Zondag 23 augustus.
We hebben een enerverende week gehad en zetten geen wekker op zaterdagavond.
Toch ben ik al op tijd wakker.
Rond 10 voor 8 ga ik naar beneden, zet een kopje thee, pel een mandarijntje en probeer een Sudoku te maken. Maar het lukt me niet goed om me te concentreren op de cijfers. De verhalen van de schrijfdag van gisteren spoken door mijn hoofd en ik heb nog een idee voor een blog over die heerlijke traybake van vrijdag. Het puzzelboekje leg ik weer weg en ik neem mijn thee mee naar de computer.
Een uur later ga ik naar boven om te douchen en neem Radio 5 op mijn telefoon mee.
‘Goedemorgen. Heb je goed geslapen?’
Jacques Klöters met de Sandwich.
O wat ga ik die man straks missen: ik hoorde dat het programma gaat stoppen!
Jacques begint met een gedicht van Annie M.G. Smidt.
Erwtjes
Toen ze een meisje was van zeventien
moest ze een hele middag erwtjes doppen
op het balkon. Ze wou de teil omschoppen.
Ze was heel woest. Ze kon geen erwt meer zien.Toen ging ze maar wat dromen, van geluk,
en dat geluk had niets van doen met erwten
maar met de Liefde en de Grote Verte.
Dat dromen hielp. Het scheelde heus een stuk.En dat is meer dan vijftig jaar terug.
Ze is nu zeventig en heel erg fit
en altijd als ze ‘s middags even zit,
mijmert ze, met een kussen in de rug,over geluk en zo… een beetje warrig,
maar het heeft niets te maken met de Verte
en met de Liefde ook niet. Wel met erwten,
die komen altijd weer terug, halsstarrig.Ach ja, zegt ze. Ik kan mezelf nog zien,
daar in mijn moeders huis op het balkon,
bezig met erwtjes doppen in de zon.
Dat was geluk. Toen was ik zeventien.
Na dit gedicht draaide Jacques ‘Nature Boy’ van Nat King Cole.
O man, wat prachtig.
Het lied eindigt met de zin ‘The greatest thing you’ll ever learn is just to love and be loved in return.’
Wat een wijsheid op de vroege zondagmorgen.

Afbeelding: Ahbez & Cole. Zie: deze website
Het liedje had ik nog nooit gehoord.
Het is een bekende jazz-standard, geschreven door Eden Ahbez; hij was een soort hippie in de jaren 50 met lange gewaden, een volle baard en lang haar.
Heel raar in die tijd. Hij leefde een nomadisch bestaan en bedacht/schreef heel veel liedjes. Op een avond zong hij dit nummer voor de manager van Nat King Cole. Die liet het aan Cole horen: die was er meteen weg van en begon het in zijn live shows te zingen; het was al snel een publieksfavoriet. Cole wilde het nummer op plaat zetten, maar dan moesten ze wel eerst die vent zien te vinden die het op die avond had voorgezongen. Ahbez woonde rond die tijd in een tent; na een paar maanden hadden ze hem gevonden.
Nat King Cole zet het op plaat en maakte het nummer onsterfelijk.
Meer weten over dit verhaal? Op deze website vond ik het hele verhaal met foto’s en een video.
Alleen luisteren? Hierbij een link naar het nummer op Spotify.

Geef een reactie