een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 14 van 300

6 augustus: Naar een leven zonder werk (1)

Over een paar maanden begin ik aan een nieuwe fase in mijn leven: een leven zonder betaald werk/een baan.
Begin januari schreef ik er al eens over, toen duurde het nog 9 maanden.
Toen vond ik het nog heel lang duren, nu duurt het nog maar 11 weken.
Hoe zag mijn loopbaan er eigenlijk uit?

In mei 1979 haalde ik mijn HAVO-diploma.
Mijn ouders gaven mij wel de mogelijkheid om verder te leren, maar in mijn omgeving was er destijds bijna niemand die dat deed.
Daar komt bij dat ik al vanaf de lagere school onderwijzeres wilde worden, maar in die tijd was er in het onderwijs geen werk te vinden.
Je kunt het je nu haast niet meer voorstellen, maar de decaan raadde mij af om naar de Pedagogische Academie te gaan.
Dus ik ging werk zoeken.
Veel brieven gingen de deur uit en ik solliciteerde op alles wat los en vast zat; ik werd ook regelmatig uitgenodigd.
Bij de gemeente Smilde werd ik niet aangenomen, dat vond ik wel jammer.
Mijn vader dacht dat dat te maken had met het antwoord dat ik had gegeven op de vraag waarom ik graag bij de gemeente wilde werken: “Nou, ik moet toch ergens aan het werk, hé?”
Dat is niet zo’n goede motivatie.
Door schade en schande wordt men wijs: bij volgende sollicitatiegesprekken ‘was déze baan echt wat ik altijd al had gewild!’

In deze serie neem ik je mee door mijn werkende leven vanaf 1979; daarbij staat bij elk blog een foto van hoe ik er die tijd uitzag, die zijn dus niet allemaal genomen tijdens het werk.
Volgende week vertel ik het verhaal van mijn eerste werkplek, boekhandel Iwema in Assen en hoe het kwam dat ik daar maar 6 weken heb gewerkt.

Wat ik ook al schreef in het blog ‘Er is maar één jij’: je leert eigenlijk je hele leven bij.
Als je van school komt stopt het leerproces niet.
In mijn banen heb ik heel veel geleerd, maar ook het vrijwilligerswerk en het moederschap hebben me veel (zelf)kennis opgeleverd.
Dat proces houdt dus ook niet op als je stopt met werken; ik stop immers niet met leven.
Hoop ik.
Deo volente.

Alle nog te publiceren delen in deze blogserie:
13 augustus: Boekhandel Iwema in Assen
20 augustus: Parket van de Officier van Justitie in Assen
27 augustus: De enorme overgang
3 september: Moeder
10 september: Beatrixoord in Haren
17 september: Christine Brons BV in Groningen
24 september: Managementassistent bij Lentis in Groningen
1 oktober: Zwerven door de organisatie
8 oktober: Van de Kliniek naar Team290
15 oktober: Secretaresseteam Team290

Reageren

4 augustus: Amsterdam & de kikkerkoning.

Neef Jan en zijn vrouw Janny zien we twee tot drie keer per jaar. Hij is van de hele grote familie Boelen nog één van de weinigen waar ik regelmatig contact mee heb. In het voorjaar zoeken we elkaar op en brengen we een hele zondag met elkaar door, in het tweede deel van het jaar organiseren we om de beurt een 24-uurs sessie met z’n vieren. Zaterdagmiddag zaten we bij hen aan de koffie en ook al heb je elkaar een half jaar niet gezien: we praten zo weer verder. Over hoe haar pensioen bevalt, over mijn laatste maanden bij Lentis, we bekijken een fotoboek, delen de zorgen om haar ouder wordende vader, het werk van Jan en hoe dat ook steeds minder uren worden: nog even en we hoeven niet meer in een weekend af te spreken….

Ze namen ons mee naar ‘De beeldentuin’ in Garderen: een tuin met allerlei soorten beelden en standjes en winkels met tuin- en woondecoraties.
Dat was al leuk, maar in die beeldentuin kun je de tentoonstelling ‘Zandsculpturen’ bezoeken. Ieder jaar is er een ander thema; dit jaar was dat ‘750 jaar Amsterdam’.
Je loopt letterlijk door de rijke geschiedenis van onze hoofdstad; historie, cultuur en iconische momenten van Amsterdam komen tot leven.
De zandbeelden worden vormgegeven/gemaakt door internationale zandkunstenaars. Je wandelt bij deze tentoonstelling door de geschiedenis van Amsterdam en daarmee ook een beetje door de geschiedenis van Nederland. Het was een indrukwekkende belevenis. Ieder tafereel waar we langs liepen vertelt een uniek verhaal met levensgrote zandbeelden die je aankijken en je meenemen naar hun stukje van de geschiedenis. Het verveelde geen moment: de onderwerpen zijn verrassend divers. Je maakt een ontdekkingsreis door 750 jaar: hoe Amsterdam is ontstaan, over de bloeitijd in de gouden eeuw, de pest die zoveel doden eiste, de strenge en pijnlijke straffen in die tijd, maar ook  Johnny Jordaan & tante Leen, Johan Cruyff, het huwelijk van Willem Alexander & Maxima en Anne Frank kwamen voorbij. En dan heb ik nog niet een kwart van wat we zagen benoemd.
Op de afbeelding hiernaast zie je het verhaal van de pest: op de voorgrond zie je iemand die lijdt aan de pest die wordt behandeld door een ‘pestmeester’ die een zogenaamd ‘snavelmasker’ draagt. Op de achtergrond zie je hoe overleden pestlijders in doeken gewikkeld op een kar worden gedragen en afgevoerd. (klik op de afbeelding voor een vergroting). Ik schreef het al: indrukwekkend. Hierbij een link naar de website Zandsculpturen.nl
Ben je nog in gelegenheid? Breng dan een bezoek, het is zeer de moeite waard.

In een woondecoratiekraampje kocht ik een beeldje waar ik al heel lang naar op zoek was: een kikkerkoning.
Een heel blije kikkerkoning, die inmiddels genietend tussen onze duizendschonen staat.
Kijk nou, wat een schatje.
Een mooi souvenir als herinnering aan deze bijzondere en leerzame ’24- uur’ met Jan en Janny.

Eén blog is veel te weinig voor wat we allemaal hebben gezien en gehoord: in de komende weken zal ik nog een aantal afbeeldingen zandsculpturen laten zien en iets vertellen over het verhaal dat er bij hoort.
Want weet jij bijvoorbeeld wat het spreekwoord ‘vechten tegen de bierkaai’ betekent?
Wordt vervolgd.

Reageren

1 augustus: Met zien beiden.

“Eind juli kom ik een dag naar Klazienaveen. Bedenk jij dan maar wat we gaan doen.”
Dit overlegde ik met Tante Trijn dit voorjaar. Naar Duitsland misschien? Of winkelen?
Ze zou er over nadenken.
Toen ik gistermorgen bij haar aan de koffie zat vertelde ze dat haar wensen voor deze dag eigenlijk niet zo groot waren.
“Dat we met zien beiden bint is al goed”.
Dat was voor mij gelijk de waarde van dag.

Het werd dus ook niet heel spannend.
Koffie met een lekkere appelbol.
Even Klazienaveen in: naar de groenteboer, de slager en de bakker.
En op mijn verzoek ook naar het handwerkwinkeltje ‘Anna’s wolhoekje‘ waar ik weer wat leuke ideeën opdeed.
Heb jij bijvoorbeeld wel eens gehoord van plastic stramien?
Dat had Anna gebruikt voor het maken van een windschelp, die had ze in haar winkeltje aan een seizoenstak hangen.
Hierbij een link naar  de website van ‘Hobby Gigant’, daar vind je een afbeelding van zo’n windschelp.
Met een tasje vol haakgaren en vijftal berenknoopjes verlieten we de winkel.
Daarna genoten we  van een gezamenlijk glaasje bessen en het bekijken van een fotoboek.
We lunchten met een zelfgemaakt broodje filet-americain met ei en ui én maakten daarna een ritje in de auto door Zuid-Drenthe: Erica, Nieuw Amsterdam, Veenoord, Oosterhesselen en Sleen.
Wat verrassend mooi is het daar!
We dronken een kop thee op het terras van Roelof.
We kregen een aangeklede thee: allebei een dienblaadje met een kannetje heet water (zodat je twee kopjes thee had) en een heerlijk chocolaadje.
Daarna genoten we van een etentje voor twee bij Van der Valk in Emmen.

En ik heb gisteren ook nog iets geleerd.
Ik wist namelijk niet dat er speciale eierkokers waren.
Wij zetten altijd een pannetje met water op en koken dan de eieren het aantal minuten dat wij nodig vinden voor zacht, hard of blauw.
Maar tante Trijn heeft een eierkoker!
Er zit een plastic maatbekertje bij; daarop staat hoeveel water je moet toevoegen aan de eierkoker voor de staat van het ei.
Wij deden er water in voor ‘hard’, want bij ‘filetamericain met ui&ei’ moet je geen geglibber hebben en na verloop van de benodigde tijd gaat er een bel.

Vandaag aten Gerard en ik iets bij onze lunch dat nog te maken had met de dag van gisteren: een hardbrood met kaas.
Gekocht bij de warme bakker in Klazienaveen, voorheen bakker Ten Napel. Van Evert en Carrie.
Meer weten over hardbroden? Hierbij een link naar een pagina op Wikipedia.

Met zien beiden.
Een hele dag.
Weer hélemaal bijgepraat.
Gezellig, vertrouwd en erg waardevol.

Reageren

30 juli: Lange werkdag vergeten.

Uit ons clubje van 6 collega’s is iemand weggevallen en degene die was aangenomen om mijn plaats in te nemen heeft maar twee weken bij ons gewerkt toen ze aangaf het toch niet te zien zitten.
Nou redden wij het gewoonlijk zat met zijn vijven, maar in de vakantietijd moeten we wel flink schuiven om de bezetting rond te krijgen.
“Wie werkt er eigenlijk volgende week vrijdag?” vroeg ik vorige week in de groepsapp.
Twee van ons zijn op vakantie en de drie overgeblevenen werken niet op vrijdag.
Wij hadden in het bezettingsrooster gerekend op de weggevallen collega én op de nieuwe die dan al aardig ingewerkt zou zijn……. niet dus.
Toen heb ik mijn woensdag geruild met de vrijdag, zodat ik vrijdag de 25e in mijn eentje het Team290-fort moest verdedigen.
Best spannend.
Lange dag en behoorlijk vermoeiend, maar rond 17.15 uur zat ik op de fiets en ronds 18.00 uur kwam ik thuis, waar Gerard al bezig was met de voorbereidingen voor het avondeten.

Zelfs geen zin meer in bloggen; dat komt niet vaak voor, maar dan is het hoofd gewoon te vol.
En wat is er dan heerlijker dan op vrijdagavond op de bank genieten van een ouderwetse rom-com: wij hadden een paar weken geleden ‘Four weddings and a funeral’ opgenomen, die zochten we op. Het voordeel van opnemen is dat je dan de reclames kunt doorspoelen, of gebruiken voor een toiletpauze of om wat drinken te halen.
Natuurlijk had ik die film al eens gezien, maar er was amper iets blijven hangen, dat is een voordeel van 60-plusser zijn.
Het was heerlijk Brits en heerlijk over the top.

Hugh Grant  op zijn voordeligst, Andie MacDowel op haar mooist en Simon Callow op zijn uitbundigst. Over een vriendengroep, over vriendschappen en relaties en Britse huwelijken.

Toen ik de film op zocht op internet bleek dat hij al in 1994 uitkwam. Meer dan 30 jaar geleden dus. O………geen wonder dat ik haast niks meer van wist.

Ik heb me er helemaal aan overgeven. Meegeleefd Charles die hoteldebotel was van Carry, genoten van de vermakelijke verwikkelingen tussen de vrienden onderling en vooral: de lange werkdag vergeten.
Heerlijk.
Net wat ik nodig had.
Hierbij een link naar de trailer:

Reageren

29 juli: Besbousa & krentenbrood.

We hebben het vroeger met onze kinderen veel gedaan: drinken, fruit, iets lekkers en een rood geblokt kleed in de fietstas en dan gewoon ergens onderweg in het gras gaan zitten picknicken.
Een speeltuintje, een dierentuintje, een paaltjeswandeling in het bos: het waren simpele uitjes, kostten bijna niks, maar het levert een hoop mooie herinneringen op.
En als al het lekkers op was werden de kinderen één voor één ‘gejonasd’ in het kleed.  “TOEN JONAS IN DE WALVIS ZAT……!”
Maar wanneer zit je als 60-plusser nou nog op een picknickkleedje?
Wij eigenlijk nooit meer, maar afgelopen weekend gingen we toch weer op de fiets met eten, drinken en een kleedje richting Groningen: we hadden een picknickafspraak met Yusuf en Salma.
Af en toe komen ze op deze website voorbij: hij was een collega van Gerard, we waren op hun huwelijk, zij kwamen bij ons boerenkool eten en sjoelen en wij genoten bij hen van een ramadanmaaltijd*.

We kozen voor een plekje aan het water van het Hoornse meer.
Waar ik altijd langs fiets op weg van en naar mijn werk.
De Nederlandse zomer plaagde ons wat, want op de heenweg regende het een beetje….. maar gelukkig: het klaarde snel op en na een tijdje zaten we zelfs in de zon!
Eén geblokt kleedje vond Gerard niet genoeg: je hebt immers geen zin een natte kont, dus hij nam het grondzeil mee dat vroeger bij ons in de voortent lag.

Wat was het weer leuk!
En lekker.
Wij hadden een pak vruchtensap mee, zij een thermoskan Iraakse thee.
Een gemengde thee, samengesteld door Yusufs moeder met verschillende Iraakse theesoorten.
Het was heerlijk!
Gerard had een krentenbrood gebakken, zij hadden belegde broodjes mee.
Wij hadden rolletjes gemaakt van eerder door mij gebakken pannenkoeken met kaas & ui, Salma had besbousa gemaakt: een soort Algerijnse cake met kokos.
Wij hadden kaasstengels mee, zij een bak vol oosterse knabbeltjes.
Een multi-culti-picknick: het was een succes.

Wat bijzonder was: we voerden het hele gesprek, meer dan 2 uur, in het Nederlands.
De vorige keer spraken we nog voornamelijk Engels omdat Salma onze taal heel moeilijk vindt, maar ze is met sprongen vooruit gegaan.
Ze vertelde over een groepje met meerdere nieuwkomers; dat ze samen een boek lezen, dat ze de woorden en zinnen die daarin staan met elkaar bespreken en dat ze met elkaar voornamelijk Nederlands spreken.

Inmiddels weet ik ook waarom wij als 60-plussers niet zo vaak meer picknicken.
Na twee uur kleermakerszit, benen links, benen rechts en benen vooruit kreeg ik last van kramp en had ik pijnlijke rug.
En het jonassen?
We hebben het nog even overwogen…….. maar ja, die rug hé?

* Hierbij een link naar een daarover van 19 maart.

Reageren

28 juli 2025: Helpt bidden?

In het kerkje van Roderwolde ging gistermorgen dominee Hotske Postma voor.
Even bijpraten: rond het jaar 2000 was Hotske Postma verbonden aan de Protestantse Gemeente in Roden. Eerst voor de Hervormde kerk, later gingen we ‘Samen op weg’ met de Gereformeerde broeders en zusters en werden we PKN (Protestantse Kerk Nederland).

Maar zoals haar naam al doet vermoeden: Hotske heeft Friese roots en die wortels begonnen op een gegeven moment te roepen. Spijtig voor Roden, maar ze vertrok met man en kinderen naar Friesland. Een aantal jaren geleden kwam ik haar tegen op het fietspad: ze was terug in Drenthe en woont in de gemeente Noordenveld. Het was erg aangenaam om haar weer als voorganger aan het werk te zien: ze weet me nog steeds te raken. Met haar stem, haar openheid en haar eerlijkheid.
Ze begon de viering met een persoonlijk ‘In memoriam’ voor dominee Hans Greive, de emeritus dominee die zijn loopbaan afsloot in Roderwolde; hij overleed eerder deze week.

Het ‘Onze Vader’ stond gistermorgen centraal in de viering. Hotske begon haar overdenking met een herinnering uit haar kindertijd. Haar moeder had migraine en ze bad voor de genezing van haar moeder. En om dat gebed kracht bij te zetten bad ze het Onze Vader er achteraan. “En voor de zekerheid nóg een keer een Onze Vader…” vertelde ze “want dat hielp vast!”
Toen ze in haar volwassen leven zelf in de problemen kwam ontdekte ze dat ze dat rotsvaste, kinderlijke vertrouwen in het gebed niet kon vinden “Het lukte mij niet om mijn hart te openen voor God” zei ze daarover. “Maar gelukkig waren en toen anderen die voor mij baden.”
En dat was gelijk ook de essentie van de rest van haar verhaal: een mens heeft altijd anderen nodig. Vrienden, familie, bekenden, buren, clubgenoten: het is de gemeenschap, de gezamenlijkheid die je draagt als dat nodig is. De laatste zin van haar preek was: “Wees een vriend; oefen de gemeenschap.”

Wat een waardevol advies. Daarna zongen we het erg bekende én toepasselijke lied ‘Zolang wij ademhalen’, met daarin de zin: ‘Al is mijn stem gebroken, mijn adem zonder kracht, het lied op and’re lippen draagt mij dan door de nacht.’
Het gezamenlijk uitgesproken ‘Onze Vader’ had na de overdenking meer zeggingskracht; dit werd nog versterkt door het klokgelui dat tijdens het overbekende gebed te horen was. Soms spreek ik het haast gedachteloos uit, gistermorgen was het een intense beleving.

We gaan de week weer in.
De opdracht ‘oefen de gemeenschap’ neem ik mee uit deze viering.
Daarbij moest ik denken aan wat een andere hervormde voorganger, Bart Elbert, ons voorhield. ‘De kerk heeft alles te bieden wat we als mens nodig hebben: een gemeenschap, morele waarden, sociale steun en een plek voor bezinning, meditatie en zingeving.
In onze maatschappij is de kerk gemarginaliseerd, maar het concept is nog steeds een prima uitgangspunt.

Reageren

27 juli: Deftig zitten.

Het is weer de tijd van het leukste vrijwilligerswerk: in de maanden juli en augustus is de Catharinakerk op de Brink in Roden open voor bezichtiging.
Donderdagmiddag was mijn eerste ‘dienst’ dit jaar en zaterdagmiddag gelijk al de tweede.
Je weet nooit wie er komen en wat ze verwachten.

Donderdagmiddag kwam er een een echtpaar uit Zuid-Drenthe. Zij pasten op het huis van hun dochter in Haren en fietsten elke dag een ander rondje.
Ze waren erg verbaasd: “Het  is hier net zo mooi als bij ons!”  Dat hadden ze kennelijk niet verwacht.
Er was ook een stel uit Bakkeveen. Dat wil zeggen: ze stonden op een camping in Bakkeveen, maar ze kwamen uit Lichtenvoorde.
Of wij hier ook Fries praatten. “Nee man! Je bent hier in de kop van Drenthe…!”
“O fijn, want daar in Bakkeveen versta ik niet alles wat ze zeggen.”
Dat was het moment waarop ik overstapte op mijn geliefde Drents en hij op het smeuïge Achterhoeks: Nedersaksen onder mekaar.

We hadden ook een gast die eigenlijk voor de Onlanden naar Roden was gekomen. Hij had zijn auto op de Brink gezet en die donderdag ‘op fietse’ de Onlanden verkend.

‘Hoge heren-bank’ in Roden

Hij had de zeearend gezocht maar niet gevonden. Had wel een wezeltje gezien!
Toen hij zijn fiets weer op de auto zette, zag hij toevallig dat de kerk open was en liep nog ‘even’ naar binnen; toen hij een uur later naar buiten liep waren we nog niet uitgepraat. “En hoe zat dat dan met die graven in die crypte…”
Er waren een paar kinderen die van collega-gids Jan een lesje ‘deftig doen’ kregen: deftig lopen met kleine pasjes, je hoofd mooi rechtop houden en deftig zitten in ‘de bank van de hoge heren’: de Kymmelbank.

Gesina wie……?

Toen we zaterdag om 14.00 u de grote deur van de kerk openden stond er al een echtpaar te wachten.  “Wij hebben al zo vaak voor deze kerkdeur gestaan en nu is ’t ie eindelijk open!”
Het was een echtpaar uit Amsterdam. Zij vertelden mij iets nieuws: in het koor, voor de Kymmelbank ongeveer, is enorm veel energie. Hij vertelde over ley-lijnen, over heilige plaatsen van vroeger, pendels en wichelroedes. “Hunebedden staan ook niet zomaar ergens: dat heeft alles te maken met ley-lijnen en energiestromen.” Dat moet ik als nuchtere Drent dan wel even verwerken; ik heb het echtpaar beloofd dat ik alles over dit onderwerp ging opzoeken op internet.

Als klap op de vuurpijl kwam er nog een ver familielid van Gesina Oldenhuis die haar graf en grafsteen wilde bezoeken. Weet je niet wie dat is? Lees dan nog eens dit blog.

Catharinakerk nog nooit gezien?
Benieuwd naar dit bijzondere gebouw?
Kom dan op donderdag, vrijdag* of zaterdagmiddag in augustus naar de openstelling tussen 14.00 en 16.30 uur.
Deftig zitten in de Kymmelbank.
Het graf bekijken van ’tante Gesina’.
Luisteren naar het eeuwenoude Hinszorgel.
En als je op donderdag de 14e augustus komt ben ik er ook: krijg je een pepermuntje.

* niet op vrijdag 1 en 15 augustus: dan is er ’s avonds een orgelconcert.

Reageren

26 juli: Etymologie – over woorden en taal.

Vanaf 1 januari hangt er in ons toilet een ‘Onze Taal’ scheurkalender.
Iedere dag een weetje over taal met vaste dagen voor vaste onderdelen.
Op donderdag lezen we altijd iets dat valt onder het hoofdstuk ‘Etymologie’: het deel van de taalkunde dat de herkomst van woorden bestudeert.
Vandaag een aantal interessante taal-weetjes uit deze rubriek.

Schort & shirt.
De woorden schort en shirt hebben dezelfde herkomst. Het aan het Engels ontleende shirt gaat namelijk op hetzelfde Germaanse woord terug als ons schort. En ook het kledingstuk short(s) heeft er nog iets mee te maken. Hoe zit dat precies?
Het basiswoord van schort en shirt is het Protogermaanse skurtijon. Dat betekende zoiets als kort kledingstuk.
De woorden die zijn afgeleid van skurtijon hebben verschillende betekenissen die uit ‘kort kledingstuk’ zijn ontstaan.
Zo is het Engelse shirt een kort hemd, terwijl ons schort een voorbinddoek is geworden. Uit het bijvoegelijke naamwoord short is het kledingstuk short(s) voortgekomen: een korte broek.

Latijnse leenwoorden.
Bij Latijnse leenwoorden denk je al gauw aan gevallen als ratio, museum en viaduct. Dat die er nog Latijns uitzien, komt doordat ze pas relatief laat bij ons gekomen zijn.
Boter, kaas en wijn komen ook uit het Latijn, maar die zien er juist heel Nederlands uit. Hoe komt dat?
Deze woorden hebben we al in de Romeinse tijd aan het Latijn ontleend. In de afgelopen 1500 jaar zijn ze meeveranderd met onze taal. Ze ondergingen in die periode dezelfde klankveranderingen als woorden die ‘inheems’ waren.

Latijn:  caseus, butyrum en vinum
Nederlands: kaas, boter wijn

Bijzonder vind ik dan dat in onze streektaal kaas keze wordt genoemd en wijn wien.
Die klanken liggen dichter bij de oorspronkelijke, Latijnse woorden.

Grot, krocht en crypte
De woorden, grot, krocht en crypte hebben alledrie dezelfde oorsprong: het oudgriekse krypte, dat ‘verborgen plaats’ betekende. Langs heel veel verschillende wegen zijn ze bij ons gekomen.
Dit kalenderblaadje heb ik niet helemaal uitgetypt, maar ik heb er een foto van gemaakt.
Als je op de afbeelding klikt komt hij wat groter in beeld.

Ik zit soms langer op de wc dan nodig is voor wat je daar normaliter doet.
Fascinerend vind ik dit uitgepluis van taaldingen!

 

 

Reageren

25 juli: Wat is een kaper…?

Gisteravond kreeg ik een app: “Wil je mij dit bedrag betalen voor Aaltjedag?”
Tuurlijk.
Onmiddellijk gedaan.

“Wat gingen we ook maar weer doen met Aaltjedag?” overlegden we van te voren.
Alie en ik waren allebei vergeten wat voor fantastisch idee wij hadden voor dit jaarlijkse uitstapje voor twee schoonzussen.
Theefabriek? Nee, dat zouden we met de schoonzusjes doen.
Er passeerden wat leuke activiteiten de revue en we kozen voor de borg Verhildersum in Leens.
De reis er naar toe is al prachtig. We reden door het zomerse Groningse land en kwamen door dorpjes als Gaarkeuken, Niezijl en natuurlijk Leens waar de oude borg staat.

….. naaidoos….

Toen we er waren was het al lunchtijd, dus in Het Schathoes, het restaurant dat bij het landgoed hoort, deden we ons tegoed aan een uitsmijter en garnalenkroketjes.
Daarna liepen we eerst om de borg heen door de werkelijk prachtige tuin; zo mooi, vooral omdat het hoogzomer is en alles uitbundig in bloei staat.
We kochten kaartjes in het oude koetshuis en gingen nog even op een bankje zitten aan de gracht.
Want we moesten op deze Aaltje-dag ook ontzettend bijpraten over van alles en nog wat dus we zaten genoeglijk te beppen onder het bladerdak van eeuwenoude bomen.

Eenmaal binnen genoten we van wat het museum ons te bieden had. De indeling en inrichting lijkt wel wat op die van havezathe De Mensinge in Roden die ik op mijn duimpje ken, al zijn er natuurlijk ook verschillen.
Wat licht ik er uit? In de salon stond een heel luxe antieke naaidoos op poten.
Dan moet ik mij bedapperen dat ik niet letterlijk door het lint ga dat voor de deuropening gespannen is.
Ik maakte wel een foto vanuit de deuropening: kijk nou hoe mooi!

Boven op de ruime zolder stonden een paar apparaten waar vroeger de was mee werd gestreken met een filmpje erbij waarop twee dames in dienstbode-kleding (denk aan Downton Abby) lieten zien hoe dat in zijn werk ging.
Dan ben je blij dat je nu leeft….

Gebreide kapers in de vitrine.

In de museumboerderij even verderop was een tentoonstelling van oude merklappen én er was een vitrine met bijzondere mutsen: kapers.
Een kaper is een muts of kap met een kraag er aan vast, die vroeger bij klederdracht hoorde. Soms van stof genaaid, maar soms dus ook gebreid of gehaakt. Meer weten? Hierbij een link naar meer informatie
Ik dacht: o leuk, ga ik maken, ik zoek wel even een patroontje op internet, maar dat viel tegen: ik heb nog niets gevonden.
Weet jij misschien iets? Wordt misschien vervolgd, maar misschien ook niet….

Op deze website schreef ik al eens eerder een blog over Verhildersum.
Nog even teruglezen?
14 mei 2018: over een tentoonstelling van ‘De Ploeg’ en de Textieldagen
30 mei 2016: over een uitje met De Havenstappers naar Leens
Meer informatie over de borg Verhildersum vind je hier.

Reageren

24 juli: Het offer an de paol

Ik schreef het al op 27 mei: ik haar het neiste boek van Anne Doornbos kocht en inmiddels is het uut.
Net as bij zien veurige boeken vun ik het jammer dat het uut was; ik las nog eem weer de eerste hoofdstukken vluchtig deur um nog eem nao te genieten maor daorna legde ik het wat spietig weg. Ik vuulde mij as een kiend dat eigenlijk nog niet vot wil uut de sprookjeshof in Zuidlaoren.
Niet dat het een sprookjesboek is of zo, hielemaole niet.
De schriever nemp je met in een geheimzinnig verhaol waorin iene doodkomp en iedere zöch ofvrug: “Wat is der gebeurd? En waorumme?!”
Het verhaol speult zöch of op verschillende plekken in Drenthe en omdat ik oonze provincie regelmaotig kris-kras deurkom heb ik bij de mieste plekken die wordt  beschreven ok een bield.

Ie hebt nog maor twee heufdstukken lezen en dan ku’j ’t boek al haost niet meer votleggen.
Het begun vun ik trouwens wel confronterend: der wordt iene vermist.
We hebt in oonze femilie begun november zu’n vermissing metmaakt; in de eerste heufdstukken lees ie hoe dat veur de femilie is.
De wurgende onzekerheid, de honderdduuzend vraogen en het verdriet: ik vun het moeilijk um te lezen.
Gef ok geliek an hoe dicht bij het échte leven een boek van Anne Doornbos zöch ofspeult: het zol zomaor kunnen in joen eigen leven.

Dit stiet op de achterflap:

Het offer an de paol is alweer de vierde thriller die zich ofspeult rond heufdinspecteur Freek Rossing. Ap Hilbers, een dikke boer uut Bunerveen, komp op een nacht niet thuus en is nargens te vinden. Was e op jacht en is der wat gebeurd? Hef zien inzet veur windmeulens in De Monden hum opbreuken? Of hef zien verdwiening te maken met een aal wieder oplopende ruzie over lelieteelt?  Zien gezin blef vertwiefeld achter. Eerst wanneer hij vunden wordt, komp Freek Rossing in actie.

Stukkie bij beetie ko’j as lezer meer te weten. Over het slachtoffer, over zien gezin en over allerlei geheimzinnige stukkies die ieder gezinslid veur zöchzölf holt.
As het lichaam vunnen wordt is de grote vraoge ‘Waor is e?’ beantwoord, maor der komt veul meer aandere vraogen veur trugge.
Waorum stiet Ap’s auto bij een hotel?
En wat mus hij met een zummerhuussie op een vakantiepark in Drenthe en waorum wus zien vrouw daor niks van of?
Ie trekt as lezer op met het hiele team dat um Freek Rossing hen stiet en met hum vink ie zien brieffie met aandachtspunten of.
Dit uutsleuten, dat naokeken, hier achteran west, daornaor vraogt….plietsiewark vrag discipline, geduld en een groot uutholdingsvermogen.
Veur in het boek stiet een Latijnse tekst ‘Lupus est homo homini’; dat betiekent: ‘De mèens is veur de mens een wolf’.
Wát een passende tekst bij de thema’s die in dit boek an de orde komt.

Willem Wilms (vaste bloglezer) woont al lange niet meer in Drenthe maor hef deur mien enthousiaste geschrief dit boek ok anschaft en hij hef het ok al uut.
Hij schreef mij wat e der van vun.
A’j dat ok eem wilt lezen: hierbij een link naor zien verhaol: Willem Wilms – Offer an de paol

Beneid naor de veurige drie dielen over de Drentse speurder Freek Rossing?
Hierbij een link naor alle drie de titels:
De paddenvanger – 2019
De man die Russisch preut – 2021
Grafgift
– 2023 

Reageren

Pagina 14 van 300

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén