een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Kerk & gemeente Pagina 3 van 56

Kerkdiensten, bijeenkomsten van de PKN-gemeente Roden-Roderwolde

1 juli: Nijhoff op zondagmorgen.

Op zondagmorgen zijn er voor mij meestal twee vaste onderdelen: om 09.00 uur het radioprogramma ‘De sandwich’ met Jacques Klöters en om 10.00 uur de kerkdienst van onze PKN-gemeente.
Dit zijn twee volstrekt gescheiden dingen die niets met elkaar te maken hebben, maar afgelopen zondag was er een link.
Klöters begint zijn programma altijd met een gedicht en zondag was dat ‘De wolken’ van Martinus Nijhoff.
Hij kondigde het aan als een bekend gedicht, maar ik hoorde het voor het eerst (ik weet amper iets van poëzie)  en het was mooi.

De wolken 

Ik droeg nog kleine kleeren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag.

En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder –
De wond’ren werden woord en dreven verder,
Maar ‘k zag dat moeder met een glimlach weende.

Toen kwam de tijd dat ‘k niet naar boven keek,
Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
Ik greep niet naar de vlucht van ’t vreemde ding
Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.

– Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
En wijst me wat hij in de wolken ziet,
Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
De verre wolken waarom moeder schreide –

Later op de morgen, tijdens de kerkdienst, zongen we psalm 67.
Natuurlijk kunnen we dat vanaf de beamer meezingen, maar ik heb altijd mijn eigen liedboek mee*.
En wat schetst mijn verbazing: tekst Martinus Nijhoff.

Na de dienst zocht ik thuis op internet naar informatie over Martinus.
Hij is geboren in 1894 en overleed in 1953. Hij is dus nog geen 60 jaar geworden.
Hij was één van de eerste moderne dichters van de twintigste eeuw.
Op de website KB-nationale bibliotheek vond ik deze informatie en via deze link kom je op de pagina ‘Nijhoffs leven en werk‘.
Wat een bijzondere man.

Zijn versie van Psalm 67  begint zo:

Martinus Nijhoff. Afbeelding: website KB – Nationale Bibliotheek

God zij ons gunstig en genadig.
Hij schenke ons ’t gezegend licht,
dat overvloedig en gestadig
straalt van zijn heilig aangezicht:
opdat hier op aarde
elk uw weg aanvaarde
en tot U zich wend’,
zo, dat allerwegen
ieder volk de zegen
van uw heil erkent.

En wat zongen we dan vóór de berijming van Nijhoff?

D’ algoede God zij ons genadig,
En zegen’ ons met overvloed;
Hij doe Zijn aangezicht gestadig,
Ons lichten en Hij zij ons goed;
Opdat elk genegen,
Zich aan Uwe wegen,
Op deez’ aarde wenn’;
En de blinde heiden,
Nu van God gescheiden,
Eens Uw heil erkenn’.

Wij leerden op onze basisschool (1967-1973) al niet meer de oude berijming.
Maar ik snap nu met terugwerkende kracht wel beter waarom mijn opa Vrieswijk zo’n moeite had met dat nieuwe liedboek in 1973…..voor hem waren die oude woorden zo vertrouwd, hij kon er maar moeilijk afstand van doen.

De reden waarom ik altijd een liedboek bij me heb, heb ik al eens beschreven in het blog ‘Altied laidjebouk mit…

Reageren

9 juni: Pinksteren

“Trek iets roods aan!’
Die oproep van dominee Sybrand van Dijk had ik nog even op de PKN-website gezet en heel veel mensen hadden daar gehoor aan gegeven.
Er hing een rood antependium over de avondmaalstafel (zie afbeelding links), de liturgische bloemschikking stond op een rode ondergrond en de cantorijleden hadden ook overwegend rode kleren aan.
We begonnen de viering met het zingen van lied 672 ‘Komt laat ons deze dag’, een pinksterlied geschreven door J.S. Bach. Karel had daar voor de tenor- en de altpartij een nieuwe bewerking van gemaakt, dus zijn naam stond prominent onder die van de grote meester op ons muziekpapier; zie daarvoor de afbeelding rechts.

Afgelopen week schreef ik een verhaal over de repetitieavond van onze cantorij; daarin schreef ik o.a. dat het hard werken is.
Toen wij gistermorgen voor de dienst gingen inzingen ging het niet allemaal goed. We moesten meer dan de puntjes op de i zetten: de i stond er bij wijze van spreken nog maar half.
We hadden na de cantatezondag maar drie repetities gehad en we hadden zo’n  grote hoeveelheid muziek voor de pinksterdienst gekregen, dat het niet is gelukt om het er allemaal goed in te krijgen. Daar komt bij dat we de Marcus-mis zongen tijdens deze viering. Dan heb je een gezongen kyrië, credo etc. Ik zeg het maar eerlijk: dat heeft helemaal niet mijn voorkeur. Vorige week hoorde ik ook al iemand in mijn buurt mopperen ‘ik vind het wel heel Rooms aandoen allemaal..’
Dat werd nog eens versterkt door de term ‘communie’ die in de orde van dienst stond toen we brood en wijn deelden.
Maar…. als je op een koor zit zing je soms ook een lied dat je helemaal niks vindt, dat hoort er nu eenmaal bij, ‘dus Vrieswijk’ spreek ik mezelf dan toe ‘je doet maar een beetje je best’.

Omdat we zoveel moesten zingen was er bij mij gistermorgen geen ‘Pinksterbeleving’. Waar ik anders wel eens wordt opgetild door de muziek en/of de woorden, was ik nu vooral bezig met ‘wat moeten we nu zingen, één- of meerstemmig en gaat het allemaal een beetje goed?’
Zelfs het avondmaal, wat anders altijd een rustpunt is in de viering, verliep deze keer rommelig.
Daniël Lohues zou zeggen: “Ie kunt niet altied zes gooien!’

Eigenlijk vieren wij met ons gezin altijd in het pinksterweekend de Gradagen; dit jaar zouden we met onze kinderen meedoen aan het Buitenkunst Pinksterweekend Drenthe, maar dat ging wegens omstandigheden niet door.
De Gradagen vierden we vanwege die omstandigheden al in april en toen hadden we prachtig weer.
Gistermiddag kwamen we met z’n achten bij elkaar in Almelo voor het vieren van een verjaardag en constateerden dat het qua weer achteraf maar goed was dat we nu niet met Pinksteren in Westerbork zaten: het kwam met bakken uit de lucht. Nu genoten we met elkaar van hazelino’s, een ‘lekkere plank’, van elkaars foto’s, van een grote zak patat en ……natuurlijk van elkaars gezelschap. Geen pinksterbeleving, toch een mooie pinksterdag.

Reageren

18 mei: Première!

Vanmorgen om 08.45 uur werden de cantorijleden in de kerk verwacht: inzingen voor onze medewerking aan de ‘Cantate’-dienst.
Karel wachtte ons stralend op. “We hebben vandaag de première van Psalm 98!”
Even uitleggen.
‘Cantate’ is Latijn voor ‘zingt’! De vierde zondag na Pasen (dit jaar dus 18 mei) heet zondag ‘Cantate’ en de psalm voor deze zondag is 98 ‘Zing voor de Heer een nieuw lied!’: we delen met elkaar het plezier in het zingen.
Karel had voor deze zondag een mooie maar moeilijke bewerking gemaakt van deze psalm.
Het eerste couplet werd gewoon gezongen en het tweede zong de cantorij in de bekende zetting van Goudimel.
Voor het derde couplet had Karel een geheel nieuwe zetting geschreven, waarbij mannen en vrouwen door elkaar heen zingen en bij het vierde couplet was de hoofdrol weggelegd voor de organist (in casu Erwin Wiersinga) en de gemeente.
Voor Karel dus een première van zijn zelf geschreven stuk.

We hebben ons de blubber geoefend op dit stuk en met name op het derde couplet met oefenfiles en 118.000 keer herhalen.
Maar het was de moeite alleszins waard, want we hebben psalm 98 echt gevierd met elkaar vanmorgen.
Ontroering overviel me bij het vierde couplet, waarbij gemeente, organist en cantorij samen ‘alle zeeën en alle landen oproepen om Hem te prijzen met een blij geluid’.
Ook de andere liederen die we zongen pasten goed bij deze zing-zondag, maar met mijn liefde voor zang en muziek had ik ook een preek over dat onderwerp verwacht en dat was helemaal niet het geval.

Aan het begin van de kerkdienst zei dominee Sybrand van Dijk al: “We kunnen er niet omheen: we moeten het over Israël hebben.”
Het hete hangijzer Israël.
Waar je als christen je ogen voor uit je hoofd schaamt.
Waarbij je moeite hebt met al die moeilijke bijbelpassages waarin wordt opgeroepen tot oorlog, uitroeien, vernietigen en waarin haat wordt gezaaid.
Wat moet je er mee.

“We hoeven het niet eens te zijn, maar we moeten het er wel over hebben.”
En zoals altijd kwamen we nu ook weer uit bij de slachtoffers aan beide kanten; geweld lost nooit iets op.
Worstel je net als ik met je houding ten opzichte van Israël? Luister dan vooral naar de overdenking van onze voorganger.
Je kunt de dienst terugkijken/luisteren via Kerkomroep en via het You Tube-kanaal van onze kerk.

Doe me een lol en luister dan ook even naar de uitvoering van Psalm 98 waar Karel zoiets moois van heeft gemaakt én laat je troosten door de tekst van het slotlied met de woorden van André Troost. In de laatste regels zongen we: ‘Dat wij dan elkaar beminnen zó dat zelfs de dood niet scheidt; niets kan liefde overwinnen, liefde heeft de eeuwigheid.’

Reageren

4 mei: Hij was geen president.

Vandaag is het 4 mei.
We herdenken de omgekomen militairen en verzetsstrijders van de oorlogen waarbij Nederland betrokken was.
De kerkdienst van vanmorgen was ook doordrenkt van dit gegeven.
Het kwam terug in de liederen die we zongen en in de indringende overdenking van voorganger Sybrand van Dijk.

Hij schetste het beeld dat een oorlog altijd wordt beschreven door de winnaars.
‘Wij laven ons aan de heldhaftige verhalen’ zei hij daarover.
Maar als je de slachtoffers vraagt dan blijft er geen glorie en heldhaftigheid over; dan zijn er alleen tranen.
Vaders die niet terugkomen.
Zonen die zijn gesneuveld.
Vrouwen die kaalgeknipt worden omdat ze vanwege de liefde niet aan de goede kant hadden gestaan.
Oorlog levert alleen maar verliezers op.
De dominee had het beeldend over de namen van hen ‘die door onze geschiedenis zijn platgewalst’.
In de schriftlezing van vandaag liet Christus zijn wonden zien aan zijn leerlingen.
De predikant maakte daarbij de verbinding naar de slachtoffers van wat voor geweld dan ook: ‘Dit zijn mijn wonden, kijk naar wat geschiedenis met mensen doet. Kijk niet met de ogen van illusie maar kijk met de ogen van barmhartigheid. Heb niet de illusie dat het leven jou niet treft, want met die leugen begint iedere oorlog: “Wij zullen hén wel eens! Wij bewapenen ons tot de tanden want dan zullen zij niet…… ” Maar oorlog treft ook jouw jonge mannen en jouw burgers, want oorlog is nooit éénzijdig.
Hij beschreef ook de rol die de kerk eeuwenlang heeft gespeeld en die zich te weinig heeft verzet tegen welke oorlog dan ook.
Sterker nog: er zijn oorlogen gevoerd met op de koppeltekens van soldaten ‘God is met ons’.
Alsof Hij een president was die onder een akte schreef: ‘Wij eerst’ en ‘sterker dan jij’.
Maar Hij was geen president; Hij droeg de wonden van deze wereld.
Een betekenisvolle kerkdienst waarin eeuwenoude bijbelgedeeltes naadloos aansloten bij oude en nieuwe oorlogsverhalen én bij de actualiteit.

Na de preek hoorden we een prachtige, stil makende uitvoering van ‘Schindlers list’ door Alieke Poelman op viool en Arjan Schippers op piano.
Zo mooi, dat in de haast heilige stilte daarna niemand durfde te applaudisseren.
Gelukkig kwam dat welverdiende applaus aan het einde van de dienst toch nog.
Je kunt de indrukwekkende overdenking en het ontroerende muziekstuk terugkijken/luisteren via Kerkomroep en via het You Tube-kanaal van onze kerk.

Vanavond nemen we deel aan de 4 mei herdenking in Roden.
Opdat wij niet vergeten.

Reageren

30 april: Verkruimelde bonustijd.

Haar naam kwam wel eens voorbij in een blog over een bijeenkomst van ‘Holy Stitch’: Alice.
De laatste keer was ze er niet bij, ze was niet in orde.
In de PKN-viering op 1e Paasdag werd er voorbede voor haar gevraagd; de dominee vertelde daarbij dat Alice had gezegd ‘dat haar bonustijd op was’.
In de afscheidsdienst vanmiddag zei voorganger Sybrand van Dijk dat ze toen nog hoopte dat er iedere dag wat bonustijd bij zou komen, maar ‘het woord verkruimelde onder haar handen’.

Vorige week overleed ze op de leeftijd van 81 jaar; vandaag namen we afscheid van haar.
Ze stond nog midden in het leven, een kleurrijk en creatief mens.
Ze kwam tot voor kort op de fiets naar de kerk (dikke helm op) en was alleen al door haar aanwezigheid van toegevoegde waarde.
Dat kwam vanmiddag ook regelmatig naar voren: haar optimisme, haar eigenwijze eigenzinnigheid, haar vrolijkheid, haar warme belangstelling voor de mensen om haar heen, haar creativiteit en haar uitgesproken liefde voor kleurige kleding en accessoires.
Kleinzoon memoreerde een bij haar passende tegeltjes-wijsheid in haar huis: ‘Dij ’t dut mout ’t waiten‘. *

Als je haar sprak ging het niet vaak over haarzelf. Op de vraag “Wat is er dan met je?” kwam meestal een summier antwoord in de trant van “Ach kind, op mijn leeftijd is er altijd wel wat. Daar wil ik het niet steeds over hebben, dat is ja niet zo gezellig…”
In de tekst uit Genesis 12 die ook werd gelezen op hun trouwdag zegt God tegen Abraham “Ik zal je zegenen”.
Die zegen heeft Alice ook ervaren: in de stralende kant van het leven, maar ook in de diepte er van.
Dat kwam tot uitdrukking in het lied ‘Tel uw zegeningen’.
Tel je zegeningen: niet alleen zegen bij de goede dingen die je ten deel vallen, maar dat je ook als het ingewikkeld wordt kunt proberen zegen te zien in wat jou draagt en wat je verder helpt.
Zegen ontvangen én doorgeven. Dat je zo in het leven staat dat je zelf ook weer een zegen bent en het licht dat je zelf hebt ervaren verder brengt.

Toen haar dochters hadden gevraagd wat Alice in de dankdienst voor haar leven benoemd wilde hebben, kwam ze na enig twijfelen met een tegeltje dat in de wc hing dat ze bijna 50 jaar geleden hadden gekregen van haar schoonouders: ‘Gebed voor mijn kinderen’.
Als je de gedateerde, zware woorden van dat gedicht vertaalt naar deze tijd blijft een prachtige tekst over waarin een moeder bidt voor haar kinderen: ik leg de namen van mijn kinderen in Uw handen met één grote wens, dat ze hun weg zullen vinden op hun manier. Niet dat ze altijd gelukkig zullen zijn, niet dat het altijd goed gaat, maar dat ze wel in alle omstandigheden met liefde hun weg vinden.
Ontroerend om dat gebed van je moeder bij haar afscheid mee te krijgen.

Wij gaan haar missen in onze kring van kerk en alle daarbij behorende activiteiten; wij hadden haar nog zo graag nog wat bonustijd gegund.

* Gronings spreekwoord voor de Nederlandse versie ‘Bezint eer gij begint’.

Reageren

9 april: Traurigkeit und Herzeleid.

Volgende week is het de stille week.
Witte donderdag, goede vrijdag, stille zaterdag en zondag en maandag 1e en 2e paasdag.
Met onze cantorij zingen we op vrijdagavond en zondagmorgen; dat betekent dat we een behoorlijke lading liederen in onze map hebben om in te studeren.
Waar ik er erg van geniet de laatste weken is het klassieke stuk ‘O Traurigkeit, O Herzeleid’ dat we vrijdagavond zingen.
Het instuderen van dit stuk doet me denken aan het  projectkoor met Wim Opgelder in Zuidlaren.
Het is een behoorlijke uitdaging: we hebben oefenfiles gekregen van Jelle en ik kan de altpartij inmiddels wel dromen.
Maar de altpartij in je eentje zingen is iets heel anders dan in een vierstemmig koor de altpartij zingen.
Bas Jaap staat dan naast mij iets heel anders te zingen en tenor Jan Willem schuin voor mij zingt weer iets anders.
Wat ook niet meehelpt dat wij als alten ook niet altijd allemaal hetzelfde zingen…..😉

Toen Karel gisteravond ‘de traurigkeit’ er weer bij pakte om helemaal door te zingen begon ik vol goede moed aan de eerste regel (ik had immers ’s middags nog geoefend) maar ik kwam nog niet halverwege de tweede regel. Kwijt. Harrie-in-de-warrie.
De eerste poging om het lied vierstemmig te zingen stierf in schoonheid en ik zag de teleurstelling in Karels houding; zijn hele lichaam straalde uit ‘dit hadden wij toch vorige week allemaal goed onder elkaar staan?’ Wat een traurigkeit.
We gingen alle stemmen nog even weer apart bijlangs en wij alten kregen de opmerking ‘dat die hoge D’ er heus wel in zit, daar moet je met elkaar naar toewerken’. Nou kan ik werken wat ik wil, maar de C is voor dit a(a)ltje toch echt het hoogst haalbare, dus ik werk hard mee tot de C en daarna ga ik voor de playback uitvoering.

Als je bovenstaande alinia’s leest zou je kunnen denken: “Hoe kun je daar nou van genieten?”
Ik geniet van de muziek, de lastige riedeltjes, het na elkaar invallen, het meetellen met de maat en ik geniet vooral van het niet op de automatische piloot zingen. Kop der bij, bek op ’t stuur. En natuurlijk van de enorme voldoening als je de vierstemmigheid goed onder elkaar krijgt en je gelijk eindigt. Dann ist von Traurigkeit überhaupt keine Rede en van Herzeleid al helemaal niet. Sterker nog: ik haal mijn Herz er aan op!

Reageren

7 april: Zacht en liefdevol spreken.

Een kerkdienst op zondagmorgen is altijd veel meer dan alleen een uur zingen, bidden, lezen en een overdenking.
Vandaag benoem ik een aantal voor mij waardevolle aspecten van zondagmorgen 6 april.

De woorden, aangehaald  in het gebed aan het begin van de viering:
In deze wereld vol harde woorden, die niet samenvoegen maar die afbreken en verwarring zaaien, zoeken wij het zachte en het liefdevolle spreken, dat mij niet wegdrijft maar mijn thuisbrengt, dat mij niet verdeelt, maar dat mij heel maakt.
In deze wereld vol verwarring, hectiek en opwinding die van dag tot dag verschilt en morgen al weer is vergeten zoeken wij een rust die mij niet verscheurt, maar die mij maakt tot wat ik ten diepste ben.
Geef ons de moed om te wonen in zacht spreken en thuis te zijn in de rust.

De woorden, uitgesproken tijdens de overdenking:
Een chirurg die ernstig ziek wordt realiseert zich dat die fantastische reis naar de Noordpool niet het belangrijkste vooruitzicht is.
“Als dit niet goed afloopt kan ik nooit meer koffiedrinken met mijn vrouw, terwijl het zonlicht de woonkamer inschijnt.”
Het is de kleine liefde, de kleine gebaren van vriendschap die ons de weg wijzen als de breuken groot zijn

De vraag die we meekregen de week in:
Op een dag wordt het leven van ons afgenomen en dan komt de allerlaatste vraag: ‘Wat laat je achter?’
Laten we vandaag, nu wij leven en de liefde voelen kloppen in ons hart, beginnen met een antwoord op die vraag.

De symboliek achter het liturgisch bloemstuk:
Het thema was op deze zondag ‘struikelen en oordeel’: hoe ga je om met deze wereld, kom je op voor de ander?
In het nest liggen stenen en het nest is doorweven met prikkeldraad. Bij het nest zien we een kaars van Amnesty.
De stenen beelden de zwaarten van het leven uit en het prikkeldraad is een verwijzing naar gevangenschap en onvrijheid.
De kaars van Amnesty staat voor degenen die opkomen voor een ander in gevangenschap.

Koffiedrinken met Groene Kerk.
Tijdens het koffiedrinken werd onze aandacht gevraagd door de werkgroep Groene Kerk, die een groene tafel hadden ingericht in de hal van Op de Helte. Daar viel mij de Duurzame Bucketlist op; je vindt de afbeelding rechts naast deze tekst. Met de Duurzame Bucketlist word je gemotiveerd om duurzame stappen te zetten. Hoeveel van de 54 vinkjes kun jij al wegstrepen? Met de Duurzame Bucketlist loop je langs acht verschillende categorieën, waaronder afval, consumeren, vervoer, energie en klimaat.
Meer weten? Hierbij een link naar de website Micha Nederland, waar je meer informatie vindt over dit onderwerp en waar je een exemplaar van de bucketlist kunt downloaden.

Weer genoeg om over na te denken deze week.
Zacht en liefdevol spreken en wonen in de rust; zullen we het ieder geval proberen?

Reageren

6 april: Paaskaars in mijn hart.

Begin deze maand dronk ik een kop thee bij Lucie.
Eigenlijk kennen we elkaar niet zo goed: zij deed mee met het PKN-Christmas-Carols-koor en in 2023 droeg ze een zelfgeschreven gedicht*voor tijdens de kerstzangbijeenkomst ‘Met mekaar zingen’ die we toen hadden georganiseerd.
Toen ik in februari mijn hele digitale kaartenbak een uitnodiging stuurde voor het ‘Af&Toe-koor’ kreeg ik een berichtje van Lucie dat ze deze keer niet meezong.
“Dan kom ik je even opzoeken, want ik ben wel benieuwd hoe het met je gaat” en zo genoten we samen begin maart van thee met iets lekkers.
We hadden een fijn gesprek, ik kreeg haar mooie gedichtenbundel en ze vroeg of ik haar een plezier wilde doen.
“In de paasviering in de Noorderkroon mag ik een gedicht voordragen. Wil jij dat dan met gitaarspel begeleiden?”

Runamara

Vrijdagavond rond 19.00 uur begon die ‘Voorjaars- en paasviering’ in de Noorderkroon.
Tot mijn grote verrassing stonden er een paar optredens van Runamara in de orde van dienst.
Dat zangtrio wordt gevormd door ‘onze’ Piety met haar twee nichten Petra en Lia.
Ze begeleiden zichzelf op de gitaar.
Nou werk ik al zolang samen met Piety op muziek-gebied en ik had Runamara nog nooit horen zingen!
Het was een streling voor het oor.
Ze zongen twee lenteliedjes, twee liederen die bij Goede Vrijdag pasten en twee paasliederen; liedjes die ze o.a. hadden geleerd van oma Liefke en oma Pieterke en die ze vroeger samen met de familie bij het traporgel zongen.

Geertje van der Meer vertelde ons een aantal dingen over ‘de weg naar Pasen’; over de 40-dagen-tijd, vasten, oude tradities en hoe het voor ons in deze tijd is.
En nog even over de aankleding van de zaal: met kerst, toen wij daar met de cantorij zongen, was ik al enthousiast over de kerststal: die stal stond er nog, maar was nu omgetoverd tot lentestal.
Door het lage plafond is  de akoestiek in de Noorderkroon heel beroerd, maar dat deed niets af aan de warmte en intimiteit die voelbaar was tijdens deze viering.

En het gedicht van Lucie?
Ze droeg het prachtig voor; over de inhoud zei Geertje: “Na zo’n mooi gedicht hoef je niet meer te preken.”
Daarom sluit ik het blog van vandaag af met het gedicht:

 

Paaskaars.

Ik heb de paaskaars aangestoken diep in mijn hart
De vlam brandt daar dag en nacht
Zij geeft mij hoop en vertrouwen
Zij wakkert, danst en flonkert zacht

De vlam die altijd bij mij is
Mijn zicht op mijn weg verbreedt en vergroot,
Mij bemoedigt troost en beschermt
Die vlam is sterker dan de dood

Ik heb de paaskaars aangestoken, een vlam die zich niet laat doven
De vlam wijst mij naar het lege graf waar enkel Liefde mij verbindt
Mij doet geloven in het mysterie van het Paasfeest
En dat het Licht van de duisternis wint.

* Wil je dat gedicht onder de titel ‘Verbondenheid’ nog eens lezen?
Hierbij een link naar het blog dat ik er toen over schreef: ‘De beste wensen uit Bethlehem’.

Reageren

30 maart: Blind voor de waarheid.

Dit weekend stond in het teken van het afscheid van Walter Meijles.
Zaterdagavond vond het informele gedeelte plaats met liedjes, stukjes en een spel; soms serieus, soms grappig en bij tijd en wijle hilarisch.
Je kunt het afscheid hier terugkijken.
Vanmorgen kwamen we als gemeente bij elkaar voor de afscheidsviering.
In februari waren we met het ‘Af&Toe’-koor begonnen met de voorbereiding voor deze dienst: hier lees je hoe dat toen ging.
Het is altijd weer een klein wondertje hoe we met dit koor in drie bijeenkomsten een aantal liederen meerstemmig kunnen instuderen.
En natuurlijk: niet alles gaat perfect in zo’n viering, maar dat is wat mij betreft ook juist de charme van dit koor.
Het plezier en het enthousiasme straalt er vanaf en dan is het wat mij betreft al geslaagd.

Maar niet het koor stond centraal vanmorgen, maar onze voorganger Walter Meijles.
Zijn laatste preek was persoonlijk en indrukwekkend; hij weet altijd zo feilloos de dingen bij de naam te noemen, waardoor je de spreekwoordelijke boter op je hoofd voelt liggen.
Vanmorgen ook weer: “De grote problemen in onze maatschappij worden niet veroorzaakt door de individuele keuzes die beter gemaakt hadden moeten worden, maar zitten ingebakken in het systeem waarin het grote geld maar naar enkele zakken toegaat. De moeilijkheden worden op het bordje van de individuele mens gelegd: los het maar op, breng een offer voor het grote goed, maar dat het systeem nog steeds het grote geld maar één kant op laat stromen ten koste van mens, dier, natuur en onze hele planeet blijft buiten zicht.
Ware blindheid is dat je niet leeft volgens de diepere waarheid van God.” 

….lekker gebak….

Hij nam niet alleen afscheid van onze gemeente, maar hij werd ook ‘ontkoppeld’ van het ambt van predikant.
Dat is een officieel moment, waarbij de toga en de stola worden afgelegd.
Van te voren hadden veel mensen zich niet gerealiseerd hoe ingrijpend zo’n moment is.
Ontroering golfde door de kerkzaal op het moment dat Walter weer in zijn colbertjasje als ‘burger’ op het podium stond en door emoties overmand een hartverwarmend applaus van de gemeente kreeg.

500 woorden is eigenlijk  te weinig om alles te benoemen.
De bijzondere sfeer in deze viering waardoor de muziek en de woorden in de liturgie samenvielen.
De toespraak van Nettie (voorzitter van de kerkenraad) die Walter de quote van hemzelf ‘Durf te leven in de waarheid over jezelf’ op een tegeltje meegaf.
Het lekkere gebak bij de koffie.
De kleurige, feestelijk stoepkrijttekening die gemaakt is door de kinderen van de kindernevendienst bij de uitgang.
Wil je toch alles nog een keer beleven: je kunt de viering terugkijken/terugluisteren via Kerkomroep en via het You Tube-kanaal van onze kerk.

Tenslotte: als je goed hebt geluisterd heb je Walter horen zeggen dat iemand de hete aardappel voor een ander uit het vuur haalt.
We begrepen wat hij bedoelde, maar hij haalde een aantal spreekwoorden door elkaar.
– iemand haalt kastanjes voor je uit het vuur
– iemand zit op hete kolen
– iemand speelt de hete aardappel aan iemand door of iemand praat met een hete aardappel in zijn keel.
Kastanjes, kolen of aardappels: het is hem vergeven.
Wij gaan hem missen.
En niet als kiespijn.

Reageren

23 maart: Oculi.

In de veertig dagen tijd hebben de zondagen een naam: vandaag is het zondag Oculi; dat is Latijn voor het woord ‘ogen’.
In de Catharinakerk ging emeritus predikant Harm Jan Meijer voor; het was fijn om hem weer eens te horen.
In zijn overdenking benoemde hij onze gezamenlijke zorgen over de tijd waarin wij leven en hij beschreef enkele details uit de oorlog die gevoerd wordt in Oekraïne.
Hoe donker het voelt voor ons in deze tijd en dat de nood, de angst en de zorgen maken dat mensen soms hun luiken sluiten en zich naar binnen keren.
Maar als wij ons niet meer verdiepen in wat er echt buiten speelt, als wij elkaar niet meer echt zien, dan gaat het mis.
Dan missen wij de verbinding, de verbinding met de medemens die iedereen nodig heeft.

De voorganger zette dat beeld kracht bij door ‘de gelijkenis van Joop‘.
Joop zit vanwege een spierziekte in een verpleeghuis en is gekluisterd aan zijn elektrische rolstoel.
Hij is voor alles hulp nodig en die hulp is er ook, maar die zorg is vastgelegd in protocollen.
Er is iemand die Joop helpt bij het eten, iemand die hem wast en aankleedt, iemand die zijn katheter spoelt en verwisselt en iemand die zorgt dat zijn rolstoel goed blijft functioneren.
Maar als je Joop vraagt hoe het met hem gaat zegt hij: “Ik zou zo graag gezien worden. Voor alles is ‘even’ tijd, maar wie heeft er tijd voor mij?”

Zien wij nog wat er gaande is om ons heen?
Wij kregen vanmorgen de opdracht mee om de naam van God te praktiseren.
Gebruik je oculi/ogen en kijk goed om je heen.
“GOD en GOED vallen samen. Waar wij proberen goed voor elkaar te zijn leven wij zoals God het heeft bedoeld.”
De predikant sloot zijn verhaal af met de woorden: ‘Mogen deze woorden licht brengen in het donker van de tijd.”

Maar een kerkdienst is meer dan een overdenking.
De symboliek van het liturgisch bloemstuk was treffend: in de krans zag je aan de beukentakken het dode blad, maar we zagen ook al knoppen. Er lijkt nog niets te gebeuren. De knoppen zijn klein en het oude blad is nog aanwezig. Hechten we zo aan het oude dat we bang zijn iets nieuws te beginnen?  Maar we zien ook de dikke knoppen van de klimhortensia als teken dat er nieuw leven komt.

Verder zongen we een onbekend, maar prachtig lied: 286 ‘Waar de mensen dwalen in het donker’ met dit mooie refrein:

Want het licht is sterker dan het donker
en het daglicht overwint de nacht
zoek je weg niet langer in het duister
keer je om en zie Gods nieuwe dag.

Wat deed mij het meest vanmorgen?
De meditatieve stilte na de overdenking en de mooie bewerking die Erwin Wiersinga daarna speelde van een koraal uit de Matthäuspassion; ik herkende de melodie van het stuk dat wij kennen als het lied “Is dat,  is dat mijn koning.”
Met zo’n viering  kunnen we de week weer in.

Reageren

Pagina 3 van 56

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén