een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 87 van 301

4 maart: Krookjes in Assen

Af en toe spreek ik af met oud-collega Gineke; donderdag 2 maart kozen we voor een bezoekje aan Assen.
We maakten een selfie bij het beeldje van Bartje en gingen vervolgens geen bruine bonen eten in het Grand Café aan de Brink.
We bestelden een heerlijk broodje en kletsten eerst eens uitgebreid bij.
“Hoe-ist-en-en-wat-is-het-lang-geleden!”
Gezellig dus.

We hadden op internet gelezen dat op landgoed Overcingel in de lente heel veel krokussen in bloei staan en we kwamen precies op het goede moment: paarse en witte krookjes waar je ook keek!
We liepen door de zee van lentebloemetjes om het huis heen en bezochten vervolgens in het koetshuis achter het huis de foto-tentoonstelling Onherstelbaar vernieuwd. Dat is een expositie in het kader van De Mix Nederland, waarbij historische fotocollecties inspiratiebron zijn voor hedendaagse fotografen. Gineke had het andere deel van deze duo tentoonstelling op station Assen al gezien toen ze daar uit de trein stapte. Uitgangspunt voor deze Drentse editie is het werk van Johannes Bernardus Schröer (1887-1957), waarop fotograaf Harry Cock (1952) reageert met nieuwe foto’s van zijn hand. Je kunt er nog naar toe tot 1 april .  Op de website van RTV Drenthe staat een artikel hierover met een video van twee minuten, daarop krijg je een indruk van wat Gineke en ik gistermiddag gezien hebben: hierbij een link

Daarna gingen we nog even de stad in; op onze wandeling kwamen we door de Gouveneurstuin.
Daar stond nog een een klein trapautootje!
Een overblijfsel van het Jeugdverkeerspark dat daar vroeger gevestigd was.
Daar waren Gineke en ik allebei als kind nog geweest.
“Is dat er nog?” vroegen we ons af. Eenmaal thuis zocht ik het op.
Het is er nog wel, maar niet meer in Assen.

In 1957 werd een Jeugdverkeerspark gerealiseerd in de binnenstad van Assen op de Gouverneursplein. Kinderen leerden hier op een spelende manier het verkeer kennen; de regels werden aangegeven met verkeersborden.
In trapauto’s gingen kinderen de weg op om de verkeersregels te leren; in de loop van de jaren kwamen er naast trapauto’s ook scooters.
Door de groeiende populariteit werd de locatie Gouverneursplein te klein; het park verhuisde naar het Asserbos. In 1988 verhuisde het park van het Asserbos naar een locatie naast het TT-circuit. Het breidde uit met  jeeps, helikopters, bootjes, een juniorkartbaan, een monorail en een trein. Het was de bedoeling dat kinderen ‘verkeer’ leerden en dat ze hun fouten inzagen. De politieagenten waren streng maar rechtvaardig (!), zoals menig persoon zich vast nog kan herinneren.
Het park moest in 2014 haar deuren sluiten voor publiek vanwege de tegenvallende bezoekersaantallen.
Sinds 2016 maakt het verkeerspark deel uit van attractiepark Duinen Zathe in Appelscha.
Zo, dat weten we dan maar weer.

We sloten ons dagje Assen af met een terrasje.
Buiten.
Op 2 maart: IN DE ZON!

Reageren

3 maart: Op fietse.

Op mijn kalender stond vanmorgen: 09.00 uur Kapper.
Gisteravond stond ik voor die kalender en dacht: ‘Wie bedenkt nou dat dat zo vroeg moet.’
Ikzelf; 7 weken geleden.
Vervolgens zette ik de wekker om 07.15 uur en om 08.30 uur zat ik op de fiets, want mijn kapper woont in Een, dat is ongeveer 8 kilometer fietsen.
Haarband om, oortjes in, sjaal om, handschoenen aan, jas tot de kin dichtgeritst: de kou in.
En dat was gelijk de waarde van mijn dag.

mijn gezelschap

Want ik fiets door een prachtig mooi gebied in Drenthe.
Vanuit Roden eerst naar Roderesch, dan naar Steenbergen en vóór Een zet ik mijn fiets tegen de muur bij de kapper.
De zon scheen toen al uitbundig; ik fietste door het coulissenlandschap in gezelschap van mijn eigen schaduw die rechts naast mij fietste.
Riep af en toe ‘Moi’ naar een voorbijganger en genoot van de weilanden en de braakliggende akkers, die net als ik op de lente wachten.
Hier en daar een paard, hier en daar wat schapen en vanuit de slootkanten en het struikgewas naast de weg opvliegende, fladderende vogeltjes.
Eigenlijk niks bijzonders, maar denk even aan het lied van Skik ‘Op fietse’ en je snapt wat ik vanmorgen beleefde.
Niet in de buurt van Erica, zoals Daniël Lohues bezingt, maar in Noord Drenthe.
wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage
‘k
heb de banden vol met wind
nee ik heb ja niks te klagen
wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage
‘k zol haost zeggen, jao het mag wel zo!

En mijn haar?
Mooi stuk er af; helemaal klaar voor de lente!

Reageren

2 maart: Geen inspiratie….. gelukkig is er vaagtaal.

Een leuke volle dag en nog geen blog voor vanavond; voor deze dag grijp ik eens terug op een oud blog,
Het is een verhaal van acht jaar geleden uit 2015 en het heet ‘Vaagtaal’.
Er is nog niet veel veranderd op dat gebied…..

In 2001, na drie kinderen en een hele hoop vrijwilligerswerk, begon ik weer met betaald werk. Het werd een administratieve baan en inmiddels ben ik bevorderd tot ‘Management assistent’. In een vakblad voor mijn beroepsgroep (zie afbeelding) las ik laatst een artikeltje dat voor mij erg herkenbaar was en waar ik om moest grinniken.

“Van vergaderen gaan mensen heel raar praten” stond er boven.
Er volgde een serie termen, die we in een normaal gesprek nooit gebruiken, maar die bij een vergadering ineens over de tafel vliegen. Let op:
– Ik wil dit even tegen jullie aanhouden.
– We gaan een tijdpad uitrollen.
– We moeten het bestaande kader verlaten.
– De communicatie moet over de hele linie transparanter.
– We zoeken mensen met een ‘hands-on’-mentaliteit.
– We gaan de zaken uitfaseren.

Samen met ‘mijn’ manager heb ik er hartelijk om gelachen. “Sommigen gebruik ik ook!” riep ze. En dat klopt. Waar ze in het dagelijks leven zeer duidelijk en niet omfloerst Nederlands spreekt, wil het op schrift nog wel eens ‘management-taal’ worden.
Ze heeft zelfs enkele uitspraken toegevoegd aan het jargon.
Zo was er eens een overleg waarvan de notulen niet gemaakt waren.
Haar omschrijving is dan: “Het verslag van het vorige overleg is in de vaagheid blijven hangen…””
Verder gebruikt ze in haar mail soms prachtige zinnen. Voorbeeld: “Doel van dit overleg is de tijdshorizon te schetsen”.

Soms blijven mensen met beide benen op de grond staan en gaan er niet in mee.
“Waarom heet dit eigenlijk bila* ?” vroeg ooit eens een nuchtere Groningse medewerker “Het is toch gewoon werkoverleg?

* bila is de afkorting van ‘bilateraal overleg’, een vergadering met twee partijen, in dit geval een teamleider en de de manager Algemene Zaken.

Reageren

1 maart: Zo zinloos.

Gistermiddag had ik een overleg van mijn werk in Groningen, toen zat ik op een ongebruikelijke tijd in de auto.
Ik luisterde naar Radio 1; er was een Rusland-deskundige aan het woord die vertelde over de gevechten om stad Bachmoet in Oekraïne.
Dat het Oekraïense leger zich met hand en tand verzet, maar dat ze straat voor straat toch moeten prijs geven aan de Russen.
Straten waar alleen maar kapotgeschoten gebouwen staan en waar bijna niemand meer woont.
En die paar mensen die er nog wonen leven in erbarmelijke omstandigheden.
Het ging over het morele belang van het in handen hebben van die stad.
Het ging over duizenden soldaten, jonge mannen, die in de zinloze strijd om die stad hun leven verloren hebben en toen zette ik de radio uit.

Wat moet je met zulke achtergronden bij het nieuws?

Vanmiddag kwam ik rond etenstijd terug van mijn werk en luisterde ik naar Bert Kranenbarg op Radio 5.
Hij draaide het lied ‘I don’t believe in if anymore’ van Roger Wittaker uit 1970.
Ken ik al heel lang, maar ik moest er nu van huilen, met de echo van het programma van gistermiddag nog in mijn oren.

Hierbij een link naar dat nummer, een video op YouTube.
Let daarbij eens op die prachtige vioolpartij die op de achtergrond meespeelt bij het refrein.
De tekst van het lied vind je hieronder.

Now if you load your rifle right
And if you fix your bayonet so
And if you kill that man, my friend,
The one we call the foe,
And if you do it often, lad,
And if you do it right
You’ll be a hero overnight
You’ll save your country from her plight
Remember God is always right
If you survive to see the sight
A friend now greeting foe…

No you won’t believe in If anymore
If’s an illusion
If’s an illusion
No you won’t believe in If anymore
If is for children
If is for children
Building daydreams

If I knew then what I know now
(I thought I did you know somehow)
If I could have the time again
I’d take the sunshine leave the rain
If only time would trickle slow
Like rain that melts the fallen snow
If only Lord if only
If only Lord if only

Oh I don’t believe in If anymore
If’s an illusion
If’s an illusion
No I don’t believe in If anymore
If is for children
If is for children
Building daydreams

Reageren

28 februari: Telefoon-dieet.

Hij vreet aandacht.
Ik bedoel mijn telefoon.
Of is dat een zij?  Of een het?
In deze 40-dagen-tijd is één van mijn bezinnings/aandachtspunten: hoe ga ik om met mijn telefoon?

In 2020 heb ik in deze periode mijn telefoon een week uitgezet.
Naar aanleiding van dat experiment staat mijn telefoon nu al drie jaar standaard op ‘geen geluid’, dus ik hoor nooit bliepjes en ik hoor ook niet als iemand mij belt: als ik ben gebeld bel ik terug.
We zijn 3 jaar verder en ik denk dat een hele week de telefoon uit niet meer kan.
Nou ja, wat niet kan….. maar het geeft teveel gedoe.
Toen had ik een solo-functie binnen Lentis, maar inmiddels zit ik in app-groep met het secretaresse-clubje van Team290; het is niet slim om het ding een week uit te zetten.
Verder is mijn telefoon mijn wekker in de vroege morgen. En mijn radio. En mijn ‘Blue-tooth-is-connected’-apparaat.
In deze vastentijd heb ik er voor gekozen om op een telefoon-dieet te gaan.

Drie momenten op een dag kijk ik er op: ’s morgens bij het opstaan, tussen de middag en ’s avonds na het eten.
Tussendoor zit hij in mijn tas.
Vandaag heb ik bijna een week gehad; vorige week woensdag ben ik begonnen.
MOEILIJK!
Confronterend ook; wat een aandacht-vreter is  het.

Het is een gewoonte geworden om om de klip-klap op die telefoon te kijken.
Heb ik geen apps of mails, dan kijk ik even op internet.
Is er nog nieuws?
Gistermiddag zat ik in de wachtkamer bij de tandarts.
Mijn hand was al op weg naar mijn tas …….. oh nee. Dat zou ik nu even niet doen.
De andere wachtenden zaten wel op hun telefoon te kijken, dus ik pakte maar een tijdschrift.

Niet vaker dan drie keer per dag op je telefoon kijken, hoe moeilijk kan het zijn.
Heel.
Veertig dagen is best lang eigenlijk: 1e Paasdag is op 9 april.
Nog meer dan een maand ga ik dit proberen vol te houden.
Na Pasen zal ik het met mijn lezers evalueren; wordt vervolgd dus.

Reageren

27 februari: Haar grote broer.

De laatste zaterdag van februari is ‘derde oma dag’ voor mij en onze dochters.  De dames beschouwen tante Trijn (de zus van mijn vader) als hun derde oma en voor mij is ze mijn tweede moeder. Tante Trijn had in haar huis wat oude spullen opgeruimd en had een jaren 70 lamp die ze niet wilde houden.
Groot,  grijs en van kunststof. “Heeft een van jullie hier belang bij?”
Ik zeker niet,  maar alle drie de dochters vonden hem prachtig. Er werd nog net niet om geloot; Carlijn kreeg hem mee.

En verder?  Koffie met hazelnootschuimgebak, veel verhalen en genieten van elkaars gezelschap, vooral dat eigenlijk.
De dochters hebben het met z’n drieën altijd al erg gezellig, zaten gezusterlijk op de bank en vertelden afwisselend verhalen, die vergezeld gingen van de gebruikelijke bijgeluiden en gebaren.

Tussen middag genoten we van een lekkere lunch buiten de deur in de Witte Olifant.
Altijd in het hoekje achterin aan een gereserveerd tafeltje waar tante Trijn geniet van een lekker broodje omringd door het vrouwelijke deel van ons gezin: eigenlijk is ze mijn tante en de oud-tante van onze dochters. maar ’tweede moeder en derde oma’ past veel beter bij de band die we hebben.

Ik nam voor haar die morgen een klein cadeautje mee.
In de fotoalbums van mijn ouders had ik een klein fotootje gevonden van hun trouwdag.
Het kiekje was genomen ’s avonds op het feest en we zien een stralende bruid met haar net zo stralende kersverse, 14 jarige schoonzusje Trijn.
Het was een zwart-wit fotootje en net niet helemaal scherp, genomen in een rokerige ruimte.
Nadat ik hem had gescand en geprint kon je nog redelijk goed zien wat er op stond.
Dat was in januari 1960; voor haar sweet memories.

Vanmorgen kreeg ik van haar een app.
“Weer een dag vol met herinneringen; van pijn, maar ook mooie dingen die wij koesteren”.
Vandaag is het de sterfdag*  van haar grote broer en mijn vader.
Zo fijn om dat nog te kunnen delen met zijn zus.

Klik hier voor het blog ‘Derde oma-dag’ uit 2022, onderaan dat verhaal vind je een link naar de twee voorgaande edities.

* zie ‘Tien jaar alweer’ uit 2018

Reageren

26 februari: Gedichten, proza en meziek.

Zundagmorgen 07.55.uur.
Veur de wekker wakker.
Dat zeg wat: spannende dag.  Om 11.00 uur  word wij in Noord Slien verwacht waor ik een aantal körte  verhaolen mag veurlezen bij Taol an tafel.
Ienmaol arriveerd word wij welkom heten deur Reina en Gloria, de twee dames die dit evenement organiseert under de paraplu  van Het Huus van de Taal; Gloria preut de mörgen ok an mekaar.
Twee keer drie kwartier dichtkunst, proza en  meziek,  dat is  de formule van zun mörgen.

Ria Westerhuis is een bekende Drentse dichteres. Zij komp uut ZuudDrenthe, ze woont bij het grensriviertie De Reest; zölf nuumt  ze het de Riest.
Ria hef een aangename stem en ze drag heur gedichten gloedvol en gevulig veur in heur eigen streektaol.
A’j een indruk wilt kregen van heur wark,  dan verwies ik joe naor heur website, hierbij een link.

Mien veurdracht begunde met een verslag van de eerste keer dat ik met een wandelvierdaagse an deu.
As lezer van dit blog hej die verhaolen  allemaole al ies veurbij zien kommen,  want ik stao dan wel te vertellen under de noemer ‘proza’, maor veur mij bint het blogs die ik in het verleden schreven heb en die vertoald bint in het Drents. Wat ik terugheur van de toeheurders is dat het zo herkenbaor is: de gebeurtenissen in een wachtkamer,  onze geliefde conciërge op Mavo op de Smilde, de  mannenpraot bij de Rodermarktwagenbouw en het familieverhaol van de kleine Gerardje die gung eierzuken.
Wat bin ‘k dan nerveus, mensen.
Huuf ik niet te stötteren? Verspreek ik mij niet?
Bij het wakker worden ’s mörgens heb ik al kloeten in de boek van de spanning; die bint pas vot as ik het leste verhaol  veurlezen heb.

De meziek weur verzörgd deur Fens en volk, zij zungen zölfschreven streektaolvassies; ie kunt heur meziek vinden op Spotify.
Luuster beveurbeeld maor ies naor Witte Wieven  en Glinster.
In de pauze kwam ik nog an de praot met Ineke de Jong, een kunstenares.
Zij vertelde dat zij metdöt met het programma ‘de nieuwe Vermeer’: zij hef een kunstwerk maakt van papier maché.
Zundagaomnd 5 meert komp ze op de tillevisie: ze mag d’r nog niks over publiceren, maor hierbij wel alvast een link naor heur website.

Zaoterdagmörgen in het programma Hemmeltied hef Arja Olthof in de rubriek van ‘het Huus van de Taol’ mien verhaol uut de Zinnig van jannewaori gebruukt veur een column over accentdiscriminatie. Schoonzeun Cees hef dat stukkie eem veur mij uut het programma knipt: ie kunt de column van Arja hier truggeluusteren: (an ’t begun een paar seconden geduld….)

Het was een gezellige bijienkomst daor in Noord Slien vanmorgen. Wij kregen tussen de middag een warm buffet veurschötteld met bami met saté  met kroepoek en aandere bijgerechten en ok de koffie, thee en aandere drinkerij hadden ze bij Wielens goed veur mekaar.  Gloria vertelde dat het veur sommige groepies in de zaal echt een daggie uut is.
Daor heb ik met liefde an metwarkt.

Beneid naor wat ik veurlezen heb? Klik dan op één van understaonde links veur het hiele verhaol.

In 2021 warkte ik met an Taol an Tafel in Dwingel, hierbij een link naor dat verslag.

Reageren

25 februari: Blogbouwstenen (10) – Pentamerone, een raamvertelling.

Vandaag deel 10 in de serie: Blogbouwstenen.

Op het scheurkalenderblaadje van 23 februari stond aan de voorkant de vraag:  “Wat verzamelde Giambattista Basile?”
Weet jij het?
Ik had geen idee.
Best raar, want ik ben dol op wat hij verzamelde: sprookjes.

Een klein stukje geschiedenis: Basile werd in 1566 geboren in Napels. Hij raakte gefascineerd door de volksverhalen uit zijn geboortestreek; zijn verzameling is gepubliceerd in het boek ‘Pentamerone’, dat werd uitgegeven na zijn dood.
Het gegeven van het boek lijkt een beetje op de ‘Sprookjes van 1001 nacht’: de verhalen worden verteld in een raamvertelling.
Een prins en zijn vrouw krijgen vijf dagen lang tien vrouwen op bezoek.
In totaal vertellen deze vrouwen vijftig verhalen; op de vijfde dag vertelt de laatste vrouw dat de prinses geen prinses is, maar een frauduleuze dienstmeid.

De verhalen bevatten varianten van bekende sprookjes zoals, Assepoester, Doornroosje en Rapunzel.
Latere sprookjesverzamelaars, zoals Charles Perrault (Moeder de Gans) en de gebroeders Grimm, werden door het werk van Basile geïnspireerd.

Op de website ‘Volksverhalen Almanak’ vond ik een pagina met een artikel over dit boek, waar alle vijftig verhalen te lezen zijn, hierbij een link.
Je vindt daar links naar alle afzonderlijke verhalen, met titels als ‘De kristallen gang’ en ‘De schone vrouw met de afgehouwen handen”.
Daar kun je bijvoorbeeld ook de eerste versie van het sprookje van Assepoester lezen, die niet zo heel veel te maken heeft met de versie die Walt Disney ons voorschotelt.

Hou je ook van sprookjes, wees dan gewaarschuwd, want als je eenmaal begint…….

Reageren

22 februari: Met drie pannen.

Vandaag is het Aswoensdag, het begin van de 40-dagen-tijd. In onze PKN-gemeente vieren we al jaren op de dinsdag daarvoor het pannenkoeken feest*. Wij schuiven niet alleen graag aan bij die gezamenlijke maaltijd,  maar wij zorgen ook voor 30 spekpannenkoeken. Rond kwart voor vijf maakte ik beslag van 2 liter melk,1 kilo meel en 4 eieren en knipte 44 plakjes ontbijtspek doormidden = 88 halve plakjes = 3 per pannenkoek. En dan maak ik me op voor een uitgekiend bakproces: pannenkoeken bakken met 3 pannen tegelijk. Als in de derde pan spek en beslag zit,  kan ik in de eerste pan het baksel al omdraaien. De hete pannenkoeken laat ik in een juspan glijden die in bak met heet water staat. Het vergt een dik half uur opperste concentratie, maar dan zit de pan tjokvol.

Rond zessen zette ik mijn warme pan bij het buffet en zocht een plekje aan één van de tafels, waar al een aantal hongerigen zaten te wachten. Eten met meer dan 60 mensen aan tafels waar steeds 8 stoelen omheen stonden: gezellig!  Het was de bedoeling dat je steeds op een andere plek ging zitten onder het motto ‘neem uw bord op en wandel’.  Dan zit je steeds naast iemand anders in een ander groepsverband. Het is erg leuk om te zien hoe iedereen zit te smullen van de pannenkoeken en hoe de aanwezigen geanimeerd met elkaar zitten te teuten. Ontmoeting is naast de pannenkoeken ook een belangrijk aspect van deze bijeenkomst. Gerard zei: “We doen dit al een aantal jaren;  het lijkt zo gewoon,  maar het is eigenlijk heel bijzonder om met elkaar zo de 40-dagen tijd in te gaan.”
Er wordt van de aanwezigen een vrijwillige bijdrage gevraagd; dit jaar zamelen we geld in voor pastor Petru in Moldavië, die in zijn dorpje de armoede bestrijdt.

In de komende vastentijd willen Gerard en ik ons op een aantal dingen bezinnen; daarin trekken we niet altijd gelijk op. Ik wil bijvoorbeeld mijn telefoongedrag onder de loep nemen en heb me voorgenomen om ook één week niet te mopperen of me negatief over iets uit te laten.
Wordt vervolgd dus.

* Gerard schreef in 2017 een gastblog over het pannenkoekenfeest onder de titel ‘Pancakeday’, waarin hij uitlegt waar deze traditie vandaan komt.

Reageren

21 februari: Galanthus nivalis.

De galanthus nivalis is een bolgewas uit de narcisfamilie.
Galanthus is een samenstelling van het Oudgriekse ‘gala’ (melk) en ‘anthos’ (bloem) en nivalis betekent: in of bij de sneeuw groeiend.

Bij ons heet het gewoon sneeuwklokje; vroeger werd het ook wel ‘vroegopje’  genoemd.
Op WikiPedia las ik dat de plant oorspronkelijk uit Zuid-Europa komt en dat hij gemakkelijk verwildert.
Dat kan ik alleen maar beamen.
Het schijnt zo te zijn dat als een sneeuwklokje zich ergens goed voelt, één bolletje al gauw twee bolletjes worden en zo komen wij dus aan het witte tapijtje in onze achtertuin: bij ons achter het huis is het momenteel wit van de sneeuwklokjes.

Afgelopen weekend kreeg ik van Carlijn een mini-vaasje met een paar sneeuwklokjes die ze had meegenomen uit Groningen.
Het staat nu op de hoek van ons aanrecht: zo mooi!

Bijna lente!

Reageren

Pagina 87 van 301

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén