De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

11 april: Vroege vogels.

Woensdagavond hadden Gerard en ik het aan tafel over de Onlanden.
Tegenwoordig ga ik zo veel mogelijk op de fiets naar het werk (wát een file-gedoe met die afsluiting van Ring Zuid in Groningen!) en dan kom ik door dat prachtige natuurgebied. Maandag was het ongewoon druk op het fietspad, vooral ’s middags: verrekijkers, telelenzen en mega-camera’s. Waarschijnlijk was er weer een bijzonder dier gespot dat ik niet zie omdat ik er te weinig verstand van heb.
(Naschrift: vanavond kreeg ik een app van vriendin Bea. ‘Vanmiddag las ik op de site van RTV Drenthe dat de zeearend broedt in de Onlanden. Waarschijnlijk waren die vogelaars daar naar op zoek!’
Hierbij een link naar dat artikel op de website van RTV Drenthe.)

“Zou ‘Vroege vogels’ al weer op televisie zijn?” vroegen we ons af.
Daarin hoor je altijd over dat soort ontdekkingen; in de Onlanden zit bijvoorbeeld een roerdomp. Het geluid dat dat beest maakt  (klinkt als een soort misthoorn) herken ik nu omdat het ooit voorbij kwam in dat programma.
Toen we gisteravond het 8-uur-Journaal hadden gezien had ik al ontdekt dat de eerste aflevering van Vroege Vogels afgelopen zondag was, dus die hebben we teruggekeken.
Die eerste aflevering van het seizoen was een special: ‘Zelf Geschoten’.
Dat is altijd mijn favoriete onderdeel van de uitzending; nu hadden ze een aantal mensen opgezocht die die filmpjes altijd opsturen naar Vroege Vogels.

Afbeelding van Timo Schlüter via Pixabay

Wat een mooie televisie!
Ik zat op het puntje van mijn stoel te genieten van mensen die laten zien hoe die filmpjes tot stand komen.
Wat ze er allemaal voor over hebben.
Hoe ze genieten van hun hobby.
En hoe trots ze zijn als hun filmpje voorbijkomt in de rubriek ‘Zelf geschoten’.

Nee, ik ga niet allemaal vertellen wat ik heb gezien, ga het zelf maar bekijken, het is prachtig!
Je kunt terugkijken op je televisie, het was er zondagavond 7 april op.
Maar als ‘service van de zaak’ geef ik je hierbij een link naar het programma op de website van BNN/VARA: Special Zelf Geschoten

 

Reageren

10 april: Dat gaat naar Den Bosch toe (2) – Een eeuwenoud gebouw.

Voor ons weekendje Den Bosch hadden we een hotel midden in het centrum gereserveerd: Golden Tulip Hotel Central.
Voor mij was dat hotel alleen al een verrassing, want het zat in een heel oud pand.
Johan Rademaker kocht het in 1905 en maakte van het gebouw een familiehotel; achterkleindochter Karin zwaait daar tegenwoordig de scepter.
Het is allemaal erg modern en stijlvol ingericht en toch hangt er een huiselijke sfeer.
Overal in het gebouw (ook op onze kamer) hingen oude foto’s van het hotel in vroeger dagen en historische afbeeldingen van Den Bosch.
En het aller-aller-leukste: naast het bed lag een historische atlas van ’s Hertogenbosch.
Meestal ligt er in zo’n nachtkastje een bijbel, maar die ken ik eigenlijk al.
Voordat we de stad ingingen om het VVV-informatiepunt op te zoeken had ik het eerste hoofdstuk al gelezen en de kaartjes bekeken: hoe zag de nederzetting er uit in de ijzertijd…?

Jheronimus Bosch (1450-1516)

Maar even terug naar het gebouw.
Het staat aan het marktplein in het centrum van de stad.
Aan datzelfde marktplein heeft ook Jheronimus Bosch gewoond en geschilderd; op het plein staat een standbeeld van hem.
Het hotel is begonnen als stadskasteel dat ridder Dirck de Roover in 1422 liet bouwen; het heette ‘de Leeuwenborg’.
Het was in gebruik als woonhuis tot 1637: toen werd het pand aangekocht door de Raad van State en werd de hoofdwacht er in gevestigd.
Dat was een centrale post, een gebouw van waaruit de schutterij of andere veiligheidsdiensten hun wachtrondes konden maken.
Onderin het gebouw was een gewelvencomplex, dat toen gebruikt werd als gevangenis waar oproerkraaiers en misdadigers werden vastgehouden.
Die functie hield het gebouw tot 1869: toen werd het in gebruik genomen als postkantoor en in 1896 kreeg het pand voor het eerst een horecabestemming.

Wij ontbeten ’s morgens in de imposante 14e eeuwse gewelvenkelder, het cellencomplex van de Hoofdwacht.
In 1986/1987 is deze ruimte volledig gerestaureerd/vernieuwd en ingericht als multifunctionele zaal voor recepties, feesten én ontbijt dus.
Als stille getuigen zag je nog de ringen aan het plafond, waar vroeger de gevangenen aan vastgeketend werden.
O man.
Als muren toch konden praten, dan wou ik wel een gesprekje met ze voeren.
Verder waren we niet veel in het hotel, wij waren voornamelijk de hort op en beleefden van alles in de stad.

Zaterdagmiddag hadden we even een ’time out’ van de stadsverkenning; na een uurtje liggen zochten we rond vijf uur het restaurant van het hotel op.
Bij de reservering hadden we een voucher gekregen: een fles Cava en een borrelplank, die gingen we inleveren.
We hadden ons er niet zoveel van voorgesteld.
“Een paar stukjes kaas en worst en wat olijven, dat zal het wel zijn. Gaan we daarna even een vissie kopen op de markt.”
Het vissie kochten we pas die zondag; de borrelplank was zo goedgevuld dat we de warme maaltijd niet gemist hebben.
De ober kwam heel officieel de fles champagne ontkurken en zo zaten wij met z’n tweeën die zaterdagmiddag met eigenlijk niks om te vieren aan een super-feestelijke borrel.
Maar ook zonder reden kunnen wij erg genieten van zo’n onverwacht feestje!

Benieuwd naar onze andere avonturen in ’s Hertogenbosch?
Hierbij een link naar deel 1, onderaan dat blog vind je een overzicht.

Reageren

9 april: Geluk.

Eind vorig jaar kreeg ik het boek ‘Shuggie Bain’ van Douglas Stuart van mijn boekenvriendin.

Dit staat er over op de achterflap:
Hugh ‘Shuggie’ Bain brengt in de jaren tachtig zijn jeugd door in een vervallen sociale huurwoning in Glasgow. Agnes, zijn moeder, is alles voor Shuggie. Zij behoudt haar trots door er altijd goed uit te zien. Toch zoekt ze steeds vaker troost in drank. Shuggie probeert intussen uit alle macht normaal te zijn, ook al ziet iedereen dat hij ‘anders’ is dan de andere jongens. Agnes steunt haar zoon, maar haar verslaving begint alles te overschaduwen, zelfs de liefde voor haar Shuggie.

Eerlijk gezegd: ik had het na 100 bladzijden bijna weggelegd. Boeken waarin alleen maar ellende wordt geëtaleerd, daar knap ik nooit zo van op. Af en toe moest ik het even wegleggen. Och gossie, die arme jongen.
Het is aandoenlijk om te lezen hoe de jongen zich staande probeert te houden: zijn vader laat zijn gezin in de steek en zijn zus en zijn broer kiezen op den duur ook eieren voor hun geld en verlaten het zinkende schip.
Daarop zitten tenslotte alleen nog Shuggie en zijn aan alcohol verslaafde moeder, die in bittere armoede leven.
Daar komt bij dat Shuggie in zijn puberteit ontdekt dat hij ‘anders’ is; daar is in het Engeland van de jaren geen ruimte voor en helemaal niet in het verpauperde Glasgow. Hij wordt getreiterd, beschimpt en mishandeld.
Maar….. hij wist niet beter; hij vond een weg om er mee om te gaan.
Hij voelt een diepe liefde voor zijn moeder en zij voor hem en dat is de rode draad in het boek.

Je weet dat het met de schrijver (het boek is autobiografisch, maar in romanvorm gegoten) goed is afgelopen.
Hij is op zijn 24e naar Amerika verhuisd, waar hij succesvol modeontwerper werd.
Deze roman werd zowel in Engeland als in Amerika door ettelijke uitgevers afgewezen, maar toen het was verschenen kreeg het gelijk de Booker Prize 2020.
Over zijn armoedige jeugd zegt hij zelf:
“Ik groeide op in een huis zonder boeken en omringd door armoede. Dit was de tijd waarin het economische beleid uit het Thatcher-tijdperk ‘de werkende mens had gedecimeerd’, waardoor de industrie van de westkust van Schotland was weggetrokken en massale werkloosheid, alcoholisme en drugsmisbruik achterbleven. (Bron: wikipedia)
Hij had graag Engelse literatuur willen studeren, maar een leraar ontmoedigde hem, door te zeggen dat het niet bij iemand met zijn achtergrond zou passen.

Het was een mooi boek, maar ik hoef eerst niet weer zo’n dramatisch boek…..

Je hebt geluk als je wiegje niet een buurt staat waar mensen muntjes uit de elektriciteitsmeter peuteren om hun drank te kunnen betalen.
Je hebt geluk als je niet in een land woont waar je in de gevangenis belandt omdat je een bos bloemen hebt gelegd bij de dood van een tegenstander van het regime.
Daniël Lohues schreef in februari een column over geluk onder de titel ‘Mazzel’ in het Dagblad van het Noorden.
Hierbij een link naar een PDF: MAZZEL
Domweg gelukkig in je onderbroek op weg naar huis.

Reageren

8 april: Dat gaat naar Den Bosch toe (1) – Een Meierijse boerin.

Stonden we zaterdagmorgen zomaar oog in oog met Zoete lieve Gerritje!
En die woont niet in Drenthe, dus we waren een eind van huis.
Hoe kwam dat zo?
In oktober vierde ik mijn verjaardag; toen Gerard vroeg wat ik van hem op mijn verjaardag wou zei ik: “Een weekendje oude stad.”
’s Hertogenbosch stond al een aantal jaren op ons ‘daar-willen-we-nog-eens-heen’-lijstje, dus we maakten plannen voor zo’n weekend in het voorjaar van 2024.

Afgelopen weekend was het zover.
En wie had kunnen denken dat we zóveel geluk met het weer zouden hebben!
Voordat we vrijdagmorgen vertrokken hadden we al wel een paar dingen benoemd die we graag zouden willen doen in Den Bosch.
– Een stadswandeling
– De kathedraal Sint Jan bekijken
– Bossche bol eten
– Terrasje-ijsje-borrelplank
– Met een fluisterbootje en een gids de Historische vaarroute doen op de Binnendieze.
“En verder kijken we wel even…..”
Alsof er na al die dingen nog tijd over is.

Al onze wensen werden vervuld en zelfs meer dan dat.
Wát een geweldig verjaardagscadeau!
Het bracht Gerard zelfs op een idee.
“Ik weet ook al wat ik van jou op mijn verjaardag wil: een weekendje Noordzeestrand!”
Gistermiddag hebben we al een weekend een Bed&Breakfast gereserveerd in de zomer in Egmond aan Zee.
En het grote voordeel van zo’n verjaardagscadeau: je mag als gever zelf ook mee!

Maar hoe zit het nou met die Gerritje die we zaterdag zagen?
Het is een boerin die omhoog kijkt naar de toeristen en Bosschenaren die vanaf de brug naar haar kijken. Naast haar op het bankje staat een korf/mand, met daarop een haan.
Die korf en haan zijn symbolen voor de goederen waarmee boerinnen uit de Meierij naar de markt in ’s Hertogenbosch kwamen om ze daar te verkopen.

Dit is deel 1 van de nieuwe blogserie over ons weekendje oude stad.
Over onze belevenissen in Den Bosch zal ik de komende weken af en toe een verhaal schrijven.
Over waarom Gerard zijn ID moest laten zien.
En die mop van die timmerman.
En ontbijten in een 14e eeuws onderaards gewelf.
Over een draak, lange rijen bij een bakker en het leggen van een loodje.
Wordt vervolgd.

Benieuwd naar wat we nog meer hebben gedaan?

10 april: 2. ontbijten in een gevangenis….. Een eeuwenoud gebouw
12 april: 3. een historische boottocht over de Binnendieze: Varen ónder de stad
16 april: 4. Een Bossche bol
….. dat is toch gewoon een Moorkop?

Wat in het vat zit:

5. Een draak in de fontein.
6. De Sint Jan, het alziend oog en het loodje.
7. Een stadswandeling op zaterdagmiddag.

Reageren

7 april: Gastblog – Rudi Touw over zijn ‘Mooie Rooie’.

Op 20 maart schreef ik over de fietscaravan ‘Mooie Rooie‘ van collega Rudi Touw.
Toen ik bij hem op bezoek was had ik hem een gastblog op mijn website aangeboden.
“Als ik er mee op pad ga laat ik het je weten.”
Inmiddels zit de eerste testrit er op: op 1 april koppelde Rudi zijn fietscaravan aan zijn fiets voor een tochtje naar Fluitenberg.

Vandaag een gastblog met zijn verhaal:

Gisteren op 1 april, geen grap, mijn eerste wat langere rit gemaakt van ongeveer 50 km met mijn ‘Mooie Rooie’.
Op weg van Zuidlaren naar Fluitenberg om de verjaardag te vieren van mijn schoonzus.

Het was een mooie test om te kijken waar ik tegenaan zou lopen.
Ik vertrok in de regen met al mijn regenkleding aan maar was blij dat ik het bij Assen weer uit kon trekken.
Ik had wind tegen, maar dan ga je gewoon een stapje hoger in de ondersteuning en dan is het prima te doen. Resultaat was wel dat de accu sneller leeg ging, maar ook doordat ik per ongeluk hem in de turbo stand had gezet.
Op een gegeven moment dacht ik: “Het gaat wel heel makkelijk” en toen ontdekte ik de verkeerde stand.
Maar heb wel besloten om toch nog een accu erbij te kopen, dan heb ik er drie en daar moet ik het dan mee doen.
Afbeelding: pauze in de Gasterse Duinen.
Ik had steeds het idee dat ik wel 100 km per dag kan fietsen, maar daar ben ik nu wel van genezen. Gewoon lekker gaan fietsen en maar kijken hoe het gaat zonder een doel te hebben voor die dag.
Gewoon genieten van het fietsen zonder iets te moeten!!!!!
Maar even terug naar de turbo stand…….
Wat was daarvan nu de oorzaak???? Mijn nieuwste aanwinst is: richting-aanwijzers op de Mooie Rooie, die ik vanaf het stuur kan bedienen. Maar bij dit bedienen drukte ik dus ook op de schakelaar voor de ondersteuning. Al doende leer je dus ;).
Vandaag naar ten Caat in Hoogeveen geweest voor betere kussens/matras. Die erin zitten zijn mij veels te hard
De ‘oude’ Ten Caat was er, zijn zoon was thuis bij de zieke kinderen. Deze Ten Caat is al 73 en nog altijd alle dagen op de zaak aan het werk en geniet daarvan. Ben daar bijna 1,5 uur geweest; we hebben leuke gesprekken gehad en ook de maten opgemeten en nieuwe kussens/matras en stof uitgezocht. ‘Mooie Rooie’ mocht in het magazijn blijven staan zodat ik hem niet heen en weer hoef te rijden.
Binnenkort word ik gebeld wanneer alles klaar is en dan zal ik hier foto’s van bij zetten.
Mocht je mij willen volgen, druk dan eerst op het pijltje links boven aan deze pagina.
Daarna op de drie streepjes links boven aan en dan op de knop volgen.
Groet en liefs Rudi.
Ben je benieuwd hoe het verder gaat met fiets-caravan-avonturen van Rudi?
Hierbij een link naar zijn blog:  Hij beschrijft hierboven hoe je hem kunt volgen.

Reageren

6 april: Dat giet ok over oonze femilie!

Het eerste blog van dit jaor gung over het sjoelen wat wij op ollejaorsdag weer daon hadden met oons gezin.
Bij dat verhaol stun een foto van Jon die de sjoeler anwees waor het vakkie van de drie zat.
Toen ik in meert het verzuuk kreeg um weer een stukkie in te leveren veur de rubriek ”Moi Noordenveld’ in ‘de Krant’ ‘ vun ik dat wel een mooi underwarp.
Zu’n blog möt dan altied nog wel een beetie anpast worden, een kop en een steert der an, zodat het ok veur lezers die mien blog niet kent te volgen is.

Ofgelopen dinsdag weur het publiceerd.
Het is altied fijn um te horen dat meinsen het stukkie waardeerd hebt.
Van Jannie kreeg ik dizze app: Wat een prachtig sjoelverhaal. Ook bij ons was het sjoelen: met de kinderen toen ze nog klein waren en ook nu is het steeds weer sjoelen met kinderen en kleinkinderen.  1e Paasdagavond met de kleinzonen erbij: geweldig! En natuurlijk een echte HOMAS sjoelbak! Het is gewoon ons verhaal in de krant.
O ja, en ook bij ons won papa altijd…..

En dat heurde ik dus vaker.
“Ik las joen stukkie. Herkenbaor heur!”
“Zo giet het bij oons ok!”
“Die psychologische oorlogsvoering komt mij bekend veur….”

He’j het blog van neijaorsdag mist en valt ‘de Krant’ niet bij joe op de deurmatte?
Hierbij een link naor een PDF met de column: 2024.02.29 Spellegies

Reageren

5 april: Magische drug.

Dinsdagavond zat ik voor het eerst sinds ruim twee maanden op de achterste rij bij de cantorij.
Die middag had ik de derde sessie bij Betty gehad.
Deze keer ging het over het loslaten/vrij laten klinken van de stem.
Als je op je borst klopt en tegelijk je stem laat klinken, dan komt er een wiebel in je stem. Op het moment dat die wiebel ontstaat laat je je stem even los.
Dat is ook gelijk één van de opdrachten die ik deze week van haar kreeg: probeer eens uit wat er met je stem gebeurt tijdens die borstklopperij.  Andere opdrachten: hoge tonen en glijtonen zingen met ademsteun en probeer vrijuit te zingen: ontspan je schouders, open je mond en gebruik je armen door ze te spreiden.
Betty had ook een opdracht voor de eerste keer cantorij: ga daar ontspannen staan en zing alleen voor jezelf.
Neem je plek in het koor in, maar werk niet te hard; het hangt niet van jou af.

Mijn koor-collega’s waren blij dat ik er weer was en ik natuurlijk ook.
“Hoe ging het?” werd er bij de koffie gevraagd.
“Beroerd.”
Buurvrouw Ilse verwoordde het als volgt: “Je zingt de helft van de helft mee en soms daar weer de helft van….”
Vermoeide keel, adem in de war (over ademen moet je niet zo hoeven nadenken), pijn bij de hoge noten, het ging niet goed.
Maar daar had Betty ook al voor gewaarschuwd: als het niet gaat, niet meezingen.
Is het te hoog als je eenstemmig zingt? Zing dan ontspannen met de mannen mee.
Wordt je keel/strottenhoofd moe? Doet het pijn? Niet meezingen.
Het gaat nu even om jou en je stem en niet om het koor.

Betty zal gelijk hebben, maar ik vond het moeilijk.
Vond ik het niks? Nee hoor, ik heb bij sommige stukken behoorlijk mee kunnen zingen en daar komt bij: ook al zing ik niet alles mee, ik kijk wel mee op de bladmuziek, dus ik leer de noten en ik maak ook aantekeningen van de opmerkingen van Karel.
De zaterdagse column van René Diekstra in het Dagblad van het Noorden heb ik met grote instemming gelezen.
De eerste zin was: ‘Koorzang is de meest magische drug.’
Als je op de afbeelding hiernaast klikt, komt hij groter in beeld, dan kun je de column lezen.

Je snapt het al: sinds dinsdagavond ben ik weer aan de drugs.

Reageren

4 april: Op naar het 5e seizoen.

De laatste ‘Holy Stitch’-bijeenkomst van het seizoen al weer en ‘volle bak’: een hele tafel vol met bijna 20 ‘steeksters’.
Toen Geke als één van de laatsten binnenkwam en iedereen een goedemiddag wenste zei hoorde niemand haar: het was al weer een gebep&geklep van belang.
Pas bij de derde, zeer luide ‘goedemiddag’ kwam er reactie van de anderen….

Op tafel stond een grote mand: daar kon onze inbreng in voor het Rad van Fortuin dat het komende weekend zal draaien bij de talenten/activiteitenmarkt voor Moldavië.
Een pop met échte pijpenkrullen, een beertje, twee knikkerzakjes en een setje onderzetters zaten er al in. Benieuwd? Kom naar Op de Helte op 7 april: wie weet win je iets!

Zwanny had iets bijzonders mee: zij maakte fotolijstjes van plastic randjes van supermarktbakjes. Waar olijven in zitten. Of oude-kaas-salade.
Van zo’n bakje knipt ze ongeveer een halve centimeter af; vervolgens haakt ze dat helemaal vol met vasten. De volgende toer zijn gehaakte schulpjes: een groepje van 5 of 6 stokjes in dezelfde vaste en dan twee vasten op de ring overslaan.
Daarachter kun je dan een foto of een leuke afbeelding prikken/plakken.
Op de afbeelding zie je een rond exemplaar, maar je kunt het ook met een rechthoekige vorm doen.
Met gemêleerd garen krijg je dit effect.

Alie was met een project voor kerst bezig.
Het was een pakket, gekocht in de Wereldwinkel, dat ze vorig jaar al had gekregen.
Het is een ‘Windlicht-engel’; in het pakket zat vilt, een patroon , borduurgaren, knopen, kraaltjes, een glas en een snoertje led-lichtjes.
Op afbeelding zie je hoe ver Alie was.

Hierbij een link naar de website van Atelier Lindelicht daar kun je het pakket bestellen. Daar vind je ook een mooie foto van hoe de engel er uit komt te zien.

Het Holy Stitch seizoen 2023/2024 is met deze laatste middag afgesloten: de vierde jaargang al weer.
Op 6 oktober 2020 gingen we van start, maar met hindernissen: we zaten toen midden in het eerste corona-jaar.
Anderhalve meter van elkaar af aan 3 aparte tafels.
Schuchter kennismaken, want we kenden elkaar lang niet allemaal.
Als je dat afzet tegen de eerste alinea van dit blog mogen we constateren dat ons steekclubje goed loopt en voldoet aan de verwachtingen die we destijds koesterden.

We komen in september weer bij elkaar voor de eerste middag in het seizoen 2024/2025, maar in de zomer worden er misschien nog wel wat gezamenlijke activiteiten opgepakt. De eerste staat al gepland op 16 april: dan gaat er een groepje naar Veenhuizen om de expositie van Geke te bekijken in ‘Zunneschien’. De kunstenares gaat dan zelf ook mee om uitleg te geven bij haar schilderijen.
Meer weten?
Lees dan nog eens het vorige blog dat ik schreef over de bijeenkomst in maart: Verstopt.
Daarin lees je meer over die tentoonstelling die de titel ‘Doodgewoon’ meekreeg.

En wat staat er op dit moment op mijn pennen?
Babyslofjes in plaats van een kaartje; die breide ik in 2014 ook al met dezelfde reden.
Voor een afbeelding en een patroonbeschrijving hierbij een link naar het blog dat ik er toen over schreef.
Ook op het Instagram-account van deze website vind je een foto van wat ik aan het breien ben.

Reageren

3 april: Chagrijn – verdwijn!

Dinsdagmorgen.
Gerard vertrekt al rond 07.00 uur richting Groningen, mijn wekker staat op 07.25 uur.
Vrije dag, maar toch aardig gevuld.
Om 12.00 uur moet ik bij Betty zijn voor de volgende stemsessie, om 14.00 uur begint Holy Stitch en vanavond ga ik weer voor het eerst naar de cantorij.
Op zo’n dag na een fantastisch weekend moet ik altijd even op gang komen; dan ben ik niet het zonnetje in huis, maar als je alleen bent heeft niemand daar last van.
Al voor negenen loop ik in een heerlijk zonnetje naar de Jumbo.
Zaterdagmorgen waren er haast geen boodschappenwagentjes meer te krijgen, nu zijn er haast geen mensen.
Wat een rust.

Bij de koelvitrine ‘halve-prijs-want-bijna-over-de-datum’ ontwaar ik een pakketje met saucijzen.
Als ik het scan komt niet de halve prijs in beeld, maar het bedrag dat de worstjes zaterdag nog kostten.
Dan heb ik geen zin in het gedoe: medewerker vragen, hoe zit het, dus ik leg het pakket weer terug.
“U moet die sticker aan de voorkant scannen” zegt een vriendelijke stem achter mij.
Geen Jumbo-medewerker, maar een winkelende mevrouw, die kennelijk mijn actie inclusief misprijzende blik had gezien.
Wat fijn dat iemand de moeite neemt om me er op attent te maken.
Dat is in onze ‘ieder-voor-zich’-maatschappij beslist niet meer vanzelfsprekend.

Bij de zelfscankassa komt een moeder naast mij staan met een peutertje dat in het zitje op het karretje zit.
Het meisje zit stralend een liedje te zingen en roept ondertussen van alles tegen mama, waar ik niets van versta.
Ze stralen zoveel plezier uit dat ik daar bijna fysiek van opknap.
Met een boodschappentas in elke hand wandel ik weer terug naar huis; een achterbuurvrouw staat te rommelen met haar tuindeur, rollator en haar hondje, dus ik help haar even de deur open te houden.
“Lekker weer, hé?”
“Ja, maor dat blift nait zo. Kiek maor naor de lucht, dat liekt onrustig.”
Zij is nog van de generatie die naar de lucht kijkt; ik kijk op Buienradar.nl en daar hebben we het samen nog even over.

Eenmaal thuis is er van het ochtendhumeur van het begin van de dag al niets meer over.
Ik ruim de boodschappen op, schrijf dit blog en maak een witlofschotel voor na de Holy Stitch.
Aan de koffie zie ik de paaskuikens en -eieren nog overal in huis: tijd om het huis te ‘ont-Pasen’.
Het enige decoratieve dat nog aan Pasen herinnert zijn de chocoladepaaseitjes, maar ook die zullen als sneeuw voor de zon verdwijnen in dit huis, net als het chagrijn.

Reageren

2 april: “Waar is dit voor?”

Gisteren waren we weer even compleet met ons gezin.  Tweede Paasdag combineerden we met het vieren van onze  41e trouwdag. Een gezamenlijke lunch, een boom klaverjassen, thee/koffie met ‘de slacht’ van de grote chocolade paashaas en paaseitjes die heel hard gingen.  Rond 18.00 uur hadden we een grote, ronde tafel besproken bij Jasmijn Garden in Assen; een ‘Wok-Live cooking-Buffet-restaurant waar wij graag met een groep neerstrijken.
We toasten met elkaar ‘op weer een jaar én op elkaar’ en genoten van al het lekkers dat we konden wokken, bakken en opscheppen.

Midden op die ronde tafel bevond zich een groot glazen draaiplateau (zie de afbeelding hiernaast).
“Waar zou dit voor zijn?”
Verschillende mogelijkheden passeerden de revue: dat je je favoriete gerecht naar je toe kunt draaien als je een rijsttafel hebt besteld?
Dat je elkaar gerechten kunt laten proeven door ze ‘door te draaien’? Om de vuile vaat op te zetten?
Dat laatste leek ons de meest plausibele verklaring, dus na de eerste ronde zetten we de soepkommen en lege flesjes op die schijf en zowaar: ze werden na een tijdje opgehaald.
Ondertussen moet iedereen er natuurlijk aan zitten en even aan draaien.
Halverwege de maaltijd ontdekten de Waninges nog een handig aspect van het draaiplateau.
Niet iedereen ging namelijk na het halen van eten weer op dezelfde plek aan tafel zitten, maar schoof gezellig naast iemand anders.
“Kun je mijn Rivella even doordraaien? Die staat nog aan de overkant.”
“Wie wil mijn bestek even deze kant op draaien? Ligt dáár nog ….”

We kregen het over de datum: het was namelijk gisteren 1 april.
Ik vertelde dat Gerard mij ’s morgens al voor de gek hield.
Wij willen achter ons huis een nieuwe grasmat; hij had zaterdag graszaad gezaaid op het inmiddels kale, zwarte stuk grond bij ons achter het huis. Hij stond voor de schuifpui naar buiten te kijken en zei: “Ik geloof dat het gras er al doorkomt!”
Ik schudde mijn hoofd over zijn grenzeloze optimisme en antwoordde: “Dat kan niet, Gerard” maar keek toch speurend naar buiten.
Lachend constateerde hij: “Nee hè? Het is ook nog maar 1 april….”
O ja. Ingestonken.

De kinderen kwamen met het verhaal van de 1-aprilgrap van de HEMA; die hadden een ‘Rookworst-Drive-through’ bedacht.
De dames vonden het eigenlijk jammer dat het grap was, die zagen zich zelf nog wel eens zo’n rookworst snaaien langs de snelweg.
Gerard en ik hadden gehoord dat bij RTV Drenthe een nieuw themakanaal van start ging: Dreuge Worst TV.
Daarop kun je 24 uur per dag live het betoverende droogproces van worsten aan de wiemel volgen.
Dat kan toch haast niet waar zijn?

Maandag is altijd een werkdag voor mij, maar gisteren vierde ik echt mijn vrije dag.
Gistermorgen zaten Gerard ik lekker uitgeslapen met z’n tweeën aan de koffie en we bedachten dat ons leven er zo uit ziet als we ooit met pensioen gaan.
Later.
Als we groot zijn 😉

Reageren

Pagina 2 van 338

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén