een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 2 van 178

10 oktober: Bul & spreekwoorden.

Deze week kregen we een uitnodiging van Jon.
“Zaterdag 9 oktober krijg ik mijn diploma.  Willen jullie daar bij zijn?”
Nou graag!  We voelden ons vereerd.

Even terug naar hoe het begon.
In 2018 kwamen Frea en Jon vanuit Engeland in Nederland wonen* .
Ze woonden een half jaar bij ons in en vonden daarna een studentenkamer in Groningen. Frea ging in Amsterdam werken en Jon begon aan de master Biochemische wetenschappen aan de rijksuniversiteit in Groningen. In 2020 rondde hij zijn studie af,  maar vanwege de coronapandemie was er geen officiële diploma-uitreiking.
Inmiddels is hij sinds januari 2021 aan het werk bij Ecoras, Frea werkt in Emmen als HBO-docent Engels en de studentenkamer werd een huurhuis in de binnenstad.

En gistermorgen dus diploma-uitreiking.
De plechtigheid vond plaats in Hotel Meerwold aan de Laan Corpus  den  Hoorn.
We spraken wat eerder af en trakteerden het stel én onszelf op koffie met gebak.
Een hoogleraar van de RUG reikte de bul uit aan de studenten en vroeg hen om daarbij iets te vertellen over hoe ze hun studie ervaren hadden en of ze al werk hadden kunnen vinden in die richting.
“Als ze vragen wat hij geleerd heeft gaat hij vast zeggen Nederlands”… fluisterde Frea naast mij.
Jon vertelde geanimeerd over zijn huidige werk en over hoe goed dat aansloot bij de studie die hij had gedaan.
Ecoras is een is een biotechnologie bedrijf. Dit staat er op hun website: ‘Wij zijn Ecoras en wij vinden dat afval niet hoeft te bestaan. En dat het de hoogste tijd is om anders en zorgvuldiger om te gaan met onze grondstoffen. Niet langer de aarde uitputten, maar systemen circulair ontwerpen en inrichten. Op een praktische en toepasbare manier. Zodat we binnen afzienbare tijd een circulaire economie realiseren die bijdraagt aan een leefbare planeet.’
Hierbij een link naar hun website: Ecoras.
Jon bleek een uitzondering qua werkplek: de meeste studenten gingen verder in het onderzoek, bijvoorbeeld bij Certe of bij een ziekenhuis.
Voor hij naar Nederland kwam wilde hij al graag een baan waarbij ‘duurzaamheid’ voorop zou staan, het is fantastisch dat hij die ook heeft gevonden; in Groningen nog wel!

Wij zaten als trotse schoonouders in de zaal.
Natuurlijk hadden zijn ouders daar moeten zitten,  maar dat behoort helaas nog niet tot de mogelijkheden.
Volgend jaar gaan Frea en Jon trouwen, dan hopen we zijn familie hier in Nederland te verwelkomen.

Drie jaar geleden haalden we ze op uit Engeland; voor hen én voor ons een avontuur.
We zijn trots op ze; het was echt niet altijd gemakkelijk maar ze hielden stand en ze hebben het gered.
In ons gezin komen regelmatig spreekwoorden voorbij.
Jon vindt het leuk om ze te leren en vertaalt ze soms naar het Engels; in zijn oren klinkt het dan altijd heel vreemd. ‘ As long as you have that under the  knee’….

Vandaag wat Engelse spreekwoorden die op Jons  bovenstaande situatie slaan:
The first step is the hardest,  it was not a piece of cake, but all’s well that ends well.
En verder is er dan nog de Engelse uitdrukking ‘When in Rome, do as the Romans do.’ of in zijn geval ‘When in the Netherlands, do as the Dutch do’.
Wie mijn blogs volgt, weet dat dat hem geen enkele moeite kost.

Gistermorgen aan de koffie vertelde Jon wat zijn favoriete Nederlandse uitdrukking was: “Waarom makkelijk doen als het moeilijk kan?”
Hij vroeg zich daarbij hardop af of dat nou een spreekwoord was of iets van onze familie.
Ik vrees het laatste.

* Lezen over hoe het in Nederland begon? Lees dan ‘Een beetje verreisd‘, een blog over hun terugkeer dat ik schreef in 2018.

Reageren

9 oktober: Nu nog?!? 5 – Strippen.

Eind augustus kreeg ik van tandarts Martijn een aantal plastic bitjes mee en de boodschap: “Wij zien elkaar weer over 6 weken op 8 oktober.”
Toen we elkaar weer zagen gisteren was de eerste vraag “Hoe ging het?” Mijn antwoord was “Goed!”
Maar dat betekent niet dat het zonder slag of stoot ging.
De eerste paar dagen was het vervelend.
Het was een heel gefrot om die bitjes (die in het begin heel strak om je tanden zitten) van je gebit af te halen en er weer op te klikken.

Om de twee weken krijg je nieuwe bitjes. De eerste twee dagen voel je ze zitten; ze oefenen een constante druk uit op je tanden en kiezen,  die na die twee dagen in de nieuwe stand staan.
Dan zitten de bitjes gelijk ook wat losser, zodat het in-en uithalen gemakkelijker is.
De rest van die twee weken stabiliseert de stand van je gebit. Na twee weken begin je weer van voren af aan.
3 sessies van 2 weken heb ik nu gehad.  Bij het flossen van de week ontdekte ik dat er op sommige plekken al meer ruimte tussen de tanden zit, dus het heeft al effect.

Toen ik gistermiddag in de tandartsstoel ging liggen verwachtte ik niet dat er een behandeling zou plaatsvinden.
Martijn haalde de bitjes er uit; met mijn opengesperde mond constateerde ik dat ik daar zelf  al veel handiger in was.
Hij was tevreden en zei dat de bitjes los zaten en dat ‘het er goed uitzag’.
“Dan gaan we nu even wat meer ruimte creëren.”
Ik vroeg hem hoe hij dat ging doen en hij zei: “Strippen.”
Toen moest mijn mond al weer open en wist ik nog niks.
Strippen?
Het voelde als boren en vijlen; ik voelde er niets van, maar echt fijn voelde het ook niet.
Na de behandeling vroeg ik waarom dit nodig was.
“Sommige kiezen en tanden staan erg scheef. Dat is omdat ze in het verleden te weinig ruimte kregen, dus groeiden ze de kant op waar wel ruimte was.
Nu duwen we ze recht in de rij, maar daar is geen ruimte genoeg, vandaar dat we af en toe wat kiezen en tanden ‘bijvijlen’, zodat ze straks mooi recht naast elkaar staan.”
Hij liet me zien waar hij het mee gedaan had: een klein boortje en een vijltje dat op een figuurzaagje leek.
Klinkt allemaal veel gevaarlijker dan het in werkelijkheid was.

Toen werden de nieuwe bitjes er weer op geklikt, tenminste, dat was de bedoeling.
Het lukte maar niet om het onderste bitje over het ‘klikmoment’ heen te krijgen, daar was wel even wat kracht voor nodig.
Toen de verlossende klik na wat gedoe toch klonk was er opluchting alom.
Deze zit dus eerst weer even heel strak.
Ik red me er wel mee; immer mit der Ruhe.
Nog 54 weken te gaan.

Benieuwd naar het hele orthodontietraject?
Hierbij een link naar deel 1, onderaan dat blog vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen.

Reageren

8 oktober: Sponsoring – toen al!

“En de Walburgiskerk dan?” schreef ik dinsdag in het blog over de Librije.
Henk en ik dachten dat die rondleiding waar we ons voor inschreven ons iets over de kerk zou vertellen, maar we kwamen dus terecht in de Librije.
Toen we de toegangsprijs betaalden had men ons wel al gewezen op een audio-tour de kerk, dus na de bibliotheek gingen we terug naar de mevrouw bij de ingang en haalden een zo’n oortjesding op.

De Walburgiskerk bleek een onderdeel te zijn van ‘het grootste museum van Nederland’ een initiatief van het Museum Catharijne Convent, waar Henk en ik twee jaar geleden al waren.
De achterliggende gedachte is dat de Nederlandse kerken prachtige kunst, mooie interieurs en boeiende verhalen herbergen; met dit project maakt men deze verborgen schatten toegankelijk voor iedereen.

…. een gigantische kaarsenkroon….

Een oud praalgraf, middeleeuwse muurschilderingen, een gigantische kaarsenkroon: we liepen een half uur met alle mogelijke achtergrondinformatie op de oortjes door de kerk.
Wat was er veel te zien!
Zo’n audio-tour is gewoon een heerlijke manier om  een museum te bezoeken.
We hoorden vertellen dat er vroeger ook al sponsoring was in de kerken.
In de middeleeuwen had je grote beroepsverenigingen, gilden genaamd.
Die gilden hadden veel invloed: als je geen lid was van een beroepsgilde, dan mocht je dat beroep ook niet uitoefenen.
In de plafondschilderingen in een kruisbeuk aan de zuidkant van de kerk was bijvoorbeeld een krakeling te zien: het symbool van het bakkersgilde.
In andere kruisbeuken zag je o.a. een laars van het schoenmakersgilde en een mes van de verenigde slagers.
Die gilden gaven dus een bedrag bij de bouw van de zijbeuk en in ruil daarvoor werd hun logo getoond.
Niets nieuws onder de zon…..

Toen we de kerk uit liepen zochten we de machtige IJssel nog op voor een wandeling langs de kade, want mijn broer en ik delen ook de liefde voor grote rivieren
Daarna was er nog mooi even tijd voor een terrasje aan de voet van het oude stadhuis in de binnenstad.
Zum Wohl!
En wohl was het.
Want de blogs die ik schreef over ons dagje uit staan dan wel bol van musea en geschiedenis, maar de dag wordt vooral gevuld met broer-zus gesprekken.
En net als met mijn vriendinnen ben ik met mijn broer na een dag nog niet uitgepraat.
Wat gaan we volgend jaar doen?
Wordt vervolgd 😉

Benieuwd naar oude kerk in Zutphen?
Hierbij een link naar hun website: Website Walburgiskerk

De andere blogs over deze dag:

2 oktober: Ogen vanuit de vorige eeuw (over museum More in Gorssel
5 oktober: De Librije (over een leeszaal met boeken van vóór 1600)

Reageren

7 oktober: Bounciër?

“Wat veel mensen, ja!” riep een tenor dinsdagavond tijdens de cantorijrepetitie.
Dat kon je inderdaad wel zeggen: bijna iedereen was er, meer dan 20 koorleden.
De altengroep was weer op sterkte, tot mijn grote vreugde was collega-alt van de achterste rij er ook weer.

Taizé-viering 17 oktober

We zijn deze weken aan het repeteren voor de Taize-vesper op 17 oktober. Die liederen zijn veelal bekend; de zettingen van Taize liederen zijn mooi en melodieus.
Dat betekent: heerlijk vierstemmig met elkaar zingen. Af en toe dringt het nog door: het kan weer! We mogen weer!
De sensatie van meerstemmig zingen met zoveel mensen is voelbaar na zoveel maanden zonder voltallig koor. Ik probeer er nog meer van te genieten dan voorheen.

Cantor Karel staat met hernieuwd elan voor het koor.
Bij het lied Veni Creator Spiritus vraagt hij ons om het een beetje spannender en mysterieus te zingen.
Bas op de achterste rij wilde nog wel een piepende deur toevoegen…
Verder gebruikte Karel een woord dat wij niet kenden.
“Die twee strofen daar mogen wel wat bouncier gezongen worden.”
Huh?
Bounciër?
Onze cantor is vergeleken met ons een jonge man die soms net zo praat als onze dochters: met vernederlandste Engelse woorden.
Karel bedoelde opverend, een beetje stuiterend.
Bouncing is wat Teigetje uit de tekenfilm Winnie de Poeh doet.
Poing,  poing! En zo moeten wij dan zingen.
Die twee strofen dan, hè? Buurvrouw en ik hoeven elkaar alleen maar even aan te kijken.  Bouncier. Ja hoor, ja.

Corona lijkt al weer even geleden,  maar ik ben het nog niet vergeten.
Dinsdagmiddag Holy Stitch,  dinsdagavond cantorij.
Sinds corona weten we dat niets vanzelfsprekend is.
We schudden nog geen handen,  we zoenen niet, zelfs niet drie keer in het luchtledige en de anderhalve meter is inmiddels een soort natuurlijke afstand geworden.
We kijken de spreekwoordelijke kat nog even uit de boom en hopen binnenkort in ieder geval voor Gerard op een derde prik.

Maar ooooo….. wat geniet ik weer van wat met die voorzichtigheid toch al weer kan!

Reageren

5 oktober: De Librije.

“En Zutphen dan?” schreef ik zaterdag in het blog over het Museum More.
Je kunt in één middag natuurlijk nooit een hele stad bekijken, dus Henk en ik richtten ons op de Walburgiskerk.
Op hun website hadden we gezien dat daar ook een rondleiding was; wij houden allebei erg van oude kerken, dus dat gingen we doen.
Tijdens de wandeling naar de kerk toe zagen we aan onze linkerhand de oude Berkelpoort.
In 2016 was ik met Gerard op vakantie ook al in Zutphen geweest (daarover schreef ik destijds het blog ‘Hanzestad Zutphen‘) en dat stuk oude stadsmuur was me bijgebleven.
Daar moesten we natuurlijk wel even heen te kijken.

Eenmaal in de kerk schreven we ons in voor de rondleiding.
Tot onze verbazing was dat geen rondje door de kerk, maar een bezoek aan de Librije.
Met een klein groepje gingen we door een kleine deur en stapten 6 eeuwen terug in de tijd.
De Librije is een openbare leeszaal uit de zestiende eeuw, die destijds (tijdens de woelige tijden van de reformatie) vooral tot stand kwam om de mensen voor het “ware” geloof te behouden door hen “goede” boeken te laten lezen.
Onze gids vertelde ons dat de eeuwenoude boeken die daar aan kettingen op de houten banken liggen bijna allemaal eerste drukken zijn. De boekdrukkunst was nog niet zo lang daarvoor uitgevonden en alles wat er tot dan toe aan geschreven tekst was bewaard op perkament en papier kon toen gedrukt worden.
En net als toen wij al onze LP’s wegdeden toen de CD werd uitgevonden, zo werden toen de oude, handgeschreven teksten hergebruikt: men maakte er schriftkaftjes van, boekenleggers, kaften voor boeken en het werd zelfs gebruikt voor het restaureren van orgelpijpen.

Even wat informatie van de website van De Librije.
De Librije heeft dertig jaar als openbare leeszaal gefunctioneerd. In de zeventiende en achttiende eeuw was het een particuliere bibliotheek voor predikanten en raadsleden, daarna raakte de Librije in vergetelheid.
Aan het eind van de negentiende eeuw werd de leeszaal herontdekt als een monument van wetenschap en geschiedenis.
De Librije behoort tot de belangrijkste cultuurhistorische monumenten in Nederland en daarbuiten, want er bestaat maar één andere vergelijkbare bibliotheek: in Italië (Cesena).

Wat een belevenis om daar te staan.
En je te realiseren hoe oud die boeken zijn.
De gids vertelde gedetailleerd over de leeszaal en de boeken, maar dat kan ik op dit blog niet allemaal delen.
Eén verhaal vertel ik vandaag.
De boeken hebben allemaal een metalen beslag, een soort klem die het voor- en achterkaft tegen elkaar aan drukt.
Op die manier komt er geen licht, stof en ongedierte bij de bladzijden.
Om het boek te openen moest je hard op de voorkaft slaan, dan sprongen de klemmen open.
Daar komt onze uitdrukking ‘een boek openslaan’ vandaan.

Meer weten over deze eeuwenoude leeszaal?
Hierbij een link naar hun website: Website Librije.

En de Walburgiskerk dan?
Wordt vervolgd.

Andere blogs over deze dag:
2 oktober: Ogen vanuit de vorige eeuw (over museum More in Gorssel)
8 oktober: Sponsoring! Toen al… (over een audiotour in de Walburgiskerk) 

Reageren

4 oktober: Zo’n dag.

Wat is de waarde van de dag op zondag?
De zondag is voor ons een andere dag dan de andere dagen in de week.
Dan geen pilates, geen huishoudelijke klussen (wel hééél af en toe eens een was als het zo uitkomt…), geen uitgebreide maaltijd, kortom: rustdag.

We besloten om gistermorgen de viering in de Catharinakerk niet bij te wonen, maar via de tv mee te kijken.
Dat is een bewuste keuze, want ’s middags zouden we naar Almelo en dan ben je de hele dag ‘onderweg’.
Nadeel van die keuze is dat ik de kerkdienst minder intens beleef omdat ik niet fysiek aanwezig ben.
Gistermorgen zat ik op de bank  omgeven door oude borduurboeken, borduurvoorbeelden en -patronen op zoek naar een krans van kruissteken.
Ik vond wat ik zocht, maakte een beginnetje en luisterde ondertussen naar de dominee, we  dronken koffie en kregen het nog even over de preek.
Over de ingesleten patronen van het gedrag van mannen en vrouwen
Over de beeldvorming over mannen en vrouwen.
Over niet mogen scheiden (ook in deze tijd nog niet) omdat dat in de bijbel staat.
Bij de positie van de vrouw ten opzichte van de man moet ik dan ook altijd denken aan de rol die de kerk zelf heeft gespeeld bij het buiten spel zetten van de vrouw als het gaat om macht en invloed. Daar moeten we het nog maar eens over hebben, maar nu even niet.

Zondagseten is vaak een allegaartje.
Gisteren aten we een croissantje, een pannenkoek die nog over was van de vorige dag en een kom snert uit de pan die ik al had gekookt voor morgen. Want werken.
In Almelo hadden ze kennelijk ook ‘zo’n dag’: “We doen even makkelijk vandaag. Wat zullen we voor jullie bestellen?”
Voor het eerst in mijn leven at ik spare-ribs.
Lekker!

Na de koffie reden we weer naar huis, waar we nog keken naar de finale van Heel Holland Bakt.
Zo’n dag.
Heerlijk.

Wat was de waarde van de dag?
De hele dag.

Dus ook de foto die we kregen van vrienden vanuit een restaurant.
Vriendin werd 70 en vierde dat met kinderen en kleinkinderen.
“Gisteravond sinds twee jaar met de hele club samen. Heerlijk en volop genoten!”
Wat fijn dat er steeds weer meer kan.
Vandaag ga ik de mail voor lootjestrekken rondsturen in ons gezin.
Het is maar zo weer 5 december…….

Reageren

2 oktober: Ogen vanuit de vorige eeuw.

Donderdag 30 september was het ‘broers & zussen’-dag,
Van meervoud is bij mij geen sprake: ik heb één broer en géén zussen.
Na het overlijden van ma, waarin Henk en ik samen optrokken op weg daar naar toe, spraken we af dat we één dag in het jaar met z’n tweeën een dagje uit zouden gaan.
De eerste keer deden we dat in 2019, toen gingen we naar het Catharijneconvent in Utrecht; in 2020 kon het niet doorgaan vanwege corona. Dit jaar werd het 1 oktober.

Als het gaat om de vraag ‘Wat zullen we doen die dag?’ kunnen we bijna niet kiezen.
Dit keer werden we op het spoor ‘Zutphen’ gezet door de Van Rossems.
We begonnen in Gorssel met het museum More. Die letters staan voor Modern Realisme: schilderkunst of sculpturen die de werkelijkheid herkenbaar weergeven,
Eerlijk gezegd: ik weet niet zo heel veel van schilderkunst en de verschillende stromingen daarin; voor mij is het al fijn als ik kan zien wat iets voorstelt.
De collectie in More vertegenwoordigt een belangrijk deel van ons nationaal cultureel erfgoed op dat gebied en wordt beheerd voor toekomstige generaties.
Zo wordt het voor een breed publiek toegankelijk gemaakt. Ook voor mij dus.
Je ziet met name werken uit de 20e eeuw en hedendaagse realistische kunst en er was een speciale tentoonstelling van de kunstenaar Jan van Herwijnen (1889/1965).
Een eeuw geleden  tekende hij in negen maanden tijd 32 levensgrote portretten van psychiatrische patiënten in het Willem Arntsz Huis in Utrecht. ‘Dat moest ik doen – dat was een dwang waar ik niet onderuit kon.’ In 1918-1919 reisde hij voortdurend op en neer van zijn woonplaats Amsterdam naar de bewoners van dit ‘gesticht’ om zijn missie te volbrengen.

Die tentoonstelling maakte indruk.
Mensen met een verstandelijke beperking kijken je vanuit het begin van de vorige eeuw aan.
Je ziet verschillende emoties  op de schilderijen, die allemaal zijn getekend in zwart/wit tinten.
Triestig.
Somber.
Weerloos.
Vriendelijk.
Achterdochtig.
Uitgeblust.
Blij.
Als je weet hoe er toen omgegaan werd met psychiatrische patiënten heb je het met terugwerkende kracht met ze te doen.

We stonden soms heel dichtbij zo’n doek om te kijken naar hoe bijvoorbeeld de ogen waren uitgewerkt.
Heel dik aangezet soms. Of juist met hele dunne lijntjes.
Wat ben je dan een kunstenaar als je als die verschillende gemoedstoestanden van mensen kunt vastleggen op een schilderij.
En toen hadden we nog maar één zaal gehad.

Benieuw naar wat we hebben gezien? Hierbij een link naar de pagina over deze tentoonstelling op de website van More:  tentoonstelling Jan van Herwijnen.
Meer weten over het de vaste tentoonstelling in het museum?
Hierbij een link naar hun website: museum More.

En Zutphen dan?
Wordt vervolgd.

Andere blogs over deze dag:

5 oktober: De Librije (over een leeszaal met boeken van vóór 1600)
8 oktober: Sponsoring! Toen al…… (over een audiotour in de Walburgiskerk.

Reageren

1 oktober: Ochtendritueel.

Bij de Arbeidsvitaminen vragen ze altijd een bekende Nederlander naar zijn of haar ochtendritueel.
Artiesten leiden meestal geen doorsnee leven, dus dat ochtendgebeuren wijkt nogal af van dat van mij.
Mijn dag begint altijd met Radio 5 en tien minuten pilates/yoga-oefeningen; daarna kijk ik op m’n telefoon en scan het laatste nieuws.
Eenmaal beneden neem ik eerst mijn medicijnen, pak ik de vaatwasser leeg en zet thee.

..

Ontbijten doe ik met een kop rooibosthee, twee stuks fruit en een sudoku.
Na de sudoku ziet iedere dag er anders uit.
Als ik naar mijn werk ga heb ik het puzzeltje meestal nog niet af, dat doe ik dan als ik thuis kom.

Het ochtendritueel is belangrijk voor mij.
Het is geen geheim dat ik geen ochtendmens ben en op deze manier kom ik rustig op gang en kan ik leunen op mijn interne automatische piloot.
Radio 5 zorgt voor muziek en nieuws en na een uur ben ik helemaal bijgepraat, bijgelezen en bijgekomen: de dag kan beginnen.

Dat sudoku-puzzelboekje is trouwens ook een klein dagboekje.
Iedere dag noteer ik de datum en plak het stickertje van de dagelijkse kiwi op de bladzijde; ook zet er er één zin op die de dag van gisteren typeert.
Soms blader ik nog even terug en roep de gebeurtenissen die bij de zinnen horen in herinnering.
De waarde van de dag in vogelvlucht……

Reageren

30 september: Gotland 10 – Rondje muur & tuin.

Tijdens de stadswandeling van Aidan was er niet veel aandacht voor de stadsmuur van Visby en vele poorten.
De middeleeuwse binnenstad is nog volledig ommuurd en dat vond ik fascinerend.
“Ik zou graag een wandeling maken langs de hele muur: beginnen en eindigen bij de Oosterpoort.”
Dat leek Gerard ook een goed idee en samen begonnen we aan deze zelfbedachte stadswandeling.
Bij iedere poort of doorgang in de muur stond een bordje met informatie over dat deel van de stadsmuur.
Die bordjes moet ik allemaal lezen (zie foto).
Zo ontdekten we een voormalige pek-kokerij (het rook er nóg naar), een plek voor lepralijders net buiten de muur waar aan de binnenkant het ziekenhuis stond,  de visserspoort waar de gevangen vis door naar binnen werd gebracht en een toren die vroeger als gevangenis had gediend.

Een deel van de muur was gerestaureerd en zag er uit zoals hij in de middeleeuwen gefungeerd had; met trappen,  vloeren en vlonders zodat je je achter de muur kon verschuilen.
Je kon helemaal bovenin die toren klimmen en ervaren hoe het uitzicht was als je daar op de uitkijk stond.
Verder ontdekte ik dat er aan de havenkant van Visby vroeger een verdedigingswerk/burcht had gestaan, Visborg genaamd.
De contouren en één toren waren nog te zien. Op de kademuren zag ik in mijn verbeelding de schepen al aankomen.
Tijdens zo’n wandeling geniet ik met volle teugen en zuig alle informatie die te vinden is in mij op.
Het klimmen en afdalen in de smalle straatjes viel me nog het meest tegen: mijn voeten en knieën voelde ik nog van de klauterpartijen over de rotsen aan de zuidkust….

Carlijn was ondertussen in haar eentje de stad in; halverwege de middag zouden we elkaar ontmoeten voor een bezoek aan de botanische tuin, die stond nog op haar verlanglijstje.
Na een stevige wandeling langs muren en poorten was de tuin een oase.
Deze DBW Botanische Tuin ligt midden in de binnenstad van Visby, is al aangelegd in 1855 en ligt gedeeltelijk langs de zeeboulevard. De naam is afgeleid van “De Badande Wännernas trädgård ”(De tuin van de badende vrienden). Je vindt er een gevarieerde mix van inheemse en exotische planten en bomen en een prachtige rozentuin.
We maakten een wandeling, zaten op bankjes verbaasden ons over de vele verschillende soorten bloemen en planten. Met recht een oase.

Benieuwd naar al onze belevenissen op Gotland?
Klik dan hier naar deel 1, daar vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen: Afstudeervakantie van onze jongste

 

 

Reageren

29 september: Schuifmoment gemist.

Vorig jaar was er geen kermis; daardoor miste ik mijn jaarlijkse ‘schuifmoment’.
Geen idee wat dat is?
Lees dan het blog Laot Aoltje maor schoe’m uit 2016.
Zondagmiddag liepen we het dorp in voor een ijsje en plastic bakje vol zilveren munten.
Het ijsje lukte prima, maar het bakje vol zilveren munten ging niet door.
Het was zo druk op de kermis, dat er geen plekje over was bij de schuifautomaten.

Maandagavond rond 19.30 uur deed ik een tweede poging: nu gingen we voor een warme oliebol en een bakje vol zilveren munten.
Nu was er plek zat; ik kreeg geen 100 maar 110 munten dankzij de uitgeknipte bon uit De Krant.

Even een klein stukje geschiedenis.
Ik ga altijd zonder Gerard schuiven, want die vind het niks; meestal gaan er wat dochters en schonezonen mee.
Die waren dit jaar niet in de buurt, dus Gerard ging mee.
Hij stond naast mij ontzettend zijn best te doen om zich afzijdig te houden, maar hij vroeg op een gegeven moment toch een paar munten om in het apparaat waar hij voor stond ook een paar munten te gooien. Even later stonden we samen geconcentreerd muntjes te schuiven en kletterde er regelmatig iets in het opvangbakje. Af en toe grijnsde hij even schuldbewust opzij.
“Toch wel leuk…” was zijn commentaar.
Hij begreep nu ook waarom ik altijd maar 10 euro meeneem.
Stoppen is altijd lastig: de muntjes liggen altijd zo dat ze elk moment kunnen vallen.
‘Nog één!….’
Als er geen geld meer is kun je ook geen nieuwe munten kopen.
Eenmaal bij het apparaat weg is de drang om door te gaan ook weg.

Een half uur lol hebben we van ons tientje gehad; 3800 waardepunten verzameld.
Kun je niks mee, of je moet 10.000.000 punten hebben.
Mijn stapeltje plastic punten gaf ik aan een groepje puberjongens die hun ogen en oren bijna niet geloofden.
Dit laatste stukje van ‘het schuifmoment’ is één van leukste onderdelen van mijn jaarlijkse kermis-feestje.
Maar volgend jaar graag weer een écht feestje met een complete Rodermarkt.

Naschrift.
Na 25 jaar meedoen aan de Straatverlichtingswedstrijd tijdens de Rodermarktfeestweek heeft de Boskamp dit jaar de eerste prijs in de wacht gesleept!
Benieuwd naar hoe dat zo is gekomen? Lees dan ‘Wij hebben Duitsland‘ en ‘Ik weet nog waar ik was!’

Reageren

Pagina 2 van 178

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén