Toen we na onze Pinkstervakantie weer thuis kwamen lag er een postpakketje in de brievenbus.
Maar wij hadden niks besteld en waren dus heel benieuwd wat er in zou zitten.
Kantklos-klosjes!
Maar geen briefje of kaartje erbij, alleen een postcode.
Die zocht ik op: het was de code van Startenhuizen.
Daar ken ik maar één iemand: Pieky.
Oud-collega, gastblogger en kunstenaar Pieky Doornbos.
Stond in mijn tijdschrift; ze heeft een eigen website, hierbij een link

Ze staat bij mijn contacten in mijn telefoon, dus ik stuurde haar een app.
Het bleek dat haar moeder een kantklosser was. Ze heeft nog wat werkjes van moeder in huis hangen en ik kreeg er ook gelijk wat foto’s bij.
Maar ik kreeg dus de klosjes. “Weer een fijne verslaving er bij, Ada!” appte ze me later.
En of ik Dientje de groeten wilde doen; ook een oud-collega van Pieky. De wereld is maar klein…..

In deel 3 van deze blogserie schreef ik: “Nu ga ik proberen of ik zelf zo’n slangetje kan opzetten en maken. En dan wil ik de buitenkant groen en de binnenkant geel. Maar dan moet ik wel iemand in de buurt hebben die ik vragen kan stellen, dus Ilse en ik gaan een keer samen koffiedrinken en kantklossen.”
Op 9 juni rond koffietijd fietste ik naar haar toe en kon al mijn vragen kwijt.
Over hoe het zit met die lusjes om het garen vast te zetten.
“Kijk, ik zet altijd gewoon mijn vinger op het klosje en dan een lus en dan zo….”
O ja.
Verder dacht ik dat ik kon kantklossen met DMC borduurgaren; voor mijn gekleurde slangetje had ik dat gebruikt.
Maar nee, met DMC bedoelen ze speciaal DMC klosgaren dat je niet hoeft te splijten.
Dat wordt niet in strengen verkocht, maar in van die kleine bolletjes.
Weer wat geleerd.

Verder leerde ik van Ilse de spellewerkersknoop.
Dat is een knoop die gebruikt wordt als het garen op je klosje knapt of als je niet genoeg garen op je klosje hebt gewonden.
Die moest ik die morgen uitproberen, want ik had veel te weinig donkergroen op mijn klosje gewonden.
En het lukte!
Het was de bedoeling dat ik een mooi eindje zou opschieten met mijn groen/gele slangetje, maar het was te gezellig.
Henk kwam er ook nog even bij zitten met een kop koffie en het was maar zo twaalf uur . Zo ben ik er achter gekomen dat ik niet kan kantklossen en kleppen tegelijk. Met breien, haken en borduren lukt dat altijd prima, maar kantklossen vergt bij mij concentratie.

Inmiddels heb ik al aardig wat ‘kantklosmateriaal’ verzameld voor mijn nieuwe en (volgens Pieky) verslavende hobby.
Vorige week deed ik nog een diepte-investering bij de Wibra in Roden: 2 doosjes metalen spelden (à € 0,99) met kleine knopjes, want die glasknopspelden nemen te veel ruimte in op het onderliggende patroon.

Begin juli gaan we weer met z’n tweeën naar Hijken; wordt vervolgd dus.
Meer weten over deze blogserie? Er zijn al drie delen gepubliceerd: een overzicht vind je onderaan deel 1: Het begin