voorjaar in, doet er regelmatig nieuwe kaarsjes in en laat ze in weer en wind hangen.
Na één jaar zijn ze dan lelijk en uitgelubberd. Dan haalt ze ze uit de boom, knipt het gehaakte hoesje er vanaf, doet de potjes in de vaatwasser en haakt er vervolgens een nieuw hoesje omheen.
We waren daar in februari, dus we hebben niet gezien hoe het er uitziet als overal kaarsjes in branden, maar ik vond het een leuk idee.

“Heb je daar ook een patroon van?” vroeg ik.
“Nee. Ik doe eigenlijk maar wat. Eerst een cirkeltje haken en als dat zo groot is als de bodem van het glazen potje dan stop je met meerderen. Je haakt zo hoog als het potje moet worden.”
Op de afbeelding links zie je hoe ze te werk gaat.
“Dan hecht je af, rijgt er een koordje door en trekt het strak. Vervolgens haak je er nog een ‘ophanglus’ aan. Ik stuur je wel even een foto.”
Voordat we de tassen hadden uitgepakt had ik de foto al binnengekregen op mijn telefoon.

Leuk. Maar ‘ik doe eigenlijk maar wat’ is wel wat vaag, dus ik zocht op internet naar beschrijvingen voor het haken van zo’n lampionnetje.
Daarbij kwam ik op een soort verzamelpagina met links naar werkbeschrijvingen van het omhaken van potjes voor waxinelichtjes, lantaarntjes en windlichtjes.
Hierbij een link naar die pagina: Freppi.

Ina had thuis ook een aantal luxe windlichten staan die ze zelf omhaakt had, versierd met zijden lintjes en een ophanglus van touw.
Ook mooi.
Als ik klaar ben met de twee haakklussen die nog op het programma staan  (een zomer-buitendeken en een kussenovertrek voor onze buitenstoelen) ga ik ook zo’n glazen potje ‘omhaken’.
Waar ik dan natuurlijk ‘kond van doe’ in dit digitale magazine!

Benieuwd naar de andere delen uit de ‘Ruinen-blogreeks’?
1. Van schaatsijs naar softijs.  
2. B&B ‘de Beddestee’
3. Wel honderd lammetjes! 
4. Fietstocht Dwingelderveld
5. Allemaal familie
6. Ommetje met Bram de Ram
7. Coucangé 
8. Van landgoed naar plaggenhut. 
9. De gehaakte lampionnetjes van Ina.

Reageren

3 mei: Enkhuizen 1 – Niet in Enkhuizen.

De afbeelding links is een scheurkalenderblaadje van een aantal jaren geleden, toen hadden we een ‘Maarten van Rossum’ kalender.
‘Sporen van de Gouden eeuw’ staat er boven.
Dit zegt hij er over:
Ooit was Enkhuizen een wereldstad met handelscontacten over de hele aardbol, zeer lucratieve visserij en met een bloeiend cultureel leven. 
Enkhuizen representeert in een soort Madurodam-vorm de hele geschiedenis van de Nederlandse Republiek. 
“Daar wil ik nog wel eens naar toe” dacht ik destijds en legde het blaadje in het bewaarmapje ‘Dagjes uit?’

De coronaweken rijgen zich zonder al te veel spannende gebeurtenissen aaneen en wij besloten dat we wel eens weer een weekendje weg konden gebruiken: vrijdagmorgen 30 april vertrokken we uit Roden richting Noord-Holland.
We kozen niet voor een onderkomen in de stad, maar vonden een adres in Venhuizen, zo’n 6 kilometer van Enkhuizen af.
Venhuizen vormt een duo-dorp met Hem; het is helemaal aan elkaar vastgegroeid.

We vonden twee nachten onderdak bij Bed & Breakfast La Fattoria.
Dat is Italiaans voor ‘boerderij’ en dat was het ook van oorsprong: een vervallen stolpboerderij uit 1901 die door de huidige bewoners helemaal is gerestaureerd.
Naast de oude boerderij bouwden zij eerst nog een pandje, waar ze tijdens de verbouwing zelf hebben geslapen: zo werd hun Bed&Breakfast geboren.
Nu wonen ze weer in hun naar hun eigen smaak verbouwde huis en ontvangen ze gasten in de aanbouw.
Een lekker bed, een heerlijk ontbijt, een ruime badkamer, twee luie stoelen, een tv én een tafel om een spelletje aan te doen: alles was er.
Er stond een flesje wijn klaar en er was gratis wifi: ons weekendje uit begon al goed.
Hierbij een link naar hun website: B&B La Fattoria.  Daarop vind je meer informatie en mooie foto’s van het interieur. 

Venhuizen ligt tussen Enkhuizen en Hoorn in en als je even doorfietst ben je binnen tien minuten bij de oude Zuiderzeedijk.
Maar Zuiderzee heet het al lang niet meer: vanaf 1932, na de aanleg van de Afsluitdijk, heette het IJsselmeer en na de aanleg van de dijk Enkhuizen -Lelystad heet dat deel het Markermeer.
Eigenlijk was het de bedoeling dat het hele zuidwestelijke gedeelte van het IJsselmeer zou worden ingepolderd en de naam Markerwaard zou krijgen; daar was die 26 kilometer lange dijk oorspronkelijk voor bedoeld, maar in 2003 is definitief besloten deze polder niet aan te leggen.

We gebruikten La Fattoria als uitvalsbasis: we fietsten naar Westwoud, Hem en Hoogkarspel, we keken in Medemblik en Andijk, we fietsten naar Hoorn en Blokker en maakten een historische stadswandeling in Enkhuizen.
En….. we waren zelfs in de gelegenheid om een terrasje te pikken.
Een cappuccino met appelgebak, gebracht door een opgetogen café-eigenaar die na twee dagen regen zielsgelukkig was dat er mensen op zijn terras kwamen zitten.
Met de jas aan weliswaar, want het was beslist nog niet warm, maar wij vonden dit al weer heel fijn.

Je raadt het al: dit was deel 1 van de nieuwe blogserie Enkhuizen.
In de volgende delen lees je o.a. over ons bezoek aan een kaasboerderij, de beelden van Jan Pieterszoon Coen en de Scheepsjongens van Bontekoe, de typische boerderijen in die streek, over The Beatles en ‘de wurrumen’ van Lutjebroek.
Wordt vervolgd.

Reageren

2 mei: Blogseries – een overzicht.

Als wij vakantie hebben gehad, dan verschijnt er in de weken daarna altijd een blogserie op deze website, waarin ik onze avonturen als ‘Drenten in de vrömde’ met de lezers deel.
Die  series waren de eerste jaren niet aan elkaar gekoppeld, later ben ik kleine overzichtjes gaan toevoegen en heb ik de afzonderlijke delen genummerd.

Het zijn niet alleen maar series over vakanties, je kunt ook lezen hoe we met ons huis ‘van het gas af gingen’ of hoe je als oudere leven toe kunt voegen aan je dagen. 

Vorige maand ben ik er eens voor gaan zitten en heb een speciale pagina aangemaakt met een overzicht van alle blogseries die tot nu toe in dit digitale tijdschrift zijn verschenen.
Hierbij een link naar die pagina: Blogseries op de Waarde van de dag.

 

Reageren

1 mei: Sokken breien, altijd garen over. (3)

Onder deze titel, Sokken breien, altijd garen over, schreef ik al eerder twee blogs:
deel 1   over een been/voetenwarmer van restjes sokkenwol met een beschrijving van een ‘meerderen in het midden-steek’ en deel 2  over een kussenovertrek van kleine, gebreide vierkantjes van restjes sokkenwol. Vandaag het laatste deel in deze handwerkblogserie.

In deel 2 schreef ik dat ik met een tweede kussenovertrek was begonnen, maar na 7 vierkantjes bleken de kleuren in mijn optiek bij elkaar te vloeken.
Die 7 heb heb ik van de pennen afgehaald en weggegooid. Het waren immers maar restjes.
Toen ik weer met een nieuw vierkantje begon heb ik bolletjes beter op kleur bij elkaar gezocht en de tweede poging lukte wel goed.

Na het wegwerken van alle losse draadjes legde ik het werk tussen twee natte handdoeken even een dag of twee weg om te drogen en te ‘egaliseren’: de vierkantjes bolden namelijk nogal op.
Toen pakte ik twee oude, slappe kussen, legde die op elkaar en drapeerde de twee kussenovertrekjes er om heen: paste precies.
Inmiddels is het kussen klaar en gaat het deze zomer buiten gebruikt worden.
(klik op de afbeeldingen voor een vergroting)
Het is een echt retro jaren ’70 kussen geworden.
Ook nu kun je je afvragen of deze kleuren goed bij elkaar passen, maar in de jaren ’70 kon veel…..

Reageren

30 april: Blogbouwstenen (2) – Afscheid

Een heel simpel versje van Toon Hermans had ik ook bewaard in de ‘bouwstenenmap’.
Het heet ‘Afscheid’.

Ga nooit weg zonder te groeten,
ga nooit heen zonder een zoen.
Wie het noodlot zal ontmoeten,
kan het morgen niet meer doen.

Loop nooit weg zonder te praten,
dat doet soms een hart zo pijn.
Wat je ’s morgens hebt verlaten,
kan er ’s avonds niet meer zijn.

Hermans schreef het al in de jaren ’70 en toen heb ik het ook al ontdekt.
Het stond een keer in de Libelle die ik destijds samen met mijn moeder las.
De tekst sprak me toen al aan; het staat nog in mijn oude zangmap, ik heb er toen zelf nog een melodie bij geschreven.

Eigenlijk is het een heel eenvoudig versje, maar heel veelzeggend.
We zijn allemaal bang voor die laatste twee regels.
Ooit had ik met één van de kinderen een moeder-dochter ruzie gehad met boze woorden; ’s avonds kreeg ik een hartinfarct en werd ik opgenomen in het ziekenhuis.
Het liep gelukkig goed af, maar het weerzien de volgende dag was erg emotioneel. Stel je voor als….. we durfden het allebei niet onder woorden te brengen.
We hebben er wel van geleerd; hoe vervelend de situatie ook is, we proberen hoe dan ook altijd ‘goed’ uit elkaar te gaan.

Toen mijn vader overleed hadden we elkaar die zondag daarvoor nog in voltallig gezinsverband gezien; mijn ouders vierden die dag hun 48-jarig huwelijk met een etentje bij Van der Valk in Assen. De woensdag daarop is hij onverwacht overleden.
Achteraf heb ik ervaren hoe belangrijk het is dat je goed uit elkaar gaat. Als iemand zo plotseling overlijdt is er geen tijd meer om nog iets te zeggen.
Of goed te maken.
Dan is het vooral belangrijk dat je van elkaar weet dat je ondanks de vele meningsverschillen veel van elkaar hebt gehouden en dat er geen losse eindjes zijn.
Dan kun je, ondanks het grote verdriet, met een gerust hart afscheid nemen.

Toon Hermans heeft grote roem vergaard als grappenmaker, maar maakte minstens zo veel indruk met zijn gedichten.
Hij had bijvoorbeeld een heel eigen visie op geluk: hij leerde ons dat geluk in kleine dingen zit en niet in haute couture, poeha en blabla.
Nog een gedichtje van Toon Hermans lezen? Lees dan het blog  ‘Hooguit een ballonnetje’.   uit 2017.

Op de achterkant van het kalenderblaadje dat ik had bewaard stond een ander gedichtje over afscheid, daarmee wil ik dit blog afsluiten.

Zul je voorzichtig zijn?

Ik weet wel dat je maar een boodschap doet
hier om de hoek
en dat je niet gekleed bent voor een lange reis. 

Je kus is licht, je blik gerust
en vredig zijn je hand en je voet.

Maar achter deze hoek, een werelddeel
achter dit ogenblik, een zee van tijd.

Zul je voorzichtig zijn?

Adriaaan Morriën
Uit ‘Oogappel’, De Bezige Bij, 1986.

Benieuwd naar andere ‘Blogbouwstenen?’
Hierbij een link naar het overzicht.

Reageren

29 april: Begraafplaats-toerisme?

Soms schrijf ik een blog waar een reactie op komt.
Niet vaak hoor, mijn lezers zijn kennelijk niet zo reageerderig, maar af en toe zoekt iemand contact met mij naar aanleiding van wat ik heb geschreven.
Dat gebeurde ook toen ik het verhaal schreef over de Selwerderhof. (zie blog 24 april 2021).
Twee dagen daarna belde Jan Hofman. Hij was al een tijdje met pensioen, maar tijdens zijn werkzame leven was hij hoofd van de sectie begraafplaatsen van de gemeente Groningen.
Hij kon al mijn vragen over de Groninger begraafplaatsen beantwoorden; wist alles over de Joodse begraafplaatsen in de gemeente Groningen, over de noodbegraafplaatsen, over de gefusilleerde oorlogsmisdadigers en vertelde over de Javaanse Islamieten die niet op het Islamitische kerkhof begraven kunnen worden omdat die in de richting van Java ter aarde besteld willen worden.

Dan zit ik zo drie kwartier met iemand aan de telefoon.
Bere-interessant.
Hij was ook actief betrokken geweest bij de Stichting Oude Groninger kerken en had veel oude begraafplaatsen in kaart gebracht.
Net als mijn vader huldigde hij het standpunt: ‘Op het kerkhof vind je de geschiedenis van de streek’.
Hij vond het ook helemaal niet raar dat ik graag op een begraafplaats wandel; er zijn veel meer mensen die dat doen.
Hij vertelde dat er mensen zijn die zoeken naar bepaalde symbolen op grafstenen of mensen die bepaalde teksten zoeken.
Of stamboom-uitzoekers die oude graven van familieleden zoeken.

Maar even zo gemakkelijk hadden we een heel gesprek over de streektaal (hij Gronings, ik Drents), over de klasse-verschillen in onze maatschappij voor de 2e Wereldoorlog en over geschiedenis in het algemeen.
Wat een onverwacht cadeautje: een gesprek met een gelijkgestemde ziel als het gaat over geschiedenis.
Hij had erg van zijn vak gehouden en kon er prachtig over vertellen.
Hij genoot er van dat het zogenaamde ‘begraafplaatstoerisme’ steeds gewoner wordt.
Als je je veel hebt bezig gehouden met kerkhoven, grafstenen en daar veel energie in hebt gestoken, dan is het fijn als anderen dat waarderen en er informatie uit halen.

Zoals Carlijn en ik dus.
Binnenkort maar eens kijken op de Noorderbegraafplaats.

Reageren

28 april: Ruinen 8 – Van landgoed naar plaggenhut.

Na Koekange wilde ik graag naar Echten.
Daar staat de havezate ‘Huis te Echten’, daar wilde ik even kijken.
Toen ik op een lastige kruising al was overgestoken, stond Gerard nog aan de andere kant van de weg te wenken: hij had een kroeg ontdekt waar ze ‘koffie to go’ hadden.
En ‘warme apfelstrudel to go’.
Met ‘vanillesaus to go’.
Het ‘bolletje ijs to go’ dat er eigenlijk bij hoorde namen we niet: het was al koud zat…..
Maar dat was lekker!
We namen het niet mee op de fiets, maar we dronken onze koffie bij een statafel op het terras en genoten van het warme appelgebak.
Wat een traktatie op zo’n koude dag.

Het ‘Huis te Echten’ was mooi, maar je kon er niet naar toe.
Het bedrijf ‘Visio’ is daar gevestigd en heeft de hekken in deze coronatijd op slot.
Het bevestigde maar weer eens wat ik altijd roep: “Mensinge in Roden vind ik de mooiste havezate van Drenthe. De inrichting is nog net zo als de laatste bewoonster het achterliet: in de kasten staat nog het servies dat door de VOC naar Nederland werd gebracht.”

Echten is maar klein, maar er was toch nog meer te zien dan het landgoed.
Midden in het dorp staat een plaggenhut.
Je kunt er zelfs in en zo zien en ervaren hoe het was om in zo’n hut te leven.
Zo’n plaggenhut werd bewoond door veenarbeiders  in gebieden waar veen ontgonnen werd.
Deze veenarbeiders waren eigenlijk de ‘slaven’ van de veenbazen. Eind 1800, begin 1900 werd het heel gewoon om de arbeiders in zulke woningen onder te brengen. De leefomstandigheden waren erbarmelijk; slecht te verwarmen, het was er vochtig en er was ongedierte. Het bouwsel bestond uit houten planken en het dak werd gemaakt van afgestoken heideplaggen die dakpansgewijze op elkaar werden gelegd.
Na de tweede wereldoorlog werd een grootschalig woningbouwprogramma opgestart, waarmee de laatste bewoonde plaggenhut verdween.

De plaggenhut in Echten werd in 1981 gebouwd door bewoners van het dorp als versiering tijdens het 800 jaar bestaan van het dorp.
Later wilde niemand de hut kwijt en werd het een toeristisch trekpleister.
Een soort gedenkteken voor al die arme, hardwerkende veenarbeiders en hun gezinnen die werden uitgebuit door de veenbazen.

T0en we Echten uit fietsten kwamen we langs de stallen van de familie Zoer.
“O ja, die springruiter Albert Zoer komt natuurlijk ook uit Echten” merkte Gerard op.
Hij steekt al zijn geld kennelijk in de paarden, de stal en de ruiterij, want het was een bescheiden woonhuis.

Een knooppunten-fietstocht met hier en daar een opsteekpunt: voor ons een heerlijke manier om onze vrije tijd door te brengen.
We kijken uit naar het moment dat de consumpties niet meer ‘to go’ zijn, de musea weer open kunnen en we de ‘anderhalve meter’ niet meer in acht hoeven te nemen.
Tot die tijd maken we er wat van.

Benieuwd naar de andere delen uit de ‘Ruinen-blogreeks’?
1. Van schaatsijs naar softijs.  
2. B&B ‘de Beddestee’
3. Wel honderd lammetjes! 
4. Fietstocht Dwingelderveld
5. Allemaal familie
6. Ommetje met Bram de Ram
7. Coucangé 

Wat in het vat zit:

9. Gehaakt lampionnetje

Reageren

27 april: Vlag. Maar niet zoals het hoort te zijn.

Voor het tweede jaar op rij geen traditionele Koningsdag.
Waar ik vorig jaar nog oranje slingers ophing, hield ik het vandaag alleen bij de vlag.
Ook de tompoucen waren niet oranje, maar roze…..we hadden er nog twee in de diepvries van onze trouwdag.
Natuurlijk heb ik het hele programma vanuit Eindhoven bekeken; iedereen doet ontzettend z’n best om er iets van te maken, maar het is zoals WA al zei: “We willen het liefst gewoon weer naar de mensen toe!”
Het is geen feest en het wordt ook geen feest.

Koningsdag vieren we anders met ons gezin, maar ook dat zat er dit jaar nog niet in.
We hadden vanmorgen op tijd al discussie over wanneer we elkaar digitaal zouden ontmoeten.
Op het nationale tompoucen-moment bij de koffie ’s morgens?
Of het nationale toastmoment met de koning om 16.30 uur?
Het werd einde middag.
Iedereen miste het officiële toast-moment: ik zat alleen met de koning en hief met hem het glas op zijn verjaardag.
Volgens onze kinderen maakte dat geen bal uit: het ging er om dat we met z’n achten toastten en dat deden we.
Wij zaten toen nog aan de thee, maar dat hebben we met z’n tweeën nog wel ingehaald.
Mét pistachenootjes.

Dit jaar had ik maar niet meer gevraagd of ze de vlag ook uit hadden gestoken: vorig jaar kreeg ik nog een foto met een getekende vlag er op.
In de loop van de ochtend kreeg ik een afbeelding van Frea en Jon; “Upgrade ten opzichte van vorig jaar.” (zie foto rechts).
Wel rood, wit, blauw, wel een vlag, maar het is niet zoals het hoort te zijn.
De foto staat voor mij symbool voor deze dag: wel tompoucen, wel ‘koning’ op televisie maar het is niet zoals het hoort te zijn.
Net als de kerkdiensten.
De zoomvergaderingen met collega’s.
De online-ontmoetingen met kinderen, vrienden en familie.
Wel communicatie, maar het is niet zoals het hoort te zijn.
De rek is er uit, ik merk het aan iedereen om me heen.

Maar wat wij als ‘nadeel en gemis’ ervaren staat in schril contrast met het zorgpersoneel in de ziekenhuizen en met name op de IC’s: die werken zich al een jaar een slag in de rondte, kunnen amper vrije dagen opnemen en staan onder constante druk.
Veel ‘gewone’ operaties worden uitgesteld vanwege de overvolle IC’s, wat een stress veroorzaakt dat niet bij veel patiënten.
Het helpt mij om mijzelf dit af en toe onder de neus te wrijven.
Niet zeuren en vooral niet zwelgen.

Volgend jaar hopelijk weer een gewone Koningsdag met een gewoon volksfeest.
Waar de IC-verpleegkundigen ook weer gewoon aan mee kunnen doen.
Dan realiseren we ons misschien des te meer dat ‘gewoon’  helemaal niet zo gewoon is.

Lees hier onze belevenissen op Koningsdag in voorgaande jaren.
2015  Tompoucen met een vorkje?
2016  Wortelstamppot & Klaverjassen.
2017  Géén oranje tompoezen?
2018  Koningsdag in Enschede
2019  Koningsdag & wortelstamppot
2020 Willem-Alex-Anders-dag.

Reageren

26 april: En dat is twééé….

Gistermiddag moesten we ons weer melden in het UMCG: Gerard kreeg zijn tweede prik.
Het was al veel minder spannend; geroutineerd liepen we naar de ruimte waar de prik gezet zou worden.
Het was een stuk rustiger dan in maart; we maakten een ontspannen praatje met de ‘surveillant’ die de mensen die geprikt waren een kwartiertje moest observeren.
Het was een gepensioneerde anesthesist, die het eigenlijk wel heel gezellig vond allemaal.

Na de prik lieten we de auto nog even in de parkeergarage staan en maakten ons dagelijkse ommetje in de binnenstad van Groningen.
Altijd mooi.
De zon scheen af en toe en we zochten een paar ‘highlights’ op: het Martinikerkhof, de Grote Markt, de Prinsentuin en de Stadsschouwburg.
Zomaar een zondagmiddag lekker even ‘ien Stad’.
Bij een Italiaanse ijssalon kochten we een schepijsje dat we oplepelden onder toeziend oog van ‘de Olle Grieze’.
Yoghurtijs met passievrucht en een arm met prik twee: de waarde van onze dag.

Reageren

25 april: De goede herder? Of de goede manager?

Een overbekend bijbels beeld stond vanmorgen centraal in de viering vanuit de Catharina kerk.  Jezus als goede herder, als tegenhanger van de huurling die niet goed is voor de schapen.

Tegenwoordig zou die ‘huurling’ een uitzendkracht zijn of een ZZP’er, merkte voorganger Walter Meijles daarover op.
Hij sloeg ons in zijn overdenking om de oren met de realiteit van onze huidige maatschappij.

Het vak van herder zijn is iets dat zich maar moeilijk laat inpassen in onze economische principes. Want bij ons gaat het om een kosten-batenanalyse en daar wordt alles op afgewogen.
Alles.
Wat brengt het op?  Wat kost het?
Hoe zorgen we voor een maximale opbrengst, waarbij het het zo weinig mogelijk kost?
Kosten moeten geminimaliseerd, de opbrengst moet gemaximaliseerd, het productieproces moet geoptimaliseerd en de concurrentie? Die moet worden uitgerangeerd.

Herder? Manager? Politicus? Jurist?

Hoe zou Jezus zichzelf in deze tijd noemen? Jezus, de goede manager? De goede jurist? De goede politicus? Goed staat dan tegenover de huurling die er vandoor gaat als het spannend wordt, die zichzelf verrijkt en onbetrouwbaar is in zijn werk.
Een goede manager/jurist/politicus zet zich in voor het grote belang, is zorgzaam en heeft oog voor de ander, voor het kwestbare individu.

Onze wereld is vol met huurlingen. Onze wereldeconomie  is gebaseerd op het principe van de huurling.
Valt voor jou als individu de balans van jouw kosten/batenplaatje in je nadeel, dan heb je het nakijken.

Hoe staan wij daar in?
Ook huurlingen? Hoe fungeren wij op ons werk? In de buurt? Hoe gaan we om met onze leefomgeving?
Kijken wij in ons dagelijks leven ook vooral naar de kosten/baten?
“What’s in it for me?”
Over de antwoorden mogen we deze week nadenken.

Gerard was vanmorgen ouderling van dienst; wij gingen dus vanmorgen weer eens samen ter kerke.
Omdat we met z’n tweeën aanwezig waren mochten we een aantal liederen zingen; niet met gitaar, maar met pianobegeleiding van Arjan.
Voelde heel luxe….. kon ik me helemaal op het zingen richten en hoefde niet te letten op lastige akkoorden.
Het was voor ons een feest om aan deze kerkdienst op zondag Jubilate (Jubelt) mee te werken.

Toen we na afloop nog even stonden na te praten bleek dat er een onderdeel in de kerkdienst was vergeten.
Het filmpje van Dolly de logeerduif was niet afgespeeld: we hadden de avonturen van Dolly van deze week gemist.
De video is al wel te bekijken op de PKN-website (klik op deze link)  en volgende week: dan hebben twee filmpjes van Dolly!

Wil de viering nog terugkijken? Kerkomroep of YouTube
Twee ‘tips van Aaltje’: de video ‘Lente in Drenthe’ tijdens het lied Breek aarde uit in jubelzangen en het stuk dat Arjan speelde tijdens de collecte.
Zo mooi; Aaltje zat al weer in tranen.

Reageren

Pagina 2 van 235

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén