een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 82 van 301

6 mei: Twee woorden, negen letters.

Twee woorden, negen letters staat in ons gezin voor ‘duurt lang!’
Want o, want duurde het lang vandaag!
Voordat het begon had ik al appjes in de Royalty-Gezusters-app: ‘Kroning van Charles III! Kijken jullie ook al!?!’
Nee man, ik moest eerst de ramen buitenom nog wassen, maar om 11.30 uur zat ik op de bank: vanaf toen geen spreekuur meer.
Borduurwerkje erbij, telefoon erbij, genieten.

Wat bijzonder om te zien.
Regelmatig werden mijn ogen vochtig of had ik kippenvel.
In Nederland zijn ‘kerk’ en ‘staat’ gescheiden; bij ons is de inauguratie van de koning een heel andere plechtigheid dan in Engeland, waar de plechtigheid plaats vindt in een kerkdienst.
Met koren, orkest en orgel.
De kroningstraditie van de Britse monarch gaat terug tot voor het jaar 1000. De belangrijkste elementen van de ceremonie zijn al te vinden in een beschrijving van de kroning van koning Edgar van Engeland in 973. Bij elke kroning wordt de plechtigheid iets aangepast, (zo werd hij na de reformatie vertaald van het Latijn naar het Engels) maar de elementen en de volgorde zijn hetzelfde gebleven.
We zagen alles in kleur voorbijkomen: the coronation chair met de stone of scone, de scepter, de kroon, de zalving…… het was stilmakend en indrukwekkend.

Ondertussen kwekten we in de app heel wat af.
Waar zit ons koningspaar eigenlijk?
Over het prachtige gospelkoor dat ons allemaal verraste met een prachtig ‘Alleluja’ en over het ouderwetse woord ‘nooddruftig’ dat mij aan Martha en Myra Hamster deed denken (Fabeltjeskrant) , die altijd druk in de weer waren voor de ‘zieke, zielige en nooddruftige dieren’.
Annette wist nog een sappig detail over de persoonlijk begeleider van Charles; die liep in een kilt achter de koning om zijn mantel te dragen. Een erg knappe man; er zijn vrouwen die bij een bezoek aan Charles meer onder de indruk zijn van hem dan van de koning.
Verder vonden we dat prinses Ann inderdaad beter op een paard paste dan in een koets.
En natuurlijk over Louis, de 5-jarige kleinzoon van Charles die omstandig zat te geeuwen.
We leefden mee met het koningspaar dat pas in de koets weer naast elkaar mocht zitten: zij hebben het samen erg leuk en zullen elkaars nabijheid vast gemist hebben. Raar idee dat die twee vanavond in bed nog wat giechelig na liggen te praten over deze ontzettend serieuze aangelegenheid.

Wat vond ik het mooist? De uitvoering van ‘Zadok the priest’ tijdens de zalving achter kamerschermen, het verfrissende ‘Alleluja’ van het gospelkoor en de doedelzakken bij Buckingham Palace.
Om half drie wilde ik de TV uitzetten, want toen had ik wel genoeg gezien vond ik.
Maar toen werd er nog nagepraat over de ceremonie en dat wilde ik ook allemaal weten.
En er waren beelden van die prachtige optocht!
En van de duizenden mensen die naar de balkonscene ‘stroomden’ in de stromende regen.
En toen kwam dat hele balkon vol royals nog……om 15.45 uur zei Jeroen dat het afgelopen was en kon ik pas weg om boodschappen te doen.

Duurt lang ja, maar het was in onze ogen (de RG) zeer de moeite waard.
Zeer binnenkort gaan we deze Coronation-day uitgebreid met elkaar evalueren, want eind deze week ga ik met de RG een dagje uit: we bezoeken met z’n vieren een koninklijke locatie.
Blog volgt.

Reageren

5 mei: Westerbork – Auschwitz

Eén dag gingen we fietsen toen we een week vakantie vierden in Westerbork.
We besloten de fietsroute ‘Voormalig Kamp Westerbork’ te fietsen, maar die route was geen succes.
Bij het eerste bordje hadden we al een meningsverschil over welke route nou de juiste was en na het derde bordje hield de route die wij gekozen hadden op.
Dan hebben we gelukkig de ‘fietsknooppunten-app’ en op alle ANWB-paddestoelen staat het museum vermeld, dus wij kwamen wel waar we wilden zijn.

Gerard en ik waren er vroeger wel eens geweest, maar tegenwoordig lijkt het niet meer op wat het toen was: het is nu een museum om ons te herinneren aan wat er zich allemaal in het kamp Westerbork heeft afgespeeld.
Er werden geen mensen vermoord, maar het was een ‘Durchgangslager’ van waaruit duizenden Joden naar Duitsland werden vervoerd.
Je krijgt een goed beeld van het dagelijkse leven in het kamp tijdens de Tweede Wereldoorlog en de tentoonstelling laat dit tot in detail zien.
Maar er is ook aandacht voor de periode na de oorlog; de mensen die er bij de bevrijding nog zaten opgesloten mochten niet zomaar naar huis, maar moesten worden geregistreerd en wachten tot de autoriteiten hen toestemming gaven het kamp te verlaten.
Verder werden de gebouwen na de oorlog gebruikt voor het onderbrengen van NSB’ers en andere foute Nederlanders en vanaf de jaren ’50 werden de barakken het onderkomen van de Zuid Molukkers, die na de politionele acties naar Nederland werden gehaald.

Begin jaren ’70 zou het bijna worden gesloopt, maar dat gebeurde niet: net op tijd werd het historisch belang van Kamp Westerbork onderkend en werd het een herinneringscentrum.
Wat mij trof was het eerste deel van de permanente tentoonstelling.
Men laat zien hoe er in de verschillende decennia na de oorlog tegen 1940-1945 werd aangekeken. Vlak na de oorlog had iedereen massaal in het verzet gezeten en mensen die ook maar iets positiefs hadden gedaan voor of gedacht over de Duitsers werden in de hoek ‘fout’ gezet. Verder was Nederland vooral bezig met de wederopbouw en was er geen aandacht voor opgelopen trauma’s en verwerking; we moesten door.

In de loop van de jaren is het collectieve beeld dat we hebben van de oorlogsjaren steeds een beetje bijgesteld. In de tachtiger jaren bijvoorbeeld kwam er aandacht voor kinderen van NSB’ers die zich ook oorlogsslachtoffer voelden. Je loopt in het museum langs de wanden met beelden en persberichten uit de verschillende decennia en ziet hoe de visie op de oorlog kantelt.

Toen ik in 1960 werd geboren was de oorlog nog maar 15 jaar geleden.
Dat is net zoveel als dat je nu terugkijkt naar 2008. Zo kort nog maar.

Ga daar eens heen, mensen.
Het is indrukwekkend en mooi tegelijk.
En dan hebben wij alleen nog maar het binnengedeelte gezien. Je kon ook met een shuttlebus het terrein op naar het Nationaal Monument (met die spoorrails die omhoog wijzen), maar het was mooi weer en wij moesten nog weer terugfietsen naar Casa Grada.
In vrijheid.
Opdat wij niet vergeten.

Reageren

4 mei: War Child.

Zondagavond 23 april. Er staat een aankondiging in de gids voor het programma ‘Laat de oorlog geen generaties duren’. Het is een gesprek in een serie van drie die hoort bij een campagne van War Child. Hanneke Groenteman interviewt Boudewijn de Groot en zijn dochter Caya.
De zanger is geboren in 1944 in een Jappenkamp.  Zijn moeder overlijdt aan disenterie als hij een jaar is. Na de oorlog wordt hij ondergebracht bij tante Alie, waarvan hij denkt dat het zijn moeder is. Iemand in zijn omgeving vertelt hem terloops dat ze niet zijn moeder maar zijn tante is. Als hij acht is wordt hij herenigd met zijn broer en zus: zijn vader gaat opnieuw trouwen en hij krijgt een stiefmoeder. De Groot vertelt het verhaal alsof het over iemand anders gaat. Nee, hij kon niet van zijn vader houden, er was nooit enig vertoon van liefde geweest.

Ik zit verbijsterd te luisteren op de bank. Wat een vreselijk verhaal. Omdat ik al sinds mijn dertiende erg gecharmeerd ben van de muziek van Boudewijn de groot heb ik in de loop van de jaren zowat alle interviews met hem gelezen. Een afstandelijke man. Begenadigd componist. Geen goede vader, geen opa uit het liedje van Leen Jongewaard & Hetty Blok en iemand die vriendschappen zomaar kon beëindigen als het niet ging zoals hij had bedacht.

Het voert te ver om het hele gesprek hier te beschrijven.
(Wel meer weten? Klik hier)
Wat duidelijk wordt uit het verhaal is dat De Groot last heeft van een hechtingsstoornis, ontstaan in en na de oorlog. Daar heeft niet alleen hij last van gehad, maar ook zijn kinderen. Caya verwijt haar vader niets, maar heeft ook geen liefde van haar vader gekregen.

‘Hij kan zijn emotie alleen kwijt in zijn muziek’ zegt Caya tijdens het gesprek.
Ja,  daar weet ik alles van,  ik ken immers al zijn nummers.
Vandaag op dit blog een link naar het lied dat hij schreef over zijn moeder, waar ook flarden van te horen waren in het programma: Moeder.

Aan het eind werd gevraagd of hij nog iets tastbaars van zijn moeder had; hij haalde een witblonde pruik op die ze als danseres had gedragen. Hij had hem een jaar geleden van de dochter van zijn zus gekregen.  Hij vouwde hem open en zei: “Deze pruik is me heel dierbaar.  Hier heeft haar hoofd in gezeten… dichter bij haar kan ik niet komen”.

Ze had geen tijd om mij te leren kennenEn ook ik, ik ken haar niet…..

Het bijzondere is dat de zanger zelf vindt dat hij geen oorlogstrauma heeft; hij wordt ongemakkelijk van het gesprek. Wat dapper dat je dan toch meewerkt aan zo’n campagne van War Child.
Het interview legt genadeloos bloot wat oorlog doet met een kind.

Reageren

3 mei: D6 & “Wat denk jij…..”

Kwam ik zo maar door de week een hunebed tegen!
Gistermorgen was ik op weg naar een koffieafspraak met een vriendin in Zeegse: even bijpraten, even delen wat ons bezig houdt.
Op de heenweg ontwaarde ik het grafmonument aan de linkerkant van de weg. “Straks eem kieken” dacht ik toen gelijk al.

De koffie was heerlijk en het gesprek ook.
Nadat ik mijn vriendin had uitgezwaaid maakte ik nog even een kleine wandeling over de oude Brink in Zeegse; daarna zocht ik het hunebed (het was D6) weer op en maakte een paar foto’s.
Meer weten over dit hunebed? Hierbij een link naar de website ‘Hunebed Nieuwscafé’.
Daar vind je ook afbeeldingen van oude ansichtkaarten uit Tynaarlo met het hunebed.

Deel 2 van dit blog gaat over een bericht dat ik vandaag via Frea kreeg.
Schoonzoon Jon was vorige maand ‘gespot’ door een cameraploeg van de HEMA die hem had geïnterviewd.
Er was hem verteld dat dat voor een reclamecampagne voor hun Instagram was en of het goed was dat ze de beelden daarvoor gingen gebruiken. Dat vond Jon prima.
Vandaag werd het gepubliceerd met de vraag: “Wat denk jij dat deze man gekocht heeft bij de HEMA? Een rookworst? Ondergoed? Een blouse voor zijn zelfgemaakte piratenoutfit?”

Wie Jon een beetje kent weet het antwoord al, maar ben je benieuwd naar zijn antwoord?
Hierbij een link naar het HEMA Instagram account waar je het filmpje met Jon kunt bekijken.
Wel even rechts onderin het geluid activeren.

Hij lanceerde ook gelijk maar een nieuwe tekst voor op een tegeltje aan de wand: ‘Het is fijn om anders te zijn en dat dat gewaardeerd wordt.’

Reageren

2 mei: Gran Canaria 9 – De STOM-lijst.

“Deze mag ook op de STOM-lijst!” riep één van de acht “Die hete stenen onder je voeten als je naar het zwembad loopt!”
Halverwege de week op Gran Canaria had ik gevraagd of er ook vervelende dingen waren op onze huwelijksjubileum-reis.
Eerst moest er driftig over nagedacht, want het was eigenlijk allemaal wel erg leuk, maar vervolgens waren er toch wel wat negatieve dingen op te noemen.

  • het eindeloze gekrijs van het brood-rooster-apparaat bij het ontbijt.
  • bovenbenen die irritant tegen elkaar aan schuren als je een jurkje zonder panty’s draagt.
  • een sprinkhaan die op je gezicht gaat zitten in je slaap
  • een ‘vijf-minuten-eitje’ aan het ontbijt dat maar half gaar is
  • blaren aan je voeten omdat je tóch de verkeerde schoenen hebt meegenomen op reis
  • het geschetter van het animatie-team dat over het hele park heen schalt
  • de harde muziek in het lounge-gedeelte waar je je drankjes haalt: tjoen – ke – tjoen – ke -tjoen – OLE!
  • Dat de hoge temperaturen (boven de 30 graden) net iets te warm zijn voor OSM*
  • In de verkeerde rij staan (vul zelf maar in: in de supermarkt, bij de ijscokraam, op het vliegveld bij de incheckbalie)
  • een snauwende douane-beambte die alleen maar Spaans spreekt.
  • kleren die je hebt meegezeuld in je koffer die je niet één keer hebt gedragen

Maar dit blog is alleen maar bedoeld om onszelf een beetje te troosten.
Vooral maar dingen bedenken die niet leuk waren, om de collectieve ‘after-vacation-dip’ te verzachten.
Want wat zei iemand over wat er vooral op de STOM-lijst moest?
‘Dat we weg moeten…..!’

Kijk nou.
8 lege strandstoelen.
Zonder ons.
Wij staan op het pad met onze rugzak om de laatste foto’s te maken, klaar om in de shuttle-bus te stappen die ons naar het vliegveld brengt.
Het hoofd vol met herinneringen aan deze prachtige reis.

* Ons Soort Mensen= groot en blond met een lichte huid die snel verbrandt

Benieuwd naar andere blogs over deze reis?
Hierbij een link naar deel 1; onderaan dat blog vind je een overzicht van alle blogs in deze serie.

Reageren

1 mei: Eén dag eensgezind.

Gisteren was het 10 jaar geleden dat Willem Alexander koning werd.
Tot 2013 was Beatrix koningin; tot het moment dat zij haar aftreden bekend maakte was er in de media kritiek op haar en werd er gezeurd.
Te afstandelijk, geen warme persoonlijkheid, een hooghartige majesteit.
Nu Willem Alexander tien jaar koning is zijn er weer bergen kritiek.

Veel te gewoon, geen afstand, jetset gedrag, sociale blunders, je hoeft de krant maar op te slaan en het gaat er over.
In de praatprogramma buitelen de zure deskundigen over elkaar heen.
De meesten hebben een boek geschreven over het koningshuis en hopen door hun deelname aan zo’n show nog wat extra boeken te verkopen.
Wat Willem Alexander ook doet: het is niet goed of het is verkeerd. Of in ieder geval had het anders gemoeten.
Hij werkte mee aan een podcast met Edwin Evers en wat gebeurt? Hoon is zijn deel.
“Bedacht door de RVD, niet spontaan, wat een slecht idee.” hoorde ik letterlijk iemand zeggen. Toen ik vroeg of de spreker al een aflevering van de podcastserie had beluisterd was het antwoord “Nee. Maar naar wat ik er over lees in de media stelt het niet zoveel voor.”
Terwijl ik het heel leuk vind! Iedere donderdag kijk ik weer uit naar het volgende deel; het medium podcast is juist heel geschikt voor Willem Alexander, omdat het een soort radio is. Er zijn geen camera’s bij en dat zorgt voor een ontspannen sfeer tijdens de gesprekken. Dan vind ik het jammer dat de algemene tendens op voorhand al negatief is.

Ik beschouw mijzelf als een voorstander van het koningshuis.
Ons koningspaar vertegenwoordigt naar mijn mening Nederland op een goede manier in het buitenland en ze proberen er te zijn voor iedereen, voor het hele volk.
Maar het moet wel een beetje te doen blijven voor het koninklijk gezin.
Misstappen worden hen nog jaren nagedragen, hun positieve inzet voor Nederland wordt amper opgemerkt en ondertussen wordt er een meisje van 19 zo bedreigd, dat ze niet eens een normale studententijd kan beleven.
Wij hebben drie dochters uit zien vliegen en weten hoe fijn het is dat ze onbelemmerd hun vleugels konden uitslaan.

Inmiddels ben ik zo ver dat ik denk: wat doen we die mensen aan?
Moeten we dit nog wel doen?
Willem Alexander heeft wel eens gezegd dat hij koning blijft zolang er draagvlak is in Nederland.
Ze mogen van mij hun onderdanen blijven ‘verbinden, aanmoedigen en vertegenwoordigen’, maar het moet ook voor hen te doen zijn.

Op koningsdag zat ik in Casa Grada met een grote, oranje roomsoes naar de beelden uit Rotterdam te kijken.
Wat een feest! Burgemeester Aboutaleb zei: “364 dagen per jaar verschillen we in dit land over van alles van mening. Dit is de enige dag waarop we als Nederlanders eensgezind zijn: we vieren samen koningsdag!”
Ik hoop dat we nog heel lang ‘het oranjefeest’ mogen vieren.
Want Nederland zonder koningshuis? Zonder de franje van Oranje?
Je weet pas wat je mist als het er niet meer is.

Reageren

30 april: Een streling voor het oor.

De waarde van de dag is vandaag een cadeau dat we kregen in de kerkdienst vanmorgen.

Johann Sebastian Bach

Door onze vakantie van afgelopen week had ik me helemaal niet beziggehouden met de viering van vanmorgen. Tot mijn grote verrassing zag ik dat er een cantate van Bach op het programma stond, uitgevoerd door koor en orkest van de Asser Bach Cantategroep.
De cantate BWV 146 “Wir müssen durch viel Trübsal” zou in de dienst worden opgenomen, voorganger was Sijbrand van Dijk.
Deze cantate is geschreven bij een tekst uit Johannes 16, waar Jezus zegt: ‘Je zult bedroefd zijn, maar je verdriet zal in vreugde veranderen’.
Dat hoor je terug in de muziek en de teksten: eerst luister je naar het Trübsal (moeilijkheden, tegenspoed, beproevingen), maar het stuk eindigt vreugdevol: ‘Wie will ich mich freuen’.

Toen we even voor tienen in de kerk gingen zitten zag ik op de orde van dienst ook solisten staan; en geen countertenor, maar tot mijn grote genoegen een vrouwelijke alt: Elske Tibben.
Het eerste stuk van de cantate ‘Sinfonia’ deed me een beetje denken aan het gelijknamige eerste stuk van de Bachcantate ‘Ich habe meine Zuversicht’ dat ik een tijdje als ringtone op mijn telefoon had. Het is heel moeilijk om zo’n stuk als koor, orkest en organist goed onder elkaar te krijgen: je raakt elkaar in de brij van noten zomaar kwijt, maar dirigente Marion Bluthart had de touwtjes stevig in handen.
Wat het lastig maakte was dat organist Wietse Meinardi met zijn rug naar de dirigente toe zat, maar dat was opgelost door een koptelefoon en een eigen camera die beeld en geluid synchroon in zijn oren liet horen.
En wat zit je dan te genieten dat het goed gaat!

De solisten waren jonge mensen met evenzo jonge stemmen.
Moeiteloos haalden ze de hoge noten en vulden de kerk met hun prachtige zang.
Bach laat altijd een paar instrumenten samen ‘zingen’ met de solisten en vanmorgen hoorden we violiste Josien Rijkmans en alt Elske als het ware een duet zingen.
Met zulke mooie muziek krijg ik ‘Matthäusachtige’ gevoelens: de fluit die samen met de sopraan Aaike Nortier het ‘Ich säe meine Zähren’ ten gehore bracht en het mooie duet van tenor Twan van der Wolde en bas Jitze van der Land ‘Wie will ich mich freuen’. Minder bekende werken dan ‘Erbarme Dich’, maar ook een streling voor het oor.

Natuurlijk was er ook een preek vanmorgen, maar er ging voor mij nog meer zeggingskracht uit van een kort gesprekje dat ik had met iemand na de kerkdienst.
Hij had troost geput uit de mooie muziek, maar vooral ook uit de preek. In het verleden was een kind van hem overleden wat onnoemelijk veel verdriet had veroorzaakt. Daarna waren er nog twee kinderen in hun gezin geboren; vanmiddag kwamen ze allemaal bij hem en zijn vrouw langs; ‘wie will ich mich freuen’.
Trübsal en Freuden horen allebei bij het leven.

Wil je preek toch even horen? Of ook even genieten van de cantate?
Je kunt de viering terugluisteren via Kerkomroep: PKN Roden, Op de Helte, 30 april, 09.46 uur.
Meer weten over de Asser Bach Cantategroep? Hierbij een link naar hun website.

Reageren

29 april: Frank. Voor Ina.

Na onze vakantie in  Westerbork lag er een rouwkaart bij de post op de deurmat. Soms weet je al dat iemand niet lang meer te leven heeft, maar dit overlijden was onverwacht.

Harmke Catharina / Ina
1961 – 2023.

Het nichtje uit de familie Boelen waar ik mijn hele jeugd mee optrok.
In het begin omdat we van dezelfde leeftijd waren; onze moeders lieten ons bij elkaar logeren.
Later omdat we het samen erg goed konden vinden.
Dat we nichtjes waren was overigens onze enige overeenkomst.
Zij was koperrood,  ik was blond; onze moeders waren zussen maar wij leken op onze vaders.
Haar ouders gingen niet naar de kerk,  de mijne wel.
Zij praatte plat Emmercompascuums, ik plat Smildigers, maar we verstonden elkaar prima,  letterlijk en figuurlijk.
Ik vond school en leren leuk,  zij helemaal niet .
Zij vond huishoudelijke klussen fijn om te doen,  ik had er een broertje dood aan.
In mijn handen had ik altijd een haak- brei- of borduurwerkje,  zij snapte niet wat ik er aan vond en zelfs onze muzieksmaak kwam niet overeen: ik volgde de Top 40 op de voet, zij had oudere zussen en luisterde naar heel andere muziek, Frank Ifield bijvoorbeeld. Brrrr.

En toch: kop en kont. Giebeldegiebel samen door de puberteit.
Samen logeren bij elkaar, bij tante Trijn, opa en oma Boelen en oom Albert en tante Lammie.
Samen op vakantiespelweek en samen naar het Blauwe Meer: zwemmen, geiten en flirten.
De eerste keer dat ik  op vakantie ging zonder mijn ouders was met Ina: twee weken stonden we samen op een camping in Ommen.

Toen Gerard en ik in 1983 trouwden was ze er de hele dag bij als vriendin van de familie, maar daarna liepen onze levenswegen steeds verder uiteen. Allebei werk,  gezin, kinderen; we zagen elkaar nog op familiedagen en feestjes en af en toe gingen we een dagje met z’n tweeën op stap: winkelen,  koffiedrinken en een gezellig etentje.

Ze scheidde van haar eerste man en ging met een nieuwe man in Noord Holland wonen.
Daar ben ik nog een paar keer geweest,  maar het werd niet meer zoals vroeger.
Ze kwam niet meer op familiedagen en ook bij begrafenissen liet ze zich niet meer zien; ze liet de contacten van vroeger bewust ‘verwateren’.

En dan ligt daar een rouwkaart. Wat jong! Wat is er gebeurd?
Ik belde haar zus, nicht Janny.
Ina was zomaar op de bank in elkaar gezakt. Hartverlamming.
Ook de zussen hadden geen noemenswaardig contact meer en waren niet betrokken bij haar afscheid.

Ina s overlijden heeft me behoorlijk beziggehouden. Ze speelde geen rol meer in mijn leven en toch was ik er door geraakt.
Het is iemand die vervlochten is met mijn jeugdherinneringen en deel heeft uitgemaakt van mijn leven.
Dat we uit elkaar zijn gegroeid is niemands ‘schuld’,  zo gaat het in mensenlevens.
Ik koester de herinneringen aan wat we samen hebben gedeeld, een stukje Boelen-familiegeschiedenis dat ik ter herinnering aan haar vandaag deel met mijn lezers.

Bij dit ‘In Memoriam-blog’ hoort een liedje van haar favoriete zanger, Frank Ifield met de toepasselijke titel ‘I remember you‘.

Reageren

28 april: Zilverdraden tussen ’t goud.

Natuurlijk hadden we ons 40-jarig huwelijksjubileum op Gran Canaria al gevierd, maar dat was alleen met de kinderen. We nodigden onze familie en vrienden uit voor zaterdag 22 april in Museumrestaurant ‘De Ar’ in Westerbork voor een gezellig feest met een warm- en koud buffet.  Wij namen die vrijdagavond daarvoor al onze intrek in Casa Grada; we hadden de hele koningsdagweek een voorjaarsvakantie voor onszelf gepland.
Toen ik ons trouwfotoalbum tevoorschijn haalde vond ik voorin het boek de rekeningen van 25 maart 1983: de bloemen, de fotograaf en de zaal waar de bruiloft was.
Heel leuk om even terug te lezen wat het toen allemaal gekost had.  Toen vonden we het allemaal heel duur….

We verrasten onze gasten op 22 april door als ‘bruidspaar van 25 maart 1983’  ten tonele te verschijnen. We hadden de rekeningen van het feest bij ons en deden net of we pas getrouwd  waren. We zagen het fotoboek liggen en complimenteerden de fotograaf van die middag (de vader van Wim)  met het feit dat het boek al klaar was!  Maar hij hielp ons uit de droom: wij waren 40 jaar vooruit in de tijd gestapt en hij was de vader van onze schoonzoon. Schoonzoon?  Hebben wij kinderen dan? Drie!?!  Toen hadden Gerard en ik gelijk al weer discussie: ik wilde toch maar twee? En Gerard eigenlijk vier? Het was heerlijk om toneel te spelen en aan de hand van dat gegeven alle gasten even bij langs te gaan.
Zijn onze broers (Roelof en Henk) nog getrouwd? En wonen we niet meer in Smilde? Waarom niet?!? En natuurlijk moesten we toen nog even met elkaar zingen: de smartlap ‘zilverdraden tussen ’t goud’.
We vroegen de aanwezigen om het vooral luid en hartverscheurend mee te zingen, maar sommigen moesten zo lachen dat zingen niet meer lukte… Toen was het buffet geopend en genoten we met elkaar van een heerlijke maaltijd.

Rond 21.00 uur waren we weer in Casa Grada met de kinderen en verraste Wim ons: zijn vader had een We Transfer bestand gestuurd en we konden alle 387 foto’s die hij die dag gemaakt had bekijken op de tv. En toen kwam de hele dag in afbeeldingen voorbij…de fotoshoot die die middag was gemaakt van ons gezin met het water op de achtergrond, koffie/thee met chocola op het terras, de aankomst van de gasten in ‘de Ar’,  de  cadeautjes en de gezelligheid: wat een rijkdom dat we deze mijlpaal met ‘allen die ons lief en dierbaar zijn’ hebben mogen vieren.

Zondagmorgen de 23e zaten we nog met ons gezin aan een gezamenlijke brunch en na de middag zwaaiden we ze uit en strekte een vrije vakantieweek in Westerbork zich voor ons uit.
Geen werk, geen kerk, geen vaste computer: iemand in onze omgeving noemde het al een korte vakantie in onze ‘datsja’.
Tsja.
Bij ons heet het UBB: ‘uutrusten en bijkommen in Börk”.
Daar is geen woord Russisch bij; of het moet al het boek zijn wat Gerard las deze week…… (zie deze link)

Ook even nostalgisch zwijmelen bij Max van Praag en zijn zilv’ren draden tussen ’t goud?
HIerbij een link naar een YouTube-video.
Wij zongen trouwens maar vier regels…..meer dan genoeg!

Reageren

26 april: Gran Canaria 8 – Playa del Ingles

Het strand van de Engelsen: dat is letterlijk vertaald Playa del Ingles,.
Het ligt een paar kilometer verder dan San Agustin waar wij zaten.
Het is de grootste badplaats op Gran Canaria en staat symbool  voor het massatoerisme.
Deze ‘stad’ bestaat alleen maar uit hotels, appartementencomplexen en bungalows en tussen al dat beton in staan er een paar winkelcentra die aan elkaar zijn verbonden door een eindeloze boulevard.
Dit  strandgebied in het zuiden van Gran Canaria telt meer dan honderdduizend hotelbedden en heeft maar één onderwerp: zon – zee– toeristen.

Dat wilden wij ook eens meemaken.
Op onze trouwdag gingen wij met z’n tweeën ’s avonds ‘even kijken’, we hadden die huurauto nog tot de volgende morgen 09.00 uur.
Het was een combinatie van Rodermarkt, Zandvoort en Parijs.
We vonden een plekje voor twee bij een bar en bestelden een drankje.
We zaten nog maar net of er kwam al een meneer die horloges te koop had. En handtassen. En ringen.
Daarna kwam er een mevrouw die ons op de foto wilde zetten: “Me take romantic picture?”
Nou nee, we maakten wel een selfie.
We appten de kinderen over onze belevenissen; die werden toen eigenlijk wel nieuwsgierig.

Kluwen

Die maandag daarop lieten we ons met een shuttlebus vanuit ons hotel naar Playa del Ingles brengen.
Op het strand huurden we 8 parasols en 8 ligstoelen.
Het duurde even voordat iedereen een plekje had gevonden, was ingesmeerd en zich had geïnstalleerd: op de afbeelding zie je de wanordelijke kluwen die ons gezin veroorzaakte in de in twee-aan-twee opgestelde rijen strandstoelen.
Ook nu waren de Atlantische Oceaan en de golven in de branding weer sensationeel.
Gerard en ik maakten een strandwandeling en verbaasden ons over de zonnende mensen die al zo rood als een kreeft waren: zouden die niet weten dat dat niet zo gezond is?

Om 17.00 uur zou de laatste pendelbus naar het hotel vertrekken, maar dat lieten we op een gegeven moment maar los: we wilden nog even een stukje langs die beroemde boulevard lopen en we vertrouwden erop dat we met het gewone openbare vervoer ook wel weer bij het hotel zouden komen. (dat is prima gelukt: de taxi’s zijn daar goedkoper dan de bussen van het openbaar vervoer)

…. verkeerde keuze’s……

Wat een wereld, mensen.
Hier in Nederland is men erg voorzichtig met het bebouwen van de duinen en de kust, daar in Gran Canaria zijn in de jaren ’70 echt verkeerde keuzes gemaakt.
De duinen staan helemaal vol met gebouwen…..!
Net als bij het restaurant bij de botanische tuin bestelden we twee schalen met tapas bij een drankje op de beroemde boulevard.  Het is bijna niet te geloven,  maar daar lagen stukjes frikadel  op!  En mini-loempias! Het was een wonderlijke mengeling van hapjes van over de hele wereld, net zo divers als de duizenden toeristen die daar over de boulevard flaneren.
Je moet het een keer gezien hebben, maar ik heb een ander beeld bij  ‘genieten aan het strand’.

Benieuwd naar andere blogs over deze reis?
Hierbij een link naar deel 1; onderaan dat blog vind je een overzicht van alle blogs in deze serie.

 

Reageren

Pagina 82 van 301

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén