een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 126 van 301

28 september: Niet op de wagen!?

Vandaag is het de vierde dinsdag van september: Rodermarkt.
Ging niet door, zoals er zoveel niet doorging de afgelopen week.
Zaterdag deed de Vereniging van Volksvermaken een manhaftige poging om toch een klein  stukje Rodermarktparade te organiseren.
Naschrift: reactie van Nettie:
De scholen hebben zelf dit initiatief genomen gelukkig. De Vereniging voor Volksvermaken wilde geen verantwoordelijkheid hierin nemen.

De scholen hebben twee lichtingen kinderen die ‘niet op de wagen’ komen, vorig jaar niet en dit jaar niet. Geloof mij, in Roden is dat echt wel een ding.
Daarom was er dit jaar een mini-Rodermarktparade waaraan alleen de scholen deelnamen.
Het rondje in het dorp werd gehalveerd en wagens maakten twee rondjes: om 13.00 uur met een kinderen en figuranten en om 14.3o uur met een andere groep kinderen en figuranten.
Zo konden er heel veel kinderen toch op een versierde wagen zitten.
Er was één korps dat voor de parade uitliep, natuurlijk onze eigen ‘Muziekvereniging Noordenveld’.

Zaterdagmiddag gingen we kijken naar de optocht, maar we hoefden niet te dringen voor een plaatsje langs de kant van de weg.
Er was geen jurering en geen publieksprijs en eerlijk gezegd was dat aan sommige wagens ook wel een beetje te zien.
Maar er waren ook scholen die enorm uitpakten met leuke kostuums en show om de wagens heen.
Sommige wagens waren echt volgepakt met kinderen, want op scholen in kinderrijke buurten heb je grote klassen.
Veel minder publiek, minder wagens, minder korpsen: het maakte de kinderen geen bal uit. Ze zwaaiden enthousiast naar het publiek en stonden te ‘shinen’ in hun mooie kleren.

….wachten op de wagen….

Wat ik vooral fijn vond dat ‘het sfeertje’ er even weer was.
Wachten op het korps en de eerste wagens van de optocht, de opgewonden kinderen langs de straat, het gemoedelijke gebabbel van de omstanders: gezellig!
Toen de optocht voorbij was gingen we nog even naar het beginpunt van de karavaan.
Daar zagen we iets wat in andere jaren nooit zo is: grote groepen verklede kinderen en figuranten (en papa’s, mama’s, opa’s, oma’s,,,,) stonden te wachten tot hun wagen terugkwam, want dan moesten zij er op.
In andere jaren heb je een middagoptocht om 13.30 uur en een avondoptocht om 19.00 uur; dan worden de verkleedkleren op diezelfde dag twee keer gedragen.
Er is dan immers genoeg tijd om te schminken en om te kleden. Die tijd was er nu niet, dus er moesten per personage twee kostuums gemaakt (of gehuurd)  worden.
Na de eerste optocht ging ik nog even het dorp in voor een boodschap en toen ik terug kwam liep ik tegen het begin van de tweede optocht aan.
Ik heb een zwak voor marcherende korpsen, dus ik bleef nog even staan.
Ze maakten net een mooi figuur door door elkaar te lopen en ze hadden er zichtbaar plezier in dat het weer kon: meelopen met de optocht.
Het mag een wonder heten dat er ondanks het ontstellende gebrek aan muziekles in het Nederlandse onderwijssysteem steeds weer enthousiaste jonge mensen zijn die hier aan mee willen doen. Ze verdienen een groot applaus. Bij deze.

Reageren

27 september: Gotland 9 – Koud!

Voor het zuiden van Gotland hadden we één dag uitgetrokken, maar dat past allemaal niet op één blog.

’s Morgens bezochten we het bootgraf en maakten we een torentje van stenen.
Op weg van de westkant naar de oostkant van Zuid Gotland wilden we even ergens lunchen.
Afgezien van de grote stad Visby is Gotland heel dun bevolkt, dus ‘even buiten de deur lunchen’ zoals wij Nederland doen is daar niet gebruikelijk.
Je moet dus echt zoeken naar een gelegenheid om iets te eten.
We gingen af op een uitnodigend bord en kwamen terecht in een grote tuin bij een soort kunsthandel.
Achter een loket stond een vrolijke Zweedse Italiaan etenswaren te verkopen.
“Sorry. We don’t speak Swedish, can you translate the menu for us?”
“But it’s Italian!” riep de man quasi beledigd.
We kregen een heerlijk broodje met gerookte zalm en zaten op vrolijk gekleurde stoeltjes te genieten van de zon en de tuin.

Aan de oostkant van Zuid Gotland viel ons iets bijzonders op.
Ook daar deden Carlijn en ik onze schoenen uit; toen we daar onze voeten in de zee staken was het water veel kouder; we konden de voeten niet in het water houden!
Verder kon je daar heel goed zien dat Gotland wordt gevormd door gesteente dat bestaat uit fossielen.
Op de afbeelding rechts (er op klikken voor een vergroting)  zie je onze schoenen en je ziet de schelpen en andere versteende zeedieren gewoon zitten. De bodem onder onze voeten was oud-rose en je zag allemaal witte vormpjes en kriebeltjes van diertjes die miljoenen jaren oud zijn.
Fascinerend!

Eindeloos….

Eindeloos kan ik bij de zee zitten, kijken naar de golven in de branding.
Dat hebben we deze vakantie dan ook veelvuldig gedaan en steeds had ik er dan moeite mee om weg te gaan.
“Het is hier nog zo mooi. En ik zit hier nog zo lekker….”

Maar ook hier moesten we weer weg.
We moesten nog minstens een uur rijden naar ons jaren ’70 huisje en we wilden nog ergens eten.
De gebakken vis die we ook nu zochten was weer nergens te vinden.
De restaurants die we vonden op Google waren of al helemaal vol, of helemaal niet wat wij graag wilden of waren er helemaal niet meer.
We hadden al bedacht dat we thuis dan maar pannenkoeken gingen eten of zo, maar in een dorpje onderweg vonden we een alternatief bistrootje.
Ze hadden dan wel geen ‘fish & chips’, maar we aten daar heerlijke gerookte zalm met krieltjes en sla.

Benieuwd naar al onze belevenissen op Gotland?
Klik dan hier naar deel 1, daar vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen: Afstudeervakantie van onze jongste

 

Reageren

26 september: Meer? Of minder?

De anderhalve-meter-maatregel is dit weekend losgelaten.  Voor het eerst zaten we weer in een goed gevulde kerk,  mochten we weer gewoon zingen en konden we weer ongedwongen koffiedrinken.
Voor het eerst weer een gewone kerkdienst; na anderhalf jaar pandemiebeperkingen voelde het een beetje onwennig aan.
Vanmorgen namen we afscheid van een drietal ambtsdragers en werd er één diaken in het ambt bevestigd.

We hoorden vanmorgen het verhaal van de discipelen die onderling ruzie maakten over wie van hen het grootst/belangrijkst was.
In zijn overdenking maakte Sijbrand van Dijk  ons duidelijk dat niet maatschappelijk succes en economische vooruitgang het belangrijkst zijn,  maar dienstbaarheid aan elkaar.  De zin die bleef hangen was: “Hoe iemand werkelijk is kunnen je aflezen aan de levens van de mensen om hem heen.” Die zin mochten we van onze voorganger wel op een tegeltje borduren.  Goed idee.  Doen we niet.

Wat verder bleef hangen was de prachtige orgelmuziek van Bach, uitgevoerd door Erwin Wiersinga,  de voor het eerst weer samen gezongen zegenbede aan het einde van de viering én een opmerking van de ouderling die afscheid nam.
Voor de dienst sprak ik nog even met haar en vroeg haar hoe die zeven jaar voor haar waren geweest.
Er kwam geen klaagzang over ellenlange vergaderingen, ze had het niet over de druk die het gelegd had op haar vrije tijd,  nee,  ze zei “Het heeft me zoveel gebracht!”

Na de viering sprak ik Sijbrand nog even.  In het licht van het thema van de viering had hij gezegd: “Meer is niet beter,  maar minder.”
Bij een kop koffie constateerden we dat het fijn was dat er weer meer mensen in de kerk mochten. “In  dat opzicht is meer toch beter….! “

Reageren

25 september: Besjes en bottels

Sinds begin september fiets ik weer op vrijdagmiddag naar Roderesch: FysiYoLates is weer begonnen.
Gistermiddag hupsten we vrolijk op grote ballen waarop we allerlei oefeningen moesten doen.
Evenwichtsoefeningen met name, waarbij je vooral je wervelkolom traint en je bekken veel beweegt.
Aan het einde van de les gaf Trijntje ons bij de ontspanningsoefening een tekst mee om over na te denken: “Woorden zijn de spiegel van ziel.”
Mijn brein gaat daar onmiddellijk mee op de loop.
“Woorden? Dat zijn toch de ogen?”
Maar het is niet de bedoeling dat je nadenkt over of de zin al dan niet correct is, het gaat er om dat je nadenkt over de inhoud van de zin.
Wat zeg je?
Wat zeggen andere mensen?
Gebruik je veel schuttingwoorden?
Spreek je vriendelijk of beschuldigend?
Vloek je? Scheld je mensen uit? Roddel je over anderen?
Zijn jouw woorden kwetsend voor anderen?
Als Trijntje ons na de ontspanning weer terughaalt in het heden ben ik met mijn gedachten al weet ik waar geweest en ben ik al weer bijna in slaap gevallen.

Met voorbedachte rade had ik een schaar in in mijn fietstas meegenomen en op de terugweg verzamelde ik vogelkers, meidoornbesjes en bottels van de bomen langs het fietspad.
Daarvan maakte ik, samen met drie kleine appeltjes en 5 dikke hortensiabollen  uit onze tuin een herfst-tafelstuk.

Meer lezen over de avonturen bij Trijntje?
Hierbij een link naar het vorige blog over FysiYoLates >>>
Dat is een hoofdstuk uit het boek 1960-2020 ‘Andere sociale netwerken’, onderaan vind je het verhaal ‘Geen oehoe’s neerschieten’.
Onderaan dat blog staat weer een link naar voorgaand verslag.

Reageren

24 september: “Ik weet nog waar ik was!”

“Wij gaan op zoek naar een voetbaldoel.”
Dat was de laatste zin van het blog over de versiering van onze straat voor het Rodermarktfeest.
(Niet gelezen? Klik dan hier voor het blog ‘Wij hebben Duitsland’.)
Onze buren hadden nog een klein doel dat we mochten lenen.
Met z’n tweeën bedachten Gerard en ik hoe wij onze tuin zouden versieren.
Op het schildersdoek maakten wij een mixed-media-presentatie met krantenkoppen en foto’s van het drama van de uitschakeling van Nederland in 1974.
Gerard printte de hoofden van het hele Nederlandse elftal uit en zette die in de tuin voor het doel.
Een vlaggetjeslijn met de Duitse driekleur maakte het af.  Op de kleine vlaggetjes staat:  “Zijn we er toch weer ingetuind…!”

Het was een drukte van belang in de  straat woensdagavond.
Iedereen was druk bezig om zijn/haar tuin te versieren, verlichting aan te leggen en commentaar te leveren op de andere tuinen.
Er kwamen veel andere Rodenaren langs,  waaronder een stel dat wij al lang kennen.
“Oh. 1974! Ik weet nog waar ik was!”
Gerard ook. Hij was destijds 13 jaar en herinnert het zich nog als de dag van gisteren; ziek was hij er van.
Later op de avond spraken we nog een paar voorbijgangers die ook traumatische ervaringen hadden opgedaan in 1974.
Als je weet ‘what happened in 1974’ verraad je daarmee trouwens ook je leeftijd.

Er kwamen nieuwe buren van de nieuwe huizen van even verderop kijken en kennismaken.
“Wij zijn Jan en Janny.”
In die categorie kwamen ook nog een Hans en Willy voorbij; echte Roners die de vorige bewoonster van ons huis nog hadden gekend (wij wonen hier vanaf 1989) en nog  de meisjesnaam  wist van onze ex-overbuurvrouw Venekamp.

Buurman tegenover ons had tijdens het plannen maken vorige week notulen gemaakt en had bij zijn eigen ‘Après ski-hut’ een wegwijzer gemaakt naar alle onderwerpen van ons blok.

De toren van Pisa. Met terras!

Na de koffie gingen Gerard en ik nog even kijken wat de anderen allemaal in hun tuin hadden gezet; we bleven steken op nr. 51.
Dat blok had Italië en zij hadden de toren van Pisa met een terras!
Er werd ons een een drankje en een hapje aangeboden en we maakten kennis met nieuwe buren uit dat deel van de straat. “Jullie moeten allemaal even een ‘Flügel’ drinken, want die flesjes hebben we nodig in onze hut!” riep overbuurvrouw.
Gezellig ja! Het was zo maar 22.30 uur.
Voor het eerst stonden we nu met alle buren van het laatste stuk van de Boskamp bij elkaar.
“Misschien winnen we dit jaar wel een prijs! ”  merkte iemand op.
Wat mij betreft hoeven we die prijs niet te winnen; de saamhorigheid in onze buurt en de onverwachte gezelligheid met de hele groep op het terras van nr.  51 is al de hoofdprijs.
Bedankt Dick en Stien!

Naschrift: we hebben de eerste prijs gewonnen dit jaar, te weten een straatbarbecue ter waarde van € 250,=.

Reageren

23 september: Stiekelvarkentie.

Egels.
Zo nuumt wij ze tegenwoordig.
Maor vrogger in mien kindertied heetten ze stiekelvarkenties; allent de mister op schoele zee egel.
Ie ziet ze niet vake en a’j je ziet bint ze dood, platreden op de openbare weg, het oversteken van de grote weg niet overleefd.
Twee keer zagen wij een stiekelvarkentie bij oons achter ’t huus: ien keer zat d’r iene achter de bezzum in de schure en ien keer wandelde d’r iene bedaard over Waninge Plaza terwijl wij bij keerslicht in de kapschure zaten.  “Wat löp daor nou?!?!?”
Maor de leste jaoren hebt wij gien iene meer zien.

Maor ze bint d’r wel, daor kwamen wij van de weke achter.
“Wat is d’r toch met mien gazon gebeurd?” vreug Gerard zöch af.
“Kiek nou toch ies, wat hef daor nou in zitten te vrotten!”
Noa wat zuuken op het internet kwamen we d’r achter: stiekelvarkenties doet dat.
Het bint eigenlijk net wilde zwienen, maor dan hiel klein.
Ze woelt de grond umme op zuuk naor eten, zoas kevers, pieren, spinnen, slakken, duuzendpoten en rupsen.
“Wat kuwwe daor nou an doen?” vreug Gerard zöch af.
Wij können niks bedenken.
Wij laot het dus maor eem gebeuren.
Misschien giet het stiekelvarkentie wel hen de buren.
Of stek e prongeluk de straote wat onveurzichtig over.
Wij ontdekten trouwens ok het veurdiel van zu’n beessie: wij hebt haost gien slakken meer in de tuun…..

Reageren

22 september: Dansen in de kerk.

Dansen in de kerk, dat doen we niet vaak.
Het zit niet zo in ons systeem en in de laatste honderd jaar stonden de voorgangers van de PKN-gemeenten, de gereformeerden en de hervormden, niet bepaald bekend als swingende kerkgemeenschappen.

Afgelopen zondag verraste dominee Walter Meijles ons met een Kyrië, een smeekgebed, dat werd gedanst.
Dat had ik nou nog nooit gezien; wat bijzonder! En wat mooi gedaan ook.
Ik zie het mezelf nog niet doen, maar om naar te kijken was al prachtig.
Ben je benieuwd wat we zagen?
Kijk dan de viering terug op kerkomroep
(zondag 19 september, 10.00 uur, Op de Helte).

Na afloop van die kerkdienst kreeg ik een mailtje van een medegemeentelid:
Het gedanste kyrië van deze zondag bracht me een uitspraak van Wim Kan in herinnering:
Dansen is bidden met de benen, marcheren is vloeken met de voeten.

 

Reageren

19 september: Heet jij ook Waninge?

“Als iedereen van onze familie er zou zijn dan waren we vandaag met 106 mensen!”
Dat zei Gerard’s zus Hennie in haar openingstoespraakje op de familiedag gisteren.  Dat aantal hebben we niet gehaald, maar 90 waren er volgens mij wel.
We waren allemaal welkom op hun camping ‘t Hijkerveld’ aan het Oranjekanaal.

Gerard en ik zochten rond 11.00 uur met onze koelbox, stoelen,  tas met koffie & broodjes ėn breiwerk een plekje in de kring.
Op zo’n dag begin je eerst in je eigen kring bij te praten,  maar al snel begint de grote stoelendans.
“Ik kom eem bij joe zitten. Hoe ist? ”
“Kom hier maor eem bij,  wij maakt de kring wel wat groter… ”
“Is dr ok  een taofeltie veur t klaoverjassen?”
Ondertussen drinkt de familie koffie en verorbert grote hoeveelheden broodjes en koek.
Tijdens die eerste fase zorg ik altijd voor een grote doos chocoladelekkertjes waar ik de hele kring mee rondga.
Dan kan ik ondertussen mooi even informeren naar nieuwe verkeringen en de namen van de jongste kinderen repeteren.

Natuurlijk was er iets georganiseerd, maar er was geen dwingend protocol.
Er was een groot luchtkussen in de vorm van een stormbaan: je moest zo snel mogelijk over hindernissen heen.
Er werd een estafette gehouden waar je je voor kon opgeven.
Van onze generatie waren er geen deelnemers;  we worden allemaal een dagje ouder, wij gingen wel sjoelen.
Bij de stormbaan bleek weer even hoe competitief de familie Waninge is.  Fanatiek besprong men het kussen en sommigen probeerden ondertussen hun tegenstander nog tegen te werken (lees: van het kussen af te duwen), vanaf de zijlijn enthousiast aangemoedigd (lees toegeschreeuwd) door hun gezinsleden.
Ook was er een volleybalcompetitie en koekhappen voor de jongsten waar ook hele groepen langs de kant stonden te roepen en commentaar geven.
De paar overige campinggasten die nog op de camping stonden waren toen al aan het fietsen.
Zoveel Waninge’s: het is ook bijna niet te harden.

Zo’n dag hoef je alleen maar om je heen te kijken en te genieten van wat je ziet en hoort.
Een schoonzus bijvoorbeeld die haar twee grote zonen van achter in de twintig vermanend toesprak: “Niet vechten! Opholl’n! Jullie bint nogal van van Lompestein…. ” Zij zag alweer kneuzingen en builen in het verschiet.
Of  een jongetje van anderhalf dat bij de organisatie van het koekhappen zomaar een grote trommel koek zonder deksel vond en met een plak koek in zijn knuistjes glunderend verder stapte op zijn nog wankele beentjes.

De jongste leden van de familie ontmoeten elkaar….

Rond vijf uur moest het hele circus verhuizen naar het plein voor de kantine voor een mega barbecue.
Onderweg daar naar toe stond er een jongetje op een skelter dat mij vroeg: “Heet jij ook Waninge?”
“Ja. Ada Waninge. Jij ook? ”
“Ja. Liam Waninge.”
Zoveel mensen die bijna allemaal Waninge heten;  voor hem schiep het een band.

Toen ik gisteravond aan Gerard vroeg waar hij het meest van had genoten zei hij: “Twee jaar geleden was ik er niet bij,  want toen lag ik in het ziekenhuis en vorig jaar was het niet vanwege corona.  Ik zag aan de kinderen hoe groot ze allemaal waren geworden en ik zag hoe iedereen genoot van het samenzijn. Het was prachtig weer, het was prima georganiseerd en we hebben heerlijk dom geouwehoerd met elkaar.  Na zo’n pandemie kun je alleen maar constateren:  wat fijn dat het weer kon!”

En? Lekker opgeschoten met het breiwerk?
Nee. Niet één steek gebreid.

Benieuwd naar alle edities van onze familiedagen tot nu toe?
Klik dan hier voor het verslag uit 2014, daar onder vind je een overzicht van alle jaren.

Wil je elke dag een melding als er een nieuw blog verschijnt?
Installeer dan de RSS-feed app op je telefoon of tablet.
Hier lees je hoe dat moet

Reageren

18 september: Gotland 8 – Torentje

Op zaterdag 21 augustus zochten we het zuiden van Gotland op.

Bootgraf

Op de weg daarnaar toe wilde ik graag een bootgraf bezoeken; we vonden het in een weiland naast de weg.
Dit graf uit de oudheid had dezelfde  functie als een hunebed: er werden urnen in bijgezet met de overblijfselen van een overledene die gecremeerd was. Daarvan hadden we al voorbeelden gezien in Gotlands Museum. Soms waren dit soort graven net als een hunebed met een zandheuvel bedekt. Er zijn nog veel van deze graven op het eiland bewaard gebleven.
Als je op de foto hiernaast klikt zie je een vergroting; dan zie je ook in de zee even verderop een klein eilandje liggen.

…metershoge kliffen….

We besloten de zuidkust van Gotland op eenzelfde manier te verkennen als Faro.
Eerst zochten we de westkant op. Toen we de auto op een parkeerplaats neerzetten zagen we de eerste uitstekende rotsformaties al. Daarna begonnen we aan één van de spectaculairste wandelingen die ik ooit in mijn leven heb gemaakt. Eerst ontdekten we een grot waar je in kon lopen, we klommen op metershoge kliffen, waar vanaf  ik met mijn hoogtevrees maar amper naar beneden durfde te kijken. We hadden prachtig uitzicht over land, kust en zee.
Daarna daalden we af en liepen (lees: klauterden) over het steenachtige strand tot we door een enorm rotsblok niet verder konden.  Daar gingen we zitten op een soort rotsbankje, deden onze schoenen uit en staken onze blote voeten in de Baltische zee.

“Mooier wordt het niet” constateerden we.
Gerard had in zijn rugzak nog een pak frisdrank en zo zaten we even later met een plastic bekertje mangosap op het zuidelijkste puntje van Gotland.

“We kunnen wel zo’n torentje maken van platte stenen als een soort markeerpunt van onze reis.” Wat een goed idee.  We verzamelden platte stenen in verschillende groottes en bouwden een torentje van een halve meter.

We maakten mooie foto’s en daarna lieten we ons torentje achter op het rotsbankje.
Zou het er nog staan?

Benieuwd naar al onze belevenissen op Gotland?
Klik dan hier naar deel 1, daar vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen: Afstudeervakantie van onze jongste

Reageren

16 september: Gotland 7 – Gotland Museum in Visby.

Carlijn vindt mij een ‘history-nerd’; dat schreef ze tenminste in de google-review over Gotland Museum,  het oudste cultuurhistorische museum van Gotland.
Gelukkig gebruikte ze in de review de meervoudsvorm, dat impliceert dat ik niet de enige ben.

Met z’n tweeën (Gerard ging niet mee deze keer) stapten Carlijn en ik op donderdag 20 augustus rond 14.00 uur het gebouw met de naam ‘Fornsal’ in; ‘de oude zaal’ betekent dat.
In het museum wordt een mooi beeld gegeven van de geschiedenis van het eiland en het wordt overzichtelijk en chronologisch opgebouwd.
We begonnen in de préhistorie; toen woonden er al mensen op Gotland en overal op het eiland vind je hun sporen nog.
In de eerste zaal maakten we kennis met de oeroude beeldstenen,  bildsten  in het Zweeds.
Ze zien er uit als grote grafzerken en ze waren bedoeld om iets te herinneren of te gedenken, zoals oorlogen of belangrijke gebeurtenissen.

In het museum leerden we over het ontstaan van het eiland en hoe het komt dat er zoveel fossielen gevonden worden op Gotland.
Verder zagen we de verschillende vormen van het begraven van mensen o.a. het egelmeisje, waarvan het skelet mét de skeletjes van egeltjes was tentoongesteld in één van de zalen.
Veel informatie over de vroege bewoning van Gotland haalde men uit grafgiften die meebegraven werden als iemand was overleden.

Als we het in de Nederlandse geschiedenis hebben over de Gouden Eeuw, dan is dat de 17e eeuw.
Gotlands Gouden Eeuw was drie eeuwen eerder: van de 12e tot de 14e eeuw was Visby het centrum van de wereldhandel, een Hanzestad  van zeer grote importantie.
Toen Visby zich aansloot bij het Hanzeverbond had dat grote gevolgen voor de handel op Gotland: ineens moesten de boeren en burgers een vorm van belasting betalen over hun handelswaar.
De plattelanders voelden zich genaaid door de stadjers en begonnen een bloedige burgeroorlog,  waarin ze jammerlijk het onderspit moesten delven.
In het museum had men een aantal gruwelijke overblijfselen uit een massagraf uit die tijd uitgestald,  o.a. een schedel, nog in een malienkolder waar een pijl uitstak….

We zagen de ontstellende rijkdom van Gotland in die tijd: vitrines vol zilveren armbanden, munten en opgegraven schatten.
We zagen hoe de rijke stad tenslotte ten onder ging door de pest, door piraterij en doordat het eiland onophoudelijk werd bevochten door Zweden en Denemarken.
Na de 15e eeuw verviel Visby tot bittere armoede. Omdat er vanaf toen bijna geen stadsontwikkeling meer plaats vond bleef de oude binnenstad volledig intact.
Al in de 19e eeuw ontdekten kunstenaars van het vasteland van Zweden de middeleeuwse stad en beschreven haar als ‘romantisch en authentiek’, zodat Visby toen al als ‘nationaal monument’ werd uitgeroepen.

Wij gingen na ons museumbezoek in dat ‘nationale monument’ eerst Gerard opzoeken en daarna een terrasje.
Even later keken we met een consumptie voor onze neus uit op het plein tegenover de kerkruïne van Sint Katharina.
History-nerds moeten ook gewoon uitrusten en bijkletsen.

Benieuwd naar al onze belevenissen op Gotland?
Klik dan hier naar deel 1, daar vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen: Afstudeervakantie van onze jongste

Reageren

Pagina 126 van 301

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén