Met met mijn broer heb ik het wekelijkse wandelen weer opgepakt.
We gaan niet koffiedrinken, spreken ergens buiten af en houden anderhalve meter afstand.
“Zullen we weer naar Norg? Dan rijden we allebei een stukje.”
Prima, donderdagmorgen 10.30 uur op de Brink.
We wandelden richting Peest, sloegen na de bebouwde kom rechtsaf en liepen zo een rondje om Norg heen.

Vanaf de Brink naast de Margaretha-kerk  kom je richting Peest vanzelf op de volgende brink; Norg heeft nog 5 traditionele brinken. Daaromheen staan mooie, veelal gerestaureerde boerderijen. Wat een plaatje!
Het was erg rustig overal; af en toe kwamen we een wandelend stel tegen en hier en daar een hardloper/fietser. We zijn bevoorrecht dat we in zo’n dunbevolkte provincie wonen.
Toen we het dorp uitliepen kwamen we langs de essen, die er keurig zwart geploegd bij lagen.

Toen we het dorp weer in liepen hadden we nog geen uur gewandeld, dus we maakten nog  een ommetje. Achter de molen vonden we een wit hek met een bordje dat het hier een opengesteld particulier wandegebied betrof.
En dan ben je ineens in een andere wereld; een prachtig park met wandelpaden, een vijvertje, een oude tuin en eeuwenoude bomen. Met af en toe tussen de bomen door zicht op een mooi wit oud huis.
We waren allebei eigenlijk wel nieuwsgierig wat dat dan voor een huis is; Henk is per slot van rekening mijn broer en we delen een aantal gezamenlijke interesses, o.a. geschiedenis.
(Foto links: in de verte schemert het witte huis, daarachter, achter de bomen, zie je de toren van de Margarethakerk, klik op de foto voor een vergroting).
Een landgoed? Drentse adel? We filosofeerden er wat over, maar we kwamen er niet uit.
“Ik zoek wel even op internet, ik kom er vast wel achter.”

En inderdaad: ik vond het antwoord op ‘Monumenten.nl’.
Weinig spectaculair moet ik zeggen…. niet oud, niet uniek en niet adelijk.
Het wordt zelfs niet ‘van rijkswege beschermd’.

Statig en karakteristiek gelegen WOONHUIS, deel uitmakend van een voormalige boerderij van het ‘landherentype’. Het woonhuis is gebouwd in 1938 in opdracht van de familie Pelinck na afbraak van twee oudere woonhuizen. Het ontwerp, dat refereert aan de neo-classicistische vormentaal, is van de Groninger architecten J. Kuiler en L. Drewes. Het geheel is omgeven door een ruime tuin met oprijlaan en enkele oude bomen; aansluitend ligt een tot wandelpark ingericht ouder terrein met onder meer verwilderde houtwallen.

…verwilderde houtwallen…

Geen deftigheid en geen huisspoken dus. Maakt natuurlijk ook geen bal uit; het is een mooi wandelpark en wij hebben genoten van deze verrassende wandeling langs ‘de verwilderde houtwallen’.
Mijn broer constateerde: “Wel erg fijn om in deze tijd van isolatie even iemand anders te spreken.”
Het genoegen is geheel wederzijds.