De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

14 febrewoari: Harm vertelt, boeit en ontroert.

Vrijdagmiddag 12 februari. Wij wordt  om 13.45 u verwacht in de Catharina karke veur een opname van een biezundere karkdienst: de Preek van de leek,  verzorgd deur Harm Dijkstra. Wat een mooi uutstappie in coronatied en wat een buutenkaans um  dizze helft van het duo Harm&Roelof ‘in levende lijve’ te ontmoeten.

As wij binnenkomt stiet alles al klaor. Koster Gerard hef de karke lekker warm en een blauw oog.  “Te passe west met scheuveln…” Zien humeur hef d’r niet under te lieden: wij bint maor met een paor meinsen, maar ’t is ok al geliek weer gezellig, ondanks de anderhalve meter en de mondkappies.

As de opname begunt het ‘mien Gerard’ Harm welkom en nuumt de commissie Vörming en toerusting ‘de meinsen die oonze  geleufsakkers bewarkt’; daornao gef e het woord an Harm. Die begunde met het vertrouwde  lied ‘Daor  in de verte lig mijn dorp’. Dat ken ik allent maor in de versie samen met Roelof, maor dizze  solo-uutvoering  is ok prachtig   ‘…..men zöt de meul, men zöt de toren…. ‘
Daornao  stelt Harm zöch veur en vertelt wat over zien veurbereidings veur dizze  karkdienst.
Hij is zölf niet met het geleuf opgruid en haar de domnee uut  Slien vraogt naor  de opbouw van een karkelijke viering.
Harm gaf gustermiddag zien eigen invulling an de begrippen  kyrie, gloria en preek bij het thema ‘Heb uw naaste lief’.

Harm vertelt, hij boeit en hij ontroert.
De ontroering zat bij mij vooral in de meziek.
Harm zit achter de piano en zingt.
Over een Syrisch wichie dat as vluchteling in Slien trechtekommen  is. Ie ziet heur fietsen met heur  kleine breurtie achterop.
Over Achmed en Yusuf die staot te vissen an t Oranjekanaal,  die mekaor niet kunt verstaon, maor die mekaor vindt in de universele  ‘visserspraot’.
En dat allemaol in het Drents, waordeur het nog wat dichter bij je ziel komt.

De ‘Preek van de leek’ is een concept  binnen de landelijke PKN-karke, waorbij iene die bekend is uut de media (cabaretier, politicus, schriever etc.) een karkdienst veurbereid en daorin zien visie gef, gebaseerd op biebelteksten. In Harms visie kun ik mij ok prima vinden, hij maakte indruk met zien verhaal en zien kiek op de karke en de biebel.

Nou bi’j netuurlijk allemaole slim neisgierig naor dizze karkdienst.
Het goeie neis is da’j de hiele opname kunt beluusteren en/of bekieken.
Dat kan via Kerkomroep (14 februari 09.52 ) of via het YouTubekanaal van de Catharinakarke, hierbij een link: Catharinakerk Roden.
Het duurt eem veurdat het begunt, de eerste tien minuten is tekst/informatie.
Wo’j reageren op dizze ‘Preek van de leek’? Dat kunt Harm en wij (van de PKN) arg waarderen: reacties ku’j sturen naor het emailadres webmasters@pkn-roden.nl of via het reactie-formulier onder an dit blog.

Reageren

13 februari: Het nieuwe lezen

Zoals ik als kind uitkeek naar de dag dat ik naar de eerste klas van de Lagere School mocht waar ik zou leren lezen, zo keek ik in 1994 uit naar de eerste computer die Gerard en ik kochten.
In 1986, toen ik stopte met betaald werken, werkte ik bij Justitie in Assen al met een computer/tekstverwerker, dus ik wist wat er allemaal mogelijk was.
De computer is voor mij één van de zegeningen van deze tijd.

Lezen. Vroeger las je boeken, tijdschriften en kranten.
Voor het laatste nieuws was je aangewezen op radio en tv; ik vond teletekst destijds al geweldig.

Met de computer kwam ook de toegang tot internet ons huis binnen en kon je schier eindeloos informatie verkrijgen over de meest uiteenlopende onderwerpen.
Mijn vader (hij overleed in 2008) vond dat internet een werelduitvinding. Hij kon zich helemaal verliezen in het switchen van de ene naar de andere website en heeft wel eens verzucht: “Eigenlijk ben ik te vroeg geboren.”
Als kind van mijn vader is mijn nieuwsgierigheid ook bijna niet te bevredigen. Hoe zat dat dan? Hoe kwam dat dan? Wat is er dan precies gebeurd?

Zie ik een documentaire over ‘the Windsors’ met het verhaal van Edward VIII  op televisie, dan zoek ik alle achtergrond-informatie op over Wallis Simpson. Dan wil ik weten hoe het verder met die twee ging en of zo ook gelukkig waren. Dat soort vragen kun je tegenwoordig allemaal opzoeken op internet; vaak begin ik mijn zoektocht op Wikipedia en van daaruit kom ik bijna alles te weten.
Zo gaat het ook met boeken die ik lees. Gaat het over een grote ramp in de wereldgeschiedenis? Dan zoek ik de informatie er bij. Lees ik iets over een beroemd schilderij? Ik zoek met ‘afbeeldingen’ het plaatje er bij.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over alle andere dingen die ik al turend op mijn beeldschermen (computer, telefoon, tablet) al lezend tot mij neem.
Nieuws op Nos.nl, royaltyverhalen op Vorsten.nl, herkenbare 50+-verhalen op Saarmagazine.nl, handwerkinspiratie op Blijdatikbrei.nl, kerkelijke informatie op PKN-Roden.nl.
Het lezen is heel langzaam verschoven van papier naar beeldscherm, maar de nieuwste vorm van informatie opnemen wint ook steeds meer terrein: de podcast. Daar maak ik ook al gebruik van, al heb ik het idee dat er op dat gebied nog heel wat valt te ontdekken.

Van vrienden hoor ik dat je tegenwoordig bijna alle boeken ook digitaal kunt kopen en dat je die dan kunt lezen met je E-reader.
Dat zal best, maar dat gaat Aaltje niet doen; die schermen zie ik namelijk al veel te veel, o.a. op mijn werk. Voor mijn ogen en voor mijn geest is het beter om voor de broodnodige ontspanning te genieten van een papieren boek.
Rustig één voor één de bladzijden omslaan, jezelf een beeld vormen van de personages en hun entourage en opgekruld op de bank meeleven met de hoofdpersonen.
Heerlijk even met kop en oren ‘in een boek zitten’.

Inmiddels heb ik een manier gevonden om alle bovenstaande vormen van lezen te combineren, waarbij ik nog steeds moet oppassen dat ik het ‘schermlezen’ voor mezelf begrens.

Door 6 jaar ‘Waarde van de dag’ lees ik niet alleen, maar word ik ook gelezen.
Een bijzondere ervaring!

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’.

Reageren

12 februari: TBONTB – Lezen

Vandaag weer een hoofdstuk uit het boek, dit blog gaat over het onderwerp ‘Lezen’. Op de introductiepagina van dit onderwerp, te vinden in de menubalk, vertel ik over hoe ik het lezen als kind beleefde.
Vaste waarde in mijn kindertijd was de Donald Duck, die iedere week bij ons thuis op de deurmat viel.
We hebben ze zoveel gelezen dat de jaargangen die ik had bewaard niet veel meer opbrachten: beduimeld, soms gescheurd, losse bladen en ezelsoren.

Als we op vakantie gingen lag er vaak een hele jaargang ‘Duckies’ tussen mijn broer en mij in.
Het mooist waren de lange ‘avonturen-verhalen’ (over een spook in Schotland of een geest in een Inca-ruïne) die in drie of vier afleveringen werden geplaatst, die kon je dan op zo’n lange reis allemaal achter elkaar lezen.  Sommige verhalen met Zwarte Magica die op slinkse wijze oom Dagobert zijn geluksdubbeltje probeerde af te pakken kan ik me nog zo voor de geest halen.

Eén van mijn favoriete schrijvers is Robert Goddard; waarom dat zo is schreef ik in 2017 in een blog.
Hij schrijft boeken waarin je langzaam wordt meegezogen in intriges en spannende toestanden, waarbij bijna altijd iets uit het verleden een rol speelt en waarbij je soms compleet verrast wordt door mooie plotwendingen. Ik ben verzot op dit soort verhalen, die bijvoorbeeld ook worden geschreven door Peter Robinson.

In de loop van de jaren ben ik nogal eens door anderen op het spoor van bepaalde boeken gezet.
Als mijn vader vroeger zei: “Dit is misschien ok wel wat veur die” dan had hij meestal gelijk.
Andersom was dat ook zo, maar één keer was er een boekenserie die ik prachtig vond en mijn vader helemaal niet: de Harry Potter reeks. Fantasie-boeken vond hij helemaal niks.
Ook ik heb een genre dat ik nooit lees: science fiction.
Aliens, raketten, andere planeten; het is aan mij allemaal niet besteed.

Het laatste jaar heb ik me mee laten slepen door de verhalen over de Zeven Zussen.
Ik las ze niet allemaal achter elkaar; steeds als ik een deel uit had, las ik even een ander boek voor de broodnodige variatie.
Soms koop ik boeken, soms krijg ik ze en soms geeft iemand mij een boek te leen “Dit moet je lezen!”

Lezen.
Je even terugtrekken in een andere wereld.
Lezen is dromen met je ogen open.
Meer weten over lezen in het algemeen?
Hierbij een link naar ‘Lezen.nl’.

Ook voor deze categorie zocht ik een paar blogs uit het verleden:

Wie weet nog wie Vrouw Holle is?
Een blog uit 2014 over mijn liefde voor sprookjes en over hoe Gerard de kinderen per ongeluk een gruwelijk sprookje voorlas.

Filistijnen en Romeinen
Een verhaal over voorlezen, de boeken van Asterix en Obelix en hoe in ons gezin strip- en bijbelverhalen soms door elkaar heen liepen.

Wat is zich encanailleren?
Een blog uit 2019 over Joop ter Heul, een boek van meer dan honderd jaar uit en hoe onze maatschappij is veranderd.

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’.

Reageren

11 februari Voeg leven toe aan de dagen (8) – Hulpmiddelen. Ook voor jou.

Deel 8 van deze blogserie behandelt de ‘Hulpmiddelen‘.
Veel mensen besluiten veel te laat om gebruik te maken van een hulpmiddel.
Bij hulpmiddelen moet je denken aan een bril, een gehoorapparaat, een rollator.
Of van die handgrepen in de WC/douche.
Of een traplift.
Het bijzondere aan hulpmiddelen is dat iedereen vindt dat een ander ze zou moeten gebruiken.
Mijn moeder in 2015: “Ik snap niet dat Jan Stadman die rollator niet gebruukt, hij löp nou haost hielemaol niet meer buuten.”
Mijn moeder in 2017: “Ik gao toch niet met zu’n rollator bij de pad lopen!”

Als je zelf aan zo’n hulpmiddel toe bent vind je het altijd te vroeg.

… een leesbrilletje….

Hulpmiddelen worden geassocieerd met ‘oud en gebrekkig’ en dat wil niemand zijn.
Dat begon bij mij eigenlijk al halverwege de veertig, toen ik in de Jumbo het boodschappenbriefje steeds verder van me af moest houden om te kunnen lezen wat ik mee moest nemen.
“Wat ga je doen?” vroeg iemand toen aan mij “Laat je je armen verlengen of koop je eens een leesbril.”
O.
Ha ha.
Maar ondertussen denk je: Leesbril? Zo oud ben ik toch nog niet…..
Na drie jaar had ik wel 10 van die dingen.
Voor iedere ruimte één (zie afbeelding).
Inmiddels heb ik al drie jaar een vaste bril met varifocus glazen.

En over bovenstaande rollator: de eerste gedachte is “Nee toch! Ik toch niet!”
Maar als je bijna niet meer kunt lopen zonder rollator kom je soms weken niet meer buiten.
Als die rollator dan toch eindelijk wordt ingeschakeld is de algehele lichamelijke conditie al behoorlijk achteruit gekacheld.

Ander voorbeeld: wanneer schaf je een gehoorapparaat aan?
Als je het gevoel hebt dat je het allemaal niet meer zo goed meekrijgt?
Of wacht je tot niemand je meer bij een gesprek betrekt, want je verstaat het toch niet.

Stel het dus niet uit!
Geef je er aan over, maak er grapjes over, maar maak er wél gebruik van.
Ook als je eigenlijk vindt dat het voor jou nog niet aan de orde is.
Hulpmiddelen maken je niet oud.
Juist het geen gebruik maken van hulpmiddelen, waardoor je lichamelijk en/of geestelijk achteruit gaat maakt oud.

Levensquote 8:

Één van de moeilijkste dingen,
die je in je leven zult leren,
is dat het lot je ooit zal dwingen,
om hulp te accepteren.
(gedicht: Martin Gijzemijter

Klik hier voor de andere delen van deze serie:
1. Leeftijd
Leeftijd is maar een getal en volledig irrelevant, tenzij je een fles wijn bent.
2. Gezondheid
Voor je lichaam zorgen is een investering; je krijgt er iets voor terug dat onbetaalbaar is.
3. Niet afgeschreven
Of je als oudere ‘afgescheven’ bent, heeft voor een groot deel met je eigen instelling te maken.
4. Er op uit gaan 
Als je het zonnetje in huis wilt worden, moet je naar buiten om de kunst af te kijken.
5. Niet te snel opgeven
Rust roest
6. Gezelschap
Zoek het gezelschap van diegenen die het beste in je wakker maken.
7. Nooit te oud om te leren
Op het moment dat je je ergens te oud voor voelt, moet je het juist gaan doen.
8. Hulpmiddelen. Ook voor jou.
Één van de moeilijkste dingen, die je in je leven zult leren,
is dat het lot je ooit zal dwingen,  om hulp te accepteren.  (gedicht: Martin Gijzemijter

Het laatste deel dat nog volgt:
9. Geen spijt.

Reageren

10 februari: Waarom moet dat van Erik?

Gisteren schreef ik al: wij moeten iedere dag een ommetje maken van Erik.
Die Erik is Professor Scherder; hij geeft je tips en opdrachten als je de ‘Ommetje-app’ van de Hersenstichting download.
Dit staat erover op hun website:

Maak wandelen nog leuker met de Ommetje-app.
Wandelen houdt je hersenen gezond. De Ommetje-app motiveert je om dagelijks een ommetje te lopen. 
Start met vrienden, familie of collega’s een eigen wandelcompetitie of ga de uitdaging aan tegen de rest van Nederland. Zo motiveer je elkaar om dagelijks een ommetje te maken. De app is ontwikkeld met hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder. Hij deel regelmatig een hersenfeitje. Loop je mee? 

Hierbij een link naar meer informatie op de website van de Hersenstichting.

Wij zijn een competitie gestart met ons gezin.
Net als bij sjoelen, kegelen, klaverjassen en noem alle andere spelletjes maar op wil iedereen winnen, lees: bovenaan staan in het klassement.
Je bent een Waninge of je bent het niet.
De app is een groot succes; dat komt natuurlijk vooral omdat we nu in coronatijd leven en we veel te veel binnen zitten.

Gerard en ik proberen nu iedere dag in ieder geval één ommetje te maken, wat dus resulteerde in een ommetje met frisse tegenzin in de sneeuwjacht op zondagmiddag.
KOUD! Snijdende WIND!
Maandagmiddag liepen we even naar de Mensinge, toen was het niet veel beter.
Van nature hou ik niet van kou, sneeuw en ijs. Wintersport en schaatsen zijn aan mij niet besteed.
Het bijzondere is dat ik voor Erik tegen heug en meug naar buiten ga en na een half uurtje ‘ganz und gar erholt’ (om met wintersporttermen te spreken) weer binnen stap.
Lekker fris om de kop en even stevig bewogen door het geploeter in de sneeuw.

Wat ik leuk vind aan deze app is niet bovenaan staan in de competitie (in ons gezin win ik dit soort dingen nooit), maar het onderdeel ‘Hersenweetjes’.
Na ieder gelopen Ommetje ontvang je een willekeurig Hersenweetje van Erik Scherder. Net zoals met flippo’s krijg je soms een dubbele. Je kunt deze weetjes allemaal verzamelen om de medaille te behalen. Ik kreeg bijvoorbeeld weetje #4: Regelmatige beweging kan je weerstand verhogen. Dat verkleint de kans op ziektes en infecties, zoals diabetes, virussen en hart- en vaatziekten. 
Na drie dagen elke dag een ommetje heb ik de Bronzen medaille verdiend.
Het maakt alle ontberingen goed……. ik had ook al een zwak voor sleutelhangers, speldjes en flippo’s.

Reageren

9 februari: Wij kriegt ander weer……

Toen ik nog bij mijn ouders  thuis woonde kon mijn vader zo maar out of the blue zeggen: “Wij kriegt ander weer, ik vuul het an mien voet”.
Hij had een ongeluk gehad, waarbij hij een deel van zijn grote teen was verloren en het litteken van die wond speelde af en toe op.
Als er een weersomslag aan zat te komen voelde hij dat; wij konden ons daar niet zoveel bij voorstellen en deden er een beetje lacherig over.
“Mien va kan met zien tienen het weer veurspellen…!”

In 2018 heb ik een hartoperatie ondergaan, waarbij er groot litteken ontstond op mijn bovenlichaam.
Inmiddels begrijp ik wat mijn vader bedoelde; als er een weeromslag aan zit te komen voel ik het ook.
Meestal is het een licht trekkerig gevoel, maar eind vorige week, toen de winter er aan zat te komen, was het erger.
Het leek alsof de huid strakker om het litteken zat en voelde echt vervelend.
Het heeft te maken met de luchtdrukverschillen; ons hele lichaam reageert daarop.
Daar merk je gewoonlijk niets van, maar rondom een litteken zijn de zenuwen en de huid wat gevoeliger omdat het weefsel daar stuk is geweest.

En we kregen ander weer!
Wat een sneeuw kregen we en wat een spectaculaire duinen ontstonden er door de harde wind.
We bekeken het natuurverschijnsel grotendeels vanuit ons warme huis, maar we gingen er zondagmiddag ook nog wel even uit voor een ommetje.
Moest van Erik. Daarover morgen meer.
Je hebt vast al een heleboel foto’s gezien van de sneeuw en de duinen; een groot verschil met 1979 toen niemand een mobiele telefoon had en ook geen digitaal fototoestel.
Vandaag op dit ‘weerblog’ twee afbeeldingen. De eerste is van onze tuinkabouter, Gradus. Ken je hem niet? Hij heet officieel Gradus van de Lansbulten; hij is in 2019 op camping de Lansbulten door mij persoonlijk gered van vereenzaming en verval. (zie: Een nieuw sprookje…). Gradus heet nu even officieel ‘Gradus van de Sneibulten’.
De andere foto maakte ik bij Havezathe Mensinge, gistermiddag.
Toen moesten we weer van Erik een ommetje maken, daarover later meer.
Mij trof het beeld van die Drentse veldkei, waar de wind een wonderlijke sneeuwvorm omheen had gewaaid.
(klik op de foto’s voor een vergroting.)

 

Reageren

8 februari: Paulus en de supporters van FC Emmen.

Wat een wonderlijke combinatie van begrippen in de titel van dit blog!
Ze kwamen samen in een gesprek dat Gerard en ik voerden na afloop van de viering van onze PKN-gemeente gistermorgen die we bekeken vanaf onze bank.
Het thema van die viering was een gedeelte uit de brief die de apostel Paulus schreef aan de christelijke gemeente in Korinte.
(Benieuwd naar wat Paulus daarover schrijft? Hierbij een link naar het gedeelte in de Basisbijbel online, even doorscrollen naar vers 24).
Paulus gebruikt de sport als metafoor voor het geloofsleven.
Als je iets wil bereiken in de sport moet je jezelf trainen en technieken aanleren.
Ook als christenen kunnen we niet zonder training.
Waarvoor trainen wij dan? En hoe en waar trainen we dan?
Denk daarbij vooral aan de kerkdienst; vroeger werd een zondagse viering een ‘godsdienstoefening’ genoemd.
We oefenen o.a. door te horen waar het werkelijk om gaat in het leven, dat we de minste durven te zijn en dat we meeleven met anderen.
We trainen door het zingen van liederen; soms heel bekende liederen , waarvan de woorden en melodie in ons lijf zijn gaan zitten, zodat ze er op momenten dat het er op aan komt soepel en vanzelf uitkomen.
We oefenen door te bidden, te belijden, te zingen en te luisteren.
Eigenlijk doe je ons gemeenteleven te kort door in dit verband alleen de kerkdienst te noemen: in mijn geval oefen ik ook op de cantorij, de gespreksgroep ’93, de bijeenkomsten uit het Activiteitenboekje, door het vrijwilligerswerk in de gemeente en tijdens de ontmoeting met andere gemeenteleden bij de koffie in de hal.

We hoorden na de preek het lied ‘Welk een vriend is onze Jezus’, uitgevoerd in het Oegandees. Mét een mooie tegenstem, die we vroeger bij Hosanna ook zongen.
Een lied dat ik kan dromen, alle drie coupletten; ik zong het al met kinderkoor ‘de Schakeltjes’ in Hoogersmilde. Een voorbeeld van een lied dat ik zo vaak geoefend heb, dat het er moeiteloos uitkomt als het nodig is. ‘I know it by heart’ is de Engels uitdrukking. Naast het hoofd is namelijk ook het hart er mee gemoeid.

Na de viering vertelde Gerard dat in het nieuws was dat de supporters van FC Emmen als één blok achter hun voetbalclub en trainer Lukkien bleven en staan, ondanks het feit dat ze onder aan in de competitie bungelen. Dit in tegenstelling tot andere prof-clubs, die onmiddellijk hun trainer aan de kant zetten als de resultaten tegenvallen.
Dit onderdeel van de sport had ik in het verhaal van de predikant gemist, maar het hoort er wat mij betreft ook bij: de supporters die je aanmoedigen.
In het geloofsleven zijn dat de andere christenen; mensen die je aanmoedigen, die je blijven steunen, ook als het eens niet meezit.

Met dat gegeven in het achterhoofd hoorden we gistermorgen bij de mededelingen een enorme opsteker in deze lastige coronatijden: de actie kerkbalans had meer geld opgebracht dan waar in de begroting op gerekend was.
Kijk.
Dat zijn echte supporters.

Niet vergeten hè, a.s zondag: Harm Dijkstra (bekend van RTV Drenthe) gaat ons in het kader van ‘Preek van een Leek’ vertellen over zijn beleving bij de bijbelse opdracht: Heb uw naaste lief. Iedereen kan het volgen op Kerkomroep en YouTube.
Meer weten? Bekijk dan deze flyer. 

Reageren

7 februari: TBONTB – Verborgen en herinnerd verleden.(2)

Gisteren lazen we deel 1 van Gerards gastblog over zijn vader; dit waren de laatste regels:

Hoe hard was het allemaal voor mijn vader, die niet alleen z’n ouders moest missen,  maar ook z’n twee oudere broers, die hij maar heel af en toe zag.

Albert Waninge

Ik zou hem vragen naar zijn zusje Roelie, hoe hij zich samen met haar staande hield in het pleeggezin.
Ze hielpen beide op de boerderij en werden volgens mijn moeder goed verzorgd, maar wat heeft die periode met hem gedaan?
Ik zou hem vragen: “Als je je leven mocht overdoen, zou je dan je zus en zwager achterna gegaan zijn en emigreren naar Canada?”
Wat ik uit verhalen weet, is dat bij het vertrek hij zijn zus had toegezegd dat ze hen achterna zouden reizen.
Toch niet dus, mijn moeder was nogal honkvast en zag dat niet zitten.
Ik zou met m’n vader praten over zijn ambities en drang om zelfstandig boer te worden.
Het was 1961, in plaats van Canada werd de volgende grote stap een eigen boerderijtje in het Drentse Geeuwenbrug.
Met zijn gezin met toen vier kinderen begon hij met het melken van 1 koe en werkte hij in ploegendiensten op de aardappelmeel- en later op de kalkzandsteen fabriek.
Het moet hard werken zijn geweest voor hem. Vijf jaar later groeide niet alleen het aantal koeien maar ook het gezin breidde zich uit van 4 naar 7.

Mijn herinneringen uit het verleden. 

Wat ik nog goed weet is dat in 1974 na 22 jaar zijn zus Roelie voor een familiebezoek naar Nederland kwam.
Een vrolijke tante die volgens de familie wel erg Canadees was geworden.
Mijn vader vond het allemaal geweldig; als ik er aan terug denk moet dat één van de gelukkigste momenten zijn geweest in het leven van mijn vader.
Ook toen beloofde mijn vader weer bij het vertrek van zijn zus haar een keer op te zoeken in Canada.

Roelie Waninge

Helaas  liep het heel anders, de jaren daarna waren erg zwaar voor mijn ouders.
In 1975 overleed zijn zus plotseling op 50 jarige leeftijd. Wat ik nog weet is dat m`n vader daar niet over kon praten en dat hij stil en in zich zelf gekeerd was.
De 25 jarige trouwdag van m’n ouders werd in dat jaar niet groots gevierd; hij kon het niet. Over een bezoek aan Canada werd daarna nooit meer gesproken.
Zijn relatie met z’n broers was goed, maar met zijn zusje had hij bijzondere band.
Vervolgens brandde in 1976 onze boerderij af en we waren allerminst goed verzekerd; een periode waarin hij verdriet en stress het hoofd moest bieden.
Dat heeft hij,  mede door de steun van mijn moeder, goed doorstaan.
Het advies was destijds om te stoppen met het boerenleven, maar hij wilde zo graag boer blijven.
En zo geschiedde. Mijn moeder en mijn jongste broers en ik ( jongens van toen 16-14 en 11 jaar) stonden ons mannetje en hielpen waar we konden.
Misschien heb ik het ‘dóórgaan en niet opgeven’ wel van mijn vader geleerd.
Hij heeft het niet alleen gedaan, maar hij gaf nooit op wat hij voor ogen had.
Hij was trouw aan mijn moeder en legde de basis voor een hecht gezin en een eigen plek op de boerderij waar hij zich thuis voelde.
Hij gaf ons als kinderen een veilig thuis en een eigen plek, zoals hij die zelf nooit heeft gehad.

Naast het ‘verborgen verleden’ overheersen goede herinneringen en dankbaarheid.

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’.

Reageren

6 februari – TBONTB: Verborgen en herinnerd verleden (1)

Een gastblog van Gerard over zijn vader: 

Een programma dat Ada en ik niet snel missen is Verborgen Verleden, waarin bekende Nederlanders opzoek gaan naar de familielijnen en de verhalen over hun voorouders.
Meestal zijn ze op zoek naar ontbrekende informatie over hun voorouders. Wat opvalt is dat ze  soms maar weinig weten over hun komaf. Je kunt tegenwoordig via Google veel vinden over de stamboom van je familie. Maar weet je dan ook wie je (voor)ouders waren en hoe ze leefden?
Wie waren ze en wat hebben ze meegemaakt?
Nou echt weten nee, tenminste ik niet van mijn vader en zijn voorouders.
Mijn vader, Albert Waninge, leefde van 25 december 1923 tot 4 februari 1998; hij is geboren in Pesse uit een tweede huwelijk van Hendrik Waninge en Margje de Weerd. Op de afbeelding zie je hoe het gebied rond Pesse er uitzag in die tijd. (Er op klikken voor een vergroting).
Zij kregen vier kinderen. Mijn vader had twee oudere broers en een jonger zusje.
Toen mijn vader tien jaar oud was stierf zijn moeder, mijn Oma Waninge op haar 40e.
Mijn Opa was toen al 75 jaar en kon alleen niet voor de kinderen zorgen.
De kinderen werden ondergebracht bij familie van mijn oma, hun moeder.
Mijn vader en zijn zusje Roelie maakten zo`n 15 jaar deel uit van het gezin Eilders, hun halfzus, aan de Beilervaart.
(op de afbeelding links de boerderij aan de Beilervaart.)

Mijn verborgen verleden

Zo af en toe zat m`n vader op de praatstoel. Hij vertelde ons dan over de tijd dat hij net getrouwd was met mijn moeder, ze woonden toen in de Noordoostpolder van 1950 tot 1961. Over de boeren waarvoor hij werkte en waar ze hebben gewoond. Want veranderen van boer (en dat deed hij nog al eens) betekende vaak ook weer verhuizen. Hij vertelde over de Zeeuwse-, Friese- en Groninger boeren en hun dialecten. De Friese boer die tegen z`n knecht riep: “’t Ken net jonge!!” En prompt reed de knecht met de tractor ergens tegen aan, omdat hij dacht dat het net kon. Mijn vader kon er de humor wel van in zien.
Zo ook van een arbeidersgezin dat aan de keukentafel de kansen besprak om zelf boer te worden op zo`n staatsboerderij. “Ach” merkte de vader op “dan moet ik wel een hele goeie kruiwagen hebben.” Zoontje keek naar buiten en zag de kruiwagen staan met een stuk uit het houten wiel. “Ja Va, is dat zo?” Hij zag de kansen gelijk verdwijnen. Het waren goeie jaren in de polder, vooral de eerste jaren omdat zijn zus Roelie en zwager Rieks daar ook waren gaan werken en wonen.

Stel dat ik mijn vader nog eens zou kunnen interviewen, wat zou ik dan nog willen weten?
Hij sprak niet makkelijk over iets wat moeilijk en zwaar was geweest voor hem.
Hij had niet geleerd om zijn gevoelens te uiten of misschien zat het wel niet in z`n genen.
Ik zou hem dan vragen wat hij zich nog herinnert van zijn ouders. Ik zou graag willen dat er nog foto`s van hen waren en dat m’n vader aan de hand van een fotoboek verhalen uit dat verborgen verleden vertelde. Bijvoorbeeld over zijn veel te vroeg overleden moeder, hoe was zij?
En over z’n oude vader die al snel na het overlijden van zijn vrouw ook niet voor zich zelf kon zorgen.
Hoe hard was het allemaal voor mijn vader, die niet alleen z’n ouders moest missen,  maar ook z’n twee oudere broers, die hij maar heel af en toe zag.

Ik zou hem vragen naar zijn zusje Roelie, hoe…….

Morgen verschijnt op deze website deel 2 van dit gastblog.
Benieuwd naar de trouwfoto van Albert en Harmina Waninge-Boer? Bekijk de afbeelding op Instagram.

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’.

Reageren

5 februari: TBONTB – Gastblogs & Lezer van de maand.

Als je in de menubalk van deze site klikt op ‘Gastblogs’ kom je op een pagina waar ik de gastbloggers op deze site introduceer.
Naast deze gastbloggers geef ik één keer in de maand een podium aan ‘de Lezer van de maand’, deze rubriek is in oktober 2018 in het leven geroepen.

Van te voren geef ik bij mijn bloggasten altijd aan dat ik voor mezelf een limiet van 500 woorden per blog aanhoud, maar bijna niemand houdt zich daaraan. Als je namelijk over je hobby schrijft of iets waar je heel enthousiast over bent, dan lukt dat niet binnen die limiet. Waar het hart vol van is loopt de mond immers van over. Eén van de lezers van de maand wist dat zelf ook al: ‘Ik heb echt serieus mijn best gedaan…..”
Wat ik telkens merk is dat mensen zelf erg kritisch zijn over hun tekst en het ook wel spannend vinden dat het wordt gepubliceerd. “Wie leest dat dan allemaal?” vragen ze zich af.
Soms is het zelfs zo dat lezers in eerste instantie toezeggen om mee te doen en dan toch later afhaken, meestal omdat ze dan zijn gaan nadenken over de impact die zo’n blog kan hebben.
“Ik ga het toch niet doen, het past niet bij mij.” of “Het voelt toch niet goed.” zijn dan de redenen die mensen opgeven. Begrijpelijk. Je kunt namelijk nooit helemaal overzien wat de gevolgen zijn.
Wat ik me van mezelf nog herinner van het begin van de website dat het raar voelde om iets te publiceren.
Iedereen kan het dan lezen. Wat vindt men er dan van? Hoeveel mensen zijn dat dan?

De bijdrage van de Lezer van de maand wordt altijd gepubliceerd op de 20e van de maand.
Als je in het menu onder ‘Gastblogs’ klikt op de categorie ‘Lezer van de maand’ vind je een overzicht van de bonte verzameling van schrijvers; een afspiegeling van mijn sociale netwerken.
Voor mij is het altijd weer een verrassing waar mensen over schrijven.
Soms denk ik dat ze zullen schrijven over hun hobby en dan komt er een stukje levensbeschouwing.
Of een verwoed handwerkster die niet schrijft over breien of haken, maar over gezondheid.
“Ik denk dat ik ga schrijven over mijn favoriete artiest” zei iemand, die vervolgens een verhaal inleverde over whisky. Voortschrijdend inzicht.
Benieuwd wie al ‘Lezer van de maand’ waren”? Hierbij een rechtstreekse link naar het overzicht. 

Er was een ’20e in de maand’ dat degene die een stuk zou aanleveren het voor die datum niet voor elkaar kreeg.
Toen heb ik onder de titel ‘Wat als…’ een blog geschreven over mijn ouders.
Stel je voor dat zij nog eens Lezer van de maand geweest waren.
Wat hadden ze dan geschreven? Klik hier om dat blog nog eens te lezen.

Voor dit hoofdstuk in het boek heb ik Gerard gevraagd om ook iets te schrijven over zijn ouders.
Dat resulteerde in twee opeenvolgende blogs over zijn vader onder de titel ‘Verborgen en herinnerd verleden’, morgen en overmorgen te lezen op deze website.

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’.

Reageren

Pagina 2 van 227

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén