een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 2 van 193

9 mei: Hoe vrij ben je?

Gistermorgen was er weer koffiedrinken in De Deel na de viering in de Catharinakerk.
Toen ik de hal in liep en mijn jas ophing realiseerde ik me dat ik daar twee jaar niet was geweest.
Twee jaar ‘mocht het niet’.
In het licht van het onderwerp van de voorafgaande kerkdienst triggerde me die gedachte: het thema van die viering was namelijk ‘vrijheid’.
De voorganger had ons iets verteld over het begrip vrijheid.
“Is vrijheid dat je altijd kunt doen wat jij zelf wilt? Heb ik de vrijheid om met een rotgang van 300 kilometer per uur door Roden te rijden?”
Nee. Ook al zou het kunnen, de veiligheid van anderen komt daarmee in gevaar.
Dus je individuele vrijheid wordt altijd beperkt door maatschappelijke regels en het welzijn van anderen om je heen.

Deze week werden we bepaald bij 77 jaar vrijheid in ons land.
Misschien heb ik het me verbeeld, maar ik vond dat er dit jaar meer vlaggen werden uitgestoken dan andere jaren.
Door de gebeurtenissen in Oekraïne krijgt de vrijheid, die wij altijd vanzelfsprekend vonden, een nieuwe dimensie.
Het is bijzonder dat wij in Nederland al zo lang in vrijheid mogen leven.
Dat in coronatijd de inperking van onze vrijheid werd vergeleken met de bezetting in de Tweede Wereldoorlog, is met terugwerkende kracht een belediging voor de inwoners van Oekraiïne die zo te lijden hebben onder de agressie van Rusland.

Voor de overdenking kwam organist Arjan Schippers van boven achter het orgel vandaan en nam plaats op de piano-kruk.
Hij speelde virtuoos en ontroerend het thema van de film ‘Schindlers list’; de overdenking begon vervolgens met een beschrijving van wat Oskar Schindler in de oorlog had gedaan: hij had met  zijn emaille-fabriek als dekmantel zo’n 1300 Joden van de dood kunnen redden.
Hij had de vrijheid in nazi-Duitsland om rijk te worden met die emaille pannen en zich niets van het lot van de Joden aan te trekken.
De predikant wees ons er op dat vrijheid dus ook verantwoordelijkheid met zich mee brengt; dat je altijd moet nadenken over de vraag: “Wat betekent mijn vrijheid om dit te doen voor een ander?”

Hoe vrij ben je?
Mijn moeder (op de afbeelding hiernaast zie je haar als 14-jarig meisje) vertelde ooit het verhaal van een NSB-boer in de omgeving waar zij als kind woonde.
Die boer stopte mijn grootvader met zijn grote gezin af en toe wat toe.
“Dat was eigenlijk een NSB-er….” zei mijn moeder, maar het gezin was wel erg blij met zijn goede gaven.
In 2017 schreef ik een verhaal  over dit gegeven onder de titel ‘Hoe vrij bi’j?’, dat destijds werd gepubliceerd in de Zinnig: hierbij een link.
Hierbij een link naar een PDF.

Hoe vrij ben je in het maken van goede en slechte keuzes?

Reageren

8 mei: Het tasje van Kees.

Toen er kaarten beschikbaar kwamen voor de theatervoorstelling ‘Bert Visscher leest verhoalen van Kees Visscher’ vroegen wij onze vrienden in Peize of zij voor ons kaarten wilden bestellen; wij zouden dan samen met hen de voorstelling in de Winsinghof bijwonen. Maar dat ging niet door. Zij mochten maar twee kaarten bestellen en toen ze later voor ons gingen informeren was de voorstelling al uitverkocht. Zo hard ging het! Toen gooiden wij het over een andere boeg; de voorstelling ging draaien in meerdere noordelijke zalen en wij bemachtigden kaarten voor een ’try out’ in het Geert Teis-theater in Stadskanaal.
Waarom wilden wij hier zo graag naar toe?
Dit staat er over op de website van het theater:

Al jaren staat bij Bert de tas in de kast waarmee vader Kees jarenlang van zaal naar zaal reisde. Een tas vol korte Groninger verhalen en conferences waarmee hij een groot publiek liet huilen van het lachen maar ook ontroerde. Ongelooflijk populair waren de wekelijkse verhaaltjes op radio Noord onder de titel: “Zo dag en deur.”

Nu Kees precies vijftien jaar geleden overleed is het tijd om de tas af te stoffen en de verhalen nog eens te vertellen. Opdat we weer even aan hem herinnerd worden.

Zoon Bert waagt zich hieraan. Nooit heeft hij iets in het Gronings gedaan, maar met trots neemt hij deze uitdaging aan. Als prettige onderbreking zingt hij tussendoor nummers uit Kees z’n oude platenkoffer. Begeleid door Reinout Douma. Bert Visscher gait dus eem in ‘t Grunnegers Kom moar kieken. Bert leest Kees !

Dat in ons gezin Bert Visscher hogelijk gewaardeerd wordt is geen geheim, maar wij hebben in het verleden Kees Visscher ook een avond horen vertellen.
Halverwege de jaren ’90, tijdens een ‘Rodermarktparade-bespreekavond’ in de Pompstee werd hij voorgesteld als ‘de vader van Bert Visscher’, terwijl Bert vroeger ‘de zoon van….’ was.
Wat ik van die avond heb onthouden was het hilarische verhaal over Groningers met een ‘kou-schieten-gruine’ caravan.

Tot mijn grote genoegen heeft Bert gisteravond dat verhaal ook verteld.
Het was de eerste voorstelling in deze serie en dat was goed te merken.
Hij hield de tijd in de gaten, de verhalen zaten er nog niet geramd in en hij probeerde wat dingen uit.
Onbedoeld grappig was het moment waarop hij een hoog vrouwenstemmetje opzette, om er aan het einde van de zin achter te komen dat die werd uitgesproken door een grote, zware man.
De verhalen waren stuk voor stuk prachtig.
Wat ik verrassend vond was de muziek; hij zong muziek waar zijn vader erg van had gehouden.
Het mooist vond ik het lied ‘Za’st doe altied bie mie blieven, lutje wicht’ van Ede Staal.

Bert speelt Kees; hij draagt een sober, donkergrijs pak en een ouderwetse bril, maar hij blijft Bert met zijn drukte en zijn maniertjes.

Het tasje van Kees staat onder de lessenaar.

In de pauze hoorde ik een ouder iemand zeggen: “Wat jammer dat ’t almoal zo rap gait, het binnen van dei mooie verhoalen, maor hai gait te vlug”.
Daar valt echt nog veel te winnen, maar dat zal hem vast nog wel verteld worden.

Wat blijft is een beroemde zoon die zijn vader op een voetstuk zet en hem postuum eert met zo’n prachtige voorstelling: wij hebben er van genoten!

Op internet vond ik het verhaal van de kou-schieten-gruine caravan, voorgelezen door Kees.
“Ik mag vot ’n steert kriegen als dat gain Grunnegers binnen…”
Luister en geniet: hierbij een link.

Reageren

6 mei: Verr’Assen’d anders.

Gisteren, 5 mei, was voor alle Lentis medewerkers een vrije dag.
Rond de middag stapte ik in de auto richting Assen.
Knoopjes voor een babyvestje, een groene blazer voor op een een hippe, gebloemde broek die ik onlangs had gekocht en een zomerjas, die dingen stonden op mijn lijstje.
Maar ik wilde ook graag  door Assen dwalen.
Wandelen langs het gebouw van Justitie waar ik vroeger heb gewerkt (’79-’86) en gewoon genieten van het winkelen in de stad waar ik alles weet te zitten.
Dacht ik.
Eerst wilde ik bij boekhandel Iwema binnen kijken, daar heb ik ook een blauwe maandag gewerkt.
(meer weten over mijn avonturen bij Iwema, lees dan dit blog over ‘de ietwat chique boekhandel van de humorloze en stoïcijnse familie De Pauw’.)
Iwema was er helemaal niet meer!
En ze heetten kennelijk al lang niet meer zo, want op de dichtgetimmerde deur stond: “Boekhandel Van der Velde is verhuisd naar de Kruisstraat”

Waar ik de Blokker verwachtte zat een heel andere winkel.
Het forum, vroeger een machtig winkelcentrum met allure, stond helemaal in de steigers: er worden appartementen van gemaakt.
Even verderop, voorbij C&A, kwam ik toch de Blokker weer tegen.
Op de plek waar voor de coronapandemie een handwerkwinkel zat, waar ik naar toe op weg was.
Nou ja zeg.
Op internet had ik gelezen dat er een nieuwe handwerkwinkel in Assen was gekomen aan de Vaart ZZ, die ging ik opzoeken.
Tot mijn grote verrassing was dat een breed gesorteerde handwerkwinkel met een fijn sfeertje.
Er hingen gehaakte en gebreide voorbeelden van garens naast de schappen, er was een hele stelling met borduurpakketten, haakpennen & breinaalden, maar ook veel materiaal op het gebied van tekenen en schilderen, diamond painting en andere knutselvormen.
De winkel deed me een beetje denken aan ‘het Spinnewiel’ in Roden, waar Willy als een spin haar web heel handwerkend Roden en omstreken voorzag van materiaal en adviezen.
Ze hebben alleen geen lappen stof enzo.
Maar wel knoopjes.
Alleen niet meer in van die lange plastic buizen maar op kaartjes.
Waar 4 stuks opzitten en  ik moest er vijf hebben……. alsof je bij de Gamma staat bij de stelling voorverpakte schroeven.
Ik vond leuke berenknoopjes en kocht er 8; komt altijd wel weer een keer uit.

Verder heb ik  daar niets gekocht.
En dat kostte heel veel moeite.
Mooie bollen garen, vrolijk gekleurde katoentjes en heel veel bolletjes&wolletjes; ik word er altijd zo hebberig van.
Vooral als er dan leuke voorbeelden bij hangen van wat je er van kan maken.

Op dit moment ben ik bezig met een groot haakproject (deken/sprei) , ik brei een vest voor mezelf en er ligt nog een bol wol voor een babyvestje voor een zwangere collega.
Dus ik kocht alleen de berenknoopjes en beloofde dat ik terug zou komen als ik weer iets nieuws ga maken.
Wil je er ook eens heen?
Hierbij een link naar hun website: Art & Hobby

O en die blazer en die jas?
Allebei gelukt!

Reageren

5 mei: Koningsdag in Westerbork.

Wij waren niet in Roden op Koningsdag, maar in Westerbork verkopen ze gelukkig ook Jumbollen, dus wij vierden die dag in Casa Grada.
Harriët kwam op doorreis naar haar zussen in Groningen een nachtje slapen en zat ’s morgens met ons aan de koffie met oranje soezen.
We keken naar de Koninklijke familie in Maastricht; ondertussen appten we met de rest van ons gezin. De vlag is ieder jaar wel even een dingetje; in voorgaande jaren kreeg ik foto’s van getekende vlaggen of prikkertjes  (lees hierbij Vlag,  maar niet zoals het hoort te zijn), maar dit jaar kregen we foto’s van Jon die een echte vlag ophing. Ze hadden alleen nog geen echte vlaggenstok, dus ze gebruikten de gordijnhaakstok. Wij hadden eigenlijk ook geen originele Oranjebitter, maar er stond nog een speciaal ‘bittertje’: we lieten ons de schout van Westerbork goed smaken.

We waren benieuwd hoe het er op Koningsdag in Westerbork aan toe gaat, dus ’s middags stapten we op de fiets.
Vooropgesteld: wij zijn Roden gewend, waar het voor de pandemie groot feest was op Koningsdag. Dit jaar werd er niets georganiseerd in onze woonplaats,  want het Oranjefeestcomité had zichzelf opgeheven.  Men kon geen nieuwe bestuursleden vinden. Maar dit terzijde, het ging over Westerbork.

We waren er al voor 14.00 uur, maar toen was er nog niet veel te beleven.  We kochten een fiets-wandelkaart van de gemeente MiddenDrente bij de tourist-info en liepen door het dorp.  De oude Stefanuskerk was open, dus daar liepen we eerst naar binnen.  We hoorden (van vrijwilligers) en zagen (via een klankbeeld) iets van de geschiedenis van de kerk.  Daarna gingen we op zoek naar de vrijmarkt, maar die was er niet.  Een springkussen,  een eet-en drinktentje,  een ledenwerfactie van de vrijwillige brandweer  en bungeejumpen voor de jeugd, dat was het wel zo’n beetje.

Koningsrit met oude auto’s.

Om drie uur zaten de meeste terrassen vol.  Wij vonden nog een plekje bij een warme bakker voor koffie, thee en een petit four. Ondertussen genoten we van de Koningsrit met klassieke auto’s en luisterden we naar een optreden van mannenkoor ‘de Börkerstroomzangers’, maar niet te lang,  want om 15.30 uur begon de ‘Historische wandeling’.
Een stadswandeling, maar dan in een dorp. En dat was LEUK!
Met een groep van ongeveer 20 mensen gingen we mee met Gerrit.  Er sloot een groepje mannen aan: blauw colbertje, wit overhemd,  gekleurde stropdas en Hugo de Jonge schoenen.  In eerste instantie deden ze me denken aan de mannen van de Vereniging van Volksvermaken in Roden,  maar het bleek het college van B&W van de gemeente Midden Drenthe te zijn. (Weten waarom die er waren? Lees dan dit artikel).   Een inwoner van Westerbork vroeg:  “Giet Albert niet met? O,  dan wordt de wandeling een stuk minder lang…. die wet zoveul van Börk,  die holt haost niet op!”
Maar Gerrit deed het prima; hij nam ons mee naar markante plaatsen in het dorp, liet ons foto’s zien van hoe het er vroeger uitzag en vertelde ondertussen van alles over de geschiedenis. Over de oorlog, de oude melkfabriek en de oude en nieuwe horecagelegenheden. Gerrit werd trouwens regelmatig afgeleid door voorbijgangers. ‘Heeej moi!’

Koningsdag in Westerbork.
Anders dan in Roden, anders dan in Maastricht maar voor ons ook prima.
Een gemoedelijk Drents feest.
Net als de gordijnhaakstok en de schout van Westerbork een prima alternatief.

Lees hier onze belevenissen op Koningsdag in voorgaande jaren.
2015  Tompoucen met een vorkje?
2016  Wortelstamppot & Klaverjassen.
2017  Géén oranje tompoezen?
2018  Koningsdag in Enschede
2019  Koningsdag & wortelstamppot
2020 Willem-Alex-Anders-dag.
2021 Vlag. Maar niet zoals het hoort te zijn.

Reageren

4 mei: Straatnamen worden gezichten.

Mijn Historisch Stickeralbum is vol.
Met plaatje 86 dat ik van Sijcolien kreeg (die op mysterieuze wijze overal stickers vandaan toverde) plakte ik het laatste plaatje in het boek.
Wat ik het meest bijzondere vind aan dit boek is het hoofdstuk over straatnamen in Roden die genoemd zijn naar oorlogsslachtoffers.
(klik op de afbeelding voor een vergroting).
Wij wonen vlakbij de buurt waar die straten zich bevinden rondom het Bevrijdingsplantsoen, dus de Oudgenoegstraat en de Dreesdestraat liggen op loopafstand.
De namen staan staan op het oorlogsmonument waar ieder jaar op deze dag, Nationale Dodenherdenking’, een krans wordt gelegd en de Last Post wordt geblazen na een plechtigheid in de Winsinghof.

De namen werden soms allemaal voorgelezen en soms was er een nabestaande van één van de slachtoffers die iets vertelde over het leven van hun familielid en over de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voor hun leven.
In het stickerboek staan 12 afbeeldingen van slachtoffers.
Je kijkt recht in de ogen van Markus Oudgenoeg en Betje Dreesde-Wijnberg.

Die oorlog is nu 80 jaar geleden.
Wat het anders maakt dit jaar zijn de gezichten bij de namen én de agressieve oorlog die Rusland voert tegen Oekraïne.
Zo kwetsbaar zijn we.

Vanmiddag hoorde ik op Radio 5 Bert Kranenbarg aandacht vragen voor de website van het Nationaal Comité 4&5 mei.
Zij hebben een serie verhalen verzameld onder de titel ‘Twee minuten verhalen’.
We hoorden in die uitzending het verhaal van Lies. Steeds als je zo’n verhaaltje hebt gehoord wordt gevraagd om het te delen.
Bert Kranenbarg deed dat en in navolging van hem doe ik dat ook. Hierbij een link naar het verhaal van Lies: onverwachts afscheid.
Van daaruit kun je doorklikken naar de andere verhalen.

Aan het eind van het ‘Twee minuten verhaal’ wordt gezegd:

Discriminatie en racisme en zijn van alle tijden.
We moeten alert blijven.
Hou de verhalen uit de oorlog levend.
Deel dit ‘Twee minuten verhaal’, zodat we niet vergeten hoe kwetsbaar vrijheid is.

Reageren

3 mei: Troegelie.

In het weekend van 23 april kwam tante Trijn op bezoek met haar twee zonen en hun gezinnen.
Die neven zien we anders alleen maar op familiedagen of een keer toevallig als ik bij tante Trijn ben, dus het was een mini-reünie.
Drie kleinkinderen heeft tante Trijn: 2 kleindochters van 12 en 2 en een kleinzoon van 7.

Wij hadden nog niet eerder kinderen op bezoek gehad in  Westerbork, dus we waren wel benieuwd hoe dat zou gaan met dat water voor de deur,  maar het viel reuze mee.
We zaten wel buiten, maar het tweejarige kleintje werd goed in de gaten gehouden; ze was zelf ook wel beducht voor het water en haar ouders zijn niet van die paniekvogels, dat scheelt ook al.
We hadden een zeer aangename dag met elkaar. Voor na de koffie en de borrel hadden we een barbecue voorbereid.  Thuis hebben we een skottelbraai met een gasfles, maar we wilden dat weekend de barbecue die bij het huis hoort proberen,  dus we kochten houtskool, briketten en aanmaak blokjes.
Gerard was even vergeten dat het opstarten van zo’n ouderwetse barbecue ongeveer een uur duurt…..
Gelukkig is er op het Timmerholt een speeltuin met een o.a. een klimkasteel en een luchtkussen, dus de kinderen vermaakten zich prima tijdens het wachten op het eten. En ze konden ook vissen; hun vaders hadden hun hengels mee en gooiden hun dobbertje even uit. Kleinzoon van 7 had nog nooit gevist en vond het fascinerend.
“Papa!  Ik heb iets….!  O. Zeewier.”
Er werd helaas niets gevangen en hij had net zoveel geduld als zijn vader op die leeftijd, dus de rugbybal van zijn grote nicht was al gauw weer interessanter dan die wiebelende dobber.

Kleindochter van 12 begint al wat te puberen en was vooral geïnteresseerd in de Wi-Ficode; kleindochter  van 2 zorgde er wel voor dat ze de hele dag in het middelpunt van de belangstelling stond. Toen ze met z’n drieën met de bal  buiten speelden kwam ze even met een pruillipje om de deur. “Hé jonges, ik heb au!”
De ‘ jonges’ (een kamer vol volwassenen) reageerden begripvol, maar we hoefden niet op te staan: de au was kennelijk al weer vergeten, de deur ging al weer dicht.
We zagen alleen nog een klein handje: “Nou doei!”

Wat heerlijk om tante Trijn met haar clan de hele dag bij ons te hebben.
Haar te zien genieten van wat haar lief en dierbaar is.
Haar even te zien kroelen met het kleintje: “Oma zien troelegie.”
Dat is best een moeilijk woord als je nog maar 2 bent, maar het werd met een stralend snoetje wel beaamd.  “Ja. Troegelie.”

Reageren

2 mei: O tempora, o mores.

Zondagmorgen zouden we naar de kerk gaan, maar ik werd wakker met een dikke keel en een loop- c.q. snotneus.
Nee hè.
Gerard komt maar niet van zijn verkoudheid af en daardoor ik ook niet; het is even een paar dagen weg en dan begint het weer van voren af aan.
Vroeger zou ik dan gewoon wel ter kerke gaan, maar tegenwoordig staan we er toch wat anders in; we bleven thuis en bekeken de viering vanuit Op de Helte op het TV-scherm.
Eigenlijk heb ik daar geen zin meer in. Nu we weer met z’n allen naar de kerk mogen wil ik er ook gewoon weer zijn.

Het thema vanmorgen was ‘getuige zijn’.
Dominee Walter Meijles haalde in het begin de viering de oude kerkelijke gewoonte aan dat als een jong stel moest trouwen, dat er dan een openbare schuldbelijdenis afgelegd moest worden in de kerk, op de knieën, voor het oog van de hele gemeente die dan getuige was van die schuldbekentenis. Zonder schuldbekentenis geen zegen van God over je huwelijk.
De voorganger liet vanmorgen met een knipoog in het midden of het nou God was die zijn zegen niet wilde geven of de kerkenraad/dominee.
Hij bezigde daarbij de Latijnse uitdrukking ‘O tempora, o mores‘, (Ach tijden, ach zeden) waarmee wordt bedoeld dat normen en waarden wijzigen in de tijd.

De predikant vertelde ons dat Paulus een kind van zijn tijd was; hij vond dat als je niet de opstanding geloofde, dat dan je hele geloof waardeloos was.
Twee eeuwen later kijken we heel anders naar de inhoud van de bijbel. Walter Meijles was wel nieuwsgierig naar onze geloofsbeleving: het was de bedoeling dat we het tijdens de koffie zouden hebben over de vraag: Wie denk jij dat Jezus is? Welk aspect is voor jou net zo belangrijk als voor Paulus ‘de opstanding’?
Dan is het natuurlijk wel jammer dat je daar met je loop- c.q. snotneus niet over kunt meepraten na de viering.

We hoorden vanmorgen dat de apostel Paulus vindt dat we getuigen van Christus moeten zijn.
Bij het woord ‘getuige’ komt in mijn hoofd onmiddellijk het woord  ‘Jehova’s-getuige’ op.
En ‘getuigen van het evangelie’ hangt nog heel erg samen met kolonisatie en onderdrukking van andere volken en hun culturen.
Het roept negatieve associaties op.

Maar je kunt alleen getuigen van wat je zelf hebt gezien, gehoord en beleefd.
En als je al getuigt van je geloof of van je Christen-zijn, dan ben je daarbij ook afhankelijk van de luisteraar: staat die er wel open voor?
Op deze website komen af en toe geloofszaken aan de orde; de reacties daarop zijn heel verschillend, van ‘zo fijn dat je dat ook met ons deelt‘ tot ‘dat geneuzel over die kerkdiensten lees ik allemaal niet‘.
Toch zal ik er over blijven schrijven, want geloof en kerkgemeenschap horen bij mij, dus ook bij mijn ‘Waarde van dag’.

Reageren

1 mei: Weekje vakantie.

Vorige week las je zoals gewoonlijk  iedere dag een blog, maar die stonden allemaal al een week klaar: we vierden  een weekje vakantie in Casa Grada*  in Westerbork.
Daar hebben we geen vaste computer. Natuurlijk heb ik dan mijn tablet mee, maar het linken en plaatsen van afbeeldingen handigt mij op dat apparaat niet zo. Je las dus niet de actuele waarde van de dag, maar die van voorgaande dagen.

Maar ook als ik er niet over schrijf hebben mijn dagen waarde. In Westerbork schreef ik een aantal blogs over ons weekje vakantie. Eenmaal thuis maakte ik de verhalen af met links en foto’s, dus de komende dagen lees je tussen de actuele blogs door over o.a. Koningsdag en de Drentse Tulpenfietsroute.

Driekwart jaar mogen we ons nu eigenaar noemen van ons vakantiehuis. Inmiddels weten we de weg in het huis en in Westerbork.  In de ruimtes achter de knieschotten staan kratten met spullen die we dagelijks gebruiken en die we dus niet iedere keer hoeven mee te nemen uit Roden, zoals daar zijn Maggi, gasaansteker, nootmuskaat en vaatwastabletten. En theedoeken.  En talloze andere dingen die op het lijstje ‘Dit-is-al-in-Westerbork’ staan. Waren we in het begin een halve dag bezig om in te pakken voor een paar dagen Westerbork,  tegenwoordig hebben we aan een dik uur genoeg.

…. lammetjes bij de Börkerstroom….

Fietsend en wandelend verkennen we heel langzaam de omgeving van Westerbork. Langzaam,  want als we daar zijn willen we ook handwerken, lezen en  puzzelen. Inmiddels heeft Gerard lampjes bij het trapje naar het terras aan het meer neergezet. Bijna iedere avond gingen we om 23.00 uur bij het water  zitten. Jas aan,  sjaal om, sterren kijken.  Als we niet praten is het dan helemaal stil; steeds weer een sensatie. Dat komt natuurlijk ook omdat het geen hoogseizoen is en het park niet vol zit; in de zomer hoor je veel meer pratende en lachende mensen. De vorige eigenaren hadden nog wat spullen laten staan achter de schotten.  Zo vonden wij een aantal fakkels, waarvan we er op een avond twee uitprobeerden.  Ze brandden als een fakkel ;).
De rest bewaren we voor een avond waarop we er met ons voltallige gezin van kunnen genieten.

En verder…. hebben we vooral genoten van de vrije tijd.
We kregen nog wat bezoek van familie die ons huis nog niet hadden gezien, we zagen de bomen en struiken langzaam groen worden, we bewonderden de lammetjes in het weiland achter ons aan de Börkerstroom en we sloegen het drukke gedoe van mussen, koolmezen en merels gade.
Lente in Drenthe.

* Meer weten? Zie info.

Reageren

30 april: Nu nog?!? – 11 Roepende harten.

Inmiddels heb ik meer dan de helft van het beugeltraject gehad.
Zo’n ding zorgt ervoor dat je je meer bewust wordt van wat je eet en wanneer.
De plastic bitjes gaan uit bij de maaltijden en als ik een feestje heb doe ik hem gewoon een avond niet in.
Maar voor de rest heb ik vrij consequent die beugeltjes om mijn gebit zitten.

Als er tussendoor iets wordt aangeboden, wat regelmatig gebeurt, sta ik voor een dilemma: haal ik mijn beugel er hiervoor nu uit of niet?
Is het antwoord ‘ja’, dan loop ik even naar een toilet, want ik haal de bitjes er niet uit in gezelschap.
Mensen schrikken daar namelijk van.
“Jeetje! Heb je een kunstgebit?”
Nee.
En wanneer haal ik hem er dan uit? Voor hazelnootschuimgebak en bitterballen.
Maar meestal is het antwoord ‘nee’; chocola, koek, snoep, ik lust het allemaal wel, maar ik kan er ook gemakkelijk afblijven.

In het begin dacht ik dat ik veel zou afvallen, maar dat was niet het geval.
Na drie maanden was ik één kilo lichter.
Vorige week moest ik voor een controle bij de huisarts zijn, die constateerde dat er inmiddels twee kilo af was.
“Dat lijkt misschien niet veel, maar die twee kilo doen echt al iets met je bloeddruk en je algehele lichamelijke conditie” zei ze.
Dat bleek ook het geval.
De bloeddruk was significant lager dan een half jaar geleden en ook het suikergehalte was wat naar beneden gegaan.
Mooi ja; fijne bijvangst!

Voor Pasen had ik op mijn werk wel een moeilijk dilemma.
Een collega had een broodtrommel vol grote suikerharten bij de koffiemachine neergezet.
Met van die tekstjes erop.
GROTE suikerharten.
“Haal ik hem er hiervoor uit?”
Alles in mij zei  ‘JAAAH!’, maar ik dacht “Nee, dat moet ik niet doen”.
Maar steeds als ik daarlangs liep riepen die grote suikerharten: “Wij zijn GROTE suikerharten!”
De beugel heb ik er niet uit gehaald, maar ik heb er twee mee naar huis genomen.
En ’s avonds na het eten heb ik de beugel niet gelijk weer ingedaan.
Want ze riepen alweer…….

Gistermiddag had ik een afspraak bij de tandarts; 1 april was alweer een maand geleden.
Setje 18 zit er nu opgeklikt, setje 19 kreeg ik mee voor over twee weken.
Nog 22 weken te gaan.

Benieuwd naar het hele orthodontietraject?
Hierbij een link naar deel 1, onderaan dat blog vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen.

Reageren

29 april: Met eieren lopen.

We kennen allemaal  de uitdrukking ‘op eieren lopen’.
Wij liepen er vorige week vrijdag tijdens de FysiYoLates les bij Trijntje  niet óp maar mee.
We kregen een houten lepel waar een ei op lag.  Met dat ei balancerend op die lepel noesten we naar de overkant lopen.
“Als het er af valt” zei Trijntje “dan moet je het eerst weer in elkaar zetten voordat je verder loopt.”
Huh? Een ei in elkaar zetten?

Even later werd duidelijk wat ze bedoelde.  Als er een ei op de grond viel dan brak het in tweeën en kwam er een stoffen spiegelei tevoorschijn. En daar ging veel tijd mee verloren,  want als je dat stofje er weer in propte moest het wel op een bepaalde manier, want anders sloot het ei niet goed.

parcours

Wij vonden dat lopen met dat ei al een hele prestatie, maar Trijntje had nog allemaal hindernissen bedacht waarmee ze het parcours opleukte. Opstapje, twee opstapjes, wiebelkussens, evenwichtsbalkje…… en steeds wandelden we daar met een ei op een lepel overheen. Concentratie, balans, evenwicht: het werd allemaal even flink op de proef gesteld.

kussentje met rond plankje

Het tweede onderdeel was zo mogelijk nog lastiger: we gingen kuikentjes redden. Daarvoor kreeg je een kussentje met een rond plankje er op; de kussenkant moest op je hoofd en zo liep je naar de zielige kuikens. Eéntje zette je dan op dat plankje op je hoofd en dan liep je terug.
Dat klinkt eenvoudig maar dat was het niet. Je moet dan heel erg rechtop lopen.  Schouders naar achteren, hoofd recht op je romp.  Daar moet ik echt mijn best voor doen; ik loop van nature een beetje voorover en heb mijn schouders vaak in de ‘ik-zit-voor-mijn-computerscherm’ -stand.
Confronterend. Om goed rechtop te lopen moet ik moeite doen.
Gewoon rechtop staan met mijn achterhoofd tegen de muur aan voelt voor mij onnatuurlijk.
Werk aan de winkel dus.  ‘Hoog Aaltje, kijk omhoog Aaltje….  ‘

zielige kuikentjes

Terug naar de kuikentjes.  Een dame in ons groepje (die altijd keurig rechtop loopt) zei tijdens  de estafette : “Ik hoop wel dat wij straks de meeste kuikentjes hebben.  Ik kan heel slecht tegen mijn verlies….!”
Gelukkig hadden ‘wij’ 1 kuikentje meer dan ‘zij’.
Heerlijk. Allemaal ruimschoots volwassen,  maar we stonden als kleuters te geiten bij de eierloop  en we willen nog steeds alles winnen.

De eieren en kuikens was allemaal vorige week vrijdag.
Vanmiddag deden we oefeningen met kleine jongleerballen zittend op de grote balansbal; later gingen we met die kleine ballen naar elkaar gooien.
Eerst met z’n tweeën, later in een kring. Grote pret!

Dat ik na vier jaar nog niet  ben afgehaakt bij deze sport zegt iets over hoe leuk ik dit vind. Trijntje biedt ons iedere week iets anders aan, daarmee krijgen we heel verschillende oefeningen, waarbij soms de nadruk ligt op de rug of de buik,  soms op de benen of de schouders, maar soms is er ook aandacht voor oog-handcombinate,  algehele balans of leren we iets over valtechnieken.

Meer lezen over de avonturen bij Trijntje?
Hierbij een link naar het vorige blog over FysiYoLates >>>
Onderaan dat blog staat weer een link naar voorgaand verslag.

Reageren

Pagina 2 van 193

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén