een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Muziek Pagina 2 van 39

20 oktober: Geen wedstrijd.

Begin oktober overleed de zanger van Kayak, Edward Reekers.
Hij was niet eens zo veel ouder dan ik: 68 is hij geworden.
In een ochtendprogramma van Radio 5 luisterde ik naar een telefoongesprek dat naar aanleiding van dat overlijden werd gevoerd met Harry Sacksioni. Hij kende Reekers persoonlijk, had veel met hem samengewerkt en was verdrietig om zijn heengaan.
Edward Reekers volgde binnen Kayak Max Werner op als zanger, die wilde liever drummen.

Reekers had een bijzondere stem die hij, totdat hij ziek werd, op vele manieren heeft ingezet.
Sacksioni had hem geadviseerd om een mee te doen aan zo’n programma als ‘Beste zangers’ maar dat wilde hij absoluut niet.
“Hij was daarover kort” zei Saksioni daarover “Muziek is geen wedstrijd’.

Mooie uitspraak.
Zegt Daniël Lohues ook altijd.
Op internet vond ik een quote van Pat Martino, een Italiaans/Amerikaans jazzgitarist.
Die omschreef het treffend:
True music, like all true art, is an experience to be shared, not judged, for praise cannot make it better, as blame cannot make it worse.* 

De stem van Edward Reekers nog even horen?
Hierbij een link naar Ruthless queen: een opname uit het legendarische muziekprogramma Toppop.
Het nummer gaat over een scheiding, waarbij de man hopeloos en vernederd achterblijft. (I can’t accept our love has been).
Het is het bekendste nummer van Kayak met Reekers als zanger.
De plaat is daarnaast ook bekend door de verkeerde klemtoon (ruth-LESS) van de titel.
Veel Engelstalige luisteraars keken daar vreemd van op. Hierbij een link naar een artikel daarover op de website van Ton Scherpenzeel, waarin hij uitlegt waarom de klemtoon op ‘less’ ligt.

*Echte muziek is, net als alle echte kunst, een ervaring die gedeeld moet worden, niet beoordeeld, want lof kan het niet beter maken, net zoals kritiek het niet slechter kan maken

Reageren

19 augustus: Het kon ECHT niet!

Bij één nummer van The George Baker Selection zit ik aan het begin, als de blokfluiten beginnen te spelen, in gedachten weer op de fiets op de terugweg van de MAVO naar huis.
Ik zit dan nog in de 1e klas, maar het is al zomer (juni 1974) en ik fiets samen met Marjan, die door moet naar Diever.
We hebben het over muziek en ik vertel haar wat ik heb ontdekt over het liedje ‘Fly away little paraquayo’: dat dat over slavernij gaat.
Ik had namelijk al één jaar Engels gehad en had met mijn fonetisch opgeschreven woorden geprobeerd om het lied te vertalen.
“Dat is toch helemaal geen goeie muziek!” riep Marjan.
“Waarom niet?”
“Nederlanders die Engels zingen, dat klinkt toch nergens naar?”

In mijn herinnering hoorde ik het aan en wist ik niet wat ik moest zeggen.
Wat ik wel begreep was dat Marjan twee oudere broers had die heel veel wisten van muziek in het algemeen en popmuziek in het bijzonder en dat die hun kleine zusje duidelijk hadden gemaakt dat dat liedje van de George Baker Selection ‘ECHT NIET KON!’

Tijdens het vervolg van de fietstocht bleek dat er heel veel muziek was in die tijd die je niet goed hoorde te vinden.
Silvio – ‘Marian, come back home’  had ik ook helemaal vertaald, dat was een regelrechte smartlap:  “Daar luister je toch niet naar, Ada, dat is echt slecht” (geen idee? Luister hier.)
Vicky Leandros – Ich hab die Liebe gesehen en Du – Peter Maffay, bij ons thuis regelmatig te horen: “Toch geen Dúitse muziek!”
Maar die liedjes stonden allemaal wel in mijn map met teksten voorzien van gitaarakkoorden.
Ik speelde sinds de zesde klas van de Lagere school gitaar en ik was in mijn vrije tijd druk met het zingen van muziek die ik mooi vond.
In die tijd was ik lid van de Mandoline-club van Marinus Boer in Dwingeloo en daar zongen we liederen als Whispering Hope, Muss-i-denn en ‘Meisjes met rode haren.’
Genoot ik van.

Toen ik thuiskwam na het fiets-gesprek met Marjan was ik een beetje boos.
Hoezo geen goeie muziek? Ik vond het prachtig!
En ik bleef het prachtig vinden, ondanks dat dat van Marjan niet mocht.
En van mijn broer dus ook niet…. (zie zijn reactie onder dit blog 😉 )
Marjan ging na één jaar MAVO naar een andere school in Diever en ik heb haar daarna nooit meer gezien.
Als de blokfluiten van George Baker spelen aan het begin van Fly away little paraquayo flitst mij altijd bovenstaand gesprekje op de fiets door het hoofd.

Wat je mooi vindt vind jij mooi; daar doet wat een ander ervan vindt niks aan af.
Daarom luister ik nog steeds graag naar de kleine paraquayo.
En naar Heintje met zijn ‘Ich bau dir ein Schloss’, naar een klassiek stuk als de Theresiënmesse van Haydn, naar BZN, Queen en Daniël Lohues.
Mijn vader zei vroeger: ‘Smaak is geen kwestie van meerderheid’.
Geniet zonder schuldgevoel van muziek die jíj mooi vindt.
Geef je er maar eens lekker aan over: hierbij een link naar de paraquayo.

Reageren

31 juli: Stabat Mater – meer dan dat éne bekende stuk.

Giovanni Battista Pergolesi (afbeelding: Wikipedia)

Zo van een muziekstuk genieten dat er tranen van ontroering ontstaan: af en toe overkomt me dat.
Dat is vaak bij stukken die ik al ken, maar deze week overkwam het me bij het beluisteren van een muziekstuk dat ik voor het eerst hoorde: het was het twaalfde en laatste nummer van het werk ‘Stabat Mater’ van Pergolesi.
Als je een beetje van klassieke muziek weet, dan ken je het vast het eerste stuk, want dat is overbekend: een sopraan en een alt die ‘Stabat Mater Dolorosa’ zingen.

Het hele stuk Stabat Mater bestaat uit 12 delen.
Het is gebaseerd op een gedicht uit de 13e eeuw, waarvan de eerste strofe luidt: ‘Huilend stond de moeder aan de voet van het kruis, waaraan haar zoon te sterven hing.’
Het gedicht is geschreven ter ere van de Heilige Maria, staande onder het kruis van Jezus.

Giovanni Pergolesi was een Italiaan en hij leefde maar heel kort: hij is maar 26 geworden (1710-1736).
Hij heeft zijn korte leven hoofdzakelijk in Napels doorgebracht, waar hij op zijn twaalfde naar toe werd gestuurd om muziek te studeren.
Hij schreef o.a. komische opera’s.
Maar hij had een zwakke gezondheid, hij leed aan tuberculose.
Toen hij zijn einde voelde naderen, zocht hij onderdak in een klooster. Daar voltooide hij  zijn beroemde Stabat Mater (Latijn voor ‘De moeder stond’).

Het wordt beschouwd als één van de mooiste, meest indringende stukken muziek uit de religieuze klassieke muziek en lange tijd gold het als het schoolvoorbeeld van eenvoudige en ontroerende kerkmuziek.  Pergolesi schreef het werk voor twee solostemmen, alt en sopraan (destijds hoge mannenstemmen), strijkers en orgel; pas later is er een koor en een orkest aan toegevoegd.

Na Pergolesi hebben veel componisten ook een Stabat Mater geschreven.
Ook is bekend dat Mozart (1756-1791) en Bach (1685-1750) zijn muziek hebben gebruikt (of er ieder geval goed naar hebben geluisterd) bij het schrijven van hun eigen muziek.

Hierbij een link naar uitvoering op YouTube van dit stuk dat ik beluister op Spotify: Orchestra Mozart Claudio Abbado uit 2009.
Je kunt via deze link het hele Stabat Mater van Pergolesi beluisteren; het laatste stuk waar ik over schrijf begint bij 38.07.
Dat 12e stuk heet Quando Corpus Morietur; het eindigt heel verrassend met een vrolijk en opgewekt ‘Amen’.
Heb je Spotify? Dan kun je dit album ook beluisteren via deze link.

Neem eens de tijd om het hele stuk in alle rust te beluisteren.
Duurt ongeveer drie kwartier.
Oortjes in, oogjes dicht, snaveltje toe.
Kom je even écht tot rust. 

Reageren

30 juni: Hemels.

‘Cantus gaat vergeten pareltjes zingen in de Niemeijerfabriek’; deze kop stond half mei op de website van OOG, Omroep Groningen.
In dat artikel wordt een aantal leden van Cantus geïnterviewd, waarbij ze vertellen over het bijzondere koor, over dirigent Karel Stegeman en over ‘Silence & Music’, het concert dat werd gehouden in oude fabriek van Theodorus Niemeijer. Hierbij een link naar dat artikel.

Wij waren er bij zaterdagavond!
Nog nooit heb ik een concert bijgewoond in een oude fabriek en het was heel bijzonder om in die grote, lege fabriekshal te zitten met ongeveer 200 mensen op plastic stoeltjes om te luisteren naar koormuziek. ‘Toewerken naar climax van stilte’ was de subtitel; ik schreef er ook al over in het blog Voor-luisteren.
Tijdens dat voor-luisteren op Spotify had ik in het begin grote twijfels of ik het wel leuk zou vinden.
Moeilijke muziek. Soms ook ontoegankelijk vond ik. In ieder geval heel anders dan wat wij wekelijks met onze cantorij staan te zingen.
Verder is er natuurlijk ook altijd een risico bij voorluisteren: dat je steeds alleen maar de perfecte uitvoeringen van Spotify hoort, waardoor de echte uitvoering vaak wat tegenvalt.

Toen ze gisteravond begonnen met ‘Silence and music’ van Ralph Vaughan Williams smolt mijn aanvankelijke twijfel als sneeuw voor de zon.
Oeh……. wat mooi.
Hemels.
Alles.
Aan sommige stukken werkte de sopraan Marina Torra Cabau mee (hierbij een link naar haar website) die de hoge noten prachtig zong.
Koor én sopraan brachten versies die in mijn oren mooier klonken dan de perfecte uitvoeringen van Spotify.
Daarmee zeg ik niet dat het meer dan perfect was, maar het kwam binnen in mijn hart.
En die akoestiek!
Als je je ogen dicht deed waande je je in een kathedraal.

Op voorhand was ik wat sceptisch over het stuk 4’33 van John Cage.
Dit stond er over op het programmablad: 4.33 is zonder twijfel het beroemdste én meest omstreden stuk van John Cage: het bestaat uit 4 minuten en 33 seconden stilte van de musici.
Met mijn Drentse nuchterheid voelt dat voor mij toch een beetje als in het sprookje ‘De nieuwe kleren van de keizer‘, maar ook in dit geval was het anders dan ik dacht: je maakt de stilte mee, omdat je met koor, soliste én publiek hebt ’toegewerkt naar de climax van stilte’.

De stilte was zo belangrijk bij dit concert, dat het beter was om niet te applaudisseren tussen de stukken door.
Dat aandeel moesten wij als publiek leveren aan dit concert, maar daar waren wij ons in het begin in ons enthousiasme ons nog niet van bewust; later ging dit beter.
Bijzonder om ‘onze Karel’ in zo’n andere setting voor zo’n ander koor te zien staan, maar ook om schoonzoon Jon, die als bas bij dit koor zingt, zo te zien genieten van de muziek.

Eén opname maakte ik:

Je kijkt en luistert naar het laatste stukje van ‘O taste and see’ van Williams en het begin van Crucifixus van Lotti.
Dan heb je even een idee van wat wij hebben beleefd.
In december zingt Cantus ‘Winterreise’ van Schubert.
Mis het niet.

Reageren

8 juni: Een Drentse liefdesverklaoring

“Laot mij van joe hollen, asjeblieft.”
Op het podium van de Stadsschouwburg in Grunn’n stiet Daniël Lohues en wij zit met Hans & Bea in de zaol op rij 2 in de loge: zaoterdag 8 juni,Theatertour 2025.
Lohues stun dizze keer niet allennig op het podium: Bernard Gepken speulde met op gitaar en Reyer Zwart op bas.
Toen wij luusterden naor het lied dat ik nuum boven an dit blog dacht ik: “Wat een mooie, Drentse manier om te zeggen da’j van iene hold.” Het volgende lied was eigenlijk van dezölfde strekking: ‘Was jij maor hier of waor dan ok met mij.”

Wat hebt wij weer geneuten gusteraomnd.
Nao de liefdesliedties kwam der een verhaol over Willem Alexander die op Keuningsdag in 2024 naor Emmen kwam en daor an ’t einde van zien toespraok zee: “Hier kom ik weg”, waarop alle Emmenaoren dachten ‘Nouw…….’
“Dat ku’joe toch niet veurstellen. Dat Willem zeg: “Kom Maxima, wij pakt het hiele spul in: wij gaot hen Emmercompas te wonen!”

Hij nam oons met in zien beleving van geluk.
“Meinsen wordt soms gelukkig van yoga  of een iesbad. Maor daor wo’j toch niet gelukkig van! Geluk begunt bij warme voeten” vun Daniël. Hij vertelde een verhaol over zien reis naor Amerika, waorbij hij slim geluk haar had, maor hij vreug zich daorbij of: was het geluk of was het een wonder? Hij besleut dat verhaal met: geluk IS een wonder.”

De traonen kwamen bij een lied van Skik over heimwee.
Lohues vertelde over zien opa die op een familiefeest in Duutslaand, waor ze hen gungen om schnitzels te eten (hoe herkenbaar!) an de weg gung staon. Toen hij an opa vreug waorumme zee die: “Ik wol wel graag naor huus.” Lohues woonde toen in Utrecht en haar ok slim last van heimwee.
D’r is van alles wa’k probeerd heb, maar ik vuul mij hier niet thuus
Ik heb mij daor nou wel bij neerlegd maar ik wul wel graag naor huus….. 
Naor aanleiding van die uutspraok van zien opa is hij toen begunt met liedties in het Drents, “die zachte, vriendelijke taol…” van zien olders en grootolders.
Ik smölt gewoon bij dit lied, de emotie raakte mij in  ’t gemoed; de hiemwee sijpelt tussen de regels deur.

Onnaovolgbaor was het verhaol dat hij vertelde over het ontstaon van oonze aarde: hoe alles zich ontwikkelde “de kwallegies en de reptielegies” en dat de aarde allent deur de liefde verschilt van de aandere planeten. Toen speulde hij “Het verschil tussen wereld en planeet” “Want de liefde, ja de liefde, de liefde is het verschil….”
Moesstil was het in de zaal bij dit lied.
In de veurankondigings las ik het al: dizze veurstelling weu met recht een intiem optreden nuumd.
Magisch was bijveurbeeld het nummer over het noorderlicht, dat hij veur het eerst zien had in 1989. Toen wus e nog niet wat dat was en haar in eerste instantie dacht dat Jezus terugkwam op aarde en later dat der een kernbom vallen was. Bij het lied dat e daornao zung ha’j echt het gevuul da’j samen met hum naor het noorderlicht stunnen te kieken.
Wát een artiest! Wát een feest um der bij te muggen wezen.
Eerdere veurstellings die wij hebt bezöcht:

2024: Advent: Lohues met Holland Baroque 
2024: Zingen en bidden
2023: Puntje van je stoel verhalen
2019: De Drent Lohues & Holland Baroque

2018: Ik kiek overal, maor ik heur hier
2017: Maak joe waor.
2016: Aosem. Awesome!

Reageren

28 mei: Kersen & Stoïcijnen

Zondagmorgen 4 mei.
Ik neem mijn telefoon mee naar de douche en luister naar het programma ‘The Sandwich’ van Jacques Klöters.
‘Goedemorgen….. heb je goed geslapen?’
Bij hem hoor je muziek die je niet zo vaak hoort.
Die ochtend draaide hij ‘Life is just a bowl of cherries’ van Holly Cole.
Daarna zei hij: “Als ik leraar zou zijn op een middelbare school en ik moest mijn leerlingen uitleggen wat nou eigenlijk de filosofie van de Stoïcijnen was, dan zou ik met dit lied beginnen, want daar staan echt stoïcijnse gedachtes in. Zoals ‘The sweet things in life to you were just loaned so how can you lose what you never owned?’ ja dat zijn mooie zinnen.”

Die informatie neem ik dan tot me als ik onder de douche sta en vraag me af: wat is de filosofie van die Stoïcijnen dan?
Ik ken ze eigenlijk alleen maar van het woord ‘stoïcijns’, dat onverstoorbaar/emotieloos betekent, dat je je niet gemakkelijk uit je mentale evenwicht laat brengen.
Het vermogen om met moeilijke situaties om te gaan zonder overweldigd te raken door emoties.
Later die dag zocht ik het op.
Stoïcisme is een filosofische leer uit het oude Griekenland, die stelt dat je gelukkig wordt door je zo min mogelijk aan te trekken van dingen waarop je geen invloed hebt. Ongeluk, ziekte en dood moeten niet vervloekt maar geaccepteerd worden. Ze richten zich op oefeningen om emoties te leren beheersen.
Meer weten? Hierbij een link naar de website ‘De nieuwe Stoa‘. 

Terug naar het lied over het schaaltje met kersen.
Hieronder vind je tekst.
Wil je het lied (bekend gemaakt door Judy Garland trouwens) ook even horen?
Hierbij een link naar een uitvoering op YouTube.

Life is just a bowl of cherriesDon’t take it seriousLife’s too mysteriousYou work, you save, you worry soBut you can’t take your doughWhen you go, go, goKeep repeating, it’s the berriesThe strongest oak must fallThe best things in life to you were just loanedSo how can you lose what you never ownedLife is just a bowl of cherriesSo live and laugh at it allLife is just a bowl of cherriesSo live it, love it, wriggle your earsAnd think nothing of it, you can’t do without itThere’s no two ways about itYou live and you laugh at it all.

Vertaling:

Het leven is gewoon een kom kersen
Neem het niet serieus
Het leven is te mysterieus
Je werkt, je spaart, je maakt je zo’n zorgen
Maar je kunt je poen niet meenemen
Als je gaat, gaat, gaat
Blijf herhalen, het zijn de bessen
De sterkste eik moet vallen
De beste dingen in het leven aan jou werden gewoon geleend
Dus hoe kun je verliezen wat je nooit bezat
Het leven is gewoon een kom kersen
Dus leef en lach er allemaal om

Het leven is gewoon een kom kersen
Dus leef het, hou ervan, wiebel met je oren
En denk er niets van, je kunt niet zonder
Er zijn geen twee manieren over
Je leeft en je lacht om alles.

Reageren

9 april: Traurigkeit und Herzeleid.

Volgende week is het de stille week.
Witte donderdag, goede vrijdag, stille zaterdag en zondag en maandag 1e en 2e paasdag.
Met onze cantorij zingen we op vrijdagavond en zondagmorgen; dat betekent dat we een behoorlijke lading liederen in onze map hebben om in te studeren.
Waar ik er erg van geniet de laatste weken is het klassieke stuk ‘O Traurigkeit, O Herzeleid’ dat we vrijdagavond zingen.
Het instuderen van dit stuk doet me denken aan het  projectkoor met Wim Opgelder in Zuidlaren.
Het is een behoorlijke uitdaging: we hebben oefenfiles gekregen van Jelle en ik kan de altpartij inmiddels wel dromen.
Maar de altpartij in je eentje zingen is iets heel anders dan in een vierstemmig koor de altpartij zingen.
Bas Jaap staat dan naast mij iets heel anders te zingen en tenor Jan Willem schuin voor mij zingt weer iets anders.
Wat ook niet meehelpt dat wij als alten ook niet altijd allemaal hetzelfde zingen…..😉

Toen Karel gisteravond ‘de traurigkeit’ er weer bij pakte om helemaal door te zingen begon ik vol goede moed aan de eerste regel (ik had immers ’s middags nog geoefend) maar ik kwam nog niet halverwege de tweede regel. Kwijt. Harrie-in-de-warrie.
De eerste poging om het lied vierstemmig te zingen stierf in schoonheid en ik zag de teleurstelling in Karels houding; zijn hele lichaam straalde uit ‘dit hadden wij toch vorige week allemaal goed onder elkaar staan?’ Wat een traurigkeit.
We gingen alle stemmen nog even weer apart bijlangs en wij alten kregen de opmerking ‘dat die hoge D’ er heus wel in zit, daar moet je met elkaar naar toewerken’. Nou kan ik werken wat ik wil, maar de C is voor dit a(a)ltje toch echt het hoogst haalbare, dus ik werk hard mee tot de C en daarna ga ik voor de playback uitvoering.

Als je bovenstaande alinia’s leest zou je kunnen denken: “Hoe kun je daar nou van genieten?”
Ik geniet van de muziek, de lastige riedeltjes, het na elkaar invallen, het meetellen met de maat en ik geniet vooral van het niet op de automatische piloot zingen. Kop der bij, bek op ’t stuur. En natuurlijk van de enorme voldoening als je de vierstemmigheid goed onder elkaar krijgt en je gelijk eindigt. Dann ist von Traurigkeit überhaupt keine Rede en van Herzeleid al helemaal niet. Sterker nog: ik haal mijn Herz er aan op!

Reageren

1 april: Een hele week!

Maandagmorgen zette ik om 6.30 uur mijn wekker uit en Radio 5 aan.
Op dat tijdstip luister ik altijd naar Goeiedag Haandrikman, maar op deze morgen was het anders dan anders.
Het is ‘Week van de Arbeidsvitaminen’.
Dat was een aantal weken geleden al wel aangekondigd: je kon lijstjes insturen.
Heb ik in het verleden al eens gedaan!
Op maandag 17 april 2023 kwam mijn muziekkeuze ruimschoots aan bod en ik vond het prachtig.
Daarover schreef ik destijds in het blog ‘Arbeidsvitaminen….van mij!’

Maar ook zonder het lijstje met mijn voorkeuren kan ik erg genieten van wat anderen hebben uitgekozen.
Aan het ontbijt met Elvis.
In de auto met Marian van The Cats.
Op het werk, stiekem dansend achter mijn sta-bureau bij de Lambada.
Waar ik geluk mee heb is dat mijn collega’s het leuk vinden dat ‘mijn muziek’ op de afdeling aanstaat: als ik werk staat Radio 5 op.
En waar anderen wel eens tegen mij zeggen: “Moet die herrie nou altijd aan….” is mijn antwoord bijna altijd ja; alleen als ik een boek lees hoef ik daar geen radio bij.

Voor mij is het een soort behang.
Aangenaam behang voor mijn oren
Ik hou van de radio.
Nu ik dit zit te typen is het maandagavond, bijna 20.00 uur en wordt ‘Need your love so bad’ van Fleetwood Mac gedraaid.
Zo mooi.

Vanmorgen zei iemand: Ik luister altijd ’s morgens van 09.00 – 12.00 uur naar de Arbeidsvitaminen; het is een vaste waarde op de dag!”
Eens.
Vandaag dus mijn waarde van de dag. Wat zeg ik? De waarde van de week!
Blijf bij 5 ♥

Reageren

18 februari: Een gelukkig mens.

Zondagmiddag kwam er een app van de voorzitter in onze Cantorij-appgroep:
“Helaas heeft Karel zich afgemeld voor vanavond; hij is ziek.”
Die avond zou de cantorij meewerken aan de vesper met het thema ‘Betrouwbare liefde’ en daar hadden we ons terdege op voorbereid.
Ik schreef al over een lied waar we bij moesten tellen in het blog ‘Op je tellen passen’.
Gezwoegd hebben we: met files gemaakt door Jelle hadden we thuis geoefend en bij de repetities met Karel hadden we het oeverloos gerepeteerd.
1,2,3, 1,2, 1,2,3 GELUKKIG IS DE MENS 1, 2, 3, 1, 2, 1,2,3 GELUKKIG IS DE MENS!
Omdat Karel er niet was werd het lied niet gezongen, maar voorgelezen door de voorganger.

Ik zal maar eerlijk zijn: deze mens was gelukkig dat we het niet hoefden te zingen.
Dit soort liederen uit het liedboek is gewoon niet mijn soort muziek, ik kan er wel zonder.
Maar als je bij een cantorij zingt staan er soms ook liederen op het repertoire die je niet leuk vindt, dat hoort er nou eenmaal bij.
“Je doet je best maar, ook dit is kerkmuziek” is dan altijd mijn motto.

Onze cantor was er  dus niet, maar de vesper ging wel gewoon door.
Een beetje ongemakkelijk stonden we om 18.00 uur in te zingen onder de bezielende leiding van voorzitter Wieger.
Karel werd node gemist, meer hoef ik daar vast niet over uit te leggen.
Toen Erwin Wiersinga kwam en plaats nam achter de piano gingen de dingen al een stuk soepeler al was het hier en daar nog wel wat zoeken.
Vooral de bassen hadden nog wat extra aandacht nodig bij lied 329, maar na een paar keer extra doorzingen ging het goed.

Wat ik wel een beetje jammer vond: wij hebben drie weken gerepeteerd en een aantal liederen hadden we vierstemmig ingestudeerd.
Maar alle liederen werden ook door de gemeente meegezongen.
“Jullie meerstemmigheid was niet te horen” merkte Gerard daarover op “waarom zongen jullie niet een paar coupletten alleen met de cantorij?”
Een vraag waar ik het antwoord niet op wist; daarover krijgen we misschien vanavond op de repetitie bij de evaluatie van de vesper meer te horen.
Hopen dat Karel er weer is!
Op 9 maart werken we al weer mee aan de ochtendkerkdienst; een bijzondere viering die wordt voorbereid door de taakgroep Groene Kerk.
Dat is dan ook de eerste zondag van de Veertig-dagen-tijd.
De tijd vliegt; voor mijn gevoel is kerst nog maar een paar weken geleden…..

Reageren

5 februari: Blogbouwstenen (14) – Een rijtuigie.

Vorige maand week kwam in de Arbeidsvitaminen het lied ‘In een rijtuigie’  voorbij.
Dit lied komt uit de tv-serie “Ja zuster, nee zuster” met teksten van Annie M.G. Schmidt en het kwam op single uit in maart 1968.
Uit mijn jeugd.
Ik was 7 jaar toen het uitkwam, maar toen hoorde ik het nog niet.
Het viel me pas op toen Wim Sonneveld overleed in 1974 en het liedje regelmatig voorbijkwam.
13 was ik toen. “En maar schommelen en maar kijken naar de KONT van het paard….’
Oooo…. hij zei ‘Kont’!
Als jonge puber kun je ontzettend lachen om zo’n tekst.

Toen dacht ik dat een rijtuig iets uit de vorige eeuw was.
Toen ik het deze week weer hoorde drong ineens tot mij door dat rijtuigen en koetsen in het begin van de 20e eeuw nog heel gewoon waren.
Die twee opa’s beschreven in dat liedje iets wat in hun jeugd nog heel gewoon was ‘je ging scheef bij ieder bochie, o wat een lekker tochie!’
De eerste auto was een koets met een motor.
Toen ik aan Gerard vertelde van mijn gedachten bij dat liedje zei hij: “Ja, weet je nog wel dat tante Riek vertelde dat ze vroeger bij haar thuis op de boerderij een koets hadden? “Wij gingen nooit lopend ter kerke, wij hadden een eigen koets.”
O jah!
Tante Riek, zo noemden wij mevrouw Deknatel, die naast ons aan de Boskamp woonde toen wij in 1989 in Roden kwamen wonen.
Een in onze ogen stokoude vrouw die toen nog maar 77 was.
Ze was een beetje wereldvreemd.
Zij vertelde over die koets om aan te geven dat haar familie rijker was dan gewoonlijk in Warffum; ze hadden een herenboerderij.

Wij kregen bij ons thuis een auto aan het eind van de jaren 60.
Daarvóór maakten mijn ouders gebruik van de fiets, de bus en de trein.
Onze familie was niet rijk, dus wij hadden geen eigen rijtuigen en koetsen.
Kinderen die nu opgroeien kijken net zo naar de jaren ’60 als ik in mijn jeugd naar het begin van de 20e eeuw keek.
Andere tijden.
Niet meer voor te stellen.

De ontwikkelingen zijn de laatste 50 jaar op alle gebieden heel snel gegaan.
Van ‘rijtuigie’ naar elektrische auto.
Van gewoon schrijven, via een typemachine naar een tekstverwerker/computer.
Van een zwarte, bakelieten telefoon aan de muur naar een persoonlijke, mobiele telefoon waarmee je de hele wereld binnen handbereik hebt.
Van een kruidenier, een bakker, een slager en een melkboer naar één supermarkt.
Daar mijmer ik na zo’n gesprekje dan nog even over door.
Hoe zal de wereld er over 10 jaar uit zien?

Wat zo’n rijtuigie op een doordeweekse dinsdag in mijn hoofd teweeg brengt!
Ook even luisteren/mijmeren?
Hierbij een link naar een video op You Tube.

 

Reageren

Pagina 2 van 39

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén