De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

18 januari: Hulptroepen die gezellig mee-eten.

In de week voor kerst haalde ik de 1000-stukjes puzzel van Marius van Dokkum uit de verpakking.
Die had ik op mijn verjaardag gekregen van de kinderen, samen met het spel Splendor.
Over die puzzel schreef ik al in het eerste blog van januari:
De 1000-stukjes puzzel bijvoorbeeld is nog niet veel verder dan waar de kinderen en ik hem achterlieten met kerst: de randjes en een klein stukje boom, dakrand en lucht.

In mijn vakantieweek zou ik de puzzel gaan afmaken.
(Klik op de foto’s voor een vergroting).
Iedere dag zat ik er bij en het vorderde gestaag, maar het ging niet heel snel; deze puzzel was een stuk moeilijker om te maken dan die Disney-puzzels die altijd bij ons op tafel liggen rond Kerst en Oud&Nieuw.
Donderdag stuurde ik een foto van ‘de puzzel zoals hij er nu uit ziet’ naar de kinderen met de tekst: “Het gaat er op lijken dat ik deze puzzel in mijn vakantie niet af krijg.  Ergo: hulptroepen gevraagd. Vrijdag of zaterdag? Ik zorg voor nasi met kipsate.”

De hulptroepen kwamen: Carlijn vrijdag en Frea en Jon zaterdag.
En natuurlijk gingen we puzzelen met elkaar.
Maar ook koffiedrinken en kletsen.
En foto’s bekijken.
En op zaterdag mochten we weer naar Het Goed!
En met vier man kun je ook klaverjassen.
Lang verhaal kort: het was erg gezellig, maar de puzzel was zondag nog niet klaar.
Maar maandag moest ik weer aan het werk; dan gun ik me geen tijd om uren bij zo’n puzzel te zitten.
Als ik dan even niks hoef wil ik liever accordeon spelen, lezen of handwerken en TV kijken.
En die puzzel nog wekenlang op de keukentafel, dat zag ik ook niet zo zitten.

Maar rigoureus opruimen vond ik ook zonde van alle energie en tijd die ik er al in had gestopt, dus ik bedacht een alternatief.
De stukken die al in elkaar gezet waren legde ik op vierkante kartonnetjes, die ik vervolgens weer keurig opstapelde en in de doos deed.
Wanneer de puzzel weer ter tafel komt weet ik niet.
Misschien krijgen we in de zomer wel een hittegolf en is puzzelen een prima tijdverdrijf?
We weten niet hoe de pandemie zich verder ontwikkelt, wie weet hoeveel tijd we binnenshuis moeten doorbrengen dit jaar?
Maar misschien duurt het wel tot Kerst 2022 voor ik er weer zin aan heb…..er komt vast een moment dat ik hem alsnog in elkaar ga zetten.
Met of zonder hulptroepen.

Reageren

17 januari: Gezinstradities.

Zaterdag schreef ik over nieuwe gezinstradities, die ontstaan nu onze dochters zijn uitvlogen.
Eergisteren was het 15 januari, een datum die belangrijk was in het gezin waar ik uit kom: de trouwdag van mijn ouders, 62 jaar geleden in 1960.
Toen mijn ouders 12 en een half jaar getrouwd waren, mochten mijn broer en ik kiezen wat we gingen doen die dag. Dat was in juli 1972, het was mooi weer en wij kozen voor het verkeerspark in Assen.
Vanaf die tijd werd de trouwdag jaarlijks gevierd; op die dag, of in het weekend daarna, gingen we met ons gezin uit eten.
Toen ik nog thuis woonde gingen we altijd naar de Chinees in Beilen.
In de loop van de jaren kwam de aanhang er bij, later de kinderen.
Om de vijf jaar werd het feest iets uitgebreider: dan werd de wederzijdse familie er bij uitgenodigd, gingen we kegelen en met de hele groep dineren.
Het gezinsgroepje werd nooit heel groot: toen ze 48 jaar getrouwd waren (de laatste keer dat ze het vierden) zaten we met z’n tienen bij Van der Valk in Assen.

Zo’n datum blijft altijd een beetje bijzonder.
Toen mijn moeder nog leefde ging ik die dag even naar haar toe, we benoemden hoeveel jaar het anders geweest zou zijn, maar na haar overlijden gebeurt er niets meer op die dag.
Toch denk ik er altijd even aan.
Gisteren was het 16 januari; verjaardag tante Lammie.
Zij overleed vorige maand.
Op mijn nieuwe weekkalender staan bovenstaande trouwdag en de naam van tante Lammie niet meer.

Mijn ouders hadden vroeger een verjaardagskalender op de WC hangen.
Als er iemand overleden was, dan zette mijn vader een kruisje achter de naam van de jarige met de datum van overlijden erbij.
Toen hij overleed in 2008 zei mijn moeder: “Ik heb toch zu’n hekel an al die kruussies op de kalender in de wc; ik zet de daotum d’r bij pa niet bij.”
Aan het begin van 2009 gaf ik mijn moeder een nieuwe verjaardagskalender met vrolijke foto’s  van de kinderen en kleinkinderen.
Ze was er erg blij mee.
Na haar overlijden heb ik die kalender niet bewaard.
Er stonden al weer heel wat mensen op die ook al overleden waren; de mensen van voorbij.
Ze komen af en toe nog voorbij in de verhalen en bij het ophalen van herinneringen.

Wij vormen nu zelf de oudste generatie en ook uit onze kring zijn er al namen die niet meer op de kalender staan.
Daarom is het zo belangrijk dat je de gezinstradities in ere houdt: familiedagen, verjaardagen, trouwdagen, het zijn allemaal momenten waarop je het leven samen viert en even stilstaat bij een mijlpaal die je toch maar weer bereikt hebt.
Zum Wohl!
Zodat je iets hebt om op terug te kijken als een naam of trouwdatum niet meer op de kalender van het nieuwe jaar komt.

Reageren

16 januari: Bevoorrecht.

Vandaag is het Kana-zondag: op deze derde zondag in januari  staat het verhaal van de bruiloft in Kana op het leesrooster van de PKN.  Dit verhaal komt ieder jaar in deze periode terug, evenals het Blue Monday verhaal; dat is morgen. Voorganger Sybrand van Dijk begon zijn verhaal met die blauwe maandag: iets dat door de commercie in het leven is geroepen met de bedoeling om in deze deprimerende periode iets te kopen waar je weer blij van wordt.  We hoorden vanmorgen dat je niks hoeft te kopen om het leven toch te kunnen vieren, ook als de wijn op is.

Wat de viering  vanmorgen extra bijzonder maakte was de muziek. Arjan Schippers speelde voor de dienst een zelfbedachte combinatie van het stuk ‘Prelude in a classic way’ van Gordon Young en de overbekende bruiloftsmars van Mendelssohn.
Verder speelde hij tussen de twee schriftlezingen door het pianostuk ‘Just a simple lovesong’ van Laurens van Rooyen.
Zo mooi.
Zo prachtig en ingetogen gespeeld.

Na de preek zagen we een videoclip van Leonard Cohen.
Dat was wat mij betreft het meest indrukwekkende in deze viering.
Ik zag de tekst die Cohen uitsprak voorbijkomen en op de achtergrond zag ik in beelden de aarde, de dieren en de mens ontstaan.
Dit zei de voorganger er naderhand over:

“En nee, niet alles is  te begrijpen. Het is een lied dat je vaker zou willen horen, maar wat mij raakt is het enorme verlangen van degene die zingt.
Sommigen zeggen: hij zingt God en anderen zeggen juist: hij zingt de gelovige.
Sommigen zeggen: het is een man die voor zijn vrouw zingt of: het is een vrouw die voor haar man zingt.
“Ik zou willen dat jouw liefde en mijn liefde elkaar zouden kunnen ontmoeten; was daar nou maar een format voor, ‘a treaty we could sign’.”
Het gedoe om elkaar te vinden en het diepe verlangen om elkaar te vinden.
Blijkbaar is de liefde toch altijd sterker dan de onmogelijkheid.
Hierbij een link naar die clip.

Maar waarom is de titel van dit blog ‘bevoorrecht’?
Wie was er bevoorrecht?
Ik.
Vanmorgen mocht ik met een paar cantorijleden meezingen met de liederen om de gemeentezang kracht bij te zetten.
Vorige week zei ik dat ik de sfeer in het gebouw zo miste, de ontmoeting, het samen zingen, de beleving van een kerkdienst.
Nu was ik er bij.
Zonder koffie en zonder borduurwerkje.
Wat weer fijn.

Uit betrouwbare bron weet ik dat de kerkenraad deze week vergadert over ‘hoe verder’.
Dringend advies: open die kerk. Met mondkapjes, anderhalve meters en ventilatie. Maar wel open.

Voor de liefhebber:

Als je op mijn website ’terugbladert’ vind je meerdere blogs die over deze zondag gaan.
Hieronder een linkoverzicht.
Daar vind je ook  het blog van vorig jaar, toen we al bijna een jaar in de coronapandemie zaten.
Bijzonder om te lezen wat het toen met me deed; in dat blog schreef ik alle frustratie van me af.

2021 >>>

2018 >>>

2017>>

2015 >>

Reageren

15 januari: Afstudeervakanties.

Het woord ‘afstudeervakantie’ slaat op een vakantie die een student neemt als de studie is afgerond.
Meestal een feestvakantie waarin de student in kwestie even helemaal uit zijn bol kan gaan.
In ons gezin hebben wij als ouders onze dochters zo’n afstudeervakantie aangeboden.

…..drie fotoboeken….

Wie mijn blog al even leest weet dat de laatste afstudeervakantie met Carlijn was in augustus van dit jaar: zij koos voor Gotland.
13 blogs schreef ik er maar liefst over.
Toen we het op oudejaarsavond hadden over het hoogtepunt van 2021 stond ‘Gotland’ bovenaan.
Na de reis naar Gotland kwam ik op het idee om voor alle drie de dochters een ‘Afstudeervakantie-boek’ te maken.
In mijn hang naar structuur heb ik vanaf het moment dat wij digitaal gingen fotograferen (2006) alle foto’s gearchiveerd in jaren en kwartalen, zodat ik de foto’s die gemaakt zijn bij specifieke gebeurtenissen vrij eenvoudig kan opzoeken.

In de avonduren van oktober en november maakte ik drie fotoboeken, voor iedere dochter één, die we met een toepasselijk gedicht aan de dames cadeau gaven op het Sinterklaasfeest.
De beelden van Gotland stonden natuurlijk nog op mijn netvlies, maar de foto’s van de andere twee vakanties bekeek ik met heel andere ogen; met het bekijken en uitzoeken van de foto’s kwamen ook de herinneringen terug.
Frea nam ons in 2011 mee naar Granada, de stad waar zij tijdens haar studie een half jaar gewoond had.
Harriët koos in 2014 voor Kroätie. Zij had daar met een band tijdens een rondreis een serie optredens verzorgd en was erg onder de indruk geweest van de natuur in dat land.

Toen we met onze oudste dochters na hun studie op reis gingen bestond deze website nog niet, dus heb ik er ook geen blogs over geschreven.
Nu de herinneringen door het maken van de fotoboeken weer naar voren zijn gehaald ga ik dat alsnog doen.
Geen dertien blogs, maar één of twee verhalen met de hoogtepunten.

Drie afstudeervakanties.
De dochters gingen niet uit hun bol op de manier die bedoeld wordt in de eerste alinea van dit blog; als ouders meegaan wordt het sowieso een heel ander verhaal.
Geen wilde feesten, maar wel regelmatig lekker uit eten, geen drinkgelagen, maar wel terrasjes en gezellige avonden, geen katers, maar mooie dingen bekeken met elkaar en uitgebreide gesprekken gevoerd met z’n drieën.
Als we tegenwoordig een vakantie met de kinderen doorbrengen, dan is dat met de hele club, 8 personen.
We hoeven daarvoor geen huisje meer te huren, we reserveren af en toe Casa Grada in Westerbork.
Nieuwe gezinstradities worden in het leven geroepen en we genieten met volle teugen van wat ons in deze fase van ons leven ten deel valt.
Aan het begin van ieder jaar maak ik een fotoboek van het jaar daarvoor.
Want digitaal archiveren is belangrijk, maar ik zit toch het liefst met een album op schoot door onze herinneringen te bladeren.
Even genieten van onze sweet memories.

Reageren

14 januari: Een marmercake bakken.

Er kwam op deze website al van alles voorbij aan zelfgemaakt gebak, van saucijzenbroodjes tot apfelstrudel bij wijze van spreken, maar een cake heb je nog nooit voorbij zien komen.
Natuurlijk waagde ik me wel eens aan cake, maar het lukte bij mij nooit.
De cake kwam niet omhoog, was droog of te vast, kortom: niet lekker.
Op den duur hield ik er maar mee op: cake was aan mij niet besteed, ik bakte wel boterkoek.

Vanmorgen in de supermarkt wou ik koek of zo meenemen, toen ik bedacht: ik kan wel iets gaan bakken.
Zal ik nog eens een cake proberen?
Zo’n lekkere marmercake met vanille en chocola?
En dan niet met een pak cakemeel, maar gewoon bloem of zelfrijzend bakmeel?
Op internet zocht naar een recept, ik vond iets geschikts op de website ‘Libelle-lekker’.
Libelle, waar ik vroeger een tijdje op geabonneerd was.
Waarvan ik twintig jaar geleden al die borduurpatroontjes van bewaarde die ik afgelopen week weer tegenkwam……

Het recept bevatte eenvoudige ingrediënten en het was niet moeilijk wat je moest doen.
Dat moest ik toch ook kunnen?
Een cake bakken net zoals op het plaatje?
En warempel: het lukte.
Tadaaaaah!

Hierbij een link naar de website met het recept.

Reageren

13 januari: Een mars.

“Ga je in je vakantie nog ergens heen?”
“Ja. Naar Klazienveen.”
Gistermorgen zat ik rond 08.45 uur in de auto.
Ik appte tante Trijn: ‘ik stap nu in de auto’.
Zij reageerde:  ‘voor zichtbaar’.
Telefoons verzenden soms dingen die je niet wilde zeggen.
Natuurlijk reed ik voor zichtbaar.
Het vroor niet meer, maar het was nog wel mistig.

Van Noord Drenthe naar Zuid-Oost Drenthe rij je een heel stuk over de N34, de zogenaamde hunebedhighway.
Even na Borger trok de mist op en verscheen er een voorzichtig zonnetje, eenmaal voorbij Emmen was het prachtig zonnig weer.
Het is beslist geen straf om ’s morgens vroeg een uur door Drenthe te rijden met op Radio 5 het programma van Bert Haandrikman.
Om 09.00 uur begonnen de Arbeidsvitaminen.
Hans Schiffers vertelde dat het programma vroeger altijd begon met een mars.
“Tegenwoordig doen we dat niet meer elke dag, maar vandaag komt er weer eentje voorbij!”
Ik hoopte maar dat dat voor 09.45 uur zou zijn.
Om 09.30 uur hoorde ik dit: Einzug der Gladiatoren
Helemaal blij en vrolijk word ik van zo’n orkest!
Twee nummers later kwam dit voorbij: The Banner Man van Blue Mink.
Zat ik mee te galmen: Glory, glory, glory! Listen to the band….
Gaat over een Leger des Heils orkest waar de vaandeldrager voorop loopt.
Marsmuziek van orkesten, ik hou er van.
Waar de liefde voor die muziek vandaan komt? Geen idee.
Het is beslist niet hip & happening, maar ik knap er bijna fysiek van op.
Eenmaal aan de koffie was ik de muziek trouwens al weer snel vergeten.
Want: wat was er al weer veel gebeurd, wat was er al weer veel te bespreken en wat heerlijk om even weer een halve dag samen te zijn.

Toen ik gisteravond thuis kwam liet ik de mars van de gladiatoren aan Gerard horen.
Die kende die muziek helemaal niet.
Hij moest bij een mars aan iets heel anders denken.
“Vroeger deden we als kinderen wel eens weddenschap met mijn vader om een Mars.
Als je dan won dan kreeg je zo’n grote Mars helemaal voor jezelf!”

De marsmuziek waar ik in de auto zo van genoot bepaalde voor een deel mijn waarde van de dag, maar de uren met tante Trijn waren voor mij het meest waardevol.

Reageren

12 januari: Vreedzaam. Maar niet altijd.

Het eerste doel van mijn vakantie is gehaald: mijn handwerkkast is helemaal opgeruimd.
Dat was een aardig rotzooitje geworden.
De kast heeft vier planken:
– haken
– breien
– borduren
– naaien & overig.

Regelmatig zoek ik naalden, garen, patronen, van alles en nog wat; dan moet je nadat je gevonden hebt wat je zocht eigenlijk alles weer opruimen.
Maar je raadt het al: dat gebeurt niet.
Dozen blijven half open staan, inhoud door elkaar gerommeld.
Op de planken liggen losse breinaalden, restanten garen, uitgeschreven aantekeningen die ik ‘eerst even wegleg’, dat zoek ik nog wel eens uit.
Er ligt iets op de trap, dat moet naar boven in de map ‘haakpatronen’.
Het is al fijn als het vervolgens op de goede plank komt te liggen, maar in de map gebeurt eigenlijk nooit.
Het is zelfs al eens gebeurd dat ik een vierrings-multomap nodig had, alle borduurpatronen uit de map haalde en de map vervolgens in gebruik nam.
De borduurpatronen lagen los op een plank; bij het zoeken naar iets anders viel een deel op de grond. Ook dat kwam weer door elkaar op de plank.
Dat zoek ik nog wel eens uit.

Al met al kostte het niet eens één middag.
Als ik genoeg tijd heb vind ik het een heerlijke klus.
Rommelen met garen, naalden, patronen, het ophalen van herinneringen, opdoen van nieuwe ideeën en het resultaat: een opgeruimde kast.
Als je goed kijkt zie je op de ‘borduurplank’ het groene kistje van Gerda staan.

Bij handwerken denk je aan vreedzame type’s die lekker zen op de bank zitten, zoet bezig met een haak-, brei- of borduurwerkje.
Maar handwerken levert ook frustraties op; één project waar ik jaren geleden de stoom van uit de oren kreeg heb ik vanmiddag weggedaan.
Wordt hem niet meer.
Ieder jaar bij het opruimen kom ik het weer tegen en ieder jaar voel ik die stoom weer.
Weg er mee.

Verder is het opzetten en tellen van steken ook wel een dingetje, vooral als je steeds gestoord wordt.
“……94, 96, 98 ….”
“Wat eten we vanavond?”
“…126, 128, 130….”
“Zullen we die detective vanavond even opnemen?”
Grrrrrr.

Toen Frea in Engeland woonde kreeg ik van haar een heel toepasselijk cadeautje.
U bent gewaarschuwd.

Reageren

11 januari: Alles online. Ook rouw.

Alles online.
Als je het positief wilt bekijken (en dat doe ik meestal) dan is internet een zegen.
Een opsomming van alle voordelen is niet eens nodig, iedereen snapt waarom het hebben van internet fijn is.
Door het uitbreken van de coronapandemie is online bestellen van spullen en eten in een stroomversnelling geraakt.
Ook al zouden we terug willen naar het oude normaal na corona: dat kan niet eens meer, want het oude normaal is er niet meer.

Zondagmorgen ziet er door corona heel anders uit dan vroeger.
Op zondagmorgen gingen we naar de kerk; je kon de kerkdienst ook thuis beluisteren via Kerkomroep, maar dat was alleen als je ziek was.
Toen we als PKN-gemeente in maart 2020 niet meer bij elkaar mochten komen op zondagmorgen, stond het registreren van de vieringen in de Catharinakerk op beeld nog in de kinderschoenen; men was er wel mee bezig, maar het werkte nog niet optimaal. In Op de Helte was zelfs  nog geen camera aanwezig.
We zijn bijna twee jaar verder en alle diensten kunnen worden beluisterd én bekeken; er is een beamteam, er zijn camera’s en er zijn vrijwilligers die het allemaal bedienen.
Fijn dat dat tegenwoordig allemaal mogelijk is.

Een kerkdienst kan prima online, maar het is voor mij niet genoeg.
On-line haalt het niet bij een gewone kerkdienst op zondagmorgen.
Je zingt niet samen, je spreekt niemand, je beleeft niet de sfeer van de gezamenlijke stilte tijdens de gebeden en het orgel klinkt blikkerig vanuit de luidsprekers, zelfs als Erwin Wiersinga er op speelt. Wat ik thuis mis is de gewijde sfeer in het kerkgebouw.  Ik zie de teksten van schriftlezing en liederen voorbijkomen, ik hoor een preek, maar de beleving is anders.
Thuis ben ik ook veel sneller afgeleid:  haal ondertussen koffie, zit met een borduurwerkje op de bank kruisjes te tellen en zie en hoor dat de buurkinderen de vuvuzela opnieuw ontdekt hebben tussen de rommel in de schuur.

Gisteren bekeek ik de afscheidsdienst van Douwe Wouda, PKN-gemeentelid, vorige week overleden. Zijn vrouw en ik zitten samen op FysiYoLates. Een dienst die ik anders misschien had bezocht, maar nu vanwege corona dus on-line.
Het verdriet en de emoties komen ook online heel dichtbij. We zagen een verslagen familie afscheid nemen van hun man, vader, broer en opa.
Een broer sprak over het warme, grote gezin waarin Douwe opgroeide, kinderen en kleinkinderen vertelden over zijn rol in hun leven en hoe ze hem gaan missen.

Wat miste in de viering was de gemeente.
Wij.
Zonder corona was de kerkzaal voor deze afscheidsdienst te klein geweest, daar ben ik van overtuigd. Douwe was ook actief binnen onze gemeente en ook in onze kring zullen wij hem missen.
Maar ‘onze kring’ zat thuis.
Rouw hoort ook bij het PKN-gemeenteleven, maar van samen afscheid nemen is geen sprake.
Je ziet het, maar je bent er niet bij.
Je neemt er kennis van, maar je neemt geen deel.
Net als op zondagmorgen.

Reageren

10 januari: Week 2. Tanze mit mir…..

Vandaag is het maandag 10 januari in week 2.
Deze week heb ik mezelf cadeau gegeven als vakantieweek.
De scholen zijn weer begonnen, iedereen is na de kerstvakantie van twee weken weer aan het werk en ik ben een weekje vrij.
“Ga je nog ergens heen?” vroeg een collega vorige week.
Nee.
Nergens heen.
Gewoon even niks.
Twee doelen heb ik deze week: op mijn kamer mijn ‘handwerkkast’ helemaal opruimen, uitzoeken en opnieuw inrichten én het fotoboek van 2021 afmaken.
En verder borduren, puzzelen en een dagje naar tante Trijn.

Verder zijn er nog wat kleine klusjes.
Bij onze voordeur bijvoorbeeld staat een ‘welkom-bloemenmand’.
Daar zit altijd iets ‘bloemigs’ in, maar aangepast aan het seizoen.
Met kerst had ik er een potje paars/rose heide in staan, opgevuld met groen van conifeer en zilverspar en versierd met rode kerstballetjes.
In januari vind ik die balletjes niet meer kunnen; maar het bloemstukje was verder nog mooi, dus ik besloot het een beetje aan te passen.

Bij de Jumbo kocht ik twee kleine potjes met narcisjes, waar al een klein stukje groen van te zien is.
De rode balletjes haalde ik uit het mand-stukje, de bruine plastic potjes haalde ik om de narcisjes weg en plantte de voorjaarsbloemetjes tussen het groen.
Kunnen we weer even vooruit.
Ik verheug me nu al op die mini-narcisjes.

Maar één van de leukste dingen van zo’n vakantie is voor mij nog steeds het schrijven voor dit blog.
Alvast wat blogs in de grondverf zetten, afbeeldingen uitzoeken, links kopiëren; dan vergeet ik compleet de tijd.
Vanmorgen zat ik om 10.21 uur dit verhaal te schrijven.
Arbeidsvitaminen op Radio 5.
Tanze mit mir in den morgen….’
Meer hoef ik vast niet uit te leggen.

Reageren

9 januari: Van Gerda.

In maart 2018 belandde ik in het ziekenhuis met hartklachten; die opname mondde destijds uit in een hartoperatie.
In die maand maart lag ook Gerda Valkema in het ziekenhuis. Wij kenden haar en haar man Roel van de kerk.
Toen ik herstelde van de operatie kreeg ik bezoek van Roel, die voorstelde om, als ik weer van de afdeling mocht, Gerda op te zoeken.
Zo gezegd, zo gedaan.

Voor Gerda zag het toen al niet zo goed uit.
Ze was zwak, haar hart werkte niet goed en in het ziekenhuis was ze eigenlijk uitbehandeld.
Voor onze ontmoeting in het ziekenhuis had ik Gerda nog nooit ontmoet, maar we konden het gelijk goed vinden.
We deelden ook een passie: handwerken.  Zij was dol op borduren.
We spraken af dat we elkaar weer zouden ontmoeten als we allebei weer in Roden waren.

Bij die ontmoeting in de zomer kreeg ik te zien en te horen wat ze allemaal al had gemaakt op borduurgebied, wat voor technieken ze gebruikte en hoe ze genoot van het maken van zo’n borduurwerk.
Wat herkenbaar! In het ziekenhuis was er een verpleegkundige die over mijn borduurwerk zei: “Als je het al niet aan je hart hebt, dan krijg je het daar toch van!” en nu sprak ik met iemand die het net zo beleefde: heerlijk ontspannen, genieten van wat je met je kruissteekjes tot stand brengt.
Niet lang na mijn bezoekje is Gerda overleden.

Op 5 juli van dit jaar blogde ik over het borduurwerk waar ik nu mee bezig ben onder de titel: ‘Oude motieven bij het klaverjassen.
Daarop kreeg ik een reactie van Roel, de weduwnaar van Gerda.
Hij had nog een doos borduurgaren; we spraken af dat ik die zou komen ophalen.
Vrijdagmiddag fietste ik naar hun huis.
Op de tafel stond al een groen kistje, met daarin nog een restant van het borduurmateriaal van Gerda.
Roel had ook al veel weggeven, maar was door mijn blog op mijn spoor gekomen: ik mocht het kistje meenemen.

Mijn eigen borduurspullen heb ik gesorteerd in dozen zitten; patroontjes bij elkaar, garen, stramien en naalden apart, als ik iets zoek, kan ik het meestal vrij vlot vinden.
Het is een bijzondere ervaring om zo’n doosje met borduurspulletjes van iemand anders te krijgen.
Haar handen hebben het zorgvuldig uitgezocht en opgeborgen, de naalden op grootte op een klein stukje stramien, het laatste borduurwerkje nog niet helemaal af.
Het doet me wat, het ontroert me.
Als ik uitpak wat er allemaal in het kistje zit, komt Gerda me als het ware tegemoet.

Er zit best heel veel borduurgaren in, dat ga ik allemaal niet gebruiken, want ik ben meer een haakster/breister.
Dat garen neem ik mee naar de eerstvolgende bijeenkomst van ‘Holy Stitch‘, evenals de tas vol handwerkpatronen die ik kreeg van Enny.
Een aantal spulletjes van Gerda bewaar ik; het groene kistje krijgt een ereplaatsje in mijn handwerkkast op de plank met mijn borduurspullen.
Als tastbare herinnering aan Gerda, die net als ik van borduren hield. 

Reageren

Pagina 2 van 260

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén