een alternatief voor 'de waan van de dag'

28 april: Ruinen 8 – Van landgoed naar plaggenhut.

Na Koekange wilde ik graag naar Echten.
Daar staat de havezate ‘Huis te Echten’, daar wilde ik even kijken.
Toen ik op een lastige kruising al was overgestoken, stond Gerard nog aan de andere kant van de weg te wenken: hij had een kroeg ontdekt waar ze ‘koffie to go’ hadden.
En ‘warme apfelstrudel to go’.
Met ‘vanillesaus to go’.
Het ‘bolletje ijs to go’ dat er eigenlijk bij hoorde namen we niet: het was al koud zat…..
Maar dat was lekker!
We namen het niet mee op de fiets, maar we dronken onze koffie bij een statafel op het terras en genoten van het warme appelgebak.
Wat een traktatie op zo’n koude dag.

Het ‘Huis te Echten’ was mooi, maar je kon er niet naar toe.
Het bedrijf ‘Visio’ is daar gevestigd en heeft de hekken in deze coronatijd op slot.
Het bevestigde maar weer eens wat ik altijd roep: “Mensinge in Roden vind ik de mooiste havezate van Drenthe. De inrichting is nog net zo als de laatste bewoonster het achterliet: in de kasten staat nog het servies dat door de VOC naar Nederland werd gebracht.”

Echten is maar klein, maar er was toch nog meer te zien dan het landgoed.
Midden in het dorp staat een plaggenhut.
Je kunt er zelfs in en zo zien en ervaren hoe het was om in zo’n hut te leven.
Zo’n plaggenhut werd bewoond door veenarbeiders  in gebieden waar veen ontgonnen werd.
Deze veenarbeiders waren eigenlijk de ‘slaven’ van de veenbazen. Eind 1800, begin 1900 werd het heel gewoon om de arbeiders in zulke woningen onder te brengen. De leefomstandigheden waren erbarmelijk; slecht te verwarmen, het was er vochtig en er was ongedierte. Het bouwsel bestond uit houten planken en het dak werd gemaakt van afgestoken heideplaggen die dakpansgewijze op elkaar werden gelegd.
Na de tweede wereldoorlog werd een grootschalig woningbouwprogramma opgestart, waarmee de laatste bewoonde plaggenhut verdween.

De plaggenhut in Echten werd in 1981 gebouwd door bewoners van het dorp als versiering tijdens het 800 jaar bestaan van het dorp.
Later wilde niemand de hut kwijt en werd het een toeristisch trekpleister.
Een soort gedenkteken voor al die arme, hardwerkende veenarbeiders en hun gezinnen die werden uitgebuit door de veenbazen.

T0en we Echten uit fietsten kwamen we langs de stallen van de familie Zoer.
“O ja, die springruiter Albert Zoer komt natuurlijk ook uit Echten” merkte Gerard op.
Hij steekt al zijn geld kennelijk in de paarden, de stal en de ruiterij, want het was een bescheiden woonhuis.

Een knooppunten-fietstocht met hier en daar een opsteekpunt: voor ons een heerlijke manier om onze vrije tijd door te brengen.
We kijken uit naar het moment dat de consumpties niet meer ‘to go’ zijn, de musea weer open kunnen en we de ‘anderhalve meter’ niet meer in acht hoeven te nemen.
Tot die tijd maken we er wat van.

Benieuwd naar de andere delen uit de ‘Ruinen-blogreeks’?
1. Van schaatsijs naar softijs.  
2. B&B ‘de Beddestee’
3. Wel honderd lammetjes! 
4. Fietstocht Dwingelderveld
5. Allemaal familie
6. Ommetje met Bram de Ram
7. Coucangé 

Wat in het vat zit:

9. Gehaakt lampionnetje

Vorige

27 april: Vlag. Maar niet zoals het hoort te zijn.

Volgende

29 april: Begraafplaats-toerisme?

  1. Jaap Ruitenbeek

    Ada,
    In 1971 stond er in N-Roden ook een plaggenhut,deze werd regelmatig vernield,
    toen is men gestopt met herbouwen.
    Jaap

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Type de getallen in cijfers in onderstaand vak * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén