een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 183 van 301

26 juli: Meroakels houkje.

Hoe krijgt een blog van een verstokte Drent een Groningse titel?
Ik kan het uitleggen.
Vorige week zaterdag nam ik Coby mee naar het Kloostermuseum St. Bernardushof in Aduard. Daar was ik al twee keer eerder geweest; over één van die bezoeken schreef ik al eens een blog onder de naam ‘Het klooster van Aduard’>>>.

We bekeken een informatief filmpje over de bouw van het klooster in de 13e en 14e eeuw, we bezochten de voormalige ziekenzaal van het klooster en we kregen een mini-rondleiding in het museum(pje).
Daarna maakten we een wandeling door het dorp, waarbij we met behulp van de Aduard-app (die we hadden gedownlaod) op onze tablets konden zien hoe het grote complex er destijds uit heeft gezien.
Onderweg kwamen we nog langs het graf van de monnik, waarvan botresten zijn gevonden bij de aanleg van riolering in het dorp, Die zijn plechtig herbegraven op het kerkhof.

Maar tot dusver is er nog geen woord Gronings gevallen.
Vlak voordat we bij de laatste informatiezuil waren, gingen Coby en ik naar binnen bij een huis waar je ijsjes kon kopen.
Daar hadden ze ook flesjes drinken; daar waren wij wel even aan toe na alle verhalen over monniken, bouwstijlen, gebouwen en opgravingen.
We kwamen aan de praat met de mevrouw die ons drinken had gebracht.
Rita heet ze.
Weet ik van de website.
Ze vertelde dat er in Aduard helemaal geen uitspanning meer was waar je even wat kon eten en drinken en dat zij in het gat in de markt was gesprongen.
Het pand was een voormalige bakkerij, waar tot vorig jaar een bloemenzaak in was gevestigd. Ze huurde dat nu en had er een wonderlijke combi van gemaakt.
Er stond een hele mooie, ouderwetse vitrine-toonbank waar vele soorten snoep in lagen uitgestald. Verder kon je kleine cadeautjes kopen, je kon er iets drinken, ze verkocht ijs en je kon er ook snacks krijgen. Het achterste gedeelte van het huis gebruikte ze voor sieraden maken en verkopen.
De bewoners van Aduard waren ‘slim wies met heur’ en vonden het een ‘Meroakels houkje’;  vandaar de naam van dit blog. 

We hadden allebei een flesje cola en we kochten twee ijsjes: een raket en een split.
Ik betaalde met een tientje, dat zou toch wel genoeg zijn?
€ 5,=  kreeg ik terug.
Ouderwets winkeltje; ouderwetse prijzen.
Heel wat goedkoper dan die hippe koffietenten waar je tegenwoordig minstens twee euro betaalt voor een glas heet water.

En alsof het zaakje al niet voldoende functies had, wees Rita ons nog op een vogelhuisje dat bij de deur hing. Zij was namelijk ook stempelpost voor een wandeling die door Aduard loopt (ben even vergeten welke) en als de winkel niet open is kunnen mensen in dat vogelhuisje alsnog een stempel vinden.
Ook een keer naar Rita’s Meroakels Houkje?
Hierbij een link naar haar website >>>.

Reageren

25 juli: Pip – een woonwagenkind.

Vorige week schreef ik over de foto-tentoonstelling bij ons in het Heymanscentrum.
Bij één van de foto’s kwam een lawine aan herinnering naar boven, terwijl ik die tijd niet echt heb meegemaakt.
Je ziet een woonwagen met een een trapje en een mevrouw met een emmer.
Ik kan mij in mijn hoofd een voorstelling maken van hoe het er in die woonwagen uit zag.
Dat komt van het jeugdboek ‘Pip’ van Nel Verschoor-Van der Vlis.
In de jaren ’60 door opa Boelen voor ons uit het oud papier gevist.
Ademloos heb ik het destijds gelezen.

Pip is een meisje uit een woonwagen, dat er met een marmotje en kleerhangers op uit moet om geld te verdienen. In Hoogersmilde waren er in mijn kindertijd geen woonwagens meer en er kwamen ook geen woonwagenbewoners meer langs de deuren met hun koopwaar. Wat mij is bijgebleven is dat ze steeds weer in een andere klas kwam op een andere school, omdat haar ouders van stad naar stad reisden.  Als meisje van 10 in Hoogersmilde stond mijn verstand daar bij stil. Niemand deed aardig tegen haar, ze werd gemeden als de pest. Vreselijk toch?
Hun woonwagen wordt getrokken door het paard Dorus en dat is haar grootste vriend.
Op een dag komt Pip in het volgende dorp waar ze een poosje zullen blijven en dan gaat ze daar naar een Christelijke school.  Ze hoort daar van de  Heere Jezus en leert bidden. Haar vader wil daar niets van weten en noemt alle christelijkheid ‘fratsen’.

Het aller-aller-ergste was dat Dorus ziek werd en op een nacht doodging.
Het hartverscheurende verdriet van Pip werd zo treffend omschreven, dat ik huilend in mijn bed lag te lezen. Maar in het boek liep het gelukkig wel goed af met Pip. Op zekere dag redt ze een jongen die door het ijs is gezakt en als beloning daarvoor krijgt ze een hond.
Een moralistisch kinderboek met een christelijk sausje.
Wist ik veel. Ik vond het prachtig.

Moeder, Pip en Lientje gaan langs de deuren.

Toen onze dochters klein waren heb ik het aan hen alledrie voorgelezen voor het slapen gaan, iedere dag een stukje. Het moralistische en het christelijke sausje konden me niks schelen: ik las het voor net als ‘Rozemarijntje’ en ‘Peerke en zijn kameraden’ van W.G. van der Hulst.
Je kunt aan kinderen heus wel uitleggen dat het verhaal zich afspeelt in een andere tijd, toen opa en oma nog klein waren. Ook de kinderen vonden het verhaal van Pip geweldig.
We hebben het er nog wel eens over.
“Dat PAARD! Dat ging DOOD!”

Door het boek over Pip weet ik hoe het leven in zo’n woonwagen er uit zag.
Van die oude boeken van opa Boelen heb ik heel veel geleerd over de maatschappij van voor de jaren ’60. Door (voor) te lezen kom je in een andere wereld en dat hoeft niet altijd een sprookjeswereld te zijn; ook al heb ik die ook wel heel veel voorgelezen!

Op internet vond ik de pagina ‘Achter de rug’ waar je het hele boek van Pip in PDF kunt lezen: hierbij een link >>>.

Reageren

24 juli: Een boom als een belevenis.

Op het gevaar af te worden vergeleken met prinses Irene schrijf ik vandaag een blog over een boom.
Omdat het tropisch warm is deze dagen ga ik niet op de fiets naar het werk.
’s Morgens zou het nog wel fijn fietsen zijn, maar halverwege de middag, als ik vrij ben, is het te warm.
Omdat ik vind dat ik toch moet bewegen maakte ik vanmorgen een wandeling vóór het werk aan;  ik hoef immers pas om 08.00 u te beginnen.
Even langs het kanaal en door het park naast Heymanscentrum waar ik werk.

In dat park staat een majestueuze boom.
Het is een Kaukasische vleugelnoot; er zitten lange slierten aan.
Die boom is heel dik en oud; de onderste takken hangen op de grond.
Het wandelpad in het park leidt je onder de boom langs.

Het was voor acht uur vanmorgen al 20 graden en de zon scheen uitbundig.
Onder die boom was het prachtig.
Ik liep onder een koepel van takken, bladeren en slierten; het voelde een beetje vochtig warm, het rook lekker (naar bomen en gras) en de vogels floten ontspannen.
De zon scheen buiten de boom door het gebladerte heen en ik bleef staan omdat ik werd getroffen door het moment.
Wat mooi.

Met mijn telefoon heb ik geprobeerd om het gevoel vast te leggen, maar dat is niet gelukt.
De foto’s geven alleen het beeld weer en niet de temperatuur, de geur en het gevoel.
(Klik op de foto’s voor een vergroting).

Een boom als een belevenis in de vroege morgen.
Prinses Irene zou trots op me zijn.

Reageren

22 juli: Huiskamercafé ‘Lui’.

Vrijdagmiddag kwam nicht Coby (18, dochter van mijn broer) bij ons logeren.
Eén van de vaste onderdelen van zo’n logeerpartij is Groningen.
Vrijdagmiddag gingen we samen theedrinken in de studentenkamer van Frea en Jon en daarna ging ik met haar, Frea en Carlijn de stad in.
Het is nogal een verschil of ik met mijn tante, schoonzussen of met de dochters ga stadten; ik kom dan vaak in gelegenheden waar ik nog nooit ben geweest.

Voorbeeld? Een game-winkel, waar ze alleen maar computerspellen verkopen.
Schappen vol doosjes met groteske figuren en vreemde titels.
Een groot scherm met een besturingsdoosje waarmee je spelletjes kunt uitproberen.
Mijn dames gingen bezig met een springend, hollend en vallend poppetje dat diamanten verzamelt en schildpadden omgooit.
Echt waar.
Ik stond er bij (met de spreekwoordelijke drup aan de neus) en ik keek er naar.

Tweede voorbeeld? Een huiskamer-café met de naam Lui.
Klik hier voor een artikel op SIKKOM >>> over dit fenomeen.
We streken neer in een zitje met een bank, een clubje en een schommelstoel en ik keek m’n ogen uit.

Menukaart met een luiaard

Een muur naast ons was helemaal bedekt met mos; WAT MOST? stond er op.
Dat kwam een vriendelijke meneer ons ook vragen. ‘Wat most drinken?’
Coby wilde cola.
Hadden ze niet.
Hè?
Ze hadden wel tig soorten thee, daar redden we ons ook prima mee.
In de vensterbank lag een haakwerkje waar je mee verder kon gaan, op tafel stonden kleurpotloden en overal lagen spelletjes.
Carlijn vond een doosje ‘Vertellis’. Er zaten vragen in waarover je met elkaar kon praten.
En zo zaten we samen in huiskamersferen genoeglijk aan de thee en beantwoordden vragen als: “Waar kijk jij erg naar uit?” “Wat is het beste wat je ooit hebt gekocht onder de € 100,=?’
Meer weten over Vertellis? Klik hier >>> voor een link naar hun website.

Verrassend leuk.
Als ik alleen in de stad was geweest, was ik er niet naar binnen gegaan.
Ik had het niet eens gezien denk ik.
Ook eens heen? Het adres is Oude Ebbingestraat 71.

Aan het einde van ons middagje Groningen streken we neer op een terras dichtbij de universiteit.
Daar hadden ze knisperkoude, zoete witte wijn én nacho’s.
En cola.

Reageren

21 juli: Martha of Ada?

In mijn leven als protestant heb ik al heel vaak het verhaal gehoord over Martha en Maria.
Martha die druk in de weer is met van alles en Maria die aan de voeten van Jezus zit en luistert. Maria was de sympathieke figuur in dat verhaal en Martha werd vaak weggezet als een overspannen huisvrouw.
Mensen die mij een beetje kennen weten dat ik niet het type Maria ben.
Niet dat ik nou zo’n propere huisvrouw ben, maar ik ben wel een bezige bij en druk met van alles en nog wat.

Altijd werd bij dit verhaal benadrukt dat Maria het beste deel had gekozen.
Maar als je geen Maria bent maar een Martha valt er niet veel te kiezen.
Vanmorgen in de viering in Op de Helte hoorden we van voorganger Sybrand van Dijk een nieuwe visie waar deze bloggende Martha mee uit de voeten kan.
Je hoeft niet zo te worden als de ander; je mag bij God gewoon zijn wie je bent.
Martha wordt namelijk niet terechtgewezen door Jezus omdat ze zo druk bezig is, ze wordt aangesproken op het feit dat zij vindt dat Maria óók iets moet doen. Net als zij.
Nee dus.
Maria kiest er voor om bij Jezus te zitten en te luisteren, Martha kan dat ook doen.
Zij maakt haar eigen keuzes en hoeft niet voor Maria te beslissen of ze al dan niet aan het werk moet.

Wat een verhelderende zienswijze.
Tijdens de collecte hoorden en zagen we de video-clip van Veldhuis en Kemper: “Ik wou dat ik jou was’.
Met mijn kinderkoor- en Elly&Rikkert-achtergrond had ik de hele dag een ander liedje in mijn hoofd; ik kwam er werkelijk niet van los.
Benieuwd welk liedje dat was? Klik hier>>>.

Wil je ook horen wat Sybrand precies zei?
Hierbij een link naar Kerkomroep >>> : Roden, Op de Helte, 21 juli 09.30 uur.

Reageren

19 juli: Paulussie! ‘k Zajepakke!

Soms hoor ik een flard van iets van vroeger en dan heb ik ineens mijn hoofd vol herinneringen. Vorige week liet Jeroen van Inkel een klein stukje horen uit Paulus de Boskabouter. Het begon met het liedje “Zééég kennen jullie Paulus al, Paulus de Boskabouter…!”
Paulus maakt een wandelingetje door het bos, roept dat het zo’n mooie dag is en Eucalypta hoor ik op de achtergrond zeggen; “Paulussie! ‘k Zajepakke!

Mijn leeftijd zal hooguit 7 of 8 geweest zijn, maar ik vond het spannend!
Die heks! Daar droomde ik altijd van. Dat heksen achter me aan zaten op bezemstelen.
Ik durfde soms niet te gaan slapen omdat die heksen dan misschien weer kwamen.
In alle verhalen en sprookjes kwamen ze voor: je had madam Mik Mak en Zwarte Magica in de Donald Duck, de heks van Hans en Grietje, de boze tovenaar Gargamel van de Smurfen, een boze tovenaar in mijn Pinkeltje-boek en de aardbeienfee uit mijn ‘Kleutervertellingen-boek’ die een heks bleek te zijn.

Supereng.
Maar ook superspannend.
Heksen zijn niet echt; dat weet je op die leeftijd al wel, maar je kinderbrein ‘ziet en denkt’ anders.
Heksen bestonden dan wel niet, maar achter bij ons in de straat woonde een oude vrouw die mij eens uit haar tuin had weggestuurd omdat ik me daar tijdens het verstoppertje spelen had verstopt achter een struik. Die dacht dat ik daar zat te poepen.
In mijn heksen-dromen kwam zij ook altijd voor, al dan niet op een bezemsteel.

Eén zo’n fragment uit Paulus de Boskabouter en de heksen-beelden uit mijn kindertijd spoken weer door mijn hoofd.
Hierbij een link naar één aflevering >>> waarin Eucalypta ook voorkomt.
Je snapt gewoon niet dat ik daar als kind ademloos naar zat te kijken!
Als je goed luistert hoor je de stemmen van de Fabeltjeskrant-dieren erdoor heen….

Met de heksen en mij is het trouwens helemaal goed gekomen.
Eén vriendinnetje uit mijn jeugd is zelfs een heks.
Benieuwd? Lees dan het blog ‘Foeksia en Halloween’ >>> uit oktober 2015.
Het is zelfs zover gekomen dat mijn dochter zich af en toe als heks manifesteert.
Maar daar droom ik gelukkig niet over.
Meer weten over deze verschijning?
Klik dan hier >>>.

Reageren

17 juli: “Nie knapp’m, maor zoeg’n.”

Deze week wordt de Drentse Fiets-4-daagse >>> gehouden.
Vanuit de startplaats Norg komt de karavaan dit jaar ook door Roden. Om de fietsers in de gelegenheid te stellen om de Catharinakerk op de Brink te bezichtigen was er op dinsdag 16 juli een extra openstelling van 10.00 – 16.00 uur.
Daarvoor zijn natuurlijk extra vrijwilligers nodig, dus ik had me opgegeven voor het blok van twee tot vier uur.

Tijdens zo’n fietsvierdaagse krijg je heel veel publiek binnen.
Maandag kocht ik bij de Jumbo twee grote zakken Wilhelminapepermunt en gistermiddag heette ik de mensen die binnenkwamen van harte welkom en bood ze een pepermuntje aan. Wat een schot in de roos was dat.
“O ja! Dat hoort bij de kerk hè?”
Meestal zei ik dan: “In het Drents zeggen we daarbij: niet knapp’m, maor zoeg’n.” Het is per slot van rekening de Drèntse Fiets-4-daagse.

Bijna iedereen nam er één en ook bijna iedereen reageerde op mijn opmerking.
Dan hoor je ook gelijk waar mensen vandaan komen,
“Wat seg je nou? Soege? O haha … suige!”
Soms kreeg ik alleen maar een glimlach of een knipoog.
Eén mevrouw vertaalde het voor haar man in het Fries.

Met zo’n pepermuntje is het ijs al gebroken.
“O, wat luxe, een écht Willemientje!”
Er was een meneer die vond dat we iets op de rand van het pepermuntje moesten zetten om reclame te maken voor het woord Gods.
Goed idee, doen we niet.
Drie Amerikaanse gasten wisten niet wat een pepermuntje was…. maar ze namen er wel één. Daarbij kregen ze gelijk het verhaal te horen dat de kerkgangers  die pepermuntjes namen tijdens de preek en dat die preek soms langer duurde dan je op de pepermunt kon zuigen.
Met zoveel publiek kom je minder toe aan ‘rondleiden’. Er kwamen wel wat gerichte vragen, maar niet zoals anders.
Mensen weten soms niet eens waar ze zijn.
“Hoe heet het hier?”
“De Catharinakerk.”
“Nee, het plaatsje.”
“Roden.”
“O!? Zijn we hier al in Roden? We zijn al in Roden Pieter, dan hoeven we niet meer zo ver.”

Aan die twee zakken Wilhelmina’s had ik maar net genoeg.
Welgeteld 5 stuks had ik er over.
Dit soort vrijwilligerswerk is op mijn lijf geschreven.
Als ik ooit met pensioen ga……

Reageren

16 juli: Zo dichtbij…zo mooi.

Als ik in Roderwolde ben dan ben ik daar vaak om met de cantorij  te zingen in de Jacobskerk.
Mooi kerkje.
Het dorp Roderwolde is ook erg leuk, maar daar komen we niet zo vaak.
Als ik naar Groningen fiets, ga ik altijd over Peize-Eelderwolde, dus ik zie het dorpje altijd in de verte liggen. Aan de horizon zie je dan het silhouet van de molen en de kerk.

Gisteravond gingen Gerard en ik na het eten nog even fietsen en we besloten richting Roderwolde te fietsen.
Bij het haventje zetten we de fietsen even weg.
Over het water bij de haven kwam heel langzaam een roeiboot dichterbij en we genoten van de stilte die er in de avond kan hangen in Noord Drenthe.

In een foto heb ik geprobeerd om de sfeer te vangen.
Helemaal rechts zie je de monumentale molen, helemaal links de Jacobskerk. (klik op de foto voor een vergroting).
Meer weten over de molen? Hierbij een link naar hun website >>>.
Op onze eigen PKN-website vind je meer informatie over de kerk.
Klik hier >>>> voor een link naar die pagina.

Na het eten even een eindje fietsen.
Wij wonen in een omgeving waarin je als toerist je ogen uitkijkt; wij zijn ons daar niet altijd van bewust, maar gisteravond dacht ik even ‘Noord Drenthe. Je zal er maar wonen….”

Reageren

14 juli: Gruuntesoep met worst.

Veurige weke zundag maakte ik gruuntesoep; ik haar allent gien gehakt meer in de diepvries veur ballegies, dus ik zol een vegetarische gruuntesoep maken.
“Ik zal zien dat ik eem wat verse worsten in de diepvries krieg, dan maak ik weer ies gruuntesoep met worst.” zee ik tegen Gerard.
Wat ja een goed idee. Dat bracht hum op een aander idee.
“Is de Jumbo vandaag ok niet lös? Dan haal nou toch nog eem een zu’n worst op.”
Vegetarisch is prima, maor het huuft niet zo vake.

Daniël Lohues zingt over dizze typisch Drentse soep in zien lied  ‘Hier kom ik weg”.

Ruumte smoort de drokte, stilte gef rust
ik ben me d’r niet alle dagen hielmaol van bewust
hoe graag ik hier mag wezen: gruuntesoep met worst,
leem hier helpt net zo goed as drinken tegen de dörst……

Toen ik drie weken leden op vesite was bij mien tante op Klazienaveen belde heur schoondochter.
“Is Paul bij joe? Mag ik die wel eem?”
D’r weur wat hen en weer overlegd over het eten.
“Wo’j gruuntesoep eten vandage? Ja? Dan haal ik eem een worst uut de diepvries.”
Nou bin ik d’r niet hielmaol zeker van of het nou allent een Drentse gewoonte is om verse worst in de gruuntesoep te koken; misschien in Grunn’n ok wel? Of in Overiessel?
Of allent in het Noorden van oons laand?
Wie ’t wet mag het zeggen.

Ok gruuntesoep met worst maken? Zo doe’j dat:

– Anderhalve liter water
– Gatties prikken in de worst en koken in het water.

– Ien grote siepel/ui of twee kleinties snipperen en in het water doen.
– zakkie soepgruunte van 200 gram d’r bij in.
– 1 of 2 bouillonblokkies naor eigen smaak (tuunkruden-, gruunte-of rundvleesbouillon)
– halve streng krulvermicelli (middel)
– maggiplant. Wee’j niet wat dat is? Klik hier veur een blog daorover uut 2015 >>>

As de worst gaar is uut de soep halen en in kleine schijfies snieden.

Maor ie kunt ok, net as bij opa en oma vrogger, iederiene een stuk worst in de soep geven.
Eet smakelijk.

Reageren

13 juli: De meanderende Geul.

Op een fietsbruggetje over de Geul.

De Sunwebploeg vertrekt.

Tijdens de tweede fietstocht die we maakten in Zuid Limburg voerden de knooppunten ons langs het beekdal van de Geul. Aan de hand van vijf foto’s zal ik proberen een beeld te schetsen van deze zeer afwisselende fietstocht.
Net als bij ons in Drenthe zijn de vroegere kanalisaties opgeheven en meandert het riviertje weer vrij door het landschap.
Wij kwamen tijdens het fietsen superlatieven te kort.
Wij roepen wel eens tegen elkaar dat wij in Drenthe ‘in de eredivisie van Nederland wonen’, maar dit gebied komt daar heel dicht bij; het mooie weer speelde daarin natuurlijk ook een rol, maar het was heel mooi wat we zagen.

Kasteel Oud Valkenburg

In de buitenwijken van  Valkenburg waren we toevallig getuige van het vertrek van de Sunweb-ploeg richting de Tour de France. Het wielergebeuren neemt in die streek een zeer grote plaats in.

De knooppunten brachten ons langs prachtige kastelen.
Steeds weken we dan even van de route af en liepen nieuwsgierig richting de toegangshekken. Soms kun je even om het gebouw heen, maar even zo vaak ben je  een ‘onbevoegde’ en is het voor jou verboden toegang. Maar ik onthoud dan wel even de naam van het kasteel; eenmaal weer in ons hotel zoek ik dan op internet op hoe oud het is en wie er gewoond hebben etc.

Mini-binnenplaatsje

We kwamen op de fiets langs plaatsen als Schin op Geul , Wijlre en Gulpen. Wat we in die omgeving erg veel zagen waren carréboerderijen, ook wel binnenhofboerderijen genoemd. Je ziet een groot vierkant gebouw met een inrij-poort. Als de deuren van die poort open staan zie je een binnenplaats, die vaak heel mooi is ingericht; in vroeger tijden had de gesloten carrévorm tot doel de bewoners en hun bezittingen te beschermen. Veel van deze gesloten boerderijen kwamen tot stand in de 18e eeuw in dit gebied waar de roversbenden van de de Bokkenrijders actief waren. Midden in Gulpen waren we te gast op zo’n mini-binnenplaatsje voor een kopje thee.

Uitzicht bij Gulpen.

Omdat het gebied rond Valkenburg heuvelachtig is, heb je soms schitterende uitzichten. Toen we Gulpen uitfietsten hadden we de elektrische ondersteuning echt wel weer nodig om de heuvel op te komen, maar eenmaal boven was het uitzicht geweldig.
Als je klikt op de foto’s op deze pagina krijg je een vergroting.

Eigenlijk waren vier dagen  Zuid Limburg wat te kort.
Er is daar nog zoveel te zien en te ontdekken: die fietsknooppuntenkaart hebben we vast nog weer een keer nodig!

Reageren

Pagina 183 van 301

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén