Begin augustus stond ik met mijn pepermuntblikje als gastvrouw/gids in de Catharinakerk.
“Klopt uw route nog?” riep een blikkerige vrouwenstem.
Die stem en die tekst kwamen mij bekend voor…. het is de stem van de fietsknooppunten-app die zich bezorgd afvraagt of je niet verdwaalt, want je wijkt van de route af.
Het echtpaar dat binnenkwam was kennelijk een route aan het fietsen aan de hand van die knooppunten.
Omdat die knooppunten-vrouw maar bleef roepen zette de meneer zijn telefoon maar even uit.
Welkom!

Toen ik ze meenam naar het herengestoelte van de familie Kymmel vertelde ik over de standsverschillen in vroeger tijden,
Dat de familie een eigen toegangspoortje in de kerkmuur had, zodat ze niet ‘door het gepeupel heen’ naar hun bank hoefden te lopen.
En dat de bewoners van de havezathe zich hoog verheven voelden boven het gewone volk.
“Nou, dan kin ik joe ok nog een mooi verhoal vertellen; nait over de aodel maor over dikke boeren in ’t Grunnigerlaand. Kinnen wie eem gaon zitten?”
Het was een verhaal dat zich afspeelde in Oude Pekela en het werd mij verteld in het Gronings.

“Mijn grootvader was koster in Oude Pekela. In die tijd was het gebruikelijk dat de ‘dikke boeren’ met een sjees*, voortgetrokken door paarden, naar de kerk kwamen op zondagmorgen.

Afbeelding: wikipedia

De rijke boeren gingen in de kerk zitten, allemaal vooraan natuurlijk, maar dan moesten de paarden nog worden uitgespannen en ergens worden vastgezet. Dat werd gedaan door de arbeiders. Als die klus was geklaard mochten die in de achterste bankjes plaatsnemen.
Als de preek was afgelopen gingen de arbeiders alvast naar buiten om de paarden weer los te maken en voor de koetsen in te spannen.
Op een zondagmorgen, toen de arbeiders uit de kerk kwamen om hun taak te verrichten, waren de paarden weg.
Paniek! Maar ze konden verder ook niks uitrichten, de kerkdienst was immers nog aan de gang, dus ze schoven schielijk weer in hun kerkbanken.
Na de dienst was de schrik bij iedereen groot. Waar zijn de paarden!?!?
Maar de koster wist het. Die had de paarden naar een ander stuk land gebracht; daar was vers hooi en hij had het goed met de beesten voor gehad.
Opluchting alom. “En…” zei de koster “nu hebben de arbeiders op deze zondagmorgen ook eens de zegen meegekregen!”

Toen wij in de kerk in Usquert waren op zondag 9 augustus zagen we zo’n voorste bank in de kerk.
Daar stond zelfs op dat alleen notabelen daar mochten zitten…..

Sjezen zijn er niet meer, maar het woord sjezen gebruiken we nog wel.
Het echtpaar stapte naderhand weer op hun elektrische fietsen en sjeesde van de Brink af.
In gedachten hoorde ik de fietsknooppunten-mevrouw al blij roepen: “U bent er weer!”

* Een sjees is een soort koets. Het woord sjees is een Nederlandse verbastering van het Franse woord chaise (stoel).