een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Kerk & gemeente Pagina 3 van 57

Kerkdiensten, bijeenkomsten van de PKN-gemeente Roden-Roderwolde

16 november: Van wie?

In de lezing van vanmorgen stellen de Sadduceeën een vraag aan Jezus. “Van wie zal een vrouw die meermalen getrouwd is geweest na de opstanding de echtgenote zijn?”
In de vraag wordt zelfs gesproken over zeven broers die allemaal met die vrouw getrouwd zijn geweest. Die vraag was bedoeld om de opstanding belachelijk te maken en Jezus voor schut te zetten.
Jezus zegt: “Wanneer mensen uit de dood opstaan trouwen ze niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, maar zijn ze als engelen in de hemel.”
Het antwoord op de vraag is dus ‘Van niemand. Het gaat immers niet om eigendom en bezit, maar om ‘zijn en delen’.

De achterliggende gedachte van de overdenking van vanmorgen was ‘laat het los’.
Hou niet krampachtig vast aan wat er was (kinderen, ouders, werk of waar je dan ook maar aan vast zit) maar laat het los, dan komt er ruimte voor iets anders; leven heeft veel verschillende verschijningsvormen. Aan het begin van zijn verhaal liet voorganger Sybrand van Dijk ons verschillende zaden zien, die allemaal heel andere omstandigheden nodig hadden om te kunnen ontkiemen. Het ene moest onder de grond, het andere moest in de zon, weer een ander moest wellen in water, maar alle zaadjes ontkiemden tot een plantje of een bloem. Op hun eigen manier.
Zonder hulp van mensen: het enige wat mensen moeten doen met zaadjes is zaaien en vervolgens loslaten. En niet ondertussen het zaadje opgraven om te kijken of er al worteltjes aankomen.

Het zingen ging vanmorgen wat stroef.
We zongen nogal wat onbekende liederen die heel goed bij het thema pasten, maar als je zo zit te hannesen met noten en woorden besef je niet goed wat je zingt.
‘Mijn leven is een splinter aan de tijd’ bijvoorbeeld, lied 847.
Die tekst deed me door de woorden ‘stofje van de eeuwigheid’ denken aan het liedje ‘En toch…’ van Elly & Rikkert Zuiderveld.
‘De wereld in Gods hand is als een zeepbel, Hij zou zo kunnen knijpen als Hij wou, de mensen zijn een stofje aan de weegschaal, hij zou zo kunnen blazen als hij wou….’
Luister maar eens: En toch.
Met dat liedje in mijn hoofd lukte meezingen al helemaal niet meer.

Het laatste lied was heel bekend, dat wil zeggen: de melodie.
We zongen lied 793 ‘Bron van liefde, licht en leven’, op de wijs van ‘Wat de toekomst brengen moge’.
De tekst is geschreven door André Troost
Het lied beschrijft God als een bron van liefde, licht en leven en in drie coupletten zing je elkaar als gemeente deze troostvolle woorden toe.
We zongen het ook al eens tijdens een begrafenis; daar moest ik vanmorgen aan denken bij het tweede couplet.
Toen lukte zingen even niet meer zo goed.

Bron van liefde, licht en leven, zon die hartverwarmend schijnt,
woord van hogerhand gegeven, trouw en teder tot het eind – 
al zou ons een vijand haten, al gaat zelfs de liefste heen,
liefde zal ons nooit verlaten, Gij laat ons geen dag alleen. 

Reageren

13 november: Komt allen ….

Als je in het Nederlands de woorden ‘Komt allen …’ zegt, dan zal een groot deel van ons dat aanvullen met ‘…. tezamen’. Eén van de bekendste Nederlandse kerstliederen.
Gisteravond zongen we dit bekende lied in het Engels, want we zaten in de hal van Op de Helte voor de eerste repetitie van het PKN-Christmas-carolskoor.
29 deelnemers maar liefst hadden zich opgeven; een aantal van hen is er al vanaf het begin bij.
Het is dan ook beslist al gezellig als de stemgroepen bij elkaar zitten.

Zo’n eerste bijeenkomst is altijd een ‘probeer’-repetitie en is voor mij altijd een beetje  spannend. Hoe is de stemverdeling in het koor? Krijgen we de melodiën een beetje onder elkaar? Is het niet te moeilijk? We begonnen met ‘Joy to the world’, dé kersttophit die we alle drie de keren (2019/2022/2023) hebben gezongen; na wat strubbelingen stond het onder elkaar en konden we alle drie coupletten vierstemming zingen. Puntjes op de i zijn voor de volgende repetitie.

Komt allen tezamen is in het Engels ‘O come all ye faithfull’. Dat is één van de twee carols die we nog nooit hebben gezongen.
We zetten vierstemmig in, maar het klonk echt nergens naar; de alten riepen vertwijfeld dat ‘het helemaal niks was’ en ook de mannen ‘kwamen er maar niet in’. Maar gelukkig: Annelies was er ook. Zij zingt sopraan, maar ze kan ook piano spelen. We oefenden de verschillende stemmen apart en na twee drie keer afzonderlijk doorzingen, kregen we het toch voor elkaar: we zongen het 1e couplet vierstemmig.

Een aantal alten was het onderling roerend eens: “Wij hebben een vraag! Waarom zingen we ‘Away in a manger’ niet? Dat vinden we altijd zo’n mooi lied!”
O ja, ik ook. Een ontzettende kerst-smartlap waar we met dit ad-hoc koor met enthousiaste zangers altijd enorm van genieten. Net als het overbekende “We three kings of Oriënt are’. Met die solo’s van de mannen.
Maar ik wil niet iedere keer dezelfde liederen zingen, er moet wel een beetje uitdaging in zitten.
We kwamen tot een compromis: we nemen Away in a manger wel op in het repertoire, als er tijd over is zingen we die alsnog. We zijn per slot van rekening een democratisch koor.

Happiness is singing in a choir!

Het was maar goed dat Annelies er was, want er moest bij meer liederen even een piano bij voor de broodnodige ondersteuning. Gisteravond zongen we ook de carol ‘Deck the hall’ voor het eerst, het andere nog onbekende lied voor dit koor.
Je kent het wel, van “falalala, lalalalaaaah!” Het stond redelijk onder elkaar maar de alten kregen één regeltje niet onder knie. “We gaan deze week heel goed thuis oefenen!’ beloofden ze, nog nahikkend van het lachen.

Het wordt vast mooi. De ervaring vanuit de voorgaande edities leert dat er na drie repetities een behoorlijk koor staat dat met plezier de oude, vertrouwde carols staat te zingen. Niet perfect uitgevoerd, niet loepzuiver, maar wel met gedeeld zangplezier en gezellige, onderlinge ontmoeting.
Mijn waarde van de dag!

Reageren

2 november: Missen.

Vandaag is het Allerzielen; op die dag worden in de Rooms Katholieke traditie alle overledenen herdacht. In onze PKN gemeente doen we dit op de eerste zondag van november, dit jaar dus op deze 2e november.
Het is een viering die bol staat van de rituelen die horen bij deze gedachteniszondag.
Deze keer kon er voorafgaand aan de dienst al een kaarsje worden aangestoken voor een dierbare, zodat de trap voor het liturgisch centrum al helemaal vol stond met lichtjes toen de kerkdienst begon.

Er werden kaarsen ontstoken voor de overledenen, er werden namen genoemd en er werden toepasselijke liederen gezongen, waarbij wij als cantorij een grote rol hadden.
Bea Sportel had een gedicht geschreven en haar partner Peter Gerrits had daar een zeefdruk bij gemaakt; je ziet een afbeelding van die zeefdruk hier rechts.
Bea zei daarover: “Dit beeld laat iets zien van vertrouwen. Vertrouwen hebben in de ander. Als je elkaar echt blind durft en kunt vertrouwen, dan kun je zo zwieren en zwaaien. Maar wat als die ander jou helaas moet loslaten? Of jij hem moet loslaten? Daarover gaan de volgende woorden. 

dansend de wereld rond.
jij en ik
in evenwicht
prachtige balans
maar toen…
moest ik jou loslaten
dat betekende voor mij
de bocht uit vliegen
niets meer onder controle hebben
en nog steeds
ben ik mezelf niet
ben ik mezelf kwijt geraakt
jou verliezen raakt me zo diep
tot in en voorbij mijn kern
ik moet evenwicht hervinden
ik moet opnieuw leren balanceren
alleen lukt me dat amper
leer me met jouw ogen te kijken
leer me dankbaar te zijn…
zodat ik weer kan dansen
alleen en in balans.

Pastor Geertje van der Meer nam ons in haar overdenking mee naar het moment dat er afscheid moest worden genomen van de dierbaren die dit jaar zijn overleden.
“Wij leggen onze doden in de handen van God; niet alleen de herinnering aan hen blijft, maar wij geloven ook dat ze voortleven in Gods belofte.
Elke herinnering die onze overledenen nalieten wordt aan God toevertrouwd.”

We herdachten in deze dienst 37 gemeenteleden.
Vanmorgen werd ik vooral bepaald bij het overlijden van Gladys (de vrouw van bas Jaap) en van Klaas Kuiper. Jaap zat vanmorgen met zijn familie in de kerk en Klaas……..vorig jaar, begin november, stonden we nog naast elkaar te zingen.
Een cantorij is geen gewoon koor; we zijn onderdeel van de liturgie en samen zingen is ook samen de viering beleven; het voelde voor mij vanmorgen of Klaas er toch nog even was.

Na de viering sprak ik Arjan Schippers en gaf hem een compliment: hard gewerkt vanmorgen en prima gespeeld!
Er viel dan ook veel te genieten.  Een prachtige solo van Karel (Bist Du bei mir), een oor-strelende uitvoering van La Cygne (de Zwaan) gespeeld door Lieke op haar viool, Monique op haar dwarsfluit die de liederen van cantorij omspeelde en mooie solo’s van Rieke: het was allemaal prachtig.
Ook even luisteren?
Dat kan via Kerkomroepen YouTube

Reageren

29 oktober: Niet zwanger.

“Als je geen activiteit hier in je onderbuik voelt….” zei cantor Karel op de cantorijrepetitie over wat we moesten voelen tijdens de buikademhaling als je goed zingt “….dan ben je niet zwanger!” vulde alt naast mij fluisterend aan. Gedeeld stil plezier op de achterste rij. Niemand hoort dat verder, want we

….buikademhaling….

mogen eigenlijk niet beppen tijdens de repetitie. Karel had ons voor het inzingen al streng toegesproken: “Zondag werken we mee aan één van de belangrijkste vieringen in het kerkelijk jaar (de gedachtenisdienst waarin de gemeenteleden worden herdacht die zijn overleden het afgelopen jaar) en we hebben een vol programma. Ik vraag vanavond van jullie opperste concentratie en geen geroezemoes tussendoor.”

Maar dat lukt natuurlijk nooit, temeer omdat Karel zelf soms hele rare dingen zegt waar je wel op móet reageren.
“Mannen: dit moet gezongen worden als boter! En dan niet van die harde, nee, boterzacht. Denk aan van die 100% pindakaas die je op je boterham smeert: zo moet je zingen.”
De mannen zingen vervolgens als 100% pindakaas en wij staan met een uitgestreken gezicht achter hen ons lachen in te houden.
De tenoren zingen niet alleen boterzacht, ze zijn ook wel een beetje hardleers.
“Tenoren. Jullie hoeven écht niet bang te zijn dat de mensen jullie niet horen, het moet zachter”. Dit thema komt iedere repetitie minstens één keer aan de orde. Ook de alten moeten regelmatig dimmen en de sopranen moeten zich vooral laten hóren: vlammen! Toe maar!

De hele repetitie was een feest gisteravond, want Rieke (vriendin van Karel en mezzo-sopraan) zong bij een lied een mooie solo, Arjan was er de hele avond bij om ons te begeleiden op de piano en Monique speelde mee op haar dwarsfluit. Karel had daardoor alle tijd en ruimte voor het dirigeren en coachen van de cantorij.
Maar door de aanwezigheid van deze musici worden er soms ondoorgrondelijke aanwijzingen gegeven. “We doen dit in As groot!” roept Karel.
Wij kijken elkaar aan op de achterste rij en denken ‘Wij ook?’
Vervolgens klinkt er een mooie uitvoering van het lied en hebben wij ‘het’ zonder het te weten tóch in As groot gedaan.

Het feest werd compleet aan het eind van de repetitie, toen we het lied ‘Zou ik niet van harte zingen’ (lied 903) gingen repeteren. Karel heeft van dit lied een geheel nieuwe bewerking gemaakt: vierstemmig met piano, dwarsfluit én orgel. Daar hebben we de laatste weken hard aan gewerkt en ook thuis geoefend. We moeten bij dit lied zelf meetellen, want er zitten instrumentale stukjes tussen en het is belangrijk dat we als koor weer op tijd ademhalen en zelfverzekerd inzetten. Voortdurend opletten dus. Het veroorzaakt bij mij kippenvel als het dan goed gaat.

“Zondagmorgen wil ik om 08.40 uur graag inzingen: zorg dan dat je er bent en niet 10 minuten te laat!”
Karel maakt geen grapje.
Hoef je geen wekker meer te zetten voor je werk, zit de cantor je op zondagmorgen op je nek!

Reageren

27 oktober: Ongemakkelijk?

Welk woord schiet je te binnen bij het woord ‘stilte’?
Bij mij was dat heel lang ‘ongemakkelijk’.
‘En dan valt er zo’n ongemakkelijke stilte….’; ik hoef het vast niet uit te leggen.
Voorganger Bart Elbert leerde mij in de periode dat hij in Roden voorganger was dat stilte niet ongemakkelijk hoeft te zijn. Hij zei destijds al: “Stilte is de nieuwe luxe.”

Met die constatering begon dominee Sybrand van Dijk gistermorgen de zondagse viering van onze PKN-gemeente. In de vooraankondigingen hadden we al gelezen dat het een bijzondere dienst zou worden, want het was gisteren ‘de dag van de stilte’.
Voorop de orde van dienst stond het thema: ‘De stilte maakt ruimte’.
Eén van de mooiste onderdelen vond ik het voorlezen van het prentenboek ‘Het vosje en de stilte’. Voorgelezen worden uit een prentenboek: ik voel dan altijd even weer het kind in mijn blij worden worden.
Het ging over een klein vosje dat van zijn mamma niemand binnen mag laten, maar als de Stilte aanklopt is het vosje zo nieuwsgierig dat hij de onbekende gast toch binnenlaat. De Stilte laat aan het vosje zien hoe het is om stil te zijn en te luisteren naar je lichaam en je gedachtes. De Stilte werd op de illustraties prachtig in beeld gebracht. Je zag eigenlijk alleen maar een doorzichtig wezen, vorm gegeven door een witte lijn, maar je zag die Stilte de kamer vullen, aan tafel zitten en dansen. We leerden dat je ook kunt genieten van de stilte!

De viering was voorbereid met de vrijwilligers van het Stilte-uur in de Catharinakerk* en in de dienst was er vier keer een moment waarop een kaars werd aangestoken; daarna werden we in de gelegenheid gesteld om in stilte na te denken/tot onszelf te komen.
Gerard en ik hadden een enerverende, maar betekenisvolle week achter de rug. Als gevolg daarvan zat ons hoofd nog vol met onrust van alles wat er de laatste dagen gebeurde. In de stilte ben je alleen met je eigen gedachten, dan is er ruimte om stil te staan bij je eigen emoties en gevoelens.

Gistermorgen ontdekte ik het verschil tussen het ondergaan van stilte ten opzichte van het luisteren naar muziek, want wanneer waren mijn gedachten/emoties over het pensioen/verjaardag/feestge(d)ruis even weg? Tijdens het stilmakende pianospel van Erwin Wiersinga, die een indrukwekkend stuk van Ravel speelde. Tijdens de stilte was ik alleen met mijn gedachten, maar tijdens het luisteren naar de pianomuziek was de ruimte voor reflectie weg: ik genoot van de pianomuziek. Conclusie: stilte is vooral effectief als je het niet gelijk weer opvult met iets anders.
In onze tegenwoordige maatschappij moet je die stilte dus bewust zoeken en daarmee is het inderdaad een luxe product geworden.
In onze prestatiegerichte maatschappij wordt stilte vaak als ongemakkelijk of nutteloos gezien, maar in werkelijkheid is het een van de krachtigste manieren om tot rust te komen.
Ook voor dit inzicht ga ik naar de kerk.

*iedere vrijdag is de kerk open tussen 11.00 en 12.00 voor meditatie en/of gebed.

Reageren

19 oktober: Resoneren.

In de viering van onze PKN-gemeente vanmorgen was het belangrijkste woord ‘resoneren’.
We hadden het verhaal gehoord van de 10 melaatse mensen die door Jezus waren genezen en negen van de tien bedankten hem niet.
Voorganger Geertje van der Meer schetste een beeld van die 10 melaatsen vóór hun genezing.
Ze leefden apart in een groep buiten de maatschappij; melaatsheid was erg besmettelijk en niemand wilde met hen in aanraking komen. Als er mensen voorbij kwamen moesten de melaatsen heel hard ‘ONREIN, ONREIN’ roepen. Hun ziekte werd in die tijd gezien als een straf van God voor hun zonden. Een afschuwelijk lot. Ziek zijn en ook niet meer mee mogen doen met het volle leven.

Geertje nam ons in haar overdenking mee van dit verhaal naar onze huidige maatschappij en kwam toen met het woord ‘resonantie’.

Resoneren is een natuurkundig verschijnsel en het betekent  letterlijk meetrillen of weerklinken, zoals een snaar op een gitaar die mee trilt met een andere snaar op dezelfde toon. Figuurlijk wordt het gebruikt om aan te geven dat een idee, emotie of boodschap aanslaat of gevoelsmatig aansluit bij iemand. Dat resoneren gebeurt als je in een gesprek echt contact heb met de ander. Dat jouw woorden bij iemand ‘landen’ en een reactie oproepen. Resonantie is bijna een voorwaarde bij intermenselijk contact.

‘En wie ben ik in dit verhaal?’ denk ik dan in zo’n kerkdienst. Wie zijn de ‘melaatsen’ in onze samenleving? Een asielzoeker die onze taal niet spreekt? Een oudere met beginnende dementie met niet een heel groot netwerk? Mag bij ons iedereen meedoen of sluiten wij ook mensen  buiten? Tegenwoordig ligt de nadruk vooral op ‘ik en mijn persoonlijke behoeften’. Daarbij merkte de pastor op dat we, als we voorovergebogen op ons telefoonscherm zitten te kijken, onszelf afsluiten van de ander, de ander als het ware buitensluiten.

De hele preek was een oproep voor meer resonantie.
Jezelf openstellen voor een ander, functioneren als een soort klankbord, maar ook proberen om de juiste snaar bij de ander te raken. ‘Snaar’ is dan een mooi woord als het om resoneren gaat…
Kijk om je heen. Wiens stem wordt nooit gehoord? Wie zijn de nieuwe ‘melaatsen’? Welke groepen worden nu uitgesloten van het volle leven?

Binnenkort gaan we naar de stembus.
Welke overwegingen neem jij mee in je beslissing op welke partij je gaat stemmen?
Deze preek gaf me weer een heleboel stof tot nadenken.
A.s. donderdagavond 23 oktober om 19.30 u is er in Op de Helte een avond van onze PKN-gemeente met als onderwerp ‘Geloof & politiek’.
Vul je wel eens een stemwijzer in? En welke vragen zijn dan leidend bij jouw keuze?
Het gaat op die avond niet zo zeer om de vraag op welke politieke partij je
stemt en het gaat ook zeker niet om de ander te overtuigen of om gelijk.
Het gaat er wel om dat we naar elkaar luisteren, elkaar vragen durven te
stellen en antwoord willen geven.
Meepraten? Welkom!

Reageren

13 oktober: Gelukkig.

“Wanneer ben je gelukkig?”
Die vraag stond centraal in de ‘Ik-zie-jou’-viering van onze PKN-gemeente gistermorgen.
Met de kinderen ging de voorganger op zoek naar het antwoord op die vraag.
Wat vind je het belangrijkst op je verjaardag?
De cadeautjes of wie er langs komt om het met je te vieren?
Als ik gisteren een antwoord had moeten geven op die vraag zou ik hebben gezegd: “Vanavond op de achterste rij van de cantorij als ik de altpartij van de Taizé-liederen meezing.”

Al meer dan twintig jaar speel ik gitaar in het combo dat de Taizévesper begeleidt. Dat is altijd leuk om te doen, maar ik vind de Taizéliederen ook heel fijn om te zingen, want dat zijn mooie zettingen.  Als ik met de gitaar om mijn nek sta te spelen ben ik altijd zenuwachtig omdat die akkoorden zo moeilijk zijn en dan kom ik te weinig aan zingen toe.
Daarom vroeg ik bij Karel voor één keer dispensatie aan en mijn verzoek werd ingewilligd: ik mocht gewoon alt zingen. Als ik maar wel de communicatie voor het combo wilde doen. Tuurlijk.

Domweg gelukkig op de achterste rij de Taizé-muziek écht beleven.
Wat Taizé-muziek zo bijzonder maakt is  de meditatieve aard van de muziek. Door de korte, eenvoudige zinnen die vaak herhaald worden kan de tekst dieper doordringen. Deze vorm van zingen is gebaseerd op de traditie van het gebed dat in kloosters word gedaan. Daarbij ontstaat een sfeer van verstilling en rust die erg toegankelijk is. Je zingt als het ware een meditatief gebed dat helpt bij de persoonlijke verbinding met jezelf, met anderen en met God.
Bij het gitaarspelen kom ik niet in die toestand van ‘verstilling en rust’; daarvoor ben ik te geconcentreerd met de grepen van de akkoorden bezig.

Gisteravond kon ik me overgeven aan de muziek; het combo (Piety & Fokelien gitaar, Monique dwarsfluit en GréHilde altfluit) omspeelde het allemaal prachtig.
En natuurlijk: mensen die zelf in Taizé zijn geweest zeggen dat het daar heeeel anders is.
Ik citeer: “In deze vespers worden de liederen eigenlijk veel te mooi gezongen. Te ingestudeerd. Te ‘van te voren bedacht’. Te weinig ontspannen. En vooral: de liederen worden niet genoeg herhaald. Er is geen tijd om er meditatief ‘in te komen’.”
Dit schijnt een probleem te zijn bij alle Taizé-vieringen die worden georganiseerd: in een kerkdienst willen we altijd structuur aanbrengen en dat strookt kennelijk niet met de geest van Taizé.
Want er is altijd een liturgie. En een tijdslimiet. En een commissie die het allemaal voorbereidt. De musici moeten weten wat ze moeten spelen en hoe vaak. We moeten als cantorij weten wat we zingen en daarbij voortdurend op Karel letten en de sprekers bedenken van te voren wat ze gaan zeggen. Je krijgt het dus nooit helemaal zo als het in Taizé overkomt.

Het maakt mij echt niet uit.
‘In de geest van Taizé’ vind ik al heel mooi en met elkaar doen we ons best om er iets moois van te maken
De foto’s op dit blog maakte ik gisteravond: de entourage verzorgd door Dea Smith.

Wil je de Taizévesper terugluisteren?
Dat kan via Kerkomroep en YouTube

Reageren

12 oktober: Doe het zelf?

“Ik weet niet of ik daar wel heen ga; ik ben immers geen vrijwilliger voor een kerkelijke activiteit?”
Deze opmerking werd de afgelopen week vaak gemaakt als het ging over de feestelijke avond voor vrijwilligers van onze PKN-gemeente: iedereen was uitgenodigd voor de voorstelling ‘De ‘Doe-het-zelver’ van de christelijke cabaretier Ruurd Walinga.
“Tuurlijk kun je daarheen!” riep ik afgelopen week tegen een collega-alt “Wij zitten immers op zondagmorgen allemaal vrijwillig in de kerk, dus we zijn allemaal vrijwilliger.”
Was ook zo.
De kerkzaal was gisteravond ingericht met losse tafels met groepjes stoelen erom heen, wat natuurlijk gelijk al zorgt voor een heel andere sfeer dan op zondagmorgen.
We begonnen met koffie en toen iedereen zat kwam Bouwvakker Douwe binnen met keiharde muziek met een lat op zijn schouder. Die legde hij bij een dame neer: had ze alvast een lat-relatie. Douwe was een échte bouwvakker, met de bijbehorende bouwvakkerspraat en (soms afzaagde) woordgrappen, maar het was wel een onderhoudend verhaal.

Douwe heeft het familiebedrijf verlaten en is voor zichzelf begonnen. Hij denkt alles te kunnen maken. De achterliggende gedachte is dat ‘Douwe de bouwvakker’ staat voor de verloren zoon.
Aan het begin van de voorstelling haalt hij het bedrijfslogo (een kruisje) van zijn overall, ontdoet zich van de werkschoenen met stalen neuzen en doet rubberlaarzen aan, zet zijn helm af, doet zijn gereedschapsgordel af en haalt de woorden ‘regels’ van zijn borst, die hij vervolgens aan zijn laars lapt.
Hij kan het allemaal wel alleen.
Douwe is aan het werk in de werkplaats, die hij geërfd heeft van zijn opa.
Wat doe je met zo’n erfenis? Hoe herkenbaar is het dat wij in ons leven soms ‘ballast’ van ons afgooien die ons door de generaties voor ons is meegegeven?

Gedurende de voorstelling komt Douwe er achter dat hij het helemaal niet alleen kan en er wordt van ons verwacht dat we dat luid en duidelijk én ieder voor zich met hem meezingen: “Ik kan het niet alleen, ik kan het niet alleen, ik kan het niet alleeheen!” En inhaken maar!
Verder vertelt hij over de zoon van de baas (de zoon van de timmerman) die het licht, de weg en de waarheid is.
Die voor ons alvast naar het huis van zijn vader is gegaan om voor ons een woning te maken.
Aan het einde van de voorstelling brengt hij alles wat hij in het begin heeft af- en uitgedaan weer aan op zichzelf.
Dat deed mij denken aan de wapenrusting Gods, die Paulus beschrijft in zijn brief aan de Efeziërs en waar Elly en Rikkert over zingen in het lied: ‘Doe doe je wapens aan!’
Hierbij een link naar dat aanstekelijke liedje (Doedoewiwap…)
De show werd afgesloten met het grote vrijwilligerslied.

En toen? Kwam Loekie de Leeuw in beeld: reclame!
Niet voor Dreft of Corendon, maar voor het steunen van het projecten waar onze diaconie ons op attent wilde maken, zoals ‘Pakjesboot Noordenveld
Daarna werden er dienbladen vol consumpties binnengebracht en werden we getrakteerd op lekkere hapjes uit de frituur!

Meer weten over Ruurd Walinga en zijn programma?
Hierbij een link naar zijn website.

Reageren

11 oktober: De liefde als rode draad.

De cantorij was uitgenodigd om te komen zingen in de dankdienst voor het leven van  Joop Kakes-Quist op vrijdagmiddag 10 oktober.
Zijdelings heb ik haar gekend: ze was voor corona lid van de cantorij,  daarna zong ze niet meer mee.
Eén gedeeld moment met haar staat me nog voor de geest: in 2019 zat Joop naast mij op de altenrij op een repetitieavond voor Pinksteren. We zongen “Kom laat ons deze dag…” (Lied 672, melodie J.S. Bach, vertaling Jan Wit). Joop zong het van harte mee en zei daarna stralend: “Dit lied heb ik voor het eerst gezongen in 1946, toen was ik elf! Dat was in Musis Sacrum in Arnhem. Dit was toen hele nieuwe kerkmuziek en we zongen het uitbundig met een volle kerk, ik kan het me nog zo goed herinneren.” Ze vertelde dat ze als kind de oorlog had meegemaakt in Zeeland en dat ze die Pinksterdag bij haar oom in Arnhem was. Het had heel veel indruk op haar gemaakt en bij het zingen van dit lied kwam alles even weer boven.

Als  je iemand niet zo heel goed kent sta je wat verder af van het verdriet van de familie omdat je er zelf geen deel van uitmaakt, maar ook dan kun je toch geraakt worden door inhoud van zo’n kerkdienst.
Het levensverhaal van Joop was bijzonder. Ze had als kind de oorlog meegemaakt; hun huis was gebombardeerd. Een ander drama in haar leven was het plotselinge overlijden van haar man in 1969; ze bleef achter met twee kinderen van 3 en 5. In het jaar daarna ontmoette ze Jan, die ook heel plotseling zijn vrouw had verloren en vervolgens zijn zij verder gegaan als samengesteld gezin. Dat het niet altijd gemakkelijk is geweest laat zich raden. Maar Joop zat niet bij de pakken neer, ze ging op weg.
Voorganger Sybrand van Dijk zei daarover in zijn overdenking: “En als je op weg gaat wordt je gedragen. Niet door wantrouwen en niet door wanhoop, maar door de liefde. Door het vertrouwen dat er liefde genoeg is om zelfs de grootste breuken in je leven te boven te komen en verder te gaan.”*

De ontroering in deze dienst zat vooral  (zoals zo vaak) in de muziek. Enerzijds de muziek die werd uitgevoerd door de familie: we hoorden o.a. een betoverende uitvoering van het lied ‘Ik zou wel eens willen weten’ van Jules de Corte, anderzijds de orgelmuziek verzorgd door Mannes Hofsink.
Maar wat bovenal ontroerde was het verhaal van haar broer Jan over hoe het gezin heeft geleden onder de 2e wereldoorlog.
Hij vertelde over de afschuwelijke oorlogsjaren en over hoe hij als jongere broer meeleefde met zijn zus bij wat haar overkwam.
Luisterend naar zijn verhaal bedacht ik dat er tot halverwege de jaren ’70 nauwelijks gepraat werd (en vooral in Zeeland niet) over zulke emotionele en gevoelige onderwerpen; je zag aan hem hoeveel moeite het hem kostte.
Zijn toespraak was doordesemd van zijn levenslange liefde voor zijn zus.
De liefde als rode draad in een mensenleven.

* Afgelopen week las ik het blog van Annemarie. Zij schreef een verhaal over de quote ‘Je kunt niet kiezen wat je overkomt, maar je kunt wel kiezen hoe je ermee omgaat.’
Net als Joop zit zij niet bij de pakken neer; ze schrijft o.a. “En dus koos ik ervoor om regelmatig van de bank af te komen en die stappen te zetten…”
Hierbij een link naar haar verhaal.

Reageren

22 september: Journaal overslaan.

Zaterdag  had ik op mijn telefoon zijdelings wat meegekregen van de gewelddadige rellen in Den Haag.
Toen ik ’s avonds om 21.00 uur moe thuis kwam na de optocht kon ik het niet opbrengen om naar het Acht-uur-journaal te kijken: ik hoefde het niet te zien, wat ik er van had gezien was al afschuwelijk genoeg.
Gistermorgen ging ik alleen naar de kerk.
Gerard sloeg even over, maar ik wilde graag luisteren naar de Cantorij die meewerkte aan die viering; vanwege mijn vakantie en andere drukte had ik na de zomer nog niet weer meegedaan aan de repetitie.

Tijdens het drempelgebed dacht ik al: hiervoor ga ik naar de kerk.
Zo begon dat gebed:
“Hier zijn wij,
gekomen uit een onstuimige wereld
op zoek naar hoop, terwijl overal wanhoop wordt gezaaid
op zoek naar stilte terwijl overal lawaai en chaos wordt gezaaid…..”
‘Hier ben ik’ dacht ik. En ik kan het journaal wel overslaan, maar de onstuimige wereld blijft.

We beleefden met de elkaar de stilte, we hoorden troostrijke en hoopvolle woorden en ik haalde mijn hart op aan de muziek.
Voor de dienst speelde Erwin al een stuk van Bach en ook de liederen die de cantorij zong (al dan niet met de gemeente) pasten goed bij het thema van de dienst.
Wat me raakte was het slotlied, lied 1000 uit het Liedboek: ‘Wij zagen hoe het spoor van God’.
Op de website van Petrus in het land vond ik deze versie van Elske de Wal.
Komt Hij terug op onze weg, keert Hij verharde harten?
Wanneer komt Hij met licht en lef, zaaigoed in onze handen?’
Balsem voor de ziel.

Het slot van de overdenking vond ik heel bijzonder: de voorganger verbond de uit de hand gelopen rellen met de Rodermarktparade van zaterdag.
Een paar losse zinnen: ‘Wij waren gisteren getuige van huiveringwekkende beelden uit den Haag: woedende jonge mannen die verstrikt zijn geraakt in de gedachte dat alles van hen is en dat er veel te weinig is om van te delen.
De optocht die hier gisteren door de straten reed heeft ons weer laten zien dat we vóór alles spelende mensen zijn; die wagens zijn totaal zinloos, die worden morgen weer afgebroken.
Dat is natuurlijk zonde van het geld wat er in is gestoken; maar op die wagens stonden kinderen uit alle windstreken, binnen- en buitenland en omdat we elkaar het feest gunden straalden ze allemaal.
We zijn veel te bang dat we te kort zullen komen, terwijl ons zoveel rijkdom wordt geschonken.
We zijn veel te  serieus over hebben en houden, terwijl ons zoveel wordt gegeven om te ZIJN.’

En dit is nog maar een fractie van de preek, terwijl ik het liefst het hele verhaal zou willen laten horen.
Ik trok de stoute schoenen aan en ik vroeg Sybrand of ik zijn preek mocht publiceren: dat mocht.
Hierbij een link naar een PDF dat ik maakte van zijn bevlogen verhaal: 2025.09.21 preek Sybrand van Dijk
Doe er je voordeel mee.
Je kunt natuurlijk ook de hele viering terugzien; dan kun je de Cantorij ook beluisteren!
Dat kan via Kerkomroep of via het YouTubekanaal van onze PKN-gemeente.

Reageren

Pagina 3 van 57

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén