een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 2 van 203

16 september: Een zwak.

Het is niet een erg spectaculaire ontboezeming en oplettende lezers weten het ook al wel: ik heb een zwak voor André van Duin.
Vanaf mijn dertiende al.
Dinsdagavond was Van Duin te gast bij Arjan Lubach.
De uitzending zelf heb ik niet gezien, maar ik zag op internet een kop voorbijkomen; gelijk opgezocht, woensdagavond even gekeken.

Bij Lubach aan tafel zit een 75-jarige man en ik vind het nog steeds leuk om naar hem te kijken.
Levendig en adrem. Volkomen naturel, alsof ze met z’n tweeën aan de keukentafel zitten, voeren ze een gesprek.
Met een klein verhaaltje weet hij dan weer de hele zaal te ontroeren.

Hij zat op een terrasje in Hilversum en de serveerster had hem een briefje gegeven.
Het was geschreven door een mevrouw die ook op dat terras zat.
‘Meneer Van Duin, ik zit hier met mijn moeder die inmiddels heel erg dement is en mij niet meer herkent.
Op het moment dat u het terras op kwam lopen zei ze: “Hé kijk, André van Duin!” Zo bekend bent u….’
Van Duin vertelde dat hij haar niet meer had kunnen spreken en wierp haar via de camera een kushandje toe.

Zijn agenda zit nog tjokvol: opnames voor Heel Holland bakt, dat programma met die modeltreinen en de volgende bootreis met Janny staat ook alweer gepland. En als we hem mogen geloven bruist Jan Slagter nog van nieuwe ideeën voor programma’s met hem.
Zelf zegt hij daar over: “Maar ik heb ook een nieuwe relatie, daar gaat ook veel tijd inzitten….”
Het blijft een fenomeen.
Wil je het stukje  Lubach/Van Duin even bekijken?
Hierbij een link naar een video op YouTube.

Eerdere blogs over André van Duin:
7 januari 2015 :  13 jaar en verliefd op Van Duin.
2 januari 2017 : Van Duin met Kees Hulst in de ‘The Sunshine Boys’
4 juni 2017 : een ontroerend lied van Van Duin over zijn vader.
22 november 2017: Hendrik & Evert uit ‘Hendrik Groen’.
31 juli 2019: Over de Dik voor Mekaar show uit de jaren ’70
6 mei 2021: De toespraak op De Dam op 4 mei.

Reageren

15 september: King Charles.

Weet je nog?

In 2013 kregen we in Nederland na 3 koninginnen een koning.
Prins Willem Alexander werd Koning Willem Alexander.
Wat moesten we daar aan wennen met elkaar!  Na vier jaar riep ik nog steeds Koninginnedag.

Gisteravond las ik dat de Engelsen zo lang Prince Charles gezegd hebben, dat ze King Charles amper uit kunnen spreken.
Charles zelf was ontroerd toen een volle kerk voor het eerst zong: ‘God save the King’.

Je kunt het Britse koningshuis niet vergelijken met het Nederlandse.
Wij hebben het wel eens schertsend over ‘de franje van Oranje’ maar die franje steekt maar bleekjes af bij wat we de laatste dagen vanuit Engeland voorgeschoteld krijgen.
Wát een tradities en wat een spektakel.
Wat een bijzondere beelden zien we van een volk in rouw.
Hoezo ‘stiff upperlip’……

Het is misschien raar zeggen, maar ik vind al het nieuws over het overlijden en de uitvaart van Queen Elizabeth een verademing als het gaat om het Journaal en de  nieuwsrubrieken.
Het ging vóór haar verscheiden alleen maar over de hoge brandstofkosten, de inflatie, de stikstofnormen, boze boeren, de dure boodschappen, hoge energieprijzen, de komende recessie, de woningnood en de regering die op alle fronten faalt. Nieuws met een glimlach, dat horen we toch haast niet meer?
Natuurlijk, het is verdrietig dat ze is overleden, maar als je 96 wordt zonder grote lichamelijke mankementen en zonder dat je dement wordt, dan is er heel veel om dankbaar voor te zijn.
Eigenlijk vond ik haar altijd een beetje zielig, juist omdat ze niet met pensioen mocht en vol plichtsbesef doorging.
In de Netflix-serie ‘The Crown’ zagen we dat Elizabeth doordrongen was van het besef dat ze meer was dan een koningin; ze vertegenwoordigde een glimp van de eeuwigheid .
Daarom was er voor haar geen keuze om te stoppen: dit was haar lot.
Beatrix heeft in mijn ogen een betere keuze gemaakt.
Vorig jaar las ik ergens dat artsen the Queen hadden geadviseerd om ’s avonds dat glaasje Martini niet meer te drinken.
Joh! Hoe oud wil je worden? En hoe wil je oud worden?
Mag een mens ook nog een beetje genieten op haar 95e?

Maandag, als de begrafenis is, moet ik werken.
En ik kan geen vrij nemen, want we kampen met ziekte en uitval op kantoor.
Maar maandagavond ga ik niet zwemmen: dan zit ik na het eten op de bank met de afstandsbediening.
Alles volgen, alles terugkijken.
Dinsdag ben ik vrij, maar dan is het al weer prinsjesdag en zien we Amalia voor het eerst uit een koets stappen.
Ik heb het er maar druk mee als royaltywatcher!

Reageren

14 september: Alles goed?

Wat is de waarde van je dag?
Vandaag was voor mij een werkdag, niks bijzonders eigenlijk.
Om 07.30 uur op de fiets; in de Onlanden fietste ik een oude kennis achterop. “Hé, gezellig, ik fiets even een stukje met je op,  hoe ist?”
Rond 08.20 uur was ik op kantoor. Toen ik de tas uit de fietstas haalde had mijn karnemelkbeker een beetje gelekt en een paar dingen in de tas hadden nu witte vlekken. Flut.

Hard gewerkt vandaag; we hebben nogal wat uitval/ziekte, dus ik werk wat extra de laatste tijd.
Toen ik wegging gaven collega en ik onszelf een complimentje: goed ons best gedaan, flink wat weggewerkt, alvast een goed weekend!
Op de terugweg zag ik in de Onlanden in de verte een zilverreiger die aan het vissen was.
Het witte stipje is de reiger. (klik op de afbeelding voor een vergroting).
Toen ik de foto maakte tikte er iemand op mijn schouder; het was collega Marja waar ik morgen mee werk.
Die had vandaag een vrije dag en maakte met haar man een wandeling door het prachtige gebied onder de stad Groningen.
We maakten een praatje en sloten af met ‘Tot morgen!’ en ik vervolgde mijn weg.

Heerlijk fietsweer, Radio 5 met Bert Kranenbarg op de oortjes.
Hij vertelde dat hij op de vraag ‘Alles goed?’ altijd antwoordde ‘Veel wel.’ want nooit is alles goed.
Daarna draaide hij in de rubriek ‘La chanson Francaise’ een nummer van George Moustaki: ‘Le temps de vivre’.
Wat een mooi nummer.
Ook even luisteren?
Hierbij een link naar het lied. 
Vandaag hoefde ik niet te koken: Gerard zorgde voor de warme maaltijd.

Eenmaal thuis om 17.00 uur schreef ik dit blog.
Was vandaag alles goed?
Veel wel.

Reageren

13 september: Elf jaar.

Vanmiddag bezocht ik een oude vriend in ‘de Hullen’, een zorgcentrum even verderop.
Hij zit in een rolstoel en is halfzijdig verlamd. Inmiddels is het elf jaar geleden dat hij getroffen werd door een herseninfarct dat hij maar amper overleefde.
Het lukte hem jammer genoeg niet om na de ingrijpende gebeurtenis het gewone leven weer op te pakken.
Eerst was er nog sprake van licht herstel, maar na een jaar of drie ‘met het snot voor de ogen’ revalideren moest hij zich er bij neerleggen: beter wordt het niet.
Hij bleef aan de rolstoel gekluisterd en kon niet meer thuis wonen.
Wat ik van hem heb geleerd is dat lichamelijk herstel één kant van het verhaal is, maar dat het mentale herstel een kant is die vele malen moeilijker is.
Het ontmoeten van andere mensen, mensen die hij vroeger had gekend, vond hij in het begin moeilijk.
Het oppakken van sociale dingen was lastig. Hij worstelde met zijn emoties en dat vond hij verschrikkelijk.
Hij zit met een gezonde geest in een gehandicapt lichaam en had moeite met de manier waarop hij door sommige mensen werd benaderd ‘alsof ik niet goed bij mijn hoofd ben’.

Maar hij zette door. Ging naar koffiebijeenkomsten, kon in het weekend naar huis, ging wekelijks zwemmen met z’n zoon, en ging zelfs af en toe naar het theater.
Als ik hem opzocht gingen we af en toe samen op de duofiets een stuk fietsen.
“Wat wil je?” vroeg ik hem eens toen ik wilde weten welke kant we op zouden fietsen.
“Het liefst zou ik zelf het stuur in handen hebben” was het onverwachte antwoord.
Daar hadden we destijds een heel gesprek over.
Dat hij het stuur over zijn hele leven uit handen had moeten geven en hoe moeilijk dat was.

Vanmiddag gingen we wandelen met de rolstoel.
Fietsen gaat namelijk niet meer, hij kan niet meer staan; dat heeft zijn bewegingsvrijheid behoorlijk ingeperkt.
Zwemmen, een autoritje, het behoort allemaal niet meer tot de mogelijkheden.
“Wil je wel even met mij naar het kerkhof of vind je dat vervelend?”
Nee, dat vind ik helemaal niet vervelend, het kerkhof in Roden is een prachtig park met veel schaduw waar je heerlijk kunt wandelen.
Hij wilde graag het graf van een overleden vriend bezoeken en van een emeritus predikant van onze gemeente.
Samen stonden we even te mijmeren bij de graven. Vlak daarnaast was de laatste rustplaats van een sopraan die we allebei kennen van het koor waar wij vroeger samen op zaten, hij zong bas, ik alt.
We hebben zelfs jaren in het bestuur gezeten: hij penningmeester, ik secretaresse.

Daarna dronken we een kop koffie/thee op het terras van de kinderboerderij; gezellig.
Eenmaal weer op zijn kamer waren we te laat: om 16.00 uur had hij bij de fysiotherapie moeten zijn.
Ik verdenk hem er van dat hij dat bewust niet aan mij verteld heeft, maar dit terzijde.
Met de belofte dat we de volgende keer een spelletje Triominos gaan doen namen we afscheid.

Eenmaal thuis ben ik moe.
Fysiek en mentaal.
Dan weet ik weer even hoeveel moed en doorzettingsvermogen het sommige mensen kost om in leven te zijn.
Stel je voor.
Al elf jaar.

Reageren

12 september: Geen water meer over Gods akker?

Zaterdag 10 september was het Open Monumentendag.
Het monument waar ik vrijwilliger ben was die dag natuurlijk ook open, dus die morgen om 11.00 uur verwelkomden wij de eerste gasten in de Catharina kerk op de Brink in Roden.
Op Open Monumentendag komt er ander publiek dan tijdens de openstellingen in juli en augustus in de zomer.

Sommige gasten hebben zich zo goed voorbereid, dat ze al met een aantal vragen de kerk binnenkomen.
Bijvoorbeeld waarom de kerk niet is bepleisterd zoals alle andere oude kerken in Drenthe.
“Loopt u maar even mee…” Ik nam ze mee naar het fotoboek van de oude Catharina en kon ze foto’s laten zien van voor 1930 toen de pleisterlaag er nog op zat.

….uniek….

Er zat destijds een schimmel/bacterie in die laag. De kerk kreeg in 1932 subsidie om de oude laag er af te bikken en een nieuwe aan te brengen, maar toen de laag er helemaal af was was de subsidie al haast op en toen stond men aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het kwam er vervolgens niet meer van.
In de jaren ’80 is er nog tot in de gemeenteraad toe gediscussieerd of de witte stuclaag nog weer aangebracht moest worden, maar het bleef zoals het was.
Daarmee is de Catharinakerk uniek.

Deze keer hadden we gasten die meer wisten over onze kerk dan wij: er waren katholieke bezoekers die aan de ramen konden zien waar het Maria altaar en het Jozef altaar hadden gestaan.
Verder ontmoette ik weer erg leuke mensen die ik van alles mocht vertellen over Coenraad Wolter & Gesina, hun crypte, de sacramentsnis en het orgel.
Mensen hebben daarbij over van alles een mening en maken mij daarvan deelgenoot.
“Wie heeft in ’s hemelsnaam bedacht dat hier vloerverwarming in moest! Wat lelijk!”
“U staat hier nog redelijk blijmoedig te vertellen over de kerk, terwijl het zo slecht gaat met de kerken in Nederland….”
Op mijn vraag of ik een pepermuntje mag aanbieden: “Nee. Geen goede herinneringen.”
“Wat een prachtig orgel; en wat mooi dat het ook bespeeld wordt. Bach volgens mij.”
“Waarom zou je nou zo’n monumentaal middeleeuws doopvont niét gebruiken?”
Dan leg ik uit dat dat alles te maken heeft met democratische processen en dat we een moderne PKN-gemeente zijn.
Maar mijn uitleg neemt de vraagtekens boven de hoofden meestal niet weg.

Collega Coby vroeg aan het eind van onze dienst: ‘Waarom is dat gat aan de buitenmuur-kant van het piscina dichtgemetseld? Nu kan ik niet meer laten zien hoe men vroeger Gods water over Gods akker liet lopen.”
Ik meende me te herinneren dat daar vroeger inderdaad een soort pijpje zat waar water door naar buiten kon lopen, maar ik ben er ook niet zeker van.
“Dat ga ik voorleggen aan de kerkenraad” beloofde ik.
Er is vast wel iemand die het naadje van de kous weet.
Wordt vervolgd.

Vooreerst was dit weer de laatste vrijwilligersdienst.
Het was mij dit seizoen (na twee coronajaren zonder openstelling) een aangenaam genoegen.

Reageren

11 september: Onthutsend eerlijk, ook over de dood.

Els Rozenbroek is overleden.
Dat deed me meer dan ik op voorhand had gedacht.
Ik leerde haar kennen omdat ik begin dit jaar ging luisteren naar de ‘Saarpodcast – 50+ maar nog lang niet dood’ waarin drie dames ons bijpraten over alles waar je als 50+-vrouw tegenaan loopt. (zie  ‘Confronterend’ )
Over die podcast en over de maaksters Femke, Els en Barbara schreef ik in mei een blog onder de titel ‘Gooise vrouwen‘.
Ging het in de eerste maanden nog maar een paar minuten over ‘het kankertje’ van Els, de laatste weken was het naderende einde van Els het hoofdonderwerp geworden; in juli schreef ik daarover nog dit blog.

Toen ze heel ziek werd en opgenomen moest worden in een hospice dacht ik dat ze wel zouden stoppen, maar dat gebeurde niet.
Els liet de luisteraars er tot op het laatst bij.
Nog nooit vertoond.
Omdat ze onthutsend eerlijk was kreeg je een goed beeld van haar laatste maanden.
Alles kon besproken worden en alles kon gevraagd worden.

“Wat doe je eigenlijk met je telefoon?”
Die ging naar een vriendin die ze vertrouwde; die zou de laatste contacten nog onderhouden en de smartphone ‘leeghalen’,  daarna ging die naar een nichtje.
“En je laptop en je mailbox en zo?”
Die ging naar een collega, waarvan ze wist dat die discreet met haar digitale erfenis zou omgaan.
“Daar hoef ik me geen zorgen over te maken”.

Er kwam nog een groot interview met haar in de Volkskrant; ik heb er iedere letter er van gelezen.
Ze kreeg de Mercur d’Or, een prestigieuze prijs in de bladenwereld.
In de podcast werd ze daarmee gefeliciteerd door Barbara en Femke; zelf vond ze dat ze die prijs rijkelijk laat kreeg.
“Misschien krijg ik die nu wel omdat ik dood ga. Een ex van me zat altijd in die jury,  het is me nooit gegund.”
Ik schreef het al; onthutsend eerlijk.

Soms zat ik met kromme tenen.
Els was uitgesproken, scherp en vilein.
Ze werden een keer vanuit de tuin van het hospice naar binnen gestuurd, omdat ze te veel lawaai hadden.
“Mensen kunnen anders niet rustig sterven” schamperde ze daarover.
In de laatste uitzending waarin ze aan het woord kwam, werd haar gevraagd of ze vond dat er iets van haar begrafenis op de podcast moest.
“Je moet de begrafenis gewoon helemaal uitzenden! Dat zorgt voor het grootste commerciële succes…..”
Met de podcast ging het inderdaad heel goed, ik las er ergens dat ze al meer dan 100.000 luisteraars hebben.

In de podcast van afgelopen zaterdag ging het over de begrafenis van Els.
We hoorden de toespraak van vriendin/collega Femke en de toespraak van haar broer Roland.
De podcast werd afgesloten met het lied ‘Niemand weet hoe laat het is’ van Youp van het Hek.

Want we hebben gedanst en we hebben gevreeën,
we hebben gelachen en gespeeld met het vuur.
God verbood wat we allemaal deden
leef toch je leven als je allerlaatste uur!

Els gaf in het licht van dit lied het goede voorbeeld.

Benieuwd naar de podcast?
Je kunt alle afleveringen terugluisteren; hierbij een link Saarpodcast

Reageren

10 september: Hoe vertellen we het de kinderen?

“Dan eten we in Cloppenburg wel ergens een vissie. Mit pommes!” overlegden Gerard en ik in onze korte vakantie in  Noord Duitsland.
Na anderhalf uur fietsen hadden we wel zin aan wat,  dus we gingen op zoek.

Currywurst vonden we wel bij een louche snackbarretje, maar dat zochten we niet.
Bij de McDonalds verkochten ze wel een broodje vis.
“Dat gaan we niet doen” riep ik direct.
Mijn hele leven lang heb ik me verzet tegen eten bij McDonalds.
Met onze dochters zijn we daar zelfs nog nooit geweest.
Onze oppasbuurvrouw Fokje vond dat destijds zielig voor de kinderen,  dus die heeft ze een keer meegenomen naar de Mac  in Groningen.
Maar ik dwaal af.

Sushi was er ook voldoende verkrijgbaar.
Ook vonden we noedels met gefrituurde kiphapjes.
Een chique restaurant  verkocht wel vis maar dat bedoelden we niet…

Turkse Kebab was er genoeg te krijgen,
Vegetarische salades met broodjes hoemoes ook.
Maar geen vissie.
Inmiddels waren we een uur verder en viel ik bijna om.

Uiteindelijk kwamen we toch bij de McDonalds terecht.
We bestelden een broodje vis met patatjes.
“Mit Cola dazu?”
Bleek een vaststaand menu te zijn; wisten wij veel.
Had ik na al die jaren toch nog zo’n zacht broodje.
Met een veel te geel plakje kaas.

Eigenlijk was het nog best lekker…..

Nu hebben we nog één probleem : hoe vertellen we het  onze kinderen?

Reageren

9 september: 56 jaar later.

Na het overlijden van mijn moeder nam ik de hele verzameling fotoalbums van mijn ouders mee.  In 2020 tijdens de coronapandemie zocht ik alles uit,  maakte van de hele berg foto’s en albums twee nieuwe albums (zie Klus geklaard) en gooide alle overige zooi weg. Alles,  behalve 3 zwart wit foto’s en een campingbetaalbewijs uit juli 1966. Dat jaar waren mijn ouders met mij (5 jaar)  met hun tent op vakantie bij Visbek en maakten foto’s van de Visbeker Braut en Brautigam, twee hunebedden in de buurt van  Oldenburg.  “Daar wil ik nog graag eens heen op vakantie” zei ik destijds tegen Gerard en deed de foto’s in het mapje ‘Dagje uit?’

Tijdens onze vakantie in Noord Duitsland maakten we er een dagje uit van. Fietsen op de auto,  op naar Visbek.
Wat was het weer een gezoek: net als op Gotland en Rügen waren de prehistorische grafmonumenten heel lastig te bereiken.  Maar als je er dan ook bent…….. adembenemend.

Hunebedden hebben in Nederland nummers,  in Duitsland dragen ze de naam van de sage/legende die de bevolking er omheen vertelde in de 17e en 18e eeuw.

juli 1966

We vonden eerst de zogenaamde Heidenopfertisch en even later stonden Gerard en ik bij de Brautigam. We vroegen ons af:  “Waar zou deze foto waar pa op staat genomen zijn?” De ene steen was niet hoog genoeg, de andere stond de verkeerde kant op en ook ten opzichte van elkaar klopten de stenen niet. Eén foto konden we thuis brengen, de andere twee niet. We vervolgden onze zoektocht, nu naar de Braut. Toen we dat hunebed hadden gevonden zagen we het direct: hier was het.

augustus 2022

56 jaar later maakte Gerard op precies dezelfde plek een foto van mij. (klik op de foto’s voor een vergroting)
Hunebedden hebben voor mij altijd al een bijzondere betekenis (zie Eine Heilige Statte); de sfeer rondom dit hunebed, waar we overheen en langs liepen en in de middagzon op een bankje zaten, zal ik nooit weer vergeten. Ik kwam er bijna niet toe om weer op de fiets te stappen; het  was alsof iets me daar vasthield.

Gerard heeft op zo’n dag engelengeduld.  Gaat dapper met mij op zoek naar weer een ander hunebed,  maakt foto’s en laat mij mijn gang gaan. Heeft zijn blikje drinken al lang op als ik eindelijk met de verzuchting “och, wat mooi weer… ” naast hem op het bankje ga zitten.  Als hij dan uiteindelijk op de fiets stapt moet ik mee; dan weet ik: het heeft lang genoeg geduurd.

Heilige Statten.
Heilige plaatsen.
Ben ik anders altijd Nederlands nuchter,  bij zo’n hunebed “is iets”.
Bij deze was nog een heel klein stukje Pa.

Reageren

8 september: Heilige steek weer opgepakt.

Na ons weekje Noord-Duitsland zitten we ongemerkt zomaar in de herfst en gaat alles weer van start.
Allemaal tegelijk.
Maandagavond pakte ik het zwemmen op met zwemvriendin Ans, dinsdagavond hadden we de eerste cantorijrepetitie van dit seizoen en dinsdagmiddag was de eerste bijeenkomst van ‘Holy Stitch’, het handwerkclubje van onze PKN-gemeente.
‘De wichter’ hadden er weer zin in!
We beginnen altijd om 14.00 uur, maar toen ik aan kwam fietsen om vijf voor twee zat er al een aantal gezellig te beppen en lagen de brei-, haak- en borduurwerkjes al op de tafels.
Dat is natuurlijk een goed teken!
Zaten we in het begin nog wat onwennig bij elkaar (zie het blog hierover van oktober 2020), nu kennen we elkaar al wat beter en wordt het gezellig.
Fijn, dat was ook precies de bedoeling.

We hadden dinsdagmiddag ‘inwoning’.
Even uitleggen: in onze PKN-gemeente vangen wij op verzoek van Inlia  een aantal vluchtelingen op.
Die wonen op dit moment in de kamers  van ‘de Bijkeuken’, een jeugdhonk dat zich bevindt in de oude pastorie.
Alie, één van de leden van Holy Stitch, is ook vrijwilliger bij die opvang en had een aantal vrouwen uitgenodigd om ook te komen handwerken.
Sommigen van ons hadden op haar verzoek extra garen en naalden meegenomen.
De communicatie gaat soms in het Engels, soms met een tolk en soms met handen en voeten.
Hoe vertaal je ‘stokjes’ en ‘vasten’?
Gewoon door het voor te doen.
Eén van onze dames hing al enthousiast over één van de gasten heen voor het aanschouwelijk onderwijs.
De koster zorgde voor koffie en thee en zei tegen de asielzoekers dezelfde dingen die hij altijd tegen ons zegt.
Eén van hen had de koffie laten worden; toen de koster haar daarop attent maakte zei ze dat ze dat lekker vond.
Met de Drentse gedachte ‘kolle koffie wo’j mooi van” in zijn hoofd zei hij: “Oh, that’s why you’re so beautiful!”
Ze lachte.
Of ze het grapje begrepen heeft….?

Na de thee raakte ik in gesprek met een jonge vrouw uit Syrië die Engels sprak.
Ze vertelde dat ze met twee plastic bootjes, één vol met mannen en één vol met vrouwen, over zee waren gevlucht.
Onderweg waren de twee boten elkaar kwijtgeraakt.
Op de mannenboot zat haar broer.
Een tijdlang had ze niets van hem gehoord, maar deze week was duidelijk dat de jongen toch was overgekomen en dat hij ergens in Den Haag was.
De blijdschap over dit heuglijke nieuws straalde van haar gezicht.
De zwangere vriendin naast haar hoopte dat ze over drie maanden, als de baby kwam, een dak boven haar hoofd had.

Dan zit je anderhalf uur later op de fiets op weg naar de tandarts.
Vervelende afspraak.
Luxe probleem.
Stel je voor dat je over drie maanden moet bevallen en vurig hoopt dat je dan onderdak hebt.

Reageren

7 september: Moin!

Tijdens onze korte vakantie in Noord Duitsland zaten we tussen de twee steden Oldenburg en Cloppenburg in; de deelstaat heet Niedersachsen.
Op de eerste avond daar maakten we een fietstocht rond de Thülsfelder Stausee.
Het viel ons op dat de meeste mensen ons groetten met de Noord Duitse groet “Moin!’; het leek wel of we in Drenthe fietsten.
Het leek op onze eigen provincie, maar toch ook weer niet.
Waar we in Drenthe oeroude dorpen met historische boerderijen hebben, zijn die in dat gebied niet veel te vinden.
Van oudsher was het een gebied met heel veel moeras, met een paar zandruggen waar dorpen en steden op ontstonden.
Er was veel hoogveen, dat voor de oorlog net als in Nederland voor de turf werd afgegraven.
Na de Tweede wereldoorlog werd het moerasgebied in razend tempo ontgonnen en werden de woeste veengronden op grote schaal geschikt gemaakt voor landbouw en bewoning; niet meer met de hand, maar met grote machines.

We hebben in die omgeving veel gefietst en zagen bovengenoemde geschiedenis terug in het landschap.
Grote boerderijen, grote erven, grote schuren en heel veel ruimte voor landbouwgrond en bossen.
Eén dag fietsten we naar Cloppenburg en één dag namen we de fietsen mee op de auto voor een bezoek aan de stad Oldenburg.
De auto parkeerden we buiten de binnenstad en fietsten daarna door een park de stad in; aan de hand van een plattegrondje maakten we een stadswandeling.
Eerlijk gezegd: we waren nog geen uur nodig.
De hele stad is in de 17e eeuw in vlammen opgegaan, daarmee ging de hele middeleeuwse binnenstad verloren.
Het kasteel was mooi maar niet heel bijzonder (vond ik) en er was nog een heel klein stukje van de stadsmuur met een deel van kruittoren.

Cloppenburg: hetzelfde laken een pak.
Mooi stadje, leuk om even te winkelen maar geen stad waar mijn hart sneller van gaat kloppen.
Met de beelden uit Visby op Gotland,   Haarlem en Dordrecht nog op mijn netvlies voelde ik me net een verwend kind dat een klein pakje uitpakt na een stortvloed van dure cadeaus….

Jammer van de stedentripjes in Noord Duitsland?
Welnee.
In Oldenburg fietsten we nog een stukje door de haven langs de rivier de Hunte en zochten de imposante Huntebrucke op.
We maakten een wandeling over de oude stadswallen en besloten de dag met een lekkere pizza in de binnenstad.
De fietstocht naar en van Cloppenburg was prachtig; een dunbevolkt gebied met grote boerenbedrijven en mooi onderhouden erven.

Toegift voor Aaltje: in een piepklein dorpje (vier boerderijen en een mestbult zou mijn vader zeggen) vonden we een historische schuur op een oud bleekveld voor linnen.
Die schuur uit 1615 werd gebruikt voor opslag van die stof.
Uit deze streek kwamen Peek  en Cloppenburg, met eenzelfde ontstaansgeschiedenis als die van C&A.
Had ik dat verhaal van Clemens en August nou niet gehoord, dan had ik het historische belang van de schuur niet onderkend.

Reageren

Pagina 2 van 203

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén